Bijlage 5 - TAM-omgevingsplan De Ham IV te Aalst
Tekst van het document
leiding kosten gerekend. Deze worden verrekend via de leges. In de legesverordening 2025 is opgenomen dat de leges voor een BOPA wor-
De reacties van de aanwezige omwonenden zijn opgedeeld in 4 thema’s
den bepaald aan de hand van de bouwkosten. Indien deze niet meer
waaronder verkeer, wonen, bouwkavels en omgeving/leefbaarheid.
bedragen dan €100.000,- euro, bedraagt het tarief €525,- euro. Indien de bouwkosten meer dan €100.000,- euro bedragen bedraagt het tarief
Naar aanleiding van de reacties van omwonende is besloten om het
€5.100,- euro.
plan aan te passen. De omwonenden gaven aan dat de verdeling tussen huur en koopwoningen is. Hierdoor heeft De Kernen na gesprekken
5.1.1
met de dorpsraad en de gemeente besloten om in plaats van 56 sociale
Bibob
Afhankelijk van de omvang en de kosten van het initiatief een Bibob on-
huurwoningen 40 sociale huurwoningen toe te voegen. Daarnaast wor-
derzoek worden uitgevoerd. Hiervoor hanteren wij de beleidsregel
den 6 woningen middenhuur, en de overige 10 woningen worden goed-
Bibob.
kope koopwoningen.
5.1.2
Nadeelcompensatie
Verder zijn de reacties grondig doorgenomen en is besloten om geen
De gemeente Zaltbommel en de initiatiefnemer hebben in het kader van
verdere aanpassingen te doen aan het plan. Voor het gehele participa-
dit plan een anterieure overeenkomst gesloten met betrekking tot na-
tieverslag wordt verwezen naar de bijlagen behorend bij de ruimtelijke
deelcompensatie die mogelijk een gevolg is van het plan. In de overeen-
motivering.
komst zijn afspraken gemaakt aangaande de realisatie van de plannen en het verhalen van ambtelijke kosten. Het vaststellen van kostenver-
5.2.2
Bestuurlijk vooroverleg
haalsregels is derhalve niet meer nodig; het kostenverhaal is namelijk
Bij de voorbereiding van het TAM-plan zijn alle relevante vooroverleg-
anderszins verzekerd.
partners van de gemeente Zaltbommel, waaronder de Provincie Gelderland, Waterschap Rivierenland en de Omgevingsdienst Rivierenland betrokken. Alle vooroverlegpartners hebben daarmee de gelegenheid gehad om hun zienswijze en inhoudelijke input te leveren. De vastgestelde
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
47
6
Belangenafweging en conclusie
6.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Om te beoordelen of het planvoornemen resulteert in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zijn alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving nauwkeurig onderzocht en afgewogen. Met name uit hoofdstuk 3 ‘beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving’ en 4 ‘Milieuaspecten’ kan worden geconcludeerd dat de beoogde activiteit leidt tot een situatie waarin er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er heeft een zorgvuldige belangenafweging plaatsgevonden, waarbij doeltreffend verband is gelegd tussen de instrumenten van de Omgevingswet en recent beleid. Er is een duidelijke link gecreëerd tussen de belangen van de initiatiefnemer, de doelen van de gemeente, en de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden.
6.2
Conclusie
Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de aanvraag voor een wijziging van het omgevingsplan adequaat gemotiveerd is, en derhalve het omgevingsplan gewijzigd kan worden.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
48
Separate bijlagen Bijlage 1 – M.e.r.-beoordelingsnotitie Bijlage 2 – Laddertoets Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 – Archeologisch onderzoek Bijlage 5 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6 – Geuronderzoek Bijlage 7 – Quickscan Flora en Fauna Bijlage 8 – Stikstof onderzoek Bijlage 9 – Weging van het waterbelang Bijlage 10 – Participatieverslag Bijlage 11 – Rapportage grote modderkruiper Bijlage 12 – Beeldkwaliteitsplan Bijlage 13 – Verantwoording groepsrisico
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Algemene bepalingen Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik
4 4 7 8
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Functies Groen Verkeer Water Woongebieden
9 9 10 11 12
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Waterbergende voorzieningen Parkeren en laden/lossen Gebruik
14 14 15 16 17
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangsrecht en slotbepalingen Overgangsrecht
18 18
Bijlage bij Regels Bijlage 1
Vastgesteld
Beeldkwaliteitsplan
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het mogelijk maken van een gebiedsontwikkeling op de locatie Ham IV te Aalst en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) van het omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22d.’ gelezen worden.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Algemene bepalingen
Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan. Daarnaast gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen: 1.1
Plan
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMTAMOP20250004-VS01 van de gemeente Zaltbommel. 1.2
Aan huis verbonden (bedrijfs)activiteiten
Het verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke -geheel of overwegend door middel van handwerk uit te oefenen- bedrijvigheid, waarvan de aard, omvang en uitstraling zodanig zijn, dat de activiteit in de woning en/of de daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie ter plaatse, kan worden uitgeoefend. 1.3
Aan huis verbonden beroep
Het in een woning met bijbehorende gebouwen beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, zulks met behoud van de woonfunctie van de betreffende woning. 1.4
Aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
Aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
Archeologische waarde
terreinen welke van algemeen belang zijn wegens daar alle vóór tenminste vijftig jaar vervaardigde zaken welke van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. 1.7
Bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8
Begane grond
De onderste bouwlaag van een gebouw, niet zijnde een kelder.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
1.9
Bouwen
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.10
Bouwgrens
De grens van een bouwvlak. 1.11
Bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, souterrain, dakopbouw en/of zolder. 1.12
Bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.13
Bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel. 1.14
Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.15
Dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.16
Dakterras
buitenruimte gelegen boven de goothoogte of boeiboordhoogte van een (deel van een) gebouw 1.17
Gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.18
Hoofdgebouw
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht 1.19
Huishouden
een persoon of groep personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling; 1.20
Wonen
het huisvesten van een huishouden in een woning/wooneenheid;
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst 1.21
Woning
een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend mag worden gebruikt voor de huisvesting van één huishouden;
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 2
Meet- en rekenbepalingen
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
De dakhelling
de helling van het (deel van) het dak en het horizontale vlak; 2.2
De goothoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
De inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
De bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
De oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6
De ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk
vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.7 Peil a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weggrenst: de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 3
Toepassingsbereik
1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit TAM-IMRO-deel van het omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie HAM IV te Aalst, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0297.ZBMTAMOP20250004-VS01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Hoofdstuk 2 Artikel 4
4.1
Functies
Groen
Toepassingsbereik
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en het verrichten van werken en werkzaamheden op de locaties die zijn aangewezen als 'Groen'. 4.2
Functieomschrijving
Op de voor 'Groen' aangewezen locatie zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. groenvoorzieningen en beplantingen; b. paden; c. sport- en spelvoorzieningen; d. beeldende kunstwerken; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 4.3
Gebruiksactiviteiten
4.3.1
Strijdig gebruik
Als strijdig gebruik, anders dan in 4.2 genoemd, wordt in elk geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de functie gerichte gebruik van de grond; b. het aanbrengen van verhardingen; c. het bedrijfsmatig gebruiken van de gronden. 4.4
Bouwactiviteiten
De regels in dit artikellid gelden als beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, van het omgevingsplan, voor zover geen uitzondering op de vergunningplicht geldt op grond van artikel 22.27 of artikel 22.36 van het omgevingsplan. 4.4.1 Algemeen a. bouwen op deze gronden is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de in 4.2 genoemde functies. b. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde is toegestaan. 4.4.2
Beoordelingsregels
a Bouwwerken geen gebouw zijnde Bouwwerken geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van lichtmasten en kunstwerken bedraagt maximaal 6 m. b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m. c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 5
5.1
Verkeer
Toepassingsbereik
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en het verrichten van werken en werkzaamheden op de locaties die zijn aangewezen als 'Verkeer'. 5.2
Functieomschrijving
Op de voor 'Verkeer' aangewezen locatie heeft zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. wegen, voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen; c. groenvoorzieningen; d. sport- en spelvoorzieningen; e. verblijfsvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. beeldende kunstwerken; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 5.3
Bouwactiviteiten
De regels in dit artikellid gelden als beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, van het omgevingsplan, voor zover geen uitzondering op de vergunningplicht geldt op grond van artikel 22.27 of artikel 22.36 van het omgevingsplan. 5.3.1 Algemeen a. bouwen op deze gronden is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de in 5.2 genoemde functies. b. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde is toegestaan. 5.3.2
Beoordelingsregels voor overige bouwwerken
Bouwwerken geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte van lichtmasten en kunstwerken bedraagt maximaal 6 m. b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 m. c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 6
6.1
Water
Toepassingsbereik
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en het verrichten van werken en werkzaamheden op de locaties die zijn aangewezen als 'Water'. 6.2
Functieomschrijving
Een als 'Water' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. taluds en natuurvriendelijke oevers; d. voorzieningen zoals kunstwerken en andere waterstaatswerken, ten behoeve van de waterafvoer en waterberging; e. één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals bruggen, dammen en/of duikers. 6.3
Bouwactiviteiten
De regels in dit artikellid gelden als beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, van het omgevingsplan, voor zover geen uitzondering op de vergunningplicht geldt op grond van artikel 22.27 of artikel 22.36 van het omgevingsplan. 6.3.1 Algemeen a. Bouwen op deze gronden is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de in 6.2 genoemde functies. b. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. c. Het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde is toegestaan. 6.3.2
Beoordelingsregels bouwwerken geen gebouw zijnde
Bouwwerken geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 7
7.1
Woongebieden
Toepassingsbereik
Dit artikel is van toepassing op gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten en het verrichten van werken en werkzaamheden op de locaties die zijn aangewezen als 'Woongebieden'. 7.2
Functieomschrijving
Op de voor 'Woongebieden' aangewezen locaties zijn de volgende gebruiksactiviteiten toegestaan: a. wonen; b. de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, mits de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd; c. verkeers- en verblijfsgebied in de vorm van wegen, voet- en fietspaden en pleinen; d. tuinen en erven; e. parkeervoorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. geluidwerende voorzieningen; h. waterpartijen en watergangen, inclusief waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken zoals bruggen; i. sport- en speelvoorzieningen; j. nutsvoorzieningen. 7.3
Bouwactiviteiten
De regels in dit artikellid gelden als beoordelingsregels voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, zoals bedoeld in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder a, van het omgevingsplan, voor zover geen uitzondering op de vergunningplicht geldt op grond van artikel 22.27 of artikel 22.36 van het omgevingsplan. 7.3.1 Algemeen a. Bouwen op deze gronden is uitsluitend toegestaan ten behoeve van de in 7.2 genoemde functies. b. Het maximaal aantal woningen mag niet meer bedragen dan 60 woningen. c. Er dient te worden voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels; d. Bij de verlening van een omgevingsvergunning dient ter plaatse van de woningen zoals opgenomen in figuur 7 van het akoestisch onderzoek zoals opgenomen in Bijlage 5 van de motivering, een akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd waarbij is aangetoond dat het binnenniveau van de woning(en) maximaal 33 dB bedraagt. 7.3.2
Beoordelingsregels hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen dienen met de voorgevel geörienteerd te zijn op de figuur 'gevellijn'; b. de goothoogte van woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding met de aanduiding 'maximum goothoogte'; c. de bouwhoogte van woningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven op de verbeelding met de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; d. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan. 7.3.3
Beoordelingsregels bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevelrooilijn bedraagt niet minder dan 1 m, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding 1'; b. de afstand van bijbehorende bouwwerken tot de voorgevelrooilijn mag minder dan 1 m bedragen mits: 1. het om niet meer dan één uitbouw per hoofdgebouw gaat; en,
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst 2. het een portaal of een erker/onderschikt bouwonderdeel betreft; en, 3. de oppervlakte van het bijbehorende bouwwerk niet meer bedraagt dan 6 m²; en, 4. de bouwhoogte van het bijbehorende bouwwerk niet meer bedraagt dan 3 m; en, 5. de bouwdiepte van het bijbehorende bouwwerk niet meer bedraagt dan 1,5 m; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 100 m² per woning, met een maximum van 50% van het bouwperceel achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw, met dien verstande dat deze bepaling niet geldt ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1'; d. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt: 1. bij vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m; 2. bij aaneengebouwde bijbehorende bouwwerken niet meer dan 3 m bedraagt, dan wel niet meer dan 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; e. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt niet meer dan 6 m. 7.3.4
Beoordelingsregels bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat: de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan, niet meer dan 1 m bedraagt; b. de bouwhoogte van vlaggenmasten bedraagt niet meer dan 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt niet meer dan 4 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, vóór de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan bedraagt niet meer dan 2 m.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 9
Waterbergende voorzieningen
9.1 Beoordelingsregel waterberging 1. Het realiseren van bebouwing en verharding binnen de locaties 'Groen', 'Verkeer', 'Water' en 'Woongebieden' is uitsluitend toegestaan indien uiterlijk bij ingebruikname van de betreffende bebouwing en/of verharding wordt voorzien in voldoende waterbergende voorzieningen. 2. Onder voldoende waterbergende voorzieningen wordt verstaan: a. Ten minste 224 m³ aan waterberging binnen de locaties aangeduid als 'Water'; b. Ten minste 492 m³ aan waterberging binnen de locaties aangeduid als 'Woongebieden'. Hierbij zijn tevens de beleidsregels van toepassing zoals opgenomen in de weging van het waterbelang in Bijlage 9 van de ruimtelijke motivering, danwel de rechtsopvolger van deze beleidsregel. 3. De waterbergende voorzieningen dienen zodanig te worden ontworpen en ingericht dat: a. Zij daadwerkelijk functioneren als waterberging bij piekbelasting; b. Zij duurzaam in stand worden gehouden; c. De capaciteit aantoonbaar wordt gerealiseerd voorafgaand aan of gelijktijdig met de bouw. 4. De vereiste waterbergingscapaciteit dient te worden aangetoond middels een waterhuishoudkundig plan dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het bevoegd gezag, in afstemming met het waterschap.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 10
10.1
Parkeren en laden/lossen
Beoordelingsregel parkeren
Een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.26, het planologisch uitbreiden of het planologisch wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 10.2 Afwijken beoordelingsregel parkeren a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.26, het planologisch uitbreiden of het planologisch wijzigen van de functie van gebouwen en gronden verlenen, in afwijking van het bepaalde in 10.1: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingruimte wordt voorzien. b. Afwijken van de regels, als bedoeld onder a is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Artikel 11
11.1
Gebruik
Verboden gebruiksactiviteiten
11.1.1 Aanwijzing verboden gebruiksactiviteiten 1. Gebruiksactiviteiten die in strijd zijn met de aan locatie toegedeelde functie(s) in hoofdstuk 2 zijn verboden, een en ander behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de functie gerichte gebruik van de gronden en bouwwerken. 2. Het verbod in het eerste lid omvat in ieder geval het gebruik van gronden en/of bouwwerken voor niet-bestaande activiteiten die voldoen aan de omschrijvingen in kolom 1 (type projecten) en aan de bijbehorende omschrijvingen in kolom 2 (mer-plicht) van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 3. Gebruiksactiviteiten die op grond dit hoofdstuk niet zijn toegestaan - rechtstreeks danwel na melding of middels een omgevingsvergunning - zijn verboden. 11.2 Milieuzone - spuitvrije zone 1. Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone' zijn de regels van de bestemmingsplannen zoals opgenomen in onderstaand tabel van overeenkomstige toepassing, zulks met dien verstande dat: a. de verbeelding enkel met de aanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone' is aangevuld; b. de regels zijn aangevuld met onderstaand lid. Naam bestemmingsplan
Identificatienummer
Datum vaststelling
Buitengebied Zaltbommel
NL.IMRO.0297.BGBBP20130009-VS02
17-09-2014
Parapluplan Parkeren
NL.IMRO.0297.BGBBP20180002-VS01
14-06-2018
Parapluherziening verkamering woningen
NL.IMRO.0297.BGBBP20200005-VS01
05-11-2020
Paraplubestemmingsplan kleinschalige opwekking windenergie
NL.IMRO.0297.BGBBP20210014-VS01
16-12-2021
Parapluherziening verkamering woningen integrale herziening
NL.IMRO.0297.BGBBP20220020-VS01
28 september 2023
2. Ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone' is het verboden om chemische gewasbestrijdingsmiddelen te gebruiken. 11.3
overige zone - woningen en tuinen uitgesloten
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - woningen en tuinen uitgesloten' zijn woningen en tuinen zoals bedoeld in Artikel 7 niet toegestaan.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangsrecht en slotbepalingen
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst' aanwezig of in uitvoering is, of gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst', mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst', maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende omgevingsplan van rechtswege, daaronder begrepen de overgangsbepalingen. 12.2 Overgangsrecht gebruik ten dienste van functie 1.
Het gebruik van gronden en bouwwerken ten dienste van de functie als bedoeld in hoofdstuk 2 dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst' en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met dit 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst' strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit 'TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst' strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit 'TAMomgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst' voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat al in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan van rechtstwege voor die locatie, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Bijlage bij Regels
Vastgesteld
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Bijlage 1
Vastgesteld
Beeldkwaliteitsplan
BEELDKWALITEITSPLAN
HAM 4 TE AALST
WERKNUMMER 19978 DATUM 22-05-2026
INHOUD 1. INLEIDING EN DOEL
4
RUG-AAN-RUGWONINGEN
24
1.1
DOEL VAN HET BEELDKWALITEITSPLAN
4
4.4.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
24
1.2
RELATIE MET BELEIDSKADERS
5
4.4.2 REFERENTIES
26
4.4.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
27
4.4
2. GEBIEDSCONTEXT
6
VRIJSTAANDE WONINGEN
28
2.1
PLANGEBIED
6
4.5.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
28
2.2
LANDSCHAP EN HISTORIE
7
4.5.2 REFERENTIES
30
2.3
OMGEVING
8
4.5.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
31
2.4
GROEN- EN WATERSTRUCTUREN
9
SENIOREN RIJWONINGEN
32
2.5
VERKAVELING EN ARCHITECTUUR
10
4.6.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
32
4.6.2 REFERENTIES
34
4.6.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
35
3. STEDENBOUWKUNDIGE OPZET
12
3.1
TERPENSTRUCTUUR ALS DRAGER
12
3.2
HOOGTEOPBOUW EN BOUWMASSA’S
13
4. ARCHITECTONISCHE UITGANGSPUNTEN 14
4.5
4.6
5. OPENBARE RUIMTE EN GROEN
36
5.1
LANDSCHAPPELIJK ONTWERP
36
5.2
BOMEN
38
4.1
TYPOLOGIËN
15
5.3
BEPLANTING, IN TE ZAAIEN & ERFAFSCHEIDING
40
4.2
BENEDEN-BOVEN WONINGEN
16
5.4
VERHARDING, PARKEREN & SPELEN
42
4.2.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
16
4.2.2 REFERENTIES
18
4.2.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
19
4.3
RIJWONINGEN
20
4.3.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
20
4.3.2 REFERENTIES
22
4.3.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
23
HAM 4 TE A ALST
6. DUURZAAMHEID EN TOEKOMSTBESTENDIGHEID
44
3
1. INLEIDING EN DOEL 1.1 DOEL VAN HET BEELDKWALITEITSPLAN Met de ontwikkeling van Ham 4 te Aalst krijgt de oostzijde van het dorp een nieuwe, toekomstgerichte woonbuurt die zorgvuldig aansluit op de bestaande dorpsstructuur. Het plan vormt de volgende stap in de reeks dorpsuitbreidingen langs de Hamweg en bouwt voort op de karakteristieken van het Bommelerwaardse landschap. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan (BKP)
een klimaatbestendige, gezonde en biodiverse
is om richting te geven aan de ruimtelijke,
woonomgeving.
• Het bieden van variatie in woningtypologieën
van deze nieuwe woonomgeving. Het plan dient
Het beeldkwaliteitsplan biedt kaders voor:
• Het waarborgen van een duurzame,
als toetsingskader voor de omgevingsvergunning
• De stedenbouwkundige opzet en verkaveling
architectonische en landschappelijke kwaliteit
en zorgt voor een samenhangend en herkenbaar geheel dat past bij de dorpse schaal van Aalst. De ontwikkeling van Ham 4 past binnen de ambitie van de gemeente Zaltbommel om duurzame dorpsuitbreidingen te realiseren die recht doen aan de identiteit van het landschap en het dorpse karakter versterken.
die inspelen op de lokale woningbehoefte;
van de woonbuurt;
Op deze manier vormt dit beeldkwaliteitsplan het
• De inrichting van het openbaar gebied,
toetsingskader voor ontwerpers, ontwikkelaars
groenstructuren en erfafscheidingen;
en vergunningverleners, en geeft het richting aan
• De duurzame, toekomstbestendige inpassing van het geheel binnen het dorps- en
afronding van de bestaande woonwijk Ham 3 en
Belangrijke ambities bij de ontwikkeling zijn:
markeert de overgang tussen het dorp en het
• Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met een sterke landschappelijke inpassing;
groene wadi’s en griendzones. Hierdoor ontstaat
• Het creëren van een samenhangende en
een landschappelijke structuur die bijdraagt aan
herkenbare identiteit in bebouwing,
4
bijdraagt aan de kwaliteit van het dorp.
en kleurstelling van de bebouwing;
De nieuwe woonbuurt vormt een logische
plan bestaat uit twee terpen die zijn ingebed in
toekomstbestendige woonomgeving die
• De architectonische uitstraling, materialisering
landschapsbeeld.
open agrarische landschap aan de oostzijde. Het
buitenruimte en erfafscheidingen;
de realisatie van een hoogwaardige en passende uitbreiding van Aalst.
1.2 RELATIE MET BELEIDSKADERS De ontwikkeling van Ham 4 sluit aan op de Omgevingsvisie Zaltbommel, waarin wordt ingezet op zorgvuldig dorpsgroei, leefbaarheid en een versterking van het landschap van de
HEUKELUM
Bommelerwaard. Daarnaast is het plan in lijn met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de uitgangspunten van de Welstandsnota Zaltbommel.
HERWIJNEN
VUREN
OPIJNEN
TUIL HAAFTEN
BRAKEL Op regionaal niveau past het plan binnen de Structuurvisie Bommelerwaard en sluit het
GAMEREN
aan bij de provinciale doelen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en woningbouw.
BRUCHEM
Het project draagt bij aan de woningbouwopgave
LOCATIE
in de regio door een mix van gezinswoningen,
KERKWIJK DELWIJNEN
starterswoningen en levensloopbestendige woningen aan te bieden.
WIJK EN BERN
De landschappelijke opzet met terpen, wadi’s en griendzones volgt de visie van een ‘dorp in het landschap’ en versterkt de relatie tussen de
VELDDRIEL
GENDEREN EETHEN
HEDEL
HEUSDEN
bebouwde kern en het omliggende agrarische gebied.
DEN BOSCH WAALWIJK
HAM 4 TE A ALST
5
2. GEBIEDSCONTEXT 2.1 PLANGEBIED Aalst is een dorp in de gemeente Zaltbommel, gelegen in het westen van de Bommelerwaard
N322
tussen de Maas en de Waal. Het dorp heeft een kenmerkende lintstructuur en wordt omringd door open agrarisch landschap met karakteristieke sloten en grienden. Het plangebied Ham 4 ligt aan de oostzijde van de dorpskern, direct aansluitend op de bestaande
DE NESTWAARDEN
woonwijk Ham 3. De locatie wordt begrensd door de Maas-Waalweg aan de noordzijde en agrarische gronden aan de oostzijde. Aan de westzijde sluit het gebied aan op de bestaande woonbebouwing van Ham 3. Het terrein kent een open en licht glooiend karakter, typerend voor het rivierenlandschap
AALST
van de Bommelerwaard. De overgang tussen de
MA
AS
WA
bebouwde kom en het omliggende landschap vormt een belangrijke inspiratie voor de ruimtelijke opzet
ALW
EG
LOCATIE
van de nieuwe wijk. De ontwikkeling van Ham 4 maakt deel uit van een
VEEN
reeks dorpsuitbreidingen die het dorp de afgelopen
Loonse Waard
decennia hebben versterkt. Waar eerdere Maas
uitbreidingen een meer traditionele verkaveling kenden, onderscheidt Ham 4 zich door een landschappelijke opzet met terpen, griendzones en wadi’s als dragers van het ontwerp.
6
GEBIED RONDOM AALST
2.2 LANDSCHAP EN HISTORIE Het dorp Aalst ligt op een historische stroomrug
1850
1900
1950
2020
tussen de Maas en de Waal. Deze ligging zorgde voor vroege bewoning, agrarische bedrijvigheid en de vorming van de karakteristieke verkaveling met sloten en greppels. De kern van Aalst is ontstaan als lintbebouwing langs de Hamweg en de Maasdijk. In de loop van de 19e en 20e eeuw breidde het dorp geleidelijk uit richting het achterliggende poldergebied, waarbij een mix ontstond van agrarische erven, dorpswoningen en kleinschalige voorzieningen. Het plangebied Ham 4 maakt deel uit van de historische overgangszone tussen de dorpsrand en het open land. Oude verkavelingslijnen en slotenstructuren zijn nog herkenbaar in het landschap en vormen een belangrijke basis voor de ruimtelijke structuur van het plan. De nieuwe wijk borduurt voort op deze
Het behoud van deze landschappelijke identiteit
karakteristieken door het landschap opnieuw
vormt een belangrijk uitgangspunt bij de verdere
leesbaar te maken: de terpstructuur verwijst
uitwerking van het beeldkwaliteitsplan.
naar de verhoogde erven uit het verleden en de griendzones herinneren aan de waterbergende laagten en houtteelt die van oudsher voorkwamen in dit gebied.
HAM 4 TE A ALST
7
2.3 OMGEVING De locatie wordt aan drie zijden omsloten door bestaande dorpsfuncties en aan één zijde door
BELANGRIJKE KENMERKEN OMGEVING
open agrarisch gebied. Aan de westzijde grenst het plan aan de woonwijk Ham 3, waarmee de
AALST
nieuwe ontwikkeling een logische voortzetting
Agrarisch gebied
vormt van de bestaande bebouwingsstructuur. Aan de noordzijde ligt de Maas-Waalweg, een belangrijke verkeersader die Aalst verbindt
MA
met Zaltbommel en Kerkdriel. Aan de oostzijde
AS
strekt het open polderlandschap zich uit, met agrarisch gebruik en enkele houtopstanden. Aan de zuidzijde bevinden zich enkele sport- en recreatieve voorzieningen, waaronder sportpark De Eik.
HAM 3
De nabijheid van bestaande voorzieningen,
LOCATIE
openbaar vervoer en scholen maakt Ham 4 tot een goed ontsloten en levendig woongebied. Tegelijkertijd biedt de ligging aan de dorpsrand ruimte voor een groene, landschappelijke overgang naar het buitengebied. Deze dubbele context — dorp én landschap — vormt de essentie van het plan en bepaalt de beeldkwaliteit: het woonmilieu voelt dorps aan, maar heeft de ruimte, rust en natuur van het omliggende rivierenlandschap.
8
HERSTELD HERVORMDE GEMEENTE
WA
ALW
EG
2.4 GROEN- EN WATERSTRUCTUREN Het landschap van Ham 4 wordt gekenmerkt door een sterke verweving van groen en
2.4 groen- en waterstructuren
GROEN- EN WATERSTRUCTUREN
water. De opzet van het plan is gebaseerd op het terpenprincipe, waarbij de woningen op verhoogde wooneilanden liggen, omringd door
Agrarisch gebied
groene griendzones die functioneren als wadi’s. Deze zones zorgen voor de opvang en infiltratie
MA
van regenwater, maar vormen ook ecologische en recreatieve dragers binnen de wijk. Het groene
AS
WA
ALW
EG
netwerk is opgebouwd uit: • Wadi’s en grienden – natte laagtes met wilgen, riet en kruidenrijk grasland, die water bergen
woon terp
en de biodiversiteit versterken;
griend
• Groene entrees – beplante toegangen die de wijk verbinden met de bestaande straten van Ham 3; • Centrale groenzones – open plekken op de terpen
woon terp
ter on
en straatprofielen markeren in aansluiting op
wo
• Boomstructuren en hagen – die de erfgrenzen
p
die ruimte bieden voor spel en ontmoeting;
het dorpse beeld. De groenstructuur draagt bij aan de klimaatbestendigheid van de wijk, bevordert infiltratie, verkoeling en biodiversiteit, en versterkt de landschappelijke identiteit van Aalst als dorp in het rivierenlandschap. HAM 4 TE A ALST
9
2.5 VERKAVELING EN ARCHITECTUUR VERKAVELINGSPATRONEN
ARCHITECTUURKENMERKEN
CONCLUSIE
De verkaveling van Ham 4 te Aalst sluit aan op
De architectuur in Ham 4 kent een rustige, dorpse
Ham 4 vormt een zorgvuldig ontworpen
de dorpse en landschappelijke structuur van de
schaal met één of twee lagen en een herkenbare
dorpsuitbreiding waarin de verkaveling,
Bommelerwaard. Waar Aalst historisch is ontstaan
kap. De volumes zijn eenvoudig en helder,
architectuur en landschappelijke structuren
langs de Hamweg en de Maasdijk, kenmerken latere
geïnspireerd op de landelijke bebouwing van
nauw met elkaar verweven zijn.
uitbreidingen zoals Ham 3 zich door korte straten,
de Bommelerwaard.
hoven en een kleinschalige korrel. Ham 4 bouwt
De terpstructuur, de veelheid aan zichtlijnen en
hierop voort, maar voegt een landschappelijke laag
Materialen en kleuren zijn zorgvuldig gekozen:
de warme, dorpse architectuur maken het gebied
toe door de woningen op twee terpen te organiseren.
genuanceerd metselwerk in rode en bruine
tot een logische en kwalitatieve afronding van
tinten, houten accenten, keramische dakpannen
de bestaande woonwijk van Aalst.
De terpen zijn ingericht als compacte woongebieden
in donkere kleuren en lichte kozijnen. Deze
met korte zichtlijnen, groene hoven en kleine
combinatie zorgt voor een samenhangend en warm
straatprofielen. Tussen deze wooneilanden liggen
straatbeeld.
wadi’s en griendzones, die dienen als groene buffers en waterbergende structuren. Hierdoor wisselen
Rijwoningen en beneden-bovenwoningen vormen
bebouwing en landschap elkaar op natuurlijke wijze af.
de meer stedelijke kern van de terpen, terwijl vrijstaande woningen en seniorenwoningen
De kavels zijn gevarieerd in breedte en oriëntatie,
een lichtere, landschappelijke uitstraling hebben.
waardoor een informeel dorpsbeeld ontstaat.
Rug-aan-rugwoningen sluiten qua schaal aan op
Rijwoningen liggen vooral aan de woonstraten,
traditionele schuren en kleinere dorpswoningen.
terwijl vrijstaande woningen en seniorenwoningen juist aan de randen staan, waar de wijk overgaat
Kleine variaties in kaprichting, gevelindeling,
in het open landschap. De structuur zorgt voor
materialisatie en kleur zorgen voor afwisseling
afwisseling in zichtlijnen: naar de wadi’s, de groene
binnen een rustige, herkenbare basiskwaliteit.
hoven en het omliggende agrarische gebied.
10
BESTAANDE BEBOUWING TE AALST
WATERLELIE 2
WATERMUNT 40
WATERLELIE 8
WATERMUNT 19
HAM 4 TE A ALST
11
3. STEDENBOUWKUNDIGE OPZET 3.1 TERPENSTRUCTUUR ALS DRAGER De stedenbouwkundige opzet van Ham 4 is gebaseerd op het terpenprincipe. Twee verhoogde wooneilanden – de zogenaamde terpen – vormen de dragers van het plan. Deze liggen als natuurlijke verhogingen in het landschap en worden omringd door lager gelegen wadi’s en groenzones. De terpen zijn landschappelijk ingebed in een netwerk van paden, grienden en waterstructuren. Hierdoor ontstaat een karakteristiek beeld waarin wonen, groen en water elkaar afwisselen. De hoogteverschillen in het terrein geven de wijk een eigen identiteit en versterken de relatie tussen de bebouwing en het omliggende rivierenlandschap. Binnen de terpstructuur ligt de bebouwing in kleine clusters rond groene binnenhoven. Deze opzet sluit aan bij de dorpse schaal van Aalst en zorgt voor beschutte woonmilieus met doorzichten naar de open omgeving. De openbare ruimte volgt het natuurlijke reliëf: wegen en paden kronkelen licht mee met de terpen, terwijl de wadi’s water opvangen en afvoeren. Zo ontstaat een klimaatadaptieve en toekomstbestendige woonwijk, waarin landschap en bebouwing op een vanzelfsprekende manier samenkomen.
12
3.2 HOOGTEOPBOUW EN BOUWMASSA’S BEBOUWING AAN DE WOONSTRATEN
2 lagen met kap
De rijwoningen en beneden-bovenwoningen
1,5 tot 2 lagen met kap
vormen de kern van de terpen. Deze woningen
1 tot 1,5 laag met kap
hebben twee lagen met kap en bepalen het straatprofiel. De volumes zijn eenvoudig van vorm met langskappen onder een hoek van circa 45°. Kleine variaties in kaprichting, goothoogte en gevelindeling geven de straat een levendig maar rustig ritme. Deze massaopbouw sluit goed aan bij de schaal van Ham 3. KLEINSCHALIGE BEBOUWING AAN BINNENHOVEN De rug-aan-rugwoningen en enkele seniorenwoningen liggen aan de meer besloten
2 lagen met kap
hofjes op de terp. Deze woningen zijn één tot
2 lagen met kap
anderhalve laag met kap, waardoor een lagere,
1,5 tot 2 lagen met kap
vriendelijke schaal ontstaat. De compacte
1,5 tot 2 lagen met kap 1 tot 1,5 lagen met kap 1 tot 1,5 lagen met kap
volumes verwijzen naar agrarische bijgebouwen. Bij de rug-aan-rugwoningen vormen bergingen en hoofdgebouw één samenhangend volume, wat zorgt voor een rustig beeld. RANDBEBOUWING AAN HET LANDSCHAP
seniorenwoningen. Deze woningen zijn één
De lagere schaal en royale dakvolumes zorgen
Aan de randen van de terpen, richting het open
tot anderhalve laag hoog, met langskappen of
voor een zachte overgang tussen dorp en polder.
landschap, staan vrijstaande woningen en lage
dwarskappen afhankelijk van hun situering.
HAM 4 TE A ALST
13
4. ARCHITECTONISCHE UITGANGSPUNTEN De architectuur van Ham 4 te Aalst vormt een eigentijdse vertaling van het dorpse en landelijke karakter dat kenmerkend is voor de Bommelerwaard. De woningen sluiten in schaal, materiaal en vormgeving aan bij de bestaande bebouwing van Aalst en dragen bij aan een samenhangend en herkenbaar dorpsbeeld. De architectuur is ingetogen, maar rijk in detail
Eenheid in architectuur wordt bereikt door
De gemeente Aalst stimuleert het toepassen van
en materiaalgebruik. De kracht ligt in eenvoud:
samenhang in kapvorm, materialisatie en
biobased en toekomstgerichte bouwmethoden,
goed geproportioneerde volumes met duidelijke
kleurgebruik. Variatie ontstaat door verschillen
waarbij hout een belangrijke rol speelt. Hout past
kappen, rustige gevels en natuurlijke kleuren.
in gevelindeling, kozijnkleur, metselwerkverband
goed bij het dorpse en landschappelijke karakter
Het doel is een woonomgeving te creëren die
en kaprichting. Zo ontstaat een ‘familie van
van Ham 4 en draagt bij aan CO₂-reductie,
vertrouwd aanvoelt, past bij de identiteit van
gebouwen’: herkenbaar als één geheel, maar met
circulariteit en een gezond woonklimaat.
Aalst en duurzaam is in uitstraling en materiaal.
een levendige afwisseling tussen de verschillende
Deze technieken verkorten de bouwtijd en
woningtypen.
leveren een hoog wooncomfort op.
Binnen het plan vormt de kap het belangrijkste
Hout kan volledig constructief worden
beeldbepalende element. De kappen zorgen voor
In kleur en materiaal gebruik vormen de
toegepast, maar ook als deeltoepassing,
ritme, herkenning en menselijke maat. De gevels
bouwblokken aan de rand van het bouwplan lichte
bijvoorbeeld voor gevelaccenten, luifels,
zijn zorgvuldig opgebouwd, met evenwichtige
metselwerk volumes met donkere hout accenten.
veranda’s of verduurzaamde houten
raamverdelingen en accenten bij entrees.
De bouwblokken die aansluiting vinden met de
gevelbekleding. De toepassing blijft ingetogen,
Natuurlijke materialen zoals metselwerk, hout en
Ham 3 worden in donkere tinten metselwerk
zorgvuldig gedetailleerd. De natuurlijke
keramische pannen vormen de basis; moderne
uitgevoerd met lichte hout accenten. Hierdoor
veroudering van het materiaal wordt
details en verfijnde overgangen zorgen voor een
ontstaat er een rustig en evenwichtige overgang
meegenomen in de ontwerpkeuzes, zodat het
hedendaagse uitstraling zonder de dorpse sfeer te
van de dorpsuitbreiding naar de landelijke
beeld kwalitatief en tijdloos blijft.
verliezen.
omgeving,
14
4.1 TYPOLOGIE De verkaveling van Ham 4 kent een gevarieerde
Vrijstaande woning
mix aan woningtypen, passend bij de gewenste
Levensloopbestendige woning
dorpse diversiteit. De bebouwing is compact
Rijwoning
georganiseerd, met een kleinschalige
Rug-aan-rug-woning (sociaal)
korrelgrootte en een natuurlijke aansluiting
Beneden-boven woning
op de bestaande wijk Ham 3. DE BELANGRIJKSTE WONINGTYPEN ZIJN: Rijwoningen – twee lagen met kap, gegroepeerd in blokken van vier tot zes woningen. Deze vormen de ruggengraat van de terpstructuur en
levensloopbestendige rijwoning
sluiten in schaal en maat aan op de bestaande
rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning
bebouwing van Ham 3.
bebo woning rijwoning
Rug-aan-rugwoningen (sociaal) – één tot anderhalve laag met kap. Compacte, betaalbare woningen die bijdragen aan de sociale diversiteit van het plan. Beneden-boven woningen – met een herkenbare
Entrees liggen aan de straat of aan kleine hofjes,
Levensloopbestendige woningen – gelijkvloerse
dorpse architectuur. Deze staan tussen de
en tuinen grenzen aan het groen of aan de wadi’s.
woningen of woningen met een slaapkamer en
grienden en de ingerichte openbareruimte in.
De architectuur is eigentijds maar ingetogen, met
badkamer op de begane grond, georiënteerd op de groene zones en wadi’s.
herkenbare hoofdvormen, natuurlijke materialen en De mix van woningtypen zorgt voor variatie
een rustig ritme in de gevels. De samenhang tussen
in beeld, leefvormen en prijsklassen, en biedt
de woningtypen wordt versterkt door een consistent
Vrijstaande woningen – één tot anderhalve laag
ruimte aan uiteenlopende doelgroepen, van
gebruik van materialen, kapvormen en kleurtonen,
met kap, geplaatst op ruimere kavels. De losse
starters tot gezinnen en senioren. De oriëntatie
zodat het geheel een herkenbare dorpsfamilie vormt
situering en groene erfafscheidingen versterken
van de woningen is zorgvuldig afgestemd op de
met subtiele variatie in details en geleding.
de overgang tussen dorp en landschap.
openbare ruimte en de landschappelijke structuur.
HAM 4 TE A ALST
15
4.2 BENEDEN-BOVEN WONINGEN 4.2.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
16
KAPVORM
MATERIALISATIE
DETAILLERING
De beneden-boven woningen krijgen een
Gevels worden uitgevoerd in genuanceerd licht
Metselwerkverbanden zoals halfsteens of
herkenbare dorpse kapopbouw. De hoofdvorm
bruin metselwerk, aangevuld met donkere
kruisverband zorgen voor nuance. Kleine rollagen
is een zadeldak met een helling van circa
houten accenten. Daken worden voorzien
en accenten bij entrees versterken de dorpse
45°. Ter plaatse van hoekwoningen kan een
van grijze of roestbruine keramische pannen.
uitstraling. Dakkapellen en dakramen blijven
dwarskap worden toegepast voor een duidelijke
Kozijnen en deuren worden uitgevoerd in hout of
bescheiden. Installaties worden geïntegreerd in
oriëntatie op twee zijden. Variaties in kaprichting
onderhoudsarm materiaal in grijs of grijsgroen.
het dakvlak of achter gevelvlakken weggewerkt.
zijn mogelijk op zichtpunten, mits subtiel en
Hemelwaterafvoeren zijn bij voorkeur uitgevoerd
ondergeschikt aan het volume. De kappen hebben
in zink of gecoat aluminium.
een bescheiden overstek, wat zorgt voor schaduw en een verfijnde detaillering. Dakkapellen zijn
KLEURGEBRUIK
toegestaan, maar blijven klein en passend binnen
Het kleurpalet is warm en ingetogen, passend
het dakvlak.
bij de referentiebeelden. Gevelkleuren variëren in roodbruin en zandtinten. Kleuraccenten zijn
GEVELINDELING EN RITMIEK
mogelijk bij entrees, mits sober en binnen het
De gevels hebben een rustige, verticale ritmiek
natuurlijke palet.
die past bij de dorpse straatprofielen. Entrees zijn duidelijk herkenbaar door een luifel,
PLASTICITEIT
portiek of terugliggend vlak. Hoekwoningen
De architectuur is eenvoudig van opzet, met
krijgen een dubbele oriëntatie op straat en zijhof.
subtiele dieptewerking door verspringingen in het
Grote glasvlakken komen uitsluitend voor aan de
metselwerk, luifels en rollagen. De hoofdvolumes
tuin- of hofzijde; de straatzijde blijft evenwichtig
blijven helder leesbaar: kap, gevel en plint vormen
en rustig. Kozijnen volgen het principe “hoogte
een rustige compositie.
boven breedte”, waardoor een slank, kleinschalig beeld ontstaat.
HAM 4 TE A ALST
17
4.2 BENEDEN-BOVENWONINGEN 4.2.2 REFERENTIES
18
4.2.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
ASPECT
Hoofdopzet
• Compact woonblok met twee lagen en kap,
Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren;
vormgegeven als één samenhangend geheel.
houtaccenten toegestaan.
• Beneden- en boven woningen zijn duidelijk
• Dakpannen donkergrijs, antraciet of donkerbruin, mat.
herkenbaar onderdeel van één volume.
Kapvorm
• Heldere oriëntatie op de woonstraat; entrees
• Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen.
goed zichtbaar en logisch gepositioneerd.
• HWA’s in zink, aluminium of gecoat staal.
• Zadeldak met helling 40–45°, doorlopend
Detaillering
over het hele blok. voor extra adreswerking.
• Goten en dakranden zorgvuldig slank profiel. Dakkapellen
• Plaatsing per blok consistent.
• Overstek klein maar herkenbaar.
• Geen brede, gekoppelde dakkapellen.
• Eenvoudige hoofdvorm met subtiele
Uitbreidingen en bijgebouwen
materiaal-/kleurpalet als hoofdvolume.
• Verspringingen blijven beperkt en
• Bergingen verwerkt in blokcompositie of in
versterken blokritme. • Gevels aan de straat zijn representatief.
• Alleen aan de achterzijde toegestaan. • Vormgeving ondergeschikt en in zelfde
• Verticale geleding ondersteunt karakter.
Gevelindeling en ritmiek
• Compact, ondergeschikt aan de kap.
• Wolfseinden mogelijk op zichtpunten.
dieptewerking in entrees en raamopeningen.
Oriëntatie
• Bescheiden steenaccenten: strekken, rollagen, neggeverbredingen.
• Kopwoningen kunnen een dwarskap krijgen
Plasticiteit
CRITERIA
rustige losse volumes. Techniek
• PV-panelen in rechthoekige grid op dakvlak,
• Hoekwoning: dubbele oriëntatie.
kleur passend bij dakpannen.
• Tuin-/hofzijde mag opener zijn.
• Ventilatie- en warmtepompunits
• Regelmatig, verticaal raamritme. • Entrees gemarkeerd met luifel, portiek of terugliggend vlak.
onzichtbaar vanaf openbare ruimte. • Leidingen geïntegreerd binnen gevel of onderdakrand.
• Grote glasvlakken alleen aan hof/tuinzijde. HAM 4 TE A ALST
19
4.3 RIJWONINGEN 4.3.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
20
KAPVORM
de straatzijde blijft het ritme gesloten en krachtig.
PLASTICITEIT
De rijwoningen vormen de ruggengraat van de
Kozijnen blijven slank en verticaal geproportioneerd,
De architectuur ontleent haar karakter aan
woonstraten op de terpen en krijgen daarom
wat bijdraagt aan het dorpse karakter.
eenvoudige volumes, aangevuld met verfijnde
een herkenbare en rustgevende kapopbouw.
dieptewerking. Verspringingen in de gevel,
De basisvorm is een zadeldak met een helling
MATERIALISATIE
terugliggende entrees, rollagen, verticale
van circa 45°, afgestemd op de dorpse schaal
De gevels worden uitgevoerd in traditioneel,
metselwerkstrekken en subtiel geprofileerde
van Aalst. Bij eindwoningen kan een dwarskap
genuanceerd metselwerk in roodbruine en
kozijnen versterken de plasticiteit. De massaopbouw
worden toegepast om de hoekpositie te markeren
donkere zandtinten. Accenten in hout of lichte
blijft helder en leesbaar: een duidelijke kap, een
en de oriëntatie op de zijtuin te versterken.
gevelbekleding zijn mogelijk bij entrees of
rustige gevel en een herkenbare plint.
Wolfseinden of lichte variaties in de kaprichting
bijzondere posities. Daken worden voorzien
zijn toegestaan op plekken waar de bebouwing
van matte keramische pannen in donkergrijs of
DETAILLERING
een accent vormt, bijvoorbeeld aan straatbochten
roestbruin. Kozijnen en deuren worden uitgevoerd
Metselwerkdetails zoals rollagen, hanenkammen
of zichtlijnen. De daken hebben een bescheiden
in hout of onderhoudsarm materiaal in grijs of
en strekken worden toegepast rondom ramen en
overstek, wat een verfijnde schaduwwerking
grijsgroen. Dakgoten en hemelwaterafvoeren zijn
deuren. Dakkapellen, dakramen en luifels worden
oplevert langs de gevel. Dakkapellen zijn
van zink, aluminium of gecoat staal.
ingetogen vormgegeven zodat ze bijdragen aan een
toegestaan onder de voorwaarde dat zij klein en ondergeschikt aan het hoofdvolume blijven.
consistent straatbeeld. Technische installaties en KLEURGEBRUIK
PV-panelen worden netjes geïntegreerd binnen het
Het kleurenpalet is warm en ingetogen.
dakvlak.
GEVELINDELING EN RITMIEK
Gevelkleuren variëren tussen roodbruin,
De gevelcomposities zijn gebaseerd op een rustig,
zandkleur en donkergrijs, met subtiele
verticaal ritme dat past bij de schaal van het dorp.
nuanceverschillen tussen blokken. Accenten
Het straatbeeld is evenwichtig, met herhaling van
in kleur blijven beperkt tot entrees of luifels.
raamposities en een duidelijke opbouw tussen plint, gevel en kap. Entrees worden benadrukt door een luifel, portiek of terugliggend gevelvlak. De eindwoningen krijgen een dubbele oriëntatie: aan de straatzijde én aan de zijtuin. Aan de tuinzijde zijn grotere glasvlakken toegestaan; aan HAM 4 TE A ALST
21
4.3 RIJWONINGEN 4.3.2 REFERENTIES
22
4.3.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
Hoofdopzet
• Langgerekt volume van 6 woningen met
ASPECT
• Entrees licht geaccentueerd met luifel of
twee lagen en kap.
materiaalverschil.
• Ritmische herhaling van wooneenheden vormt basis van het straatbeeld.
• Voorkeur voor een rustige straatgevel. Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren;
• Kopwoningen geven richting aan de straat
houtaccenten toegestaan.
door extra oriëntatie.
• Dakpannen donkergrijs, antraciet of
• Ensemble vormt een rustige, dorpse
donkerbruin, mat.
straatwand. Kapvorm
• Zadeldak met 45° helling; rustige daklijn
• Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen. Detaillering
over het hele blok.
• Gootconstructies in slanke detaillering. Dakkapellen
• Overstekken klein maar expressief. Plasticiteit
• Alleen bij behoefte aan extra functionele
beperkt toegepast.
ruimte; niet beeldbepalend. Uitbreidingen en bijgebouwen
entrees creëren diepte. Oriëntatie
• Bijgebouwen in hout of metselwerk,
• Kopwoningen oriënteren zich op zowel
ingetogen kleuren.
straat als zijtuin. raamopeningen bevatten. Gevelindeling en ritmiek
• Verticaal georiënteerde raamverdeling; regelmatig herhaalpatroon binnen blok.
HAM 4 TE A ALST
• Achterzijde: aanbouwen toegestaan mits ondergeschikt.
• Entrees direct herkenbaar aan woonstraat.
• Tuin-/groenzijde kan grotere
• Kleine, bescheiden dakkapellen toegestaan; uniform in maat en type.
• Hoofdvorm blijft leidend; gevelsprongen • Verticale raamritmiek en terugliggende
• Rollagen bij bovenramen, strekken boven entrees.
• Dwarskap mogelijk bij kopwoningen. • Wolfseinden toegestaan.
CRITERIA
• Geen bijgebouwen aan straatzijde. Techniek
• PV-panelen in één vlak, in lijn met dakhelling. • Warmtepompen in achtertuin of berging, uit zicht. • Afvoeren geïntegreerd in gevel of goot. 23
4.4 RUG-AAN-RUG WONINGEN 4.4.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
24
KAPVORM
worden gedekt met donkere, matte keramische
De rug-aan-rugwoningen vormen een kleinschalig
pannen. Kozijnen en deuren worden uitgevoerd
ensemble binnen de binnenhoven. De volumes
in hout of onderhoudsarm materiaal in grijs of
hebben één tot anderhalve laag met een zadeldak
grijsgroen.
met een helling van circa 45°, maar met een bewust lage gootlijn zodat de woningen zich
KLEURGEBRUIK
bescheiden opstellen. Kapvariaties zijn beperkt —
Het kleurbeeld is sober en natuurlijk, met aardse
de eenvoud van de hoofdvorm is essentieel.
metselwerktinten, donkere houtdelen en lichte
Overstekken zijn klein en ondersteunen het
accenten. Deze balans zorgt voor een rustige,
rustige, schuurachtige karakter. Dakkapellen
bijna erfachtige sfeer binnen de hoven.
worden alleen toegestaan indien ondergeschikt en functioneel.
PLASTICITEIT De volumes zijn eenvoudig, maar subtiele
GEVELINDELING EN RITMIEK
dieptewerking ontstaat door terugliggende
De gevels hebben een sobere en functionele
vlakken, raamnissen, houten accenten en
geleding, passend bij het karakter van compacte
pergola’s. De massaopbouw blijft helder:
dorpswoningen en schuurtypologieën. Verticale
compacte plint, eenvoudig gevelvlak, rustige kap.
ritmiek is leidend, met smalle raamopeningen en rustige composities. Glasvlakken zijn groter
DETAILLERING
aan de tuin- of hofzijde, terwijl de voorgevel meer
Metselwerkdetails worden spaarzaam toegepast,
gesloten blijft voor privacy en rust. Kozijnen zijn
voornamelijk rond entrees en raamopeningen.
slank en verticaal georiënteerd.
De bergingen worden architectonisch geïntegreerd in het hoofdvolume. Dakdetails zijn
MATERIALISATIE
ingetogen; installaties worden zorgvuldig uit het
In deze typologie krijgt het gebruik van aardse
zicht geplaatst.
materialen extra nadruk. Gevels worden uitgevoerd in genuanceerd licht bruin metselwerk, aangevuld met donkere houten accenten. Daken HAM 4 TE A ALST
25
4.4 RUG-AAN-RUG WONINGEN 4.4.2 REFERENTIES
26
4.4.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
ASPECT
CRITERIA
Hoofdopzet
• Compacte blokjes van één massa, één tot
Detaillering
• Sober en doelmatig; rollagen alleen bij
anderhalve laag met kap.
entrees of onder ramen.
• Sterke eenvoud, refererend aan kleine
• Eventuele pergola’s of luifels aansluiten op agrarische referenties.
schuren in het buitengebied. • Bergingen en hoofdvolume als één geheel
Dakkapellen
ontworpen. Kapvorm
• Eenvoudige langskap met 40–45° helling.
smal, ondergeschikt en achterzijde. Uitbreidingen en bijgebouwen
• Lage gootlijn voor kleinschalige uitstraling.
• Bijgebouwen in hout of donker metselwerk,
• Geen grote variaties in kapvorm. • Strakke hoofdvorm; subtiele diepte door raamnis, houten stijlen of terugligging. • Geen grote erkers of uitbouwen aan straatof hofzijde. Oriëntatie
• Aanbouw alleen aan achterzijde; beperkt in hoogte.
• Overstek minimaal; dakvlak rustig houden. Plasticiteit
• Bij voorkeur geen; als ze nodig zijn: klein,
passend bij schuurkarakter. Techniek
• PV-panelen in strak grid in achterdakvlak. • Techniekunits gebundeld in berging of achtergevel uit het zicht. • HWA’s sober en afgestemd op gevelkleur.