CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3.1. Zienswijzen Nederhemert, Kapelstraat De Meander zonder NAW

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat, De Meander11.097 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zienswijze 1

Aan de gemeenteraad van Zaltbommel Postbus 10002 5300 DA Zaltbommel info@zaltbommel.nl 's-Hertogenbosch, 19 april 2021 Betreft:

Zienswijze ontwerp-bestemmingsplan “Nederhemert, Kapelstraat De Meander” NL.IMRO.0297.NHNBP20200002-OW01

Belanghebbende:

Geachte heer, mevrouw, Namens , eigenaar van Kwekerij , Lenshoek ong. te Wellseind, wil ik hierbij onze zienswijze uiteenzetten op het voornoemde ontwerp-bestemmingsplan. In onze eerdere zienswijze op het voorontwerp-bestemmingsplan, hadden we het College gewezen op de dichte nabijheid van de gevoelige functie “wonen” en dat een onderzoek naar de noodzakelijke spuitactiviteiten van de kwekerij ontbrak. Ons standpunt was dan ook, dat deze inventarisatie eerst gedaan had moeten worden, voordat dit soort gevoelige functies op deze manier geprojecteerd had mogen worden. Het spreekt voor zich dat er sprake zou moeten zijn van een ruime afstand tot de perceelsgrens van de kwekerij. Ons standpunt was voor het College de aanleiding om in het ontwerpplan de milieuparagraaf aan te passen en dit te onderbouwen met een aanvullend onderzoek. Wij vinden wij dit ontoereikend om de volgende redenen: – Het in de inspraaknota vermelde gebruik van het perceel voor bloementeelt is niet mogelijk maar feitelijk. – Uit het aanvullende onderzoek met de EFSR -berekeningsmethode blijkt, dat slechts met 0,5 meter wordt voldaan aan de minimaal vereiste afstand tot de perceelsgrens. – Deze nauwe marge is blijkbaar geen reden om de afstand tot de woonfunctie alsnog te vergroten.

– Het is praktisch onmogelijk om een second opinion in te winnen want het is ons niet gelukt om een expert te vinden, die de EFSR- berekeningsmethode kan uitvoeren. Deze oncontroleerbare en onnavolgbare werkwijze ontneemt ons de mogelijkheid om eventuele fouten te kunnen ontdekken. Bij deze kleine marge vinden wij het erg belangrijk dat die mogelijkheid er is. – Het is onjuist dat het College in het aanvullende onderzoek de bevestiging ziet, dat spuitzones geen belemmeringen vormen voor het plan (pag.64). Wij zien nl. nog steeds het risico, dat in de toekomst een situatie zal ontstaan met onbegrip en conflict tussen de teeltactiviteiten en de nieuwe buurtbewoners. Vanwege het feit, dat een niet verifieerbare onderzoeksuitslag nipt voldoet aan de normen, verzoeken wij om vergroting van de afstand met 4,5 meter tussen de woonfunctie en de perceelsgrens. Indien het College bereid en in staat is om de juistheid van deze EFSR-berekening aan te tonen met tweede EFSR-berekening, uitgevoerd door een gezamenlijk aan te wijzen, onafhankelijke expert, zouden wij met dit ontwerp bestemmingsplan kunnen instemmen. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uw reactie met grote belangstelling tegemoet. Hoogachtend,

Zienswijze 2

adviesbureau voor ruimtelijke ordening

2 1 APR 2021 Gemeenteraad van Zaltbommel

Zaaknr. ■ Documentn:.

Postbus 10.002 5300 DA Zaltbommel

Datum: 20 april 2021

Bijlage(n): inspraakreactie d.d. 6 oktober 2020

Betreft: Pro forma zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat De Meander

Geachte raadsleden, Met ingang van 11 maart 2021 heeft uw college het ontwerp-bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander’ gedurende zes weken (tot en met 21 april 2021) ter inzage gelegd met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Namens mijn cliënten; • Zienswijze 1

dien ik hierbij pro forma zienswijzen in tegen dit ontwerp-bestemmingsplan, tegen het hogere grenswaardebesluit en tegen het ontwerp-beeldkwaliteitsplan. De eerder ingediende inspraakreactie welke ik op 6 oktober 2020 heb ingediend, kunt u als zienswijzen beschouwen (zie bijlage). Aanvullende zienswijzen daarop zijn het aantal te bouwen woningen (te veel voor Nederhemert) en het niet voldoen aan de vereiste voor een vormvrije MER beoordeling. Ik verzoek u om mij een termijn van twee weken te geven om de zienswijzen nader te motiveren. Hoogachtend, Dunaro

D.J.L.J. van Dun

1/1 E: info@dunaro.nl I: www.dunaro.nl 5681 BK Best 1:06- 57 17 83 07 IBAN: NL56 RABO 0148089917 BTW-id: NL001686924B03 KvK nr: 17237061 Boslaan 3

D U N A R o adviesbureau voor ruimtelijke ordening

Gemeenteraad van Zaltbommel

BveBAfd./d^te^p

Postbus 10.002 5300 DA Zaltbommel

1 8 APR 2021 Zaaknr ' Oorc' iertn;

Datum: 24 april 2021 Betreft: nadere motivering zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat De Meander

Geachte raadsleden, Met ingang van 11 maart 2021 heeft uw college het ontwerp-bestemmingsplan ‘Nederhemert, Kapelstraat De Meander’ gedurende zes weken (tot en met 21 april 2021) ter inzage gelegd met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Op 20 april 2021 heb ik namens de bewoners Maasdijk-Kapelstraat pro forma zienswijzen ingediend en heb daarbij verzocht om mij een termijn van twee weken te geven om de zienswijzen nader te motiveren. Bijgaand treft u deze nadere motivering aan. Namens mijn cliënten: •

allen te noemen ‘bewoners Maasdijk - Kapelstraat’, dien ik hierbij een nadere motivering van de zienswijzen in tegen dit ontwerp-bestemmingsplan, tegen het hogere grenswaardebesluit en tegen het ontwerp-beeldkwaliteitsplan.

1/26 Boslaan 3 5681 BK Best 1:06- 57 17 83 07 E: info@dunaro.nl I: www.dunaro.nl KvK nr; 17237061 BTW-id: NL001686924B03 IBAN: NL56 RABO 0148089917

1. Enorme toename aantal woningen in relatie tot kleine kern In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat de bewoners aan Maasdijk-Kapelstraat zijn geschrokken van de omvang van het plan. Een toename van 120 woningen (met circa 380 bewoners) heeft een enorme impact op een kleine kern als Nederhemert met 1.730 inwoners. Dat betekent een kwart nieuwe bewoners. a. We vragen ons af wat dit voor gevolgen heeft voor de identiteit van het dorp, voelen de mensen zich nog thuis? Als reactie op de ingediende inspraakreactie wordt aangegeven dat de uitstraling van het plan zoveel mogelijk passend is bij het karakter van Nederhemert. Gesproken wordt over groenstructuur, wandelroutes en ruimte voor spelen. Daarmee zou het woningbouwplan een aanwinst voor het dorp zijn en een positieve invloed hebben op het dorp en zijn bewoners. Er is al voldoende groen, wandelroutes en ruimte voor te spelen. Waaruit blijkt dat daar behoefte aan zou zijn? Het dorp is omringd door buitengebied, met volop mogelijkheden voor wandelen en spelen in het groen. Bovendien wordt niet ingegaan op de reactie die we ingediend hebben, namelijk wat deze enorme uitbreiding doet met de bestaande bewoners. Mensen kiezen er bewust voor om in een klein dorp te gaan wonen, veelal vanwege de sociale cohesie. Mensen kennen elkaar en gaan op een prettige manier met elkaar om.

Er is saamhorigheid en mensen voelen zicht thuis en hebben veel contact met buurtbewoners. Nu wordt er een stadse nieuwbouwwijk (gezien de grootte, hoogte en dichtheid van bebouwing) vastgeplakt aan een bestaand klein oud dorp, waarmee de bevolking met een kwart toeneemt. Niet is onderzocht wat de sociale effecten hiervan zijn op het bestaande dorp en zijn bewoners. b. We hebben in de inspraakreactie gevraagd of de voorzieningen in het dorp toereikend voor deze bevolkingstoename? Gedacht wordt aan de basisschool, huisarts, brandweer, kerk, begraafplaats, supermarkt en andere winkels en voorzieningen. En indien blijkt dat deze voorzieningen niet toereikend zijn, kunnen deze dan ter plaatse nog wel uitbreiden? Het college geeft als reactie hierop aan dat de gemeente alleen verantwoordelijk is voor de school, brandweer en begraafplaats en dat die voorzieningen de groei aan kunnen. Waaruit blijkt dit? Dit is niet onderzocht. Daarnaast is het te kort door de bocht door te stellen dat het college niet verantwoordelijk is voor de andere genoemde functies. Wellicht niet letterlijk, maar dergelijke functies dienen wel mogelijk gemaakt te worden. Zowel qua ruimte als planologisch. c. In de inspraakreactie hebben we gevraagd of de technische voorzieningen in het dorp toereikend zijn voor een hele nieuwe woonwijk.

Kan het hoofdrioleringsstelsel een dergelijke toename wel aan of lopen straks alle straten onder water bij een hevige regenval (ondanks een gescheiden rioleringsstelsel van het nieuwe woongebied). Door het college wordt gesteld dat de bestaande riolering het afvalwater van deze 120 woningen gaat ontvangen, wat slechts een kleine toename is. Waaruit blijkt dat de bestaande riolering dit aan kan. Dit is niet onderzocht.

2/26

d. Regenwater wordt volgens het college lokaal afgevoerd. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt een waterhuishoudkundig plan aangeleverd. We verzoeken om dit niet uit te stellen en om dit nu te onderzoeken. De bestaande woningen liggen met hun tuin of met tuin en woning immers lager dan het woningbouwplan na verhoging. Hierdoor wordt wateroverlast gevreesd. De gronden zijn nu al nat. Daarnaast komen de tuinen dadelijk in een kom te liggen. Aan de ene kant door de opgehoogde gronden van het woningbouwproject, aan de andere kant door de dijk. Aangezien water altijd naar het laagste punt loopt, vrezen bewoners voor een ernstige mate van wateroverlast. Er dient dan ook al in het kader van het bestemmingsplan inzichtelijk gemaakt te worden wat hiervan de gevolgen zijn. e. We hebben in de inspraakreactie gevraagd of de ontsluitingswegen deze toename van woningen wel aan kan, of lopen in de ochtend- en avondspits de toegangswegen naar het dorp en de hoofdwegen in het dorp vast? Kunnen voetgangers en fietsers nog wel veilig over straat bij een dergelijke grote toename aan autoverkeer, gezien de smalle straatjes zonder voet- en fietspaden? Hierop wordt slechts geantwoord dat de toename wordt gezien als goed passend binnen een verblijfsgebied (30 km/u). Wat is goed passend? Dit is niet onderzocht.

En hoezo verblijfsgebied? Het is nu nog 50 km/u en de gedachte is om hier mogelijk 30 km/u van te maken. Dat staat nog niet vast en is nog niet zeker. Verder hebben we zorgen geuit over de smalle straatjes (Kapelstraat en Maasdijk) waar voetgangers en fietsers gebruik maken van de rijbaan. Dit klemt temeer gezien de toename van vrachtverkeer. De komende 10 jaar vindt er, behalve een toename van autoverkeer, tevens vrachtverkeer van het transportbedrijf én vrachtverkeer voor de bouw van de woonwijk plaats. Verzocht wordt om óf niet te ontsluiten aan de Kapelstraat óf gelijk met de vaststelling van het bestemmingsplan een plan uitgewerkt te hebben voor herinrichting van de Kapelstraat waardoor langzaam verkeer veilig gebruik kan maken van de Kapelstraat. Nu niets doen is de kop in het zand steken en wachten tot er ongelukken gebeuren. f. We hebben in de inspraakreactie gevraagd of het stroomnet een dergelijke toename van de vraag wel aan. Het college geeft aan dat de huizen voorzien worden van zonnepanelen. Er wordt in de toekomst meer elektrisch gereden en de woningen dienen gasloos gebouwd te worden. Hierdoor neemt het stroomverbruik fors toe. Liander zou een leveringsplicht hebben en zal worden betrokken bij de plannen zodra deze concreet genoeg zijn. Voor het bestemmingsplan zou dit geen enkele belemmering zijn.

Wel moeten er misschien nieuwe kabels gelegd worden, aldus het college. Alleen al het gebruik van zonnepanelen op 120 woningen heeft een enorme impact op de capaciteit van het stroomnet. Liander wordt er nog bij betrokken.... Er moeten misschien nieuwe kabels gelegd worden Dit is Trial and error, met als gevolg dat de bestaande bewoners van Nederhemert een overbelast stroomnet kunnen krijgen, waar niet goed over nagedacht is. Liander geeft zelf aan dat het verstandig is om in een zo vroeg mogelijk stadium contact op te nemen omdat in bepaalde gebieden er niet voldoende capaciteit beschikbaar is in het elektriciteitsnet om extra zonne-energie terug te leveren.

3/26

Hierdoor kan een tijdelijke (gedeeltelijke)transportbeperking worden opgelegd voor bestaande en nieuwe aansluitingen die meer duurzame energie willen opwekken. Een transportbeperking houdt in dat een klant wel een aansluiting heeft, maar dat het tijdelijk niet mogelijk is om de volledige capaciteit van de aansluiting te gebruiken. De nieuwbouwwoningen zullen hierdoor beperkt worden in de teruglevering van stroom. Bovendien worden bestaande aansluitingen in Nederhemert met zonnepanelen hierdoor benadeeld. Ook deze kunnen worden beperkt in de teruglevering van stroom. Het is dus te kort door de bocht en niet onderbouwd door deze zorgen weg te schrijven met ‘dat dit geen enkele belemmering zou zijn’, zonder onderzoek en zonder overleg met Liander. 2. Aantal woningen In de inspraakreactie hebben we vragen gesteld over het aantal van 120 te bouwen woningen en waarom die nodig zijn in een kleine kern als Nederhemert. We hebben gevraagd waarom dit aantal niet wordt verspreid over andere kernen en of dit betekent dat er in andere kernen nu geen of nauwelijks meer woningen gebouwd kunnen worden. Daarnaast hebben we gevraagd of dit betekent dat andere woningbouwinitiatieven in Nederhemert nu de komende jaren van de baan zijn. Zo hebben we verwezen naar een initiatief voor eco-woningen wat nu niet door kan gaan vanwege dit grote woningbouwplan.

We vragen ons af of Nederhemert nu het komende decennium overgeleverd is aan één ontwikkelaar. In de toelichting is aangegeven dat de gemeente bij de vaststelling van het Programma van Eisen bepaald heeft dat, gelet op de omvang, dit plan voorgaat op andere plannen in Nederhemert en dat andere plannen in Nederhemert hier in programma en tijd op worden afgestemd. We hebben in de inspraakreactie gevraagd om aan te geven welke ruimtelijke afweging hieraan ten grondslag ligt. Het college verwijst naar het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018, waarin aangegeven is dat er in de kern Nederhemert een basisbehoefte is van 80 woningen en in een groeiscenario 130 woningen. Aangegeven is dat het plan niet in een paar jaar wordt gerealiseerd, maar een looptijd zal hebben van 10 - 14 jaar. Het plan wordt opgenomen in het woningbouwprogramma 2020-2030 en misschien nog een overloop hebben in het woningbouwprogramma 2025-2035. In het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018 is aangegeven dat voor de grootste kernen (Zaltbommel, Kerkdriel en Hedel) een groeiscenario waarschijnlijker is dan een basisscenario. Ook voorde kernen Velddriel, Ammerzoden, Rossum, Gameren en Bruchem is een groeiscenario waarschijnlijker dan een basisscenario. In de overige kernen (waaronder Nederhemert) is een basisscenario het meest waarschijnlijk.

Er is geen aanleiding om in het bestemmingsplan uit te gaan van een groeiscenario. Weliswaar wordt in het woningbehoefteonderzoek aangegeven dat de kwantitatieve woningbehoefte als de kwalitatieve woningbehoefte per kern als indicatief beschouwd moet worden, echter dit neemt niet weg dat in het bestemmingsplan onderbouwd moet worden waarom in Nederhemert uitgegaan wordt van een groeiscenario.

4/26

In de toelichting van het bestemmingsplan wordt in paragraaf 2.2.5 ingegaan op het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018. • Aangegeven wordt dat starters, arbeidsmigranten en statushouders voor een toenemende vraag zorgen. Blijkens het woningbehoefteonderzoek zorgen juist ouderen (ouder dan 75 jaar) voor de belangrijkste vraag (35 van de 80 woningen), gevolgd door de groep 55-75 jaar (30 van de 80 woningen). Dat zijn dus geen starters, arbeidsmigranten en statushouders. • Aangegeven wordt dat de vraag zich sterk richt op koopwoningen, in eerste instantie in de klassen tussen € 170.000 en € 250.000, maar ook in de klassen boven € 350.000. Blijkens het woningbehoefteonderzoek richt de vraag zich met name op de categorie € 250.000-€ 350.000. • Aangegeven wordt dat het aantal oudere huishoudens de komende jaren toeneemt, maar dat er ook nog een groei van het aantal jonge 1 +2 persoonshuishoudens en gezinnen te venwachten is. Blijkens het woningbehoefteonderzoek is de ven/vachte huishoudensgroei van ouderen (55-75 jaar en >75 jaar) 65 van de 80 woningen en jonge 1 +2 persoonshuishoudens slechts 5 op de 80 woningen. In de toelichting wordt niet aangegeven waarom er in sterke mate wordt afgeweken van het Woning Behoefte Onderzoek Bommeierwaard 2018.

We vragen ons af of het stedenbouwkundig ontwerp en de daarvan afgeleide verbeelding gebaseerd zijn op hetgeen in de toelichting is opgenomen over de te bouwen woningen. Zo ja, dan is het stedenbouwkundig ontwerp en verbeelding in strijd met het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018.

Hoeveel woningen zijn er momenteel moqeliik in de vigerende bestemmingsplannen? In bestemmingsplan Nederhemert zijn in de bestemming Woondoeleinden onder meer aaneengebouwde woningen en appartementsgebouwen toegestaan. Daarbij is geen maximum aantal woningen vastgelegd. Hierdoor is het mogelijk om bijvoorbeeld een rij van 5 woningen te vervangen door een rij van 6 woningen. In het plan komen 16 blokken met rijwoningen voor, waardoor er in ieder geval 16 woningen toegevoegd kunnen worden. Dit is rechtstreeks toegestaan. In het bestemmingsplan Nederhemert, De Ormelinq 2011 (gebied zie hieronder) zijn bestemmingsvlakken Woongebied opgenomen. Op de twee meest zuidwestelijk gelegen bestemmingsvlakken zijn 8 resp. 4 woningen toegestaan. Er zijn er slechts 2 resp. 3 woningen gebouwd. Daarnaast is in de Nieuwstraat de mogelijkheid opgenomen voor de bouw van 1 vrijstaande woning in de bestemming Wonen en aan de Molendwarsstraat is eveneens de mogelijkheid opgenomen voor de bouw van 1 woning. Verder zijn er in de bestemming Maatschappelijk (gezondheidscentrum Van den Dool) woningen toegestaan op de verdieping (appartementen), zonder dat er een maximum is opgenomen. Er is momenteel 1 woning op de verdieping gelegen.

Gezien het bouwvlak van circa 1520 m2 en een maximale goothoogte van 10 en bouwhoogte van 12 m zijn hier nog circa 30 woningen (in tweede en derde bouwlaag) respectievelijk 45 (tweede, derde en vierde bouwlaag) mogelijk.

5/26

Het bestemmingsplan biedt hierdoor nog de mogelijkheid om zeker 39 tot 54 woningen te bouwen. Bestemmingsplan Nederhemert-Het Boveneind biedt nog de mogelijkheid om 1 woning te bouwen. De bestemmingsplannen ‘Nederhemert’, ‘Nederhemert, De Ormeling’ en ‘Nederhemert-Het Boveneind’ bieden samen nog een woningbouwcapaciteit van minimaal 56 tot 71 woningen woningen. Behalve het plan De Meander zijn er nog meer plannen voor de kern Nederhemert op komst. Het college heeft aangegeven mee te willen werken aan een plan in het gebied gelegen tussen de Tuinstraat en de Maasdijk, het project De Maastuinen. Het betreft een project voor 27 appartementen. De ontwikkelaar wil in dat gebied daarnaast nog 10 appartementen, 5 vrijstaande woningen en 22 tweekappers realiseren. Het college heeft aangegeven dat deze 37 woningen moeten wachten totdat De Meander gerealiseerd is.

6/26

Met deze 83 tot 98 woningen dient het plan De Meander rekening te houden. In het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018 is aangegeven dat voor Nederhemert een basisscenario (behoefte 80 woningen) het meest waarschijnlijke is. Nu niet onderbouwd is waarom, in tegenstelling tot het Woning Behoefte Onderzoek Bommelenwaard 2018, in Nederhemert wordt uitgegaan van een groeiscenario dient uitgegaan te worden van de basisvariant en volstaan de vigerende bestemmingsplannen met hun bouwmogelijkheden voor woningbouw. Er hoeft dan ook geen nieuw woningbouwplan ontwikkeld te worden om aan de behoefte voortvloeiend uit het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018 te kunnen voldoen. Het onderhavige bestemmingsplan komt dan ook niet voor vaststelling in aanmerking. Alleen indien uitgegaan wordt van een groeiscenario (max 130 woningen), kunnen in het plan De Meander maximaal 32 tot 47 woningen worden gerealiseerd. Er zijn 40 woningen voorzien op het voormalige terrein van Vos, op het gedeelte wat nu bebouwd is. Dat zou net passen in een groeiscenario voor de kern Nederhemert. 3. Transportbedrijf blijft bestaan en woningen worden gebouwd In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat op korte afstand van de woningen van bewoners Maasdijk - Kapelstraat een transportbedrijf is gelegen. In het verleden was hier transportbedrijf Vos gesitueerd.

Deze is verplaatst, echter ter plaatse wordt nog steeds een transportbedrijf uitgeoefend. Dat gebeurt door Oomen Transport BV, maar ook nog steeds door Vos Transport. Wat is de kern Nederhemert opgeschoten met zo’n verplaatsing? Met de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan komt deze activiteit onder het overgangsrecht te vallen. Volgens de VNG brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ valt een transportbedrijf (zonder schoonmaken tanks) met een bedrijfsvloeroppervlak meer van 1.000 m^ onder categorie 3.2. De aan te houden afstand tot woningen bedraagt 100 meter. De situatie kan nu ontstaan dat er op agrarische grond woningen worden gebouwd en het bedrijf zijn activiteiten blijft voortzetten. Dat is; 1. in strijd met het doel van het plan; 2. in strijd met een goed woon- en leefklimaat. Voor bewoners Maasdijk Kapelstraat ontstaat er een toename van verkeer door jarenlang bouwverkeer, door de gerealiseerde woningen én er blijft overlast bestaan door het vrachtverkeer van het transportbedrijf; 3. in strijd met een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners in het gebied. Op kortere afstand dan de voorgeschreven 100 meter blijft er (voorlopig) een transportbedrijf (en andere bedrijvigheid) bestaan. Er is niet onderbouwd hoe hier een goed woon- en leefklimaat kan bestaan. In de reactie op onze inspraakreactie wordt uitsluitend ingegaan op punt 3.

Punten 1 en 2 worden bij deze dan ook herhaald en als zienswijze ingediend. Wat betreft punt 3 wordt aangegeven dat berekeningen zijn uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege het transportbedrijf op basis van de maximale planologische invulling. Uit de berekeningen zou blijken dat alle woningen binnen fase 1 aan de Lar,LT-richtwaarde van 45 tot 50 dB(A) voor een rustig woongebied zouden voldoen. Slechts bij 2 woningen zou een

7/26

geluidbelasting berekend zijn van meer dan 55 dB(A), waarbij het plan is aangepast en deze woningen opgenomen worden in fase 2. Het rapport waaruit dit blijkt is niet als bijlage bij de toelichting opgenomen. Ook in de toelichting in de paragraaf Milieuzonering ontbreekt een onderbouwing hiervoor. Sterker nog, er wordt met geen woord over gerept. Voor de aan te houden afstand tussen transportbedrijf en woningen is de meest bepalende factor 'geluid’. In dit geval schrijft de VNG in ‘Bedrijven en milieuzonering’ een aan te houden afstand van 100 meter voor. Aangegeven wordt dat de Omgevingsdienst Rivierenland in haar berekening is uitgegaan van de maximale planologische invulling. Er wordt dus uitgegaan van een willekeurig transportbedrijf. Indien wordt uitgegaan van een maximale planologische invulling en een willekeurig transportbedrijf, is onduidelijk waarom de geluidscontour niet de uiterste bestemmingsgrens volgt (zie afbeeldingen hieronder). Nu de berekeningen geen onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan, is dit onvoldoende onderbouwd.

In paragraaf 4.8 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is aangegeven dat tijdens de bouwfase 1 de bedrijfsbebouwing in fase 2 nog wordt gebruikt, echter zodanig beperkt dat de milieuzonering wordt gerespecteerd. Verder is aangegeven dat er maatwerkvoorschriften voor geluid zullen worden opgenomen ter meerdere zekerheid. Graag krijgen we inzicht in deze maatwerkvoorschriften.

8/26

4. Ladder voor duurzame verstedelijking In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat in de toelichting aangegeven wordt dat het vanuit een duurzaam ruimtegebruik zeer wenselijk is om gebruik te maken van inbreidingslocaties en/of herstructureringslocaties. Verder is aangegeven dat om het plan financieel mogelijk te maken, er ook tot uitbreiding overgegaan dient te worden. Dit is niet nader onderbouwd. Gevraagd wordt om inzichtelijk te maken waarom niet volstaan kan worden met herstructurering en waarom er dus ook tot uitbreiding overgegaan moet worden. In de inspraaknota is geen reactie gegeven op deze inspraakreactie, waardoor we deze inspraakreactie nu als zienswijze indienen. Daarbij is met name van belang dat volgens de ladder eerst beoordeeld moet worden of de ontwikkeling gerealiseerd kan worden door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Daar is weliswaar naar gekeken, maar pas in tweede instantie, als fase 2. Gezien artikel 3.1.6 Bro dient eerst de locatie voor herstructurering of transformatie benut te worden alvorens buiten de bestaande kern gebouwd kan worden. 5. Fasering We zijn in de inspraakreactie ingegaan op de fasering van het plan. Er is een fasering in het plan aangebracht door middel van drie fasen. Als eerste wordt gebouwd op de agrarische gronden ten oosten van de bebouwde kom (fase 1).

De bedrijfslocatie (fase 2) wordt pas omstreeks 2027 ontwikkeld. In fase 3 (12 woningen) wordt via een wijzigingsbevoegdheid woningbouw mogelijk gemaakt. De keuze om eerst woningen in het buitengebied te bouwen en pas later de inbreidingslocatie te benutten is op zijn zachtst gezegd vreemd en wordt ingegeven vanuit financieel oogpunt. In de toelichting staat dat er eerst nog opbrengsten gegenereerd moeten worden tot omstreeks 2027. Het risico bestaat dat de woningen op de agrarische gronden worden gebouwd en de bedrijfslocatie nog lange tijd in stand blijft. Hier zijn de gemeenschap van Nederhemert en in het bijzonder de bewoners Maasdijk - Kapelstraat niet mee geholpen. Het zou een rood voor rood ontwikkeling moeten zijn. Dus het milieubelastend bedrijf gaat weg en er komen woningen voor in de plaats. Nu is het (in ieder geval in eerste instantie) een rood voor groen ontwikkeling. Dus agrarische grond wordt opgeofferd voor woningbouw. Dat zou pas in laatste instantie, als er geen andere mogelijkheden meer zijn, moeten gebeuren. Als reactie hierop wordt door de gemeente aangegeven dat er in de overeenkomst afspraken zijn gemaakt dat voor 31 december 2027 alle bedrijfsactiviteiten beëindigd zouden moeten zijn en dat opstallen gesloopt zouden moeten zijn voor 1 maart 2028. Dit betreft echter een privaatrechtelijke overeenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente.

Deze kan ten aller tijden gewijzigd worden. Het biedt voor omwonenden onvoldoende zekerheid. Gevraagd wordt om dit hard in de regels van het bestemmingsplan vast te leggen. Daarnaast is het zo dat louter om financiële redenen eerst woningen buiten de kern worden gerealiseerd en pas later de herstructurering in de kern plaats vindt. Dit is allereerst niet in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd en dus niet door ons na te gaan.

9/26

Daarnaast wordt opgemerkt dat vooralsnog op de locatie Vos geen woningen mogen worden gebouwd, omdat dit zo tussen ontwikkelaar en gemeente is afgesproken louter vanwege financiële redenen. Dit is geen ruimtelijk relevante reden. Het bestemmingsplan is op dit punt dan ook niet onderbouwd. 6. Landschapsplan Bommelerwaard In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat een van de beleidsuitgangspunten van het landschapsplan het behoud en terugbrengen van doorzichten is vanaf de oeverwallen naar kerngebieden en uiterwaarden. Dit staat haaks op het toestaan van een appartementencomplex op de oeverwal. Hierdoor verdwijnt er juist een doorzicht vanaf de oevenwal naar het kerngebied. Als reactie hierop is aangegeven dat het plan een doorkijk geeft naar de achterliggende komgronden, langs het appartementencomplex. Aan beide zijden van het appartementencomplex zou een open ruimte van 15 meter komen dat uitzicht biedt op de groenstructuur. Gesteld wordt dat het zicht niet verdwijnt, omdat het zicht er nooit is geweest en er momenteel loodsen in het plangebied staan die het zicht op de komgronden wegnemen. Het appartementencomplex krijgt met een breedte van circa 18 meter en (met toepassing van de 10% afwijkingsmogelijkheid van maten) een hoogte van maximaal 12,10 meter, waardoor een complex van 4 bouwlagen kan ontstaan.

De huidige bedrijfsbebouwing van het Vosterrein mag maximaal 6 m hoog zijn. De bouwhoogte mag dadelijk 12,10 m hoog worden en wordt dus verdubbeld! Hoezo ontstaat er dan meer openheid? Natuurlijk zullen er in beperkte mate ‘doorzichtjes’ zijn. Feit blijft dat het doorzicht door het appartementencomplex voor het overgrote deel wordt afgeblokt en veel hoger mag worden dan de loodsen die nu verderop het terrein staan. Er kan niet anders geconcludeerd worden dat het appartementencomplex haaks staat op het ‘behoud en terugbrengen van doorzichten vanaf de oeverwallen’ en hiermee dus in strijd is. Visueel wordt dit nog versterkt door het grote blok bebouwing met rug-aan-rug woningen dat er kort achter is getekend. 7. Verkeersbewegingen en verkeersveiligheid Kapelstraat In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de verkeerssituatie van de Kapelstraat. In de toelichting wordt aangegeven dat er van wordt uitgegaan dat de te realiseren woningen op een werkdag 1.065 verkeersbewegingen veroorzaken. Verder is aangegeven dat het huidige aantal autobeweringen op de Kapelstraat in totaal 1.469 bewegingen per etmaal bedraagt op een werkdag. Dit is een toename van 72% van verkeer op de Kapelstraat. Weliswaar wordt gesteld dat dit past binnen een verblijfsgebied, doch het karakter van de straat en het gebied zal door een toename van 72% enorm veranderen en heeft grote gevolgen voor de aanwonenden.

De Kapelstraat is een smal weggetje van minder dan 5 m breed zonder apart voet- en fietspad, waar regelmatig ook nog eens auto’s langs geparkeerd staan en ook vrachtverkeer gebruik van maakt. Niet is onderzocht wat deze enorme toename aan autoverkeer voor effect heeft op de veiligheid van voetgangers en

10/26

fietsers. Dit speelt temeer nu door het nieuwe woongebied er ook een behoorlijke toename aan fietsers en voetgangers te verwachten is. Het simpel verlagen van de maximale snelheid naar 30 km/u en het aanleggen van enkele plateaus, zo hier al sprake van zal zijn, is volstrekt onvoldoende. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de toename als goed passend binnen een verblijfsgebied wordt gezien en dat bij de uitwerking van de plannen om de Kapelstraat af te waarderen naar 30 km/u bekeken wordt welke en hoeveel maatregelen nodig zijn. Verwezen wordt naar bijlage 7 van de regels. In de ‘Memo verkeerskundige onderbouwing 'de Meander’, Nederhemert (bijlage 7)’ is aangegeven dat op de twee punten waar De Meander aansluit op de Kapelstraat, er verkeersplateaus worden aangelegd en dat de Kapelstraat wordt gedowngrade naar verblijfsgebied met een maximumsnelheid van 30 km/u. Aangegeven is dat de Kapelstraat mogelijk 50 km/u blijft. In dat geval dient gewerkt te worden met uitritconstructies. De inrichting van de Kapelstraat blijft ongewijzigd. Het zou logischer zijn om eerst de Kapelstraat her in te richten en pas daarna met het realiseren van het nieuwe woongebied te starten.

In het rapport waar naar wordt verwezen wordt niet ingegaan op de huidige inrichting van de Kapelstraat (smalle straat met langsparkeren, zonder apart voet- en fietspad en met vrachtverkeer) en ook niet op de toekomstige situatie van de Kapelstraat waar nog zeker 10 jaar veel vrachtverkeer zal rijden vanwege bouwverkeer en de voortzetting van het transportbedrijf. De toelichting van het bestemmingsplan is op dit punt dan ook onvoldoende onderbouwd. 8. Verkeersbewegingen en verkeersveiligheid Maasdijk In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat uitsluitend is gekeken naar de effecten van de verkeerstoename op de Kapelstraat. Ook voor de omliggende wegen dient inzichtelijk gemaakt te worden wat de effecten zijn van de verkeerstoename. Verkeer dat naar de A2 gaat zal over de Maasdijk rijden. Ook dit is een smalle weg zonder vrijliggend fiets- en voetpad. De toename van verkeer zal ook hier leiden tot overlast en verminderde verkeersveiligheid. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat dit een probleem wordt. De verkeersintensiteiten nemen lokaal toe maar de verwachte aantallen zijn niet ongebruikelijk voor dergelijke wegen. Mogelijk dat de intensiteiten niet ongebruikelijk zijn. We vragen ons wel af waar mee wordt vergeleken.

De Maasdijk en Kapelstraat zijn smalle wegen zonder apart voet- en fietspad, met vrachtverkeer, waarbij de hoeveelheid vrachtverkeer toe gaat nemen. Het is dus niet zomaar een willekeurige doorsnee weg. De gemeente schrijft dit eenvoudig weg door te stellen dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat dit een probleem wordt. Dat is te kort door de bocht. Zonder gedegen plan van aanpak hoe de Maasdijk en Kapelstraat worden heringericht, zodat er nu en in de toekomstige situatie met bouwverkeer, veilig gebruik gemaakt van kan worden door kwetsbare verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers), is dit volstrekt onacceptabel en onvoldoende gemotiveerd. Bij een bestemmingsplanherziening dient inzichtelijk

11/26

gemaakt te worden wat de gevolgen zijn voor het aansluitende omliggende gebied. Dat is hier niet althans onvoldoende in beeld gebracht. De verkeersveiligheid van de Maasdijk wordt nog verminderd door een extra toegang voor fietsers en wandelaars nabij Maasdijk 8. De Maasdijk is nu al niet veilig. Door een extra toegang wordt gestimuleerd om de Maasdijk mee te nemen in een ommetje. De verkeersveiligheid van de Maasdijk en Kapelstraat wordt bovendien verminderd doordat de noordelijke ontsluiting op de Kapelstraat mogelijk niet gebruikt kan worden doordat de bestaande schuur van het agrarisch bedrijf op de verbeelding is aangeduid met een medebestemming 'agrarisch’. De schuur staat op de plek waar de ontsluitingsweg is voorzien. 9. Lichthinder In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat het nieuwe woongebied voor een belangrijk deel wordt ontsloten tegenover de woning gelegen aan Kapelstraat 7a. Verkeer richting het zuiden en oosten zal via de Kapelstraat en Maasdijk richting A2 rijden. Gevreesd wordt voor overlast van inschijnende koplampen van auto’s welke het nieuwe woongebied verlaten. Gevraagd wordt om het nieuwe woongebied op een andere wijze te ontsluiten.

Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de toekomstige in-uitrit van het plangebied op exact dezelfde locatie komt als de huidige entree van het terrein en dat de uitrit tussen de twee woningen aan de overzijde van de straat komt te liggen, zodat inschijnende koplampen zo veel mogelijk worden voorkomen. Verder wordt door de gemeente opgemerkt dat de woning Kapelstraat 7a bijna een volledige blinde gevel naar de Kapelstraat heeft. Als eerste wordt opgemerkt dat het plan De Meander een toename van 1.065 verkeersbewegingen per etmaal teweeg brengt. Dat is aanzienlijk meer dan dat het transportbedrijf nu aan verkeersbewegingen heeft. Daarnaast betreft het hier een Tsplitsing en hebben we dus te maken met afdraaiend verkeer. Ook al is de uitrit voor een deel tussen de tegenovergelegen woningen gesitueerd, er schijnen koplampen naar binnen omdat het verkeer afdraait. Inschijnende koplampen worden dus niet voorkomen zoals de gemeente stelt en deze schijnen binnen via het raamkozijn van de woonkamer en raamkozijn van de slaapkamer op de 1® verdieping, dus niet een bijna blinde gevel zoals door de gemeente wordt gesteld. Dit bezwaar wordt eenvoudig door de gemeente weggeschreven, zonder een onderzoek te doen naar de hinder van inschijnende koplampen en de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan.

We verzoeken u dan ook om het woongebied op een andere wijze te ontsluiten, dan wel maatregelen te onderzoeken om lichthinder te voorkomen ofte beperken. 10. Parkeren a. In de inspraakreactie hebben we verzocht om het ontwerp aan te passen, waarbij het parkeerterrein niet meer grenst aan de achtertuinen van de bestaande woningen aan Maasdijk 12 en Maasdijk 12a. Op 6 meter afstand van het parkeerterrein bevindt zich

12/26

een bijgebouw van Maasdijk 12a waar de bewoners veelvuldig verblijven. Het zwembad van de bewoners aan Maasdijk 12 bevindt zich slechts op een afstand van 5,5 m van het parkeerterrein. Gevreesd wordt voor geluidsoverlast, lichthinder vermindering privacy, stankhinder en warmteoverlast in de zomer door de grote asfaltoppervlakte. Het woon- en leefklimaat van deze bewoners wordt onaanvaardbaar aangetast door een dergelijk groot parkeerterrein op korte afstand. Als reactie hierop gaat de gemeente alleen in op de warmteoverlast door de grote oppervlakteverharding. Op de andere punten wordt hier ingegaan. Deze worden hier als herhaald en ingelast beschouwd. Zo is onder meer geen akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidbelasting als gevolg van het parkeren op de omliggende woningen. Daarnaast geeft de gemeente aan dat circa 5 parkeerplaatsen verlegd worden buiten dit parkeerterrein om extra groen te realiseren. Waar komen die parkeerplaatsen en welke parkeerplaatsen worden verlegd? b. Verder hebben we in de inspraakreactie aangegeven dat er grote beeldbepalende volwassen bomen vlak langs de voorqestelde parkeerplaatsen staan. Deze dienen behouden te blijven. Door het aanleggen van de verharding wordt schade aan de kroon van de bomen en wortels gevreesd. Ook door ophoging van gronden kan schade aan de bomen ontstaan.

Een onderzoek naar effecten van het aanleggen van de verharding op de bomen en het ophogen van gronden (bijvoorbeeld in de vorm van een BEA) ontbreekt in het plan. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de bomen niet in het plangebied liggen en dat de bomen gehandhaafd blijven en dat later in de civiele uitwerking wordt bekeken hoe de bestrating wordt aangelegd om de groeiomstandigheden niet te belemmeren. We weten dat de bomen niet in het plangebied liggen. Toch kan er schade aan de bomen ontstaan indien verharding wordt aangebracht op korte afstand van de bomen. Zonder dit in het kader van het bestemmingsplan te onderzoeken, kunnen de parkeerplaatsen niet zondermeer aangelegd worden en verzoeken we om onder de kruin van de bomen een groenbestemming te leggen. Een deel van de parkeerplaatsen zal hierdoor elders gerealiseerd dienen te worden. c. Verder hebben we in de inspraakreactie aangegeven dat in het PVE is opgenomen: “In het stedenbouwkundig plan dient in een vroegtijdig stadium rekening te worden gehouden met de kwaliteit van deze parkeerplaatsen in de woonomgeving, zonder dat dit de functionaliteit ondermijnt.” Het toch al forse volume aan appartementen in de Maasdijkzone brengt ook nog een forse concentratie aan parkeerplekken met zich mee, op een plek waar monumenten aan grenzen.

Bovendien moet een historisch pand wijken (boerenschuur achter Maasdijk 12a uit 1920) en wordt het open groen, dat in de diverse nota’s als wezenlijk en behoudens waardig wordt omschreven, opgeofferd. Van alle locaties waar parkeren voorstelbaar is, is dit wel de minst wenselijke.

13/26

Afbeelding grote parkeerplaats tegen tuinen bewoners Maasdijk De gemeente geeft aan dat de parkeerplaats het minst in het zicht ligt op deze locatie en dat de schuren die gesloopt worden geen monumentale waarde hebben. Verder wordt aangegeven dat er geen sprake is van open groen. Mogelijk ligt de parkeerplaats het minst in het zicht, maar ligt wel in het zicht van de bewoners van Maasdijk 12 en 12a, ondanks de voorgeschreven haag van 1 m hoog. Behalve zicht wordt gewezen op de andere aspecten (geluidsoverlast, lichthinder, verminderde privacy, stankhinder en warmteoverlast) waar hiervoor ai op is gewezen. Daarnaast vragen we ons af waarom de gemeente een parkeerplaats het minst in het zicht wil hebben. Hoe zit het met de sociale veiligheid? Is dat onderzocht? Bovendien speelt mee dat de gronden opgehoogd gaan worden. Er kan wel een haag komen van 1 m hoog, maar als de gronden vervolgens 1 m opgehoogd worden heeft dat geen zin. Door het ophogen van gronden is er nog meer zicht op tuinen van omwonenden. We verzoeken om daar rekening mee te houden. Verder is de te slopen schuur weliswaar geen monument, maar heeft mogelijk wel cultuurhistorische waarde. Het betreft immers een boerenschuur van meer dan 100 jaar oud, met een relatie met omliggende monumentale panden.

Sinds de wetswijziging van 5 juli 2011 van het Besluit ruimtelijke ordening dient ieder nieuw bestemmingsplan een analyse van cultuurhistorische waarden te bevatten. Door het verankeren van cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan vermindert volgens de memorie van toelichting op het Besluit ruimtelijke ordening de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. Er dient dus verder gekeken te worden dan alleen naar monumenten. In de toelichting is globaal ingegaan op de cultuurhistorische waarden waarbij verwezen is naar een gemeentebrede cultuurhistorische inventarisatie uit 2011 en een provinciale

14/26

cultuurhistorische kaart. In deze inventarisaties is niet het gehele plangebied onderzocht en is uitsluitend gekeken naar waterkeringen, monumenten en oude woongronden. 11. Beeldkwaliteitsplan In de inspraakreactie hebben we opgemerkt dat uit pagina 21 van het ‘Beeldkwaliteitsplan De Meander’ welke als bijlage 10 bij de toelichting is gevoegd blijkt, dat ter afscherming van het parkeerterrein direct ten noorden van de achtertuinen van Maasdijk 12 en 12a het plan voorziet in een bladhoudende haag (beuk) van 0,80 m hoog. Het is duidelijk dat dit volstrekt onvoldoende is om de privacy te kunnen waarborgen van de bewoners. Te meer nu aangegeven wordt dat de grond eerst opgehoogd wordt. Indien de grond 1 meter opgehoogd wordt, ziet men een haag van 0,80 m niet eens staan en een haag van 2 m hoog kijkt men ook zo overheen. De gemeente geeft in haar reactie aan dat een haag van 0,80 m inderdaad niet volstaat en er voor gezorgd wordt dat de haag 1,80 m hoog wordt op deze erfgrens. Dit wordt in het beeldkwaliteitsplan aangepast. In het beeldkwaliteitsplan is op pagina 21 aangegeven dat de hoogte van de haag (indien het een struweelhaag wordt, zowel struweelhaag als beukenhaag zijn groen weergegeven) minimaal 1 m hoog wordt. Daarmee is niet gezegd dat de haag 1,80 m hoog wordt. Bij een ophoging van gronden stelt die hoogte niet veel voor en kijkt men er nog overheen.

Verzocht wordt om hier een minimaal 3 m hoge, in de winter bladhoudende haag aan te leggen en dit vast te leggen in het beeldkwaliteitsplan en in het bestemmingsplan (via een voonwaardelijke verplichting). We vragen ons hoe een gewenste beeldkwaliteit bereikt kan worden met drie grote bouwmassa’s en een groot parkeerterrein dicht bij monumenten. De drie massale blokken hebben geen relatie met de veel lagere vrijstaande en half vrijstaande woningen in de omgeving. Er zijn enkele referentiebeelden opgenomen van woningen op een klein stuk van de Maasdijk. Er zijn veel meer historische panden langs de Maasdijk en Kapelstraat die als referentie opgenomen dienen te worden. 12. Welstand, beeldkwaliteit en cultuurhistorie a. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat in de toelichting een paragraaf cultuurhistorie is opgenomen waar onder meer wordt ingegaan op de Provinciale cultuurhistorische waardenkaart. Hierop is te zien dat in het plangebied verschillende waardevolle elementen zijn gelegen. Niet is aangegeven of en hoe deze elementen in het plan behouden kunnen blijven. Als reactie wordt door de gemeente aangegeven dat de aanduidingen te maken hebben met de watergang en waardevol open kerngebied en dat de watergangen worden geïntegreerd.

15/26

Dat is bijzonder, omdat de gemeente zelf in haar toelichting (pagina 43) aangeeft: “De planlocatie is deels een oude ontginning in de kom, een waardevol open kerngebied. Het versterken van de regionale identiteit en eigenheid van Gelderland is een ambitie uit het uitvoeringsprogramma Cultuur & Erfgoed. ” Hoe wordt omgegaan met het de oude ontginning in de kom, het waardevol open kerngebied? Hoe wordt deze regionale identiteit en eigenheid versterkt door dit plan? b. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat in de toelichting is aangegeven dat Kapelstraat 24 een gemeentelijk monument is en behouden blijft. Verder is aangegeven dat op de gemeentelijke cultuurhistorische kaart er voor de locatie geen belemmeringen aanwezig zijn. Dat is te kort door de bocht. In de directe nabijheid van het plangebied liggen verschillende gemeentelijke monumenten en andere cultuurhistorische elementen. Bij de planontwikkeling dient daar rekening mee gehouden te worden. Zo zijn de panden Maasdijk 8, Maasdijk 12, Maasdijk 12a, Maasdijk 14, Maasdijk 16, Kapelstraat 1 en 2 aangewezen als gemeentelijk monument. Bij Maasdijk 12a is zowel de schuur-bedrijfsruimte als de hooiberg aangewezen als gemeentelijk monument. In het bestemmingsplan dient onderbouwd te worden hoe in het plan rekening is gehouden met het behoud van de monumenten.

Het op korte afstand van het gemeentelijk monument Maasdijk 12 toestaan van een appartementencomplex en rug-aan-rug woningen, getuigt er niet van dat de cultuurhistorische belangen hier evenredig meegewogen zijn. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er monumenten rondom het plangebied liggen en dat de waarde van de monumenten is ingegeven door de bebouwing zelf en niet zozeer dor belendende bebouwing. Het monument zou niet worden aangetast door het bestemmingsplan. Oud en nieuw zouden goed naast elkaar kunnen bestaan. We zijn het ermee eens dat oud en nieuw goed naast elkaar kan bestaan. Daar plaatsen we wel een belangrijke kanttekening bij. Er zijn genoeg voorbeelden te noemen waar dit een totale mislukking is geworden. Het is dan ook evident om in een vroeg stadium van de planvorming de omliggende monumenten bij het plan te betrekken.

We verzoeken u dan ook om voor het gebied een Cultuurhistorische Effectrapportage (Cher) op te stellen met daarin onder meer; • een beschrijving van de geschiedenis van het gebied om de bestaande situatie te kunnen plaatsen; • een gedetailleerde inventarisatie van de cultuurhistorische waarden van het gebied; • een beschrijving van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen en de effecten daarvan op de cultuurhistorische waarden; • een aanbeveling over hoe bij de geplande ruimtelijke ingrepen de cultuurhistorische waarden kunnen worden behouden of zelfs versterkt. Daarnaast speelt mee dat in de redengevende beschrijving van de monumenten stedenbouwkundige criteria opgenomen zijn. Zo is opgenomen “onderdeel van een historisch gegroeid dijklint en daarin een beeldbepalende rol spelend; een ensemblewaarde in relatie met de omringende bebouwing.”

16/26

Bij de aanwijzing tot monumenten is de samenhang van de gebouwen, de gebouwen zelf en de relatie met de omgeving van belang geweest. Het huidige plan doet het beeld van het historisch gegroeide dijklint geweld aan en is daarmee in strijd. Gezien de beantwoording van het college worden de monumenten die tegen het plangebied aanliggen, los gezien van de nieuw op te richten bebouwing. Door een Cher in een vroeg stadium van de planvorming op te stellen kan de cultuurhistorische waarde in de belangenafweging worden meegenomen. We verzoeken dan ook om een Cher op te stellen en daardoor bij de planvorming rekening te houden met de omliggende monumenten. c. In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de hoogte van het appartementencomplex. Het appartementencomplex kan 11 m hoog worden en met toepassing van de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid zelfs 12,10 m. De bouwhoogte wordt volgens artikel 2.6 van de regels gemeten vanaf peil. Onder peil wordt verstaan; a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst; de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang b. in andere gevallen; de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Door ophoging van gronden kan het gebouw zelfs nog fors hoger worden. We hebben verzocht, nu de bouwhoogte van het appartementencomplex zo nauw komt, om de hoogtemaat niet vast te leggen gemeten vanaf peil maar gemeten vanaf N.A.P.

Verder hebben we verzocht om de afwijkingsbevoegdheid om maten met 10% te kunnen verhogen niet van toepassing te verklaren op het appartementencomplex nabij Maasdijk 12. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat in al de bestemmingsplannen een standaard bepaling wordt opgenomen voor peil. Daarnaast wordt opgemerkt dat in het PvE is opgenomen dat straatpeilen t.o.v. het grondwater een drooglegging dienen te hebben van minimaal 1,00 m en dat woningpeilen 0,30 m boven straatpeilen dienen te worden aangelegd. De reactie van de gemeente is vreemd omdat het peil in een bestemmingsplan heel wat anders is dan straatpeil ten opzichte van het grondwater. Dat laatste heeft te maken met de grondwaterstand in een gebied, welke mede wordt bepaald met de drooglegging. Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het zomerwaterpeil in de sloot ligt (zie afbeelding hieronder).

17/26

r toom 0^

m

Drooglegging - verschil tussen maaiveldniveau (qfstraatpeil of bouwpeil) en oppervlaktewaterpeil

In dit geval dient volgens het PvE het straatpeil minimaal 1 meter boven het oppervlaktewaterpeil te liggen. Dit is om grondwateroverlast in het gebied te voorkomen en heeft dan ook niets te maken met hoe peil in een bestemmingsplan gelezen moet worden. In artikel 2 wijze van meten is in lid 2.9 peil als volgt gedefinieerd: a. voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang aan een weg grenst; de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Indien de hoofdtoegang van het appartementencomplex aan een weg komt te liggen, kan de weg ter plaatse van het appartementencomplex hoger worden aangelegd. In het PvE staat immers dat de drooglegging minimaal 1 meter dient te bedragen. Dat mag dus ook hoger zijn. Daarbij kan toch voldaan worden aan de maximale bouwhoogte en kan het appartementencomplex flink hoger komen te liggen. Het appartementencomplex kan zelfs op een soort ‘terp’ komen liggen en flink opgehoord worden. Dit alles is niet te voorkomen in de huidige regels van het bestemmingsplan en stuit tot grote bezwaren bij omwonenden. Indien de hoofdtoegang van het appartementencomplex niet aan een weg komt te liggen, wordt het peil gemeten door de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein. Het terrein kan hierdoor meters opgehoogd worden.

En na die meters ophoging begint men pas te tellen met de maximale bouwhoogte van 11 meter. De maximale bouwhoogte is hier dan ook een farce en stelt niets voor. Door deze eenvoudige truc toe te passen kan voor het appartementencomplex een hoogte bereikt worden welke ruim boven de omliggende bebouwing uitsteekt. Om dit te voorkomen wordt nogmaals verzocht om de bouwhoogte en goothoogte, zoals omschreven in artikel 2 van de regels, niet te meten vanaf peil maar van af de bestaande hoogte N.A.P. We begrijpen dat de gemeente voor al haar bestemmingsplannen zoveel mogelijk standaard begripsbepalingen nastreeft. Echter dit plan vergt maatwerk gezien de ligging bij de dijk en in de directe nabijheid van monumenten. Het is dus goed te motiveren waarom in dit bestemmingsplan niet gekozen wordt voor de standaardbepaling die de gemeente in haar bestemmingsplannen hanteert, maar er in dit geval een andere bepaling geldt in de wijze van meten.

18/26

Dat geldt ook voor de 10% afwijking in maten. De gemeente geeft aan dat het wenselijk is om de 10% afwijkingsbevoegdheid in het plan te houden, bijvoorbeeld voor afwijkingen tijdens de bouw of indien dit nodig is vanuit bouwtechnische eisen. Voordat men begint met bouwen weet een aannemer wat de bouwhoogte van een gebouw moet worden. Hij dient zich aan de bouwtekening te houden. Ook technische eisen zijn vooraf al bekend. Een architect weet wat de maximale bouwhoogte is en dient bij het ontwerp daar rekening mee te houden. Ook hiervoor geldt dat we begrijpen dat de gemeente graag zoveel mogelijk aan haar standaard vasthoudt, doch maatwerk is hier zeker gewenst. De bouwhoogte komt hier zeer nauw. Vandaar nogmaals het verzoek om bij het op te richten appartementencomplex nabij de dijk de 10% afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing te verklaren. Door toepassing van de 10% vrijstelling kan er een appartementencomplex opgericht worden in 4 bouwlagen. Deze stedelijke hoogbouw past totaal niet in de kleinschalige, open bebouwing van het dorp, welke veelal gebouwd is in 1 bouwlaag met kap. Verzocht wordt dan ook om voor het appartementencomplex, rug-en-rug woningen en rijwoningen nabij de rug-en-rugwoningen en appartementencomplex te regelen dat hier de 10% afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing is en dat gemeten worde vanaf N.A.P.

Behalve de hoogte van het appartementencomplex wordt ook gewezen op de hoogte van alle toegestane gebouwen in het plan. De maximale bouwhoogte van woningen bedraagt 11 meter. Met toepassing van de 10% afwijkingsbevoegdheid kan dat 12,10 m worden. De omliggende woningen mogen maximaal 7 en 9 m hoog worden, waarbij de goothoogte maximaal 4 m bedraagt Het betreft dus 1 laag met kap, tenwijl het nieuwe plan 2 bouwlagen met kap toestaat. Samen met de grondophoging komt de nieuwe woonwijk hoog boven de bestaande kern uit te steken. Dit stedelijke karakter (hoge woningen samen met de grotere dichtheid) past niet in de dorpse omgeving van de kern Nederhemert. d. In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de historische bebouwing langs de Maasdijk, welke voornamelijk bestaat uit één bouwlaag met kap met rondom veel ruimte of een relatie tussen de gebouwen en een achtergelegen strook groene weidegrond. De voorgestelde bebouwing langs de Maasdijk sluit wat betreft dichtheid en bouwmassa niet aan bij de historische en goeddeels intacte monumentale historische bebouwing langs de Maasdijk. De dichtheid van de voorgestelde bebouwing nabij de Maasdijk is erg hoog, circa 22% van de wooneenheden is hier gesitueerd. Bovendien wordt het silhouet, zoals zichtbaar vanaf het water en de Maasdijk, verstoord door de forse bouwmassa van rugaan-rug- en appartementencomplex.

Los van de kritiek dat vroeger rug-aan-rug woningen verboden waren in de woningwet, leidt dit tot ongewoon forse afmetingen in een gebied waar juist openheid geëist wordt. De voorgestelde rug-aan-rug woningen en het appartementencomplex zijn te groot, te hoog en te dicht bij elkaar gelegen om in te passen in de bestaande historische bebouwing (zie onderstaande afbeelding waar dit inzichtelijk is gemaakt). Het naastgelegen monument (Maasdijk 12) heeft een goothoogte van 4,80 m en een nokhoogte van 9,50 m, waarbij het peil van de vloer van woning circa 0,5 m onder het peil van de weg is gelegen. Maasdijk 10 is een stuk van de dijk afgelegen en komt maar voor een klein deel boven de dijk uit. De nieuwe bebouwing van het appartementencomplex zou wat betreft volume en goot- en nokhoogte moeten aansluiten op de bestaande bouwhoogte van Maasdijk 10 en voldoende ruimtelijk

19/26

opgezet moeten zijn om in de historische bestaande bouw in te kunnen passen. Op de onderstaande afbeelding is dit inzichtelijk gemaakt.

Afbeelding bouwhoogte historische bebouwing en openheid De reactie van de gemeente hierop is dat de bebouwing vanaf de Maasdijk niet ervaren wordt als 2 lagen + kap, maar lager omdat de helft van de woning onder/achter de dijk ligt. We hebben de hoogtekaart Nederland geraadpleegd. Hierop is te zien dat de hoogte direct achter de dijk 3,28 m +NAP bedraagt. Indien men de maximale bouwhoogte van het appartementencomplex inclusief 10% afwijking erbij optelt (11 m + 1,1 m = 12,10 m), komt men aan 15,38 m +NAP. De hoogte van de woning Maasdijk 12 bedraagt 16,32 +NAP. Er zit nu dus nog minder dan 1 meter hoogteverschil in. Daar komt nog bij dat de gemeente aangegeven heeft dat de grond opgehoogd gaat worden. Het hoogteverschil wordt dus nog minder. Bij een ophoging van 0,94 meter wordt het appartementencomplex even hoog als de woning aan Maasdijk 12. Het klopt dus niet wat de gemeente aangeeft dat de bebouwing vanaf de Maasdijk lager wordt ervaren dan de woning aan Maasdijk 12. Om er voor te zorgen dat het plan overeen komt met het vereiste van de gemeente dat het appartementencomplex vanaf de Maasdijk lager is dan de bestaande bebouwing die direct aan de dijk grenst, verzoeken we om voor het appartementencomplex een maximale bouwhoogte op te nemen van 8,47 m +NAP. Dat is de bouwhoogte van de woning Maasdijk 10 (9,32 m +NAP) minus 10% afwijkingsbevoegdheid.

20/26

e. In de inspraakreactie zijn we ingegaan op de Welstandsnota 2017. We hebben aangegeven dat op pagina 21 en 22 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt ingegaan op de Welstandsnota 2017. Gesteld wordt dat in de nota het plangebied grotendeels getypeerd is als ‘keuze’ en deels langs de Kapelstraat en Maasdijk, strikter, als ‘respect’. Over ‘respect’ gebieden wordt aangegeven: In ‘respect’-gebieden worden de essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouwAandschapAandschap en architectuur gerespecteerd. Het uitgangspunt: passen bij de omgeving en vloeiende overgangen in de hoofdopzet van de omgeving. Het middel: afstemmen op bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over". Uit het bestemmingsplan blijkt niet hoe de toekomstige bebouwing aan de Maasdijk en Kapelstraat hier aan kunnen voldoen, nu de bouwmassa’s veel omvangrijker kunnen worden dan de bestaande bouwmassa’s.

Forse bouwmassa van rug-aan-rug woningen en appartementen nabij monumenten Maasdijk 12 en 12a

21/26

Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat er een beeldkwaliteitsplan is opgesteld, welke als aanvulling op de welstandsnota zal gaan gelden. Onze reactie gaat echter wat dit punt betreft, niet over het beeldkwaliteitsplan maar over strijdigheid tussen de welstandsnota en het bestemmingsplan. Volgens de welstandsnota is de Maasdijk een gebied dat getypeerd wordt als ‘respect’. Essentiële kenmerken van de nu aanwezige bebouwing dient gerespecteerd te worden. Uit het bestemmingsplan blijkt niet hoe de toekomstige bebouwing aan de Maasdijk en Kapelstraat hier aan kunnen voldoen, nu de bouwmassa’s omvangrijker kunnen worden dan de bestaande bouwmassa’s. Het bestemmingsplan is dan ook in strijd met het welstandsbeleid. Om aan te sluiten op het welstandsbeleid dienen de toegestane bouwmassa’ s voor de rug-aan-rug woningen en appartementencomplex aan de Maasdijk verkleind te worden. 13. Water a. In de inspraakreactie hebben we aangegeven dat er in of nabij het plangebied volgens de toelichting sprake van A-, B- en C-waterqanaen inclusief beschermingszones. Deze watergangen met bijbehorende beschermingszones zijn niet planologisch geregeld.

Het uitsluitend vastleggen in de Keur brengt het risico met zich mee dat watergangen en beschermingszones bebouwd worden (hekwerken, steigers, bijgebouwen) met vergunningvrije bouwwerken en daardoor niet meer toegankelijk zijn als onderhoudspad, waardoor onderhoud niet meer mogelijk is. We vragen ons af hoe de gemeente denkt dit te voorkomen door alleen terug te vallen op de Keur. Indien watergangen niet meer onderhouden worden, verliezen ze op den duur hun waterafvoerend vermogen en kan er wateroverlast in het gebied ontstaan. b. Verder hebben we in de inspraakreactie aangegeven dat gebleken is dat er watergangen worden gedempt. Uit het plan blijkt niet wat de consequenties hiervoor zijn voor omliggende gronden en of hier een watervergunning van het waterschap voor is verkregen. Als reactie hierop geeft de gemeente aan dat de watergangen worden gecompenseerd op een andere plek in het plangebied en dat er overleg is gevoerd met het waterschap. Verderop wordt aangegeven dat het waterschap een positieve vooroverlegreactie afgegeven. In de toelichting is in paragraaf 6.2 ingegaan op het vooroverleg en wordt verwezen naar bijlage 13 waar de vooroverleg reacties opgenomen zouden zijn. Deze ontbreken echter in bijlage 13. We kunnen op deze wijze dan ook niet beoordelen of en hoe de reactie van het waterschap past in het bestemmingsplan. c.

In de inspraakreactie hebben we gevraagd wat onder “beperkt ophoqen van gronden” wordt verstaan en wat de consequenties daarvan zijn en of er daardoor wateroverlast gaat ontstaan bij omliggende gronden. De gemeente geeft daarop aan dat er rekening gehouden wordt met omwonenden in relatie tot afwatering bij de uitwerking van het plan en dat hiervoor een waterhuishoudkundig plan wordt opgesteld dat beoordeeld wordt door het waterschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10507157/1