Bijlage 1. WRP Bommelerwaard 2022-2026
Tekst van het document
Planperiode
€ 500.000
€ 100.000
A,B,C,D,E, F
A,B,C,D,E, F A,B,C,D,E, F
Figuur xx: Kosten planvorming
ONDERZOEK Om inzicht te houden en te verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk. De komende planperiode is een budget gereserveerd voor de evaluatie van meetapparatuur en meetresultaten. Bovendien worden leidingen, gemalen, drukriolering en persleidingen zorgvuldig gekeurd en geïnspecteerd. De weergegeven kosten bedragen de kosten over de gehele planperiode. Actie
Uitvoeringsjaar
Reiniging en inspectie vrijverval riolering Reiniging en inspectie gemalen Reiniging en inspectie overstorten en randvoorzieningen Kolken reinigen en beoordelen Grondwatermeetnet Inspectie NEN 3140 Onderzoek en herstel foutaansluitingen Aanschaf meetapparatuur
Planperiode
Kosten Maasdriel € 500.000
Kosten Zaltbommel € 631.000
Bijdrage aan opgave A,C
Planperiode Planperiode
€ 400.000 € 50.000
€ 175.000 € 50.000
B,C A,C
Planperiode Planperiode Planperiode Planperiode
€ € € €
275.000 140.000 50.000 100.000
€ € € €
A,B,E D,E B,C A,B,C,E
€ 50.000
-
2022
Figuur xx: Kosten Onderhoud
60
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
300.000 135.000 50.000 55.000
BEHEER EN ONDERHOUD Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s worden vermeden (assetmanagement) en het gewenste niveau van beheer in stand wordt gehouden. De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. Tot de eerste categorie behoren het reinigen, inspecteren en onderhouden van de (pers)leidingen, putten, kolken, gemalen, randvoorzieningen, het vegen van straten en maaien van watergangen. In deze planperiode wordt een inhaalslag uitgevoerd met betrekking tot uitstaande herstelwerkzaamheden. Hiervoor is gedurende de planperiode extra budget gereserveerd. Actie
Uitvoeringsjaar
Klein onderhoud vrij vervalriolering Klein onderhoud persleidingen klein onderhoud huisaansluitleidingen Onderhoud en revisie drainage Klein onderhoud hoofdgemalen EM en bouwkundig Reactief onderhoud hoofdgemalen Grootonderhoud hoofdgemalen en drukriolering EM en bouwkundig Vervanging hoofdgemalen en drukriolering EM en bouwkundig Onderhoud Iba's Onderhoud kolken
Planperiode Planperiode Planperiode
Kosten Maasdriel € 600.000 € 175.000 € 250.000
Planperiode Planperiode
€ 25.000 € 750.000
€ 25.000 € 1.220.000
C,D B,C
Planperiode Jaarlijks
€ 325.000 € 100.000
€ € -
B,C B,C
Jaarlijks
€ 300.000
€ -
B,C
Jaarlijks Jaarlijks
€ 40.000 € 80.000
€ 12.500 € 80.000
A,D, F
Onderhoud watergangen en duikers Straatreiniging (gedeelte WRP) Baggeren Monitoring stankoverlast
Jaarlijks Planperiode Planperiode Planperiode
€ € € €
€ 98.000 € 365.000 € 500.000 € 25.000
193.000 150.000 230.000 100.000
Kosten Zaltbommel € 250.000 € 25.000 € 250.000
Bijdrage aan opgave
A,B,C A,B,C,E B
Figuur xx: Kosten beheer en onderhoud
UITVOERINGSMAATEREGELEN Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Vanuit het basisrioleringsplan zijn maatregelen voorgesteld die leiden tot een verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp. De komende planperiode staan diverse verbeteringsmaatregelen op het programma. Er wordt doortastend invulling gegeven aan de afkoppelopgave en diverse verbeteringsmaatregelen uitgevoerd.
Figuur xx: Realisatie waterplein
61
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Actie
Uitvoeringsjaar
Riool en Afkoppelprojecten 2021 Riool en Afkoppelprojecten 2022 t/m 2026 Meekoppelkansen Vervangingskosten riolering Vervangingskosten riolering Vervangingskosten riolering Vervangingskosten riolering Vervangingskosten riolering Paterstraat- Teisterbandstraat hemelwater voorziening Burg Zwijsenplein hemelwater voorziening Blauwe randen rond kolken Maatregel 3: 1000m2 afkoppelen Dorpshuis Poederoijen Maatregel 13: Eventueel vergroten B- en Cwatergangen Steenweg Zaltbommel Maatregel N5: aanleggen 3 fonteinen buitengracht ivm circulatie+zuurstof Maatregel N6: pomp Heksenwal vervangen Waterberging - Zaltbommel Gisbert Schairtweg (wp14b) Afkoppelen Gisbert Schairtweg+Pm Winkstraat Waterberging Brakel Oost Debietmeting ZB-13 Vervanging besturing ZB-13 Maatregelen H2S (investeringen) Aanpassing afkoppelen+waterberging Griend Zuilichem Afkoppelen Esplanadepark Zaltbommel Rioolvervanging+afkoppelen Gameren-Oost Rioolrenovatie Vogelbuurt Zaltbommel Rioolrenovatie De Virieusingel Zaltbommel Afkoppelen Elzenstraat Brakel klimaatadaptatie De Heuven HWA-stelsel koppelen+ledigingsgemaal Rioolvervanging+afkoppelen Emmastraat e.o.
Aalst Rioolvervanging+afkoppelen HobolaanSchoolstraat Zuilichem Rioolvervanging De Vergt fase 2 (Vergtweg+ZB-05+overstorten) Rioolvervanging De Vergt fase 3 (Bachplein) Rioolvervanging De Vergt fase 4 (Fazantstraat e.o.) Rioolvervanging De Vergt fase 5 (Manetplein e.o.) Bruchem Groenestraat Koppeling BU253BU254
62
2022 2023, 2024 2025, 2026 Jaarlijks 2022 2023 2024 2025 2026 2022 2022 Jaarlijks 2022
Kosten Maasdriel € 450.000 € 900.000
Kosten Zaltbommel
Bijdrage aan opgave A,B,C,F A,B,C,F
€ 210.000 € 1.940.000. € 1.190.000 € 1.490.000 € 1.790.000 € 2.090.000 € 845.000
C,F A,B,C,F A,B,C,F A,B,C,F A,B,C,F A,B,C,F C,F
€ 125.000 € 5.000
,C,F C,F € 20.000
2023
€ 20.000
2022
€ 36.000
2022 2023
€ 60.000 € 125.000
2023
€ 125.000
2023 2024 2024 jaarlijks 2022
€ 100.000 € 30.000 € 40.000 € 125.000 € 85.000
2022 2023 2023 2023 2023
€ 25.000 € 600.000 € 260.000 € 94.000 € 95.000
2023
€ 95.000 € 608.000
2024
€ 1.250.000
2023
€ 900.000
2025 2026
€ 460.000 € 855.000
2027
€ 1.107.000
2024
€ 55.000
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
FACILITAIR /ONDERSTEUNEND Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht. Deze orden gegroepeerd onder ‘Facilitair’ (Tabel 17). Ondersteunende aspecten die betrekking hebben op organisatie en financiën zijn behandeld in hoofdstuk 6. Hierbij valt te denken aan onder andere het bijhouden van gegevens, meldingen en een besturingssysteem voor de rioolgemalen. Een deel van deze activiteiten worden binnen de huidige exploitatiebegroting op een voldoende niveau uitgevoerd. Een aantal facilitaire activiteiten verdienen verbetering, om de burger beter tot dienst te zijn. Daarnaast zijn er maatregelen, waarmee de rioolgegevens beter en sneller te reproduceren zijn. Dit ten diensten van diverse processen, zoals het opstellen van het basisrioleringsplan. Actie
Uitvoeringsjaar
Software kosten Beheer riolering Telemetrie Telecommunicatie Elektriciteit Communicatie Contributies en abonnementen Perceptiekosten rioolheffing Belastingen
Planperiode Planperiode Planperiode Planperiode Planperiode Planperiode Planperiode
Kosten Maasdriel € 75.000 € 175.000 € 150.000 € 127.500 € 620.000 € 125.000 € 27.500
Kosten Zaltbommel € 75.000 € 50.000 € 125.000 € 106.000 € 560.000 € 55.000 € 22.700
Planperiode Planperiode
€ 130.000 € 7.500
€ 200.000 € 25.000
Figuur xx : Uitvoeringsmaatregelen facilitair/ondersteunend
63
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Bijdrage aan opgave A,B,C,D,E, F A,B,C,D,E, F
64
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
8.
FINANCIËN
We weten dat de kosten van de hele waterketen stijgen als gevolg van klimaatverandering en veroudering en toename van het areaal. In het Bestuursakkoord Water hebben de Nederlandse overheden afgesproken om te besparen door intensiever samen te werken als gemeenten onderling. Daardoor blijven de kosten voor drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering ook in de toekomst binnen de perken. Wij maken daarom onderdeel uit van het Netwerk Waterketen regio Rivierenland (NWrR). Binnen dit verband wordt de mogelijkheid geboden om werkzaamheden gezamenlijk aan te besteden, zoals rioolreiniging en – renovatie. Op het gebied van klimaatadaptatie dragen wij bij aan de regionale activiteiten van Klimaatactief Rivierenland. Dat doen wij in kennis en financieel.
8.2 PERSONELE MIDDELEN Om alle werkzaamheden tactisch, strategisch en operationeel goed uit te kunnen voeren hebben wij voldoende capaciteit nodig. Net als in het WRP 2017-2021 gaan wij er de komende planperiode vanuit dat we zelf het grootste gedeelte van het beleid en beheer uitvoeren. Voor de komende planperiode is de formatie berekend. In onderstaand schema de benodigde en (financieel) beschikbare formatie weergegeven. Capaciteit 2022-2027 (fte) Noodzakelijk Beschikbaar
Maasdriel 4,2 3,3
Zaltbommel 4,4 3,7
Het beheer van riolering is een complexe materie. Daarvoor is soms ook expertise nodig die wij als gemeenten niet zelf in huis hebben. Wij kiezen er ervoor om specifieke kennis in te huren bij behoefte.
8.3
KOSTENDEKKINGSPLAN
8.3 1
UITGANGSPUNTEN FINANCIEEL ZALTBOMMEL
Ten behoeve van de financiële doorrekening zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gehanteerd:
- Afschrijvingstermijn bedraagt in tegenstelling tot financiële verordening geen 30 jaar maar 40 jaar bij vrij verval riolering en 20 jaar bij pompinstallaties. Ten gevolge hiervan wordt in het besluit tevens gevraagd om een afwijking van staand beleid zoals dit in de financiële verordening is opgenomen. - Het verlengen van de afschrijvingstermijn is technisch verantwoord door de goede toestand waarin de riolering zich ook na 60 jaar bevindt. - Berekende BTW bedraagt 21% over de investeringen. - Rente op kapitaallasten bedraagt 1,5% - Prijspeil bedraagt 2021. In de ramingen is geen rekening gehouden met inflatie. - Jaarlijkse toevoeging van 180 heffingseenheden tot en met 2025. Hierna 60 heffingseenheden per jaar. Dit betreft de geplande nieuwbouwontwikkelingen.
8.3.2
KOSTENDEKKING ZALTBOMMEL
De rioolheffing is in Zaltbommel gebaseerd op een vast bedrag per woning. Bij niet woningen wordt gedifferentieerd naar WOZ waarde. De huidige heffingsmaatstaf blijft gehandhaafd. In de scenariovergelijking wordt de meest gebruikte heffing van de meerpersoonshuishoudens aangenomen als vergelijkingsheffing.
65
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Voorgesteld wordt de heffing de komende jaren te laten stijgen conform scenario D tot een kostendekkend niveau. Hierbij worden de investeringen, conform huidige beleid, worden geactiveerd en looptijd van de afschrijving maximaal 40 jaar. De huidige voorziening is voldoende om eventueel negatief saldo in de jaarlijkse exploitatie op te vangen.
Scenario’s Scenario A: Activeren investeringen met een looptijd van 40 jaar. De stand van de voorziening is leidend in de stijging van de rioolheffing. Met scenario A past de rioolheffing zich aan het investeringsritme aan. De voorziening riolering schiet af en toe bij grote investeringen of exploitatietekorten bij, de rioolheffing is zo laag mogelijk. Het benodigde verloop op basis van de meerjarenraming is in onderstaande figuur weergegeven: €600,00
€500,00
€400,00
€300,00
€200,00
€100,00
2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039 2041 2043 2045 2047 2049 2051 2053 2055 2057 2059 2061 2063 2065 2067 2069 2071 2073 2075 2077 2079 2081 2083 2085 2087 2089 2091
€-
Rioolheffing
Scenario B: Rioolheffing kostendekkend tarief Tweede onderzochte variant is een kostendekkende rioolheffing. Hierbij stijgt de rioolheffing zo snel mogelijk (met een redelijke stijging) naar een niveau waarin deze constant kan blijven over de komende jaren. De uiteindelijke kostendekkende heffing ligt lager dan bij scenario A, echter is door de snelle stijging in de komende jaren veel geld (ca. 32,5 milj. Euro) in de gemeentelijke voorziening aanwezig.
66
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Scenario C: Direct financieren De BBV geeft de ruimte om rioolinvesteringen direct te financieren. Hierbij worden geen kapitaallasten opgebouwd. Tegen de huidige lage rentes (1,5%) geeft dit geen grote voordelen maar het kan bij stijgende rentetarieven een groot voordeel geven op de kapitaallasten. Omdat de rentekosten en kapitaallasten wegvallen ligt het uiteindelijk lastenniveau voor de burger lager dan in de andere scenario’s. Echter vraagt dit wel een stijging van de lasten met 12,5 tot 15% per jaar tot circa 2025 in de huidige planperiode. €800,00 €700,00 €600,00 €500,00 €400,00 €300,00 €200,00 €100,00
2021 2023 2025 2027 2029 2031 2033 2035 2037 2039 2041 2043 2045 2047 2049 2051 2053 2055 2057 2059 2061 2063 2065 2067 2069 2071 2073 2075 2077 2079 2081 2083 2085 2087 2089 2091
€-
Rioolheffing
Scenario D: Geleidelijke overgang naar direct financieren Variant D is een middenweg tussen variant B en C. De rioolheffing stijgt de komende jaren waarmee de stand in de voorziening toeneemt. Vanuit de voorziening wordt na 5 jaar overgegaan op direct financieren. Zo wordt op termijn overgegaan op een minder voor rentestijgingen kwetsbare financieringsmethode na eerst gespaard te hebben. De uiteindelijke rioolheffing ligt met €443 net iets onder de 450 euro. 67
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Door de inzet van de voorziening om direct afschrijven mogelijk te maken loopt de voorziening niet onnodig op tot de circa 33,5 miljoen. Wel ligt er rond 2071 een investeringspiek waar voor gespaard wordt. In onderstaande figuur is het verloop inzichtelijk gemaakt.
68
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
8.3.3
UITGANGSPUNTEN MAASDRIEL
Ten behoeve van de financiële doorrekening zijn de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden gehanteerd. Algemeen Aspect
Uitgangspunt
Startjaar Beschouwde periode Prijspeil
2022 60 2021
Voorzieningen Aandachtspunt
Uitgangspunt
Saldo spaarvoorziening riolering (BBV44.1d) Saldo nieuw voorziening rioolvervanging (BBV44.1d) Hoogte spaarvoorziening riolering Hoogte voorziening rioolvervanging
€ 5.100.000 €0 Minimaal € 1.000.000 Minimaal € 0
Heffing Aandachtspunt
Uitgangspunt
Uitgangpunt tarief Hoogte rioolheffing 2021
Equivalente heffingseenheden 1 januari 2022 Stijging heffingseenheden
Kostendekkend Gemeentewet artikel 229b Eigenarendeel € 172,03 Gebruikersdeel obv waterverbruik 501-750 m3/h prijs per m3 € 0,59 751-3000 m3/h prijs per m3 € 0,45 3001-6000 m3/h prijs per m3 € 0,27 > 6000 m3/h prijs per m3 € 0,16 Recreatiewoning € 118,95 Gemeentelijke zorgplichten voor hemel en grondwater € 65,86 11.920 125 per jaar
Rente, inflatie en BTW Aspect
Uitgangspunt
Rente op schulden Rentetoerekening Rente op tegoeden Indexering Toerekening aan heffing
0,7% 1 jaar na de gereedkoming van de investering 0% nee 10,9%
Vervangingen Aandachtspunt
Uitgangspunt
Aanlegjaar/leeftijd riolering Kwaliteit riolering Prijspeil eenheidsprijzen Eenheidsprijzen planperiode Eenheidsprijzen na planperiode Afschrijven Afschrijvingsmethode bij activatie
69
Informatie in beheersysteem Kikker Informatie in beheersysteem Kikker 2022 Eenheidsprijzen gemeente Maasdriel Eenheidsprijzen Rioned Rechtstreeks, bij ontoereikend saldo worden investeringen geactiveerd Lineair
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Afschrijftermijnen Theoretische technische levensduur [jaar] 60
Financiële afschrijvingstermijn [jaar] 60
Gemalen (bouwkundig)
60
60
Gemalen (elektromechanisch)
15
15
Persleidingen
40
40
Drukriolering (bouwkundig)
40
40
Drukriolering (elektromechanisch)
15
15
Drainagevoorzieningen
40
40
Object
Vrij verval riolering
8.3.4
70
KOSTENDEKKING MAASDRIEL
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
BIJLAGEN
71
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
BIJLAGE A – BEGRIPPENKADER Verschillende soorten afvalwater Het onderscheid in verschillende soorten afvalwater is als volgt: Huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden; Bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door bedrijfsmatige processen en dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is; Glastuinbouw: afvalwater dat vrijkomt bij de teelt van gewassen in kassen en dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is. Het gaat hier onder andere om spoelwater, spuiwater, drainagewater, reinigingswater en condenswater; Stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of ander afvalwater; Ander afvalwater: datgene wat niet onder een van voorgaande begrippen is te vatten. Een voorbeeld van 'ander afvalwater' is 'zwembadwater' bij een particulier huishouden dat geloosd moet worden. Te lozen zwembadwater van een professioneel zwembad is echter bedrijfsafvalwater.
Particulier terrein De particulier is op eigen terrein verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Hieronder valt ook het in stand houden van de diverse leidingen (binnens- en buitenshuis) die gebruikt worden voor het inzamelen en afvoeren van afvalwater. Op de erfgrens gaat de verantwoordelijkheid over naar de gemeente. Op de erfgrens is veelal een zogenaamd ontstoppingsstuk aangebracht. Via dat ontstoppingsstuk wordt in geval van een verstopping nagegaan in welke deel van de riolering de verstopping aanwezig is (particulier of gemeente). In geval van een verstopping zoekt de particulier het ontstoppingsstuk op. Is de verstopping in het gemeentelijk deel van de riolering aanwezig dan lost de gemeente deze op. Bij een verstopping in het deel van de particulier is de particulier zelf verantwoordelijk voor het oplossen.
Watersysteem Het watersysteem bestaat uit verschillende onderdelen waarbij water in zijn verschillende verschijningsvormen met elkaar samenhangt. Zo valt hemelwater op de grond en zakt in de bodem (grondwater) of loopt naar het zichtbare water in rivieren en sloten (oppervlaktewater). Het grootste deel komt uiteindelijk in zee terecht. Daar verdampt het, vormt het wolken die naar land drijven en opnieuw neerslag geven. Dit vormt de natuurlijke weg van het water - de natuurlijke waterkringloop - ook wel watersysteem genoemd.
Watergang Een watergang wordt gevormd door de waterbodem en de oevers. Daarnaast behoren ook de onderhoudstroken en de voorzieningen zoals duikers en stuwen tot de watergang. De watergangen bieden afhankelijk van de inrichting ook veel of weinig vestigingsmogelijkheden voor dieren en planten. Binnen de Bommelerwaard komen grote en kleine watervoerende maar ook droogvallende watergangen voor.
72
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Hieronder worden een aantal aan watergangen gekoppelde begrippen toegelicht. Nat profiel: Het deel van de dwarsdoorsnede van een watergang dat gevormd wordt door de bodem en de natte oevers tot de waterlijn. Droog profiel: Het deel van de dwarsdoorsnede van een watergang dat gevormd wordt door de droge oevers vanaf de waterlijn tot aan het maaiveld. Bagger: Dat is slib dat op de waterbodem van de watergang ligt. Dit slib ontstaat doordat plantenresten, afval, bladeren en bodemmateriaal zoals zand zich vastzetten op de bodem van de watergangen. Deze bagger neemt ruimte in van het profiel, waardoor de capaciteit van de watergang om water af te voeren verminderd kan worden. Daarnaast beïnvloedt bagger de waterkwaliteit onder andere doordat voedingsstoffen vrij komen uit dit slib. Heb baggerslib regelmatig verwijderen (baggeren) is dan ook belangrijk. Afvoer(capaciteit): Afvoer is de hoeveelheid water die per tijdseenheid uit een gebied stroomt. Het profiel van een watergang en de grootte van de duikers bepalen hoeveel water afgevoerd kan worden. De afvoercapaciteit moet voldoende groot zijn om het water af te kunnen voeren zodat geen wateroverlast optreedt. Drooglegging: De afstand tussen het actuele waterpeil in de watergang en het maaiveld.
Waterkwaliteit Schoon water is van levensbelang. Voor de mens, voor planten, voor dieren. Het oppervlaktewater kan zeer van kwaliteit verschillen. Denk maar aan vuil dat opwaait en in een vijver terechtkomt, troebel water, groene dekken van kroos of algen waarin bij mooi weer vissterfte optreedt tot aan mooi helder water met waterplanten, zwevende libellen en rondzwemmende vissen. De waterkwaliteit bestaat uit twee te onderscheiden onderdelen, de chemische waterkwaliteit en de ecologische kwaliteit, die elkaar onderling beïnvloeden. Een chemisch gezond water bevat geen te hoge hoeveelheden van gevaarlijke stoffen zoals lood, cadmium, zink en bestrijdingsmiddelen. Dit geldt ook voedingsstoffen zoals stikstof of fosfaat die bepalen of het water helder is of een groene soep wordt. Een chemisch gezond water bevat ook voldoende zuurstof. Verschillende lokale bronnen, waaronder de riolering, beïnvloeden in belangrijke mate de kwaliteit van het water. Een chemisch gezond water bevat namelijk voldoende zuurstof en wordt niet nadelig beïnvloedt door riooloverstorten en/of algenbloei en kroosdek. Daarnaast is er de ecologische kwaliteit. Deze wordt bepaald door de aanwezigheid van water- en oeverplanten en vis, algen, waterplanten en kleine dieren in het water en dieren nabij de watergang.
In het algemeen bieden de Nederlandse wateren niet voldoende vestigingsmogelijkheden voor waterplanten, vissen en andere dieren. De inrichting van watergangen levert een zeer belangrijke bijdrage aan de uitstraling van de watergangen, de waterkwaliteit en vestigingsmogelijkheden voor planten en dieren in en nabij de watergangen. Water van voldoende omvang is van belang. Een robuuste watergang met voldoende diepte biedt betere randvoorwaarden voor een stabiele waterkwaliteit. Zo bieden flauwe oevers met begroeiing vestigingsmogelijkheden voor planten en dieren in tegenstelling tot steile, strak gemaaide oevers of zelfs oevers met harde oeverbeschoeiingen. Tevens is de 73
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
structuur van het watersysteem van belang. Zo kennen doodlopende watergangen zonder doorstroming vaak een slechte waterkwaliteit.
Gemengd rioolstelsel Riolen zijn niets meer of minder dan middelen voor de inzameling en transport van afval- en hemelwater. Er bestaan verschillende typen rioolstelsels. In de Bommelerwaard bestaat het overgrote deel van de vrijverval riolering (circa 75%) uit gemengde rioolstelsels. Bij een gemengd rioolstelsel wordt overtollig hemelwater gezamenlijk met huishoudelijk en bedrijfsafvalwater ingezameld en afgevoerd. Het gemengde stelsel moet dus geschikt zijn om bij zware regenval aanzienlijke hoeveelheden hemelwater en afvalwater te bergen en af te voeren.
Rioolgemaal Om de stroomsnelheid te bewaren, lopen riolen schuin omlaag. Wanneer de riolen circa 3 meter diep onder de grond liggen wordt een pomp (rioolgemaal) geplaatst dat het water omhoog pompt in een hoger gelegen deel van het rioolstelsel of over langere afstand transporteert. Dit is goedkoper dan het riool over grote afstand steeds dieper te leggen.
Rioolwaterwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Het ingezamelde afval- en hemelwater wordt via rioolgemalen en persleidingen afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) Bommelerwaard-Oost in Zaltbommel, Aalst en Dreumel, waar het wordt gezuiverd.
Overnamepunten In de rioleringszorg is sprake van een tweetal zogenaamde overnamepunten. Allereerst het punt waar de gemeente het stedelijk afvalwater (hemelwater + afvalwater) van de particulieren (woningen en bedrijven) overneemt. Het tweede punt betreft het punt waar het waterschap het stedelijk afvalwater overneemt van de gemeente (aansluitpunt).
Riooloverstort Het is niet doelmatig om het gemengde rioolstelsel zo groot te maken dat bij hevige regenval al het met hemelwater verdund afvalwater kan worden afgevoerd naar de RWZI. In het rioolstelsel zijn daarom op verschillende plaatsen riooloverstorten aanwezig. Via een overstort wordt het verdund afvalwater dat (op dat moment) niet door de riolering kan worden verwerkt, afgevoerd naar oppervlaktewater. Het oppervlaktewater raakt hierdoor mogelijk vervuild waardoor risico's voor de volksgezondheid en aantasting van natuurwaarden kunnen optreden.
Gescheiden en verbeterd gescheiden rioolstelsels Om overstortingen van afvalwater te voorkomen zijn in woonwijken en op bedrijventerreinen zogenaamde gescheiden rioolstelsels aangelegd. Een gescheiden stelsel bestaat uit een apart riool voor het afvalwater en een apart hemelwaterriool. Via het hemelwaterriool komt het hemelwater rechtstreeks in het oppervlaktewater terecht.
Randvoorziening Om de omvang en schade van riooloverstortingen te verminderen zijn in de Bommelerwaard diverse randvoorzieningen aangelegd bij de riooloverstorten. De randvoorzieningen in de Bommelerwaard zijn uitgevoerd als bergbezinkbassin of bergbezinkleiding. Dit is een grote betonnen bak of leiding waarin afvalwater tijdelijk wordt geborgen. Als de bui is overgetrokken en het riool niet meer vol is, stroomt het hemelwater en het vervuilde slib terug 74
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
het rioolstelsel in naar de zuivering. Door deze extra inhoud aan het rioolstelsel toe te voegen, daalt het aantal riooloverstortingen. Daarnaast is de voorziening zo ontworpen dat het verontreinigde slib zo veel mogelijk bezinkt. Het water dat alsnog overstort vanuit de randvoorziening op oppervlaktewater is relatief schoon.
Afkoppelen Een meer duurzame methode om riooloverstortingen te verminderen is voorkomen dat (te veel) schoon hemelwater in het gemengde rioolstelsel terecht komt. Dit kan door hemelwateraansluitingen van het gemengde rioolstelsel 'af te koppelen'. Bijkomend voordeel van afkoppelen is dat het rendement van de rioolwaterzuiveringsinstallatie toeneemt. Afgekoppeld hemelwater kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater.
Mechanische riolering (drukriolering) Is een riolering met natuurlijk verval niet mogelijk of in ieder geval onpraktisch of ondoelmatig, dan wordt mechanische riolering toegepast. Mechanische riolering wordt vaak in het buitengebied toegepast om het afvalwater van verspreid liggende boerderijen en andere percelen naar een rioolwaterzuiveringinrichting te vervoeren. Met mechanische riolering wordt uitsluitend afvalwater getransporteerd in verband met de beschikbare capaciteit. Hemelwater wordt lokaal afgevoerd naar open water. Er zijn drie typen mechanische riolering: drukriolering, vacuümriolering en luchtpersriolering. Bij alle drie typen wordt het water in een put verzameld. Als het waterpeil in de put een bepaald niveau bereikt, dan zorgt het systeem er automatisch voor dat de put geleegd wordt. Bij het meest gebruikte type, drukriolering, leegt een afvalwaterpomp een of enkele malen per etmaal de pompput en duwt het verzamelde afvalwater in de leiding. Bij vacuümriolering wordt de leiding door een hoofdstation vacuüm leeggezogen. Bij een luchtpersriolering wordt het afvalwater met behulp van een compressor door middel van luchtdruk naar het lozingspunt gestuwd. Zo ontstaat een "treintje" van afwisselend hoeveelheden afvalwater en lucht.
IBA De inzet van mechanische riolering heeft z'n grenzen. Naarmate de afstand tussen verspreid liggende boerderijen en andere percelen in het buitengebied groter wordt zullen de kosten toenemen. Op een bepaald moment is het niet meer doelmatig mechanische riolering in te zetten. Dan komen de IBA's in beeld. IBA staat voor: individuele behandeling van afvalwater. Een IBA is in feite een minirioolwaterzuivering. Bij een IBA wordt het afvalwater lokaal bij het betreffende perceel gezuiverd. Er zijn verschillende soorten IBA's. Sommige zijn heel simpel en zuiveren in zeer beperkte mate, zoals de septic tank. Andere zijn bijna mini-RWZI’s die nagenoeg dezelfde prestaties leveren als de rioolwaterzuiveringsinstallaties.
Hemelwateroverlast Riolering Door de klimaatverandering treden zeer zware regenbuien vaker en heftiger op. In alle KNMI-scenario's nemen de buien toe. Het traditionele rioolstelsel kan deze grote hoeveelheden neerslag niet meteen op alle plaatsen verwerken. Daarvoor is het niet ontworpen. De riolering is bedoeld om bij normale regenbuien het water van wegen en daken af te voeren. Om bij grote hoosbuien schade te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen nodig. Bijvoorbeeld infiltratie in de bodem, afvoer naar open water en kortdurende berging op straat of in de openbare ruimte. Maar ook kunnen we de particulier stimuleren/dwingen het water op eigen terrein te verwerken. Wel moeten we leren accepteren dat door toename van hevige buien vaker water op straat zal staan. Wat wel en niet acceptabel is en 75
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
hoeveel geld aan maatregelen wordt uit gegeven, zijn lokale keuzes die in het WRP zijn gemaakt. Oppervlaktewater Een belangrijke taak van het oppervlaktewatersysteem is het bergen en afvoeren van hemelwater en kwelwater. Indien onvoldoende ruimte voor water aanwezig is en de watergangen niet voldoende water kunnen afvoeren kan uiteindelijk het water buiten de oevers treden van de watergang bij extreme neerslag of hoge rivierafvoeren. Voordat dit gebeurd kan het waterpeil in de watergangen al zo gestegen zijn dat riooloverstorten en drainage niet meer onbelemmerd af kunnen stromen. Binnen het Nationaal Bestuursakkoord Water is bepaald dat overstroming vanuit de watergangen door extreme neerslag of hoge rivierafvoeren, die leidt tot waterschade aan gebouwen, gewassen en bouwwerken aangemerkt kan worden als wateroverlast. Hierbij worden verschillende beschermingsniveaus voor verschillende functies onderscheiden, rekening houdend met de klimaatwijzigingen waarbij de buien heviger worden.
Grondwaterproblemen Hemelwater zakt de bodem in tot het niet verder kan. Dan stuit het op een laag grond die geen water doorlaat. Boven deze laag raakt de grond 'verzadigd'. Dit houdt in dat de grond geen water meer kan opnemen. De hoogte waar deze verzadiging optreedt, is de grondwaterstand (of het grondwaterpeil). Het water eronder noemen we grondwater. Als de grondwaterstand in bebouwd gebied langere tijd te hoog of te laag is, kan dit problemen geven. Te diepe grondwaterstanden kunnen leiden tot zettingsproblemen (scheuren in woningen en riolering), droogval en aantasting van (houten)paalfunderingen en droogteschade aan planten en bomen. Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot grondwater en vocht in de kruipruimten met optrekkend vocht in de woningen als gevolg. Hierdoor kunnen gezondheidsproblemen ontstaan. Als gevolg van de klimaatveranderingen kunnen deze problemen verergeren of er kunnen zelfs nieuwe problemen ontstaan. Bij slecht doorlatende bodems (zoals klei of leem) kan door het traag weg trekken van hemelwater, water (tijdelijk) stagneren en kan een schijngrondwaterstand ontstaan. Dit 'schijngrondwater' ontstaat vooral in de winterperiode (dan is de verdamping laag). Typerend voor de Bommelerwaard is dat de grondwaterstanden lokaal sterk stijgen bij hoge waterstanden op de rivieren met als gevolg dat het oppervlaktewatersysteem veel kwelwater afvoert.
Maar ook dat veel watergangen nabij de rivieren droogvallen in de zomer.
76
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
BIJLAGE B – WETTELIJK KADER; TAKEN EN PLICHTEN De afgelopen jaren is nieuw beleid en regelgeving ingevoerd met consequenties voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen in het beleid en de regelgeving beschreven. Hierbij is specifiek aangegeven wat de taakstellingen/verplichtingen van de gemeenten en het waterschap zijn. Onderstaand schema geeft aan op welke wijze dit WRP invulling geeft aan dit (nieuwe) beleid en regelgeving. Taakstellingen/verplichtingen
Rol WRP
Zorgplicht zuivering stedelijk afvalwater Samenwerken aan een samenhangend waterbeheer.
Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk afspraken te maken over de na te streven doelen en de wijze waarop deze bereikt worden. Dit gezamenlijke WRP vormt hier een platform voor. Het WRP geeft aan op welke wijze de afvalwaterzuiveringszorgplicht wordt ingevuld. In het WRP worden de activiteiten in het waterbeheer tussen gemeenten en waterschap afgestemd en geborgd.
Europese kaderrichtlijn Water
Waterschapswet Waterwet
Zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater.
Wet milieubeheer
Zorgplicht voor voorkomen/beperken van schade door grondwateroverlast. Zorgplicht voor inzameling en transport van afvalwater. Planverplichting opstellen GRP.
Lozingseisen hemel- en grondwater.
Gemeentewet
Rioolheffing.
Bestuursakkoord Water 2011
Doelmatiger waterbeheer
Deltaprogramma 2015
Nationaal Waterplan 20162021 Omgevingswet
77
Art 2.16 lid 1 onder a
Het WRP geeft aan op welke wijze de hemelwaterzorgplicht wordt ingevuld.
Het WRP geeft aan op welke wijze de grondwaterzorgplicht wordt ingevuld. Het WRP geeft aan op welke afvalwaterzorgplicht wordt ingevuld.
wijze
de
Het WRP vormt een combinatie van het stedelijk waterplan en het verbreed GRP. Met het opstellen en vaststellen van dit WRP wordt invulling gegeven aan de planverplichting. Dit WRP vormt een mogelijk platform voor het maken van afspraken en het eventueel opstellen van protocollen en/of verordeningen voor het verwerken van hemel- en grondwater op eigen terrein en de wijze waarop dit water aangeleverd wordt aan de gemeente. Het WRP geeft aan welke kosten toegerekend worden aan de rioolheffing en op welke wijze de rioolheffing wordt doorbelast aan de bewoners en ondernemers in de Bommelerwaard. Het WRP heeft een voorbeeldfunctie voor meer samenwerking in de waterketen, volgens de afspraken uit het bestuursakkoord. Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk te streven naar het klimaatbestendig en water robuust inrichten van de openbare ruimte. Dit gezamenlijk WRP vormt hier een platform voor. Gemeente en waterschap dienen gezamenlijk te streven naar meer waterbewustzijn onder de bewoners. Dit gezamenlijke WRP vormt hier een platform voor. Dit WRP geeft weer hoe de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan wordt vormgegeven. Het beschrijft wanneer het treffen van maatregelen in het
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is; Het geeft weer hoe we omgaan met de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater; En hoe we het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (toewijzing zuivering door waterschap aan gemeente) regelen.
78
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Europese kaderrichtlijn Water Een goede waterkwaliteit vinden we belangrijk in Nederland. Omdat water zich weinig aantrekt van landsgrenzen, zijn internationale afspraken nodig. Sinds eind 2000 is daarom de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. Deze moet ervoor zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte‐ en grondwater in Europa in 2027 op orde is. De concrete implementatie van de KRW vindt plaats in zogeheten stroomgebiedsbeheerplannen. In deze plannen zijn de waterlichamen aangewezen, zijn doelen afgeleid voor de ecologische en chemische toestand. Ook zijn maatregelen benoemd om de doelen te bereiken, per achterlichaam en voor gebieden als geheel. De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) kent een uitvoeringsperiode van in totaal 18 jaar (2010 tot en met 2027), verdeeld over drie planperiodes van elk 6 jaar. In 2009 zijn de eerste stroomgebied-beheerplannen vastgesteld. In 2015 zijn nieuwe plannen vastgesteld voor de periode 2016-2021.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente
Taakstellingen/verplichtingen waterschap
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de benodigde maatregelen. Dit zijn maatregelen aan de riolering (o.a. overstortingen, afkoppelen), inrichting en beheer openbare ruimte (o.a. onkruidbestrijding), baggeren en functiewijziging of gebruiksbeperkingen (bestemmingsplan).
Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de benodigde maatregelen. Voor de oppervlaktewaterkwaliteit geldt tenminste een stand still‐ principe: verslechtering van de waterkwaliteit is niet toegestaan.
Deltaprogramma 2021 De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, onderdeel van het Deltaprogramma 2015, schrijft voor dat rijk, provincies, gemeenten en waterschappen het klimaatbestendig en water robuust inrichten van de ruimtelijke omgeving moeten opnemen in het beleid. Doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is het sturen van het veranderingsproces om het klimaatbestendig en water robuust inrichten van Nederland een vanzelfsprekend onderdeel te maken van ruimtelijke (her)ontwikkeling. Jaarlijks wordt de doelstelling op Prinsjesdag verantwoord en herijkt.
Gezamenlijke taakstellingen/verplichtingen gemeente en waterschap Gemeente en waterschap zijn verantwoordelijk voor het opnemen van klimaatbestendig en water robuust inrichten van de openbare ruimte in het beleid. Het te hanteren uitgangspunt is dat bij (her)ontwikkelingen geen extra risico op schade en slachtoffers mag ontstaan voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is. In 2050 dienen gemeenten klimaatbestendig en water robuust ingericht te zijn.
Nationaal Waterprogramma 2022-2027 We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaat adaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen we samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal. Op basis van de wettelijke taken van het kabinet en het nationale ruimtelijke beleid richt het nationale waterbeleid zich op de volgende hoofdonderwerpen: • Waterveiligheid • Zoetwater • Waterkwaliteit en natuur • Scheepvaart • Klimaatadaptatie In het Waterprogramma is het rijksbeleid voor het waterbeheer vastgelegd. De operationalisaties van het Waterplan zijn stroomgebiedsbeheerplannen. In de stroomgebiedsbeheerplannen zijn per stroomgebied de maatregelen vastgelegd om in de toekomst te voldoen aan de eisen van de Europese kaderrichtlijn Water. Tevens is in de stroomgebiedsbeheerplannen de koppeling gelegd met de doelstellingen van het NBW. Het nieuwe Waterprogramma dient nog vastgesteld te worden.
Gezamenlijke taakstellingen/verplichtingen gemeente/waterschap Ons Water: 79
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Om de waterbewustheid te vergroten, is de publiekscommunicatie Ons Water gestart. Hierin werken waterschappen en gemeenten samen met het Rijk, provincies, drinkwaterbedrijven en Rijkswaterstaat. Waterschap en gemeente hebben de taak de waterbewustheid on der de bewoners te vergroten.
Ecologische verbindingszones (EVZ) Waterlopen spelen een belangrijke schakel in ontwikkeling van de ecologische hoofdstructuur (hierna EHS). De EHS is opgebouwd uit kerngebieden en gekoppeld door droge en natte ecologische verbindingszones (hierna EVZ). Diverse waterlopen hebben een status als natte EV, dit betreft een provinciale functietoekenning. Dit betekent dat er maatregelen worden vereist om de inrichting en de hydraulische kenmerken te verbeteren.
Taakstellingen/verplichtingen waterschap Wettelijk mogelijk: Invulling geven aan de natte ecologische hoofdstructuur Waterschappen hebben de taak op zich genomen de natte EVZ voor 2018 te realiseren. Toekenning van de functie natte EVZ stelt navolgende eisen: Waterlopen en oevers hebben een natuurvriendelijke inrichting; Waterlopen vormen een schakel in de migratie van watergebonden fauna; Waterlopen zijn vispasseerbaar zijn en/of er bestaan mogelijkheden voor migratie over de oevers.
Waterschapswet Op 6 juni 1991 is de Waterschapswet vastgesteld. Deze wet regelt de taken en inrichting van de waterschappen en de samenstelling van hun besturen.
Taakstellingen/verplichtingen waterschap Wettelijk verplicht: Zorgplicht zuivering stedelijk afvalwater Het waterschap heeft op grond van de Waterwet en de Waterschapswet een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht sluit direct aan op de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. Wettelijk verplicht: Beheer en Onderhoud Watergangen en waterschapswerken De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer van de watergangen en het onderhoud van de A‐watergangen. De waterschapswerken zijn vastgelegd in de legger en hebben een juridische status. Aanpassingen van of werkzaamheden nabij waterlopen vereisen een KEUR ontheffing (onderdeel watervergunning) Voor de overige waterlopen en greppels ligt de onderhoudsplicht bij gemeenten of particulieren. Hierin zijn B‐watergangen en C-watergangen te onderscheiden met afnemend belang voor de regionale waterhuishouding. Naast de KEUR is algemeen beleid van kracht. Het beleid is echter slechts globaal omschreven in de waterbeheerplannen en richt zich op het effectief en efficiënt uitvoeren van het vereiste beheer en onderhoud, waarbij de inrichting bij voorkeur robuust en zelfregulerend is. Waar nodig wordt een technische inrichting gekozen om aan de gestelde eisen vanuit het waterbeheer te voldoen.
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet van kracht geworden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen bijvoorbeeld het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. In de Waterwet is ook de overdracht van een deel van het operationele grondwaterbeheer van de provincies naar de waterbeheerders geregeld. Daarnaast introduceert de Waterwet de watervergunning, die een flink aantal vergunningen integreert. Voor alle handelingen in het watersysteem is nog slechts één vergunning nodig. Voor de regionale wateren wordt het waterschap verantwoordelijk voor de verlening van de watervergunning.
Gezamenlijke taakstellingen/verplichtingen gemeente & waterschap Samenwerken aan een samenhangend waterbeheer De Waterwet zorgt voor een duidelijke afbakening met de Wet milieubeheer. In tegenstelling tot z'n voorganger de Wvo, is de Waterwet niet van toepassing op lozingen op rioolstelsels, vuilwaterriolen, hemelwaterriolen en ontwateringstelsels (de zogeheten indirecte lozingen). De Waterwet is van toepassing op lozingen die direct in het oppervlaktewater plaatsvinden (bijvoorbeeld een lozing van een bedrijfshemelwaterriool op oppervlaktewater) en lozingen rechtstreeks op de RWZI. Alle 80
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
overige lozingen vallen onder de Wet milieubeheer en in sommige gevallen nog onder de Wet Bodembescherming. Kortom de verhouding tussen gemeente en waterbeheerder bij indirecte lozingen verandert. Ondanks dat de waterbeheerder geen bevoegd gezag is heeft zij nog wel een aantal bevoegdheden. De Waterwet (art. 3.8) verplicht gemeente en waterbeheerder dan ook samen te werken aan een samenhangend waterbeheer, waarbij de nodige afstemming van taken en bevoegdheden moet plaatsvinden.
Taakstellingen/verplichtingen waterschap Wettelijk mogelijk: Waterschapsbelasting De Waterwet geeft de grondslag voor de verontreinigingsheffing van de waterschappen. Naast de Waterwet is ook de Waterschapswet van belang, deze geeft de basis voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing van de waterschappen. Watersysteemheffing: De opbrengsten worden ingezet voor goed watersysteembeheer. Zuiveringsheffing: Woningen die op het riool zijn aangesloten, betalen naast watersysteemheffing ook zuiveringsheffing. Verontreinigingsheffing: Woningen die niet op het riool zijn aangesloten, betalen naast watersysteemheffing ook verontreinigingsheffing. Met deze heffing draagt u bij aan het schoonhouden van het oppervlaktewater.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente Zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater Vanuit de Waterwet heeft de gemeente een zorgplicht voor doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater, dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor hemelwater op eigen terrein. De zorgplicht legt de nadruk op een eerste verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om het hemelwater zoveel mogelijk zelf te verwerken. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is voor de perceeleigenaar om het hemelwater zelf te verwerken, treedt de gemeentelijke zorgplicht in werking. Hierbij gaat het dus om het aanbieden van een voorziening. Zorgplicht voor voorkomen/beperken van schade door grondwateroverlast Vanuit de Waterwet heeft de gemeente tevens een zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Voor zover gemeentelijke maatregelen doelmatig zijn en het niet de verantwoordelijkheid van het waterschap of de provincie is om maatregelen te nemen. De zorgplicht heeft het karakter van een inspanningsplicht. Dat wil zeggen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor handhaving van het grondwaterpeil in bebouwd gebied.
De zorgplicht werkt niet met terugwerkende kracht en leidt niet tot aansprakelijkheid voor schadesituaties uit het verleden. De wetgeving geeft aan dat de burger met grondwateroverlast bij de gemeente met zijn probleem terecht moet kunnen. De gemeente is het eerste aanspreekpunt (loket) voor de burger. De gemeente is echter geen probleemhouder en ook niet aansprakelijk.
Wet milieubeheer Op 1 maart 1993 is de Wet milieubeheer (Wm) van kracht geworden Dit is de belangrijkste milieuwet in Nederland. In de wet is via diverse regels aangegeven hoe overheden zoals gemeenten en provincies het milieu moeten beschermen.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente Wettelijk verplicht: Planverplichting opstellen GRP Naast de zorgplichten hebben gemeenten vanuit de Wet milieubeheer ook een verplichting voor het opstellen van een Gemeentelijke Rioleringsplan (artikel 4.23). In dit plan moeten gemeenten beschrijven hoe zij invulling geven aan hun zorgplicht en wat zij de komende jaren op rioleringsgebied van plan zijn te doen. De Wet schrijft voor waaraan de inhoud van het plan ten minste moet voldoen en met welke partijen afstemming moet plaatsvinden. Wettelijk verplicht: Zorgplicht voor inzameling en transport van afvalwater Vanuit de Wet milieubeheer heeft de gemeente een zorgplicht voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen. De gemeente kan zelf kiezen via welke voorzieningen (riolering of een lokale zuiverende voorziening (IBA)) ze haar zorgplicht invult, zowel voor de bebouwde kom als voor het buitengebied. Gelet op de soms grote afstanden tussen bebouwing in het buitengebied is in de wet de mogelijkheid van ontheffing van de zorgplicht meegenomen. Wanneer aanleg van riolering niet als doelmatig wordt beschouwd kan Gedeputeerde Staten* voor een aangewezen gedeelte van het grondgebied 81
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
Taakstellingen/verplichtingen waterschap Wettelijk mogelijk: Adviesrol bij opstellen GRP Het waterschap heeft een adviesrol bij het opstellen van het GRP.
van de gemeente voor een nader te bepalen termijn de gemeente ontheffen van haar zorgplicht. *
In het Bestuursakkoord Water 2011 is de afspraak gemaakt de zorgplicht voor inzameling van stedelijk afvalwater aan te passen, zodat geen provinciale ontheffing nodig is wanneer de gemeente om doelmatigheidsoverwegingen besluit in een deel van het buitengebied geen afvalwater in te zamelen.
Lozingseisen afvalwater op de riolering Om zowel het functioneren van de riolering én de RWZI als de bescherming van de omgeving (bodem en oppervlaktewater) te waarborgen kan de gemeente eisen stellen aan hoeveelheid en samenstelling van het door de particulier te lozen afvalwater middels een verordening. Voor lozingen zijn of worden verschillende lozingenbesluiten van toepassing (amvb's). Alle lozingsvoorschriften kennen een zorgplicht voor de lozer. Die mag niets doen waarvan hij kan verwachten dat het problemen oplevert voor het riool, de zuivering of het (water)milieu. Aanvullende voorschriften staan in de lozingsvoorschriften. Per doelgroep is (respectievelijk komt) er een amvb: Voor particulieren: Regels voor het lozen op de riolering, de bodem en het oppervlaktewater zijn gebundeld in het Besluit lozing afvalwater huishoudens dat op 1 januari 2008 in werking is getreden. Voor bedrijven: Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit in werking getreden waarin voor bedrijven het lozen op de riolering wordt geregeld. Voor landbouwbedrijven komt een apart besluit. Lozen vanuit openbaar gebied: Dit is geregeld in het Besluit lozing afvalwater buiten inrichtingen (BLBI). Op 1 juli 2011 is het BLBI in werking getreden. Voor glastuinbouw: Regels voor het lozen van afvalwater (o.a. spuiwater) op de riolering en het oppervlaktewater.
Het besluit Glastuinbouw is op 1 april 2002 in werking getreden.
Taakstellingen/verplichtingen waterschap
Taakstellingen/verplichtingen gemeente Wettelijk mogelijk: opstellen verordeningen Door middel van een verordening kan de gemeente eisen stellen aan hoeveelheid en samenstelling van het door de particulier te lozen afvalwater.
Wettelijk mogelijk: adviseren bij opstellen verordeningen Het waterschap kan de gemeente adviseren/bijstaan bij het opstellen van de verordening.
Wet milieubeheer
1. 2. 3. 4. 5.
Voorkeursvolgorde omgang afvalwater Ter bescherming van het milieu is in de Wet milieubeheer een voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater opgenomen: Het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; Verontreiniging van afvalwater wordt voorkomen of beperkt; Afvalwaterstromen worden gescheiden gehouden, tenzij het niet gescheiden houden geen nadelige gevolgen heeft voor een doelmatig beheer; Huishoudelijk afvalwater en voor zover doelmatig en kostenefficiënt, afvalwater dat daarmee wat biologische afbreekbaarheid betreft overeenkomt, wordt ingezameld en afgevoerd naar een RWZI; overige afvalwater wordt zo nodig na zuivering bij de bron: a. hergebruikt b. in het milieu gebracht c. afgevoerd naar een RWZI
Taakstellingen/verplichtingen gemeente
Taakstellingen/verplichtingen waterschap
Wettelijk mogelijk: afwijken van voorkeursvolgorde De voorkeursvolgorde omgang afvalwater is geen dogma. Dit betekent dat de uiteindelijke afweging lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Indien daartoe argumenten aanwezig zijn, kan van de bovenstaande voorkeursvolgorde worden afgeweken.
Wettelijk mogelijk: adviesrol in voorkeursvolgorde Het waterschap kan de gemeente adviseren/bijstaan bij het opstellen en hanteren van de voorkeursvolgorde, bijvoorbeeld in het watertoetsproces.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente Wettelijk mogelijk: Lozingseisen hemel- en grondwater Vanuit de Wet milieubeheer hebben gemeenten de mogelijkheid om via een verordening regels te stellen aan het lozen van hemelwater en grondwater. Zij kunnen met de verordening dus voorschrijven dat particulieren regenwater en/of grondwater 82
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
op eigen perceel moeten verwerken of gescheiden aan de gemeente moeten aanleveren. De verordening kan geen eisen stellen aan het lozen van stedelijk en/of huishoudelijk afvalwater. Gemeenten zijn niet verplicht om de verordening op te stellen.
Wet op de Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten Per 1 juli 2008 is de 'Wet op de Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten' (ook bekend als de 'Grondroerdersregeling' of WION-regeling) in werking getreden. Het doel van de wet is het voorkomen van graafschade en de verschillende verantwoordelijkheden juridisch vast te leggen.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente Wettelijk verplicht: Vastleggen gegevens kabels en leidingen De wet verplicht gemeenten als kabel- en leidingbeheerder al hun (ondergrondse) kabels en leidingen binnen vastgestelde nauwkeurigheid (tot 1m aan weerszijden van de leiding) digitaal beschikbaar, up-to-date en uitwisselbaar te hebben en te melden bij het Kadaster.
Basisinspanning De basisinspanning riooloverstorten is een aanbeveling van de CUWVO (coördinatiecommissie uitvoering WVO) uit 1992 die er op neerkomt dat rioolsystemen zodanig aan te passen dat de vuiluitworp uit overstorten van deze systemen wordt verminderd. Veel genomen maatregelen zijn het aanbrengen van meer berging of pompovercapaciteit. Een deel van de inspanning moet daarbij door de gemeente worden gedaan, een ander deel door het waterschap. De bedoeling is dat met deze investering in het rioolstelsel de vuiluitworp van rioolstelsels via riooloverstorten wordt verminderd. In de praktijk wordt veelal aan de basisinspanning voldaan door afkoppelen van verhard oppervlak, aanleg van bergbezinkbassins of aanbrengen van meer pompcapaciteit. De basisinspanning is ingezet als middel om de vuiluitworp vanuit riooloverstorten terug te brengen naar acceptabele niveaus. Het voldoen aan de basisinspanning is echter geen wettelijke verplichting. Het bestuursakkoord water vraagt bestaande afspraken te heroverwegen in het licht van nut en noodzaak van de maatregelen. In het kader van de basisinspanning betekent dit dat bij het terugdringen van de vuilemissie de impact op het lokale water en een lokale kostenbaten afweging meegenomen dient te worden.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente
Taakstellingen/verplichtingen waterschap
Wettelijk mogelijk: bewust afwijken van de basisinspanning De basisinspanning is ingezet als middel om de vuiluitworp vanuit riooloverstorten terug te brengen naar acceptabele niveaus, maar is geen wettelijke verplichting. Vanuit de KRW worden wel eisen gesteld aan de te bereiken waterkwaliteit van het oppervlaktewater in 2027. Riooloverstorten kunnen het realiseren van deze kwaliteitsdoelstellingen in de weg staan. De kwaliteit van het water wordt echter niet alleen bepaald door deze overstorten. Het bestuursakkoord stimuleert gemeente en waterschap het einddoel in beeld te houden en daar op een zo efficiënt mogelijke wijze (doelmatig waterbeheer) naar toe te gaan. Dat kan door het nemen van maatregelen in de waterketen, maar ook door het nemen van andere bronmaatregelen of maatregelen in het watersysteem.
Wettelijk mogelijk: stimuleren van uitvoeren basisinspanning Als waterkwaliteitsbeheerder heeft het waterschap de taak om de gemeente zoveel mogelijk te stimuleren maatregelen in de waterketen te nemen om de vuilbelasting van het oppervlaktewater terug te dringen.
Waterkwaliteitsspoor Het rioleringsbeleid is erop gericht dat lozingen vanuit riolering op oppervlaktewater niet de gewenste kwaliteit voor oppervlaktewater in de weg staan. Hiervoor is een tweesporenbeleid, welke bestaat uit een emissiespoor (basisinspanning) en een waterkwaliteitsspoor. Het tweesporenbeleid is een landelijk gedragen beleid. De invulling hiervan kan per waterschap verschillen. Het doel van het waterkwaliteitsspoor is het bereiken van de gewenste kwaliteit voor oppervlaktewater. Na de uitvoering van de basisinspanning wordt elk lozingspunt beoordeeld op de waterkwaliteit. Dit is het waterkwaliteitsspoor. Als niet wordt voldaan aan de gewenste (basis) kwaliteit dan wordt de locatie aangeduid als knelpunt. Elk waterschap bepaalt in overleg 83
Water en rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026
met gemeenten de definitie van een knelpunt en de oplossingsrichting. Het waterkwaliteitsspoor sluit aan op het bestuursakkoord water, maar is afhankelijk van het waterschap, nog sterk overstort gericht. Het bestuursakkoord stimuleert waterschap en gemeente breder te kijken en nut en noodzaak van maatregelen niet uit het oog te verliezen. Het uiteindelijke doel is het bereiken van de kwaliteitsdoelstellingen voor het oppervlaktewater in 2027. De wijze waarop dit bereikt wordt kan per locatie/gebied verschillend zijn.
Taakstellingen/verplichtingen gemeente
Taakstellingen/verplichtingen waterschap
Landelijke afspraak: voldoen aan het waterkwaliteitsspoor Het invullen van het waterkwaliteitsspoor is op verschillende wijzen mogelijk. Het spoor wordt ingezet om te voldoen aan de waterkwaliteitsdoelstelling voor de betreffende locatie. De gemeente is hierin samen met het waterschap aan zet om de kwaliteitsdoelstellingen te bereiken. Normaliter beschikt het waterschap over een aanpak van het waterkwaliteitsspoor. Aan de gemeente echter de taak om, mede vanuit het bestuursakkoord, in overleg met het waterschap te komen tot doelmatige maatregelen, waarbij niet enkel wordt gekeken naar de waterketen.
Landelijke afspraak: voldoen aan het waterkwaliteitsspoor Elk waterschap heeft de mogelijkheid het waterkwaliteitsspoor (in overleg met de gemeente) op eigen wijze in te vullen. In overleg met het waterschap worden de knelpunten en de oplossingsrichting bepaald. Opgemerkt wordt dat Waterschap Rivierenland reeds in een vroeg stadium (de begin jaren van deze eeuw) breed beleid ingezet heeft om een goede waterkwaliteit te behalen, waarbij overstorten slechts een bron zijn die de waterkwaliteit negatief kan beïnvloeden.
Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel In 1999 is de Commissie Waterbeheer 21e eeuw ingesteld. Aanleiding waren de hoge rivierstanden in 1993 en 1995, de overlast door extreme neerslag in 1998 en de verwachte klimaatverandering. Het advies van deze commissie staat aan de basis van het Nationaal Bestuursakkoord Water (hierna NBW) dat in 2003 door Rijk, provincies (IPO), gemeenten (VNG) en waterschappen (Unie van Waterschappen) is ondertekend. Het NBW heeft tot doel om in de periode tot 2015 het watersysteem in Nederland op orde te krijgen en op orde te houden om zodoende de kans op wateroverlast in het stedelijk gebied tot een minimum te beperken. In het NBW is daarom afgesproken in 2008 de Stedelijke Wateropgave in beeld te brengen. De stedelijke wateropgave bestaat uit de aanpak van wateroverlast door overstromend oppervlaktewater; de aanpak van de wateroverlast in relatie tot rioolcapaciteit en de aanpak van grondwateroverlast. Hierdoor is de stedelijke wateropgave een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor zowel het waterschap als de gemeente. Door samen te werken aan de stedelijke wateropgave kunnen meerdere knelpunten integraal worden opgelost. Doel van de Stedelijke Wateropgave is knelpunten in het stedelijk gebied met betrekking tot riolering, oppervlaktewater en grondwater in beeld te brengen, rekening houdend met klimaatveranderingen.
Gezamenlijke taakstellingen/verplichtingen gemeente & waterschap Landelijke afspraak: gezamenlijk invullen van stedelijke wateropgave Gemeente en waterschap hebben gezamenlijk de taak om, aan de hand van de NBW-normering, de kans op wateroverlast in het stedelijk gebied en de aangrenzende gebieden te minimaliseren. De wijze waarop is door waterschap en gemeente in te vullen. Wel is in het Nationaal bestuursakkoord Water 2003, en nog sterker in het Bestuursakkoord Water 2011, ingezet op het zoeken naar integrale oplossingen door een goede samenwerking in waterketen en watersysteem.
Bestuursakkoord Water 2011 Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven hebben op 23 mei 2011 het Bestuursakkoord Water 2011 ondertekend. In het akkoord staan concrete afspraken over een doelmatiger waterbeheer.
De belangrijkste afspraken in het Bestuursakkoord Water gaan over: Waterveiligheid: Nederland beschermen tegen overstromingen en wateroverlast door neerslag; Beschermen van waterkwaliteit en zoetwatervoorziening; Doelmatig samenwerken in de waterketen.
Gezamenlijke taakstellingen/verplichtingen gemeente & waterschap Landelijke afspraak: doelmatig waterbeheer Doelmatigheid is de term die centraal staat in het Bestuursakkoord Water 2011. Dit WRP biedt de mogelijkheid om invulling te geven aan deze term. Naast de Stedelijke wateropgave vraagt het bestuursakkoord van gemeente en waterschap invulling te geven aan het doelmatig samenwerken in de waterketen, het thema waterveiligheid en de bescherming van de waterkwaliteit en de zoetwatervoorziening. Dit WRP geeft invulling aan de samenwerking in de waterketen en biedt de mogelijkheid om invulling, in de vorm van beleid en maatregelen, te geven aan de genoemde thema's. 84