CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. JRK Jaarstukken 2021 GR Avri toezending gemeenten 12 april 2022 gewaarmerkt incl verklaring

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Jaarstukken 2021 Avri27.330 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5.2

Terugblik 2021

Bedrijfsmatig afval Als het gaat om de inzameling van bedrijfsafvalstromen, is 2021 goed verlopen. Ondanks de coronacrisis zet het herstel van de markt zich voort. Dit is met name terug te zien in de groei van het aantal klanten waar wij afval inzamelen. De hoeveelheden aangeleverd op ons grondstoffenpark zijn als gevolg van de pandemie wat achtergebleven. Sponsoring Door de coronacrisis zijn de jaarlijkse regionale evenementen, waaronder de Rode Kruis Bloesemtocht, Appelpop en Dijken Sport, niet doorgegaan. Avri heeft hier dus geen bijdrage kunnen leveren in de vorm van gratis diensten. Het budget is ingezet voor de ‘pleintjes van morgen’, waarbij gerecycled straatmeubilair wordt gebruikt.

Pagina 24 van 75

5.3

Verklaring financieel resultaat 2021

Het jaarresultaat voor vpb (vennootschapsbelasting) van het programma Bedrijfsafval valt € 307.000 positiever uit dan verwacht bij de bestuursrapportage 2021. Het bedraagt € 526.000 voor vpb. Hiermee stijgt de bruto winstmarge boven de 20%. Het overgrote deel van dit resultaat is een direct gevolg van de hoge papiertarieven (€ 217.000). De rest van het verschil wordt veroorzaakt door een hogere opbrengst van afvalstromen. Dit gaat met name om groenstromen, waarbij er sprake is van een grotere afvalstroom. Bij bouw- en sloopafval is sprake van een verbeterd verwerkingscontract, waardoor de kosten dalen en de marge is verbeterd. De resultaten kunnen vanwege de grilligheid van de grondstoffenmarkt uit voorzichtigheid niet als structureel worden aangemerkt. Het resultaat wordt toegevoegd aan de reserve bedrijfsafval. Conform het in de nota reserves en voorzieningen vastgestelde beleid wordt deze reserve boven de € 200.000 afgeroomd.

Tabel 12: Resultaat programma Bedrijfsafval 5.4

Verantwoording baten en lasten

Tabel 13 bevat de baten en lasten van het programma Bedrijfsafval over 2021. Hierin worden de baten en lasten nader gespecificeerd en worden de stortingen en onttrekkingen uit de reserves inzichtelijk.

BATEN EN LASTEN PROGRAMMA BEDRIJFSAFVAL Lasten Lasten uitvoering Bedrijfsafval Af te dragen vennootschapbelasting Totaal lasten Baten Opbrengsten contracten Bedrijfsafval Verwerkingsopbrengsten grondstoffen Overige opbrengsten Totaal baten Saldo baten en lasten Gemeentelijke bijdrage (o.b.v. bijdrageverordening) Resultaat voor bestemming Reservemutatie Resultaat na bestemming

Tabel 13: Baten en lasten programma Bedrijfsafval

Pagina 25 van 75

Verschil jaarrekberap

Begroting 2021

Berap 2021

jaarrek 2021

voordeel/ nadeel

jaarrek 2020

2.039 13 2.052

2.062 35 2.097

2.061 107 2.168

1 V -72 N -71 N

2.030 40 2.070

1.936 137 33 2.106

2.020 241 20 2.281

2.096 456 35 2.587

76 V 215 V 15 V 306 V

2.007 198 56 2.261

54 0 54 54 0

184 0 184 184 0

419 0 419 419 0

235 V 0 235 V 235 V 0

191 0 191 191 0

6

PROGRAMMA ALGEMENE BATEN EN LASTEN

De baten en lasten van het primaire proces in het algemeen en de overhead in het bijzonder.

6.1

Inleiding

In dit programma worden de baten en lasten verantwoord die niet rechtstreeks aan de producten uit de overige programma’s kunnen worden toegekend. Hierin vormen de kosten van de ondersteunende bedrijfsvoering (taakveld overhead) een groot onderdeel. De bedrijfsvoering zorgt er met ondersteunende werkzaamheden voor dat de primaire processen zo optimaal mogelijk bijdragen aan de bedrijfsdoelstellingen. Daarnaast worden in dit programma ook de baten en lasten van het taakveld rente verantwoord. Avri ziet overhead niet louter als kostenpost. Middels een goed lopende en innovatieve bedrijfsvoering worden ook primaire taken beter en efficienter uitgevoerd. De bereikte resultaten in 2021 worden in de paragraaf bedrijfsvoering verder toegelicht.

6.2

Verklaring financieel resultaat

Over het boekjaar 2021 is een voordeel op dit programma gerealiseerd van € 506.000. Dit voordeel bestaat enerzijds uit een voordeel op overheadlasten overhead van € 236.000 (3,5% van de begrote lasten) en anderzijds uit een voordeel op dividend en rente van samen € 270.000. Het voordeel op de lasten overhead wordt voornamelijk veroorzaakt door twee ontwikkelingen. Ten eerste zorgt de krapte op de arbeidsmarkt ervoor dat vacatures langer open blijven staan en soms helemaal (nog) niet ingevuld kunnen worden. Ten tweede zien we dat door de coronapandemie diverse budgetten onderschrijden. Dat komt door de invloed van de coronapandemie. Bepaalde activiteiten waren niet of in mindere mate mogelijk, zoals teambuilding, gebruik van de catering en het volgen van opleidingen). Bovendien werden door de verhoogde werkdruk bepaalde projectmatige werkzaamheden in 2021 niet of in mindere mate uitgevoerd. Het gaat onder meer om ICT-projecten. We beschouwen het grootste deel van dit voordelige resultaat als incidenteel. Met de dotatie van dit resultaat aan de algemene bedrijfsreserve is het weerstandsvermogen op dit programma weer net op een voldoende niveau. Het resultaat op het taakveld treasury bedraagt € 270.000. Dit resultaat bestaat uit de dividenduitkering 2020 van Realisatie BV (€ 250.000) en uit een renteresultaat (€ 20.000).

De rente over 2021 wordt nader toegelicht in paragraaf 10: Financiering. Het totaal saldo op het programma van € 506.000 wordt toegevoegd aan de reserve bedrijfsvoering (ABR) van Avri. Bij de vaststelling van deze jaarstukken wordt een voorstel gedaan voor de specifieke bestemming van de dividenduitkering. In de jaarrekening 2021 bedraagt het overheadpercentage 12,9% (zie paragraaf 11: Bedrijfsvoering).

Pagina 26 van 75

Verantwoording baten en lasten In deze paragraaf wordt de ontwikkeling van baten en lasten nader verklaard. In onderstaande tabel zijn de baten en lasten van de jaarstukken 2021 afgezet tegen de bestuursrapportage 2021. PROGRAMMA ALGEMENE BATEN EN LASTEN

Begroting 2021

Berap* 2021

Jaarrekening 2021

6.913 -4.205 -2.329 -274 105

6.607 -4.205 -2.016 -274 112

6.321 -4.269 -2.014 -274 -236

286 V 64 V -2 N 0 348 V

6.283 -3.882 -1.769 -261 371

Taakveld 0.5 Treasury (rente) Taakveld 0.5 Treasury (dividend) Doorbelaste rentekosten naar programma's Subtotaal taakveld 0.5 Treasury

634 0 -634 0

559 -250 -559 -250

514 -250 -534 -270

45 V 0 V -25 N 20 V

602 0 -602 0

Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting (Vpb) Doorbelaste Vpb naar programma Basispakket Doorbelaste Vpb naar programma Pluspakket Doorbelaste Vpb naar programma Bedrijfsafval Subtotaal taakveld 0.9 Vennoorschapsbelasting

13 0 0 -13 0

44 -6 -3 -35 0

108 -4 3 -107 0

-64 N -2 N -6 N 72 V 0

46 -2 -4 -40 0

Saldo baten en lasten Gemeentelijke bijdrage (o.b.v. bijdrageverordening) Resultaat voor bestemming Taakveld 0.10 Mutatie reserves Resultaat na bestemming

-105 0 -105 -105 0

138 0 138 138 0

506 0 506 506 0

-368 0 -368 -368 0

-371 0 -371 371 0

Lasten Taakveld 0.4 Overhead Doorbelaste overhead naar programma Basispakket Doorbelaste overhead naar programma Pluspakket Doorbelaste overhead naar programma Bedrijfsafval Subtotaal taakveld 0.4 Overhead

* De stand van de bestuursrapportage 2021 is aangepast; deze stand w as in de bestuursrapportage niet correct w eergegeven

Tabel 14: Baten en lasten programma Algemene baten en lasten

Pagina 27 van 75

Verschil Voordeel / Jaarrek jaarek-berap Nadeel 2020

JAARVERSLAG PARAGRAFEN

Pagina 28 van 75

7

LOKALE HEFFINGEN

7.1 Inleiding Avri is verantwoordelijk voor de afvalstoffenheffing van de deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR) verzorgt voor Avri de belastingaanslagen en de inning daarvan. Uitgangspunt is dat de tarieven afvalstoffenheffing kostendekkend zijn. Dit komt overeen met het wettelijk uitgangspunt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening op begrotingsbasis niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. 7.2 Ontwikkeling baten afvalstoffenheffing In tabel 15 zijn voor 2021 het aantal huishoudens, de tarieven en de berekening van de opbrengsten afvalstoffenheffing uiteengezet. Ook het totaal aan kwijtschelding wordt zichtbaar. Dit wordt als last verantwoord in het programma Basispakket.

Baten afvalstoffenheffing 2021

begroting 2021

berap 2021

jaarrekening 2021

verschil jaarrek-berap

jaarrekening 2020

Aantal huishoudens Geregistreerde huishoudens Niet betalende huishoudens basisdeel Betalende huishoudens basisdeel % b etalende huishoudens

99.979 -7.698 92.281 92,3%

100.385 -7.529 92.856 92,5%

100.774 -6.550 94.224 93,5%

389 979 1.368 1,0%

99.725 -7.232 92.493 92,7%

Tarieven Basistarief Toeslag basistarief per extra mini container restafval

€ 270 € 50

€ 270 € 50

€ 270 € 50

€ 211 € 50

0,8 1

0,8 1

0,8 1

0,96 1,2

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

€ 4,67 € 8,00

€ 5,60 € 9,60

€ 28.701 -€ 1.318 € 27.383

€ 28.813 -€ 1.289 € 27.524

€ 29.640 -€ 1.112 € 28.528

Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (brengvoorziening - hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (brengvoorziening) Variabel tarief: aanbieding 60 ltr. (brengvoorziening) Variabel tarief: aanbieding 140 ltr. (mini container) Variabel tarief: aanbieding 240 ltr. (mini container) Baten afvalstoffenheffing programma basispakket Bruto baten afvalstoffenheffing Kwijtschelding Netto baten afvalstoffenheffing

€ 827 € 177 € 1.004

€ 23.665 -€ 996 € 22.669

Tabel 15: Ontwikkeling baten afvalstoffenheffing Het aantal geregistreerde huishoudens is ten opzichte van de bestuursrapportage licht gestegen. In paragraaf 3.4.1 is het resultaat op de afvalstoffenheffing toegelicht.

Pagina 29 van 75

8

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

8.1 Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. Het beschrijft op welke wijze risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geeft deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017, die in februari 2017 door het Algemeen Bestuur werd vastgesteld. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota Reserves en Voorzieningen 2017 van Avri. 8.2 Ontwikkeling risico's In deze paragraaf is voor ieder programma de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang, gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In onderstaande tabel zijn de risico's per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de bestuursrapportage 2021 is afgezet tegen de geactualiseerde stand in deze jaarstukken. Gewijzigde risico’s worden toegelicht.

jaarrekening 2021

Verschil Berap Jaarrekening

29 242 266 120 4.900 15 140 29 283 250 275 100 0 0 pm 430 0 7.078

29 242 133 120 5.912 15 140 29 349 250 189 309 0 0 pm 603 120 8.439

0 0 -133 0 1.012 0 0 0 66 0 -86 209 0 0 0 173 120 1.361

Pluspakket 13 Risico's uitvoering pluspakket activiteiten 24 Brandstofprijzen Totaal Pluspakket

75 0 75

75 25 100

0 25 25

Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 24 Brandstofprijzen Totaal Bedrijfsafval

37 14 17 0 68

37 7 20 40 104

0 -7 4 40 37

604

604

0

604

604

0

7.825

9.247

1.423

ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1.000) Basispakket 1 Verkoop gebulkt materiaal 2 Prijsontwikkeling op de afvalmarkt 4 Faillissement van verwerkers 5 Betaling afvalstoffenheffing 6 Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 8 Data Registratie GSL 10 Chemische vervuiling of grondwatervervuiling 11 Avri Realisatie B.V. en Solar B.V. 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 20 Onregelmatigheidstoeslag 21 Brand bij verwerker kunststoffen 22 Corona effecten 23 Geschil met verwerker PMD's 24 Brandstofprijzen Totaal Basispakket

Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's

Tabel 16: Ontwikkeling financiële risico’s Avri

Pagina 30 van 75

berap 2021

8.3

Toelichting op de grootste of gewijzigde risico’s

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de grootste risico’s (>€ 500.000) of in 2021 gewijzigde risico’s ten opzichte van de bestuursrapportage. 4 – Faillissement van verwerkers; risico verlaagd Het risico op een faillissement bij verwerkers is verlaagd. De situatie in de markt is dermate stabiel, dat de kansinschatting van éénmaal per jaar kan worden verlaagd naar éénmaal per vijf jaar. 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico verhoogd De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord heeft als doel om de korte termijn effecten voor de gemeenten te verminderen die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten om de rekenrente te verlagen (oktober 2020). Kernpunt in dit bestuursakkoord is de uitstel van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd; in 2031 besluit provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment . Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. Tevens is afgesproken om jaarlijks overleg te voeren over de nazorg (technisch en juridische aspecten), bestuurlijk en financieel. Het geeft partijen de tijd voor implementatie van maatregelen die een efficiënte nazorg waarborgen en voldoende financiële middelen hiervoor op te bouwen.

Het stelt de gemeenten in staat tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming hieromtrent. Er dienen voldoende financiële middelen beschikbaar te zijn bij overdracht. Verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen zijn onzeker in de tijd gezien. Daardoor blijft de onzekerheid bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Daarentegen kunnen ook positieve ontwikkelingen (zoals bijvoorbeeld een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere gerealiseerde beleggingsrendementen van het nazorgfonds) de komende jaren van invloed zijn op het benodigde, op te bouwen vermogen. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (o.a. ongelijke ‘zetting’, percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar, waarbij opgemerkt wordt dat toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen altijd van invloed kunnen zijn op de nazorgkosten. Avri loopt meerdere financiële risico’s bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen. Deze risico’s/onzekrheden zijn niet beïnvloedbaar omdat de provincie autonoom bevoegd is te besluiten over de uitgangspunten (waaronder het overdrachtsmoment dat na overleg met de Avri-gemeenten wordt bepaald).

In het risicoprofiel gaan we er vanuit om voldoende middelen te hebben opgebouwd voor directe overdracht na besluitvorming in 2031. Rekening houdend met de reële doorlooptijd van het (deels juridisch) sluitingsproces en contractuele afspraken gaan we voor de inschatting van de risico’s uit van (eerdere) overdracht per 2034 (voor de opbouw van het doelvermogen gaan we uit van overdracht per 2044). Hierbij zal er naar verwachting voor het beslismoment in 2031 (tenminste) door het nazorgfonds nog een studie worden uitgevoerd voor actualisatie van de rekenrente, welke de meeste invloed heeft op het doelvermogen. Op dit moment is – ook voor de nazorgorganisatie - onzeker of de rente stijgt of daalt, hoe de beleggingsmix zich gaat ontwikkelen en welk effect deze wijzigingen vervolgens hebben (zowel positief als negatief). Op basis van de gehanteerde uitgangspunten wordt € 10,9 mln. doelvermogen opgebouwd per 2044. Bij deze geleidelijke opbouw is er per 2034 een bedrag van € 8,4 mln. beschikbaar. Voor de bepaling van de financiële risico’s zijn met het landelijke rekenmodel Rinas (voor berekening van het doelvermogen) meerdere scenario’s berekend.

De scenario’s gaan er vanuit dat één of meerdere uitgangspunten afwijken van de huidig ingenomen standpunten door Avri en eventuele overdracht per 2034; • Bij een tussentijdse verlaging van de rekenrente naar bijvoorbeeld 2,5% (en voor het overige conform de huidige uitgangspunten voor de berekening van het doelvermogen) neemt het doelvermogen bij overdracht in 2034 toe tot naar schatting ca. € 16 mln. En bedraagt het tekort in het opgebouwd vermogen dus € 7,6 mln. • Uitgaande van alle provinciale uitgangspunten zou een verlaging van de rekenrente naar 2,5% zelfs leiden tot een doelvermogen van ca € 55,6 mln per 2034. En bedraagt het tekort in het opgebouwd vermogen dus € 47,2 mln. De kans dat de rente bij de volgende studie wordt verlaagd en in welke mate is op dit moment niet duidelijk. In het bestuursakkoord is afgesproken om jaarlijks de ontwikkelingen en verwachtingen voor de komende jaren te bespreken. Dit stelt de gemeenten in staat om samen met de provincie te anticiperen op deze ontwikkelingen. De kans dat de genoemde uiterste effecten zich gaan voordoen wordt derhalve op dit moment als zeer klein ingeschat. Er zijn de komende jaren ook ontwikkelingen mogelijk die een positief effect kunnen hebben op het doelvermogen. Voorbeelden zijn lagere nazorgkosten door technische ontwikkelingen, hogere beleggingsrendementen van de provincie of een hogere rekenrente.

Pagina 31 van 75

Rekening houdend met de diverse risico scenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, bedraagt het gekwantificeerd risico in de jaarrekening (maart 2022) € 5,9 mln. op basis van de toe te passen kans x effect methode. Dit is € 1,0 miljoen hoger dan vorig jaar. De stijging wordt veroorzaakt doordat bij evaluatie van de actualisatie van het nazorgplan is gebleken dat de Provincie een streng monitoringsregime van het grondwater blijvend kan eisen gedurende de eeuwigdurende nazorg. In 2021 is tevens voor het eerst € 1.050.000 toegevoegd aan de voorziening basispakket, ter dekking van het risico dat het doelvermogen bij overdracht € 5,9 mln nadelig afwijkt van de opgenomen voorziening. In het gedeelte over het weerstandsvermogen verderop in deze paragraaf wordt het effect hiervan zichtbaar. 12 – Inzet medewerkers uitvoering; risico verhoogd De arbeidsmarkt lijkt steeds krapper te worden. Zo is er een nog grotere vraag naar chauffeurs. Ook voor uitzendbureaus is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden. Op deze arbeidsmarkt is het ook steeds makkelijker voor personeel om over te stappen naar een andere werkgever. We proberen als oplossing onze vaste schil aan mensen te vergroten en de flexibele schil te verkleinen. We bieden medewerkers de nodige opleidingen aan om hen breed inzetbaar te maken.

Daarnaast kijken we ook naar de arbeidsvoorwaarden om bestaande medewerkers te behouden. Bij de IBOR-teams maken we veel gebruik van medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Door gewijzigde wetgeving zien we al jaren dat de instroom bij beschut werk afneemt, maar de uitstroom op peil blijft (pensionering, doorstromen naar regulier/ander werk). Sinds dit jaar is daarbij gekomen dat mensen eerder met pensioen kunnen (gewijzigde wetgeving). Hierdoor is de uitstroom versneld en voorzien we bij IBOR de komende jaren personeelskrapte. Dat dwingt ons tot keuzes in ons takenpakket. Al met al zorgt deze situatie voor een steeds hogere werkdruk bij de bestaande bezetting met een evenredig toegenomen risico op ziekteverzuim. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen; risico verlaagd Er vindt een verschuiving van het risico plaats. Er is een verlaging van het risico voor papier en textiel, en een groei van het risico op gft. Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling van gft toeneemt. Dit heeft inmiddels geleid tot een eerste waarschuwing van onze verwerker voor het gft. Overigens is er ook landelijk een forse stijging vervuiling gft te zien. We zitten inmiddels op de grens van de landelijk vastgestelde norm. Dat maakt de kans op afkeur groot, als de vervuiling verder toeneemt.

19 – Vergoeding kunststof verpakkingen; risico verhoogd De vervuiling in kunststof verpakkingen neemt landelijk sterk toe. De vergoedingen van het Afvalfonds worden vastgesteld op basis van deze landelijke vervuilingscijfers. Daarmee ontstaat het risico dat het Afvalfonds lagere vergoedingen gaat vaststellen en dus pbd inkomsten afnemen. Ook in de regio Rivierenland is de vervuiling van pbd overigens toegenomen. 23 – Geschil met verwerker pbd; risico verhoogd Avri heeft een geschil met de verwerker van het pbd-afval over de afrekening 2017, 2018, 2019 en 2020. Zowel Avri als de verwerker (Veolia) zijn op basis van het afgesloten contract van mening dat er recht is op compensatie door de tegenpartij. Volgens onze berekeningen komen we op een vordering van € 170.000. De verwerker stelt echter dat er een betaling door Avri verricht moet worden van € 1,2 miljoen (tot en met afrekening 2019). In een vergelijkbaar geschil tussen Veolia en Afvalsamenwerking Limburg (ASL) heeft de rechtbank ASL geheel in het gelijk gesteld. Of Veolia in hoger beroep gaat is nog niet bekend. Wel zien wij de kans dat deze zaak in ons voordeel wordt beslecht sterk stijgen. We hebben daarom de kans van dit risico gehalveerd. Het risico stijgt echter nog wel, aangezien de totale claim vanuit Veolia is gestegen met € 0,7 miljoen, op basis van de aan ons gefactureerde eindafrekening over 2019.

24 – Risico brandstofkosten; nieuw De grillige energiemarkt is in toenemende mate een risico voor de bedrijfsvoering van Avri. Uiteraard worden hogere brandstofprijzen verwerkt in de begroting. De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen maakt echter dat we hier een risico voor opnemen.

Pagina 32 van 75

8.4 Ontwikkeling weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit van Avri bestaat uit de reserves van Avri. Doordat de jaarstukken 2021 (voor reservemutaties) sluiten met een positief resultaat, verbetert de weerstandscapaciteit. In tabel 18 is de beschikbare weerstandscapaciteit per programma weergegeven. Een nadere toelichting op de mutaties van de reserves en voorzieningen is uitgewerkt in de jaarrekening (paragraaf 14.4).

8.5 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico's (paragraaf 8.3) af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit (paragraaf 8.4). In de nota Risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel:

RATIO WEERSTANDSVERMOGEN Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8

BETEKENIS Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim Kleiner dan 0,6 onvoldoende Tabel 17: Waarderingstabel weerstandsvermogen In onderstaande tabel is het weerstandsvermogen uiteengezet. De uitkomsten zijn afgezet tegen de bestuursrapportage 2021.

ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN

bestuursrapportage 2021

Jaarrekening 2021

Verschil

Basispakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

7.078 1.050 0,1 Ruim onvoldoende

8.439 3.210 0,4 Ruim onvoldoende

1.361 2.160 0,2

Pluspakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

75 0 0,0 Ruim onvoldoende

100 103 1,0 Voldoende

25 103 1,0

Bedrijfsafval

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

68 0 0,0 Ruim onvoldoende

104 437 4,2 Uitstekend

37 437 4,2

Bedrijfsvoering

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

604 488 0,8 Matig

604 847 1,4 Ruim voldoende

0 359 0,6

TOTAAL

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

7.825 1.538 0,2 Ruim onvoldoende

9.247 4.597 0,5 Ruim onvoldoende

-1.885 1.089 0,2

Tabel 18: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri Ondanks de positieve resultaten blijft het weerstandsvermogen van Avri in totaal ruim onvoldoende. Hierbij merken we op dat het programma Basispakket (waarin de grootste risico's worden gelopen) een weerstandsratio van factor 0,4 heeft (ruim onvoldoende). Gemeenten wordt dringend geadviseerd weerstandscapaciteit voor GR Avri in te richten. Programma Basispakket

Pagina 33 van 75

Het weerstandsvermogen stijgt van ratio 0,0 (ruim onvoldoende) naar een ratio van 0,4 (ruim onvoldoende). Enerzijds is er sprake van een toename van de risico’s en anderzijds van een toename van het weerstandsvermogen. De toename van het weerstandsvermogen wordt veroorzaakt door de begrote dotatie vanuit de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1,05 miljoen en door het positieve rekeningresultaat op het basispakket van 2,16 miljoen. Programma Pluspakket Door het positieve resultaat op de IBOR-taken is de reserve pluspakket niet onttrokken ter (gedeeltelijke) dekking van de ORT-nabetaling. Dit zorgt ervoor dat het weerstandsvermogen van het programma Pluspakket, in afwijking van de bestuursrapportage matig is. Programma Bedrijfsafval Door het positieve resultaat op het programma Bedrijfsafval is het weerstandsvermogen voor dit programma uitstekend. Programma Bedrijfsvoering Door de dotatie van het dividend van Realisatie BV en het voordeel in de overheadlasten in deze jaarrekening is de beschikbare weerstandscapaciteit nu op een ruim voldoende niveau. In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen van het basispakket weergegeven. Daarbij gaan we ervan uit dat de risico’s zich verder stabiel ontwikkelen en dat de opbouw van het weerstandsvermogen jaarlijks zal plaatsvinden, met de risico-opslag in de afvalstoffenheffing van € 1,05 miljoen.

Grafiek 11: Ontwikkeling weerstandsvermogen basispakket

Pagina 34 van 75

8.6

Kengetallen financiële positie

Kengetallen financiele positie Jaarrekening

Jaarrekening

2021

2020

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

46,1%

68,9%

46,1%

68,9%

Solvabiliteitsratio

2,4%

1,2%

Structurele exploitatieruimte

6,5%

0,0%

Tabel 19: Kengetallen financiële positie Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ten opzichte van 2020 verbeterd vanwege (reguliere) aflossing van vaste leningen en hogere baten dan in 2020. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal is gelijk aan de netto schuldquote, aangezien Avri geen leningen heeft verstrekt. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de mate aan, waarin de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling. Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Avri in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteit is verbeterd als gevolg van de resultaten van 2021, die toegevoegd zijn aan de reserves (en voorziening basispakket). Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte Avri heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

De structurele exploitatieruimte is met name verbeterd door de extra baten papieropbrengst en afvalstoffenheffing. Dit zijn naar de aard structurele baten. Het is echter de vraag of deze baten in 2022 dezelfde omvang zullen hebben.

Pagina 35 van 75

9

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN

9.1

Onderhoudsplan Avri

Onderhoud gebouwen Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen (in het plan opgenomen) kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. In 2020 is het MJOP van Avri geactualiseerd. Het heeft een looptijd tot en met 2039. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. Het onderhoudsplan van Avri is van toepassing op alle gebouwen en terreininrichting op locatie De Meersteeg en op de diverse milieustraten in het verzorgingsgebied. Om de voorziening onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud uit het MJOP worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening onderhoud gebouwen. Het saldo van de voorziening bedroeg per 1 januari 2021 € 635.000.

In 2021 is een dotatie aan de voorziening gedaan van € 207.000 en is een bedrag van € 84.000 onttrokken. Het saldo per 31 december 2021 is daarmee € 759.000,-

Tabel 20: Verloopoverzicht voorziening onderhoud gebouwen

Onderhoud tractie Het voertuigenpark is relatief oud. Dat leidt tot hogere onderhoudskosten en de inhuur van voertuigen. In 2021 zijn stappen ondernomen om meer te investeren in vernieuwing van ons wagenpark. We hebben relatief veel last van stilstand van de inzamelvoertuigen. Deels komt dat door de CNG-voertuigen en door inzet van financieel en technisch afgeschreven voertuigen. De CNG-voertuigen zijn aanschaft in 2011-2013 en hebben door de soort brandstof meer storingen tijdens de werkzaamheden. Daarnaast zijn 8 voertuigen (6 achterladers en 2 zijladers) financieel en technisch afgeschreven. Deze voertuigen worden ingezet vanwege de areaaluitbreiding van het verzorgingsgebied en zijn tot nu toe niet opgenomen in de vervangingsinvesteringen. In 2021 is een aanbesteding gestart waarmee deze voertuigen vervangen kunnen worden. Daarnaast is beleidsmatig gekozen om over te gaan op een milieuvriendelijke brandstof, namelijk Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). HVO is een tweede generatie biodiesel met een lagere CO2-emissie dan de traditionele diesel. Hiermee wordt het voertuigbestand milieuvriendelijker. In 2021 zijn de volgende voertuigen aangeschaft; twee elektrische dienstauto’s (uitbreiding), drie veegmachines (1 vervanging en 2 i.p.v. huur), één onkruidbrander en één strooier (vervanging). Eén strooier werd compleet gereviseerd.

Pagina 36 van 75

Tractie bedrijfsauto fiets/scooter overige strooimateriaal veegmachine vrachtwagen Eindtotaal

aantal 68 10 21 36 3 52 190

Tabel 21: Tractie Ondergrondse containers In Rivierenland staan bijna 1.500 ondergrondse containers voor de inzameling van restafval, glas, papier, textiel en incontinentiemateriaal. In 2021 zijn er rond de zestig containers extra geplaatst. De meeste zijn voor de inzameling van incontinentiemateriaal. Die is 1 januari 2022 in 4 gemeenten van start gegaan. De afschrijving van de ondergrondse containers is financieel tien jaar. Niet alle containers zijn dan ook technisch afgeschreven. Als blijkt dat ondergrondse containers technisch voldoende in orde zijn, worden ze gereviseerd in plaats van vervangen.

Pagina 37 van 75

10

FINANCIERING

10.1

Inleiding

Het Treasurystatuut 2016 van GR Avri bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. Ook staan hier de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. Het treasurybeheer is de (beleids-)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige Treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die gericht zijn op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. 10.2

Risicobeheer

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet. Deze bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeld positie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,5% bedragen van het begrotingstotaal (€ 4,1 miljoen). Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. In 2021 is de kasgeldlimiet niet overschreden, zoals te zien in tabel 22.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2021

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 48.500 48.500 48.500 48.500

in procenten van de grondslag

8,5%

8,5%

8,5%

8,5%

in bedrag

4.123

4.123

4.123

4.123

2. Omvang vlottende korte schuld

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4

Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden < 1 jaar

2.000 438 -

-

-

-

Totale omvang van de vlottende schuld

2.438

-

-

-

3. Vlottende middelen

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Totale omvang van de vlottende middelen

Toets kasgeldlimiet

-10 477

3.005 3.486

280 9.735

165 2.387

468

6.490

10.015

2.552

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Totaal netto vlottende schuld (2.) - (3.)

1.970

-6.490

-10.015

-2.552

Toegestane kasgeldlimiet (1.)

4.123

4.123

4.123

4.123

2.152

10.613

14.137

6.674

Ruimte (+) / Overschrijding (-) = (1.) - (4.)

Tabel 22: Kasgeldlimiet Renterisico De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal (ca. € 9,9 miljoen) onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. De vaste schulden van Avri bestaan uit geldleningen waarop geen renteherzieningen plaatsvinden. Er is dus geen renterisico voor wat betreft herziening van de rente op de bestaande leningen. In de huidige situatie heeft Avri bijna € 7 miljoen ruimte binnen de gestelde norm. Zie tabel 23.

Pagina 38 van 75

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2021

1

Renteherzieningen

2

Betaalde aflossingen vaste schuld

2.859

-

3

Renterisico op vaste schuld (1+2)

2.859

4a

Begrotingstotaal (na Berap 2)

49.585

4b

Bij ministeriele regeling vastgesteld percentage

4

Renterisiconorm

9.917

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4-3)

7.058

20%

Tabel 23: Renterisiconorm 2021 Kredietrisicobeheer Kredietrisico's zijn risico's op het niet-terugontvangen van uitgezette middelen. Avri heeft geen middelen uitgezet en loopt dus geen kredietrisico.

10.3

Financiering

De waarde van de vaste activa bedraagt ultimo 2021 € 29,6 miljoen. Hiervoor heeft Avri per 31-12-2021 voor € 30,6 miljoen aan leningen uitstaan. De vraag naar externe financieringsmiddelen is de afgelopen jaren toegenomen, omdat Avri de afgelopen jaren een substantieel deel van haar lasten heeft afgedekt door inzet van voorzieningen en het eigen vermogen. Avri heeft daarnaast als kapitaalintensief bedrijf permanent een grote financieringsbehoefte, mede als gevolg van (technologische) ontwikkelingen in de branche en beleidsontwikkelingen. In 2021 was er geen verdere uitbreiding nodig voor externe financieringsmiddelen. In tabel 24 zijn de langlopende geldleningen uiteengezet. Schulden langer dan 1 jaar

Datum einde looptijd

Stand Rente %

31-12-2020

Stand Aflossingen

31-12-2021

Geldlening BNG 40.10.85.83 (2013)

1-10-2023

2,21%

1.260.000

420.000

840.000

Geldlening BNG 40.10.89.41 (2014)

15-1-2024

2,00%

3.250.000

1.000.000

2.250.000

Geldlening BNG 40.110.118 (2015)

1-10-2035

1,60%

3.750.000

250.000

3.500.000

Geldlening BNG 40.110.265 (2015)

2-1-2036

1,60%

3.765.432

246.914

3.518.518

Geldlening BNG 40.110.308 (2015)

2-1-2036

1,60%

3.812.500

250.000

3.562.500

Geldlening BNG 40.110.355 (2016)

25-1-2041

1,75%

2.436.000

116.000

2.320.000

Geldlening BNG 40.110.356 (2016)

25-1-2041

2,13%

1.400.000

0

1.400.000

Geldlening BNG 40.112.541 (2019)

22-1-2044

1,55%

4.800.000

200.000

4.600.000

Geldlening BNG 40.112.895 (2019)

14-6-2044

0,82%

4.136.000

176.000

3.960.000

Geldlening BNG 40.113.547 (2020)

17-1-2045

0,69%

3.492.000

144.000

3.348.000

Geldlening BNG 40.113.548 (2020)

17-1-2045

0,69%

1.358.000

56.000

1.302.000

33.459.932

2.858.914

30.601.018

Totaal

Tabel 24: Overzicht langlopende geldleningen De langlopende schulden zijn afgelost op basis van de met de bank overeengekomen aflossingsverplichtingen. De totale rentelast bij bovengenoemde langlopende geldleningen over 2021 bedraagt € 456.000. Deze rentelasten zijn verwerkt in het programma Algemene baten en lasten en naar de overige programma's doorbelast. In 2021 zijn geen nieuwe leningen aangegaan. Renteschema Tabel 25 toont het renteschema volgens de notitie rente 2017, van de Commissie BBV.

Pagina 39 van 75

2021

Renteschema voor jaar: a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

523.870 0 523.870

Saldo rentelasten en rentebaten c1.

De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend

c2.

0

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

c3.

0

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

d1.

Rente over eigen vermogen

0

d2.

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

523.870

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

533.565

f.

Renteresultaat op het taakveld 0.5 Treasury

-9.695

Tabel 25: Renteschema Bovenstaand renteresultaat kan opgesplitst worden in twee delen: een voordelig resultaat vanwege vrijval rentelasten uit voorgaande jaren ter grootte van € 10.217, en een nadelig resultaat door een te lage doorrekening aan taakvelden ter grootte van € 19.911.

Pagina 40 van 75

11

BEDRIJFSVOERING

11.1

Algemene terugblik 2021

Het is onze missie om samen met 248.000 inwoners en de 8 gemeenten te werken aan een schoon Rivierenland. We zijn een klantgerichte overheidsorganisatie die op een duurzame manier regionaal grond- en afvalstoffen inzamelt. We voeren taken uit in het beheer van de openbare ruimte en veiligheid voor de gemeenten Buren, West Betuwe, Tiel en Neder-Betuwe. We zijn goed in ons werk en we weten wat mensen van ons nodig hebben om prettig te wonen en leven. Onze dienstverlening sluit aan bij de behoeftes van gemeenten en inwoners, waarbij onverwachte ontwikkelingen zo min mogelijk invloed hebben op dienstverlening en kosten. De afgelopen jaren bleek dat de begroting van Avri steeds meer onderhevig is aan de werking van de markt. Daarmee zijn de risico’s fors toegenomen. Invoering van het nieuwe afvalbeleid heeft weliswaar significant bijgedragen aan de regionale milieudoelstellingen (reductie van restafval), maar leidt ook tot hogere kosten, door toegenomen vervuiling van grondstoffen en afvaltoerisme. Wij hebben de eerste stappen gezet om Avri te ontwikkelen tot een robuuste en wendbare organisatie, die efficiënt en kostenbewust haar taken uitvoert. Afgelopen jaar is het Strategisch Koersplan opgesteld. De positionering van Avri is beschreven en de acties onder het programma GRIP zijn verder uitgewerkt.

11.2

Strategisch Koersplan; vijf strategieën

2021 is gestart met het opstellen van het Strategisch Koersplan. Dat biedt richting bij het aangaan van de volgende uitdagingen: • Aangescherpte beleidsambities van Rijk en gemeenten (o.a. bestuursakkoorden); • Strengere normen en financiële prikkels (heffingen, wet- en regelgeving); • Meer samenhangende of samenvallende normen (o.a. CO2-heffing, energieverbruik gebouwen en transport); • Hogere inzamelkosten, lagere grondstofopbrengsten; • Vermindering van draagvlak bij de inwoners, door hogere kosten en hogere foutmarges bij afval scheiden (‘moeilijk’). Ook gemeenten willen meer duidelijkheid over de toekomst van Avri, de zogenaamde ‘houtskoolschets’. Doen wat we altijd deden, is niet meer voldoende. Er is behoefte aan een trendbreuk met het verleden: een koerswijziging van lineaire afvalinzamelaar naar circulaire ketenpartner. Hierdoor verandert de rol en positie van Avri: de focus van alleen inzamelaar verschuift naar draagvlak bij inwoners en partnerschap in de keten. Om dat te bereiken werken we ook aan de efficiëntie, door een meer datagestuurde bedrijfsvoering. De uitdagingen en ontwikkelingen op het gebied van circulariteit, duurzaamheid en inclusiviteit zijn veelomvattend. Tegelijkertijd is een wendbare, robuuste en voorspelbare bedrijfsvoering nodig om te blijven voldoen aan de behoeftes van gemeenten en inwoners.

Avri heeft in 2021 een nieuwe strategie (Strategisch Koersplan 2021-2025 en de positionering) ontwikkeld waarin de uitdagingen en ontwikkelingen zijn vertaald naar opgaven voor de komende jaren en manieren om die te kunnen realiseren. De nieuwe strategie is tot stand gekomen met bijdragen van medewerkers van Avri, de RBA-leden, communicatieadviseurs van gemeenten, raadsleden, inwoners en bestuursleden van Avri. Als eerste is het doel voor de komende vijf jaren vastgesteld. Voor 2025 stelt Avri zich ten doel: “Trots op Rivierenland door samen te werken aan een schone leefomgeving”. Om deze doelstelling te bereiken, zijn vijf strategieën benoemd: • Circulaire waardencreatie: waarde toevoegen door intensief samen te werken met partijen die slim werken aan de circulariteit van grondstofstromen; • Efficiënte operatie: reële en voorspelbare uitvoeringslasten door een efficiënte aanpak; • Van de regio, voor de regio: positieve waardering van inwoners en opdrachtgevers door zichtbaar bij te dragen aan de leefbaarheid in de regio; • Kwaliteit afvalstromen: de opbrengst van grondstoffen is maximaal door samen met gemeenten te investeren in communicatie, die afvalscheiding voor iedereen aantrekkelijk maakt; • Nieuwe koers: een toekomstgerichte organisatie door de strategie en positionering (‘wat’ en ‘hoe’) als intern kompas in denken en doen te verankeren.

Ook zien we dat de scheidslijnen tussen afvalbeheer, IBOR en handhaving vervagen. Dit geldt voor de governance, maar ook voor de uitvoering. Er zijn kansen om personeel en materieel uit te wisselen, om op gebiedsniveau werkzaamheden en planning meer integraal te benaderen en om gedragssturing effectiever als instrument in te zetten. Hiervoor is een organisatieontwikkeling ingegaan per 1 april 2021. De doelen van deze organisatieontwikkeling zijn:

Pagina 41 van 75

• • •

Het organiseren van verbinding tussen de werkvelden afvalbeheer en IBOR om tot een excellente uitvoering te komen; Bundelen van strategische en tactische functies om de denkkracht te vergroten, het contact met verschillende stakeholders te organiseren, te innoveren en grip op externe markten te vergroten; Bundelen van de ondersteuning in het primair proces om de versnippering in aansturing terug te dringen, werkprocessen efficiënter in te richten en kwetsbaarheden te verminderen.

Inclusiviteit Avri biedt een maatschappelijke meerwaarde door kansen te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In de afgelopen jaren zijn ruim 95 medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt bij Avri komen werken. De aanvankelijke samenwerking met het regionale werkvoorzieningsschap Werkzaak Rivierenland is later uitgebreid met meer doelgroepen. Zo worden steeds meer mensen uit de ‘kaartenbak’ van de gemeente (bijstand, WW, Wajong, Wia, statushouders) begeleid in het arbeidsproces. Voor de mensen zelf draagt dit bij aan het gevoel van zelfstandigheid. Ze kunnen actief meedoen in de maatschappij. Samen met in samenwerking met Werkzaak Rivierenland, gemeenten en marktpartijen verkennen wij voortdurend de mogelijkheden om deze groep te vergroten. Dat doen wij door werkervaringsplaatsen en leerwerkroutes aan te bieden en laagdrempelige werkzaamheden door Werkzaak te laten uitvoeren. Wij intensiveren de samenwerking met Werkzaak, met als doel de afstand tot de arbeidsmarkt voor zoveel mogelijk mensen te verkleinen. Zo ondersteunen we onze gemeenten bij het vinden van banen voor mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt Met de werkervaringsplaatsen aan activeren we mensen gedurende 3 tot 6 maanden. Zij ontwikkelen vaardigheden waardoor zij kansrijker worden op de arbeidsmarkt.

In 2021 hebben 55 medewerkers uit de sociale wetgeving en 16 medewerkers uit de Participatiewet aan het positieve resultaat bijgedragen. Ook hebben we 4 mensen begeleid naar een baan buiten onze organisatie. Deze mensen zijn vanuit de bijstand doorgegroeid naar een betaalde baan.

SW-en participatiemedewerkers in 2022 SW'ers

P-wetters

Neder-Betuwe

10

4

West-Betuwe

11

5

Buren

12

5

Tiel

10

4

Totaal

43

18

Tabel 26: aantal IBOR-medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt

Pagina 42 van 75

11.3

Positionering; het Avri kompas

De positionering van Avri is uitgewerkt in het Avri Kompas (figuur 1). Dat is een boekje voor de medewerkers, waarin beschreven wordt wie Avri is en wie we willen zijn. Aandachtspunten in het kompas zijn de interne communicatie en wie wij zijn. Het kompas is eind december aan de medewerkers gepresenteerd.

Figuur 1: Het Avri-kompas Interne communicatie De beschreven omslag in communicatiedenken wordt ook intern zichtbaar. Er is actiever ingezet op het informeren van medewerkers over ontwikkelingen binnen Avri (zie ook paragraaf 3.4). Zo was er in 2021 een enorme toename van het aantal nieuwsberichten op intranet. Er wordt gebruik gemaakt van WhatsApp om medewerkers snel van urgente informatie te voorzien en leidinggevenden krijgen een actievere rol in de communicatie met hun teams. 11.4

Programma GRIP

Onder het programma GRIP is afgelopen jaar veel uitgevoerd. Doel van het programma is het verbeteren van de voorspelbaarheid. Dat doen we door kostenbeheersing en kostenreductie, maar ook door het vergroten van opbrengsten: het leveren van toegevoegde waarde aan producten en diensten. Er zijn drie lijnen in het programma. Die geven het programmadoel inhoud.

Figuur 2: Programma GRIP

Pagina 43 van 75

Inwoners De communicatieprojecten zijn gericht op het realiseren van schonere grondstofstromen door inwoners. Daarmee betalen wij lagere vervuilingskosten bij onze verwerkers. Om er achter te komen wat inwoners precies van ons willen weten, is een inwonersenquête voorbereid. In 2022 wordt die gehouden. Ondertussen zijn wij al druk aan het werk met communicatie, educatie en informatie. Voorbeelden zijn de oplevering van de nieuwe Avri-app, de ontwikkeling van korte filmpjes, de campagne schone grondstoffen en een minicampagne over de kwaliteit van papier. De besluitvorming over de inzet van de afvalcoach is afgerond. Door de krappe arbeidsmarkt had het werven van de afvalcoaches nog geen resultaat. Markt Door andere contracten met afvalverwerkers af te sluiten heeft Avri meer stabiliteit en is de betaling (bij schonere stromen) sneller binnen. Avri kijkt waar zij waarde kan toevoegen aan de grondstofstromen om deze doelen te halen. Vanuit de Regiodeal zijn drie subsidieprojecten opgestart: Waardetoevoeging bioafval (gft); Een textielsorteercentrum in samenwerking met Werkzaak; Het verwerken van ingezameld plastic tot producten, in samenwerking met regionale partners. Voor de waardetoevoeging van bioafval zijn in 2021 de eerste verkenningen gestart, onder de noemer ‘Betere bodem Betuwe – van tuinafval naar compost voor de fruitdelta’.

We zijn samen met ondernemer Reterra en Werkzaak Rivierenland een onderzoeksproject gestart om het tuinafval dat we met de gft-inzameling ophalen te verwerken tot compost. Deze compost kan dan vervolgens gebruikt worden als bodemverbeteraar in Fruitdelta Rivierenland. Naast compost kan uit het tuinafval ook biomassa worden geproduceerd. Dat kan gebruikt worden als biobrandstof. Daarmee draagt het bij aan de energietransitie binnen de kas- en tuinbouw. Om het tuinafval uit het gft te sorteren, is Werkzaak Rivierenland betrokken. Die kan het werk mogelijk door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt laten uitvoeren. De voorbereidingen voor een textielsorteercentrum zijn ver gevorderd. De oprichting van de coöperatieve vereniging Cirtex ligt voor ter besluitvorming. 2Switch, Avri en Werkzaak starten Cirtex samen op. Met menskracht, kennis en vanuit Avri en Werkzaak met ieder € 350.000 als lening voor de opstartkosten en dekking van de exploitatietekorten in de eerste jaren. Dat is bedoelt om het project van de grond te krijgen. Zodra 2switch en overige aan te sluiten marktpartijen het textielsorteercentrum zelfstandig kunnen exploiteren, verandert de rol van Avri en Werkzaak. Dan trekken zij zich terug uit de coöperatie. Avri blijft zich dan richten op de inzameling van textiel en Werkzaak blijft zorgdragen voor de werving en plaatsing van medewerkers.

De resterende leningen worden dan terugbetaald door de coöperatie aan Avri en Werkzaak. Dat beperkt het financiële risico voor de oprichters. Het derde project is het verwerken van ingezameld plastic tot producten, in samenwerking met regionale partners. Outdoor Furniture

Nederland (OFN), Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) en ingenieursbureau Sweco hebben de eerste producten gemaakt uit het PDB-afval dat Avri inzamelt. Deze producten zijn gepresenteerd in het Pleintje van Morgen. Dat toont verschillende circulaire voorwerpen die in de openbare ruimte gebruikt kunnen worden, als bankjes, lantaarns en verkeersborden. Het Pleintje van Morgen is uit diverse afvalstromen geproduceerd, zoals pbd, textiel, hout en gft. Hiermee willen we laten zien dat we schone grondstoffen een mooi tweede leven kunnen geven. Om in deze fase van het project al duidelijk te laten zien wat we aan het doen zijn, willen we in elke gemeente in Rivierenland een Pleintje van Morgen realiseren.

Pagina 44 van 75

Resultaten In figuur 3 is een overzicht van alle resultaten van het programma GRIP van het afgelopen jaar. De financiële resultaten zijn dus ook de specifieke resultaten van de acties onder GRIP.

Figuur 3: Resultaten programma GRIP 11.5

Beleidsindicatoren

Conform de verplichting in de wet Gemeenschappelijke regelingen biedt tabel 27 inzicht in de beleidsindicatoren. Deze cijfers geven inzicht in formatie, bezetting, externe inhuur, overhead en ziekteverzuim en dragen bij aan de vergelijkbaarheid van gemeenten. Beleidsindicatoren

31-12-2021

Formatie

235

- man

184

- vrouw

38

Bezetting

222

Externe inhuur % t.o.v. salariskosten

26,7%

Overhead %

12,9%

Ziekteverzuim %

6,4%

Tabel 27: Beleidsindicatoren

Pagina 45 van 75

12

VERBONDEN PARTIJEN

12.1 Inleiding Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Het kan ook gaan om andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. 12.2

Verbonden partijen Avri

Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling

Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren en dat de opbrengsten ten goede kunnen komen van de afvalstoffenheffing. Geen.

Programma Basispakket Niet van toepassing

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2020 € 2.177.000 € 8.978.000 € 179.000

31 december 2021 €.2.339.800 € 8.288.000 € 163.000

Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting Na goedkeuring van de aandeelhouders is in 2021 (over boekjaar 2020) € 250.000,- uitgekeerd. De huurovereenkomst met de Grondbankcombinatie is verlengd tot 30 juni 2024. Met Reterra (groencompostering) is de huurovereenkomst verlengd tot 30 juni 2022 in verband met een heroriëntatie van Reterra / Remondis. In 2021 zijn er geen concrete ontwikkelingen te melden waarvoor het nog in te richten (braakliggende) terrein nodig is. Vanuit beheer en beveiliging is langs de Betuweroute een nieuwe watergang gegraven en zijn extra hekken geplaatst. Bureau Waardenburg heeft een advies uitgebracht over het maaibeheer, om de biodiversiteit te stimuleren. Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri

Pagina 46 van 75

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V.

Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen.

Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst.

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2020 € 436.000 € 7.398.000 € 162.000

31 december 2021 € 563.000 € 8.655.000 € 1127.000

Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 gerealiseerd en sindsdien in gebruik. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert tevens als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. In 2021 zijn vijfjarige contracten afgesloten inzake assetmanagement en beheer & onderhoud. Ook is op verzoek van de raad van commissarissen door een deskundig bureau een waardebepaling opgesteld voor het zonnepark van Avri (Avri Solar B.V.). Besloten is om vooralsnog zelf het park te blijven exploiteren, mede door de hoge energieprijzen in 2021. Het park biedt concrete mogelijkheden voor de energietransitie, die in lijn liggen met de strategie van GR Avri.

Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Openbaar belang Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Tevens verzorgt BSR de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Bestuurlijk belang Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het AB BSR. Omvang belang Avri Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Algemeen Bestuur. Taak / doelstelling Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang Geen. gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket Deelnemende partijen BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede en IJsselstein. Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage van Avri in de BSR begroting 2021 bedraagt € 482.000.

begrotingsjaar Vermogen en resultaat 31 december 2020 31 december 2021 verbonden partij Bestemmingsreserves € 349.000 € 339.000 Voorzieningen € 641.000 € 606.000 Overige passiva € 6.595.000 € .7.165.000

Pagina 47 van 75

Exploitatieresultaat - € 122.000 - € 61.000 Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. In 2020 zorgden wettelijke ontwikkelingen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van hogere personeelskosten door cao-indexering, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen en wordt er geïnvesteerd in standaardisatie.

Pagina 48 van 75

JAARREKENING

Pagina 49 van 75

13

OVERZICHT BATEN EN LASTEN

13.1

Inleiding

Tabel 28 toont het totaaloverzicht van de baten en lasten van de programma's. BATEN EN LASTEN AVRI 2021 b edragen x € 1.000 Lasten Programma Basispakket

begroting 2021

berap 2021

jaarrek 2021

verschil voordeel/ jaarrek-berap nadeel

jaarrek 2020

31.115

31.805

31.268

-537 V

30.132

waarvan directe kosten Basispakket

26.910

27.594

26.995

-599 V

26.248

waarvan overhead Basispakket

4.205

4.205

4.269

64 N

3.882

waarvan vennootschapsbelasting Basispakket

0

6

4

-2 V

2

14.190

14.604

14.583

13.191

waarvan directe kosten Pluspakket

11.861

12.585

12.576

waarvan overhead Pluspakket

2.329

2.016

2.014

waarvan vennootschapsbelasting Pluspakket

0

3

-3

2.052

2.097

2.168

waarvan directe kosten Bedrijfsafval

1.765

1.788

1.787

waarvan overhead Bedrijfsafval

274

274

274

waarvan vennootschapsbelasting Bedrijfsafval

13

35

107

Programma Algemene Baten en Lasten Totaal lasten programma's

105 47.462

-138 48.368

-506 47.513

-21 V -9 V -2 V -6 V 71 N -1 V 0 72 N -368 V -855 V

Baten Programma Basispakket Programma Pluspakket Programma Bedrijfsafval Totaal baten programma's

32.115 14.200 2.106 48.421

32.805 14.253 2.281 49.339

34.428 14.547 2.587 51.562

1.623 V 294 V 306 V 2.223 V

28.482 13.204 2.261 43.947

959

971

4.049

3.078 V

-1.817

0

0

0

0 V

1.220

959

971

4.049

3.078 V

-597

50 1.050

50 1.050

50 3.210

0 2.160

430 0

Programma Pluspakket Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

0 10

149 0

57 20

-92 20

6 19

Programma Bedrijfsafval Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

0 54

0 184

0 419

0 235

0 191

Programma Algemene Baten en Lasten Onttrekking uit reserves Storting naar reserves

105 0

0 138

53 559

53 421

371 0

0

-202

0

202

0

Programma Pluspakket

Programma Bedrijfsafval

Saldo baten en lasten Gemeentelijke bijdrage (o.b.v. bijdrageverordening) Resultaat voor bestemming Programma Basispakket Onttrekking uit reserves Storting naar voorziening basispakket

Resultaat na bestemming

11.418 1.769 4

2.070 1.769 261 40

371 45.764

Tabel 28: Totaaloverzicht baten en lasten De afwijkingen op reservemutaties zijn onderstaand per programma uiteengezet. • Programma Basispakket: er is € 2.160.000 meer gedoteerd (dan begroot) aan de voorziening basispakket als gevolg van het exploitatieresultaat programma basispakket. In totaal is € 3.210.000,- gedoteerd, dit is inclusief de in de begroting opgenomen dotatie van de risico-opslag van € 1.050.000,-.

Pagina 50 van 75

• • •

13.2

Programma Pluspakket: er is minder uit de reserves onttrokken t.b.v. de dekking van de nabetaling ORT. Daarnaast is € 48.000 onttrokken uit de reserve frictiekosten Neerijnen ter dekking van de ORT-lasten (conform besluitvorming bestuursrapportage). Programma Bedrijfsafval: het saldo van baten en lasten komt uit op € 419.000. Dit wijkt € 235.000 af van de bestuursrapportage 2021. Dit voordeel is toegelicht bij het programma Bedrijfsafval. Programma Algemene baten en lasten: de onttrekking van € 53.000 betreft de begrote onttrekking aan de reserve frictiekosten Neerijnen, ten behoeve van de frictiekosten ontvlechting Neerijnen. Het resultaat op dit programma is toegelicht bij het programma Algemene baten en lasten en toegevoegd aan de algemene bedrijfsreserve.

Incidentele baten en lasten

In lijn met de BBV notitie 'Incidentele en structurele baten en lasten' worden in de jaarrekening de grootste incidentele baten en lasten per programma uitgewerkt. De inzet van reserves en voorzieningen (incidentele middelen) zijn uitgewerkt in de toelichting op de balans. Incidentele baten en lasten b edragen x € 1.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11534960/1