Bijlage 6. BP Zaltbommel, Waluwe III - fase 1 Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Zaltbommel, Waluwe III fase 1 vastgesteld
bestemmingsplan Toelichting
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1 vastgesteld
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Inhoudsopgave
Toelichting
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer
4 4 4 6 7
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Historische ontwikkeling 2.2 Gebiedsvisie
8 8 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
13 13 17 19
Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling
20 20 21 21 24 26 28 31 36 38 39 41 41
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Handhaving
42 42 45
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
46 46 46
3
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het realiseren van fase 1 van de woonwijk Waluwe III. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in circa 75 woningen en een sociaal-maatschappelijke en culturele functie. Met de ontwikkeling van De Waluwe III - fase 1 wordt een start gemaakt met de afronding van de nieuwbouwwijk Waluwe. De nu geldende bestemmingsplannen maken de realisatie van de woonwijk niet mogelijk. Om de ontwikkelingen wel mogelijk te maken, wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Dit voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
De nieuwbouwwijk 'De Waluwe' is gelegen aan de zuidzijde van de kern Zaltbommel. De wijk ligt tussen de Rijksweg A2 in het oosten, de bestaande woonwijk de Vergt in het noorden en de Steenweg (N322) in het zuiden. De locatie van Waluwe III - fase 1 bevindt zich aan de noord en oostzijde van de weg Hogeweg. Het plangebied betreft het zuidoostelijke deel. Navolgende figuren tonen globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
4
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Figuur 1.1: globale ligging plangebied, plangebied bevindt zich in het rode kader.
5
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Figuur 1.2: globale ligging plangebied met luchtfoto 2021 (rode omkadering).
1.3
Geldende plannen
Ter plaatse gelden meerdere planologische regelingen. De planologische regelingen die gelden voor het plangebied en daarop van invloed zijn: beheersverordening 'Poederoijen en Zaltbommel', vastgesteld op 22 september 2016; beheersverordening 'Verkamering woningen', vastgesteld op 5 november 2020. De onderstaande figuur bevat een uitsnede van de illustratie van de beheersverordening 'Poederoijen en Zaltbommel'. De onderstaande tekst bespreekt de twee beheersverordeningen afzonderlijk.
6
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Figuur 1.3: uitsnede geldende beheersverordening 'Poederoijen en Zaltbommel'. Binnen de beheersverordening 'Poederoijen en Zaltbommel' is de planlocatie voorzien van de bestemming 'Sport'. Deze bestemming laat de bouw en het gebruik van woningen niet toe. Ook is de sociaal-maatschappelijke en culturele functie niet toegestaan. Tevens geldt gedeeltelijk de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - zone A2 en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De beheersverordening 'Verkamering woningen' bevat regels ten aanzien van het gebruik van woningen en bepaalt dat het gebruik van woningen door meer dan één huishouden niet is toegestaan. Dit ter uitwerking van het beleid 'huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019'. Gelet op het voorgenomen bouwplan en het voorzien in een actuele planologische regeling voor alle gronden binnen het plangebied is dit bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en planbeschrijving In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die
7
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. Dit hoofdstuk beschrijft deze situatie door de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied en omgeving toe te lichten en bevat een onderbouwing van de voorgenomen ontwikkeling.
2.1
Historische ontwikkeling
Zaltbommel De oudste berichten over de stad Zaltbommel stammen uit het jaar 850. Toen was het niet meer dan een kleine nederzetting "Bomela" geheten. In 999 kreeg de plaats recht van tol en munt, alsmede van gruit, een stof waarmee het bier tot gisting werd gebracht. Graaf Otto II van Gelre verleende in 1231 de plaats stadsrechten. In 1316 werden deze vernieuwd en bevestigd door Graaf Reinald van Gelre. Uit die periode stammen de stadsmuren. Tot het begin van de 17e eeuw hielden de inwoners zich bezig met nijverheid en handel en de stad kende grote bloei. Rond 1629 na de verovering van 's-Hertogenbosch door Prins Frederik Hendrik nam de betekenis van Zaltbommel af omdat 's-Hertogenbosch de functie van grensplaats overnam. Bovendien verminderde de scheepvaart op de Waal, doordat zich ter hoogte van de stad een zandplaat vormde. Toch bleef het een belangrijke stad. Midden 19de eeuw was er betrekkelijk veel industrie en waren er tien scholen, waaronder een Latijnse school. De stichter van het KNMI, C.H.D. Buys Ballot, was leerling van deze school. In 1869 kwam er een spoorbrug over de rivier, terwijl in 1933 de eerste verkeersbrug kwam. De Martinus Nijhoffbrug is in 1996 geopend. Waluwe Aan de zuidzijde van de kern van Zaltbommel is het gebied De Waluwe ontwikkeld. Een gebied dat zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een divers woon-, werk- en leefgebied.
De ontwikkeling van gebied De Waluwe is uitgevoerd in deelplannen die verbonden worden door de realisatie van een parkeiland. Geklemd tussen bestaande woonwijk De Vergt, de rijksweg A2 en de provinciale weg Steenweg (N322) vormt gebied De Waluwe een verbintenis tussen kantoorgebouwen (A2-zijde) en het historische centrum van Zaltbommel. Het woongebied bestaat uit drie deelgebieden waarvan deelgebied I is ontwikkeld in de periode vanaf 1995 tot 2006. Deelgebied II wordt ontwikkeld tot een modern woongebied waarbij leven, ontmoeten en spelen de centrale thema’s zijn. De sportvelden die in gebied De Waluwe III lagen, zijn naar een nieuwe locatie aan de Van Heemstraweg verplaatst. Waluwe III is het laatste gedeelte van het woningbouwontwikkelingsgebied De Waluwe. Voorliggend project betreft daarvan de eerste fase en voorziet in circa 50 woningen en een sociaal-maatschappelijke en culturele functie.
8
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
2.2
Gebiedsvisie
2.2.1
Stedenbouwkundige structuur Waluwe III
De stedenbouwkundige structuur voor deze ontwikkeling is op hoofdlijnen bepaald in de op 26 maart 2019 vastgestelde Structuurkaart Waluwe III. Dit vanwege de voorspoedige woningbouwuitgifte voor Waluwe II. Daarnaast spelen door de invulling (en uitbreiding) van de maatschappelijke zone met onder andere de komst van het zwembad/sporthal, de herontwikkeling van American Roadhouse (het bestemmingsplan voor die herontwikkeling is vastgesteld op 17 december 2020), realisatie van het waterplein en de de toekomst mogelijke herontwikkeling van het streekarchief en Pand 9 tal van ontwikkelingen in en rond Waluwe III. De hoofdstructuur van het gebied is aangegeven en vormt een logische aansluiting op de bestaande structuur. Binnen de hoofdstructuur is voldoende plaats ingeruimd voor groen, water en de woonvlekken. De structuurkaart, waarvan in de navolgende figuur een uitsnede, vormt hiermee de basis voor de verdere ontwikkeling en uitwerking van de Waluwe III. Het abstractieniveau van de structuurkaart is dusdanig dat voldoende flexibiliteit is voor verdere planontwikkeling en uitwerking, zonder dat dit ten koste gaat van de samenhang in het gebied.
9
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Figuur 2.1: stedenbouwkundige structuur Waluwe III met ligging locatie plangebied. 2.2.2
Planuitwerking
Stedenbouwkundig plan Op 16 december 2021 is het stedenbouwkundig plan vastgesteld door de gemeenteraad. Het stedenbouwkundig plan is de uitwerking van het stedenbouwkundig kader en vormt een kwalitatieve structuur voor de Waluwe III. Een belangrijk uitgangspunt vanuit de structuurkaart is het creëren van een vanzelfsprekende hechting met de omgeving. Dit gebeurt door routes door te laten lopen en belangrijke zichtlijnen vanuit de omgeving door te trekken in het plan. Er ontstaat hierdoor een heel vanzelfsprekende hechting met Waluwe II, de Staatsliedenbuurt en het scholen en sportcluster aan de Hogeweg. Het casco van het plan is hiermee vastgelegd. Het groen, het water en de woonvelden sluiten hierop aan. Het plan bestaat uit twee grotere ontwikkelgebieden die van elkaar gescheiden worden door een centrale groenblauwe as. Er is hierdoor sprake van een noordelijk ontwikkelgebied aan de Van Heemstraweg West en een zuidelijk ontwikkelgebied aan de Hogeweg. De randen van de ontwikkelgebieden worden gevormd door bebouwing. De groenblauwe as vormt de verbinding tussen het nieuw te ontwikkelen woon-zorgcluster, Waluwe III en de verschillende scholen aan de Hogeweg. De groenblauwe as is onderdeel van een netwerk van groenzones met waterberging die de woonvelden ontsluiten. Een klimaat adaptieve inrichting is het uitgangspunt voor de openbare ruimte.
10
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Figuur 2.2: stedenbouwkundig plan Waluwe III. Het zuidelijke ontwikkelgebied bestaat uit een bouwveld dat omsloten wordt door wegen en groenzones. Dit gebied krijgt een invulling met een mix van grondgebonden woningen. De bebouwing in de buitenste schil oriënteert zich op de wegen en de groenzones. In het bouwveld is een centrale groenplek aanwezig die omzoomd wordt door woningen. Woonstraten ontsluiten de woningen in het bouwveld en delen het bouwveld op in drie delen. De nieuwe bebouwing in het zuiden van het plangebied rond de in aanbouw zijnde bebouwing aan de Hogeweg af. Hierdoor ontstaat een sterke begeleiding van bebouwing langs de Hogeweg die tevens een geluidwerende werking heeft. Ten zuiden van het nieuw sportcluster markeert een alzijdig oriënterend markant gebouw de entree van de wijk. Het gebouw heeft ook een geluidswerende functie. Programma
11
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Het programma voor Waluwe III bestaat uit wonen en sociaal-maatschappelijke functies. Het woonprogramma is opgebouwd uit sociale huurwoningen, commerciële huurwoningen, koopwoningen en zelfbouwkavels. Dit alles in een mix van rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande woningen en appartementen. Het sociaal-maatschappelijke programma bestaat uit een nieuwe school en een nieuwe locatie voor een sociaal-maatschappelijke en culturele functie. Het programma voor fase 1 wat dit bestemmingsplan mogelijk maakt bestaat uit circa 75 grondgebonden woningen (rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen) en een sociaal-maatschappelijke en culturele functie. Ontsluitingsstructuur Waluwe III krijgt voor autoverkeer verschillende aantakkingen op de omringende wegenstructuren. De wijk is hierdoor vanuit alle richtingen goed bereikbaar. Ontsluitingen vanuit de omgeving zijn doorgetrokken in het plangebied. Dit zorgt voor een heldere structuur. Parkeren Parkeren vindt plaats op eigen terrein en in het openbare gebied. Grote concentraties parkeren bij rijwoningen en appartementen worden zoveel mogelijk in het bouwblok opgelost. De straat wordt hierdoor hoofdzakelijk gebruikt voor bezoekers parkeren. Groen en water De invulling van de openbare ruimte is van grote invloed op de uiteindelijke sfeer in de wijk.
De uitwerking van de openbare ruimte sluit in hoofdlijnen aan op de openbare inrichting van Waluwe fase I en II zodat Waluwe als geheel herkenbaar is. Dit houdt in dat voor de wegen, de parkeerplaatsen en de profielen en de trottoirs dezelfde materialen en kleurstellingen worden gebruikt en de detailleringen overeenkomen. Bij de uitwerking van de openbare ruimte is een klimaat adaptieve, natuurlijk ogende openbare ruimte het uitgangspunt. De opvang en afvoer van het regenwater is zichtbaar en vormt een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Regenwater wordt opgevangen in een systeem van waterpartijen, watergangen en wadi’s. Ook het bestaande waterplein is onderdeel van dit systeem. Wanneer er voldoende ruimte is worden oevers natuurvriendelijk uitgevoerd. Waar mogelijk worden open verhardingen zoals grasbetonstenen toegepast. Met name bij plekken waar geconcentreerd geparkeerd wordt, liggen hier mogelijkheden. Bij de dimensionering van de wegen, paden en parkeerplaatsen wordt ernaar gestreefd zo min mogelijk verharding toe te passen. De beplanting heeft een natuurlijk karakter. Dit houdt in dat de gradaties die in een natuurlijke beplanting aanwezig zijn bestaand uit een kruidlaag, heesterlaag en bomenlaag in het plan terugkomen. Soorten zijn inheems, passend voor deze streek.
Fruit- en nootdragende bomen zijn karakteristiek voor deze streek en vormen een aanvulling op de natuurlijke beplanting. Het beeld is jaarrond interessant en stimuleert de biotoop van vogels, kleine zoogdieren en insecten. Bomen zorgen voor schaduw in het plan. Met name parkeerhoven in bouwblokken zijn gevoelig voor hittestress in de zomer. Er moet op deze plekken aandacht zijn voor groen dat voor schaduw kan zorgen. Gras kan gemaaid en meer kruidachtig worden toegepast. Beeldkwaliteit Naast het stedenbouwkundig plan is ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Met het beeldkwaliteitsplan worden bouwers, ontwikkelaars, corporaties en individuele bouwers geïnspireerd en wordt aan hen handvaten gegeven voor hun bouwplannen. In het beeldkwaliteitsplan worden zaken geborgd die afstemming vereisen en van belang zijn voor de ruimtelijke samenhang van de wijk. Daarnaast probeert het beeldkwaliteitsplan excessen te voorkomen. Naast regels biedt dit beeldkwaliteitsplan ook veel vrijheid om individuele ideeën vorm te kunnen geven. Met andere woorden: een wijk met gestructureerde vrijheid. 2.2.3
Juridisch-planologische vertaling Stedenbouwkundig plan
Het bestemmingsplan legt de ruimtelijke invulling van het plangebied juridisch-planologisch vast voor fase 1 van de Waluwe III.
12
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Daarbij is zorgvuldigheid in acht genomen. In de ruimtelijke afwegingen zijn alle voorkomende belangen, zoals bestaande omgevingsfactoren (stedenbouw, milieu) en overige belangen, zoals het bieden van voldoende ontwikkelingsruimte tegen elkaar afgewogen en is aan het gebied een aantal bestemmingen met bouw- en gebruiksmogelijkheden toegekend. Door het in acht nemen van deze zorgvuldigheid is in het kader van de rechtszekerheid rekening gehouden met de belangen van omwonenden. Een belangrijk uitgangspunt in de keuze voor de plansystematiek is om een ontwikkelende partij voldoende ruimte te bieden de woningbouw te realiseren. Het bestemmingsplan is om deze reden globaal van opzet, waarbij het grootste deel van het gebied de bestemming 'Woongebied' heeft gekregen. Het oostelijk deel van het plangebied is voorzien van de bestemming 'Maatschappelijk'. Deze bestemming voorziet in de sociaal-maatschappelijke en culturele functie. Door de globale opzet is het plangebied voldoende aantrekkelijk en flexibel om te ontwikkelen. Te veel en te strakke regelgeving maakt het gebied minder aantrekkelijk voor ontwikkeling. Dit neemt niet weg dat in het plan aan enkele aspecten wel regels zijn gesteld. Deze aspecten zijn mede van belang om de rechtszekerheid van omwonenden te regelen.
Het betreft regels met betrekking tot: op de verbeelding is aan de randen van het plangebied het bouwvlak bepaald in aansluiting op de bestaande stedenbouwkundige structuur; voor de te realiseren hoofdgebouwen is bepaald: 1. de goot- en bouwhoogtes van de toe te laten gebouwen. 2. het maximum aantal woningen bedraagt 75; 3. een parkeernorm conform het gemeentelijk parkeerbeleid. Het college van Zaltbommel kan nadere eisen stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bebouwing.
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Nationaal beleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. Het gaat om het strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet.
In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisatie, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan de vier prioriteiten: 1.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
13
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
2. 3. 4.
Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. Het daarbij om 'omgevings-inclusief' beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; en. Afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgeving-inclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI geeft dus weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten worden gesteld bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes worden gemaakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dit in samenhang plaatsvindt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en wordt gezorgd voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen er omheen. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie in een, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economische sterk Nederland. Toetsing en conclusie Het plangebied ligt niet in een gebied waarvoor de NOVI gerichte belangen of opgaven kent. Om die reden kan verdere toetsing aan de NOVI achterwege blijven.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Dit bestemmingsplan heeft geen relatie met de nationale belangen, zoals deze in het Barro zijn opgenomen. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. Een zeer beperkt deel van het plangebied is gelegen binnen een reserveringszone voor de uitbreiding van de A2, zoals opgenomen in de Rarro. Ter plaatse zijn geen bouwwerken voorzien. Een beschermende regeling is opgenomen. 3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.3.1 Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Sinds augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Bro en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Hiervoor is een nieuwe handreiking opgesteld. De Ladder is geen op zichzelf staand instrument maar is onderdeel van de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de minister van Infrastructuur en Waterstaat. De betreffende minister zorgt ervoor dat decentrale overheden over de juiste instrumenten beschikken voor een zorgvuldige benutting
14
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
van de ruimte. Onderdeel hiervan is het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar houden van krimpregio's. 3.1.3.2 Toetsing De Ladder is onder andere van toepassing op bouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. 2. 3. 4. 5.
Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied?
In het navolgende worden de hierboven genoemde aspecten beschreven en afgewogen. 1. Is er sprake van een nieuwe stedelijke functie? De nieuwe handreiking begint met de vraag om wat voor een plan het gaat. In dit geval betreft het 'overige stedelijke functies'. Als een plan met overige functies wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de Ladder worden toegepast. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling bepaalt men door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorgenomen planologische mogelijkheid betreft de bouw circa 75 woningen en sociaal-maatschappelijke en culturele functie. Er is daarmee sprake van een stedelijke ontwikkeling.
een
2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? De vervolgvraag is of de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In beginsel is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt of indien de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In onderhavig geval is sprake van een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 . Voorliggend plan kan als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling (vraag 1) die ook nieuw is (vraag 2) moet de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de behoefte aan de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. De behoefte bepaalt men binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Daarbij zijn aard en omvang van de betreffende ontwikkeling(gen) bepalend voor het schaalniveau waarop de behoefte moet worden afgewogen.
Bij overige functies is het ruimtelijk verzorgingsgebied meestal de gemeente of een groter gebied. Woningen Ten aanzien van het ruimtelijke verzorgingsgebied wordt hier verwezen naar paragraaf 3.3 (Gemeentelijk beleid). Uit de betreffende paragraaf blijkt dat het ruimtelijk verzorgingsgebied voornamelijk bestaat uit de gemeente Zaltbommel zelf. Sociaal-maatschappelijke en culturele functie Voor de sociaal-maatschappelijke en culturele functie geldt ook dat het ruimtelijke verzorgingsgebied bestaat uit de gemeente Zaltbommel. De instellingen die nu gebruikmaken van de huidige locatie aan de Van Heemstraweg zijn allemaal instellingen die actief zijn in de gemeente Zaltbommel zelf. 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet een beschrijving worden gegeven van de
15
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. De behoefte bepaalt men aan de hand van het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Het ruimtelijk verzorgingsgebied is gerelateerd aan de aard en omvang van de ontwikkeling. Daarbij moet inzichtelijk worden gemaakt: dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben; dat de ontwikkeling niet tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Woningen Ten aanzien van de behoefte (zowel kwantitatief als kwalitatief) geldt ook hier dat paragraaf 3.3 (Gemeentelijk beleid) hier nader op ingaat. Vooruitlopend op die paragraaf kan worden geconcludeerd dat in de gemeente er een woningbouwopgave voor de komende 10 jaar bestaat voor Zaltbommel uit ca. 1.450 woningen, conform de Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025. Vanwege de onbalans tussen vraag en aanbod is beoogd de nieuwbouw voor de komende 5 jaar te versnellen. Dit plan draagt daaraan bij. Er is dus ruimschoots sprake van een kwantitatieve behoefte. Daarbij geldt ook dat voor alle drie typen woningen (vrijstaand, twee-onder-één-kap en rijwoningen) behoefte bestaat. Ook van een kwalitatieve behoefte is dus sprake. Tot enige leegstand of anderszins een onaanvaardbare situatie leidt deze deelontwikkeling niet.
Sociaal-maatschappelijke en culturele functie Ten tweede voorziet de voorgenomen ontwikkeling ook in het realiseren van een sociaal-maatschappelijke en culturele functie. Die functie betreft echter een verplaatsing: de betreffende functie is elders al aanwezig: Pand 9 aan de Van Heemstraweg. Op die locatie is het gebouw in zijn volledigheid verhuurd. Nu die locatie na gereedkoming van het gebouw dat door dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, wordt gesloopt (de volgende fase van Waluwe III), neemt het aanbod niet toe. In zijn totaliteit leidt het mogelijk maken van de sociaal-maatschappelijke en culturele functie niet tot een zodanige leegstand in de omgeving, dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Vervolgvraag is of de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied ligt. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Het hele plangebied maakt deel uit van bestaand stedelijk gebied. De locatie betreft het laatste deel van de wijk Waluwe die op dit moment in ontwikkeling is. 3.1.3.3 Conclusie Na toetsing van het project aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan worden geconstateerd dat de Laddertoets geen belemmering oplevert voor onderhavige ontwikkeling. Het plan kan wat betreft dit aspect als uitvoerbaar worden geacht. 3.1.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
16
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1
Algemeen
Op 9 juli 2014 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. Deze is sindsdien verschillende keren geactualiseerd. In die Omgevingsvisie zijn het Waterplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan, het Streekplan, het Milieuplan en de Reconstructieplannen herzien en samengebracht. Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten het laatste actualisatieplan van de Omgevingsvisie vastgesteld (Omgevingsvisie Gaaf Gelderland). 3.2.2
Omgevingsvisie
De provincie kiest er in deze Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Ruimte in kleinere kernen en vrijgekomen bebouwing in het landelijk gebied kan worden benut voor wonen en nieuwe economische dragers en als versterking van de vitaliteit van het landelijk gebied. Bij de nadere invulling van de uitgangspunten wordt ruimte gelaten voor lokale of regionale initiatieven door gemeenten of regionale samenwerkingsverbanden. Bouwprogramma's voor nieuwe woningen zijn daarbij in regionaal verband afgestemd. Waar mogelijk kan lokaal maatwerk worden geleverd. De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben.
De provincie gaat voor: sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan. Als leidend principe hanteert de provincie de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik. Dit houdt in dat in bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling moet worden aangegeven hoe met de ladder is omgegaan, zie ook subparagraaf 3.1.3 (Ladder voor duurzame verstedelijking). De provincie hanteert voor de bepaling van bestaand stedelijk gebied de definitie uit het Besluit ruimtelijke ordening. Conclusie Dit bestemmingsplan met de daarbij behorende planologische mogelijkheden om woningen te bouwen en een sociaal-maatschappelijke en culturele functie leveren geen strijd op met de omgevingsvisie van de provincie Gelderland. Zo bezien kan dit planvoornemen voor dit onderdeel als uitvoerbaar worden geacht. 3.2.3
Omgevingsverordening
Tegelijkertijd met het vaststellen van de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' stelden de provinciale staten van Gelderland ook de Omgevingsverordening Gelderland vast. Evenals in de omgevingsvisie gaan deze plannen over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Na het opstellen van de omgevingsverordening is deze verscheidene keren aangepast. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan kunnen per hierboven genoemde aspecten regels gelden. Voor het plangebied is de onderstaande thema relevant. Woonlocaties Ten aanzien van het aspect wonen, geeft de omgevingsverordening aan dat per regio de gemeentebesturen hierover afspraken maken in een regionale woonagenda. Dat volgt uit artikel 2.1 van de
17
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
omgevingsverordening. Daarnaast volgt uit artikel 2.2 dat "een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda". Over deze regionale afspraken in paragraaf 3.2.4 (Regionale Woonagenda en Regionale woningbouwprogrammering Rivierenland) meer. Conclusie Dit bestemmingsplan met de daarbij behorende planologische mogelijkheden om woningen te bouwen en maatschappelijke voorzieningen leveren geen strijd op met de omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Zo bezien kan dit planvoornemen voor dit onderdeel als uitvoerbaar worden geacht. 3.2.4
Regionale Woonagenda en Regionale woningbouwprogrammering Rivierenland
Regionale Woonagenda De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio's wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een 'regionale woonagenda'. Hierin zijn de belangrijkste thema's omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. Het is feitelijk een regionaal actieprogramma. In de regionale woonagenda zijn de volgende thema's opgenomen: Regionaal woningbouwprogramma; Bestaande woningvoorraad; Wonen en zorg; Doorstroming; Arbeidsmigranten; Verblijfsgerechtigden; Woonlasten en betaalbaarheid; Flexibele tijdelijke woonvormen. Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen. De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.2.1.1 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door gedeputeerde staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema's worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties. Regionale woningbouwprogrammering Rivierenland De gemeenten in de Regio Rivierenland, waaronder de gemeente Zaltbommel, hebben afspraken gemaakt voor het opstellen van een regionaal woningbouwprogramma.
Op 12 oktober 2020 is daarvan de meest recente monitor uitgebracht. Gedeputeerde staten van Gelderland hebben deze afspraken bevestigd. Het doel van de regionale woonagenda is om de woningbouwopgave in de regio af te stemmen. Regionale afstemming moet zorgen voor voldoende woningen, voor de juiste doelgroepen én op de goede plek. Dit omdat er veel onderlinge relaties zijn tussen lokale woningmarkten in de regio, maar ook het nadrukkelijk rekening houden met de verschillen tussen en de eigenheid van alle individuele gemeenten en hun kernen. In haar omgevingsverordening stelt de provincie Gelderland dat bestemmingsplannen alleen nieuwe woningen mogelijk kunnen maken als de ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. Hiermee heeft de woonagenda ook een belangrijk ruimtelijk doel, namelijk het mogelijk maken van nieuwe woningbouwinitiatieven. Zonder regionale woonagenda zal voor iedere ontwikkeling apart aangetoond moeten worden dat de ontwikkeling past binnen het provinciaal beleid en dat er regionale afstemming over heeft plaatsgevonden. In de Omgevingsverordening Gelderland van de provincie is opgenomen dat alle regio's binnen de provincie een regionale woonagenda opstellen. De regionale woonagenda moet door Gedeputeerde Staten worden vastgesteld. De Regionale Woonagenda 2020-2030 heeft een looptijd van 10 jaar die start in 2020.
Om de ontwikkelingen op de regionale woningmarkt te volgen, worden de plancapaciteit en de nieuwbouwopleveringen jaarlijks gemonitord in de regionale woningbouwmonitor. De resultaten van de regionale monitor worden gedeeld met de provincie Gelderland.
18
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Op basis van Primos2020 is voor regio Rivierenland een kwantitatieve woningbehoefte geprognosticeerd van ongeveer 12.400 woningen voor de periode 2020-2030. Dat is inclusief het inlopen van het huidige woningtekort. De woningbouwopgave voor de gemeente Zaltbommel betreft circa 1.450 woningen. De gemeente Zaltbommel vindt dat er op korte termijn meer woningen gebouwd moeten worden om in de toegenomen vraag te kunnen voorzien. Daarom sluit het aan op de door de provincie geambieerde versnelling van de woningbouwproductie. 3.2.5
Conclusie
Dit bestemmingsplan met de daarbij behorende planologische mogelijkheden om woningen te bouwen en en sociaal-maatschappelijke en culturele functie leveren geen strijd op met de regionale woningbouwafspraken in de provincie Gelderland. Zo bezien kan dit planvoornemen voor dit onderdeel als uitvoerbaar worden geacht.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025
In de Woonvisie Bommelerwaard 2021 - 2025 zetten de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel voor de komende jaren hun koers uit op het gebied van Wonen. De Woonvisie is het kader voor de prestatieafspraken met de corporaties, vormt de verbinding met andere beleidsterreinen, zoals met name Duurzaamheid, Leefbaarheid en Wonen&Zorg. En vormt het kader van gemeentelijke beleidsuitgangspunten voor initiatiefnemers. De woningmarkt in de Bommelerwaard is volop in beweging. In 2015 trok de verkoop van woningen gaandeweg weer aan. Tegelijkertijd kon op dat moment niet worden voorzien dat de druk op de woningmarkt in 2020 weer zo fors zou zijn toegenomen. Op basis van een toekomstbeeld worden vijf thema’s centraal gesteld in de Woonvisie.
Figuur 3.1: Thema's uit de Woonvisie. Uit subparagraaf 3.2.4 blijkt dat de woningbouw kwantitatief passend is binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma, dat regionaal is afgestemd. Het plan draagt bij aan het snel voldoen aan voldoende woningen. De woningbouw zal een mix zijn voor verschillende doelgroepen, zowel huur als koop. Hiermee is de woningbouw in lijn met de kwalitatieve ambities zoals gesteld in de Woonvisie Bommelerwaard.
19
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
3.3.2
Beleidsvisie externe veiligheid 2014 - 2018
De Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Zaltbommel 2014 - 2018 is op 28 november 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. In deze visie zijn onder andere ambities opgenomen over het niet toelaten van nieuwe risicobronnen en bijzonder kwetsbare objecten binnen bepaalde gebieden. De ambities gelden naast de wettelijke regels en zijn met name van toepassing bij het vaststellen van omgevingsbesluiten en bij vergunningverlening voor risicobedrijven. Door het vaststellen van relevante regels in het ruimtelijk plan kan strijdigheid met de ambities worden voorkomen. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect externe veiligheid. 3.3.3
Conclusie
Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.
Hoofdstuk 4
Milieu- & omgevingsaspecten
4.1
Verkeer en parkeren
4.1.1
Verkeer
De totale woonwijk (waarvan voorliggend bestemmingsplan fase 1 van uitwerkt) wordt via twee gebiedsontsluitingswegen ontsloten, te weten de Hogeweg/Oude Bosscheweg, de Van Heemstraweg en een nog aan te leggen noord-zuidverbinding aan de westzijde. In het plangebied van fase 1 zelf worden vier wegen aangelegd: twee wegen kennen een noordoost-zuidwest richting en twee wegen staan haaks op die wegen. Deze vier wegen bevinden zich rondom fase 1 en sluiten aan op nog aan te leggen wegen als onderdeel van de ontwikkeling van de totale woonwijk. Alle wegen zullen een 30 km/u-regime kennen. De weg Hogeweg en het verlengde van de Van Heemstraweg sluiten aan op de provinciale weg (N322), de provinciale verkeersader die door de hele gemeente loopt en in een aansluiting op de rijksweg A2 voorziet. Qua capaciteit van wegen en doorstroming worden geen problemen verwacht. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan. 4.1.2
Parkeren
Ter vaststelling van het aantal toe te voegen parkeerplaatsen is de inhoud van het vigerende gemeentelijke beleid omtrent parkeernormering leidend voor de parkeerbalans. De parkeercapaciteit is openbaar toegankelijk, met uitzondering van de parkeercapaciteit op eigen terrein. Onttrekking van parkeercapaciteit uit de openbaarheid gebeurt enkel op initiatief van bevoegd gezag. Dit, en de eis dat voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd, wordt ook als zodanig in de regels (lid 8.2 (Parkeren)) geborgd. Voorts geldt voor de (sociaal-)maatschappelijke en culturele voorziening dat aan de zuidzijde van het gebouw zal worden voorzien in een openbare parkeerplaats met voldoende plek. Met de bovenstaande uitgangspunten voor het parkeren is sprake van voldoende parkeergelegenheid in het plangebied voor de parkeerbehoefte als gevolg van het planvoornemen.
20
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
4.2
Bodem
4.2.1
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.
Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen). 4.2.2
Doorvertaling bestemmingsplan
In 2015 is het plangebied reeds onderzocht, zie Bijlage 1 (Bodemonderzoek) bij deze toelichting. De gronden die zijn onderzocht betreffen de gronden die nog onbebouwd zijn. Uit het verrichte onderzoek (volgens NEN5725, NEN 5740, NEN 5707/NEN 5897) komt naar voren dat er geen sprake was van bodemverontreinigingen anders dan dat ter plaatse van één boring sterke verontreiniging met PAK werd aangetoond. Om die reden is reeds een NTA 5755 onderzoek uitgevoerd om de omvang van de aangetoonde grondverontreiniging in beeld te brengen. Op basis van die bodemgegevens (en de overige afwezigheid van bodemverontreiniging) wordt geconcludeerd, dat wanneer saneringsmaatregelen na het nader onderzoek niet benodigd zijn, het aspect bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen functiewijziging. Met het uitvoeren van het betreffende vervolgonderzoek en opname van de kosten van het benodigde onderzoek en begeleiding in de grondexploitatie is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan ten aanzien van het aspect bodem in voldoende mate aangetoond. Het benodigde onderzoek is reeds in uitvoering ten behoeve van de vergunningverlening. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.3
Geluid
4.3.1
Toetsingskader
Wettelijke normen Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal
21
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft.
Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woon- en leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh).
De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.
Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB. 4.3.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Ter uitvoering van voorliggend plan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit akoestisch onderzoek is opgenomen als Bijlage 2 (Akoestisch onderzoek) bij deze toelichting. Het onderzoek houdt rekening met de totale ontwikkeling van Waluwe III. Met het onderzoek is inzichtelijk gemaakt wat de geluidsbelasting is op de nieuw te realiseren geluidsgevoelige bestemmingen vanwege omliggende wegen. Daarnaast is de in beeld gebrachte geluidsinvloed getoetst aan de kaders die volgen uit de Wet geluidhinder. Het ontwikkelingsgebied is gelegen binnen de geluidszone ingevolge de Wet geluidhinder van de rijksweg A2, Hogeweg en Van Heemstraweg. Verder ligt het plangebied in de zone ligt van het spoor. Uit de berekeningsresultaten blijkt dat ten gevolge van het wegverkeer op de rijksweg A2 een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ingevolge de Wet geluidhinder optreedt op een
22
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
groot deel van de geprojecteerde woningen achter de geprojecteerde aaneengesloten woonbebouwing. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor buitenstedelijk gebied wordt alhier niet overschreden. Op de gevels georiënteerd op de rijksweg A2, van de aaneengeschakelde bebouwing georiënteerd aan de Hogeweg en een blok van vier woningen haaks op voornoemde aaneengeschakelde bebouwing, is de geluidsbelasting hoger dan de maximale ontheffingswaarde als gevolg van het wegverkeer op de rijksweg A2. Om de uitvoering van het plan toch mogelijk te maken zullen deze gevels als dove gevel moeten worden uitgevoerd. Dit is als zodanig in de regels van het bestemmingsplan geregeld (zie navolgende figuur), via een voorwaardelijke verplichting.
Figuur 4.1: woninggevels (rode lijn) met geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde ten gevolge van rijksweg A2. Uit de resultaten volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de Hogeweg uitsluitend de voorkeursgrenswaarde overschrijdt op de aaneengeschakelde bebouwing georiënteerd aan de Hogeweg. Deze gevels moeten al in het kader van de geluidsbelasting als gevolg van de rijksweg A2 als dove gevel uitgevoerd worden. Voor een dove gevel geldt de uitzondering dat hierop, overeenkomstig de Wet geluidhinder, geen toetsing plaatsvindt. Met deze dove gevel is er verder geen belemmering voor de geluidsbelasting, als gevolg van het verkeer op de Hogeweg, vastgesteld. Hieruit volgt verder dat hogere waarden vanwege het spoor niet hoeven te worden verleend vanwege de afstand tot het spoor en het feit dat de eerstelijns bebouwing ten opzichte van het spoor de hiervoor genoemde dove gevel krijgt. Uit de resultaten volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de Van Heemstraweg ten hoogste 54 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde ingevolge de Wet geluidhinder van 63 dB wordt echter niet overschreden. Maatregelen voor het beperken van de geluidsbelasting van deze wegen ontmoeten bezwaren van onder andere financiële en stedenbouwkundige aard.
Het college van burgemeester en wethouders kan ten aanzien van de rijksweg A2 overwegen een hogere waarde ingevolge de Wet geluidhinder vast te stellen van ten hoogste 53 dB. Conclusie Het aspect geluid vormt, met inachtneming van de noodzakelijkheid van het verlenen van een hogere waarde en de verplichting te voldoen aan de Wet geluidhinder, de te verlenen ontheffingswaarde of door het treffen van maatregelen in de vorm van dove gevels, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
23
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
4.4
Milieuzonering
4.4.1
Toetsingskader
Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek moeten uitwijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten door middel van een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied.
Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.
Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig. 4.4.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Gezien de hoge geluidbelasting in het plangebied ten gevolge van de rijksweg A2 en de provinciale weg (N322), de aanwezigheid van scholen direct aansluitend aan het plangebied, de strook met kantoren ten zuidoosten van het plangebied en het bedrijventerrein Van Voordenpark aan de overzijde van de rijksweg A2 kan gesteld worden dat het plangebied aan te merken is als een gemengd gebied. Dit betekent dat de richtafstanden voor alle hinderaspecten met één afstandsstap verminderd kunnen worden, uitgezonderd het aspect gevaar. Hinderveroorzakende bedrijven en functies in de omgeving In de omgeving van het projectgebied zijn verschillende typen bedrijven aanwezig. In zijn totaliteit zijn in de omgeving de onderstaande functies aanwezig.
24
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
Bedrijvigheid
Richtafstand Hinderaspect VNG (gemengd gebied)
Feitelijke kleinste afstand
Pand 9 Multifunctioneel verzamelgebouw (maatschappelijk, zorg en cultureel) Van Heemstraweg-west 9
10 meter
Geluid
+ 80 meter
Middelbare school Cambium College De Waard Oude Bosscheweg 2
10 meter
Geluid
±220 meter
Middelbare school Gomarus Scholengemeenschap Oude Bosscheweg 4
10 meter
Geluid
±150 meter
Middelbare school De Brug, School voor Praktijkonderwijs Sportlaan 2
10 meter
Geluid
±100 meter
Zwembad (overdekt)/sporthal
30 meter
Geur, geluid en ±50 meter gevaar
Organische chemische grondstoffenfabrieken Sachem Europe Van Voordenpark 15
10 meter, 300 Stof, geluid, ±350 meter meter, 700 meter geur en gevaar en 700 meter
Ziekenhuis Buitenpoli Jeroen Bosch Ziekenhuis Van Heemstraweg West 15
0 meter meter.
Detailhandel divers en supermarkten Winkelcentrum Portage Fiep Westendorpplein 2 e.v.
0 meter, 0 meter Geur, stof en 0 meter geluid
Overige zakelijke dienstverlening: kantoren Diverse kantoren Oude Bosscheweg 5 t/m 11 en Hogeweg 3 e.v.
0 meter
en 10 Geur en geluid
Geluid
±125 meter
en ±230 meter
±20 meter
Alleen Sachem Europe is gelet op de overlap met richtafstanden relevant. Sachem Europe bv Het betreffende bedrijf bevindt zich aan de oostzijde van de rijksweg A2 het bedrijf. De afstand van de rand van het bestemmingsvlak 'Bedrijf' tot het plangebied is circa 350 m. Dit bedrijf vervaardigt overige organische basischemicaliën en valt daardoor onder de categorie ‘Organische chemische grondstoffenfabrieken’ uit de VNG-publicatie. Dit betekent dat het een bedrijf uit milieucategorie 5.3 betreft. Het bedrijf veroorzaakt hinder in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar. De VNG-brochure geeft richtafstanden aan voor een gemiddeld bedrijf in deze branche. Wat betreft de aspecten stof en geluid dient de afstand tussen het bedrijf en het plangebied volgens de VNG-brochure in gemengd gebied 10 m respectievelijk 300 m te zijn. Aangezien de afstand circa 350 m is, levert het bedrijf voor deze aspecten geen belemmeringen op. Op de aspecten geur en gevaar, waarvoor een aan te houden afstand van 700 m respectievelijk 700 m wordt aangegeven in gemengd gebied, wordt in de paragrafen 4.6 en 4.7 van deze toelichting ingegaan. Uit deze paragrafen blijkt dat beide milieuaspecten geen belemmering vormen voor de nog te bouwen woningen in het plangebied. Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.
Hinder als gevolg van het voorliggende plan De volgende vraag is of in of nabij het plangebied functies aanwezig zijn die als gevolg van het planvoornemen hinder zouden kunnen ondervinden. Voor die vraag is het van belang om helder te hebben
25
Zaltbommel, Waluwe III - fase 1
in welke planologische mogelijkheden dit bestemmingsplan voorziet. Goed beschouwd gaat het dan om het gebruik van gronden voor bewoning en maatschappelijke functies. Vanuit de functie wonen gaat geen hinder uit naar omliggende functies. Voor de sociaal-maatschappelijke en culturele functies die dit plan mogelijk maakt geldt dat deze invloed op woningen in de omgeving en op de woningen in het plangebied zelf. Voor situaties waar binnen een gebied sprake is van meerdere functies spreekt men van functiemenging. Ten aanzien van functiemenging geldt dat de VNG-brochure een andere type categorieaanduiding kent van bedrijvigheid. De VNG-brochure geeft aan dat bij activiteiten die zodanig weinig milieubelastend zijn voor hun omgeving, dat deze aanpandig aan woningen -in gebieden met functiemenging- kunnen worden uitgevoerd. De eisen van het Bouwbesluit 2012 voor scheiding tussen woning en bedrijven zijn daarbij voldoende toereikend. Zulke functies worden ingedeeld in categorie A. Categorie B wordt geformuleerd als "Activiteiten die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden". Voorliggend plan voorziet in de planologische mogelijkheid om (sociaal-)maatschappelijke en culturele voorzieningen te realiseren.