CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b. Zaltbommel, Steenweg 1 Bijlagen bij de toelichting

Raadsvergadering 14 juli 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 119.835 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De 14e-eeuwse ommuring bleef gehandhaafd als tweede verdedigingslinie en bescherming tegen overstromingen. Aan het eind van de 16e eeuw werden vooruitgeschoven aarden werken aangelegd en werd begonnen met de thans nog herkenbare aarden verdedigingswerken met zeven bastions. Nog tijdens de realisatie hiervan, in 1599, werd Zaltbommel weer belegerd door de Spaanse troepen. Hierna is verder gegaan met de verdedigingswerken die in 1610 voltooid werden. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt:

31 Goossens et al., 2011 / Dautzenberg & Hundertmark, 2015.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 9 van 24

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 10 van 24

Tabel II.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Kaart van Van Deventer32

circa 1560

1:8.000

Gracht

Plangebied lag in de buitengracht, direct ten oosten liep een stadsmuur en direct ten westen bebost gebied

Kaart van Belegering van Bommel33

1599 (kaart gemaakt in 1651)

Gracht

De nieuwe vestingwerken zijn al aanwezig, plangebied ligt nog steeds in gracht, met stadsmuur ten oosten, in het gebied ten westen waren troepen gelegerd.

Kaart van Blaeu34

1649

Gracht

Plangebied ligt in een breed gedeelte van de gracht, ten noorden van een bastion

Kaart van Van Geelkercken35

1654-1655

Gracht

idem

Kaart van De Wit36

1698

Gracht

idem

Kadastrale minuut37

1811-1832

1:2.500

Gracht

Talud van de stadswal ligt direct ten oosten

Militaire topografische kaart38 (nettekening)

1830-1850

1:50.000

Gracht, oosten gedempt

landgebruik van het oostelijk deel niet duidelijk

Inrichtingsplan Beerebolwerk door

1847

grasland/tuin, mogelijk bebouwing in noorden

bebouwing direct ten noorden (rechthoekig gebouw), mogelijk deels binnen plangebied

1:2400

Virieu39 Topografische kaart40

1872-1899

1:25.000

tuin en bos in uiterste zuiden

bebouwing direct ten noorden (rechthoekig gebouw), mogelijk deels binnen plangebied

Militaire topografische kaart (Bonnekaart)

1925-1929

1:50.000

tuin, bebouwing in uiterste zuiden

bebouwing direct ten noorden (rechthoekig gebouw), mogelijk deels binnen plangebied

Topografische kaart

1962-2010

1:25.000

grasland

bebouwing direct ten noorden (huidige bebouwing)

Topografische kaart

2011-2015

1:25.000

tuin

bebouwing direct ten noorden (huidige bebouwing)

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal (zie figuur 10) lag het plangebied reeds voor de vernieuwing van de vestingwerken ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog binnen de stadsgracht, zoals op een kaart uit circa 1560 te zien is. Naar verwachting reflecteert dit de situatie zoals deze ook aan het eind van de Late-Middeleeuwen gold. Aan het eind van de 16e eeuw werden de vestingwerken verbeterd, waarbij de gracht bastions werden aangelegd en de gracht deels werd verlegd. Het plangebied bleef nog steeds in de stadsgracht liggen. Halverwege de 19e eeuw werd de gracht gedempt en werd een Engelse tuin ingericht, waarna bebouwing ten noorden van het plangebied gerealiseerd werd. Hier was de Hoogere Burgerschool en later de Rijks HBS gevestigd. In de jaren ’30 van de 20e eeuw is deze bebouwing gesloopt en vervangen voor de huidige. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied 32 33

Archieven. Archieven

34 Archieven; Gelders Archief. 35 Archieven; Gelders Archief. 36 Archieven; Gelders Archief. 37 38

Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; objectnummer MIN05178A01. Kadaster Topotijdreis

39 Uit: De Twee Snoeken, 2020. 40 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 11 van 24

Een rijksmonument is in Nederland een zaak (een bouwwerk of object, of het restant daarvan) die van algemeen belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Tot 2012 moest een monument 50 jaar of langer geleden zijn vervaardigd om in het kader van de Monumentenwet voor bescherming in aanmerking te komen. Per 1 januari 2012 is dit criterium vervallen. Een gemeente kan besluiten een bijzonder pand op de gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Dit gebeurt als een pand geen nationale betekenis heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. De gemeente legt haar monumentenbeleid vast in de gemeentelijke monumentenverordening. Naast het gemeentelijk monument is er ook nog het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). De MIP Gemeentebeschrijvingen vormen een verzameling beschrijvingen van de historischgeografische, sociaaleconomische, architectuurhistorische, bouwhistorische en stedenbouwkundige ontwikkelingen van gemeenten in de periode 1850-1940. Deze beschrijvingen zijn samengesteld in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP). Dit project was een initiatief van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om een landelijk overzicht te krijgen van de bouwkunst en stedenbouw uit de periode 1850-1940.

Het MIP werd in de periode 1987-1994 uitgevoerd door de provincies en de vier grote steden, in samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Binnen de 50 m attentiezone liggen 2 rijksmonumenten, geen gemeentelijke monumenten en 2 MIP monumenten. De omwalling van Zaltbommel, evenals de woning aan de Gamerschestraat 81 (bouwjaar 1860) vormen rijksmonumenten (nummers 40281 en 40151). Het gebouw direct ten noorden van het plangebied (Steenweg 1, bouwjaar 1939) en het woonhuis aan de Zandstraat 2 (bouwjaar 1940) vormen MIP-objecten (nummers 107026 en 120660). Bouwhistorische gegevens Bij het Regionaal Archief Rivierenland is een aanvraag gedaan tot inzage van bouwdossiers voor de voormalige bebouwing die mogelijk binnen het plangebied heeft gelegen. Binnen het tijdsbestek van het opstellen van het bureauonderzoek is op deze aanvraag geen reactie gekomen. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd.41 Resten van structuren uit de Tweede Wereldoorlog worden op basis van de beschikbare informatie niet verwacht. Wel heeft volgens de Ruimingskaart een luchtaanval plaatsgevonden op de haven van Zaltbommel, waardoor ook binnen het plangebied resten van bommen kunnen voorkomen.

Ook volgens de explosievenkansenkaart van de Bommelerwaard ligt het plangebied binnen een zone die verdacht is op infanteriemunitie en verschoten geschutsmunitie. 42 Aanvullende informatie Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 15 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 15, (d.d. oktober 2020, contactpersoon de heer Eeltink), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd.

Amersfoort & Kamphuis, 1990/Jong, 1969 – 1994/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 41

42 Van Willigen, 2016.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 12 van 24

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel III.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting

Te verwachten complextype/resten

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum – Vroege-Middeleeuwen

Laag

eventuele losse, verspoelde vondsten

in de natuurlijke rivierafzettingen, 5 tot 7 m -mv (circa 1 m NAP)

Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd (tot 1847)

Hoog

Grachtvulling met hierin eventueel gedumpt stadsafval. Ook resten van beschoeiing, munitie (Tachtigjarige Oorlog).

Binnen enkele meters beneden maaiveld

Nieuwe tijd (vanaf 1847)

Hoog

Funderings- en muurresten (noorden plangebied)

Vanaf maaiveld

Het plangebied heeft gedurende het Holoceen lange tijd in een drassig veengebied gelegen, dat weinig geschikt was voor bewoning. Mogelijk is in het Paleo- of Mesolithicum enige tijd bewoning mogelijk geweest. De kans is echter zeer groot dat resten uit deze perioden reeds zijn verdwenen als gevolg van latere erosie. Vanaf circa 1.000 v. Chr. tot circa 90 n. Chr. liep de Gameren stroomgordel door het plangebied. Hierna, vanaf 450 n. Chr. liep de Waal door het plangebied. Gezien de ligging in de actieve stroomgordel zullen ook in deze periode weinig goede bewoningsomstandigheden geheerst hebben. Na de bedijking van de Waal in de Late-Middeleeuwen werd het plangebied geschikt voor bewoning. Vermoedelijk reeds vanaf de Late-Middeleeuwen lag het plangebied binnen de stadsgracht van Zaltbommel. Ook na de vernieuwing van de vestingwerken aan het eind van de 16 e eeuw bleef het plangebied onderdeel van de stadsgracht. Uit deze perioden worden dus vooral grachtvullingen verwacht, met archeologisch materiaal dat gedumpt is in de gracht. Ook kan munitie voorkomen, bijvoorbeeld uit de Tachtigjarige Oorlog. Gezien de ligging nabij het talud richting de stadswal kunnen ook aardkundige werken verwacht worden (ophogingspakketten). Vanaf 1847 was de gracht gedempt en werd een gebouw gerealiseerd, de Hoogere Burgerschool.

Dit gebouw is in 1939 vervangen voor de huidige bebouwing maar in het uiterste noorden van het plangebied kunnen mogelijk nog resten van oude funderingen voorkomen. Deze worden verwacht vanaf het maaiveld. Eventuele organische resten in de grachtvulling zullen relatief goed geconserveerd zijn gezien de ligging onder het grondwater. Ook overige vondsten zullen waarschijnlijk goed geconserveerd zijn. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 13 van 24

Het plangebied is gelegen op de locatie van de voormalige stadsgracht. Eventuele resten van voor de Late-Middeleeuwen zullen door de aanleg hiervan grotendeels verloren zijn gegaan. Na de demping van de gracht is het plangebied grotendeels ingericht als tuin en in het noorden heeft vanaf 1847 een gebouw gestaan. 2.9

Conclusie bureauonderzoek

De in het kader van het bureauonderzoek gestelde onderzoeksvragen kunnen als volgt worden beantwoord: •

•

•

Wat is de ontstaansgeschiedenis, genese en diepteligging van de bodem en individuele bodemlagen? In hoeverre kan er sprake zijn van erosie of juist afdekking door sedimentatie binnen het plangebied? In het Weichselien lag het plangebied binnen een riviervlakte, waarbinnen grof zand en grind van de Formatie van Kreftenheye werden afgezet. Vanaf de overgang Laat-Paleolithicum – Mesolithicum heeft het plangebied op een terras gelegen. Verwacht wordt echter dat de top van dit terras reeds geërodeerd is als gevolg van latere rivieractiviteit. Vanaf het begin van het Holoceen lag het plangebied in een kom- en veengebied, waarbinnen een dik veenpakket gevormd werd, afgewisseld met lagen komklei. Vanaf circa 1.000 v. Chr. liep de Gameren stroomgordel door het plangebied. De onderliggende Holocene lagen zullen door deze rivier vrijwel geheel geërodeerd zijn. De top van het beddingzand van deze rivier lag vermoedelijk rond 2 m NAP (minstens 4 m -mv). Vanaf circa 450 n. Chr. liep de Waal door het plangebied. Deze zal de beddingafzettingen van de Gameren stroomgordel deels geërodeerd hebben. Het plangebied lag tot aan de bedijking in de 12 e of 13e eeuw binnen deze stroomgordel. Hierna heeft naar verwachting geen erosie of sedimentatie meer plaatsgevonden.

Welke (sub)recente (door de mens veroorzaakte) verstoringen hebben de bodem en tot welke diepte verstoord? In de Late-Middeleeuwen is een gracht rondom Zaltbommel gegraven. Het plangebied lag naar verwachting binnen deze gracht. Uit eerder onderzoek circa 20 m ten oosten van het plangebied blijkt dat de grachtvulling doorloopt tot circa 1 m NAP (minstens 5 m onder het huidige maaiveld. Eventuele oudere resten in de top van de beddingafzettingen zullen hierdoor verloren zijn gegaan. Na de demping van de gracht is in het noorden van het plangebied een schoolgebouw gerealiseerd, waardoor de bovenste meters van het bodemprofiel mogelijk verstoord zijn. Het is niet duidelijk of deze verstoring reikt tot in de oude grachtvulling. Wat is de bewoningsgeschiedenis van het plangebied en omgeving? Welke neerslag heeft dit in de bodem gehad? Is er mogelijk sprake van spoor- en vondstniveaus, ophogings- of leeflagen? Wat is de stratigrafie en diepteligging in of op de bodem? Gedurende het grootste deel van het Weichselien was Nederland onbewoond. In het LaatPaleolithicum en Mesolithicum werd het periodiek bewoond door jagers en verzamelaars. Het plangebied lag in deze perioden in een terrasvlakte. Gedurende het Neolithicum en de Bronstijd lag het plangebied vermoedelijk in een veen- en komgebied, waarbinnen ongunstige bewoningsomstandigheden heersten.

Bewoning vond overwegend plaats op stroomgordels, crevassen en zandopduikingen. In de IJzertijd en Romeinse tijd was de stroomgordel van Gameren actief. Het plangebied lag in deze periode vermoedelijk binnen de actieve stroomgordel, waardoor waarschijnlijk ongunstige bewoningsomstandigheden golden. In de Vroegeen het begin van de Late-Middeleeuwen lag het plangebied binnen de stroomgordel van de Waal, waardoor voor deze perioden eveneens ongunstige bewoningsomstandigheden golden. Pas vanaf de 12e of 13e eeuw werd het gebied geschikt voor bewoning. Verwacht wordt

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 14 van 24

dat alle resten van voor de Late-Middeleeuwen reeds verloren zijn gegaan als gevolg van fluviatiele erosie, evenals door de aanleg van de stadsgracht. Vanaf de Late-Middeleeuwen tot circa 1850 lag het plangebied binnen de stadsgracht van Zaltbommel. De grachtvulling hiervan wordt verwacht vanaf enkele meters -mv, doorlopend tot circa 1 m NAP (5 à 7 m -mv). In 1850 is de gracht gedempt en grotendeels ingericht als tuin. Het uiterste noorden raakte bebouwd met de Hoogere Burgerschool. Dit gebouw werd in de jaren ’30 van de 20 e eeuw gesloopt en vervangen voor het huidige pand aan de Steenweg 1. Het plangebied lag vanaf deze periode geheel in de tuin bij het pand. Mogelijk zijn binnen enkele meters -mv nog funderingsresten van de vroegere bebouwing aanwezig. •

Indien sprake is van een (potentieel) bouwhistorisch component: welke ondergrondse bouwhistorische waarden kunnen aanwezig zijn en op welke wijze kunnen deze zich manifesteren (denk hierbij ook aan bijvoorbeeld na sloop achter gebleven uitbraaksleuven)? Mogelijk zijn in het uiterste noorden nog funderingsresten van de Hoogere Burgerschool aanwezig. Deze kunnen zich manifesteren als funderingen, vloeren of uitbraaksleuven.

•

Op basis van bodem-, bewoningsgeschiedenis, stratigrafie en verstoringen: wat is per periode de verwachting met betrekking tot het aantreffen van archeologische resten? Worden deze resten door de ontwikkeling bedreigd? Op basis van het bureauonderzoek worden geen archeologische resten van voor de LateMiddeleeuwen verwacht. Vermoedelijk reeds vanaf de Late-Middeleeuwen lag het plangebied binnen de stadsgracht van Zaltbommel. Ook na de vernieuwing van de vestingwerken aan het eind van de 16e eeuw bleef het plangebied onderdeel van de stadsgracht. Uit deze perioden worden dus vooral grachtvullingen verwacht, met archeologisch materiaal dat gedumpt is in de gracht. Ook kan munitie voorkomen, bijvoorbeeld uit de Tachtigjarige Oorlog. Gezien de ligging nabij het talud richting de stadswal kunnen ook aardkundige werken verwacht worden (ophogingspakketten). Vanaf 1847 was de gracht gedempt en werd een gebouw gerealiseerd, de Hoogere Burgerschool. Dit gebouw is in 1939 vervangen voor de huidige bebouwing maar in het uiterste noorden van het plangebied kunnen mogelijk nog resten van oude funderingen voorkomen. Deze worden verwacht vanaf het maaiveld. De diepte van de bodemingreep is in dit stadium nog niet bekend. Gezien de deels ondergrondse realisatie van de nieuwbouw wordt uitgegaan van een verstoring tot minstens 2 m mv.

Eventuele resten van de stadsgracht of van de voormalige bebouwing zullen bij deze ingreep mogelijk verstoord worden.

•

Indien een verkennende onderzoeksfase geadviseerd wordt: Welke doelstelling heeft een verkennend onderzoek en welke methode en strategie is geschikt om de doelstelling te verwezenlijken. Geadviseerd wordt om een verkennend booronderzoek uit te voeren, met als voornaamste doel het in kaart brengen van de recente verstoringen binnen het plangebied, evenals de diepteligging van de archeologisch relevante lagen en de dikte van het dempingspakket.

•

Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt om eventuele te verwachten archeologische vindplaatsen en resten te inventariseren bij een karterende fase? Gezien de kleine oppervlakte van het plangebied wordt geadviseerd om de verkennende fase direct te combineren met de karterende fase. Hierbij worden twee standaardmethoden uit Tol et al.43 toegepast. Voor de bovenste 2 m zal gewerkt worden volgens standaardmethode C3,

43 Tol et al., 2012.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 15 van 24

waarbij gebruik gemaakt wordt van een 12 cm Edelmanboor. Dit heeft als doel het opsporen van resten van de voormalige 19e-eeuwse bebouwing. Voor de diepere lagen zal, vanaf de diepte waarop dit mogelijk is, gewerkt worden volgens standaardmethode D1, waarbij gebruik gemaakt wordt van een 3 cm guts. Deze methode heeft als doel het opsporen van de grachtvulling (archeologische laag).

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 16 van 24

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek, (IVO-overig, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied, of er archeologische vondsten en/of sporen en/of lagen aanwezig zijn, in welke mate de resultaten overeen stemmen met de verwachtingen en indien er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig is, wat dan de gevolgen zijn van de voorgenomen bodemingrepen op de vindplaats. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 27 oktober 2020 door drs. J. Holl (senior KNA Prospector) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld.44 Het gehele plangebied was vrij toegankelijk. De boringen zijn verspreid binnen het plangebied gezet. In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor (diameter 12 cm, tot minimaal 2 m -mv) en guts (diameter 3 cm) vijf boringen tot maximaal 5 m -mv gezet (figuur 11). De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode beschreven.45 De exacte locatie van de boringen (x-, y- en z-waarden) is vastgelegd met behulp van dGPS. Tijdens het booronderzoek zijn twee standaardmethoden uit Tol et al.46 toegepast. Voor de bovenste 2 m is gewerkt volgens standaardmethode C3, waarbij gebruik gemaakt is van een 12 cm Edelmanboor. Dit heeft als doel het opsporen van resten van de voormalige 19 e-eeuwse bebouwing. Voor de diepere lagen is, vanaf de diepte waarop dit mogelijk is, gewerkt volgens standaardmethode D1, waarbij gebruik gemaakt is van een 3 cm guts.

Deze methode heeft als doel het opsporen van de grachtvulling (archeologische laag). Gezien de kleine oppervlakte van het plangebied was het boorgrid in de praktijk aanzienlijk dichter dan volgens de leidraad voorgeschreven. Standaardmethoden C3 en D1 gaan uit van een boordichtheid van respectievelijk 29 en 10 boringen per ha, terwijl nu vijf boringen op een terrein van 450 m 2 geplaatst zijn, wat overeenkomt met een dichtheid van 111 boringen per ha. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, niet of deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld bodemkundig beschreven en door middel van versnijden/verbrokkelen onderzocht op archeologisch indicatoren, zoals fragmenten aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc. 3.3

Resultaten

44 Holl, 2020. 45

Bosch, 2005.

46 Tol et al., 2012.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 17 van 24

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 8 weergegeven. De bodemopbouw kan als volgt worden beschreven: In boring 1 en 2 bestaat de onderste aangetroffen laag uit matig grof, zwak siltig, lichtbruingrijs zand met veel puinfragmenten. De top van deze laag bevindt zich op 30 à 40 cm -mv (7,.8 à 7,9 m NAP) Deze boringen zijn allebei gestuit. Boring 1 is gestuit op 240 cm -mv (6,3 m NAP) omdat door dichtvallen van het boorgat met puinresten van boven niet dieper geboord kon worden. Boring 2 is op 150 cm -mv (6,7 m NAP) gestuit op een harde laag. Beide boringen zijn geplaatst op de locatie waar resten van een 19e-eeuws schoolgebouw verwacht werden. Mogelijk is boring 2 gestuit op funderingen hiervan. In boring 3 bestaat de onderste aangetroffen laag uit zeer grof, matig siltig, grindhoudend, lichtbruingrijs zand. Op 480 cm -mv (2,1 m NAP) is deze boring gestaakt omdat het niet meer mogelijk was om dieper te boren. De top van deze onderste laag bevindt zich op 210 cm -mv (4,8 m NAP). Dit betreft een pakket dempingsmateriaal. Hierboven bevindt zich een pakket matig fijn, kleiig, zwak humeus, bruingrijs zand met vlekken en puinfragmenten. Ook dit betreft een dempingspakket van de gracht.

In de boringen 4 en 5 is onderin een pakket ongerijpte, matig siltige, zwak humeuze klei met plantenresten en grove zandlagen aangetroffen. Binnen de grove zandlagen waren baksteenspikkels te herkennen. Naar boven toe wordt dit pakket zwak zandig. Dit betreft hoogstwaarschijnlijk een kleipakket dat in de stadsgracht is bezonken. Mogelijk zijn de zandlagen afgezet tijdens overstromingen vanuit de Waal. De top van deze afzettingen bevindt zich op 240 cm -mv (3,9 m NAP) in boring 4 en 330 cm -mv (3,3 m NAP) in boring 5. Hierboven zijn lagen zandige, vaak zwak humeuze, bruingrijze klei met zandbrokken en matig fijn, matig siltig zand aangetroffen. In deze lagen zijn meestal puin- en baksteenfragmenten aangetroffen. Dit betreffen dempingspakketten van de gracht die hoogstwaarschijnlijk rond 1850 zijn opgebracht. In alle boringen bestaat de bovenste 30 à 65 cm uit sterk zandige, matig humeuze klei met veen recente puinfragmenten. Dit betreft een recent verstoorde laag, vermoedelijk gerelateerd aan de bouw van de huidige bebouwing en inrichting van de tuin. Opvallend is dat in boring 4 en 5 de gracht op 3,3 en 3,9 m NAP is aangetroffen, terwijl in boring 3 tot 2,1 m NAP alleen 19e-eeuwse grachtvulling is aangetroffen. Dit is waarschijnlijk het gevolg van het feit dat boring 3 meer richting het midden van de gracht is geplaatst, waar de gracht dieper was.

Op de kaart van Van Deventer (1560) lag boring 4 op de buitenste oever van de buitengracht en boring 5 op de binnenste oever van de buitengracht, net als boring 1 en 2. Boring 3 lag midden in de buitengracht. Op de kadastrale minuut van 1811-1832, de situatie van na de vernieuwing van de vestingwerken aan het eind van de 16e eeuw, lag boring 5 nabij de oever van de gracht en lagen de overige boringen meer richting het midden. De relatief ondiepe ligging van de gracht in de boringen 4 en 5 lijkt daarom meer het resultaat van de ligging van de 13e tot 16e-eeuwse stadsgracht (zie figuur 12). In dat geval zouden de resten van de stadsgracht ook in boring 1 en 2 op dit niveau (3,3 à 3,9 m NAP) aangetroffen kunnen worden. Archeologische indicatoren Tijdens het veldonderzoek zijn in alle boringen recente puinfragmenten aangetroffen in de bovenste, recent verstoorde laag (tot 30 à 65 cm -mv). In onderstaande tabel staan de archeologische indicatoren weergegeven die tijdens het onderzoek zijn aangetroffen.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 18 van 24

Tabel IV.

Overzicht aangetroffen archeologische indicatoren47

Boring nr.

Diepte/Traject in cm -mv

Datering

Indicator

alle boringen

0 tot 30 à 65

20e eeuw

Grote brokken baksteen en recent puin, opgebracht pakket

1 en 2

30 à 40 tot 150 à 240

19e/20e eeuw

Veel brokken baksteen, industrieel, vermoedelijk resten van 19 eeeuws schoolgebouw

3

60 tot 210

19e eeuw

Puin- en baksteenfragmenten, mortel, opgebracht tijdens demping in 19e eeuw. Niet verzameld.

4

65 tot 240

19e eeuw

Puin- en baksteenfragmenten, mortel, opgebracht tijdens demping in 19e eeuw. Niet verzameld.

4

420 tot 500

13e – 19e eeuw

Baksteenspikkels in stadsgracht

5

65 tot 100

19e eeuw

Baksteenfragmenten en fragment roodbakkend aardewerk met dik glazuur, opgebracht tijdens demping in 19e eeuw

5

100 tot 170

19e eeuw

Puin- en baksteenfragmenten, industrieel, tevens een fragment van een IJsselsteen, opgebracht tijdens demping in 19e eeuw

In het dempingsmateriaal zijn relatief veel fragmenten baksteen, mortel en puin aangetroffen. Deze lijken voor het grootste deel te dateren in de 19e of 20e eeuw. Gezien de ligging in een 19e-eeuws dempingspakket wordt uitgegaan van een 19e-eeuwse datering. Ook is een fragment van een IJsselsteen aangetroffen. Deze zijn gedurende een langere periode gebruikt, waarbij het hoogtepunt in de 17e en 18e eeuw lag, maar tot in het midden van de 19e eeuw werden ze nog gebruikt. Tevens is een roodbakkend aardewerkfragment aangetroffen dat eveneens uit de 19 e eeuw lijkt te dateren. De enige archeologische indicatoren die duidelijk ouder zijn dan de 19 e eeuw betreffen baksteenspikkels in de grachtlagen, tussen 420 en 500 cm -mv in boring 4.

47 determinatie door De heer drs. M.C.M. Komen, senior-KNA specialist keramisch bouwmateriaal & Mevrouw H.N. de Koning,

BSc, KNA specialist aardewerk.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 19 van 24

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder werden restanten van de stadsgracht uit de LateMiddeleeuwen tot circa 1850 verwacht. In het noorden werden resten van een 19 e-eeuws schoolgebouw verwacht. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Tijdens het booronderzoek is de oude gracht alleen in de meest zuidelijke boringen 4 en 5 aangetroffen, in de vorm van een pakket ongerijpte klei met plantenresten en grove zandlagen. Binnen de grove zandlagen zijn plaatselijk baksteenspikkels waargenomen. Dit betreft een kleipakket dat in de stadsgracht bezonken is. De top van dit kleipakket bevindt zich op 240 à 330 cm -mv (3,3 à 3,9 m NAP). Hierboven is een dik pakket dempingsmateriaal aangetroffen dat op basis van het bureauonderzoek halverwege de 19e eeuw is opgebracht. Deze datering wordt bevestigd door de archeologische indicatoren die binnen dit pakket zijn aangetroffen, namelijk veel baksteenfragmenten en een aardewerkfragment, allen te dateren in de 19e eeuw. In het midden van het plangebied (boring 3) is alleen een pakket dempingsmateriaal aangetroffen, dat doorloopt tot minstens 480 cm -mv (2,1 m NAP). In de twee noordelijke boringen (1 en 2) is een pakket ophoogzand aangetroffen.

Eén van deze boring is gestuit op een harde laag. Vermoedelijk betreft dit de locatie waar het 19e-eeuwse schoolgebouw gestaan heeft. Het zandpakket zal na de sloop van dit gebouw zijn opgebracht. Mogelijk is in één boring gestuit op een oude fundering van dit gebouw, maar dit valt niet met zekerheid te zeggen. Op basis van het booronderzoek bevinden zich binnen het plangebied resten van de stadsgracht van Zaltbommel. Het zuiden van het plangebied lag vermoedelijk nabij de oever van de gracht en hier bevinden de restanten hiervan zich op 3,3 à 3,9 m NAP. Dit is vooral te zien op de kaart van 1560 (voor de vernieuwing van de vestingwerken), waar boring 4 bij de buitenste oever van de buitengracht ligt en boring 5 (evenals boring 1 en 2) bij de binnenste oever van de buitengracht. In het midden van het plangebied is tot 2,1 m NAP alleen 19e-eeuws dempingsmateriaal aangetroffen. Indien hier nog een restant van een gracht aanwezig is, zal deze dieper dan 2,1 m NAP liggen. Mogelijk kunnen ter plaatse van boring 1 en 2 eveneens resten van de gracht vanaf 3,9 m NAP verwacht worden. Op basis van het booronderzoek kunnen binnen het plangebied nog archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht worden. In het noorden van het plangebied kunnen funderingsresten van het 19e-eeuwse schoolgebouw voorkomen.

Boring 2 is op 1,5 m -mv gestuit op wat mogelijk funderingsresten zijn, maar dergelijke resten kunnen ook ondieper voorkomen. Voor deze zone wordt daarom geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv (huidige bouwvoor). In het overige deel van het plangebied worden resten van de oude stadsgracht verwacht op een diepte vanaf 3,9 m NAP. Geadviseerd om een bufferzone te hanteren van 30 cm boven de gracht48, waardoor archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd wordt bij bodemingrepen dieper dan 4,2 m NAP. Geadviseerd wordt om dit vervolgonderzoek uit te voeren middels een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarde-

48 conform Roorda & Stöver, 2016.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 20 van 24

ren. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Zaltbommel). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden binnen de vrijgegeven bodemlagen toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed49). LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Baggerman, M., R. Paulussen & A. van de Water, 2020: Archeologisch bureauonderzoek Buitenstad te Zaltbommel, gemeente Zaltbommel. Zaandam (Argo 219). Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Bruning, L., 2012: Integrale Kennisagenda Archeologie Provincie Gelderland; Rivierengebied, Veluwe, Oost-Gelderland. Cohen, K.M., E. Stouthamer, W.Z. Hoek, H.J.A.

Berendsen, en H.F.J. Kempen, 2009: Zand in banen. Zanddieptekaarten van het Rivierengebied en het IJsseldal in de provincies Gelderland en Overijssel. Arnhem: Provincie Gelderland. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik en A.H. Geurts, 2012: Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Universiteit Utrecht. Dautzenberg, M.J.J. & H.F.G. Hundertmark, 2015: Archeologisch en Bouwhistorisch onderzoek op het Agnietenterrein en bij de Oenselsepoort te Zaltbommel. Zaandijk (Hollandia Reeks nr. 538). De Twee Snoeken, 2020: Gezondheidscentrum Zaltbommel, Schetsplan Steenweg 1. ’sHertogenbosch. Goossens, E., F. van Hemmen, J. Breimer & C.M.A. Sanders, 2011: Cultuurhistorische inventarisatie en archeologiebeleid gemeente Zaltbommel. Weesp (RAAP-Rapport 2025). Holl, J., 2020: Plan van Aanpak booronderzoek; Steenweg 1 te Zaltbommel. Zwolle (Econsultancy Projectnummer 13709.002).

49 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 21 van 24

Honigh, B.D., 2016: Archeologische begeleiding aan de Minnebroederstraat 2c te Zaltbommel, gemeente Zaltbommel. Zaandijk (Hollandia Reeks nr. 592). Jezeer, W. & J. Dijkstra, 2015: Bolwerk De Kat, Zaltbommel; Een archeologische begeleiding. Amersfoort (ADC Rapport 3945). Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Kodde, S.W., 2017: Kijkgaten in de stad; Een archeologische begeleiding van de plaatsing van afvalcontainers in Zaltbommel. Amersfoort (ADC Rapport 4378). Maas, G.J., W.M. van der Meij, S.P.J. van Delft & A.H. Heidema, 2019: Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 (2019). Wageningen. Moor, J. de, J. Huizer & S. Nederpelt, 2007: Zaltbommel, Beersteeg; Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen. Amersfoort (ADC Rapport 954). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Roorda, I. & J. Stöver, 2016: Handreiking Archeologievriendelijk bouwen. Amersfoort (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). TNO, 2010: Geologische Overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen, M. Verbruggen, 2006: Leidraad inventariserend veldonderzoek.

Deel: karterend booronderzoek. Gouda (SIKB uitgave). Vos, P. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Utrecht (Deltares). Willigen, M. van, 2016: Explosievenkansenkaart Bommelerwaard. Schijndel. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 22 van 24

BRONNEN AHN; internetsite, oktober 2020. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, oktober 2020. https://archis.cultureelerfgoed.nl Archieven; internetsite, oktober 2020. https://www.archieven.nl/nl/ Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), internetsite, oktober 2020. http://bagviewer.kadaster.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureelerfgoed; internetsite, oktober 2020 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemkundig Informatie Systeem (BIS) Nederland, internetsite, oktober 2020. http://maps.bodemdata.nl/ Bodemloket, internetsite, oktober 2020. http://www.bodemloket.nl Data Archiving and Networked Services DANS-Easy; internetsite, oktober 2020. https://easy.dans.knaw.nl/ui/home Dinoloket; internetsite, oktober 2020. http://www.dinoloket.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, oktober 2020. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, oktober 2020. http://www.topotijdreis.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, oktober 2020. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provincie Gelderland; Cultuurhistorie, internetsite, oktober 2020. http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=2cc6fb09cfc24a8d8a923867ecf 57d7c Provincie Gelderland; Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie, internetsite, oktober 2020.

http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=06b30b3eff92405b9f97773b62d 9c375 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, oktober 2020.

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 23 van 24

https://pdokviewer.pdok.nl Ruimingskaart; internetsite, oktober 2020. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, oktober 2020. https://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, oktober 2020. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 13709.002 versie 1

Pagina 24 van 24

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland50

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

50 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied51

Steenweg 1 te Zaltbommel. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

51 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied52

Steenweg 1 te Zaltbommel. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

52 Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK)

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart 53

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Zaltbommel Legenda Plangebied

53

Goossens et al., 2011.

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart 54

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

54

Wageningen Environmental Research, 2017.

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 55

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

55

AHN

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Zandbanenkaart 56

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen de Zandbanenkaart

56

Cohen et al., 2009.

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de stroomgordelkaart57

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen de stroomgordelkaart

57

Cohen et al., 2012.

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied 58

Steenweg 1 te Zaltbommel. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

58

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten

Steenweg 1 te Zaltbommel. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Legenda Plangebied

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 11. Boorpuntenkaart

Steenweg 1 te Zaltbommel. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 13709.002 versie 1

Figuur 12. Diepte restant gracht, geprojecteerd op de ligging van de beide fasen van de stadsgracht.

Steenweg 1 te Zaltbommel. Diepte restant gracht, geprojecteerd op de ligging van de beide fasen van de stadsgracht.

Rapport 13709.002 versie 1

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 13709.002 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

Atlanticum warm vochtig

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 13709.002 versie 1

Bijlage 2 AMK nr. 13223

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

Plangebied ligt binnen het AMK-terrein Centrum te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145509/424865

Middeleeuwen vroeg - Nieuwe tijd

Complex: Stad Waarde: Terrein van archeologische waarde Terrein met de stadskern Zaltbommel. De naam Bommel komt in 850 voor het eerst voor als 'Bomala'. In 850 schenkt een zekere Balderik vijf hoeven in "Bomala" aan de St. Maartenskerk te Utrecht. Aan het einde van de 10e eeuw blijkt de abdij Werden inkomsten uit Bommelse goederen te hebben. In 999 is er sprake van de 'villa' Bommel, die door Otto III met het recht van tol, munt, en gruit aan de St.Maartenskerk wordt geschonken. De tol zou gevestigd zijn geweest aan de (huidige) rivierzijde, waar in de 10e eeuw een burcht zou hebben gestaan op het terrein van de huidige gasfabriek. Uit dit tolrecht, en ook uit het muntrecht, wordt de gevolgtrekking gemaakt dat Bommel eind 10e eeuw, in het bezit van een markt, reeds betekenis kreeg als handelsplaats. In 1169 wordt in een verdrag tussen de graaf van Gelre en de hertog van Brabant over 'oppidum' Bommel gesproken. Het duurde tot 1231 voor de stad stadsrechten kreeg van Otto II van Gelre. Behalve als tolplaats heeft Zaltbommel een handelsfunctie gehad doordat haar kooplieden goederen uit Holland en Zeeland in het Rijnland en in Engeland aan de man brachten. De gegevens hierover dateren uit de 12e eeuw. In 1315 blijkt Zaltbommel marktrechten te bezitten, 12 jaar later krijgen haar poorters tolvrijheid in Holland.

Het oudst bewoonde stadsgebied van Zaltbommel ligt waarschijnlijk in het ca. 1 meter hoger gelegen oostelijk deel van de stad rond de Grote- of St. Maartenskerk en langs de Kerkstraat en Oenselsche straat, welk laatste waarschijnlijk een dijk is geweest. Geleidelijk moet de stad zich dan uitgebreid hebben ten westen van de Boschstraat langs de westelijke dijk; de Gamersche Straat. Men neemt aan dat de omwalling is aangelegd tussen 1315 en 1343. Hoe die liep is onduidelijk.

Rapport 13709.002 versie 1

Bijlage 3

Onderzoeksmeldingen

Zaaknummer (OMnummer) 4648618100

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

20 meter ten oosten van het plangebied stadsgracht te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145164/424786

2378625100 (53217)

30 meter ten noordoosten van het plangebied Afvalcontainers Binnenstad te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145489/424950

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 14-11-2018 Resultaat: Grachtvulling aangetroffen tot 0,9 m NAP / 3 à 4,1 m -mv in boring 1 en 2. In boring 3 lijkt de grachtvulling verdwenen, waarna deze met schone zandige klei is opgevuld. In punt 4, ter plaatse van de stadswal is met de kraan een gat gegraven, waarbij onder een ophoging van 2,2 m nog een grachtvulling is aangetroffen. In deze grachtvulling is veel vondstmateriaal uit de periode eind 12 e en begin 13e eeuw aangetroffen. Vermoedelijk was de stadsgracht van voor de 14e eeuw dus breder dan de laatmiddeleeuwse binnengracht. Vullingen hiervan zijn bewaard onder de stadswal. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 16-8-2012 Resultaat: Begeleiding van het plaatsen van afvalcontainers. Binnen het huidige onderzoeksgebied zijn de volgende vindplaatsen aangetroffen: - Locatie 7A (180 m ten zuidoosten plangebied): Ondoordringbare laag vanaf 10 cm, vermoedelijk recent - Locatie 8 (240 m ten noordoosten plangebied): tot 90 cm -mv recent puin, hieronder verschillende ophogingslagen (zand en klei met houtskool, baksteen, aardewerk en natuursteen; vondstmateriaal uit 14e en 15e eeuw), vanaf 145 cm -mv grof zand, vanaf 205 cm -mv donkergrijze, kleiige lagen met 13e-eeuws vondstmateriaal, beddingzand vanaf 315 cm -mv.

- Locatie 9 (150 m ten noordoosten plangebied): tot 90 cm -mv recente verstoringen, hieronder ophogingslagen (matig siltig zand tot uiterst siltige klei met 13e/14e-eeuws aardewerk), vanaf 170 cm -mv ophooglaag van zand, vanaf 230 tot 300 cm -mv ophooglaag van donkergrijze zandige klei. - Locatie 10 (60 m ten noordoosten plangebied): tot 20 cm -mv puinlaag, hieronder structuren van baksteen (stadspoort (17e eeuw), water- of beerput (19e/20e eeuw) en stukje muurwerk (16e/17e eeuw), evenals zandige ophoogpakketten, tussen 90 en 110 cm -mv enkele structuren (vloeren, muren, bak met smeedafval, paalkuil en kuil, 16e of 17e eeuw), hieronder een grote dichtgegooide kuil met materiaal uit de 16e eeuw, evenals ophooglagen met puin en houtskool, vermoedelijk Middeleeuws. Vanaf 260 cm -mv lichtbruingrijs zand (stroomgordelafzetting of ophooglaag). - Locatie 11 (100 m ten oosten plangebied): tot 60 cm bouwzand, hieronder een ophogingspakket kleiig zand met houtskoolspikkels en mortel en puin, ook een bakstenen muur en een houten structuur, mogelijk uit 17e eeuw. - Locatie 12 (170 m ten oosten plangebied): tot 30 cm -mv bouwzand, hieronder oude bouwvoor (donkergrijs zand), vanaf 55 cm -mv zand met baksteenpuin, tussen 70 en 200 cm -mv twee ophogingslagen kleiig zand met aardewerk, mortel, baksteenspikkels en houtskool.

Onderste laag dateert op basis van aardewerk tussen de 14e en 16e eeuw. Tussen 200 en 260 cm -mv donkergrijs, kleiig zand (antropogeen), hieronder lichtgrijs zand. - Locatie 15A (220 m ten noordoosten plangebied): Ophogingspakket met baksteen en puin, doorlopend tot minstens 120 cm -mv. - Locatie 15B (220 m ten noordoosten plangebied): tot 90 cm -mv recente ophoging van zand en puin, hieronder kleiig zand met puin, vanaf 125 cm -mv donkergrijze zandige klei met dierlijk bot en houtskool, vanaf 180 cm -mv grijs gevlekte zandige klei, vanaf 230 cm -mv lichtbruin zand (natuurlijke ondergrond).

2457819100 (63396)

90 meter ten noorden van het plangebied Bolwerk De Kat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel

59 Kodde, 2017.

Rapport 13709.002 versie 1

- Locatie 16 (250 m ten noordoosten plangebied): tot 90 cm -mv bouwzand en puin, hieronder donkergrijze klei, vanaf 170 cm -mv lichtgrijs zand, vanaf 190 cm -mv donkerbruin, humeus ophogingspakket, vanaf 230 cm -mv ophogingspakket van grijze, zandige klei, vanaf 260 cm -mv donkergrijze zandige klei.59 Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 29-9-2014 Resultaat:

Coördinaat: 145112/424959 4769057100

100 meter ten westen van het plangebied Buitenstad te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 144887/424907

2150252100 (21741)

130 meter ten zuidwesten van het plangebied Beersteeg te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 144761/424675

2005627100 (1743)

190 meter ten noordoosten van het plangebied Centrum / Molenwal te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145220/425020

3979048100

240 meter ten noordoosten van het plangebied Minnebroederstraat 2c te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145329/424919

60 Jezeer & Dijkstra, 2015. 61 Baggerman et al., 2020. 62 De Moor et al., 2007. 63 Honigh, 2016.

Rapport 13709.002 versie 1

Resten van vermoedelijk één van de funderingen van een standerdmolen, uit vroege 17 e eeuw aangetroffen, evenals enkele 18e-eeuwse resten en resten van de gasfabriek uit de 19e eeuw.60 Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Archeologenbureau Argo Datum: 3-2-2020 Resultaat: Hoge verwachting vanaf de Romeinse tijd, voor de Middeleeuwen en Nieuwe tijd worden enkel offsite fenomenen verwacht, aangezien het plangebied in de uiterwaarden lag. Wel kunnen tijdelijke kampementen voorkomen, bijvoorbeeld uit de tachtigjarige oorlog. 61 Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 4-4-2007 Resultaat: Plangebied ligt op oeverwal, tijdens karterende boringen is houtskool aangetroffen in een deel van de boringen. Aanvullende karterende boringen hebben geen nadere indicatoren opgeleverd. Plangebied vrijgegeven.62 Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Datum: 27-5-1997 Resultaat: proefsleuven ter plaatse van verwachte ligging middeleeuwse stadsmuur. Stadsmuur bleek tot grote diepte afgebroken, het betreft een ronde bakstenen toren, waarvan slechts een klein stukje is aangetroffen. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: Hollandia Archeologie BV Datum: 16-11-2015 Resultaat: Ophogingslagen en muurwerk uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen.

Het muurwerk behoort tot een vermoedelijk 15e-eeuws pand dat in de 17e eeuw werd uitgebreid en in de 19e eeuw opnieuw opgemetseld. Ook is een zware fundering uit de 13e of 14e eeuw aangetroffen.63

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2378625100

Locatie

Omschrijving

60 meter ten noordoosten van het plangebied Locatie 10: Gamerschestraat Thv Nr. 66 te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145122/424880

Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 7 kuilen, Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - muurrestanten Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van vloeren

3056205100 (57578)

80 meter ten zuiden van het plangebied De Kindertuin te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145090/424720

aangetroffen tijdens begeleiding Vroege-Middeleeuwen : - 8 fragmenten van gedraaid aardewerk - 5 fragmenten van Badorf aardewerk - 2 fragmenten van bronzen fibulae Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van Andenne aardewerk - 31 fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen : - 9 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - 29 fragmenten van Paffrath aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 8 fragmenten van steengoed

2378625100

2457819100

2378625100

100 meter ten oosten van het plangebied Locatie 11: Parkeerplaats Thv Kommerstraat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145213/424819 130 meter ten noorden van het plangebied Bolwerk De Kat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145112/424959

170 meter ten oosten van het plangebied Locatie 12: Parkeerplaats Thv Karstraat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145270/424868

aangetroffen tijdens begeleiding Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van een constructie aangetroffen tijdens begeleiding Nieuwe tijd : - 4 fragmenten van put, - muurrestanten - 2 fragmenten van keramische kleipijpen - keramische afval - fragment van een tegel aangetroffen tijdens begeleiding Late-Middeleeuwen : - 2 waterputten Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - kuil, afvalkuil Late-Middeleeuwen : - 2 kuilen, - ophogingen Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - ophoging

2378625100

2378625100

2378625100

2378625100

2378625100

Rapport 13709.002 versie 1

180 meter ten zuidoosten van het plangebied Locatie 7A (West): Molenwal te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145269/425056 250 meter ten noordoosten van het plangebied Locatie 16: Karstraat thv nr 41 te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145275/424785 220 meter ten oosten van het plangebied Locatie 15b: Kloosterstraat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145328/424797 220 meter ten noordoosten van het plangebied Locatie 15a: Kloosterstraat hoek regulierstraat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145323/424838 150 meter ten noordoosten van het plangebied Locatie 9: Gamerschestraat thv nr 49 te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145214/424923

aangetroffen tijdens begeleiding RECENT : - ophoging aangetroffen tijdens begeleiding Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd - afvalkuil met baksteenpuin aangetroffen tijdens begeleiding Nieuwe tijd : - 2 fragmenten van glazen fles - 15 fragmenten vaatwerk aangetroffen tijdens begeleiding Late-Middeleeuwen – Nieuwe tijd - ophogingslaag aangetroffen tijdens begeleiding Late-Middeleeuwen : - 8 fragmenten gedraaid aardewerk aangetroffen tijdens begeleiding

2378625100

240 meter ten noordoosten van het plangebied Locatie 8: Gamerschestraat te Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Coördinaat: 145285/424975

Late-Middeleeuwen : - 15 fragmenten van aardewerken kan - 1 metaalslak aangetroffen tijdens begeleiding

Rapport 13709.002 versie 1

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons

Rapport 13709.002 versie 1

worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het LaatNeolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst.

Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields'). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11671196/1