CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Zuilichem, mertstraat transformatorstation toelichting

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen bestemminsplan Zuilichem, transformatorstation20.127 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vanuit de themakaart Waterbeleid geldt er specifiek provinciaal beleid voor een deel van het plangebied, dat is aangeduid als intrekgebied, waarbij in de omgevigsverordening verordening wordt gesteld dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt. Dat is niet aan de orde. In paragraaf 3.4.2 is de watertoets beschreven. Milieubeleid Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes. Gezondheidsschade, onacceptabele risico's en onaanvaardbare geur- en geluidhinder moeten worden voorkomen. Er wordt voldaan aan milieukwaliteitseisen. Spoedeisende bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Ook is het van belang om op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen, met name vanwege de energietransitie en klimaatverandering. Vooral in het stedelijk gebied kunnen de gevolgen hiervan van invloed zijn op de gezondheid. De provincie streeft naar een op gezondheid gericht benadering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. Vanuit de themakaart Milieubeleid geldt er geen specifiek provinciaal beleid voor het plangebied. In hoofdstuk 4 is het plan beoordeeld aan de hand van de relevante omgevingsen milieuaspecten.

Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland.

Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. blad 31 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

De Natura-2000 gebieden en de bijzonder natuurgebieden zijn aangegeven op de Themakaart Natuur- en landschapsbeleid. Het plangebied ligt voor een heel beperkt deel op gronden die zijn aangeduid als GNN en GO. Een nadere beoordeling van het plan met betrekking tot natuur is beschreven in paragraaf 4.5. Verkeers- en vervoerbeleid De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak van het verkeers- en vervoersbeleid. Dit onderdeel is voor voorliggend plan niet relevant. De regels behorend bij de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 3.4.2). Relevantie bestemmingsplan Uit bovenstaande blijkt dat voorliggend plan aansluit bij de ambities uit de omgevingsvisie. Ambitie 1 streeft naar een Gelderland dat in 2050 volledig energieneutraal is. Voorliggend plan zorgt ervoor dat de energielevering in de toekomst gegarandeerd blijft. Er is een vermogensuitbreiding noodzakelijk als gevolg van de sterk toenemende elektriciteitsvraag (vermogensvraag) in de komende 15 jaar en er rekening gehouden moet worden met toekomstige grootschalige opwek. Daarnaast blijkt dat voorliggend plan aansluit bij het ruimtelijk beleid vanuit de omgevingsvisie. Ook voldoet het aan het waterbeleid uit de visie doordat het voorliggend plan dat gelegen is in intrekgebied geen winning van fossiele energie mogelijk maakt.

Het milieubeleid uit de omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidsregels ten aanzien van voorliggend plan. Het thema milieu is in hoofdstuk 4 het plan beoordeeld aan de hand van de relevante omgevings- en milieuaspecten. Het natuur- en landschapsbeleid geeft aandachtspunten ten aanzien van het bestemmingsplan. Het plangebied ligt voor een heel beperkt deel op gronden die zijn aangeduid als GNN en GO. Een nadere beoordeling van het plan met betrekking tot natuur is beschreven in paragraaf 4.5. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd. Als laatste is naar het verkeers- en vervoersbeleid gekeken. Dit onderdeel is niet relevant voor voorliggend plan aangezien het hierbij niet gaat om een aanpassing van vervoersmogelijkheden. Uit bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.4.2

Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een juridisch instrument om doorwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De verordening heeft de status van ruimtelijke verordening, verkeersverordening, milieuverordening en waterverordening. Op 24 september 2014 is de omgevingsverordening vastgesteld. Deze is daarna enkele keren op onderdelen gewijzigd. Het bestemmingsplan is getoetst aan de geconsolideerde versie (december 2018), waarin de wijzigingen integraal zijn opgenomen. In de Omgevingsverordening zijn de volgende aspecten relevant. Het plangebied is voor een beperkt deel aangeduid als: 1.

2. blad 32 van 62

"Gelders natuurnetwerk": De verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het Gelders natuurnetwerk een andere bestemming dan natuur alleen mogelijk maakt als er sprake is van een groot openbaar belang en a. er voor de realisering daarvan geen reële alternatieven zijn b. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten en oppervlakte van het gebied en de ecologische samenhang binnen het gebied zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met bijlage 8 Gelijkwaardige natuurbeheertypen. Indien aan de orde kan compensatie plaatsvinden door fysieke natuurcompensatie op gronden met een andere bestemming dan natuur in de nabijheid van de te compenseren locatie of door financiële compensatie. "Groene ontwikkelingszone": De verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk maakt die leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, tenzij: a. er geen reële alternatieven zijn; b. sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; d. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhanggelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig de artikelen 2.39, derde tot en met zesde lid, en paragraaf 2.6.3. 3. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; b. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 4.

"Functies van water": De verordening bepaalt dat een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen Functies van water op verzoek afgeweken kan worden van de waterfuncties Beschermingszone natte landnatuur, Natte landnatuur, Water als verbinder, Hoogst ecologisch niveau wateren en Specifiek ecologische doelstelling wateren, zoals is aangegeven op de themakaart waterbeleid bij de omgevingsvisie Gaaf Gelderland, als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de afwijking is noodzakelijk voor het uitvoeren van een project gericht op het realiseren van waterfuncties en wordt uitgevoerd door de uitvoeringspartners in het landelijk gebied, op basis van een ondertekende overeenkomst met de provincie Gelderland; b. de afwijking is van ondergeschikt belang in verhouding tot de omvang van functies die in het project worden gerealiseerd; c. de afwijking heeft voldoende draagvlak zoals blijkt uit overleg met betrokken partijen; d. de haalbaarheid van de voorgeschreven functie is in het geding. Relevantie bestemmingsplan Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. Ook bij voorliggend plan is rekening gehouden met de relevante beleidsonderwerpen waarvoor regels zijn opgesteld in de omgevingsverordening, i.c. natuur en water. De geldende bestemmingen blijven met dit plan gehandhaafd.

Er is onderzoek gedaan naar de effecten op het Gelders natuurnetwerk, zie paragraaf 4.5. Daarin wordt vermeld, dat geconcludeerd wordt dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de waterhuishouding (zie paragraaf 4.13). Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is advies gevraagd aan het waterschap Rivierenland. Het waterschap heeft aangegeven akkoord te zijn. Voorliggend plan past in de Omgevingsverordening Gelderland.

blad 33 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

3.5

Beleid waterschap

3.5.1

Keur en legger Het waterschap stelt regels op om te voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Dat is noodzakelijk om het rivierenland te beschermen tegen overstromingen. Deze regels worden aangeduid als de Keur. Op de Legger staan de oppervlaktewateren en dijken aangegeven die in beheer zijn bij het waterschap en waarop de Keur van toepassing is. Relevantie bestemmingsplan Doordat het plangebied gelegen is tussen de rivieren de Maas en de Waal zijn er diverse waterkeringen in het plangebied. De ondergrondse kabelverbinding kruist geen waterkeringen. Er worden echter wel diverse wateren gekruist. Liander heeft rekening gehouden met de regels uit de Keur en de Legger en heeft afstemming gezocht met het Waterschap. Zie ook paragraaf 4.13. Het waterschap is akkoord met voorliggend plan.

3.5.2

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld, met als titel Koers houden, kansen benutten. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma beweegt het Waterschap mee met veranderingen om het Waterschap heen en benut het kansen die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het Waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe het dat wil doen. Het Waterbeheerprogramma is ingegaan op 22 december 2015 en heeft een looptijd van zes jaar. Relevantie bestemmingsplan In het Waterbeheerprogramma is bijvoorbeeld opgenomen welke waterkeringen aan de norm voldoen (op basis van de derde toetsing van primaire waterkeringen). In het plangebied worden er geen waterkeringen gekruisd. Verder staat er beleid uitgeschreven rondom grondwaterbescherming en natuurbescherming. Liander heeft zoveel als mogelijk rekening gehouden met het Waterbeheerprogramma en heeft afstemming gezocht met het Waterschap. Zie ook paragraaf 4.13. Het waterschap is akkoord met de voorgenomen ontwikkeling.

3.6

Gemeentelijk beleid

3.6.1

Structuurvisie buitengebied Zaltbommel Op 15 maart 2012 is de Structuurvisie Buitengebied vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Zaltbommel heeft voor het buitengebied een bestemmingsplan en een Structuurvisie opgesteld. Het bestemmingsplan legt de bestaande situatie en bekende kleinschalige ontwikkelingen vast. De Structuurvisie geeft het beeld voor de langere termijn en dient als toetsingskader voor ontwikkelingen, waar het bestemmingsplan niet in voorziet. Relevantie bestemmingsplan In de Structuurvisie staat in grote lijnen beschreven waar binnen de gemeente Zaltbommel bepaalde functies zouden moeten worden gerealiseerd. Dit gaat bijvoorbeeld om glastuinbouw, woongebieden en bedrijventerreinen. Naast het plangebied (zie figuur 3.2) ligt volgens de structuurvisie een 'zoekzone werken'. Ook ligt het plangebied gedeeltelijk binnen dit gebied (zie figuur 3.3). Hierover zijn

blad 34 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

afspraken gemaakt met de eigenaar van het perceel. Dit betreft de gebieden die in de "Omgevingsvisie Gelderland" zijn aangewezen als reserveringsgebieden voor nieuwe woningbouw of nieuwe bedrijfsterreinen. Deze zijn opgenomen om hier geen ontwikkelingen toe te staan, die een toekomstige invulling als woon- of werkgebieden zouden kunnen belemmeren.

Figuur 3.2: Uitsnede 1 visiekaart Structuurvisie Buitengebied Zaltbommel (rode contour: globale ligging tracé)

Figuur 3.3: Uitsnede 2 visiekaart Structuurvisie Buitengebied Zaltbommel (rode contour: globale ligging tracé) Daarnaast ligt het plangebied in 'waardevol open gebied'. In het waardevol open gebied is de kernkwaliteit grootschalige openheid leidend voor ruimtelijke ontwikkelingen. Ingrepen die de openheid aantasten, zoals nieuwe bouwlocaties, zijn niet toegestaan. Er is rekening gehouden met de waarden uit de structuurvisie zodat deze niet geschaad worden.

blad 35 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

3.6.2

Vigerende bestemmingsplannen Zaltbommel De vigerende bestemmingsplannen in de gemeente Zaltbommel (zie paragraaf 1.3) regelen het huidige gebruik in het plangebied. Dit huidige gebruik is met name agrarisch of betreft een berm of grond naast een weg of watergang. Relevantie bestemmingsplan De bestemmingsplannen staan de ontwikkeling niet toe. De planologische regeling wordt geregeld door middel van dit bestemmingsplan.

3.7

Conclusie In dit hoofdstuk is het relevante beleidskader van Europa, het Rijk, provincie Gelderland en de gemeente Zaltbommel beschouwd ten aanzien van voorliggend plan. Uit deze beschouwing blijkt dat er ten aanzien van het beleid geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van voorliggend plan. Er zijn echter wel meerdere aspecten naar voren gekomen die aandacht verdienen bij voorliggend plan, dat zijn de (milieu)aspecten natuur, bodem, landschap, water, archeologie en cultuurhistorie. Ten aanzien van deze aspecten is uit onderzoek gebleken dat er geen belemmeringen zijn. Deze onderzoeken zijn verder toegelicht in hoofdstuk 4 "Omgevingsaspecten".

blad 36 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten Algemeen Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en belangenafweging (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). De onderzoeken zijn vanuit het beleidskader (hoofdstuk 3), wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie In het kader van het bestemmingsplan is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beschreven.

4.2.1

Onderzoek Archeologie Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en doorsnijdt verschillende stroomgordels. De vroegste prehistorische en historische bewoning in de omgeving moet gezocht worden op deze hoger gelegen stroomgordels en crevassecomplexen: voor deze gebieden geldt dan ook een hoge archeologische verwachting. Voor de komgebieden geldt een lage archeologische verwachting. Deze gebieden waren tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd weinig geschikt voor bewoning. Op grond van de beschikbare gegevens is gebleken dat alle in het plangebied voorkomende stroomgordels zich binnen de ontgravingsdiepte van maximaal 2,05 m kunnen bevinden. Op de oudste stroomgordels (Brakel, Spelwerd en Broek) zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen. Op de Zaltbommel-Nederhemertstroomgordel zijn resten uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen. De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse bekende vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd.

Op de KLIC-kaart is te zien dat er in de directe nabijheid van de 150kV-kabelverbinding kabels en leidingen aanwezig zijn. Het onderhavige onderzoek loopt echter over het algemeen niet door een bestaand tracé en is gelegen in de rand van de weilanden. Daarnaast zullen de te ontgraven breedte en diepte over het algemeen omvangrijker zijn dan de werkzaamheden die reeds in de omgeving van het plangebied hebben plaatsgevonden. Selectieadvies Geadviseerd is om archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren op de locaties waar stroomgordels worden verwacht (bedding en oeverafzettingen). Hierbij zijn de archeologische beleidskaarten en de doorvertaling hiervan in de bestemmingsplannen van de gemeente Zaltbommel leidend. De basis voor deze kaarten vormen de stroomgordels die in het gebied te vinden zijn. Zones waar stroomgordels worden doorkruist, worden beschouwd als een advieszone. Het advies is in eerste instantie om in deze zones een karterend booronderzoek uit te voeren. Gebieden waar geen sprake is van stroomgordels en gebieden waar de werkzaamheden door middel van gestuurde boringen plaats zullen vinden worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek. Een karterend archeologisch booronderzoek bestaat voor vlakken uit een 20 x 25 m-grid en voor tracé-onderzoeken uit

blad 37 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

één boring op elke 25 m van het tracé. De boringen worden minimaal tot de verstoringsdiepte doorgezet en waar nodig wat dieper om de stroomgordels beter in kaart te brengen. In de karterende fase dient het onderzoek om vindplaatsen op te sporen, waarbij de verkennende fase van onderzoek wordt overgeslagen. De aanwezigheid van de stroomgordels binnen verstoringsdiepte is immers bekend: de onderzoeksvraag betreft daarom of zich binnen het tracé archeologische vindplaatsen (kunnen) bevinden. Circa 5,9 km van het tracé in open ontgraving alsmede de locatie van het nieuw te realiseren station Zuilichem (circa 2,6 ha) bevinden zich in een gebied waar een dubbelbestemming archeologie van kracht is. Geadviseerd is om nader af te stemmen met de archeologisch adviseur van de gemeente Zaltbommel. De adviseur van de gemeente Zaltbommel heeft instemming gegeven aan het bureauonderzoek. Voorafgaand aan het booronderzoek dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld dat aan de gemeenten in hun rol als bevoegd gezag wordt voorgelegd. Cultuurhistorie Station Zuilichem Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland blijkt dat het station Zuilichem niet in gebied te liggen dat van cultuurhistorische waarde is.

Het station is op circa 500 meter ten zuiden gelegen van het dichtstbijzijnde belangrijk cultuurhistorisch element, namelijk geconcentreerde bebouwing in Zuilichem uit de Middeleeuwen. Volgens de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart (zie figuur 4.1) ligt in de noordoostelijke hoek van het station een ruilverkavelingsboerderij. Deze is echter niet meer aanwezig. Voor de rest zijn er op het perceel geen cultuurhistorische waarden aanwezig. In het plangebied zijn geen beschermde Rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. In het plangebied zijn geen karakteristieke panden aanwezig. Het station ligt in Werelderfgoed gebied 'De Nieuwe Hollandse Waterlinie buffer zone'. Deze linie moest het westen van Nederland verdedigen tegen indringers uit het oosten en zuiden. Door middel van inundatie van velden ten oosten van de linie en forten of batterijen op de niet te inunderen plaatsen (accessen), ontstond een aaneengesloten verdedigingslinie. De voorgenomen ontwikkeling tast de waarden hiervan niet aan. De ontwikkeling op het station heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarden. 150kV-kabelverbinding De 150kV kabelverbinding wordt ondergronds aangelegd, waarbij na aanleg de situatie in de oorspronkelijke staat worden hersteld. De aanleg van de leiding ondervindt geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie.

blad 38 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

blad 39 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Figuur 4.1: Uitsnede gemeentelijke beleidskaart cultuurhistorie

4.2.2

Conclusie De gebieden waarvan is aangegeven dat vervolgonderzoek nodig is, hebben reeds een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Hiermee is sprake van voldoende bescherming van de eventueel aanwezige waarden. Het vervolgonderzoek zal uitgevoerd worden. Indien daadwerkelijk archeologische resten worden aangetroffen, worden daarvoor passende maatregelen getroffen. Archeologie staat daarmee de uitvoerbaarheid van dit ruimtelijk besluit niet in de weg. De realisatie van het plan heeft geen invloed op cultuurhistorische waarden. Het aspect cultuurhistorie is derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.3

Landschap De ontwikkeling van transformatorstation Zuilichem betreft een zichtlocatie. Daarvoor dient het plan op een goede wijze landschappelijk te worden ingepast. In het kader daarvan is door Nienhuis een Landschappelijke inpassing opgesteld (zie bijlage 13). Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat. Ook is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing. Gemeente en provincie hebben ingestemd met het landschapsplan. Landschappelijkeanalyse Om een goed beeld te krijgen van de locatie is deze bezocht. Op de te ontwikkelen locatie (binnen het rode kader) is reeds een regel- station van Liander aanwezig dat ontsloten wordt via de Mertstraat en aan de achterzijde wordt begrensd door de Van Heemstraweg. Aan de noordzijde van de Van Heemstraweg staan verspreid nog enkele bomen (essen) die het restant zijn van wat ooit een doorgaande rij is geweest. Deze bomen sluiten ook aan bij de aanwezige beplanting direct ten westen van het verder te ontwikkelen perceel. De aanwezige bebouwing van het transformatorstation Zuilichem maakt deel uit van een groter geheel van bedrijvigheid en bebouwing langs de Van Heemstraweg, zoals het naastgelegen Van Veen Auto’s, de Heren van Suylichem en de glastuinbouwlocatie ten oosten daarvan.

Door deze ruimtelijke ontwikkelingen is een begrensd open gebied ontstaan tussen de Kweldijk en de Merstraat met de groene contour. Ten zuiden van de Van Heemstraweg ligt het relatief open komgebied. Uitgangspunten landschappelijkeinpassing Het transformatorstation Zuilichem wordt in twee fasen ontwikkeld. Direct na de start van de werkzaamheden wordt de watercompensatie aangelegd. De uitgangspunten waaraan deze moet voldoen zijn besproken met het waterschap Rivierenland. De waterberging is aan de westzijde van het perceel gepositioneerd en staat in open verbinding met een bestaande B-watergang langs de Van Heemstraweg. De oppervlakte van deze berging is voldoende als compensatie voor de toename aan verhard oppervlak in de eindsituatie van het verder te ontwikkelen transformatorstation. Fase 1: In deze fase wordt een deel van de schakeltuin ontwikkeld. Ook wordt een nieuw schakelstation en twee transformatorruimten gebouwd ten westen van de bestaande bebouwing. Beide ontwikkelingen bevinden zich op de kaart binnen de gele kaders. Eindfase: In deze fase wordt de hele schakeltuin aangelegd en het nieuwe schakelstation en twee transformatorruimten in westelijke richting verder uitgebreid. De maximaal oppervlakte van de locatie wordt benut voor installaties met voldoende ruimte voor een afdoende landschappelijke inpassing.

In de eindfase van de ontwikkeling wordt het in fase 1 ontwikkelde deel van de schakeltuin verwijderd.

blad 40 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Figuur 4.2: Landschappelijk inpassingsplan

4.4

Bodemkwaliteit

4.4.1

Onderzoek Ten behoeve van voorliggend plan is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. Daarnaast zijn er bodemonderzoeken uitgevoerd voor station Zuilichem (zie bijlage 5) en de kabelverbinding (zie bijlage 6). Doel van dit onderzoek is om te bepalen of er vanuit de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk sprake is van belemmeringen voor de voorgenomen aanleg van de hoogspanningsverbinding. Inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit is noodzakelijk om de geplande werkzaamheden mogelijk te maken.

4.4.2

Conclusie Op basis van de verzamelde informatie kan het volgende worden geconcludeerd: Het onderzoekstrace doorkruist in open ontgraving een tweetal voormalige boomgaarden. Voor deze locaties geldt een onderzoeksplicht, op basis van de bodemkwaliteitskaart, wegens het mogelijk verhoogd voorkomen van bestrijdingsmiddelen (OCB) in de bovengrond (0-0,25 m-mv.); Het onderzoekstrace kruist gedempte watergangen, waarvan een deel reeds is onderzocht tijdens voorgaand onderzoek. De watergangen zijn na 1960 gedempt met ongespecificeerd materiaal en zijn verdacht op de aanwezigheid van

blad 41 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

bodemverontreinigingen gerelateerd aan het dempingsmateriaal (zware metalen, PAK, minerale olie en asbest); Het onderzoekstrace in open ontgraving kruist watergangen. De kwaliteit van de waterbodem is onbekend en er is geen waterbodemkwaliteitskaart voor dit gebied beschikbaar. Voor werkzaamheden in de watergangen, waarbij slib en/of vaste waterbodem vrijkomt, dient een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden. Het verrichte vooronderzoek geeft geen aanleiding om te vermoeden dat de voorgenomen werkzaamheden worden uitgevoerd binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van het vooronderzoek wordt vooralsnog geconcludeerd dat, met uitzondering van de slootdempingen, de locatie niet als verdacht ten aanzien van asbest wordt aangemerkt, omdat er uit de beschikbare gegevens geen directe aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen. Tevens is het, op basis van de verkregen informatie, niet de verwachting om antropogene lagen aan te treffen ter plaatse van het voorgenomen werkgebied. Op basis van de verzamelde informatie wordt niet verwacht dat de activiteiten op omliggende percelen de bodemkwaliteit ter plaatse van de voorgenomen onderzoekslocatie negatief hebben beïnvloed.

Tevens worden op basis van de bekende onderzoeksgegevens geen (mobiele) verontreinigingen uit de directe omgeving op de onderzoekslocatie verwacht. Conform het advies uit het historisch bodemonderzoek worden de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Transformatorstation Zuilichem: vanwege de geplande ontwikkeling, zijnde de uitbreiding naar een 150 kV station, dient een verkennend bodemonderzoek van het station te worden uitgevoerd conform de NEN 5740+A1. Hier dient een nulsituatie onderzoek uitgevoerd te worden in het kader van de vergunning voor uitbreiding; Boomgaarden: deze deellocaties zijn verdacht op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in de toplaag. Tevens geldt er een onderzoeksplicht. Hier dient een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5740+A1; Gedempte watergangen: deze deellocaties zijn verdacht op het voorkomen van bodemvreemd materiaal dat bij demping mogelijk is toegepast. Op deze locaties dient bodemonderzoek (maatwerk) plaats te vinden gebaseerd op de NEN 5740+A1 met mogelijk opschaling naar onderzoek conform de NEN 5707+C2 en NEN5897+C2; Kruisingen bestaande watergangen: indien graafwerkzaamheden worden uitgevoerd in de watergangen, dient voorafgaand een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5720:2017. Een verkennend bodemonderzoek op de verdachte locaties langs het onderzoekstracé is uitgevoerd.

De resultaten van deze bodemonderzoeken geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek en vormen geen belemmering voor de uit te voeren werkzaamheden. Voor de werkzaamheden zijn conform de CROW400 veiligheidsmaatregelen conform de veiligheidsklasse ‘basishygiëne’ van toepassing. Ter plaatse van de overige (onverdachte) locaties kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van de bodemkwaliteitskaarten van de Regio Rivierenland. Ten tijde van uitvoering zal afstemming plaatsvinden tussen uitvoerende partij en de provincie en met de Omgevingsdienst. Bij het aantreffen van nieuwe verontreinigingen wordt gehandeld conform wettelijke verplichtingen en beleid van bevoegde gezagen. Tevens heeft de uitvoerder de plicht om zijn werknemers in een veilige situatie te laten werken volgens de Arbowet. Daarbij dient ook de bodemsituatie bekend te zijn. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd ten opzichte van de bodemkwaliteit.

blad 42 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

4.5

Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Dat wordt gedaan door middel van een natuurtoets. Het doel van de uitgevoerde natuurtoets is het opsporen van (eventuele) strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland en om te bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk en eventueel vervolgonderzoek nodig is (zie bijlage 7). Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.

4.5.1

Onderzoek De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien deze niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van werkzaamheden en de effecten hierop. Dit is gedaan op basis van een Natuurtoets. De conclusies hiervan zijn hieronder uiteengezet. Gebiedsbescherming In het plangebied en de directe omgeving is NNN-gebied aanwezig. Op een paar plaatsen is er een overlap met NNN-gebied (zie onderstaande figuren).

Figuur 4.3: Ligging plangebied ten opzichte van NNN/GNN Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN geen sprake, aangezien de ondergrondse kabelverbinding ter plaatse van het NNN door middel van een HDD boring onder het NNN-gebied op een diepte van minimaal 10 meter -mv wordt aangelegd. Het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op circa 800 m afstand van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding. Effecten van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. De effectbepaling van stikstofdepositie dient plaats te vinden op basis van een berekening met behulp van Aerius Calculator, zie ook onderstaande tabel. Het stikstofdepositieonderzoek is uitgevoerd (zie hieronder).

blad 43 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Soortenbescherming Uit de bureaustudie is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Vogels (JRB) – soort onbekend (nesten waargenomen); Amfibieën; Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen). In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet Natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.

De houtopstand / houtsingel ten zuiden van de Middelsteeg vormt potentieel geschikt leefgebied voor de bunzing en wezel. Voor het tracé zal slechts een klein gedeelte van deze houtopstand worden verwijderd. Door buiten de kwetsbare periode van deze soorten voorafgaand aan het kappen van de bomen de vegetatie onder de bomen te verwijderen en hierbij in zuidelijke richting te werken, kunnen eventueel aanwezige individuen uitwijken. Kleine marters zijn het meest kwetsbaar in de kraamtijd, de periode van 15 maart tot 1 september (Bouwens, 2017). Het gedeelte dat wordt beïnvloed (circa 100 m2 ) betreft slechts een klein deel van de hele houtsingel, waardoor er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn. Met deze werkwijze vindt geen overtreding van verbodsbepalingen plaats en wordt tevens voldaan aan de zorgplicht. Onder voorwaarde dat wordt gewerkt volgens bovenstaand advies kunnen negatieve effecten op genoemde soorten worden uitgesloten.

blad 44 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Stikstofonderzoek Er is een stikstofonderzoek uitgevoerd in het kader van de gehele ontwikkeling waar voorliggend plan deel van uit maakt. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd met de AERIUS Calculator (versie 2020). Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 8. Uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen blijkt dat als gevolg van de werkzaamheden een stikstofdepositie van hoger dan 0,00 mol N/ha/j plaatsvindt. Het betreft in dit geval tijdelijke deposities, van maximaal 0,05 mol N/ha/j gedurende 1 jaar in Natura 2000-gebied Rijntakken. De provincie Gelderland hanteert een waarde van 0,05 mol N/ha/j als drempelwaarde voor vergunningplicht voor tijdelijke projecten. Hieruit volgt dat er geen overschrijding van de genoemde drempelwaarde optreedt.

4.5.2

Conclusie Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is.

4.6

Milieuzonering

4.6.1

Onderzoek Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.

Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Transformator Zuilichem Volgens de VNG-publicatie (2009) is transformator Zuilichem (in fase 2) een categorie 4.2-bedrijf met een minimale richtafstand van 300 meter vanwege geluid, 50 meter vanwege gevaar en 0 meter vanwege geur en stof. Wanneer aan deze richtafstanden wordt voldaan van de perceelsgrens / bestemmingsgrens tot de gevel van milieugevoelige objecten, zoals woningen en scholen, kan er van worden uitgegaan, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Op circa 5 meter ten oosten van het station is het dichtstbijzijnde milieugevoelige object aanwezig (bedrijfswoning). Dit object is gelegen binnen de richtafstand van geluid (300 meter) en gevaar (50 meter). Overige milieugevoelige objecten liggen op meer dan 80 meter. Gevaar Ten aanzien van het aspect gevaar geldt het volgende. Het gevaar dat kan optreden is bij een mogelijke storing. Storingen ontstaan wanneer er in een transformator kortsluiting ontstaat. Van de vijfhonderd transformatoren in het net van Liander is er per jaar ongeveer één waar

blad 45 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

een storing optreedt. Door de keten van opeenvolgende veiligheidsmechanismen schakelt de transformator meteen uit. Eens per tien jaar komt het voor dat een transformator een dusdanige storing heeft dat hij zichtbaar kapot is. Zo'n destructieve storing is in de directe omgeving van de transformator te horen. De klap is het gevolg van de stalen behuizing die wordt ontzet. De behuizing is zo ontworpen dat hij gecontroleerd scheurt en niet uit elkaar barst. Het is niet mogelijk dat bij een destructieve storing stukken metaal of olie buiten de transformatorbox terecht komen. De olie die in dat geval uit de gescheurde behuizing loopt, wordt veilig opgevangen in de lekbak onder de transformator. Deze storing is wel hoorbaar, maar er is geen gevaar voor de omgeving. Op grond van deze motivatie kan van de richtafstand voor gevaar worden afgeweken en is de afstand van 20 meter geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Geluid Voor het aspect geluid is geluidonderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.8). 150kV-kabelverbinding De ondergrondse 150kV-kabelverbinding is geen milieugevoelige of een belastende functie. Een onderzoek naar milieuzonering is daarom niet noodzakelijk.

4.6.2

Conclusie Aan de richtafstanden voor stof en geur wordt voldaan. Tenaanzien van de richtafstand voor gevaar is gemotiveerd dat een kortere afstand geen risico oplevert. Er is in de derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot de aspecten geur, stof en gevaar. Omdat aan de richtafstanden wordt voldaan / gemotiveerd is dat kan worden afweken, geldt tevens dat de bedrijfsvoering van de stations niet wordt beïnvloed. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering voor wat betreft geur, gevaar en stof. Ten opzichte van het aspect geluid is verder onderzoek gedaan (zie paragraaf 4.8).

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Bureauonderzoek Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.4 zijn deze bronnen zichtbaar. De ondergrondse 150kV-kabelverbinding kruist een aantal leidingen, waarvan de hieronder genoemde leidingen ad 2 en ad 3 aardgasleidingen betreft. 1.

Naam Defensie Pijpleiding Organisatie, diameter 168 mm, wanddikte 5 mm, maximale werkdruk 80 bar. 2. Naam W-531-04, diameter 168 mm, wanddikte 5 mm, maximale werkdruk 40 bar. 3. Naam W-531-10, diameter 219 mm, wanddikte 6 mm, maximale werkdruk 40 bar. Daarnaast kruist de ondergrondse 150kV-kabelverbinding het terrein van een inrichting met risicovolle activiteiten, Mainfreight Netherlands Cooperatief U.A. Omdat de leiding geen (beperkt) kwetsbaar object betreft, levert de aanleg van de leiding, binnen de risicocontouren van deze BRZO-inrichting, geen belemmering op. Transformatorstation Zuilichem en de ondergrondse 150kV-kabelverbinding vallen zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de hiervoor vermelde risicobron, echter kan de bouw wel gevolgen hebben voor de kans op een ongeval. In het kader van de aanleg wordt voor begin van de werkzaamheden een KLIC-melding gegaan. In paragraaf 4.9 is verder beschreven hoe omgegaan wordt met de kruisingen van de bovengenoemde aardgasleidingen en de risico's daarbij.

blad 46 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Figuur 4.4: Uitsnede risicokaart

4.7.2

Conclusie De realisatie van de transformatorstation Zuilichem en de ondergrondse 150kV-kabelverbinding is vanuit het aspect externe veiligheid planologisch aanvaardbaar.

4.8

Geluid Het wettelijk kader voor geluid is grotendeels geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Hierin is een normering opgenomen voor wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Tot laatstgenoemde behoort de geluidsbelasting als gevolg van industrieterreinen waarop inrichtingen zijn gevestigd, die bij Algemene Maatregel van Bestuur zijn aangemerkt als een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken'. Door in een bestemmingsplan een bestemming op te nemen waarmee de vestiging van een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken' mogelijk wordt gemaakt, ontstaat er een industrieterrein op basis van de Wgh. Hierdoor ontstaat de plicht om eveneens een geluidszone rond het industrieterrein in het bestemmingsplan op te nemen. Er ontstaat dan een zogeheten gezoneerd industrieterrein. Bedrijven kunnen door middel van hun geluidscontour beperkingen opleggen ten aanzien van ontwikkelingen die geluidsgevoelig zijn. In dat geval wordt een zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Buiten de zone gelden er met het oog op de zoneringsplichtige inrichting geen beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen. Binnen de zone zijn er wel beperkingen voor het bestemmen van geluidsgevoelige bestemmingen.

Voor woningen en andere geluidsgevoelige objecten in de zone geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Door middel van een hogere waarde procedure kan een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen. Deze verhoging is mogelijk tot een maximale ontheffingswaarde. Deze maximale

blad 47 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

ontheffingswaarde is afhankelijk van de situatie.

4.8.1

Onderzoek Transformatorstation Zuilichem Om te kunnen voorzien in de toenemende vraag en aanbod van elektriciteit de komende jaren zal het station (gefaseerd) worden uitgebreid. Feitelijk zal er een nieuw 150/20 kV transformatorstation worden gerealiseerd (naast het huidige station) bestaande uit een inrichting van Liander en een inrichting van TenneT. Het Liander-deel bestaat in de tussenfase uit twee 80 MVA transformatoren en een schakelgebouw. In de eindfase zullen twee extra 80 MVA transformatoren worden bijgeplaatst. Het TenneT-deel bestaat uit een schakelveld, een centraal dienstengebouw (CDG) en een compensatiespoel. Hiervan zullen het CDG en de compensatiespoel pas in de eindfase worden gerealiseerd. In het kader hiervan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9). Uit de resultaten van de berekeningen volgt dat na realisatie ruimschoots wordt voldaan aan de toepasselijke grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, te weten 50 dB(A) voor de dagperiode, 45 dB(A) voor de avondperiode en 40 dB(A) voor de nachtperiode. Zelfs indien het geluid als tonaal wordt beschouwd, rekening houdend met een toeslag van 5 dB. In de eindfase ontstaat een inrichting waarvoor een geluidzone moet worden vastgesteld. In dat kader is in het bestemmingsplan een geluidzone - industrielawaai opgenomen. Deze geluidzone ligt niet over de bedrijfswoning.

Daarmee is de bedrijfswoning beschermd voor wat betreft geluid vanwege de inrichting. De geluidzone is gebaseerd op vrije polder uitbreiding, dus exclusief de invloed van reflecties en afscherming van aanwezige- en/of toekomstige bouwwerken buiten het geluidgezoneerde (deel) van het bedrijventerrein (ofwel het 'geluidgezoneerde industrieterrein'). 150kV-kabelverbinding De ondergrondse 150kV-kabelverbinding is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.8.2

Conclusie Gelet op onderdeel D van bijlage I (artikel 1 sub n) van het Bor wordt het transformatorstation Zuilichem aangemerkt als inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken. Het terrein is daarom voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder.

4.9

Kabels en leidingen Bij de aanleg van het tranformatorstation Zuilichem en de ondergrondse 150kV-kabelverbinding is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed. Het is ook mogelijk dat het functioneren van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van kabels en leidingen. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de gemeente. Kruisingen worden uitgevoerd door middel van een boring en vormen daarmee in principe geen belemmering. Bij het kruisen van gasleidingen door middel van boringen wordt een afstand van 5 meter boven of onder de gasleiding aangehouden. Er wordt gewerkt volgens de Gasunie Velin voorwaarden. De ondergrondse 150kV-kabelverbinding kruist in de gemeente Zaltbommel diverse (gas)leidingen. Er zijn beïnvloedingsberekeningen gedaan. Dit is besproken met en goedgekeurd door de betrokken beheerders. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te

blad 48 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen. Worden deze afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd. Door adviesbureau Petersburg zijn daarnaast diverse beïnvloedingsberekeningen gemaakt waarmee is aangetoond dat de 150kV-kabelverbinding geen (negatieve) invloeden heeft op andere kabels en leidingen of spoor. De berekeningen zijn afgestemd met de betrokken kabel en leiding beheerders.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1

Onderzoek Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM1 0).

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Transformatorstation Zuilichem De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase (circa 13 mvt per etmaal). Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM (zie onderstaande uitsnede).

blad 49 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Het leidt niet tot een substantiële toename van het verkeer. Er vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer (minder dan 1 mvt per etmaal). 150kV-kabelverbinding De intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase van de kabelverbinding. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is dermate laag (circa 13 mvt per etmaal) dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. De kabelverbinding betreft geen ontwikkelingen die leidt tot een substantiële toename van het verkeer.

4.10.2

Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.

4.11

Vooronderzoek aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven (hierna CE) in het gebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In het kader van voorliggend plan is onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 10).

4.11.1

Bureauonderzoek Het doel van het vooronderzoek is om aan de hand van een breed scala aan historisch feitenmateriaal een zo genuanceerd mogelijk beeld met betrekking tot het onderzoeksgebied in de Tweede Wereldoorlog te verkrijgen. Aan de hand van deze gegevens wordt een antwoord gegeven op de vraag of en zo ja in welke delen van het onderzoeksgebied er sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van CE. Er wordt daarnaast ingegaan op de te verwachten soort(en) CE, de verschijningsvorm en de mogelijke hoeveelheid. Het onderzoek resulteert in een horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied door middel van GIS kaartmateriaal en het advies om de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden uit te voeren, of om vervolgstappen te zetten in de vorm van bijvoorbeeld een (projectgebonden) risicoanalyse of direct een detectieonderzoek. In de omgeving van het plangebied komen een aantal verdachte gebieden voor. Dit betreffen verdachte gebieden op infanteriemunitie en verschoten geschutmunitie. In bijlage 10 is

blad 50 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

opgenomen in welke omvang deze verdachte gebieden (indicaties) zijn afgebakend.

4.11.2

Conclusie Op basis van de inventarisatie explosieven binnen het onderzoeksgebied kan worden vastgesteld, dat een deel van het onderzoeksgebied als verdacht op het aantreffen van explosieven kan worden aangemerkt. Een verticale afbakening is niet bekend. Er kan worden aangehouden, dat minimaal tot de sleufdiepte van 2,05 m-mv. als verdacht kan worden aangemerkt. Voor die delen van het onderzoeksgebied waarvoor op basis van het gehanteerde bronnenmateriaal geen feitelijke of herleidbare gegevens omtrent een mogelijk risico op het aantreffen van conventionele explosieven zijn aangetroffen, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de voorgenomen werkzaamheden (ook in niet verdachte bodemlagen) het uitvoerend personeel altijd te instrueren. De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium, maar het is voor de uitvoering wel van belang om hier inzicht in te hebben teneinde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te garanderen. De Project gebonden Risico Analyse (PRA) wordt voor aanvang van de realisatie uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald hoe hiermee tijdens werkvoorbereiding omgegaan dient te worden, teneinde de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren.

4.12

Electrische- en magnetische velden Transformatorstation Zuilichem Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), thans Ministerie van I&M, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor de blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit de richtlijn van de Europese Commissie als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de aanbevelingen van de International Commission on NonIonizing Radiation Protection (ICNIRP) en worden tevens onderschreven door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. Hier wordt ook aan voldaan bij het transformatorstation in Zuilichem. Vanwege onder andere de ongerustheid over een relatie tussen blootstelling aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen en kinderleukemie, heeft de Nederlandse overheid in 2005 beleid opgesteld voor magnetische velden van hoogspanningslijnen.

Op basis van het voorzorgsprincipe wordt aangeraden om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit geldt voor 'gevoelige locaties', zoals woningen, scholen en crèches waarbij als voorzorg een maximaal jaargemiddelde magnetische veldsterkte van 0,4 µT wordt gebruikt. Het voorzorgsbeleid geldt voor magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit voorzorgsbeleid geldt dus niet voor andere infrastructuur zoals, elektriciteitskabels, transformatorstations en middenspanningsruimten. In april 2018 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht. In dit advies wordt de beleidsverantwoordelijke staatssecretaris van I&W ter overweging mee gegeven, het voorzorgsbeleid ten aanzien van magnetische velden voor bovengrondse hoogspanningslijnen, ook toe te passen op ondergrondse elektriciteitskabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk.

blad 51 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

Naar aanleiding van dit advies heeft de minister van Economische zaken de heer Verdaas verzocht om te onderzoeken welk voorzorgsbeleid nodig is inzake de (niet uitgesloten) gezondheidsrisico's van magneetvelden die samenhangen met de elektriciteitsinfrastructuur. De heer Verdaas trekt de conclusie dat voorzorgbeleid ten aanzien van de mogelijke gezondheidsrisico's van magneetvelden niet noodzakelijk is, omdat er nooit een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en gezondheidsklachten is aangetoond. Hij vindt voorzorgbeleid wel nuttig, met name om maatschappelijke onrust en disproportionele maatregelen te voorkomen. De heer Verdaas adviseert om terug te keren naar het oorspronkelijke doel van het voorzorgbeleid. Dat wil zeggen: zoveel als redelijkerwijs mogelijk voorkomen dat kinderen (tot 16 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden. De externe adviseur krijgt de opdracht om met een overzicht van ALARA-maatregelen en afstanden te komen, die redelijk, proportioneel en praktisch realiseerbaar zijn. Tot op heden is echter dit overzicht nog niet gepubliceerd. De verwachting is dat dit overzicht in 2021 gepubliceerd wordt. Dit betekent dat op dit moment het huidige beleid van toepassing is. Het ontwerp voor de uitbreiding van transformatorstation Zuilichem voldoet ruimschoots aan de grenswaarde van 100 µT voor blootstelling in de openbare ruimte.

150kV-kabelverbinding In 2005 heeft het voormalige ministerie van VROM, thans Ministerie van I&M, een advies over hoogspanningslijnen en hun magneetveld uitgebracht aan gemeenten en beheerders van het hoogspanningsnet. Dit beleidsadvies is niet van toepassing op stations, ondergrondse kabelverbindingen en kabelovergangsgebieden (overgangen tussen gestuurde boring en open ontgraving) en opstijgpunten. Het zoveel als redelijkerwijs mogelijk vermijden van nieuwe gevoelige bestemmingen of bebouwing is dan ook geen traceringsuitgangspunt voor ondergrondse verbindingen, echter gelet op andere traceringsuitgangspunten verdient het aanbeveling zo veel als redelijkerwijs mogelijk afstand te bewaren tot de gebouwde omgeving.

4.13

Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het wettelijk geregeld dat in alle ruimtelijke plannen een watertoets dient te worden uitgevoerd. Het doel van de Watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en "water" mee te laten wegen in het planproces. Het resultaat van de Watertoets is deze waterparagraaf.

4.13.1

Onderzoek De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Een legger is een aanvulling op de Keur. Een keur is een stelsel van gebods- en verbodsbepalingen voor het in stand houden van de waterkeringen, waterhuishouding en wegen. In de Legger zijn de watergangen opgenomen, waarop de keur van toepassing is.

blad 52 van 62

vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10657422/1