CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a. Toelichting en Regels BP Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque) ontwerp

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Van Heemstraweg-West (Petanque)17.310 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend(e) bestemmingsplan(nen) 1.4 Leeswijzer

6 6 6 8 8

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

10 10 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

13 13 14 15 17

Hoofdstuk 4 Milieu- & omgevingsaspecten 4.1 Verkeer & parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Conventionele explosieven 4.12 Leidingen 4.13 Vormvrije MER-beoordeling

18 18 19 20 21 22 24 25 29 31 33 35 36 36

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplan 5.3 Handhaving

38 38 39 40

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Zienswijzen

41 41 41 41

Bijlagen bij toelichting

43

Bijlage 1

Actualisatie verkeersonderzoek Sportpark Middelweide

44

Bijlage 2

Diverse bodemonderzoeken

45

Bijlage 3

Diverse milieuonderzoeken

46

Bijlage 4

Aanmeldnotitie m.e.r.

47

2

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Regels

49

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

50 50 53

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Sport Verkeer - Verblijfsgebied Water Waarde - Archeologie

54 54 56 57 58

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

60 60 60 61 61

Hoofdstuk 4 Artikel 11 Artikel 12

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

62 62 62

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

3

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

4

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Toelichting

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

5

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Pétanquevereniging 'Jeu de Bommel' is gevestigd naast zwembad Akwamarijn en sporthal de Ring aan de Thorbeckestraat 53A in Zaltbommel. Naar verwachting wordt in oktober 2021 het nieuwe complex van het zwembad en de sporthal in nieuwbouwwijk De Waluwe geopend. De huidige sporthal en het zwembad worden daarna gesloopt. Vanwege de beoogde sloop van deze gebouwen is ook bekeken wat er met de huisvesting van de pétanquevereniging moet gebeuren. De gedachte is vervolgens ontstaan te onderzoeken of de vereniging naar een andere locatie kan verhuizen. Zij kunnen dan op die nieuwe locatie een nieuw verenigingsgebouw neerzetten en de ruimte op de huidige locatie komt dan vrij om te herontwikkelen. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat het nog vrije perceel op sportpark Middelweide in Zaltbommel geschikt is voor zowel het vestigen van de pétanquevereniging alsmede het aanvullend aanleggen van een multi-courtveld en een extra sportveld. Oorspronkelijk was hier de tennisvereniging Z.T.V. voorzien, maar deze blijft nu op haar huidige locatie aan de PM Winkstraat gevestigd. Voor de gebruikers van het multi-courtveld en het extra sportveld zijn tevens kleedruimtes en een opberghok nodig. De bespelers van het multi-courtveld en het sportveld kunnen hier straks dan gebruik van maken.

Deze voorzieningen zijn via een aparte ingang te bereiken en de gebruikers hoeven hierdoor niet door het verenigingsgebouw van de pétanquevereniging te lopen. Onderhavige herziening betreft voor het grootste gedeelte een beleidsneutrale herziening van het geldende bestemmingsplan, waarbij de gemeente uitgaat van de geldende sportbestemming. De beoogde locatie van het verenigingsgebouw met overige ruimten past wel in het bouwvlak maar echter niet binnen de maximum te bebouwen oppervlakte uit het geldende bestemmingsplan. Het multi-courtveld en het extra sportveld passen wel binnen de regeling uit het geldende bestemmingsplan. Verder is ten opzichte van het geldende bestemmingplan de ontsluiting met nieuwe parkeerplaatsen aan de noordzijde van het plangebied, aansluitend op de begrenzing van de omliggende verkeersbestemming, voorzien van de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Het bouwvlak ter plaatse van de sportbestemming is hierop aangepast. Daarnaast is aan de uiterste westzijde van de verkeersbestemming, ingeklemd tussen het tuinbouwgebied en de provinciale weg (N322) voorzien in een skatepark met jongerenontmoetingsplek (JOP). Als laatste wordt de mogelijkheid geboden om ook grondgebonden zonnepanelen te realiseren binnen de bestemming 'Sport'. Hierop zijn de regels aangevuld om dit expliciet mogelijk te maken.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de kern Zaltbommel in de noordwestelijke hoek van sportpark Middelweide, direct aangrenzend aan het complex van Mixed HockeyClub (MHC) Bommelerwaard. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 17.000 m² en de gronden staan kadastraal bekend als gemeente Zaltbommel, sectie L, nr's 7 (deels), 8 (deels), 23 (deels), 384 (deels), 1.613 (deels), 1.647 (deels) en 1.681 (deels).

6

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied:

Globale ligging plangebied (rode druppel, Bron: maps.google.nl)

Globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

7

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

1.3

Geldend(e) bestemmingsplan(nen)

Voor de gronden in het plangebied geldt grotendeels het bestemmingsplan 'Sportcomplex Steenweg 90-92', zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld op 30 januari 2014. Ter plaatse van het plangebied zijn de gronden voorzien van de bestemming 'Sport' en voor een klein deel 'Verkeer' (= west) en 'Verkeer - Verblijfsgebied' (= oost). Ook is een bouwvlak aanwezig, waarbinnen een maximum bebouwd oppervlak van 400 m² geldt en een maximum bouwhoogte van 8,0 m. Daarnaast is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Aanvullend hierop overlapt het plangebied aan de zuidwestzijde voor een klein deel met de bestemming 'Verkeer' in het provinciale Inpassingsplan 'N322 Zaltbommel', zoals Provinciale Staten dat hebben vastgesteld op 24 april 2013. Een skatevoorziening is binnen deze verkeersbestemming niet toegestaan.

Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Omdat a) het nieuwe verenigingsgebouw met overige ruimten deels buiten het bouwvlak komt te liggen, b) de oppervlakte van het nieuwe gebouw de maximum oppervlakte overtreft, c) de nieuwe skatevoorziening met JOP deels binnen de natuurbestemming komt te liggen en deels binnen verkeersbestemmingen, waarin geen speelvoorzieningen zijn toegestaan en d) er grondgebonden zonnepanelen worden mogelijk gemaakt op het sportpark, worden de geldende ruimtelijke plannen voor de gronden in het plangebied herzien.

1.4

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen.

8

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat in op de financieel-economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

9

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Hoofdstuk 2 2.1

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

Het plangebied maakt onderdeel uit van sportpark Middelweide en ligt direct aangrenzend aan het complex van MHC Bommelerwaard. De gronden in het plangebied liggen op dit moment nog braak en wachten feitelijk op de invulling met een sportfunctie.

Aan de (zuid)west- en noordzijde is een bestaande A-watergang gelegen met in het midden van de noordelijke watergang een toegang tot het plangebied. Direct ten zuidwesten van deze watergang loopt de omgelegde N322. De voormalige N322 (Van Heemstraweg-West) aan de noordzijde van het plangebied is nu (deels) in gebruik als parkeerterrein voor het sportpark.

2.2

Toekomstige situatie

Het verenigingsgebouw met overige ruimten in de vorm van kleedkamers en een opberghok voor de gebruikers van het multi-courtveld is in totaal circa 1.060 m² groot, ruim boven de toegestane 400 m². Het gebouw is daarnaast verschoven vanwege een andere ligging van het gebouw ten opzichte van datgene wat in het geldende bestemmingsplan bedacht was. Op navolgende afbeelding is de beoogde opzet van het terrein te zien:

10

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Situatietekening (Gemeente Zaltbommel, d.d. 28 september 2021) Naast het nieuwe verenigingsgebouw bevinden de volgende onderdelen zich in het plangebied:  24 buitenbanen Jeu de Bommel;  een multi-court bestaande uit een handbal- annex voetbalveld van 45 x 25 m en een '3x3-veld' van 36 x 16 m;  een sportveld van 45 x 55 m;  een skatevoorziening met JOP;  circa 800 grondgebonden zonnepanelen ten westen en ten zuiden van de sportvoorzieningen (maximum bouwhoogte: 2,0 m);  een ontsluitingsweg en 50 extra parkeerplaatsen op de locatie van de voormalige provinciale weg. Qua hoogte past het nieuwe gebouw binnen de maximum bouwhoogte van 8,0 m uit het geldende bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

11

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Het multi-courtveld en het sportveld passen al binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Daarvoor is onderhavige herziening niet noodzakelijk.

12

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten:  Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden;  Steden en regio's sterker en leefbaarder maken  Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het geldende nationale ruimtelijke beleid, zoals beschreven in de SVIR. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. Planspecifiek Dit bestemmingsplan heeft geen relatie met de nationale belangen, zoals deze in het Barro zijn opgenomen.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

13

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.' Volgens de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Het plangebied maakt onderdeel uit van een al bestaand sportpark. Er vindt in die zin geen extra ruimtebeslag plaats en er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Er wordt alleen een groter verenigingsgebouw gerealiseerd op een iets andere locatie binnen het sportpark, dan waar in het geldende bestemmingsplan rekening mee was gehouden.

Dit komt mede omdat de verhuizing van Jeu de Bommel vanaf de Thorbeckestraat naar het sportpark ten tijde van het opstellen van het oorspronkelijke bestemmingsplan nog niet voorzien was. Ook vindt een groot deel van de activiteiten van Jeu de Bommel binnen plaats, zodat extra bebouwde oppervlakte noodzakelijk is. Omdat het hele plangebied onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied, kan gesteld worden dat de ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.

3.2

Provinciaal beleid

Op 19 december 2018 heeft het college van Gedeputeerde Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorende geactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021)' heeft het college van Gedeputeerde Staten op 31 maart 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie 2 keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voor de inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden.

14

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand verstedelijkt gebied gebouwd wordt. Het nieuwe verenigingsgebouw met overige ruimten wordt bovendien zonder aardgasaansluiting gerealiseerd en volgens de laatste isolatie-eisen (BENG-norm). De omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voor de beoogde ontwikkeling.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Voor het onderhavige plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd in de omgevingsverordening.

3.2.3

Conclusie

In het plangebied zijn geen provinciale belangen in het geding.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Buitengebied

De gemeenteraad heeft op 15 maart 2012 de Structuurvisie Buitengebied inclusief het bijbehorende milieueffectrapport vastgesteld. Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad de structuurvisie op enkele ondergeschikte onderdelen gewijzigd. Deze wijzigingen zijn echter niet relevant voor het plangebied. De structuurvisie geeft op hoofdlijnen het ruimtelijk beeld voor de lange termijn weer en is een belangrijk toetsingskader voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de structuurvisie. Op de visiekaart is de ontwikkeling van het sportcomplex meegenomen. De locatie voor het sportpark is aangeduid als 'Locatie buitensport'. Over de locatie voor het sportcomplex is geen aanduiding 'waardevol open gebied' gelegen.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

15

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Planspecifiek De beoogde ontwikkeling zorgt voor het afronden van het nieuwe sportpark Middelweide waarop de voetbalvereniging en de hockeyvereniging alweer enkele jaren actief zijn. Door het verplaatsen van de activiteiten van de pétanquevereniging komt er bovendien ruimte vrij in het bestaand stedelijk gebied van Zaltbommel voor woningbouw.

3.3.2

Welstandsnota

In 2017 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. Het plangebied valt binnen het gebied 'Buitengebied' waar als beleidsniveau 'respect' wordt gehanteerd. Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur worden gerespecteerd. Uitgangspunt is het passen bij de omgeving. Bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over. Planspecifiek Recreatie- en sportterreinen zijn in de welstandsnota een apart deelgebied. De sportcomplexen zijn overwegend aan de rand van de kern gelegen, op de overgang naar het landelijke gebied. Het betreft doorgaans grote ruimtes van sportvelden en/of parkeergelegenheden, omringd met (hoog) opgaand groen dat in een aantal gevallen het zicht op de ruimte en de bijbehorende bebouwing ontneemt. De bebouwing op deze complexen en terreinen is doorgaans zeer divers, maar heeft over het algemeen een utilitair karakter, waardoor zij beperkt is tot sanitaire voorzieningen, kleedkamers, tribunes, recepties, clubgebouwen en opslagruimtes of combinaties daarvan. De meeste gebouwen bestaan uit één of twee bouwlagen met plat dak of een eenvoudig flauw hellend zadeldak, lessenaarsdak of gebogen kapvorm. Ze zijn doorgaans als solitaire objecten in de ruimte geplaatst, waardoor meerdere gevels aan de openbare ruimte grenzen.

Deze gevels zijn, afhankelijk van de functie van het gebouw(deel), zeer transparant of juist zeer gesloten. Het materiaalgebruik is doorgaans baksteen en/of hout, met een beperkte toepassing van kunststof of stalen gevelbeplating, en dakpannen of bitumen als dakbedekking. Kleuren variëren per terrein, complex of vereniging en zijn wisselend ingetogen en passend, of hard en contrastrijk in de overwegend groene omgeving. De grote open ruimtes en groene omlijstingen bepalen voor een groot deel het beeld van de diverse sportparken en -voorzieningen. De bebouwing speelt in principe een ondergeschikte, maar zeker niet onbelangrijke rol in het ruimtelijke beeld van dergelijke terreinen.

16

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

3.4

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan het beleid van de verschillende overheden.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

17

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Hoofdstuk 4

Milieu- & omgevingsaspecten

4.1

Verkeer & parkeren

4.1.1

Verkeer

Het plangebied zal, net als het bestaande sportpark, worden ontsloten via de Van Heemstraweg. Door het verleggen van de N322, is de verkeersintensiteit op de Steenweg, de Van Heemstraweg en de rotonde die deze wegen met elkaar verbinden, afgenomen ten opzichte van de huidige situatie doordat het doorgaande verkeer over de nieuwe N322 wordt geleid. Vanaf de rotonde is de Van Heemstraweg toegankelijk tot aan het sportpark, waarna de weg dood loopt op de nieuwe N322. De voormalige N322 is hierbij omgevormd naar een parkeerweg met ontsluitingen naar de sportvelden en aan de noordzijde haakse parkeervakken en aan de zuidzijde langsparkeervakken. De rijbaan is circa 5,5 m breed. Het fietsverkeer wordt afgewikkeld op een vrijliggend fietspad, ten zuiden van de rijbaan, dat in twee richtingen gebruikt kan worden. In 2009 heeft Akertech voor de gemeente Zaltbommel een verkeerskundige rapportage geschreven voor de verplaatsing van de sportvelden. Vanwege de beoogde ontwikkelingen in het plangebied is dit onderzoek geactualiseerd. Het onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Pétanquevereniging Er zijn voor de voertuiggeneratie geen gegevens opgenomen in de CROW-publicaties. Om de voertuiggeneratie te bepalen, wordt daarom, net zoals bij de parkeerkencijfers, gekeken naar de gecombineerde voertuiggeneratie per biljart-/snookertafel en bowlingbaan.

Dit komt neer op een gecombineerde maximale voertuiggeneratie van 15,3 per baan. De gemiddelde voertuiggeneratie komt uit op 13,1 per baan (rest bebouwde kom, matig stedelijk). Uitgaande van 24 pétanquebanen resulteert dit in een maximale voertuiggeneratie van circa 367 en gemiddeld circa 314 voertuigbewegingen per etmaal op een weekdag. Om de voertuiggeneratie voor een werkdag te bepalen vermenigvuldig je de weekdag met een bepaalde factor. Voor de hoofdgroep “werken” is die factor 1,33. Voor de hoofdgroep “wonen” is deze factor 1,11. Voor de hoofdgroep “sporten” is geen factor vastgesteld in het CROW. Door de constante wisseling van sporters wordt daarom de factor van de hoofdgroep “werken” aangehouden. De piek zal overigens voornamelijk liggen op de weekenden. Dit komt door de wedstrijden in het weekend. De voertuigbewegingen op de overige dagen zullen beperkt zijn. In totaal komt het aantal voertuigbewegingen daarmee op 314 x 1,33 = 418 per etmaal op een werkdag. Multi-courtveld en sportveld De voertuiggeneratie voor het multi-courtveld en het sportveld is beperkt. Uitgaande van de parkeerbehoefte van 8 parkeerplaatsen, twee ritten per auto en een turnover van drie, resulteert dit in 8 x 2 x 3 = 48 voertuigbewegingen per etmaal. De piek zal voornamelijk in de avond liggen aangezien de velden alleen in de avonduren open zijn.

Skatevoorziening en JOP Voor de skatebaan en JOP (Jongeren Ontmoetings Plaats) zijn ook geen voertuiggeneratiecijfers opgenomen in het CROW. De voertuiggeneratie bij een skatebaan is erg minimaal. De reden daarvoor is omdat een skatebaan voornamelijk door lokale jongeren gebruikt wordt. Deze komen voornamelijk op de (brom)fiets of skateboard. Hierdoor is de voertuiggeneratie nul. Totaal De bestaande verkeersintensiteit volgens het verkeersmodel 2016 is circa 250 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In 2030 zouden dit er op basis van autonome groei circa 400 worden. Met de beoogde uitbreiding van de activiteiten op basis van dit bestemmingsplan zouden er 418 + 48= circa 466 extra motorvoertuigbewegingen per etmaal plaatsvinden op de Van Heemstraweg. Samen met de voertuigbewegingen op basis van autonome groei rijden er dan 400 + 466 = 866 voertuigen per etmaal over de weg. Voor een erftoegangsweg is dat geen probleem. Het aspect 'verkeer' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

18

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

4.1.2

Parkeren

De gemeente Zaltbommel hanteert de vastgestelde Parkeernota Zaltbommel 2018 als basis voor het bepalen van de parkeerbehoefte. Daarbij heeft de gemeente bepaald dat de parkeernorm het gemiddelde van het parkeerkencijfer is. Voor parkeerkencijfers voor Sport, cultuur en ontspanning wordt verwezen naar de meest actuele versie van de ASVV en CROW. In 2009 heeft Akertech voor de gemeente Zaltbommel een verkeerskundige rapportage geschreven voor de verplaatsing van de sportvelden. Vanwege de beoogde ontwikkelingen in het plangebied is dit onderzoek geactualiseerd. Het onderzoek is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Voor dat onderzoek is CROW-publicatie 317 “Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” gehanteerd. Daarbij is de stedelijkheidsgraad “matig stedelijk” aangehouden en voor het gebied “rest bebouwde kom’. Pétanquevereniging Voor pétanquebanen zijn geen parkeerkencijfers opgenomen door het CROW. Voor sportvelden buiten zijn wel parkeerkencijfers opgenomen. Hier wordt door het CROW minimaal 13 en maximaal 27 parkeerplaatsen per hectare aangehouden. Aangezien er erg veel pétanquebanen in een hectare passen is dit geen reëel parkeerkencijfer. Een parkeerkencijfer van 2,0 per pétanquebaan past beter. Dit is een kencijfer dat tussen die van een bowlingbaan en biljart-/snookertafel ligt.

Namelijk voor een bowlingbaan gemiddeld 2,8 en voor een biljart-/snookertafel gemiddeld 1,3. Bij pétanque speel je met meer mensen op een baan dan bij biljart/snooker, maar met minder dan bij bowling. Vandaar dat de gemeente uitgaat van het gemiddelde van deze kencijfers, namelijk 2,0 per baan. Gezien het aantal leden zullen niet alle pétanquebanen gelijktijdig in gebruik zijn. Aangenomen wordt dat de binnen- en buitenbanen niet gelijktijdig in gebruik zijn. Vandaar dat we de parkeerbehoefte berekenen op basis van het aantal buitenbanen. Dit komt neer op een parkeerbehoefte van 24 x 2 = 48,0 parkeerplaatsen. Multi-courtveld en sportveld Voor het multi-courtveld (3x3-veld en handbal/voetbalveld) en het sportveld kan wel uitgegaan worden van de norm van een sportveld, namelijk gemiddeld 20 parkeerplaatsen per hectare. Dit komt neer op een parkeerbehoefte van 0,4 ha x 20 = 8 parkeerplaatsen. Skatevoorziening en JOP Voor de skatebaan en JOP (Jongeren Ontmoetings Plaats) zijn ook geen parkeerkencijfers opgenomen in het CROW. De parkeerbehoefte bij een skatebaan is erg minimaal. De reden daarvoor is omdat een skatebaan voornamelijk door lokale jongeren gebruikt wordt. Deze komen voornamelijk op de (brom)fiets of skateboard. Hierdoor is deze parkeerbehoefte nul.

Met het aanleggen van 50 extra parkeerplaatsen en 2 mindervalide parkeerplaatsen voldoet de ontwikkeling niet aan de parkeerbehoefte van 48 + 8 = 56 parkeerplaatsen. Er wordt echter een nader parkeeronderzoek uitgevoerd, om te onderbouwen waarom 52 parkeerplaatsen toch afdoende zijn. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

19

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een verkennend bodemonderzoek inclusief historisch onderzoek uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. Via de onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen bestemmingsplan wijziging en/of aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen ter plaatse van het plangebied in voldoende mate vastgelegd. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling rekening houdend met onderstaande aanbeveling: Bij de eventuele afvoer van de grond dient rekening gehouden te worden met zowel de resultaten van de NEN-parameters en PFAS. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

Algemeen Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperkt de Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voor de geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders.

20

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie:  waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering;  waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB. Wegverkeerslawaai In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt.

Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel 76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel.

Overzicht zonebreedtes (vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg) De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Een verenigingsgebouw met overige ruimten op een sportpark is geen geluidgevoelige bestemming. Er hoeft daarom geen akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai te worden uitgevoerd. Voor het aspect industrielawaai wordt verwezen naar subparagraaf 4.4.2. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

21

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijf of inrichting, is deze mede afhankelijk van de omgevingskarakteristiek. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of een gemengd gebied. Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorende gewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied.

Richtafstanden VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' Voorgaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.

4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Het verenigingsgebouw met overige ruimten is gelegen op een al bestaand sportpark, zodat er in die zin geen akoestisch onderzoek industrielawaai hoeft te worden uitgevoerd. Bovendien zijn de omliggende woningen (=gevoelige bestemmingen) op 255 m of meer van het sportpark gelegen. Deze conclusie wordt bevestigd door het uitgevoerde milieuonderzoek, dat als bijlage 3 bij de toelichting is gevoegd. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om:  negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken.  mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in

22

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als:  er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde.  een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.  een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 % ten opzichte van de grenswaarde). Het gaat hier bijvoorbeeld om woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen.  een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009 derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd.

In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is onderzocht of de luchtkwaliteit van invloed is op de beoogde ontwikkeling. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Informatie over de luchtkwaliteit is toegankelijk gemaakt via een monitoringstool. Deze tool leert dat bij onderhavige locatie geen knelpunten bestaan of naar verwachting zullen optreden ten aanzien van de NOx en fijnstof (PM2,5 en PM10)-concentratie. Om deze reden wordt niet nader ingegaan op het beleid, maar volstaan met beelden vanuit de monitoringstool. Het betreft alleen de afbeeldingen voor het jaar 2030. De afbeeldingen voor het jaar 2018 en 2020 zijn echter identiek. Ook uit de kaarten op de 'Atlas Leefomgeving' blijkt dat voor het jaar 2015 de achtergrondconcentratie in het plangebied voor stikstofdioxide circa 21 µg/m³ en voor fijn stof circa 19 µg/m³ bedraagt. De grenswaarden voor zowel stikstofdioxide als fijn stof bedragen 40 µg/m³. Dit betekent dat de achtergrondconcentraties ver onder de normen blijven. Dit is in lijn met het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek. Daarnaast is voor de toename van het aantal voertuigbewegingen, als gevolg van de beoogde ontwikkeling, berekend of de ontwikkeling bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Uit de berekening met de NIBM-tool op navolgende afbeelding, blijkt dat ondanks de extra voertuigbewegingen (dus exclusief autonome groei), sprake is van een 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

23

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt:  voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object;  voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

max. 3 ouE/m³

max. 2 ouE/m³

andere diercategorieën

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën Rgv

max. 14 ouE/m³

max. 8 ouE/m³

andere diercategorieën

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie.

24

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop:  de geurbelasting wordt bepaald;  de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee).

4.6.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Een verenigingsgebouw met overige ruimten op een sportpark is een geurgevoelige bestemming. In de directe nabijheid van het plangebied zijn overigens geen agrarische bedrijven gevestigd die hinder veroorzaken. De meest nabij gelegen intensieve veehouderij ligt op meer dan 450 m afstand. Deze conclusie wordt bevestigd door het uitgevoerde geuronderzoek, dat als bijlage 3 bij de toelichting is gevoegd. In het onderzoek is rekening gehouden met de bestaande rechten van alle in de omgeving van het plangebied gelegen veehouderijen met een relevante geuremissie en de huidige geuremissiefactoren. De voor het plangebied maatgevende geurbelasting is vertaald naar een gradatie in leefkwaliteit. Eveneens is beoordeeld of door de ontwikkeling van het plangebied bestaande rechten van bedrijven in de omgeving van het plangebied worden aangetast. De voorgrondbelasting Middelsteeg 5 (variërend van 2,1 OU/m³ tot 3,1 OU/m³) bedraagt meer dan de helft van de achtergrondbelasting (variërend van 3,7 OU/m³ tot 4,5 OU/m³). Daarom is de voorgrondbelasting Middelsteeg 5 de bepalende geurbelasting voor de gradatie van de woon- en leefkwaliteit in het plangebied. De woon- en leefkwaliteit in het plangebied is aan te merken als ‘redelijk goed’.

Naast bovenstaande moet worden geconcludeerd dat bestaande rechten van veehouderijen in de omgeving van het plangebied niet (aanvullend) worden aangetast door de ontwikkeling van het plangebied. Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

25

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld.

In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voor gevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkte verantwoording).

4.7.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is voor diverse milieuaspecten een nader onderzoek uitgevoerd, waaronder externe veiligheid. Dit onderzoek is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd.

26

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

In de omgeving van het plangebied zijn meerdere risicobronnen aanwezig. Het betreft hier risicovolle inrichtingen en risicovol transport. Alle risicobronnen in de omgeving zijn weergegeven op navolgende afbeelding:

Overzicht risicobronnen nabij plangebied, met globale aanduiding plangebied (blauwe omkadering) Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn meerdere risicovolle inrichtingen. Op ongeveer 1,8 km ten oosten van het plangebied is de BRZO Sachem Europe B.V. gevestigd. Uit de risicoberekeningen die ten behoeve van het bestemmingsplan Van Voordenpark en de latere de Omgevingsvergunning voor Sachem zijn uitgevoerd blijkt dat invloedsgebied (1% letaliteit bij weerklassen F1.5) minder bedraagt dan 1200 meter. Het invloedsgebied overlapt de geprojecteerde ontwikkeling daarmee niet en wordt daarom niet nader beschouwd. De overige aangegeven bedrijven hebben eveneens geen invloedsgebied die over het plangebied ligt. Risicovolle transportbronnen In de omgeving van het plangebied zijn verschillende risicovolle transportaders aanwezig. De risicobronnen en de afstand tot het plangebied is weergegeven in navolgende tabel:

Voor de Regeling basisnet transportroutes geldt dat deze transportbronnen op grotere afstand zijn gelegen dan 200 m. Conform artikel 8 uit het Bevt hoeft er derhalve geen groepsrisicoberekening uitgevoerd te worden ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Wel relevant is, is dat over deze transportaders toxische stoffen getransporteerd (kunnen) worden met een invloedsgebied die over het plangebied ligt. Een beperkte verantwoording (beschouwen van de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) ten aanzien van deze stoffen is verplicht.

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

27

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

Voor de defensieleiding bedraagt het invloedsgebied (1% letaliteitsgrens) 30 m. Daarmee ligt het plangebied ruim buiten het invloedsgebied van de buisleiding en vormt deze geen risico voor de beoogde ontwikkeling. Om deze reden wordt de buisleiding niet nader beschouwd. De Regionale weg N322 is niet opgenomen in de Regeling basisnet, maar er worden conform de tellingen van Rijkswaterstaat wel gevaarlijke stoffen over de weg getransporteerd:

Uit deze tellingen blijkt dat over de weg geen GF3 transporten plaatsvindt. In overeenstemming met het rapport van de Omgevingsdienst Regio Rivierenland, wordt geconcludeerd dat, gelet op ligging van LPG-tankstations en propaantanks in het buitengebied, die via deze wegen worden bevoorraad, en het bedrijf Butaan- en propaangashandel Midden Nederland BV aan de Waalbandijk in Nieuwaal (waar een propaantankwagen wordt gestald) toch transporten plaatsvinden over de N322. Ook wordt er aangesloten bij de aanname van de Omgevingsdienst dat dit niet meer dan 250 volle tankwagens per jaar kunnen zijn en dat er geen, of verwaarloosbaar groepsrisico zal zijn ten hoogte van het plangebied. De omgevingsdienst heeft aangegeven dat er geen groepsrisico verantwoording plaats hoeft te vinden (Regio Rivierenland, 2009). Conclusie risicovolle inrichtingen en transportbronnen Het plangebied bevindt zich buiten de invloedsgebieden van alle risicovolle inrichtingen en defensieleiding en buiten de 200 m (maar binnen het invloedsgebied) van de Regeling basisnet transportaders. Een beperkte verantwoording ten aanzien van deze transportaders is verplicht. De verwachting is dat het groepsrisico van de N322 niet aanwezig, of verwaarloosbaar laag is. Daarmee wordt er niet verder ingegaan op de externe veiligheidsrisico’s van de N322.

Verantwoording groepsrisico Ingevolge artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes moet een beperkte verantwoording gegeven worden van het groepsrisico. In deze paragraaf worden hiervoor elementen aangedragen. De gemeente Zaltbommel kan deze gebruiken bij de besluitvorming. De beperkte verantwoording omvat:  Het beschouwen van de zelfredzaamheid van de gebruikers van het plangebied.  De mogelijkheden tot het bestrijding van een incident met gevaarlijke stoffen bij de bron. Zelfredzaamheid Het nieuwe verenigingsgebouw is primair gericht op het gebruik door groepen zelfredzame personen. Echter, gebruik door groepen beperkt zelfredzame personen is niet uitgesloten. Gezien de afstand tot risicobronnen, en de lage frequentie van het vervoer van brandbare gassen over de N322, lopen deze personen geen verhoogd risico. Geadviseerd wordt, in aansluiting op de komende verplichting vanuit de Omgevingswet, om mechanische ventilatie handmatig afschakelbaar uit te voeren. Tevens wordt geadviseerd om in de kantine instructies aanwezig te hebben hoe om te gaan bij een (dreigend) incident met gevaarlijke stoffen. Bestrijdbaarheid De brandweer beschikt over protocollen hoe om te gaan met incidenten bij de in de inleiding van dit hoofdstuk genoemde risicobronnen. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

28

bestemmingsplan "Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)" (ontwerp)

bestemmingsplan Zaltbommel, Van Heemstraweg-West (Petanque)

4.8

Waterhuishouding

4.8.1

Regelgeving

Een watertoets is een essentieel onderdeel van ieder ruimtelijk plan en is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke belangen. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan en het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit hoofdstuk geeft daar uitvoering aan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10967336/1