Bijlage - Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
49
Deltabeslissingen (waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie); Beleidsnota Noordzee; Verankering van afspraken die betrekking hebben op water vanuit het Energieakkoord; Natuurvisie; Internationale Waterambitie; Geactualiseerde plannen en maatregelenprogramma’s om te voldoen aan de Europese eisen voor waterkwaliteit, overstromingsrisico's en het mariene milieu; Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland'. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie wil zorgen voor voldoende schoon water én droge voeten. Het bestuur van Waterschap Rivierenland heeft met ingang van 27 november 2015 het Waterbeheerprogramma 2016-2021: Koers houden, kansen benutten als kaderstellend voor haar waterbeleid vastgesteld. Dit plan omvat het hele rivierengebied en bestrijkt aspecten als waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit, wegen en waterketen. In aansluiting op het landelijk beleid hanteert het Waterschap Rivierenland het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht behoort te worden hoe omgegaan kan worden met schoon hemelwater. Voor Rivierenland wordt voornamelijk ingezet op het opeenvolgend vasthouden, bergen en afvoeren van water. Via de digitale watertoets wordt gewaarborgd dat binnen het planproces voldoende vroegtijdig afstemming wordt gezocht met de belangen van het waterschap.
Basisgedachte in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim vast. Op het vlak van normering en regulering beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan op grond van de Keur een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. De waterbeheerders werken integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en van de openbare ruimte hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2017 – 2021 opgesteld. Hierin wordt aangegeven dat er bij nieuwbouw verwacht wordt dat het hemelwater op eigen terrein vastgehouden danwel geborgen wordt, gescheiden van verontreinigd afvalwater dat via het riool word afgevoerd. Het afvoeren van hemelwater naar omliggende open watergangen heeft daarbij de voorkeur. Het passief infiltreren van hemelwater is binnen de gemeente Zaltbommel in principe niet mogelijk, gelet op haar ligging in een kwelgebied van twee rivieren. Afvoer richting open water heeft daarom de voorkeur.
Tevens dient rekening gehouden te worden met bestaande knelpunten en overige waterstromen (zoals afvalwater). In landelijk gebied is meestal voldoende ruimte aanwezig om bij afkoppeling of toename aan verharding dit te compenseren door bijvoorbeeld het verbreden of aanleggen van watergangen. 4.6.2 Waterbelangen en het planvoornemen Het plangebied meet circa 25.500 m2 , ofwel 2,55 ha. De beoogde ontwikkeling waarop dit bestemmingsplan ziet, leidt tot veranderingen in de waterhuishoudkundige situatie. De reconstructie van het huidige recreatieterrein en de uitbreiding van dit terrein op het perceel ten zuidwesten daarvan, omvat de volgende ingrepen: Het verwijderen of slopen van bestaande stacaravans en chalets en de daarbij behorende (erf)verhardingen; Het realiseren van 38 nieuwe verblijfseenheden en de daarbij behorende erfverhardingen bestaande uit grasbetontegels; Het realiseren van een padenstructuur en parkeervoorziening bestaande uit grasbetontegels; Het dempen van de noordelijke en zuidoostelijke watergang (beide C-watergangen). De beoogde terreininrichting is weergegeven in de tekening die als Bijlage 13 aan de toelichting is gehecht.
50
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
De toename van verhard oppervlak en het dempen van C-watergangen leidt tot de noodzaak om compenserende maatregelen te treffen. De ruimte hiervoor wordt gevonden in de te verlengen B-watergang die het zuidelijke perceel in tweeën zal splitsen, en de zuidelijke watergang (in oost-west richting) die zal worden verbreed met een (meanderende) natuurvriendelijke oever. De in de waterberging toe te rekenen extra waterberging wordt berekend vanaf zomerpeil tot de maximaal toelaatbare peilstijging. In dit gebied is de maximaal toelaatbare peilstijging 30 cm. Taakstelling compensatiewaterberging In Bijlage 12 bij deze toelichting zijn de gehanteerde uitgangspunten voor compenserende waterberging uiteengezet. Op grond van het beleid van het waterschap geldt dat bij een toename van het verhard oppervlak een taakstellende bergingscapaciteit van 436 m3 per hectare. Bebouwing en gesloten verharding telt in de berekening voor 100% mee (niets kan infiltreren in de grond), grind en grasbetontegels tellen voor 50 % mee. Afname in verhard oppervlak De afname in verhard oppervlak als gevolg van het slopen van de bestaande recreatiewoningen 340 m2 . De afname in verhard oppervlak als gevolg van het verwijderen van halfverharding is 670 m2 , wat neerkomt op 335 m2 netto. De netto afname van verhard oppervlak is daarmee 340 + 335 = 675 m2 .
Daarnaast wordt momenteel een compensatie van water voorzien van ca. 2.425 m2 op zomerpeil. De totale afname van verhard oppervlak bedraagt daarmee ca. 675 + 2.425 = 3.100 m2 . Nieuw verhard oppervlak In het nieuwe plan worden chalets, verhardingen en halfverhardingen gerealiseerd. Daarnaast worden enkele sloten gedempt. De totale toename verhard oppervlak ten gevolge van deze ontwikkelingen bedraagt 3.325 m2 . Het totaal aan te brengen halfverharding (grasbetontegels en gralux) bedraagt 2.180 + 4.380 = 6.560 m2 . Omdat deze waarde voor 50% meetelt is de toename netto oppervlak 3.280 m2 . De totale toename resterende verharding (straatbakstenen, betontegels) bedraagt 1.085 m2 . Tot slot wordt er 1.370 m2 aan sloten gedempt. De totale toename bedraagt 9.060 m2 . Balans De totale toename verhard oppervlak bedraagt: 9.060 m2 – 3.100 m2 = 5.960 m2 Het planvoornemen leidt tot een toename van verhard oppervlak met 5.960 m2 . De taakstellende bergingsopgave bedraagt daarmee (5.960/10.000) * 436 = 260 m3 (naar boven afgerond). Dit resulteert in een taakstelling van 260 m3 aan waterberging, ten gevolge van de toename van het verhard oppervlak. Bij berging in een oppervlaktewaterlichaam in het gebied, resulteert dit in een oppervlak van 866 m2 , uitgaande van een maximaal toelaatbare peilstijging van 30 cm.
Naast de toename van verhard oppervlak, leidt ook het dempen van watergangen tot een compensatietaakstelling. In totaal wordt 1.250 m2 aan watergangen gedempt, hetgeen volledig gecompenseerd dient te worden. Op grond van het voorgaande bedraagt de totale compensatietaakstelling 866 + 1.250 = 2.116 m2 . In het inrichtingsplan wordt een oppervlak te ontgraven gebied voor oppervlaktewater voorzien van 2.560 m2 . Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de totale compensatietaakstelling van 2.116 m2 .
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
51
4.6.3 Riolering De lozing van afvalwater op de riolering vindt plaats via een nader met de gemeente en het waterschap af te stemmen systematiek. Daarbij zijn de door de gemeente en / of het waterschap gehanteerde inrichtingsvereisten leidend.
4.7
Leidingen
Binnen het plangebied bevinden zich geen leidingen die planologisch relevant zijn. Binnen dit bestemmingsplan zijn geen relevante leidingen met bijbehorende beschermingszones opgenomen. Leidingen vormen dus geen belemmering voor het planvoornemen. Dit laat onverlet dat, voorafgaand aan het uivoeren van grondroerende werkzaamheden middels een KLIC-melding informatie over aanwezige leidingtracés dient te worden opgevraagd.
52
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Vormgeving
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
5.2
Bestemmingen
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is toepassing gegeven aan de enkelbestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie' (R-VR) die op het gehele plangebied van toepassing is. Aanvullend is een bouwvlak aangeduid, waarbinnen de bebouwing mag worden gerealiseerd. Het maximaal aantal verblijfseenheden is via een aanduiding geregeld. De aanwezige archeologische waarden zijn, overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, als dubbelbestemming op de verbeelding opgenomen.
5.3
Verbeelding
De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:2000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden aangetekend dat de ondergrond (BGT/BRK) geen juridische status heeft.
5.4
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving houdt in elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en het gemeentelijk beleid rond de huisvesting van internationale werknemers. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een vergunde afwijking daarvan. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.
Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
53
gebruik. Vervolgens is door middel van het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieen uitvoeringsproblemen zo veel mogelijk worden voorkomen, en, dat zodoende handhavingssituaties worden voorkomen.
54
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economisch
De voorgenomen ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarbij investeringen, risico's en verdienpotentieel bij de initiatiefnemer rusten. De gemeente Zaltbommel heeft met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Op basis van deze overeenkomst is de mogelijkheid tot kostenverhaal en afwikkeling van planschade, voor zover niet via legesvergoeding geregeld, voor de gemeente afdoende verzekerd.
6.2
Maatschappelijk
Aan het principeverzoek dat aan deze partiële herziening van het bestemmingsplan ten grondslag lag, is een zorgvuldig doorlopen participatietraject met omwonenden vooraf gegaan. Dit heeft geleid tot diverse inrichtingsvoorstellen. Op basis van het voorkeursontwerp hebben burgemeester en wethouders besloten tot een positief principebesluit (25 november 2020, zie Bijlage 1 bij de toelichting). Volgend op het besluit tot principemedewerking is is met omwonenden en andere (direct) belanghebbenden nader overleg gevoerd over de ontwerpuitwerking.. Dit overleg heeft plaatsgevonden tijdens een zestal gespreksrondes op 17 juni 2021. Een geanonimiseerd verslag van deze gespreksrondes is opgenomen als Bijlage 14 bij deze toelichting. Waar mogelijk is in de planopzet rekening gehouden met tijdens de gesprekken naar voren gebrachte overwegingen. Via de voorbereidingsprocedure die dit bestemmingsplan zal doorlopen alvorens vastgesteld te worden, zal aan deze dialoog een formeel vervolg worden gegeven. Gelet op het uitgebreide vooroverleg dat is gevoerd, en in aanmerking genomen dat de huidige planopzet mede op het door belanghebbenden naar voren gebrachte is gebaseerd, zal het bestemmingsplan als ontwerp worden gepubliceerd.
6.3
Procedure
Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Er zijn vier zienswijzen ingediend. De ingediende zienswijzen zijn beoordeeld en voorzien van een gemeentelijke reactie in de 'nota van zienswijzen'. Deze nota is toegevoegd als Bijlage 15 bij de toelichting. De zienswijzen zijn meegenomen in de besluitvorming.
bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24
55