CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Biodiversiteitsplan Zaltbommel Final 20231126

Raadsvergadering 25 januari 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Biodiversiteitsplan13.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen voor behoud, herstel en de vergroting van de biodiversiteit

Inhoud 1.

2. HET BELANG VAN BIODIVERSITEIT...................................................................................................................... 4 1.1 LEESWIJZER...............................................................................................................................................................5 3. VISIE, DOELEN EN AANPAK................................................................................................................................. 6 2.2 BIOTOPEN EN GIDSSOORTEN.........................................................................................................................................9 4. STAND VAN ZAKEN BIODIVERSITEIT.................................................................................................................. 12 3.1 STAND VAN ZAKEN IN ZALTBOMMEL............................................................................................................................12 3.2 KNELPUNTEN...........................................................................................................................................................15 5. MAATREGELEN.................................................................................................................................................

16 4.1 MAATREGELEN PER BIOTOOP EN GIDSSOORT.................................................................................................................16 4.2 BEBOUWD GEBIED....................................................................................................................................................18 4.3 AGRARISCH BUITENGEBIED.........................................................................................................................................23 4.4 NATUURGEBIEDEN....................................................................................................................................................31 4.5 BEDRIJVENTERREINEN EN KASSENGEBIED.......................................................................................................................36 4.6 INFRA VERBINDINGEN................................................................................................................................................40 4.7 VERBINDINGEN PER GIDSSOORT..................................................................................................................................43 6. NAAR EEN GROENE TOEKOMST........................................................................................................................

55 INZICHT EN KENNIS.........................................................................................................................................................55

Bijlagen Bijlage A Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2024-2027 Zaltbommel Bijlage B Overzicht van Maatregelen Bijlage C Handreiking Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen

2

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Voorwoord Voor u ligt het Biodiversiteitsplan voor de gemeente Zaltbommel. We zijn ons de laatste jaren steeds meer het belang van biodiversiteit gaan realiseren. Het belang van een aantrekkelijke groene, gezonde en robuuste leefomgeving, die bestand is tegen klimaatveranderingen wordt steeds duidelijk. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor al het leven om ons heen waar wij zorg voor dragen. De veelheid aan opgaven (zoals woningbouw, energietransitie, intensieve landbouw, bedrijvigheid en infrastructuur, enz.) maakt tegelijkertijd dat de kwaliteit van de leefomgeving onder grote druk staat. In onze Omgevingsvisie onderschrijven we het belang van biodiversiteit. Wij werken de komende jaren aan een biodiverse en natuurinclusieve leefomgeving. Niet alleen in onze bestaande natuurgebieden of groenstructuren, maar juist ook daarbuiten; in de stad en onze dorpen en het landelijk gebied. We doen dit door bijvoorbeeld een andere inrichting en beheer van onze eigen openbare ruimte toe te passen. Maar ook door bij toekomstige bouwontwikkelingen biodiversiteit en natuur volwaardig mee te nemen als bouwsteen. Onze ambitie is om bij iedere ruimtelijke ontwikkeling en/of activiteit natuur en biodiversiteit actief mee te wegen en mee te nemen. Iedere ontwikkeling heeft immers de potentie om aanwezige natuurwaarden te versterken. Voor nu, maar nog belangrijker, voor de volgende generaties.

Goed rentmeesterschap. In een uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2024-2027 (bijlage A) hebben we voor de komende vier jaar inzichtelijk gemaakt waar we de focus willen leggen. Ik ben ervan overtuigd dat het plan een belangrijke bijdrage gaat leveren in het biodiverser en natuurinclusiever maken van onze gemeente. Dat kunnen we en doen we niet alleen. Iedereen doet mee en iedereen wint; geldt ook hier. We hebben hierin allen een belang en verantwoordelijkheid. Het voorliggende plan biedt hiertoe handvatten en een richting.

Wethouder Gijs van Leeuwen

3

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

2. Het belang van biodiversiteit Met haar ligging tussen de Maas en Waal vormt onze gemeente een uniek landschap met uiterwaarden, dijken, oeverwallen en de natte komgronden. Ieder landschap heeft haar eigen natuurwaarden met karakteristieke flora en fauna. De uiterwaarden langs de Maas, Afgedamde Maas en de Waal die regelmatig onder water lopen met waardevolle natuur in bijvoorbeeld de Breemwaard, Gamerensche Waard, Neswaarden en Munnikenland. De oeverwallen met hun kleinschalige landschap met dorpen, boomgaardjes, boom- en groenstructuren. De open en natte komgronden, een grotendeels agrarisch landschap met weidevogelgebieden, maar ook met grienden, weteringen en natuurgebieden zoals de Lieskampen en Drielsche Wetering. De biodiversiteit van ons groene buitengebied staat onder druk als gevolg van woningbouw, uitbreiding van bedrijventerreinen en kassen in de dorpsranden waardoor er steeds minder ruimte is voor bijvoorbeeld de steenuil. De energietransitie vraagt om extra ruimte voor windturbines en zonnevelden. Maar ook in de stad en dorpen zorgen de druk op de schaarste ruimte, de verstening van tuinen, maar bijvoorbeeld ook het isoleren van woningen voor steeds minder leefruimte voor soorten zoals vleermuis, egel, mus en gierzwaluw. Zaltbommel staat hierin niet alleen, de achteruitgang van biodiversiteit en de effecten daarvan zien we steeds vaker terug in het nieuws.

Voor onze toekomst is het duidelijk dat het nemen van stappen in de richting van een meer biodiverse, groenere leefomgeving van groot belang is.

Belang biodiversiteit Maar wat is biodiversiteit nu eigenlijk en waarom is het zo belangrijk? Biodiversiteit is een veelomvattend begrip dat verwijst naar alle verscheidenheid aan leven binnen soorten, tussen soorten en tussen de ecosystemen waartoe ze behoren. Een biodivers ecosysteem met veel verschillende soorten is niet alleen belangrijk voor flora en fauna, maar vormt ook een fijne en gezonde leefomgeving voor de mens en een stabielere omgeving voor klimaatadaptatie. Dit heeft alles te maken met de ecosysteemdiensten die de natuur aan ons levert. Denk aan bijvoorbeeld de productie van voedsel en drinkwater of het beperken van plagen. Maar ook regulerende diensten die zorgen voor o.a. verkoeling, opvang van fijnstof en opslag van koolstof evenals de absorptie van geluid en wind. Of diensten als het bergen van water, natuur voor recreatie en de (be)leefbaarheid van het landschap. De afname van biodiversiteit kan ertoe leiden dat bepaalde soorten verdwijnen. Hiermee verdwijnt ook de functie van deze soort en maakt het de hiervan afhankelijke soorten kwetsbaarder. Een monocultuur van één enkele boomsoort is bijvoorbeeld kwetsbaarder voor ziektes en plagen dan wanneer er een grote verscheidenheid aan soorten aanwezig is die een buffer kan vormen of die kan voorzien in de nodige biologische bestrijding.

Om van de eerdergenoemde ecosysteemdiensten te kunnen blijven profiteren, is het belangrijk om onze ecosystemen zo biodivers mogelijk te houden.

4

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Afbeelding 1.1. | Binnen de gemeentegrenzen vallen ook de uiterwaarden langs de Waal. Een belangrijke ecosysteemdienst van uiterwaarden betreft het voorkomen van overstromingen.

Omgevingsvisie In onze Omgevingsvisie Bommelerwaard benoemen we biodiversiteit specifiek als één van onze 13 kernopgaven: “Onze leefomgeving is zoveel mogelijk klimaatbestendig, circulair, groen, biodivers en natuurinclusief.” In het onderstaande kader staat meer in detail aangegeven wat we hierin willen bereiken. Kader 1.1 | Omgevingsvisie Bommelerwaard, wat willen we bereiken?

‘’Variatie in plant- en diersoorten is van groot belang. Onze gemeenten willen hiervoor ruimte bieden door natuurgebieden verder te ontwikkelen en deze gebieden onderling met elkaar te verbinden. Deze verbindingen zijn in de Bommelerwaard in oost-west richting al aanwezig langs de grote rivieren en weteringen. Daarnaast willen wij ook investeren in de noord-zuid verbindingen, bijvoorbeeld langs de Meidijk (ten westen van Zuilichem), de Nieuwendijk en Alem/Sint Andries, waardoor migratie van soorten mogelijk wordt gemaakt. Ook buiten de natuurgebieden is er aandacht voor versterking van de biodiversiteit, zoals: langs oevers, bermen en randen van grasland en akkers, in het openbaar groen van de woonkernen, maar ook in particuliere tuinen en erven. Bij toekomstige ontwikkelingen wordt de biodiversiteit, natuur en/of groen en (water)kwaliteit integraal meegenomen in de plannen. In de Bommelerwaard zijn nu al drinkwaterwinningsgebieden aanwezig in Brakel (oppervlaktewater) en Velddriel (grondwater)’’. In dit Biodiversiteitsplan geven we aan hoe we als gemeente invulling willen geven aan deze kernopgaven voor een biodiverse en natuurinclusieve leefomgeving.

1.1 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd. In het volgende hoofdstuk 2 “Visie en doelen en aanpak” geven we aan welke doelen we stellen voor dit Biodiversiteitsplan en waar ons handelingsperspectief ligt. In hoofdstuk 3 “Stand van zaken biodiversiteit” geven we aan hoe het momenteel gesteld is met de biodiversiteit in onze gemeente aan de hand van o.a. de rode lijst soorten in onze gemeente en de basiskwaliteit natuur voor leefruimtes (hierna “biotopen” genoemd). Hiervoor is de gemeente opgedeeld in verschillende biotopen met daaraan gekoppeld bepaalde gidssoorten. Vervolgens zijn in hoofdstuk 4 “Maatregelen”, per biotoop en gidssoort maatregelen geformuleerd die de biodiversiteit kunnen behouden, herstellen en versterken. In hoofdstuk 5 “Naar een groene(re) toekomst” geven we tenslotte aan waar we de focus leggen en hoe we gaan zorgen dat deze maatregelen worden uitgevoerd. In de bijlage A is de uitvoeringsagenda Landschap en Biodiversiteit 2024-2027 opgenomen. In Bijlage B is een samenvattend overzicht van de maatregelen genoemd in hoofdstuk 4 opgenomen. Bijlage C bevat de Handreiking Natuurinclusief ontwikkelen en bouwen.

5

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

3. Visie, doelen en aanpak

De gemeente Zaltbommel wil inzetten op het vergroten van de biodiversiteit en het realiseren van een gezonde, groene, leefomgeving voor al haar inwoners. We zien het als onze verantwoordelijkheid om verdere achteruitgang van biodiversiteit te stoppen en de biodiversiteit te versterken. We pakken dit waar mogelijk op samen met de andere opgaven waar we op dit moment voor staan, zoals de klimaatadaptie, woningbouw, energietransitie en de landbouwcrisis. In dit Biodiversiteitsplan geven we aan hoe wij hieraan invulling willen geven.

Visie Onze visie is dat al ons doen en handelen en elke nieuwe ontwikkeling in de toekomst bijdraagt aan het versterken en vergroten van de biodiversiteit binnen onze gemeente.

Doel van dit plan Doel van dit biodiversiteitsplan is het behoud, herstel en de vergroting van de biodiversiteit in de gemeente Zaltbommel , door te zorgen voor meer leefruimte en leefgebieden voor (wilde) planten en dieren, het verbeteren van de kwaliteit van deze leefruimtes en het verbinden van deze leefruimtes met elkaar. Dit willen we doen door het verkrijgen van inzicht, het bieden van richting en het creëren van bewustwording.

Aanpak Om dit doel te bereiken is allereerst van belang om inzicht te hebben in hoe het nu überhaupt gesteld is met de biodiversiteit en natuurwaarden in onze gemeente (hoofdstuk 3: Stand van zaken biodiversiteit). Verder hebben we inzichtelijk gemaakt wat de knelpunten en kansen zijn en welke maatregelen goed zijn om te nemen (hoofdstuk 4: Maatregelen). Om tot slot richting te bepalen waar we de focus voor de komende jaren leggen en hoe we de uitvoering hiervan willen borgen (hoofdstuk 5: Naar een groene(re) toekomst). Door het verder vergroten van kennis en inzicht van de biodiversiteit in onze gemeente, het bieden richting en verankeren in beleid en handelen, en het creëren van bewustwording en draagvlak hiervoor, zetten we in op het behouden, herstellen en versterken van de biodiversiteit in de gemeente Zalbommel.

Wat kan de gemeente doen Vanuit de ambitie om de biodiversiteit en natuurlijke samenhang in onze gehele gemeente te vergroten, willen we als gemeente aan de slag in onze openbare ruimte, in ons beheer en onze projecten en met onze bewoners, bedrijven en partners. De gemeente is verantwoordelijk voor een integrale ruimtelijke inrichting van onze gemeente. Hiervoor heeft de gemeente een Omgevingsvisie opgesteld en stellen we een Omgevingsplan op waarin we keuzes maken en vastleggen hoe we de schaarste ruimte evenwichtig verdelen over verschillende functies zoals wonen, bedrijvigheid, energie en natuur voor een veilige en gezonde leefomgeving. Vanuit het Rijk komen er steeds meer verantwoordelijkheden naar gemeenten toe en met de Omgevingswet zal deze verantwoordelijkheid alleen maar verder toenemen. Met name voor een thema zoals een gezonde en veilige of biodiverse leefomgeving krijgen we als gemeente meer ruimte om de bandbreedte van bescherming te bepalen. Hiermee krijgen we ook meer mogelijkheden om eisen stellen aan nieuw te ontwikkelen gebieden.

6

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Daarnaast beheren we de openbare ruimte, voeren we projecten uit en houden we toezicht op de uitvoering van projecten en activiteiten en maken we afspraken met bijvoorbeeld woningcorporaties en andere initiatiefnemers. Ook hier liggen kansen voor het vergroten van biodiversiteit. En hebben we als gemeente een rol in het informeren, faciliteren/ondersteunen en stimuleren van bewoners, bedrijven, partners, etc., bijvoorbeeld via voorlichting, en/of subsidies om de biodiversiteit, dan wel de bewustwording hierover, vergroten.

Wat doen we al Biodiversiteit is een integraal thema en wordt daarom al meegenomen binnen verschillende plannen van onze gemeente:

7

Het recente geactualiseerde Landschapsplan 2023 biedt een toetsings- en inspiratiekader voor het behouden, versterken en ontwikkelen van landschappelijke waarde. Vaak wordt met het versterken van de landschapswaarden ook de biodiversiteit versterkt, deze hangen immers nauw met elkaar samen.

In het Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026 geeft de gemeente invulling aan het beheer van het openbaar toegankelijk groen in de bebouwde kom van de gemeente Zaltbommel. Per kern is de groenstructuur in beeld gebracht zowel in eigendom van de gemeente als van derden. Daarnaast zijn beleidsuitgangspunten opgenomen, bijvoorbeeld per nieuwe woning de realisatie van 75 m2 groen, het ecologisch beheer van bermen, het meenemen van het belang van biodiversiteit in de toepassing van het sortiment bomen en heesters en het voorkomen van monoculturen.

We hebben een ecologisch bermbeheerplan opgesteld waarin we onze doelen en maatregelen ten opzichte van het beheer van openbare bermen hebben uitgewerkt.

In het Lokaal Adaptatie Programma (LAP) hebben we de regionale ambities en speerpunten op het gebied van klimaatadaptatie verder uitgewerkt voor onze eigen gemeente. Relevante beleidsuitgangspunten hierin zijn bijvoorbeeld het zoveel mogelijk behouden van bestaand groen, de aanleg van groene daken, en stimuleren van ontstenen en vergroenen van tuinen.

Eind 2020 hebben acht rivierenlandgemeenten een Regio Deal project ‘Landschap en Biodiversiteit Regio Rivierenland’ opgestart. Resultaat hiervan is het project Gonzend Rivierenland met een gezamenlijke strategie en visie voor het versterken van het landschap en biodiversiteit van Rivierenland. Daarnaast is een kansenkaart opgesteld waarin de strategische visie is vertaald naar een kaart met zoneringen die handvatten biedt om gericht aan de slag te gaan voor biodiversiteit, groenblauwe dooradering, waterberging en waterkwaliteit, en landschappelijke aspecten van energietransitie en verstedelijking en recreatief medegebruik.

Elke vier à vijf jaar stelt de gemeente een Uitvoeringsprogramma voor landschap op waarin zij aangeeft hoe zij haar budget voor landschap inzet en waarmee ook subsidie wordt aangevraagd bij de provincie, voor de afgelopen periode was dit het Uitvoeringsprogramma Landschap en Biodiversiteit 2020-2023. Hierin zijn projecten opgenomen zoals het opstellen van dit Biodiversiteitsplan, het oprichten van een patrijzenwerkgroep en inzaaien van akkerranden voor patrijzen, het opstellen van erveninrichtingsplannen voor landschap en biodiversiteit voor particulieren, maar ook activiteiten voor het versterken van het vrijwilligersnetwerk van natuur- en landschapsorganisaties in onze gemeente door het organiseren van bijeenkomsten en cursussen. In Bijlage A van dit rapport doen we een voorstel voor een nieuw Uitvoeringsprogramma voor de periode 2024-2027.

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

8

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Samen met anderen Als gemeente kunnen we dit niet alleen. We doen dit samen met onze partners: natuurorganisaties, ontwikkelaars en woningcorporaties, het bedrijfsleven, agrariërs en de steun van onze inwoners van onze gemeente. Ieder kan vanuit zijn eigen handelingsperspectief een bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit binnen de gemeente. In dit Biodiversiteitsplan willen we als de gemeente hiertoe handvatten aanbieden. Daar waar nodig willen we ook eisen stellen, bijvoorbeeld ten aanzien van het natuurinclusief ontwikkelen en bouwen. Het biodiversiteitsplan biedt inzicht in hoe het staat met de biodiversiteit in onze gemeente en biedt daarbij een breed pakket aan maatregelen aan die voor diverse doelgroepen te gebruiken zijn. Binnen de gemeente Zaltbommel hebben we een groot aantal organisaties die bezig zijn met het vergroten van biodiversiteit. Met een aantal van deze partners werken we als gemeente al lange tijd samen zoals de Natuurwacht Bommelerwaard, Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG), de Agrarische Natuurvereniging (VANL) De Capreton en het Natuur en Milieu Educatiecentrum De Grote Rivieren. Sinds een aantal jaren komen we ca.

twee keer paar jaar samen in het Platform Natuur en Landschap Bommelerwaard om samen om met elkaar informatie uit te wisselen en kansen voor samenwerking te bespreken Daarnaast werken we ook samen met terreinbeherende organisaties, zoals het Waterschap Rivierenland, Provincie, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, en Stichting Geldersch Landschap en Kastelen. Ontwikkelen we projecten samen met dorpsraden, agrariërs en tuinders, en het bedrijfsleven of Woningcorporaties. En ontstaan er soms nieuwe partnerschappen zoals met de Fruitmotor vanuit Gonzend Rivierenland . Het grootste deel van de grond in Zaltbommel is niet in eigendom van de gemeente, maar van particulieren. Daarom zijn zij voor ons ook een belangrijke doelgroep en partner en zijn veel van de voorgestelde maatregelen specifiek gericht op het voorlichten en betrekken van en stimuleren van maatregelen voor en door onze inwoners. In het uitvoeringsprogramma (Bijlage A) hebben we aangegeven met welke partner(s) we de voorgestelde maatregelen op willen pakken

2.2 Biotopen en gidssoorten Welke natuur voorkomt in een gebied heeft met veel factoren te maken. Zo spelen abiotische factoren 1 een grote rol. Bepaalde natuurwaarden zijn gebonden aan specifieke bodemeigenschappen en grondwaterstanden. Maar ook externe factoren zijn van invloed op aanwezige natuur, zoals de eerdergenoemde transitieopgaven van onze huidige samenleving, verstoring, gifstoffen en stikstofuitstoot. Daarom dient slim te worden omgegaan met de beschikbare ruimte waar biodiversiteitsmaatregelen kunnen worden genomen. Om te komen tot een pragmatische aanpak is ervoor gekozen om de gemeente te verdelen in vijf biotopen2 (Figuur 3.3) die veel gelijkenissen vertonen, en gebruik te maken van voor die biotopen representatieve gidssoorten (Kader 3.2). De ecologie van deze gidssoorten is bepalend voor de biodiversiteitsmaatregelen.

1

Abiotische factoren = factoren zonder biologische oorsprong, zoals bodemtype of waterkwaliteit. Biotoop = een gebied met een uniform landschapstype. Zo vormen woonwijken met tuinen en parken samen de biotoop gebouwd gebied. 2

9

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Figuur 2.1 | Verdeling van de biotopen over Zaltbommel.

Biotopen Voor dit biodiversiteitsplan hebben we onderscheid gemaakt tussen vijf verschillende biotopen:  Bebouwd gebied;  Agrarisch buitengebied;  Natuurgebieden;  Bedrijventerreinen en kassengebied;  Infra verbindingen ((water-)wegen).

10

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Gidssoorten Binnen elk biotoop leven gidssoorten die hier voorkomen of de potentie hebben hier voor te komen of in aantal toe te nemen. Een gidssoort is een plant- of diersoort waarvan de aan- of afwezigheid inzicht geeft over de karakteristieken (habitat en kwaliteit) van een gebied. Een gidssoort is daarnaast representatief voor een groot aantal andere soorten die vergelijkbare eisen stellen aan hun leefgebied. Een maatregel die een positief effect heeft voor de gekozen gidssoort, biedt daardoor ook kansen voor een groot scala aan andere plant- en diersoorten die in dit biotoop voorkomen. De uitgekozen gidssoorten komen allemaal voor in onze gemeente en velen hiervan zijn kenmerkend voor het rivierengebied. Bij deze selectie is ook op gelet dat elk biotoop een eigen verzameling aan gidssoorten heeft, zodat een divers pakket aan biodiversiteitsmaatregelen kan worden toegepast. Voor dit biodiversiteitsplan ligt de focus op de onderstaande gidssoorten (zie Kader 3.2). Kader 2.1 | Gidssoorten

      

Bestuivers Grote modderkruiper Kamsalamander Buizerd, boomvalk, kraai, ekster en roek Gierzwaluw Huismus Kerkuil

     

Steenuil Patrijs Grutto Vleermuizen Kleine marters Egel

In de bovenstaande lijst valt misschien op dat er geen plantensoorten als gidssoort zijn gekozen. Dit heeft alles te maken met het feit dat veel van de maatregelen voor fauna ook voordelig zijn voor flora, zoals in het geval van natuurvriendelijk maaibeheer. Hierbij vormt een toename in planten juist de basis voor een faunamaatregel. Om in de lijst met maatregelen herhaling te voorkomen, zijn planten niet als aparte gidssoort beschouwd.

11

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

4. Stand van zaken biodiversiteit Het opstellen van een biodiversiteitsplan zou niet nodig zijn wanneer het goed gesteld zou zijn met onze natuur. Veel studies laten echter zien dat de biodiversiteit de laatste jaren sterk is afgenomen. De toename van bebouwd gebied, zowel woningbouw als bedrijvigheid, intensivering van landbouw en het verdwijnen van landschapselementen waardoor de natuur versnippert, zijn belangrijke oorzaken van deze afname. Als we alleen kijken naar het agrarisch gebied, waar Nederland voor meer dan de helft uit bestaat, zien we sinds begin vorige eeuw een afname van 35% voor akkerplanten, 80% voor graslandvlinders en 85% voor akkervogels 3. Van de 18 soortgroepen die ons land rijk is, staat tenminste één derde van de soorten op de Rode Lijst (zie kader 3.1). Deze afname en bedreiging van soorten is natuurlijk niet enkel in Nederland een probleem, echter is het verlies in ons land relatief groter dan we op Europees of wereldwijd niveau zien. Kader 3.1 | Rode Lijst De Nederlandse Rode Lijst is een in opdracht van het Ministerie van EZK opgesteld overzicht van soorten flora en fauna die in hun voortbestaan bedreigd worden.

De soorten op de Rode Lijst zijn onderverdeeld in een aantal categorieën, van “gevoelig” tot “Verdwenen uit Nederland” Hoewel de Rode Lijst geen juridische beschermingsstatus geeft aan betreffende soorten, wordt er in het beleid van overheden en terreinbeherende organisaties wel rekening gehouden met deze soorten door maatregelen uit te voeren die de toename van een Rode Lijst soort stimuleren. Rode Lijst soorten geven over het algemeen een meetsoort voor de huidige staat van de natuur en zijn daarmee goede indicatorsoorten voor de biodiversiteit.

Hoewel het niet zo rooskleurig gesteld lijkt te zijn met onze natuur, zijn er ook goede berichten. Sinds 2020 lijkt de biodiversiteitsafname iets te remmen, mede door de investeringen in natuurontwikkeling en de actieve aanleg van nieuwe natuur4. De laatste jaren besteden overheden ook meer aandacht aan natuurontwikkeling en de aanleg van groenblauwe verbindingen.

3.1 Stand van zaken in Zaltbommel De gemeente Zaltbommel ligt als eiland in de westelijke hoek van de gemeente Gelderland, ingesloten door rivieren met de Maas en afgedamde Maas in het zuiden en de Waal in het noorden. Deze ligging tussen de rivieren maakt dat het gebied onder grote invloed staat van het water. Het is een typisch rivierenlandschap met uiterwaarden, oeverwallen en kommen. Ook gemeente Zaltbommel heeft te maken met een achteruitgang van de biodiversiteit. Om te bepalen hoe het gesteld is met onze eigen biodiversiteit, is gemeentebreed gekeken naar de kwaliteit van de natuur. Deze meting richt zich niet alleen op Rode Lijstsoorten binnen de gemeente, maar ook op algemene soorten die een indicatie geven van de aanwezige basiskwaliteit van de natuur.

Rode Lijstsoorten in de gemeente Zaltbommel De onderstaande kaart (Figuur 3.1) laat zien hoeveel Rode Lijstsoorten voorkomen in de gemeente en is gebaseerd op gegevens van alle soortgroepen in de laatste tien jaar. De verschillende gradatiekleuren geven de dichtheid aan Rode Lijstsoorten weer. Daarmee geeft het een indicatie van de huidige stand van zaken voor

3 4

CBS, 2020

CBS, PBL, RIVM, WUR (2013). Biodiversiteitsverlies in Nederland, Europa en de wereld, 1700-2010 (indicator 1440, versie 02 , 27 september 2013 ). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; PBL Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University and Research, Wageningen.

12

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

biodiversiteit voor onze gemeente. Ook laat de kaart zien welke delen er voor wat betreft biodiversiteitswaarde duidelijk uitspringen, en op welke locaties er ruimte is voor verbetering 5. Op de kaart is duidelijk te zien dat de waaluiterwaarden Breemwaard en Gamerense waard en de door de provincie aangewezen ‘natuurparel’ 6Loevestein er duidelijk uitspringen. Met name Loevestein is een duidelijke ‘parel’ met 41 Rode lijstsoorten waarnemingen. Ook een aantal centraal in de gemeente gelegen gebieden rondom de Lieskampen, “Capreton” en “Rampert en Het Molenveld” springen er uit voor wat betreft het aantal aan Rode Lijstsoorten.

Figuur 3.1 | Dichtheid van Rode Lijstsoorten in de gemeente.

Basiskwaliteit natuur in de gemeente Zaltbommel Voor de meer algemene diersoorten die thuishoren in onze gemeente zien we vrijwel eenzelfde beeld als op de kaart met Rode Lijstsoorten. Dat wil zeggen; de soortenrijkdom zien we vooral binnen de ‘natuurparels’. Onderstaande kaarten in Figuur 3.2 laten de huidige natuurwaarden in de gemeente Zaltbommel zien voor algemene soorten. Dit zijn de zogenaamde indicatorsoorten voor basiskwaliteit natuur. Deze kaarten zijn gebaseerd op gegevens van de laatste tien jaar. Er is gekozen om voor vier soortgroepen de kwaliteit weer te geven, namelijk: vogels, zoogdieren, dagvlinders en vaatplanten. Van deze redelijk eenvoudig te inventariseren soortgroepen zijn namelijk de meeste gegevens aanwezig. De groene vlakken laten zien waar het goed gaat met de biodiversiteit. We vinden deze gebieden weer in hoofdzaak binnen de eerdergenoemde natuurparels: de waaluiterwaarden , Loevestein en de Lieskampen. Ook in de zones rondom deze parels zien we nog een hogere basiskwaliteit, aangegeven met de oranje vlakken. De rode vlakken laten zien waar de biodiversiteit laag is. Dit is een behoorlijk oppervlak binnen de gemeente. De rode vlakken zeggen niet dat er in het geheel geen natuurwaarde aanwezig is, maar dat echt bijzondere natuurwaarden hier niet zijn vastgesteld.

5

De data waaruit de kaart is opgebouwd is afkomstig uit Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) die een zeer grote dataset aan gegevens uit betrouwbare bronnen bevat. Hierbij geldt dat niet iedere locatie even intensief is onderzocht in de afgelopen tien jaar, waardoor een negatiever beeld dan de werkelijkheid kan worden geschept. Ook zijn er locaties waar inventarisatiegegevens ontbreken, voor deze hokken is geen kleur toegekend. 6 Door de provincie zijn zogenoemde “Natuurparels” aangewezen. Natuurparels zijn binnen het Gelders natuurnetwerk (GNN) gelegen gebieden waar de grootste dichtheid aan Rode Lijstsoorten en internationaal beschermde soorten voorkomen. In de gemeente Zaltbommel liggen de natuurparels “Lieskampen” en “Loevestein”.

13

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Figuur 3.2 | Algemene soorten in de gemeente Zaltbommel

In de kaarten is ook aangegeven waar te weinig informatie aanwezig is om onderbouwde uitspraken over de huidige stand van zaken te doen. Omdat de NDFF enkel laat zien wat er wel is waargenomen, en dus niet waar geen onderzoek is uitgevoerd, is er voor de kaarten ook gebruik gemaakt van de aanwezigheid van generalisten. Generalisten zijn soorten die zo algemeen zijn dat ze bijna overal voorkomen en eenvoudig te herkennen zijn. Zodat iedereen die waarnemingen van soorten noteert ze niet over het hoofd kan zien. De afwezigheid van deze generalisten is daarom een indicatie dat een gebied onvoldoende is onderzocht om betrouwbare waarnemingen van andere soorten te bevatten. De kaarten met de algemene soorten laten daardoor ook zien dat er nog grote gebieden zijn waar informatie over soortenrijkdom ofwel biodiversiteit ontbreekt. Deze gebieden liggen met name in het agrarisch buitengebied waar geen of weinig flora en fauna inventarisaties plaatsvinden omdat deze gebieden vaak niet vrij toegankelijk zijn. Voor een goed beeld is daarom het opstellen van een monitoringsplan noodzakelijk. De kaarten geven de huidige stand van zaken weer. Met de beschikbare gegevens kan geen vergelijking worden gemaakt met de vroegere situatie en daarmee of het nu slechter of misschien beter gaat met de biodiversiteit in de gemeente. Dit is een 0-meting.

De kaarten laten wel duidelijk zien dat er ruimte is voor verbetering, zoals het ontwikkelen van (nieuwe) natuur en tussenliggende verbindingen (stapstenen). Door een biodiversiteitsmeetnet op te stellen, kan op gestandaardiseerde wijze een actueel beeld van de biodiversiteit en de ontwikkeling hiervan worden verkregen en ook meer locatie specifieke plannen worden ontwikkeld die de condities voor flora en fauna ter plaatse verbeteren. De gemeente kan op basis hiervan haar beleid aanpassen of bijsturen.

14

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

3.2 Knelpunten In het volgende hoofdstuk wordt meer in detail ingegaan op mogelijke maatregelen per biotoop en bijbehorende gidssoorten. Ter verbetering van de biodiversiteit is het van belang om inzicht te hebben welke knelpunten spelen binnen de vijf biotopen. Hieronder is in een schema weergeven om welke knelpunten het gaat (Figuur 3.3). Deze knelpunten zijn in het volgende hoofdstuk vertaald naar kansen voor maatregelen ter verbetering van de biodiversiteit per biotoop en haar gidssoorten.

Figuur 3.3 | De knelpunten per biotoop.

15

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

5. Maatregelen We hebben een natuurrijke gemeente: de uiterwaarden langs de Maas en Waal, de buitenpolder Munnikenland en Loevestein in de westelijke punt, de Boterkampen en de centraal gelegen Lieskampen. Toch staat de biodiversiteit onder druk. Dit heeft vooral te maken met het grotendeels ontbreken van onderlinge verbindingen. Watergangen, bomenrijen, houtwallen of kruidenrijke vegetaties kunnen zo’n dergelijke verbinding vormen en tegelijk voedsel en dekking bieden tegen weersomstandigheden en predatoren. In een open en eentonig landschap hebben mobiele, minder mobiele of juist schuwe soorten moeite om zich te verplaatsen. Hierdoor ontstaat het risico op het ontstaan van geïsoleerde populaties waardoor de biodiversiteit zich minder goed ontwikkelt.

Afbeelding 4.1 | Uiterwaarden in de Breemwaard, onder beheer van Staatsbosbeheer (Bron: Viridis).

4.1 Maatregelen per biotoop en gidssoort Zoals eerder benoemd zijn de maatregelen gericht op ‘gidssoorten’ per biotoop. Deze soorten zijn indicatief voor de soortenrijkdom omdat zij specifieke hoge eisen aan de kwaliteit van hun leefomgeving stellen. Je kunt gidssoorten daarom zien als een kapstok voor veel andere flora en fauna in een biotoop. Wanneer een gidssoort als de patrijs voorkomt binnen een agrarisch landschap, dan voldoet een gebied ook aan de eisen van veel andere vogels, insecten, zoogdieren, amfibieën en flora. In dit hoofdstuk benoemen we voor elk biotoop de relevante gidssoorten. Per biotoop wordt beschreven welke maatregelen voor welke soorten kunnen worden genomen voor de verbetering van de basiskwaliteit natuur. Hierbij is aandacht voor zowel de knelpunten binnen de biotopen voor de kerngebieden waar bijvoorbeeld voorplantingsplaatsen of foerageergebieden liggen, als verbindingen in de vorm van structuren waarlangs soorten zich tussen die kerngebieden kunnen verplaatsen.

16

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Tabel 4.1 | Per biotoop is met ‘+’-tekens aangegeven in hoeverre de betreffende gidssoort hier voorkomt óf in hoeverre maatregelen toepasbaar zijn voor deze soort. In de laatste kolom is per gidssoort aangegeven welke andere soorten profiteren van deze maatregelen.

Type biotoop Soort

Bedrijvent erreinen Agrarisch en kassengeb ied

Gids voor…

Bebouwd gebied

Infra

Natuur

Bestuivers

+

+

+++

+++

++

Buizerd, boomvalk, kraai, ekster en roek

Andere insecten, broedvogels, flora

++

++

+++

+++

++

Andere broedvogels, insecten

Egel

+++

++

+++

++

+

Ongewervelden, broedvogels/tuinvogels, andere zoogdieren

Gierzwaluw

+++

-

-

-

-

Huismus, vleermuizen

Grote modderkruiper

-

+

+++

+++

+

Grutto

-

-

+++

+++

-

Huismus

+++

-

-

++

++

Kamsalamander

-

++

+++

+

-

Kerkuil

-

+

++

+++

-

Kleine marters

+

++

+++

+++

-

Patrijs

-

-

++

+++

-

Steenuil

-

+

++

+++

-

Vleermuizen

+++

++

+++

+

++

Andere vissen, amfibieën, waterplanten, oeverplanten, libellen, overige ongewervelden Andere weidevogels, zoogdieren ongewervelden Ongewervelden, tuinvogels Andere amfibieën, vissen, water- en oeverplanten, libellen, overige ongewervelden Zoogdieren (muizen), ongewervelden, andere broedvogels Andere zoogdieren, broedvogels, ongewervelden, amfibieën Ongewervelden, kleine zoogdieren, amfibieën, akkervogels Zoogdieren (muizen), ongewervelden, andere broedvogels Broedvogels, ongewervelden

In de komende paragrafen zijn per biotoop benoemd welke de maatregelen gunstig zijn voor een brede variatie aan plant- en diersoorten. Na het benoemen van de gidssoorten van de biotoop, worden de relevante maatregelen voor biotoop en gidssoorten beschreven. In Bijlage B zijn alle maatregelen samengevat in een tabel met welke partijen kunnen bijdragen aan welke maatregel. In Bijlage C is in de Handreiking Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen een puntensysteem met maatregelen voor nieuwbouw van woningen en bedrijven opgenomen. Aan het einde van dit hoofdstuk is tenslotte ook een kaart per gidssoort met maatregelen en verbindingen opgenomen.

17

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

4.2 Bebouwd gebied Onder bebouwd gebied worden gazons, parken, sportterreinen, schoolpleinen, woonwijken en overige gebouwen binnen de bebouwde kom bedoeld. Hier zetten we vooral in op de aanpak van knelpunten zoals een tekort aan nest- of verblijfplaatsen, foerageergebied en een groene structuur binnen de bebouwde kom. Ook willen we dat bij de aanleg van nieuwe woonwijken gebruik wordt gemaakt van de Handreiking Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen (Bijlage C).

Afbeelding 4.2 | Gidssoorten bebouwd gebied.

De maatregelen voor dit biotoop richten zich daarom op zowel gebouwen als openbaar groen, zodat geschikt leefgebied wordt aangeboden aan de volgende gidssoorten: Vleermuizen kunnen worden onderverdeeld in gebouw- en boombewonende soorten. Voor beide groepen geldt dat binnen Zaltbommel wordt ingezet op het verbeteren van vliegroutes en foerageergebied door bijvoorbeeld de aanplant van inheemse bomen en struiken. Qua verblijfplaatsen willen wij meer vleermuiskasten ophangen en natuurvriendelijk bouwen bij nieuwbouwprojecten stimuleren. Het kwetteren en tsjilpen van huismussen is onmisbaar binnen een woonwijk. Wij richten ons daarom op het vergroenen van woonwijken zodat geschikt foerageergebied ontstaat. Het aspect nestplaatsen wordt aangepakt door nestruimtes te creëren bij natuurinclusief bouwen of nestkasten op te hangen. De gierzwaluw is voornamelijk in het luchtruim te vinden, op zoek naar vliegende insecten. Omdat gierzwaluwen in gebouwen nestelen, is deze vogelsoort sterk van ons afhankelijk. Met behulp van natuurinclusief bouwen of het aanbieden van inbouwkasten zorgen we ervoor dat gierzwaluwen kunnen nestelen in de woonkernen. Egels zijn afhankelijk van de inrichting van woonwijken, tuinen en openbaar groen binnen de gemeente. De maatregelen voor deze soort richten zich daarom op het aanbieden van verbinding, voedsel en schuilplaatsen.

18

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Wegens de toenemende verstedelijking is het van extra groot belang dat we voldoende voedsel, waardplanten en schuilplekken voor bestuivende insecten blijven aanbieden. Daarom willen we op zo veel mogelijk locaties natuurvriendelijk maaibeheer hanteren, kruidenrijke vegetaties inzaaien, dergelijke vegetaties spontaan laten opkomen of schuilplaatsen aanbieden.

Figuur 4.1 | Biotoop ‘bewoond gebied’ binnen de gemeente Zaltbommel waar maatregelen voor de gidssoorten worden uitgevoerd.

Aanbieden nest- en verblijfplaatsen: natuurvriendelijk bouwen Door middel van een puntensysteem (Bijlage C) stimuleren wij natuurinclusief bouwen bij toekomstige bouwprojecten. Voor bijvoorbeeld vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen is het creëren van openingen in gevels of daken van nieuwbouw al voldoende om in nest- en verblijfplaatsen te voorzien. Als alternatief kunnen ook kasten worden ingemetseld die ruimte voor vleermuizen en broedvogels bevatten, hoewel maatwerk altijd de voorkeur heeft en meer punten oplevert bij dit puntensysteem. Samen met ecologen en architecten kan voorafgaand worden afgesproken waar openingen en tussenruimtes voor gebouwbewonende soorten worden gerealiseerd. Ook vinden wij het belangrijk om de buitenruimte rondom deze gebouwen te vergroenen, bijvoorbeeld door inheemse bomen en struiken aan te planten of groene daken te realiseren.

Afbeelding 4.3 | Voorbeeld van een toegankelijk dak door een opening tussen gevel en gevaldakpan te creëren (Bron: Viridis).

19

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Aanbieden nest- en verblijfplaatsen: kasten Voor locaties waar geen maatwerk of natuurvriendelijk bouwen mogelijk is, is het ophangen van nestkasten een alternatief. Daarom willen we het ophangen van kasten voor huismus, gierzwaluw, kauw, spreeuw, andere algemene broedvogels, gebouwbewonende vleermuizen en boombewonende vleermuizen verspreid over de woonkernen stimuleren. Afhankelijk van het type kast kunnen hierbij kasten aan zowel bomen als gebouwen worden opgehangen, hierbij wordt gelet op een geschikte aanvliegroute zonder obstakels. Ten slotte geldt dat wij niet alleen in nest- en verblijfplaatsen willen voorzien, maar het ook van belang is om aandacht besteden aan het functioneel habitat eromheen door vergroening te stimuleren.

Afbeelding 4.4 | Vleermuiskasten kunnen worden ingebouwd in de spouwmuur (Bron: Viridis).

Afbeelding 4.5 | Nestkast die zowel door huismus als gierzwaluw kan worden benut (Bron: Vivara Pro).

Afbeelding 4.6 | Schakeling van 6 vleermuiskasten in de spouwmuur (Bron: Viridis).

20

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Natuurvriendelijke tuinen Niet alleen wij dragen verantwoordelijkheid voor de biodiversiteit, maar ook bewoners beschikken samen over veel grond waarbinnen de biodiversiteit kan worden vergroot. Als gemeente willen wij bewoners meer voorlichten over wat zij kunnen doen voor de biodiversiteit in hun eigen tuin. Tijdens voorlichtingsavonden of via informatiefolders kunnen we bewoners informeren over hoe zij hun tuinen kunnen inrichten voor bestuivende insecten, huismussen, vleermuizen en egels. Bijvoorbeeld over het belang van waardplanten voor vlinders, nestplaatsen voor bijen, schuilplaatsen voor egels, stofbaden voor huismussen en het ophangen van kasten. We kunnen hierbij aanhaken op bewonersinitiatieven zoals het NK tegelwippen, project welkomstbomen voor nieuwe bewoners, het adopteren en beheren van boomspiegels of geveltuinen, of het initiatief Struikrovers, door hierbij meer informatie te verstrekken over het versterken van biodiversiteit.

Afbeelding 4.7 | Een geschikte tuin voor egels met o.a. struiken, bladhopen, egelpoortjes in de schutting en een egelhuisje (Bron: Viridis).

Natuurvriendelijk beheer openbaar groen Vaak worden parken en gazons netjes onderhouden met een relatief intensief maaibeheer. Om de biodiversiteit te vergroten is het echter van belang om meer natuurvriendelijk maaibeheer uit te voeren. Waar dat mogelijk is, nemen wij ons voor om maximaal tweemaal per jaar en gefaseerd in tijd en ruimte te maaien. Op dit moment onderhouden we een aantal bermen met behulp van ecologisch maaibeheer. Een dergelijk maaibeheer biedt meer beschutting voor bestuivende insecten en diverse grondgebonden diersoorten. Ook blijven hierdoor meer bloeiende planten behouden, waardoor het insecten- en nectaraanbod stijgt voor alle bovengenoemde gidssoorten. De komende tijd willen we ons ecologisch maaibeheer weer opnieuw onder de loep nemen. Naast het uitvoeren van natuurvriendelijk maaibeheer willen wij nieuwe groenstructuren aanleggen in bestaande woonwijken én nog te bouwen woonwijken (via het puntensysteem). Deze groenstructuren of

21

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

faunavoorzieningen kunnen bestaan uit kruidenrijke vegetaties met streekeigen soorten, wadi’s, poelen, takkenrillen, houtwallen, zandige steilranden (voor wilde bijen) of bijenhotels. Bij dergelijke voorzieningen kunnen ook informatieborden worden geplaatst om de functie hiervan te verduidelijken. In het lopende project ‘Vergroenen speeltuinen’ maken we hiermee een begin.

Afbeelding 4.8 | Groene leefomgeving in bebouwd gebied met vleermuiskasten, bijenhotels, takkenrillen, bomenrijen en natuurvriendelijk maaibeheer (Bron: Viridis).

Behoud nest- en verblijfplaatsen bij groenbeheer In het groenbeheer van onze gemeente willen we in de toekomst meer erop letten dat belangrijke schuilplaatsen van diersoorten behouden blijven. Voor egels en andere zoogdieren worden daarom zo min mogelijk grote blad- of takkenhopen verwijderd tijdens periodes van langdurige vorst. Voor bomen met holten of loszittend schors geldt dat snoeiwerkzaamheden op minimaal twee meter van de holte worden uitgevoerd zodat eventueel aanwezige vleermuizen niet worden verstoord. Wij nemen ons voor om bovenstaande maatregelen waar mogelijk op te nemen in ons groenbestek. Groene infrastructuur Voor grondgebonden soorten als egels, maar ook vliegende soorten als vleermuizen is een groen, aaneengesloten netwerk van groot belang binnen. Hierdoor kunnen diersoorten zich gemakkelijker en veiliger door bewoond gebied verplaatsen. De gemeente zet zich in om een dergelijk groen netwerk aan te leggen door de aanleg van bomen, struiken, watergangen, takkenrillen, houtwallen, stobbenwallen of kruidenrijke vegetaties. Ten behoeve van vleermuizen willen we waar mogelijk ook de straatverlichting op knelpunten en in parken aanpassen naar amberkleurige verlichting zodat vliegroutes kunnen blijven functioneren. Voor soorten als de watervleermuis en libellen kunnen poelen en wadi’s worden aangelegd.

22

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

4.3 Agrarisch buitengebied Het agrarisch buitengebied maakt het grootste deel uit van onze gemeente. Daarom liggen hier veel kansen voor de meeste gidssoorten. Dit biotoop kan worden onderverdeeld in akkers, weilanden, boomgaarden, watergangen, dijken en weidevogelgebieden. De maatregelen voor dit biotoop richten zich voornamelijk op het terugbrengen van oude landschapselementen, lijnvormige elementen en het verhogen van de plantendiversiteit. Omdat de gemeente geen agrarisch landschap in beheer heeft, is de samenwerking met agrariërs, particulieren, en waterschap, Rijkswaterstaat en andere terreinbeherende organisaties hierin belangrijk.

Afbeelding 4.9 | Gidssoorten agrarisch buitengebied.

Voor het agrarisch buitengebied gaat de aandacht uit naar de volgende gidssoorten: In het zuidoosten van de gemeente ligt een weidevogelgebied voor weidevogels als de grutto. In de toekomst willen we met agrariërs en agrarische collectieven kijken hoe we het beheer van dit gebied kunnen optimaliseren en verkennen we of er meer kansen zijn voor meer weidevogelgebieden in onze gemeente. Dergelijke kansen liggen bijvoorbeeld in de combinatie met waterberging en de wens om water langer vast te kunnen houden bij droogte. De tegenwoordig zeldzame patrijs is een indicator voor een gezond, biodivers boerenland met een veelzijdigheid aan landschapselementen. Het verdwijnen van landschapselementen vormt daarom een knelpunt voor deze soort. In samenwerking met de VANL De Capreton en Stichting Landschapsbeheer Gelderland hebben wij al stappen gemaakt door patrijzenranden in te zaaien en een werkgroep patrijs op te richten. Aanvullend zoeken we naar kansen om meer leefgebied aan te bieden door bijvoorbeeld de aanleg van patrijzenhagen, steilranden, kruidenrijke vegetaties en wintervoedselakkers aan te leggen waar deze soort kan foerageren, schuilen en nestelen.

23

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Kerkuilen zijn afhankelijk van voldoende nestgelegenheid en voldoende voedselaanbod, voornamelijk bestaande uit muizen. Deze twee aspecten kunnen worden aangeboden met behulp van nestkasten, kruidenrijke vegetaties, uitkijkposten en houtwallen. De steenuil komt veel voor binnen onze gemeente en is sterk gebonden aan kleinschalig landschap met veel groenstructuren. Dit landschap staat onder druk wegens toenemende woningbouw, kassen en bedrijventerreinen. Hiervoor willen we extra groenstructuren realiseren zoals kruidenrijke graslanden, houtwallen, knotwilgenrijen, hoogstamboomgaarden en wintervoedselakkers. De Steenuilenwerkgroep van de Natuurwacht onderhoudt al veel nestkasten. Als gemeente willen wij hier graag aan bijdragen. Voor de buizerd, boomvalk, roek, ekster en zwarte kraai geldt dat de aanleg van geschikt broedbiotoop en foerageergebied ook gunstig is voor veel andere (vogel)soorten. Hiervoor zijn maatregelen zoals het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, bomenrijen en kruidenrijke vegetaties van belang. Voor vleermuizen willen wij om meer foerageergebied en vliegroutes aanbieden. Hiervoor is de aanplant van lijnvormige structuren langs bermen en creëren van kruidenrijke graslanden van belang. Kleine marterachtigen zijn erg schuw en bewegen zich voornamelijk langs dichte structuren.

Door struikenrijen, houtwallen, takkenrillen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen, ontstaan meer mogelijkheden voor kleine marters om zich door het buitengebied te verplaatsen en hier te foerageren. Kamsalamanders zijn afhankelijk van een kleinschalig halfopen landschap met voldoende geschikt voortplantingswater, overwinteringshabitat en landhabitat. Dergelijke omstandigheden ontstaan door natuurvriendelijk maaibeheer in water én op land, en de aanleg van natuurvriendelijke oevers, poelen, houtwallen en stobbenwallen. Binnen onze gemeentegrenzen komt de grote modderkruiper nog vooral voor in natuurgebieden terwijl het agrarisch landschap, met behulp van maatregelen, ook leefgebied kan vormen. Hiertoe zijn natuurvriendelijk maai-/baggerbeheer, de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het verbinden van watergangen belangrijke maatregelen. Binnen het open agrarisch landschap is het vaak een uitdaging voor bestuivende insecten om voldoende nectar, waardplanten en schuilplekken te vinden. Hiervoor kan meer beschutting en nestgelegenheid worden aangeboden in de vorm van knotwilgen, houtwallen, steilranden en natuurvriendelijke oevers. Waardplanten en nectar zijn daarnaast te vinden in kruidenrijke vegetaties, bloemrijke akkerranden en mantelzoomvegetaties.

24

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Figuur 4.2 | Biotoop ‘agrarisch buitengebied’ binnen de gemeente Zaltbommel waar maatregelen voor de gidssoorten worden uitgevoerd.

Terugbrengen kleinschalig boerenland Wij willen meer groenstructuren terug te brengen binnen het agrarisch gebied. Zo zijn hoogstamboomgaarden zonder gebruik van gifstoffen en met een rijke ondergroei steeds zeldzamer geworden, terwijl deze landschapselementen nestplaatsen bieden en haar bloemen en fruit belangrijke voedingsbronnen vormen voor insecten en zoogdieren. Verder kan de aanleg van wintervoedselakkers worden gestimuleerd. Dit zijn met rust gelaten akkers waar jaarrond granen en kruiden blijven staan voor wilde diersoorten. Binnen agrarische natuurvereniging collectieven zijn subsidies voor agrariërs beschikbaar voor het aanleggen van wintervoedselakkers. Als gemeente Zaltbommel willen we de kansen hiervoor samen met onze agrariërs verkennen en waar mogelijk faciliteren en bijdragen in de realisatie hiervan.

25

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Afbeelding 4.10 | Een wintervoedselakker vormt tijdens koude jaargetijden een belangrijke schuilplek en voedingsbron (Bron: Viridis).

Lijnvormige landschapselementen Een netwerk van lijnvormige landschapselementen zorgt ervoor dat bestuivende insecten, patrijzen, kleine marters en vleermuizen zich beschut door het open landschap kunnen verplaatsen. Daarnaast biedt dit overwinterhabitat voor de o.a. kamsalamander en nestgelegenheid voor broedvogels. Door houtwallen, knotwilgenrijen, takkenrillen, patrijzenhagen en keverbanken aan te leggen, wordt meer structuur aangebracht in ons landschap. Afgestemd op de locatie hierbij soorten als bijvoorbeeld de eenstijlige meidoorn, sleedoorn, gewone vogelkers, zwarte els, veldesdoorn, wilde lijsterbes, gladde iep, zomereik, hazelaar etc. worden aangeplant. Waar de ruimte dat toelaat, willen we de aanleg van mantel- zoomvegetaties stimuleren. Dit zijn bosranden met een geleidelijke overgang van een hoge naar een lage vegetatie. Wij willen de kansen voor bovenstaande maatregelen verkennen in samenwerking met natuurbeheerders, werkgroepen (patrijs, steenuil, vleermuizen, marterachtigen), agrariërs en de agrarische natuurvereniging.

26

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Afbeelding 4.11 | Kleinschalig boerenland met knotwilgen, takkenrillen, poelen, bloemrijke akkerranden, steenuilkasten en een afwisselende landbouw (Bron: Viridis).

Kruidenrijke graslanden Wij willen op kansrijke locaties in ons eigendom en beheer Engels raaigrasvegetaties “vervangen” door kruidenrijk grasland door ecologisch maaibeheer. Bijvoorbeeld het realiseren van meer ruige overhoekjes, bloemrijke akkerranden. Maar ook hele percelen waar wordt ingezet op een kruidenrijke vegetatie. Op sommige locaties passen we momenteel een ecologisch maaibeheer toe (minder klepelen, maaien en afvoeren, uitstellen maaironde). Hierdoor vinden bestuivende insecten meer nectar, schuilplaatsen en waardplanten. Voor bestuivers is het van belang dat er zo veel mogelijk gebiedseigen soorten aanwezig zijn. In volgorde van voorkeur willen we dit doel bereiken door een natuurlijke ontwikkeling vanuit de reeds aanwezige zaadbank, het inbrengen van maaisel afkomstig van kruidenrijke percelen uit de directe omgeving of door het inzaaien met een biologisch (gifvrij) zaadmengsel van een inheemse zadenkweker. Hierbij geldt dat het spontaan laten opkomen van vegetatie uit de zaadbank het meeste bijdraagt aan de lokale flora en fauna. Deze kruidenrijke graslanden kunnen ook beweid worden. Kruidenrijke graslanden vormen foerageergebied voor vrijwel alle andere gidssoorten wegens het grotere aantal aantal planten, insecten en muizen. Speciaal voor de grutto willen we kijken naar extra locaties voor de aanleg van plas-dras weilanden.

Dit zijn percelen waar de grondwaterstand wordt verhoogd waardoor grutto’s makkelijker wormen kunnen vinden. Daarnaast wordt hier tussen 1 april en 1 juni geen bemesting of beweiding uitgevoerd. De gemeente beschikt zelf niet over geschikte locaties waar dit beheer kan worden toegepast, maar wil faciliteren in het overleg met

27

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

boeren en waterschappen hiervoor. Een bijkomend voordeel is dat dit ook kan bijdragen aan waterberging en het langer vasthouden van water voor droge tijden in het kader van klimaatadaptatie.

Afbeelding 4.12 | Kruidenrijk zaaimengsel van Cruydt-Hoeck voor bestuivende insecten en weidevogels (Bron: Cruydt-Hoeck).

Aangepast maaibeheer Een gevarieerd maaibeheer op de juiste tijdstippen is van groot belang voor grutto’s en patrijzen voor de kuikens, het insectenaanbod en een variatie aan vegetatiehoogten om in te nestelen. Wij vinden het daarom belangrijk dat in weidevogelgebieden minder bemest wordt en pas na 1 juli gefaseerd gemaaid wordt. Gefaseerd maaien houdt in dat het perceel van binnen naar buiten gemaaid wordt, zodat eventueel aanwezige dieren de kans krijgen om naar de randen te vluchten naar bij voorkeur een brede rand met kruidenrijke vegetatie. Waar mogelijk willen we dit als gemeente stimuleren of faciliteren. Aquatisch habitat Tegenwoordig is de hoogste biodiversiteit binnen het boerenland voornamelijk in en langs sloten te vinden. Zeker Zaltbommel een waternatuurrijke gemeente. Wij willen daarom de aquatische habitats verbeteren door meer natuurvriendelijke oevers en poelen aan te leggen. De kansen hiervoor willen we in samenwerking met de provincie, waterschap, agrariërs en particulieren verkennen. Vanuit het Waterschap en provincie zijn hiervoor soms subsidies beschikbaar. Bij natuurvriendelijke oevers biedt de bredere oeverzone meer ruimte aan oever- en waterplanten – wat goed is voor grote modderkruiper, kamsalamander, bestuivende insecten en libellen en daarmee boomvalk. Daarnaast wordt hiermee de waterkwaliteit en waterberging verhoogd.

Poelen kunnen worden aangelegd volgens het advies van RAVON, waardoor voortplantingswater voor de kamsalamander en andere amfibieën ontstaat. Deze landschapselementen zijn daarnaast erg waardevol voor andere watergebonden soorten zoals waterkevers en libellen. Momenteel hebben we hiervoor als gemeente een project lopen voor het oprichten van een poelenwerkgroep voor de Bommelerwaard.

Afbeelding 4.13 | Een natuurvriendelijke oever met ruimte voor water- en oeverplanten (Bron: Viridis).

28

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Gefaseerd groenonderhoud Ook buiten de bebouwde kom is het belangrijk dat het groenonderhoud is toegespitst op lokale fauna. Naast een ecologisch maaibeheer op het land draagt gefaseerd maaibeheer in het water ook bij aan de biodiversiteit. Gidssoorten zoals de grote modderkruiper en kamsalamander zijn voor hun veiligheid en voortplanting afhankelijk van waterplanten. In samenwerking met agrariërs en waterbeheerders willen we stimuleren in watergangen zo veel mogelijk gefaseerd te maaien. Het uitgangspunt is hierbij om 30-50% van een watergang over te slaan en pas in het volgende jaar te maaien.

Afbeelding 4.14 | Voorbeeld van gefaseerd maaibeheer in een watergang (Bron: Viridis).

Eerder werd de aanplant van knotwilgen al benoemd, maar het gefaseerd knotten van deze bomen is ook erg belangrijk voor steenuilen en bestuivende insecten. Door de helft van de knotwilgen over te slaan en pas volgend jaar te snoeien, worden minder steenuilen verstoord en blijft meer nectar aanwezig voor wilde bijen en andere insecten. Wij willen dit opnemen in ons groenbestek en dit verkennen of we dit meer in samenwerking met natuurwerkgroepen of agrariërs kunnen doen.

Afbeelding 4.15 | Gefaseerd gesnoeide wilgenlaan (Foto: Nature Today, Menno Reemers).

29

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Nestkasten Voor kerkuilen en steenuilen zijn nestkasten ontworpen waarin beide soorten kunnen nestelen en uitrusten. In samenwerking met agrariërs, vrijwilligers of particulieren willen wij deze kasten verspreid binnen het agrarisch landschap op te hangen. Dit doen we onder andere samen met de steenuilenwerkgroepen van de Natuurwacht Bommelerwaard. De steenuilenwerkgroep heeft in onze gemeente al veel kasten opgehangen en in beheer. Voor deze locaties geldt dat wij willen ook willen inzetten op de functionele omgeving rondom deze kasten, zoals de realisatie van meer groenstructuren of kruidenrijke vegetaties.

Afbeelding 4.16 | UK KE 01 Nestkast voor de kerkuil (Bron: Vivara).

Afbeelding 4.17 | Steenuilenkast STONE voor de steenuil (Bron: Vogelbescherming).

Strategische indeling Gemeente Zaltbommel is zich ervan bewust dat niet alle maatregelen overal even wenselijk zijn. Zo kan het plaatsen van een bomenrij in een weidevogelgebied ervoor zorgen dat predatoren gemakkelijker bij de kuikens kunnen komen. Dergelijke situaties worden voorkomen door een strategische indeling te maken tussen weidevogelgebied en percelen met maatregelen voor andere soorten. Ook houden we rekening met het behouden van het waardevol open komlandschap en de open schootsvelden en inundatievlakte van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hier willen we bijvoorbeeld geen hoge bomenrijen aangeplant voor kraaien en roofvogels om verdichting van het landschap te voorkomen.

30

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

4.4 Natuurgebieden In de Bommelerwaard liggen verscheidene natuurgebieden met (vochtige) bossen, hooilanden, ruige vegetaties, plassen en uiterwaarden. Hier is veel leefgebied beschikbaar voor flora en fauna. Maar er kunnen nog steeds maatregelen worden genomen ter versterking van de kwaliteit hiervan, zoals de aanleg van meer voortplantingswater, schuilplekken en natuurvriendelijke overgangssituaties voor foerageren en schuilmogelijkheden. Zelf heeft Gemeente Zaltbommel in verhouding weinig natuurgebieden in eigendom of beheer (o.a. Kloosterwiel, Bruchems Bos en Achterdijk), maar we gaan graag de samenwerking aan met terreinbeherende organisaties zoals Staatsbosbeheer, waterschap en particulieren. Verder kunnen we maatregelen uitvoeren in onze eigen bermen en terreinen die aan dergelijke natuurgebieden grenzen.

Afbeelding 4.18 | Gidssoorten natuurgebieden.

Bij deze eventuele samenwerking willen we ons richten op de onderstaande maatregelen voor de volgende gidssoorten: Binnen (kruidenrijke) graslanden en uiterwaarden liggen voldoende kansen om meer nestgelegenheid en voedselaanbod voor de patrijs te creëren. Deze twee aspecten kunnen worden gerealiseerd door ecologisch maaibeheer en de aanleg van groenstructuren. Hoewel de kerkuil voornamelijk in boerenerven met nestkasten broedt, vormen de natuurgebieden daarbuiten een belangrijk foerageergebied voor deze soort. Samen met terreinbeheerders willen wij daarom maatregelen stimuleren die het aantal prooidieren hier doet groeien. Voor de steenuil geldt dat extra groenstructuren binnen graslanden en uiterwaarden kunnen worden aangelegd om dit tot een kleinschaliger landschap te maken. Daarnaast zoeken we naar mogelijkheden om nestkasten in natuurgebieden op te hangen.

31

Biodiversiteitsplan Gemeente Zaltbommel

Binnen de wat meer open natuurgebieden liggen kansen om meer broedgelegenheid te creëren voor buizerd, boomvalk, roek, ekster en zwarte kraai. Foerageergebied kan worden gerealiseerd door middel van ecologisch maaibeheer en het aanleggen van groenblauwe structuren zoals natuurvriendelijke oevers. Maatregelen voor vleermuizen zijn locatieafhankelijk. In open landschap kunnen lijnvormige structuren worden aangelegd als vliegroute, terwijl in gesloten landschap kasten kunnen worden opgehangen of mantelzoomvegetaties kunnen worden aangelegd als foerageergebied. In open natuurgebieden liggen voor kleine marterachtigen kansen om houtwallen, mantel- zoomvegetaties, stobbenwallen en natuurvriendelijke oevers aan te leggen voor dekking en foerageermogelijkheden. Binnen de Bommelerwaard worden kamsalamanders voornamelijk waargenomen in halfopen natuurgebieden. Ook in de wat meer open natuurgebieden kan geschikt leefgebied worden gerealiseerd door natuurvriendelijk maaibeheer van oevers én op land en de aanleg van natuurvriendelijke oevers, amfibieënpoelen, houtwallen en stobbenwallen. Grote modderkruipers zijn afhankelijk van plantenrijke en verlandende wateren. Binnen waterrijke natuurgebieden is het daarom belangrijk zo veel mogelijk ecologisch maaibeheer in water én op land uit te voeren – en kunnen daarnaast natuurvriendelijke oevers worden aangelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13692817/1