Bijlage 2. Zaltbommel, bommelsekade 18 transformatorstation toelichting
Tekst van het document
Zaltbommel, Bommelsekade 18 Transformatorstation Gemeente Zaltbommel vastgesteld Projectnr. 0456452.100 Revisie 01 Datum 8 oktober 2021
Auteur(s): Robin Michiels Stephan Hammink
datum vrijgave
beschrijving revisie vastgesteld
goedkeuring L. de Jong-Twisk, MSc
vrijgave A. de Jong
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Inhoudsopgave Toelichting Toelichting
blad 3 van 48
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Situering van het plangebied Bestaande planologisch-juridische regeling Opbouw toelichting Begrippenlijst
7 7 7 8 8 8
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Het initiatief Algemeen Planbeschrijving
11 11 11
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Beleidskader Algemeen Europees beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Beleid waterschap Gemeentelijk beleid Conclusie
15 15 15 16 22 26 27 28
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Omgevingsaspecten Algemeen Archeologie en cultuurhistorie Landschap Bodemkwaliteit Ecologie Milieuzonering Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Vooronderzoek aanwezigheid conventionele explosieven (CE) Electrische- en magnetische velden Waterhuishouding Milieu-effectrapportage
29 29 29 30 32 32 34 36 36 37 38 39 40 41 41
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planopzet Planopzet Toelichting op de planregels
43 43 43
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatiewet Kosten van aanleg en instandhouding
45 45 45
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Communicatie Vooroverlegprocedure ex art. 3.1.1 Bro Inspraak Zienswijzenprocedure
47 47 47 47 47
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Toelichting
blad 5 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding Aanleiding In 2018 heeft Liander een studie gedaan naar de toekomstige vermogensontwikkelingen in de Bommelerwaard. Uit deze analyse blijkt dat er in het kader van de energietransitie rekening moet worden gehouden met toekomstige grootschalige opwek van elektriciteit en dat de elektriciteitsvraag sterk toeneemt in de komende 15 jaar. Liander is daarom bezig met de uitbreiding van het energienet. Eén van deze uitbreidingen betreft de aanpassingen aan transformatorstation Zaltbommel. Voorliggend plan betreft de uitbreiding van transformatorstation Zaltbommel. Deze uitbreiding kan op basis van de vigerende bestemmingsplannen niet worden gerealiseerd. Het bestemmingsplan wordt daarom herzien.
Figuur 1.1: Overzichtskaart transformatorstation Zaltbommel luchtfoto
1.2
Situering van het plangebied Het plangebied ligt in de provincie Gelderland in de bebouwde kom van Zaltbommel. In figuur 1.2 is het plangebied te zien. Ten oosten ligt de gemeentegrens met de gemeente Maasdriel. Het plangebied ligt op het bedrijventerrein De Wildeman. Het wordt omsloten door (toekomstige) bedrijvigheid.
blad 7 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 1.2: Ligging plangebied
1.3
Bestaande planologisch-juridische regeling Hieronder is weergegeven welke vigerende bestemmingsplannen van toepassing zijn: Bestemmingsplan Parapluplan Parkeren (digitaal) (vastgesteld op 14-6-2018) Bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel (vastgesteld op 17-9-2014) Bestemmingsplan Buitengebied Zaltbommel - Bommelsekade 18 (vastgesteld op 29-6-2017). Bestemmingsplan Parapluherziening verkamering woningen (vastgesteld op 5-11-2020).
1.4
Opbouw toelichting In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt ingegaan op de beschrijving van het initiatief. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader van Europa, het Rijk, provincie, waterschap en de gemeente beschreven. De milieuhygiënische en omgevingsaspecten, die van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling van het plangebied komen aan bod in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische planvorm van dit bestemmingsplan. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de economische en in hoofdstuk 7 de maatschappelijke uitvoerbaarheid onderbouwd.
1.5
Begrippenlijst In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, die vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een onderstation, ook wel elektriciteitsstation, transformatorstation of verdeelstation genoemd, komt elektriciteit met een hogere spanning binnen en wordt omgezet in een lagere spanning. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. Een transformatorstation is een groot elektriciteitsstation die dient om de hoge spanning (hoogspanning) die van de hoogspanningsmasten komt naar een lagere (midden)spanning
blad 8 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
te veranderen en te verdelen in de omgeving. Er gebeuren drie dingen: De hoge spanning komt met een aantal kabels of ondergrondse lijnen binnen in de schakeltuin en wordt verdeeld over de transformatoren. De hoge spanning wordt door de transformatoren veranderd (getransformeerd) naar een lagere (midden)spanning. De lagere (midden)spanning wordt door de middenspanningsinstallatie verdeeld en met kabels verdeeld in de omgeving. Dubbelrailstation Een rail bestaat in de meeste gevallen uit drie aluminiumbuizen die parallel aan elkaar door het station lopen. Deze rail kan grote vermogens transporteren en verdelen over de aansluitingen. Bij een dubbelrailstation zijn er twee (sets) rails meestal A en B genoemd. Door verschillende velden met de A en/of B-rail te verbinden of los te koppelen bepaalt men welke velden aan elkaar gekoppeld worden. Er wordt gekozen voor een verdeling die het meest gunstig is voor de energievoorziening en veiligheid. Bliksempiek Een stalen mast die voorkomt dat de gevoelige onderdelen op het station geraakt worden door de bliksem. Bij blikseminslag wordt de lading hoog boven het station opgevangen en naar de aarde afgevoerd. CDG (Centraal diensten gebouw) Het CDG is het centrale gebouw op een hoogspanningsstation van TenneT.
In dit gebouw bevinden zich onder andere een kantoor, een bedieningsruimte voor het bedienen van de hoogspanningsinstallatie, de toiletten, de kantine, (nood)stroomvoorzieningen, telecommunicatie en is er ruimte voor opslag van materialen. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Regeltransformator Een regeltransformator zorgt ervoor dat de spanning van de afgaande velden (kabels) op constante spanning wordt gehouden. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in megavoltampère (MVA). Transformatorboxen De transformator komt in een box/bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in voltampère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. Hoogspanning Hoogspanning is een verzamelnaam voor de hoogste spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning boven de 25 kV (25.000 Volt). In Zaltbommel is de hoogspanning die binnen komt 150kV. Middenspanning Middenspanning (doorgaans distributie) is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningen in het elektriciteitsnet. Alle spanningen van hoger dan 1 kV en lager dan 25 kV vallen hieronder. Laagspanning blad 9 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1 kV (1.000 Volt)kV. De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Hoogspanningsverbinding Een hoogspanningsverbinding is een lijn met hoogspanningsmasten (bovengronds) of kabel (ondergronds) om elektriciteit met een hoge spanning te transporteren van het ene transformatorstation naar het andere transformatorstation. 150kV velden/schakeltuin De grote metalen bouwwerken waar de bovengrondse kabels vanaf de hoogspanningsmasten binnen komen, zodat de elektriciteit met behulp van schakelaars worden verdeeld over de verschillende transformatoren. Deze apparatuur staat in de meeste gevallen in de open lucht en wordt daarom ook wel een schakeltuin genoemd. 10kV / 20kV installatie/ 10kV / 20kV schakelgebouw De installatie zorgt ervoor dat de elektriciteit met een spanning van 10kV of 20kV wordt verdeeld over verschillende kabels die vervolgens de elektriciteit naar de wijken in een dorp of stad transporteren. De ruimte of gebouw waar de installatie in staat wordt ook wel schakelgebouw of -hal genoemd. De 10kV / 20kV installatie is de “groepenkast” van een transformatorstation.
blad 10 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 2 2.1
Het initiatief Algemeen In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het initiatief. Er wordt eerst ingegaan op de nut en noodzaak van het initiatief. Daarna volgt een beschrijving van de bestaande situatie. Vervolgens wordt ingegaan op het initiatief en wordt beschreven hoe de toekomstige situatie na realisatie van het initiatief eruit gaat zien.
2.2
Planbeschrijving
2.2.1
Nut en noodzaak initiatief Transformatorstation Zaltbommel voorziet de regio Bommelerwaard (gemeenten Maasdriel, Zaltbommel en West Betuwe) van elektriciteit. De elektriciteit wordt vanaf transformatorstation Zaltbommel getransporteerd naar de kleinere stations (zogenaamde regel- en schakelstations) Neerijnen, Velddriel, Leuven, De Epen, Zuilichem en Poederoijen. Vanaf deze stations wordt de elektriciteit verder de regio in getransporteerd. Zie ook onderstaande figuur 1 met de ligging van de stations. In onderstaande figuur zijn de diverse elektriciteitsstations van Liander en TenneT in de Bommelerwaard weergegeven. TenneT beheert het hoogspanningsnet in Nederland. TenneT transporteert elektriciteit op 110.000 Volt (110 kV) en hoger. Liander is in dit gebied de regionale netbeheerder voor midden- en laagspanning. Het 150/20/10kV-transformatorstation Zaltbommel (150kV-deel TenneT, 20kV- en 10kV-deel Liander) is blauw gemarkeerd en in rood zijn de verschillende schakelen verdeelstation weergegeven op middenspanningsniveau. Deze stations voorzien de regio nu van energie.
Figuur 2.1: Elektriciteitsstations in de regio Bommelerwaard Liander voorziet de komende 10 jaar een verviervoudiging van de energielevering (duurzame opwek) in de regio Rivierenland; waarna deze in de jaren erna mogelijk nog eens verdubbeld. Daarnaast neemt de vraag naar elektrisch vermogen in de Bommelerwaard toe. Liander voorziet de komende 10 jaar een verdubbeling van de energievraag in de regio Rivierenland; waarna deze in de jaren erna naar verwachting nog eens verdubbeld. Groei van de bedrijventerreinen en de glastuinbouw liggen hieraan ten grondslag. Er is onvoldoende vermogen beschikbaar op diverse stations in het gebied om te kunnen voorzien in de toenemende vraag en teruglevering van energie. Het huidige middenspanningsnetwerk kan de grote vraag naar en teruglevering van elektrisch vermogen niet aan. Inmiddels is de maximale capaciteit op alle stations in de regio bereikt. De blad 11 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
kaarten (figuur 2) geven beschikbare capaciteit voor afnemen en terugleveren van elektriciteit weer. Hierin is te zien dat in grote delen van de Bommelerwaard beperkte transportcapaciteit beschikbaar is, voor zowel afnemen als terugleveren van elektriciteit. In een deel van de Bommelerwaard is geen transportcapaciteit meer beschikbaar voor het afnemen van elektriciteit. Er is een grote kans dat op korte termijn meer delen op 'rood' of 'oranje' gaan. Zie voor meer informatie ook: "https://www.liander.nl/grootzakelijk/aansluitingen/capaciteit-stroomnet".
Figuur 2.2 Beschikbare capaciteit afnemen (links) en beschikbare capaciteit terug leveren (rechts) (d.d. 17-5-2021) De andere stations in de Bommelerwaard kunnen pas in capaciteit worden vergroot als de uitbreidingen op transformatorstation Zaltbommel zijn gerealiseerd en deze stations zijn aangesloten op de nieuwe installaties. Deze stations zijn dus afhankelijk van de realisatie van transformatorstation Zaltbommel.
2.2.2
Bestaande situatie Het transformatorstation Zaltbommel van TenneT en Liander ligt ten zuidoosten van de bebouwde kom van Zaltbommel in de gemeente Zaltbommel aan de Bommelsekade 18. De locatie ligt aan de rand van een industriegebied en landelijk gebied met enkele woningen en bedrijven. De locatie is omsloten door een aantal gemeentelijke wegen. Tegenover het transformatorstation, aan de andere zijde van de Bommelsekade is een autobedrijf met bedrijfswoning aanwezig. De situering van het station is weergegeven in de onderstaande figuur.
blad 12 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.3: Huidige situatie transformatorstation Zaltbommel (luchtfoto recent) In de huidige situatie zijn op het station de volgende transformatoren aanwezig: twee 150/10kV-transformatoren van elk 66 MVA twee 150/20kV-transformatoren van elk 80 MVA twee 20/10kV-transformatoren van elk 20 MVA Daarnaast is op het transformatorstation onder andere een open schakeltuin en twee installatie/schakelgebouwen aanwezig.
2.2.3
Toekomstige situatie De uitbreidingen ten behoeve van de toekomstige situatie worden gefaseerd uitgevoerd. De uitbreiding is voorzien op het perceel dat in eigendom is van Liander N.V. Een deel van het terrein waar de uitbreiding is voorzien is nog niet ingericht als transformatorstation (zie figuur 2.3). Op dit moment is deze grond in gebruik als weiland. De fasering is als volgt: In fase 1 wordt een 150/20kV transformator met een vermogen van 80 MVA bijgeplaatst. Deze transformator zal in het zuidelijke deel van het bestaande transformatorstation worden geplaatst. Daarnaast wordt er een 20kV-installatie in een gebouw gerealiseerd op het perceel direct ten noorden van het huidige transformatorterrein. In fase 2 worden twee bestaande 150/10kV-transformatoren verwijderd. In plaats daarvan worden er drie 150/20kV transformatoren van elk 80 MVA bijgeplaatst op het perceel ten noorden van het huidige terrein (zie figuur 2.3). Fase 3 (de eindsituatie) is gelijk aan fase 2 met dien verstande dat transformator die in fase 1 is geplaatst, zal worden verwijderd. Alle transformatoren worden buiten opgesteld in transformatorruimtes (niet in een gesloten gebouw).
blad 13 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Figuur 2.4: Ligging transformatorstation Zaltbommel met uitbreiding
blad 14 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader Algemeen Met de onderhavige herziening worden de ontwikkelingen op transformatorstation Zaltbommel mogelijk gemaakt. Dit hoofdstuk geeft een nadere toelichting op het relevante ruimtelijke beleidskader en de van toepassing zijnde wetgeving. Er volgt in de paragrafen hierna een korte samenvatting per relevant beleid en wetgeving. Per beleidskader wordt de relevantie met dit initiatief aangegeven.
3.2
Europees beleid
3.2.1
Kaderrichtlijn Water Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) in werking getreden. De KRW gaat uit van een stroomgebiedsbenadering waarbij voor Nederland de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems van belang zijn. Het doel van de KRW is dat al het water in de Europese Unie vanaf 2015 in 'goede chemische toestand' en een 'goede ecologische toestand' moet verkeren. Deze termijn kan worden verlengd met maximaal twee periodes van zes jaar, waarmee de uiterste datum op 2027 komt. De KRW is in 2005 geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving en al vanaf 2000 in Europa van kracht. Van belang is dat bij initiatieven tenminste voldaan wordt aan het stand-still principe. Dit houdt in dat een ingreep (uitvoering van het ruimtelijk plan) de toestand van het watersysteem niet mag verslechteren, tenzij beargumenteerd kan worden dat dit wegens 'een hoger doel' niet anders kan. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de Europese eisen voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. In het kader van voorliggende ontwikkeling is namelijk een watertoets uitgevoerd (zie ook paragraaf 4.13). Daarna is er overleg geweest met het waterschap Rivierenland. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd ten aanzien van voorliggend plan.
3.2.2
Verdrag van Valletta (verdrag van Malta 1992) Het Verdrag van Malta dateert van 1992 en wordt ook wel Verdrag van Valletta genoemd. Het verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Het gaat dus om archeologische resten als nederzettingen, grafvelden, en gebruiksvoorwerpen. Uitgangspunt van het verdrag is dat het archeologische erfgoed integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Om het bodemarchief beter te beschermen en om onzekerheden tijdens de bouw te beperken, wordt voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op deze manier kan daar bij de ontwikkeling van de plannen zoveel mogelijk rekening mee worden gehouden. In oktober 2003 is een voorstel voor de wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten naar de Tweede Kamer gestuurd. Hiermee werden de principes van het Verdrag van Malta doorgevoerd in de Nederlandse wetgeving. Op 4 april 2006 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer goedgekeurd en in december van dat jaar gaf de Eerste Kamer ook zijn goedkeuring. Op 1 september 2007 trad de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet, zie paragraaf 3.3.11. Relevantie bestemmingsplan
blad 15 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Er is een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het voorliggend plan (zie ook paragraaf 4.2). Ten aanzien van het transformatorstation Zaltbommel is het gebied vrijgesteld van archeologisch onderzoek. De adviseur van de gemeente Zaltbommel heeft instemming gegeven aan het bureauonderzoek. Hiermee wordt voldaan aan hetgeen in het verdrag is opgenomen.
3.2.3
Vogel- en Habitatrichtlijn De belangrijkste internationale verplichtingen op het gebied van natuurbescherming zijn neergelegd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen zijn gericht op instandhouding van soorten en hun leefgebieden. Het streven is gericht op de vorming van een Europees ecologisch netwerk (Natura 2000 netwerk). Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden, bepaalde plant- en diersoorten en houtopstanden. Voor Natura 2000-gebieden geldt, dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten. Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie echter wel voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Relevantie bestemmingsplan De beoogde ontwikkeling die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten.
In paragraaf 4.5 wordt hier nader op ingegaan. Daarin is beschreven dat er voor voorliggend plan een natuurtoets is uitgevoerd. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden, dat het plan ten aanzien van soortenbescherming en gebiedsbescherming uitvoerbaar is.
3.3
Rijksbeleid
3.3.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote 'puntbronnen' (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie.
blad 16 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Relevantie bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het nationale belang 'realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur' uit de NOVI. De uitbreiding van het transformatorstation Zaltbommel is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Op grond van artikel 2.3 van de Wro wordt de rijksstructuurvisie niet vastgesteld door de Tweede Kamer maar door de Minister of de betrokken Ministers. De vastgestelde NOVI is op 11 september 2020 door de minister toegezonden aan de Tweede Kamer en is nog niet in werking getreden.
3.3.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Rijk zet in de SVIR uiteen welke nationale belangen het heeft in het ruimtelijke en mobiliteitsdomein en welke instrumenten hiervoor worden ingezet. In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): 1.
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. 2. Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Ten aanzien van energievoorziening is aangegeven dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol. Deze is in Nederland van hoog niveau in vergelijking met andere Europese landen. De komende decennia groeit de vraag naar elektriciteit en gas in Nederland nog gestaag. Het opvangen van deze groei en het handhaven van het huidige hoge niveau van leveringszekerheid vragen om uitbreiding van het productievermogen (waaronder het decentrale vermogen) en de energienetwerken. Met de SVIR wordt een andere koers ingezet in het nationale ruimtelijk beleid. Er is nu vaak sprake van bestuurlijke drukte, ingewikkelde regelgeving of een sectorale benadering met negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van Nederland. Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven en laat dan ook meer over aan provincies en gemeenten.
De SVIR gaat uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Dit betekent dat het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op dertien nationale belangen, waarvoor het verantwoordelijk is en resultaat wil boeken. Buiten deze dertien belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Relevantie bestemmingsplan Ten aanzien van voorliggend plan is aangegeven in de SVIR dat een toekomstbestendige energievoorziening van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Daarin speelt leveringszekerheid van energie (gas, elektriciteit) een cruciale rol. De uitbreiding van het transformatorstation Zaltbommel is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Voorliggend plan ondervindt geen belemmeringen vanuit de SVIR.
blad 17 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
3.3.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen, zoals beschreven in de SVIR, die juridisch moeten doorwerken in ruimtelijke plannen van provincies en gemeenten zijn vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro). Het Barro is in 2011 gedeeltelijk inwerking getreden. In het Barro zijn de onderwerpen mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken reeds opgenomen. Op 1 oktober 2012 is een aantal onderwerpen aan het Barro toegevoegd. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond Rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Relevantie bestemmingsplan Het Barro is niet van toepassing omdat de maximale spanning op het transformatorstation 150kV is. Artikel 2.8 van het Barro geeft bepalingen ten aanzien van de elektriciteitsvoorziening als het gaat het om: 1.
Hoogspanningsnet: net met een spanning van ten minste 220kV en de daarin aanwezige schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen. 2. Hoogspanningsverbinding: verbinding met een spanning van ten minste 220kV en de daarmee verbonden schakel- en transformatorstations en andere hulpmiddelen. Ten aanzien van de hier genoemde onderdelen zijn bindende regels geformuleerd om de realisatie en instandhouding hiervan te borgen. Het bestemmingsplan valt niet in een categorie elektriciteitsvoorziening, zoals hierboven beschreven. In het Barro is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) als nationaal belang genoemd. Via het Barro werkt het rijksbeleid door in de provinciale ruimtelijke verordeningen, zie paragraaf 3.4.2. In paragraaf 4.5 wordt nader ingegaan op het voorliggend plan in relatie tot het NNN door middel van de uitgevoerde natuurtoets. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan ten aanzien van gebiedsbescherming (waaronder NNN) uitvoerbaar is. Het plan in relatie tot de waterhuishouding is in paragraaf 4.13 nader toegelicht. Voorliggend plan ligt niet in een primaire waterkering of rivier. Naast voorgaande onderwerpen is de inhoud van het Barro niet relevant voor dit plan.
3.3.4
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. Relevantie bestemmingsplan Het plangebied valt niet binnen de vrij te houden ruimte zoals opgenomen in de Structuurvisie.
blad 18 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
3.3.5
Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) De ruimtebehoefte voor de elektriciteitsvoorziening is op 22 juni 2009 vastgesteld en vastgelegd in een aparte nota: het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (hierna: SEV III). SEV III heeft de status van nationale structuurvisie. Een nationale structuurvisie is niet bindend voor lagere overheden, maar wel voor de rijksoverheid zelf. Voor lagere overheden is de structuurvisie richtinggevend. In het SEV III worden de locaties aangewezen voor elektriciteitsproductie vanaf 500 megawatt en hoger en voor nieuwe hoogspanningsvoorzieningen vanaf 220kV en hoger. Relevantie bestemmingsplan Het plan valt niet in de categorie hoogspanningsvoorzieningen zoals hierboven beschreven. De SEVIII vormt geen belemmering ten aanzien van het plan.
3.3.6
Deltaprogramma Het Deltaprogramma bevat een aantal deltabeslissingen. Deze deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting. Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (Prinsjesdag 2014) is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering. De deltacommissaris heeft in Deltaprogramma 2015 voorgesteld een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook heeft hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voorgesteld, deze zijn inmiddels in de wet verankerd. De gewijzigde Waterwet met de nieuwe normen is op 1 januari 2017 in werking getreden. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen geldt een hoger beschermingsniveau: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar ‘vitale infrastructuur’ kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen en dat in 2020 afspraken zijn gemaakt hoe te komen tot een hoger beschermingsniveau daar waar dat vereist is.
Assets van de netbeheerder zijn in het Deltaprogramma aangemerkt als vitale infrastructuur. Netbeheerders zullen in nauw overleg met de betrokken ministeries en het Deltaprogramma de volgende stap zetten: het omzetten van studies en analyses naar ambitiebepaling en uitvoering. Daarbij spelen naast technische afwegingen, ook maatschappelijke argumenten met betrekking tot risico’s en kosten een rol. Relevantie bestemmingsplan Bij de uitbreiding van het transformatorstation Zaltbommel is het momenteel niet aan de orde om rekening te houden met de hoge waterstanden. Verder ligt het plan niet in een beschermingszone van een waterkering. Voorliggend plan is niet in strijd met het Deltaprogramma.
3.3.7
Nationaal Bestuursakkoord Water Op basis van het rapport van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw en het kabinetsstandpunt 'Anders omgaan met water' hebben het rijk, de provincies, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) ondertekend. Het NBW is doorgevoerd in de provinciale en regionale beleidsplannen. Relevante aspecten uit het NBW zijn: Toepassen van de watertoets als procesinstrument op alle waterhuishoudkundig
blad 19 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen. Toepassen van de trits vasthouden-bergen-afvoeren, met als eerste insteek het vasthouden van water. Toepassen van de trits schoon houden - zuiveren - schoon maken, met als eerste insteek het voorkomen van vermenging van schoon hemelwater van dakvlakken en afvalwater en het gebruik van bijvoorbeeld een bodempassage voor hemelwater van druk bereden straatvlakken. Wateropgave (de benodigde bergingscapaciteit voor het opvangen van pieken in neerslag) bepalen aan de hand van de NBW normen regionale wateroverlast. Voor stedelijk gebied geldt een norm van T=100 (bui die eens in de 100 jaar voorkomt). Voor glastuinbouw geldt een norm van T=50 (bui die eens in de 50 jaar voorkomt). En voor akkerbouw en grasland geldt respectievelijk T=25 en T=10. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met het Nationaal Bestuursakkoord Water. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.13.
3.3.8
Nationaal Waterplan In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met het aspect water. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.13
3.3.9
Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning, die met een wettelijk vastgesteld aanvraagformulier kan worden aangevraagd. Organisatie waterbeheer De Waterwet kent formeel slechts twee waterbeheerders: het Rijk, als de beheerder van de Rijkswateren, en de waterschappen, als de beheerders van de overige wateren. Deze laatste is daarmee ook verantwoordelijk voor het zuiveringsbeheer. Provincies en gemeenten zijn formeel geen waterbeheerder, maar hebben wel waterstaatkundige taken. Zo blijft de provincie voorlopig bevoegd gezag voor drie categorieën grondwateronttrekkingen en infiltraties: de openbare drinkwaterwinning, ondergrondse energieopslag en industriële onttrekkingen van meer dan 150.000 m3 per jaar. Op gemeenten rust een hemel- en grondwaterzorgplicht, zoals deze in januari 2008 via de Wet gemeentelijke watertaken is vastgelegd in de Wet op de waterhuishouding.
blad 20 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Waterwet in Europees verband Nederland maakt deel uit van vier Europese stroomgebieden: de Rijn, de Eems, de Schelde en de Maas. De Waterwet sluit hierop aan. In Nederland wordt onderscheid gemaakt tussen Rijkswateren en niet-Rijkswateren (regionale wateren). Voor beide categorieën worden via het nationale waterplan respectievelijk de regionale waterplannen, strategische structuurvisies vastgesteld, waarin de hoofdlijnen van het waterbeleid en de maatregelenprogramma's zijn vastgelegd. Deze zijn richtinggevend voor het ruimtelijke ordeningsbeleid en zorgen zo voor een versterking van de relatie tussen waterbeheer en ruimtelijke ordening. De plannen worden één keer per zes jaar herzien. De waterschappen en de diensten van Rijkswaterstaat stellen vervolgens operationele waterbeheerplannen vast, waarin wordt aangegeven welke maatregelen zij in de komende periode zullen uitvoeren. Relevantie bestemmingsplan De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De relatie tussen voorliggend plan en de Waterwet is nader beschreven in paragraaf 4.13.
3.3.10
Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt Natura 2000-gebieden, bepaalde plant- en diersoorten en houtopstanden. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat activiteiten die mogelijk de instandhoudingsdoelstellingen van kwalificerende natuurwaarden in gevaar brengen, niet zonder meer zijn toegestaan. Beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en Andere soorten (zie paragraaf 3.2.3). Doden, verwonden en verstoren van dieren, plukken van planten en vernielen of beschadigen van rust- en verblijfplaatsen is niet zonder meer toegestaan. Voor de categorie Andere soorten kan de provincie voor ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling verlenen voor het overtreden van verbodsbepalingen. Dit is een uitwerking van internationaal beleid (zie paragraaf 3.2.3). Relevantie bestemmingsplan De wijzigingen die mogelijk worden gemaakt door dit plan kunnen gevolgen hebben voor de in de Wet natuurbescherming opgenomen gebieden en soorten. Uit de conclusie in paragraaf 4.5 blijkt dat voorliggend plan niet in Natura 2000-gebied gelegen is en niet strijdig is met de Wet natuurbescherming.
3.3.11
Erfgoedwet Als gevolg van het Verdrag van Malta, dat in 1998 door het Nederlandse parlement is goedgekeurd en in 2006 zijn beslag heeft gekregen in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. Rijk en provincie stellen zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het Rijk heeft deze beleidsuitgangspunten neergelegd in onder meer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de Modernisering Monumentenzorg en de Visie Erfgoed en Ruimte. In 2009 is door het rijk een nieuwe visie op de monumentenzorg geformuleerd genaamd Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Eén van de pijlers in deze visie is het belang laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hierbij zal een verschuiving plaatsvinden van objectgerichte bescherming naar een gebiedsgerichte aanpak. In het verlengde van deze
blad 21 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
pijler is een ander doel in de visie geformuleerd, namelijk het opstellen van een visie op erfgoed. Met ingang van juli 2016 (Erfgoedwet) is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De Erfgoedwet legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het archeologische erfgoed bij de gemeente. De taken in het kader van de Erfgoedwet behelzen o.a. het meewegen van archeologie in de besluiten op het gebied van de ruimtelijke ordening en de koppeling tussen bestemmingsplannen en archeologische waarden en verwachtingen. De Erfgoedwet verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Relevantie bestemmingsplan Bij voorliggend plan is rekening gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Zie ook paragraaf 4.2.
3.4
Provinciaal beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Aanleiding voor deze visie is de gedetailleerdheid van de bestaande visie (er moet duidelijker worden aangegeven wat echt van belang is voor de provincie) en tegelijkertijd is sprake van nieuwe ontwikkelingen met impact. De provincie heeft geconcludeerd dat een Omgevingsvisie en -verordening nodig is die hier de aandacht op vestigt, maar die ook ruimte biedt om snel en passend te reageren. Een Omgevingsvisie die focus aanbrengt op hetgeen waar het uiteindelijk om gaat, op wat voor de provincie van belang is en waar zij een doorslaggevende rol in heeft gezien haar taken en verantwoordelijkheden. De nieuwe Omgevingsvisie van Gelderland geeft de richtlijnen voor de ruimtelijke, fysieke en economische inrichting van de provincie. Gemeentelijke plannen en initiatieven van ondernemers, burgers en instellingen kunnen aan dit beleid getoetst worden. De nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland kent een aantal nieuwe beleidsthema's (ambities) en een aantal aanpassingen van het beleid op bestaande thema's. Het beleid is meer strategisch van karakter. In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie het beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gelderland bevindt zich op een cruciaal punt in de tijd.
De wereld verandert ingrijpend met nieuwe vraagstukken zoals het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering en internationalisering. Bij de taakinvulling legt de provincie de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wordt gedaan door het nastreven van zeven met elkaar samenhangende ambities: 1. energietransitie; 2. klimaatadaptie; 3. circulaire economie; 4. biodiversiteit; 5. bereikbaarheid; 6. vestigingsklimaat; 7. woon- en leefomgeving. Ad 1) Het streven is dat Gelderland in 2050 volledig energieneutraal is. Om te beginnen, zet de provincie in op energiebesparing en het terugdringen van het energieverbruik door isolatie en efficiëntere toepassingen: in huizen en gebouwen, bij verkeer en vervoer, in de industrie, in de landbouw. Daarnaast zet de provincie in op duurzame opwekking. Wind, zon, biomassa, waterstof, geo- en aquathermie en waterkracht. Ontwikkeling en toepassing
blad 22 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
van nieuwe technologieën wordt gestimuleerd. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, wil de ambitie worden gehaald. In de bodem wordt gezocht naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten. Ad 2) Het veranderend klimaat raakt alle facetten van de omgeving, zoals de Gelderse Natuur, maar ook de gezondheid en veiligheid. In 2050 moet Gelderland optimaal beschermd zijn tegen en kunnen meebewegen met het veranderende klimaat. Ad 3) Minder afval en meer kringloop, recycling en hergebruik is nodig om Gelderland schoon en groen te houden. Zoveel mogelijk gebruik van duurzame materialen en hergebruik daarvan. Ad 4) Gestreefd wordt naar een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit. De provincie ziet de meeste kansen door veehouderij, land- en tuinbouw en natuur slimmer te verbinden. De provincie werkt met betrokken partijen aan een betere balans tussen de intensieve veehouderij, natuurwaarden, lucht- en bodemkwaliteit en het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de landbouw en fruitteelt. Ad 5) Bereikbaarheid is een kritische succesfactor voor een verbonden samenleving en een krachtige, duurzame Gelderse economie.
Gestreefd wordt naar een efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag. Ad 6) De provincie streeft naar een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. De provincie zorgt voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij de voorkeur boven versnippering. Het ombouwen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties heeft de voorkeur boven de aanleg van nieuwe terreinen. Ad 7) Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Het benutten van bestaande gebouwen heeft de voorkeur. Gestreefd wordt naar concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, is uitbreiding aan de randen van de steden of dorpen in beeld. Bij de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop.
Gestreefd wordt naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut. In 2050 zijn alle woningen klimaatneutraal. In verband met de planfiguren zijn sinds de Omgevingsvisie 2014 gebieden en functies aangewezen, die blijven voortbestaan onder deze nieuwe omgevingsvisie. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura-2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de visie 2014 hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programma’s of andere beleidsdocumenten. Wat de provincie blijft doen: Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vindt de provincie het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie van 2014 en de actualisatie van belang. Dat beleid wordt voortgezet. Ditzelfde geldt voor het waterbeleid, milieubeleid, natuur- en landschapsbeleid en verkeers en vervoersbeleid. blad 23 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
Ruimtelijk beleid Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio’s versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. Onze klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht (zie themakaart) en onze natuuren landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet.
Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Voor ontwikkelingen in de niet grondgebonden landbouw hanteert de provincie het ‘plussenbeleid’. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om hun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het beheer van terreinen wil de provincie dat aandacht wordt besteed aan onder andere het risico op natuurbranden. De gebieden waar de opwek van zonne- en windenergie mogelijk is, zijn aangegeven op de themakaart Ruimtelijk beleid. Het plangebied op de themakaart Ruimtelijk beleid is aangeduid met 'grote zonneparken mogelijk', 'windenergie mogelijk' en 'Windenergie aandachtsgebied'. Dit beleid is niet relevant voor dit bestemmingsplan. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe bebouwing zet de provincie het instrument 'ladder voor duurzame verstedelijking' in. In ieder bestemmingsplan, dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder de locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de Omgevingsverordening Gelderland.
De ladder voor duurzame verstedelijking is op voorliggend plan niet van toepassing, omdat de uitbreiding van een transformatorstation volgens jurisprudentie niet worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling (zie uitspraken van de ABRvS met betrekking tot een hoogspanningsverbinding (uitspraak van 24 februari, 2016, 201504697/1/R6) en een transformatorstation (uitspraak van 26 april 2017, 201603059/1/A1). Waterbeleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening.
Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale blad 24 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Vanuit de themakaart Waterbeleid geldt er specifiek provinciaal beleid voor een deel van het plangebied, dat is aangeduid als intrekgebied, waarbij in de omgevigsverordening verordening wordt gesteld dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een intrekgebied de winning van fossiele energie niet mogelijk maakt. Dat is niet aan de orde. In paragraaf 3.4.2 is de watertoets beschreven. Milieubeleid Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes. Gezondheidsschade, onacceptabele risico's en onaanvaardbare geur- en geluidhinder moeten worden voorkomen. Er wordt voldaan aan milieukwaliteitseisen. Spoedeisende bodemverontreiniging wordt gesaneerd.
Ook is het van belang om op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen, met name vanwege de energietransitie en klimaatverandering. Vooral in het stedelijk gebied kunnen de gevolgen hiervan van invloed zijn op de gezondheid. De provincie streeft naar een op gezondheid gericht benadering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. Vanuit de themakaart Milieubeleid geldt er geen specifiek provinciaal beleid voor het plangebied. In hoofdstuk 4 is het plan beoordeeld aan de hand van de relevante omgevingsen milieuaspecten. Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan.
In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. De Natura-2000 gebieden en de bijzonder natuurgebieden zijn aangegeven op de Themakaart Natuur- en landschapsbeleid. Het plangebied ligt niet op gronden die zijn aangeduid als GNN en GO. Een nadere beoordeling van het plan met betrekking tot natuur is beschreven in paragraaf 4.5. Verkeers- en vervoerbeleid De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak blad 25 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
van het verkeers- en vervoersbeleid. Dit onderdeel is voor voorliggend plan niet relevant. De regels behorend bij de Omgevingsvisie zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (zie paragraaf 3.4.2). Relevantie bestemmingsplan Uit bovenstaande blijkt dat voorliggend plan aansluit bij de ambities uit de omgevingsvisie. Ambitie 1 streeft naar een Gelderland dat in 2050 volledig energieneutraal is. Voorliggend plan zorgt ervoor dat de energielevering in de toekomst gegarandeerd blijft. Er is een vermogensuitbreiding noodzakelijk als gevolg van de sterk toenemende elektriciteitsvraag (vermogensvraag) in de komende 15 jaar en er rekening gehouden moet worden met toekomstige grootschalige opwek. Daarnaast blijkt dat voorliggend plan aansluit bij het ruimtelijk beleid vanuit de omgevingsvisie. Ook voldoet het aan het waterbeleid uit de visie doordat het voorliggend plan dat gelegen is in intrekgebied geen winning van fossiele energie mogelijk maakt. Het milieubeleid uit de omgevingsvisie geeft geen specifieke beleidsregels ten aanzien van voorliggend plan. Het thema milieu is in hoofdstuk 4 het plan beoordeeld aan de hand van de relevante omgevings- en milieuaspecten. Het natuur- en landschapsbeleid geeft aandachtspunten ten aanzien van het bestemmingsplan. Het plangebied ligt niet op gronden die zijn aangeduid als GNN en GO.
Een nadere beoordeling van het plan met betrekking tot natuur is beschreven in paragraaf 4.5. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn geconstateerd. Als laatste is naar het verkeers- en vervoersbeleid gekeken. Dit onderdeel is niet relevant voor voorliggend plan aangezien het hierbij niet gaat om een aanpassing van vervoersmogelijkheden. Uit bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd dat voorliggend plan past in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
3.4.2
Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een juridisch instrument om doorwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie af te dwingen. De verordening heeft de status van ruimtelijke verordening, verkeersverordening, milieuverordening en waterverordening. Op 24 september 2014 is de omgevingsverordening vastgesteld. Deze is daarna enkele keren op onderdelen gewijzigd. Het bestemmingsplan is getoetst aan de geconsolideerde versie (31 maart 2021), waarin de wijzigingen integraal zijn opgenomen. Relevantie bestemmingsplan Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. De gronden hebben de aanduiding 'intrekgebied'. Dit houdt in dat een bestemmingsplan geen winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk mag maken. Dat is met dit plan niet aan de orde. Voorliggend plan past in de Omgevingsverordening Gelderland.
3.5
Beleid waterschap
3.5.1
Keur en legger Het waterschap stelt regels op om te voorkomen dat dijken en oevers beschadigen. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken, rivieren en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Dat is noodzakelijk om het rivierenland te beschermen tegen overstromingen. Deze regels worden aangeduid als de Keur. Op de Legger staan de oppervlaktewateren en dijken aangegeven die in beheer zijn bij het waterschap en waarop de Keur van toepassing is. Relevantie bestemmingsplan Doordat het plangebied gelegen is tussen de rivieren de Maas en de Waal zijn er diverse waterkeringen in het plangebied. De ondergrondse hoogspanningsverbinding kruist geen
blad 26 van 48
vastgesteld bestemmingsplan Zaltbommel, Bommelsekade 18 transformatorstation Gemeente Zaltbommel Projectnummer 0456452.100
waterkeringen. Er worden echter wel diverse wateren gekruist. Liander heeft rekening gehouden met de regels uit de Keur en de Legger en heeft afstemming gezocht met het Waterschap. Zie ook paragraaf 4.13. Het waterschap is akkoord met voorliggend plan.