Concept-begroting 2027 GR Avri
Tekst van het document
In de begroting van het Pluspakket wordt tegen kostprijs gewerkt, waardoor er geen resultaat wordt verwacht (en er geen Vpb wordt afgedragen).
21
9.
LOKALE HEFFINGEN
Inleiding De Gemeenschappelijke Regeling Avri is verantwoordelijk voor de afvalstoffenheffing van de acht deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) verzorgt voor GR Avri de belastingaanslagen en de inning daarvan. Ontwikkeling van de gemiddelde tarieven afvalstoffenheffing In onderstaande tabel is de ontwikkeling van het gemiddelde tarief afvalstoffenheffing ten opzichte van de raming voor 2026 opgenomen.
Gemiddeld tarief 2026
*
Loon en marktontwikkelingen Tractie, materieel en containers (vervanging en onderhoud) Vervallen dotatie voorziening stortplaats Verwerkingsbelastingen (Wbm, Co2 heffing en km-heffing) Toegangscontrole milieustraten dmv slagboom (ombuiging) Aanpassingen tbv veiligheid Overige mutaties (per saldo) totaal mutaties Gemiddeld tarief 2027
€ € € € € € €
Stijging tov 2026
€
386,00
€ €
7,00 393,00
3,00 7,00 -12,00 12,00 -1,00 4,00 -6,00
2%
* dit is inclusief het variabele deel, uitgaande van gemiddeld 25 aanbiedingen restafval
Tabel 12: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing voor 2027 t.o.v. tarief 2026 In het tarief is volgens de kadernota voor prijsontwikkelingen een indexering van 2,4% en voor loonontwikkelingen een indexering van 4,2% opgenomen. Voor contracten zijn marktconforme indexeringen gebruikt. Het effect van noodzakelijke investeringen in tractie, materieel en containers en de toename van het onderhoud van tractie bedraagt € 7. Door de geplande overdracht van de stortplaats eind 2026 of begin 2027 vervalt de storting in de voorziening stortplaats. Dit heeft een positief effect op de afvalstoffenheffing van € 12. Voor de afvalstromen is op basis van verwachte tonnages en tarieven de begroting geactualiseerd. In de tarieven is opgenomen de verhoging van de verplichte heffingen vanuit de Wbm (afvalstoffenbelasting en CO2-heffing). Dit zijn wijzigingen die vanwege rijksbeleid worden doorgevoerd en voor Avri niet beïnvloedbaar zijn. De kosten voor verwerking van de afvalstromen is hiermee fors toegenomen. Vanaf 1 juli 2026 neemt ook de motorrijtuigenbelasting op vrachtwagens fors toe, door de invoering van de zogenoemde kilometerheffing. Dat betekent dat Avri door verwerkers deze heffing krijgt doorberekend in de verwerkingstarieven en dat ook voor het gebruik van een groot deel van onze vrachtwagens deze heffing per kilometer tot extra kosten zal leiden.
Het effect op het tarief afvalstoffenheffing wordt voor alsnog ingeschat op € 12. De toegangscontrole op de milieustraten (ombuiging) heeft een positief effect op de afvalstoffenheffing van afgerond € 1. Aanpassingen op de milieustraten om de veiligheid voor medewerkers, klanten en inwoners te verhogen heeft een effect van € 4 op de afvalstoffenheffing. Daarnaast is sprake van kleinere aanpassingen. Hierin is onder andere opgenomen extra opbrengsten van verhuur van het 2e acculaadplein, opbrengst van matrassen en het neerwaarts bijstellen van andere budgetten. Per saldo heeft dit een voordelig effect op de afvalstoffenheffing van € 6. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het tarief afvalstoffenheffing van Avri afgezet tegen de landelijke ontwikkeling van het tarief. Door de stijging van het tarief van Avri met ca 2% voor 2027 lijkt dit onder het verwachte landelijke gemiddelde te liggen. Bij de prognose van de landelijke stijging is uitgegaan van 5%.
22
Grafiek 3: Ontwikkeling tarief afvalstoffenheffing 2019-2030 Door te blijven investeren in het beter scheiden van afval door inwoners, verwachten we stabilisatie van het aanbod van grondstoffen door inwoners. Gemiddeld genomen zijn grondstofvergoedingen de afgelopen jaren gedaald, waardoor de afvalstoffenheffing een steeds groter aandeel van de (meer beïnvloedbare en constante) uitvoeringskosten dekt. Uitgangspunten bij tarieven afvalstoffenheffing Ontwikkeling areaal; aantal huisaansluitingen Het aantal geregistreerde huisaansluitingen volgt de meerjarige ontwikkeling van het aantal huishoudens volgens de meest recente cijfers van Belastingsamenwerking Rivierenland. Hierin wordt uitgegaan van een autonome groei van het aantal huisaansluitingen met 1,0% per jaar (gemiddelde autonome groei van de afgelopen vijf jaar). Vanwege de economische omstandigheden wordt daarnaast een daling van het aantal kwijtscheldingen verwacht van 0,05% per jaar. Niet alle huishoudens die een aanslag afvalstoffenheffing ontvangen betalen deze. Door bezwaarprocedures, kwijtschelding of oninbaarheid is het totaal aantal betalende huishoudens in werkelijkheid lager. Tot nu toe werd gerekend met 93% als betalende huishoudens. Uit analyse van de jaarrekening 2025 blijkt echter dat dit percentage wat hoger is.
Daarom is in deze begroting gerekend met 95% betalende huishoudens ten opzichte van het totaal aantal huishoudens. Dit heeft een drukkend effect op de afvalstoffenheffing omdat deze over meer huishoudens wordt verdeeld. Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval De aanbiedingen restafval zijn gebaseerd op ervaringscijfers van het huidige afvalbeleid. De aanbiedgemiddelden liggen lager dan bij de invoering werd verwacht. We hebben nog steeds te maken met huishoudens waarbij geen aanbod van restafval is geregistreerd (zgn. ‘0-aanbieders’). Deze inwoners bieden het restafval op alternatieve wijze aan om betaling te voorkomen. Het aanbod in een 30 liter-zak blijkt gemiddeld is geen 4, maar 5 kg te zijn. Dit betekent dat er verhoudingsgewijs meer afval moet worden verwerkt per aanbieding. Ook het verschil in aanbod bij hoogbouw ten opzichte van laagbouw is groot. Dat is te verklaren; bij hoogbouw kan gft nog niet apart ingezameld worden.
23
BATEN EN TARIEVEN AFVALSTOFFENHEFFING Aantal huishoudens Geregistreerde huishoudens Niet betalende huishoudens Betalende huishoudens % betalende huishoudens
2026 na wijz.
2027
2028
2029
2030
106.550 -6.543 100.007 93,9%
106.736 -5.337 101.399 95,0%
107.803 -5.390 102.413 95,0%
108.881 -5.444 103.437 95,0%
109.970 -5.499 104.471 95,0%
Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval 30 ltr. (brengvoorziening) hoogbouw en stadscentra 30 ltr. (brengvoorziening) 60 ltr. (brengvoorziening) 140 ltr. (mini container) 240 ltr. (mini container)
33 15
33 15
33 15
33 15
33 15
5,3 7,2
5,3 7,2
5,3 7,2
5,3 7,2
5,3 7,2
Tarieven Basistarief Toeslag basistarief per extra mini container restafval
€ 359 € 50
€ 368 € 50
€ 370 € 50
€ 363 € 50
€ 357 € 50
Variabel tarief: aanbieding 30 ltr.(hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (laagbouw)
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
€ 0,80 € 1,00
Variabel tarief: aanbieding 140 ltr. (mini container) Variabel tarief: aanbieding 240 ltr. (mini container)
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
€ 4,67 € 8,00
Baten afvalstoffenheffing (x € 1.000) Bruto baten afvalstoffenheffing Kwijtschelding Netto baten afvalstoffenheffing
38.662 -1.448 37.214
39.840 -1.483 38.358
40.588 1.483 42.071
40.280 1.483 41.763
40.020 1.483 41.502
Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing per huishouden
€ 386
€ 393
€ 395
€ 388
€ 382
Tabel 13: Baten afvalstoffenheffing 2024 t/m 2029 (prijspeil 2027) Inrichting basistarief en variabele tarieven Het gemiddelde, kostendekkende tarief afvalstoffenheffing bedraagt € 393 per huishouden. De afvalstoffenheffing bestaat sinds 2014 uit een basistarief en variabele tarieven (tarief per aanbieding restafval van de diverse aanbiedvolumes). Het variabele tarief betalen inwoners bij elke keer dat het restafval wordt aangeboden, het basistarief één keer per jaar samen met de andere lokale belastingen. In de begroting 2027 gaan we uit van gelijkblijvende variabele tarieven van € 1 per 30 liter aanbieding, en overige aanbiedvolumes naar rato. Het gemiddelde variabele tarief blijft € 25. De verhouding van het basisdeel en variabele deel komt hiermee op 93,6 % - 6,4 %. Dit betekent dat gemiddeld 6,4% van de afvalstoffenheffing beïnvloedbaar is door het scheidingsgedrag van huishoudens. De tarieven worden definitief vastgesteld bij de wijziging van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri in december 2026. Opslagen op basistarief Gemeenten kunnen ervoor kiezen opslagen te hanteren op het basistarief van de afvalstoffenheffing. Gemeenten hebben die mogelijkheid (binnen de wettelijke kaders) voor dekking van kosten die verband houden met de diensten voor inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Deze diensten maken geen onderdeel uit van het Basispakket.
De gemeente bepaalt in december 2026 de hoogte van deze opslagen. Verwijderen zwerfafval Een aantal regiogemeenten hanteert een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing, ter dekking van de kosten voor het verwijderen van zwerfafval. Avri maakt geen kosten voor het verwijderen van zwerfafval en deze opbrengsten maken daarom geen onderdeel uit van de begroting van Avri. De opbrengsten worden door Avri ontvangen van BSR en jaarlijks aan de betreffende gemeenten doorbetaald. Het opslagtarief wordt jaarlijks door de gemeenten bepaald en is opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing Avri. Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2027 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal in alle Avri-gemeenten.
24
Kostendekkendheid tarieven afvalstoffenheffing De wet- en regelgeving bepaalt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening in het programma Basispakket op begrotingsbasis niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. In tabel 14 is de kostendekkendheid gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de tarieven niet meer dan 100% kostendekkend zijn. PARAGRAAF LOKALE HEFFINGEN KOSTENDEKKENDHEID AFVALSTOFFENHEFFING (x €1.000) Lasten taakveld 7.3 Afval Inkomsten taakveld 7.3 Afval Mutatie voorzieningen Basispakket Netto kosten taakveld 7.3 Afval
2026 31.989 -5.863 1.200 27.326
2027 33.970 -7.158 0 26.812
2028 44.463 -7.152 0 37.311
2029 44.221 -7.126 0 37.095
2030 44.014 -7.124 0 36.890
Overhead opslag voor compensabele btw Kwijtscheldingen Totale kosten Basispakket
6.391 3.497 1.448 38.662
8.049 3.497 1.483 39.840
8.256 -3.497 -1.483 40.588
8.165 -3.497 -1.483 40.280
8.110 -3.497 -1.483 40.021
Baten afvalstoffenheffing
38.662
39.840
40.588
40.280
40.020
Kostendekkendheid
100%
100%
100%
100%
100%
Tabel 14: Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Opslag btw-compensatie Gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid om de btw (21%), die Avri in rekening brengt bij de gemeenten, te compenseren bij het btw-compensatiefonds. Hiervoor paste Avri tot 2023 een opslag toe van 13,5% van de kosten van het Basispakket. In het AB van 16 februari 2023 is besloten het btw-aandeel in de afvalstoffenheffing ‘vast te klikken’ op een vast bedrag van € 3.497.124 en daarmee het percentage langzaam terug te brengen tot het mengpercentage, passend bij de actuele btw-druk. Deze opslag bedraagt voor 2027 9,7% en leidt (na verrekening met het btw-compensatiefonds) tot een voordeel voor de gemeenten. Zie voor de berekening bijlage 3. De compensabele btw mag via de afvalstoffenheffing volledig als kosten worden doorberekend aan de inwoners. Elk percentage tussen 0 en 21% kan worden gehanteerd. Een hoger percentage resulteert in een voordeel voor de gemeente ten koste van de afvalstoffenheffing. Een lager percentage levert een lagere afvalstoffenheffing op voor de inwoners, maar ook een lagere opbrengst in de gemeentebegroting. De hoogte van de afvalstoffenheffing is dus te beïnvloeden door deze opslag.
Kwijtscheldingen Het Algemeen Bestuur van GR Regio Rivierenland heeft in haar vergadering van 12 december 2012 de kwijtscheldingsregeling 2012 (met terugwerkende kracht) vastgesteld waarin: • De kosten van bestaan worden gesteld op 100% van de normuitkering als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; • Is bepaald dat ten aanzien van pensioengerechtigde personen niet de bijstandsnorm, maar de AOW-norm wordt gehanteerd; • Is bepaald dat kwijtschelding voor ondernemers (voor zover het heffingen in de privésfeer betreffen) mogelijk is; • Is bepaald dat bij de beoordeling van verzoeken om kwijtschelding mede rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang. Naast deze algemene beleidsregels is in artikel 9 van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri de onderstaande bepaling voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing van kracht. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in het AB van december 2019 en verwerkt in deze begroting. De gemeenten kunnen eigen beleidsregels vaststellen over wanneer een inwoner in aanmerking komt voor kwijtschelding. Veelal volgen ze hierbij de landelijke richtlijnen. Inwoners kunnen kwijtschelding aanvragen bij BSR. BSR vraagt advies aan de gemeenten en volgt dit op. Vervolgens past BSR, indien van toepassing, de kwijtschelding toe.
Op de site van BSR staat per gemeente een overzicht van het kwijtscheldingsbeleid per gemeente. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing (zoals bepaald in hoofdstuk 1 van de tarieventabel) voor kwijtschelding in aanmerking. Om de afvalscheiding ook onder de groep inwoners met een kwijtschelding te bevorderen, mag slechts een deel van het variabele tarief worden kwijtgescholden.
25
10. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. We beschrijven hoe risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geven we met deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2017. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota reserves en voorzieningen 2017. Ontwikkeling financiële risico's Voor ieder programma is de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang, gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In tabel 15 zijn de risico’s per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de jaarstukken 2025 (peildatum 31-12-2025) is ook verwerkt in deze begroting 2027. De ontwikkeling van elk financieel risico geeft een indicatie van de eventuele financiële gevolgen voor Avri, als een risico daadwerkelijk optreedt. De inschatting van het risico geldt voor het begrotingsjaar 2027.
ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1.000) Basispakket 2 Prijsontwikkeling papier 6 Doelvermogen voor nazorg stortplaats 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 23 Geschil met verwerker PMD's 24 Brandstofprijzen 26 Verwerkingskosten 27 Fiscale risico's (KM-heffing/ Wet DBA/Verbranden afval) 28 Cirtex 29 Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Totaal Basispakket
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Verschil 2025-2027
301 0 304 203 440 243 0 0 313 250 250 540 2.844
242 1.647 299 225 330 0 0 218 313 250 250 0 3.774
301 0 0 203 440 243 0 PM 313 250 210 540 2.500
0 0 -304 0 0 0 0 0 0 0 -40 0 -344
Pluspakket 1. nvt Totaal Pluspakket
0
0
0
0
Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling papier 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 19 Vergoeding kunststof verpakkingen Totaal Bedrijfsafval
26 22 21 69
60 16 0 76
26 0 21 47
0 -22 0 -22
929 386 1.315
1.090 424 1.514
1.118 386 1.504
189 0 189
3.395
5.364
4.051
-177
Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's (10% omvang Overhead) 2 Vermogensbuffer (1% leningportefeuille) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's Tabel 15: Ontwikkeling financiële risico’s Avri
26
Toelichting op de risico’s Basispakket, Pluspakket, Bedrijfsafval 2 - Prijsontwikkeling papier; risico is toegenomen. De papiermarkt is grillig, vergoedingen staan onder druk. Contractueel is een ondergrens aan de vergoeding vastgelegd. Het verschil tussen de huidige vergoeding en de ondergrens beschouwen we als risico. 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico vervalt De stortplaats wordt naar verwachting met ingang van 2027 aan de provincie overgedragen. Daarmee vervalt het risico op het onzekere doelvermogen van de stortplaats. 12 - Inzet medewerkers uitvoering; risico vervalt. Risico is niet meer van toepassing en kan vervallen. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen De vervuiling van de aangeboden grondstoffen was in de afgelopen jaren zorgelijk. Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling hoog blijft of zelfs toeneemt bij bepaalde grondstoffen. Overigens is er ook landelijk een forse stijging in de vervuiling te zien. We blijven inzetten op aanwezigheid in de wijk, met afvalcoaches en voorlopers. We zetten gericht in op communicatie en voorlichting. Minder vervuiling is het doel om afkeur te voorkomen en niet meer extra te hoeven te sorteren in de overslaghal. 19 - Vergoeding kunststof verpakkingen De vergoeding voor pmd hangt af van de mate van vervuiling. Als de vervuiling groter is dan 25% dan daalt de vergoeding per ton.
Avri zit om en nabij de grens van 25%. Het verschil tussen het hogere en lagere tarief beschouwen we daarom als risico. 24 - Risico brandstofkosten; risico is nog onbekend De grillige energiemarkt blijft een risico voor de bedrijfsvoering van Avri. Uiteraard worden hogere brandstofprijzen verwerkt in de begroting. De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen maakt echter dat we hier een risico voor hebben opgenomen. Recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten hebben inmiddels de brandstofprijzen fors doen stijgen. Wat dit voor gevolgen heeft voor het begrotingsjaar 2027, is nu nog niet te zeggen. Dat is de reden dat we dit risico als PM post opnemen. 29 - Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Het MJOP vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het BBV noodzakelijk, om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. Het BBV schrijft voor dat onderhoudsplannen eens in de vijf jaar worden geactualiseerd. In 2020 is het MJOP van Avri locatie Geldermalsen voor het laatst geactualiseerd. Het MJOP heeft een looptijd tot en met 2039, maar wordt elke vijf jaar geactualiseerd. In 2025 is het concept MJOP ontvangen.
Dit wordt in 2026 definitief gemaakt. De financiële effecten hiervan worden in de bestuursrapportage voor 2026 verwerkt en in de 1e begrotingswijziging voor 2027. Bedrijfsvoering 1 - Gekwantificeerde risico's (10% taakveld Overhead) De begroting 2027 geeft een overhead van € 11,2 miljoen. De Algemene Bedrijfsreserve Avri heeft op basis van 10% van de overhead een drempelwaarde van € 1.179.000. 2 - Vermogensbuffer Bij het aantrekken van leningen is de rente afhankelijk van het vermogen. Een lager eigen vermogen leidt tot een hogere rente. We houden rekening met 1% van de leningportefeuille. Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de reserves van Avri en de voorziening Basispakket. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico’s af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017 wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel. Het Algemeen Bestuur heeft de gewenste weerstandsnorm vastgesteld op ‘voldoende’. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit minstens factor 1,0 van de gekwantificeerde risico’s moet zijn.
27
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Kleiner dan 0,6
BETEKENIS Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Tabel 16: Waarderingstabel weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is hieronder uiteengezet en aan de hand van weerstandsratio beoordeeld. ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN
Jaarrekening Begroting Begroting 2026 2025 2027 (A) 2.844 3.774 2.500 (B) 5.399 6.599 6.599 (B/A) 1,9 1,7 2,6 Ruim voldoende Ruim voldoende Uitstekend
Basispakket
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
Pluspakket
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
Bedrijfsafval
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
Bedrijfsvoering
TOTAAL
Verschil 2025-2027 -344 1.200 0,7
0 14
0 14
0 14
0 0
Uitstekend
Uitstekend
Uitstekend
(A) (B) (B/A)
69 417 6,0 Uitstekend
76 432 5,7 Uitstekend
47 451 9,5 Uitstekend
-22 34 3,5
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
1.315 859 0,7 Onvoldoende
1.514 1.504 859 859 0,6 0,6 Onvoldoende Onvoldoende
189 0 -0,1
Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis
(A) (B) (B/A)
-
4.228 5.364 6.689 7.904 1,6 1,5 Uitstekend Ruim voldoende
4.051 7.923 2,0 Uitstekend
-177 1.234 0,37
Tabel 17: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri Weerstandsvermogen Basispakket Omdat de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor het Basispakket een directe relatie heeft met de afvalstoffenheffing, is een meerjarige risico-inschatting gemaakt. De uitkomst is zichtbaar in tabel 18 waaruit blijkt dat het weerstandsvermogen uitstekend is. In de meerjarige ontwikkeling is rekening gehouden met de nadelige invloed van wettelijke heffingen zoals die nu bekend zijn. Er zijn echter voor de komende jaren veel onzekerheden rond de heffingen. Die zijn afhankelijk van landelijke politieke besluitvorming. Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen basispakket (* € 1 mln) Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit
(A) (B)
Ratio weerstandsvermogen
B/A)
Betekenis
€ €
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
7,5 € 6,5 €
2,8 € 5,4 €
3,8 € 6,6 €
2,5 € 6,6 €
2,2 € 6,6 €
2,1 € 6,6 €
2,0 6,6
2,6
3,0
3,1
3,3
Uitstekend Uitstekend
Uitstekend
0,9 Matig
1,9 Ruim voldoende
1,7 Ruim voldoende
Uitstekend
Tabel 18: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen Kengetallen financiële positie Het BBV schrijft voor dat decentrale overheden door middel van kengetallen inzicht geven in hun financiële positie. Voor Avri zijn de kengetallen netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte van belang. KENGETALLEN 2026 2027 2028 2029 2030 Netto schuldquote 60,2% 71,0% 69,8% 64,2% 58,7% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte 60,0%leningen 70,8% 69,6% 64,0% 58,7% Solvabiliteitsratio 1,9% 1,8% 1,8% 2,0% 2,1% Structurele exploitatieruimte 3,5% 0,1% 0,1% 0,2% 0,0% Tabel 21: Kengetallen financiële positie
28
Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Door de toename van de financieringsbehoefte als gevolg van investeringen stijgt het percentage voor 2027. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Avri heeft een lening verstrekt aan Cirtex, waardoor dit kengetal iets lager is dan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Daarmee wordt inzicht gegeven in de mate waarin Avri in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Omdat het eigen vermogen beperkt is, en de langlopende schuldenpositie in 2024 toegenomen is, is de solvabiliteit van Avri laag. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte in de begroting aanwezig is om de huidige kosten te kunnen dragen.
29
11. FINANCIERING Inleiding Het BBV schrijft een financieringsparagraaf voor, waarin de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille staan. Het Treasurystatuut 2023 bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. Externe ontwikkelingen De huidige rentetarieven van de BNG Bank bedragen op moment van samenstelling van deze begroting (februari 2026) rond de 2,9% voor een 10-jaars lineair af te lossen lening. De nieuw aan te trekken leningen zijn tegen dit percentage in deze begroting verwerkt. Financieringsportefeuille Avri De leningen- en financieringsportefeuille van Avri is als volgt opgebouwd: Schulden langer dan 1 jaar
Geldlening BNG 40.110.118 (2015) Geldlening BNG 40.110.265 (2015) Geldlening BNG 40.110.308 (2015) Geldlening BNG 40.110.355 (2016) Geldlening BNG 40.110.356 (2016) Geldlening BNG 40.112.541 (2019) Geldlening BNG 40.112.895 (2019) Geldlening BNG 40.113.547 (2020) Geldlening BNG 40.113.548 (2020) Geldlening BNG 40.102.511 (2022)* Geldlening BNG 40.112.427 (2022)*
Oorspronkelij Datum einde Stand ke hoofdsom looptijd Rente % 31-12-2024 € € € € € € € € € € €
Stand Aflossingen
Methode
Rente 2027
5.000.000
1-10-2035
2.500.000
Lineair
€
34.000
5.000.000
1,60% € 2.750.000 € 1,60% € 2.777.777 €
250.000 €
2-1-2036
246.914 €
2.530.863
Lineair
€
34.568
5.000.000
2-1-2036
1,60% € 2.812.500 €
250.000 €
2.562.500
Lineair
€
35.000
2.900.000
25-1-2041
1,75% € 1.972.000 €
116.000 €
1.856.000
Lineair
€
29.435
1.400.000
25-1-2041
2,13% € 1.400.000 €
-
€
1.400.000
Fixed
€
29.820
5.000.000
22-1-2044
1,55% € 4.000.000 €
200.000 €
3.800.000
Lineair
€
54.250
4.400.000
14-6-2044
1,55% € 3.432.000 €
176.000 €
3.256.000
Lineair
€
24.534
3.600.000
17-1-2045
0,69% € 2.916.000 €
144.000 €
2.772.000
Lineair
€
17.636
1.400.000
17-1-2045
0,69% € 1.134.000 €
56.000 €
1.078.000
Lineair
€
6.859
5.000.000
17-1-2027
4,34% €
562.500 €
250.000 €
312.500
Lineair
€
1.355
500.000
17-12-2038
1,46% €
350.000 €
25.000 €
325.000
Lineair
€
4.198
400.000 € 500.000 €
3.200.000
Lineair
€
86.320
4.000.000
Lineair
€ 109.200
500.000 € 500.000 €
4.500.000
Lineair
€ 111.750
4.500.000
Lineair
€
93.000
€ 42.206.777 € 3.613.914 €
38.592.863
€
671.924
Geldlening Gem. Huizen 322814 (2023)
€
4.000.000
1-4-2033
3,32% € 3.600.000 €
Geldlening BNG 40.116.850 (2023)
€
5.000.000
27-11-2033
3,36% € 4.500.000 €
Geldlening BNG 40.117.030 (2024)
€
5.000.000
25-1-2034
2,98% € 5.000.000 €
Geldlening BNG 40.117.802 (2024)
€
5.000.000
19-12-2034
2,48% € 5.000.000 €
Totaal
31-12-2025
Bedragen x € 1.000 2027 2028 2029 Activa 57.554 57.466 53.597 Gemiddelde leningportefeuille 33.266 29.871 26.507 Financieringsbehoefte 24.288 27.595 27.090 Tabel 22: Lening- en financieringsportefeuille met bijbehorende rentelasten
2030 49.692 23.143 26.549
In de begroting is rekening gehouden met een gemiddelde aanvullende rentelast van afgerond € 765.000, ten behoeve van de financieringsbehoefte voor investeringen. De vraag op welke manier (duur, vorm en hoogte van betreffende lening) in de uiteindelijk benodigde financiering wordt voorzien, wordt beantwoord op het moment dat daadwerkelijk tot de investeringen wordt overgegaan. Dit is mede afhankelijk van de liquiditeitspositie en -prognose op dat moment.
30
Rentetoerekening In onderstaande tabel is het renteschema uit de ‘notitie rente 2017’ van de commissie BBV opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. In overeenstemming met de nota Reserves en Voorzieningen 2017 wordt geen rente toegerekend over eigen vermogen en voorzieningen. RENTETOEREKENING Externe rentelasten over de korte en lange financiering
2027 1.376.000
Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
1.376.000
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-163.000
Rente over eigen vermogen
1.213.000 -
Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
1.213.000
Aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag)
-1.213.000
Renteresultaat op het taakveld Treasury Tabel 23: Schema rentetoerekening
-
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een gemeenschappelijke regeling in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal (ca. € 67,5 miljoen). Dit betekent dat Avri op grond van de kasgeldlimiet ca. € 5,5 miljoen aan kort geld mag aantrekken. Rente risiconorm De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Het totaal van de aflossingen bedraagt jaarlijks ca. € 3,6 miljoen. Dit bedrag blijft ruimschoots onder de risiconorm, die voor Avri ca. € 13,5 miljoen bedraagt. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat (lokale) overheden de financiële middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden afromen naar de schatkist van het Rijk. Alleen het bedrag boven het drempelbedrag (minimaal € 275.000) wordt automatisch afgestort naar de schatkistrekening.
31
12. BEDRIJFSVOERING Inleiding In de paragraaf bedrijfsvoering beschrijven wij de processen die het mogelijk maken onze taken efficiënt, betrouwbaar en wendbaar uit te voeren. Dit doen wij met onze medewerkers en de ons ter beschikking staande middelen. De wereld om ons heen verandert in rap tempo en het is zaak dat onze bedrijfsvoering daarin mee ontwikkelt. Voor 2027 zien we daarin de volgende aandachtsgebieden. Organisatieontwikkeling In het Strategisch Koersplan staat hoe wij de komende jaren invulling geven aan onze uitdagende ambities en opgaven. Dat doen we in het belang van onze partnergemeenten. Onder de noemer ‘Hart voor Rivierenland’ zet Avri zich in voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving, waarin generaties van nu en de toekomst prettig kunnen leven en meedoen. Dit vraagt om een langetermijnperspectief tot 2030, in lijn met de landelijke klimaatdoelen. Het Algemeen Bestuur van Avri heeft op 15 februari 2024 ingestemd met het Strategisch Koersplan. De overgang naar een circulaire economie is een opgave voor gemeenten en daarmee ook voor Avri. Aansluitend op EU-doelen en Rijksdoelen wil Rivierenland in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat we de ketens van grondstoffen moeten sluiten, door grondstoffen als plastic, gft, papier en textiel in te zamelen en opnieuw te gebruiken.
Avri speelt een belangrijke rol door als regisseur op te treden tussen inwoners, bedrijven en gemeenten. Zo kunnen we grondstoffen nog beter inzamelen, sorteren en terug in de markt brengen. Avri ontwikkelt zich van afvalinzamelaar tot leverancier van hoogwaardige grondstoffen. Het Strategisch Koersplan bevat naast onze ambitie, die beschrijft wat we tot stand willen brengen, vijf strategieën. Deze geven aan hoe we de ambitie gaan realiseren, inclusief de doelen en acties om dit te kunnen bereiken. Het onderliggend manifest beschrijft onze idealen en intenties. Onze kernwaarden vormen daarbij de basis van waaruit we handelen. De vijf strategieën: 1. De transitie van afval naar grondstof aanjagen 2. Circulair ondernemerschap stimuleren en maatschappelijke waarde creëren 3. Meewerken aan biodiversiteit en klimaatadaptatie 4. Samen een schone en veilige leefomgeving realiseren 5. De bedrijfsvoering versterken. De volledige tekst van het Strategisch Koersplan, inclusief een opsomming van de acties die bij de strategieën horen, is te vinden op de Avri website. Personeel Ons personeel is van het grootste belang om onze taken goed uit te voeren en onze doelstellingen te halen. Het vinden van goed personeel is met de huidige arbeidsmarkt niet eenvoudig. Datzelfde geldt voor het vasthouden van goed personeel. We zetten diverse instrumenten in om een aantrekkelijke werkgever te zijn.
Hierbij moeten we blijven investeren in de vakkennis en de ontwikkeling van medewerkers. Alleen dan kunnen wij blijven bijdragen aan een schoon en veilig Rivierenland. Personeelskosten Voor de personeelskosten houden we rekening met de cao-stijging, aangevuld met de indexatie van 2,7%, die opgenomen is in de kadernota. Inclusiviteit en Social Return On Investment (SROI) Voor Avri is het doel van inclusiviteit en SROI tweeledig. Ten eerste doen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring op, zodat ze kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Ten tweede vervult Avri zijn rol als maatschappelijk verantwoord ondernemer, door inclusiviteit te bevorderen. Dit doen we in nauwe samenwerking met Werkzaak Rivierenland. Daarbij zien we, als gevolg van de veranderende regelgeving, een terugloop in met name het aantal medewerkers Sociale Werkvoorziening. Integriteit De medewerkers van Avri vallen onder de Ambtenarenwet. Dat betekent dat we als werkgever aandacht besteden aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Dit onderwerp verdient continu aandacht en zal de komende jaren nog verder geborgd worden. Niet alleen bij indiensttreding van nieuwe medewerkers, maar ook bij medewerkers die al langer in dienst zijn.
32
Doorontwikkeling financiële functie Om te voldoen aan veranderende en striktere regelgeving en compliance, moet Avri de financiële functie verder ontwikkelen. Daarbij heeft Avri een voorbeeldfunctie in de CSDR-rapportage (Corporate Sustainability Reporting Directive). Daarom is binnen de financiële functie in 2025 gestart met de transitie van administrateur naar financieel adviseur. Het uiteindelijke doel is om door te groeien naar businesspartner van Avri die de organisatie voorziet van sturingsinformatie inclusief tussentijdse managementinformatie en dashboards. Hiermee komen we meer aan de voorkant van het financieel proces. Deze transitie heeft tijd nodig, en wordt in 2026 en 2027 verder ontwikkeld. Data gestuurd werken We beschikken over een enorme hoeveelheid data. We gaan ons nog meer richten op het ontsluiten van die data, om de gegevens te vertalen naar informatie. Zo kunnen beslissingen beter onderbouwd worden, kan beter sturing gegeven worden aan de operatie en wordt de efficiency van de operatie verder verhoogd. Privacy (WPG/AVG) We vergroten de bewustwording rondom informatiebeveiliging en AVG binnen Avri. Nieuwe medewerkers volgen de e-learning. We investeren continu in de bewustwording en borging van beveiligingsmaatregelen. Daarbij houden we aandacht voor het naleven van de AVG en het verbeteren van processen rondom gegevensbescherming.
Communicatie Om de doelen van Avri te bereiken, is een intensievere samenwerking tussen de verschillende disciplines een voorwaarde. Het team wordt nu meer aan de voorkant betrokken bij nieuwe ontwikkelingen, beleidsvoornemens en uitvoeringszaken. Het doel blijft: draagvlak bij inwoners creëren voor onze opgave, om onze doelstellingen voor Rivierenland succesvol te realiseren. Het Strategisch Koersplan is onze leidraad voor zowel de in- als externe communicatiestrategie. Nog meer zoeken wij de samenwerking met de inwoners in de versterking van de circulaire economie en richting duurzaamheid. Samen staan we voor de opdracht om een klimaat-neutrale leefomgeving te realiseren. Onze ‘schone grondstoffen’-campagne vervult daarbij een centrale rol. Leidend zijn de principes: afval verminderen, goed scheiden en de R-ladder die het niveau van circulariteit aangeeft. Rechtmatigheidsverklaring In 2025 hebben we voor het eerst gewerkt met een slotwijziging. De slotwijziging is het instrument waarmee Avri de laatste aanpassingen in de begroting vastlegt, zodat de baten en lasten rechtmatig en volledig zijn verwerkt. Het document dient ook als het laatste bijstellingsmoment van de begroting en vormt daarmee een belangrijk onderdeel van de rechtmatigheidsverklaring, zoals voorgeschreven in het BBV. De komende jaren gaan we dit verder uitbouwen.
33
13. OPENBAARHEIDSPARAGRAAF WET OPEN OVERHEID (WOO) Inleiding Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (gedeeltelijk) in werking getreden. De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Zo kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling, beter worden gediend. Uit de Woo volgt dat Avri in de begroting aandacht moet besteden aan de beleidsvoornemens over de uitvoering van de Woo en hierover in de jaarstukken verantwoording doet. Met deze paragraaf wordt daaraan voldaan. Verplichtingen Woo De Woo bevat regels over: • 17 informatiecategorieën die bestuursorganen op termijn verplicht openbaar moeten maken, uit eigen beweging. De eerste tranche is in werking getreden op 1 november 2024 en bestaat uit vijf informatie categorieën; • Het passief openbaar maken van documenten naar aanleiding van een Woo-verzoek; • Een inspanningsverplichting om uit eigen beweging zoveel mogelijk de bij de gemeente berustende informatie neergelegd in documenten voor eenieder openbaar te maken, als dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is; • Het op orde brengen van de informatiehuishouding; De eerste tranche van de Woo trad op 1 november 2024 in werking. De tweede tranche loopt vertraging op in de verdere inwerkingtreding van de Woo.
Dit betekent echter niet dat Avri stopt met een goede uitvoering van de Woo. Avri gaat door met het werken aan het maatschappelijke doel van de wet: het vergroten van openbaarheid en het versterken van het vertrouwen van inwoners in de overheid. Het meerjarenplan van het ministerie van Binnenlandse Zaken is een wettelijke verplichting vanuit de Wet open overheid. Bestuursorganen moeten hierin laten zien hoe zij hun digitale informatie duurzaam toegankelijk maken. Ook Avri gaat hieraan werken.
34
14. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Meerjarenonderhoudsplan gebouwen (MJOP) Het MJOP vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk, om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. Het huidige MJOP heeft een looptijd van 2020 tot en met 2039. Om de voorziening groot onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd, dat bedoeld is voor gebouwen en opstallen op Avri locatie Geldermalsen. Eens per vijf jaar wordt het MJOP geactualiseerd. In 2025 is het concept MJOP ontvangen. Dit wordt in 2026 definitief gemaakt. Het geactualiseerde MJOP dekt beter de verwachtingen van de komende jaren, onder meer doordat vloeistofdichte vloeren van de terreinen zijn meegenomen, naast investeringen in de milieustraten Zaltbommel, Culemborg en Tiel.
De jaarlijkse kosten zullen hierdoor aanzienlijk gaan stijgen. Het effect van deze actualisatie zal in de begrotingswijziging 2027 verwerkt worden. De revitalisering van ons kantoor en de bijbehorende ruimtes is in 2025 afgerond. We hebben hiermee gezorgd voor flexibele en eigentijdse werkplekken, met extra mogelijkheden om te overleggen. In 2025 zijn we ook gestart met de voorbereidingen voor de revitalisering van fase 2: herziening inrichting kleedruimtes, kantine en de keuken. De verdere uitwerking en aanbesteding vinden in 2026 plaats. Het streven is om begin 2027 te starten met de werkzaamheden. Verder wordt het gebruik van de verschillende terreinen herzien en zoveel mogelijk aan de huidige veiligheidseisen aangepast. De financiële effecten hiervan zijn nog niet in deze begroting 2027 opgenomen. Die effecten worden na bestuurlijke besluitvorming over fase 2 verwerkt in de begrotingswijziging 2027. De totale kosten in 2027 ad € 441.000 voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud aan gebouwen en opstallen (conform het MJOP) worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening groot onderhoud gebouwen. Het saldo van de voorziening bedroeg per 1 januari 2026 € 916.000. In de begroting 2027 is een dotatie aan de voorziening opgenomen van € 207.000 op basis van het in 2020 vastgestelde MJOP.
Het verwachte saldo ultimo 2027 van de voorziening groot onderhoud gebouwen bedraagt € 677.000 en is daarmee toereikend.
Voorziening onderhoud gebouwen (x € 1.000) 2026 2027 Voorziening Onderhoud gebouwen (01-01) 916 911 Dotatie vanuit exploitatie 207 207 Onderhoudskosten -212 -441 Voorziening Onderhoud gebouwen (31-12) 911 677 Tabel 24: Verloopoverzicht voorziening groot onderhoud gebouwen
2028 677 207 -8 876
2029 876 207 -56 1.027
2030 1.027 207 -296 938
Bedrijfsmiddelen Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzame alternatieven zijn, zoals elektrisch gereedschap/ voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt een afweging gemaakt tussen duurzaamheid en economische aspecten. Op dit moment maakt Avri al gebruik van elektrische dienstvoertuigen, onkruidmachines en een elektrische straatstofzuiger. Nieuwe zware voertuigen rijden op de milieuvriendelijke brandstof Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). Daarbij gebruiken de wijkploegen steeds vaker accu handgereedschap. Verder worden strooiers voor de gladheidsbestrijding, indien mogelijk, volledig gereviseerd in plaats van dat ze vervangen worden door nieuwe machines. Na de revisie zijn de strooiers weer als nieuw. Bij het bestrijden van gladheid wordt voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct uit de voedingsindustrie wordt het milieu minder belast. Voor onze ongeveer 30 lichte dienstauto’s (personen- en bestelvoertuigen) is in 2024 een overeenkomst gesloten met een leasemaatschappij. In 2025 zijn ruim 15 elektrische dienstvoertuigen in bedrijf genomen. Het vervangen van fossiel aangedreven dienstauto’s door elektrisch aangedreven dienstauto’s zal de komende jaren doorzetten.
Door middel van aanbesteding en de daaruit volgende overeenkomst wordt de komende jaren de vervanging van ongeveer 30 grotere bedrijfswagens tot 3500 kg geregeld. Indien mogelijk zal dit een mix van elektrische en/of HVO-aangedreven voertuigen worden. Is elektrisch niet mogelijk, dan kiezen we voor HVO. In Rivierenland staan ongeveer 1.500 verzamelcontainers voor de inzameling van restafval, glas, papier, textiel, verpakkings- en incontinentiematerialen.
35
De afgelopen jaren zijn door de projecten Goed Scheiden Loont (2013) en Omgekeerd Inzamelen (2018) grootschalig containers toegevoegd en/of vervangen. Vanaf 2026 wordt overgegaan tot het structureel jaarlijks vervangen van afgeschreven containers.
36
15. VERBONDEN PARTIJEN Inleiding Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Het kan ook gaan om andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. Verbonden partijen Avri Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri
Taak / doelstelling
Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren. De opbrengsten kunnen ten goede komen van de afvalstoffenheffing. Geen Programma Afval Niet van toepassing
Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2023 € 3.077.000 € 6.497.000 € 292.000
31 december 2024 € 3.590.000 € 5.778.000 € 513.000
Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri is het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting In 2025 is groot asfaltonderhoud uitgevoerd op een deel van de vloeistofdichte asfaltvloer. Dit oppervlak is verhuurd aan de Grondbank Combinatie (verwerking grond en puin) en aan Reterra (groenafval- en houtopslag) Er zijn verschillende ideeën voor het nog in te richten braakliggende terrein van 2 hectare. Bij het opstellen van deze jaarrekening zijn er nog geen concrete ontwikkelingen te melden. Enkele initiatieven die met derden worden verkend zijn gft-vergisting/compostering en het plaatsen van batterijen voor stroomopslag. De uitkomst van het flora en fauna-onderzoek is dat een vergunning bij de provincie moet worden aangevraagd, om de locatie te blijven gebruiken als industriegrond. In 2025 is er geen dividend uitgekeerd. Naast het incidenteel dividend betaalt Realisatie BV samen met Solar BV elk jaar ongeveer € 400.000 aan GR Avri, voor onder meer personeelskosten en gebruik van grondoppervlak. Avri Realisatie BV verzorgt dus verhuur van het grondstoffenpark en zorgt voor risicospreiding van initiatieven.
In 2026 wordt besloten of Realisatie BV ook aandeelhouder wordt in de BV die het nieuwe Arriva laadplein gaat bouwen, en 17 jaar lang gaat exploiteren. Het plein komt in het verlengde te liggen van de bestaande WattHublocatie.
37
Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak/doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen Programma Afval Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst. Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2023 € 1.910.000 € 6.462.000 € 239.000
31 december 2024 € 2.353.000 € 5.748.000 € 443.000
Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 in gebruik genomen. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert ook als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. De SDE+ is een tijdelijke (15 jaar, tot 2033) subsidie en nodig om groene energieprojecten kostendekkend te exploiteren. Sinds de start van Avri Solar B.V. is alle jaren de SDE+ subsidie voor een deel of geheel uitgekeerd, met uitzondering van 2022. We verwachten dat voor 2025 weer 100% subsidie wordt toegekend. Begin 2023 is op verzoek van Liander met hen een congestiemanagement contract afgesloten. Bij congestiemanagement wordt Avri Solar B.V. gevraagd om bij dreigende overbelasting van het stroomnet de transportvraag tijdelijk aan te passen, tegen een financiële vergoeding. Hierdoor blijft het elektriciteitsnet betrouwbaar en veilig.
In 2024 werd ons zo’n honderdmaal door Liander gevraagd om ons park geheel of gedeeltelijk uit te zetten. In 2025 werd dat maar zesmaal gevraagd. Hierdoor missen we in 2025 de bonus van € 100.000 die aan deze regeling gekoppeld is. Eind 2025 is onze PPA (Power Purchase Agreement = stroomafnameovereenkomst) met Essent met een (laatste) jaar verlengd tegen lagere prijzen. Nieuwe, concurrerende aanbieders hebben vaak een groter park. Ons park levert minder vermogen en wordt daarom minder interessant voor de markt. Mede hierom blijven we overleggen met Betuwewind over de kansen en bedreigingen om van onze aparte aansluitingen en kabels één gezamenlijke netaansluiting te maken. Een Groeps Transport Overeenkomst (GTO) is binnen de nieuwe Energiewet 2026 mogelijk als samenwerkingsvorm. Daarnaast is het een optie om met een goede businesscase een grote stationaire batterij te kopen en exploiteren.
38
Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Openbaar belang Ook verzorgt BSR de uitvoering van de Wet Onroerende Zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het Bestuurlijk belang AB BSR. Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Omvang belang Avri Algemeen Bestuur. Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door Taak / doelstelling schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang gedurende het Geen begrotingsjaar Relatie met programma Programma Afval BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Deelnemende partijen Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Gorinchem. Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage aan BSR bedraagt volgens de 3e begrotingswijziging 2025 van begrotingsjaar BSR € 647.000.
31 december 2023 31 december 2024 Eigen vermogen € 325.000 € 363.000 Vermogen en resultaat Voorzieningen € 474.000 € 474.000 verbonden partij Overige passiva € 9.343.000 € 10.719.000 Exploitatieresultaat € -72.000 € -38.000 Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. Wettelijke- en marktontwikkelingen zorgen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van hogere personeelskosten door cao-indexeringen, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen.
39
Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex) Soort verbintenis Deelneming Gevestigd Tiel Openbaar belang Zie taak / doelstelling Bestuurlijk belang Deelnemer Avri is, samen met stichting 2Switch en Werkzaak Rivierenland deelnemer in de Omvang belang Avri Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex). Het voor en met haar leden opzetten en exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum, waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd, bewerkt en Taak / doelstelling verkocht in hoofdzakelijk de regio Rivierenland. Daarnaast levert Cirtex een bijdrage aan de maatschappelijke ondersteuning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Veranderingen in belang gedurende het Geen begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket Deelnemende partijen 2Switch, Werkzaak Financiën Financiële consequenties Avri heeft in 2023 een lening verstrekt van € 350.000 voor de financiering van de begrotingsjaar inrichting van het sorteercentrum. Hiervan is in 2025 € 70.000 terugbetaald. 31 december 2023 31 december 2024 Eigen vermogen € 54.601 € - 82.331 Vermogen en resultaat verbonden partij Vreemd vermogen € 595.615 € 637.477 Exploitatieresultaat € 54.601 € -136.932 Risico's Het financiële risico betreft de verstrekte lening (€ 350.000) waarvan € 70.000 is terugbetaald.
Werkzaak borgt tot de dekking/garantstelling van maximaal € 240.000 van het eventuele exploitatietekort, gedurende de vierjarige pilotperiode (2023-2026). Toelichting Cirtex is in januari 2022 opgericht als een sorteercentrum voor textiel in de regio Rivierenland. We willen textiel een tweede leven geven en streven naar het sluiten van een regionale textielketen. Om dit te bereiken werken we samen in een circulaire keten met meerdere partners om zo optimaal mogelijk hergebruik te realiseren. Hiervoor krijgen we ook subsidie vanuit de provincie (EFRO-subsidie Op Oost). Om textiel te sorteren naar de diverse kwaliteiten werken we samen met Werkzaak. In de periode 2023 t/m 2025 zijn er 137 medewerkers geplaatst waarvan er weer 28 zijn uitgestroomd naar regulier werk, 54 mensen zijn in dienst gebleven bij Cirtex, 13 terug naar productiehallen bij Werkzaak en 35 terug in de uitkering. De crisis in de textielmarkt had gevolgen voor de exploitatie, omdat de vergoeding halveerde. Het tekort wordt afgedekt door Werkzaak vanuit de brede maatschappelijke businesscase. De infrastructuur vult de huidige leemte in tussen beschut werken bij Werkzaak en reguliere werkgevers in de regio. Het resultaat bij Werkzaak is aanzienlijk meer dan het exploitatietekort bij Cirtex en daarmee is het maatschappelijk resultaat goed.
Cirtex vervult dus een belangrijke rol in de arbeidsmarktparticipatie van kwetsbare mensen in de samenleving. Eind 2025 zijn we gestart met de evaluatie. Die zal in 2026 het bestuurlijk proces doorlopen. Dan wordt besloten of Cirtex bestaansrecht heeft.
40
FINANCIËLE BEGROTING
41
16. TOTAALOVERZICHT BATEN EN LASTEN In dit hoofdstuk zijn de totale baten en lasten van Avri uiteengezet. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiën van de exploitatie van de diverse programma's. De totale baten en lasten per programma zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hierin zijn ook de reservemutaties gepresenteerd. Dit betreffen de mutaties van de reserves van Avri: Algemene Bedrijfsreserve, reserve Bedrijfsafval of reserve Integraal Beheer Openbare Ruimte. TOTAAL BATEN EN LASTEN (x €1.000) Lasten Programma Afval kosten overhead Programma Beheer Openbare Ruimte incl. Handhaving en Toezicht) kosten overhead Programma bedrijfsafval kosten overhead Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen kosten overhead Totaal lasten programma's
2026 *)
2027
2028
2029
2030
43.325 36.934 6.391 21.417 18.471 2.946 2.849 2.459 390 67.591
46.999 38.950 8.049 17.704 15.021 2.683 2.814 2.367 447 67.516
47.740 39.483 8.256 17.704 14.952 2.752 2.814 2.424 390 68.257
47.406 39.241 8.165 17.704 14.982 2.722 2.805 2.774 31 67.914
47.144 39.034 8.110 17.704 15.000 2.703 2.802 2.355 447 67.649
Baten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten programma's
44.525 21.417 2.865 68.807
46.999 17.704 2.833 67.536
47.739 17.704 2.833 68.277
47.406 17.704 2.833 67.943
47.144 17.704 2.833 67.681
Saldo van baten en lasten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal saldo van baten en lasten
1.200 16 1.216
-0 19 19
-0 19 19
0 28 28
-0 31 31
Mutatie reserves Voorziening Afval Reserve Bedrijfsafval Reserve Beheer Openbare Ruimte Algemene Bedrijfsreserve totaal mutatie reserves
1.200 16 1.216
19 19
19 19
28 28
0 31 31
-
0
0
0
0
Saldo baten en lasten na reserve mutaties * na begrotingswijziging
Tabel 25: Totaal baten en lasten per programma 2026-2030
42
17. UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE Inleiding De financiële positie bevat een raming voor het begrotingsjaar 2027 en de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. Voor die drie volgende jaren is het uitgangspunt van dat de opbrengsten en kosten gelijk blijven en er is geen indexering toegepast (systematiek van constante prijzen). Uitzondering hierop betreffen budgetten die als incidenteel moeten worden beschouwd. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: • De jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; • Post onvoorziene uitgaven; • De investeringen; • De financiering; • De stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; • De stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen. De uitgangspunten voor indexering zijn verwerkt volgens de kadernota 2027. Dat betekent dat salarissen met 4,2% zijn geïndexeerd en materiele budgetten met 2,4% tenzij er sprake is van contractuele afspraken; dan zijn marktconforme kostenstijgingen verwerkt. Exploitatie evenwicht baten en lasten De exploitatie van de diverse programma's van Avri is meerjarig structureel in evenwicht. Dit houdt in dat de structurele lasten zijn gedekt met structurele baten. In het programma Afval wordt het lastenniveau gedekt door de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen en de baten van de afvalstoffenheffing.
Hierbij geldt dat de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen jaarlijks fluctueert en dat de afvalstoffenheffing voor dekking van de lasten zorgt (als sluitpost). De inwoners van de Avri-gemeenten zijn wettelijk verplicht tot betaling van de afvalstoffenheffing. Een eventueel saldo tussen baten en lasten wordt verrekend met de voorziening Basispakket. In het programma IBOR zijn de diensten opgenomen die Avri tegen kostprijs aanbiedt aan de regiogemeenten. Het programma Bedrijfsafval betreft een commerciële activiteit. In de begroting zijn ook voor deze activiteit de lasten meerjarig afgedekt. Het exploitatieresultaat wordt afgestort naar de reserve Bedrijfsafval. Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Lokale overheden moeten in de begroting ingaan op de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Arbeidsrechtelijke verplichtingen zijn de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig en voormalig personeel. Ook de betalingen voor ww-uitkeringen vallen binnen de categorie van de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, aangezien Avri hiervoor eigen risicodrager is. Post onvoorziene uitgaven De artikelen 8 en 17 van het BBV schrijven voor dat de begroting inzicht verschaft in het opgenomen budget voor onvoorziene uitgaven.
De post onvoorzien kan aangewend worden ter dekking van onverwachte uitgaven in het begrotingsjaar die geen uitstel dulden. Avri heeft op begrotingsbasis een post onvoorziene uitgaven opgenomen van € 100.000. Incidentele baten en lasten In lijn met de BBV-notitie 'incidentele en structurele baten en lasten' worden in de begroting de grootste incidentele baten en lasten per programma uitgewerkt. Incidentele baten en lasten bedragen x € 1.000 Programma basispakket Programma pluspakket Programma bedrijfsafval Programma algemene baten en lasten Totaal
2026 Baten Lasten 1.200
2027 Baten Lasten
2028 Baten Lasten
2029 Baten Lasten
2030 Baten Laste
15
-50
69
-50
69
-50
78
81
-50
1.215
-50
69
-50
69
-50
78
81
-50
Tabel 26: Incidentele baten en lasten Programma Basispakket: Voor 2026 betreft dit de storting in de voorziening voor de overdracht van de Stortplaats. Met de overdracht van de Stortplaats aan de Provincie uiterlijk begin 2027 vervalt deze storting in de voorziening.
43
Programma Bedrijfsafval: Het resultaat van het programma Bedrijfsafval is toegevoegd aan de reserve Bedrijfsafval. In het kader van ombuigingen is besloten tot een jaarlijkse onttrekking van € 50.000 aan de reserve Bedrijfsafval ten gunste van het programma Afval. Investeringen en dekking kapitaallasten investeringen Om de activiteiten te kunnen uitvoeren en diensten te verlenen zijn investeringen in duurzame kapitaalgoederen nodig. Voor de investeringen voor 2027 wordt investeringskrediet aangevraagd. Die investeringen worden nader toegelicht. De investeringen vanaf 2028 zijn ter informatie opgenomen. Investeringskredieten Avri ( x € 1) Tractie/materieel basispakket Tractie/materieel Ibor Bedrijfs- & Minicontainers Brengvoorzieningen basispakket Informatievoorziening