CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Vast te stellen bestemmingsplan 'Aalst, M. Baksstraat 2'

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 229.654 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2 Gemeente Zaltbommel

Plannaam:

Aalst, M. Bakstraat 2

Planstatus:

ontwerp

Plan identificatie:

NL.IMRO.0297.AALBP20220004-OW01

Datum:

13 januari 2021

Contactpersoon Plannen-makers:

Dhr. C. Vaartjes

Kenmerk Plannen-makers:

PM21003

Opdrachtgever:

Mevr. C. Van Geffen,

Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751

Pagina 2 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

7

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling ........................................................................................................ 4

1.2

Omschrijving plangrens / ligging plangebied ........................................................................... 4

1.3

Geldend bestemmingsplan ...................................................................................................... 6

Beleidskader .................................................................................................................................... 7 2.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................... 7

2.2

Provinciaal beleid..................................................................................................................... 8

2.3

Regionaal beleid .................................................................................................................... 10

2.4

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 12

RUIMTELIJKE INPASSING ........................................................................................................... 14 3.1

Bestaande situatie ................................................................................................................. 14

3.2

Welstandsnota ....................................................................................................................... 14

3.3

Het plan ................................................................................................................................. 15

Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 16 4.1

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 16

4.2

Geluidhinder .......................................................................................................................... 18

4.3

Ecologie ................................................................................................................................. 18

4.4

Bodem ................................................................................................................................... 20

4.5

Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 20

4.6

Geur ....................................................................................................................................... 22

4.7

Externe Veiligheid .................................................................................................................. 23

4.8

Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................... 25

4.9

Waterhuishouding .................................................................................................................. 27

4.10

Verkeer en parkeren .............................................................................................................. 29

4.11

Eindconclusie......................................................................................................................... 29

JURIDISCHE PLANOPZET ........................................................................................................... 30 5.1

Vormgeving............................................................................................................................ 30

5.2

Bestemmingen ....................................................................................................................... 31

5.3

Verbeelding............................................................................................................................ 31

5.4

Handhaving............................................................................................................................ 31

Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid...................................................................... 33 6.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 33

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 33

Bijlagen .......................................................................................................................................... 34

Pagina 3 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

Op het perceel aan de M. Baksstraat 2 te Aalst (gemeente Zaltbommel) geldt in de huidige situatie de bestemming ‘Bedrijf’ met de nadere functieaanduidingen bedrijfswoning en schildersbedrijf. De beoogde planontwikkeling is om deze bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’. In een eerdere fase is een omgevingsvergunning aangevraagd, deze is echter niet verleend omdat niet werd aangetoond dat een goede ruimtelijke ordening wordt gewaarborgd met het plan. Voorliggend nieuw bestemmingsplan voor M. Baksstraat 2 bestemt de gronden als ‘Wonen’ en omvat de ruimtelijke motivatie waarmee aangetoond wordt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In de woning zullen ook diverse duurzame maatregelen toegepast worden, onder andere om de isolatie te verbeteren.

1.2

Omschrijving plangrens / ligging plangebied

Het plangebied ligt in het dorp Aalst. Aan de noord- en oostzijde van Aalst grenzen agrarische gebieden en ten westen ligt het recreatiegebied de Neswaarden. Het meer van de Neswaarden is verbonden met de rivier de afgedamde Maas (die van de Maas overgaat in de Waal), de afgedamde Maas ligt ten zuiden van Aalst.

Figuur 1. Uitsnede luchtfoto met de omgeving van het plangebied M. Baksstraat 2 (Bron: Google Earth)

Pagina 4 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Figuur 2. Uitsnede luchtfoto met plangebied in rood aangegeven. (Bron: Google Earth)

Figuur 3. Uitsnede Google Streetview M. Baksstraat 2. (Bron: Google Maps

Pagina 5 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het vigerende bestemmingsplan voor het plan is de ‘Beheersverordening Aalst, Kerkwijk en Delwijnen’ vastgesteld op 29 juni 2017. .

Figuur 4. Uitsnede uit de Illustratie (blad 1) van de ‘Beheersverordening Aalst, Kerkwijk en Delwijnen’ 29 juni 2017; nieuwe verbeelding bestemmingsplan

Voorliggend plan om te bestemming te wijzigen past niet in het vigerende plan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. In de nieuwe de situatie wijzigt de bestemming naar ‘Wonen’ en komen de functieaanduidingen (sb-sh) en (bw) te vervallen. De maatvoeringen blijven behouden zoals die nu in de huidige situatie zijn aangegeven.

Pagina 6 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

2 Beleidskader 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als Rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio’s - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema’s en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen Planspecifiek De beoogde ontwikkeling voorziet in het wijzigen van de bestemming van bedrijf naar wonen in het stedelijk gebied. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan heeft dit bestemminsplan geen direct raakvlak met het nationale beleid. De ontwikkeling is niet in strijd met rijksbelangen en is passend binnen de NOVI.

2.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten genomen waarmee dat mogelijk is. Het gaat hier om het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie afzonderlijke paragraaf) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Rijk stelt in het Bro de juridische kaders aan processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij overheden met als doel een goed systeem van ruimtelijke ordening. In artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro staat dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving moet bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’: Pagina 7 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Een onderzoek naar de behoefte, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan gaat over de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft het herbestemmen van een reeds bestaande bedrijfswoning naar een woonbestemming in een dorpskern. Deze planontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking. 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft het Rijk de juridische kaders die nodig zijn voor het beleidsmatig borgen van het ruimtelijk rijksbeleid. Het Rijk heeft het Barro vastgesteld op 22 augustus 2011. De meest recente wijziging heeft op 18 mei 2016 plaatsgevonden. Het Rijk heeft in het Barro opgenomen: • • • • • • • • • • • • • •

Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan

Planspecifiek Voorliggend plan ligt niet in een van de benoemde gebieden of aandachtsvelden als bedoeld in het Barro. Vanuit het Barro volgen dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor het plan.

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 De omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken:

Pagina 8 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

•

• •

•

Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt.

Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen.

Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en dragen duurzaam bij. • Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn.

Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuweontwikkelingen

Pagina 9 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft het herbestemmen van een reeds bestaande bedrijfswoning naar een woonbestemming. Het plan sluit aan bij diverse ambities van de provincie. Zo is het een circulaire ontwikkeling waarbij het woonklimaat van de huidige bedrijfswoning wordt verbeterd met duurzame maatregelen zoals: het vervangen van de asbesthoudende daken (asbestsanering loopt via de omgevingsvergunning) met duurzame geïsoleerde daken en het vervangen van de kozijnen, dit zijn energiebesparende maatregelen die vallen onder bestuurlijke richtlijn van de energietransitie.

Gezien bovenstaande conclusies past voorliggend plan binnen de provinciale structuurvisie. 2.2.1 Provinciale Omgevingsverordening Vanaf 19 december 2018 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. De regels in de Omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft het herbestemmen van een reeds bestaande bedrijfswoning naar een woonbestemming. Voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het provinciaal beleid.

2.3

Regionaal beleid

2.3.1 Regionaal Woningbouwprogramma regio Rivierenland Regionale Woonagenda De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio’s wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een ‘regionale woonagenda’. Hierin zijn de belangrijkste thema’s omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. Het is feitelijk een regionaal actieprogramma. In de regionale woonagenda zijn de volgende thema’s opgenomen: 1. Regionaal woningbouwprogramma 2. Bestaande woningvoorraad 3. Wonen en zorg

Pagina 10 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

4. 5. 6. 7. 8.

Doorstroming Arbeidsmigranten Verblijfsgerechtigden Woonlasten en betaalbaarheid Flexibele tijdelijke woonvormen

Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen. De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.2.1 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema’s worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties. Regionaal Woningbouwprogramma Regio Rivierenland1 De gemeenten van Regio Rivierenland, waaronder de gemeente Zaltbommel, hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en jaarlijks actualiseren van een regionaal woningbouwprogramma. Op 30 mei 2016 hebben de provincie en de regio(gemeenten) afspraken gemaakt over de Kwantitatieve Opgave Wonen voor de periode 2015-2024. Gedeputeerde Staten hebben deze afspraken op 12 juli 2016 vastgesteld. Toetsing van projecten Alle in het Regionaal Woningbouwprogramma opgenomen projecten zijn getoetst op drie punten: • Planstatus (harde of zachte plancapaciteit); • Urgentie (noodzaak voor prioriteit: verbetering door bijvoorbeeld herstructurering dan wel bedrijfssanering of woningen voor urgente doelgroepen); • Woonmilieu, prijs en woningtype (projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het regionale woningbehoefteonderzoek).

Indeling projecten De projecten zijn – na op de drie punten getoetst te zijn – ingedeeld in drie categorieën, te weten: 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar) 1. Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Alle projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit. Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2; 2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar) 2. Dit kunnen bijvoorbeeld aandachtspunten op het gebied van milieu zijn. Ook zijn kansrijke plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld opgenomen in categorie 2; 3. Plannen voor de lange(re) termijn (realisatie tien jaar of verder) 3. Dit zijn plannen die pas na 2024 zijn voorzien of deel uitmaken van een groter project. De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen het Regionale Woningbouwprogramma Rivierenland. Planspecifiek Het initiatief is vanwege de beperkte omvang (een / twee woningen) niet opgenomen in het woningbouwprogramma in de lijst projecten categorie 1 of categorie 2. Voorliggende planontwikkeling betreft het herbestemmen van een reeds bestaande bedrijfswoning naar een woonbestemming. Het effect op het regionale woonbeleid is zeer beperkt, toetsing of indeling van het voorliggende plan is niet van toepassing.

Daarmee vormt het regionaal woningbouwprogramma geen belemmering voor het plan.

1 Alleen toevoegen als het gaat om een initiatief voor woningbouw

Pagina 11 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

2.4

Gemeentelijk beleid

2.4.1

Ontwikkelingsbeeld Zaltbommel 2020

Het Ontwikkelingsbeeld is op 28 april 2005 door de gemeenteraad vastgesteld. Hierin heeft de gemeente de grotere ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, onderwijs, sport en overige maatschappelijke voorzieningen tot 2020 in een gefaseerd uitvoeringsprogramma gezet. De gemeente bereikt hiermee dat er tussen de verschillende ontwikkelingen samenhang ontstaat. Het Ontwikkelingsbeeld heeft betrekking op de stad Zaltbommel en de directe omgeving. Planspecifiek Het voorliggende plan is niet gelegen in of nabij de stad Zaltbommel. Het plan heeft derhalve geen negatief effect op de doelstellingen van het ontwikkelingsbeeld. 2.4.2 Structuurvisie Buitengebied De gemeenteraad heeft op 15 maart 2012 de structuurvisie "Buitengebied" vastgesteld. Het plangebied van de structuurvisie bestaat uit het binnendijks en buitendijks gelegen buitengebied met uitzondering van de uiterwaarden langs de Waal. De structuurvisie geeft op hoofdlijnen het ontwikkelingskader weer voor de beleidsthema's land- en tuinbouw, niet-agrarische bedrijvigheid, functieverandering (hergebruiksmogelijkheden van agrarische bedrijvigheid), nevenactiviteiten bij agrarisch bedrijvigheid, land- en waterrecreatie, natuur en landschap. Het buitengebied onderscheidt zich in enkele functionele zones, die verschillen voor wat betreft de landschappelijke kenmerken en het gebruik.

Deze verschillen leiden ertoe dat de zones elk andere ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarisch en niet-agrarisch gebruik kennen. De structuurvisie is een belangrijk afwegingskader voor nieuwe initiatieven in het buitengebied. Planspecifiek Het voorliggende plan is niet gelegen in het Buitengebied. Het plan heeft derhalve geen negatief effect op de doelstellingen van de structuurvisie. 2.4.3 Structuurvisie WaalWeelde West De gemeenteraad heeft op 15 december 2015 de structuurvisie "WaalWeelde West" vastgesteld. Het plangebied van de structuurvisie bestaat uit het uiterwaardengebied van de Waal, het Munnikenland en enkele binnendijks gelegen locaties ten westen van Brakel en Poederoijen. In de structuurvisie beschrijft de gemeente Zaltbommel de ruimtelijke opgaven voor hoogwaterveiligheid en natuur. Ook benoemt de structuurvisie mogelijke locaties voor woningbouw en bedrijventerreinen en recreatieve ontwikkelingen die gerelateerd zijn met de hoogwaterveiligheidsopgave. Het plangebied en de inhoud van de structuurvisie zijn grotendeels gelijkluidend met de structuurvisie "WaalWeelde West" die op 8 juli 2015 door Provinciale Staten is vastgesteld. Planspecifiek Het voorliggende plan is niet gelegen in het plangebied van de structuurvisie. Het plan heeft derhalve geen negatief effect op de doelstellingen van de structuurvisie.

2.4.4 Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 De gemeente Zaltbommel heeft samen met de gemeente Maasdriel de Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 opgesteld. De visie is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie zetten de gemeenten hun ambities uiteen uit op het gebied van wonen. De beide gemeenten willen samen met de woningcorporaties, partners en burgers werken aan: • De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: hierbij gaat het om het behoud en versterken van de kwaliteit van de woningen. Duurzaamheid, flexibiliteit en diversiteit zijn hierbij belangrijk;

Pagina 12 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

•

Passende woningvoorraad: de gemeenten willen dat heel gericht woningen worden toegevoegd die passen bij de lokale vraag. Dit betekent maatwerk in de kernen en gefaseerde woningbouw zodat bijsturen mogelijk is; • Voldoende betaalbare woningen: er is vraag naar betaalbare woningen in de Bommelerwaard. Hier willen de gemeenten in voorzien met bijzondere aandacht voor starters en de lage- en middeninkomens; • Wonen, welzijn en zorg: uitgangspunt is het langer zelfstandig wonen van mensen met een ondersteuningsbehoefte. De geschiktheid van de woningen en woonomgeving, match tussen vraag en aanbod van wonen met zorg en de bereikbaarheid van voorzieningen zijn van groot belang. Dit vraagt om samenwerking tussen veel verschillende partijen. • Kwaliteit van de woonomgeving: Uitgangspunt is de identiteit en de kracht van de dorpen en kernen zelf. De gemeenten faciliteren initiatieven vanuit de lokale gemeenschappen en bieden waar nodig professionele ondersteuning. Ontmoeten en verbinden zijn een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de woonomgeving. De ambities en woonthema’s zijn in het uitvoeringsprogramma vertaald in uitvoeringsacties. Planspecifiek Het plan betreft het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar de woonbestemming waarbij de bedrijfswoning omgezet wordt naar een reguliere woning.

Het effect op de woningmarkt is zeer beperkt omdat het aantal woningen niet toeneemt als gevolg van het plan. Wel wordt door de bedrijfsbeëindiging de woning beschikbaar voor de reguliere markt. De bestemmingswijzging sluit ook aan op de lokale vraag omdat initiatiefnemers van het plan zelf in de woning gaan wonen. Als onderdeel van het plan wordt de aanwezige asbest verwijderd en wordt de woning verduurzaamd. Deze onderdelen worden nader uitgewerkt in de volgende omgevingsvergunning. Het voorliggende plan sluit dan ook aan op het beleid zoals vastgesteld in de woonvisie. 2.4.5 Groenbeleidsplan Dit plan heeft alleen betrekking op openbaar toegankelijk groen binnen de bebouwde kom. Speerpunten zijn groenwaardes, groenfuncties, hoofd- en nevenstructuren, biodiversiteit en burgerparticipatie. Planspecifiek Het groenbeleidsplan heeft geen invloed op voorliggend plan omdat de bestemmingswijziging het eigen kadestraal perceel betreft. Groenstructuren in de omgeving liggen niet binnen het plan en zullen ook niet aangetast worden.

2.4.6 Overig gemeentelijk beleid De gemeente Zaltbommel beschikt verder over het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 20172021 (vastgesteld op 20 april 2017), GVVP – Nota Wegen en Verkeersveiligheid 2020-2025”, de Visie Externe Veiligheid (vastgesteld op 28 november 2013) en de Geurverordening (vastgesteld op 14 januari 2010, wijziging 13 september 2012) en beleid arbeidsmigranten. Planspecifiek De onderwerpen verkeer, water, geur en externe veiligheid worden in hoofdstuk 4 nader toegelicht. Het onderwerp arbeidsmigranten is niet relevant voor voorliggend plan en zullen derhalve niet verder gemotiveerd worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

Pagina 13 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

3 RUIMTELIJKE INPASSING 3.1

Bestaande situatie

Geschiedenis De kernen van Aalst, Bruchem, Kerkwijk, Delwijnen en Poederoijen zijn gelegen op het meandergordelcomplex van Bruchem. Waarschijnlijk waren ook deze plaatsen veilig bij overstromingen. Aalst is gelegen nabij de plaatsen waar de Maas het meandergordel-complex van Bruchem doorsnijdt. De naam Aalst dateert uit de Karolingische tijd. De oudste bekende vermelding van Aalst stamt uit het jaar 814/815. Volgens een akte schonk ene Baldericus enige stukken grond uit ‘Halosta’ aan het Benedictijner klooster Laurisheim bij Mainz. Aan het eind van de tiende eeuw komen de namen ‘Altisti’ en ‘Aloste’ (in 983) voor. In de elfde eeuw de naam ‘Alaste’, en in 1133 de naam ‘Aelst’. Gebiedsanalyse De Meester Baksstraat is en doodlopende straat in de kern Aalst. De Meester Baksstraat nr. 2 ligt op de hoek van het kerkpad en de M. Baksstraat. Schuin tegenover de het plangebied is de hervormde kerk gelegen. Deze kerk is in de 15e eeuw gebouwd als Rooms-katholiek kerkgebouw. De woningen langs de M. Baksstraat en het Kerkpad zijn hoofdzakelijk vrijstaande of twee onder één kap woningen bestaande uit één laag met kap. Enkele woningen hebben twee lagen met kap. Alle tuinen hebben een voortuin.

Foto M. Baksstraat 2 met links de M. Baksstraat en rechts het Kerkpad (bron: Google streetview)

3.2

Welstandsnota

Voor de gemeente Zaltbommel is een Welstandsnota opgesteld, deze is in 2017 geactualiseerd. Het plangebied is op basis van de welstandsnota gelegen in gebieden aangeduid als dorpskernen: ‘De historische dorpskernen hebben hun originele cultuurhistorisch waardevolle karakteristiek grotendeels weten te behouden, door de geringe dynamiek. De planmatige uitbreidingen in de kernen zijn beperkt en hebben zich redelijk geschikt naar én aangepast aan de oorpronkelijke dorps karakters. De kernkwaliteiten betreffen de specifieke gebiedskenmerken, zoals de stedenbouwkundige structuur, het groene karakter, de (dorpse) maat en schaal van de bebouwing, de eenvoudige, traditionele hoofd- en Pagina 14 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

kapvormen, en de gevarieerde, doch tevens voldoende samenhangende en verzorgde straatbeelden. De criteria voor respect zijn in deze gebieden van toepassing.’ De welstandscriteria respect omvat op basis van de welstandsnota het volgende: ‘Respect: Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur worden gerespecteerd.

3.3

Het plan

Op het perceel aan de M. Baksstraat 2 te Aalst (gemeente Zaltbommel) geldt in de huidige situatie de bestemming ‘Bedrijf’ met de nadere functieaanduidingen bedrijfswoning en schildersbedrijf. De beoogde planontwikkeling is om deze bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’. Er zal geen bebouwing gesloopt worden. De ruimtelijke impact van het plan is derhalve zeer beperkt. De cultuurhistorische waarde van de locatie alsmede de stedenbouwkundige kwaliteiten zullen niet aangetast worden. Door het beëindigen van de bedrijfssituatie ontstaat een functionele verbetering voor de woonsituatie. Het plan heeft ook gen invloed op redelijke eisen van welstand. Voorliggend plan is dan ook ruimtelijk goed inpasbaar in de omgeving.

Pagina 15 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1

Bedrijven en milieuzonering

Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. Planspecifiek Bij het voorliggende plan dient acht te worden geslagen op een drietal locaties in de directe omgeving. Dit betreft de locaties Kerkpad 1, Kerkpad 4, nutsvoorziening en de Kerkstraat 1.

Kerkpad 1 Op de locatie Kerkpad 1 is een autobedrijf/garagebedrijf gevestigd. Volgens de beheersverordening mag zich op deze locatie ook alleen een garagebedrijf vestigen. Volgens de VNG-Brochure valt een dergelijk bedrijf (handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) in milieucategorie 2. Voor bedrijven in milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt niet Kerkstraat 1 volledig voldaan. Tussen de dichtstbijzijnde perceelsgrenzen van M. Baksstraat 2 en Kerkpad 1 zit een afstand van circa 20 meter. Het perceel aan Kerkpad 1 is zodanig ingericht dat de bedrijfswoning bij het garagebedrijf aan de weg Kerkpad 1 Nutsvoorziening (Kerkpad) is gelegen, met daarnaast de oprit naar de loods achter de woning waar de nieuwe auto’s en occasions gestald staan. Aan de achterzijde van het perceel (noordwest) is de werkplaats gelegen. Van deze loods en de werkplaats zou de meeste hinder ervaren kunnen worden. Tussen de perceelgrens van M. Baksstraat 2 en het daadwerkelijke garagebedrijf zit een afstand van minimaal circa 40 meter. Als gevolg van het toestaan van burgerbewoning op het adres M. Baksstraat 2 wordt het garagebedrijf niet (extra) belemmerd. De mate waarin het bedrijf hinder mag veroorzaken op de omgeving, wordt 4 26.

Deze woningen liggen bepaald door de bestaande woningen aan de Dorpsstraat nummersKerkpad 22, 24 en namelijk dichter bij de bedrijfslocatie dan de woning aan de M. Baksstraat 2. Daarnaast dient het garagebedrijf in zijn bedrijfsvoering in de bestaande situatie ook reeds rekening te houden met de woning M. Baksstraat 2. Ondanks dat deze woning thans een bedrijfsbestemming heeft, wordt de woning ten opzichte van het garagebedrijf namelijk beschouwd als een woning van derden. Geconcludeerd wordt dat de bedrijfsvoering op het adres Kerkpad 1 niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning op het adres M. Baksstraat 2. Figuur 5. Uitsnede uit de Illustratie (blad 1) van de ‘Beheersverordening Aalst, Kerkwijk en Delwijnen’ 29 juni 2017

Kerkpad 1 Op de locatie Kerkpad 1 is een autobedrijf/garagebedrijf gevestigd. Volgens de beheersverordening mag zich op deze locatie ook alleen een garagebedrijf vestigen. Volgens de VNG-Brochure valt een dergelijk bedrijf (handel in auto’s en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven) in milieucategorie 2. Pagina 16 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Voor bedrijven in milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt niet volledig voldaan. Tussen de dichtstbijzijnde perceelsgrenzen van M. Baksstraat 2 en Kerkpad 1 zit een afstand van circa 20 meter. Het perceel aan Kerkpad 1 is zodanig ingericht dat de bedrijfswoning bij het garagebedrijf aan de weg (Kerkpad) is gelegen, met daarnaast de oprit naar de loods achter de woning waar de nieuwe auto’s en occasions gestald staan. Aan de achterzijde van het perceel (noordwest) is de werkplaats gelegen. Van deze loods en de werkplaats zou de meeste hinder ervaren kunnen worden. Tussen de perceelgrens van M. Baksstraat 2 en het daadwerkelijke garagebedrijf zit een afstand van minimaal circa 40 meter. Als gevolg van het toestaan van burgerbewoning op het adres M. Baksstraat 2 wordt het garagebedrijf niet (extra) belemmerd. De mate waarin het bedrijf hinder mag veroorzaken op de omgeving, wordt bepaald door de bestaande woningen aan de Dorpsstraat nummers 22, 24 en 26. Deze woningen liggen namelijk dichter bij de bedrijfslocatie dan de woning aan de M. Baksstraat 2. Daarnaast dient het garagebedrijf in zijn bedrijfsvoering in de bestaande situatie ook reeds rekening te houden met de woning M. Baksstraat 2.

Ondanks dat deze woning thans een bedrijfsbestemming heeft, wordt de woning ten opzichte van het garagebedrijf namelijk beschouwd als een woning van derden. Geconcludeerd wordt dat de bedrijfsvoering op het adres Kerkpad 1 niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning op het adres M. Baksstraat 2. Evenmin wordt door een woonbestemming op M. Baksstraat 2 de bedrijfsvoering van het garagebedrijf beperkt. Kerkpad 4 Op de locatie Kerkpad 4 is een verenigingsgebouw van de kerk gevestigd. In dit gebouw vinden voornamelijk kerkelijke activiteiten plaats (zoals crèche, clubwerk, vergaderingen en catechisatie). Volgens de VNG-Brochure valt een kerk/buurt- en clubhuizen in milieucategorie 2. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt niet voldaan. Tussen de oprit naar het verenigingsgebouw van Kerkpad 4 en de woning op M. Baksstraat 2 zit een afstand van circa 5 meter. Tussen de woning en het daadwerkelijke verenigingsgebouw zit een afstand van circa 40 meter. Als gevolg van het toestaan van burgerbewoning op het adres M. Baksstraat 2 wordt het verenigingsgebouw niet (extra) belemmerd. De mate waarin de maatschappelijke voorziening hinder mag veroorzaken op de omgeving, wordt ook al bepaald door de bestaande woningen aan Kerkpad 2 en de M. Baksstraat nummers 4, 6, 8, 10 en 12.

Deze woningen liggen namelijk net zo dicht bij het perceel als de woning aan de M. Baksstraat 2. Geconcludeerd wordt dat de activiteiten op het adres Kerkpad 4 niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning op het adres M. Baksstraat 2. Evenmin worden door het toekennen van een woonbestemming op de M. Baksstraat 2 de activiteiten van het verenigingsgebouw beperkt. Kerkstraat 1 Op de locatie Kerkstraat 1 is de Hervormde kerk gevestigd. Het Rijksmonumentale gebouw heeft volgens de geldende beheersverordening een maatschappelijke bestemming. Volgens de VNG-Brochure valt een kerk in milieucategorie 2. Voor milieucategorie 2 geldt een richtafstand van 30 meter. Aan deze afstand wordt niet voldaan. Tussen de dichtstbijzijnde perceelsgrenzen van M. Baksstraat 2 en Kerkstraat 1 zit een afstand van circa 27 meter. Tussen de perceelgrens van M. Baksstraat 2 en het daadwerkelijke kerkgebouw zit een afstand van circa 38 meter.

Pagina 17 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Ten eerste wordt vermeld dat de richtafstand op slechts 3 meter niet wordt gehaald. Verder wordt als gevolg van het toestaan van burgerbewoning op het adres M. Baksstraat 2 het gebruik van de kerk niet (extra) belemmerd. De mate waarin de kerk hinder mag veroorzaken op de omgeving, wordt bepaald door de bestaande woningen aan de Kerkstraat 3, Delpad 2, de E.P. van Ooijenstraat 2 en de andere omliggende woningen. Deze woningen liggen namelijk dichter bij de kerk dan de woning aan de M. Baksstraat 2. Geconcludeerd wordt dat de kerk op het adres Kerkstraat 1 niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning op het adres M. Baksstraat 2. Evenmin worden door de burgerbewoning aan de M. Baksstraat 2 de activiteiten van de kerk beperkt. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de omliggende bedrijven en voorzieningen geen belemmeringen vormen voor het bestemmen van de woning op het adres M. Baksstraat 2 voor wonen.

4.2

Geluidhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functie belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoek verplichtingen gesteld. Planspecifiek Zoals in de vorige paragraaf is beschreven (4.1 Bedrijven en milieuzonering) vormt de nieuwe bestemming geen hinder voor omliggende bedrijven. Het aspect industrielawaai is dus beoordeeld en hoeft in dit kader niet nader onderzocht te worden. Ten aanzien van verkeerslawaai geldt dat de huidige bedrijfswoning al moet voldoen aan de Wet geluidhinder. In het vigerende bestemmingsplan is de (bedrijfs-)woning reeds op deze locatie toegestaan. Er heeft dus al een beoordeling plaats gevonden om een geluidsgevoelige bestemming op deze locatie toet te staan. Gezien bovenstaande conclusie vormt het aspect geluid, met de vaststelling van het bestemmingsplan, geen belemmering voor de vaststelling van het plan.

4.3

Ecologie

Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de Wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd ‘handelingen’) bij Natura 2000-gebieden (de gebiedsbeschermingsPagina 18 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

bepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.3.1 Flora en fauna In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd. Planspecifiek De bestemmingsplanwijziging heeft geen impact op de flora en fauna. Voor het plan zullen geen schuren gesloopt worden, bomen gekapt, sloten gedempt en of bosschages worden verwijderd. Nader onderzoek naar ecologie is dan ook niet noodzakelijk. Het aspect ecologie vormt geen beperking voor de beoogde ontwikkeling. 4.3.2 Natuurgebieden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen (extern) effect hebben op nabijgelegen natuurgebieden. De gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet vindt plaats via de Natura 2000-gebieden met Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Daarnaast zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is de vroegere Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarische gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) en nieuwe natuurgebieden, landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer, alle Natura 2000-gebieden en alle grote wateren van Nederland (meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee). Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie. In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie als gevolg van de maatregelen niet gegarandeerd kan worden. Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt.

Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofemissies en deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator (update april 2020). Planspecifiek Voorliggend plan houdt een bestemmingswijziging in. Door de bedrijfsbeëindiging zal het aantal vervoersbewegingen van en naar de locatie in de gebruiksfase afnemen. Het aspect stikstofdepositie vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.

Pagina 19 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

4.4

Bodem

Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Om te bepalen of de grond geschikt is voor het beoogd gebruik is een bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1. De conclusie van het Verkennend bodemonderzoek en verkennend asbest in grond onderzoek (M. Bakstraat 2 te Aalst, NIPA Milieutechniek b.v. rapportnummer 18203, 21 april 2020) luidt: Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel M.

Baksstraat 2 te Aalst, kadastraal bekend als gemeente Aalst, sectie A, nummers 1306 en 1513, blijkt dat: • zowel de baksteen- en metselpuinhoudende boven- en ondergrond licht verontreinigd zijn met zware metalen en PCB; • de zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met eveneens zware metalen en PCB; • het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen; • zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest is aangetoond in de metselpuinhoudende bodemlaag; • de bodem niet verontreinigd is met organochloorbestrijdingsmiddelen als gevolg van het gebruik van spuitmiddelen op het perceel direct ten zuiden van de onderzoekslocatie; • de verfopslag niet tot een verontreiniging van het grondwater heeft geleid; • de watergang gedempt is met licht verontreinigd materiaal. Op basis van deze resultaten kan de hypothese, zoals verwoord in paragraaf 2.4 met betrekking tot het voorkomen van verontreinigingen met zware metalen en PCB in de gedempte watergang, in principe worden aanvaard. Voor het overige terreindeel dient de hypothese te worden verworpen aangezien geen verontreiniging met OCB en vluchtige aromaten is aangetoond. De uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek is, ons inziens, niet zinvol. Tegen de voorgenomen verkoop van de onderzoekslocatie zijn, ons inziens, geen zwaarwegende milieu hygiënische bezwaren aan te voeren.

Zoals aangegeven in het onderzoek zijn op een aantal plekken lichte verontreinigingen aangetroffen. Er is derhalve vanuit het aspect bodem geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Luchtkwaliteit

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Toetsing van

Grenswaarde

Advieswaarde (WHO)

40 µg / m³

40 µg / m³

Stof jaargemiddelde concentratie

Pagina 20 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Stikstofdioxide (NO2) Fijn stof (PM10)

Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden) jaargemiddelde concentratie 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie Tabel: grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit

200 µg / m³ 40 µg / m³ 50 µg / m³

20 µg / m³

25 µg / m³

10 µg / m³

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m 2. Voorliggend plan houdt een bestemmingsplanwijziging in. De gehele ontwikkeling blijft ruim onder het criterium. Voorts is de huidige situatie en toekomstige ten aanzien van de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Hiervoor is de site https://www.nsl-monitoring.nl geraadpleegd.

Pagina 21 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

Figuur 6. Concentratie stikstof, PM2.5 en PM10 in 2020 en 2030, plangebied nabij rode cirkel (bron: NSL Monitoringstool)

De concentraties blijven op basis van de NSL monitoringstool onder de wettelijk vereiste gemiddelde concentraties. Gelet op de bovenstaande conclusies vormt het aspect luchtkwaliteit geen beletsel voor dit plan.

4.6

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: • •

voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv))) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel.

Binnen bebouwde kom

Buiten bebouwde kom

Concentratiegebied

Niet-concentratiegebied

diercategorieën Rgv

max. 3 ouE/m³

max. 2 ouE/m³

andere diercategorieën

min. 100 m t.o.v. geurgevoelig min. 100 m t.o.v. geurgevoelig object object

diercategorieën Rgv

max. 14 ouE/m³

andere diercategorieën

min. 50 m t.o.v. geurgevoelig min. 50 m t.o.v. geurgevoelig object object

max. 8 ouE/m³

Geurnormen Wgv De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op

Pagina 22 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

de plaatselijke situatie. Op dit punt heeft de raad op 14 januari 2010 een geurgebiedsvisie en verordening vastgesteld. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: • •

de geurbelasting wordt bepaald; de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten.

Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voor de veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Planspecifiek Voor omliggende woonbestemmingen is reeds bepaald dat de eventuele geurhinder op deze locatie geen normen overschrijd. Gelet op de bovenstaande conclusie vormt het aspect geur geen hinder voor dit plan.

4.7

Externe Veiligheid

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico’s: • risicovolle (Bevi-)inrichtingen; • vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; • vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en kampeerterreinen.

De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10 -6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkt kwetsbare

Pagina 23 Bestemmingsplan Aalst, M. Baksstraat 2

objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Bevi stelt dat bij elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is dit moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico hoe zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven.

Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico (GR). Een onderdeel van het Bevt houdt in dat voor sommige transportassen rekening moet worden gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er externe veiligheidsrisico’s zijn is risicokaart.nl geraadpleegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11505699/1