Bijlage 1d. Bestmmingsplan Buitenstad Zaltbommel Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
1 Bij Zaltbommel was het wegverkeer tot de bouw van de spoorbrug in 1865 en vooral de verkeersbrug in 1933 afhankelijk
van het veer over de Waal. Alleen rond 1599 en in de Eerste Wereldoorlog heeft om militaire redenen kort een schipbrug gelegen. Aangezien deze bruggen een belemmering vormden voor het drukke scheepvaartverkeer hebben ze niet lang gefunctioneerd. 2 Met de term blokhuis worden in het bronnen verschillende vormen van verdedigingswerken aangeduid, die konden variëren van kleine versterkingen, die een land- of waterweg konden blokkeren, tot omvangrijke vestingen. In een blokhuis was een klein garnizoen gehuisvest. Ook andere Gelderse steden hadden dergelijke blokhuizen bij stadspoorten, zoals het Oude en Nieuwe Blokhuis in Harderwijk.
10
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
Kaart van Zaltbommel en omgeving door Jacob van Deventer (ca 1560).
Het blokhuis werd door de burgers van Zaltbommel waarschijnlijk niet als bescherming, maar als een tegen hen gerichte dwangburcht van de landsheer gezien en niet gewaardeerd. In 1537 werd namelijk de bezetting van hertog Karel door de burgers van Zaltbommel uit het blokhuis verjaagd en is de versterking vervolgens gesloopt3. Op de kaart van Jacob van Deventer uit ca. 1560 is ter plaatse slechts een rechthoekige ‘uitspringing’ in de gracht weergegeven terwijl op de vogelvluchtkaart van het beleg van Zaltbommel van 1574 een veelhoekige rondeel is aangegeven op de plaats van de Gamersepoort. Waarschijnlijk is ook de Waterpoort in het begin van de zestiende eeuw tot een vergelijkbaar blokhuis versterkt. Het rechthoekige gebouw van ruim twintig meter lengte is in de huidige Waterpoort nog te herkennen4. Het verklaart ook waarom de poortdeuren naar de Waterstraat konden worden afgesloten (zoals ook thans nog het geval is): het beschermde de bezetting tegen een aanval uit de stad. De rivierhaven van Zaltbommel lag in de tijd van Jacob van Deventer (ca 1560) aan de noordoostkant van de stad, tussen de Oenselse poort en de vrij onbekende Maaspoort. Door de modernisering van de verdedigingswerken ontstond er een brede buitengracht die gedeeltelijk in verbinding stond met de Waal. Omstreeks 1600 was deze buitengracht nog niet in gebruik als haven, maar veertig jaar later wel.
Op de kaarten van Hoet en Blaeu uit het midden van de zeventiende eeuw is de buitengracht rondom bastion De Kat, tussen de Waterpoort en de Gamerse Poort, in gebruik als (vlucht)haven. De grootste bedrijvigheid vond echter plaats langs de Waal voor de Waterpoort, waar een kraan is ingetekend. Op de beide kaarten staat ten oosten van de Waterpoort de ‘Nieuwe Haven’ ingetekend tussen de Maaspoort en de Steigerpoort; bij het bolwerk Oranje is de gracht met een zogenoemde beer afgesloten. De Maaspoort was in het midden van de zeventiende eeuw al dicht, de aangevoerde goederen werden de stad binnengebracht door de Steigerpoort en de Waterpoort. Beide poorten waren nog voorzien van een bolwerk. Het is de vraag of de Nieuwe Haven van grote betekenis is geweest: na de zeventiende eeuw bleven de kade bij de Waterpoort en de Stadshaven rond De Kat immers de belangrijkste aanlegplaatsen van de schepen. Intussen was de standaardmolen op de westelijke wal van het bastion De Kat in 1722 vervangen door een stenen torenmolen, die zijn bestaan tot 1890 zou rekken. 3 Van Tussenbroek (2003), p. 71.
4 Reconstructie H. Hundertmark. Zie: Hundertmark, H., ‘De Waterpoort in Zaltbommel: meer dan alleen een poort’, in:
Tussen de Voorn en Loevestein, 43 (2007) nr. 132, p. 41-49.
11
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
Gezicht vanuit het zuiden over de westelijke stadsgracht op de stenen boogbrug bij de Gamersepoort met in het midden een controlepost. Op de achtergrond de wal van het bastion De Kat met de in 1722 gebouwde stenen molen. Aquarel van A. Egbrinkhoff, Amsterdam, ca 1822. Regionaal Archief Rivierenland, SAB 002100145.
Negentiende eeuw Na een periode van achteruitgang in de achttiende eeuw kreeg de havenactiviteit van de stad Zaltbommel in de negentiende eeuw nieuwe impulsen. Naar plannen van Lodewijk Napoleon werd de Stadshaven in 1812 uitgediept. Omstreeks 1850 werd de Kaai (naast de Veerdijk aan de Waal) verhard en is de havenmond van de Stadshaven verbreed. In het midden van de negentiende eeuw verscheen de eerste bebouwing aan de westzijde van de stad. Hotel Tivoli is gebouwd in 1865, schuin tegenover de Rijks-HBS uit 1864. Plannen om in 1869 naast de HBS een zeepziederij te vestigen zijn niet uitgevoerd.
Rivierkaart van de Waal uit 1875. Bron: Augusteijn (1999), pagina 86.
12
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
In 1864 startte Johan Meyer, afkomstig uit Leeuwen, een scheepstimmerwerf in Zaltbommel. Deze bevond zich aanvankelijk aan de oostzijde van de havenmond, zoals te zien is op de uit 1875 daterende rivierkaart van de Waal. In het begin richtte het bedrijf zich op het ombouwen van de masten van zeilschepen, die gestreken moesten kunnen worden door de bouw van spoorbruggen, zoals de spoorbrug bij Zaltbommel uit 1865. Al snel werden ook nieuwe schepen gebouwd, aanvankelijk van hout maar na 1880 vooral van staal. Omdat de uitbreidingsmogelijkheden aan de oostkant van de haven beperkt waren verhuisde het bedrijf in 1888 naar de uiterwaard ten westen van de havenmond5. Van een perceel van 6000 m2, werd de helft ingericht als scheepshelling, het overige deel werd opgehoogd en later bebouwd met de smederij en de andere werkplaatsen6. De bouw van de scheepswerf met smederij was het begin van de industriële ontwikkeling in het plangebied.
Gezicht op de werf met rechts de reparatiehelling, links het oude kantoorgebouw met daarnaast de beide nieuwbouwhellingen. In het midden de werkplaatsen en magazijnen. Panoramafoto, ca 1930? RAR, bestandnummer SAB 001102106, nummer SAB22-8963.
Twintigste eeuw De werf groeide in de eerste decennia van de twintigste eeuw uit tot de grootste werkgever van Zaltbommel. Er werden in totaal meer dan tweehonderd binnenvaartschepen gebouwd, maar ook tientallen zeeschepen tot 3000 ton. Daarnaast verlieten tal van nieuwe veerboten, raderschepen, baggerschepen en jachten de werf. Veel werkzaamheden werden op de werf uitgevoerd: het bouwen van de romp, het plaatsen van de machines en het inrichten en stofferen van de kajuiten. De machines werden door andere bedrijven geleverd, de scheepsschroeven vanaf 1912 door de firma Van Voorden in Zaltbommel. Voor de nieuwbouw van schepen beschikte de werf over twee hellingen van 100 meter, daarnaast was er een reparatiehelling van 95 meter. In de hoogtijdagen had de werf meer dan 250 werknemers in dienst. In de jaren ’30 van de vorige eeuw braken er moeilijke tijden aan. De scheepswerf geraakte in financiële problemen en werd in 1931 overgenomen door de gebroeders van Hattum. De naam werd veranderd in Meyer & Co’s Scheepsbouw Maatschappij N.V. De Van Hattums lieten op het bastion De Kat villa’s bouwen. Na de Tweede Wereldoorlog beleefde de Zaltbommelse scheepsbouw – onder de nieuwe naam ‘De Waal’ – een nieuwe opleving. Het kantoorgebouw uit 1916 werd grondig verbouwd en van een verdieping voorzien in 1953 en kreeg daarmee zijn huidige uiterlijk.
De oude scheepshal en werkplaatsen maakten in 1955 plaats voor de grote constructiehal die thans nog aanwezig is. Ten westen van deze hal is een tweede haven aangelegd (1960) die zowel door het baggerbedrijf van Van Hattum als door de scheepswerf werd gebruikt. De firma Busker, die Van Hattum als eigenaar heeft opgevolgd, maakt nog steeds gebruik van deze haven voor de aan- en afvoer van pijpleidingen, damwanden en ander materiaal. In de jaren ’80 kwamen veel Nederlandse scheepswerven in moeilijkheden. ‘De Waal’ is tenslotte in 1987 failliet gegaan.
5 De heer Meyer heeft aan zijn verzoek aan de burgemeester en wethouders van Zaltbommel de volgende zinsnede
toegevoegd: ‘Het zij hem toegelaten Uedelachtbare hierbij op te merken dat binnen den verboden kring van 200 Meter buiten het terrein, geene gebouwen of localen bestemd tot ziekenverpleging, uitoefening der openbare eeredienst of scholen, bestaan’. Kennelijk viel de HBS net buiten de ‘verboden kring’, maar men zal in het schoolgebouw (en in hotel Tivoli!) toch zeker last van het lawaai hebben gehad. Bron: RAR, toegangsnummer 3019, inventarisnummer 3312. 6 In 1890 werd een timmerwerkplaats gebouwd.
13
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
Behalve de scheepswerf en het bedrijf van Van Hattum was er in de stad nog meer watergerelateerde bedrijvigheid. De firma Van Voorden, hierboven al genoemd, is als Van Voorden Maritime nog steeds actief in het fabriceren en repareren van scheepsschroeven.
Gezicht op De Havendijk vanuit het zuidoosten met het rijtje arbeiderswoningen van de Woningstichting Onderlinge Hulp (1913) van de en daarachter het kantoorgebouw uit 1916 en de werkplaatsen van de werf. De foto is omstreeks 1941 gemaakt. RAR, bestandnummer SAB001100901, nummer SAB22-10598.
Aan de Waalkade was de Zaltbommelsche Wasch- en Strijkinrichting gevestigd. Deze firma is opgericht in 1900 en had de Holland Amerika Lijn als grootste klant. Het linnengoed voor de passagiersschepen werd per schip aangevoerd en in Zaltbommel gewassen en gestreken. Het bedrijf kwam in 1979 ten einde. Een ander bedrijf dat van een goede vaarverbinding afhankelijk was, was de Zaltbommelsche Houthandel aan de Steigerstraat. Veel informatie hebben we over dit bedrijf niet kunnen vinden, behalve een korzelig briefje uit 1962 aan burgemeester en wethouders van de stad. In de brief wordt geklaagd over het feit dat schepen uit Finland en Zweden, die hout aanvoeren voor het bedrijf, de haven niet in kunnen en gelost moeten worden in ’s-Hertogenbosch. Net naast Tivoli bevindt zich een weegbrug uit ca 1929 waar vooral landbouwproducten als suikerbieten gewogen werden voordat ze in een schip werden geladen om te worden afgevoerd. In de tweede helft van de vorige eeuw nam de watergebonden bedrijvigheid in het onderzoeksgebied af. In een loods op de hoek van de Havendijk en de Gamersedijk werd in het begin van de jaren ’70 een ‘cash and carry’ bedrijf gevestigd, gevolgd door een Witte Prijzenhal7. Thans is de loods onderdeel van de Albert Heijn. Bij de supermarkt ligt een groot parkeerterrein met een Texaco-benzinestation en een autowasstraat.
Het grote werfterrein is in 1988 overgenomen door Van den Roest en Busker, thans wordt het gebruikt door de firma Buko voor de opslag van bouwmaterialen en mobiele kantoor- en werkruimten ten behoeve van tijdelijke bedrijfshuisvesting. De materialen zijn opgeslagen in containers, loodsen en de grote constructiehal van de vroegere werf.
7 M. Witteveen-Jansen, 1994.
14
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
4. HISTORISCH-RUIMTELIJKE ONTWIKKELING Het plangebied ‘Buitenstad’ ligt aan de noordwestkant van de historische binnenstad van Zaltbommel, ten noorden van de Gamersedijk. Dit buitendijkse gebied heeft in de loop van de tijd verschillende functies gehad: landbouw, bedrijventerrein en haven. Deze functies zijn ook nu nog in het gebied aanwezig. De ruimtelijke inrichting is echter in de loop der tijden sterk gewijzigd. Aan de hand van kaartbeelden wordt de ruimtelijke ontwikkeling toegelicht. 4.1 Zestiende en zeventiende eeuw
Ten westen van de stad bevonden zich in 1560 een vijftal windmolens en de stedelijke gerechtsplaats. Detail van de militaire kaart van Zaltbommel van koninklijk cartograaf Jacob van Deventer (1560). Koninklijke Bibliotheek Madrid.
In het midden van de zestiende eeuw was Zaltbommel nog omgeven door haar middeleeuwse vestingwerken. De haven lag aan de noordoostkant van de stad; de schepen konden aanleggen aan de kade tussen de Waterpoort en de Oenselse Poort. Daartussen lagen nog twee poorten waardoor men goederen van en naar de schepen kon brengen: de Steigerpoort en de Maaspoort. Vanaf de Waterpoort vertrok het veer naar Tuil, onderdeel van de belangrijke landroute van ’s-Hertogenbosch naar Utrecht. Hoe de primaire waterkering in die tijd verliep is niet goed uit het kaartbeeld op te maken. De Gamersedijk in het westen lag toen al globaal op de plaats waar ze nu nog ligt. Hoe de kering ter plaatse van de stad functioneerde is echter de vraag. Lag de stad vroeger in haar geheel buitendijks, en was de weg aan de zuidkant van de stad onderdeel van de bandijk, of lag de stad binnendijks? In dat geval werd de kering gevormd door de dijk tussen de Gamersedijk en de Waterpoort, de stadsmuur tussen de Waterpoort en de Oenselsepoort, waar een dam in de stadsgracht aansloot op de Oenselsedijk. Het westelijke deel van de uiterwaard werd doorsneden door een strang die ongeveer parallel liep aan de Gamersedijk. In de uiterwaard staan vier windmolens, een galg en een onbekend gebouw (boerderij?) ingetekend. Een vijfde molen stond op de Gamersedijk.
Deze concentratie van molens duidt op een voor die tijd aanzienlijke bedrijvigheid. Een stelsel van paden verbond de molens met de Gamersepoort. 15
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
In 1579-1580 werd gemeld dat enige wyndmeulens voor Boemel in deesen lesten troubel (oorlogstroebelen) waeren afgebrant8. Aan het eind van de zestiende eeuw werd bepaald dat er zich direct buiten de stadswallen geen houten of stenen gebouwen meer mochten bevinden om een vrij schootsveld te hebben. De molens konden dus niet meer worden opgebouwd op de oude locatie waar de windvang optimaal was. Als oplossing werden twee torens van de stadsmuur verbouwd tot windmolens terwijl men ook op het nieuw aangelegde bastion De Kat twee molens plaatste.
Het zuidwestelijke deel van de stad Zaltbommel met links de waterpoort en een tijdelijke schipbrug over de Waal. In het midden het nieuwe bastion De Kat. De Gamersepoort ontbreekt op deze kaart. Detail van de plattegrond van Zaltbommel uit 1612, kopie van de kopergravure van het beleg van Zaltbommel in 1599, gemaakt door Cornelis Claesz.(1609). Gelders Archief nr 184-0025.
In 1572 werd de stad Zaltbommel bij verrassing ingenomen door een Geuzenleger onder leiding van Dirk van Haaften. Vanwege haar strategische ligging op de kruising van de Waal en de landweg ’sHertogenbosch-Utrecht was Zaltbommel erg belangrijk voor Prins Willem van Oranje, leider van de opstandelingen. Samen met Buren vormde het vanaf 1572 gedurende drie decennia een zelfstandig gouvernement in het verder nog koningsgezinde Gelderland. Prins Willem verbleef zelf in 1574 in Zaltbommel om aanwijzingen te geven voor verbetering van de vroeg zestiende-eeuwse vestingwerken. Wat deze verbetering precies behelsde is niet duidelijk. Een anoniem schilderij van de belegering door Spaanse troepen in 1574 geeft niet alleen een beeld van de belegering van de stad, maar ook van enkele vestingwerken. De verdedigingswerken aan de rivierzijde zijn niet te zien maar wel die van de Oenselsepoort en de Gamersepoort. Het bastion, dat voor de Oenselsepoort lag, kan in 1572-74 zijn aangelegd. Het voor de Gamersepoort gelegen veelhoekige bolwerk met hoge muren maakt de indruk veel ouder te zijn (het is mogelijk op de kaart van Van Deventer afgebeeld, maar dit is niet goed te zien). De schilder beeldt nog slechts een van de vijf door Van Deventer weergeven windmolens in de 8 Citaat naar Van Tussenbroek (2003), p. 74.
16
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
uiterwaard af. Vanaf het begin van de dijk naar Gameren voerde een weg naar de molen aan de oever van de Waal. Spoedig na 1574 moet men plannen gemaakt hebben voor de verdere verbetering van de vestingwerken. Er werd begonnen met het bastion De Kat om de stad aan de noordwestzijde te versterken. Het was een voor die tijd zeer modern aardwerk waarvan de aanleg blijkbaar de nodige tijd kostte. De werkzaamheden hiervoor werden in 1584 afgesloten. Hiermee was Zaltbommel de eerste Nederlandse stad die uitgerust was met een Italiaans bastion. Vijf jaar later maakte de in Staatse dienst zijnde vestingbouwer Adriaan Anthonisz. plannen om de stad verder te versterken, onder andere met vier moderne Italiaanse bastions aan de landzijde. In 1596 begon men met de aanleg hiervan. Aan de westkant van de stad betroffen de versterkingen de aanleg van een hoornwerk bij het richting Gameren gelegen Kloosterwiel en de aanleg van een ‘halve maan’ bij bastion De Kat. Detail van de ingekleurde kopergravure van de belegering van Zaltbommel in 1599 door Cornelis Claesz. uit 1609, gemaakt naar een kaart van Lambert Cornelisz. uit 1599. Bron: Regionaal Archief Rivierenland. Op de uitsnede zijn het Beerebolwerk en bastion De Kat te zien. Bij De Kat ligt de ‘halve maan’, en een dijkje met een rondeel.
Tussen de halve maan en de Gamersedijk staat op de kaarten van de belegering van 1599 een wal met een rondeel, die op sommige kaarten de indruk maakt nog niet te zijn voltooid9. Interessant is dat er op de kaart een molen is ingetekend in het rondeel, die mogelijk een functie had bij de inundaties rond de stad. Vanaf de Gamersedijk bij het Beerebolwerk lag een dijk aan de buitenzijde van de buitengracht, die misschien dienst deed als waterkering in geval het laaggelegen Bommelse Broek onder water werd gezet. Mogelijk is deze dijk eind mei 1599 door prins Maurits in het kader van de versterking van de stad opgeworpen. Aan de rivierzijde was de Waterpoort verlaagd tot de huidige hoogte. De Steigerpoort werd gedurende de belegering buiten gebruik gesteld. Blijkbaar had men deze op de havenactiviteiten gerichte poort tijdelijk gedicht. Over de Waal was ten westen van de Waterpoort een schipbrug gelegd die maar liefst 1083 voet (ca. 360 meter) lang was. Deze oeververbinding was tot in de twintigste eeuw de enige – en dan nog zeer tijdelijke – brug over de Waal. Tussen 1603 en 1610 zijn de laatste zestiende-eeuwse rondelen veranderd in bastions10. Bij de Oenselsepoort en het Beerebolwerk zijn beren aangebracht die het rivierwater moesten keren. Ten
9 Op de ‘nieuwskaart’ van 1599 loopt de wal nog niet helemaal door naar de Gamersedijk en is ook de molen niet
ingetekend. 10 De vogelvluchtkaart van de belegering van Zaltbommel door de Spanjaarden in 1599, gemaakt door Lambert Cornelisz. die van 1593 tot 1621 in Amsterdam werkte, ‘geeft een waarschijnlijk wel grotendeels betrouwbaar beeld van de situatie aan het eind van de zestiende eeuw. Een deel van deze vogelvluchtplattegrond werd door hem bewerkt en hergebruikt als illustratie voor de 1609 in Amsterdam verschenen Franse heruitgave van de ‘Beschrijving van de Nederlanden’ van de Italiaan Lodovico Guicciardini (1521-1589) getiteld Civitas Bommelia sicuti fortifibat…en nogmaals in 1612 worden herdrukt voor de in dat jaar in Amsterdam bij Blaeu verschenen Nederlandstalige editie’(citaat: Augusteijn,1999). De plattegronden uit 1609 en 1612 geven dus geen beeld van de omvang van de vestingwerken rond de stad op dat moment, maar van de situatie in 1599.
17
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
noorden van deze beren stond de stadsgracht in open verbinding met de Waal, het zuidelijke deel van de gracht was binnengedijkt. Opmerkelijk is dat de Gamersepoort en de brug over de stadsgracht niet zijn ingetekend op de kaarten van rond 1600. In de schriftelijke bronnen zijn geen aanwijzingen gevonden dat de Gamersepoort in het begin van de zeventiende eeuw is herbouwd, maar de kaart van Claesz suggereert dat de poort er toen niet was. Aan de westkant van de Gamersestraat is een trap getekend die toegang gaf tot de weergang11. Door de aanleg van de bolwerken en de brede gracht eromheen is het stedelijke gebied in westelijke richting enigszins vergroot. De buitengracht rondom bastion De Kat, die later gebruikt zou worden als stadshaven, was rond 1600 nog niet toegankelijk voor schepen. Wel lijkt er een doorgang aan de noordoostkant van de halve maan te zijn, maar die is met een hek afgesloten. De kraan, die bij de Waterpoort is ingetekend, geeft aan dat de belangrijkste havenactiviteiten zich toen al in westelijke richting hadden verplaatst. Detail van de plattegrond van Blaeu, 1649.
In de eerste helft van de zeventiende eeuw is de Steigerpoort versterkt: vergelijking van de kaarten van Guicciardini (1599) en Blaeu (1649) laat zien dat aan de buitenzijde van de Steigerpoort inmiddels een versterking was aangelegd, net als al eerder (vóór 1560) bij de Waterpoort was gebeurd. Tussen de Steigerpoort en het Oranjebolwerk is de Nieuwe Haven gegraven, met een strekdam evenwijdig aan de stadsmuur en aan het oosten afgesloten door een nieuwe beer. Voor zover bekend heeft deze Nieuwe Haven nooit een belangrijke rol gespeeld in de bedrijvigheid van de stad. De stadsgracht rond het bastion De Kat fungeert als binnenhaven en is vanuit de Waal te bereiken via een doorvaart bij de halve maan. Een ophaalbrug verbindt de halve maan met de landtong die doorloopt tot de Waterpoort. De rivierzijde van deze landtong is de belangrijkste kade van de stad, waar de schepen konden aanleggen en al dan niet met behulp van de kraan geladen of gelost werden. De (nieuwe?) Gamerse Poort is prominent aanwezig op de plattegrond van Blaeu. Via een brug over de stadsgracht bereikte men het buitengebied en via een verhoogde kade door de uiterwaard bereikte men de Gamersedijk.
11 Door sommige onderzoekers, bijvoorbeeld Augusteijn (1999), worden de kaarten in dit opzicht niet betrouwbaar geacht.
De poort is wel ingetekend op de kaarten van Hoet en Blaeu uit ca 1649.
18
PLANGEBIED ‘BUITENSTAD’, ZALTBOMMEL
BBA / LANTSCHAP
4.2 Achttiende en eerste helft negentiende eeuw Kaartmateriaal uit de achttiende eeuw is schaars. De enige plattegrond van de stad is een zwaar beschadigde en weinig details bevattende kaart van Scherlenski uit 1772. Wat het plangebied betreft valt op dat de halve maan is verdwenen en dat voor de Gamerse poort een lunet is aangelegd, die ook al voorkomt op een kaart van F. Bellingan uit 1707. Merkwaardig genoeg wordt in de literatuur nergens melding gemaakt van de aanleg van deze lunet. Op de kaart van De Man uit ca 1810 is de lunet nog aangegeven, op de oudste kadasterkaarten niet meer.
Detail van een kaart van F. Bellingan uit 1707, genaamd ‘Kribben en waarden in de Waal tussen Zaltbommel en Nieuwaal’. Gelders Archief 0124-5734. Met uitzondering van de galg is er geen bebouwing in de uiterwaard. De halve maan is verdwenen en een nieuw verdedigingswerk is aangelegd voor de Gamerse Poort. Deze lunet komt nog niet voor op de kaart van de belegering van Zaltbommel in 1672 van Chevalier de Beaurain, dus zal de aanleg in het derde kwart van de zeventiende of het begin van de achttiende eeuw hebben plaatsgevonden.
In de uiterwaard is op de kaart van Scherlenski met ‘die geregt plaatse’ de galg aangegeven. Hiermee wilde de stad het bezit tonen van het Hoge Gerecht aan de reiziger die de stad vanuit het westen over de rivier of over de bandijk naderde. Iets stroomafwaarts daarvan werd op de kaart ‘voorheenen de krib’ (met C aangeduid op de kaart uit 1707). De hoofdbedding van de Waal lag in 1772 helemaal tegen de Tuilse bandijk aan en er is slechts een smalle toegang tot de stadshaven ingetekend. Het lijkt erop dat de havenactiviteiten van Zaltbommel weinig meer voorstelden. Dit is merkwaardig omdat de stad toen een periode van bloei moet hebben gekend, gezien de vele monumentale gebouwen die in de tweede helft van de achttiende eeuw in de binnenstad zijn gebouwd. Caart van de zituatie der buijtendijkse landen onder de stad Boemel en Gameren gelegen (ca 1778). Het zuiden is boven. De kartograaf is niet bekend, ook is niet duidelijk waarom de kaart gemaakt is: de nummers van de percelen worden niet verklaard. De lunet bij de Gamerse Poort is goed te herkennen. Een deel van de uiterwaard is als griend of opgaand bos aangegeven, het overige is grasland. De situatie komt overeen met de kadastergegevens van omstreeks 1825. Op de kaart zijn de stadshaven en de stadsgracht aangegeven.
De Nieuwe Haven (niet te zien op deze uitsnede) was toen al niet meer in gebruik: het staat aangegeven als ‘verlande graft’. Langs de stadsgracht en de haven loopt een pad van de Gamersedijk naar de Waterpoort, waarop ook de brug bij de Gamerse Poort aansloot. Bron: Gelders Archief.
19