Bijlage 1a. Toelichting en Regels BP Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque) ontwerp
Tekst van het document
Het waterbeleid is per overheidsniveau in de onderstaande beleidsdocumenten verankerd: Europees beleid: Kaderrichtlijn Water; Rijksbeleid: Nationaal Waterplan, Waterbeheer 21e eeuw, Nationaal Bestuursakkoord Water, Waterwet; Provinciaal waterbeleid: Omgevingsvisie- en verordening; Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 Koers houden, kansen benutten; Gemeentelijk waterbeleid: Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2017-2021. Kaderrichtlijn Water Door de Europese Kaderrichtlijn Water heeft Nederland een resultaatverplichting voor het bereiken van de gewenste waterkwaliteit en ecologie van grond- en oppervlaktewatersystemen. Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde waterlichamen, zijn hiertoe bindende doelen opgesteld. De maatregelen om de doelen te bereiken worden uitgewerkt in de stroomgebiedprocessen. Voor de overige wateren geldt het stand-still principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 Koers houden, kansen benutten Op 27 november 2015 heeft het bestuur van Waterschap Rivierenland het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 vastgesteld, met als titel Koers houden, kansen benutten. Waterschap Rivierenland trekt in het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 de lijn door van het Waterbeheerplan 2010 - 2015.
Het werk op het gebied van waterveiligheid, watersysteem en waterketen wordt gecontinueerd. In het landelijk gebied is het zorgen voor voldoende en schoon water één van de belangrijkste taken van het Waterschap. Ook is het belangrijk dat dit water een geschikt leefgebied is voor planten en dieren. De hoofdpunten van de visie uit het Waterbeheerprogramma zijn: een goede vervulling van onze rol als regionale waterspecialist; efficiënte taakuitvoering; goede samenwerking met andere partijen; oog voor de maatschappelijke meerwaarde van ons werk. Het accent ligt hierbij onder meer op gebiedsgericht werken, waterbewustzijn en innovatie. Water- en Rioleringsplan (WRP) Bommelerwaard 2017 - 2021 Het WRP is een gezamenlijk plan van de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel en Waterschap Rivierenland). Het WRP beschrijft breed gedragen de beleidsvoornemens en de maatregelen voor inzameling, transport en de (lokale) verwerking van afval-, hemel- en grondwater in de Bommelerwaard voor de periode 2017 - 2021. Watertoets In overeenstemming met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) en de Kaderrichtlijn Water (KRW) moet bij elke ontwikkeling rekening worden gehouden met de gevolgen voor de waterkwantiteit en waterkwaliteit door middel van een watertoets.
Deze watertoets is een (proces)instrument om ruimtelijke plannen en besluiten te toetsen, op de mate waarin rekening is gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als:
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
29
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
voldoende ruimte voor water (berging, infiltratie, aan- en afvoer); voorkomen van wateroverlast en afwenteling van wateroverschotten op anderen; voldoende aandacht voor effecten op de ecologische waterkwaliteit (biologisch gezond); het garanderen van de veiligheid (overstroming); het voorkomen van te lage of te hoge grondwaterstanden. Afhankelijk van de omvang van de ontwikkelingen in de plangebieden stelt het waterschap Rivierenland eisen voor compensatie.
4.8.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Bij het aanleggen van het sportpark is de hele waterhuishouding in het gebied onderhanden genomen. Anno 2020 ziet de waterstructuur rondom het plangebied er zo uit conform de legger wateren van waterschap Rivierenland:
Uitsnede legger wateren met globale aanduiding plangebied (rode omcirkeling) Aan de noordzijde van het plangebied is een bestaande A-watergang gelegen, evenals ten (zuid)westen van het plangebied. In totaal is voor het hele sportpark uitgegaan van een totale toename aan verharding van 38.680 m². In de toelichting van het geldende bestemmingsplan staat hier over: "Het waterschap hanteert bij toename in verhard oppervlak een vuistregel voor het bepalen van de bergingscompensatie. Bij een uitbreiding van verhard oppervlak met meer dan 1.500 m² in landelijk gebied moet dit gecompenseerd worden in waterberging. De toename van het verhard oppervlak komt dan op 38.680 - 1.500 = 37.180 m². Hierbij dient uitgegaan te worden van 436 m³ per hectare. Hiermee komt de benodigde bergingscompensatie op 436 * 3,718 = 1.621 m³. Het volume aan waterberging is omgerekend naar een oppervlakte door te delen door een peilstijging van 0,3 m. Dit komt neer op 5.403 m². Naast deze bergingscompensatie van de toename van het verhard oppervlak, dienen tevens de bestaande watergangen die met het nieuwe sportpark worden gedempt, in vierkante meters te worden gecompenseerd. Dit komt neer op een bruto oppervlakte van 5.502 m² en een netto wateroppervlak van 1.100 m². Tezamen dient er dus een compensatie plaats te vinden van 5.403 + 1.100 = 6.503 m².
Deze compensatie zal aansluiten op de A-watergang die voor het nieuwe tracé van de N322 zal worden aangelegd. Deze zal een gevarieerde breedte hebben. Ter compensatie van het sportpark is het mogelijk de breedte van de watergang op enkele locaties te verbreden tot maximaal 50 m.
30
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Gezien de variërende breedte van de watergang ten behoeve van de N322, is voor het berekenen van de waterberging ten behoeve van het sportpark uitgegaan van een ruime standaard maat van 14 m ten behoeve van de waterberging voor de N322, de overige breedte komt toe aan de compensatie van het sportpark. Met deze plaatselijke vergrotingen van de reeds geplande watergang en daarmee samenhangende wateropgave voor de N322, zal ten behoeve van het sportpark een minimale extra wateroppervlak ter grootte van de noodzakelijke compensatie worden gerealiseerd. Het huidige schetsontwerp biedt meerdere mogelijkheden en oplossingsrichtingen hiertoe. Met het verbreden van de watergang op enkele locaties wordt dus ruim voldaan aan de benodigde watercompensatie voor het sportpark van minimaal 6.503 m². Tevens zal aan de noordzijde van het plangebied de bestaande watergangen nabij de entrees naar de sportvelden iets worden vergroot. Tezamen levert dit een extra wateroppervlak op van circa 2.303 m²." Uitgangspunten watercompensatie Om duidelijkheid te verschaffen over de hoeveelheid compenserende waterberging die nodig is in het kader van de voorgenomen verplaatsing van de pétanquevereniging en de aanleg van een drietal multifunctionele sportvelden en parkeerplaatsen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd.
Het betreft uitgangspunten die met waterschap Rivierenland zijn overeengekomen voor bepaling van de compenserende waterberging voor het plan Waluwe III: Voor het verhard oppervlak zijn bergingseisen van toepassing. Een bui met een frequentie van eens per 10 jaar (T=10) + 10 % (klimaatontwikkeling) is maatgevend; In het gebied bedraagt de maximale peilstijging 30 cm; Ten aanzien van nieuw verhard oppervlak geldt een bergingseis van 436 m3/ha; De peilstijging in het oppervlaktewater is maximaal 30 cm bij T=10; Afvoer vanuit het plangebied naar het omliggende polderwater vindt plaats via een automatische stuw, die de afvoer begrenst tot 1,5 l/s/ha. Uitgangspunten beoogde ontwikkeling De beoogde bouwplannen hebben een oppervlakte van circa 5.470 m 2. Het uitgangspunt is 40 % verhard ter compensatie. Het verhard oppervlak watert af via de omliggende A watergangen. Voor de aanleg van het clubgebouw, de velden en het parkeerterrein wordt niets veranderd aan de bestaande watergangen. De dam over de huidige watergang voert het water via een stalen duiker af. Deze zal in de uitvoering vervangen worden voor een betonnen Ø 1000 mm, met gelijke lengte. Om te voorkomen dat er sprake is van uitloging van stoffen naar het water, wordt er geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen bij het oprichten van de nieuwe bebouwing in het plangebied.
Berekening benodigde berging Om voor de beoogde ontwikkeling voldoende waterberging mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van de huidige waterbergingstank. In de waterbergingstank is 2.386,8 m3 beschikbaar. In totaal moet 40 % van 5.470 m2, dus 2.186,4 m2 worden gecompenseerd. Met een maximale peilstijging van 0,3 m bedraagt de wateropgave ((0,2186 ha x 436 ha/m3 =) 95 m3 / 0,3 m = ) 318 m2 op zomerpeil. De waterbergingstank biedt voldoende ruimte om in de benodigde waterberging te voorzien. Het aspect 'waterhuishouding' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
4.9.1
Regelgeving
Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes in drie aparte paragrafen neergelegd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Het gaat om de volgende beschermingsregimes:
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
31
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
1. Vogels (paragraaf 3.1): alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn; 2. Dieren en planten (paragraaf 3.2): alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn; 3. Overige soorten (paragraaf 3.3): soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen. De verboden en afwijkingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de paragrafen 3.1 en 3.2, zijn direct overgenomen uit de genoemde richtlijnen en verdragen. Deze bepalingen zijn dus ook uitsluitend van toepassing op de soorten waarvoor dit onmiddellijk voortvloeit uit deze richtlijnen en verdragen. De bepalingen in paragraaf 3.3 zien op de “overige soorten” die zijn genoemd in de bijlagen A en B bij de Wnb. Laatstgenoemde groep is te vergelijken met de Tabel 2-soorten uit de Flora- en faunawet.
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming De Wnb brengt voor de bescherming van soorten in ieder geval de volgende drie voor de praktijk belangrijke wijzigingen met zich: 1. Allereerst is onder de Wnb niet langer de minister van Economische Zaken, maar zijn gedeputeerde staten van de provincies het bevoegd gezag voor het verlenen van ontheffingen. 2. Ten tweede kunnen de in de praktijk gehanteerde 'tabelsoorten' niet langer gebruikt worden. In plaats daarvan wordt met de nieuwe indeling van de Wnb gewerkt. 3. Ten derde is de inhoud van de verboden en de ontheffingsgrondslagen gewijzigd. In de Wet natuurbescherming zijn de bevoegdheden van het rijk (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)) aan de provincies overgedragen. Zij maken dan de afwegingen voor de vergunningen en ontheffingen. De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.
32
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
4.9.2
Doorvertaling bestemmingsplan
Het plangebied betreft een intensief onderhouden grasland zonder opgaande begroeiing met ten zuiden en noordwesten A-watergangen. De kans op (zwaarder) beschermde soorten vanuit de Wet Natuurbescherming op het graslandperceel acht de gemeente gezien de huidige inrichting en het gebruik zeer klein. Nader onderzoek is daarom niet nodig. Uit eerdere flora en fauna onderzoeken ten behoeve van de aanleg van het sportpark zijn de kleine modderkruiper en de bittervoorn in de Awatergangen aangetroffen. Hiervoor is destijds een 'Ontheffing Ruimtelijke ingrepen' van de toenmalige Flora en Faunawet (27 augustus 2014) voor ontvangen en een Activiteitenplan Flora en Faunawet omlegging N322 (7 februari 2014) voor opgesteld. De kans is groot deze soorten nog steeds in de sloten aanwezig zijn. Echter, onder de nieuwe Wet Natuurbescherming zijn deze soorten minder zwaar beschermd en is een ontheffing vanuit de Wet Natuurbescherming niet meer nodig. Wel nog steeds de zorgplicht vanuit de Wet Natuurbescherming in acht worden genomen. In de Awatergang zal een stalen duiker een betonnen uitvoering krijgen. De uitvoering van deze werkzaamheden zal daarom worden uitgevoerd volgens de zorgplichtmaatregelen voor het vergraven van watergangen/ oevers uit het eerder opgestelde Activiteitenplan voor de kleine modderkruiper en de bittervoorn.
Dit vormt verder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Om de stikstofdepositie van de beoogde ontwikkeling op het nabij gelegen Natura 2000-gebied 'Rijntakken' te bepalen is een onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. In de stikstofberekening wordt uitgegaan van 300 bezoeken (= 600 voertuigbewegingen) per etmaal. Dit betreft een worstcase scenario, omdat op het moment dat het stikstofdepositie onderzoek is uitgevoerd, nog geen exacte aantallen verkeersbewegingen bekend waren. Intussen blijkt uit de actualisatie van het verkeersonderzoek in bijlage 1 dat de voertuiggeneratie van de beoogde ontwikkeling kleiner is. Geconcludeerd moet worden dat er – bij worst-case aannames - sprake is van een verwaarloosbare toename in stikstofdepositie (maximaal 0,00 mol/ha/j). Voor de ruimtelijke besluitvorming ten aanzien van dit project is geen vergunning of VVGB op grond van de Wet natuurbescherming benodigd. Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.10
Archeologie & cultuurhistorie
4.10.1 Regelgeving In artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat in de toelichting van een ruimtelijk plan ten minste een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Met deze wetswijziging wordt de huidige Monumentenwet 1988 opgesplitst: een gedeelte (dat ziet op de fysieke leefomgeving) zal opgaan in de Omgevingswet, het overige gedeelte is opgenomen in de nieuwe Erfgoedwet. Daarbij is voorzien in overgangsrecht. De bedoeling is dat in de Erfgoedwet een betere integratie met verschillende soorten erfgoed komt. Daarnaast worden de procedures uniformer en daarmee overzichtelijker. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 met betrekking tot de fysieke leefomgeving, worden opgenomen in de Omgevingswet. De aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed - beschermde stadsen dorpsgezichten en cultuurlandschappen - en omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving, komen in de Omgevingswet terecht en zijn dus niet in de Erfgoedwet geregeld. Hierbij wordt wel als vuistregel gehanteerd: omgang met het erfgoed in de Omgevingswet, duiding van het erfgoed in de Erfgoedwet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat gepland voor na 2021.
Voor de onderdelen die in de Omgevingswet zullen worden opgenomen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016 - 2019. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet over zullen gaan, blijven van kracht tot de Omgevingswet in werking treedt.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
33
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Het Besluit ruimtelijke ordening en de Erfgoedwet schrijven niet voor in welke mate met archeologie rekening moet worden gehouden. De gemeente heeft wat dit betreft beleidsvrijheid en kan het archeologische belang afwegen ten opzichte van andere belangen, de belangen van de burger en van de gemeente.
4.10.2 Doorvertaling bestemmingsplan Archeologie De gemeente Zaltbommel heeft een gedetailleerde archeologische verwachtingskaart en beleidskaart laten opstellen. Deze is vastgesteld op 1 september 2011. De beleidskaart maakt onderscheid in zes beleidszones met elk een eigen archeologische verwachtingswaarde en daarbij behorend beleid. Het plangebied valt binnen 'Waardevol -Archeologie 3' waarvoor bij werkzaamheden dieper dan 30 cm en groter dan 2.500 m2 uitgevoerd dient te worden.
In oktober 2009 is een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek, Sportcomplex aan de Middelsteeg te Zaltbommel, ADC, oktober 2009, nr. 2026) voor het perceel direct ten westen van het plangebied. Op basis van het bureauonderzoek worden in het plangebied twee stroomgordels verwacht met een hoge archeologische verwachting. Teneinde deze verwachting te toetsen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hieruit wordt geconcludeerd dat het wordt aangeraden om in een zone rondom het rivierduin en een deel van de stroomgordel van Zaltbommel-Nederhemert een karterend booronderzoek uit te voeren om archeologische indicatoren op te sporen om vindplaatsen te kunnen begrenzen. In overleg met het bevoegd gezag zijn de te doorlopen vervolgstappen doorgesproken. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De bebouwing blijft met 1.060 m2 ruim onder het oppervlakte criterium van 2.500 m2. Behalve de bebouwing worden ook sportvelden aangelegd. Voor de aanleg van de velden wordt er vanuit gegaan dat hiervoor niet dieper dan 0,3 m gegraven hoeft te worden, mede omdat naar alle waarschijnlijkheid het terrein ten tijde van de realisatie van het sportpark is opgehoogd.
Ter borging van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de bodem is in voorliggend bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Hiermee wordt geregeld dat bij werkzaamheden of archeologisch (vervolg)onderzoek of archeologische begeleiding moet plaatsvinden indien de bodemingrepen toch dieper gaan dan 0,3 m en groter zijn dan 2.500 m².
34
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij Onze Minister c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, namens deze de gemeente Zaltbommel, verplicht. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Cultuurhistorie In het plangebied of de directe omgeving ervan zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.11
Conventionele explosieven
In september 2012 heeft een vooronderzoek plaatsgevonden naar conventionele explosieven (Vooronderzoek Conventionele Explosieven N322 Zaltbommel, Bodac B.V., 18 september 2012). Uit het literatuur- en archiefonderzoek komt naar voren dat Zaltbommel vanaf medio oktober 1944 tot mei 1945 door geallieerde artillerie is beschoten. Het zwaartepunt van deze beschietingen lag echter ten noorden van het projectgebied. Ook zijn door de geallieerden bombardementen uitgevoerd, waarbij met name de Waalbruggen het doelwit waren. Uit de geanalyseerde luchtfoto’s blijken ook bominslagen ten noorden van het projectgebied. Ook blijkt uit de luchtfoto’s dat er met name ten noorden van het projectgebied, maar ook ten zuiden hiervan (richting Bruchem), Duitse stellingen aanwezig zijn geweest. De locaties van deze stellingen zijn in het rapport aangemerkt als 'verdacht' op de aanwezigheid van Conventionele Explosieven. Deze vallen echter buiten de begrenzing van dit bestemmingsplan.
Overzicht locaties stellingen in relatie tot globale ligging plangebied (blauwe omcirkeling)
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
35
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Het aspect 'conventionele explosieven' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.12
Leidingen
4.12.1 Regelgeving Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens moet rond dergelijke leidingen rekening worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; aardgastransportleiding met een diameter groter of gelijk aan 18”; defensiebrandstoffen; warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.12.2 Doorvertaling bestemmingsplan In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, aardgas, brandstof en/of hoogspanningsverbindingen gelegen, die in het kader van het bestemmingsplan op de verbeelding met bijbehorende bebouwingsvrije zones dienen te worden opgenomen.
4.13
Vormvrije MER-beoordeling
4.13.1 Regelgeving Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. 4.13.2 Doorvertaling bestemmingsplan In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (activiteit D11.2). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of een aangesloten gebied van 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
36
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
De voorgenomen activiteiten in het plan liggen ruim onder de plandrempel waarvoor conform het Besluit m.e.r. een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Gelet hierop, wordt geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Hiertoe is een zogenaamde aanmeldnotitie opgesteld, zie bijlage 4. Naar aanleiding hiervan wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt niet tot nadelige milieugevolgen. Er is daarom geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
37
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en andere bestemmingsplannen van de gemeente. Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningsvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.1.1
Inleidende regels
Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
5.1.2
Bestemmingsregels
In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies. Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding. Specifieke gebruiksregels In deze bepaling wordt genoemd wat strijdig gebruik is binnen de specifieke bestemming.
38
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
5.1.3
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene gebruiksregels In deze bepaling wordt genoemd wat in ieder geval verboden gebruik is, welke regels gelden voor parkeren en welke regels voor laden en lossen. Algemene afwijkingsregels Deze bepaling bevat een afwijkingsmogelijkheid van de in de regels gegeven maten met betrekking tot het bouwen. Algemene wijzigingsregels In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.1.4
Overgangs- en slotregels
Overgangsregels Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2
Bestemmingsplan
In het plangebied komen de volgende (dubbel)bestemmingen voor: Sport Binnen de bestemming 'Sport' kan het sportcomplex worden gerealiseerd. Bebouwing moet binnen een bouwvlak worden gerealiseerd. De maximum bouwhoogte bedraagt 8,0 m. Tevens zijn palen, masten en vangnetten toegestaan tot een maximum bouwhoogte van 20 m en een tribune van maximaal 10 m hoog. Aanvullend op de standaardregeling voor Sport binnen de gemeente is ook expliciet de realisatie van grondgebonden zonnepanelen mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Verkeer - Verblijfsgebied Binnen de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is de ontsluiting van het sportcomplex en de benodigde parkeergelegenheid voorzien. Met een specifieke aanduiding is tevens de realisatie van een skatevoorziening met JOP mogelijk gemaakt. Water Binnen de bestemming 'Water' is de A-watergang aan de noordzijde van het plangebied opgenomen.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
39
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Waarde - Archeologie Ter borging van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in de bodem is in voorliggend bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' opgenomen. Hiermee wordt geregeld dat archeologisch (vervolg)onderzoek of archeologische begeleiding dient plaats te vinden bij de volgende werkzaamheden: het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; het graven of anderszins aanbrengen van watergangen en waterpartijen, dieper dan 0,3 m onder peil; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het ophogen en egaliseren van gronden.
5.3
Handhaving
Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve handhaving; repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.
Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is via het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn, tot slot, zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatieproblemen en problemen met betrekking tot de uitvoering zo veel mogelijk worden voorkomen, en dus handhavingssituaties worden voorkomen.
40
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen in geval het een bouwplan betreft. Hiervoor moet een exploitatieplan vastgesteld worden, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het nog braakliggende deel van het al bestaande sportpark biedt plaats aan de pétanquevereniging. De huidige locatie van de vereniging aan de Thorbeckestraat is verouderd en staat verdere ontwikkeling van het omliggende gebied in de weg. Met de bouw van het nieuwe sportcomplex aan de Oude Bosscheweg verdwijnen namelijk ook de oude sporthal en het zwembad op de locatie aan de Thorbeckestraat. In het verleden is het sportcomplex Middelweide ontwikkeld. Hier is nog ruimte beschikbaar, waar de pétanquevereniging een mooie aanvulling gaat zijn. De vereniging is zelf verantwoordelijk voor de bouw van het nieuwe clubgebouw. De gemeente richt de buitenruimte in zodat deze geschikt is voor het beoogd gebruik. In de door de gemeenteraad vastgestelde begroting is rekening gehouden met de financiële consequenties van het plan. Ten behoeve van de realisatie van het sportcomplex is in het verleden een planschaderisicoanalyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen sprake zal zijn van planschade.
Deze planschaderisicoanalyse heeft weliswaar betrekking op een eerder plan voor het sportcomplex, waardoor het plangebied niet helemaal overeenkomt met de huidige situatie, maar gezien de geringe verschillen kan worden aangenomen dat de uitkomsten niet anders zijn dan bij een analyse van het exacte plangebied.
6.2
Overleg
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het vooroverleg is het plan onder andere besproken worden met de volgende partijen: Provincie Gelderland; Waterschap Rivierenland. Te zijner tijd zullen eventueel ingediende vooroverlegreacties hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
6.3
Zienswijzen
Te zijner tijd zullen eventueel ingediende zienswijzen hier of in een separate nota van een gemeentelijke reactie worden voorzien.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
41
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
42
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
43
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Bijlage 1
44
Actualisatie verkeersonderzoek Sportpark Middelweide
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Bijlage 2
Diverse bodemonderzoeken
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
45
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Bijlage 3
46
Diverse milieuonderzoeken
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Bijlage 4
Aanmeldnotitie m.e.r.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
47
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
48
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Regels
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
49
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque) met identificatienummer NL.IMRO.0297.ZBMBP20210028-OW01 van de gemeente Zaltbommel; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolgde deze regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.6 bestaand ten aanzien van bebouwing: bebouwing die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig is of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning; ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; 1.7 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.8 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.9 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.10 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.11 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.12 bouwwerk een bouwkundige
constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.13 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.14 hoofdgebouw één of meer panden, of gedeelte daarvan die noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
50
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
1.15 kunstwerken bouwwerken ten behoeve van verkeersdoeleinden, zoals viaducten, alsmede bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding, zoals dammen, duikers, sluizen, beschoeiingen, remmingswerken, niet zijnde steigers; 1.16 lawaaisporten de autosport, de motorsport, de (model-)vliegsport, karting en soortgelijk geluidproducerende sporten; 1.17 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische en sociaal-culturele voorzieningen; 1.18 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals ten behoeve van de levering van elektriciteit, gas, (stads)verwarming, drinkwater en telecommunicatiediensten, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer alsmede ten behoeve van riolering en (ondergrondse) afvalinzameling; 1.19 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.20 overkapping een voor mensen toegankelijke, overdekte en met maximaal twee wanden - die al dan niet deel uitmaken van de constructie - omsloten ruimte.
De overkapping wordt aangemerkt als een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.21 pand de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is; 1.22 parkeervoorziening gelegenheid tot parkeren ten behoeve van motorvoertuigen, met uitzondering van garages; 1.23 peil voor gebouwen grenzend aan een weg, de kruin van de weg ter plaatse van het gebouw; voor dijkwoningen: de bestaande gemiddelde hoogte van het maaiveld op het punt waar deze grenst aan de gevel die is gericht naar de weg; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte terrein; indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil ter plaatse. 1.24 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.25 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang als zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch en/of pornografische aard plaatsvinden.
Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.26 sportvoorzieningen het geheel van voorzieningen t.b.v. sportbeoefening, zoals: (openlucht)zwembad, sportvelden, atletiekbaan, basketbalveld, handbalveld, jeu de boulesbaan, tennisbanen, alsmede bijbehorende bebouwing zoals kleedruimten, clubhuis/verenigingsgebouw, opslagruimten, technische ruimten e.d;
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
51
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
1.27 voldoende laad- en losgelegenheid van voldoende laad- en losgelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de eisen met betrekking tot laden en lossen op eigen terrein zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2018', vastgesteld door de raad op 14 juni 2018. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende laad- en losgelegenheid; 1.28 voldoende parkeergelegenheid van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan de parkeernormering (en maatvoering van de parkeergelegenheid) zoals vastgelegd in de 'Parkeernota Zaltbommel 2018', vastgesteld door de raad op 14 juni 2018. Op het moment dat de gemeente een opvolger van de hiervoor genoemde nota vaststelt, wordt deze 'opvolger' gehanteerd om te bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid; 1.29 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie, en waterkwaliteit. Hierbij kan worden gedacht aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc.
52
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de bouwperceelgrens tussen de grens van een bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage van de gronden, nader bepaald in de regels, dat ten hoogste mag worden bebouwd. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
53
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. sportvoorzieningen, en tevens voor: b. maatschappelijke voorzieningen, mits de sportvoorzieningen de hoofdfunctie blijven; met de daarbij behorende: c. toegangswegen en -paden; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen, waaronder voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; g. water, waterhuishoudkundige voorzieningen en natuurvriendelijke oeverzones. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming en voorts met inachtneming van de volgende regels:
3.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen moeten binnen de aanduiding 'bouwvlak' worden gebouwd; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan is aangeduid, met dien verstande dat de bouwhoogte van tribunes niet meer mag bedragen dan 10,0 m; c. indien de gronden zijn gelegen ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' mag het bebouwde oppervlak niet meer bedragen dan is aangeduid. 3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: 1. 18,0 m voor palen, masten en vangnetten; 2. 2,0 m voor erf- en terreinafscheidingen; 3. 2,0 m voor voorzieningen voor duurzame energie in de vorm van grondgebonden zonnepanelen; 4. 3,0 m voor andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik als terrein voor het beoefenen van lawaaisporten.
54
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
3.3.2
Gebruik sportvoorzieningen
Het gebruik van het doeleind sportvoorzieningen is uitsluitend toegestaan, indien bij de inrichting van het gebied grenzend aan de N322, de uitgangspunten zoals onderstaand benoemd, in acht worden genomen: a. Er is sprake van een voldoende en gezamenlijke waterberging van de rondweg N322 en het aanliggende sportpark; b. De waterberging langs de noordzijde van de N322 in combinatie met de waterberging langs de zuidrand van het aanliggende sportpark moet een minimum breedte van 8,0 m zichtbaar wateroppervlak hebben; c. De noordelijke rand van deze waterberging wordt ingericht als natuurvriendelijke oever.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
55
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verblijfsgebied; b. een skatepark met jongerenontmoetingsplaats ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - skatevoorziening'; inclusief de daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. voorzieningen van openbaar nut; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bermen en taluds; g. kunstwerken; h. geluidwerende voorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming en voorts met inachtneming van de volgende regels.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 20,0 m voor palen en masten; 2. 8,0 m voor verkeersgeleiding en wegverlichting; 3. 3,0 m voor andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
56
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Artikel 5 5.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. watergangen, waterpartijen, natuurvriendelijke oevers, taluds, onderhoudspaden en kaden; b. instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel daaraan eigen landschapsen natuurwaarden; c. extensieve dagrecreatie, inclusief de bijbehorende voorzieningen zoals duikers, bruggen, bermen, beschoeiingen en paden.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming en voorts met inachtneming van de volgende regels.
5.2.2
Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 m.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
57
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Artikel 6 6.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van aanwezige archeologische waarden dan wel de naar verwachting aanwezige archeologische waarden.
6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden 6.2.1
Werken en werkzaamheden
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in sublid 6.2.2 zonder een omgevingsvergunning op en in de in lid 6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden, het roeren en omwoelen van gronden, met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,3 m onder peil; b. het verlagen van de bodem en afgraven van gronden, dieper dan 0,3 m onder peil; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; d. het ophogen en egaliseren van gronden. 6.2.2
Uitzonderingen
Het in sublid 6.2.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. in het kader van het normale beheer en onderhoud; b. in het kader van normaal agrarisch gebruik; c. in het kader van archeologisch onderzoek, archeologische begeleiding of het doen van opgravingen, voor zover deze activiteiten worden verricht door een ter zake deskundige. 6.2.3
Onderzoeksplicht
De omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
6.2.4
Beoordelingscriteria
Alvorens de omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden bedoeld in sublid 6.2.1 wordt verleend, moet er ten behoeve van de beoordeling van het rapport advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.
6.2.5
Voorwaarden omgevingsvergunning
Indien uit het in sublid 6.2.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het uitvoeren van werken of werkzaamheden zullen worden verstoord, kunnen één of meerdere van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij de vergunning te stellen kwalificaties.
58
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
6.3
Wijzigingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan de bestemming 'Waarde - Archeologie' wijzigen zodanig dat de zone naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval van het plan wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
59
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8 8.1
Algemene gebruiksregels
Vormen van verboden gebruik (onbebouwd)
Als een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. als terrein voor het al dan niet voor de verkoop opslaan of opstellen van ongebruikte en/of gebruikte, dan wel geheel of gedeeltelijk uit gebruikte onderdelen samengestelde machines, voer, vaar- of vliegtuigen c.q. onderdelen daarvan, die bruikbaar en niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken zijn, behoudens voor zover het betreft parkeren of voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. als opslagplaats van hout en/of aannemersmaterialen, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond of ten behoeve van bouw of andere tijdelijke werkzaamheden; d. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie. 8.2
Vormen van verboden gebruik (gebouwen)
Als een gebruik strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval beschouwd het gebruik: a. van gebouwen voor het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, met uitzondering van het verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, waarvan de verkoop deel uitmaakt van de functie die is toegelaten op het perceel; b. van niet voor bewoning bestemde gebouwen of ruimten, daaronder begrepen kampeermiddelen, voor permanente bewoning; c. van gebouwen ten behoeve van het (doen) exploiteren van een seksinrichting. 8.3
Parkeren
a. een omgevingsvergunning voor het bouwen, het planologisch uitbreiden of het planologisch wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde beleidsregels met betrekking tot parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. b. burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a.: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en stallingruimte wordt voorzien. c. afwijken van de regels, als bedoeld onder b. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de parkeersituatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie.
60
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
8.4
Laden en lossen
a. een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van de functie van gebouwen en gronden wordt slechts verleend indien, bij een te verwachten behoefte qua laden en lossen, tijdens de aanvraag wordt aangetoond dat voorzien wordt in voldoende laad- en losgelegenheid op eigen terrein. Dit overeenkomstig de door burgemeester en wethouders vastgestelde eisen met betrekking tot laden en lossen, zoals die gelden op het tijdstip van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning; b. burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a.: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; 2. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en losruimte wordt voorzien. c. afwijken van de regels, als bedoeld onder b. is slechts mogelijk, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de situatie in de openbare ruimte; 2. de woon- en leefsituatie.
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in het plan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, voor de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, mits dat uit een oogpunt van architectuur en/of constructie noodzakelijk is.
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, indien het betreft het in geringe mate, doch met niet meer dan 5,0 m, afwijken van een bestemmingsgrens of van het profiel van een weg, voor zover dit noodzakelijk is om het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein aan te passen.
bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)
61
bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 %. c. Lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.