Bijlage 1b. Zaltbommel, Steenweg 1 Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1 voorontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij de toelichting
Zaltbommel, Steenweg 1 voorontwerp
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
7
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
33
Bijlage 3
Selectiebelsuit archeologie
97
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
103
Bijlage 5
Bodemonderzoek
161
Bijlage 6
Quickscan Wet natuurbescherming
187
Bijlage 7
Onderzoek stikstofdepositie
225
Bijlage 8
Watertoets
251
3
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
4
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Bijlagen bij de toelichting
5
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
6
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
7
Gezondheidscentrum Zaltbommel Landschappelijke inpassing gezondheidscentrum in vestingwerken Zaltbommel
CO LO F O N Opgesteld door Jan Van Minnebruggen Hans Ringoot In samenwerking met De Twee Snoeken Datum 17.04.2020 Projectnummer BS20-013
Gezondheidscentrum Zaltbommel Landschappelijke inpassing gezondheidscentrum in vestingwerken Zaltbommel
4 - BoschSlabbers
I N H O U D S O P G AV E
1.Inleiding ................................................................ 7 1.1
Beknopte historie van de plek ..................... 7
1.2
Locatie van de plek ..................................... 7
1.3
Onderliggende visies................................... 9
2. Landschappelijke inpassing nieuwbouw gezondheidscentrum Zaltbommel....... 11 2.1
Verdiept bouwvolume ................................. 11
2.2
Denkrichting 1 ............................................ 13
2.3 Denkrichting 2 ........................................... 17 2.4
Terreininrichting gezondheidscentrum........ 21
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 5
R E CO N S T R U C T I E K A A R T E N O M G E V I N G G E ZO N D H E I D S C E N T R U M Z A LT B O M M E L 1350
6 - BoschSlabbers
1570
1650
1830
1848
1900
1950
heden
Inleiding
B E K N O P T E H I S TO R I E VA N D E P L E K • Uit de reeks reconstructiekaarten op de linkerpagina, kaarbeelden uit ‘visie van Waal tot Waal’ (BoschSlabbers, 2014), is te zien dat de locatie van het gezondheidscentrum van 1350 tot ca. 1830 onderdeel was van het grachtenstelsel van de vesting Zaltbommel. • Van 1834 tot 1847 zijn de vestingwerken omgevormd van militaire verdedigingswerken naar een wandelpark in de Engelse landschapsstijl, naar plannen van stadsarchitect F.W. de Virieu (1789-1876), zie ook de tekening op pagina 8. Het Beerebolwerk was met de aanplant in 1847 het laatste bolwerk van de vestingwerken dat werd omgevormd tot landschapspark. • Omstreeks deze periode 1830-1850 is een deel van de buitengracht bij de Gamersche poort gedempt en is hier bebouwing buiten de stadspoort gekomen. In het gebouw was de Hoogere Burgerschool en later de Rijks HBS gevestigd. • De oorspronkelijke bebouwing is in de jaren ‘30?? van de vorige eeuw gesloopt en vervangen door nieuwe bebouwing. Deze bebouwing wordt onderdeel van het nieuwe gezondheidscentrum. In dit stuk wordt naar deze bebouwing verwezen als de oudbouw.
LO CAT I E VA N D E P L E K • Het geplande gezondheidscentrum komt te liggen aan de rand van een Rijksmonument, de stadswallen van Zaltbommel. • De geplande nieuwbouw komt te liggen in de voormalige buitengracht van de vestingwerken. Dit is in het huidige reliëf nog zichtbaar. • Het gezondheidscentrum komt te liggen aan de belangrijkste entree tot de historische binnenstad • De oudbouw fungeert samen met het gebouw van la Provence en Schoenmakerij De Gamerschepoort als gebouwen ensemble dat de huidige poort tot de binnenstad vormt. • De projectlocatie maakt onderdeel uit van de westelijke entree tot het wallenpark van Zaltbommel. • De plek maakt onderdeel uit van de parkbeleving van het wallenpark, een park in de landschapsstijl naar ontwerp van stadsarchitect F.W. de Virieu
Zicht op de Rijks HBS ca. 1929. Aan de overzijde van de Steenweg was toen nog water, onderdeel van de haven. Hierdoor was de connectie tussen de vestingwerken aan beide zijden van de straat beter beleefbaar. Nu is hier een parkeerterrein gelegen.
Gezien de locatie en de historie van de plek dienen ingrepen weloverwogen en zorgvuldig te gebeuren. Aanpassingen die hier plaats vinden mogen geen afbreuk doen aan deze unieke plek maar moeten juist van meerwaarde zijn.
Beeld Gebouw Raad van Arbeid, tevens de huidige bebouwing Een voornaam pand aan de Steenweg echter minder statig als de voormalige bebouwing van de HBS
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 7
B E E R E B O LW E R K D O O R F.W. D E V I R I E U Het ontwerp van het Beerebolwerk door F.W. De Virieu werd gekenmerkt door een veelheid aan paden, met name in het midden van het bolwerk liggen de paden erg dicht bij elkaar. Massa en ruimte van beplantingen zijn op deze kaarten niet zichtbaar. Opvallend op deze kaart is de harde rechte lijn tussen de nieuwe bebouwing van de Hoogere Burgerschool aan de Steenweg en het restant van de buitengracht. Tekening bolwerken na realisatie plannen De Virieu
8 - BoschSlabbers
P
P
KA A R T U I T S N E D E V I S I E VA N WA A L TOT WA A L , 2014
K A A R T U I T S N E D E R E S TAU R AT I E P L A N B O LW E R K E N Z B, 2015
U I T W E R K I N G R E S TAU R AT I E P L A N , VO O R K E U R S M O D E L , 2 01 9
P P
In de Visie van Waal tot Waal uit 2014 en het restauratieplan voor de bolwerken van Zaltbommel uit 2015 wordt aangegeven dat het wenselijk is om de relatie tussen de vestingwerken ten noorden en ten zuiden van de Steenweg/Gamerschestraat te versterken. Door het brede profiel van de Steenweg, de parkeerplaats in de haven en het beperkte wateroppervlak van het restant van de buitengracht, in de volksmond ‘Opa’s Gatje’, wordt de continuïteit van de vestingwerken hier niet ervaren. In de visie van Waal tot Waal en het restauratieplan wordt voorgesteld deze verbinding te versterken door het wateroppervlak in de buitengracht waar mogelijk te optimaliseren. Deze kansen zijn met name gelegen bij het restant van de buitengracht net ten zuid-westen van de projectlocatie.
P
Bij de uitwerking van het restauratieplan voor de bolwerken van Zaltbommel is ervoor gekozen om in afwijking tot de andere bolwerken het Beerebolwerk een extravert karakter te geven. Waar de andere bolwerken gekenmerkt worden door een zeer gesloten karakter, waarbij de wereld op de bolwerken vanuit de stad niet zichtbaar is, zal dit bolwerk zich juist openen naar zijn omgeving en de bezoeker verwelkomen op het bolwerk. Om dit te bereiken worden er aan de verschillende zijden van het bolwerk ruime openingen in het groen gemaakt. Eén van die nieuwe openingen is gericht op de weide die hoort bij de tuin van de voormalige HBS. Een fraaie grazige weide die door zijn glooiende reliëf een bijzonder karakter heeft.
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 9
‘Opa’s Gatje’
verdiepte nieuwbouw
A
Steenweg
A’
Oudbouw
verdiepte nieuwbouw
B Verdiepte nieuwbouw achter de bestaande oudbouw. Vanaf het overgrote deel van de omliggende wandelpaden kijk je over de verdiepte nieuwbouw heen. Bovenkant dak nieuwbouw is niet hoger dan 8,40 +NAP. De nieuwbouw krijgt een fraai dak om naar te kijken. 10 - BoschSlabbers
wandelpad Beerebolwerk
wandelpad Beerebolwerk
B’
Landschappelijke inpassing nieuwbouw gezondheidscentrum Zaltbommel 7,55
8,24 B
7,64 8,75 vp 7,60 A’
V E R D I E P T B O U W VO L U M E 8,05
8,26
7,46
3,05 A
6,99
B’
De nieuwbouw van het gezondheidscentrum wordt achter de oudbouw gesitueerd. Door de nieuwbouw verdiept in het landschap te plaatsen is deze niet dominant in de omgeving, maar wordt het bouwvolume onderdeel van het landschap. Een eigentijds accent in de vestingwerken van Zaltbommel. Om het volume niet dominant te laten zijn in de ruimte zijn is als uitgangspunt genomen dat de nieuwbouw het zicht van de bezoeker van de bolwerken niet belemmerd. Vanaf het overgrote deel van de omliggende wandelpaden op de vestingwerken kan over het bouwvolume van de nieuwbouw heen gekeken worden, zie ook de oranje paden op het kaartbeeld rechts. De hoogte van de wandelpaden rond het projectgebied verloopt van ca. 7,60 +NAP naar 6,00 +NAP, gemiddeld komt dit op 6,80 +NAP. Uitgaande van een gemiddelde ooghoogte van 1,60m boven maaiveld, komt de bovenkant van het dak niet hoger dan 8.40 +NAP. Omdat er vanaf de omliggende paden zicht over en op het dak van de nieuwbouw is moet het dak ook een waardevol onderdeel van het landschap worden. Het dak mag geen afbreuk doen aan de belevingswaarde van het gebied. Concreet betekent dit geen technische installaties op het dak en een fraai dak om naar te kijken, bijvoorbeeld een grasdak of waterdak.
5,98
5,73
Vanaf het overgrote deel van de omliggende wandelpaden kijk je over de verdiepte nieuwbouw heen. Wandelpaden boven 6,80 NAP zijn oranje weergegeven. Gezondheidscentrum Zaltbommel - 11
A
A’
B Aan de kant van de oudbouw loopt het grazige weidelandschap naadloos over op het dak van de nieuwbouw, aan de lage zijde, de kant van het bolwerk is de nieuwbouw zichtbaar als glazen strip. Met deze ingreep wordt het reliëf in de weide geaccentueerd.
B’
12 - BoschSlabbers
B
DENKRICHTING 1: NIEUWBOUW ALS O N D E R D E E L VA N G R A Z I G E W E I D E
A’
Zoals beschreven bij de uitwerking van het restauratieplan voor het Beerebolwerk worden er vanaf het bolwerk openingen naar de omgeving gemaakt. Zo ontstaat er een zichtrelatie tussen de stad en het bolwerk. Eén van die openingen richt zich op de grazige weide waarin de nieuwbouw is gepland. Dit zicht is hier gecreëerd omdat de fraaie glooiende weide een toegevoegde waarde voor het gebied is die zeker gezien mag worden. Door het nieuwe bouwvolume op te nemen in dit grazige weidelandschap, blijft dit aangename beeld van extensief grasland gewaarborgd, waarbij het fraaie reliëf middels contrasten juist wordt geaccentueerd.
A
B’
Uitgangspunten bij nieuwbouw als onderdeel van de grazige weide. • Het grasland loopt naadloos door op het dak van de nieuwbouw, aan de zijde van de oudbouw is geen zichtbare overgang tussen weide en gebouw • Geen ‘standaard’ groendak, maar identieke grazige vegetatie als in de rest van de weide. • Aan de lage zijde van het weiland wordt het bouwvolume zichtbaar als glazen strip. • Door de onzichtbare overgang aan de hoge zijde en de strakke glazen strip aan de lage zijde wordt het fraaie reliëf in dit gebied geaccentueerd.
De verdiepte nieuwbouw toont zich enkel aan de zijkanten en aan de zijde van het bolwerk. Aan de kant van de oudbouw loopt het grazige weidelandschap naadloos over op het dak van de nieuwbouw. Gezondheidscentrum Zaltbommel - 13
POSITIONERING VERDIEPTE NIEUWBOUW
Verdiepte nieuwbouw centraal achter oudbouw. • Door de nieuwbouw centraal achter de oudbouw te plaatsen wordt recht gedaan aan de symmetrische opzet van de oudbouw. • De centrale positionering geeft een rustige compositie van gebouwde volumes
14 - BoschSlabbers
Verdiepte nieuwbouw uitlijnen met westelijke aanbouw oudbouw. • Door de nieuwbouw uit de as de westelijke richting op te schuiven ontstaat een meer dynamische compositie van gebouwen. • Door de verschuiving komt de nieuwbouw losser van de padenstructuur op het bolwerk te liggen en ontstaat er meer ruimte tussen gebouw en passant. Hierdoor is de privacy in het gebouw wat beter gewaarborgd en is de bebouwing minder nadrukkelijk aanwezig op het bolwerk. • Door de verschuiving wordt het zicht op de nieuwbouw vanaf de Steenweg wel groter.
R E F E R E N T I E B E E L D E N V E R D I E P T E N I E U W B O U W M E T G R AS DA K
Aan de zijde van het bolwerk is de nieuwbouw als glazen strip zichtbaar. Madrid, Selgacano
Landschap en grasdak gaan naadloos in elkaar over, nieuwbouw toont zich als glazen plint
Landschap en grasdak gaan naadloos in elkaar over,
Bastionder ‘s-Hertogenbosch, Van Roosmalen Van Gessel architecten
Biesbosch museum, Studio Marco Vermeulen
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 15
A A’ Aan de kant van de entree van de bolwerken loopt het waterdak met een waterval over in een waterplein, een grondkerende muur achter het waterplein kan ruimte bieden aan een eventuele kunstuiting. Een dergelijke inrichting kan extra beleving en waarde toevoegen aan de entree van de bolwerken. Aan de zijde van de buitengracht (Opa’s Gatje) wordt het maaiveld verder verlaagd om optimaal zicht tussen gebouw en gracht te realiseren.
B De nieuwbouw is aan de zijde van de oudbouw net getild tov het aanliggende maaiveld, hier ontstaat een lange zitbank aan het water. Aan kant van het bolwerk is het gebouw zichtbaar als glazen strip.
16 - BoschSlabbers
B’
DENKRICHTING 2: NIEUWBOUW ALS V E R W I J Z I N G N A A R D E B U I T E N G R AC H T
A’
A
B’
Uitgangspunten bij nieuwbouw als onderdeel van de buitengracht. • Een gestileerd waterdak vormt een eigentijdse verwijzing naar buitengracht. • Het waterdak is een eigentijdse toets op de bolwerken, een verwijzing naar het verleden van de plek op bouwkundige wijze, dit mag gezien worden. Door het bouwvolume alzijdig te tonen wordt het een speciaal object in het landschap. Aan de zijde van de oudbouw toont het object als een lange bank, aan de lage zijde van het bolwerk als glazen gevel. • Het waterdak is een verrijking voor de entree van de bolwerken. Door bij de entree het water van het dak te laten stromen en op te vangen in een lager gelegen waterplein ontstaat er een aantrekkelijk waterspel bij de directe entree van het Beerebolwerk. Zo brengt de nieuwbouw extra beleving bij de entree van de bolwerken.
B
In de visie van Waal tot Waal en het Restauratieplan van de bolwerken wordt aangegeven dat het wenselijk is om de continuïteit van de bolwerken te versterken tussen het deel ten noorden en zuiden van de Steenweg. Ter plaatse van de projectlocatie wordt dit gedaan door waar mogelijk het water van de buitengracht te optimaliseren. Deze denkrichting zou ook aangewend kunnen worden bij de inpassing van de nieuwbouw. Zoals te zien is op de reconstructiekaarten van dit deel van de vestingwerken is de nieuwbouw gelegen in wat ooit de buitengracht was. De verzonken nieuwbouw zou met een dak van water een gestileerde verwijzing zijn naar het water van de buitengracht die hier ooit heeft gelegen.
De verdiepte nieuwbouw met waterdak en waterplein. Aan de zijde van de oudbouw is het gebouw net getild t.o.v. het aanliggende maaiveld, hier ontstaat een lange zitbank aan het water. Aan kant van Opa’s Gatje en het bolwerk is het gebouw zichtbaar als glazen strip. De waterval en waterplein geven een extra beleving aan de entree van de vestingwerken van Zaltbommel. Gezondheidscentrum Zaltbommel - 17
POSITIONERING VERDIEPTE NIEUWBOUW
Verdiepte nieuwbouw centraal achter oudbouw. • Door de nieuwbouw centraal achter de oudbouw te plaatsen wordt recht gedaan aan de symmetrische opzet van de oudbouw. • De centrale positionering geeft een rustige compositie van gebouwde volumes
18 - BoschSlabbers
Verdiepte nieuwbouw uitlijnen met westelijke aanbouw oudbouw. • Door de nieuwbouw uit de as te schuiven ontstaat een meer dynamische compositie van gebouwen. • Door de verschuiving komt de nieuwbouw losser van de padenstructuur op het bolwerk te liggen en ontstaat er meer ruimte tussen gebouw en passant. Hierdoor is de privacy in het gebouw wat beter gewaarborgd en is de bebouwing minder nadrukkelijk aanwezig op het bolwerk. • Met de verschuiving komt de nieuwbouw dichter bij het restant van de buitengracht te liggen en wordt de relatie tussen de gracht en het waterdak sterker • Door de verschuiving wordt het zicht op de nieuwbouw vanaf de Steenweg groter.
Verdiepte nieuwbouw uitlijnen met oostelijke aanbouw oudbouw. • Door de nieuwbouw uit de as te schuiven ontstaat een meer dynamische compositie van gebouwen. • Door de verschuiving wordt de nieuwbouw nog sterker onderdeel van de entree van de vestingwerken. Hierdoor kan de nieuwbouw van grote toegevoegde waarde zijn voor de bolwerken. Door met de nieuwbouw extra beleving aan de vestingwerken toe te voegen zoals in ons voorstel met een waterval en waterplein met eventueel enige kunstuiting is de verdiepte nieuwbouw een verrijking voor de bolwerken. • Door de verschuiving wordt het zicht op de nieuwbouw vanaf de Steenweg geminimaliseerd. • Bij deze positionering verdient de privacy in het gebouw extra de aandacht
R E F E R E N T I E B E E L D E N V E R D I E P T E N I E U W B O U W M E T WAT E R DA K
Watervloer en glazen plint. Duits paviljoen, Barcelona, Mies vd Rohe
Walterboscomplex Apeldoorn, het waterdak op de laagbouw van het hoofdkantoor van de belastingdienst is onderdeel van de klimaathuishouding en vormt daarnaast visueel een fraaie spiegelvijver. Neutelings Riedijk Architecten
Kunst op een watervloer met dichte muur. Duits paviljoen, Barcelona, Mies vd Rohe
Het waterdak in combinatie met de waterval en de lager gelegen watervloer kunnen beleving aan de entree van de bolwerken toevoegen. De kerende muur achter de watervloer kan ruimte bieden aan een passende kunstuiting bij de entree van de het wallenpark.
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 19
De brede haag op de erfgrens vormt een goede inpassing van de
Om eenheid in het entreegebied van de bolwerken te krijgen en te be-
toekomstige parkeerfunctie, waar mogelijk en wenselijk zal de haag
houden wordt het terrein rond de oudbouw verhard met halfverharding
breder kunnen worden.
gelijk aan de verharding op de bolwerken.
Zicht vanaf het lager gelegen pad, de grazige weide wordt leeggemaakt, opgaande beplanting en opstallen worden verwijderd, zo wordt het reliëf van de weide optimaal beleefbaar
Restant van de buitengracht, Opa’s Gatje, wordt in de restauratieplannen aangewezen als mogelijke plek om het water van de buitengracht te optimali-
Zicht vanaf het hoog gelegen pad levert een compleet afwijkend perspectief op, vanaf dit punt is het
seren. Een eerste stap om het water en reliëf beter beleefbaar te maken is het verwijderen van het groenopschot in deze ruimte.
essentieel dat het dak van de nieuwbouw zorgvuldig wordt ingericht.
20 - BoschSlabbers
I I I
TERREININRICHTING ROND HET G E ZO N D H E I D S C E N T R U M Het terrein rond de oudbouw zal op het maaiveld voor een groot deel in functie staan van parkeren en manoeuvreren. Om dit op gepaste wijze op deze bijzondere locatie in te passen wordt de brede bestaande haag, die nu op de erfgrens aanwezig is, waar mogelijk nog breder gemaakt. Bestaande bomen worden allemaal behouden om een zo groen mogelijke inpassing te handhaven. Het terrein rond de oudbouw wordt verhard met een halfverharding gelijkwaardig aan de halfverharding op de bolwerken zodat er eenheid in het entreegebied van de bolwerken ontstaat. Het overige terrein achter de oudbouw wordt ingericht als grazige weide. Alle opstallen, hagen en overige beplanting worden hier verwijderd. Het fraaie reliëf van dit deel van de vestingwerken wordt zo optimaal beleefbaar.
p
p
p
Op het terrein van het gezondheidscentrum dient ruimte te zijn voor 3 minder valide parkeerplaatsen en 3 gewone parkeerplaatsen voor de appartementen. In de hiernaast getoonde afbeelding zijn er aan de oostkant van de oudbouw achter de brede haag 3 minder valide parkeerplaatsen en 1 standaard parkeerplaats ingetekend. Ten westen van de oudbouw zijn tussen het gebouw en de bestaande esdoorn zijn de resterende twee parkeerplaatsen voor de appartementen ingetekend.
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 21
© Dit werk is auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Bosch Slabbers Tuin- en Landschapsarchitecten B.V. (hierna: “Bosch Slabbers”). Bosch Slabbers heeft bij haar werkzaamheden de zorgvuldigheid in acht genomen die van haar kan worden verwacht. Aan de getoonde informatie in deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Op onze werkzaamheden zijn de voorwaarden van toepassing zoals vastgelegd in De Nieuwe Regeling 2005 (DNR 2005). Bosch Slabbers heeft met zorgvuldigheid de beelden in deze publicatie geselecteerd. Het kan voorkomen dat niet alle rechthebbenden van de gebruikte beelden zijn achterhaald. Belanghebbenden worden verzocht contact op te nemen met Bosch Slabbers.
boschslabbers.nl
22 - BoschSlabbers
Gezondheidscentrum Zaltbommel - 23
Den Haag 1e Sweelinckstraat 30 2517 GD Den Haag T 070 3554407 F 070 3061618 den-haag@bosch-slabbers.nl
Middelburg Oude Vlissingseweg 1 4336 AA Middelburg Postbus 147 4330 AC Middelburg T 0118 592288 F 0118 591233 zeeland@bosch-slabbers.nl
Maarn Landgoed Plattenberg – Het Koetshuis Amersfoortseweg 38 3951 LC Maarn T 0118 592288
boschslabbers.nl
bestemmingsplan Zaltbommel, Steenweg 1
Bijlage 2 Archeologisch onderzoek
33
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND EN KARTEREND BOORONDERZOEK STEENWEG 1 TE ZALTBOMMEL
archeologisch bureauonderzoek en verkennend en karterend booronderzoek Steenweg 1 te Zaltbommel Opdrachtgever
De Twee Snoeken Postbus 659 5201 AR 's-Hertogenbosch
Rapportnummer
13709.002
Versienummer1
1
Datum
5 november 2020
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 - 5001600 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
De heer drs. J. Holl
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Zwolle Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
13709.002
Toponiem
Steenweg 1
Opdrachtgever
De Twee Snoeken
Gemeente
Zaltbommel
Plaats
Zaltbommel
Provincie
Gelderland
Kadastrale gegevens
Gemeente Zaltbommel, sectie A, nummer 2893
Omvang plangebied
circa 500 m2
Kaartblad
45 A (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 145.100/Y: 428.815
Bevoegde overheid
Gemeente Zaltbommel Postbus 10002 5300 DA Zaltbommel
T. 0418-681681 E. info@zaltbommel.nl
Deskundige namens de bevoegde overheid
Omgevingsdienst Rivierenland Burg. Van Lidth de Jeudelaan 3 4001 VK Tiel
drs. H.J. van Oort T: 0344-579314 E: H.vanOort@ODRivierenland.nl
ARCHIS3
4911576100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Archeoregio NOaA
Utrechts-Gelders rivierengebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Zwolle/ Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland
Uitvoerder
Econsultancy, De heer drs. J. Holl
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van De Twee Snoeken een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Steenweg 1 te Zaltbommel in de gemeente Zaltbommel. De initiatiefnemer heeft het plan een zorgcentrum te bouwen. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Het inventariserend veldonderzoek, (IVO-overig, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen en het plangebied systematisch te onderzoeken op het voorkomen van archeologische indicatoren. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Het plangebied heeft gedurende het Holoceen lange tijd in een drassig veengebied gelegen, dat weinig geschikt was voor bewoning. Mogelijk is in het Paleo- of Mesolithicum enige tijd bewoning mogelijk geweest. De kans is echter zeer groot dat resten uit deze perioden reeds zijn verdwenen als gevolg van latere erosie. Vanaf circa 1.000 v. Chr. tot circa 90 n. Chr. liep de Gameren stroomgordel door het plangebied. Hierna, vanaf 450 n. Chr. liep de Waal door het plangebied. Gezien de ligging in de actieve stroomgordel zullen ook in deze periode weinig goede bewoningsomstandigheden geheerst hebben.
Na de bedijking van de Waal in de Late-Middeleeuwen werd het plangebied geschikt voor bewoning. Vermoedelijk reeds vanaf de Late-Middeleeuwen lag het plangebied binnen de stadsgracht van Zaltbommel. Ook na de vernieuwing van de vestingwerken aan het eind van de 16e eeuw bleef het plangebied onderdeel van de stadsgracht. Uit deze perioden worden dus vooral grachtvullingen verwacht, met archeologisch materiaal dat gedumpt is in de gracht. Ook kan munitie voorkomen, bijvoorbeeld uit de Tachtigjarige Oorlog. Gezien de ligging nabij het talud richting de stadswal kunnen ook aardkundige werken verwacht worden (ophogingspakketten). Vanaf 1847 was de gracht gedempt en werd een gebouw gerealiseerd, de Hoogere Burgerschool. Dit gebouw is in 1939 vervangen voor de huidige bebouwing maar in het uiterste noorden van het plangebied kunnen mogelijk nog resten van oude funderingen voorkomen. Deze worden verwacht vanaf het maaiveld. Eventuele organische resten in de grachtvulling zullen relatief goed geconserveerd zijn gezien de ligging onder het grondwater. Ook overige vondsten zullen waarschijnlijk goed geconserveerd zijn. Resultaten inventariserend veldonderzoek Tijdens het booronderzoek is de oude gracht alleen in de meest zuidelijke boringen 4 en 5 aangetroffen, in de vorm van een pakket ongerijpte klei met plantenresten en grove zandlagen.
Binnen de grove zandlagen zijn plaatselijk baksteenspikkels waargenomen. Dit betreft een kleipakket dat in de stadsgracht bezonken is. De top van dit kleipakket bevindt zich op 240 à 330 cm -mv (3,3 à 3,9 m NAP). Hierboven is een dik pakket dempingsmateriaal aangetroffen dat op basis van het bureauonderzoek halverwege de 19e eeuw is opgebracht. Deze datering wordt bevestigd door de archeologische indicatoren die binnen dit pakket zijn aangetroffen, namelijk veel baksteenfragmenten en een aardewerkfragment, allen te dateren in de 19e eeuw. In het midden van het plangebied (boring 3) is alleen een pakket dempingsmateriaal aangetroffen, dat doorloopt tot minstens 480 cm -mv (2,1 m NAP).
Rapport 13709.002 versie 1
In de twee noordelijke boringen (1 en 2) is een pakket ophoogzand aangetroffen. Eén van deze boring is gestuit op een harde laag. Vermoedelijk betreft dit de locatie waar het 19 e-eeuwse schoolgebouw gestaan heeft. Het zandpakket zal na de sloop van dit gebouw zijn opgebracht. Mogelijk is in één boring gestuit op een oude fundering van dit gebouw, maar dit valt niet met zekerheid te zeggen. Op basis van het booronderzoek bevinden zich binnen het plangebied resten van de stadsgracht van Zaltbommel. Het zuiden van het plangebied lag vermoedelijk nabij de oever van de gracht en hier bevinden de restanten hiervan zich op 3,3 à 3,9 m NAP. Dit is vooral te zien op de kaart van 1560 (voor de vernieuwing van de vestingwerken), waar boring 4 bij de buitenste oever van de buitengracht ligt en boring 5 (evenals boring 1 en 2) bij de binnenste oever van de buitengracht. In het midden van het plangebied is tot 2,1 m NAP alleen 19e-eeuws dempingsmateriaal aangetroffen. Indien hier nog een restant van een gracht aanwezig is, zal deze dieper dan 2,1 m NAP liggen. Mogelijk kunnen ter plaatse van boring 1 en 2 eveneens resten van de gracht vanaf 3,9 m NAP verwacht worden. Op basis van het booronderzoek kunnen binnen het plangebied nog archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd verwacht worden.
In het noorden van het plangebied kunnen funderingsresten van het 19e-eeuwse schoolgebouw voorkomen. Boring 2 is op 1,5 m -mv gestuit op wat mogelijk funderingsresten zijn, maar dergelijke resten kunnen ook ondieper voorkomen. Voor deze zone wordt daarom geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te voeren bij bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv (huidige bouwvoor). In het overige deel van het plangebied worden resten van de oude stadsgracht verwacht op een diepte vanaf 3,9 m NAP. Geadviseerd om een bufferzone te hanteren van 30 cm boven de gracht, waardoor archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd wordt bij bodemingrepen dieper dan 4,2 m NAP. Geadviseerd wordt om dit vervolgonderzoek uit te voeren middels een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Zaltbommel). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.
Mochten tijdens de graafwerkzaamheden binnen de vrijgegeven bodemlagen toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2).
2 Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.
Rapport 13709.002 versie 1
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
3
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 17 3.1 3.2 3.3
4
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 7 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 8 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 13 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 14
Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 17 Methoden ........................................................................................................................ 17 Resultaten ....................................................................................................................... 17
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 20
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 21 BRONNEN .......................................................................................................................................... 23
Rapport 13709.002 versie 1
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Overzicht aangetroffen archeologische indicatoren
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland Figuur 2. Detailkaart van het plangebied Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Zandbanenkaart Figuur 8. Situering van het plangebied binnen de stroomgordelkaart Figuur 9. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Figuur 10. Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Figuur 11. Boorpuntenkaart Figuur 12. Diepte restant gracht, geprojecteerd op de ligging van de beide fasen van de stadsgracht.
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen
Rapport 13709.002 versie 1
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van De Twee Snoeken een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Steenweg 1 te Zaltbommel in de gemeente Zaltbommel (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het plan een zorgcentrum te bouwen. Bij de aanvraag van de hiervoor benodigde omgevingsvergunning is gebleken dat voor een plangebied een archeologische onderzoeksplicht geldt. Deze onderzoeksplicht vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 0). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 0). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in oktober 2020 door drs. J. Holl (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA Archeoloog).
2
BUREAUONDERZOEK
2.1
Doelstelling en onderzoeksvragen
Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. De volgende onderzoeksvragen zullen tijdens het bureauonderzoek worden beantwoord: •
• •
•
•
•
Wat is de ontstaansgeschiedenis, genese en diepteligging van de bodem en individuele bodemlagen? In hoeverre kan er sprake zijn van erosie of juist afdekking door sedimentatie binnen het plangebied? Welke (sub)recente (door de mens veroorzaakte) verstoringen hebben de bodem en tot welke diepte verstoord? Wat is de bewoningsgeschiedenis van het plangebied en omgeving? Welke neerslag heeft dit in de bodem gehad? Is er mogelijk sprake van spoor- en vondstniveaus, ophogings- of leeflagen? Wat is de stratigrafie en diepteligging in of op de bodem? Indien sprake is van een (potentieel) bouwhistorisch component: welke ondergrondse bouwhistorische waarden kunnen aanwezig zijn en op welke wijze kunnen deze zich manifesteren (denk hierbij ook aan bijvoorbeeld na sloop achter gebleven uitbraaksleuven)? Op basis van bodem-, bewoningsgeschiedenis, stratigrafie en verstoringen: wat is per periode de verwachting met betrekking tot het aantreffen van archeologische resten? Worden deze resten door de ontwikkeling bedreigd? Indien een verkennende onderzoeksfase geadviseerd wordt: Welke doelstelling heeft een verkennend onderzoek en welke methode en strategie is geschikt om de doelstelling te verwezenlijken.
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 1 van 24
•
2.2
Welke onderzoeksmethoden zijn geschikt om eventuele te verwachten archeologische vindplaatsen en resten te inventariseren bij een karterende fase? Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06.3 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2.3
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Zaltbommel; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.
Afbakening en huidige situatie van het plangebied
Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het
3
SIKB.
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 2 van 24
huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom het plangebied.4 Het plangebied, circa 500 m2, ligt aan de Steenweg 1, ter plaatse van de voormalige buitengracht van de vestingwerken in het zuidwesten van Zaltbommel. Het betreft de tuin achter het monumentale pand op dit perceel. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als tuin (zie figuur 3). Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Binnenstad Zaltbommel, vastgesteld op 13 oktober 2016.
Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Volgens de bijbehorende planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. 5 De dubbelbestemming is afgeleid van de gemeentelijke archeologische beleidskaart. Volgens deze kaart (Figuur 4) ligt het plangebied binnen een historische kern.6 Huidig milieuonderzoek Gelijktijdig met het archeologisch bureauonderzoek is er voor het plangebied een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer: 13709.001). De resultaten van het milieuhygiënisch bodemonderzoek waren ten tijde van het uitvoeren van dit archeologisch bureauonderzoek nog niet bekend. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd.
4
Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied. 5 Portaal voor Ruimtelijke Plannen. 6 Goossens et al., 2011.
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 3 van 24
Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd.7 2.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is van plan een gezondheidscentrum te realiseren (zie bijlage 7). De nieuwbouw heeft een oppervlakte van circa 500 m 2 en zal deels ondergronds worden aangelegd, aansluitend op het huidige pand. Exacte plannen betreffende de diepte van de verstoring zijn niet bekend, maar verwacht wordt dat tot circa 1 à 2 m -mv gegraven zal worden. 2.5
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie8
Formatie van Echteld, rivierklei op rivierzand (Ec1)
Geomorfologie9
Stroomrug (3B44; zie figuur 5)
Zanddieptekaart10
Antropogeen verstoord, direct ten westen: rivierzand in uiterwaarden vanaf 1,0 – 2,0 m mv (zie figuur 7)
Stroomgordel11
Stroomgordel van Gameren (2950 – 1860 BP), oversneden door de stroomgordel van de Waal (1625 – 850 BP; zie figuur 8)
Bodemkunde12
Ongekarteerd (bebouwd)
Grondwatertrap
Ongekarteerd (bebouwd)
Landschappelijke ontwikkeling 13 Het plangebied bevindt zich binnen het rivierenlandschap. In het pleistoceen stroomden aan het eind van het Weichselien (laatste ijstijd, tot 11.600 jaar geleden) vlechtende rivieren die grof zand en grind brachten (Formatie van Kreftenheye). In het Bølling- en Allerød- interstadiaal (respectievelijk 13.000 tot 12.000 jaar geleden en 11.800 tot 11.000 jaar geleden) namen de vlechtende rivieren onder invloed van een tijdelijke opwarming van het klimaat een meanderende loop aan. Hierbij sneden ze zich in in de vlechtende rivierafzettingen, waarbij het Laagterras ontstond, dat alleen nog overstroomde bij hoge waterstanden. Het plangebied lag op dit Laagterras. Het Laagterras lag aan het eind van het 7
Bodemloket TNO, 2010. 9 Wageningen Environmental Research, 2017. 10 Cohen et al., 2009. 11 Cohen et al., 2012. 12 Publieke Dienstverlening Op de Kaart. 13 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2008 / Cohen et al., 2009 / Goosens et al., 2011 / Vos & De Vries, 2013. 8
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 4 van 24
Weichselien in het komgebied van het Kreftenheye-6 systeem. Tijdens overstromingen werd een stugge kleilaag gevormd, die gerekend wordt tot de Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Op basis van het geologische ondergrondmodel GeoTOP v1.4 ligt de Formatie van Kreftenheye thans dieper dan -5 m NAP (minstens 11 m -mv). Op basis van het ondergrondmodel is de Laag van Wijchen reeds geërodeerd door latere rivieractiviteit. Tijdens de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen vond er klimaatverbetering plaats, waarbij het landijs smolt en de waterspiegel steeg. Het vlechtende rivierpatroon werd getransformeerd naar een meanderend patroon met enkele hoofdgeulen die zich insneden in de riviervlakte, dit kwam door veranderingen in het afvoerregime. Bij zeer hoge rivierstanden kwamen rivieren buiten hun geulen en werd er een kleilaag op oudere grindige rivierafzettingen afgezet. Na continueel stijgen van de zeespiegel steeg de grondwaterstand ook en ontstond er ter hoogte van het plangebied een groot drassig veengebied (Formatie van Nieuwkoop). In het Midden-Mesolithicum veranderden de zich insnijdende meanderende rivieren in aggraderende rivieren. In de bedding van de rivieren werd grof materiaal, veelal zand en grind afgezet.
Bij overstroming werd er zand en klei uit de bedding vervoerd en op de oevers afgezet, hierdoor ontstonden er oeverwallen (zeer fijnzandig en zavelig materiaal). Verder van de rivier af kwam het overstromingswater tot stilstand en werd er komklei afgezet (Formatie van Echteld). Onder invloed van de hoge grondwaterspiegel ontstond er veen in de rivierkommen (Formatie van Nieuwkoop). Onder invloed van o.a. getijden op de rivierstand werden de oeverwallen regelmatig doorbroken, waardoor er crevassegeulen ontstonden. In en rondom de crevassegeulen vond sedimentatie plaats. Op basis van paleogeografische kaarten heeft het plangebied tot aan de activatie van de stroomgordel van Garmeren in een veengebied gelegen. Rond 1.000 v. Chr. raakte de stroomgordel van Gameren actief (figuur 8). Dit betreft een meandergordel met een gemiddelde breedte van 400 à 500 m. De stroomgordel raakte rond 90 n. Chr. buiten gebruik. De top van de beddingafzettingen varieert tussen 0,3 en 2,2 m NAP. Gezien de ligging van het plangebied relatief aan het begin van de stroomgordel, lag de top van het beddingzand ter hoogte van het plangebied vermoedelijk rond 2 m NAP. Vanaf circa 190 v. Chr. verlegde de Rijn zijn hoofdafvoer naar één hoofdafvoer, de Waal genoemd. In eerste instantie volgde de Waal een westelijke koers in de vorm van de Linge stroomgordel.
Vanaf de Laat-Romeinse tijd nam de afvoercapaciteit in korte tijd snel toe. Vanaf circa 425 n. Chr. liep de Waal door het plangebied. Hierdoor zullen de eerdere afzettingen van de Gameren stroomgordel geërodeerd zijn. In de loop van de Middeleeuwen en Nieuwe tijd nam de betekenis van de Waal nog verder toe. Rond de 12e eeuw ontstond bij Woudrichem een verbinding tussen de Maas en Waal. Als gevolg hiervan verslechterde de waterafvoer voor beide rivieren. Gedurende de Middeleeuwen vonden daarom diverse waterstaatkundige ingrepen plaats. Gedurende de 12e en 13e eeuw werden de grote rivieren systematisch bedijkt. Vanaf deze periode lag het plangebied binnendijks, waardoor geen sedimentatie meer plaatsvond. DINO14 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en
14
Dinoloket.
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 5 van 24
geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket is een boring circa 80 m ten zuidoosten van het plangebied geregistreerd. 15 Hierin bestaat de bodem tot 1,6 m -mv (3,4 m NAP) uit een antropogeen kleipakket. Hieronder bevindt zich zandige klei (Formatie van Echteld). Vermoedelijk betreffen dit oeverafzettingen van de Waal. Vanaf 3,4 m -mv (1,6 m NAP) is grof zand aanwezig (Formatie van Echteld), vermoedelijk beddingafzettingen van de Waal. Circa 300 m ten noordoosten van het plangebied is boring tot 33 m -mv geplaatst.16 Hierbij is tot 9 m mv (-2,5 m NAP) fijn en grof zand van de Formatie van Echteld aangetroffen, vermoedelijk bedding, en uiterwaardafzettingen van de Waal en Gameren stroomgordel. Hieronder bevindt zich een 8 m dik pakket leem met hieronder weer een 8 m dik pakket matig grof zand, beide pakketten worden gerekend tot de Formatie van Kreftenheye. Vanaf 25 m -mv (-18,5 m NAP) is grof zand van de Formatie van Sterksel, een rivierafzettingen uit vooral het Midden-Pleistoceen, aangetroffen. Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een stroomrug (zie figuur 5). Dit betreft de fossiele stroomgordel van de Waal.
Stroomruggen met kaartcode 3B44 hebben een hoogte van 0,5 tot 1,5 m en een helling van 0,25 tot 1,0°.17 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)18 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het maaiveld op een hoogte van 6,1 m NAP in het zuiden tot 8,2 m NAP in het noorden (zie figuur 6). Vanwege de ligging in de historische kern van Zaltbommel zijn de hierboven genoemde landschappelijke elementen niet meer te herkennen in het landschap direct rondom het plangebied. Wel is in het zuiden van het plangebied (en direct ten zuiden hiervan) een laagte te herkennen in het landschap. Dit betreft de vroegere loop van de stadsgracht van Zaltbommel. Bodemkunde en grondwatertrap19 Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Zaltbommel bevindt, is de bodemopbouw en grondwatertrap niet gekarteerd. Extrapolatie van bodemgegevens buiten het plangebied is niet mogelijk gezien het grote aantal verschillende eenheden die rondom het plangebied voorkomen. Bovendien zal de bodem binnen de historische kern antropogeen verstoord zijn, waardoor vermoedelijk geen bodemtype meer toegekend kan worden aan het plangebied. Boringen en/of sonderingen
15
DINO boornummer B45A2139.
16 DINO boornummer B39C0101. 17 Maas et al., 2017. 18
AHN.
19 Publieke Dienstverlening Op de Kaart.
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 6 van 24
In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. 2.6
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).20 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 9. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 250 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Gelderland 21 De Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Gelderland geeft inzicht in de archeologische, historisch-stedenbouwkundige en de historisch-geografische waarden van de regio. Volgens de CHW-kaart van de provincie Gelderland ligt het plangebied binnen de bebouwde kom. Het plangebied ligt geheel binnen een zone die gekarteerd is als ‘wetering’, in dit geval betreft dit de stadsgracht van Zaltbommel. Het plangebied bevindt zich binnen het beschermde stadsgezicht van Zaltbommel.
Bovendien is het plangebied gelegen binnen de archeologische parel A-9 / Kennisvenster 9. Dit is de regio rondom Zaltbommel in de Romeinse tijd. Binnen dit venster zijn enkele onderzoeken uitgevoerd, vooral geconcentreerd op nederzettings- en grafveldonderzoek, waarbij naast een gering aantal huisplattegronden vooral relatief veel graven gevonden zijn. Over het landschap is genoeg informatie beschikbaar. Het enige was ontbreekt is kennis over de inrichting van het cultuurlandschap in de vorm van verkavelingen. De kennis over begravingen is bovenmaats, hoewel over specifieke informatie aangaande bevolkingssamenstelling, sekseverhoudingen en het aantal begraven personen meer gedetailleerd onderzoek wenselijk is. Ook over de lay-out van nederzettingen, de randzones van nederzettingen of individuele huisplaatsen is nog te weinig bekend. Informatie ontbreekt over religie, sociaal (en politieke) structuur, speciale activiteiten en de lokale/regionale infrastructuur. Ook de overgangsperiodes van de IJzertijd naar de Romeinse tijd of de laat-Romeinse tijd naar de VroegeMiddeleeuwen, zijn nog niet genoeg onderzocht.22 AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied23 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.
De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. 20
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
21 Provincie Gelderland; Cultuurhistorie / Provincie Gelderland; Historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie. 22 Bruning, 2012. 23
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 7 van 24
Het plangebied bevindt zich binnen een AMK-terrein van archeologische waarde (zie bijlage 2 en figuur 9). Dit betreft de historische binnenstad van Zaltbommel, waarbinnen archeologische waarden aanwezig zijn uit de periode Vroege-Middeleeuwen – Nieuwe tijd.24 In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 25 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om een bureauonderzoek, twee booronderzoeken (verkennend en karterend), een proefsleuvenonderzoek en drie archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden (zie bijlage 3 en figuur 9). Circa 20 m ten oosten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de voormalige stadsgracht. Hierbij is de vastgesteld dat de grachtvulling doorloopt tot 0,9 m NAP, of 3 à 4 m mv.
Ook is een gat gegraven ter plaatse van de stadswal, waarbij is vastgesteld dat de stadsgracht van voor de 14e eeuw breder was en dat hierna de stadswal op de voormalige gracht is aangebracht.26 In de omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische begeleidingen uitgevoerd, waarbij overwegend ophogingslagen, muur- en funderingsresten en aardewerkfragmenten zijn aangetroffen, daterend uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd.27 Ook zijn resten van de middeleeuwse stadsmuur aangetroffen tijdens een proefsleuvenonderzoek.28 Deze onderzoeken worden nader beschreven in bijlage 3. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied29 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 11 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 9). Dit betreffen vondsten die gedaan zijn tijdens diverse archeologische begeleidingen. Deels zijn deze hierboven reeds genoemd. In aanvulling hierop is 80 m ten zuiden van het plangebied een begeleiding uitgevoerd ter plaatse van het bolwerk De Beer. Hierbij zijn greppels, beer- of afvalkuilen en paalgaten aangetroffen, evenals aardewerkfragmenten uit de Vroege- en Late-Middeleeuwen (900 – 1300 n. Chr.).30 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. 24 AMK-nr. 13223. 25
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
26 Archis zaaknummer 4648618100. 27 Archis zaaknummers 2378625100, 2457819100 & 3979048100. 28 Archis zaaknummer 2005627100. 29
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
30 Archis zaaknummer 3056205100.
Rapport 13709.002 versie 1
Pagina 8 van 24
Korte bewoningsgeschiedenis van de directe omgeving van het plangebied31 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. De oudste vondsten binnen het rivierengebied dateren uit het Midden-Paleolithicum. Gedurende warme perioden, zoals het Eemien, werd de Betuwe bezocht door mensen. Het gaat hierbij om overwegend om tijdelijke kampementen van jagers en verzamelaars. Gedurende het grootste deel van het Weichselien was Nederland onbewoond. In het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum werd het periodiek bewoond door jagers en verzamelaars. Het plangebied lag in deze perioden in een terrasvlakte. Gedurende het Neolithicum en de Bronstijd lag het plangebied vermoedelijk in een veen- en komgebied, waarbinnen ongunstige bewoningsomstandigheden heersten. Bewoning vond overwegend plaats op stroomgordels, crevassen en zandopduikingen. In de IJzertijd en Romeinse tijd was de stroomgordel van Gameren actief. Het plangebied lag in deze periode vermoedelijk binnen de actieve stroomgordel, waardoor waarschijnlijk ongunstige bewoningsomstandigheden golden. Bovendien zullen dergelijke resten reeds verdwenen zijn als gevolg van erosie door de Waal. Vanaf de overgang Romeinse tijd – Vroege-Middeleeuwen liep de Waal door het plangebied.
Op de oevers van deze rivier is Zaltbommel ontstaan. Zaltbommel wordt voor het eerst genoemd in 850. De oudste bebouwing is waarschijnlijk in het zuidoosten van de stad gelegen, ter hoogte van de Kerkstraat en Oenselsestraat. In de loop van de Volle-Middeleeuwen breidde de stad zich richting het westen uit, langs de Boschstraat en Gamerschestraat, waardoor een kruispatroon van straten ontstond. Mogelijk kreeg Zaltbommel reeds in 1231 stadsrechten en waarschijnlijk is rond deze tijd de stad omgracht en voorzien van een aarden wal. Vermoedelijk vanaf 1316 werden de hoofdpoorten (Waterpoort, Oenselsepoort, Bosschepoort en Gamerschepoort) gebouwd en werd de aarden wal vervangen voor een stenen ommuring. Nog tijdens de bouw van de stadsmuur, in 1319 werd Zaltbommel ingenomen en verwoest door de heren van Arkel en Buren. Kort hierna werd verder gebouwd aan de stadsmuur volgens een minder ambitieus bouwplan. In 1344 is de stadsmuur voltooid. Tot het begin van de 16e eeuw bleef deze ongewijzigd. De stad is gedurende de 14e tot 16e eeuw meermaals belegerd, mede door haar strategische ligging. Ook kreeg Zaltbommel meerdere malen te maken met stadsbranden en overstromingen. In het begin van de 16e eeuw is om de oude ommuring een nieuwe buitengracht en aarden omwallingen met stenen rondelen en bastions aangelegd.