Bijlage 2. Zuilichem, mertstraat transformatorstation toelichting
Tekst van het document
Zuilichem, Mertstraat Transformatorstation Gemeente Zaltbommel vastgesteld Projectnr. 0456452.100 Revisie 01 Datum 8 oktober 2021
Auteur(s): Robin Michiels Stephan Hammink
datum vrijgave
beschrijving revisie vastgesteld
goedkeuring L. de Jong-van Twisk, MSc
vrijgave A. de Jong
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Inhoudsopgave Toelichting Toelichting
blad 3 van 62
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Situering van het plangebied Bestaande planologisch-juridische regeling Opbouw toelichting Begrippenlijst
7 7 7 8 8 9
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Het initiatief Algemeen Planbeschrijving
13 13 13
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Beleidskader Algemeen Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Beleid waterschap Gemeentelijk beleid Conclusie
21 21 21 22 28 34 34 36
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omgevingsaspecten Algemeen Archeologie en cultuurhistorie Landschap Bodemkwaliteit Ecologie Milieuzonering Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Vooronderzoek aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Electrische- en magnetische velden Waterhuishouding Milieu-effectrapportage
37 37 37 40 41 43 45 46 47 48 49 50 51 52 53
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planopzet Planopzet Toelichting op de planregels
55 55 55
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatiewet Kosten van aanleg en instandhouding Vestiging zakelijk recht
59 59 59 60
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid Communicatie Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Inspraak Zienswijzenprocedure
61 61 61 61 61
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Toelichting
blad 5 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding Aanleiding In 2018 heeft Liander een studie gedaan naar de toekomstige vermogensontwikkelingen in de Bommelerwaard. Uit deze analyse blijkt dat er in het kader van de energietransitie rekening moet worden gehouden met toekomstige grootschalige opwek van elektriciteit en dat de elektriciteitsvraag sterk toeneemt in de komende 15 jaar. Liander is daarom bezig met de uitbreiding van het energienet. Eén van deze uitbreidingen betreft de aanpassingen het realiseren van een nieuw 150/20kV-transformatorstation in Zuilichem en het leggen van een dubbele 150kV-kabelverbinding tussen transformatorstation Zaltbommel en toekomstig transformatorstation Zuilichem met een lengte van circa 12 km. Deze ontwikkelingen kunnen op basis van de vigerende bestemmingsplannen niet worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan wordt daarom herzien.
Figuur 1.1: Overzichtskaart 150kV-kabelverbinding en transformatorstation Zuilichem
1.2
Situering van het plangebied Het plangebied ligt in de provincie Gelderland tussen de plaatsen Zuilichem en Zaltbommel (zie Figuur 1.2). In het gebied liggen verder kernen als Gameren, Kerkwijk, Bruchem en Rossum. De gemeenten in het plangebied zijn Zaltbommel en Maasdriel. In figuur 1.2 is het tracé van de ondergronde 150kV-kabelverbinding en het toekomstige transformatorstation Zuilichem te zien. Met rood is weergegeven waar de kabelverbinding wordt aangelegd via horizontaal gestuurd boren, ook wel horizontal directional drilling genoemd (HDD).
blad 7 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 1.2: Ligging 150kV-kabelverbinding en toekomstig transformatorstation Zuilichem
1.3
Bestaande planologisch-juridische regeling Hieronder is weergegeven welke vigerende bestemmingsplannen van toepassing zijn: Bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel, Bommelsekade 150 kV-leiding (vastgesteld op 22-2-2018) Bestemmingsplan Zaltbommel, De Wildeman II (vastgesteld op 16-11-2017) Bestemmingsplan Parapluplan Parkeren (digitaal) (vastgesteld op 14-6-2018) Bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel (vastgesteld op 17-9-2014) Bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel - Bommelsekade 18 (vastgesteld op 29-6-2017) Inpassingsplan N322 Zaltbommel (vastgesteld op 24 april 2013) Wijzigingsplan infrastructuur, landschap en tuinbouw Bommelerwaard (vastgesteld 27 maart 2018) Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard (vastgesteld op 25 februari 2015) Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard (vastgesteld op 29 september 2016) Reparatie Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard (vastgesteld op 27 september 2017) Bestemmingsplan Parapluherziening verkamering woningen (vastgesteld op 5-11-2020)
1.4
Opbouw toelichting In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt ingegaan op de beschrijving van het initiatief. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader van Europa, het Rijk, provincie, waterschap en de gemeente beschreven. De milieuhygiënische en omgevingsaspecten, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het plangebied komen aan bod in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische planvorm van dit bestemmingsplan. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid onderbouwd.
blad 8 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
1.5
Begrippenlijst In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, die vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel elektriciteitsstation, onderstation of verdeelstation genoemd, komt elektriciteit met een hogere spanning binnen en wordt omgezet in een lagere spanning. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. Een transformatorstation is een groot elektriciteitsstation die dient om de hoge spanning (hoogspanning) die van de hoogspanningsmasten komt naar een lagere (midden)spanning te veranderen en te verdelen in de omgeving. Er gebeuren drie dingen: De hoge spanning komt met een aantal kabels of ondergrondse lijnen binnen in de schakeltuin en wordt verdeeld over de transformatoren. De hoge spanning wordt door de transformatoren veranderd (getransformeerd) naar een lagere (midden)spanning. De lagere (midden)spanning wordt door de middenspanningsinstallatie verdeeld en met kabels verdeeld in de omgeving. Compensatiespoel Een spoel is zeer lange draad die compact (buisvormig) wordt opgewonden. In het algemeen zijn er drie typen spoelen.
Een seriespoel wordt in serie gezet met een verbinding, een compensatiespoel wordt aangesloten achter een transformator en een blusspoel die ook bij de transformator wordt aangesloten. Een compensatiespoel zorgt ervoor dat de spanning op de primaire installatie beheerst kan worden. Door het inschakelen van de spoel zal de spanning ter plaatse iets lager worden. Kopstation Een kopstation betekent, dat de voedende kabels direct op de transformatoren worden aangesloten, in tegenstelling tot een station waar de voedende kabels eerst op een rail worden aangesloten, zodat er kan worden geschakeld tussen transformatoren en klanten (of andere stations). Dubbelrailstation Een rail bestaat in de meeste gevallen uit drie aluminiumbuizen die parallel aan elkaar door het station lopen. Deze rail kan grote vermogens transporteren en verdelen over de aansluitingen. Bij een dubbelrailstation zijn er twee (sets) rails meestal A en B genoemd. Door verschillende velden met de A en/of B-rail te verbinden of los te koppelen bepaalt men welke velden aan elkaar gekoppeld worden. Er wordt gekozen voor een verdeling die het meest gunstig is voor de energievoorziening en veiligheid. Bliksempiek Een stalen mast die voorkomt dat de gevoelige onderdelen op het station geraakt worden door de bliksem. Bij blikseminslag wordt de lading hoog boven het station opgevangen en naar de aarde afgevoerd.
CDG (Centraal diensten gebouw) Het CDG is het centrale gebouw op een hoogspanningsstation van TenneT. In dit gebouw bevinden zich onder andere een kantoor, een bedieningsruimte voor het bedienen van de hoogspanningsinstallatie, de toiletten, de kantine, (nood)stroomvoorzieningen, telecommunicatie en is er ruimte voor opslag van materialen.
blad 9 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Regelstation Een middenspanningsstation dat vanuit een transformatorstation wordt gevoed. In het regelstation is naast een verdeelinrichting “groepenkast” ten minste één regeltransformator ten behoeve van.spanningsregeling voor het middenspanningsnet opgesteld, met als functie de spanning van de afgaande velden (kabels) op een constante spanning te houden. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Regeltransformator Een regeltransformator zorgt ervoor dat de spanning van de afgaande velden (kabels) op constante spanning wordt gehouden. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in megavoltampère (MVA). Transformatorboxen De transformator komt in een box/bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in voltampère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. Hoogspanning Hoogspanning is een verzamelnaam voor de hoogste spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning boven de 25 kV (25.000 Volt). In Zuilichem en Zaltbommel is de hoogspanning die binnen komt 150kV.
Middenspanning Middenspanning (doorgaans distributie) is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1 kV en lager dan 25 kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1 kV (1.000 Volt)kV. De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Hoogspanningsverbinding Een hoogspanningsverbinding is een lijn met hoogspanningsmasten (bovengronds) of kabel (ondergronds) om elektriciteit met een hoge spanning te transporteren van het ene transformatorstation naar het andere transformatorstation. 150kV velden/schakeltuin De grote metalen bouwwerken waar de bovengrondse kabels vanaf de hoogspanningsmasten binnen komen, zodat de elektriciteit met behulp van schakelaars worden verdeeld over de verschillende transformatoren. Deze apparatuur staat in de meeste gevallen in de open lucht en wordt daarom ook wel een schakeltuin genoemd. 10kV / 20kV installatie/ 10kV / 20kV schakelgebouw De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit met een spanning van 10kV of 20kV wordt verdeeld over verschillende kabels die vervolgens de elektriciteit naar de wijken in een dorp of stad transporteren. De ruimte of gebouw waar de installatie in staat wordt ook wel schakelgebouw of -hal genoemd.
De 10kV / 20kV installatie is de “groepenkast” van een transformatorstation. blad 10 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 2 2.1
Het initiatief Algemeen In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het initiatief. Er wordt eerst ingegaan op de nut en noodzaak van het initiatief. Daarna volgt een beschrijving van de bestaande situatie. Vervolgens wordt ingegaan op het initiatief en wordt beschreven hoe de toekomstige situatie na realisatie van het initiatief eruit gaat zien.
2.2
Planbeschrijving
2.2.1
Nut en noodzaak initiatief In 2018 en 2019 heeft Liander een studie gedaan naar de toekomstige vermogensontwikkelingen in de Bommelerwaard. Uit deze analyse blijkt dat de elektriciteitsvraag (vermogensvraag) sterk toeneemt in de komende 15 jaar en er rekening wordt gehouden met toekomstige grootschalige opwek. Er is een vermogensuitbreiding noodzakelijk als gevolg van de energietransitie en de economische ontwikkelingen. In onderstaande figuur zijn de diverse elektriciteitsstations van Liander en TenneT in de Bommelerwaard weergegeven. TenneT beheert het hoogspanningsnet in Nederland. TenneT transporteert elektriciteit op 110.000 Volt (110 kV) en hoger. Liander is in dit gebied de regionale netbeheerder voor midden- en laagspanning.
Figuur 2.1: Elektriciteitsstations in de regio Bommelerwaard Er is onvoldoende vermogen beschikbaar op diverse stations in het gebied om te kunnen voorzien in de toenemende vraag en teruglevering van energie. Het huidige middenspanningsnetwerk kan de grote vraag naar en teruglevering van elektrisch vermogen niet aan. Inmiddels is de maximale capaciteit op alle stations in de regio bereikt. De kaarten (figuur 2.2) geven beschikbare capaciteit voor afnemen en terugleveren van elektriciteit weer. Hierin is te zien dat in grote delen van de Bommelerwaard beperkte transportcapaciteit beschikbaar is, voor zowel afnemen als terugleveren van elektriciteit. In een deel van de Bommelerwaard is geen transportcapaciteit meer beschikbaar voor het afnemen van elektriciteit. Er is een grote kans dat op korte termijn meer delen op 'rood' of 'oranje' gaan. Zie voor meer informatie ook: "https://www.liander.nl/grootzakelijk/aansluitingen/capaciteit-stroomnet". blad 13 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.2 Beschikbare capaciteit afnemen (links) en beschikbare capaciteit terug leveren (rechts) (d.d. 17-5-2021) Om de netstructuur van deze regio geschikt te maken voor de groeiende vermogensvraag, te voldoen aan de wettelijke aansluitplicht en eventuele verdere uitbreiding in de toekomst zijn onder andere de volgende werkzaamheden nodig: 1. 2.
het realiseren van een nieuw 150/20kV-station in Zuilichem; het leggen van een dubbele 150kV-kabelverbinding tussen transformatorstation Zaltbommel en toekomstig transformatorstation Zuilichem. Met deze oplossing ontstaat dichtbij de vermogensvraag een robuust netwerk, dat gerealiseerd kan worden tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.
2.2.2
Bestaande situatie Regelstation Zuilichem is een 20/10kV station met één 20kV installatie en twee 10kV installaties, die wordt gevoed vanuit het bovenliggende transformatorstation Zaltbommel. Het regelstation ligt ten zuiden van de bebouwde kom van Zuilichem in de gemeente Zaltbommel aan de Mertstraat 1035T. De locatie is gelegen in agrarisch (kassen)gebied met enkele woningen en bedrijven. De locatie is ingesloten door een aantal gemeentelijke en provinciale wegen. Direct naast het regelstation is een autobedrijf met bedrijfswoning aanwezig.
blad 14 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.3: Huidige situatie station Zuilichem In de huidige situatie liggen er diverse middenspanningskabels op en rondom het regelstation.
2.2.3
Toekomstige situatie Transformatorstation Zuilichem Gelet op de huidige aannames/prognoses voor de economische ontwikkelingen en energietransitie is een tweetal fasen te onderscheiden in de realisatie van transformatorstation Zuilichem. Op het noordelijke terreindeel, aan de zijde van de Mertstraat, wordt het Liander station ontwikkeld. Op het zuidelijke terreindeel, aan de zijde van de N322, gaan de activiteiten van TenneT plaatsvinden. Zie ook onderstaande afbeeldingen waarop duidelijk wordt waar de locatie is gesitueerd en waar de onderdelen van Liander en TenneT worden gerealiseerd. De verwachting is dat medio 2028 het volledige station noodzakelijk is en dan gerealiseerd moet zijn. Dit valt binnen de planhorizon van het voorliggende bestemmingsplan en kan daarom direct worden bestemd.
blad 15 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.4: Ligging westelijk deel van het tracé met het nieuw te realiseren 150/20kV-transformatorstation
Figuur 2.5: Verdeling terrein TenneT en Liander Liander Om de komende jaren te kunnen voorzien in de toenemende vraag en aanbod van elektriciteit wordt het station (gefaseerd) uitgebreid. Feitelijk zal er een nieuw 150/20kV transformatorstation worden gerealiseerd (naast het huidige regelstation), bestaande uit twee 80 MVA transformatoren in de tussenfase en vier 80 MVA transformatoren in de eindfase. Alle transformatoren worden buiten opgesteld in transformatorruimtes (niet in blad 16 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
een gesloten gebouw). De vier transformatorruimtes, waarbij in de eerste fase twee transformatorruimtes worden gebouwd, krijgen een hoogte van circa 7 meter. Op de transformatorruimtes worden een aantal bliksemspitsen geplaatst. Het oppervlakte per transformatorruimte bedraagt circa 170 m2. Daarnaast wordt er een schakelgebouw gerealiseerd. Dit gebouw krijgt een hoogte van circa 5 meter hoog en het oppervlakte bedraagt circa 360 m2. In de twee fase wordt een aanvullend schakelgebouw gebouwd met ongeveer dezelfde afmetingen. TenneT De eerste fase zal bestaan uit de bouw van 2 x 150kV-velden waar de nieuwe 150kV-kabelverbinding vanuit Zaltbommel op aan worden gesloten.
Op het terrein zal in fase 2 in ieder geval (volgens de huidige stand der techniek) een 150kV-dubbelrailstation worden gerealiseerd dat in grote lijnen uit de volgende onderdelen bestaat: de fysieke ruimte voor 8 x 150kV-schakelvelden inclusief bliksempieken met een oppervlakte van circa 10.000 m2; een bedieningsgebouw voor de 150kV-schakelvelden, zijnde een dienstengebouw c.q CDG met de afmetingen van circa 12,5x25 m; gezamenlijke toegangsweg van TenneT en Liander vanaf de Mertstraat; hekwerken ter beveiliging en eventueel andere bouwwerken ten behoeve van het kunnen functioneren van het station en de landschappelijke inpassing; ruimte voor eventueel in de toekomst noodzakelijke uitbreidingen met 3 schakelvelden; ruimte voor een eventueel in de toekomst benodigde blindstroomcompensatie spoel; terreinverharding op een deel van het terrein. 150 kV-kabelverbinding De kabelverbinding komt te liggen in het rivierengebied tussen de rivieren de Maas en de Waal. De kabelverbinding is voorzien in twee verschillende gemeenten. De kabelverbinding is gesitueerd tussen het regelstation Zuilichem (westelijk gelegen) en het transformatorstation Zaltbommel (oostelijk gelegen). De dubbel aan te leggen 150kV-kabelverbinding wordt grotendeels in open ontgraving aangelegd.
Daarnaast zijn er diverse kruisingen (Rijks- en provinciale wegen, spoor, water en belangrijke natuurwaarden) voorzien, die worden uitgevoerd middels een horizontaal gestuurde (HDD) boring of een zinker (bij kleinere watergangen). Het totale tracé heeft een lengte van ruim 12 kilometer. Binnen de gemeente Zaltbommel komt de kabelverbinding te liggen in een gebied dat zich voornamelijk kenmerkt als agrarisch gebied. Het gedeelte van de kabelverbinding dat in de gemeente Zaltbommel komt te liggen is circa 11 kilometer lang. Het gebied kan worden beschouwd als een open gebied afgewisseld met groen en sporadisch bebouwing (voornamelijk boerderijen en kassen). De kabelverbinding komt ten oosten van de spoorlijn Utrecht - Boxtel in de gemeente Maasdriel te liggen. Binnen de gemeente Maasdriel komt de kabelverbinding eveneens te liggen in agrarisch gebied. Dit betreft een klein gedeelte van de totale kabelverbinding, circa 1,2 kilometer. De kabelverbinding komt in zowel de gemeente Zaltbommel als Maasdriel grotendeels parallel aan de provinciale weg (N322) te liggen.
blad 17 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.6: Ligging tracé inclusief horizontaal gestuurde (HDD) boringen in rood Het uitgangspunt is dat in eerste instantie twee circuits (2x 3 kabels) worden gerealiseerd en dat zoveel als mogelijk rekening gehouden wordt dat een derde circuit in de toekomst parallel aan de twee circuits kan worden aangelegd. Voor het 3e circuit van de kabelverbinding (zijnde een mogelijke derde 150kV-verbinding tussen het 150kV-station Zuilichem en het bestaande 150kV-station Zaltbommel) geldt dat niet zeker is dat deze verbinding moet worden gerealiseerd. Daarom wordt de derde 150kV-verbinding niet bestemd, maar waar mogelijk wordt het feitelijk niet onmogelijk gemaakt om eventueel op termijn een derde kabelverbinding aan te leggen parallel aan de twee circuits. Zakelijk recht overeenkomsten voor de derde 150kV-kabelverbinding worden nu ook niet gesloten. Om aan de zogenaamde Netcode te voldoen wordt de kabelverbinding dubbel (2 circuits) uitgevoerd. Een circuit bestaat uit 3 kabels (3 fasen) die bij de open ontgravingen doorgaans op een diepte van circa 1,80 m-maaiveld in agrarisch gebied en op een diepte van 1,20 m-maaiveld in stedelijk gebied worden gelegd. De totale sleufbreedte bij twee circuits gaat bij open ontgraving circa 7 à 8 meter bedragen. Zie ook onderstaand figuur. Het totale ruimtebeslag tijdens de aanlegfase bedraagt ongeveer 30 meter aan werkstrook.
Deze werkstrook omvat niet alleen de kabelsleuf, maar ook de werkweg en de ruimte voor de tijdelijke opslag van de grond en het materiaal. Na aanleg wordt de 150kV-kabelverbinding overgedragen aan TenneT. Het totale ruimtebeslag na aanleg van 2 circuits bedraagt circa 8,2 meter bij het deel in open ontgraving en 16 meter bij de gestuurde boringen. Hierbij wordt uitgegaan van een breedte van het kabelbed (1 circuit bestaande uit 3 kabels) van iets meer dan 1 meter, een breedte voor de beschermingszone van 3 meter aan weerszijden bij open ontgravingen en een breedte van 5 meter aan weerszijden bij boringen.
blad 18 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.7: Sleufprofiel bij aanleg 2 circuits in driehoek (exclusief werkstrook) in agrarisch gebied
Figuur 2.8: Sleufprofiel bij aanleg 2 circuits middels een gestuurde boring
blad 19 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader Algemeen Met de onderhavige herziening wordt de aanleg van een ondergrondse 150kV-kabelverbinding en het toekomstig transformatorstation Zuilichem mogelijk gemaakt. Dit hoofdstuk geeft een nadere toelichting op het relevante ruimtelijke beleidskader en de van toepassing zijnde wetgeving. Er volgt in de paragrafen hierna een korte samenvatting per relevant beleid en wetgeving. Per beleidskader wordt de relevantie met dit initiatief aangegeven.
3.2
Europees beleid
3.2.1
Kaderrichtlijn Water Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) in werking getreden. De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering waarbij voor Nederland de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems van belang zijn. Het doel van de KRW is dat al het water in de Europese Unie vanaf 2015 in 'goede chemische toestand' en een 'goede ecologische toestand' moet verkeren. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, waarmee de uiterste datum op 2027 komt. De KRW is in 2005 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en al vanaf 2000 in Europa van kracht. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens 'een hoger doel' niet anders kan. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de Europese eisen voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. In het kader van voorliggende ontwikkeling is namelijk een watertoets uitgevoerd (zie ook paragraaf 4.13). Daarna is er overleg geweest met het waterschap Rivierenland. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd ten aanzien van voorliggend plan.
3.2.2
Verdrag van Valletta (verdrag van Malta 1992) Het Verdrag van Malta dateert van 1992 en wordt ook wel Verdrag van Valletta genoemd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat dus om archeologische resten als nederzettingen, grafvelden, en gebruiksvoorwerpen. Uitgangspunt van het verdrag is dat het archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw te beperken, wordt voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. In oktober 2003 is een voorstel voor de wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten naar de Tweede Kamer gestuurd. Hiermee werden de principes van het Verdrag van Malta doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. Op 4 april 2006 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer goedgekeurd en in december van dat jaar gaf de Eerste Kamer ook zijn goedkeuring. Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet, zie paragraaf 3.3.11.
blad 21 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het voorliggend plan (zie ook paragraaf 4.2). Uit het onderzoek volgt dat voor een aantal deelgebieden vervolgonderzoek nodig is. Deze gronden hebben reeds een dubbelbestemming 'Waarde Archeologie'. Hiermee is sprake van voldoende bescherming van de eventueel aanwezige waarden. Hiermee wordt voldaan aan hetgeen in het verdrag is opgenomen.
3.2.3
Vogel- en Habitatrichtlijn De belangrijkste internationale verplichtingen op het gebied van natuurbescherming zijn neergelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen zijn gericht op instandhouding van soorten en hun leefgebieden. Het streven is gericht op de vorming van een Europees ecologisch netwerk (Natura 2000 netwerk). Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden, bepaalde plant- en diersoorten en houtopstanden. Voor Natura 2000-gebieden geldt, dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten. Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie echter wel voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Relevantie bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten.
In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan. Daarin is beschreven dat er voor voorliggend plan een natuurtoets is uitgevoerd. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden, dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is.
3.3
Rijksbeleid
3.3.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds. In plaats van enkele relatief grote 'puntbronnen' (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-,
blad 22 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Relevantie bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het nationale belang 'realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur' uit de NOVI. Het nieuwe transformatorstation en de ondergrondse kabelverbinding zijn nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Op grond van artikel 2.3 van de Wro wordt de rijksstructuurvisie niet vastgesteld door de Tweede Kamer maar door de Minister of de betrokken Ministers. De vastgestelde NOVI is op 11 september 2020 door de minister toegezonden aan de Tweede Kamer en is nog niet in werking getreden.
3.3.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Rijk zet in de SVIR uiteen welke nationale belangen het heeft in het ruimtelijke en mobiliteitsdomein en welke instrumenten hiervoor worden ingezet. In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1.
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Ten aanzien van energievoorziening is aangegeven dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol. Deze is in Nederland van hoog niveau in vergelijking met andere Europese landen. De komende decennia groeit de vraag naar elektriciteit en gas in Nederland nog gestaag. Het opvangen van deze groei en het handhaven van het huidige hoge niveau van leveringszekerheid vragen om uitbreiding van het productievermogen (waaronder het decentrale vermogen) en de energienetwerken. Met de SVIR wordt een andere koers ingezet in het nationale ruimtelijk beleid. Er is nu vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale benadering met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven en laat dan ook meer over aan provincies en gemeenten.
De SVIR gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Dit betekent dat het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen, waarvoor het verantwoordelijk is en resultaat wil boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Relevantie bestemmingsplan Ten aanzien van voorliggend plan is aangegeven in de SVIR dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol. Het nieuwe transformatorstation en de ondergrondse kabelverbinding zijn nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Voorliggend plan ondervindt geen belemmeringen vanuit de SVIR.
blad 23 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
3.3.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen, zoals beschreven in de SVIR, die juridisch moeten doorwerken in ruimtelijke plannen van provincies en gemeenten zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro). Het Barro is in 2011 gedeeltelijk inwerking getreden. In het Barro zijn de onderwerpen mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken reeds opgenomen. Op 1 oktober 2012 is een aantal onderwerpen aan het Barro toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Relevantie bestemmingsplan Het Barro is niet van toepassing voor kabelverbindingen van 150kV en het transformatorstation omdat de maximale spanning 150kV is. Artikel 2.8 van het Barro geeft bepalingen ten aanzien van de elektriciteitsvoorziening als het gaat het om: 1.
Hoogspanningsnet: net met een spanning van ten minste 220kV en de daarin aanwezige schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen. 2. Hoogspanningsverbinding: verbinding met een spanning van ten minste 220kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen. Ten aanzien van de hier genoemde onderdelen zijn bindende regels geformuleerd om de realisatie en instandhouding hiervan te borgen. Het bestemmingsplan valt niet in een categorie elektriciteitsvoorziening, zoals hierboven beschreven. In het Barro is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) als nationaal belang genoemd. Via het Barro werkt het rijksbeleid door in de provinciale ruimtelijke verordeningen, zie paragraaf 3.4.2. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het voorliggend plan in relatie tot het NNN door middel van de uitgevoerde natuurtoets. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van gebiedsbescherming (waaronder NNN) uitvoerbaar is. Het plan in relatie tot de waterhuishouding is in paragraaf 4.13 nader toegelicht. Voorliggend plan ligt niet in een primaire waterkering of rivier. Naast voorgaande onderwerpen is de inhoud van het Barro niet relevant voor dit plan.
3.3.4
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. Relevantie bestemmingsplan Het plangebied valt niet binnen de vrij te houden ruimte zoals opgenomen in de Structuurvisie.
blad 24 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
3.3.5
Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) De ruimtebehoefte voor de elektriciteitsvoorziening is op 22 juni 2009 vastgesteld en vastgelegd in een aparte nota: het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (hierna: SEV III). SEV III heeft de status van nationale structuurvisie. Een nationale structuurvisie is niet bindend voor lagere overheden, maar wel voor de rijksoverheid zelf. Voor lagere overheden is de structuurvisie richtinggevend. In het SEV III worden de locaties aangewezen voor elektriciteitsproductie vanaf 500 megawatt en hoger en voor nieuwe hoogspanningsvoorzieningen vanaf 220kV en hoger. Relevantie bestemmingsplan Het plan valt niet in de categorie hoogspanningsvoorzieningen zoals hierboven beschreven. De SEVIII vormt geen belemmering ten aanzien van het plan.
3.3.6
Deltaprogramma Het Deltaprogramma bevat een aantal deltabeslissingen. Deze deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting. Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (Prinsjesdag 2014) is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering. De deltacommissaris heeft in Deltaprogramma 2015 voorgesteld een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook heeft hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voorgesteld, deze zijn inmiddels in de wet verankerd. De gewijzigde Waterwet met de nieuwe normen is op 1 januari 2017 in werking getreden. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen geldt een hoger beschermingsniveau: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar ‘vitale infrastructuur’ kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen en dat in 2020 afspraken zijn gemaakt hoe te komen tot een hoger beschermingsniveau daar waar dat vereist is.
Assets van de netbeheerder zijn in het Deltaprogramma aangemerkt als vitale infrastructuur. Netbeheerders zullen in nauw overleg met de betrokken ministeries en het Deltaprogramma de volgende stap zetten: het omzetten van studies en analyses naar ambitiebepaling en uitvoering. Daarbij spelen naast technische afwegingen, ook maatschappelijke argumenten met betrekking tot risico’s en kosten een rol. Relevantie bestemmingsplan Bij realisatie van nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbindingen en de realisatie van een nieuw transformatorstation is het momenteel niet aan de orde om rekening te houden met de hoge waterstanden. Bij een overstroming zijn er daarom geen nadelige gevolgen op de ondergrondse hoogspanningsverbinding te verwachten. Verder ligt het plan niet in een beschermingszone van een waterkering. Voorliggend plan is niet in strijd met het Deltaprogramma.
3.3.7
Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen.
blad 25 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Relevante aspecten uit het NBW zijn: Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Toepassen van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, met als eerste insteek het vasthouden van water. Toepassen van de trits schoon houden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (bui die eens in de 100 jaar voorkomt). Voor glastuinbouw geldt een norm van T=50 (bui die eens in de 50 jaar voorkomt). En voor akkerbouw en grasland geldt respectievelijk T=25 en T=10. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met het Nationaal Bestuursakkoord Water. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.13.
3.3.8
Nationaal Waterplan In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met het aspect water. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.13
3.3.9
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Organisatie waterbeheer De Waterwet kent formeel slechts twee waterbeheerders: het Rijk, als de beheerder van de Rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatste is daarmee ook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Zo blijft de provincie voorlopig bevoegd gezag voor drie categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties: de openbare drinkwaterwinning, ondergrondse energieopslag en industriële
blad 26 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar. Op gemeenten rust een hemel- en grondwaterzorgplicht, zoals deze in januari 2008 via de Wet gemeentelijke watertaken is vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding. Waterwet in Europees verband Nederland maakt deel uit van vier Europese stroomgebieden: de Rijn, de Eems, de Schelde en de Maas. De Waterwet sluit hierop aan. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen Rijkswateren en niet-Rijkswateren (regionale wateren). Voor beide categorieën worden via het nationale waterplan respectievelijk de regionale waterplannen, strategische structuurvisies vastgesteld, waarin de hoofdlijnen van het waterbeleid en de maatregelenprogramma's zijn vastgelegd. Deze zijn richtinggevend voor het ruimtelijke ordeningsbeleid en zorgen zo voor een versterking van de relatie tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening. De plannen worden één keer per zes jaar herzien. De waterschappen en de diensten van Rijkswaterstaat stellen vervolgens operationele waterbeheerplannen vast, waarin wordt aangegeven welke maatregelen zij in de komende periode zullen uitvoeren. Relevantie bestemmingsplan De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De relatie tussen voorliggend plan en de Waterwet is nader beschreven in paragraaf 4.13.
3.3.10
Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden, bepaalde plant- en diersoorten en houtopstanden. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten (zie paragraaf 3.2.3). Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Dit is een uitwerking van internationaal beleid (zie paragraaf 3.2.3). Relevantie bestemmingsplan De wijzigingen die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten. Uit de conclusie in paragraaf 4.5 blijkt dat voorliggend plan niet in Natura 2000-gebied gelegen is en niet strijdig is met de Wet natuurbescherming.
3.3.11
Erfgoedwet Als gevolg van het Verdrag van Malta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de Modernisering Monumentenzorg en de Visie Erfgoed en Ruimte. In 2009 is door het rijk een nieuwe visie op de monumentenzorg geformuleerd genaamd
blad 27 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Eén van de pijlers in deze visie is het belang laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hierbij zal een verschuiving plaatsvinden van objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak. In het verlengde van deze pijler is een ander doel in de visie geformuleerd, namelijk het opstellen van een visie op erfgoed. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De Erfgoedwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Erfgoedwet behelzen o.a. het meewegen van archeologie in de besluiten op het gebied van de ruimtelijke ordening en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen. De Erfgoedwet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Zie ook paragraaf 4.2.
3.4
Provinciaal beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Aanleiding voor deze visie is de gedetailleerdheid van de bestaande visie (er moet duidelijker worden aangegeven wat echt van belang is voor de provincie) en tegelijkertijd is sprake van nieuwe ontwikkelingen met impact. De provincie heeft geconcludeerd dat een Omgevingsvisie en -verordening nodig is die hier de aandacht op vestigt, maar die ook ruimte biedt om snel en passend te reageren. Een Omgevingsvisie die focus aanbrengt op hetgeen waar het uiteindelijk om gaat, op wat voor de provincie van belang is en waar zij een doorslaggevende rol in heeft gezien haar taken en verantwoordelijkheden. De nieuwe Omgevingsvisie van Gelderland geeft de richtlijnen voor de ruimtelijke, fysieke en economische inrichting van de provincie. Gemeentelijke plannen en initiatieven van ondernemers, burgers en instellingen kunnen aan dit beleid getoetst worden. De nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland kent een aantal nieuwe beleidsthema's (ambities) en een aantal aanpassingen van het beleid op bestaande thema's. Het beleid is meer strategisch van karakter. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie het beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gelderland bevindt zich op een cruciaal punt in de tijd.
De wereld verandert ingrijpend met nieuwe vraagstukken zoals het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering en internationalisering. Bij de taakinvulling legt de provincie de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wordt gedaan door het nastreven van zeven met elkaar samenhangende ambities: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
blad 28 van 62
energietransitie; klimaatadaptie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; vestigingsklimaat; woon- en leefomgeving.
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Ad 1) Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig energieneutraal is. Om te beginnen, zet de provincie in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huizen en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie, in de landbouw. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht. Ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologieën wordt gestimuleerd. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de ambitie worden gehaald. In de bodem wordt gezocht naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten. Ad 2) Het veranderend klimaat raakt alle facetten van de omgeving, zoals de Gelderse Natuur, maar ook de gezondheid en veiligheid. In 2050 moet Gelderland optimaal beschermd zijn tegen en kunnen meebewegen met het veranderende klimaat. Ad 3) Minder afval en meer kringloop, recycling en hergebruik is nodig om Gelderland schoon en groen te houden. Zoveel mogelijk gebruik van duurzame materialen en hergebruik daarvan. Ad 4) Gestreefd wordt naar een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit.
De provincie ziet de meeste kansen door veehouderij, land- en tuinbouw en natuur slimmer te verbinden. De provincie werkt met betrokken partijen aan een betere balans tussen de intensieve veehouderij, natuurwaarden, lucht- en bodemkwaliteit en het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw en fruitteelt. Ad 5) Bereikbaarheid is een kritische succesfactor voor een verbonden samenleving en een krachtige, duurzame Gelderse economie. Gestreefd wordt naar een efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. Ad 6) De provincie streeft naar een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. De provincie zorgt voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij de voorkeur boven versnippering. Het ombouwen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties heeft de voorkeur boven de aanleg van nieuwe terreinen. Ad 7) Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang.
Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Het benutten van bestaande gebouwen heeft de voorkeur. Gestreefd wordt naar concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, is uitbreiding aan de randen van de steden of dorpen in beeld. Bij de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop. Gestreefd wordt naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut. In 2050 zijn alle woningen klimaatneutraal. In verband met de planfiguren zijn sinds de Omgevingsvisie 2014 gebieden en functies aangewezen, die blijven voortbestaan onder deze nieuwe omgevingsvisie. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de visie 2014 hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten. Wat de provincie blijft doen: Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving blad 29 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vindt de provincie het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie van 2014 en de actualisatie van belang. Dat beleid wordt voortgezet. Ditzelfde geldt voor het waterbeleid, milieubeleid, natuur- en landschapsbeleid en verkeers en vervoersbeleid. Ruimtelijk beleid Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Onze klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht (zie themakaart) en onze natuuren landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen.
De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Voor ontwikkelingen in de niet grondgebonden landbouw hanteert de provincie het ‘plussenbeleid’. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om hun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het beheer van terreinen wil de provincie dat aandacht wordt besteed aan onder andere het risico op natuurbranden. De gebieden waar de opwek van zonne- en windenergie mogelijk is, zijn aangegeven op de themakaart Ruimtelijk beleid. Het plangebied op de themakaart Ruimtelijk beleid is aangeduid met 'grote zonneparken mogelijk', 'windenergie mogelijk' en 'Windenergie aandachtsgebied'. Dit beleid is niet relevant voor dit bestemmingsplan.
Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe bebouwing zet de provincie het instrument 'ladder voor duurzame verstedelijking' in. In ieder bestemmingsplan, dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder de locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland. De ladder voor duurzame verstedelijking is op voorliggend plan niet van toepassing, omdat de aanleg van een ondergrondse 150kV kabelverbinding en de bouw van een transformatorstation volgens jurisprudentie niet worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling (zie uitspraken van de ABRvS met betrekking tot een hoogspanningsverbinding (uitspraak van 24 februari, 2016, 201504697/1/R6) en een transformatorstation (uitspraak van 26 april 2017, 201603059/1/A1). Waterbeleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De blad 30 van 62
vastgesteld bestemmingsplan Zuilichem, Mertstraat transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden.