CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. toelichting

Raadsvergadering 24 november 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat16.276 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Inhoudsopgave van de toelichting 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 3 4 5

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Conclusie

6 6 7 9 12

3. 3.1 3.2 3.3 3.4

Planbeschrijving Geschiedenis plangebied Bestaande situatie plangebied Stedenbouwkundige visie Vertaling naar bestemmingsplan

13 13 14 14 16

4. Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Geluid 4.5 Bodemkwaliteit 4.6 Externe veiligheid 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Niet-gesprongen Conventionele Explosieven 4.12 Kabels en leidingen

17 17 18 20 22 24 25 27 28 32 35 36 37

5. Juridische planbeschrijving 5.1 Planvorm 5.2 Artikelsgewijze toelichting

38 38 39

6. 6.1 6.2 6.3

41 41 41 42

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

2

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10

Stedenbouwkundige visie, LOS Stadomland, 2 augustus 2021 Quickscan Wet natuurbescherming, Blom Ecologie B.V., 8 januari 2021 Vleermuisonderzoek, Blom Ecologie B.V., 24 september 2021 Verkennend bodemonderzoek, ABO Milieuconsult, 21 december 2021 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, KuiperCompagnons, 8 juli 2022 Akoestisch onderzoek brede school de Waluwe, KuiperCompagnons, 2 februari 2022 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 21 februari 2022 Archeologisch onderzoek, ADC ArcheoProjecten, 26 januari 2022 Procesnota inspraakreacties voorontwerpbestemmingsplan Procesnota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

3

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding Context De gemeente Zaltbommel is dit jaar gestart met de planvorming voor de herontwikkeling van de locaties zwembad Akwamarijn, sporthal De Ring en petanquevereniging Jeu de Bommel aan de Thorbeckestraat. De voorgenoemde gebouwen gaan gesloopt worden. De parkeerbehoefte voor deze functies verdwijnt daarmee ook. De grond waarop de panden staan en de grond die in gebruik is als parkeerterrein komt daardoor beschikbaar. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om het gebied integraal te herontwikkelen. De ambitie is om een kwaliteitsslag te maken in de bebouwing en de openbare ruimte. Daarnaast ligt er een kans om de invulling aan te laten sluiten op de omgeving. Vanuit de gemeente is besloten om belanghebbenden een belangrijke rol te geven in het planproces. De afgelopen maanden is er samen met een klankbordgroep toegewerkt naar een stedenbouwkundige visie. De visie is vastgesteld door de gemeenteraad op 30 september 2021. Deze visie is als bijlage 1 opgenomen bij deze toelichting. De bestaande bebouwing maakt dus ruimte voor nieuwe bebouwing. De stedenbouwkundige visie bevat een speels ontwerp dat afwijkt van de omliggende stedenbouwkundige structuur. Binnen het plan is ruimte voor woningen, groen, spelen en water.

Er worden maximaal 53 woningen gerealiseerd, in een _[j hS` Yda`VYWTa`VW` ia`[`YW`( SbbSdfW_W`fW` W` efgV[a{e* De visie past echter niet binnen de YW^VW`VW TWZWWdehWdadVW`[`Y zHaWVWda[\W` W` RS^fTa__W^{* Om het plan te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan ook in ZWf i[\l[YW` hS` VW TWefW__[`Y hS` zNWd]WWdNWdT^[\XeYWT[WV{ [` zOa`W`{ ter plaatse van een gedeelte van het perceel 1884. De regels op dit perceel sluiten op deze manier beter aan bij de regels betreffende een woonbestemming uit de beheersverordening zPoederoijen en Zaltbommel{( die ook voor de rest van het perceel gelden. Doel Het nieuw beoogde stedenbouwkundig plan past niet binnen de bouwmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt de gewijzigde opzet in juridischplanologische zin mogelijk gemaakt.

1.2

Ligging van het plangebied Het plangebied ligt besloten tussen de Thorbeckestraat, de Prins Clausstraat en de Prins Bernardweg. Het plangebied omvat de huidige panden aan de Thorbeckestraat 53a, 55 en 57, de buitenruimte behorende bij deze panden en de openbare ruimte tussen de panden en de Thorbeckestraat.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

4

Afbeelding 1.1: Ligging plangebied

De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven. 1.3

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel de beheersverordening zPoederoijen en Zaltbommel{( vastgesteld op 22 september 2016 door de gemeenteraad van Zaltbommel. In de planologische situatie [e ZWf b^S`YWT[WV TWefW_V S^e zESSfeUZSbbW^[\]{* <SSd`SSef ^[Yf ZWf b^S`YWT[WV VWW^e T[``W` VW VgTTW^TWefW__[`Y zWaarde w 9dUZWa^aY[W .{( W` VWW^e T[``W` zOSSdVW - 9dUZWa^aY[W /{* Omdat de voorziene ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader vastgelegd.

Afbeelding 1.2: Vigerende planologische situatie Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

5

1.4

Leeswijzer De toelichting bij dit bestemmingsplan bestaat uit zes hoofdstukken. Na de inleiding is in hoofdstuk 2 het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan geformuleerd. In hoofdstuk 3 wordt een korte beschrijving van de geschiedenis, de bestaande en de toekomstige situatie van het plangebied gegeven. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. Een toelichting op de juridische aspecten en bestemmingen van dit bestemmingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 ligt de focus op respectievelijk de uitvoerbaarheid en de procedure.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

6

2.

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet. Planspecifiek De NOVI heeft geen directe doorwerking op onderhavig bestemmingsplan.

2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Planspecifiek Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Nieuwe ladder Duurzame Verstedelijking Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd.

De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt hWdefSS`6 zdg[_fW^[\]W a`fi[]]W^[`Y hS` WW` TWVd[\hW`fWddW[` aX lWWZShW`fWddW[`( aX hS` ]S`fadW`( detailZS`VW^( ia`[`YTagi^aUSf[We aX S`VWdW efWVW^[\]W haadl[W`[`YW`{* Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

7

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 53 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is met maximaal 53 woningen dus ladderplichtig. Planspecifiek Bij de eerste trede van de ladder moet de behoefte worden aangetoond. Concreet gezien gaat het hier om de mogelijkheid om maximaal 53 woningen extra toe te voegen. Dit past binnen de lokale woningbouwafspraken uit de regionale woonagenda (zie paragraaf 2.3.1). Het gebrek aan woningen is hoog en de vraag naar gelijkvloerse, maar ook naar grondgebonden woningen is groot. Het plan sluit aan op de woonbehoefte in de gemeente, op een centrale locatie en dicht bij alle voorzieningen. Daarnaast ligt het plangebied in bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt voldaan aan de tweede vereiste van de ladder. Het voornemen is dan ook passend ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking. 2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Hdah[`U[S^W KfSfW` ZWTTW` ab iaW`eVSY -5 VWUW_TWd .,-4 [`YWefW_V _Wf VW `[WgiW zG_YWh[`Yeh[e[W ?SSX ?W^VWd^S`V{* <W ]Wd` hS` VWlW G_YWh[`Yeh[e[W [e VSf WW` YWla`V( hW[^[Y( eUZaa` W` iW^hSdW`V Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief.

Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Een krachtige economie <W zagVW{ WUa`a_[W hS` a`YW^[_[fWWdVW YdaW[ hWdS`VWdf [` WW` WUa`a_[W V[W [` TS^S`e [e _Wf ZSSd sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie w clustering van economische activiteit, Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

8

maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de WUa`a_[eUZW ]dSUZf hS` VW ?W^VWdeW dWY[a{e* <SSd`SSef hdSSYf WW` YaWV hWetigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en dragen duurzaam bij. • Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten.

• Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto{e W` VWW^Sgfa{e* Ga] ZWf TW^S`Y hS` snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuweontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren.

In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling draagt bij aan een versterking van het stedelijk gebied en sluit aan bij de wens van de provincie om voldoende, diverse woningen te realiseren. De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

9

2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Provinciale Omgevingsverordening is geconsolideerd vastgesteld in maart 2021. De regels in de Omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Voor dit bestemmingsplan en de beoogde ontwikkeling is het volgende uit de Omgevingsverordening relevant. Paragraaf 2.2.2.1 Nieuwe woonlocaties Het Gelderse kwalitatieve woonbeleid gaat uit van regionale woningmarkten. Aan de hand van basisdocumenten (bevolkingsprognose en woningbehoefteonderzoek) levert de provincie aan de regio's informatie over de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte voor de komende jaren.

Deze informatie over de woningbehoefte werd per regio als indicatieve taakstelling door Gedeputeerde Staten hSefYWefW^V [` VW zCiS`f[fSf[WhW abYShW ia`W`{ <WlW SXebdS]W` hWdhS`YW` ZWf CiS^[fSf[Wf Woonprogramma (KWP). <W ]iS`f[fSf[WhW fSS]efW^^[`Y g[f VW zCiS`f[fSf[WhW abYShW ia`W`{ [e WW` TahW`YdW`e* <W Omgevingsverordening Gelderland sluit uit dat er bovenop de indicatieve taakstelling in de zCiS`f[fSf[WhW abYShW ia`W`{ [` WW` dWY[a _aYW^[\]ZWden voor het realiseren van woningen in TWefW__[`Yeb^S``W` iadVW` abYW`a_W`( V[W `[Wf [` VW zCiS`f[fSf[WhW abYShW ia`W`{ bSeeW`* @Wf bouwen van meer woningen, dan waar in een regio behoefte aan is, kan tot onbedoelde migratiestromen leiden en uiteindelijk zelfs tot leegstand in die regio of elders. Bovendien vergroot overcapaciteit de kans op onrendabele investeringen en andere financiële risico's. In de provinciale Omgevingsverordening is de status van de kwantitatieve opgave vastgelegd (art. 2.2.1.1). Nieuwe woningen in bestemmingsplannen moeten passen in de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde programmering. Zodoende zijn de afspraken over de groei van de woningvoorraad hSefYW^WYV [` VW zJWY[a`S^W Oaa`SYW`VS J[h[WdW`^S`V .,.,-.,/,{* Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan is passend binnen het regionale woningbouwprogramma, zie paragraaf 2.3.1.

Voorgenomen ontwikkeling voldoet verder aan de randvoorwaarden en regelgeving van de Omgevingsverordening Gelderland. 2.3

Regionaal beleid

2.3.1 Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030 De Regionale Woonagenda Rivierenland 2020w2030 is een gezamenlijk product van de gemeenten Buren, Culemborg, Maasdriel, NederBetuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. <W TW^S`Yd[\]efW fZW_S{e g[f de regionale woonagenda zijn: s Continuïteit in productie s Betaalbaarheid woningen Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

10

s s s

Flexibiliteit op de woningmarkt (waaronder Arbeidsmigranten) Wonen en zorg Duurzame woningvoorraad

In het regionale woningbouwprogramma zijn voor Zaltbommel tussen de 900 en de 1450 woningen opgenomen in de periode 2020-2030. De gemeente Zaltbommel vindt dat er op korte termijn meer woningen gebouwd moeten worden om in de toegenomen vraag te kunnen voorzien. Zaltbommel heeft een gunstige ligging langs de A2 corridor en ervaart met name druk vanuit Den Bosch en omgeving. Er is een woningbouwprogramma met ca. 1800 woningen bij een woningbouwopgave van 1450 woningen. Met een overprogrammering wil de gemeente ervoor zorgen dat er voldoende woningen worden gerealiseerd om de geprognosticeerde vraag te kunnen voldoen. Naast de reguliere toestroom vanuit Den Bosch, Maasdriel en het buitenland wordt er bijvoorbeeld de laatste jaren een stijging gezien van het aantal woningen dat door mensen uit de Randstad worden gekocht (6% in 2018 naar 21% in 2021).

Afbeelding 2.1: Prognoses Zaltbommel (Regionale Woonagenda Rivierenland)

Planspecifiek Voorliggende ontwikkeling sluit aan op de door de provincie geambieerde versnelling van de woningbouwproductie en past binnen de afspraken uit de regionale woonagenda. 2.3.2 Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 Deze Woonvisie is een gezamenlijke visie van de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel, de 2 gemeenten die samen de Bommelerwaard vormen. De Woonvisie is het kader voor de prestatieafspraken met de corporaties, vormt de verbinding met andere beleidsterreinen, zoals duurzaamheid, leefbaarheid, wonen en zorg en vormt het kader van gemeentelijke TW^W[Veg[fYS`Yebg`fW` haad [`[f[Sf[WX`W_Wde* <W UW`fdS^W fZW_S{e T[``W` VW h[e[W had_W`6 - Snel voldoende mogelijkheden - Meer variatie - Duurzame woningvoorraad - Wonen en zorg - Leefbaarheid Uit de woonvisie blijkt dat de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar voor Zaltbommel bestaat uit ca. 1.450 woningen. Vanwege de onbalans tussen vraag en aanbod willen de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel de nieuwbouw voor de komende 5 jaar versnellen. Ook willen de gemeenten zorgen voor de juiste woningen voor de juiste prijs op de juiste plek. Voor alle woningbouwontwikkelingen met meer dan 10 woningen wordt een differentiatie gehanteerd, waarmee alle doelgroepen passend kunnen worden bediend. Starters, doorstromers en met name ook senioren, die naar een passende woning willen.

Woningen in verschillende typologieën, huur en koop, in verschillende prijsklassen. We monitoren of dat alle clusters daarmee voldoende worden voorzien met de verschillende segmenten. Planspecifiek Onderhavig plan bevat een gedifferentieerd woningaanbod dat aansluit op de vraag naar woningen binnen de gemeente. Het te realiseren programma voldoet aan de afspraken uit de woonvisie. De nieuw

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

11

te bouwen woningen worden zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. Het initiatief past zodoende binnen de kaders uit de Woonvisie. 2.3.3 Ontwerp Omgevingsvisie Bommelerwaard Deze omgevingsvisie Bommelerwaard is één gezamenlijke omgevingsvisie voor de hele Bommelerwaard, waarbij ruimte is voor verschillen tussen beide gemeenten. De visie schetst een toekomstbeeld voor de Bommelerwaard, maar laat ook ruimte voor de eigen identiteit van Zaltbommel en Maasdriel. Voor Maasdriel betekent dat dat er volop aandacht is voor ondernemerschap ende kansen die de ligging aan de Maas biedt voor toerisme en recreatie. Hier wordt vooral gericht op de belevingsruimte van het landschap in plaats van op de agrarische gebruikswaarde. In Zaltbommel ligt de nadruk op het agrarische karakter, een vitale, duurzame lokale bedrijvigheid en op de cultuurhistorische parels. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan ligt de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage. De nieuwe gemeenteraad, die volgt uit de verkiezingen in maart 2022, stelt de definitieve omgevingsvisie Bommelerwaard vast. De omgevingsvisie Bommelerwaard richt zich op 13 kernopgaven die vallen a`VWd VW ha^YW`VW fZW_S{e6 s Klimaat, duurzaamheid en landschap. s Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie. s Wonen, welzijn en voorzieningen. s Milieu, gezondheid en leefbaarheid.

Afbeelding 2.2: Visiekaart omgevingsvisie Bommelerwaard

In de omgevingsvisie wordt uitvoering gegeven aan de opgaven uit de woonvisie Bommelerwaard. Er wordt gestuurd op de versnelde realisatie van woningen voor de komende 5 jaar: 1.000 woningen in de

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

12

YW_WW`fW RS^fTa__W^* Gb VW h[e[W]SSdf hS^f VW ]Wd` RS^fTa__W^ T[``W` VW SS`Vg[V[`Y zKfSV+Vadb{* Gebiedsgerichte opgaven voor dit gebied zijn: - Voldoende woningen realiseren voor alle doelgroepen. - Meer woningen voor specifieke doelgroepen, ouderen, jongeren, kwetsbare inwoners. - Verduurzaming van de woningvoorraad en van de mobiliteit. - Goede verdeling van voorzieningen over de kernen. - Inzetten op een groene, klimaatadaptieve openbare ruimte met ruimte voor sport, spel en ontmoeting. - Inzetten op leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en ondernemen. - Verplaatsing hinderlijke bedrijven uit kernen naar bedrijventerreinen. - Ruimte voor verduurzaming van erfgoed, op een manier die past bij het beschermde stads- en dorpsgezicht. - Samenwerking en promotie van alle (cultuurhistorisch) waardevolle elementen en structuren. Planspecifiek Dit bestemmingsplan maakt een combinatie mogelijk van grondgebonden ia`[`YW` W` efgV[a{e* EWf VW differentiatie in woningtypen en grootte wordt er rekening gehouden met verschillende doelgroepen. Het plangebied krijgt als geheel een parkachtige uitstraling. Binnen het groen is aandacht voor diversiteit in soort en hoogte. De bestaande sloot wordt vergroot en verbreed. In het centrale deel van het plangebied, tussen de bebouwing in, komen plekken die mogelijkheden bieden voor ontmoeting en verblijf.

Het initiatief past zodoende binnen de kaders uit de ontwerp-omgevingsvisie. 2.4

Conclusie Gezien het voorgaande vormen het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

13

3.

Planbeschrijving

3.1

Geschiedenis plangebied Het plangebied ligt gesitueerd ten zuiden van de historische kern Zaltbommel, op de grens van de wijk De Vergt en de wijk De Waluwe. De wijk De Vergt ligt aan de noord-, west- en oostkant van het plangebied. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de wijk De Waluwe. De wijk De Vergt is gebouwd in de jaren z60 en de wijk De Waluwe is recenter (eind jaren z90/begin 2000). Dit maakt dat de wijken ruimtelijk heel verschillend zijn. Terugkijkend in de tijd ligt het plangebied tot begin van de jaren 2000 nog aan de rand van Zaltbommel aan de provinciale weg. Eind jaren z90 is er begonnen met de bouw van De Waluwe. Langzaam maar zeker is het plangebied omsloten door nieuwe ontwikkelingen. Met de bouw van De Waluwe en de ontwikkeling van de Portage is er veel veranderd. De positie van het plangebied is totaal anders, eerst liggend aan de rand van de wijk, nu centraal in twee wijken met een cluster van voorzieningen nabij. Met de komst van deze ontwikkelingen maakt het plangebied onderdeel uit van het schakelpunt tussen twee wijken. Naast de ligging heeft het plangebied ook binnen de verkeersstructuur, de groenstructuur en in de voorzieningen een schakelfunctie tussen de verschillende wijken.

Afbeelding 3.1: Plangebied met omliggende wijken Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

14

3.2

Bestaande situatie plangebied De locatie wordt omringd door de Prins Clausstraat, de Thorbeckestraat en de Prins Bernardweg. Zoals in de inleiding al genoemd, verdwijnen zwembad Akwamarijn, sporthal De Ring en petanquevereniging Jeu de Bommel van deze locatie en worden de gebouwen gesloopt. Hiermee komt ook het parkeerterrein te vervallen.

Afbeelding 3.2: Huidige voorzieningen in en rond het plangebied en connectie met de school

Aan de zuidkant van het plangebied is in 2012 een nieuw appartementencomplex De Portage gebouwd met daaronder twee supermarkten en verschillende dagwinkels. Naast De Portage is de Brede School De Waluwe gebouwd, met twee basisscholen, kinderdagverblijf, naschoolsche opvang, educatief centrum, leerhuis, gymzaal en ontmoetingsruimte. De bouwhoogten in de omgeving zijn voor een groot deel vergelijkbaar met elkaar, het grootste deel van de bebouwing heeft als maximale hoogte 2 lagen plus een kap. De overgang van De Vergt naar De Waluwe sluit wat dat betreft logisch op elkaar aan. Enkel ten zuiden van het plangebied, zijn een paar uitzonderingen. Dit betreft de Portage en 2 andere appartementenblokken van 4 lagen of hoger. Momenteel is er een voetpad gesitueerd tussen het plangebied en de Brede School/Portage. Dit pad verbindt de Prins Clausstraat met de Prins Bernardweg. Het is eigendom van de gemeente. Het pad is afgesloten buiten openingstijden van de organisaties en Brede School. Vanaf het pad kun je de schoolpleinen betreden van de Brede School en de binnenruimte bij de Portage. In het plangebied loopt een doorgaande watergang, als onderdeel van de watergang aan de Prins Bernardweg. De sloot in het plangebied is ondergronds verbonden met de wadi aan de Prins Bernardweg aan de noordzijde. Daarnaast steekt er een aftakking van het water het plangebied in.

Dit is een doodlopende sloot. Het water dient als opvang voor het regenwater vanuit De Vergt. 3.3

Stedenbouwkundige visie @Wf b^S`YWT[WV ^[Yf S^e zeb[^{ [` VW i[\]W` <W NWdYf W` <W OS^giW W` [e WW` eUZS]W^bg`f ab ZWf YWT[WV van verkeer, routes, voorzieningen en groen. De visie richt zich dan ook op het afwijken van wat er in de omgeving gebeurt, om af te wijken van het orthogonale karakter. De nieuwe bebouwing staat speels opgesteld, en wijkt daarmee af van het stramien. De herontwikkeling biedt een kans om variatie aan te TdW`YW` [` VW i[\] W` Z[Wd_WW WW` zabhS^^W`V{ efSfW_W`f fW _S]W` ab VWlW b^W]* Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

15

Afbeelding 3.3: Visiekaart met uitgangspunten

Programma Het programma bestaat uit een m[j hS` Yda`VYWTa`VW` ia`[`YW`( SbbSdfW_W`fW` W` efgV[a{e* @Wf aantal woningen ligt op maximaal 53. Met de differentiatie in woningtypen en grootte wordt er rekening gehouden met verschillende doelgroepen. De woningen bieden ruimte voor 1- of 2persoonshuishoudens, maar ook voor starters en jonge gezinnen. De woningen worden gerealiseerd in de verhouding 40% sociale huur en/of goedkope koop en 60% middeldure huur en/of koop. Minimaal 30% van de woningen dienen sociale huurwoningen te worden. Openbare ruimte en ontsluiting Alle woningen die grenzen aan de openbare ruimte krijgen een tuin of stoepje. De vorm en grootte hangt af van het woningtype en ligt nog niet vast. Het uitgangspunt voor het gehele gebied is om de voorruimtes en tuinen zo min mogelijk verhard te maken en de afscheidingen natuurlijk te houden. De voetganger komt centraal te staan binnen het plangebied. Er komen veilige looproutes en logische looplijnen. De voetganger komt zo min mogelijk in contact met fietsers en autoverkeer. Doorgaand fietsverkeer wordt ontmoedigd. Er worden geen fietsroutes aangelegd binnen het plangebied. Het fietsparkeren bij de school (Prins Clausstraat) wordt toegankelijk gehouden, net als de entree aan de zijde van de Portage. Het parkeren vindt plaats in twee parkeerkoffers plus langs de randen van het plangebied in langsparkeervakken.

De parkeerplaatsen worden gemaximaliseerd langs de randen, zodat de parkeerkoffers wat luchtiger aanvoelen. De parkeerkoffers worden zoveel mogelijk uit het zicht gehouden met slimme en groene ontwerpoplossingen. Bouwhoogtes Om de nieuwe ontwikkelingen aan te laten sluiten bij de bebouwing in de omgeving wordt de verbinding gezocht door de overgang geleidelijk van zuid naar noord te laten afnemen in hoogte en door variatie te maken in platte daken en kappen. Het appartementengebouw krijgt op het hoogste punt aansluiting met De Portage (beide 5 lagen) en neemt trapsgewijs af naar 3 lagen met een kap. De grondgebonden woningen aan de zijde van de Prins Clausstraat sluiten aan met een plat dak en de hoogte aan bij de Brede School. De grondgebonden woningen die hieraan volgen krijgen 2 lagen plus een kap, om aan te sluiten bij de woningen in de omgeving (Pri`e ;^SgeefdSSf W` LZadTWU]WefdSSf'* <W efgV[a{e ab VW ]ab Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

16

worden 3 of 4 lagen, waarvan één met kap. Zo wordt de aansluiting gezocht met het appartementengebouw aan de oostzijde in het plangebied.

Afbeelding 3.4: Schematische weergave bouwhoogten

Groen en ontmoeten Het plangebied krijgt als geheel een parkachtige uitstraling. Binnen het groen moet voldoende aandacht zijn voor diversiteit in soort en hoogte. De bestaande sloot langs de Prins Bernardweg wordt vergroot en verbreed en is onderdeel van de ruimte. Het legt de relatie met het appartementencomplex. In het centrale deel van het plangebied, tussen de bebouwing in, komen plekken die mogelijkheden bieden voor ontmoeting en verblijf. Het gaat hierbij om ontmoeting voor de nieuwe bewoners, maar ook voor bewoners uit de omgeving. De toegangen naar alle onderdelen van de Brede School aan de zuidkant van het plangebied blijven toegankelijk en worden veilig ingericht. Door de strategische ligging van het plangebied is het van belang dat er rekening gehouden wordt met de bestaande wandelverbindingen in de wijk. De ambitie is om aan te sluiten op bestaande routes en zodoende de bereikbaarheid te verbeteren. Zo kan het gebied nog meer als schakel dienen binnen de wijken. 3.4

Vertaling naar bestemmingsplan In de visie zijn de belangrijkste ontwerpprincipes benoemd. Die hangen boven deze planuitwerking en bewaken enerzijds zo goed mogelijk het ontwerp en geven anderzijds nog enige flexibiliteit daar waar het nodig is. Dit is vertaald naar een bestemmingsplankaart, waarop de bouwvlakken uit de stedenbouwkundige visie zijn overgenomen. Ook zijn de maximale bouwhoogtes aangeduid. Om de uitstraling en beeldkwaliteit van de te ontwikkelen gebouwen te kunnen waarborgen is het bestemmingsplan aangevuld met een beeldkwaliteitsplan. Hierin staan de regels waaraan de uitstraling van een bouwwerk moet voldoen. Dit beeldkwaliteitplan is opgenomen als bijlage 1 bij deze toelichting. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan voor de ontwikkeling op de locatie Akwamarijn ook in het i[\l[YW` hS` VW TWefW__[`Y hS` zNWd]WWd-NWdT^[\XeYWT[WV{ [` zOa`W`{ ter plaatse van een gedeelte van het perceel 1844. De regels op dit perceel sluiten op deze manier beter aan bij de regels betreffende een woonbestemming uit de beheersverordening zPoederoijen en Zaltbommel{( die ook voor de rest van het perceel gelden.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

17

4.

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1 Kader Het voorkómen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. Het gewijzigde besluit Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject van 100 hectare of meer en een aaneengesloten gebied met 2000 woningen of meer geldt er een beoordelings-plicht. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden. 4.1.2 Beoordeling en conclusie De herontwikkeling van het plangebied valt onder de categorie 'woningbouw', maar blijft ruim onder de drempel-waarde van 2.000 woningen. Dit neemt niet weg dat in dit geval een vormvrije m.e.r.beoordeling dient plaats te vinden.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient rekening gehouden te worden met de criteria zoals die zijn opgenomen in bijlage III van de EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Deze worden hieronder behandeld: 1. Kenmerken project / activiteit Het plan voorziet in de bouw van maximaal 53 woningen, op de plek van het huidige zwembad Akwamarijn, sporthal De Ring en petanquevereniging Jeu de Bommel aan de Thorbeckestraat. De voorgenoemde gebouwen zullen worden gesloopt. 2. Plaats van het project / activiteit Het plangebied ligt besloten tussen de Thorbeckestraat, de Prins Clausstraat en de Prins Bernardweg. Het plangebied omvat de huidige panden aan de Thorbeckestraat 53a, 55 en 57, de buitenruimte behorende bij deze panden en de openbare ruimte tussen de panden en de Thorbeckestraat. 3. Samenhang met andere activiteiten Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen In het kader van de voorliggende ontwikkeling zijn in dit hoofdstuk diverse milieuaspecten zorgvuldig afgewogen. Per aspect is bepaald of de ontwikkeling gevolgen heeft voor de (milieu)aspecten zoals bedrijven- en milieuzonering, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, flora en fauna, bodemgeschiktheid en water.

Uit de afweging is gebleken dat de effecten niet van dien aard zijn dat een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Het plangebied blijft ruim onder de drempelwaarde zoals opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd blijkt dat als gevolg van de realisatie van het plan geen (significante) nadelige milieueffecten optreden w noch op zichzelf, noch in onderlinge samenhang Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

18

bezien- waardoor een uitgebreide m.e.r.-beoordeling niet aan de orde is. Wel dient het college van burgemeester en wethouders een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen, voorafgaand aan de vrijgave van het ontwerpbestemmingsplan. 4.2

Verkeer en parkeren

4.2.1 Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte dient te worden aangesloten bij de parkeernota van de gemeente Zaltbommel. Bij het berekenen van de parkeerbehoefte is uitgegaan van de mogelijke planuitwerking uit de stedenbouwkundige visie. Voor studio{s is in de parkeernota geen parkeernorm opgenomen, in overleg is hiervoor in de stedenbouwkundige visie een parkeernorm van 1,3 per studio aangehouden. Voor alle woningen geldt een bezoekersnorm van 0,3, als onderdeel van de parkeernorm. Programma Grondgebonden woningen Appartementen KfgV[a{e Totaal

Parkeernorm 2 1,5 1,3

Aantallen 11

Parkeerbehoefte 22

31 11 53

46,5 14,3 82,8

Tabel 4.1: berekening parkeerbehoefte

Er komen 2 aparte parkeerkoffers die onderling geen verbinding hebben, waardoor (doorgaand) autoverkeer wordt tegengegaan. De entrees van de parkeerkoffers krijgen een inritconstructie. Binnen deze parkeerkoffers worden in totaal 100 parkeerplaatsen gerealiseerd, waardoor ruimschoots wordt voldaan aan de parkeerbehoefte. Het plan voldoet hiermee aan de kaders uit de gemeentelijke parkeernota. De bestaande langsparkeerplaatsen blijven behouden of worden teruggebracht. Dit zijn 27 parkeerplaatsen. Langs de randen van het plangebied wordt het (langs)parkeren geoptimaliseerd. Er zijn 5 overloopparkeerplaatsen gerealiseerd in het ontwerp. De parkachtige sfeer wordt doorgezet in de parkeerkoffers met ruimte voor bomen, overig groen en aandacht voor materialisering. Hierbij kan gedacht worden aan grasbetonstenen. Met simpele ontwerpingrepen wordt het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht gehaald. In de stedenbouwkundige visie is voorgesteld om dit met kleine heuveltjes te doen. Daarnaast kan hier ook beplanting voor gebruikt worden. De parkeerkoffer aan de Prins Clausstraat wordt doodlopend om verkeer, gericht op de Brede School, te ontmoedigen.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

19

Afbeelding 4.1: Indeling toekomstige parkeerplaatsen

4.2.2 Verkeersgeneratie en ontsluiting Op basis van de CROW-publicatie 381 is de verkeersgeneratie van de huidige en de toekomstige situatie bepaald. <W ]Wd` hS` RS^fTa__W^ hS^f a`VWd VW USfWYad[W z_Sf[Y efWVW^[\]{ W` ZWf b^S`YWT[WV ^[Yf T[``W` zdWef TWTagiVW ]a_{* Voor de verkeersgeneratie van het zwembad uitgegaan van een zefS`VSSdVTSV{ hS` .1j-1 _WfWd* G_VSf Wd haad WW` bWfS`cgW-vereniging geen kencijfers bekend zijn, is hiervoor aangesloten bij de categorie biljart-/snookercentrum. Het kengetal is hier in plaats van per tafel, per binnenbaan berekend. De kencijfers van het CROW gelden voor een gemiddelde weekdag. Huidig programma Zwembad Akwamarijn Sporthal De Ring Petanque-vereniging

CROWcategorie Zwembad (overdekt) Sporthal en sportzaal Biljart/snookercentrum

Aantallen/ m2 375 m2 1.604 m2 8 binnenbanen

Gemiddeld kencijfer CROW 31,5 per 100 m2 bassin 10 per 100 m2 bvo 9,85 per tafel

Totaal

Verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 118 160 79 357

Tabel 4.3: berekening verkeersgeneratie huidig programma

De toekomstige verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de mogelijke planuitwerking uit de stedenbouwkundige visie. Omdat de precieze verdeling (sociale) huur/koop nog niet bekend is, zijn hiervoor de worst-case categorieën gebruikt.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

20

Nieuw programma

CROW-categorie

KfgV[a{e

Appartement, huur, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Appartement, koop, midden Huis, koop, tussen/hoek

Appartementen Grondgebonden (rij)woningen Totaal

Aantallen/ m2 11

Gemiddeld kencijfer CROW 3,6

Verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 40

11

5,6

62

31

7,1

220 322

Tabel 4.4: berekening verkeersgeneratie nieuw programma

Uit bovenstaande berekening blijkt dat het toekomstige programma gepaard gaat met een afname van circa 35 verkeersbewegingen per etmaal. Hierbij moet worden opgemerkt dat er gebruik is gemaakt van grove, worst-case kengetallen. De verkeersaantrekkende werking zal in ieder geval niet significant toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Qua verkeersafwikkeling leidt dit dan ook niet tot problemen, de omliggende infrastructuur kan deze afwikkeling in de huidige én toekomstige situatie goed verwerken. Het autoverkeer wordt via de parkeerkoffers ontsloten aan de Prins Clausstraat en de Thorbeckestraat. Er komen geen routes voor fietsers en geen (doorgaande) routes voor autoverkeer, exclusief de parkeerkoffers. De parkeerkoffers worden voorzien van een inritconstructie. De voetpaden die de parkeerkoffers kruisen worden duidelijk aangegeven, bijvoorbeeld in een andere bestrating. De inrit aan de Prins Bernardweg blijft behouden voor calamiteiten. De bestaande fietsparkeerplekken aan de zijde van de Prins Clausstraat blijven toegankelijk. Voor fietsers komt hier een gescheiden toegang (los van het voetpad). Alle paden binnen het plangebied worden ingericht als voetgangersgebied. De paden zijn zoveel mogelijk speels en slingerend, passend bij de parkachtige sfeer. De hoofdpaden lopen door het plangebied en niet langs het plangebied (in de vorm van een trottoir).

Aan de randen van het plangebied sluiten de paden aan op bestaande routes voor wandelaars. Er komen duidelijke en veilige toegangen tot de schoolpleinen voor voetgangers. Bij de entrees wordt rekening gehouden met genoeg ruimte voor het afzetten en/of ophalen van kinderen. 4.2.3 Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. Een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren. Daarnaast zijn daarin alle ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

21

Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en ultra fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m 3, terwijl voor PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m3 bedraagt. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m 3. In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-ontwikkeling; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; • projectsaldering wordt toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig.

4.3.2 Beoordeling Beoordeling luchtkwaliteit In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 53 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Daardoor is de voorgestelde ontwikkeling aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de NSL-monitoringstool 2020.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

22

Afbeelding 4.2: Overzicht concentraties NO2, PM10 en PM2,5, peiljaar 2020 (NSL-monitoringstool 2020)

Uit de voorgaande afbeelding blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 29,4 µg/m3, 20,3 µg/m3 en 12,4 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie PM10 is maximaal 7,9, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. 4.3.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt gezien het bovenstaande geen belemmering voor het uitvoeren van het plan. 4.4

Geluid

4.4.1 Kader Wegverkeerslawaai Onderzoekszone Langs wegen bevindt zich overeenkomstig artikel 74 Wgh aan weerszijden een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de grenswaarden van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De nieuwe woningen worden gebouwd in de zone van de Rijksweg A2. Voor deze Rijksweg is de zone 600 meter (meer dan 4 rijstroken buitenstedelijk gebied). Deze zone wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

23

In dit onderzoek is, vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, eveneens het verkeer op de 30 km-wegen betrokken. Dit betreft het verkeer op de Thorbeckestraat, de Prins Clausstraat en de Prins Bernhardweg. Normstelling De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe woningen is vastgelegd in de Wgh. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk te zijn of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaltbommel bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden.

De gemeente Zaltbommel heeft geen geluidbeleid vastgesteld. Dit betekent dat alleen is getoetst aan de grenswaarden die in de Wgh zijn vastgelegd. Reductie geluidbelastingen wegverkeerslawaai Op grond van de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidsbelastingen op de gevels worden gereduceerd. Vanaf 1 juli 2012 moet worden gerekend met het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). Op grond van artikel 110g Wgh mag een reductie van 5 dB worden toegepast op wegen met een rijsnelheid van minder dan 70 km/h. Omdat de rijsnelheid op de Rijksweg A2 hoger is dan 70 km/h mag een reductie worden toegepast die varieert van 2 tot 4 dB. Omdat de resultaten van de Rijksweg A2 55 dB of lager zijn, is in dit onderzoek voor de Rijksweg A2 een reductie aangehouden van 2 dB. Op de overige wegen in dit onderzoek is de wettelijk toegestane rijsnelheid lager dan 70 km/h en is in de berekening een reductie toegepast van 5 dB. Bouwbesluit In het Bouwbesluit 2012 zijn eisen gesteld ten aanzien van de karakteristieke geluidswering van de gevels van een nieuwe woning. De eis aan de karakteristieke geluidwering voor wegverkeer is de vastgestelde hogere waarde minus 33 dB.

De karakteristieke geluidwering moet worden bepaald op basis van de cumulatieve geluidsbelasting van alle relevante wegen samen exclusief de reductie ex artikel 110g Wgh. 4.4.2 Beoordeling Door KuiperCompagnons is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies beschreven. Uit het onderzoek wordt geconcludeerd dat het verkeer op de Rijksweg A2 en het verkeer op de 30 kmwegen een geluidsbelasting veroorzaakt die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De geluidsbelasting door de Rijksweg A2 bedraagt maximaal 53 dB zodat de maximale hogere waarde van 53 dB niet wordt Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

24

overschreden. Omdat de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden is het vaststellen van een hogere waarde voor het verkeer Rijksweg A2 noodzakelijk. Het verkeer op de 30 km-wegen veroorzaakt een geluidsbelasting van maximaal 54 dB. Het vaststellen van een hogere waarde is voor 30 km-wegen niet mogelijk. Het verdient aanbeveling bij de beoordeling van de geluidwering van de gevels de hogere geluidsbelasting door de 30 km-wegen mee te nemen. De maximaal berekende cumulatieve geluidsbelasting bedraagt 60 dB. Uit het onderzoek blijkt verder dat het treffen van geluidsreducerende maatregelen niet voor de hand liggen door de grote afstand waarop de nieuwe woningen van de A2 af liggen en gezien het verblijfskarakter van de rond het plan gelegen wegen. 4.4.3 Conclusie Ten behoeve van de ontwikkeling moet een hogere waarde procedure worden doorlopen. De eerste stap daartoe is het ontwerpbesluit tot vaststelling van een hogere waarde gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen. 4.5

Bodemkwaliteit

4.5.1 Kader De bodemkwaliteit is in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) van belang indien er sprake is van functieverandering en/of een ander gebruik van de gronden. Ontwikkelingen kunnen pas plaats vinden als de bodem, waarop die ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is bevonden voor het beoogde doel of voorafgaand aan die ontwikkeling alsnog geschikt wordt gemaakt. 4.5.2 Beoordeling Door onderzoeksbureau ABO-Milieuconsult is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De volledige rapportage van dit onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies benoemd. Het matig verhoogde gehalte aan lood in de ondergrond met resten baksteen en de licht verhoogde concentraties aan PCB, kwik en minerale olie in de grond zijn dermate gering dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. In het grondwater van peilbuizen 01 en 03 (filterstelling 2,0-3,0 m-mv) is barium aangetoond in een concentratie boven de streefwaarde. Voor peilbuis 03 betreft dit een index overschrijding > 0,5. Barium komt van nature voor in het grondwater, plaatselijk tot boven de interventiewaarde. Omdat er geen aanleiding is om aan te nemen dat de aangetroffen verontreinigingen met barium antropogeen van aard zijn, wordt verder onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Ter plaatse van de voormalige olietank en de chemicaliënopslag zijn visueel in de grond of analytisch geen bijzonderheden aangetroffen, welke duiden op een verontreiniging. Bij geen van de gedempte watergangen is een bodemvreemde dempingslaag in de grond aangetroffen. De ondergrond rond de grondwaterstand, ter plaatse van twee van de gedempte watergangen, is maximaal licht verontreinigd. De voormalige watergangen zijn vermoedelijk met gebiedseigen grond gedempt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. In het zand met matig tot sterke bijmengingen van puin is visueel en analytisch geen asbest aangetroffen, verder onderzoek is niet noodzakelijk. Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

25

4.5.3 Conclusie Op basis van het verkennend bodemonderzoek vormt de vastgestelde bodemkwaliteit geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In overleg met de Omgevingsdienst wordt momenteel nog een aanvullend onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de chemicaliënopslag en wordt een aanvullende S`S^keW g[fYWhaWdV `SSd zUZ^aadT^WW]{* OS``WWd VW dWeg^fSfW` Z[WdhS` beschikbaar zijn, zullen deze worden toegevoegd aan deze paragraaf. 4.6

Externe veiligheid

4.6.1 Kader Externe veiligheid (EV) heeft betrekking op het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer (over weg, water en spoor en door buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Bij een grootschalige calamiteit met deze gevaarlijke stoffen kunnen personen die geen directe relatie hebben tot die risicovolle activiteit komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een plangebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "BWe^g[f WjfWd`W hW[^[YZW[V [`d[UZf[`YW`y &:Wh['( ZWf #:We^g[f WjfWd`W hW[^[YZW[V fdS`ebadfdagfWe# &:Whf' en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb).

Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een inrichting die valt onder het Bevi, moeten worden aangehouden. Ook zijn in de gemeentelijke beleidsvisie externe veiligheid ambities opgenomen over het toelaten van nieuwe risicobronnen en "zeer kwetsbare gebouwen",bestemd voor verminderd zelfredzame personen. 4.6.2 Beoordeling Binnen en nabij het plangebied liggen enkele risicobronnen, waar rekening mee moet worden gehouden bij het vaststellen van het bestemmingsplan. Het betreft: Brzo-bedrijf Sachem (Van Voordenpark 15); Rijksweg A2, transportroute van gevaarlijke stoffen over de weg; Spoortracé Meteren-Den Bosch, transportroute van gevaarlijke stoffen over het spoor. Personen in het plangebied kunnen komen te overlijden als rechtstreeks gevolg van een zwaar ongeval met toxische stoffen binnen deze inrichting en op de transportroutes. Het plangebied ligt echter niet binnen de PR 10-8 contour van Sachem en niet binnen de 200 meter zones van de transportroutes. Het is voor deze ontwikkeling verder relevant dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van (nog niet aanwezig) "zeer kwetsbaar gebouwen", bestemd voor verminderd zelfredzame personen.

Bestemmingsplan “Zaltbommel, herontwikkeling Thorbeckestraat” Toelichting Vaststelling

26

J[e[Ua{e hS`iWYW KSUZW_ PR-toets: Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR), omdat de PR 106 contour van Sachem niet over het plangebied ligt. Verantwoording groepsrisico: Het plangebied ligt wel binnen de 1% letaliteitsafstand (invloedsgebied), maar uit eerder uitgevoerde risicoberekeningen blijkt dat in de huidige situatie de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. Omdat het plangebied niet ligt binnen de PR 10-8/jaar contour van Sachem, draagt de beoogde ontwikkeling niet bij aan de verhoging van het groepsrisico. Dit betekent dat er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een nader onderzoek naar het treffen van mogelijke maatregelen om het groepsrisico te verlagen en voor het in beeld brengen van de voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico (alternatieve locatie). Op grond van artikel 13 van het Bevi moet nog wel worden ingegaan op de mogelijkheden voor: - de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval bij het risicobedrijf en; - de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. In de onderstaande uitwerking is aansluiting gezocht bij het op 2 februari 2022 ontvangen advies van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ).

Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit bij Sachem, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron en niet direct bij het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies in beginsel om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Risico’s vanwege het vervoer gevaarlijke stoffen Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt dat het aspect externe veiligheid relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen, maar dan alleen vanwege het vervoer over Rijksweg A2 en Spoortracé Meteren w Den Bosch.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12059041/1