CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage X. PvE Archeologie Hof van Poederoijen

Raadsvergadering 13 juni 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan 't Hof van Poederoijen12.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

27

Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • • • • •

Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl

Literatuur • • • • •

• •

SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Borsboom, A.J./J.W.H.P., Verhagen 2009: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), versie 1.02, Gouda (CCvD). Boshoven, E.H. 2004, Poederoijen, Dorpsweg 12 en 14, Inventariserend archeologisch veldonderzoek, karterende fase, BAAC-rapport 04.183, Deventer. Carmiggelt, A./P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). van Kappel, K./J. Orbons 2015, Dorpsweg, Poederoijen, Gemeente Zaltbommel, Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, inventariserend en karterend booronderzoek, ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 15055, Eijsden. Kooistra, L.I./O., Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD).

IVO-P Poederoijen, Dorpsweg / 20230803/BR2.1/ Datum: 06-10-2023

28

Bijlage 1.

Luchtfoto

29

Bijlage 2.

Verstoringsdiepte

(Het noorden aan de linker zijde)

30

31

Bijlage 3.

Gemeentelijke beleidskaart

32

33

Bijlage 4.

Lithologisch Profiel (BAAC; Boshoven, 2004)

34

Bijlage 5.

Vondstverspreiding (BAAC; Boshoven, 2004)

35

Bijlage 6.

Boor- en advieskaart (ArcheoPro; van Kappel/Orbons, 2015)

36

Bijlage 7.

Puttenplan

37

38

Bijlage 8.

Lijst met te verwachten aantallen

Onderzoek

Verwachting

IVO-P Poederoijen

IJzertijd – Nieuwe Tijd

Omvang

Verwachte aantal m²

Plangebied: ca. 37.450 m2

Ca. 840 m2 aan proefsleuven

Vondstcategorie

Verwachte aantallen (N)

Aardewerk

500

Bouwmateriaal

100

Metaal (ferro)

15

Metaal (non-ferro)

-

Slakmateriaal

-

Vuursteen

-

Overig natuursteen

30

Glas

5

Menselijk botmateriaal onverbrand

-

Menselijk botmateriaal verbrand

-

Dierlijk botmateriaal onverbrand

200

Dierlijk botmateriaal verbrand

50

Visresten (handverzameld)

-

Schelpen

-

Hout

15

Houtskool(monsters)

5

Textiel

-

Leer

-

Submoderne materialen

10

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM)

2

Algemeen zeefmonster (AZM)

2

Pollen, diatomeeën en andere microfossielen

1

Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek

-

Monsters voor micromorfologisch onderzoek

-

Monsters voor luminescentiedatering (OSL)

-

Monsters voor koolstofdatering (C14)

-

DNA

-

Dendrochronologisch monster

1

39

Bijlage 9.

Te raadplegen specialisten/specialismen

Vondstcategorie

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”

PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”1

PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”2

Nee

Nee

Bouwmateriaal

Nee Nee

Nee

Nee

Metaal (ferro)

Nee

Nee

Nee

Metaal (non-ferro)

Nee

Nee

Nee

Slakmateriaal

Nee

Nee

Nee

Vuursteen

Nee

Nee

Nee

Overig natuursteen

Nee

Nee

Nee

Glas

Nee

Nee

Nee

Menselijk botmateriaal onverbrand

Nee

Ja

Ja

Menselijk botmateriaal verbrand

Nee

Ja

Ja

Dierlijk botmateriaal onverbrand

Nee

Nee

Nee

Dierlijk botmateriaal verbrand

Nee

Nee

Nee

Visresten

Nee

Nee

Nee

Schelpen

Nee

Nee

Nee

Hout

Nee

Nee

Nee

Houtskool(monsters)

Nee

Nee

Nee

Textiel

Nee

Nee (en bloc lichten)

Nee

Leer

Nee

Nee

Nee

Submoderne materialen Monstername

Nee

Nee

Nee

Algemeen biologisch monster (ABM)

Nee

Nee

Nee

Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C)

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

DNA

Nee

Nee

Ja

Dendrochronologisch monster

Nee

Nee

Nee

Aardewerk

1

Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.

2

Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.

40

Bijlage 10.

Deponeren, richtlijnen

41

Aanlevereisen deponering Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland (PDB) Depot voor Bodemvondsten van de gemeente Nijmegen (DBGN) - Richtlijnen voor het aanleveren van vondsten, monsters en documentatie Versie: Datum:

1.1 28-01-2022

Leeswijzer •

De provincie Gelderland en de gemeente Nijmegen willen in de toekomst hun krachten bundelen op het gebied van archeologisch Erfgoedbeheer. Als gevolg hiervan worden het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland (PDB) 1 en het Depot voor Bodemvondsten van de gemeente Nijmegen (DBGN) in een gezamenlijk depot ondergebracht aan de Nieuwe Dukenburgseweg te Nijmegen. De aanlevering van vondsten, monsters en documentatie bij beide depots is dientengevolge op elkaar afgestemd. Wanneer in deze richtlijn wordt gesproken over ‘het depot’, dan worden zowel het PDB als het DBGN bedoeld. Indien bepaalde passages enkel van toepassing zijn op één van beide depots, wordt dit expliciet vermeld. Wanneer in deze richtlijn gerefereerd wordt aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), dan wordt hiermee bedoeld KNA versie 4.1.

• •

Contactgegevens depotbeheerder telefoonummer emailadres website algemeen emailadres bezoekadres

PDB DBGN Dhr. Dr. Stephan Weiβ-König Dhr. Martijn Spinder 06-46042193 06- 21546180 s.weiss-koenig@museumhetvalkhof.nl m.spinder@nijmegen.nl www.museumhetvalkhof.nl www.nijmegen.nl/archeologie pdb@museumhetvalkhof.nl depotvoorbodemvondsten@nijmegen.nl Nieuwe Dukenburgseweg 21, 6534 AD Nijmegen

Algemene voorwaarden 1. 2.

3. 4.

1

Het depot accepteert alleen onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal, dat uitgewerkt en beschreven is en waarvan een standaardeindrapport opgemaakt is, tenzij schriftelijk anders overeengekomen. Het depot accepteert alleen onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal, dat voldoet aan de eisen uit de vigerende KNA, het betreffende PvE, de eisen gesteld door DANS/het e-depot en de in dit document beschreven eisen, tenzij schriftelijk anders overeengekomen. Zowel het selectierapport als het conserveringsrapport dienen voorafgaand aan de deponering door de depotbeheerder te zijn goedgekeurd. Het depot behoudt zich het recht een overdracht van onderzoeksdocumentatie en vondstmateriaal te weigeren, indien deze niet voldoet aan de richtlijnen van de KNA en aan de eisen die in dit document gesteld zijn.

De Stichting Museum Het Valkhof-Kam voert momenteel voor de provincie Gelderland deze wettelijk taak uit. 1

Algemene procesbeschrijving De deponering bestaat uit vijf deelprocessen: 1.

Aanmelden levering De aanleverende partij neemt contact op met het depot voor het aanmelden van een aanlevering. Het depot stelt de aanleverende instantie op de hoogte van de eisen voor de aanlevering van digitale documentatie en de aanleverprocedure. PDB De aanmelding bij het PDB geschiedt middels het aanleverportaal ‘Archeodepot’ (https://fd9.formdesk.com/gboprod/Aanmelden_Pakbon_Update). DBGN Voor de aanmeldprocedure bij het DBGN, zie Bijlage 2.

2.

Aanleveren en in ontvangst nemen van documentatie Na akkoord van het depot op de aanmelding, wordt de analoge en digitale documentatie door de aanleverende partij aangeleverd.  Zie hiervoor ‘A. Aanleveren en in ontvangst nemen van documentatie’  Voor de aanvullende eisen met betrekking tot de aanlevering van de digitale documentatie bij het DBGN, zie Bijlage 2.

3.

Aanleveren en in ontvangst nemen van vondsten en monsters Na akkoord van het depot op de analoge en digitale documentatie, worden de vondsten en monsters door de aanleverende partij aangeleverd.  Zie hiervoor ‘B. Aanleveren en in ontvangst nemen van vondsten en monsters’

4.

Aanleveren en acceptatiebevestiging e-depot DANS-Easy PDB Digitale documentatie, die door middel van een pakbon bij het Archeodepot is aangeleverd, wordt na goedkeuring geautomatiseerd bij het e-depot DANS-Easy gearchiveerd. Na de goedkeuring van de documentatie (deelproces 2) verstrekt het PDB een overdrachtsverklaring aan de aanleverende partij. Deze omvat tevens de acceptatie van de documentatie van het e-depot DANS-Easy, waarbij de auteurs- en databankrechten zijn voorbehouden. DBGN Na akkoord van het DBGN op zowel de aanlevering van de analoge en digitale documentatie als de vondsten en monsters levert de aanleverende partij de digitale onderzoeksdocumentatie aan bij het e-depot DANSEasy en toont aan dat het onderzoek is afgemeld bij Archis. De schriftelijke bewijzen hiervan worden verstrekt aan het DBGN.

5.

Verstrekken van de overdrachtsverklaring(en) PDB Na akkoord van zowel de aangeleverde documentatie (deelproces 2) als ook de vondsten en monsters (deelproces 3) verstrekt het PDB een verklaring van overdracht aan het einde van deelproces 3. DBGN Voor de aangeleverde documentatie, vondsten en monsters wordt door het depot een verklaring van overdracht opgemaakt. Hierin zijn vastgelegd: • de basisgegevens voor identificatie van het vondstcomplex en onderzoek (projectcode, toponiem, Archis-zaakidentificatienummer) • de omvang van de onderzoeksdocumentatie (bestandenlijst, gebrekennotitie) 2

Met het uitreiken van deze verklaring van overdracht is het proces van deponeren afgerond. DBGN verstrekt twee verklaringen van tijdelijke goedkeuring; een voor de aanlevering van de documentatie (deelproces 2) en een voor aanlevering van vondsten en monsters (deelproces 3). Na aanlevering van bewijs van deponering aan het e-depot DANS-Easy wordt een definitieve verklaring opgestuurd naar de aanleverende partij dat het deponeerproces volledig is doorlopen.

A. Aanleveren en in ontvangst nemen van documentatie Analoge documentatie Aanvullend op de eisen gesteld in de vigerende KNA (Bijlage 1) wordt geëist de analoge documentatie vrij van vuil, stof, schimmel en ongedierte aan te leveren. Digitale documentatie PDB Er worden geen aanvullende eisen gesteld aan de aanlevering van digitale documentatie, anders dan genoemd in Bijlage 1. DBGN Ten aanzien van de aanlevering van de digitale documentatie stelt het DBGN de aanvullende eisen verplicht zoals gesteld in Bijlage 2.

B.

Aanleveren en in ontvangst nemen van vondsten en monsters

Aanvullend op de eisen gesteld in de vigerende KNA (Bijlage 1) worden de volgende eisen gesteld: T.a.v. vondsten en monsters 1. Op het vondst- en monsterkaartje wordt tevens vermeld (aanvulling op Bijlage 1; punt 2.7): • Archis3 zaakidentificatie-nummer; • bedrijfsinformatie uitvoerder (naam opgravende/ uitwerkende instantie); • Indien van toepassing: • De barcode betreft een lineaire code (128) bestaat uit de projectcode en het vondstnummer; • Aanvullende contextinformatie (vak, vulling, coupe en/of segment). 2. Vondsten en monsters worden aangeleverd nadat selectie heeft plaatsgevonden en nadat voor verwijdering geselecteerd materiaal is afgestoten (conform selectierapport). 3. Vondsten en monsters worden droog en schoon aangeleverd, vrij van schimmel en ongedierte. 4. Kwetsbare (fragiel) en bijzondere (museale waarde) vondsten worden gescheiden en gebufferd in de containers aangeleverd. 5. Vondsten worden in stabiele conditie aangeleverd en zijn indien nodig voorafgaand aan de aanlevering dusdanig geconserveerd, zodat geen noemenswaardige achteruitgang kan plaatsvinden. 6. De aanleverende instantie draagt zorg voor de aanwezigheid van voldoende menskracht voor het lossen en opslaan van de vondsten en monsters. T.a.v. verpakkingsmateriaal en de wijze van verpakken 1.

Op de labels van de containers staat tevens een uniek containernummer vermeld bestaande uit een barcode (lineaire code 128) (aanvulling op Bijlage 1; punt 3.3) 2. De vondsten en monsters zijn in genummerde euronorm stapelbakken 2 met (scharnier)deksel verpakt (aanvulling op Bijlage 1; punt 3.1). a. De euronorm stapelbak is vervaardigd uit polypropyleen, dient geheel gesloten te zijn maar dient te beschikken over open handgrepen. 2

Euronorm is een gestandaardiseerde ‘collomodulaire’ maatvoering die ontwikkeld is op basis van de industriepallet 1200 x 1000 mm, en de Europallet, 1200 x 800 mm. 3

3.

4.

5.

b. De stapelbakken en deksels beschikken over uitsparingen voor scharnierdeksels. c. Deksels dienen eveneens uit polypropyleen vervaardigd en stapelbaar te zijn. d. Er worden geen eisen gesteld aan de kleur van de stapelbakken. Aanlevering in euronorm stapelbakken geschiedt als volgt a. De euronorm stapelbakken mogen niet zwaarder beladen zijn dan 15 kg. b. Reguliere aanlevering geschiedt in de formaten: • 600 x 400 x 170/175 mm (l x b x h), met deksel maximale hoogte 185 mm • 400 x 300 x 170/175 mm (l x b x h), met deksel maximale hoogte 185 mm c. Voor solitaire objecten die niet zijn onder te brengen in voorkeursformaten, mogen de volgende maten gehanteerd worden: • 600 x 400 (l x b), waarbij de hoogte mag variëren tussen 220 en 330 mm (met deksel maximale hoogte 335 mm • 400 x 300 (l x b), waarbij de hoogte mag variëren tussen 220 en 330 mm (met deksel maximale hoogte 335 mm) d. Over de aanlevering van objecten die zwaarder zijn dan 15 kg en/of niet passen in de geprefereerde standaardmaten genoemd onder lid b. en c. wordt vooraf overleg gepleegd met de depotbeheerder e. De euronorm stapelbakken mogen niet overmatig gevuld worden en alle fragiele objecten moeten adequaat beschermd worden tegen schokken met inert schuim of zuurvrij beschermpapier.

De euronorm stapelbakken mogen gevuld worden met een of meerdere vondstcategorieën, mits deze toebehoren aan dezelfde bewaarcategorie. • De vondsten worden in maximaal één laag in de euronorm-stapelbak geplaatst. • Vondsten en monsters zijn per vondstnummer of per individuele vondst verpakt in een gesloten doorzichtige polyethyleen gripzak met daarin het vondstkaartje. Het vondstkaartje is zodanig in de gripzak geplaatst dat deze is af te lezen/scannen. f. De euronorm stapelbakken zijn vrij van vuil, stof, schimmel en ongedierte. Op de labels van de euronorm stapelbakken wordt in aanvulling op Bijlage 1, punt 3.3 opgenomen: • vondstcategorie • putnummer. Bij verpakking van vondsten uit meerdere putten de putreeks noteren. • bedrijfsinformatie uitvoerder (naam opgravende/ uitwerkende instantie) De bewaarcondities worden als volgt aangegeven (aanvulling op Bijlage 1, punt 3.2): • Minimale bewaarconditie (GROEN): Keramiek, steen, bot (stabiel), metaalslakken, kunststof, glas, droge residuen • Vochtige bewaarconditie (BLAUW): Hout, leer, hoorn, gewei, textiel, bewerkt bot (in instabiele toestand), barnsteen, git • Droge bewaarconditie (ROOD): Metaal

4

Bijlagen Bijlage 1. Aanlevereisen conform de vigerende KNA. Bijlage 2. Aanlevereisen DBGN t.a.v. aanmeldprocedure en digitale documentatie

5

Bijlage 1. Aanlevereisen conform de vigerende KNA Aanlevereisen t.a.v. documentatie 1.1 De originele projectdocumentatie (analoog en digitaal) wordt binnen twee jaar na afronding van het veldwerk aangeleverd bij het depot, conform de eisen van die depothouder/eigenaar. Alle, op eigen initiatief van de uitvoerder(s) gemaakte, digitale gegevens mogen eveneens worden aangeleverd. 1.2 De projectdocumentatie wordt genummerd en geordend aangeleverd, conform de (eventuele aanvullende) eisen van de depothouder/eigenaar. 1.3 Het formaat en het soort materiaal van de dragers van projectdocumentatie zijn conform de (eventuele aanvullende) eisen van de depothouder/eigenaar. 1.4 Aanlevering van digitale documentatie voldoet aan de daartoe gestelde eisen uit de vigerende KNA en het PvE alsmede aan eventuele archiveringsrichtlijnen van de depothouder/eigenaar en het e-depot. 1.5 De digitale bestanden van het onderzoeksproject worden begeleid door beschrijvende documentatie (metagegevens). Alle metagegevens, zowel van het project, van de bestanden als van de variabelen moeten digitaal worden aangeleverd. Voor de exacte invulling van de verschillende metagegevens wordt verwezen naar de overeenkomstige richtlijnen van het betreffende e-depot. 1.6 Alle bestanden hebben een bestandsnaam die uniek is binnen de gehele dataset van het onderzoeksproject.

Dezelfde bestandsnaam komt niet in meerdere (sub)directories voor. 1.7 De computerbestanden worden aangeleverd in het native (eigen) bestandsformaat van een ten tijde van de aanlevering binnen de Nederlandse archeologie gangbaar computerprogramma (zie hiervoor: https://www.sikb.nl/archeologie/voorkeurformaten). Daar waar de bestanden zijn vervaardigd met minder gangbare software, vindt vooraf overleg met het e-depot plaats of worden de gegevens voor overdracht geconverteerd en gecontroleerd. Upgrades en of nieuwe computerprogramma’s mogen er niet toe leiden dat reeds aangeleverde informatie opnieuw aangeleverd moet worden dan wel niet meer bruikbaar is. 1.8 De overdracht van de digitale opgravingsdocumentatie vindt op één moment plaats, namelijk na afloop van het (deel van het) onderzoeksproject, als de definitieve versies van de bestanden zijn opgemaakt en gecontroleerd. Dit blijkt uit een bijgeleverd finaal controlerapport. De complete dataset met alle gegevens wordt in één keer overgedragen.

1.9 Ten aanzien van de projectdocumentatie dient minimaal ontsloten te zijn: • OM-/zaakidentificatienummer; • onderzoekscontour; • gemeente van de vondst/opgraving; • jaar van vondst/opgraving; • locatie: naam opgraving/toponiem; • periode; • depot; • standplaats; • conserveringscategorie; • verwervingsmethode; • indien vondsten en/of monsters verwijderd moeten worden, verwijderingsreden • registreren; • tijdelijke verblijfplaats 1.10 Tot de digitale projectdocumentatie behoort minimaal: • de definitieve versies van het PvE, het PvA, • velddocumentatie (het geheel van registraties betreffende het veldonderzoek en bouwstenen die plaats hebben gevonden conform de eisen binnen dit certificatieschema), • uitwerkingsdocumentatie (alle in het onderzoek gegenereerde documentatie en bouwstenen betreffende de evaluatie, (de)selectie, strategieën, determinatie, conservering, analyse en interpretatie van de velddocumentatie en de bijbehorende vondsten en monsters), • (deel)rapportages (verslagleggingen van (delen van het) onderzoek zoals die zijn voorgeschreven binnen dit certificatieschema),

6

•

• •

gegevensmodel (beschrijving van de gebruikte velden in een lijst of een tabel, beschrijving van de relaties tussen de diverse lijsten en/of tabellen en met tekeningen, kaarten, scans en foto’s alsmede de toelichting op de gehanteerde afkortingen en keuzelijsten), en metadata (de beschrijvende informatie die noodzakelijk is om de projectdocumentatie te kunnen begrijpen, gebruiken en hergebruiken). pakbon: Een gestandaardiseerde beschrijving van (een deel van) de projectdocumentatie en van de te deponeren vondsten en monsters. Bij digitale aanlevering bestaat de pakbon uit een xml-bestand conform SIKB protocol 0102, gevalideerd aan het vigerende XML-schema (zie http://www.w3.org/XML/Schema).

2. Aanlevereisen t.a.v. vondsten en monsters 2.1 Vondsten worden compleet geregistreerd, geordend en geconserveerd aangeleverd, tenzij schriftelijk anders overeengekomen met de depotbeheerder; 2.2 De vondsten zijn gewassen, gedroogd, geconserveerd, geordend en uitgesplitst. 2.3 Vondsten en monsters worden dusdanig geconserveerd aangeleverd, dat de conditie zo stabiel mogelijk blijft. 2.4 Monsters worden verwerkt aangeleverd, tenzij (in bijzondere omstandigheden) anders afgesproken met de depotbeheerder. 2.5 De monsters zijn verwerkt (gezeefd/geflotteerd en gedroogd), geordend en uitgesplitst. 2.6 De vondsten en monsters zijn minimaal voorzien van een compleet ingevuld waterbestendig vondstkaartje van zuurvrij materiaal beschreven of bedrukt met watervaste, lichtechte inkt. 2.7 Elke vondst en elk monsters is voorzien van een vondst- c.q. monsterkaartje. Op het vondst- en monsterkaartje staat minimaal de volgende informatie: • een binnen de opgraving uniek vondstnummer; • identificatie van locatie/vindplaats (projectcode/toponiem); • context (spoor en/of vlak); • identificatie van vondst-/monstercategorie; • verzamelwijze/vondstomstandigheden; • datum. 2.8 Vermiste en/of zoekgeraakte vondsten en monsters worden gemeld op de ‘Gebrekennotitie - overdracht roerende archeologische monumenten (documentatie, vondsten en monsters)’. 3 3. Aanlevereisen t.a.v.

verpakkingsmateriaal 3.1 De vondsten en monsters zijn in genummerde containers verpakt. 3.2 De vondsten en monsters zijn verpakt per vondstnummer en per bewaarcategorie. 3.3 Op de labels van de containers staat minimaal de volgende informatie: • Archis3 zaakidentificatie-nummer (OM-nummer) • uniek containernummer • locatie: projectcode /toponiem; jaar, vondst/opgraving • bewaarconditie kleurcode • aanduiding “breekbaar” of “behandeld met schadelijke stoffen” en de naam van de stof

3

Zie ook https://www.inspectie-oe.nl/onderwerpen/melding-vermiste-archeologische-vondst. 7

Bijlage 2. Aanlevereisen DBGN t.a.v. aanmeldprocedure en digitale documentatie Aanmeldprocedure • Voor de overdracht van digitale documentatie wordt per email contact opgenomen met het DBGN, gericht aan depotvoorbodemvondsten@nijmegen.nl. • De instantie die digitale documentatie aanlevert, geeft voorafgaand aan de overdracht de volgende gegevens door: A. naam en contactgegevens van de aanleverende instantie, Gemeentenaam, Plaatsnaam, Projectcode, Projectnaam/Toponiem, OMG-nummer/Archis zaaknummer, Centrumcoördinaat in Amersfoort RD New (EPSG:28992), het totale aantal aan te leveren bestanden, de totale bestandsgrootte op schijf. Deze gegevens dienen te worden doorgegeven via e-mail middels het bijgevoegde aanmeldformulier. B. een overzicht van de soort digitale gegevens in de vorm van een bestandenlijst.

De bestandenlijst is opgebouwd volgens onderstaande structuur en bevat minimaal de volgende ingevulde kolommen (meta data): • FILE_PATH: De directory/map structuur waarin de bestanden worden aangeleverd; • NAME: De bestandsnaam inclusief bestandsextensie; • EXT: Het bestandsformaat/ de bestandsextensie; • SIZE: De bestandsgrootte in KB; • FORMAT_NAME: Met welke software het bestand is vervaardigd; • FORMAT_VERSION: Versie van de software waarmee het bestand is vervaardigd; • FILE_CONTENT: Een inhoudelijke bestandsomschrijving; • CODEBOOK: Een verwijzing naar eventueel bijbehorend Codeboek bestand; • ANALOOG: wordt het bestand ook analoog aangeleverd? ja/nee. Geaccepteerde bestandsformaten voor de bestandenlijst zijn: xls, xlsx, txt of csv. Met behulp van de ‘File Profiling Tool’ DROID van The National Archives kan gemakkelijk een bestandenlijst gegenereerd worden die aan deze eisen voldoet. Op verzoek kan een lege bestandenlijst in Excel formaat beschikbaar worden gesteld. C. Een overzicht van de beschikbare digitale projectgegevens door middel van een ingevulde gebrekennotitie. Deze lijst krijgt de deponerende instantie als MS Excel bestand toegestuurd. De kolommen C en D worden vooraf ingevuld door de deponerende instantie. Middels een ja/nee wordt in kolom C aangegeven of een betreffend onderdeel aanwezig is of ontbreekt binnen de aanlevering.

In kolom D wordt bij afwezigheid van een onderdeel een verklarende reden gegeven. Het is niet noodzakelijk lege bestanden aan te maken (bijvoorbeeld GIS-kaartlagen) als deze in uw originele dataset niet aanwezig waren. • Wanneer bovenstaande gegevens volledig en correct ingevuld zijn ontvangen, geeft het DBGN aan wanneer en op welke wijze de digitale aanlevering kan plaatsvinden óf dat een aanlevering (nog) niet wordt geaccepteerd met opgaaf van reden. Aanmeldformulier Digitale Deponering bij Depot Archeologie Gemeente Nijmegen Contactgegevens aanleverende instantie Naam instantie Adres Postcode Plaats E-mailadres Telefoonnummer Naam contactpersoon Projectinformatie Gemeentenaam Plaatsnaam Projectcode Projectnaam / Toponiem 8

Archis Zaaknummer (en Archis OMG, indien van toepassing) Centrumcoördinaat (in Amersfoort / RD new EPSG:28992) Totaal aantal bestanden Totale bestandsgrootte op schijf (in MB)

X: Y:

Digitale documentatie • Een aanmelding voor digitale deponering wordt enkel in behandeling genomen indien: a) er een volledig ingevuld aanmeldingsformulier wordt aangeleverd b) er een bestandenlijst wordt aangeleverd die aan, de in paragraaf 2.2 onder ‘Aanmeldprocedure’, vermelde eisen voldoet c) er een gebrekennotitie wordt aangeleverd die aan, de hierboven gestelde eisen voldoet • De digitale overdracht vindt plaats via We-Transfer of Nextcloud waarbij alle gegevens in één ZIP-file zonder wachtwoordbescherming wordt aangeboden. • Na ontvangst van de data wordt gecontroleerd of de levering compleet is en voldoet aan de overeengekomen eisen. Na controle en voorlopige goedkeuring ontvangt de instantie hiervan een emailbevestiging. De aangeleverde bestandenlijst en gebrekennotitie (deelproces 1) vormen een onderdeel van de uiteindelijke overdrachtsverklaring. • Inhoudelijke en technische vragen met betrekking tot een deponering worden gericht aan depotvoorbodemvondsten@nijmegen.nl. • NB: Het digitaal aanleveren van opgravingsdocumentatie bij DBGN is géén vervanging van de digitale deponering bij E-depot/DANS. De deponerende instantie blijft zelf verantwoordelijk voor een juiste en tijdige deponering van de digitale opgravingsdocumentatie bij E-depot/DANS. Het aanleveren bij en de acceptatiebevestiging van E-depot/DANS zijn onderdeel van de definitieve deponering (deelproces 4).

Aanvullende eisen aan aanlevering digitale documentatie • Niet in aanmerking komende gegevens voor deponering: a) Digitale gegevens die strijdig zijn met de privacywet/AVG (https://www.privacywet.nl/). U bent als deponerende instantie zelf verantwoordelijk dat uw aan te leveren (digitale) documentatie aan deze wetgeving voldoet. b) Financiële projectadministratie c) Bedrijfsinformatie d) Verborgen bestanden, systeembestanden, lege mappen, bestanden zonder inhoud en tijdelijke ‘tmp’ bestanden kunnen niet aangeleverd worden. Draag er a.u.b. zorg voor dat deze niet voorkomen binnen een deponering. Indien deze bestanden/mappen toch worden aangetroffen bij een levering worden ze zonder beoordeling verwijderd. • Wel in aanmerking komende gegevens voor deponering: Alle definitieve versies van projectdocumentatie welke digitaal vervaardigd of bewerkt zijn, dienen aangeleverd te worden. De digitale documentatie bestaat minimaal uit de volgende gegevens, voor zover deze bij een project van toepassing zijn. Indien een onderdeel niet aanwezig is binnen uw projectdocumentatie, vermeldt u dit voor aanlevering in de eerder genoemde gebrekennotitie: 1. 2. 3. 4.

Een digitale pakbon (XML) volgens KNA OS17 die voldoet aan de datastandaard SIKB Protocol 0102. Het goedgekeurde Programma van Eisen (PvE). Geaccepteerd bestandsformat is pdf-a. Het Plan van Aanpak (PvA). Geaccepteerd bestandsformat is pdf-a. Een archeologische opgravingsdatabase (tabellen set) waarin op relationele wijze de inde vigerende KNA vereiste bouwstenen zijn geregistreerd, o.a. puttenlijst, vlakkenlijst, sporenlijst, vullingenlijst, segmentenlijst, vakkenlijst, structurenlijst, spoorrelatielijst, veldvondstenlijst, monsterlijst, splitsvondstenlijst, specialisten vondstenlijst(en), tekeningenlijst, opnamelijst en dozenlijst.

9

5.

NB: De archeologische opgravingsdatabase kan zowel in het ArcheoLINK (apr) bestandsformaat of als MS Acces (mdb of accdb) bestandsformaat worden aangeleverd. a. De puttenlijst bestaat uit minstens een putnummer en eventueel een omschrijving. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. b. De digitale vlakkenlijst bestaat uit minstens een vlaknummer en putnummer. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. c. De digitale sporenlijst bestaat uit minstens een spoornummer, putnummer, vlaknummer, spooraard (spoortype), NAP-bepaling (bovenzijde spoor) en daar waar mogelijk een spoordatering. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. d. De digitale vullingenlijst bestaat uit minstens een vullingnummer, spoornummer, putnummer, vlaknummer, vullingaard en vullingbeschrijving (textuur, kleur en insluitsels). Deze lijst maakt deel uit van de Archeologische opgravingsdatabase. e. De digitale segmentenlijst bestaat uit minstens een segmentnummer, spoornummer en putnummer. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. f. De digitale vakkenlijst bestaat uit minstens een vaknummer en putnummer. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. g.

De digitale structurenlijst bestaat uit minstens een structuurnummer, structuurtype en per structuur een lijst van bijbehorende sporen/vullingen h. De digitale spoorrelatielijst bestaat uit minstens twee spoordefinities en het soort spoorrelatie. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. i. De digitale veldvondstenlijst bestaat uit minstens een veldvondstnummer, materiaalcategorie (mogelijk met specificatie), putnummer, vlaknummer, spoornummer, vullingnummer en eventueel segment- en vaknummer. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. j. De digitale monsterlijst bestaat uit ten minste een monster-vondstnummer, monstercategorie (mogelijk met specificatie), putnummer, vlaknummer, spoornummer, vullingnummer en eventueel segment- en vaknummer. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. k. De digitale splitsvondstenlijst bestaat uit minstens een splitsvondstnummer, splitsmateriaalcategorie (mogelijk met specificatie), putnummer, vlaknummer, spoornummer en vullingnummer. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. l. De digitale specialistenvondstenlijst bestaat uit minstens het veld-/splitsvondstnummer en een specialistenbeschrijving. Deze lijst maakt bij voorkeur deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. m.

De digitale tekeningenlijst bestaat uit ten minste een tekeningnummer, soort tekening, onderwerp, tekenaar(s), en contextgegevens zoals putnummer(s), vlaknummer(s), spoornummer(s) en vondstnummer(s). Omdat de tekening eveneens als scan wordt aangeleverd, dient er een koppeling met de bestandsnaam van deze digitale tekening aanwezig te zijn: (pad en) bestandsverwijzing. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. n. De digitale opnamelijst bestaat uit ten minste een opnamenummer, opnametype, onderwerp, opnamedatum, opnamerichting, maker van de opname en contextgegevens zoals putnummer, vlaknummer, spoornummer(s) en vondstnummer(s). Indien de opnamen eveneens als digitaal bestand worden aangeleverd dient er een koppeling met de bestandsnaam van deze digitale bestanden aanwezig te zijn: (pad en) bestandsverwijzing. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. Onder opnamen worden zowel foto- als filmopnamen verstaan. o. De digitale dozenlijst met minimaal een doosnummer en een opgave van de daarin aanwezige vondstnummers en bijbehorende bewaarcategorie. Deze lijst maakt deel uit van de archeologische opgravingsdatabase. Scans van analoge veldtekeningen en/of analoge tekeningen van objecten/vondsten (minimale resolutie 300ppi in kleur).

Op de scans is duidelijk de vermelding van: projectcode, tekeningnummer, onderwerp, werkputnummer, spoornummer en, indien relevant, vondstnummer. Geaccepteerde bestandsformaten zijn JPEG en TIFF. De scans zijn leesbaar georiënteerd. De bestandsnaam van de scans bevat minimaal de projectcode, het tekeningnummer en in het geval van object/vondsttekeningen het volledige vondstnummer met volgnummer.

10

NB: Wanneer coupes, profielen en/of objecten/vondsten digitaal getekend zijn (bijvoorbeeld in Adobe Illustrator), dan dient men de digitale vectorbestanden eveneens aan te leveren. De bestandsnaam van deze vectortekeningen bevat minimaal de projectcode, het tekeningnummer dat overeenkomt met het tekeningnummer van het beschrijvende record uit de tekeningenlijst. In het geval van object/vondsttekeningen betreft dit het volledige vondstnummer met volgnummer. 6. Digitale opnamebestanden van veldopnames en objectopnames, bijvoorbeeld veldfoto’s, objectfoto’s of filmopnamen van een project. a) Foto opnamen hebben een minimale resolutie van 5 mpx (megapixel) in kleur en zijn beeldvullend. Geaccepteerde bestandsformaten zijn JPEG en TIFF. De opnamen zijn juist georiënteerd. De bestandsnaam van de opnamen bevat minimaal de projectcode en het opnamenummer. Wanneer velden objectopnames afkomstig zijn van gescande negatieven en dia’s dan geldt een minimale resolutie van 2000 ppi. b) Film opnamen hebben (nog) geen eisen betreffende resolutie en bestandsformaat. De bestandsnaam van de opnamen bevat minimaal de projectcode en het opnamenummer. 7. Het conserveringsverslag. Digitaal rapport van uitgevoerde conserverings- en restauratiebehandelingen. Geaccepteerd bestandsformat is pdf-a. 8. Het evaluatie- en selectierapport (conform de vigerende KNA, OS12/13).

Geaccepteerd bestandsformat is pdf-a. 9. Het standaardrapport (conform de vigerende KNA,, OS15, VS05, LS06). Geaccepteerd bestandsformat is pdf-a. 10. De GIS-data omvat de volgende gegevens: a) een totaal alle sporenkaart op vullingniveau; b) een totaal puttenkaart op vlakniveau; c) een totaal puntvondstenkaart; d) een totaal NAP-matenkaart voor de volgende typen NAP-maten: spoorhoogte, vlakhoogte, maaiveldhoogte; e) een totaal vakkenkaart; f) een totaal coupelijnenkaart; g) een totaal profiellijnenkaart; h) een totaal meetpennenkaart. Onderstaande tabel toont de aan te leveren structuur van de GIS-datatabellen en de attribuutwaarde die vereist zijn, waarbij groen = waarde verplicht, oranje = waarde optioneel en rood = waarde niet vereist: Put

Vlak

Type

Nummer

Vulling

Opmerking

Hoogte

Projectcode

(Integer)

(Integer)

(Character 25)

(Integer)

(Integer)

(Character 25)

(Float)

(Character 25)

Sporenkaart

putnummer

vlaknummer

vaste SPOOR

spoornummer

vulling nummer

opmerking

Puttenkaart

putnummer

vlaknummer

vaste waarde: PUTOMTREK

geen waarde vereist

geen waarde vereist

opmerking

Puntvondsten -kaart

putnummer

vlaknummer

vondstnummer

vulling nummer

opmerking

NAP-maten kaart

putnummer

vlaknummer

vaste waarde: VONDST HOOGTE_SPOOR_ BZ HOOGTE_SPOOR_ OZ HOOGTE_VLAK HOOGTE_MAAIVE LD

geen waarde vereist

geen waarde vereist

opmerking

NAPmaat

projectcode

Vakkenkaart

putnummer

geen waarde vereist

vak nummer

geen waarde vereist

opmerking

geen waarde vereist

projectcode

Totaal kaartlagen

vaste VAK

waarde:

waarde:

NAPmaat geen waarde vereist NAPmaat

projectcode projectcode projectcode

11

Coupelijnenkaart Profiellijnenkaart Meetpennenkaart

putnummer

vlaknummer

putnummer

vlaknummer

putnummer

vlaknummer

vaste waarde: COUPE/PROFIEL vaste waarde: COUPE/PROFIEL vaste waarde: MEETPEN

coupenummer profielnummer meetpennummer

geen waarde vereist geen waarde vereist geen waarde vereist

opmerking opmerking opmerking

NAPmaat NAPmaat NAPmaat

projectcode projectcode projectcode

Geaccepteerde bestandsformaten voor de GIS-data zijn: MapInfo tab of Esri shp. De projectie is in Amersfoort RD New (EPSG:28992) of in Non-Earth meters met een Amersfoort RD New grid indeling. 11. Dag- en Weekrapporten. Geaccepteerd bestandsformat is pdf-a.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14188192/1