Bijlage 2. Bijlagen bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat naast 1
Tekst van het document
19 Department for Enviornment, Foord & Rural Affairs. Health and Safety Executive Code of practice for
using protection products. 20 EFSA Journal 2013;11(7):3293 21 Gebaseerd op:
Reffstrup,T.K., Larsen,J.C., and Meyer,O. (2010). Risk assessment of mixtures of pesticides. Current approaches and future strategies. Regul. Toxicol. Pharmacol., 56 (2), 174-192. Scientific Opinion on the identification of pesticides to be included in cumulative assessment groups on the basis of their toxicological profile. EFSA Journal, 11(7), 131, 2013. 22
Uitspraak 201903692/1/R4, d.d.24 april 2021 ECLI:NL:RVS:2021:851
Pagina 2
22100499 Bijlage 2.1
SPA WNP ingenieurs Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
flonicamid TEPPEKI 0,025 mg/kg bw/day 0,025 mg/kg bw/day Stone fruit
Wettable granules, soluble granules 500 L/ha 0,07 kg a.s. /ha 2,6 days 3 µg/cm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 7,46% 13,00% 100,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of <5*10-3Pa Outdoor Upward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 10 m 3 21 days early (without leaves)
22100499 Bijlage 2.2
SPA WNP ingenieurs Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
Captan merpan spuitkorrel 0,25 mg/kg bw/day 0,9 mg/kg bw/day Pome fruit
Wettable granules, soluble granules 1500 L/ha 1,44 kg a.s. /ha 5,7 days 3 µg/cm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 0,80% 12,00% 100,00% 100,00% low volatile substances having a vapour pressure of <5*10-3Pa Outdoor Upward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 10 m 15 7 days early (without leaves)
22100499 Bijlage 2.3
SPA WNP ingenieurs Note: Some drop-down menus depend on others. To avoid errors, please fill-in from top to bottom
Substance name Product name Reference value non acutely toxic active substance (RVNAS) Reference value acutely toxic active substance (RVAAS) Crop type Substance properties Formulation type Miniumum volume water for application (liquids) Maximum application rate of active substance 50% Dissipation Time DT50 Initial Dislodgeable Foliar Residue Dermal absorption of product Dermal absorption of in-use dilution Oral absorption of active substance Inhalation absorption of active substance Vapour pressure of active substance Scenario Indoor or Outdoor application Application method Application equipment Buffer strip Number of applications Interval between multiple applications Season (upward spraying orchards only)
Glyfosaat Roundup++ 0,1 mg/kg bw/day 0,5 mg/kg bw/day Bare soil
Soluble concentrates, emulsifiable concentrate, etc. 8 L/ha 2,16 kg a.s. /ha 500 days 3 µg/cm2 of foliage/kg a.s. applied/ha 1,00% 1,00% 20,00% 20,00% low volatile substances having a vapour pressure of <5*10-3Pa Outdoor Downward spraying Vehicle-mounted-Drift Reduction 10 m 1 365 days not relevant
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Hoenderkamp 20 | 7812 VZ EMMEN | 0591 238 110
BIJLAGE IV
Retouradres: Postbus 6267, 4000 HG Tiel
Verhoeven Milieutechniek B.V. aan de heer B. Schraven Postbus 2225 5300 CE ZALTBOMMEL
Onderwerp
Beoordeling evaluatieverslag bodemsanering Molenstraat 5 te Bruchem
Datum 19 juli 2017
Geachte heer Schraven,
Pagina 1 van 3
Op 17 mei 2017 ontvingen wij van u het evaluatieverslag van de bodemsanering aan de Molenstraat 5 te Bruchem (gemeente Kerkwijk, sectie S, perceelnummers 507 en 527). De Omgevingsdienst Rivierenland (ODR) beoordeelt namens de gemeente Zaltbommel het evaluatieverslag.
Ons kenmerk 021484586
Voor de inhoudelijke beoordeling heeft de ODR de volgende documenten gebruikt: - Plan van aanpak bodemsanering Molenstraat 5 te Bruchem, Verhoeven Milieutechniek B.V., referentie S15.1509/PvA-01/GV, d.d. 3 augustus 2015; - Beoordelingsbrief Plan van aanpak bodemsanering Molenstraat 5 te Bruchem, ODR, zaaknummer 021434701, d.d. 20 mei 2015; - Melding Besluit bodemkwaliteit Molenstraat 5 te Bruchem, Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk 397285.0, d.d. 12 december 2016; - Beoordelingsbrief Melding Besluit bodemkwaliteit Molenstraat 5 te Bruchem, ODR, kenmerk 021474388, d.d. 17 december 2016; - Evaluatierapport bodemsanering Molenstraat 5 te Bruchem, Verhoeven Milieutechniek B.V., referentie S15.1509/EVA-01/TW, d.d. 16 mei 2017; - Aanvullende informatie per e-mail, Verhoeven Milieutechniek B.V., d.d. 23 juni 2017.
Uw kenmerk Behandeld door Maaike van Scheppingen
Conclusie De ODR constateert dat de bodemsanering aan de Molenstraat 5 te Bruchem is uitgevoerd overeenkomstig het akkoord bevonden Plan van Aanpak (d.d. 3 augustus 2015). Beoordeling sanering Op het perceel was sprake van een lichte tot matige verontreiniging met minerale olie in de grond en een sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie, veroorzaakt door een voormalige ondergrondse opslagtank voor petroleum. Deze tank is sinds 1960 op de locatie aanwezig geweest. Het geval wordt aangemerkt als een niet ernstig historisch geval van bodemverontreiniging (dat wil zeggen: < 25 m3 sterk verontreinigde grond ontstaan voor 1 januari 1987). Op 15, 16 en 20 december 2016 is de sanering uitgevoerd. De omgevingsdienst Rivierenland is een samenwerkingsverband van 10 gemeenten, te weten Buren, Culemborg, Geldermalsen, Lingewaal, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel en de provincie Gelderland.
Omgevingsdienst Rivierenland Burg. van Lidth de Jeudelaan 3 4001 VK Tiel Postbus 6267 4000 HG Tiel T 0344 – 579 314 E ingekomenpost@odrivierenland.nl www.odrivierenland.nl KvK 56452500 IBAN NL49BNGH0285157841 BTW NL 8521.32.104.B.01
Het ontgravingsvlak is conform het plan van aanpak uitgezet en de stabilisatielaag met grind tot 0,2 m- mv. is ontgraven en in depot gezet. Het grind maakt onderdeel uit van de stabilisatielaag met puin. De gehele laag is in depot gezet. Vervolgens is de zintuiglijk schone grond tot circa 1,0 m –mv. ontgraven en in depot geplaatst. De met minerale olie verontreinigde grond is vervolgens ontgraven tot de maximale diepte van 3,3 m- mv. Deze grond is op 16 december 2016 afgevoerd naar een erkend verwerker (Grond- en Reststoffenbank Zuid-Nederland te Cromvoirt). De analyseresultaten van de eindbemonstering van de putbodem en -wanden voldoen aan de terugsaneerwaarde (bodemkwaliteitsklasse Wonen). Uit de bemonstering van de controlepeilbuizen PB01 en PB02 blijkt dat in het grondwater geen verhoogde concentraties aan minerale olie zijn gemeten. Daarmee is de bodemverontreiniging met minerale olie volledig verwijderd en voldoet de grond aan de achtergrondwaarde. De puinstabiliatielaag is afgevoerd. De ontgravingsput is aangevuld met zand dat voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. Het zand is voorzien van een geldige kwaliteitsverklaring. De sanering is uitgevoerd door een BRL7000 erkende aannemer (Verhoeven Milieutechniek B.V.) en onder toezicht van een BRL6000 erkende milieukundig begeleider (de heer F.J.A.M. Stevens van Stevens Milieukundig Veldwerk te Groesbeek).
Gebruiksbeperkingen De bodem van de saneringslocatie is geschikt gemaakt voor alle gebruiksvormen (AW2000). Er gelden daarom geen specifieke gebruiksbeperkingen als gevolg van restverontreinigingen met olie Vermeld moet worden dat (een deel) van de locatie in het verleden als boomgaard in gebruik is geweest en geen onderzoek is uitgevoerd plaats gevonden naar chloorhoudende bestrijdingsmiddelen. Mogelijke herziening De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van de in deze brief vermelde verstrekte gegevens. Daarbij is bij ons geen twijfel gerezen over de juistheid en/of volledigheid van de overgelegde gegevens. Mocht in een later stadium blijken dat deze gegevens niet juist en/of onvolledig zijn of dat de feitelijke situatie blijkt te zijn veranderd, dan kan dit tot een ander oordeel leiden. Zowel de gemeente Zaltbommel als de ODR achten zich niet aansprakelijk voor de schade die uit deze beoordeling kan voortvloeien. Een afschrift van deze brief sturen wij toe aan de heer van Zanten van Woonstichting de Kernen.
Datum 19 juli 2017 pagina 2 van 3 Ons kenmerk 021484586
Meer weten? Heeft u vragen of opmerkingen over het advies? Neem dan gerust contact op met Maaike van Scheppingen. Telefoonnummer: 0344 - 579 314 E-mailadres: m.vanscheppingen@odrivierenland.nl Tot slot Ik ga ervan uit u een helder advies te hebben gegeven. Heeft u onze hulp in de toekomst weer nodig? Dan helpen we u graag. Wij werken graag met u samen aan een veilig en duurzaam Rivierenland.
Met vriendelijke groet,
M.M. Lips Waarnemend coördinator Specialisten en Advies Omgevingsdienst Rivierenland
Datum 19 juli 2017 pagina 3 van 3 Ons kenmerk 021484586
BIJLAGE V
RAPPORT:
Diverse actualiserende (water)bodemonderzoeken Molenstraat ong. te Bruchem
PROJECTNUMMER: B22.8632 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse actualiserende (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem
PROJECTNUMMER: B22.8632 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Woonstichting De Kernen
DATUM: 25 augustus 2022
Auteur:
Autorisatie:
J.P.G. Boerakker Junior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B22.8632/R8632-01/JB Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Woonstichting De Kernen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse actualiserende bodemonderzoeken, een actualiserend onderzoek naar asbest en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Molenstraat ong. te Bruchem. De diverse aanvullende (water)bodemonderzoeken worden, als actualisatie op voorgaande onderzoeken, uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, de NEN 5717:2017, de NEN 5740/A1:2016, de NEN 5897:2015/C2:2017 en de NEN 5720:2017. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief PFAS, OCB en eventueel asbest) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te leggen en tevens de eindsituatie vast te leggen van de voormalige bodembedreigende activiteiten (bovengrondse tank, opslag smeerolie en opslag oliedrums), die tijdens het verkennend onderzoek van 2007 nog huidig waren, om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V.
heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van het historisch onderzoek is de actuele bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond aandachtspunten. Daarnaast dient de eindsituatie te worden vastgelegd van diverse voormalige bodembedreigende activiteiten welke met voorgaand onderzoek (2007) nog huidig waren. Een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Echter kunnen eventuele bodemvreemde bijmengingen in de grond vooralsnog niet worden uitgesloten. Conclusies en aanbevelingen Conclusies verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit en de voormalige bodembedreigende activiteiten de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging.
Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
3 Voormalige bodembedreigende activiteiten Ter plaatse van de onderzochte voormalige bodembedreigende activiteiten zijn in zowel de boven, ondergrond en/of het grondwater geen verhoogde gehalten voor de verdachte parameters aangetoond (minerale olie en vluchtige aromaten). De eindsituatie van de voormalige bodembedreigende activiteiten is derhalve in voldoende mate vastgelegd Teeltlaag Plaatselijk is de teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters zijn aangetoond. Hergebruik van grond (BBK en handelingskader PFAS) Bij eventuele afvoer van de grond en toepassing elders heeft de bovengrond plaatselijk de indicatief klasse wonen. De overige boven- en ondergrond op de onderzoekslocatie heeft indicatief de klasse altijd toepasbaar, voor wat betreft de NEN-, en OCB-parameters en op basis van indicatieve toetsing aan de BBK. Voor PFAS dient rekening te worden gehouden met bovenstaande indicatieve klassen, waarbij de grondlaag tot 1,0 m-mv (klei) voldoet aan de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) op basis van het handelingskader.
De grond kan voor wat betreft de PFAS-parameters elders worden toegepast in de betreffende functieklasse, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen echter zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Conclusies verkennend onderzoek naar asbest Voor het verkennend onderzoek naar asbest is op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Op basis van de onderzoeksresultaten dient de gestelde hypothese te worden aangenomen, aangezien zowel zintuiglijk (fractie > 20 mm) als analytisch (fractie < 20 mm) asbest is aangetroffen. Ter plaatse van de proefgaten B08 en PB10 zijn in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) totaal gewogen gehalten voor asbest aangetoond boven de interventiewaarde (> 100 mg/kg d.s.), op basis van de zowel de grove fractie (> 20 mm) als de fijne fractie (< 20 mm). In de overige proefgaten zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen ernstige asbestverontreinigingen aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen.
Het blijft derhalve mogelijk dat bij aantreffen van asbesthoudend plaatmateriaal de interventiewaarde in de praktijk toch wordt overschreden. Daarnaast kan over de contactzone kan echter nog geen definitieve uitspraak worden gedaan, aangezien in afwijking op de SIKB BRL 2000, protocol 2018, geen efficiënte maaiveldinspectie is uitgevoerd in verband met de aanwezige obstakels (vegetatie en verhardingen) op het maaiveld. Conclusies verkennend waterbodemonderzoek Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat de watergang op de onderzoekslocatie ten tijde van het onderzoek waterhoudend is en er slib aanwezig is. De waterbodem was tijdens uitvoering aanwezig vanaf circa 40 à 60 cm beneden waterspiegel en de sliblaag is 50 cm tot 75 cm dik. De omvang van het slib wordt ingeschat op circa 60 m3. Als hypothese werd uitgegaan van een verspreidbare waterbodem. Op basis van resultaten (inclusief PFAS) kan de hypothese worden aangenomen, aangezien het slib geclassificeerd is als ‘verspreidbaar’ voor T5. Voor T1 heeft het slib echter de klasse “niet toepasbaar” en voor T3 heeft het slib “klasse B”, op basis van het gemeten gehalte voor minerale olie (> industrie).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
4 Met betrekkingen tot PFAS kan voor het slib worden geconcludeerd dat voor toepassing op de bodem (T1) het slib als klasse ‘landbouw/natuur’ (achtergrondwaarde) is geclassificeerd en daarnaast het verspreiden in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) is toegestaan. Zodoende bestaan voor het slib voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de Molenstraat ong. te Brunchem, vooralsnog, in onvoldoende mate onderzocht in verband met het aantreffen van een sterke verontreiniging met asbest in de grond. Vooralsnog bestaan er derhalve bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden in verband met de aangetroffen sterke verontreiniging met asbest in de bovengrond. Voorafgaand aan de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden dient een nader onderzoek naar asbest te worden uitgevoerd. Het nader onderzoek naar asbest ter plaatse van de proefgaten B08 en PB10 dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707 middels proefsleuven om de ernstige verontreiniging met asbest zowel horizontaal als verticaal af te perken.
De aangetroffen verontreiniging met asbest in de grond wordt gerelateerd aan de voormalige bebouwing met asbestverdachte dakbedekking op de onderzoekslocatie. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst. Geadviseerd wordt om voor het nader onderzoek de momenteel aanwezige belemmering (vegetatie) op de onderzoekslocatie te verwijderen, zodat er een efficiënte maaiveldinspectie kan worden uitgevoerd om een definitieve uitspraak te doen over de contactzone. Op basis van de resultaten van het nadere onderzoek wordt bepaald of en in welke mate sanerende maatregelen noodzakelijk zijn. Voor wat betreft de onderzochte grond, grondwater en de overige op asbest onderzochte grond, is de milieuhygiënische kwaliteit wel in voldoende mate onderzocht. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat, buiten de bekende nog nader te onderzoeken verontreiniging, rekening moet worden gehouden met de overige resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 6
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 6
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725 EN NEN 5717) ............................................................................... 7 3.3 CONCLUSIES HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK.................................................................... 9
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 9 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 9 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 9
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK .......................................................................................................... 10 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE (WATER)BODEMONDERZOEKEN .................................................. 10 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 11
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 13 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 13 7.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 14 7.3. WATERBODEM .......................................................................................................................................... 15
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 18 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 18 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 19 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 24
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 27 9.1. CONCLUSIES ACTUALISERENDE BODEMONDERZOEKEN .......................................................................... 27 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST .......................................................................... 27 9.3. CONCLUSIES VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ......................................................................... 28 9.4. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 28
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 30
BIJLAGEN 1. 2a. 2b. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.
Situering in de regio Situatieschetsen met (voormalige) boringen, peilbuizen, proefgaten en grepen Situatieschets dwarsdoorsnedes watergangen Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater, asbest en waterbodem Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen Besluit bodemkwaliteit Veldwerkformulieren verkennend onderzoek naar asbest Berekeningen asbestconcentraties Toetsingstabellen waterbodem Relevante historische informatie
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
6
1.
INLEIDING Woonstichting De Kernen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse actualiserende bodemonderzoeken, een actualiserend onderzoek naar asbest en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Molenstraat ong. te Bruchem. De diverse aanvullende (water)bodemonderzoeken worden, als actualisatie op voorgaande onderzoeken, uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden op de onderzoekslocatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5717:2017 [2], de NEN 5740/A1:2016 [3], de NEN 5897:2015/C2:2017 [4] en de NEN 5720:2017[5]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief PFAS, OCB en eventueel asbest) op de onderzoekslocatie te actualiseren c.q. vast te leggen en tevens de eindsituatie vast te leggen van de voormalige bodembedreigende activiteiten (bovengrondse tank, opslag smeerolie en opslag oliedrums), die tijdens het verkennend onderzoek van 2007 nog huidig waren, om vast te stellen of er bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie betreft de voormalige Molenstraat 5 te Bruchem en staat kadastraal bekend als gemeente Kerkwijk, sectie S, nummers 507, 527 en 606 (ged.). In het verleden is op de locatie een landbouw- en machinebedrijf aanwezig geweest, waarvan de opstallen zijn gesloopt, de verhardingen zijn verwijderd en de verontreinigingen zijn gesaneerd. De locatie is derhalve momenteel hoofdzakelijk braakliggend en/of voorzien van bosschages en gras. Een klein gedeelte van de locatie is voorzien van klinkerverharding (parkeerplaatsen). Ter plaatse van de locatie is één bestaande watergang aanwezig met een maximale lengte van 100 meter, die wordt verbreed. De waterbodemkwaliteit van deze watergang dient derhalve te worden onderzocht en de te verbreden strook aan de oostzijde wordt meegenomen in het bodemonderzoek. De locatie heeft een oppervlakte van maximaal 3.200 m2, inclusief de watergang. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
7 3.2.
Historisch onderzoek (NEN 5725 en NEN 5717)
Voorafgaand aan het actualiserend (water)bodemonderzoek is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem) en NEN 5717 (waterbodem). Voor de historische informatie is gebruikt gemaakt van de voorgaande onderzoeken en sanering op de onderzoekslocatie, die door VMT zijn uitgevoerd. Tevens is rekening gehouden met de beoordelingen van de Omgevingsdienst Rivierenland. Door VMT zijn daarnaast de websites van de ODR (Bodemviewer), provincie Gelderland (Omgevingsrapportage) en www.topotijdreis.nl bestudeerd voor eventuele aanvullende informatie. De relevante historische gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 10. Bodemkwaliteitsgegevens Molenstraat voormalig nummer 5 te Bruchem (onderzoekslocatie) Van de onderzoekslocatie, Molenstraat voormalig nummer 5 te Bruchem, zijn de onderstaande bodemonderzoeksrapportages, saneringstukken, beoordelingen bekend: • Verkennend bodemonderzoek, Verhoeven Milieutechniek B.V. (projectnummer: B07.3322, d.d. 26 november 2007); • Nader Onderzoek, Verhoeven Milieutechniek B.V. (fase 1; projectnummer B13.5347, d.d. 25 juli 2013); • Nader Onderzoek, Verhoeven Milieutechniek B.V. (fase 2; projectnummer B13.5347, d.d. 12 september 2013); • Plan van aanpak bodemsanering, Verhoeven Milieutechniek B.V. (kenmerk: S15.1509/PvA01/GV, d.d.
3 augustus 2015); • Beoordelingsbrief Plan van aanpak bodemsanering Molenstraat 5 te Bruchem, ODR, • zaaknummer 021434701, d.d. 20 mei 2015; • Melding Besluit bodemkwaliteit Molenstraat 5 te Bruchem, Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk 397285.0, d.d. 12 december 2016; • Beoordelingsbrief Melding Besluit bodemkwaliteit Molenstraat 5 te Bruchem, ODR, kenmerk 021474388, d.d. 17 december 2016; • Evaluatierapport bodemsanering Molenstraat 5 te Bruchem, Verhoeven Milieutechniek B.V., referentie S15.1509/EVA-01/TW, d.d. 16 mei 2017; • Aanvullende informatie per e-mail, Verhoeven Milieutechniek B.V., d.d. 23 juni 2017. Uit de resultaten van de diverse onderzoeken is gebleken dat op de locatie sprake was van een lichte tot matige verontreiniging met minerale olie in de grond en een sterke grondwaterverontreiniging met minerale olie, veroorzaakt door een voormalige ondergrondse opslagtank voor petroleum. Deze tank is sinds 1960 op de locatie aanwezig geweest. Het geval werd aangemerkt als een niet historisch geval van ernstige bodemverontreiniging (minder dan 25 m3 sterk verontreinigde grond, ontstaan voor 1 januari 1987). Daarnaast bleek asbesthoudende grond en puinlagen aanwezig te zijn, die echter niet sterk verontreinigd waren".
In verband met de herontwikkeling is de bodemverontreiniging in 2016 conform plan van aanpak gesaneerd en zijn de asbesthoudende de grond- en lagen verwijderd. Volgens de beoordeling van de ODR is de bodem van de saneringslocatie geschikt gemaakt voor alle gebruiksvormen (AW2000). Er gelden daarom geen specifieke gebruiksbeperkingen. Wel is aangegeven dat de locatie in het verleden in gebruik geweest is als boomgaard en dat in de toekomst nog aanvullend onderzoek dient plaats te vinden op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
8 Daarnaast blijkt uit aanvullende bestudering van de stukken door VMT dat formeel de eindsituatie nooit is vastgesteld ter plaatse van de bodembedreigende activiteiten die tijdens het verkennend onderzoek van 2007 nog huidig waren. Het betreft de bovengrondse tank, opslag smeerolie en opslag oliedrums. Dorpsstraat voormalig nummer 55 te Bruchem Op de locatie aan Dorpsstraat voormalig nummer 55 zijn in het verleden diverse onderzoeken en saneringen uitgevoerd. Uiteindelijk zijn verontreinigingen met PAK en metalen in de periode 2018-2019 gesaneerd, waarbij de contour niet geheel overeenkwam met de BUS-melding en het nader onderzoek. Hierdoor is tevens de verontreiniging ontgraven ter plaatse van het kadastrale perceel S 1062. De sanering is goedgekeurd door de provincie Gelderland. Waterbodemkwaliteit De aanwezige watergang op de onderzoekslocatie betreft een C-watergang. De watergang dient als opvang van hemelwater en betreft zoet water. De kwaliteit van het eventuele slib en de vaste waterbodem in de watergang is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van (voormalige) agrarische activiteiten inclusief voormalige boomgaarden. Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal en de voorgaande bodemonderzoeken blijkt dat op de locatie geen voormalige watergangen en wegen aanwezig zijn.
Wel zijn ter plaatse van en in de directe omgeving diverse boomgaarden aanwezig geweest, waarbij mogelijk gebruik is gemaakt van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB). Asbest In het verleden zijn diverse verkennende en nader onderzoeken uitgevoerd, waarbij uitgebreid onderzocht is op asbest. Rond 2012 zijn de bebouwing en de meeste verhardingen verwijderd en tot heden is de locatie hoofdzakelijk braakliggend geweest. Vervolgens is asbesthoudend grond en puin (niet ernstig verontreinigd) verwijderd in 2016. Op basis hiervan worden vooralsnog geen asbestverdachte bijmengingen (puin) op de locatie meer verwacht. Bodemvreemde bijmengingen in de bodem kunnen echter vooralsnog niet geheel worden uitgesloten. Bodembedreigende activiteiten Met de diverse onderzoeken is reeds de eindsituatie van enkele voormalige bodembedreigende activiteiten, zoals een voormalige ondergrondse petroleumtank en bovengrondse HBO-tank. Echter is de eindsituatie van diverse overige bodembedreigende activiteiten, die tijdens het verkennend onderzoek van 2007 nog huidig waren, nog niet vastgelegd. Het betreft een bovengrondse tank met dieselolie, opslag smeerolie en opslag oliedrums, welke inmiddels voormalige activiteiten betreffen. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend die een verontreiniging met PFAS hebben kunnen veroorzaken.
Mogelijk dient er ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden grond en/of slib van de locatie wordt afgevoerd.
Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
9 3.3
Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek
Op basis van het historisch onderzoek is de actuele bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling en civieltechnische werkzaamheden een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het mogelijk voorkomen van OCB in de teeltlaag en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond aandachtspunten. Daarnaast dient de eindsituatie te worden vastgelegd van diverse voormalige bodembedreigende activiteiten welke met voorgaand onderzoek (2007) nog huidig waren. Een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Echter kunnen eventuele bodemvreemde bijmengingen in de grond vooralsnog niet worden uitgesloten. 4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
De locatie ligt op circa 2,45 m +NAP. Op de onderzoekslocatie is een circa 7 meter dikke deklaag aanwezig die is opgebouwd uit Holocene afzettingen. Dit is een complexe eenheid bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand. Het onderliggende eerste watervoerend pakket is circa 64 m dik en bestaat uit fijn tot grof zand met plaatselijk grind van de Formaties van Kreftenheye, Beegden, Sterksel en Stramproy. Hieronder bevindt zich een circa 5 meter dikke scheidende laag die is opgebouwd uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Waalre. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerend pakket tot circa 83 m-mv. 4.2.
Geohydrologie
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordelijk gericht, in de richting van de rivier de Waal. De stromingsrichting van het (ondiepe) grondwater wordt beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Hierbij vormt het voorkomen van teeltlaag, het voorkomen van PFAS in de (boven)grond en de voormalige bodembedreigende activiteiten aandachtspunten. Vooralsnog wordt voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Indien echter sprake is van (asbestverdachte) bodemvreemde bijmengingen, dient de hypothese te worden bijgesteld naar een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Voor wat betreft de waterbodem op de locatie wordt uitgegaan van elders toepasbare en verspreidbare baggerspecie. Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022
10 6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse (water)bodemonderzoeken
Actualiserende bodemonderzoeken Algemene kwaliteit Voor de onderzoeksopzet voor de actualisatie van de algemene bodemkwaliteit van de locatie wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 4.000 m2. Voor de ondergrond wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL, < 4.000 m2). Ter plaatse van de verbreding van de watergang worden 3 boringen doorgezet tot 2,0 m-mv, waarbij één extra NEN-pakket is opgenomen. De actualisatie van het grondwater wordt gecombineerd met het onderzoek bij de voormalige bodembedreigende activiteiten. Voormalige bodembedreigende activiteiten (eindsituaties) Voor de onderzoeksopzet ter plaatse van de voormalige bodembedreigende activiteiten, die tijdens het voorgaand verkennend onderzoek nog huidig waren en waarvoor de formele eindsituatie dient te worden vastgesteld, wordt uitgegaan van verdachte deellocaties (VEP). Het betreft de voormalige opslag oliedrums (< 500 m2), voormalige bovengrondse dieseltank (< 100 m2) en voormalige opslag smeerolie (< 100 m2).
Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek uitgevoerd afgeleid van de onderzoeksopzet voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HO-NL) voor een oppervlakte van maximaal 1 ha, waarbij de teeltlaag afzonderlijk wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB.
Onderzoek naar PFAS De onderzoeksopzet voor het aanvullend bodemonderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN 5740/A1:2016 voor een diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL, <1 ha). Hierbij wordt de bovengrond onderzocht op PFAS (advieslijst Bodemplus, 30 parameters). Het onderzoek naar PFAS wordt uitgevoerd conform het handelingskader voor hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (meest recente versie d.d. 13 december 2021). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Actualiserend onderzoek naar asbest Tijdens de veldwerkzaamheden zijn ter plaatse van een deel (westelijk van de watergang) van de onderzoekslocatie asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Derhalve dient voor een deel van de onderzoekslocatie de hypothese te worden gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Voor het actualiserend onderzoek naar asbest wordt de NEN 5707:2015/C2:2017 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging” (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 3.000 m2.
Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden met een schep minimaal 13 proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Van de meest verdachte grondlagen uit de proefgaten worden minimaal drie mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest conform NEN 5898:2015 (fractie < 20 mm). Diverse (water)bodemonderzoeken, Molenstraat ong. te Bruchem Rapportnr.: B22.8632 versie: 01 datum: 25 augustus 2022