CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Bijlagen bestemmingsplan Zaltbommel, Beersteeg-West

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zaltbommel, Beersteeg-West16.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

16

3.2 Grote modderkruiper

17

3.3 Kamsalamander

18

4 Conclusie en advies .................................................................................................................... 19 4.1 Kleine marterachtigen

19

4.2 Grote modderkruiper

19

4.3 Kamsalamander

19

4.4 Vervolgstap(pen)

19

4.5 Vooruitzicht projectplanning

20

4.6 Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden

20

5 Bronnen ......................................................................................................................................... 22

3

4

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doel Aan de Beersteeg ong. te Zaltbommel is een terrein met bosschages, ruigtevegetatie, watergangen, sloten, rioolgemaal en zendmast gesitueerd (figuur 1.1). Gemeente Zaltbommel is voornemens hier een circa 15 woonkavels met woningen en bergingen te realiseren. Hierbij wordt de wijk landschappelijk en duurzaam ingericht, waarbij natuurlijke oevers en een park wordt aangelegd met inheemse soorten. Voor de beoogde ontwikkeling worden de bosschages met struikgewas gekat en gerooid en worden een aantal watergangen gedempt of er worden duikers aangelegd. De beoogde ontwikkeling mogelijk leidt mogelijk tot de aantasting van beschermde soorten en andere beschermde natuurwaarde. Derhalve is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van de planlocatie voor deze beschermde natuurwaarde (Boddeke, 2018).

Figuur 1.1

De planlocatie (rood omkaderd) is gelegen aan de Beersteeg ong. te Zaltbommel. (bron kaartmateriaal: arcgis.com).

Op basis van het oriënterende onderzoek (Boddeke, 2018) en het jaarrapport van Natuurwacht Bommelerwaard (Hermesen et al., 2019) van kon de aanwezigheid van rust- en verblijfplaatsen, of een essentieel leefgebied van beschermde soorten niet uitgesloten worden.

Op basis van een concretere planuitwerking en een tweede inspectie uitgevoerd in juni 2020 door Blom Ecologie B.V. is gebleken dat onderzoek naar kleine marterachtigen, grote modderkruiper en kamsalamander noodzakelijk was. Gemeente Zaltbommel heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven.

5

Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •

Zijn kleine marterachtigen, grote modderkruiper en kamsalamander aanwezig in het plangebied?

•

Op welke wijze maken de kleine marterachtigen, grote modderkruiper en kamsalamander gebruik van het plangebied? Zijn in het plangebied migratieroutes, foerageergebieden, voortplanting- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig?

•

Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de voortplanting- en/of verblijfplaatsen en leefomgeving van kleine marterachtigen, grote modderkruiper en kamsalamander?

1.2

Planlocatie De planlocatie is gelegen aan de Beersteeg ong. te Zaltbommel en ligt parallel aan de Gamerschedijk. Het betreft een perceel met bosschages, struikgewas en ruigtevegetatie. Midden op het terrein ligt een sloot met rietvegetatie, door en om de planlocatie liggen verschillende watergangen waarvan enkele beschoeid, vol met bladafval of bijna verdroogd. In figuur 1.2 zijn een aantal foto’s opgenomen die een impressie geven van de planlocatie.

Figuur 1.2

De planlocatie betreft een perceel met bosschages, ruigtevegetatie en een aantal sloten en watergangen.

1.3

Werkzaamheden Gemeente Zaltbommel is voornemens om op de planlocatie een woonpark met 15 woonkavels, bergingen en parkeerplaatsen te realiseren. Hierbij wordt de bosschages en struikgewas verwijderd enkele sloten en watergangen gedempt of duikers aangelegd. De werkzaamheden zullen op hoofdlijnen bestaan uit:

6

• • • • • • •

verwijderen van het rioolgemaal: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen en rooien van bomen en struiken van enkele bomen en struiken: kap- en rooiwerkzaamheden; dempen van de watergang en aanleggen duikers en natuurvriendelijke oevers: graaf- en dempwerkzaamheden; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuwbouw, woningen, bergingen en toebehoren: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden

Figuur 1.3

1.4

Impressie van de beoogde ontwikkeling aan de Beersteeg ong. te Zaltbommel.

Te verwachten soorten en functies Uit het oriënterend onderzoek (Boddeke, 2018) is gebleken dat de planlocatie mogelijk geschikt is als voortplantingsplaats voor de grote modderkruiper en kamsalamander en uit het jaarrapport van de Natuurwacht Bommelerwaard (Hermesen et al., 2019) blijft dat het gebied tevens mogelijk geschikt is als rust- en verblijfplaats voor kleine marterachtige (m.n. de bunzing en wezel) (tabel 1.1). Daarnaast zijn er mogelijk rust- en verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, echter blijven alle bomen met geschikte holte behouden, waardoor aanvullend onderzoek hiernaar niet noodzakelijk is. Na een tweede inspectie

uitgevoerd in juni 2020 door Blom Ecologie B.V. is gebleken dat aanvullend onderzoek naar kleine marterachtigen, grote modderkruiper en kamsalamander noodzakelijk is.

7

Tabel 1.1

De te verwachten beschermde gebouwbewonende soorten op de planlocatie op basis van de uitgevoerde quickscan (Boddeke, 2018). 1 Betreft een inschatting op basis van de quickscan (visuele inspectie en deskstudie) gerelateerd aan de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3).

Soort Kleine marterachtigen Bunzing Hermelijn Wezel Steenmarter Kamsalamander Grote modderkruiper Boombewonende Vleermuizen

Figuur 1.4

Potentie Ja Ja, geschikt habitat Mogelijk, geen waarnemingen van bekend in de Bommelerwaard Ja, geschikt habitat Nee, geen geschikte rustplaatsen in bebouwing Ja, geschikte sloten Ja, geschikte sloten Ja, geschikte holten

Overtreding Wet nb1 Mogelijk Mogelijk Mogelijk Mogelijk Nee Mogelijk Mogelijk Nee, desbetreffende bomen blijven behouden

De bosschages, struikgewas, ruigtevegetatie en sloten hebben mogelijk een essentiële functie voor beschermde soorten.

1.5

Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen

en

nationaal

beschermde

soorten,

uiteen

in

drie

verschillende

beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De kamsalamander valt onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. En kleine marterachtigen en de grote modderkruiper vallen onder de nationaal beschermde soorten. Naar aanleiding van de beoogde

werkzaamheden

(paragraaf

1.3)

kan

overtreding

van

de

volgende

verbodsbepalingen optreden: Wnb, art 3.5 lid 2 en 4 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen.

8

Wet nb, art 3.10 lid 1(b) en 2 (art 3.5) (nationaal beschermde soorten) Lid 1 (b): Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; of Lid 2 (art 3.5): Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren.

9

2 Methode 2.1

Soorten Op de planlocatie kan de aanwezigheid van kleine marterachtigen, grote modderkruiper en kamsalamander

niet

worden

uitgesloten.

Per

soort

(groep)

is

een

bepaalde

onderzoeksmethode en inspanning vereist op basis van de ecologie van de soort. Kleine marterachtigen De bunzing, hermelijn en wezel zijn kleine marterachtigen (figuur 2.1). Deze soorten zijn sterk verbonden aan kleinschalige landschappen met afwisselende structuren als houtwallen, bosschages, begroeide oevers, weides en parken. Afwisselende structuren bieden voldoende dekking en voedsel en zijn van groot belang bij de migratie. Alle drie de soorten zijn roofdieren die vaak dag en nacht actief opzoek zijn naar voedsel als kleine zoogdieren, amfibieën en (jonge) kleine vogels. Naast de belangrijke functies als dekking, voedsel en verspreiding moet een geschikt leefgebied ook voorzien in rust- en voortplantingsplaatsen. Droge plaatsen als oude holen, houtstappels, holle bomen, takkenrillen, strobalen, puinhopen en ook oude schuren en stallen bieden geschikte rust- en voortplantingsmogelijkheden. De voortplantingsperiode van de soorten liggen tussen circa medio april en juni, dit is dan ook een actieve periode van kleine marterachtigen (Bouwens, 2017; Zoogdiervereniging, 2020).

Figuur 2.1

Links de bunzing, midden de wezel en recht de hermelijn (bron: © Zoogdiervereniging).

Grote modderkruiper De grote modderkruiper (figuur 2.2) is een solitair levende vis, die echter vaak in groepen bij elkaar te vinden is (BIJ12 kennisdocument Grote modderkruiper, 2017; Ravon, 2020). De soort is schemer- en nachtactief en is overdag in de modder en tussen de vegetatie te vinden. Voornamelijk komt de soort voor in ondiepe stilstaande tot langzaam stromende wateren, welke rijkelijk begroeid zijn met onderwater- en oevervegetatie. Een hoge voedsel dichtheid van macrofauna is van hoog belang. Op de bodem moet een dikke modderlaag van zo’n 1030 cm aanwezig zijn. In een (te) dikke laag bagger is de soort vaak niet te vinden. Zo rond maart-april wanneer het water de juiste temperatuur bereikt (10-12 °C) begint de voortplanting. De eitjes worden met voorkeur in ondiepe wateren (<30 cm) afgezet waar de ontwikkelingssnelheid van de eieren en larven afhankelijk is van de watertemperatuur. De zomer is afhankelijk van de droogte een rustperiode, waarna ze tegen de winter aan (augustus-september) actief opzoek gaan naar een geschikt winterverblijfplaats als vorstvrije delen met een dikkere modderlaag.

10

Figuur 2.2

De grote modderkruiper op de bodem (bron: Jelger Herder©).

Kamsalamander De kamsalamander is de grootste salamandersoort van Nederland en kan ongeveer 11 tot 15 cm groot worden met uitzonderingen van 18 cm (figuur 2.3). In de paartijd zijn de mannetjes goed herkenbaar door de hoge getande kam boven op de rug. De kamsalamander is ’s nachts actief en is in de voortplantingsperiode in het water te vinden. Het voortplantingswater bestaat uit geïsoleerde, stilstaande, halfbeschaduwde en voedselrijke wateren (BIJ12 Kennisdocument Kamsalamander, 2017; (Creemers & Delft, 2009). Meestal betreffen dit (veedrink)poelen, vijvers, gebufferde vennen, sloten, kleiputten en kolken of wielen. Het landhabitat bestaat voornamelijk uit cultuurlandschappen, landgoederen en bosranden. De voortplanting vindt plaats in de periode februari t/m september, waarbij de larve volledig volgroeid zijn en voor de winterperiode samen met de adulte het water verlaten.

Figuur 2.3

De kamsalamander (bron: Jelger Herder©).

11

2.2

Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen en of protocollen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de kamsalamander en de grote modderkruiper zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017), hierin wordt tevens verwezen naar de methodiek van de Soortinventarisatieprotocollen (NGB, 2017). In dit onderzoek is e-DNA gebruikt voor het vaststellen van de aan- of afwezigheid van de kamsalamander en grote modderkruiper. Er is dus geen gebruik gemaakt van het Soortinventarisatieprotocol (NGB, 2017). Voor kleine marterachtigen is een ‘handleiding’ gemaakt (Bouwens, 2017) welke in dit onderzoek als leidraad is gebruikt. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen en protocollen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Tabel 2.1

Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van het onderzoek naar kleine marterachtigen-, grote modderkruiper- en kamsalamander zoals deze zijn geformuleerd in het Handreiking kleine marters (Provincie Noord-Brabant, 2017), Kennisdocument Grote modderkruiper (BIJ12, 2017) Kennisdocument Kamsalamander (BIJ12, 2017).

Kleine marterachtigen Onderzoek dient uitgevoerd worden in de periode maar-augustus (actieve periode) gedurende zes weken of buiten deze periode gedurende twaalf weken. Dit kan middels het gebruiken van marterboxen en sporenbuizen voor de wezel en hermelijn en cameravallen voor de bunzing. Aanvullend kan er gericht gezocht worden naar sporen als uitwerpselen en prooiresten. (Bouwens, 2017; Tongeren 2017)

Grote modderkruiper e-DNA onderzoek is de meest geschikte methode om de afwezigheid of de aanwezigheid van de grote modderkruiper aan te tonen. Dit kan ook uitgevoerd worden in de periode juli tot en met november als het habitat volledig dichtgegroeid is. Er kan met e-DNA onderzoek geen indicatie worden verkregen van hoeveel exemplaren aanwezig zijn. (BIJ12 kennisdocument Grote modderkruiper, 2017)

Kamsalamander e-DNA onderzoek is een geschikte methode om de afwezigheid of de aanwezigheid van de kamsalamander aan te tonen. Er kan met e-DNA onderzoek nog geen indicatie worden verkregen van hoeveel exemplaren aanwezig zijn; hier vindt momenteel wel onderzoek naar plaats. Als blijkt dat het water bewoond is door kamsalamanders is het van belang vervolgens ook het functionele leefgebied op het land in beeld te brengen door aan te geven waar het habitat is waarvan de kamsalamander afhankelijk is. (BIJ12 Kennisdocument Kamsalamander, 2017)

2.3

Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. In totaal hebben er zeven veldbezoeken plaatsgevonden, hierin zijn verschillende onderzoeken gecombineerd (tabel 2.2).

12

Tabel 2.2

Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet.

Veldbezoek

Functie

Activiteit

Aantal pers.

Datum

Kleine marterachtigen 1

Leefgebied/ migratie

Uitzetten camera’s

2

03-07-2020

Kleine marterachtigen 2

Leefgebied/ migratie

Wissel SD-kaartjes

1

24-07-2020

Kleine marterachtigen 3

Leefgebied/ migratie

Wissel SD-kaartjes

1

14-08-2020

Kleine marterachtigen 4

Leefgebied/ migratie

Ophalen camera’s

1

08-09-2020

Grote modderkruiper 1 Kamsalamander 1

Aan- of afwezigheid Aan- of afwezigheid

e-DNA e-DNA

1 1

24-07-2020 24-07-2020

Procedure Kleine marterachtigen

Op basis van de te verwachten soorten, bunzing, hermelijn en wezel, en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het plangebied is het aanvullend onderzoek ingericht. Om de aan- of afwezigheid van kleine marterachtigen vast te stellen zijn vier marterboxen en twee cameravallen ingezet (figuur 2.4). De onderzoeksmethoden zijn geplaatst op ‘kansrijke’ locaties als wissels, tussen de bramenstruiken, begroeide oevers en in de bosschages (figuur 2.5). Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de periode van 3 juli 2020 t/m 8 augustus 2020. De vier marterboxen zijn geplaatst tussen de rijke braam- en ruigtebegroeiing en tussen de struiken in de bosschages. Een marterbox is een kist met een buis als opening. De buis leidt naar de binnenzijde waar een lokstof (sardientjes) wordt geplaatst. In de kist zit een camera met bewegingsdetector. Op de camera is een lens met sterkte geplaats (2+). De twee cameravallen zijn opgehangen aan bomen tussen de bosschages.

Figuur 2.4

Locaties van de marterboxen en cameravallen.

13

Figuur 2.5

Een van de materboxen met loopplank tussen het struikgewas.

Grote modderkruiper & kamsalamander

Om de aan- of afwezigheid van de grote modderkruiper en kamsalamander vast te stellen is soort-specifieke eDNA analyse uitgevoerd. Enviromental DNA (eDNA) Alle dieren laten middels urine, uitwerpselen, huidcellen, haar of geslachtscellen hun DNA achter in de omgeving waarin ze leven. Dit DNA kan worden geëxtraheerd uit milieumonsters zoals bodem, water, uitwerpselen, etc. Op basis van deze DNA-sporen kunnen soorten worden gedetecteerd. De environmental DNA-methode (afkorting: eDNA methode) is een methode gebaseerd op het achterhalen van stukken DNA via feces, urine en huidcellen. Door het unieke oplossende vermogen van water worden deze stukjes DNA verspreid over een groot oppervlak. Door watermonsters te verzamelen en te analyseren op de aanwezigheid van DNA kan het voorkomen van een doelsoort worden aangetoond. Op 24 juli 2020 is het veldbezoek betreft het verzamelen van mogelijk eDNA uitgevoerd. Hierbij zijn op vijf punten samples genomen, waarbij op elke 1,5 - 2 meter een subsample werd genomen (figuur 2.6). De samples zijn in duplo genomen van de sloten en watergangen met de hoogste potentie voor de soorten. Een aantal watergangen waren tijdens het onderzoek v niet meer watervoerend waardoor hier geen samples genomen konden worden.

14

Figuur 2.7

Locaties waar samples voor e-DNA zijn genomen om de aan- of afwezigheid van de grote modderkruiper en kamsalamander vast te stellen. Ten tijde van het samplen waren enkel watergangen niet meer watervoerend.

De sample zijn gecodeerd en opgestuurd naar een gespecialiseerd servicelab voor e-DNA en zijn door hen geanalyseerd: Tabel 2.3

PCR resultaten analyse monsters. Resultaat

Sample

Monstercode

Grote modderkruiper

Resultaat

Procedure

Inhibitie

Kamsalamander

blanco

controle

PCR

PCR

negatieve

positieve

controle

controle

1

E2479

8/8

0/8

Ok

Ok

Ok

Ok

2

E2480

0/8

0/8

Ok

Ok

Ok

Ok

3

E2481

8/8

0/8

Ok

Ok

Ok

Ok

4

E2482

4/8

0/8

Ok

Ok

Ok

Ok

5

E2483

0/8

0/8

Ok

Ok

Ok

Ok

15

3 Resultaten 3.1

Kleine marterachtigen Waarnemingen en aantallen Tijdens de onderzoek rondes zijn geen sporen en/of waarnemingen van kleine marterachtigen als de bunzing, hermelijn en wezel aangetroffen. Op de cameraval zijn enkel soorten als bruine rat, egel, gaai, houtduif, merel, pimpelmees, spitsmuis spec., vos, ware muis spec., winterkoning en woelmuis spec. waargenomen (figuur 3.1).

Figuur 3.2

Foto’s van de wildcamera en marterbox, twee egels (boven) en een winterkoning (onder).

Rust- en voortplantingsplaatsen Gedurende het onderzoek zijn geen rust- of voortplantingsplaatsen gevonden of sporen als latrines, uitwerpselen, prooiresten of prenten (van de bunzing), die wijzen op de aanwezigheid hiervan. 16

Functioneel leefgebied Op de planlocatie is tevens geen sprake van essentieel foerageergebied en/of migratieroute van kleine marterachtigen door het ontbreken van visueel bewijs op de wildcamera én de afwezigheid van sporen binnen de planlocatie.

3.2

Grote modderkruiper e-DNA Uit de e-DNA analyse geanalyseerd door Sylphium molecule ecology blijkt dat de samples 1, 3 en 4 (Resp. E2479, E2481 en E248) positief zijn bevonden voor de aanwezigheid van de grote modderkruiper (tabel 2.3). Alle positieve controles gaven een positief resultaat en alle negatieve controles gaven een negatief resultaat. Deze controles geven aan dat er geen storende factoren of DNA-contaminaties van de doelsoort aanwezig waren. Vals negatieve en vals positieve resultaten kunnen hiermee uitgesloten worden. Watergangen Drie van de vijf samples zijn positief bevonden voor de aanwezigheid van de grote modderkruiper. Opvallend is dat de twee overige monsters die negatief zijn bevonden uit dezelfde watergangen komen als de positief bevonden samples (figuur 3.2). Mogelijk komt dit doordat i) de aanwezige grote modderkruipers (door verdroging of verlanding) geclusterd op bepaalde loacties zitten, of ii) doordat het enkel oud DNA-materiaal betreft en de soort momenteel niet meer aanwezig is op de planlocatie, of iii) doordat het om een zeer kleine populatie betreft, waardoor minder uitwisseling plaats vindt en dus minder verdeling van DNA.

Figuur 3.2

De samples met positief resultaat voor de aanwezigheid van de grote modderkruiper.

17

3.3

Kamsalamander e-DNA De samples zijn door een gespecialiseerd servicelab voor e-DNA geanalyseerd. Resultaat gaf aan dat in geen van de samples sporen van eDNA van de doelsoorten kamsalamander zijn aangetoond.

18

4 Conclusie en advies 4.1

Kleine marterachtigen In de periode juli – augustus 2020 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) op de planlocatie. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat aanwezigheid van kleine marterachtigen uitgesloten kan worden. Dit wordt onderbouwd door de afwezigheid van waarnemingen en sporen. Blom Ecologie B.V. is van mening dat met de beoogde ontwikkeling, waarbij delen groen worden verwijderd, er geen functioneel leefgebied van kleine marterachtigen als de bunzing, hermelijn of wezel verloren zal gaan. Derhalve is door de beoogde ontwikkeling ten aanzien van kleine marterachtigen geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming, een ontheffing Wnb. is niet van toepassing. Daarnaast zal het gebied landschappelijk worden ingepast, waardoor het mogelijk een hogere natuurwaarde kan krijgen voor deze soorten.

4.2

Grote modderkruiper Op 24 juli 2020 is middels e-DNA onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de grote modderkruiper. Hieruit bleek dat uit 3 van de 5 samples sporen van DNA zijn aangetroffen van de grote modderkruiper. Mogelijk maken de watergangen deel uit van het functioneel leefgebied van de grote modderkruiper. Afhankelijk van welke watergangen gedempt zullen worden is er mogelijk sprake van overtreding Wet natuurbescherming (Wet nb, art 3.10, lid 2 (art 3.5)). Indien de sloten waar de samples 1, 3 en 4 zijn genomen, gedempt of sterk vergraven worden is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk.

4.3

Kamsalamander Op 24 juli 2020 is middels e-DNA onderzoek uitgevoerd naar de aan- of afwezigheid van de kamsalamander. Het onderzoek is uitgevoerd conform de het BIJ12 kennisdocument Poelkikker (2017). Uit de e-DNA analyse bleek dat er geen DNA sporen zijn aangetroffen van de Kamsalamander. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de sloten en watergangen op de planlocatie geen onderdeel uit van het voortplantingswater van de kamsalamander. Er is geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming t.a.v. de kamsalamander, een ontheffing Wnb. is niet van toepassing.

4.4

Vervolgstap(pen) Voor de uitvoering van een deel van de beoogde ontwikkeling (het dempen van een aantal watergangen) is ontheffing nodig van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (3.10, lid 1(b) en 2(art 3.5)). Conform het Kennisdocument Grote modderkruiper wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 19

1)

Er is sprake van een wettelijk belang (Wnb, art. 3.8, lid 5b)

2)

Bepaal waarborging van gunstige staat van instandhouding (Wnb, art. 3.8, lid 5c)

3)

Onderbouw de meest bevredigende oplossing (alternatieven afweging) (Wnb, art. 3.8, lid 5a)

4)

Bepaal mitigerende en compenserende maatregelen (Wnb, art. 3.8, lid 5c)

Een ontheffingsaanvraag is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de werkzaamheden geen wettelijk belang kennen of indien er vergelijkbare maatregelen zijn die gunstiger zijn voor de aanwezige soorten kan een ontheffing mogelijk geweigerd worden. De ontheffingsaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen: ▪

Aanvraagformulier (dient nog opgesteld/ingevuld te worden)

▪

Activiteitenplan met ecologisch werkprotocol (dient nog opgesteld te worden)

▪

Oriënterend onderzoek (reeds uitgevoerd)

▪

Aanvullend onderzoek (reeds uitgevoerd)

▪

Eventueel aanvullende documentatie (bijv. machtiging)

4.5 Vooruitzicht projectplanning Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om te reageren op een ontheffingsaanvraag. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden. Indien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van voortplanting- en/of verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort, het aantal individuen en het type voorkeurshabitat. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is derhalve van belang om onnodige vertraging te voorkomen. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundige.

4.6

Te treffen maatregelen tijdens de werkzaamheden •

Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Algemene zorgplicht).

•

Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

•

Ten aanzien van algemene vis- en amfibiesoorten dient tijdens de dempwerkzaamheden één werkrichting aangehouden te worden in het kader van de Algemene zorgplicht. Hierbij moeten omliggende sloten bereikbaar blijven, zodat amfibie- en vissoorten uitwijkmogelijkheden hebben. Indien deze mogelijkheden er niet zijn, dient de sloot voorafgaand aan de werkzaamheden afgevist te worden.

20

•

Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten.

•

Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden.

•

De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel).

•

Mogelijke overwinteringslocaties van algemene amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april.

•

De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (maart t/m september). Als de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. Als dit niet mogelijk is, dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.

•

Indien er werkzaamheden worden uitgevoerd welke mogelijk van negatieve invloed kunnen zijn voor algemene en beschermde soorten dient een ter zake ecologisch deskundige geraadpleegd te worden.

21

5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument grote modderkruiper, Misgurnus fossilis. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument kamsalamander, Triturus cristatus. BIJ12, Utrecht Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marterachtige. Provincie Noord-Brabant, ‘sHertogenbosch Boddeke, P.H.N., 2018. Notitie quick scan beschermde soorten Beersteeg-West, Zaltbommel. Bureau Waardenburg, Culemborg. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. -Nederlandse fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Hermesen, H., E. Jansen, H. Kolman, A. de Mooij & C. van Tuijl, 2019. Werkgroep kleine Marterachtigen Bommelerwaard. Natuurwacht Bommelerwaard, Zaltbommel NGB, 2017. Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017). Netwerk Groene Bureaus, Odijk.

Gebruikte websites www.arcgis.nl www.ravon.nl www.vleermuisprotocol.nl www.zoogdiervereniging.nl

22

23

Bijlage 6 Stikstofdepositieberekeningen

76

Bestemmingsplan "Zaltbommel, Beersteeg-West" (vastgesteld)

Notitie

notitie

AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel

project AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel datum 8 juni 2021 opdrachtgever Gemeente Zaltbommel projectnummer P03409 opgesteld door DAd i.a.a. JvdA

Inleiding De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het projectgebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’, ‘Lingegebied & Diefdijk-Zuid’ en ‘Loevestein, Pompveld & Kornsche Boezem’ bevinden zich respectievelijk op circa 880 meter ten

noorden, 9,9 kilometer ten noordwesten en circa 10,9 kilometer ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het projectgebied zijn externe effecten als lichten geluidverstoring uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling de aanleg van een hospice en vijftien duurzame woningen betreft, kan een significante toename aan stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase op omliggende Natura 2000-gebieden niet op voorhand worden uitgesloten.

9,9 km

10,9 km 880 m

BRO Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl www.bro.nl

Figuur 1: Ligging van het projectgebied ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden (bron: Natura 2000 Network Viewer)

1

Notitie AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel

Planvoornemen Het planvoornemen betreft de realisatie van een hospice (een ‘bijna-zoals-thuis-huis’) met maximaal zes kamers en de realisatie van vijftien duurzame kleine woningen met twee parkeerterreinen (grotendeels onverhard). De ontwikkelingen vinden plaats op de percelen kadastraal bekend als Zaltbommel, sectie L, nummers 1523 en 1689 (ged.). Het hospice krijgt maximaal 6 gastenkamers. Voor het hospice (rood gearceerd) is een bouwvlak van 800 m² beschikbaar. Het gebouw wordt in principe uitgevoerd in één bouwlaag, deels voorzien van een beperkte kap. Daarnaast worden er maximaal vijftien (uitsluitend vrijstaande) duurzame woningen (blauw gearceerd) gerealiseerd. Voor de woningen gelden de volgende maatvoeringen; max. bouwhoogte van 6 meter, max. oppervlakte van 40 m2 en max. inhoud van 150 m3. De woningen worden grotendeels prefab gerealiseerd waardoor de aanleg van de woningen gereduceerd, met relatief beperkte werkzaamheden, uitgevoerd kan worden. De twee parkeerterreinen hebben verschillende functies. Het westelijke parkeerterrein (geel gearceerd) is bestemd voor de bewoners van de woningen. Het oostelijke parkeerterrein (paars gearceerd) is bestemd als overloopparkeerterrein. Deze extra parkeerplaatsen in het gebied zijn incidenteel nodig, namelijk bij evenementen en hoog water.

Met de ontwikkeling van het hospice en de woningen wordt het gehele perceel heringericht en wordt voorzien in voldoende parkeervoorzieningen.

Figuur 2: impressie planvoornemen

Omdat beide ontwikkelingen over meerdere jaren worden gerealiseerd bestaat deze berekening uit drie berekeningen:  2021: aanleg Hospice  2022: gebruik Hospice en aanleg 15 woningen  2023: gebruik Hospice en gebruik 15 woningen

dinsdag 8 juni 2021

2

Notitie AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel

AERIUS-berekening Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUSberekening uitgevoerd. Uit deze berekeningen blijkt dat bij de aanlegfases en gebruiksfases geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlagen zijn de door AERIUS gegenereerde rapportages voor de aanlegfase en gebruiksfase opgenomen. In het voorliggende document wordt de invoer op sommige punten kort toegelicht. 2021 Aanlegfase hospice (Mobiele) werktuigen Voor wat betreft deze bouwfase is de stikstofemissie van de mobiele werktuigen ook mede bepaald op basis van het dieselverbruik per uur, het aantal draaiuren per mobiel werktuig en de default instellingen van de AERIUS-calculator. Deze praktijk gegevens zijn mede bepaald op basis van de kengetallen van de AERIUS-calculator en reeds diverse uitgevoerde AERIUS-berekeningen. Voor de inzet van mobiele werktuigen is gerekend met Stageklasse IV die ten tijde van de realisatie gemiddeld 7 jaar oud zijn. Zodoende wordt voor onderhavige ontwikkeling gebruik gemaakt van relatief ‘schoon materieel’. Er zal gestuurd worden voor de inzet van dit materieel om zo de stikstofemissie zo laag mogelijk te houden. Daarbij is ook een extra bron ingevoerd voor het stationair draaien. Zie hiervoor tabel 1 en bijgevoegde AERIUS-rapportage.

Verkeer bouw en aanleg Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verwachte verkeersgeneratie is weergegeven in navolgende tabel. De bewegingen zijn over de aan-

dinsdag 8 juni 2021

Tabel 1

Mobiele werktuigen

Werktuigen

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen (kW)

Mobiele hijskraan

va. 2014

Diesel

210

Heistelling*

va. 2015

Diesel

100

Betonpomp

va. 2014

Diesel

Graafmachine

va. 2015

Laadschop Trilplaat

Draaiuren

Brandstofverbruik per uur

Tot. brandstof verbruik

Totale emissie (kg/j)

40

15

600

1,91

0,00500

40

7

280

0,81

0,00234

200

40

7

280

0,85

0,00233

Diesel

100

80

7

560

1,49

0,00469

va. 2015

Diesel

100

120

10

1200

3,19

0,01003

va. 2008

Benzine

10

80

1,2

96

0,13

0,00008

2,514

0,00734

Stationair draaien (30%)

Totale emissie (NH3/j)

* Omdat heistelling niet specifiek ingevoerd kan worden is voor de invoer van de heistelling uitgegaan van een ‘graafmachine, 100 kW’. Een graafmachine met een dergelijk vermogen is het meest representatief voor de invoer van de heistelling die ingezet zal worden bij onderhavige ontwikkeling.

liggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor al het vrachtverkeer is een lus ingevoerd ter plaatse van het bouwterrein met een stagnatiefactor van 100%, vanwege het manoeuvreren en stationair draaien. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS calculator.

Tabel 2

Bouwverkeer

Verkeersbewegingen bouwverkeer

Totale verkeersgeneratie

Bedrijfsbusjes (licht verkeer)

6 p/etmaal

aan- en afvoer materialen (middelzwaar vrachtverkeer)

100 p/jaar

Betonmixer en zwaar transport (zwaar vrachtverkeer)

80 p/jaar

Onderhavig initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling. Aangezien er slechts sprake is van een beperkte geplande bouwperiode van enkele maanden, is de totale verkeersgeneratie van de vrachtauto’s ingevoerd voor één jaar. Conclusie Het rekenresultaat met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

3

Notitie AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel

2022 Gebruiksfase hospice en aanlegfase 15 woningen

Tabel 3

Mobiele werktuigen

Werktuigen

Voor het tweede rekenjaar worden de gebruiksfase van het hospice berekend en de aanlegfase van de 15 woningen omdat tijdens de aanlegfase van de 15 woningen het hospice al in gebruik zal zijn. Gebruiksfase hospice Het hospice wordt gasloos opgeleverd en zorgt dan ook niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter wel voor.

Bouwjaar

Brandstof

Vermogen (kW)

Draaiuren

Brandstofverbruik per uur

Tot. brandstof verbruik

Totale emissie (kg/j)

Totale emissie (NH3)

Mobiele hijskraan

va. 2014

Diesel

210

80

15

1200

3,81

0,01000

Graafmachine

va. 2015

Diesel

100

80

7

560

1,49

0,00469

Laadschop

va. 2015

Diesel

100

100

10

1000

2,66

0,00836

Trilplaat

va. 2008

Benzine

10

60

1,2

72

0,09

0,00005

2,415

0,00693

Aanleg 15 woningen*

Stationair draaien (30%) Aanleg uitloopparkeerterrein

De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren". Voor een hospice kan het kencijfer van een aanleunwoning/serviceflat het best worden gebruikt in de rest bebouwde kom van Zaltbommel (weinig stedelijke gemeente). Dit zorgt voor maximaal 3 mvt/etmaal per kamer. In totaal zal het aantal verkeerbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling dus neerkomen op 18 mvt/etmaal. Voor de volledigheid zijn ook twee zware vrachtbewegingen meegenomen per week (bewegingen voor bijvoorbeeld een vuilniswagen).

Graafmachine

va. 2015

Diesel

100

24

7

168

0,45

0,00141

Trilplaat

va. 2008

Benzine

10

24

1,2

28,8

0,04

0,00002

0,147

0,000429

Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage.

en de default instellingen van de AERIUS-calculator. Deze praktijk gegevens zijn mede bepaald op basis van de kengetallen van de AERIUS-calculator en reeds diverse uitgevoerde AERIUS- berekeningen.

Aanlegfase 15 woningen (Mobiele) werktuigen Voor wat betreft deze bouwfase is de stikstofemissie van de mobiele werktuigen ook mede bepaald op basis van het dieselverbruik per uur, het aantal draaiuren per mobiel werktuig

dinsdag 8 juni 2021

Stationair draaien Aanleg westelijk parkeerterrein Graafmachine

va. 2015

Diesel

100

24

7

168

0,45

0,00141

Trilplaat

va. 2008

Benzine

10

24

1,2

28,8

0,04

0,00002

0,147

0,000429

Stationair draaien

* Omdat de beoogde woningen duurzaam worden gebouwd, worden de woningen ook duurzaam met de grond verbonden. Zodoende is er geen fundering noodzakelijk geacht en wordt er geen heistelling ingezet. Enkel een graafmachine, laadschop en trilplaat om de gronden gereed te maken en de hijskraan om de woningen te plaatsen.

Voor de inzet van mobiele werktuigen is gerekend met Stageklasse IV die ten tijde van de realisatie gemiddeld 7 jaar oud zijn. Zodoende wordt voor onderhavige ontwikkeling gebruik gemaakt van relatief ‘schoon materieel’. Er zal gestuurd worden voor de inzet van dit materieel om zo de stikstofemissie zo laag mogelijk te houden. Dit wordt door de gemeente als voorwaarde gesteld bij de ontwikkeling

van het plan. Zie hiervoor tabel 3 en bijgevoegde AERIUSrapportage.

Tabel 4 Bouwverkeer Verkeersbewegingen bouwverkeer

Totale verkeersgeneratie

Bedrijfsbusjes (licht verkeer)

6 p/etmaal

aan- en afvoer materialen (middelzwaar vrachtverkeer)

100 p/jaar

Betonmixer en zwaar transport (zwaar vrachtverkeer)

80 p/jaar

4

Notitie AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel

Verkeer bouw en aanleg Ten behoeve van de bouw en aanleg vinden ook verkeersbewegingen plaats, onder andere in de vorm van vrachtwagens en busjes. De totale verwachte verkeersgeneratie is weergegeven in tabel 4. De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor al het vrachtverkeer is een lus ingevoerd ter plaatse van het bouwterrein met een stagnatiefactor van 100%, vanwege het manoeuvreren en stationair draaien. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS rapportage. Onderhavig initiatief betreft een kleinschalige ontwikkeling. Aangezien er slechts sprake is van een beperkte bouwperiode van enkele weken, is de totale verkeersgeneratie van de vrachtauto’s ingevoerd voor één jaar. Conclusie Het rekenresultaat van de gebruiksfase van het hospice en met de ingevoerde mobiele werktuigen en het daarbij horende bouwverkeer voor de realisatie van de woningen is hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er vindt een overschrijding plaats op het stikstofgevoelige habitattype van het Natura-2000 gebied de ‘Rijntakken’.

Volgens de bestuurlijke afspraak1 tussen provincies is gesteld dat er tijdens de aanlegfase (waarbij er sprake is van een tijdelijke depositie) een depositie plaats mag vinden van tussen de 0,00 mol/ha/j en 0,05 mol/ha/j, mits de aanlegfase niet langer duurt dan 2 jaar. In onderhavige ontwikkeling is er sprake van een aanlegfase van twee jaren en er vindt maar in één jaar een depositie plaats. Zodoende leidt de ontwikkeling niet tot significant negatieve effecten en kan onderhavige ontwikkeling alsnog doorgang vinden. 2023 Gebruiksfase hospice en gebruiksfase 15 woningen Voor het derde rekenjaar worden nogmaals de gebruiksfase van het hospice en de gebruiksfase van de 15 woningen berekend. Vanaf dit jaar zijn beide ontwikkelingen volledig in gebruik. Gebruiksfase hospice Het hospice wordt zoals reeds beschreven gasloos opgeleverd en zorgt dan ook niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter wel voor. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren". Voor een hospice kan het kencijfer van een aanleunwoning/serviceflat het best worden gebruikt in de rest bebouwde kom van Zaltbommel (weinig stedelijke gemeente). Dit zorgt voor maximaal 3 mvt/etmaal per kamer.

In totaal zal het aantal verkeerbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling dus neerkomen op 18

mvt/etmaal. Voor de volledigheid zijn ook twee zware vrachtbewegingen meegenomen per week (bewegingen voor bijvoorbeeld een vuilniswagen). Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Gebruiksfase 15 woningen De vijftien duurzame woningen worden gasloos opgeleverd en zorgen dan ook niet voor stikstofemissie. De verkeersbewegingen die met de gebruiksfase samenhangen zorgen hier echter wel voor. De verwachte verkeersaantrekkende werking van het planvoornemen is berekend op basis van de CROW-publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren". De omgevingsadressendichtheid van de wijk spellenwaard in Zaltbommel is volgens het CBS 1015, wat betekent dat het als matig stedelijk gebied wordt aangemerkt. Het plangebied kan worden aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’. Het plan voorziet in 15 woningen, die kunnen worden aangemerkt als kleine grondgebonden woningen, die geschikt zijn voor één- tot tweepersoonshuishoudens. De CROW-publicatie kent geen categorie die hierop specifiek van toepassing is. Een verkeersgeneratie van ca. 5-7 mvt/etmaal per woning is reëel.

Dit is vergelijkbaar met de categorie ‘huur, appartement, midden’, waarvoor het kencijfer maximaal 6,0 mvt/etmaal per woning is. De verwachte gezamenlijke verkeersgeneratie van de woningen

1

https://www.bij12.nl/onderwerpen/stikstof-ennatura2000/ veelgestelde-vragen/, vraag 11 onder vergunningen

dinsdag 8 juni 2021

5

Notitie AERIUS-berekening Beersteeg, Zaltbommel

bedraagt daarmee 15 x 6 = 90 mvt/etmaal. Voor de volledigheid zijn ook twee zware vrachtbewegingen meegenomen per week (bewegingen voor bijvoorbeeld een vuilniswagen).

negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

Bijlagen Daarnaast worden er ten noordoosten van de woningen in totaal maximaal 44 overloopparkeerplaatsen gerealiseerd. Extra parkeerplaatsen in het gebied zijn incidenteel nodig, namelijk bij evenementen en hoog water. Dit parkeerterrein zorgt dan ook voor een incidentele toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor onderhavige situatie wordt uitgegaan van een worstcase scenario en dus een gebruikname van in totaal 12 keer per jaar. Uitgaande dat één parkeerplaats maximaal eenmaal per keer is bezet komt dit neer op (44 parkeerplaatsen x 1 keer bezet x 2 verkeersbewegingen x 12 gebruiknames) = 1056 verkeersbewegingen per jaar. In werkelijkheid zal dit aantal lager uitvallen omdat het parkeerterrein hoogstwaarschijnlijk minder vaak op jaarbasis behoeft te worden ingezet als overloopparkeerterrein.

Bijlage 1: Stikstofdepositieberekening 2021 aanlegfase hospice Bijlage 2: Stikstofdepositieberekening 2022 gebruiksfase hospice en aanlegfase 15 woningen Bijlage 3: Stikstofdepositieberekening 2023 gebruiksfase hospice en 15 woningen

Deze bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen in twee richtingen zijn ingevoerd. Hierbij zijn dus meer bewegingen gemodelleerd dan daadwerkelijk plaats gaan vinden, waardoor onzekerheid over de richting van de bewegingen wordt opgevangen. Voor meer informatie verwijzen we u naar de bijgevoegde AERIUS-rapportage. Conclusie Het rekenresultaat van de gebruiksfases van het hospice en beoogde 15 woningen is niet hoger dan 0,00 mol/ha/j.

Resultaat en conclusie Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij zowel beide aanlegfases als beide gebruiksfases geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand

dinsdag 8 juni 2021

6

Bijlage 1 AERIUS-berekening Aanlegfase Hospice

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening 2021 Aanlegfase Hospice P03409 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 1/7

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Beersteeg, - Zaltbommel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

2021 Aanlegfase Hospice P03409 RhBpSEvnn8GM

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 maart 2021, 15:45

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

12,15 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

AERIUS-berekening van de aanlegfase van de Hospice in het kader van de realisatie van de Hospice met maximaal 6 kamers.

2021 Aanlegfase Hospice P03409

RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 2/7

Resultaten

Locatie 2021 Aanlegfase Hospice P03409

Emissie 2021 Aanlegfase Hospice P03409

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

10,91 kg/j

Bouwverkeer (noord) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwverkeer (zuid) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwverkeer (bouwplaats) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

2021 Aanlegfase Hospice P03409

RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 3/7

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

2021 Aanlegfase Hospice P03409

NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

AFW

Mobiele werktuigen 144676, 424634 10,91 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,91 kg/j < 1 kg/j

AFW

Heistelling

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Betonpomp

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,49 kg/j < 1 kg/j

AFW

Laadschop

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,19 kg/j < 1 kg/j

AFW

Trilplaat

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Stationair draaien

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,51 kg/j < 1 kg/j

2021 Aanlegfase Hospice P03409

RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 4/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Soort

Voertuig

Standaard

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

6,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

100,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

80,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwverkeer (noord) 144847, 424667 < 1 kg/j < 1 kg/j

Soort

Voertuig

Standaard

Bouwverkeer (zuid) 144846, 424667 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

6,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

100,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

80,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

2021 Aanlegfase Hospice P03409

RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 5/7

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Bouwverkeer (bouwplaats) 144673, 424594 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Middelzwaar vrachtverkeer

100,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

80,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

2021 Aanlegfase Hospice P03409

RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 6/7

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

2021 Aanlegfase Hospice P03409

RhBpSEvnn8GM (17 maart 2021) pagina 7/7

Bijlage 2 AERIUS-berekening Gebruiksfase Hospice en aanlegfase 15 woningen

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening 2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 1/12

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

Beersteeg, - Zaltbommel

Omschrijving

AERIUS kenmerk

2022 Gebruiksfase hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 maart 2021, 16:17

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Situatie 1

NOx

14,88 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Resultaten

Natuurgebied

Bijdrage

Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Rijntakken

0,01

Toelichting

Resultaten

AERIUS-berekening van de gebruiksfase van het hospice en de aanlegfase in het kader van de realisatie van de 15 duurzame woningen in het jaar 2022

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 2/12

Resultaten

Locatie 2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

Emissie 2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele werktuigen (15 woningen) Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

10,47 kg/j

Realisatie overloop parkeerplaats Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Realisatie westelijk parkeerterrein Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwverkeer (west) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwverkeer (oost) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bouwverkeer (bouwplaats) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 3/12

Resultaten

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

-

-

wegverkeer (noord) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,13 kg/j

wegverkeer (zuid) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

1,14 kg/j

Gebruik Hospice Wonen en Werken | Woningen

Resultaten

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 4/12

Resultaten

Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden

Natuurgebied

Hoogste bijdrage

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

Rijntakken

0,01

-

(mol/ha/j)

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 5/12

Resultaten

Resultaten per habitattype

Rijntakken Habitattype

Hoogste bijdrage

Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*

ZGLg11 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland van het rivieren- en zeekleigebied

0,01

-

(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat

*

Resultaten

Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 6/12

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

Resultaten

Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

AFW

Mobiele werktuigen (15 woningen) 144595, 424629 10,47 kg/j < 1 kg/j

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

Mobiele kraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,81 kg/j < 1 kg/j

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,49 kg/j < 1 kg/j

AFW

Laadschop

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,66 kg/j < 1 kg/j

AFW

Trilplaat

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Stationair draaien

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,42 kg/j < 1 kg/j

2022 Gebruiksfase Hospice en Aanlegfase 15 woningen P03409

RyPLbBA5M3do (17 maart 2021) pagina 7/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10655807/1