Biodiversiteitsplan Zaltbommel Final 20231126
Tekst van het document
De graslanden en uiterwaarden in de Bommelerwaard vormen belangrijke ‘’eilanden’’ waarbinnen bestuivende insecten eitjes leggen, schuilen en foerageren. Aan deze drie aspecten kan extra aandacht worden besteed door de aanleg van mantel- zoomvegetaties, natuurvriendelijke oevers, houtwallen, steilranden, stobbenwallen en kruidenrijke graslanden.
Figuur 4.3 | Biotoop ‘natuurgebied’ binnen de gemeente Zaltbommel waar maatregelen voor de gidssoorten worden uitgevoerd.
32
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Bosranden Binnen enkele natuurgebieden kan in samenwerking met terreinbeherende organisaties naar mogelijkheden worden gezocht om meer mantel-zoomvegetatie aan te leggen. Dit is een natuurlijke overgangssituatie van bos naar grasland, waarbij de mantel uit struiken of lagen bomen bestaat en de zoom bestaat uit een minder intensief gemaaide strook ruigtekruiden. Deze biodiverse bosrand biedt schuil-, voedsel- en nestmogelijkheden voor allerlei diersoorten. Indien er gebrek aan ruimte is, kan de mantelvegetatie ook worden vervangen door een smallere stobbenwal.
Afbeelding 4.19 | Een mantel- zoomvegetatie (Bron: Viridis).
Afbeelding 4.20 | Een nabootsing van een mantel- zoomvegetatie waarbij de struikzone is vervangen door een stobbenwal (Bron: Viridis).
Aquatische maatregelen Wij willen samen met terreinbeheerders, werkgroepen en waterschappen het aquatisch habitat of waterbiotopen binnen natuurgebieden te verbeteren door de aanleg van natuurvriendelijke oevers en amfibieënpoelen. Deze twee maatregelen bieden geschikte, plantenrijke locaties voor de eiafzet van de kamsalamander en diverse andere waterdieren. Aanvullend is de aanleg van natuurvriendelijke oevers en stobbenwallen rondom poelen een goede maatregel zodat amfibieën hierin kunnen schuilen of overwinteren. Speciaal voor de grote modderkruiper en ander onderwaterleven kan dood (wilgen)hout in het water worden geplaatst als schuil- en foerageermogelijkheid. Aanvullend kan het waterpeil worden aangepast ten behoeve van de grote modderkruiper. Dat wil zeggen: hoog in de winter en laag in de zomer.
33
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Afbeelding 4.21 | Een amfibieënpoel met daaromheen schuilmogelijkheden voor de kamsalamander (Bron: Viridis).
Afbeelding 4.22 | Dood hout in water (Bron: Ark Natuurontwikkeling).
Aanvullingen natuurbeheer Aanvullende natuurbeheermaatregelen die kunnen bijdragen aan de biodiversiteit zijn het zoveel mogelijk behouden van klimop en dood hout in bosschages en in jonge bossen door bijvoorbeeld bomen te ringen. Natuurbeheer is een grote uitdaging binnen Nederland, daarom willen we terreinbeheerders hierbij ondersteunen. In samenwerking met terreinbeherende organisaties streven wij naar een op elkaar aansluitend, natuurvriendelijk, gefaseerd maai- en baggerbeheer op het juiste tijdstip en de juiste plek.
34
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Afwisselend halfopen landschap Binnen enkele natuurgebieden met een open landschap, zoals de uiterwaarden, zoeken we naar kansen voor de aanleg van lijnvormige groenstructuren als schuilmogelijkheden, nestgelegenheid en vliegroutes (voor vleermuizen). Denk aan landschapselementen als takkenrillen, stobbenwallen, patrijzenhagen, houtwallen en bomenrijen. Hierbij houden we rekening met weidevogels door bovenstaande elementen niet langs weidevogelgebieden aan te leggen.
Afbeelding 4.23 | Stobbenwal in een natuurgebied (Bron: Viridis).
Nestkasten Binnen onze gemeente zijn door de uilenwerkgroep en natuurbeheerders al op diverse locaties nestkasten voor de kerkuil en steenuil geplaatst in natuurgebieden met uiterwaarden of kruidenrijke graslanden. In samenwerking met deze partijen gaan we zoek naar aanvullende locaties óf kijken we hoe we de functionele leefomgeving rondom bestaande nestkasten kunnen verbeteren. Daarnaast willen we kijken of we hommelkasten en steilranden kunnen plaatsen/realiseren nabij kruidenrijke vegetaties op rustige locaties. Ook kunnen in bosschages afwisselend bolle en platte vleermuiskasten worden opgehangen als zomer- of paarverblijfplaats voor vleermuizen als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, franjestaart en gewone grootoorvleermuis.
Afbeelding 4.24| Steenuilenkast in een natuurgebied (Bron: Viridis).
35
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
4.5 Bedrijventerreinen en kassengebied Binnen de Bommelerwaard liggen verscheidene kassen- en bedrijventerreinen, of braakliggende terreinen waar kansen liggen om de biodiversiteit te versterken. Dit klinkt misschien tegenstrijdig omdat de aanleg van een bedrijventerrein of kas niet gepaard gaat met een toename aan biodiversiteit, maar met behulp van het eerder genoemde puntensysteem (Bijlage C) kunnen we voor nieuwe bedrijventerreinen meer kansen pakken voor een natuurinclusieve ontwikkeling op gebouwniveau, het bedrijventerrein zelf en de landschappelijke inpassing. Maar ook voor bestaande bedrijventerreinen zijn er nog volop kansen. Zo wordt in de bedrijventerreinen van Wildeman al ingezet op vergroening via het project Pluktuin en Waterrijk en willen we dit graag verbreden naar andere bedrijventerreinen. Dat geldt ook voor de kassengebieden in onze gemeente. Hiervoor zijn stroken landschappelijke inpassing gerealiseerd waarvan de biodiversiteit versterkt kan worden en waarvoor ook een verkennende pilot heeft plaatsgevonden. Dit willen we graag verder met de tuinders oppakken.
Afbeelding 4.25 | Gidssoorten Bedrijventerreinen en kassengebied.
De onderstaande maatregelen hebben betrekking tot de gidssoorten in bedrijventerreinen en het kassengebied: Voor de buizerd, boomvalk, roek, ekster en zwarte kraai kunnen boom- of struikenrijen worden aangeplant om in te nestelen. Waar de ruimte dat toelaat, kunnen voor deze soorten ruige overhoekjes met vegetatie worden gerealiseerd (of behouden) en natuurvriendelijke oevers (voor bijv. de boomvalk) worden aangelegd. Bij de aanleg van een bedrijventerrein kunnen ook nestplaatsen worden ingebouwd voor de gierzwaluw en huismus. Van belang is dat hierbij ook aandacht is voor de aanleg van een geschikte leefomgeving om te schuilen of foerageren. Het vergroenen van bedrijventerreinen en kassengebieden biedt foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen. Deze twee aspecten kunnen worden gerealiseerd door bomenrijen aan te planten, kruidenrijke randen in te zaaien en gefaseerd te maaien. Ook kunnen verblijfplaatsen voor vleermuizen gerealiseerd.
36
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Met voldoende hoge vegetatie en schuilmogelijkheden kunnen bedrijventerreinen en kassengebieden een goede verbinding of geschikt leefgebied vormen voor kleine marters. Door ecologisch maaibeheer en de aanleg van bomenrijen, struiklagen of natuurvriendelijke oevers ontstaan mogelijkheden voor kleine marters om te schuilen, foerageren en zich voort te planten. De bedrijventerreinen en kassengebieden binnen Zaltbommel grenzen vaak aan woonkernen waar egels voorkomen. Om het leefgebied van deze zoogdiersoort te vergroten, is het goed om ecologisch maaibeheer toe te passen en stobbenwallen, takkenrillen of bosschages aan te leggen. Bij dit biotoop zal niet gauw aan de grote modderkruiper worden gedacht, maar deze beschermde soort komt binnen Zaltbommel ook voor in sloten tussen kassen en bedrijventerreinen. Wij willen daarom het ecologisch beheer van deze wateren en waar mogelijk de aanleg van natuurvriendelijke oevers binnen dit biotoop stimuleren. Hierdoor ontstaat verbinding met het buitengebied waar deze soort voorkomt. Tegenwoordig is er steeds meer aandacht voor bestuivende insecten op bedrijventerreinen en in kassengebieden. Ook in onze gemeente liggen hier kansen voor meer waardplanten, nectarplanten en schuilplaatsen. Bijvoorbeeld door het inzaaien van kruidenrijke vegetaties, de aanplant van bomen en het realiseren van steilranden, bijenhotels of hommelkasten.
Figuur 4.4 | Biotoop ‘bedrijventerreinen en kassengebied’ binnen de gemeente Zaltbommel waar maatregelen voor de gidssoorten worden uitgevoerd.
Verlichting Bedrijventerreinen zijn ’s nachts vaak verlicht. Om ervoor te zorgen dat nachtactieve dieren zoals vleermuizen zich door dit biotoop kunnen verplaatsen, willen we verkennen of we felle straatverlichting zo veel mogelijk kunnen vervangen door amberkleurige verlichting. Vleermuizen ondervinden minder hinder van dit type verlichting. Tegelijkertijd moet wel de veiligheid op de terreinen worden gewaarborgd. Ook willen we op termijn met tuinders de mogelijkheden om lichtvervuiling door kassen te verminderen verkennen, bijvoorbeeld door het afschermen van verlichting door een bomenrij.
37
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Tijdelijke natuur Braakliggende terreinen maken ook een deel uit van dit biotoop. Hier kan de biodiversiteit tijdelijk worden verhoogd. Op terreinen waar nog niet gestart is met de bouw, wordt vaak een intensief beheer toegepast om te voorkomen dat beschermde (pioniers)soorten zich hier gaan vestigen en het project vertragen. De gemeente wil ‘Tijdelijk natuur’ stimuleren door terreinbeheerders te infomeren over de mogelijkheden om braakliggende terreinen naar tijdelijke natuur om te vormen. Deze ‘tijdelijke natuur’gebieden worden zo min mogelijk beheerd en bieden hiermee tijdelijk kansen voor planten, insecten, weidevogels en diverse andere pioniersoorten. Hiervoor wordt door de provincie een ontheffing verleend waarmee terreinbeheerders beschermde flora en fauna mogen verwijderen wanneer de uiteindelijke bouwwerkzaamheden van start gaan. Het substraat van de terreinen met tijdelijke natuur kan voorafgaand aan de werkzaamheden verzameld worden en gebruikt worden op bijvoorbeeld het (platte) dak van de nieuwbouw. Een dergelijk bruin dak kan vervolgens dezelfde natuurwaarden bieden als het terrein van de tijdelijke natuur. Natuurinclusief bouwen Grote gebouwen binnen bedrijventerreinen bieden nog veel kansen voor maatregelen om de biodiversiteit te verhogen.
Een maatregel uit de Handreiking Natuurinclusief bouwen en tonwikkelen is de aanleg van natuurdaken met een kruidenrijke vegetatie. Voorwaarde is wel dat de daken sterk genoeg zijn om het gewicht te dragen. Op stevige dakconstructies kunnen zelfs bomen worden aangeplant. Dergelijke groene daken zijn goed voor bestuivende insecten en libellen, maar ook als nestgelegenheid voor broedvogels als de visdief, kleine mantelmeeuw, zwarte roodstaart en scholekster. Bij bouwprojecten kan worden bepaald waar ruimte beschikbaar wordt gemaakt voor bijvoorbeeld vleermuizen en broedvogels. Aan gevels kunnen ten slotte klimplanten als hop of klimop worden bevestigd als extra isolatie, voedselaanbod en nestgelegenheid.
Afbeelding 4.26 | Groene kruidenrijke daken op een plat dak met bijenhotels, takkenrillen en steilranden (Bron: Viridis).
38
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Lijnvormige elementen Er liggen kansen om meer groene dekkende groenstructuren binnen bedrijventerreinen aan te leggen, denk aan: bomenrijen, houtwallen, takkenrillen en stobbenwallen. Hiervoor worden bij voorkeur inheemse soorten gebruikt zoals: eenstijlige meidoorn, sleedoorn, gewone vogelkers, zwarte els, veldesdoorn, ect. afhankelijke van de locatie en niet in homogene aanplant maar juist als combinatie van diverse soorten. Deze afwisseling in nestgelegenheid, bloeitijden en voedselvoorziening komen de biodiversiteit ten goede. Wanneer deze bomen zijn uitgegroeid, ontstaat meer schaduw en nestgelegenheid voor allerlei broedvogels. De takkenrillen en houtwallen bieden belangrijke schuilplaatsen voor diersoorten als kleine marters, egels en amfibieën. Als nestgelegenheid voor wilde bijen kunnen steilranden op zonbeschenen locaties worden aangelegd. Aquatisch habitat Waar de ruimte dat toelaat, stimuleren we de aanleg van natuurvriendelijke oevers of wadi’s binnen bedrijventerreinen en het kassenlandschap. Op deze oevers neemt het aantal oever- en waterplanten toe, waarvan soorten als de grote modderkruiper, andere vissen, amfibieën en libellenlarven profiteren. Zeker in het kassenlandschap is de waterhabitat belangrijk, omdat kassen vaak door sloten worden omringd en hier vaak weinig ruimte is voor andere maatregelen op het terrein.
Maaibeheer Zowel in toekomstige bouwprojecten als de huidige bedrijventerreinen of kassengebieden zoeken wij naar locaties waar asfalt of steen vervangen kan worden door (eventueel ingezaaide) kruidenrijke vegetaties. We willen daarbij een ecologisch maaibeheer stimuleren. Hierdoor ontstaat meer voedselaanbod en dekking voor allerlei diersoorten. Voordeel hierbij is dat groene bedrijventerreinen ook een stuk minder wateroverlast en hittestress ervaren. Naast ecologisch beheer op het land willen we ook in watergangen het gefaseerd maaien en baggeren stimuleren, wat in het kassenlandschap gunstig is voor de grote modderkruiper. Nestkasten Ook op bedrijventerreinen en kassengebieden willen we de mogelijkheden verkennen om meer nestkasten op te hangen voor broedvogels en vleermuizen – en bijenhotels/hommelkasten te plaatsen. Bij het plaatsen van kasten houden we uiteraard rekening met de ecologie van de desbetreffende soort, dat wil zeggen: bijenhotels staan nabij kruidenrijke vegetaties en vleermuiskasten worden hoog opgehangen met een vrije aanvliegroute.
39
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
4.6 Infra verbindingen Autowegen, treinsporen en waterwegen vormen barrières voor diersoorten. Het (deels) opheffen van deze barrières kan daarom de veiligheid voor diersoorten en daarmee de biodiversiteit te verhogen. Binnen dit biotoop vallen ook de wegbermen onder gemeentebeheer en oeverzones die aan de bovengenoemde infra verbindingen grenzen.
Afbeelding 4.27 | Gidssoorten Infra verbindingen
De maatregelen voor dit biotoop richten zich op het voorkomen van verkeersslachtoffers en het inrichten van bermen of watergangen voor onderstaande gidssoorten: Aangereden dieren vormen een makkelijke prooi voor de kerkuil en steenuil, maar juist daardoor worden deze twee soorten zelf ook veel aangereden. Langs provinciale wegen kunnen maatregelen worden genomen die voorkomen dat de kerkuil en steenuil zich te dicht bij het wegdek bevinden, bijvoorbeeld strategisch aangeplant groen. Voor vleermuizen kan worden gezorgd voor meer veilige oversteekroutes langs grote wegen door de verlichting op strategisch uitgekozen locaties aan te passen. Maatregelen voor de grote modderkruiper hebben betrekking tot het verbinden van waterwegen, zodat deze vissoort zich gemakkelijker door de Bommelerwaard kan verspreiden. Hiervoor dienen we samen te werken met het waterschap. Grote wegen vormen een bedreiging voor grondgebonden gidssoorten als kleine marters, egels en de kamsalamander. Organisaties als de Natuurwacht helpen soms bij het overplaatsen van kamsalamanders bij autowegen. Maar er is ook de noodzaak om faunatunnels aan te leggen bij knelpunten. Aanvullend willen wij kijken of we bestaande faunapassages geschikter kunnen maken door de aanleg van houtwallen of natuurvriendelijke oevers.
40
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
De laatste jaren worden wegbermen steeds meer ingericht voor bestuivende insecten. Ook in de Bommelerwaard worden al maatregelen genomen om kruidenrijke bermen in te zaaien en hier schuilplekken voor insecten te bieden.
Figuur 4.5 | Biotoop infra verbindingen binnen de gemeente Zaltbommel waar maatregelen voor de gidssoorten worden uitgevoerd. Naast grote wegen en het spoor hebben maatregelen ook betrekking tot waterwegen.
Verkeersslachtoffers: grondgebonden fauna Uit literatuur is gebleken dat verkeer de grootste doodsoorzaak is van egels en kleine marterachtigen. Dit probleem willen we aanpakken door faunatunnels te plaatsen op locaties waar wegen tussen twee natuurgebieden in lopen én veel faunaslachtoffers worden gemeld. Met behulp van schermen of takkenrillen worden zoogdieren en amfibieën richting deze tunnels geleid. Hierbij geldt dat niet alleen aandacht uitgaat naar drukke, provinciale wegen, maar ook juist naar donkere en rustige wegen die door natuurgebieden heenlopen. Hiervoor zoeken we de samenwerking op met andere wegbeheerders en terreinbeherende organisaties zoals waterschap, provincie en Rijkswaterstaat. Verder willen we binnen de bebouwde kom van Zaltbommel takkenrillen of struweelhagen in bestaande snelwegonderdoorgangen plaatsen om routes van dieren te geleiden en daarmee van de weg te houden. Verkeersslachtoffers: roofvogels In een boom- of struikloze berm kiezen roofvogels als steenuilen en kerkuilen gevaarlijke plaatsen uit om op te gaan zitten, zoals hectometerpaaltjes. De zuigkracht van een passerende auto sleurt vervolgens het dier mee en leidt tot een verkeersongeval. Om dit te voorkomen kunnen rollers worden geplaatst op hectometerpaaltjes langs provinciale wegen, hierdoor raken de paaltjes ongeschikt als roestplaats.
Aanvullend kunnen op meer dan vijf meter afstand tot de autowegen bomenrijen worden aangeplant of zitpalen geplaatst om als betere roestplaats te dienen. Hierbij geldt dat bovenstaande maatregelen niet in elke berm lukraak worden toegepast en de gemeente hier ook niet altijd de mogelijkheid heeft om maatregelen te nemen. Op basis van het aantal waargenomen faunaslachtoffers kunnen we samen met de wegbeheerder bepalen waar deze maatregelen écht nodig en mogelijk zijn.
41
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Afbeelding 4.28 | Zitpaal voor roofvogels (Bron: Rijkswaterstaat).
Afbeelding 4.29 | Roller boven een hectometerpaal (Bron: Rijkswaterstaat).
Wegbermen Boven op het huidig ecologisch bermbeheer willen we nieuwe wegbermen inrichten voor bestuivende insecten, dat wil zeggen: er worden geen maatregelen genomen in smalle bermen langs drukke wegen, maar wél in brede bermen langs rustige wegen. Hier kunnen bijvoorbeeld struikenrijen worden aangeplant in combinatie met een ecologisch maaibeheer. Verlichting Zoals eerder benoemd vormt een aangesloten rij straatverlichting een blokkade voor passerende vleermuizen, met als gevolg dat deze dieren mogelijk essentiële delen van hun leefgebied niet kunnen bereiken. Daarom willen we met behulp van vrijwilligers of deskundigen verkennen waar drukke wegen vliegroutes of essentiële foerageergebieden doorkruisen. Hier willen we vervolgens waar mogelijk de straatverlichting vervangen door een amberkleurig verlichting.
Afbeelding 4.30 | Vleermuisvriendelijke verlichting vormt een oversteekroute (Bron: Rijkswaterstaat).
Waterwegen Afhankelijk van de gidssoort vormen waterwegen een barrière of juist een doorgang. Om het leefgebied voor de grote modderkruiper te vergroten, kunnen waterwegen met elkaar worden verbonden middels duikers. Terwijl voor grondgebonden soorten juist geldt dat duikers en loopplanken kunnen worden aangelegd als bruggen. In een situatie waarin zowel waterwegen als autowegen een barrière vormen, kunnen kleine faunapassages onder de brug worden aangelegd zodat dieren het water kunnen oversteken. Voor deze
42
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
landdieren zou het standaardiseren van de toevoeging van een loopplank bij de aanleg van duikers een goede maatregel zijn. Bovenstaande maatregelen zijn vooral van belang bij wegen die tussen natuurgebieden in liggen en veel verkeerslachtoffers van wild bekend zijn.
Afbeelding 4.31 | Faunpassage onder een autobrug (Bron: Arfman).
4.7 Verbindingen per gidssoort Om succesvolle maatregelen voor de (gids)soorten uit te kunnen voeren, is het van belang om bestaande én nieuwe leefgebieden met elkaar te verbinden zodat er geen geïsoleerde eilandjes ontstaan. Hiervoor is per gidssoort een kaart gemaakt met daarin de mogelijke locaties met maatregelen (gele vlakken) en mogelijke verbindingen (blauwe pijlen) naar deze nieuwe leefgebieden toe. Let op, deze kaarten zijn bedoeld ter inspiratie en niet volledig. Elke gidssoort heeft een andere ecologie en dus een andere manier om zich door het landschap te verplaatsen. Dit leidt ertoe dat de kaarten van elkaar verschillen. Een blauwe pijl voor de grote modderkruiper betekent bijvoorbeeld de aanleg van een natuurvriendelijke oever, terwijl een blauwe pijl voor kleine marters betrekking heeft tot takkenrillen of struweelhagen. Ten slotte is rekening gehouden met de huidige verspreiding van gidssoorten, weidevogelgebied en het behouden van waardevol open landschap van de kommen en weidevogelgebieden.
43
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Gierzwaluw & huismus Voor hun nestplaatsen zijn de gierzwaluw en huismus gebonden aan de bebouwde kom. Voor deze twee vogelsoorten vinden de maatregelen daarom hoofdzakelijk plaats in woonkernen en bedrijventerreinen. Hier staan gebouwen waar kansen liggen voor nieuwe nestplaatsen en ligt openbaar groen waar geschikter foerageergebied voor de huismus kan worden ingericht.
Figuur 4.32 | Maatregelen huismus en gierzwaluw.
44
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Grutto In tegenstelling tot de huismus en gierzwaluw geldt voor de grutto dat de maatregelen betrekking hebben tot het buitengebied van de gemeente. Voor deze weidevogel zijn maatregelen in open landschap binnen landbouwgrond en natuurgebieden kansrijk in samenwerking met agrariërs en terreinbeherende organisaties. Deze maatregelen bestaan onder andere uit het creëren van geschikt nest- en foerageergebied en het verkennen van geschikte locaties voor aangepaste waterpeilen en maaibeheer.
Figuur 4.33 | Maatregelen Grutto.
45
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Patrijs De maatregelen voor patrijs richten zich voornamelijk op het creëren van extra groenstructuren binnen het open landschap. Hiervoor is de samenwerking met agrariërs en natuurbeheerders essentieel. Patrijzen zijn relatief mobiel, waardoor tussen de gebieden met maatregelen geen verbindingen zijn aangegeven.
Figuur 4.34 | Maatregelen patrijs.
46
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Kerkuil & steenuil Vanwege de vergelijkbare ecologie kunnen voor kerkuil en steenuil dezelfde maatregelen worden genomen. Allereerst kijken we waar geschikte nestplaatsen gerealiseerd kunnen worden. In de gele vlakken rondom de voorziene nestplaatsen zetten we vervolgens in op het realiseren van geschikter foerageergebied, bijvoorbeeld door ander maaibeheer, wintervoedselakkers en het aanleggen van bomen/struiken/hoogstamboomgaarden. Met de gele maatregelen ontstaat een kleinschalig gesloten landschap. De aanleg van hoge struiken of bomen voeren we niet uit in de oranje vlakken. Deze stukken zijn namelijk aangewezen als waardevol open komlandschap. Wel kunnen er struik- of bomenrijen worden aangelegd langs (boeren)erven, zolang er maar geen verdichting van het open komlandschap optreedt. Ten slotte kan worden verkend voor welke locaties (langs de bruine lijn) het opportuun is om maatregelen te nemen voor het voorkomen van verkeersslachtoffers, bijvoorbeeld door het plaatsen van rollers op hectometerpaaltjes.
Figuur 4.35 | Maatregelen kerkuil en steenuil.
47
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Buizerd, boomvalk, roek, ekster en zwarte kraai De maatregelen voor kraaiachten en roofvogels kenmerken zich door de aanplant van hoge bomenrijen en het creëren van geschikt foerageergebied. De blauwe pijlen geven aan waar de bomenrijen kunnen worden aangeplant. In de gele vlakken is een aangepast maaibeheer kansrijk en kunnen landschapselementen worden aangelegd. In verband met het waardevol open landschap kunnen in de oranje vlakken wél maatregelen worden uitgevoerd, maar geen hoge bomen of struiken aangeplant. Voor de blauwe vlakken geldt voor de boomvalk dat aanwezige oevers kunnen worden omgevormd tot natuurvriendelijke oevers. Ten slotte raden we af om in het zuidoosten maatregelen voor kraaien en roofvogels uit te voeren wegens het aanwezige weidevogelgebied.
Figuur 4.36 | Maatregelen buizerd, boomvalk, roek, ekster en zwarte kraai.
48
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Vleermuizen Vleermuizen zijn afhankelijk van allerlei verschillende biotopen met hun eigen functies. Zo willen we in de woonkernen vooral inzetten op vergroening en extra verblijfplaatsen. Voor het buitengebied in de gele vlakken geldt dat een verbetering van het foerageergebied en het realiseren van meer aaneengesloten gebied belangrijk is, zodat vleermuizen zich goed kunnen oriënteren tijdens het vliegen. Naast het verbeteren van foerageergebied kunnen in de uiterwaarden en natuurgebieden bolle vleermuiskasten worden opgehangen voor boombewonende soorten. De blauwe pijlen richten zich op het verbinden van de biotopen door middel van lijnvormige groenstructuren. Binnen het waardevol open landschap kunnen natuurvriendelijke oevers worden aangelegd in plaats van bomen of hoge struiken. Ten slotte is binnen de bebouwde kom en langs autowegen het toepassen van vleermuisvriendelijke verlichting een goede maatregel.
Figuur 4.37 | Maatregelen vleermuizen.
49
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Bestuivende insecten Bestuivende insecten kunnen weliswaar vliegen, maar zijn daarbij afhankelijk van nectar en stuifmeel om lange afstanden af te kunnen leggen. Boven op het huidige maaibeheer en de al aanwezige bloeiende bermen kan hierin worden voorzien door de aanleg van bloeiende vegetaties, wilgenrijen en ecologisch maaibeheer (blauwe pijlen). Deze verbindingen zijn bedoeld om natuurgebieden met elkaar te verbinden, aangezien hier de meeste soorten bestuivers leven. Binnen deze natuurgebieden en het buitengebied kan een beter foerageergebied worden gecreëerd door ecologisch maaibeheer en de aanleg van groenstructuren. Ook is het daarnaast van belang om in voldoende nestgelegenheid te voorzien. Hiervoor is vooral de aanleg van steilranden en dood liggend hout kansrijk. Hoewel bijenhotels wel als nestgelegenheid kunnen dienen, voegen ze relatief weinig toe. Wel kunnen ze ter educatie worden ingezet op veel bezochte locaties.
Figuur 4.38 | Maatregelen bestuivers.
50
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Egel Voor egels richten de maatregelen zich op het geschikter maken en verbinden van leefgebied in en nabij woonkernen of natuurgebieden. Hiervoor kunnen binnen de gele vlakken een beter foerageergebied worden gecreëerd door een ecologisch maaibeheer toe te passen - en meer locaties met, hagen, struiken, dood blad en takkenrillen in te richten om in nestplaatsen te voorzien. Particulieren kunnen hierover ook meer tuinen tot geschikt leefgebied te maken. Ten slotte is de aanleg van lijnvormige groenstructuren (blauwe pijlen) om woonkernen met elkaar te kunnen verbinden een goede maatregel. Bij gevaarlijke knelpunten langs autowegen, kunnen waar mogelijk nieuwe faunapassages worden aangelegd. Bestaande passages kunnen waar mogelijk worden aangevuld met takkenrillen of struweelhagen.
Figuur 4.39 | Maatregelen egel.
51
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Kleine marterachtigen De bunzing, wezel en hermelijn profiteren van een landschap met veel prooidieren en dekking om zich tussen dorpsranden, boerenland en natuurgebieden te verplaatsen of hier te schuilen. In samenwerking met agrariërs kan daarom binnen het open landschap (gele vlakken) meer worden ingezet op een ecologisch maaibeheer en de aanleg van mantel- zoomvegetaties, takkenrillen, struwelen en natuurvriendelijke oevers. Om verdichting in waardevol open komlandschap te voorkomen, gaat het hier alleen maatregelen zoals natuurvriendelijke oevers en ecologisch maaibeheer. Ook binnen natuurgebieden (groene vlakken) is de aanleg van groenstructuren kansrijk. De natuurgebieden en het open landschap kunnen nog meer worden verbonden met lijnvormige groenstructuren zoals takkenrillen, struweelhagen of loopplanken over water (blauwe pijlen). Aanvullend hierop kunnen bij gevaarlijke knelpunten faunapassages worden aangelegd of bestaande passages geschikter worden gemaakt. Aangezien kleine marters predatoren zijn, is het raadzaam geen maatregelen voor deze gidssoorten nabij het bestaande weidevogelgebied uit te voeren. Ook gelden voor deze schuwe soorten geen maatregelen midden in de woonkernen.
Figuur 4.40 | Maatregelen kleine marters.
52
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Kamsalamander Het is voor kamsalamanders belangrijk dat deze soort zich over land én in water door de gemeente van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied kan verplaatsen. Hiervoor willen we faunapassages aanleggen op locaties met veel waarnemingen van aangereden kamsalamanders of drukke wegen tussen natuurgebieden. Om geschikte gebieden met elkaar te verbinden, nemen we waar mogelijk maatregelen zoals ecologisch maaibeheer en het plaatsen van takkenrillen of struweelhagen (blauwe pijlen). Voor de gele vlakken geldt dat geschikt voortplantingshabitat, foerageergebied en schuilplaatsen kan worden aangelegd in de vorm van poelen, natuurvriendelijke oevers, struweelhagen, houtwallen en takkenrillen. In het zeer open landschap zijn geen maatregelen voorzien, het is namelijk doelmatiger om de halfopen geschikte gebieden nog geschikter te maken. Voor de aanleg van landschapselementen wil de gemeente de samenwerking aangaan met terreinbeherende organisaties, vrijwilligers, particulieren, en agrariërs.
Figuur 4.41 | Maatregelen kamsalamander.
53
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Grote modderkruiper Als watergebonden soort hebben de maatregelen voor de grote modderkruiper vanzelfsprekend betrekking op wateren binnen de gemeente. Binnen de gele vlakken zijn maatregelen zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, dood hout in water en het uitvoeren van gefaseerd maaibeheer in water zinvol. Als een watergang doodloopt, heeft een grote modderkruiper geen mogelijkheid om zich verder te verplaatsen. Om deze reden willen we proberen om bestaande watergangen meer met elkaar te verbinden. Hiervoor gaan we samen met het waterschap, particulieren, agrariërs en natuurbeheerders de mogelijkheden verkennen, bijvoorbeeld in de zoekgebieden van het Waterschap voor de KRW lichamen van onze gemeente.
Figuur 4.42 | Maatregelen grote modderkruiper.
54
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
6. Naar een groene toekomst In de afgelopen hoofdstukken hebben we verschillende knelpunten en kansen benoemd én mogelijke maatregelen benoemd om de knelpunten op te lossen en de kansen te benutten. Het betreft zowel generieke, gemeentebrede, maatregelen als ook maatregelen om de biodiversiteit binnen verschillende biotopen te versterken of gericht op het ondersteunen van een bepaalde gidssoort. In dit hoofdstuk geven we aan waar wij als gemeente de focus leggen en welke strategie we daarbij hanteren. Zoals al eerder aangegeven willen we dit doen door het verkrijgen van meer inzicht, het bieden van richting en borging, en het creëren van meer bewustwording.
Inzicht en kennis Inzicht in de huidige en trend van de natuurwaarden en de aanwezigheid (zowel in soorten als in aantallen) van verschillende plant- en diersoorten en hun leefomgeving, biedt inzicht in waar maatregelen het meeste effect hebben. Maar ook in hoeverre maatregelen bijdragen aan het doel die we hebben gesteld. Deels is hier invulling aan gegeven in Hoofdstuk 3 (Stand van zaken biodiversiteit) die eigenlijk dient als een 0-meting. Voor een aantal onderwerpen willen we echter de kennis hierover verdiepen. Het opzetten een Biodiversiteitsmeetnet Met een gemeentebreed biodiversiteitsmeetnet krijgen we een nauwkeuriger beeld van het doelbereik én kunnen we de trends over tijd volgen. Een meetnet biedt tegelijk inzichten over het effect van de verschillende maatregelen die genomen worden. De Natuurwacht is al bezig met een vogelatlas. In hoofdstuk 3 is ook al een eerste 0-meting gedaan. Voor de komende periode willen we verkennen hoe we dit meetnetwerk willen inrichten, met wie en in welke breedte we dat gaan doen, en op welke doelen we willen gaan monitoren. Inzicht in de groenblauwe dooradering van de gemeente Zaltbommel Landelijk ligt momenteel een opgave voor 10% groenblauwe dooradering voor het landelijk gebied in 2050 (en 5% in 2030).
Om te weten hoe groot de opgave voor onze gemeente is, zullen we eerst inzichtelijk moeten krijgen hoeveel groenblauwe dooradering Zaltbommel al heeft. Hiervoor willen we de groenblauwe structuren van onze gemeente in beeld brengen. Met een dergelijke nulmeting krijgen we inzicht in de aanwezige structuren, de kwaliteit hiervan, van wie deze zijn dan wel beheerd worden. Maar ook waar knelpunten liggen (missende verbindingen, infrastructurele knelpunten). Op basis hiervan willen we een kansenkaart opstellen waar kansen voor verbinding liggen voor het vergroten van dit netwerk en verbeteren van de kwaliteit hiervan (verdere verfijning kaart RegioDeal). Voor het verkennen van de kansen starten we een gebiedsproces waarmee we in deels eind 2023 vanuit het regionale project Gonzend Rivierenland deels al mee begonnen zijn. Tegelijk willen we bestaande groenstructuren in onze gemeente ook beter gaan beschermen. Hoe we dat kunnen doen, verkennen we ook in het kader van het nieuwe omgevingsplan. Ontsluiten van kennis en informatie kansrijke maatregelen voor biodiversiteit: In hoofdstuk 4 is aangegeven welke kansrijke maatregelen per biotoop en per soort genomen kunnen worden in onze gemeente. Deels werken we deze uit in projecten.
Maar we willen deze kennis ook ontsluiten naar onze inwoners en voor ontwikkelaars/initiatiefnemers in een (interactieve) digitale kansenkaart waarin men op kadestraal perceelsniveau inzicht krijg in de kansrijke maatregelen die hier genomen kunnen worden. Hier kan dan ook de koppeling gemaakt worden met de Handreiking Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen.
55
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Richting en borging In voorgaande hoofdstukken is een veelheid aan kansrijke maatregelen benoemd. Om te zorgen dat we deze ook gaan uitvoeren, dienen we deze uit te werken in projecten en/of te verankeren in ons doen en handelen, dit doen we o.a. door: Handreiking Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen Om initiatiefnemers van nieuwe ontwikkelingen concrete doelen (eisen) voor het leveren van een bijdrage aan het vergroten van biodiversiteit te geven, is een Handreiking (incl. puntensysteem) voor Natuurinclusief Bouwen en Ontwikkelen opgesteld. Deze is opgenomen in Bijlage C van dit plan. Hiermee willen we de komende jaren ervaring opdoen. Daarnaast willen we het gebruik te verankeren in ons Omgevingsplan. En moeten we werkafspraken maken over de implementatie hiervan in onze eigen organisatie, maar ook bijvoorbeeld over de gewenste inbreng van deskundigheid van bijvoorbeeld de Natuurwacht bij grotere projecten. Verdere invulling Ecologisch groenbeheer We willen het huidige ecologische maaibeheer de komende periode gaan evalueren en waar nodig herijken en verbreden naar het gehele groenbeheer. Daarbij kijken we ook of we hierin willen gaan werken volgens het concept KleurKeur7. Ook zijn in hoofdstuk 4 kansrijke beheermaatregelen benoemd (bijv. gefaseerd maaien en snoeien, bladafval laten liggen, laten staan van ruigtes, tijdelijke natuur, etc.), die we hierin mee willen nemen.
Voor wat betreft de inrichting willen we een aantal principes zoals toepassing lokaal inheemse soorten, gebruik bestaande zaadbank bodem, toevoegen extra groenstructuren etc. in werkprocessen en handboeken zoals het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) meenemen en verder te verankeren. Maar ook kansen voor ecologisch beheer van ons openbaar groen zoals sportvelden, speeltuinen, begraafplaatsen, en waterbergingen verder verkennen en meenemen in beheerovereenkomsten (met bijv. sportverenigingen of parkmanagement bedrijventerreinen). Opstellen Soortenmanagementplannen We willen verkennen of een soortenmanagementplannen (SMP’s) voor bepaalde soorten een meerwaarde heeft voor onze gemeente. Een SMP kan bijdragen aan het voorkomen dat een project wordt stil gelegd vanwege het onverwachts voorkomen van een beschermde soort. Hiervoor kan bijvoorbeeld voor het bebouwd gebied gedacht worden aan een SMP voor gebouwbewonende soorten zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismus. Een dergelijk SMP heeft een sterke relatie met de opgave voor energietransitie. Maar ook de mogelijkheden voor SMP’s voor andere soorten, zoals bijvoorbeeld de steenuil of kleine marterachtigen kan worden verkend.
Gebiedsproces transitie landelijk gebied Voor de benodigde transitie van ons landelijk gebied zal de komende jaren een gebiedsproces starten waar we verkennen hoe we ons landelijk gebied gezond, vitaal en leefbaar houden met een duurzame land- en tuinbouw en gezonde natuurgebieden. Dit zal vooral vanuit de regio arrangementen voor Fruitdelta Rivierenland en daarop volgende gebiedsprogramma’s worden opgepakt. Voor onze gemeente willen we daarbij aanhaken vanuit de kansen die hierin liggen voor het versterken van ons groenblauwe netwerk maar ook andere lopende projecten (vernatten en vasthouden water voor klimaatadaptatie met kansen voor nieuwe weidevogelgebieden, aanleg natuurvriendelijke oevers (nvo’s) en poelen en natuurinclusieve land- en tuinbouw). Voor deze transitie is geld en capaciteit nodig. Een gebiedsfonds voor biodiversiteit op regionaal niveau of gemeentelijk niveau kan hierin in de toekomst mogelijk een bijdrage leveren. De mogelijkheden hiervoor worden nu in de regio verkend.
7
KleurKeur omschrijft kwaliteitseisen die een goede uitvoering van ecologisch beheer van bermen en watergangen waarborgen. (Bron: Vlinderstichting)
56
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel
Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2024-2027 In dit uitvoeringsprogramma geven we aan hoe we ons budget en focus de komende vier jaar inzetten. Indien nodig vragen we voor projecten aanvullende subsidie via de subsidieregeling van de provincie of anderzijds. De opgenomen projecten zijn grotendeels gebaseerd op de adviezen die uit dit rapport voortkomen, maar bevat ook enkele lopende projecten waarover reeds afspraken zijn gemaakt en budget beschikbaar is. Voor veel projecten zijn nog geen bedragen bekend en/of zit de inzet vooralsnog vooral in uren of haakt het aan op andere trajecten of projecten. De verwachting is dat vanuit de provincie en/of rijk voor het landelijk gebied budgetten beschikbaar komen om een deel van de genoemde maatregelen op te pakken. Niet alle projecten die uit de adviezen voortkomen kunnen de komende vier jaar worden opgepakt en zijn daarom op de longlist projecten opgenomen.
Bewustwording en draagvlak Voor bovenstaand is het ook van belang om in te zetten op bewustwording en draagvlak, zowel van onze bewoners en partners als binnen de eigen organisatie. Stimuleren bewustwording en draagvlak bewoners en partners We willen de kennis van onze inwoners vergroten van wat zij zelf kunnen doen om de biodiversiteit in hun eigen omgeving te versterken. Dit doen we door te laten zien wat we als gemeente zelf het goede voorbeeld te geven en daarmee te inspireren, zoals bijvoorbeeld met het project ‘vergroenen speeltuinen’. Maar ook door bewonersacties te ondersteunen of initiëren zoals groenadoptie, een nestkastenproject, of Inspiratiebijeenkomsten en/of tuinen of folders. Voor een groot deel liften we daarbij mee op de acties die vanuit klimaatadaptatie worden georganiseerd (welkomstpakket nieuwe bewoners, tegelwipacties etc.). Er is vanuit partners en andere projecten al heel veel communicatiemateriaal beschikbaar. Ook kan het de bovengenoemde digitale kansenkaart met kansrijke maatregelen voor biodiversiteit voor bewoners en initiatiefnemers op kavelniveau hierin bijdragen. Tot slot willen we daarbij ook meer de activiteiten van onze partners voor het voetlicht brengen, bijvoorbeeld via sociale media en de agenda natuuractiviteiten en werkgroepen op de website van de gemeente.
Stimuleren bewustwording eigen organisatie Ook binnen de eigen organisatie is het vergroten van de bewustwording en kennis van wat collega’s in hun eigen werkveld kunnen doen om de biodiversiteit in onze gemeente te versterken van belang. Hiervoor willen we een breed lunchcafé of thema avond organiseren met thema biodiversiteit en natuur in Zaltbommel evt. samen met onze partnerorganisaties. Bij voldoende interesse willen we ook een interne verdiepende cursus voor natuurinclusief bouwen en ontwikkelen organiseren. Daarbij sluiten we aan op de nieuwe handreiking klimaatadaptief en groen bouwen die momenteel vanuit de provincie ontwikkeld wordt.
57
Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel