Bijlage 1a. Buitenstad Integraal DOSP en BKP Buitenstad Zaltbommel
Tekst van het document
40
Delftse stoep Om een subtielere overgang tussen woning en werf te realiseren wordt een ruimte van 0,5 tot 1 meter gedefinieerd tussen openbare voetgangerszone en de gevel van de woning; een zogeheten Delftse stoep. Hier kunnen bewoners een eigen bankje neerzetten, of een plantenbak, kortom alles wat ze nodig vinden om zich de straatruimte eigen te maken. Deze zone blijft onderdeel van het openbaar gebied en kan dus geen voortuin worden. Er zullen heldere regels geformuleerd worden over gebruik, beheer en toegankelijkheid.
Achtereenvolgens worden in dit hoofdstuk de volgende onderwerpen behandeld: - de differentiatie van verschillende soorten ruimtes waaronder, pleinen en speelplekken - de groenstructuur - een duurzaam afwateringssysteem - de openbare verlichting - de materialisering van de buitenruimte in het algemeen In het daarop volgende hoofdstuk 5 worden de inrichtingsprincipes van de meest beeldbepalende delen van het plan beschreven.
Horecaplein
Kadeplein werkhaven
Allerlaatste pagina
Plein op de sokkel
Voorbeelduitwerking - vogelvlucht vanuit noordwesten
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
41
4 OPENBARE RUIMTE Plekken, pleinen, parken en spelen Buitenstad kent een verscheidenheid aan plekken, door afwisseling van schaalniveaus en sferen. Er zijn plekken die aansluiten bij de grote schaal van de rivier, tot stedelijke, meer geborgen plekken omsloten door bebouwing. De diversiteit is groot: - Een kadeplein bij de Werkhaven op het oorspronkelijke maaiveld - Diverse plekken op de sokkel; het ontsluitingsniveau van de meeste woningen; - Een verhoogd publiek ‘balkon’ aan de Werkhaven, boven parkeervoorzieningen; - Een overdekt plein op kop van de hal, vestibule tussen stad en rivier; - Een ‘landschapstrap’ in het talud tegenover het directiekantoor; - Een terrassenplein met uitzicht op de Stads en stadssilhouet - Een ‘stadsplantsoen’ op kop van de landtong, in combinatie met een ‘hellingpark’ ter plaatse van de oorspronkelijke scheepshelling; - Een plantsoen aan de westzijde van de hal als overgang tussen sokkel en uiterwaarde; - Een boomgaard met speelveld aan de voet van de Gamerschedijk Buitenstad is dus ruim voorzien van kwalitatief hoogwaardige openbare ruimtes. En de lijst is niet uitputtend want door de schakering van de blokken zijn er veel aanleidingen om een ruimte als plek te verbijzonderen. Deze diversiteit aan ruimten is ook gerelateerd aan de variaties aan woonsferen zoals verbeeld op pagina 29; buitenruimte en bebouwing reageren nadrukkelijk op elkaar.
De aandacht voor het publiek domein is tevens op te vatten als een uitnodiging aan alle bewoners van Zaltbommel om Buitenstad ook te beschouwen als hún locatie en zich die als bezoeker eigen te maken. Kinderen hebben niet veel nodig om zich te vermaken in hun eigen woonomgeving. Een muurtje, trap of hellingbaan kan al voldoende zijn. Toch zijn er een paar speelplekken aangewezen waar bewuster ontworpen wordt op een veilige speelomgeving voor verschillende doelgroepen: - Voor de kleintjes is dat op de sokkel, tussen de woningen. - Voor de senioren in het plantsoen op de landtong. - Voor kinderen én volwassenen wordt onder aan de dijk een spel- en speelveldje gerealiseerd.
42
Open verblijfsruimte
De straat als buitenruimte
Recreëren in eigen buurt
Natuurlijk ingerichte speelgelegenheid
Je eigen plek
Spelen op de woonerf
pergola
Legenda
plein / plek op sokkel plein met uitzicht aan kade / landtong opge�lde sokkel - spelen op het erf (0<6) groengebied - spelaanleiding / trapveld scheepshelling - spelaanleiding / verblijf speelaanleiding (0<6) buurtspeelplek (6<12) seniorenplek SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
43
4 OPENBARE RUIMTE Groen Aan de noordzijde grenst de locatie aan de uiterwaarde. Het is noodzakelijk om deze vrij te houden van hoog opgaand groen om zodoende de doorstroom van het water niet te belemmeren. Op de kop van de landtong wordt de uiterwaarde doorgetrokken in een openbaar plantsoen. Aan de westzijde van de grote hal krult de uiterwaarde via een hellend plantsoen om het gebouw heen en maakt de sfeer van de uiterwaarde zo ook op de sokkel goed beleefbaar. Op de Havendijk wordt met behulp van de groenstructuur een contrast gezocht met de binnenstadszijde. Bolwerk de Kat heeft een stenen talud met daar bovenop een continue laanbeplanting die de stad graag wil verdubbelen. Het talud van de Havendijk daarentegen is groen. Op de kade zelf staan op een paar strategische plekken markante, solitaire bomen. Zo wordt het werfkarakter van Buitenstad, alsook het contrast met de binnenstad, versterkt. De kade langs de Werkhaven is wel overwegend groen, door de wilg in het talud en nieuwe laanbeplanting tussen kade en woningen. Het zuidelijk deel van het plangebied, langs de Gamerschedijk en de Steenweg, is sterk vergroend, als overgang tussen de dijk en Buitenstad. Op de sokkel worden clustergewijs boomgroepen en solitaire bomen aangebracht om verblijfsplekken te markeren en schaduw te verzorgen.
Het werfkarakter wordt op de sokkel gerealiseerd doordat de nieuwe bouwblokken met hun gevels direct aan de verharding van het maaiveld grenzen. Solitaire bomen en boomclusters in de tussenruimten vormen hierop een aangename aanvulling. In de maatvoering van de binnenterreinen is rekening gehouden met een stevige vergroening van de gemeenschappelijke parkeerruimten, als contrast met het meer stenige werfkarakter aan de voorzijde van de woning. De grote plantvakken op de sokkel breken de lineaire karakter van de functionele profielindeling en houden het ruimtelijk profiel breed (van gevel tot gevel). Door specifieke assortimentskeuzen van stoere sierheesters per plantvak krijgen ze ieder een eigen beeld. Per plantvak wordt één soort sierheester gekozen, op strategische plekken kunnen deze worden ondersteund door accentbeplanting. De maten van de kronen van de bomen zoals getekend geven een ruimtelijke indicatie van wat het beeld in de toekomst kan worden.
44
Groene kade aan werkhaven
Relatie groen - grijs
Combinatie groen - blauw
Identiteit per plek
Versteende buitenruimte vs groen
Grote gebaren met minimale inspanning
Legenda
poten�e groen icoon pergolaconstruc�e met beplan�ng en duurzaamheid, uitwerking n.t.b. plein- en straatbomen op sokkel in plantvakken / boomrooster - o.a. Esdoorn, Els, Meelbes, Meidoorn, Sierkers en Tupeloboom open structuur- en accentbomen op kade stadshaven Gleditsia triacanthos met enkele speciale bomen met gesloten brede kroon (bijv. Rode esdoorn) plantvakken met stoere sierheesters Laurierkers, Struikkamperfoelie, Spierstruik, Hertshooi poten�e (zel�echtend) gevelgroen - Wilde wingerd, Klimhortensia, Klimop binnenhof - groene erfafscheiding, sierfruitbomen kade werkhaven en landtong - natuurlijke verlenging uiterwaarden. o.a. Wilg en Zwarte populier boomgroep onderaan de dijk - o.a. Eik, Berk, Linde groen talud stadshaven talud met blokhaag - mix Liguster, Meidoorn, Veldesdoorn; In de uitwerking van de aangrenzende inrich�ngsplannen aandacht voor de (zicht)rela�e met het grote parkeerterrein parkeervakken met blokhaag - Haagbeuk, 100cm hoog groen talud dijk - vrij van bomen i.v.m. waterkering
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
45
Inrichting openbare ruimte
4 OPENBARE RUIMTE Afwatering Uitgangspunt voor de afvoer van het hemelwater is dat het vertraagd afgevoerd wordt waarbij zoveel mogelijk water infiltreert in de bodem en het systeem alleen bij zwaardere buien kan overstorten op het oppervlaktewater in de havens. De lage kades liggen wel ‘op één oor’ en voeren hemelwater direct af. Op de sokkel ligt er vanaf de gevels een afschot naar een min of meer centrale plek in het profiel van de straat waar een 50 cm brede molgoot ligt. Het v-vormige profiel dat zo ontstaat kan relatief veel water op straat bergen bij piekbuien. Maar om overlast voor voetgangers te vermijden (opspattend water) dient de afvoer onder de grond ook goed geregeld te zijn. Via kolken wordt het water verzameld in een IT-riool. Dat is in feite een lekke buis die zoveel mogelijk water infiltreert in de bodem voordat het uiteindelijk het overtollige water in de haven stort. Andere plekken waar het water via de oppervlakte kan infiltreren zijn de parkeervakken (in openbaar gebied en op de binnenterreinen) en in de plantvakken en boomspiegels.
Oppervlakkig afvoeren goot Infiltratie via IT‐riool
Vertraagde afvoer richting werkhaven Afwaterprincipe
wUrck
Waterafvoer via robuuste molgoot
46
Zichtbare HWA-afvoer
AFWATERING
Legenda
oppervlakkig afvoeren (daken en verharding) HWA-verzameling via molgoot infiltra�e via IT-riool met overstoort rich�ng Waal infiltra�e via parkeerplaatsen (grasbeton) SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
47
4 OPENBARE RUIMTE Verlichting De verlichting levert in de avonduren een belangrijke bijdrage aan de sfeer van de werf. In afwijking van wat gebruikelijk is in stedelijk gebied kan de ledverlichting met een amberkleurige lichtzweem ’s avonds de sfeer van de werf terugbrengen en ook op die manier de locatie onderscheidend maken van andere buurten in Zaltbommel. Op de sokkel is de verlichting op de gevel gemonteerd. Er wordt een speciale uithouder voor deze plek ontworpen waaraan een gebruikelijk ‘standaard’ ledarmatuur kan worden gemonteerd. Op de kades wordt een eenvoudige, maar stoere verlichtingsmast voorgesteld. Op een paar plekken (pleinen) kan een meer bijzondere mast met enkele spots worden toegepast. Bij de uitwerking dient rekening gehouden te worden met ongewenste lichthinder voor vleermuizen. Een drietal geconcentreerde openbare parkeerplekken worden verlicht door paaltoppers.
Verlichting in woonstraaten hangt aan de gevel
Stoere hoge masten langs de kades
Paaltoppers hebben een terughoudende uitstraling
Bijzondere pleinverlichting
Kunstopgave dubbele kraanbaan ...
Amberkleurige verlichting verwijst na werfsfeer
Onder de kraanbaan worden lijnvormige elementen met een warm witte verlichtingskleur toegepast (keuze in samenhang met eventuele kunsttoepassing op deze plek).
48
VERLICHTING
Legenda
gevelarmatuur n.t.b. mast met uithouder, armatuur n.t.b. mast met uithouder en parkeerwering, ontwerp en armatuur n.t.b. paaltopper, armatuur n.t.b. bijzondere pleinverlich�ng, armatuur n.t.b. bijzondere verlich�ng, kunstopgave SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
49
4 OPENBARE RUIMTE Materialisering buitenruimte Kades De kade van de Havendijk krijgt een authentiek karakter door de toepassing van stelconplaten in de rijlopers en natuursteen keien in de voetgangersgedeelten. In een deel van de voetgangerszone worden de keien gezaagd om de beloopbaarheid te bevorderen. Ook de kade langs de Werkhaven bestaat uit stelcon, maar wordt hier aan de waterzijde ‘afgezoomd’ met een voetpad van afgestrooid asfalt. Het plein op kop van deze kade behoud zijn oorspronkelijke afwerking van ruw beton. Sokkel Op de sokkel wordt een gebakken klinker toegepast in een warme roodbruine toon. Door verschillende afmetingen en legverbanden wordt onderscheid gemaakt voor verschillende functies. Hierbij kan gedacht worden aan: - Rijloper: keiformaat in elleboogverband, donkerder toon; - Voetpaden: keiformaat halfsteens dwars op de gevel, middentoon; - Delftse stoep: dikformaat halfsteens in langsrichting gevel, middentoon (of materialisering afstemmen op architectonisch ontwerp); - Stoere betonnen molgoten markeren lijnen, plekken en overgangen. De rijlopers direct grenzend aan parkeervakken bestaan uit hergebruikte stelconplaten. Deze platen worden her en der ook op decoratieve wijze toegepast om specifieke plekken te markeren of te verbijzonderen.
Kade met natuursteen keien
Betonplaten als stoere verharding, deels hergebruikt
Roodbruine klinkers als basismateriaal
Parkeervakken met groene uitstraling zorgen voor afwatering
Markering stoep woning door formaat klinker en patroon
Betonnen molgoot
Parkeerplaatsen Parkeervakken worden zo bestraat, dat ze een groene uitstraling kunnen krijgen en het hemelwater erin infiltreert, bijvoorbeeld met een grasbetonsteen. Een goede drainage onder deze vakken zorgt voor een beheersbare groenkwaliteit. De scheidingen tussen de vakken bestaan uit 40 cm brede stroken met een goed beloopbare betonnen elementenverharding. Op de sokkel wordt ieder parkeervak gemarkeerd met een P-tegel.
50
MATERIALISATIE
Legenda
rijbaan - gebakken klinkers rijbaan / voetpad - stelconplaten parkeren / keerlus - waterdoorlatende verharding voetpad - gebakken klinkers voetpad - natuursteen keien voetpad - asfalt afgestrooid met parelgrind voetpad - betontegels met natuursteentoplaag plein - n.t.b. SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
51
5 INRICHTINGSPRINCIPES De inrichtingsprincipes zijn bedoeld als illustratieve uitwerking van de beoogde sfeer. Per ontwikkelingsfase zal, in samenhang met dan te realiseren woningbouwprogramma, een inrichtingsplan worden opgesteld. In de eerste bouwfase worden, aan de hand van de materialisering en inrichtingsprincipes zoals hier voorgesteld, definitieve keuzes gemaakt ten behoeve van inkoop en realisatie. Feitelijk wordt in die eerste fase het materiaalpalet voor de volgende fasen vastgelegd (klinkers, molgoten, verlichting, betonnen trapelementen, algemeen straatmeubilair). Een deel van het straatmeubilair, zoals banken of speelaanleidingen zijn locatiespecifiek en worden in de uitwerkingsplannen voor de buitenruimte in die fase zelf meegenomen. Het rijke scheepswerfverleden geldt als inspiratie voor de inrichting van de buitenruimte. Het publieke maaiveld van de lage kades wordt uitgevoerd in stoere en robuuste materialen, met een afwisseling van gestraalde en ruwe oppervlakten. Met stevige banden als markeringslijnen en bolders als stille getuigen van de werf. Het straatmeubilair is ingetogen, met een aantal industriële accenten als aandenken aan het verleden. Elementen die lijken te zijn achtergebleven na vertrek van de werf. Betonnen contragewichten als bank, hergebruikte stelconplaten als rijlopers en markering van plekken.
De klinkerkeuze voor de bestrating van de sokkel doen we in samenhang met het kleurpalet van de gebouwen. In principe wordt de sokkel, trappen, muurtjes en hellingbanen uitgevoerd in één materiaalbeeld. Nuancering en schaalwerking ontstaat door verschillen in formaat- en bestratingspatronen, afwijkende vlakken om plekken te markeren en de toepassing van stoere molgoten. Door op een andere schaal dan die van het functionele straatprofiel nieuwe maten in de materiaalvlakken te introduceren, ogenschijnlijk toevallige overblijfsels uit een ander tijdperk, komen we los van het traditionele woonstraatprofiel en terug bij de schaal van de werf.
52
Ligging inrichtingsprincipes
Inrichtingsprincipe - woonerf op sokkel
Inrichtingsprincipe - kade stadshaven
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
53
5 INRICHTINGSPRINCIPES Kade Werkhaven De kade bestaat uit een stoere 6 meter brede rijloper van stelconplaten. Met behulp van blokhagen wordt het functioneel profiel van de rijbaan versmalt tot 5 meter. Aan de zijde van de Werkhaven ligt een recreatief voetpad van afgestrooid asfalt dat met een breedte van anderhalve meter aansluit op de struinpaden in de uiterwaarde. De overgang van kade naar sokkel gebeurt middels een stevige blokhaag. De maatvoering en vormgeving van de woonpaden verschilt per plek. In de situatie zoals hier getekend kan de stelcon strook naast de haag worden gebruikt als een soort overtuin van de aangrenzende woningen.
Ligging inrichtingsprincipes
54
Inrichtingsprincipe - kade werkhaven
Voorbeelduitwerking - kade werkhaven
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
55
5 INRICHTINGSPRINCIPES Kade Stadshaven Op deze kade worden de stelconplaten gecombineerd met gezaagde (en dus comfortabel beloopbare) natuursteen in de voetgangerszones. De rijloper wordt versmald naar 5 meter door de toepassing van grotere en kleinere betonelementen en plantvakken. Deze elementen verzorgen tevens een veilige fysieke afscheiding tussen voetgangers en autoverkeer. Aan de zijde van de woningen zorgt een verhoogde band voor een veilige scheiding tussen voetgangers en auto’s. Ook de plateaus ter plaatse van dwarsverbindingen en tegenover het directiekantoor garanderen een verkeersveilige inrichting en benadrukken de functionele breedte van deze kade aan de Stadshaven.
Ligging inrichtingsprincipes
56
Inrichtingsprincipe - kade stadshaven
Voorbeelduitwerking - kade stadshaven
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
57
5 INRICHTINGSPRINCIPES Woonerf Op de sokkel ligt een ‘vlakke’ plaat met gebakken klinkers van gevel tot gevel. Rijloper, voetpaden en Delftse stoepen worden gemarkeerd door toon- en formaatverschillen en belijningen in de vorm van strekken tussen deze 3 zones. De positionering van de ruime plantvakken breekt het centraalperspectief van de straat, creëert plekken en pleintjes op een kleinere schaal en tevens in elke kijkrichting zicht op groen en bomen. Ook wordt zo op vanzelfsprekende wijze de automobilist gedwongen stapvoets te rijden. Vanaf de hemelwaterafvoeren aan de gevels leiden licht verlaagde beklinkerde molgoten het regenwater naar de brede betonnen goten.
Ligging inrichtingsprincipe
58
Inrichtingsprincipe - woonstraat op de sokkel
Voorbeelduitwerking - woonstraat op de sokkel
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
59
5 INRICHTINGSPRINCIPES Het plein op de sokkel De grote wigvormige ruimte ten zuiden van de Grote Hal is een oase van rust in Buitenstad. Het plein is alleen toegankelijk voor hulpdiensten. Hier hebben volwassen en kinderen vrij spel. Centraal in de ruimte wordt een zitplek gemaakt door een speelse schakering van stelconplaten in de bestrating van gebakken klinkers. Schijnbaar willekeurig worden platen weggelaten om plantvakken te creëren of grote betonnen zit- en ligbanken. Dit is ook de plek waar drie grotere bomen de ruimte markeren en voor schaduw zorgen. Daarnaast ‘kruipt’ de uiterwaarde via een hellend maaiveld naast de Grote Hal het plein op en geeft de uiterwaarde daarmee een beeld in het hart van Buitenstad.
Ligging inrichtingsprincipe
60
Inrichtingsprincipe - plein op de sokkel
Voorbeelduitwerking - plein op de sokkel
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
61
5 INRICHTINGSPRINCIPES Parkeertuinen Bij de grondebonden woningen in de halfgesloten bouwblokken wordt het parkeren opgelost in de afsluitbare binnengebieden. Er wordt geparkeerd op grasbeton waar ook een deel van het hemelwater infiltreert. De parkeertuinen worden omkaderd door groene erfafscheidingen op de achtererfgrenzen van de woningen. Verlichtingsarmaturen die reageren op beweging (vanuit een gedimde ruststand) zorgen ook ‘s avonds voor een veilige omgeving. Ook in de openbare ruimte wordt geparkeerd op grasbetonsteen (gemarkeerd met een P-tegel) met aangrenzend een rijloper van stelcon. Op sommige plekken wordt een 2 meter brede strook met stelcon gebruikt als fietsparkeerstroken en als kader voor metalen boomspiegels.
Ligging inrichtingsprincipe
62
Inrichtingsprincipe - binnenhof
Voorbeelduitwerking - doorzicht richting werkhaven
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
63
5 INRICHTINGSPRINCIPES Horecaplein De Havendijk leidt naar een aangename aaneenschakeling van verschillende planonderdelen in een grote openbare ruimte die een belangrijke plek voor Zaltbommel belooft te worden. De verbreding van de kade vormt samen met de Kraanbaan een groot terras ‘uit de wind en in de zon’, met uitzicht op haven en stad. Op dit plein kan een seizoensgebonden uitgiftebalie geëxploiteerd worden. Een brede trappartij leidt naar de sokkel en het overdekte plein op kop van de Grote Hal. Ook hier is plek voor terrastafels, maar ook voor culturele activiteiten, sport en spel of markten. Direct aan dit plein grenst de horecagelegenheid.
Ligging inrichtingsprincipe
64
Inrichtingsprincipe - horecaplein
Voorbeelduitwerking - horecaplein
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
65
5 INRICHTINGSPRINCIPES Uiterwaardeplantsoen De mooiste plek van Buitenstad, op de kop van de Landtong, wordt openbaar voor de hele stad. Een rond plein met zitbanken vormt een vooruitgeschoven post met 360 graden panoramisch uitzicht. De plek is bereikbaar vanuit de uiterwaarde, de sokkel en op twee manieren via de kraanbaan: bovenlangs en onderlangs. De materialisering is robuust en de beplanting bestaat uit dezelfde pionierssoorten die in de uiterwaarde zijn te vinden. Het grote hellende vlak ligt op de positie van de voormalige scheepshelling. Een nadere uitwerking van deze helling zal gebeuren nadat beter in beeld is wat resteert van de bestaande helling in de ondergrond. Halverwege ligt een speelboot voor grotere kinderen. De detaillering van het geheel moet robuust genoeg zijn tegen de stroming bij hoogwater.
Ligging inrichtingsprincipe
66
Inrichtingsprincipe - park landtong
Voorbeelduitwerkingen - zicht vanaf bolwerk de Kat
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
67
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR Dit beeldkwaliteitsplan vormt als onderdeel van het Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan en samen met het Bestemmingsplan), een bindend kader voor de architectonische uitwerkingen van de verschillende bouwvlekken van de locatie Buitenstad in Zaltbommel. In het kaartbeeld is zichtbaar op welk deel van het plangebied dit Beeldkwaliteitsplan betrekking heeft. Voor de vrijstaande woningen aan de Gamerschedijk geldt in principe de vigerende Welstandsnota, maar aangevuld met een paar extra richtlijnen die ook in dit hoofdstuk Beeldkwaliteit Architectuur zijn meegenomen. Voor de toetsing van (landschaps)architectonische uitwerkingen is naast dit hoofdstuk Beeldkwaliteit Architectuur dus ook het voorgaande stedenbouwkundig plan (inclusief de inrichtingsprincipes die daar onderdeel van uitmaken) leidend. Top-eis: de Werf Met dit BKP is het niet de bedoeling oplossingen ‘in beton te gieten’. Het is voornamelijk bedoeld om te inspireren en uit te dagen. Een aantal essentiële, algemene regels worden beschreven in de paragrafen Bouwblok, Daken, Gevels, Blokrelaties, Details en Kleuren en materialen. Vervolgens worden voor een aantal specifieke plekken nadere richtlijnen gegeven.
Zoals het hoort in een beeldkwaliteitsplan dat vooral uitnodigt tot creatief ontwerpend onderzoek door architecten per projectfase, zijn veel van de zaken die hier beschreven worden interpretabel. Maar er is wel één harde top-eis: alle ontwerpbeslissingen dienen een bijdrage te leveren aan de realisatie van de Werf en het daarbij horende beeld en karakter! Dat is de belangrijkste basis voor de kwaliteitstoets namens de gemeente Zaltbommel. Het ontwerpend onderzoek per blok of bouwfase, en de afwegingen die daarin gemaakt zijn maken daarom uitdrukkelijk ook deel uit van de kwaliteitstoets. Q-team De plannen voor Buitenstad getuigen van een hoge ambitie met betrekking tot stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische kwaliteit (hierna samengevat in het begrip ‘ruimtelijke kwaliteit’). Het is belangrijk die kwaliteiten vast te houden in het komende ontwikkelings- en uitvoeringsproces. Het stedenbouwkundig plan heeft immers, binnen de kaders van het
68
bestemmingsplan, een zekere mate van flexibiliteit. De concrete uitwerking van de verschillende bouwblokken zal dus afwijken van de voorbeelduitwerkingen uit het Stedenbouwkundig Plan, maar zal wel getoetst worden aan intenties van het stedenbouwkundig plan en de uitgangspunten zoals geschetst in het Beeldkwaliteitsplan. Referentiebeelden In dit beeldkwaliteitsplan maken we veel gebruik van referentiebeelden. Deze beelden dienen altijd in samenhang van de tekst en met het onderschrift gelezen te worden. Soms gaat het bij beelden om heel specifieke details, soms gaat het meer om een algemeen idee of een sfeer. De onderschriften bij beelden geven aan wat wij willen illustreren met dat beeld, alle overige elementen op een referentiebeeld doen er dan in zekere zin niet toe.
D C A
Dijkwoningen (Blok K) Deze woningen maken geen deel uit van de scheepswerf. In een apart hoofdstuk aan het eind van dit document gaan we in op de uitgangspunten omtrent beeldkwaliteit voor deze woningen. Referentieprojecten stedenbouw en beeldkwaliteit De referentieprojecten op de volgende pagina geven een beeld van de sfeer en samenhang die ook uitgangspunt is voor de stedenbouw en architectuur van Buitenstad. Deze projecten behelzen alle drie locaties met een sterke historie. In de nieuwbouw wordt duidelijk een link gelegd met de historie van de plek. De plannen zijn divers in uitwerking zonder in te boeten aan samenhang. Dit resulteert in een sterke eigen identiteit van deze ontwikkelingen. Het is dus met name de gecreëerde samenhang, het harmonische ensemble van op zich verschillende, nevengeschikte gebouwen, die we ook zoeken voor het beeld en sfeer in Buitenstad. Deze referentiebeelden zijn geen onderdeel van de beeldkwaliteit van Buitenstad. Elementen uit deze projecten die ook passen binnen de na te streven beeldkwaliteit van Buitenstad komen in de loop van het beeldkwaliteitsplan aan bod.
E
B
G
H M
F I J K
Demarcatiekaart reikwijdte beeldkwaliteitsplan
Referentieprojecten stedenbouw en beeldkwaliteit
Referentieproject - Defensie-eiland, Woerden
Referentieproject - Dobbelmanterrein, Nijmegen
Referentieproject - Meyster’s Buiten, Utrecht
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
69
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR Bouwblok Korrelgrootte Scheepswerven in de negentiende en twintigste eeuw kernmerken zich door de grote korrel van de bebouwing. De werven bestaan uit grote duidelijk afleesbare entiteiten: loodsen, werkplaatsen, kraanbaan en scheepshellingen. Elk van deze entiteiten had een eigen functie en een daarbij passende maat, schaal en vormgeving. De duidelijk afleesbare entiteiten van de voormalige scheepswerf komen in een nieuwe gedaante terug als stevige en als éénheid leesbare blokbebouwing. Blok als eenheid Ieder bouwblok is een eenheid, en wordt in één architectuur ontwikkeld. De architectuur van de afzonderlijke bouwblokken verschilt wel van elkaar. Hoogteaccenten en geledingen zijn mogelijk mits deze geen afbreuk doen aan de eenheid maar haar juist versterken. Hoogteaccenten kunnen voor komen indien de betreffende plek extra aandacht vraagt vanuit stedenbouwkundige overwegingen. Deze accenten zijn in het stedenbouwkundig plan aangegeven. Om geen afbreuk te doen aan het karakter van de plek worden blokken niet opgedeeld in pandjes of in enkele losse eenheden met elk een eigen architectuur. Rooilijn bebouwen Om de eenheid van de blokken te realiseren zullen alle blokken tot op de rooilijn bebouwd zijn. De rooilijnen volgen uit het stedenbouwkundig plan en de blokpaspoorten (zie ook pagina 95).
Sprongen van stedenbouwkundige aard zijn hierin vastgelegd. Sprongen op gevelniveau, bijvoorbeeld vanuit de windhinder maatregelen, behoren tot het domein van de architect. Hiermee worden twee dingen bedoeld: gebouwen staan met hun voorgevels op de rooilijn en de blokranden zijn waar mogelijk bebouwd. Door het bouwen op de rooilijn worden overgangen van privé naar openbaar belangrijk. Deze dienen met veel zorg te worden ontworpen zodat er een sterke relatie van de woning met de sokkel ontstaat en verrommeling wordt voorkomen. Daarom passen we het principe van de Delftse stoep toe (ca. 0,5-1,0 meter). Dit is een zone direct grenzend aan de woning die
70
door bewoners naar believen gebruikt kan worden maar niet tot het eigendom van de woning behoort. Bewoners zetten hier een bankje neer, en/of een plantenbak. Het valt niet binnen het reguliere beheer van de gemeente, maar moet wel toegankelijk zijn voor bijvoorbeeld groot onderhoud. De relatie tussen woning, stoep en straat/plein dient zorgvuldig vanuit de architectonische opgave beschreven en ontworpen te worden. Een voortuin (dus geen bestrating) behoort niet tot de mogelijke alternatieven. Om de blokranden op de hoeken zoveel mogelijk te bebouwen kan bijvoorbeeld gewerkt worden met tuinmuren of afwijkende hoekplattegronden. Parkeren voor de woningen wordt in het blok opgelost, daartoe is op bepaalde plaatsten de blokrand open om toegang te geven tot de binnenterreinen. Deze openingen worden op zo’n manier gemaakt dat de eenheid van het blok bewaard blijft, bijvoorbeeld door het als een poort (verwijzend naar de enorme loodsdeuren) of als onderdoorgang vorm te geven. Architectonische entiteiten Buitenstad bestaat uit een veelvoud aan bouwblokken met een diversiteit aan verschijningsvormen. De architectuur van alle blokken dient te refereren aan de scheepswerf en te voldoen aan de spelregels zoals deze in dit BKP zijn geformuleerd in tekst en geïllustreerd met schema’s en door middel van referentiebeelden.
Bouwblokken kunnen echter meerdere architectonische entiteiten bevatten, zogenaamde samengestelde bouwblokken waarbij de bouwdelen in meer of mindere mate met elkaar contrasteren. Dergelijke samengestelde blokken bevinden zicht met name aan de stadshaven zijde. De kleinere korrel die daarmee ontstaat is een reactie op enerzijds de nabijheid van de binnenstad, de meer diverse programmering en de geschiedenis van de werf, die met kleinere volumina begon aan deze kant van het plangebied.
D
E
C A
B
G
H M
F I J K
Architectonische eenheden, bouwblokken als eenheden die zicht onderscheiden door middel van architectuur
De hoeken zijn zo ontworpen met speciale hoekplattegronden en hoog opgetrokken doorlopende gevels dat het blok rondom een continue gevel krijgt
Alle bouwblokken samen vormen een éénheid in verscheidenheid
Gelijk materiaalgebruik zorgt voor eenheid van meerdere bouwvolumes die samen één bouwblok vormen
Opening naar een binnenhof ontworpen als gevelopening
Een zone voor de woning (Delftse stoep) maakt een overgang van privé naar openbaar
Bebouwde rooilijn, doorgebouwde hoek en één architectuur maken het blok tot een eenheid ondanks de verschillende hoogtes en functies
Twee bouwvolumes die in architectuur een sterke verwantschap hebben
Eén rigide kappenlandschap met subtiele variatie in bewerking van de gevelopeningen
Samengesteld blok met een gevelbeeld/ kleurstelling maar variatie in dakvormen
Variatie in massa of materiaal-/kleurgebruik zonder afbreuk te doen aan de éénheid
Veelvoud aan bouwmassa’s, kapvormen en richtingen
Het bouwblok valt uit elkaar in losse pandjes
Variatie in massa of materiaal-/kleurgebruik die afbreuk doet aan de eenheid
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
71
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR Daken Kaprichting Kappen en de kaprichting bepalen het silhouet van Buitenstad. Refererend aan de karakteristieke werfbebouwing zijn er meerdere kapvormen mogelijk. Zoals hiervoor beschreven refereren de bouwblokken aan werfgebouwen. Kijkend naar dergelijke bebouwing zien we dat daar vaak een dominante kaprichting aanwezig is. De bestaande bebouwing op de locatie laat dit ook zien, elke aanwezige loods heeft een dominante kaprichting die resulteert in een sterke en karakteristieke verschijning. De keuze voor een eenduidige kaprichting per blok versterkt de ervaring van het blok als een eenheid. De eenduidige kaprichting kan echter wel betekenen dat er meerdere kapvormen in één blok worden toegepast. Hiermee kan in het daksilhouet van het blok een schaal worden geïntroduceerd tussen die van het blok als geheel en die van de individuele woning. Enkele kaprichtingen liggen vast in het plan, namelijk het dak van de grote hal en van het directiekantoor. Voor de overige bouwblokken geldt dat de kaprichting reageert op de locatie in het plan en de kaprichting van de belendende bouwblokken. Deze nevengeschikte wisseling van kaprichting versterkt het individueel karakter per blok. Kapvorm Kapvormen die men zoal tegenkomt bij aan de werf gerelateerde architectuur zijn sheddaken, lessenaarsdaken en zadeldaken, allemaal in diverse verschijningsvormen.
Mansardekappen, tentdaken, schilddaken of kappen met een wolfseind passen niet in het beeld. Daken hebben dus een zeer eenvoudige vorm en slechts twee dakvlakken. Met bij voorkeur een dakhelling van maximaal 30°. De woning Naast het versterken van de eenheid van het bouwblok en het eigen karakter van elk bouwblok kan het dak ook worden ingezet om de individuele woningen afleesbaar te maken. Kaprichtingen in het binnen gebied is gevarieerd en helpen om te bemiddelen tussen de grotere schaal van het blok als geheel en de kleinere korrel van de woningen. Langs de Waal benadrukken de kappen, door ze parallel te oriënteren, de weidsheid en langgerektheid van de Waal.
Materiaal De materiaalkeuze voor de daken is ook ingegeven door de werf. De strakke en eenvoudige hoofdvorm van de daken moeten worden ondersteund door de materiaalkeuze. Groene daken worden niet uitgesloten, maar er dient dan qua verschijningsvorm zeer goed gemotiveerd te worden welke relatie dat beeld heeft met het beoogde werfkarakter.
Speelse toepassing van het traditionele zadeldak
Indien een blok gedeeltelijk hoger wordt dan heeft het hogere deel een substantiële maat
Meerdere dakvormen toch één richting en dus een eenheid
Bij gelijke kappen in een blok kunnen kappen samenvallen met de individuele woningen
Kapvormen die aansluiten bij de werftypologie
Bij meerdere kapvormen in één blok overstijgen de kappen de individuele woningen en hebben juist betekenis op blokniveau Schematische weergaven van de relatie tussen het bouwblok, de individuele woning en de kapvorm
72
Kapvormen die niet passen in het beeld
De dakvorm kan helpen om de afzonderlijke woningen te herkennen
Eén dominante kaprichting per blok (Van Gendthallen Amsterdam)
Voor de kleinere bouwblokken kan gekozen worden voor één kap op het gehele blok
Een herhaling van gelijke kappen die eventueel samenvalt met de individuele woningen
Eén dominante kaprichting per blok (Werkspoorkwartier Utrecht)
Een variatie in kapvormen die betekenis heeft op het niveau van het blok als geheel
Eén dominante kaprichting per blok, verschillende kapvormen binnen een blok mogelijk
wisseling in kaprichtingen
Eén kapvorm die op klassieke wijze de hoek omvouwt
Geen variatie van kaprichting binnen één blok, geen kappen die de hoek om gaan
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
73
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR Gevels Inspireren, niet historiseren Naast de dakvorm en de eenheid van het bouwblok speelt ook de gevel een belangrijke rol in het verhaal van de werf. Gebouwen op scheepswerven hebben een aantal kenmerken die inspiratiebron zijn voor de nieuwe bouwblokken in Buitenstad. De architectuur laat zich inspireren door het werfverleden van Buitenstad, dit betekent niet dat de bouwblokken historiserend zijn, ze hoeven niet letterlijk te ogen als verbouwde loodsen. Het gaat dus steeds om een eigentijdse interpretatie van de in dit beeldkwaliteitsplan beschreven kenmerken van de werf, waarbij wooncomfort en energetische kwaliteit ook een belangrijke rol spelen. Functioneel en pragmatisch Een belangrijke eigenschap en inspiratiebron is het gegeven dat historische werfarchitectuur een vormgeving heeft die is ingegeven door de functie. Waar een deur is, is een deur en de afmeting van deur 1 is anders dan deur 2. Deze eigenschap lijkt een rommelig en willekeurig gevelbeeld tot gevolg te hebben, toch is dat niet het geval. Gevels van dit type gebouwen hebben namelijk ook een duidelijke structuur waarin veel herhaling voorkomt. Een herhaling van kolommen en vloerbanden, daglichtopeningen, etc. Juist binnen deze duidelijke structuur ontstaat veel ruimte en vrijheid voor variaties en uitzonderingen zonder dat dit leidt tot verrommeling.
De rigiditeit van het grid wordt verzacht door een variatie in vullingen in het grid, zowel in materiaal als compositie
Een verticaal georiënteerd grid dat ononderbroken om de hoek doorloopt in eenvoudig materialen, een heldere structuur, een sterke eenheid
Warme en stoere materialen voor de hoofdstructuur van de gevel
74
Een meer stevig en stenige hoofdstuctuur wordt verzacht met houten elementen in de gridstuctuur
Achtergevels De achtergevels van de bouwblokken dienen in samenhang met de voorgevels ontworpen te worden. Dat wil zeggen dat de sfeer van de scheepswerf wordt voortgezet aan de binnenzijde van de bouwblokken zodat er geen ‘decorarchitectuur’ ontstaat. Dit geldt in het bijzonder op plekken waar de achtergevels vanuit de openbare ruimte zichtbaar zijn.
De loodsdeur als karakteristiek element legt een relatie met de historie van de plek en draagt bij aan de identiteit van de nieuwe bebouwing
Eigenzinnig kleurgebruik en gelaagdheid resulteren in een sterk beeld
Zorgvuldige detaillering
Karakteristieke materialencombinatie en sterke kleuren
Gelaagde detaillering
Materialen Werfarchitectuur heeft niet één typisch materiaal, wel is de manier waarop materialen worden toegepast kenmerkend voor de scheepswerf. Enkele materialen komen veel voor zoals: staal, baksteen, beton, glas en hout. Materialen worden eerlijk toegepast, ze pretenderen niet iets anders voor te stellen. Wanneer een stalen profiel zichtbaar is in een gevel dan is dit echt staal en weerspiegeld dit de werkelijke draagconstructie van de gebouwen. De eerdergenoemde duidelijk afleesbare structuur kan voorkomen in staal, of is op een meer subtiele manier aanwezig door de ordening van gevelopeningen en gesloten gevelvlakken. Bij baksteen gevels kan dit bijvoorbeeld betekenen dat daar waar het metselwerk dragend is de wand dikker is dan daar waar het enkele gevelvulling is. Kleuren Kleurgebruik op werfterreinen is over het algemeen terughoudend. Hier zijn echter wel uitzonderingen te vinden. Interessant is dat er in uitzonderingsgevallen juist gekozen wordt voor een heel krachtig kleurgebruik, waarbij bijvoorbeeld alle staalprofielen en deuren in een gevel één opvallende kleur hebben. Kleurgebruik gaat niet alleen over coatings, maar ook over de keuze van baksteensorteringen. Sorteringen zijn veelal terughoudend en in de bruinrode sfeer. Heel bonte baksteensorteringen met een confetti-achtig resultaat komen niet voor op de werf.
Op het gebied van metselwerkverbanden kan ook een toepassing van eenvoudige verbanden worden waargenomen.
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
75
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR Blokrelaties Bouwhoogte De tegenover elkaar liggende blokken dragen op meerdere wijzen bij aan de beoogde variatie in het plan. Eén van de manieren is de variatie in bouwhoogte. Uitgangspunt is daarom een wisselende bouwhoogte van de individuele bouwblokken waardoor asymmetrische straatprofielen ontstaan. De maximale hoogte van de meeste bouwblokken, uitgezonderd de in het stedenbouwkundig plan benoemde hoogteaccenten, is 4 lagen. Deze bouwhoogte wordt in min of meer gelijkwaardige mate afgewisseld met blokken of delen daarvan, in 2 of 3 lagen; al dan niet met kap. Per bouwfase worden aangrenzende toekomstige fasen in de schetsontwerpfase meegenomen om zo de beoogde ruimtelijke relaties tussen het blok dat op dat moment aan snee is en de toekomstige ‘buurblokken’. Kappenlandschap Een tweede middel om de onderlinge variatie tussen de blokken te realiseren is de kapvorm. Zoals eerder beschreven zijn er diverse kapvormen mogelijk. Daarnaast zetten we ook de dominante kaprichting van een blok in om blokken van elkaar te doen verschillen. Kapvorm en -richting en bouwhoogte zijn de middelen om tot het beoogde afwisselende beeld op wijkniveau en op straatniveau te komen.
naast elkaar gelegen bouwblokken hebben niet allemaal dezelfde bouwhoogte
Er zijn diverse composities van bouwblokken met wisselende bouwhoogtes mogelijk
Symmetrische straatprofiel met twee blokken van dezelfde bouwhoogte en dezelfde kapvorm- en richting passen niet in het plan
Schema variatie in bouwhoogte (in dit schema zijn de kapvormen- en richrting nog niet meegenomen
Straatprofiel met aan weerzijde een bouwblok met een andere bouwhoogte, al dan niet met een afwijkende kapvorm zijn toegestaan naast elkaar gelegen bouwblokken hebben niet allemaal dezelfde kapvorm en richting
Er zijn diverse composities van bouwblokken van wisselende kapvormen en richting mogelijk die de beoogde variatie bewerkstelligen Straatprofielen waarbij de tegenover elkaar gelegen blokken toch een nagenoeg gelijke bouwhoogte hebben dienen zich te onderscheiden in kapvorm en -richting Schema variatie in kapvorm- en richting
76
Schema straatprofielen
Windhindermaatregelen Het VO stedenbouwkundig plan is onderworpen aan een windklimaatonderzoek. De uitkomst van dit onderzoek is dat er enkele plekken in het plan zijn waar een kans bestaat op windhinder op maaiveld niveau. De oorzaak van deze mogelijke windhinder verschilt per locatie, en daarmee dus ook de mogelijke oplossing om het risico op overlast te reduceren. Naar aanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek zijn een aantal mogelijke oplossingen bestudeerd. Deze middelen kunnen bij de uitwerking van een blok worden ingezet indien dat daar van toepassing is.
Maatregel 01: Plint door de plint enigszins naar buiten te halen wordt valwind gebroken en daarmee de kans op windhinder op maaiveld niveau gereduceerd
In dit hoofdstuk volgen enkele mogelijke ingrepen die grofweg uiteenvallen in twee categorieën: ingrepen op stedenbouwkundig (blok)niveau (maatregel 01 en 02) en ingrepen op architectonisch (gevel)niveau (maatregel 03 t/m 06). De in het onderzoek geïdentificeerde risicovolle hinderlocaties kunnen in de loop van het ontwikkel- en ontwerpproces nog wijzigen. Per blokpaspoort zal dan ook worden aangegeven of er sprake is van kans op windhinder en indien dat het geval is dan kan er worden geput uit de voorgestelde ingrepen op blok- en/of gevelniveau.
Maatregel 02: Uitstekende hoek door het bouwblok op een hoekpunt te verbijzonderen door een penant of door de laatste (1 of 2) woningen uit de rooilijn te laten steken wordt wind langs de gevel om de hoek gebroken en neemt de kans op windhinder om de hoek af
Maatregel 03: Penanten reliëf aanbrengen in de gevel d.m.v. penanten waardoor de wind word gebroken en er minder kans op windhinder is bij de voordeur.
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
77
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR
Maatregel 04: Windscherm t.p.v. de entrees van de woningen maatregelen buiten het gevelvlak nemen waardoor de kans op windhinder bij de voordeur wordt tegengegaan.
Maatregel 05: Terugliggende entree de entree’s van de woningen terugliggend ontwerpen waardoor een luw portiek ontstaat.
Maatregel 06: Gevelgeleding de gevels met meer geleding ontwerpen waardoor het gevelvlak meer reliëf krijgt en de wind daardoor meer wordt gebrolen.
Details Het typische karakter van Buitenstad komt ook tot uiting in de details van de bouwblokken. De details gaan over hoe met bouwkundige detaillering wordt omgegaan, bijvoorbeeld hoe kozijnen zijn gedetailleerd. Details zijn ook verlichtingselementen, de toepassing van een grote schuifdeur om de binnenplaatsen van de bouwblokken af te sluiten, etc.
Meeontworpen voordeurverlichting en huisnummeraanduiding, terughoudend en eenvoudig of met een knipoog naar de historie
Verfijnde detaillering van balkonhekken
De werftypologie komt goed tot uiting door bijvoorbeeld de toepassing van slanke kozijnen van staal of een ander materiaal. Noodzakelijke elementen zoals hemelwaterafvoeren en noodoverstorten kunnen ook tot een thema worden verheven. Dit soort details kunnen heel goed ingepast worden binnen het thema van de werf en meer gelaagdheid geven aan de architectuur. Eerder zijn de grote schuifdeuren genoemd die heel goed passen binnen het na te streven beeld van Buitenstad. Hierbij kan ook gedacht worden aan grote stoere luiken voor gevelopeningen. Voor de detaillering is het voor de architect noodzakelijk te onderzoeken wat voor haar of hem de essentie is van een bepaalde karakteristiek zoals je die in daadwerkelijk oude werfgebouwen aantreft en hoe dat vervolgens wordt vertaald naar eigentijdse state-of-the-art detaillering.
Strak gedetailleerde loggia’s
Tektonische detaillering van de gevel, een afleesbare constructie
Waar mogelijk kunnen bestaande elementen die worden aangetroffen op de werf worden geïntroduceerd in de nieuwe blokken als sprekende details die een relatie leggen met de historie van de plek. Waterveiligheid De maatregelen ten behoeve van de waterveiligheid, coupures, schotten in gevelopeningen, etc. maken integraal onderdeel uit van de ontwerpopgave. Deze locatiespecifieke maatregelen versterken het werfkarakter en de identiteit van de buitendijkse locatie. Installaties
Stoere luiken
Spelen met vlakken van verschillende baksteenformaten
Afwijkende gebouwdelen zoals liftuitlopen, buitenunits van installaties of geïntegreerde traforuimtes worden meeontworpen in de architectuur van het betreffende bouwblok. Vrijstaande traforuimtes worden goed ingepast in de openbare ruimte. Losse installaties op daken zijn uitgesloten.
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
79
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR
Aanduidingen op bouwblokken met verf
De deur en de kleur als karakteristiek element
80
Zichtbare hemelwaterafvoeren worden zorgvuldig mee ontworpen met geïntegreerde noodoverstorten en uitgevoerd in zink of staal
Gezamelijke entree als herkenbaar element, door bewuste kleurkeuze een eigentijdse verwijzing naar de grote industriële deuren van de scheepswerf
Huisnummeraanduiding met een knipoog naar de geschiedenis
Openbare verlichting kan op elke gevel worden gemonteerd
Zorgvuldige ontworpen woningentrees
Noodzakelijke elementen als waterspuwers meeontwerpen
Structuur
Kleuren en materialen
Vulling
Gevelstructuur in hout, staal, beton of baksteen
Accenten
Grid gevuld met baksteen, staal, glas, hout of beton
Daken
Sprekende kleuren voor gevelgrids, kozijnen, deuren en accenten van staal en hout
Terughoudende kleuren voor metalen of bitumen daken met meeontworpen zwarte PV-panelen
De diverse referentiebeelden die bij voorgaande onderwerpen zijn gebruikt geven reeds een indruk van het beoogde materiaalgebruik en de wijze waarop om dient te worden gegaan met de scheepswerftypologie. Het materiaalgebruik refereert sterk aan de/een scheepswerf, zowel in de materialen zelf als in het gebruik van kleur en textuur. De kleuren en materialen kunnen we grofweg opdelen in 4 hoofdcategorieën: structuur, vulling, accenten en daken. Structuur De structuur van de bouwblokken in Buitenstad is robuust en dominant in het gevelontwerp. Een helder gevelgrid van hout, staal, beton of baksteen geeft ruimte aan een meer gevarieerde invulling. Werken met ‘skin & bones’ is een uitgangspunt. Vulling De structuur die is opgezet kan vervolgens gevuld worden met diverse materialen: baksteen, staal, glas, hout of beton. Voor al deze materialen geldt dat ze slechts subtiele kleurvariaties hebben. Accenten Sprekende accentkleuren kunnen worden ingezet voor bijzondere elementen zoals deuren (refererend naar de grote haldeuren) een ‘blokeigen’ kleur te geven. Men kan echter ook denken aan een kleur voor het gehele gevelgrid en de kozijnen waardoor deze accentkleur samen met bijvoorbeeld een baksteenvulling het beeld van het blok gaat bepalen. Daken Daken in Buitenstad zijn van metaal of bitumen. Bitumen kan, mits goed mee ontworpen, heel goed passen in het beeld van de werf.
Veel sheddaken hebben van oorsprong een bitumen dak en dat is ook voor de nieuwe blokken voorstelbaar. Voor metalen daken kan gedacht worden aan zink of staal in terughoudende kleuren. PV-panelen worden mee ontworpen met de daken. Dat wil zeggen dat ze meedoen in de maat van het dak, dat ze niet lukraak gepositioneerd worden maar dat er een welbewuste keuze is gemaakt voor positie en maatvoering. Ze mogen er dus
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
81
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR niet uit zien als later toegevoegde elementen. Zonnepanelen (PV of Heatpipes) zijn zwart en zijn gemonteerd in een zwart, of bij het dak kleurend, frame. Indien er bijvoorbeeld gekozen wordt voor een ander toepassing van energieopwekking, bijvoorbeeld in verticale gevelelementen, zijn ze geïntegreerd in het gevelontwerp op een wijze die past in de regels die gelden voor de gevels. Baksteen Een bonte baksteensortering is niet passend in Buitenstad. Bakstenensorteringen kunnen eventueel uit gesorteerd worden waardoor de verschillende nuances in een sortering in onderling subtiel variërende vlakken kunnen worden toegepast. De kleur van de bakstenen kan uiteenlopen van lichtgrijs tot paarsbruin, meer oranje en rode stenen kunnen echter ook worden toegepast. Kleurkeuzes moeten zich niet alleen verhouden tot het naburige (reeds gerealiseerde) blok; beargumenteerd zoeken naar contrast of juist niet (omdat dit al door andere middelen is geborgd), maar ook tot de kleur en toon van de bestrating, zoals die in de ontwikkeling van de eerste bouwfase wordt vastgelegd.
Een meer egaal baksteenpalet met subtiele nuances
Kleurnuances uitgesorteerd in vlakken
Geen bonte ‘confetti’ baksteensortering
Stalen beplating als vulling van een gevelgrid
Staalplaten Staalplaten kunnen in allerlei vormen en profielen worden toegepast. Indien er voor een meer uitgesproken kleur wordt gekozen dan is dat in feite reeds de accentkleur van dat bouwblok. Hout Hout kan worden gebruikt als vulling van het gevelgrid maar ook karakteristieke details/elementen aan het bouwblok toe te voegen. Hout kan als ruwe onbehandelde delen, zwart (geteerd) hout of in een sprekende kleur als accent worden toegepast.
Ruwe houten delen voor accenten (laad- en losluiken) of als vulling van het gevel grid
Kozijnen Kozijnen zijn slank gedetailleerd in een meer neutrale terughoudende kleur. In samenhang met het blokontwerp kunnen de kozijnen echter ook een meer sprekende kleur krijgen: de accentkleur. In de traditie van het industriële gebouw kunnen kozijnen zijn opgedeeld in kleinere ruiten. Slanke kozijndetaillering in een neutrale kleur of de accentkleur van het betreffende blok
82
Beton Beton in Buitenstad heeft een robuust en eerder ruw dan gepolijst karakter. Beton met lattenstructuur, stampbeton met de duidelijk afleesbare stortlagen en meer poreuze structuur, gestraald of gezuurd beton hebben de voorkeur.
Ruwe doch hoogwaarde betonafwerking
Gevelbegroeiïng in Buitenstad neemt de vorm aan van klimplanten die zich niet storen aan de structuur van het gebouw, dus geen groene ‘gecultiveerde’ gevels
Groene erfafscheidingen op de binnenterreinen, deze ook doorzetten achter de bergingen
Groene gevels Groen tegen gevels heeft een zeker spontaan en ongecontroleerd karakter in de vorm van klimplanten die zich niet storen aan de architectuur maar de beste weg zoeken om te groeien. Meer gecultiveerde helemaal groene gevels met klimgeleiders passen niet bij het karakter van Buitenstad. Binnen elk architectonisch ontwerp moeten voorstellen worden gedaan voor kansen voor ‘spontane’ vergroening, welke soort en welke maatregelen die de groei bevorderen. Bergingen en erfafscheidingen De binnenterreinen worden integraal mee-ontworpen met de blokken. Ook de bergingen en erfafscheidingen horen daarbij. De binnenterreinen worden maximaal vergroend door onder meer begroeide erfafscheidingen tussen de tuinen en het parkeren. Deze begroeide erfafscheidingen lopen door voor de bergingen. Hierdoor ontstaat een groener beeld en straalt het binnenterrein ook meer eenheid uit. Ten behoeve van het groene beeld kunnen ook daken van bergingen worden voorzien van groen. Mee-ontwerpen betekent niet dat ze eenzelfde materialisering moeten krijgen als de woningen. De nadruk ligt op ‘vergroening’, het beeld van de berging en afscheiding zelf zijn daaraan ondergeschikt. Hemelwaterafvoeren De Hemelwaterafvoeren kunnen inpandig of zichtbaar worden opgelost. Zichtbare hemelwaterafvoeren worden meeontworpen met de gevel en uitgevoerd in hoogwaardige materialen als zink, aluminium of staal.
De kleur kan naturel zijn of gecoat in een kleur die aansluit op de kleurstelling van het blok. Noodoverstorten worden waar mogelijk geïntegreerd in de hemelwaterafvoeren. Indien dit niet mogelijk is dan worden de noodoverstorten ook mee ontworpen met de gevel als geheel.
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
83
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR Blokspecifieke regels Naast de algemene regels en beschrijvingen van de voorgaande pagina’s zijn er nog een aantal bouwblokken die een meer blokspecifieke duiding behoeven. Deze blokken moeten natuurlijk voldoen aan de beeldkwaliteit zoals die hiervoor is geformuleerd maar kennen door hun ligging in het plan nog enkele specifieke aandachtspunten. Deze aandachtspunten kunnen over de blokken als geheel gaan of over een specifiek onderdeel van dat betreffende bouwblok. Het betreft de volgende blokken: A: De toren aan het water C: De Grote Hal D+E: De Landtong H: Het voormalige directiekantoor M: Het poortgebouw G: De Pergola Door zijn schaal is de Grote Hal één van de beeldbepalende gebouwen van Buitenstad. Met name vanaf de rivier en de overkant vormt dit gebouw met zijn langgerekte horizontale vorm op geheel eigen wijze een landmark voor Buitenstad.
C
A
Aan weerszijden van de grote hal zullen twee middelhoge appartementengebouwen verrijzen. Beide gebouwen staan op een onderscheidende locatie in het plangebied. Vanuit die specifieke locatie en de relatie die de gebouwen hebben met hun context worden specifieke uitgangspunten per gebouw geformuleerd en onderbouwt met referentiebeelden.
Blok G volgt in principe de algemene regels met betrekking tot beeldkwaliteit maar is in die zin toch bijzonder omdat het blok ontwikkeld dient te worden in stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische samenhang met de hergebruikte spanten van de voormalige Grote Hal: De Pergola. Zei het geïntegreerd in bouwblok G, zei het als vrijstaand ensemble in de openbare ruimte.
84
H
B
G ola
Perg
F
Onderdeel van Blok H is het voormalige directiekantoor van de scheepswerf. Dit gebouw is vanwege zijn herkenbaarheid en zichtbaarheid vanuit de binnenstad beeldbepalend. Blok M is het eerste bouwblok van Buitenstad vanuit de binnenstad gezien. Tegelijkertijd vormt de kop van dit blok het scharnierpunt richting boodschappencluster en het achtergelegen parkeerterrein. Daarom verdient de uitwerking van dit blok bijzondere aandacht.
E
D
M
I J K
In rood de blokken met blokspecifieke regels en aandachtspunten
De Kadetoren (Blok A)
(voor locatie van dit blok, zie p. 84)
Appartementenblok A is gepositioneerd op de uiterste hoek van het plangebied. Gezien de locatie in het plan dient dit een krachtige een eenduidige toren te worden. Vanuit Zaltbommel en vanaf de overkant van de rivier is deze toren een landmark voor Buitenstad, echter op een heel ander schaalniveau. Het is passend om van deze toren een architectonisch blikvanger te maken die zich duidelijk afzet tegen de vlakheid en horizontaliteit van De Grote Hal (Blok C). In het ontwerp dient rekening te worden gehouden met de twee schaalniveaus waarop ze betekenis heeft.
Rauw en robuust betongrid
Gelaagdheid in de gevel geeft het gebouw meer zeggingskracht enbreekt de hoogte van de toren
Iconische betonstructuur met vulling in glas en metselwerk
Inventieve, functionele en speelse vulling in een rigide grid
Vullingen in het grid zorgen voor een speels veranderlijk gevelbeeld
Het principe van skin en bones is leidend voor het gevelontwerp, waarbij een rauw (beton)skelet is ingevuld met een variatie aan gevelelementen. De buitenruimten van de appartementen worden binnen dit gevelgrid opgelost. De toren is alzijdig ontworpen, dit betekend niet dat alle gevels identiek zijn. De ingrediënten van alle gevels zijn hetzelfde, maar elke gevel reageert op de oriëntatie van die gevel. De toren dient een meer uitgesproken bekroning te krijgen waardoor een herkenbaar silhouet ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld worden gezocht in de wijze waarop de beëindiging van de skin en bones wordt vormgegeven, het eerder loslaten van de skin en bones of in een bijzonder kapvorm. Qua materialisatie is het gebouw robuust en rauw, zoals het betonnen plateau aan de voet van het gebouw (Kadeplein). In detail is het robuust en grof gedetailleerd, dit in tegenstelling tot de toren op de landtong.
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
85
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR De Grote Hal (Blok C)
(voor locatie van dit blok, zie p. 84)
Baken aan de Waal Binnen het geheel van Buitenstad neemt de grote hal een bijzondere positie in. Door zijn afmetingen en ligging is het een zeer beeldbepalend object, een vertrouwd baken, zowel gezien vanaf de overkant van de rivier als vanuit de stad én de locatie zelf. Over de grote hal zegt de cultuurhistorische inventarisatie: “De waarde van de hal met zijn stalen draagconstructie, vakwerkwanden en kapconstructie is niet van landelijk of provinciaal belang. De hal heeft geen innovatieve waarde. De hal heeft echter cultuurhistorische waarde als onderdeel van de scheepswerf en is als beeldbepalend gebouw wel van belang voor Zaltbommel.” Drager van het plan Bouwkundig verkeert de hal in een dermate slechte staat dat hij niet behouden kan worden voor een nieuwe functie. Vanwege de cultuurhistorische waarde als onderdeel van de scheepswerf en het beeldbepalend karakter in de skyline van Zaltbommel is het wel gewenst de contouren en uitstraling van de hal te herintroduceren in een nieuw woongebouw. Bij de nieuwbouw van dit volume is het streven om een aantal karakteristieken van de bestaande hal terug te laten komen in het ontwerp. De slanke stalen kozijnen, de stalen vakwerkconstructie in de gevel waarvan het onderste deel is ingevuld met metselwerk, het flauwe hellende dak met daaronder stalen vakwerkspanten en de grote schuifdeuren.
Er is een inspanningsverplichting om karakteristieke onderdelen zoals de grote schuifdeuren en de hoofdraagstructuur ter plekke (bijvoorbeeld bij het overdekte plein op de oostelijke kop) of elders in het plan te hergebruiken. Door deze kenmerken en elementen terug te laten keren in een nieuw ontwerp wordt de ‘nieuwe hal’ een bijzonder accent van Buitenstad. Buitenruimtes In de cultuurhistorische inventarisatie valt over de gevel te lezen: “(…), de bovenkant uit stalen kozijnen met glas, waarvan er een groot aantal geopend kunnen worden.” De buitenruimtes van de grote hal zullen inpandig worden opgelost. Om het huidige vlakke gevelbeeld zo goed mogelijk opnieuw te realiseren zal worden gewerkt met loggia’s die in de gevellijn met ongeïsoleerde stalen puien afgesloten kunnen worden.
86
Entrees Ter plaatse van de entrees van de gebouwen moet er vanuit de buitenruimte een vrij doorzicht naar de rivier gerealiseerd worden in de breedte van 1 (oorspronkelijk) travee van 5,5 meter en over de volledige hoogte van de hal. Deze vrijgespeelde travee betekend geenszins dat De Grote Hal uit elkaar dient te vallen in drie afzonderlijke gebouwen. In deze transparante travee kan een koppeling tussen de gebouwdelen worden gerealiseerd die geen afbreuk doet aan het vrije doorzicht. Denk hierbij aan loopbruggen en/of (open) trappen.
open traveeën bieden doorzichten naar de Waal
ok
bl het
ft
blij
één
lan
t rek gge
me
u vol
overdekte plein door open laten laatste traveeën van de grote hal
Elementen van de bestaande hal: grote deuren, bakstenen plint, ragfijn gedetailleerde glazen bovenbouw
De grote hal met doorzichten
Het langgerekt horizontaal volume van de grote hal, een eigenzinnig landmark
Elementen van de bestaande hal: grote deuren, bakstenen plint, ragfijn gedetailleerde glazen bovenbouw
Referentie open laten van het laatste travee
Historisch beeld van de grote hal in de context van de scheepswerf, de hal is altijd het grootste en meest beeldbepalende gebouw geweest van de werf
Slanke gedetailleerde en geconstrueerde bovenbouw
Vlak gedetailleerde robuuste stenen onderbouw
Referentie een open travee over volledige hoogte
SPBKP BUITENSTAD ZALTBOMMEL
87
6 BEELDKWALITEIT ARCHITECTUUR De landtong (Blok D+E)
(voor locatie van dit blok, zie p. 84)
De Landtong is samen met de kade langs de stadshaven het deel van het plan dat het sterkst een relatie heeft met de binnenstad. Dit gedeelte van het plan reageert dan ook het meest op de binnenstad en op het feit dat de geschiedenis van de werf aan deze kant van het plangebied begon. Deze kant van het plan kent een kleinere korrel en een meer samengesteld blokkarakter. Dit zien we in Blok H met het bestaande kantoorgebouw, in Blok M met het poortgebouw, maar ook in de blokken D en E op de landtong. Deze twee blokken vallen qua architectuur uiteen in 4 architectonische entiteiten. Ten eerste Blok D, laagbouw voor de horeca, ten tweede de middelhoogbouw van Blok E, ten derde de laagbouw van Blok E en ten vierde de woonwerkeenheden van Blok E direct aan de kraanbaan.
Een ensemble van verschillende architectonische entiteiten
Het beeld van de landtong is qua hoogten en rooilijnen gelaagd vanuit de binnenstad en de zijde van de stadshaven. Vanaf de rivier ontstaat door de reeks bouwblokken die strak op dezelfde rooilijn zijn gepositioneerd een lange lijn die past bij de grote schaal van de rivier. De gelaagdheid vanaf de overzijde van de rivier manifesteert zich in de afwisseling van bouwhoogte en materialisering van de naast elkaar geplaatste gebouwen. Direct naast de nieuwgebouwde grote hal staat Blok D. Dit blok staat op de plek van de voormalige shedloods. Deze shedloods is het enige vooroorlogse gebouw van de voormalige werf, maar heeft verder geen bijzonder hoge cultuurhistorische waarde. In het ensemble van de werf kan het echter wel een karakteristieke en betekenisvolle rol spelen. De bestaande loods kan niet behouden blijven in verband met de te realiseren sokkel waarop de gebouwen komen te staan (waterveiligheid). Elementen uit de bestaande loods kunnen echter wel terugkeren in een nieuw te bouwen volume (sheds, deuren, horizontale glasstroken, spanten). Deze elementen en de daarbij behorende uitstraling vormen de uitgangspunten voor de nieuw te bouwen horecavoorziening. Direct tegen deze horecavoorziening staat de middelhoogbouw van blok E. Dit volume steekt boven de andere bouwdelen van de landtong uit.