CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. toelichting

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat16.276 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het plangebied ligt echter buiten een veiligheidszone, een plasbrandaandachtsgebied en buiten de meest relevante zones voor het groepsrisico (de 200 meter zones). Op grond van artikel 7 van het Bevt moet in dergelijke gevallen worden ingegaan op de mogelijkheden voor: - de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroutes en - de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft op 2 februari 2022 aangegeven dat in Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

27

dit geval sprake is van een (standaard)situatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Buisleidingen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van relevante buisleidingen voor aardgas en vloeibare brandstoffen. Hierdoor is geen verantwoording van het groepsrisico nodig vanwege buisleidingen.

4.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid is alleen relevant vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de A2 en het spoortracé Meteren- Den Bosch en vanwege Brzo-bedrijf Sachem. Er wordt voldaan aan de normen voor het plaatsgebonden risico. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er in het plangebied voldoende mogelijkheden voor de zelfredzaamheid bij een zwaar ongeval op deze transportroutes en bij Sachem. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. 4.7

Bedrijven en milieuzonering

4.7.1 Kader Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie [` VW `ST[\ZW[V hS` ia`[`YW` ]d[\YW` ]S` YWTdg[] iadVW` YW_SS]f hS` VW TdaUZgdW z:WVd[\hW` W` _[^[Wgla`Wd[`Y{ abYWefW^V Vaad VW NF? &hWde[W .,,5'* <WlW YWWXf bWd TWVd[\XeUSfWYad[W WW` xhW[^[YWy afstand voor de genoemde milieuaspecten, de zogenaamde richtafstand. Realisatie van woningen binnen deze richtafstand is alleen gemotiveerd mogelijk indien wordt aangetoond dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd én dat het bestaande bedrijf niet onevenredig in haar bedrijfsvoering wordt geschaad ten gevolge van de ontwikkeling. 4.7.2 Beoordeling Ten zuidoosten van het plangebied bevindt zich OBS de Walsprong. Omdat het plangebied voor wat betreft het aspect geluid gelegen is binnen de richtafstand van de school, is nader onderzoek uitgevoerd. Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

28

Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies opgenomen. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat in de dagperiode voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximale geluidsniveau niet voldaan wordt aan de toetswaarden van de VNG-publicatie. In de avond- en nachtperiode wordt wel voldaan aan de toetswaarden. Omdat de geluidbelasting veroorzaakt wordt door spelende kinderen is het treffen van bronmaatregelen niet mogelijk, zodat overdrachtsmaatregelen of maatregelen ter plaatse van de ontvanger resteren. Uit het onderzoek blijkt dat het plaatsen van schermen langs de schoolpleinen of nabij de toekomstige woningen slechts voor een klein deel van de woningen een oplossing vormt. Hiernaast zal moeten worden overwogen of een dergelijke maatregel vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt wel gewenst is. Wanneer het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk is, bestaat nog de mogelijkheid om voorzieningen aan de gevels van de woningen te treffen om in de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te realiseren. Met het toepassen van ontvangermaatregelen kan weliswaar in de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd worden, maar wordt de geluidbelasting op de gevel en eventuele buitenruimtes niet verlaagd. Hiervoor is een nadere afweging noodzakelijk.

De aanvaardbaarheid hiervan zal moeten worden afgewogen, waarbij wordt opgemerkt dat de gemeente geen geluidbeleid heeft waarop teruggevallen kan worden. Wel kan worden opgemerkt dat voldaan kan worden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit. Daarnaast wordt opgemerkt dat in de bestaande situatie bij diverse woningen (met name de woningen die direct boven de pleinen zijn gelegen) vergelijkbare of hogere niveaus zullen optreden en dat men dit bij de realisatie van De Waluwe aanvaardbaar geacht heeft. 4.7.3 Conclusie Zoals hierboven beschreven, zijn de mogelijkheden om de geconstateerde overschrijdingen teniet te doen zeer beperkt en zal de aanvaardbaarheid nader moeten worden afgewogen. Dit zal gebeuren in samenhang met de hogere waarde procedure ten aanzien van wegverkeerslawaai. 4.8

Water

4.8.1 Kader Rijks- en provinciaal beleid Het nationale en provinciale waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan en in het Provinciaal Waterplan 2016-2021. Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Waterplan 2016-2021 De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

29

van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura .,,, l[\` ^W[VW`V T[\ VW g[fiWd][`Y hS` V[f TW^W[V [` bdaYdS__S{e aX [` ]SVWde [` de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden.

Regionaal Waterprogramma Gelderland De provincie is vanuit diverse invalshoeken betrokken bij het thema water: vanuit de provinciale rol op het gebied van water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit en diverse gebruiksfuncties. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, is in de geest van de nieuwe Omgevingswet ingevuld. In het verlengde daarvan wordt deze visie op hoofdlijnen aangevuld met een VWfS[^^Wd[`Y hS` ZWf TW^W[V [` V[f iSfWdbdaYdS__S* <W h[e[W W` ZWf iSfWdbdaYdS__S had_W` eS_W` zZWf TW^W[V{* De ambitie is de komende jaren toe te werken naar een programma, dat vanuit raakvlakken in het provinciale beleid, bijvoorbeeld vanuit urgenties op gebiedsniveau, is ingevuld. Naar analogie van wat gezegd wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: het gaat om het vinden van synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden, om Gelderland ook in de toekomst gaaf te houden. Raakvlakken worden in elk geval voorzien tussen water en de beleidsterreinen van bodembeheer, natuur-/ eaadfW`TWeUZWd_[`Y( FSfgdS .,,,( ]^[_SSfSVSbfSf[W W` _Wf VW bdaYdS__S{e hS` gebiedsontwikkeling Waar en hoe, wordt de komende jaren onderzocht, met de ambitie dit concreet te maken in bdaYdS__S&ze' a`VWd VW nieuwe Omgevingswet. Zo staat Gelderland gesteld voor de toekomst. Dit waterprogramma is daarvoor een begin.

Het bevat geen nieuw beleid, maar is een voortzetting van het bestaande waterbeleid. Beleid waterbeheerder Waterbeheerprogramma 2016-2021 Met het Waterbeheerprogramma 2016-2021 'Koers houden, kansen benutten' blijft het waterschap Rivierenland op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Hiermee trekt het Waterschap Rivierenland de lijn door van het vorige waterbeheerplan. Bij de uitvoering van het programma beweegt het waterschap mee met veranderingen en benutten zij de kansen die zich voordoen in de regio. Om inhoudelijke ambities te bereiken ligt het accent in de periode 2016-2021 onder meer op: s Gebiedsgericht werken; s Waterbewustzijn; s Innovatie. Het waterbeheerprogramma is het centrale beleidsdocument van het waterschap. Het programma biedt houvast voor bestuurders en ambtenaren. De doelen en maatregelen in het waterbeheerprogramma Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

30

zijn opgesteld samen met provincies, gemeenten en andere partijen. Het waterschap houdt rekening met provinciale functies en werkt mee aan het realiseren van provinciale doelen. Het Waterbeheerprogramma 2016-2021 Koers houden, kansen benutten is bepalend voor het waterbeleid. Dit plan gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen. Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Keur Waterschap Rivierenland 2014 Het waterschap is verantwoordelijk voor het waterbeheer (waterkwaliteit en wkwaliteit) binnen het plangebied. Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de Keur van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo mag men bijvoorbeeld geen hemelwater, afkomstig van nieuw verhard oppervlak, op een oppervlaktewaterlichaam lozen.

Als er veel extra verharding bijkomt, moet er waterneutraal worden gewerkt; er moet gecompenseerd worden door bijvoorbeeld extra bergingscapaciteit. Gemeentelijk waterbeleid Water- en rioleringsplan Bommelerwaard 2017-2021 Het WRP is hét overkoepelend beleidsplan waarin de gemeente de ambities rondom riolering en water verwoorden. De bekostiging van de maatregelen hiervoor wordt geborgd in het uitvoeringsprogramma. Bij dit WRP zet de gemeente de werkwijze van het WRP 2012-2016 voort. Een resultaatgerichte methodiek wordt gehanteerd waarbij op basis van beelden en keuzes beleid is vastgelegd. Het beleidskader richt zich op de kenmerken veilig, functioneel, heel en schoon. Het beleidskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen, stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater. De eerste drie onderdelen corresponderen met de drie wettelijke zorgplichten van de gemeente. Het vierde onderdeel is een gemeenschappelijke taak van gemeenten en waterschap voor schoon en voldoende water (in lijn met de Waterschapswet en Waterwet). Bij het bepalen van de ambitie, kunnen drie kwaliteitsniveaus worden gebruikt, met elk een eigen prijskaartje. Gekozen is voor de basis-ambitie ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater.

4.8.2 Watertoets Hieronder volgt de inhoudelijke toetsing van het plan aan de verschillende ziSfWdfZW_S{e{( laS^e V[W TWeUZdWhW` efSS` [` VW @S`VdW[][`Y OSfWdfaWfe* LaWfe[`Y SS` VWlW fZW_S{e ^WhWdf VW iSfWdfaWfe ab* Huidig watersysteem Het plangebied omvat ca. 12.198 m2. Binnen het plangebied is in de huidige situatie circa 9.780 m2 verharding aanwezig, zowel in de vorm van bebouwing als ten behoeve van de omliggende parkeerplaats en bestrating. Binnen het plangebied loopt een B- en een C-watergang.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

31

Afbeelding 4.3: Uitsnede legger wateren (Waterschap Rivierenland)

Planbeschrijving De woonbestemming heeft in het bestemmingsplan een oppervlakte van ca. 2.794 m2. Het overige gedeelte van het plangebied heeft een groen- of waterbestemming, waarvan ca. 2.966 m2 is aangeduid als parkeerplaats. In totaal bedraagt de toekomstige verharding ca. 5.760 m2. De paden en pleinen worden zoveel mogelijk uitgevoerd in een halfverhard materiaal. Omdat het aantal m2 verharding afneemt ten opzichte van de huidige situatie, is watercompensatie niet benodigd. In het plan is echter wel voorzien in een verbreding en vergroting van de bestaande watergangen. De bestaande oppervlakte aan waterberging blijft dus behouden en zelfs uitgebreid. De waterpartij heeft in de toekomstige situatie een omvang van ca. 647 m2. Veiligheid Het plangebied is niet gelegen in een beschermingszone van een waterkering. Riolering De riolering wordt aangesloten op het bestaande rioleringssysteem. Hierbij wordt uitgegaan van een gescheiden rioolstelsel (stelsel waarbij vuilwater en hemelwater door gescheiden buizen worden afgevoerd). Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkeling mogen geen (bouw)materialen toegepast worden waardoor het afstromende hemelwater bijvoorbeeld door uitloging verontreinigd kan raken. Gestreefd dient te worden naar het volgen van het voorkeursbeleid van het Waterschap. Volksgezondheid Overstorten van vuilwater dient te worden voorkomen.

Door het afkoppelen van hemelwater van de VdaaYiWWdSXhaWd &<O9' iadVW` hg[^iSfWdahWdefadfW` &[` VW a_YWh[`Y' fWYW`YWYSS`* <W d[e[Ua{e hS` watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Bodem en grondwater De huidige waterpeilen worden niet aangepast ten behoeve van het plan. Hierdoor zal bodemdaling niet aan de orde zijn. Grondwateroverlast is niet bekend en is ook niet te verwachten. Indien bij toekomstige ruimtelijke ontwikkeling ondergrondse constructies worden gebouwd, waarvan de onderkant dieper ligt dan de hoogste grondwaterstand, wordt geadviseerd waterdicht te bouwen om te voorkomen dat overlast van grondwater ontstaat. Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

32

Waterkwaliteit Het plan maakt geen functies mogelijk die tot verslechtering van de waterkwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater leiden. Verdroging De huidige waterpeilen worden niet aangepast ten behoeve van het plan. Het plan heeft derhalve geen (negatieve) invloed op karakteristieke grondwaterafhankelijke ecologische waarden; er is immers geen kans op verdroging als gevolg van het plan. Natte natuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Negatieve effecten op NNN-gebieden in de omgeving zijn daarmee uit te sluiten. Keur Alle handelingen of werkzaamheden in de nabijheid van watergangen en waterschapswegen vallen onder de regels van de Keur. In deze verordening van het waterschap zijn gebods- en verbodsbepalingen opgenomen om de waterstaatsbelangen veilig te stellen. In de Legger zijn de watergangen opgenomen, waarop de Keur van toepassing is. Beheer en onderhoud Er zijn geen wateren en kunstwerken in het plangebied gelegen, die onder de onderhoudsverplichtingen vallen van het Waterschap. Beheer en onderhoud van de riolering is in handen van de gemeente Zaltbommel. 4.8.3 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het plan. 4.9

Ecologie

4.9.1 Kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden, met wetgeving ten aanzien van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden. Deze wet vervangt drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). Daarnaast hebben provincies eigen beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN; de voormalige Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en overige natuurwaarden buiten het NNN. Soortenbescherming Voor ruimtelijke ingrepen die resulteren in overtreding van één of meer artikelen van de Wnb moet ontheffing worden aangevraagd. Voor een aantal soorten geldt daarenboven het beschermingsregime van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor werkzaamheden die uit een bestemmingsplan voortvloeien dient voor de start van die werkzaamheden ontheffing te worden aangevraagd indien beschermde soorten voorkomen. Bij de vaststelling van het plan dient duidelijk te zijn of en in hoeverre een ontheffing kan worden verkregen. Voor alle in de wet genoemde diersoorten (inclusief vogels) geldt dat het verboden is individuen van deze soorten (opzettelijk) te doden of te vangen. Bovendien is het verboden nesten (en eieren) en (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen dan wel weg te nemen.

Voor de in de wet genoemde plantensoorten geldt dat het verboden is exemplaren in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

33

ontwortelen of te vernielen. In de Wnb worden drie beschermingsregimes onderscheiden voor beschermde soorten. Voor de eerste twee regimes gelden aanvullende verbodsbepalingen. 1. Het beschermingsregime Vogelrichtlijn (Vrl), dat van toepassing is op van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vrl. Met betrekking tot deze vogelsoorten geldt dat het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden is vogels opzettelijk te storen, behalve als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en dwingende redenen van groot openbaar belang zijn geen reden om ontheffing te verlenen. Ontheffing is uitsluitend toegestaan op basis van de ontheffingsgronden die in de Vrl zijn genoemd. Overigens is het, indien geen ontheffing nodig is, volgens de huidige interpretatie van de wet wel verplicht rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Voor sommige vogelsoorten met vaste verblijfplaatsen geldt dat deze vaste verblijfplaatsen en het essentiële leefgebied jaarrond beschermd zijn. 2. Het beschermingsregime Habitatrichtlijn (Hrl), dat van toepassing is op soorten van bijlage IV bij de Hrl, bijlage I en II bij het Verdrag van Bern en bijlage I bij het Verdrag van Bonn.

Met betrekking tot deze soorten is het - aanvullend aan de bovengenoemde verbodsbepalingen - verboden dieren opzettelijk te verstoren. Ontheffing wordt voor ruimtelijke inrichting of ontwikkeling alleen verleend indien: % er geen andere bevredigende oplossing is, en % geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort, en % sprake is van één van de volgende (bij ruimtelijke ontwikkeling relevante) belangen: • de bescherming van wilde flora en fauna of natuurlijke habitats, of • de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. 3. Het beschermingsregime Andere Soorten, dat van toepassing is op soorten van de bijlage behorende bij artikel 3.10 van de Wnb. Ontheffing is alleen mogelijk indien: % er geen andere bevredigende oplossing is, en % indien geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort. Er is echter geen ontheffing nodig indien gewerkt wordt volgens een geldige gedragscode die van toepassing is op de betreffende soort(en). Vaak is daarnaast ecologische begeleiding en een ecologisch werkprotocol nodig bij de uitvoering van werkzaamheden.

De provincies kunnen voor het beschermingsregime Andere Soorten een algemene vrijstelling verlenen voor onder meer ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. In de gemeente Zaltbommel is de provincie Gelderland het bevoegd gezag voor de Wnb. Indien nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van soorten niet (kunnen) worden ontzien, is ontheffing noodzakelijk. Ontheffing is niet benodigd indien de functionaliteit van de nesten, (vaste) voortplantingsplaatsen of rustplaatsen gegarandeerd wordt (het beschadigen en vernielen wordt voorkomen door maatregelen of er zijn voldoende alternatieven). Ten slotte is altijd de algemene zorgplicht van toepassing, die inhoudt dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor alle inheemse dieren en planten en hun directe leefomgeving (artikel 1.11 van de Wnb). Concreet betekent dit dat bij ruimtelijke ontwikkeling gezorgd moet worden dat dieren niet gedood worden en dat planten verplant worden. Ook dient gelet te worden op bijvoorbeeld de voortplantingsperiode van amfibieën en de zoogperiode van zoogdieren.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

34

Natura 2000 De Wnb ziet op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vrl- en Hrl-gebieden). Voor ieder Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld voor één of meerdere soorten en/of habitats. Voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Natura 2000-gebieden en tevens voor ontwikkelingen VSSdTg[fW` V[W hS` [`h^aWV ]g``W` l[\` &Vaad zWjfWd`W iWd][`Y{' ab V[W TWeUZWd_VW `SfggdYWT[Wden, gelden (strenge) restricties. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur YW^Vf WW` hWdYg``[`Yb^[UZf* E[VVW^e WW` zZST[fSffaWfe{ V[W`f fW iadVW` a`VWdlaUZf aX WW` SUf[h[fW[f (significante) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden veroorzaakt. De uitkomsten van de habitattoets dienen te worden beoordeeld door het bevoegd gezag. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het doel van het NNN is de instandhouding en ontwikkeling van natuurgebieden om daarmee een groot aantal soorten en ecosystemen te laten voortbestaan. Sinds 2014 zijn de provincies het eerste verantwoordelijke bevoegde gezag voor het NNN (daarvoor was dat de rijksoverheid).

4.9.2 Beoordeling Soortenbescherming De ontwikkeling zal samen gaan met de sloop van de bestaande bebouwing en begroeiing. Deze activiteit zou kunnen samen gaan met effecten op beschermde planten- en diersoorten. Daarom is door adviesbureau Blom Ecologie B.V. een quickscan uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Uit de quickscan blijkt dat er aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd naar vleermuizen. De planlocatie is daarnaast mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, foeragerende vleermuizen, amfibieën, insecten en broedvogels welke niet beschermd zijn (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Op basis van de resultaten heeft aanvullend vleermuisonderzoek plaatsgevonden. In de periode juni w september 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen de planlocatie. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn drie zomer- en drie paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bebouwing op de planlocatie (gebouw A, de sporthal) een functie heeft voor de gewone dwergvleermuis als verblijfplaats (twee zomerverblijfplaatsen en één paarverblijfplaats).

De beoogde ingreep (slopen van gebouw A, sporthal) leidt tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming art 3.5, lid 4 (wegnemen verblijfplaatsen). Als gevolg van de verstoring van de verblijfplaatsen, het functionele leefgebied en overige verstoring door de werkzaamheden leiden de werkzaamheden tot overtreding van Wet natuurbescherming art. 3.5, lid 2. Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de sporthal gesloopt kan worden. Het complete onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij deze toelichting. Gebiedsbescherming Voor het gebruik van de nieuwe woningen is de stikstofdepositie in de gebruiksfase beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. De notitie inclusief complete berekeningen is opgenomen als bijlage 7 bij deze toelichting. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door het gebruik Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

35

van de maximaal 53 nieuwe woningen. Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. 4.9.3 Conclusie Voor de uitvoering van de beoogde ingreep is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Deze ontheffing kan worden verleend indien er alternatieve verblijfslocaties worden gerealiseerd, welke in het plan zijn voorzien. Het aspect ecologie staat de uitvoerbaarheid van het plan daarmee niet in de weg. 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.10.1 Kader Archeologie Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met Rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Erfgoedwet moet de gemeente bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische waarden.

Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Cultuurhistorie Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke elementen. Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: • De aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; • De wetering Capreton; • De Nieuwe Hollandse Waterlinie; • Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Zaltbommel en Nederhemert-Zuid); • Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (Gameren); • Gemeentelijke en rijksmonumenten; • Historische buitenplaatsen (Huis Brakel). 4.10.2 Beoordeling Door ADC ArcheoProjecten is in december 2021 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd naar mogelijke aanwezige archeologische resten in het plangebied. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.

Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting voor het plangebied opgesteld. In het plangebied kunnen archeologische resten vanaf de Laat Neolithicum tot en met de Middeleeuwen worden verwacht. Het verkennend booronderzoek heeft het beeld van de bodemopbouw van het gebied in hoofdlijnen bevestigd. In het plangebied werden afzettingen van de stroomgordel Zaltbommel/ Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

36

Nederhemert en van de van Gameren verwacht. Deze afzettingen zijn inderdaad aangetroffen. De afwisseling van oever en komafzettingen in de boringen alsmede het feit dat in een deel van de boringen sprake is van kalkloze trajecten in de oeverafzettingen maakt duidelijk dat er sprake is geweest van verschillende fase van de rivieractiviteit in het gebied. In de verschillende pakketten oeverafzettingen zijn geen aanwijzingen voor vegetatieniveaus of laklagen aangetroffen. Ondanks dat dergelijke niveaus, die een aanwijzing vormen voor stilstandfasen in de sedimentatie en daarmee kans op langdurigere bewoning, geldt voor de oeverafzettingen nog een middelhoge archeologische verwachting. Op basis van deze verwachting adviseert ADC ArcheoProjecten om ter hoogte van de beoogde appartementencomplexen en de waterpartij een gecombineerd karterend en waarderend onderzoek uit te voeren. Met een karterend booronderzoek wordt verwacht dat een mogelijke vindplaats niet zal worden herkend. Dit door het ontbreken van humeuze archeologische lagen en sporen van bodemvorming (laklagen). Daarom wordt een proefsleuven onderzoek geadviseerd. Indien de oppervlakte van de verstoringen beperkt blijft kan ook voor een archeologische begeleiding protocol IVO-P worden gekozen.

Zowel een proefsleuvenonderzoek als een archeologische begeleiding dienen te worden uitgevoerd op basis van een door de gemeente geaccordeerd Programma van Eisen (PvE). Het deel van het appartementencomplex dat ter hoogte van het huidige zwembad is voorzien hoeft niet meegenomen te worden in het proefsleuvenonderzoek. Naar verwachting is de bodem hier reeds diep verstoord. In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen waardevolle cultuurhistorische waarden aanwezig. 4.10.3 Conclusie Op basis van de resultaten uit het archeologisch onderzoek wordt nader onderzoek geadviseerd. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien wordt aangetoond dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden van de gronden. Dit is onder andere geborgd middels de archeologische dubbelbestemming in de regels. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het uitvoeren van het plan. 4.11 Niet-gesprongen Conventionele Explosieven 4.11.1 Kader Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Tot op heden worden bij grond- en waterwerkzaamheden nog nagenoeg dagelijks niet-gesprongen conventionele explosieven gevonden.

Ook in en boven de Bommelerwaard hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog allerlei oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij niet tot ontploffing gekomen explosieven en munitie is achtergebleven. Onder Conventionele Explosieven (CE) wordt verstaan: elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. CE worden ook wel aangeduid als Niet-Gesprongen Explosieven (NGE). Volgens een mondiale, militaire inschatting is van al het materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (19401945) verschoten of afgeworpen is, ondergronds 10% en onder water 15% niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de werknemers en de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Werkgevers zijn volgens ARBO-wetgeving verantwoordelijk voor het veilig kunnen uitvoeren van werkzaamheden door werknemers binnen onze gemeente. Daarom zijn zij verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen historisch vooronderzoek te doen om de kans op de aanwezigheid van niet gesprongen CE met zekerheid te kunnen uitsluiten.

In 2016 heeft de gemeente Zaltbommel een historisch vooronderzoek en explosievenkansenkaart voor de gehele gemeente laten opsfW^^W`* Gb VWlW ]SSdf l[\` S^^W d[e[UaYWT[WVW` aX iW^ zhWdVSUZfW{ YWT[WVW` ab ZWf YWT[WV hS` `[Wf gesprongen CE aangegeven.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

37

4.11.2 Beoordeling en conclusie Op basis van de Explosievenkansenkaart Bommelerwaard van 10 juni 2016 bevindt de projectlocatie l[UZ [` zhWdVSUZf{ YWT[WV* <W haadYW`a_W` iWd]lSS_ZWVW` h[`VW` WUZfWd b^SSfe [` `Saad^aYe vergraven of verstoorde grond. Het is daarom redelijkerwijs aan te nemen dat CE toen al zijn opgemerkt dan wel weggenomen. Het is daarom niet noodzakelijk nader onderzoek naar explosieven uit te voeren. Wel dient in alle gevallen het Protocol Toevalsvondst te worden nageleefd. 4.12 Kabels en leidingen Naast de in het kader van externe veiligheidsaspecten relevante leidingen, kunnen er ook andere leidingen zijn die planologisch relevant zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om drinkwaterleidingen of riool(pers)leidingen. In het voorliggende plangebied liggen geen kabels en leidingen die planologisch relevant zijn.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

38

5.

Juridische planbeschrijving

5.1

Planvorm

5.1.1 Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels die daarop betrekking hebben, de in het bestemmingsplan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van bouwwerken en onbebouwde gronden. De juridische regeling is opgebouwd conform de SVPB 2012, de landelijke standaard voor het vervaardigen van bestemmingsplannen, die bij de invoering van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als verplichte opbouw is opgenomen. Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee juridische onderdelen: - een verbeelding: een digitaal GML-bestand met een specifiek nummer, in dit geval NL.IMRO.0297.ZBMBP20220010-VO01 - regels: deze regels zijn in de SVBP 2012 zoveel mogelijk gestandaardiseerd (onder andere de volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven, met bijbehorende verklaringen. De verklaringen leggen een verbinding tussen de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de regels. In de planopzet is aansluiting gezocht bij de uitgave Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen, kortweg SVBP. Ook is er een toelichting opgesteld.

Dat betreft onderhavig document. Hier in wordt het plan toegelicht en vindt de inhoudelijke beoordeling plaats voor de relevante beleids- en milieuaspecten. In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze de voorkomende functies in het bestemmingsplan worden geregeld 5.1.2 De verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden op de planlocatie. Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BGTondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor ondermeer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. 5.1.3 De planregels De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden.

Bij de opzet van de planregels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is. Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden opgenomen. De bevoegdheid om door een omgevingsvergunning een afwijking van bepaalde regels te verlenen, is gebaseerd op artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De uitvoering berust bij

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

39

burgemeester en wethouders. Deze bevoegdheid maakt kleine afwijkingen mogelijk binnen de aan de grond toegekende bestemming. De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de op de verbeelding gegeven bestemmingen. De artikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels, en zo nodig uit afwijkingsregels en specifieke gebruiksregels. De bestemmingsomschrijving is bepalend voor het gebruik van de grond. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten regels die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen. 5.2

Artikelsgewijze toelichting

5.2.1 Inleidende regels Begripsbepaling In het eerste artikel zijn omschrijvingen opgenomen van de belangrijkste begrippen die in de planregels voorkomen. Door het opnemen van begrippen wordt de interpretatievrijheid ten aanzien van de planregels verkleind, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de in het plan voorgeschreven maten dienen te worden gemeten of berekend. Door het opnemen van aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid ten aanzien van de planregels verkleind, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot. 5.2.2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Groen <W TWefW__[`Y ‰?daW`‰ a_hSf VW abW`TSSd faWYS`]W^[\]W YdaW`haadl[W`[`YW` T[``W` ZWf b^S`YWT[WV** Binnen deze bestemming is onder andere ruimte voor beplanting, de aanleg van paden, speelvoorzieningen, plaatsing van beeldende kunstwerken en waterberging. Parkeervoorzieningen zijn W`]W^ faWYWefSS` fWd b^SSfeW hS` VW SS`Vg[V[`Y zbSd]WWdfWddW[`{* Water De waterpartij in het plangebied is bestemd als zWater{* De voor deze bestemming aangewezen gronden zijn bestemd voor water, waterberging en waterhuishouding, duikers, groenvoorzieningen en bruggen.

Wonen Voor de toekomstige woningen in het plangebied is de bestemming 'Wonen' opgenomen in aansluiting op de bestemming 'Wonen' uit de beheersverordening 'Poederoijen en Zaltbommel'. Voor de hoofdgebouwen is een bouwvlak opgenomen, welke tevens is voorzien van een maximum bouwhoogte. Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

40

Waarde – Archeologie 3 Deze gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het behoud en het veiligstellen van de archeologische waarden van deze gronden. Ter plaatse van deze dubbelbestemming mogen geen grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 of die dieper dan 30 cm beneden het maaiveld plaatsvinden. 5.2.3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels welke op de bestemmingen van hoofdstuk 2 van toepassing zijn. Het gaat om de volgende artikelen. Anti-dubbeltelregel In deze bepaling is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden, zoals regels omtrent erfbebouwing en ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft voor dit plan een beperking met betrekking tot het toegestane gebruik van gronden. Het gaat hierbij om ongewenst gebruik of gebruik dat enige vorm van hinder kan veroorzaken waardoor het woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast.

Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingen is opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden. Het betreft bijvoorbeeld een geringe wijziging van de bestemmingsgrens. 5.2.3 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

41

6.

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeente voert zelf de regie over de herontwikkeling en bewaakt hiertoe de grondexploitatie. Uit de grondexploitatie blijkt dat sprake is van een financieel haalbare ontwikkeling.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Participatie stedenbouwkundige visie Voor de totstandkoming van de stedenbouwkundige visie zijn verschillende stappen doorlopen. Een belangrijk onderdeel van het proces is de participatie van omwonenden en andere belanghebbenden. Dit is gebeurd middels een klankbordgroep, bestaande uit 14 personen. Deze vertegenwoordigt de omgeving. Zo zijn er deelnemers uit de omliggende straten en zijn er deelnemers vanuit organisaties en instanties. Vanaf november 2020 tot juli 2021 zijn er verschillende bijeenkomsten georganiseerd. Vanwege de situatie rondom COVID-19 hebben alle bijeenkomsten binnen het proces digitaal plaatsgevonden. Tijdens de bijeenkomsten is het proces toegelicht, zijn wensen en ideeën opgehaald en zijn varianten gepresenteerd en besproken. Hieruit is een voorkeursvariant gekomen en vanuit de voorkeursvariant is het concept van de stedenbouwkundige visie ontwikkeld. 6.2.2 Voorbereidingsfase bestemmingsplan Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet voorafgaand aan een bestemmingsplanprocedure, een vooraankondiging worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden.

Overleg Conform artikel 3.1.1 van het Bro moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeentes en waterschappen en met de Rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In dit kader is het voorontwerpbestemmingsplan voor advies toegezonden aan de betrokken overlegpartners. Er zijn geen reacties op het plan ontvangen. Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

42

Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze tervisielegging zijn inwoners en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om schriftelijke of mondelinge inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan indienen. Deze reacties zijn samengevat in een procesnota, die aan de gemeenteraad is gestuurd. Deze procesnota is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. 6.2.3 Ontwerpfase bestemmingsplan Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. De kennisgeving van het ontwerpbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan moet in de Staatscourant worden geplaatst en dient via elektronische weg te geschieden. Tevens dient de kennisgeving te worden toegezonden aan die diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn, aan het waterschap en aan belanghebbende gemeenten. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze op het plan in te dienen. Ingediende zienswijzen zijn samengevat in een procesnota, die aan de gemeenteraad is gestuurd.

Deze procesnota is opgenomen als bijlage 10 bij deze toelichting. 6.2.4 Vaststellingsfase bestemmingsplan Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging heeft de gemeenteraad een besluit genomen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot planrealisatie kan worden overgegaan. 6.3

Handhavingsaspecten Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles. Vervolgens Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

43

worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling De regels die voor het plangebied opgesteld worden zijn flexibel en ruim waar mogelijk en zijn star en strak gesteld waar nodig. Bij de opzet van deze beheersregels is een ruimtelijke motivering opgenomen in de toelichting (zie hoofdstuk 2) die in de dagelijkse praktijk goed is uit te leggen. In deze motivering wordt ook ingegaan op de mogelijkheden om alsnog af te wijken van dit plan na een ruimtelijk-juridisch afwegingsproces. Zo wordt recht gedaan aan de praktijk dat een bestemmingsplan een momentopname is.

De mogelijkheden voor een goede handhaafbaarheid van dit bestemmingsplan zijn daarmee gewaarborgd.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12059041/1