CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Zaltbommel, De Wildeman III 19-03-2025 Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Wildeman III24.461 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

plansituatie (µg/m³)

verschil (µg/m³)

1. Van Heemstraweg-oost

8,9

8,9

0,0

2. Van Heemstraweg-oost

8,8

8,9

+0,1

3. Van Heemstraweg-oost

8,8

8,8

0,0

4. Van Heemstraweg-oost

8,6

8,7

+0,1

5. N322 Van Heemstraweg

9,0

9,0

0,0

6. N322 Van Heemstraweg

8,9

8,9

0,0

7. N322 Van Heemstraweg

8,7

8,7

0,0

8. Wildemanweg

8,9

8,9

0,0

9. Wildemanweg

9,0

9,0

0,0

8,8

n.v.t.

wegvak

10. nieuw

n.v.t.

Tabel 6.5: Jaargemiddelde fijn stof PM2,5

Uit de resultaten blijkt dat de concentraties langs de beschouwde wegvakken ruim onder de norm van 25 µg/m³ liggen. Als gevolg van de plannen neemt de concentratie fijn stof PM2,5 met ten hoogste 0,1 µg/m³ toe. Deze toename is berekend langs de Van Heemstraweg-oost (wegvak 2 en 4). Er is geen sprake van significante toenames van de concentratie.

Bedrijventerrein Wildeman III Zaltbommel - 29 augustus 2024

26

7. Resumé De gemeente Zaltbommel werkt aan de ontwikkeling van bedrijventerrein Wildeman III te Zaltbommel. Met het verkeersmodel zijn de gevolgen voor het wegverkeer op de omliggende wegen bepaald. Vervolgens is onderzoek uitgevoerd naar de verkeersafwikkeling, het verkeerskundig functioneren, het wegverkeersgeluid en de luchtkwaliteit langs wegen in de omgeving. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen samengevat. Verkeersafwikkeling Een viertal kruispunten rondom plangebied Wildeman III is onderzocht ten aanzien van de verkeersafwikkeling. Er worden geen knelpunten verwacht ten aanzien van de verkeersafwikkeling. De bevindingen zijn samengevat in tabel 6.1. Kruispunt

Verkeersafwikkeling

Rotonde Van Heemstraweg-oost – Wildemanweg

Voldoende capaciteit voor verkeersafwikkeling

VRI N322 Van Heemstraweg – Wildemanweg

Cyclustijd is acceptabel (<90 seconden); Voldoende opstelruimte voor wachtrij

Rotonde Van Heemstraweg-oost – N322 Van Heemstraweg

Voldoende capaciteit voor verkeersafwikkeling

Aansluiting Wildeman III – Van Heemstraweg-oost

Voldoende capaciteit voor verkeersafwikkeling

Tabel 6.1: Bevindingen verkeersafwikkeling per kruispunt Verkeerskundig functioneren De functie, de vormgeving en het toekomstig gebruik van de van Heemstraweg-Oost is grotendeels in balans. Wel zijn er enkele aandachtspunten. Een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom met een snelheidslimiet van 80 km per uur heeft bij voorkeur een minimale rijbaanbreedte van 7,0 meter. Met een rijbaanbreedte van 6,8 meter komt de van Heemstraweg-Oost 0,2 meter te kort. Daarnaast heeft de van Heemstraweg-Oost een matige oversteekbaarheid voor fietsers doordat de oversteek naar de Jannestraat geen middengeleider bevat. We adviseren daarom om een goede middengeleider aan te leggen voor deze fietsoversteek, zodat fietsers zich goed op kunnen stellen en in twee keer de weg over kunnen steken. Dit probleem doet zich ook al voor bij het huidige gebruik van de weg en wordt door de toename van verkeer urgenter. Met name wanneer de oversteek veel gebruikt wordt, bijvoorbeeld door scholieren, is het aan te raden deze te verbeteren. Voor de aansluiting van het bedrijventerrein op de van Heemstraweg-Oost moet rekening gehouden worden met het oprijzicht. Doordat er een bocht zit in de van Heemstraweg-Oost van en naar de rotonde op het kruispunt met de N322, kan verkeer pas na de bocht gezien worden.

De minimale afstand van de nieuwe aansluiting tot de bocht in de van Heemstraweg-Oost richting de rotonde moet 145 zijn. Hier moet rekening mee gehouden worden bij het kiezen van de locatie voor de aansluiting. De 145 meter is ook voldoende om ervoor te zorgen dat verkeer dat van en naar het bedrijventerrein rijdt niet geblokkeerd wordt door de wachtrij voor de rotonde van Heemstraweg-Oost – N322.

Bedrijventerrein Wildeman III Zaltbommel - 29 augustus 2024

27

Wegverkeersgeluid De geluidssituatie langs wegen rondom het plangebied is beschouwd. In geen geval is sprake van significante waarneembare toenames van de geluidisbelasting ten gevolge extra verkeer door de planontwikkeling. De geluidsbelasting langs het meest oostelijk deel van de Van Heemstraweg-oost neemt met circa 1 dB toe. Dergelijke toenames van de geluidsbelasting zijn niet waarneembaar voor het menselijk oor. Vanuit het oogpunt van geluid is het wenselijk om de nieuwe weg niet te dicht bij bestaande geluidsgevoelige bestemmingen te realiseren. Wanneer de plannen voor de ontsluiting verder uitgewerkt zijn en een ontwerp van de aansluiting op de Van Heemstraweg-oost beschikbaar is, dient naar verwachting (afhankelijk van de locatie en beoogde uitvoering van de aansluiting) een reconstructieonderzoek volgens de Wet geluidhinder te worden uitgevoerd vanwege de aanpassing van de Van Heemstraweg-oost. Luchtkwaliteit De concentraties langs wegen is getoetst aan de Rijksomgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. In geen geval is sprake van deze waarden. Zowel in de referentiesituatie als de plansituatie liggen de concentraties ruim onder de normen. Als gevolg van de plannen nemen de concentraties beperkt toe. In geen geval is sprake van concentratietoenames van meer dan 1,2 µg/m³.

Daarmee dragen de plannen niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de plannen.

Bedrijventerrein Wildeman III Zaltbommel - 29 augustus 2024

28

Goudappel BV werkt vanuit Amsterdam, Den Haag, Deventer, Eindhoven en Leeuwarden en via onze partners in het buitenland Snipperlingsdijk 4

Postbus 161

+31(0) 570 666 222

BTW NL 0072 11 879 B01

7417 BJ Deventer

7400 AD Deventer

info@goudappel.nl

KVK

Nederland

Nederland

Bedrijventerrein Wildeman III Zaltbommel - 29 32 augustus 2024 www.goudappel.nl IBAN NL09 INGB 0001 2746

3801 7479

29

bestemmingsplan Zaltbommel, De Wildeman III

Bijlage 5 Rapport geur

75

ONDERZOEK GEURHINDER VEEHOUDERIJEN DE WILDEMAN III ZALTBOMMEL

1

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T F E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel 20201325.v01 2 november 2020 Gemeente Zaltbommel

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

2

INHOUDSPGAVE 1.

INLEIDING ....................................................................................................................................... 4

1.1. 1.2.

Situatie ......................................................................................................................................... 4 Vraagstelling ................................................................................................................................ 5

2.

WETTELIJK KADER ...................................................................................................................... 6

2.1. 2.2. 2.3.

Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................... 6 Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten .......................................... 6 Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen ............................................................... 6

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN .............................................................................. 8

3.1. Uitgangspunten veehouderijen .................................................................................................... 8 3.2. Geuremissie en geurimmisie ....................................................................................................... 8 3.3. Verschillende beoordelingen ....................................................................................................... 8 3.3.1. Voorgrondbelasting.............................................................................................................. 8 3.3.2. Afstanden ............................................................................................................................. 9 3.3.3. Achtergrondbelasting ......................................................................................................... 10 3.4. 3.5. 3.6.

Geurbelasting versus geurhinder .............................................................................................. 10 Geurgevoelig object ................................................................................................................... 11 Bebouwde kom .......................................................................................................................... 12

4.

GEURBEREKENINGEN ............................................................................................................... 13

4.1. Afstanden ................................................................................................................................... 13 4.2. Voorgrondbelasting ................................................................................................................... 14 4.2.1. Ketelsteeg 19 ..................................................................................................................... 15 4.2.2. Schoofbandweg 6 .............................................................................................................. 17 4.2.3. Schoofbandweg 10 ............................................................................................................ 18 4.3. 4.4.

Achtergrondbelasting ................................................................................................................. 19 Beoordeling woon- en leefklimaat ............................................................................................. 21

5.

CONCLUSIE.................................................................................................................................. 22

BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE BIJLAGE

I. II. III. IV.

KAART AFSTANDEN ............................................................................................... 23 KAART VOORGRONDBELASTING ........................................................................ 24 KAART ACHTERGRONDBELASTING .................................................................... 25 VEEHOUDERIJGEGEVENS .................................................................................... 26

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

3

1.

INLEIDING

1.1.

Situatie

De gemeente Zaltbommel onderzoekt de mogelijkheden voor het planologisch mogelijk maken van het bedrijventerrein De Wildeman III. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.

Afbeelding 1. Plangebied

In de omgeving van het plangebied liggen enkele veehouderijen. In dit rapport wordt het onderzoek naar de ligging van de geur- en afstandscontouren en naar de overige geuraspecten voor de ruimtelijke ontwikkeling beschreven.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

4

1.2.

Vraagstelling

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: 1. Is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? 2. Worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Het onderzoek dat in dit kader is uitgevoerd beperkt zich tot geur afkomstig van veehouderijbedrijven. De meest recente milieuhygiënische inzichten liggen vast in de Wet geurhinder en veehouderij. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader toegelicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitgangspunten en achtergronden die in dit onderzoek worden gebruikt. De beoordeling van de geursituatie wordt beschreven in hoofdstuk 4. Ten slotte volgen in hoofdstuk 5 de conclusies.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

5

2.

WETTELIJK KADER

2.1.

Wet geurhinder en veehouderij

In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten. De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. Dit verspreidingsmodel geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Rgv. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Enkele begrippen uit de Wgv die relevant zijn en gebruikt worden in dit rapport, zijn nader toegelicht in hoofdstuk 3.

2.2.

Wijziging Activiteitenbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten

Op 1 januari 2013 is een grote wijziging van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling in werking getreden. Met de wijziging zijn meer veehouderijen onder de regels van het Activiteitenbesluit komen te vallen. Daarbij is onder meer de beoordeling van geur conform de Wet geurhinder en veehouderij (zoals toegelicht in hoofdstuk 3 van dit rapport) meegenomen. De toetsing aan middels geurverordeningen aangepaste geurnormen en afstanden geldt ook voor veehouderijen die onder de regels van het Activiteitenbesluit vallen.

2.3.

Ruimtelijke plannen en geurhinder van veehouderijen

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet worden gewaarborgd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat op plaatsen waar het vestigen van een (geur)gevoelig object mogelijk wordt gemaakt. Verder moet worden voorkomen dat bestaande veehouderijen onevenredig in hun belangen worden geschaad. Om de milieucontouren te bepalen moet worden uitgegaan van de ‘omgekeerde werking’ van de milieuregelgeving. In de bestemmingsplantoets wordt daartoe getoetst of ter plaatse van de te bestemmen geurgevoelige objecten voldaan wordt aan de eisen die de milieuregelgeving stelt. Voor het aspect geur van veehouderijen moet een toets op grond van de Wgv worden uitgevoerd. De geplande geurgevoelige objecten moeten zijn gelegen buiten de wettelijk geldende geur- en afstandscontouren van de aanwezige veehouderijen. Bij de toets moet worden uitgegaan van de omvang van de veestapel volgens de verleende vergunning of ingediende melding. Uit jurisprudentie1 blijkt dat voor de geurcontouren of aan te houden afstanden in principe moet worden uitgegaan van de randen van het bouwvlak. De rand van het bouwvlak wordt aangehouden omdat de veehouderij in principe het recht heeft om overal binnen het bouwvlak te bouwen. In sommige gevallen kan niet het volledige bouwvlak

1

ABRvS 201205174/1/R4, 22 januari 2014

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

6

worden benut, vanwege de ligging ten opzichte van reeds bestaande geurgevoelige objecten. In dergelijke gevallen wordt uitgegaan van het reëel te benutten bouwvlak. Alleen in het geval dat sprake is van een overbelaste situatie (in de betreffende richting), kan van deze werkwijze worden afgeweken. Van een overbelaste situatie is sprake als in de vergunde situatie niet wordt voldaan aan de geurnorm of afstand. In dat geval kan een veehouderij de ‘geurrechten’ in de betreffende richting niet anders gebruiken dan in de vergunde situatie het geval is (het gaat daarbij om stallen en emissiepunten). Voor het bepalen van de geur- en afstandscontouren kan dan worden uitgegaan van de ligging van de vergunde stallen en emissiepunten. Hiermee wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een bestaande veehouderij niet onevenredig in haar belangen mag worden geschaad. Deze werkwijze staat ook beschreven in de Handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij. Een te bestemmen geurgevoelig object moet buiten de wettelijk geldende geurcontouren van de omliggende veehouderijen liggen, om niet blootgesteld te worden aan te veel geurhinder. Bij veehouderijen met dieren waarvoor afstanden gelden moet het nieuwbouwplan buiten de wettelijk geldende minimale afstand plaatsvinden.

Binnen de geur- en afstandscontouren rondom de (bouwvlakken van de) veehouderijen, is geen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit houdt in dat binnen deze contouren geen nieuwe bestemming mag worden vastgelegd, die het realiseren van geurgevoelige objecten mogelijk maakt. Op die manier wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gewaarborgd en wordt voorkomen dat het veehouderijbedrijf in haar mogelijke ontwikkeling belemmerd wordt. Het woon- en leefklimaat in een gebied wordt behalve door de geurbelasting per veehouderij (voorgrondbelasting) ook bepaald door de achtergrondbelasting, de geurbelasting ten gevolge van alle veehouderijen samen. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de geurbelasting en geurhinder in een specifiek gebied acceptabel zijn.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

7

3.

UITGANGSPUNTEN EN ACHTERGRONDEN

3.1.

Uitgangspunten veehouderijen

Het onderzoek naar de geursituatie gaat uit van de aanwezige veehouderijen en de bestaande geurgevoelige objecten. In het onderzoek wordt zowel de vergunde geursituatie als de worst-case geursituatie beschouwd. De geurbelasting wordt bepaald op grond van geurberekeningen voor de voor- en achtergrondbelasting. Aan de hand hiervan kan ook het woon- en leefklimaat bepaald worden. Voor de huidige situatie worden de vergunde of gemelde bedrijfssituaties gehanteerd. In de worst-case situatie wordt aangehouden dat alle bestaande bebouwing wordt afgebroken en zodanig wordt teruggebouwd dat de geur- en afstandscontouren zo veel mogelijk richting het te bestemmen geurgevoelige object komen te liggen.

3.2.

Geuremissie en geurimmisie

De geuremissies worden uitgedrukt in Europese odour units (Europese geureenheden) per tijdseenheid: ouE/s. Deze geuremissies zijn bepaald op basis van metingen aan de geurconcentraties uit stallen. De emissiefactoren per dier staan weergegeven in bijlage 1 van de Rgv. De geurbelastingen (geurimissies) worden uitgedrukt in odour units per kubieke meter lucht: ouE/m3. Hiermee wordt het 98-percentiel van de geurconcentratie bedoeld. Dat is de geurconcentratie, berekend met een verspreidingsmodel, welke gedurende 2 procent van een jaar wordt overschreden.

3.3.

Verschillende beoordelingen

3.3.1.

Voorgrondbelasting

Met behulp van verspreidingsmodellen kan de geurbelasting vanuit dierenverblijven op geurgevoelige objecten worden berekend. De geurbelasting van een individuele veehouderij wordt ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. De maximaal toegestane geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten is afhankelijk van de ligging (concentratiegebied of geen concentratiegebied en binnen of buiten de bebouwde kom). De standaardnormen uit de Wgv zijn in tabel 1 opgenomen. Tabel 1. Geurnormen volgens de Wet geurhinder en veehouderij Binnen bebouwde kom Ligging geurgevoelig object2* Concentratiegebied 3 ouE/m3 Geen concentratiegebied 2 ouE/m3 * de gemeente Zaltbommel ligt niet in een concentratiegebied.

2

Buiten bebouwde kom 14 ouE/m3 8 ouE/m3

gebied als aangegeven in bijlage I bij de Meststoffenwet

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

8

De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Zaltbommel in haar geurverordening d.d. 1 oktober 2012 aangepaste geurnormen heeft vastgesteld. Daarom zijn de standaard geurnormen uit tabel 1 van toepassing. Bij het beoordelen van vergunningaanvragen is voor het bepalen van de geurbelasting het gebruik van het verspreidingsmodel V-Stacks Vergunning 2010 voorgeschreven. Hiermee kan op vooraf ingegeven locaties de geurbelasting worden berekend. Om een goed beeld van de geurbelasting te verkrijgen is het wenselijk om geurcontouren te kunnen berekenen en tekenen. Dit is mogelijk met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De berekende waarden voor de geurbelasting zijn bij beide verspreidingsmodellen gelijk (sinds versie 2010). Hiertoe moeten alle parameters, inclusief de rekennauwkeurigheid (20%) en ruwheid in V-Stacks Gebied gelijk worden gesteld aan de parameters in V-Stacks Vergunning.

3.3.2.

Afstanden

Naast geurnormen stelt de Wgv ook eisen aan de (vaste) afstanden van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. De afstanden gelden voor dieren waarvoor in de Rgv geen omrekeningsfactoren zijn vastgesteld, zoals melkrundvee, vrouwelijk jongvee en paarden. De minimaal aan te houden afstand bedraagt 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Deze afstanden gelden ongeacht het aantal dieren dat er gehouden wordt en worden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van een stal waarin de betreffende dieren worden gehouden. De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaard afstandseisen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de gemeente Zaltbommel in haar geurverordening d.d. 1 oktober 2012 aangepaste afstanden heeft vastgesteld. Daarom zijn de bovengenoemde standaard afstanden van toepassing. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf (onafhankelijk van de diersoort die er gehouden wordt) minimaal 25 meter bedragen tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter bedragen tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom (gevel-gevel afstand). De bedrijfswoning die tot dezelfde veehouderij behoort wordt overigens niet aangemerkt als geurgevoelig object.

Ten slotte geldt voor een geurgevoelig object dat deel uitmaakt van een veehouderij een afstand van 50 meter als deze is gelegen buiten de bebouwde kom en een afstand van 100 meter als deze is gelegen binnen de bebouwde kom. Voor geurgevoelige objecten die deel uitmaken van een veehouderij wordt dus niet getoetst aan de normen voor de voorgrondbelasting, zoals weergegeven in paragraaf 3.3.1.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

9

3.3.3.

Achtergrondbelasting

De normen op grond van de Wgv gelden voor de geurbelasting van een individuele veehouderij. De (hoogste) geurbelasting van een individuele veehouderij op een geurgevoelig object wordt ook wel ‘voorgrondbelasting’ genoemd. De geurbelasting van alle veehouderijen samen op enige locatie wordt ‘achtergrondbelasting’ genoemd. Dit is vergelijkbaar met het begrip cumulatieve stankhinder uit de ‘stankrichtlijnen’. Het verschil tussen voorgrondbelasting en achtergrondbelasting wordt toegelicht in de op afbeelding 2.

Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting 3 ouE/m3 11 ouE/m3

4 ouE/m3 6 ouE/m

3

Afbeelding 2. Voorgrondbelasting versus achtergrondbelasting

De Wgv kent geen normen voor de achtergrondbelasting of de mogelijkheid dergelijke normen te stellen. De achtergrondbelasting die optreedt of op kan treden is dan ook een gevolg van de aanwezige veehouderijen en de individuele geurbelasting. De gemeenteraad beoordeelt of de milieukwaliteit (de mate van geurhinder) die behoort bij een bepaalde achtergrondbelasting acceptabel is en of deze past binnen de doelstellingen voor een gebied.

3.4.

Geurbelasting versus geurhinder

In de Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij is beschreven hoe kan worden bepaald hoeveel geurhinder kan worden verwacht in een gebied, gelet op de geurbelasting die daar is berekend. Op grond van de berekende geurbelastingen wordt met behulp van de tabellen A (achtergrondbelasting) en B (voorgrondbelasting) uit bijlage 6 van de Handreiking de te verwachten geurhinderpercentages bepaald. Het hoogste geurhinderpercentage (voorgrondbelasting of achtergrondbelasting) is maatgevend voor de geursituatie. Deze percentages zijn bedoeld om een vertaalslag te maken tussen de waarden voor de geurbelasting en de milieukwaliteit. De percentages zijn afkomstig uit het ‘Geuronderzoek stallen intensieve veehouderij’ (PRA Odournet, 2001). De geursituatie wordt beschreven in termen van milieukwaliteit, onderverdeeld in acht categorieën van ‘zeer goed’ tot ‘extreem

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

10

slecht’. Deze termen zijn afkomstig uit de ‘GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002)’. Dit is beschreven in bijlage 7 van de Handreiking. Een overzicht van de geurbelasting in relatie tot de geurhinderpercentages en de milieukwaliteit is te zien in tabel 2. Tabel 2. Woon- en leefklimaat versus geurgehinderden versus geurbelasting Milieukwaliteit Geurgehinderden Voorgrondbelasting* Achtergrondbelasting* Zeer goed 0–5% 0 – 0,7 ouE/m3 0 – 1,5 ouE/m3 Goed 5 – 10 % 0,7 – 1,8 ouE/m3 1,5 – 3,5 ouE/m3 Redelijk goed 10 – 15 % 1,8 – 3 ouE/m3 3,5 – 6,5 ouE/m3 Matig 15 – 20 % 3 – 4,5 ouE/m3 6,5 – 10 ouE/m3 3 Tamelijk slecht 20 – 25 % 4,5 – 6,5 ouE/m 10 – 14 ouE/m3 3 Slecht 25 – 30 % 6,5 – 8,5 ouE/m 14 – 19 ouE/m3 3 Zeer slecht 30 – 35 % 8,5 – 11,3 ouE/m 19 – 25 ouE/m3 3 Extreem slecht 35 – 40 % 11,3 – 14,7 ouE/m 25 – 32 ouE/m3 * deze waarden gelden alleen voor concentratiegebieden, voor niet-concentratiegebieden bestaan andere waarden. De gemeente Zaltbommel ligt niet in een concentratiegebied.

De omschrijving van de milieukwaliteit kan niet op zichzelf worden gezien. De beleving van deze aanduidingen sluit het beste aan bij woongebieden. Ook dan is er in de beleving van geur een hele stap tussen de twee opeenvolgende categorieën, zoals ‘redelijk goed’ en ‘matig’. Het verschil in geur tussen twee klassen kan nabij de grens daartussen (op korte afstand) niet worden waargenomen. Het ‘gat’ bestaat alleen tekstueel, omdat de geurbelastingen en hinderpercentages op elkaar aansluiten.

3.5.

Geurgevoelig object

Een geurgevoelig object is in de Wgv gedefinieerd als: 'gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt'. Alleen een gebouw kan een geurgevoelig object zijn. Duidelijk is dat een woning een geurgevoelig object is, mits deze een positieve planologische bestemming heeft en feitelijk geschikt is en gebruikt wordt om in te wonen. Of een ander gebouw (niet zijnde een woning), bijvoorbeeld een bedrijfsgebouw een geurgevoelig object is moet worden beoordeeld aan de hand van de criteria die in de definitie verder zijn opgenomen. Het gebouw is bestemd voor menselijk verblijf. Gezien de toelichting op de Wgv betekent dit dat de locatie volgens een geschikte planologische bestemming een functie moet hebben voor menselijk verblijf. In een kantoorgebouw, werkruimte of expeditieruimte kunnen zich mensen ophouden. Het gebouw is blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk verblijf. Het gebouw moet zodanig zijn (aard, indeling en inrichting) dat het feitelijk gezien ook mogelijk is om in het gebouw te verblijven. Als aan het voorgaande wordt voldaan zal dit in de praktijk normaliter ook het geval zijn.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

11

Het gebouw wordt daarvoor (menselijk verblijf) permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, gebruikt. Onduidelijk is wat onder permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik wordt verstaan. Waar de grens ligt in de mate van gebruik zal uit de jurisprudentie moeten blijken. Gelet op de definitie wordt er van uitgegaan dat gebouwen, waarin zich gedurende langere tijd, vrijwel dagelijks (meerdere) mensen verblijven (in dit geval werken) aangemerkt worden als geurgevoelig object. Dit wordt bevestigd in jurisprudentie (onder andere ABRvS 200709155/1 van 24 december 2008, ABRvS 200801961/1 van 11 maart 2009, ABRvS 200902795/5/R3 van 14 oktober 2009 en ABRvS 201202274/1/A1 van 10 oktober 2012). Het plan voorziet in de realisatie van geurgevoelig objecten.

3.6.

Bebouwde kom

Het begrip bebouwde kom is in de Wgv niet gedefinieerd, evenmin als in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Wro). In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel van de Wgv is aangegeven dat de grens van de bebouwde kom ‘niet wordt bepaald door de Wegenverkeerswetgeving, maar evenals in de ruimtelijke ordening door de aard van de omgeving’. Binnen een bebouwde kom is de op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Als bebouwde kom wordt beschouwd: ‘het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft’ en waarin (dus) veel mensen per oppervlakte-eenheid daadwerkelijk wonen of verblijven. InfoMil concludeert in haar handleiding behorend bij de Wgv dat het voor de hand ligt om voor de grenzen van de bebouwde kom aan te sluiten bij wat in de ruimtelijke ordening (het plaatselijke bestemmingsplan) daaronder wordt verstaan. Of een bepaalde omgeving een bebouwde kom is zal per geval moeten worden bepaald. Zoals gezegd is dit niet eenduidig gedefinieerd. De volgende zaken spelen in deze afweging en rol: - dichtheid bebouwing; - aard en structuur van de omgeving en bebouwing; - planologische karakter. Mogelijk dat ook de historische situatie een rol speelt.

Voor woningen gaan wij uit van een bebouwde kom, als deze in een woonwijk of woongebied zijn gelegen, waarbij de erven aan meerdere zijden aan elkaar aansluiten. Woningen die geconcentreerd zijn gelegen in een op zichzelf staande lintbebouwing beschouwen wij niet als bebouwde kom. Deze opvatting sluit aan bij de jurisprudentie over het begrip bebouwde kom zoals dat werd gehanteerd in de brochure veehouderij en Hinderwet (één van de 'stankrichtlijnen') en in de Stankwet. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een bebouwde kom in termen van de Wgv. Dit is afgewogen in het geuronderzoek bij het bestemmingsplan ‘Zaltbommel, De Wildeman II’, vastgesteld op 16 november 2017. Die afweging geldt nog altijd, er is geen nieuwere jurisprudentie die leidt tot andere inzichten voor deze situatie.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

12

4.

GEURBEREKENINGEN

In de omgeving van het plangebied liggen veehouderijen. Deze veehouderijen en de totale geuremissies zijn aangegeven op afbeelding 3.

Afbeelding 3. Veehouderijen en geuremissies

4.1.

Afstanden

In paragraaf 3.3.2 is toegelicht dat voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld een afstand van (maximaal) 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Op afbeelding 4 en op de kaart in bijlage I is de afstandscontour van 50 meter (en voor het inzicht 100 meter) rondom de bouwvlakken van de veehouderijen weergegeven.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

13

Afbeelding 4. Afstanden

Het plangebied ligt buiten de afstandscontour van 100 (en 50) meter rondom de bouwvlakken van veehouderijen. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van de veehouderijen worden niet geschaad. Hierbij is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden van de veehouderijen.

4.2.

Voorgrondbelasting

Gelet op de totale geuremissie en de afstand tot het plangebied zijn de veehouderijen aan Ketelsteeg 19, Schoofbandweg 6 en Schoofbandweg 10 maatgevend voor de voorgrondbelasting. De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II. In de komende paragrafen is toegelicht hoe de geurcontouren zijn berekend.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

14

Afbeelding 5. Geurcontouren

4.2.1.

Ketelsteeg 19

De veehouderij aan de Ketelsteeg 19 heeft een vergunning d.d. 13 november 2013 voor een rundveehouderij op dat adres. De vergunde veebezetting is als volgt: - 32 melkkoeien, overige huisvesting, A1.100; - 48 stuks vrouwelijk jongvee, overige huisvesting, A3.100; - 710 vleeskalveren, overige huisvesting, A4.100. Voor vleesvee zijn in de Rgv geuremissiefactoren vastgesteld. Daarom zijn voor deze veehouderij de geurcontouren berekend. Op basis van de vergunning en de milieutekening zijn de parameters voor de geurberekening bepaald. De parameters die zijn gebruikt voor de geurberekening zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3. Parameters geurberekening Ketelsteeg 19, vergunde situatie X Y Emissiepunt Gebouw Emissiepunt coördinaat coördinaat hoogte hoogte (m) (m) (m) (m) Stal C 147 908 423 852 6,5 6,0

Emissiepunt diameter (m) 0,50

Uittree snelheid (m/s) 4,00

Geur emissie (ouE/s) 10.253

Stal D+E

147 903

423 871

6,5

6,0

0,50

4,00

2.706

Stal F

147 930

423 851

6,5

6,0

0,50

4,00

2.706

Stal J

147 918

423 905

1,5

1,5

0,50

0,40

1.709

Stal L

147 954

423 879

1,5

1,5

0,50

0,40

1.495

Stal M

147 943

423 900

1,5

1,5

0,50

0,40

6.408

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

15

De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks Gebied. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat dat rekenprogramma dezelfde geurbelastingen berekent als het rekenprogramma V-Stacks Vergunning, bij toepassing van de juiste rekeninstellingen. De rekeninstellingen zijn als volgt:

De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II. De veehouderij is in de richting van het plangebied overbelast op bestaande geurgevoelige objecten, namelijk de woningen aan de Ketelsteeg 18 en Ketelsteeg 20. De geurnorm ter plaatse van deze woningen bedraagt 8 ouE/m3 (want de woningen liggen buiten een gebied waarvoor de gemeente Maasdriel in haar geurverordening d.d. 3 maart 2011 aangepaste geurnormen heeft vastgesteld). De veehouderij heeft daarom geen mogelijkheden meer om in geurimmissie te groeien in de richting van het plangebied. Er is geen situatie denkbaar dat de geurbelasting op de woningen aan de Ketelsteeg 18 en Ketelsteeg 20 afneemt én de geurcontour van 8 ouE/m3 het plangebied bereikt. De vergunde situatie vormt ook de worstcase situatie. Het plangebied (waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 geldt) ligt buiten de geurcontour van 8 ouE/m3. De hoogst berekende geurbelasting op de rand van het plangebied bedraagt ongeveer 4,7 ouE/m3.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

16

4.2.2.

Schoofbandweg 6

De veehouderij aan de Schoofbandweg 6 heeft een vergunning d.d. 18 april 2008 voor een rundveehouderij op dat adres. De vergunde veebezetting is als volgt: - 3 stuks vrouwelijk jongvee, overige huisvesting, A3.100; - 40 vleesstieren, overige huisvesting, A6.100; - 1 fokstier, overige huisvesting, A7.100. Voor vleesvee zijn in de Rgv geuremissiefactoren vastgesteld. Daarom zijn voor deze veehouderij de geurcontouren berekend. De geurcontouren zijn berekend in een worst-case situatie, aangezien de veehouderij in de richting van het plangebied niet overbelast is op bestaande geurgevoelige objecten. In de worst-case situatie wordt uitgegaan van een emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied. De parameters die zijn gebruikt voor de worst-case geurberekening zijn weergegeven in tabel 4. Naast de ligging van het emissiepunt is ook voor de overige parameters uitgegaan van een worst-case situatie (parameters behorend bij natuurlijke ventilatie). Tabel 4. Parameters geurberekening Schoofbandweg 6, worst-case situatie X Y Emissiepunt Gebouw Emissiepunt coördinaat coördinaat hoogte hoogte (m) (m) (m) (m) 147 963 423 072 1,5 1,5 Rand bouwvlak

Emissiepunt diameter (m) 0,50

Uittree snelheid (m/s) 0,40

Geur emissie (ouE/s) 1.424

De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks Gebied. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat dat rekenprogramma dezelfde geurbelastingen berekent als het rekenprogramma V-Stacks Vergunning, bij toepassing van de juiste rekeninstellingen. De rekeninstellingen zijn als volgt:

De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

17

Het plangebied (waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 geldt) ligt buiten de geurcontour van 8 ouE/m3. De hoogst berekende geurbelasting op de rand van het plangebied bedraagt ongeveer 0,5 ouE/m3.

4.2.3.

Schoofbandweg 10

De veehouderij aan de Schoofbandweg 10 heeft een vergunning d.d. 4 juni 2007 voor een varkenshouderij op dat adres. De vergunde veebezetting is als volgt: - 14 schapen, overige huisvesting, B1.100, geurfactor 7,8; - 504 gespeende biggen, koeldeksysteem 150%, D1.1.11, geurfactor 5,4; - 209 gespeende biggen, overige huisvesting, D1.1.100, geurfactor 7,8; - 40 kraamzeugen, overige huisvesting, D1.2.100, geurfactor 27,9; - 50 guste- en dragende zeugen, overige huisvesting individueel, D1.3.101, geurfactor 18,7; - 1 dekbeer, overige huisvesting, D2.100, geurfactor 18,7; - 200 vleesvarkens, koeldeksysteem 200%, D3.2.6.1.1, geurfactor 17,9; - 512 vleesvarkens, overige huisvesting, D3.100, geurfactor 23,0; - 1 paard, overige huisvesting, K1.100, geurfactor 0. Voor varkens en schapen zijn in de Rgv geuremissiefactoren vastgesteld. Daarom zijn voor deze veehouderij de geurcontouren berekend. De geurcontouren zijn berekend in een worstcase situatie, aangezien de veehouderij in de richting van het plangebied niet overbelast is op bestaande geurgevoelige objecten. In de worst-case situatie wordt uitgegaan van een emissiepunt op de rand van het bouwvlak, zo ver mogelijk in de richting van het plangebied. De parameters die zijn gebruikt voor de worst-case geurberekening zijn weergegeven in tabel 5.

Naast de ligging van het emissiepunt is ook voor de overige parameters uitgegaan van een worst-case situatie (parameters behorend bij natuurlijke ventilatie). Tabel 5. Parameters geurberekening Schoofbandweg 10, worst-case situatie X Y Emissiepunt Gebouw Emissiepunt Emissiepunt coördinaat coördinaat hoogte hoogte diameter (m) (m) (m) (m) (m) 147 660 423 000 1,5 1,5 0,50 Hoek bouwvlak

Uittree snelheid (m/s) 0,40

Geur emissie (ouE/s) 18.774

De geurcontouren zijn berekend met het rekenprogramma V-Stacks Gebied. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat dat rekenprogramma dezelfde geurbelastingen berekent als het rekenprogramma V-Stacks Vergunning, bij toepassing van de juiste rekeninstellingen. De rekeninstellingen zijn als volgt:

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

18

De geurcontouren zijn weergegeven op afbeelding 5 en op de kaart in bijlage II. Het plangebied (waarvoor een geurnorm van 8 ouE/m3 geldt) ligt buiten de geurcontour van 8 ouE/m3. De hoogst berekende geurbelasting op de rand van het plangebied bedraagt ongeveer 5,6 ouE/m3.

4.3.

Achtergrondbelasting

De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen (zie paragraaf 3.3.3). De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van Web-BVB van de provincie Noord-Brabant3 zijn de relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige (algemene) parameters voor de geurberekeningen bepaald. De gegevens zijn opgenomen in bijlage IV. De achtergrondbelasting is berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks Gebied. De rekeninstellingen zijn als volgt:

3

https://bvb.brabant.nl/webbvb, export 13 oktober 2020

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

19

De achtergrondbelasting is weergegeven op afbeelding 6 en op de kaart in bijlage III. De achtergrondbelasting is weergegeven in verschillende klassen van het woon- en leefklimaat (zie tabel 2 paragraaf 3.4).

Afbeelding 6. Achtergrondbelasting

De hoogst berekende geurbelasting op een bouwvlak binnen het plangebied bedraagt ongeveer 6,5 ouE/m3.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

20

4.4.

Beoordeling woon- en leefklimaat

Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van het hoogst belaste punt op de rand van een bouwvlak binnen het plangebied: - ruimschoots wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter; - de voorgrondbelasting op zijn hoogst ongeveer 5,6 ouE/m3 bedraagt; - de achtergrondbelasting op zijn hoogst ongeveer 6,5 ouE/m3 bedraagt. Omdat veehouderijen op grote afstand van het plangebied zijn gelegen (meer dan 50 en 100 meter) kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De hoogst berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 5,6 m3. In paragraaf 3.3.1 is toegelicht dat de geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 8,0 ouE/m3 bedraagt. Aan deze geurnorm wordt ruimschoots voldaan.. De hoogst berekende waarde voor de achtergrondbelasting van 6,5 ouE/m3 komt overeen met een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat, zie tabel 2 in paragraaf 3.4. In die tabel is ook te zien dat bij een individuele geurbelasting (voorgrondbelasting) van 8,0 ouE/m3 (de geurnorm) een ‘slecht’ woon- en verblijfsklimaat hoort. Dit woon- en verblijfsklimaat wordt op grond van de Wgv aanvaardbaar geacht voor geurgevoelige objecten buiten een bebouwde kom. Het woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van de achtergrondbelasting is daarom beter dan het woon- en verblijfsklimaat dat op grond van de Wgv aanvaardbaar wordt geacht.

De achtergrondbelasting vormt geen belemmering voor het plan.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

21

5.

CONCLUSIE

In dit onderzoek is de geur van veehouderijen ten aanzien van het plangebied De Wildeman III in Zaltbommel onderzocht. In deze conclusie wordt antwoord gegeven op de onderzoeksvragen, zoals gesteld in paragraaf 1.2. In paragraaf 4.4 van dit rapport is toegelicht dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Hierbij is rekening gehouden met de afstandseisen, de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. In paragrafen 4.1 en 4.2 is uitgegaan is toegelicht dat uitgegaan is van worst-case geur- en afstandscontouren. De belangen van de veehouderijen worden door deze ontwikkeling niet geschaad.

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

22

BIJLAGE

I. KAART AFSTANDEN

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

23

Bijlage I - Afstanden

bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online

Schaal 1 : 8.000

2 november 2020

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

BIJLAGE

II. KAART VOORGRONDBELASTING

Onderzoek geurhinder veehouderijen De Wildeman III Zaltbommel Datum: 2 november 2020 ; Referentie: 20201325.v01

24

Bijlage II - Voorgrondbelasting

bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online

Schaal 1 : 8.000

2 november 2020

De Roever Omgevingsadvies • www.deroever.nl • 073 - 594 10 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15455811/1