Bijlage 1. Regioarrangement Rivierenland
Tekst van het document
niet oneindig blijven faciliteren. We hebben te maken met periodes met sterk afnemende rivierafvoeren en lagere waterstanden, die effect hebben op de inlaatmogelijkheden voor onze regio. Daarnaast neemt de droogte en verdamping toe en is water met name op de hogere oeverwallen slecht aan te voeren. Dat komt door de lange aanvoerroutes in combinatie met een sterke infiltratie (door aanwezigheid zandbanen). FruitDelta Rivierenland is daarmee gevoelig voor alle klimaateffecten. Voor drinkwater heeft de provincie in de regio twee gebieden gereserveerd voor drinkwaterwinning in de toekomst (Aanvullende Strategische Voorraden). In deze gebieden wordt nog geen drinkwater gewonnen. Wel gelden er in deze gebieden regels om het grondwater te beschermen. In de regio gaat het om de twee gebieden Tielerwaard en Betuwe-West-Buren. Dit heeft impact op de fruitteelt en de laanboomteelt. Naast de productie van drinkwater in FruitDelta Rivierenland gaat het ook om de beschikbaarheid van voldoende zoetwater op de Maas. Het inlaatpunt op de Afgedamde Maas is een essentiële schakel in de voorziening van drinkwater voor 1,3 miljoen mensen in West-Nederland. De gidsprincipes van Water Bodem sturend toepassen legt een claim op ruimtevragers in het buitengebied in de lage gebieden (na 2030).
Het inzicht is dat weersextremen (droogte, pieken) aantonen dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid en draagkracht van het water- en bodem systeem en dat grenzen mogelijk zijn bereikt en soms al overschreden. Kiezen voor een andere koers in het landgebruik is een noodzaak: water en bodem als sturend principe centraal op de agenda van ruimtelijke ordening en inrichting zetten.
3.3
Brede welvaart
3.3.1
Introductie
De regionale monitor voor Gelderland en de gebiedsagenda’s27 geeft een eerste indicatie van hoe het is gesteld met de brede welvaart in de diverse Gelderse regio’s. Brede welvaart wordt gedefinieerd als “onze huidige kwaliteit van leven én de mate waarin deze ten koste gaat van die van generaties na ons of mensen uit andere delen van de wereld”28. De definitie heeft dus drie componenten: • brede welvaart ‘hier en nu’ • brede welvaart ‘later’ • brede welvaart ‘elders’. Voor elk van de drie delen zijn indicatoren opgesteld die iets zeggen over de kwaliteit van leven van mensen. Sommige indicatoren meten objectieve gegevens, zoals de afstand tot een basisschool. Bij andere indicatoren gaat het om de perceptie van mensen, zoals de ervaren (on)veiligheid. Brede Welvaart gaat er namelijk vanuit dat welvaart van mensen gaat om het welzijn van mensen, wat bepaald wordt door zowel materiële als immateriële aspecten.
27 Provincie Gelderland, Brede Welvaart in de Gelderse Gebieden; regionale monitor voor Gelderland en de
gebiedsagenda’s 28 CBS 2021
21
3.3.2
Brede Welvaart in Rivierenland
Voor deze regio vatten we resultaten als volgt samen: regio FruitDelta Rivierenland heeft een hoog besteedbaar inkomen in vergelijking met andere Gelderse gebieden. Huishoudens hebben een hoog vermogen vergeleken met andere Gelderse gebieden. Er zijn ook indicatoren waar FruitDelta Rivierenland minder goed scoort dan andere Gelderse gebieden. Zo zou de tevredenheid met het leven beter kunnen. Ook op het gebied van ervaren gezondheid, overgewicht en woon-werk reistijd zijn er verbeterpunten. Op het gebied van samenleving zou het vertrouwen in anderen en instanties hoger kunnen. Net als het aandeel mensen dat wekelijks contact heeft met familie, vrienden of buren. Op het thema milieu zijn er uitdagingen in de regio. Het gebied heeft een laag oppervlak aan natuur- en bosgebieden en het aandeel natuurgebied per inwoner is laag. De broeikasgasemissies per inwoner zijn juist hoog, net als de afstand tot openbaar groen. Tegelijkertijd ligt er een hoge gemiddelde schuld per huishouden. Daarnaast geven inwoners aan dat er meer culturele voorzieningen in de regio zouden kunnen zijn met een betere bereikbaarheid29. Inwoners bezoeken vaker cultuur buiten de provincie, wat gezien de kortere reistijd naar andere provincies te verklaren is.
Ook de regionale Gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland30 richt zich op de brede welvaart zodat zoveel mogelijk inwoners een fijn leven hebben nu en in de toekomst. Regio FruitDelta Rivierenland werkt aan deze brede welvaart door uitvoering te geven aan de acht regionale, integrale opgaven voor 2030: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Behouden en versterken van het innovatievermogen van krachtige regionale sectoren. Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van transitieopgaven, robotisering en automatisering. Inspelen op de groeiende vraag naar woningen en daarbij rekening houden met de woningbehoefte van inwoners, inclusief aandachtsgroepen. Beschermen van Rivierenlanders voor toekomstige risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals overstromingsgevaar, hittestress en droogte. Versnellen van de energietransitie in de regio en het verminderen van de CO2-uitstoot met 55% in 2030. Behouden en verbeteren van de biodiversiteit in de regio. Verbeteren en behouden van benodigde regionale mobiliteit in een regio met een relatief lage bevolkingsdichtheid. Behouden en optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit bij een toenemende druk op de ruimte door onder andere woon- en transitieopgaven.
Daarnaast worden in het Regiobeeld Rivierenland31 de veranderingen in de zorgaanvraag voor een periode van tien jaar beschreven. Hierbij wordt de impact van relevante trends zoveel mogelijk gekwantificeerd. Het Regiobeeld wordt momenteel geactualiseerd. De actuele uitkomsten kunnen betrokken worden bij verdere uitwerking in gebiedsprogramma’s.
29 Cultuurmonitor Gelderland 2022
30 Regio FruitDelta Rivierenland FruitDelta Gebiedsagenda 31
Regiobeeld Rivierenland www.regio-beeld.nl/rivierenland
4
Ruimtelijke samenhang
De drie perspectieven uit hoofdstuk 3 vloeien voort uit de kamerbrief over nationale regie in de ruimtelijke ordening32. De gekozen perspectieven worden daarin als volgt geduid: “De blik op de ruimtelijke inrichting van Nederland is opgebouwd uit drie perspectieven. De draagkracht van het bodem- en watersysteem is van betekenis voor de vraagstukken in alle drie de perspectieven. Het eerste perspectief gaat over landbouw en natuur, de tweede over de ordenende netwerken voor energie en (circulaire) economie en de derde over leefbare steden en regio’s.” De perspectieven zijn ruimtelijke analyses – van hoe Nederland in elkaar zit (kenmerken en kwaliteiten), van de ruimtelijke consequenties die actuele opgaven en transities hebben, en van wat nodig is om dit alles in goede banen te leiden. De drie perspectieven zijn bedoeld om de complexiteit van de verschillende opgaven te doorgronden, de samenhang in beeld te brengen (tussen opgaven, verschillende schaalniveaus, tussen nu en de lange termijn) en de thema’s vast te stellen waarover op nationaal niveau besluiten of waarvoor richtinggevende uitspraken nodig zijn. Het is belangrijk om zulke vraagstukken in de tijd te plaatsen: een beslissing die nu geschikt en effectief blijkt, is dat op lange termijn misschien niet meer.
En omgekeerd: een opgave kan pas in de toekomst gaan spelen, maar kan vragen dat daar nu in de planvorming al rekening mee gehouden wordt. Het moet dus duidelijk zijn tot wanneer het huidige gebruik mogelijk is en wanneer veranderingen en maatregelen noodzakelijk zijn. Het gaat dus ook niet om een keuze tussen deze drie perspectieven; de perspectieven gelden naast elkaar en in samenhang tot elkaar. In dit regioarrangement willen we deze perspectieven op soortgelijke wijze hanteren, toegespitst op de regio FruitDelta Rivierenland.
4.1
Perspectief natuur en landbouw
FruitDelta Rivierenland bestaat voor een groot deel uit landbouw- en natuurgebieden. Landbouw is een wezenlijk onderdeel van de identiteit en economie van FruitDelta Rivierenland en drager van het landschap. Het landelijk gebied wordt dooraderd door een robuust natuurnetwerk, veelal gekoppeld aan de grote rivieren en natte komgronden met weteringen. Fruitdelta Rivierenland staat voor de uitdaging om een toekomstbestendige landbouwregio te zijn, in balans met robuuste natuurwaarden.
4.1.1
Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG)
Via het VLGG33 geven we uitvoering aan het perspectief voor landbouw en natuur. VLGG is een gebiedsprogramma onder de Omgevingswet en wordt vastgesteld door de provincie. Voor de regio biedt het kansen voor financiering van de opgaven in het landelijk gebied. De provincie, gemeente en waterschap en de regio maken afspraken over regionale ruimtelijke doorwerking van maatregelen voor natuur inclusief stikstof, water, klimaat en landbouw. Dit doen we via gebiedsprocessen met de partners, waaronder vertegenwoordigers van de landbouw en de natuur. Samenwerkingsvormen zullen worden verkend, geïntensiveerd of geactiveerd. De provincie maakt met het Rijk inhoudelijke en financiële afspraken over uitvoering van gebiedsprocessen en maatregelenpakketten en financiering uit het Transitiefonds. Afspraken 32 Ruimtelijke ordeningsbrief van het Ministerie van BZK d.d. 17 mei 2022 (kenmerk 2022-0000268154)
Kamerbrief over nationale regie in de ruimtelijke ordening | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl 33Provincie Gelderland Vitaal landelijk gebied Gelderland
23
kunnen jaarlijks worden aangevuld. Concrete maatregelen en gebiedsprocessen uit de regioarrangementen en bijdragen aan de NPLG-doelen kunnen worden gefinancierd uit het Transitiefonds. Dit vraagt inzet van de gebiedspartners op kansrijke projecten. Er zijn meerdere visies, programma’s en instrumenten, naast het VLGG, die invulling geven aan het perspectief voor landbouw en natuur34.
4.1.2
Perspectief landbouw
De landbouw in FruitDelta Rivierenland heeft een sterke relatie met de ondergrond. De verschillen in het bodem- en watersysteem zijn in deze regio duidelijk af te lezen in het agrarisch gebruik. In de rivierkomgronden bevinden zich grootschalige weidegebieden met melkveehouderij. Op de kleinschaliger oeverwallen liggen van oudsher de akkers en fruitgaarden en meer recent de laanboomteelt, met een concentratiegebied bij Opheusden. De Bommelerwaard (Zaltbommel en Maasdriel) en West Betuwe kennen glastuinbouw en Maasdriel kent ook veel paddenstoelenteelt. In diverse uiterwaarden wordt nog vee geweid. Door de vruchtbare bodems heeft de regio een goed landbouwpotentieel. FruitDelta Rivierenland is een krachtige landbouwregio en wil dat in de toekomst blijven. Dit wordt beschreven in de provinciale Kadernota Agrofood35 . Het NPLG36 benoemt nieuwe opgaven, met name om de landbouw in balans met de draagkracht van de natuur te brengen en om de sector voor te bereiden op klimaatverandering. Het Nationaal Landbouwakkoord dat dit zou moeten regelen is niet tot stand gebracht. Agribusiness is een toonaangevende sector in de regio. De regio heeft voor agribusiness zes opgaven geformuleerd. Dit is beschreven in het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022202537 voor de vier plantaardige sectoren fruit, laanbomen, glastuinbouw en paddenstoelenteelt.
De geformuleerde ambitie voor de plantaardige agribusiness sectoren is ‘excelleren in Europa als thuismarkt via renderende innovatieve ketens binnen de glastuinbouw, fruitteelt, paddenstoelenteelt en laanboomteelt’. De zes opgaven zijn gericht op onder andere landschappelijke inpassing van bedrijvigheid en gebouwen, teelt ondersteunende voorzieningen, hightech voorzieningen, arbeidspotentieel en circulariteit. https://www.fruitdelta.nl/wpcontent/uploads/2023/04/Regionaal-Economisch-Ambitiedocument-2022-2025.pdf De sector staat voor een aantal uitdagingen. De ruimtelijke druk op het agrarisch gebied is groot door andere ruimtevragers, zoals wonen, bedrijvigheid, energie en natuur. In de transitie van de landbouw vinden we het belangrijk dat de agrarische sector in Gelderland zich kan ontwikkelen, met ruimte voor alle transitiepaden (dus ook innovatie) en het belang van een goed verdienmodel voor de (agrarische) ondernemer. Voor duurzame vormen van land- en tuinbouw, passend bij de natuurlijke systemen, streven we naar emissiereductie van stikstof. Daarnaast een bedrijfsvoering in balans met de leefomgeving. Bij de inzet van (toekomstige) instrumenten is het relevant of bedrijven dichtbij liggen bij kwetsbare natuur (Vogel- en Habitatrichtlijn) en wateren (Kaderrichtlijn Water). 34 Zie o.a.: Programma integraal riviermanagement Deltaprogramma; Programmatische Aanpak Grote Wateren
PAGW; Stroomgebiedbeheerplannen KRW (SGBP); Waterbeheerprogramma 2022-2027; Waterschapsuitvoeringsprogramma’s Klimaatadaptatie (WUP); Samenwerkingsovereenkomst Provincie Gelderland – Waterschap Rivierenland; Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Strategie; Regionale Adaptie Strategie (RAS) 35 Kadernota Agrifood 2021: Toekomst voor de Gelderse boer Provincie Gelderland 36 Nationaal Programma Landelijk Gebied | Platform Participatie 37 Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 (fruitdelta.nl)
De stikstofproblematiek is in FruitDelta Rivierenland beperkt, omdat er relatief weinig veehouderijlocaties zijn die de kritische depositiewaarde op stikstofgevoelige natuur overschrijden. Maar naast de stikstofproblematiek worden de effecten van de huidige bedrijfsvoering op natuur en milieu steeds duidelijker. De achteruitgang van de natuur en het veranderend klimaat maken de transitie naar een natuur-inclusieve en klimaatadaptieve sector van wezenlijk belang. Ook brengt schaalvergroting effecten met zich mee op bestaande infrastructuur en leefbaarheid van kernen door toenemende vervoersbewegingen. We onderscheiden de volgende landbouwsectoren in de regio. a. Fruitteelt De fruitteelt is kenmerkend voor FruitDelta Rivierenland. Deze teelt is gekoppeld aan de grondsoort van de oeverwallen, de waterbeschikbaarheid en het specifieke klimaat. Het is een innovatieve sector die produceert voor de nationale en internationale markt. In de hele regio is fruitteelt te vinden op de oeverwallen langs de rivier. In de Tielerwaard (West-Betuwe) zijn er geen uitbreidingsmogelijkheden door de ruimteclaims voor woningbouw en als gevolg van de spuitvrije zones. De Bommelerwaard biedt nog wel enige ruimte voor uitbreiding. Aandachtspunt is het gebruik van teeltondersteunenende voorzieningen (stellages, plastic) en de impact op de ruimtelijke kwaliteit.
Andere aandachtspunten zijn gebrek aan groene inpassing, druk op het wegennet voor aan- en afvoer en ruimteclaims voor bedrijfsruimten voor bv. koel- en verpakking van fruit. Deze innovatieve sector staat voor de uitdaging zich aan te passen aan het veranderend klimaat en de draagkracht van de ondergrond (water en bodem sturend). In het bijzonder is er aandacht nodig voor de toenemende vraag naar oppervlaktewater (in winter en zomer) en de afnemende waterbeschikbaarheid, waardoor we zuiniger op de zoetwatervoorraden moeten zijn. Ook de afname van de (grond)waterkwaliteit door gebruik van gewasbeschermingsmiddelen vraagt aandacht. b. Laanboomteelt De laanboomteelt concentreert zich in het oostelijk deel van de regio. De sector en de betrokken gemeenten werken samen via het laanboompact. In deze sector is de overgang zichtbaar naar een minder grondgebonden gebruik door het gebruik van pottenvelden, maar het grootste deel is nog steeds grondgebonden. Er is landschappelijk een karakterverandering gaande. Het wordt minder groen, er komt meer verharding en meer bedrijfsmatiger aanzicht. De sector innoveert in efficiëntere beregeningssystemen. Voor mens, natuur en water blijft ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een aandachtspunt. Vanuit wateropgaven is de hoeveelheid benodigde drinkwatervoorziening een aandachtspunt. Deze is wel kleiner in omvang dan bij de fruitteelt. c.
Veehouderij In de regio is zowel grondgebonden als niet-grondgebonden veehouderij te vinden. Grondgebonden veehouderij (met name melkveehouderij) is in de hele regio te vinden op de lagere, nattere komgronden. De regio wil voor deze individuele bedrijven uitbreidingsmogelijkheden bieden, voor de totale sector is er geen ruimte om uit te breiden. De sector kan ook in FruitDelta Rivierenland een bijdrage leveren aan de emissiedoelstellingen voor stikstof door de transitie te maken naar duurzame landbouw via innovatieve methoden en technieken. De regio ziet geen ruimte voor omschakeling van grondgebonden veehouderij naar niet grondgebonden veehouderij. Voor wat betreft de niet-grondgebonden (intensieve) veehouderij ziet de regio geen ruimte voor nieuwvestiging. Dit is vastgelegd in bestemmingsplannen en omgevingsvisies. De provincie heeft 25
het zogenaamde Plussenbeleid voor duurzame land- en tuinbouw38 geformuleerd waarbij beperkingen gelden voor nieuwvestiging en uitbreiding. Gemeenten vullen dit beleid lokaal in met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. d. Glastuinbouw De concentratiegebieden glastuinbouw bevinden zich in de Bommelerwaard (Zaltbommel en Maasdriel) en in Tuil en Est (West-Betuwe). Het regionaal uitgangspunt is geen nieuwe concentratiegebieden toe te staan. In de regio bevinden zich ook enkele verspreide solitaire glastuinbouwbedrijven; deze bedrijven hebben geen of zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden. Beschikbaarheid van water is voor de glastuinbouw actueel vraagstuk dat impact kan hebben op de bedrijfsvoering. Ook het energievraagstuk speelt bij glastuinbouw. e. Overige vormen van landbouw In de regio is de paddenstoelenteelt in de Bommelerwaard (met name in Maasdriel) te vinden. Daarnaast is er in de regio hoogwaardige akker- en tuinbouw te vinden. Uitwerking regioarrangement: Om in de toekomst een krachtige landbouwregio te blijven, wordt met het regioarrangement ingezet op versterking van de regionale samenwerking. In de programmering komen de volgende onderwerpen aan bod: •
•
• •
4.1.3
er worden integrale gebiedsprogramma’s voor deelgebieden opgesteld waarin het landbouwperspectief wordt uitgewerkt, in samenhang met andere ruimteclaims (ruimtelijke puzzel); de knelpunten op het lokaal en provinciaal wegennet door de agrarische verkeersdruk worden nader onderzocht en waar mogelijk aangepakt, waarbij ook gedacht kan worden aan clustering van aan agrarische activiteiten gerelateerde voorzieningen zoals opslagloodsen, koelcellen, etc. het gedachtengoed van water en bodem sturend, waaronder toekomstige waterbeschikbaarheid, wordt samen met de sectoren nader onderzocht en uitgewerkt; de ruimtelijke kwaliteit van het agrarisch landschap wordt versterkt, o.a. met groenblauwe dooradering, het stimuleren van erfbeplanting en visie op teeltondersteunende voorzieningen.
Perspectief natuur
De grote rivieren slingeren als lange natuurlinten door de regio. Hiermee staat FruitDelta Rivierenland in verbinding met een uitgebreid Europees natuurnetwerk. Iedere rivier heeft haar eigen kenmerkende natuurwaarden. Zo is de natuur in de Waal hoog-dynamisch en ruig. Terwijl de Nederrijn-Lek en de Maas laag-dynamische natuur kennen door de stuwen in de rivier. De omgeving van Sint Andries is een unieke locatie; hier raken de Maas en de Waal elkaar bijna. Dit is de enige plek waar de natuur van twee Europese riviersystemen bij elkaar komt. In de binnendijkse gebieden rijgen de Linge en de weteringen natuurgebieden aaneen, veelal in lage, natte komgebieden. Ook op de oeverwallen bevinden zich natuurgebieden, zoals bosjes en op landgoederen.
38 Plussenbeleid voor duurzame land- en tuinbouw (gelderland.nl)
FruitDelta Rivierenland zet in op versterking van de biodiversiteit door het groen-blauwe raamwerk meer robuust te maken en de groen-blauwe dooradering van het landelijk gebied te gaan versterken. Het raamwerk bestaat uit het Gelders Natuurnetwerk (GNN, inclusief Natura 2000)39, de Groene Ontwikkelingszones (GO)40 en weteringen (KRW)41. Het groen-blauwe raamwerk en de fijnmaziger groen-blauwe dooradering zijn niet alleen van belang voor de biodiversiteit. Er is ook een directe link met klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en recreatieve toegankelijkheid van het landelijk gebied. Door een integrale aanpak van de natuurontwikkelingsopgave bereidt de regio zich ook voor op een toekomst met meer wateroverlast, droogte en hitte. In de groene structuur kan wateroverlast worden opgevangen en water worden vastgehouden voor droge periodes. We bouwen met de natuurontwikkeling voort op de historisch gegroeide landschapskarakteristieken waardoor ook de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. • Gelders natuurnetwerk en Natura 2000 Het Gelders natuurnetwerk (GNN) in regio FruitDelta Rivierenland bestaat uit delen van de Linge, riviernatuur in de uiterwaarden van de grote rivieren, eendenkooien en bossen in de Regulieren en een aantal landgoederen. Er ligt nog een aantal opgaven voor afronding van het GNN.
In de regio Fruitdelta vormen de gebieden Nederrijn & Lek, Waal (inclusief Loevestein) en het gebied Linge-Diefdijk een samenhangend gebied dat vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn42 is aangewezen als Natura 2000-gebied voor het systeem Rijntakken. De inzet richt zich op robuust systeemherstel. Dit is uitgewerkt in de Natura 2000-beheerplannen en herstelprogramma’s. Via deze natuurbeheerplannen wordt gewerkt aan natuurherstel en stikstofdoelen vanwege de aanwezigheid van stikstofgevoelige natuur. Er wordt nog onderzocht welke beschermende maatregelen nodig zijn in en rondom de Natura 2000-gebieden, in de zogenaamde overgangsgebieden. Kenmerkend voor de regio is ook een aantal ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden, zoals in het Land van Maurik. Aanvullend op deze doelen zet het Rijk met de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW)43 in op versterking van de riviernatuur. Voor deze regio is Sint Andries benoemd als gebied met een opgave om een stapsteen tussen Maas en Waal te realiseren. • Gelderse Ontwikkelingszones en ecologische verbindingen Om de natuurgebieden te verbinden is het GNN aangevuld met de Groene Ontwikkelingszones (GO). Daarbinnen zijn ook specifieke ecologische verbindingszones (EVZ’s) benoemd, vaak langs de weteringen.
Bijvoorbeeld langs de Beneden Linge en langs weteringen in het Land van Maas en Waal en de Culemborgse Waard (Regulieren) en langs de Capreton en Meidijk in de Bommelerwaard. • Weteringen Het groene raamwerk heeft veel samenhang met het blauwe raamwerk en de daaraan gekoppelde waterdoelen van de Kaderrichtlijn Water. Veel van de weteringen hebben een KRW-doelstelling om de kwaliteit te verhogen. Dat gaat hand in hand met realisatie van natuurvriendelijke oevers, landschapsversterking en inrichting van klimaatbuffers voor opvang van water bij piekbuien en als buffer bij droogte. De Ambitie Boven-Linge is hiervan een concreet voorbeeld. De aanpak van de weteringen voor klimaatadaptatie is onderdeel van de visie en het uitvoeringsbeleid van Waterschap Rivierenland.
39 Gelderse Natuurgebieden (gelderland.nl) 40 Regels voor de Groene ontwikkelingszone (gelderland.nl) 41 Stroomgebiedbeheerplannen | Informatiepunt Leefomgeving (iplo.nl) 42 EU Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn | Vogelbescherming 43 Programmatische Aanpak Grote Wateren - Helpdesk water
27
• Groen-blauwe dooradering Het is van belang de biodiversiteit in het hele gebied te versterken, niet alleen binnen het Gelders natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszones. We staan voor de opgave om 10% groenblauwe dooradering in het landelijk gebied te realiseren. Dit betekent bijvoorbeeld de aanleg van heggen, hagen, bosjes, natuurvriendelijke oevers en hoogstamboomgaarden. Een goed voorbeeld van een hierbij passend initiatief is Gonzend Rivierenland44. Dit is een strategie voor versterking van landschap en biodiversiteit, voortkomend uit de Regio Deal45. Via de Regio Deal Gonzend Rivierenland wordt door de gemeenten in de regio samengewerkt aan een strategie voor versterking van landschap en biodiversiteit. Het hoofddoel is samen te vatten als: bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap. Het is een ambitie om dit proces verder in 2024 in de regio op te pakken. • Condities voor natuur (en landbouw) Naast het inrichten van natuurgebieden en weteringen en de aanleg van landschapselementen voor groen-blauwe dooradering is het voor de biodiversiteit van groot belang de milieucondities op orde te brengen voor schoon water, voldoende water en een gezonde bodem. Dit vraagt onder andere uitvoering van de Gelderse Maatregelen Stikstof en realisatie van Waterschapsuitvoeringsprogramma’s.
Waarbij de Waterschapsuitvoeringsprogramma’s primair zijn opgesteld voor klimaatadaptatie en met name watermaatregelen bevatten. Voldoen aan natuur- en landbouwcondities is geen doel van deze uitvoeringsprogramma. Het is echter een bijvangst. Water is van groot belang voor zowel de natuur als de landbouw in de regio, maar ook voor de verschillende functies in het stedelijk gebied. Het gaat hierbij om de beschikbaarheid water, ruimte voor water en schoon en gezond water. Voor wat betreft de beschikbaarheid van water brengen we de omvang van de grondwateronttrekkingen in beeld en maken we afspraken maken over de maximale hoeveelheden per jaar. Voor schoon en gezond water voeren we de maatregelen uit die staan in de stroomgebiedbeheerplannen46, een wettelijke bijlage bij het Nationaal Waterprogramma. In 2024 worden de stroomgebiedbeheerplannen geëvalueerd. In FruitDelta Rivierenland gaat het voor wat betreft de waterkwaliteit om het verminderen van milieuvreemde stoffen zoals medicijnen en gewasbeschermingsmiddelen. Hierbij moet de bronaanpak worden versterkt. Het Waterschap Rivierenland werkt met het Waterbeheerprogramma 2022-202747. Ook zijn gebiedsafspraken vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomsten tussen de provincie en het Waterschap. Voor de langere termijn moeten de gidsprincipes water en bodem sturend nader worden uitgewerkt.
De regionale adaptatiestrategie (RAS)48 geeft aan hoe de regio op de korte en lange termijn om gaat met de gevolgen van klimaatverandering. Met RAS Rivierenland (zeven gemeenten uit de regio Rivierenland + Overbetuwe en Lingewaard) en de RAS Rijk van Maas en Waal (met gemeente West Maas & Waal) zijn de ambities beschreven. Naar aanleiding van dit regioarrangement willen we met alle partijen toewerken naar een nieuw perspectief om de juiste keuze te maken voor de nabije toekomst.
Uitwerking regioarrangement: In gebiedsprogramma’s wordt invulling gegeven aan de realisatie van het perspectief natuur.
44 Gonzend Rivierenland (gonzend.nl) 45 Regio Deal FruitDelta Rivierenland
46 Stroomgebiedbeheerplannen 2022-2027 - Helpdesk water 47 Waterbeheerprogramma 2022-2027 | Waterschap Rivierenland 48
ttps://klimaatadaptatienederland.nl/@214972/regionale-adaptatie-strategie-rijk-maas-waal/
•
• • • • • •
er worden integrale gebiedsprogramma’s voor deelgebieden opgesteld waarin het natuurperspectief wordt uitgewerkt, in samenhang met andere ruimteclaims (ruimtelijke puzzel); dit leidt tot integrale uitvoeringsprojecten voor afronding van GNN, uitvoering maatregelen Natura 2000 en realisatie GO met EVZ’s concretisering van overgangsgebieden Natura 2000 uitvoering van Gelderse Maatregelen Stikstof inrichting van klimaatrobuuste weteringen (zoals Boven-Linge), met realisatie van KRWopgaven, landschapsversterking en recreatieve toegankelijkheid realisatie van groen-blauwe dooradering verkenning PAGW Sint Andries met integrale gebiedsaanpak
• Kwetsbaarheid voor klimaateffecten Van de Achterhoek en de Veluwe is al bekend dat ze sinds de hete en droge zomers van 2018, 2019 en 2020 kampen met grote droogteproblemen. Maar ook het rivierengebied moet bestempeld worden als kwetsbaar voor klimaatverandering. Na opnieuw een extreme zomer in 2022 met zeer lage rivierstanden, lange perioden met gebrek aan neerslag en hoge temperaturen zien we dat ook in deze regio problemen ontstaan. Door uitzakkende grondwaterstanden lijdt de land- en tuinbouw en (grondwaterafhankelijke) natuur schade. Voor de tweede keer in korte tijd werd daarbij een beregeningsverbod uit oppervlaktewater afgekondigd. Hoge temperaturen zorgen voor hittestress in stedelijk gebied. Maar ook vee en de fruitteelt (zonnebrand) ondervinden hittestress. De waterkwaliteit verslechtert en de biodiversiteit neemt af door hogere temperaturen, hogere nutriëntenconcentraties, toename van blauwalg en droogval van watergangen. De geografische ligging en de dynamiek van de rivieren hebben de regio door de eeuwen heen gevormd. De rivierbedding heeft door de tijd heen bewezen een uitermate vruchtbare bodem te zijn voor fruit- en laanbomenteelt. Nog steeds profileert de regio zich daarmee. Klimaatverandering brengt echter gevaren met zich mee. De rivieren zijn de voornaamste bronnen van zoetwater.
De mogelijkheden voor de gebruiksfuncties in het Rivierengebied veranderen als gevolg van klimaatsverandering en sociaaleconomische ontwikkelingen. We zien een toenemende waterbehoefte als gevolg van land- en tuinbouw, de teelt van nieuwe gewassen, drinkwatervoorziening, de vraag naar water in bebouwde kernen en aandacht voor natuur en biodiversiteit. De watervraag neemt toe en het wateraanbod neemt af. De regio kan de watervraag niet oneindig blijven faciliteren. We hebben te maken met sterk afnemende rivierafvoeren en lagere waterstanden, die effect hebben op de inlaatmogelijkheden voor onze regio. Daarnaast neemt de droogte en verdamping toe en is water met name op de hogere oeverwallen slecht aan te voeren. Dat komt door de lange aanvoerroutes in combinatie met een sterke wegzijging (door aanwezigheid zandbanen). Rivierenland is daarmee, zoals al eerder genoemd, gevoelig voor alle klimaateffecten. Via het proces Samenwerkingsagenda Klimaat Actief Rivierenland (KAR) 49 – en de gebiedsagenda FruitDelta Rivierenland wordt er op dit moment ingezet op een klimaatbestendig rivierenland. Het vraagstuk kent, net als het VLGG, structurerende vragen en afwegingen in het ruimtelijk domein. De inzichten uit de RAS-samenwerking moeten worden doorvertaald en geagendeerd op een regionale tafel voor het buitengebied. Hiermee wordt een gezamenlijk vertrekpunt voor de uitvoering gecreëerd.
•
Gonzend Rivierenland: een voorbeeld
49 Home - Klimaat Actief Rivierenland
29
Gonzend Rivierenland is een strategie voor landschap en biodiversiteit voor FruitDelta Rivierenland die voortkomt uit een |Regio Deal proces. Het is vertrekpunt voor het toewerken naar een bovengemeentelijke aanpak om te komen tot daadwerkelijke realisatie van groenblauwe dooradering. Voortbouwen op het waardevolle en gevarieerde en jonge landschap van FruitDelta Rivierenland is het centrale motto van de landschapsstrategie. Het behoud, beheer en de ontwikkeling van natuur - en biodiversiteit - is dan ook gebaseerd op dit historisch gegroeide landschap van meer dan een eeuw geleden. Het is juist ook zaak om aan te sluiten bij de ontwikkeling van het landschap in de afgelopen decennia. Het hoofddoel is samen te vatten als: Bescherm de erkend waardevolle elementen in het landschap, maar ontwikkel ook actief nieuwe kwaliteiten in dit landschap. Het is een ambitie in de regio om dit proces verder in 2024 op te pakken. De strategie gaat uit van twee lokale sporen (neem verantwoordelijk lokaal, stimuleer van onderop) en drie regionale sporen (uiterwaarden, blauwe boezem en groene ribbenkast en oeverwallen versterken) en klimaatkwartier maken op de overgang van oever naar wal.
4.2
Perspectief energievoorzieningen
4.2.1
Introductie
Het toekomstbestendig maken van de energievoorziening in FruitDelta Rivierenland is essentieel. De klimaatverandering verloopt sneller dan verwacht en noopt om in hoog tempo de energiehuishouding te verduurzamen (energietransitie). Een goed functionerend energiesysteem is een sturende randvoorwaarde voor veel andere opgaven, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties (RPW) en klimaatneutrale mobiliteit. Gemeenten, waterschap en provincie zetten in op hernieuwbare energiebronnen zoals elektriciteit uit zon en wind en warmte uit andere bronnen dan aardgas. Daar hoort ook investeren in de daarbij behorende netwerken bij. Nieuwe energiebronnen en energie-infrastructuur zullen ook ruimte in beslag nemen. • Concrete doelen Het doel van de regio is om minder energie te verbruiken en de energie die wordt verbruikt lokaal en duurzaam op te wekken. Met het vaststellen van de RES 1.0 Fruitdelta Rivierenland50 in 2021 committeerden de RES-partners zich aan een gezamenlijke opgave van 1,2 TWh ofwel 1.200 GWh/jaar opwek uit zon en wind in 2030. Daarnaast streven provincie Gelderland, TenneT, Liander en de Gelderse RES-regio’s binnen het samenwerkingsverband GEIS51’ naar een toekomstbestendig energiesysteem.
• Regionale Energiestrategie (RES) FruitDelta Rivierenland Het RES-bod is als volgt opgebouwd: 0,327 TWh/jaar uit zon op grote daken (van 37 ha naar 191 ha in 2030); 0,286 TWh/jaar uit zonnevelden (van 49 ha in het concept RES (bestaand en in ontwikkeling) naar 249 ha in 2030; en 0,650 TWh/jaar uit wind (van 32 windturbines in het concept RES (bestaand en in ontwikkeling) naar 49 turbines (17 nieuw). De vaststelling van de RES 1.0 luidde ook een nieuwe fase in: die van verankeren, uitvoeren en monitoren. Medio 2023 rapporteerde de regio over de voortgang van de uitvoering aan het Nationaal Programma RES52. •
GEIS
50 Regio FruitDelta Rivierenland RES1.0 51 Provincie Gelderland Gelderse Energie InfraStructuur
52 Rijksoverheid Nationaal Programma RES (NPRES) Nationaal Programma Regionale Energiestrategie | Regionale
Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl)
Er is steeds meer vraag en aanbod van energie door nieuwe ontwikkelingen en verduurzaming. Dit vraagt om een passende Gelderse energie-infrastructuur. Het beleidskader GEIS geeft richting en afbakening aan de provinciale inzet op energie-infrastructuur. Het bepaalt op welke energieinfrastructuurprojecten de provincie zich inzet, welke rollen deze daarbij aanneemt en welke instrumenten deze inzet. Het vastleggen van de rol en houding van de provincie ten aanzien van de energie-infrastructuur is nodig om sturing te geven aan programmeren, afwegen en uitvoeren. Het ‘Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat’53 is een middel om te komen tot energiesysteemkeuzes en uitvoeringscoördinatie. In het eerste PMIEK zijn belangrijke bovenlokale projecten geïnventariseerd. Dit betreft infrastructuurprojecten waarvoor het ruimtelijk spoor dat leidt tot vergunningverlening nog niet doorlopen is. Het PMIEK krijgt elke twee jaar een update. Vanwege de lange doorlooptijden is het essentieel om ook een doorkijk te maken voor de periode na 2030. FruitDelta Rivierenland is bij dit proces aangehaakt.
4.2.2
Knelpunten en uitdagingen
• Netcongestie Ondanks forse investeringen kunnen netbeheerders de snelheid waarmee de energietransitie plaatsvindt moeilijk bijhouden. Netcongestie doet zich voor bij zowel het aanbieden van duurzaam opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet, als bij het leveren van elektriciteit aan bijvoorbeeld woningen en bedrijven, ook in de regio FruitDelta Rivierenland. Van landelijk tot lokaal niveau wordt gewerkt aan het oplossen en voorkomen van knelpunten. Aanpassing/uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet (TenneT) is een randvoorwaarde om de aanpassingen/uitbreidingen van de regionale netbeheerder (Liander) in gebruik te kunnen nemen. Afhankelijk van TenneT’s congestiemanagementonderzoek dat in 2023 gereed is, geldt dat ook nieuwe ontwikkelingen in de regio FruitDelta Rivierenland tot 2029 voor het afnemen van energie niet over (extra) netcapaciteit kunnen beschikken. Dit levert een probleem op voor het aansluiten van nieuwe woningen, voorzieningen en werklocaties. Het is zaak dat we via onderzoek (risicoanalyses) inzicht krijgen of op geplande locaties de energievoorziening kan worden gerealiseerd; welke ontwikkelingen de energievoorziening in gevaar kunnen brengen; hoe groot de risico’s zijn en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn. • Transitievisies warmte (TvW) Alle gemeenten in de regio hebben een eerste versie van de Transitievisie Warmte (TvW) vastgesteld.
Wat opvalt is dat er in de TvW’s veel aandacht uitgaat naar het isoleren en aardgasvrij maken van woningen, maar dat er vaak geen helder beeld is van welke bronnen aardgas moeten gaan vervangen. Als iedereen voor een all electric-oplossing gaat, dan betekent dit in de toekomst een forse extra behoefte aan windmolens en zonneparken. Dat willen we graag voorkomen. We moeten daarom op zoek naar alternatieve warmtebronnen.
4.2.3
Kansen en/of dilemma’s
• Energie besparen Het belang van energie besparen (warmte én elektriciteit) is levensgroot. Dat geldt voor particulieren en bedrijven. Immers, alles wat we besparen hoeven we ook niet duurzaam op te wekken. Het voorkomt onnodige druk op de schaarse ruimte en (over)belasting van de energieinfrastructuur. 53 Provincie Gelderland, Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat (PMIEK)
31
• Project OER/A15-Betuweroute Dit project vormt onderdeel van het rijksprogramma ‘Opwek Energie op Rijksvastgoed’ (OER). In dit project wordt gekeken naar de mogelijkheden van duurzame opwek van energie met zonnepanelen in bermen, bij afritten en op geluidsschermen langs de A15-Betuweroute. Rijkswaterstaat, ProRail, Rijksvastgoedbedrijf, Liander en provincie werken hierin samen met de gemeenten van FruitDelta Rivierenland en gemeenten van de buurregio Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. • Alternatieve warmtebronnen Het is goed om te benoemen dat er in de regio al pilots lopen voor warmte uit andere energiebronnen dan elektriciteit: aquathermie in Enspijk, zonthermie in Zaltbommel en PVT in Neder-Betuwe. In een beperkt aantal delen van de regio lijken redelijke tot goede kansen te bestaan voor geothermie (Potentieonderzoek geothermie Gelderland, april 2022). De provincie en Energie Beheer Nederland (EBN) werken aan een ontwikkelprogramma geothermie. Doel is om samen met die gemeenten waar potentie is, de toepassing van geothermie te versnellen. Daarbij moet ook worden gelet op de ondergrond, want ook in Rivierenland liggen waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden, drinkwaterreserveringsgebieden en boringsvrije zones. In al deze gebieden gelden beperkingen voor wat in de ondergrond mag. Dit raakt aan de mogelijkheden voor bodemenergiesystemen.
• Wind/zon-verhouding Netwerkimpact-analyses laten zien dat we de RES-ambities waarschijnlijk kunnen worden gerealiseerd, mits de wind/zon-verhouding in balans is. De optimale verhouding is 1:1 (opgesteld vermogen). Bij die verhouding kan er met dezelfde schaarse infrastructuur (transportcapaciteit) tegen dezelfde (maatschappelijke) netinpassingskosten de meeste energie worden opgewekt: een factor 4 meer dan met zonne-energie alleen. Slim omgaan met schaarse netcapaciteit is ook cruciaal om andere opgaven te kunnen realiseren, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties en klimaatneutrale mobiliteit. • Netcongestie en slimme oplossingen Naast aanpassingen/uitbreidingen wordt er ingezet op slimme oplossingen, zowel technisch, juridisch als organisatorisch, voor het beter benutten van het elektriciteitsnet. Denk bijvoorbeeld aan cable pooling (combineren van wind en zon op veld/dak op één kabel), opslag, aansluiten van zoninitiatieven op een gedeelte van het piekvermogen of het benutten van nieuwe contractvormen om de ruimte op het net beter te benutten (vraagsturing). Verder kan door afstemming van vraag en aanbod op een zo laag mogelijk niveau (liefst verbruikersniveau) (over)belasting van het net worden verminderd. Smart Energy hubs zijn plekken/bedrijventerreinen waar veel energie wordt verbruikt en ook opgewekt kan worden.
Hier kunnen vraag en aanbod direct aan elkaar worden gekoppeld. Zo wordt het elektriciteitsnetwerk minder belast en kunnen (nieuwe) bedrijventerreinen meer toekomstbestendig worden ontwikkeld Ook off grid-oplossingen (lokale elektriciteitsnetwerken) behoren tot de mogelijkheden. Slimme oplossingen betreffen vaak andere/nieuwe vormen van samenwerking tussen de netbeheerder en (markt)partijen. Netcongestie beperkt in toenemende mate het realiseren van onze maatschappelijke opgaven. In ieder geval de komende jaren. Tot 2030 zijn de grote uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk al gepland, daar is beperkt in bij te sturen. Dit komt omdat het met name vanwege lange ruimtelijke procedures bijvoorbeeld circa 7 jaar duurt om te komen tot een nieuw onderstation. Wel zijn er soms lokale maatwerkoplossingen mogelijk om tekorten (tijdelijk) het hoofd te bieden. Maar om
die oplossingen effectief in te zetten, moeten we tijdig weten waar en wanneer ze nodig zijn. We hebben op dit moment echter nog niet scherp wat er nog wel aan ontwikkelingen mogelijk is met de bestaande restcapaciteit van de onderstations en hoe zich dat verhoudt tot onze plannen voor de periode tot 2030. Daarom gaan provincie en (RES) partners een onderzoek doen op het niveau van individuele onderstations: wat is de ruimte, welke stations worden wanneer uitgebreid, wat zijn de plannen voor nieuwe woningen, werklocaties, etc. en waar en wanneer gaat het wringen en hoe erg. Wanneer het beeld scherp is, is het mogelijk maatwerkoplossingen te ontwerpen, financieringsafspraken te maken, te programmeren en uit te voeren. Het onderzoek kan helpen het PMIEK aan te scherpen. Verder ontwikkelt de provincie met partners een visie op het benodigde energiesysteem voor de periode na 2030.Vraagstukken die nadere uitwerking nodig hebben zijn onder andere de volgende. Een aantal van deze vraagstukken wordt ook al regionaal en lokaal opgepakt: •
•
•
• •
4.3 4.3.1
Hoe gaan we om met plannen voor energievragers die (nog) geen aansluiting kunnen krijgen, of die concurreren met andere energievragers die maatschappelijk meer (of minder) prioriteit hebben op dat moment en op die plek? Welke bestuurlijke afwegingen worden gemaakt op basis van 0.a. de uitkomsten van de provinciale planMER actualisatie provinciaal windbeleid en RES, de planMER windenergie Veluwe-wespendief en de uitkomsten van het regioarrangement? Inzicht in de combinatie van ruimtelijke impact en (on)mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk moet leiden tot het antwoord op de vraag: Wat komt waar en wanneer? Hoe denken gemeenten dat elke buurt, wijk of kern in de toekomst waarschijnlijk van warmte wordt voorzien? Duidelijkheid hieromtrent geeft inwoners inzicht of zij op individueel niveau een oplossing moeten zoeken of in de toekomst van een collectieve oplossing gebruik kunnen maken. Ook biedt dit inzicht in de toename van de elektriciteitsvraag ten gevolge van een meer duurzame invulling van de warmtevraag en benodigde versterking van de netinfrastructuur. In hoeverre past de gewenste versterking binnen de investeringsagenda van Liander. Noopt dit welllicht tot andere keuzes? Hoe gaan we het werken aan een toekomstig energiesysteem organiseren? Hoe nemen we inwoners en bedrijven mee?
Perspectief leefbare dorpen en steden Introductie
De rivieren hebben FruitDelta Rivierenland gevormd en de ligging en de ontwikkeling van vele dorpen en ook (kleinere) steden mede bepaald, wat het heeft gemaakt tot een polycentrisch gebied. De regio heeft ruim 250.000 inwoners, verdeeld over 8 gemeenten met in totaal ongeveer 80 kernen. De geografie en verbindingen over de rivieren leiden ertoe dat er in FruitDelta Rivierenland sprake is van vier (groot)stedelijke invloedsferen van woningmarkten: Utrecht, ‘sHertogenbosch, Ede en Nijmegen In FruitDelta Rivierenland blijft het geboortesaldo – indicator voor woningbehoefte op langere termijn - tot minstens 2040 positief . In de Gelderse top 5 van het gemiddeld kinderaantal staan de gemeenten Neder-Betuwe (2,48) en Culemborg (2,17). De bevolking zal groeien naar 275.000 in 2030 en 290.000 inwoners in 2040. Prognoses volgens Primos 2022 trendvariant geven tot en met 2030 een woningbehoefte aan van afgerond 14.000 tot 18.000 woningen. In de Woondeal Rivierenland zijn afspraken gemaakt voor de bouw van 13.000 woningen. Inbreiding is niet altijd 33
mogelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor Tiel. Tiel ligt ingeklemd tussen de A15 en water. Iedere inbreiding gaat dan ten koste van de kwaliteit en leefbaarheid, klimaatadaptatie, biodiversiteit en andere duurzame doelen. Het aantal 75 plussers zal toenemen van 8% van de bevolking naar 13% in 2040. Voorbeelden van de consequenties zijn steeds langer thuiswonende ouderen, de vergrijzing en het personeelstekort de komende jaren in de zorg.
4.3.2
Behoud van leefbaarheid
Het behouden of verbeteren van de leefbaarheid in steden en dorpen in de regio is een belangrijk punt van aandacht. Recreatie en toerisme kan bijdragen aan het behouden van voorzieningen en daarmee de leefbaarheid in de dorpen en steden. Volgens de monitor brede welvaart van de Gelderse Corridor is het ervaren geluksniveau van onze inwoners een 7,6. Tegelijkertijd zien we kwetsbare wijken en in dorpen een verschralend voorzieningenniveau. Uit de Cultuurmonitor Gelderland 2022 blijkt bijvoorbeeld dat inwoners van FruitDelta Rivierenland aangeven dat er te weinig culturele voorzieningen zijn en zijn zij relatief minder tevreden over de bereikbaarheid ervan. Tiel heeft een belangrijke regiofunctie voor cultuur. Maar doordat sommige kernen op korte afstand gelegen zijn van andere steden zoals ’s-Hertogenbosch of Utrecht ervaren zij deze regiofunctie minder. Er moet een basis van maatschappelijke voorzieningen en sociale verbindingen aanwezig zijn om de leefbaarheid in dorpen en wijken te waarborgen. Zo moeten voorzieningen op het gebied van onder andere onderwijs, zorg, cultuur en sport bereikbaar en toegankelijk zijn. De regiofunctie die (centrum)steden Tiel, Zaltbommel en Culemborg hebben, verdient ook regionale aandacht.
Deze steden hebben een regiofunctie op het gebied van werkgelegenheid, huisvesting (voor bijzondere doelgroepen), voorzieningen en overloop vanuit Arnhem/Nijmegen, ’s-Hertogenbosch en Utrecht. Het behouden en versterken van draagvlak, betaalbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen draagt bij aan de leefbaarheid van de steden en de regio. Aandachtspunten daarbij zijn financiële middelen van het Rijk, een meer evenwichtiger bevolkingssamenstelling, erkenning van specifieke grootstedelijke problematiek, de bijzondere aandacht voor wonen en zorg in de steden en een zorgvuldige ruimtelijk-planologische programmering met betrekking tot onder andere vergrijzing, zorgtoename en veiligheid. Ook de reguliere woonvoorraad kan beter in balans worden gebracht. Tot 2030 vindt dit plaats conform de huidige Woondeal. Daarna is voor mogelijke verdere uitbreiding regionale afstemming noodzakelijk. Bijvoorbeeld van Tiel richting Geldermalsen. De ruimtelijke opgaven in landbouw, energietransitie, klimaat en wonen hebben invloed op de mate waarop de leefbaarheid door inwoners wordt ervaren. Hoe beter inwoners worden betrokken, hoe minder er een negatief effect op de leefbaarheid wordt ervaren. Dit is voor ons een belangrijk uitgangspunt voor de verdere uitwerking van dit regioarrangement. Onlosmakelijk verbonden met de leefbaarheid in steden en dorpen is de mate van gezondheid van de inwoners.
Belangrijk hiervoor is een goed leefmilieu, met onder andere de aspecten geluid en luchtkwaliteit. Daarnaast is sport en bewegen van belang. In de regio FruitDelta Rivierenland is de beweegdeelname verreweg het laagst vergeleken met de rest van Gelderland. Ook deelname aan sportverenigingen is lager. Mensen die in contact staan met anderen zijn over het algemeen gelukkiger. Dit zijn belangrijke factoren bij brede welvaart en de afweging bij het maken van
ruimtelijke keuzes. Bij het ontwerpen van nieuwe buurten en wijken kunnen we dit als overheden als expliciete aandachtspunten meenemen. Bij de plannen voor nieuwe buurten en wijken gaan we daarom al in de ontwerpfase rekening houden met ruimte voor ontmoetingen, sport en bewegen en cultuurbeleving. Zowel binnen als buiten. Zo draagt cultuur bij aan het woon-, leefen werkklimaat van de regio en heeft sociaal maatschappelijk impact. Het deelnemen aan of beleven van cultuur kent een eigen, intrinsieke waarde, maar draagt ook bij aan de verbinding en ontmoeting tussen mensen. In dorpen staat het voortbestaan van voorzieningen zoals winkels, het openbaar vervoer, het dorpshuis, de sportvoorzieningen en het culturele aanbod onder druk. Dit heeft invloed op het welbevinden van inwoners, nu en in de toekomst. We willen als overheden onderzoeken hoe we eraan kunnen bijdragen dat er een minimum aan voorzieningen blijft bestaan. De vraag wat dit minimum is willen we samen met wetenschappers en inwoners beantwoorden. In het kader van de Regionale woondeal Rivierenland wordt het thema 'Gezonde woonomgeving' opgenomen, waarmee gewerkt wordt aan een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen en ook een bijdrage levert aan ontmoeting en leefbaarheid.
4.3.3
Werklocaties en bedrijventerreinen
De bestaande locatie-afspraken uit het regionaal programma werklocaties zijn het vertrekpunt. We bieden ruimte voor de vraag die we willen accommoderen en zorgen dat het juiste bedrijf op de juiste plek kan landen. We richten ons niet alleen op de vraag op korte termijn, maar anticiperen op de ruimtebehoefte in de periode na 2030 en borgen dat er ook op lange termijn genoeg ruimte is voor werken en dat gebieden vanuit een lange termijn perspectief worden ontwikkeld. We faciliteren alleen grootschalige bedrijven die van regionale meerwaarde zijn en een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgaven en ambities. We concentreren grootschalige bedrijvigheid. Voor grootschalige logistiek zijn in Gelderland drie clusters aan de A12/A15 aangewezen: Tiel, Nijmegen/Overbetuwe en Emmerich-Montferland-Zevenaar. We bieden duidelijkheid aan de markt over het toekomstperspectief van werklocaties, zodat private partijen weten waar ze aan toe zijn. Met oog op duurzaam en zorgvuldig ruimtegebruik benutten we de bestaande bedrijventerreinen optimaal. Meervoudig ruimtegebruik is het uitgangspunt. We ontwikkelen locaties met aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en landschap en zorgen voor een toekomstbestendige inrichting. We zorgen voor een goede balans tussen wonen en werken zodat onnodige pendel wordt voorkomen.
We kijken bij uit- en inbreiding naar balans in de belastbaarheid van hoofdwegennet en onderliggend wegennet. We moeten afwegen welke bedrijvigheid we willen accommoderen en zorgen dat voor die bedrijven plek is, ook op de lange termijn. Er moet een balans worden gevonden tussen economie, leefbaarheid, het huisvesten van werknemers, landschap en mobiliteit. We zien namelijk dat het steeds lastiger wordt om voldoende ruimte te vinden voor werklocaties en dat het door de schaarse ruimte niet langer vanzelfsprekend is dat alle vraag naar alle segmenten kan worden opgevangen. De vraag welk type bedrijven we willen accommoderen hangt samen met de vraag welke economie willen we en welke regio willen we zijn. Wel stellen we als randvoorwaarde voor het onttrekken van ruimte voor werken dat alternatieve locaties voor bedrijven beschikbaar moeten zijn.
35
• Bestaande versus nieuwe bedrijventerreinen Een deel van de bedrijven die we willen accommoderen kan op bestaande bedrijventerreinen worden opgevangen door het ruimtegebruik te intensiveren. De potentie daarvan is echter relatief klein vergeleken met de verwachte uitbreidingsvraag. Er zijn nieuwe locaties nodig op zowel korte als lange termijn om de vraag op te kunnen vangen. Bovendien zal er aandacht moeten zijn voor transformatie van bestaande bedrijfslocaties, zowel met betrekking tot innovatie als diversificatie. Het wordt echter steeds lastiger om geschikte nieuwe plekken te vinden. Bovendien staan bestaande bedrijventerreinen onder druk, vaak door woningbouwplannen, zoals in Culemborg. Met name grootschalige (logistieke), watergebonden en/of milieuhinderlijke activiteiten zijn nu en zeker in te toekomst moeilijk inpasbaar, bijvoorbeeld de logistieke hotspot Medel/Kellen. Het is van belang om goed te anticiperen op deze vraag. De regio ontwikkelt een ruimtelijk-economische visie die bijdraagt aan brede welvaart waarbij er ook ruimte moet zijn voor MKB-bedrijven waaronder de maakindustrie. Daarom worden ook startende en groeiende MKB-bedrijven op kleinschalige bedrijventerreinen gefaciliteerd. Dit vormt de basis voor de programmeringsafspraken in het regionaal programma werklocaties (RPW).
Duidelijk is wat het economisch profiel van de regio is, welke economie de regio wil ontwikkelen en welke type bedrijven/sectoren de regio wil accommoderen (en welke niet). Daarbij is speciale aandacht nodig voor de omgang met grootschalige logistiek, hogere milieucategorieën, MKB en watergebonden bedrijven. Hierbij faciliteren we in ieder geval die bedrijvigheid die nodig is om de regio te kunnen door ontwikkelen op bijvoorbeeld het gebied van agribusiness en andere vormen van techniek. Dit biedt ook een kans om meer hoogopgeleiden aan te trekken. De ruimtewinst op bestaande bedrijventerreinen is relatief beperkt ten opzichte van de verwachte uitbreidingsvraag. Het blijft nodig om nieuwe bedrijventerreinen te realiseren. Halverwege 2023 komt de nieuwe provinciale bedrijventerreinen- en kantorenprognose beschikbaar met de meest actuele inzichten. In de integrale ruimtelijke regionale visie wegen we ruimteclaims ten opzichte van elkaar af en maken van daaruit keuzes waar de uitbreidingsruimte voor bedrijventerreinen het beste kan landen. We kijken hierbij zowel naar de korte als lange termijn, zodat we ook voor de lange termijn ruimte voor werken geborgd is. Om invulling te geven aan de landelijke afspraken over grootschalige bedrijvigheid wijzen we zoekgebieden aan waar dit geconcentreerd wordt.
Samen met de provincie ontwikkelt de regio een strategie om bestaande bedrijventerreinen beter te benutten. Daarbij zijn de volgende overwegingen van belang: • Rolverdeling en verantwoordelijkheid: intensivering vraagt om een heldere rolverdeling tussen regio, Rijk, Provincie en Gemeenten en private partijen. Wat kan men van elkaar verwachten? • Financiering: Deze actieve inzet vergt een forse investering in verduurzaming, vergroening, herontwikkeling en herstructurering. Ook hiervoor geldt dat dit samenwerking vergt met het Rijk, Provincie, Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG), gemeenten en private partijen. • Implementatie en beleid: We zetten in op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen en leggen dit vast in het volgende RPW. Samen met de provincie willen we dit proces verder gaan uitwerken. De provincie onderzoekt of en hoe het beter benutten van bedrijventerreinen geborgd kan worden via de Omgevingsverordening. Op basis van de ruimtelijk-economische visie en een integrale ruimtelijke visie op waar bedrijvigheid het beste in de regio kan landen maken we in het RPW-afspraken over de concrete programmering, zodat we voor de bedrijven die we willen accommoderen op het juiste moment een goede locatie hebben.
• XXL-logistiek De provincie heeft de drie clusters voor grootschalige logistiek aan de A12/A15 aangewezen, ééndachtig de Rhine-Alpine Corridor: Tiel, Nijmegen/Overbetuwe en Emmerich-MontferlandZevenaar. De vraag is of deze clusters de gewenste vraag op langere termijn kunnen accommoderen. Wat betreft de XXL-logistiek bij Tiel is de oostgrens van de gemeente Tiel bereikt. Voor verdere uitbreiding is onderzoek nodig, ook in relatie tot onder andere brede welvaart, eenzijdige sector werkgelegenheidsaandeel druk op het hoofdwegennet en onderliggend wegennet. De provincie laat hier ontwerpend onderzoek naar uitvoeren, in samenwerking met partners. Als het nodig en mogelijk is om deze clusters verder te ontwikkelen, wordt een strategie ontwikkeld hoe dit het beste kan worden aangepakt. Als blijkt dat de gewenste ruimtevraag niet in de clusters kan worden opgevangen, moeten provincie en de gemeenten in de regio hierin keuzes maken. We onderzoeken de behoefte en mogelijkheden voor XXL-logistiek in Medel. • HMC-locaties We verkennen hoe we het gebruik van bestaande hoge milieu categorie (hmc) locaties op bedrijventerreinen kunnen optimaliseren. We maken in het RPW afspraken over het toekomstperspectief van bestaande bedrijventerreinen en watergebonden locaties en zorgen dat deze niet conflicteren met regionale woningbouwafspraken.
De RPW-afspraken hebben wisselwerking met gemeentelijke omgevingsplannen. De gemeenten leggen dit uiteindelijk vast in omgevingsplannen en zijn aanspreekpunt voor inwoners en bedrijven. We moeten onderzoeken welke ruimte beschikbaar blijft voor werken en waar wordt ingezet op functiemenging of transformatie naar andere functies zoals wonen. Daarnaast wordt op provinciaal niveau onderzoek gedaan naar de toekomstwaarde van watergebonden locaties.
4.3.4
Recreatie en toerisme
Voor de leefbaarheid in steden en dorpen is het belangrijk dat inwoners op een duurzame manier kunnen recreëren. Een goede recreatieve infrastructuur trekt bovendien toeristen van buiten. Dit komt zowel de vitaliteit van de toeristische sector, als de economie van steden en dorpen en hun voorzieningen ten goede. Het versterken van natuur en landschap draagt bij aan de recreatiemogelijkheden en recreatiemogelijkheden in het buitengebied beschermen het landschap en zorgen voor een duurzame beleving van de waardevolle landschappelijke kwaliteit. Kortom; recreatie en toerisme dient waardevol te worden ingezet om juist voorzieningen te behouden (leefbaarheid vergroten), voldoende buiten recreatie mogelijk te maken (versterken vitaliteit van inwoners) en het beleefbaar maken van het landschappelijke karakter van de regio (behouden landschappelijke kwaliteit). Het is een middel om integraal bij te dragen aan de uitdagingen van de toekomst in de regio. Waar elders in Gelderland druk en draagkracht uit balans zijn op bepaalde locaties en natuur en recreatie op gespannen voet met elkaar staan, speelt dit in mindere mate in FruitDelta Rivierenland. FruitDelta Rivierenland heeft draagkracht en kan een positie innemen om de toenemende toeristische druk op natuur en recreatiegebieden elders in Gelderland op te vangen.
Mits dit aansluit bij de gewenste doelgroepen zodat het bijdraagt aan de optimale balans. Regio FruitDelta Rivierenland kan en wil een groei van recreatie en toerisme faciliteren. De regio heeft de potentie om jaarrond waardevol toeristisch bezoek aan te trekken. Dat heeft een gunstig effect op de vitaliteit van de leefomgeving (behoud van voorzieningen). Een verblijf in het 37
landelijk gebied is aantrekkelijk voor bewuste bezoekers (inzichtzoeker). Bedrijven willen hier graag in investeren en voor bewoners is het prettig wonen en recreëren in het landelijk gebied. Waardevol bezoek draagt bij aan de brede welvaart en het welzijn van elke Rivierenlander. De woningbouwopgave in FruitDelta Rivierenland heeft ook consequenties voor groen en recreatie. Door toerisme en recreatie integraal mee te nemen in ruimtelijke processen, kunnen investeringen in de fysieke leefomgeving de beleefbaarheid van een gebied vergroten. Om de potentie van waardevol bezoek te realiseren is het van belang om in te zetten op het beleefbaar maken en het toegankelijk maken van het landelijk gebied. Uiteraard moeten we daarbij rekening houden met de draagkracht van het gebied en de omgeving, de optimale balans moet worden bewerkstelligd. Hierbij gaan we uit van ontwikkelingen die passen bij de identiteit en de schaal van het gebied. De gastvrijheidsector kan een bijdrage leveren aan opgaven waar agrariërs momenteel voor staan. De landbouwsector kent immers grote uitdagingen en multifunctionele landbouw biedt kansen voor agrariërs en voor de maatschappij. Steeds meer boeren en tuinders combineren agrarische productie met activiteiten zoals zorg, recreatie, kinderopvang, boerderijverkoop en/of natuurbeheer.
Multifunctionele landbouw of agrotoerisme draagt bij aan een duurzaam beleefbaar landschap en is onderdeel van de integrale oplossing voor de transitie van het landschap. FruitDelta Rivierenland is volop bezig met het verbeteren en het dekkend maken van de recreatieve basisinfrastructuur voor varen, wandelen en fietsen. Er wordt beleving toegevoegd, buitengebied, cultuurhistorische landmarks en centra of havens worden aan elkaar verbonden via de recreatieve routenetwerken. De identiteit van FruitDelta Rivierenland laat zich vertalen in het oppakken van de vijf regionale opgaven voor recreatie en toerisme, zoals verwoord in het REA54. Met het oppakken van deze vijf opgaven kunnen we onze ambitie (een optimale balans tussen de toeristische druk en de draagkracht van de omgeving) verwezenlijken: a. Rivierbeleving De kwaliteiten van het Rivierenland zijn o.a. gelegen in het rivierenlandschap. De afwisseling van weidse rivieren en uiterwaarden, kleinschalige, besloten oeverwallen en open kommen kenmerkt het landschap van het Rivierenland. De hoofdrivieren, NederRijn – Lek, Maas, Waal, Linge en de recreatieplassen binnen de regio dragen bij aan de versterking van de toeristische potentie.