Bijlage 2. Zaltbommel, bommelsekade 18 transformatorstation toelichting
Tekst van het document
3.5.2
Waterbeheerprogramma 2016-2021 Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld, met als titel Koers houden, kansen benutten. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma beweegt het Waterschap mee met veranderingen om het Waterschap heen en benut het kansen die zich voordoen in de regio. Het waterbeheerprogramma beschrijft wat het Waterschap in de planperiode (2016-2021) wil bereiken en hoe het dat wil doen. Het Waterbeheerprogramma is ingegaan op 22 december 2015 en heeft een looptijd van zes jaar. Relevantie bestemmingsplan In het Waterbeheerprogramma is bijvoorbeeld opgenomen welke waterkeringen aan de norm voldoen (op basis van de derde toetsing van primaire waterkeringen). In het plangebied worden er geen waterkeringen gekruisd. Verder staat er beleid uitgeschreven rondom grondwaterbescherming en natuurbescherming. Liander heeft zoveel als mogelijk rekening gehouden met het Waterbeheerprogramma en heeft afstemming gezocht met het Waterschap. Zie ook paragraaf 4.13. Het waterschap is akkoord met de voorgenomen ontwikkeling.
3.6
Gemeentelijk beleid Structuurvisie buitengebied Zaltbommel Op 15 maart 2012 is de Structuurvisie Buitengebied vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente Zaltbommel heeft voor het buitengebied een bestemmingsplan en een Structuurvisie opgesteld. Het bestemmingsplan legt de bestaande situatie en bekende kleinschalige ontwikkelingen vast. De Structuurvisie geeft het beeld voor de langere termijn en dient als toetsingskader voor ontwikkelingen, waar het bestemmingsplan niet in voorziet. Relevantie bestemmingsplan In de Structuurvisie staat in grote lijnen beschreven waar binnen de gemeente Zaltbommel bepaalde functies zouden moeten worden gerealiseerd. Dit gaat bijvoorbeeld om glastuinbouw, woongebieden en bedrijventerreinen. Het plangebied is gelegen in gebied dat gekenmerkt is als 'bebouwde kom'. In de structuurvisie is aangegeven dat niet-agrarische bedrijven thuis horen op een bedrijventerrein in de bebouwde kom en niet in het buitengebied. Voorliggend plan past in de structuurvisie buitengebied Zaltbommel. Vigerende bestemmingsplannen Zaltbommel De vigerende bestemmingsplannen in de gemeente Zaltbommel (zie paragraaf 1.3) regelen het huidige gebruik in het plangebied. Dit huidige gebruik is Bedrijf - Nutsvoorziening.
Relevantie bestemmingsplan Middels voorliggend bestemmingsplan wordt de uitbreiding van het transformatorstation (inclusief aangepaste geluidzone en voorwaardelijke verplichtingen) planologisch vastgelegd.
blad 27 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
3.7
Conclusie In dit hoofdstuk is het relevantie beleidskader van Europa, het Rijk, provincie Gelderland en de gemeente Zaltbommel beschouwd ten aanzien van voorliggend plan. Uit deze beschouwing blijkt dat er ten aanzien van het beleid geen belemmeringen zijn geconstateerd voor de realisatie van voorliggend plan. Er zijn echter wel meerdere aspecten naar voren gekomen die aandacht verdienen bij voorliggend plan, dat zijn de (milieu)aspecten natuur, bodem, landschap, water, archeologie en cultuurhistorie. Ten aanzien van deze aspecten is uit onderzoek gebleken dat er geen belemmeringen zijn. Deze onderzoeken zijn verder toegelicht in hoofdstuk 4 "Omgevingsaspecten".
blad 28 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten Algemeen Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van het verrichte onderzoek naar relevante feiten en belangenafweging (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht). De onderzoeken zijn vanuit het beleidskader (hoofdstuk 3), wet- en regelgeving en een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie In het kader van het bestemmingsplan is een archeologisch bureauonderzoek (zie Bijlage 1) uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder beschreven.
4.2.1
Onderzoek Archeologie Het plangebied ligt in het Midden-Nederlandse rivierengebied en doorsnijdt verschillende stroomgordels. De vroegste prehistorische en historische bewoning in de omgeving moet gezocht worden op deze hoger gelegen stroomgordels en crevassecomplexen: voor deze gebieden geldt dan ook een hoge archeologische verwachting. Voor de komgebieden geldt een lage archeologische verwachting. Deze gebieden waren tot in de late middeleeuwen of nieuwe tijd weinig geschikt voor bewoning. Op grond van de beschikbare gegevens is gebleken dat alle in het plangebied voorkomende stroomgordels zich binnen de ontgravingsdiepte van maximaal 2,05 m kunnen bevinden. Op de oudste stroomgordels (Brakel, Spelwerd en Broek) zijn tot op heden nog geen archeologische sporen aangetroffen, maar in theorie kunnen hier sporen vanaf de periode neolithicum tot en met de bronstijd worden aangetroffen. Op de Zaltbommel-Nederhemertstroomgordel zijn resten uit de periode bronstijd-ijzertijd aangetroffen. De Molenveld, Oensel, Gameren en Bruchem-stroomgordels zijn gezien de einddatering van hun actieve fase bewoonbare locaties geweest in de ijzertijd, Romeinse tijd en in de vroege tot late middeleeuwen. Op de stroomgordel van Gameren liggen diverse bekende vindplaatsen uit de (laat) Romeinse tijd.
Selectieadvies Ter plaatse van het transformatorstation Zaltbommel is het gebied vrijgesteld van archeologisch onderzoek. De adviseur van de gemeente Zaltbommel heeft instemming gegeven aan het bureauonderzoek. Cultuurhistorie Uit de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland blijkt dat het station Zaltbommel niet in gebied te liggen dat van cultuurhistorische waarde is. Het station is op circa 1,5 kilometer ten noorden gelegen van het dichtstbijzijnde belangrijke cultuurhistorisch element, namelijk regelmatige strokenpercelering. Volgens de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart (zie figuur 4.1) zijn er op het perceel geen cultuurhistorische waarden aanwezig. In het plangebied zijn geen beschermde Rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. In het plangebied zijn geen karakteristieke panden aanwezig. Het station ligt in Werelderfgoed gebied 'De Nieuwe Hollandse Waterlinie bufferzone'. Deze linie moest het westen van Nederland verdedigen tegen indringers uit het oosten en zuiden. Door middel van inundatie van velden ten oosten van de linie en forten of
blad 29 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
batterijen op de niet te inunderen plaatsen (accessen) ontstond een aaneengesloten verdedigingslinie. De voorgenomen ontwikkeling tast de waarden hiervan niet aan. De ontwikkeling op het station heeft geen invloed op de cultuurhistorische waarden.
Figuur 4.1: Uitsnede gemeentelijke beleidskaart cultuurhistorie (plangebied rode streepcontour)
4.2.2
Conclusie De realisatie van het plan heeft geen invloed op archeologische en cultuurhistorische waarden. De aspecten archeologie en cultuurhistorie zijn derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.3
Landschap De uitbreiding van transformatorstation Zaltbommel betreft een zichtlocatie. Daarvoor dient dit op een goede wijze landschappelijk te worden ingepast. In het kader daarvan is door Nienhuis een Landschappelijke inpassing opgesteld (zie bijlage 11). Hieronder zijn de belangrijkste punten samengevat. Ook is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de landschappelijke inpassing. Landschappelijke analyse Om een goed beeld te krijgen van de locatie is deze bezocht. Het transformator is gelegen aan de Van Heemstraweg op de hoek met de Bommelsekade. De locatie maakt deel uit van het (in ontwikkeling zijnde) bedrijvenpark De Wildeman I en II. De opzet hiervan kent een eigen logica die weinig verband houdt met het historische landschap. Dat geldt ook voor de verkaveling van het transformator die tegenwoordig veel minder fijnmaziger is dan decennia geleden. Eén element heeft de tand des tijds doorstaan. En dat is de Bommelsekade die grenst aan de oostzijde van het perceel van het transformatorstation. Een lijnvormig element met een rijke geschiedenis die vele eeuwen teruggaat en verband houdt met de ontginningsgeschiedenis van het rivierenland. Voordat de huidige winterdijk werd aangelegd had elke dorpskern een
blad 30 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
eigen dorpspolder en afwateringssysteem. Hiervan is de Bommelsekade inclusief de ruimtelijke opzet en verkaveling van het gehucht Oensel nog een gaaf ensemble. Dit is in de ruimtelijke uitwerking van het transformatorstation behouden en versterkt. Uitgangspunten landschappelijke inpassing De landschapsanalyse en afstemming met Qirion, gemeente Zaltbommel, het waterschap Rivierenland en provincie Gelderland hebben geleid tot de volgende uitgangspunten; Als gevolg van boomkap dient er op hetzelfde perceel 21 are teruggeplant te worden, zoals bedoeld onder de algemene bepaling van houtopstand van de Wet Natuurbescherming; Met een houtopstand wordt bedoeld: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: 1. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of 2. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen; Bestaand groen wordt zo veel als mogelijk gehandhaafd en aangevuld met inheems, insectvriendelijk en niet diep wortelend plantmateriaal; Vanwege de gefaseerde aanleg van het onderstation en de daarbij horende graafwerkzaamheden wordt aan de west- zijde gekozen voor een inpassing zonder groen.
Het naastgelegen perceel wordt op termijn bebouwd en de aan te leggen groenstrook langs de Van Heemstraweg ontneemt het zicht vanaf de openbare ruimte op het onderstation; Er dient een waterberging van circa 400 m2 aangelegd te worden met een diepte van 1 meter vanaf zomerpeil; Het bestaande ooievaarsnest wordt verplaatst en krijgt een permanente plek aan de achterzijde van het perceel. In samenspraak met de gemeente is een tijdelijke locatie gevonden tijdens de werkzaamheden; Het groen kan op een extensieve wijze beheerd worden.
Figuur 4.2: Landschappelijk inpassingsplan
blad 31 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
4.4
Bodemkwaliteit
4.4.1
Onderzoek Ten behoeve van voorliggend plan is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 2. Daarnaast is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor station Zaltbommel (zie bijlage 3). Naar aanleiding daarvan is ook een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Doel van de onderzoeken is om te bepalen of er vanuit de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem mogelijk sprake is van belemmeringen voor de voorgenomen aanleg van de hoogspanningsverbinding. Inzicht in de milieuhygiënische bodemkwaliteit is noodzakelijk om de geplande werkzaamheden mogelijk te maken.
4.4.2
Conclusie Uit de bodemonderzoeken blijkt dat de voormalige boomgaard en de gedempte watergangen aandachtspunten zijn in het kader van de bodemkwaliteit. Op basis van de verzamelde informatie kan geconcludeerd worden dat de resultaten van de bodemonderzoeken geen aanleiding geven tot het uitvoeren van vervolgonderzoek en vormen geen belemmering voor de uit te voeren werkzaamheden. Voor de werkzaamheden zijn conform de CROW400 veiligheidsmaatregelen conform de veiligheidsklasse ‘basishygiëne’ van toepassing. Ter plaatse van de overige (onverdachte) locaties kunnen de werkzaamheden worden uitgevoerd op basis van de bodemkwaliteitskaarten van de Regio Rivierenland. Ten tijde van uitvoering zal afstemming plaatsvinden tussen uitvoerende partij en de provincie en met de Omgevingsdienst. Bij het aantreffen van nieuwe verontreinigingen wordt gehandeld conform wettelijke verplichtingen en beleid van bevoegde gezagen. Tevens heeft de uitvoerder de plicht om zijn werknemers in een veilige situatie te laten werken volgens de Arbowet. Daarbij dient ook de bodemsituatie bekend te zijn. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd ten opzichte van de bodemkwaliteit.
4.5
Ecologie In projecten is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Dat wordt gedaan door middel van een natuurtoets. Het doel van de uitgevoerde natuurtoets, is het opsporen van (eventuele) strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland en om te bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk en eventueel vervolgonderzoek nodig is (zie bijlage 5). Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering daarvan.
4.5.1
Onderzoek De voorgenomen werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd indien deze niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van werkzaamheden en de effecten hierop. Dit is gedaan op basis van een Natuurtoets. De conclusies hiervan zijn hieronder uiteengezet. Gebiedsbescherming In het plangebied is geen NNN-gebied en Natura 2000-gebied aanwezig. Er is zowel van indirecte als directe aantasting van de NNN en de Natura 2000-gebieden dan ook geen sprake. Het Natura 2000-gebied Rijntakken ligt binnen een straal van 3 km van het station, op circa 575m afstand. Effecten van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie
blad 32 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
kunnen niet op voorhand worden uitgesloten. De effectbepaling van stikstofdepositie dient plaats te vinden op basis van een berekening met behulp van Aerius Calculator, zie ook onderstaande tabel. Het stikstofdepositieonderzoek is uitgevoerd (zie hieronder).
Soortenbescherming Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Algemene broedvogels (nestplaatsen); Vogels met een jaarrond beschermd nest (nestplaatsen); beschermde vissen. In onderstaande tabel is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is.
De terreinbezoeken hebben plaatsgevonden op 17 maart 2020, 15 juni 2020 en 30 juni 2020. Tijdens het eerste terreinbezoek op 17 maart 2020 is het ooievaarsnest bestudeerd en zijn twee ooievaars waargenomen die een nest aan het bouwen waren. Daarmee is sprake blad 33 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
van een ‘nest-in-aanbouw’ en zodoende van een ‘jaarrond beschermd nest’. Op 15 en 30 juni 2020 zijn aanvullende nestinspecties uitgevoerd, waarna op 18-03-2021 en 15-04-2021 de potentiële jaarrond beschermde nesten inclusief het ooievaarsnest geïnspecteerd zijn. Bij de bezoeken op 15 en 30 juni 2020 is vastgesteld dat het nest in 2020 feitelijk niet gebruikt is als voortplantingsnest, aangezien de ooievaars tijdens de twee later uitgevoerde bezoeken niet meer op het nest aanwezig waren en er geen jongen zijn aangetroffen. Effecten op de ooievaar als gevolg van de werkzaamheden kunnen in de uitvoeringsfase niet worden uitgesloten. Bouwverkeer, verlichting en bouwwerkzaamheden zorgen voor een dusdanige drukte en activiteit dat het aannemelijk is dat de huidige nestlocatie in de aanlegfase wordt verstoord. Doordat de verstoring relatief van lange duur is en ooievaars mogelijk niet tot broeden kunnen komen over minimaal één seizoen, kan worden gesteld dat sprake is van vernietiging. De werkzaamheden beslaan een periode van minstens twee jaar. Hierdoor is het nest ten minste twee broedseizoenen niet bruikbaar. Dit is zonder maatregelen een overtreding van verbodsbepalingen uit de wet. Maatregelen om dit te voorkomen zijn uitgewerkt in bijlage 6. Na de realisatiefase is het plangebied weer geschikt als nestlocatie en foerageergebied voor de ooievaar.
De functie die de directe omgeving heeft voor de ooievaar, zal behouden blijven. In de omgeving is voldoende foerageer- en leefgebied aanwezig voor de ooievaar. Hierdoor zijn er op korte en langere termijn geen negatieve effecten te verwachten. Stikstofonderzoek In het kader van de ontwikkeling van de gehele ontwikkeling, zoals beschreven in paragraaf 1.1, is een stikstofonderzoek uitgevoerd. Voorliggend plan maakt deel uit van deze ontwikkeling en is derhalve meegenomen bij het onderzoek. Het stikstofonderzoek is uitgevoerd met de AERIUS Calculator (versie 2020). Het onderzoek is toegevoegd als bijlage 7. Uit de met AERIUS Calculator uitgevoerde berekeningen blijkt dat als gevolg van de werkzaamheden een stikstofdepositie van hoger dan 0,00 mol N/ha/j plaatsvindt. Het betreft in dit geval tijdelijke deposities, van maximaal 0,05 mol N/ha/j gedurende 1 jaar in Natura 2000-gebied Rijntakken. De provincie Gelderland hanteert een waarde van 0,05 mol N/ha/j als drempelwaarde voor vergunningplicht voor tijdelijke projecten. Hieruit volgt dat er geen overschrijding van de genoemde drempelwaarde optreedt.
4.5.2
Conclusie Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is.
4.6
Milieuzonering
4.6.1
Onderzoek Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid,
blad 34 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Station Zaltbommel Volgens de VNG-publicatie (2009) is station Zaltbommel nu en in de toekomst een categorie 4.2-bedrijf met een minimale richtafstand van 300 meter vanwege geluid, 50 meter vanwege gevaar en 0 meter vanwege geur en stof. Wanneer aan deze richtafstanden wordt voldaan van de perceelsgrens / bestemmingsgrens tot de gevel van milieugevoelige objecten, zoals woningen en scholen, kan er van worden uitgegaan, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Op circa 20 meter ten zuiden van het station is het dichtstbijzijnde milieugevoelige object (woning) aanwezig. Dit object is gelegen binnen de richtafstand van geluid (300 meter) en gevaar 50 meter. Overige milieugevoelige objecten liggen op meer dan 90 meter.
Voor geluid is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.8). Gevaar Ten aanzien van het aspect gevaar geldt het volgende. Het gevaar dat kan optreden is bij een mogelijke storing. Storingen ontstaan wanneer er in een transformator kortsluiting ontstaat. Van de vijfhonderd transformatoren in het net van Liander is er per jaar ongeveer één waar een storing optreedt. Door de keten van opeenvolgende veiligheidsmechanismen schakelt de transformator meteen uit. Eens per tien jaar komt het voor dat een transformator een dusdanige storing heeft dat hij zichtbaar kapot is. Zo'n destructieve storing is in de directe omgeving van de transformator te horen. De klap is het gevolg van de stalen behuizing die wordt ontzet. De behuizing is zo ontworpen dat hij gecontroleerd scheurt en niet uit elkaar barst. Het is niet mogelijk dat bij een destructieve storing stukken metaal of olie buiten de transformatorbox terecht komen. De olie die in dat geval uit de gescheurde behuizing loopt, wordt veilig opgevangen in de lekbak onder de transformator. Deze storing is wel hoorbaar, maar er is geen gevaar voor de omgeving. Op grond van deze motivatie kan van de richtafstand voor gevaar worden afgeweken en is de afstand van 20 meter geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Geluid Voor het aspect geluid is geluidonderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4.8).
4.6.2
Conclusie Aan de richtafstanden voor stof en geur wordt voldaan. Tenaanzien van de richtafstand voor gevaar is gemotiveerd dat een kortere afstand geen risico oplevert. Er is derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot de aspecten geur, stof en gevaar. Omdat aan de richtafstanden wordt voldaan / gemotiveerd is dat kan worden afweken, geldt tevens dat de bedrijfsvoering van de stations niet wordt beïnvloed. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering voor wat betreft geur, gevaar en stof. Ten opzichte van het aspect geluid is verder onderzoek gedaan (zie paragraaf 4.8).
blad 35 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
4.7
Externe veiligheid
4.7.1
Bureauonderzoek Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.3. zijn deze bronnen zichtbaar. Het plangebied kent geen overlap met risicovolle inrichtingen of transportleidingen. Station Zaltbommel valt zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De ontwikkeling heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de hiervoor vermelde risicobron, echter kan de bouw wel gevolgen hebben voor de kans op een ongeval. In het kader van de aanleg wordt voor begin van de werkzaamheden een KLIC-melding gegaan.
Figuur 4.3: Uitsnede risicokaart ter plaatse van het plangebied
4.7.2
Conclusie De realisatie van station Zaltbommel is vanuit het aspect externe veiligheid planologisch aanvaardbaar.
4.8
Geluid Het wettelijk kader voor geluid is grotendeels geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Hierin is een normering opgenomen voor wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Tot laatstgenoemde behoort de geluidsbelasting als gevolg van industrieterreinen waarop inrichtingen zijn gevestigd, die bij Algemene Maatregel van Bestuur zijn aangemerkt als een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken'. Door in een bestemmingsplan een bestemming op te nemen waarmee de vestiging van een inrichting die 'in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken' mogelijk wordt gemaakt,
blad 36 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
ontstaat er een industrieterrein op basis van de Wgh. Hierdoor ontstaat de plicht om eveneens een geluidszone rond het industrieterrein in het bestemmingsplan op te nemen. Er ontstaat dan een zogeheten gezoneerd industrieterrein. Bedrijven kunnen door middel van hun geluidscontour beperkingen opleggen ten aanzien van ontwikkelingen die geluidsgevoelig zijn. In dat geval wordt een zone vastgesteld, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege dat terrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Buiten de zone gelden er met het oog op de zoneringsplichtige inrichting geen beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen. Binnen de zone zijn er wel beperkingen voor het bestemmen van geluidsgevoelige bestemmingen. Voor woningen en andere geluidsgevoelige objecten in de zone geldt een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Door middel van een hogere waarde procedure kan een hogere geluidsbelasting (hogere waarde) worden toegestaan op woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of geluidsgevoelige terreinen. Deze verhoging is mogelijk tot een maximale ontheffingswaarde. Deze maximale ontheffingswaarde is afhankelijk van de situatie.
4.8.1
Onderzoek In het kader van de uitbreiding van het station Zaltbommel is een akoestisch onderzoek gedaan (zie bijlage 8). Hierbij zal in eerste instantie het beschikbare vermogen worden verhoogd door het bijplaatsen van een 150/20 kV transformator van 80 MVA en een 20 kV-installatie. In een later stadium zal mogelijk een verder uitbreiding plaatsvinden waarbij de 2 bestaande 66 MVA transformatoren zullen worden vervangen door 3 nieuwe transformatoren met een vermogen van elk 80 MVA. Uit de resultaten van de berekeningen volgt, dat wordt voldaan aan de toepasselijke grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, te weten 50 dB(A) voor de dagperiode, 45 dB(A) voor de avondperiode en 40 dB(A) voor de nachtperiode, zelfs indien het geluid als tonaal wordt beschouwd, rekening houdend met een toeslag van 5 dB. Door de uitbreiding van de inrichting moet de herziende geluidzone worden vastgesteld. In dat kader is in het bestemmingsplan de aanduiding 'geluidzone - industrielawaai' opgenomen. Deze geluidzone ligt niet over de bedrijfswoning. Daarmee is de bedrijfswoning beschermd voor wat betreft geluid vanwege de inrichting. De geluidzone is gebaseerd op vrije polder uitbreiding, dus exclusief de invloed van reflecties en afscherming van aanwezige- en/of toekomstige bouwwerken buiten het geluidgezoneerde (deel) van het bedrijventerrein (ofwel het 'geluidgezoneerde industrieterrein').
4.8.2
Conclusie Gelet op onderdeel D van bijlage I (artikel 1 sub n) van het Bor wordt station Zaltbommel aangemerkt als inrichting die in belangrijke mate geluidhinder kan veroorzaken. Het terrein van het station is daarom voorzien van een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. Voor het Station Zaltbommel gold al een geluidzone in de geldende bestemmingsplannen. Die is met voorliggend bestemmingsplan aangepast aan de nieuwe situatie.
4.9
Kabels en leidingen Bij de realisatie van de uitbreiding van het transformatorstation Zaltbommel is het belangrijk te bezien of er andere ondergrondse infrastructuur aanwezig is in de vorm van kabels en leidingen die nadelig kunnen worden beïnvloed. Bij de aanleg wordt ook rekening gehouden met kabels- en leidingverordening van de gemeente. In de NEN norm 3654 zijn afstandsnormen en richtlijnen opgenomen voor gewenste afstanden tussen hoogspanningsverbindingen en andere kabels en leidingen. Daarnaast is een richtlijn opgenomen om te komen tot een ideale afstand. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij aanleg en instandhouding van nieuwe verbindingen. Worden deze
blad 37 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
afstanden aangehouden dan is de noodzaak tot het treffen van maatregelen geminimaliseerd en kan de ongestoorde ligging beter worden geborgd.
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1
Onderzoek Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10 ).
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase (circa 13 mvt per etmaal). Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM (zie onderstaande uitsnede).
Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. De uitbreiding van het station leidt niet tot een substantiële toename van het verkeer. Er vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en blad 38 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
beheer (minder dan 1 mvt per etmaal).
4.10.2
Conclusie Bovenstaande overwegingen laten zien dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit NIBM en de Regeling NIBM. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.
4.11
Vooronderzoek aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen uit de Tweede Wereldoorlog conventionele explosieven (hierna CE) in het gebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In dat kader is onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 9).
4.11.1
Bureauonderzoek Het doel van het vooronderzoek is om aan de hand van een breed scala aan historisch feitenmateriaal een zo genuanceerd mogelijk beeld met betrekking tot het onderzoeksgebied in de Tweede Wereldoorlog te verkrijgen. Aan de hand van deze gegevens wordt een antwoord gegeven op de vraag of en zo ja in welke delen van het onderzoeksgebied er sprake is van een verhoogd risico op het aantreffen van CE. Er wordt daarnaast ingegaan op de te verwachten soort(en) CE, de verschijningsvorm en de mogelijke hoeveelheid. Het onderzoek resulteert in een horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied door middel van GIS kaartmateriaal en het advies om de werkzaamheden onder reguliere omstandigheden uit te voeren, of om vervolgstappen te zetten in de vorm van bijvoorbeeld een (projectgebonden) risicoanalyse of direct een detectieonderzoek. In de omgeving het plangebied komen een aantal verdachte gebieden voor. Dit betreffen verdachte gebieden op infanteriemunitie en verschoten geschutmunitie. In bijlage 9 is opgenomen in welke omvang deze verdachte gebieden (indicaties) zijn afgebakend.
4.11.2
Conclusie Op basis van de inventarisatie explosieven binnen het onderzoeksgebied kan worden vastgesteld, dat een deel van het onderzoeksgebied als verdacht op het aantreffen van explosieven kan worden aangemerkt. Een verticale afbakening is niet bekend. Er kan worden aangehouden, dat minimaal tot de sleufdiepte van 2,05 m-mv. als verdacht kan worden aangemerkt. Voor die delen van het onderzoeksgebied waarvoor op basis van het gehanteerde bronnenmateriaal geen feitelijke of herleidbare gegevens omtrent een mogelijk risico op het aantreffen van conventionele explosieven zijn aangetroffen, wordt geadviseerd om voorafgaande aan de voorgenomen werkzaamheden (ook in niet verdachte bodemlagen) het uitvoerend personeel altijd te instrueren. De aanwezigheid van explosieven is geen ruimtelijk relevant criterium, maar het is voor de uitvoering wel van belang om hier inzicht in te hebben teneinde de veiligheid voor personeel en omgeving tijdens de realisatiefase te garanderen. De Project gebonden Risico Analyse (PRA) wordt voor aanvang van de realisatie uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek wordt bepaald hoe hiermee tijdens werkvoorbereiding omgegaan dient te worden, teneinde de werkzaamheden veilig uit te kunnen voeren.
blad 39 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
4.12
Electrische- en magnetische velden Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Wel hebben het voormalige ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), thans Ministerie van I&M, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Europese Commissie adviezen gegeven voor grenswaarden voor de blootstelling aan magnetische velden. Voor 50 Hz magnetische velden volgt uit de richtlijn van de Europese Commissie als advies een grenswaarde van 100 microtesla voor de hele bevolking. Dit advies is gebaseerd op de aanbevelingen van de International Commission on NonIonizing Radiation Protection (ICNIRP) en worden tevens onderschreven door de World Health Organization en de Nederlandse Gezondheidsraad. Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. Hier wordt ook aan voldaan bij het transformatorstation in Zaltbommel. Vanwege onder andere de ongerustheid over een relatie tussen blootstelling aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen en kinderleukemie, heeft de Nederlandse overheid in 2005 beleid opgesteld voor magnetische velden van hoogspanningslijnen.
Op basis van het voorzorgsprincipe wordt aangeraden om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit geldt voor 'gevoelige locaties', zoals woningen, scholen en crèches waarbij als voorzorg een maximaal jaargemiddelde magnetische veldsterkte van 0,4 µT wordt gebruikt. Het voorzorgsbeleid geldt voor magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit voorzorgsbeleid geldt dus niet voor andere infrastructuur zoals, elektriciteitskabels, transformatorstations en middenspanningsruimten. In april 2018 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht. In dit advies wordt de beleidsverantwoordelijke staatssecretaris van I&W ter overweging mee gegeven, het voorzorgsbeleid ten aanzien van magnetische velden voor bovengrondse hoogspanningslijnen, ook toe te passen op ondergrondse elektriciteitskabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk. Naar aanleiding van dit advies heeft de minister van Economische zaken de heer Verdaas verzocht om te onderzoeken welk voorzorgsbeleid nodig is inzake de (niet uitgesloten) gezondheidsrisico's van magneetvelden die samenhangen met de elektriciteitsinfrastructuur.
De heer Verdaas trekt de conclusie dat voorzorgbeleid ten aanzien van de mogelijke gezondheidsrisico's van magneetvelden niet noodzakelijk is, omdat er nooit een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en gezondheidsklachten is aangetoond. Hij vindt voorzorgbeleid wel nuttig, met name om maatschappelijke onrust en disproportionele maatregelen te voorkomen. De heer Verdaas adviseert om terug te keren naar het oorspronkelijke doel van het voorzorgbeleid. Dat wil zeggen: zoveel als redelijkerwijs mogelijk voorkomen dat kinderen (tot 16 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden. De externe adviseur krijgt de opdracht om met een overzicht van ALARA-maatregelen en afstanden te komen, die redelijk, proportioneel en praktisch realiseerbaar zijn. Tot op heden is echter dit overzicht nog niet gepubliceerd. De verwachting is dat dit overzicht in 2021 gepubliceerd wordt. Dit betekent dat op dit moment het huidige beleid van toepassing is. Het ontwerp voor de uitbreiding van transformatorstation Zaltbommel voldoet ruimschoots aan de grenswaarde van 100 µT voor blootstelling in de openbare ruimte.
blad 40 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
4.13
Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het wettelijk geregeld dat in alle ruimtelijke plannen een watertoets dient te worden uitgevoerd. Het doel van de Watertoets is om in een vroeg stadium waterhuishoudkundige doelstellingen zichtbaar te maken en evenwichtig mee te nemen bij ruimtelijke plannen. Er wordt met name ingegaan op de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en de beschrijving van de maatregelen die worden getroffen. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en "water" mee te laten wegen in het planproces. Het resultaat van de Watertoets is deze waterparagraaf.
4.13.1
Onderzoek De Watertoets is een procesinstrument om wateraspecten een plaats te kunnen geven in de planvorming. Waterbeheerders worden in een vroeg stadium betrokken bij de planvorming om zo een duurzame omgang met hemel-, grond- en oppervlaktewater te waarborgen en “water” mee te laten wegen in het planproces. Met de watertoets worden afspraken gemaakt over de wijze waarop in ruimtelijke plannen rekening gehouden wordt met het belang van water. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Een legger is een aanvulling op de Keur. Een keur is een stelsel van gebods- en verbodsbepalingen voor het in stand houden van de waterkeringen, waterhuishouding en wegen. In de Legger zijn de watergangen opgenomen, waarop de keur van toepassing is. In het kader van voorliggende ontwikkeling is een watertoets uitgevoerd (zie bijlage 10). Daarna is er overleg geweest met het waterschap Rivierenland waaruit blijkt dat watercompensatie noodzakelijk is. Het waterschap heeft als regel dat per ha verhard oppervlakte er 436 m3 watercompensatie nodig is. De uitbreiding van het station Zaltbommel aan de zijde van de Van Heemstraweg Oost leidt tot een toename aan verharding (door gebouwen, paden/inritten, parkeerplaatsen, etc.) van circa 2.186 m2 . Er is 95,3 m3 aan watercompensatie nodig. Om dit te vertalen naar vierkante meters moet dit worden gedeeld wordend door 0,3.
Dit betekent dat er 318 m2 watercompensatie nodig is. Binnen het oppervlak van station Zaltbommel (circa 30.000 m2 ) is hiervoor genoeg ruimte. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de realisering en instandhouding van voldoende waterberging garandeert.
4.13.2
Conclusie Het aspect water is geen belemmering voor de uitvoering van het plan. In het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is advies gevraagd aan het waterschap Rivierenland. Het advies van het waterschap betreffende het transformatorstation Zaltbommel is positief. In het kader van de vergunningverlening wordt verder met het waterschap Rivierenland afgestemd over de uitvoering.
4.14
Milieu-effectrapportage
4.14.1
Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van
blad 41 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
m.e.r.-beoordelingen: 1. 2.
projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: 1. 2.
het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). De uitbreiding van het transformatorstation is een activiteit welke is genoemd in het Besluit m.e.r. (onderdeel D 11.3). De drempelwaarde van 75 ha of meer wordt niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan.
4.14.2
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling De vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd in de vorm van een aanmeldingnotitie, die als bijlage 12 is bijgevoegd. Geconcludeerd wordt, dat er geen sprake is van waarschijnlijk belangrijke gevolgen voor het milieu zoals bedoeld in artikel 7.16 en 7.17 Wet milieubeheer en is het maken van een milieueffectrapport voor de besluitvorming over het plan niet nodig.
blad 42 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet Planopzet In de planopzet is aansluiting gezocht bij de recente uitgave "Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen", kortweg SVBP 2012. De van het bestemmingsplan deel uitmakende planregels worden - voor zo ver nodig geacht - van een nadere toelichting voorzien. De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. De regels geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er mag worden gebouwd. Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is.
5.2
Toelichting op de planregels
5.2.1
Opzet van de planregels Bij de opzet van de planregels is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is. Er is daarom gekozen voor een zogenaamde facetregeling. Dat betekent dat de onderliggende bestemmingen van de vigerende bestemmingsplannen blijven gelden voor deze gronden voor zover dit niet in strijd komt met de regeling uit dit bestemmingsplan. Er wordt als het ware alleen een dubbelbestemming overheen gelegd. De planregels van dit bestemmingsplan zijn als volgt opgezet: In Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
5.2.2
Bestemmingsregels Artikel 3: Bedrijf - Nutsvoorziening Deze bestemming is afgestemd met de vigerende regeling, waarbij het transformatorstation een bestemming Bedrijf- Nutsvoorzieningen heeft gekregen. Deze bedrijvigheid is functioneel beperkt tot openbare nutsvoorzieningen. Het transformatorstation behoort niet tot een gezoneerde bedrijventerrein. Er zijn voorwaardelijke verplichtingen opgenomen ten aanzien van bodem, landschappelijke inpassing en waterberging.
5.2.3
Overige regels Inleidende regels In artikel 1 zijn de begrippen opgenomen. In dit artikel wordt uitgelegd wat onder bepaalde begrippen moet worden verstaan, die in de regels worden gebruikt. Algemene regels In artikel 4 is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Via de anti-dubbeltelregeling wordt voorkomen dat eenzelfde terrein twee keer wordt ‘meegenomen’ bij de beoordeling van een bouwaanvraag. Grond die al eerder moest worden meegeteld bij de beoordeling van een bouwplan mag niet nog eens worden meegeteld bij een nieuwe bouwaanvraag. Algemene aanduidingsregels: In artikel 5.1 is de aanduiding 'geluidzone- industrie' opgenomen. De aanduiding is ruimer dan alleen de bestemming Bedrijf Nutsvoorziening en is daarom in de algemene aanduidingsregels opgenomen.
blad 43 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels. Artikel 6: Overgangsrecht. Hierin wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Het overgangsrecht is conform het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Artikel 7 Slotregel: dit artikel haalt de naam aan van het bestemmingsplan.
blad 44 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 6 6.1
Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatiewet Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Het moet gaan om een bouwplan, omdat de effectuering van het kostenverhaal op grond van het exploitatieplan altijd gekoppeld is aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven wat onder een bouwplan moet worden verstaan (Art. 6.2.1 Bro): de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor kantoor- of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 (was 1.000 m2 ) bedraagt;' de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 .
Een exploitatieplan is niet vereist, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte, precarioverordening of (exploitatie)overeenkomsten. Uiteraard is een exploitatieplan ook niet noodzakelijk, als realisering van het bouwplan geen kosten vergt van de overheid. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplannen in de zin van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk. De gemeentelijke kosten voor de procedure zijn geregeld middels een anterieure overeenkomst tussen netbeheerder en de gemeente.
6.2
Kosten van aanleg en instandhouding De kosten van de aanleg en instandhouding van de ontwikkeling worden gedragen door de netbeheerder. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van de netbeheerder op grond van de Elektriciteitswet 1998. Indien nut en noodzaak van een project zijn aangetoond kan de netbeheerder de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.
blad 45 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Communicatie Ter voorbereiding hebben de gemeente met de netbeheerder samengewerkt om het bestemmingsplan vorm te geven. De netbeheerder heeft bovendien uitgebreid en zorgvuldig gecommuniceerd met de grondeigenaren waar de kabel wordt aangelegd. De directe omgeving is geinformeerd middels een informatieavond en zal voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerp bestemmingsplan en vlak voor de uitvoering opnieuw worden geinformeerd.
7.2
Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijke procedure. Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties.
7.3
Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan “Netuitbreiding westelijk deel van de Bommelerwaard” heeft van 4 maart 2021 tot en met 14 april 2021 ter inzage gelegen. Op 9 maart 2021 is besloten om het plangebied van het voorontwerpbestemmingsplan “Netuitbreiding westelijk deel van de Bommelerwaard” te splitsen in een ontwerpbestemmingsplan “Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation” voor de uitbreiding van het bestaande transformatorstation aan de Bommelsekade 18 in Zaltbommel én een ontwerpbestemmingsplan “Zuilichem, Mertstraat transformatorstation” voor de realisatie van een transformatorstation aan de Mertstraat in Zuilichem en een dubbele ondergrondse 150 kV-kabelverbinding tussen beide transformatorstations. Omdat de inspraakreacties betrekking hebben op het (grotere) plangebied van het voorontwerpbestemmingsplan “Netuitbreiding westelijk deel van de Bommelerwaard” is de beoordeling van ingediende inspraakreacties samengevoegd in één procesnota voor beide ontwerpbestemmingsplannen. Er zijn vijf inspraakreacties ingediend. Er is een procesnota opgesteld, waarin de inspraakreacties ijn samengevat en van een anwoord voorzien. Ook is in de procesnota aangegeven welke wijzigingen in de bestemmingsplannen bestemmingsplannen "Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation" en "Zuilichem, Mertstraat transformatorstation" zijn aangebracht.
De Procesnota is opgenomen als bijlage 13 bij de toelichting.
7.4
Zienswijzenprocedure Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 22 juli 2021 tot en met woensdag 22 september 2021 ter inzage gelegen. Gedurende de periode van de tervisielegging kon iedereen schriftelijk of mondeling zienswijzen op het plan of onderdelen daarvan inbrengen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
blad 47 van 48