Bijlage 1. IHP 2022-2037 Zaltbommel
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2022-2037 Toekomstbestendige onderwijshuisvesting in gemeente Zaltbommel
Opdrachtgever Gemeente Zaltbommel
Datum 2 maart 2022
Referentienummer 2210003/20220302/WL01
Auteur(s) Onno Damen, Joëlle Wijntjens en Leonoor Clemens
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
6.
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Feiten en cijfers Zaltbommel
3
1.3
Plan van Aanpak
4
1.4
Beleidskaders
5
Visie op huisvesting
6
2.1
Aanbod en spreiding
6
2.2
Samenwerking en KC-vorming
7
2.3
Investeren in huisvesting kinderopvang
8
2.4
Passend en inclusief onderwijs
8
2.5
Duurzaamheid
9
2.6
Gezondheid
11
2.7
Flexibel ruimtegebruik
12
2.8
Type maatregelen binnen IHP
13
Ontwikkeling vraag en aanbod
18
3.1.1
Vraag en aanbod
18
Kansenkaarten en scenario’s
21
4.1
Toelichting kansenkaarten
21
4.2
Vraagstukken en scenario’s
22
4.2.1
Zaltbommel-Noord
22
4.2.2
Zaltbommel-Zuid
25
4.2.3
Nieuwaal en Gameren
27
4.2.4
Brakel, Zuilichem, Aalst en Poederoijen
29
4.2.5
Kerkwijk en Bruchem
33
4.2.6
Nederhemert
35
Financiën
37
5.1
Totale investering IHP
37
5.2
Uitgangspunten
37
Slotsom en aanbevelingen
39
6.1
Slotsom
39
6.2
Aanbevelingen
39
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS adviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeenten Zaltbommel en Maasdriel hebben in 2017 gezamenlijk het IHP 2018-2032 opgesteld. Afgesproken is dat het IHP eens in de 4 jaar geactualiseerd wordt. In het licht van de actualisatie is een IHPkoerscheck uitgevoerd. Dit document vormt een goed vertrekpunt voor het op te starten IHP-proces. Uit de koerscheck is gebleken dat actuele ontwikkelingen vragen om een toegespitste visie en herijking van de afspraken in het IHP. Aangescherpte duurzaamheidseisen, lokaal beleid en het wetswijzigingsvoorstel van de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG) maken het noodzakelijk om het meerjarenperspectief voor alle schoolgebouwen aan te passen en hierover nieuwe afspraken te maken. Om dit te realiseren is de wens uitgesproken om, in samenwerking met de schoolbesturen, het IHP voor de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel te actualiseren. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren Meerjaren Huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en kinderopvang opdat er in de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel een duurzame en gezonde onderwijs- en kinderopvangomgeving kan worden voortgezet.
Naast de ontwikkelingen van het leerlingaantal en de technische staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en kinderopvangvoorzieningen. Het IHP geeft inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als langere termijn oplossingen. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs die actief zijn binnen het gemeentegebied van Zaltbommel en Maasdriel en vertegenwoordigers van de gemeente. Ook de kinderopvangpartners van het onderwijs zijn betrokken bij het proces. Het IHP biedt een perspectief voor alle schoollocaties voor het primair onderwijs en voorgezet onderwijs voor de komende zestien jaar.
1.2 Feiten en cijfers Zaltbommel De gemeente Zaltbommel bestaat uit 12 kernen: Zaltbommel, Gameren, Nieuwaal, Zuilichem, Brakel, Poederoijen, Aalst, Nederhemert, Kerkwijk, Bruchem, Delwijnen en Bern. In de gemeente zijn 11 schoolbesturen actief, waarvan 8 in het primair onderwijs (incl. speciaal basisonderwijs) en 3 in het voortgezet onderwijs. Primair onderwijs ▪ Ver. voor christelijk basisonderwijs op Reformatorische Grondslag Nederhemert e.o. ▪ Ver. tot vestiging en instandhouding scholen met de bijbel op Gereformeerde grondslag Wijk & Aalburg ▪ Christelijk primair onderwijs Betuwe & Bommelerwaard ▪ St. Signum ▪ St. Christelijk Onderwijs Bommelerwaard ▪ Stroomm ▪ Bommelerwijs ▪ St. De Planthof
www.icsadviseurs.nl
Voortgezet Onderwijs ▪ St. Christelijk Voortgezet Onderwijs op Reformatorische grondslag ▪ St. Cambium College voor openbaar voortgezet onderwijs ▪ St. praktijkonderwijs De Brug Zaltbommel
3/40
Primair onderwijs 1. De Spelwert 2. De Leiboom 3. Francisucschool 4. De Walsprong 5. De Fonkelsteen 6. De Regenboog 7. School met de Bijbel Gameren 8. School met de Bijbel Zuilichem 9. Willem van Oranje 10. D.M. van Dam van Brakel 11. Juliana van Stolberg 12. Den Boogerd 13. School met de Bijbel de Burcht 14. De Rank 15. De Bron 16. De Wegwijzer
Voortgezet onderwijs A. Cambium College – Buys Ballot B. De Brug C. Cambium College – De Waard D. Gomarus
Speciaal basisonderwijs I. De Toermalijn
1.3 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en de kinderopvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪
Visie op huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en schoolbesturen met hun onderwijs- en kinderopvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies. Het afsprakenkader op onderwijs- en kinderopvanghuisvesting is beschreven in hoofdstuk 2: Visie op huisvesting.
www.icsadviseurs.nl
4/40
▪
Actualisatie basisinformatie Voor elke locatie is op basis van zoveel mogelijk objectieve informatie een ‘factsheet’ gemaakt. Het gaat hier om gegevens als bouwjaar, exploitatielasten, technische- en functionele kwaliteit en de ontwikkeling van vraag en aanbod op basis van de leerlingenprognoses. Tevens is het medegebruik en de verhuur van (onderwijs)capaciteit inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 3 wordt een beeld geschetst van de ontwikkeling van vraag en aanbod in de gemeente Zaltbommel. De factsheets zijn beschikbaar als bijlage.
▪
Kansenkaarten Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Zaltbommel in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten per gebied in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief kinderopvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen.
▪
Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de kansenkaarten en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting. De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. De oplossingsrichtingen zijn financieel onderbouwd. De scenario’s zijn toegelicht in hoofdstuk 4: Kansenkaarten en scenario’s.
▪
Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten (voor de gemeente en schoolbesturen) in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. De financiële vertaling is opgenomen in hoofdstuk 5: Financiën.
▪
Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.
1.4 Beleidskaders De volgende documenten zijn belangrijke voeding geweest voor het opstellen van het IHP: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2021 Zaltbommel, Pronexus 2021; Leerlingenprognose en ruimtebehoefte speciaal onderwijs 2021 Zaltbommel, Pronexus 2021; Leerlingenprognose en ruimtebehoefte voortgezet onderwijs 2021 Zaltbommel, Pronexus 2021; Integraal Huisvestingsplan 2018 – 2032 gemeenten Zaltbommel en Maasdriel; Beleidsnota samenleving 2021-2025 Gemeente Zaltbommel.
Verder is bij het opstellen van het IHP voor een aantal brede beleidsthema’s een beschrijving gegeven van de wijze waarop de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties daarmee wensen om te gaan. Deze visie en de daaruit volgende afspraken op onderwijs- en kinderopvanghuisvesting worden nader toegelicht in het volgende hoofdstuk.
www.icsadviseurs.nl
5/40
2. Visie op huisvesting In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs- en onderwijshuisvesting beschreven. De visie vormt het fundament voor de actualisatie van het Integraal Huisvestingsplan. In een interactieve werksessie, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de gemeenten, zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op de onderwijs(huisvesting) in de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel. De vraag die centraal staat is: wat is nodig om te komen tot passende en toekomstbestendige huisvesting die een bijdrage levert aan goed onderwijs c.q. aan doorgaande leer- en ontwikkellijnen voor kinderen en jongeren in de leeftijd van 0 tot 23 jaar. Aan de hand van verschillende thema’s wordt in dit hoofdstuk antwoord gegeven op deze vraag. Beleidsnota samenleving 2021-2025 Gemeente Zaltbommel De gemeente Zaltbommel heeft in de beleidsnota ’samenleving 2021-2025’ 5 leidende principes geformuleerd. Deze principes zijn als volgt toegepast op onderwijshuisvesting: ▪
▪
▪
▪ ▪
Buurt, huishouden en inwoner centraal ─ Passend in de wijk en de lokale behoeften ─ De gebruiker centraal Eigen kracht en maatwerk ─ Doordecentralisatie VO ─ Maatwerkscenario per school Eenvoudig en overzichtelijk ─ Uitgangspunten en spelregels over hoe de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk invulling geven aan het realiseren van de visie. Vertrouwen ─ Vertrouwen in samenwerking tussen schoolbesturen, kindpartners en de gemeente Kwaliteit borgen ─ Kwaliteit in onderwijs o.a. door kindcentrum vorming ─ Kwaliteit in onderwijshuisvesting (kwaliteitseisen en duurzaamheid )
2.1 Aanbod en spreiding De gemeente Zaltbommel bestaat uit verschillende kernen. Op dit moment is in 10 van de 12 kernen één- of meerdere onderwijs- en kinderopvangvoorziening(en) aanwezig. In de gemeente Zaltbommel groeit het aantal leerlingen in het primair onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs is meer sprake van een stabilisatie. In Maasdriel daalt het aantal leerlingen licht1. Het uitgangspunt is om de onderwijs- en kinderopvangvoorziening(en) te behouden, mits de kwaliteit van het onderwijs en de betaalbaarheid zijn gewaarborgd. Schoolbesturen zijn primair aan zet om te bepalen in hoeverre een locatie (nog) voldoet aan de gestelde normen voor kwaliteit en betaalbaarheid. In kernen waar het aanbod in het geding komt, wordt de gemeente actief betrokken door het schoolbestuur. Enerzijds vanuit haar wettelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting, anderzijds vanuit de beleidsinhoudelijke betrokkenheid bij het sociale domein (zoals integraal jeugdbeleid, maatschappelijke ondersteuning en leefbaarheid). Om een breed aanbod in onderwijs te behouden is het streven slim gebruik te maken van de ruimten en om voorzieningen te delen, bijvoorbeeld door gezamenlijk huisvesting in kernen waar meerdere scholen zijn. Leegstand kan gebruikt worden voor kindvoorzieningen die de school ondersteunen/versterken.
1 Er zijn scholen die (positief of negatief) afwijken van het algemene beeld van de leerlingontwikkeling.
www.icsadviseurs.nl
6/40
Naast een aanbod in de kernen en een goede spreiding speelt een divers aanbod van onderwijsdenominaties en onderwijsconcepten ook een grote rol. De gemeenten en schoolbesturen streven naar het in stand houden en het versterken van onderwijsdiversiteit ten behoeve van keuzemogelijkheid voor ouders en voor kinderen de mogelijkheid tot verschillende ontwikkelroutes. “Schoolbesturen en gemeenten zijn samen aan zet om te zorgen voor een toekomstbestendig en duurzaam aanbod dat aansluit op de vraag.” Uit: IHP 2018-2032 Maasdriel en Zaltbommel
2.2 Samenwerking en KC-vorming De schoolbesturen en de gemeenten hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te realiseren in kindcentra (KC). In deze kindcentra werken onderwijs en kinderopvang samen aan een stabiele, intellectuele, persoonlijke en sociale groei van kinderen van 0 – 12 jaar. Op basis van lokale behoeften en aanbod kan dit worden verbreed met zorg en/of ondersteuning voor kinderen en ouders. “Er moet méér zijn dan gezamenlijke huisvesting voor een echte meerwaarde. Faciliteiten kunnen worden gedeeld en elkaars bestaansrecht kan worden gerespecteerd. Er is pas sprake van toegevoegde waarde – ten opzichte van een bedrijfsverzamelgebouw – door samenwerking op het gebied van doorgaande leerlijnen of op pedagogisch niveau.” Uit: IHP 2018-2032 Maasdriel en Zaltbommel. In een KC werken onderwijs en kinderopvang samen aan een doorlopende lijn vanuit een gedeeld pedagogisch en didactisch concept. De huisvesting moet uitnodigen tot samenwerking. Nauwe samenwerking, gelijkwaardigheid als kindpartner (binnen de gestelde kaders) en vertrouwen tussen de betrokken partners is essentieel om de continuïteit in de samenwerking te waarborgen. Een gezamenlijke koers slaagt niet wanneer draagvlak bij een van de partners ontbreekt. Dit vindt bij voorkeur plaats in één gebouw of in de directe omgeving.
Bij nieuwbouw is het streven van een kindcentrum vanzelfsprekend2. Op dat moment wordt ook breder gekeken naar aanvullende behoeften vanuit de wijk. Dit zodat bij nieuwbouw optimaal wordt ingespeeld op ontwikkelingen binnen een kern/wijk (integrale benadering). Voorbeelden hiervan zijn zorgvoorziening, gym- en dorpshuisfunctie en bibliotheek die een KC én de gemeenschap versterken. Daarnaast stelt het vroegtijdig maken van (integrale) plannen in staat om het gebouw zodanig in te zetten dat het samenwerking tussen onderwijs en partners faciliteert. Bij bestaande bouw worden de mogelijkheden in het gebouw bekeken, zoals het inzetten van (structurele) leegstand. Op het moment dat er geen mogelijkheden zijn in het gebouw dan dient er maatwerk worden toegepast zoals investeren in huisvesting kinderopvang (zie paragraaf 2.3). “Er is een breed draagvlak voor het verbeteren van de samenwerking tussen alle partijen die betrokken zijn bij kinderen.
Het beeld van een brede school heeft toekomst.” “Investeringen in aanvullende functies en/of commerciële functies zijn onderwerp van gesprek waarbij de betrokken schoolbesturen en aanbieders van peuter- en kinderopvang een nadrukkelijke rol hebben, ook om financieel bij te dragen in de totstandkoming van huisvesting.” “De gemeente kan ervoor kiezen met niet-onderwijshuisvestingsmiddelen te investeren in opvang- of andere kindgerelateerde functies. Dit is in elke situatie maatwerk, waarbij de gemeente in ieder geval voldoende contractuele zekerheden bij de desbetreffende instellingen dient te verwerven.” Uit: IHP 2018-2032 Maasdriel en Zaltbommel Bovendien krijgt de kwaliteit van scholen een impuls. Het kindcentrum biedt de mogelijkheid accenten te leggen die passen bij de ontwikkelbehoefte van het individuele kind. De maatschappelijke opbrengsten
2 In kleine kernen wordt specifiek gekeken hoe dit bereikt kan worden.
www.icsadviseurs.nl
7/40
daarvan dragen op de lange termijn bij aan maatschappelijke vraagstukken zoals participatiebevordering en gezondheidsontwikkeling. Voor het voortgezet onderwijs bestaat de samenwerking met het primair onderwijs onder andere uit een soepele overdracht tussen beide onderwijsvormen. Daarnaast kan ook sprake zijn van inhoudelijke samenwerking rondom invulling van onderwijs, bijvoorbeeld techniekonderwijs, met het bedrijfsleven en/of vervolgonderwijs (mbo en verder). Voor de samenwerking is de Lokaal Educatie Agenda (LEA) leidend en ook de afspraken die gemaakt zijn komen daar inhoudelijk aan de orde. In de Lokaal Educatieve Agenda 2022 is vastgelegd op welke manier onderwijs, zorgpartners en gemeente samenwerken aan een optimaal ontwikkel- en opgroeiklimaat van jeugdigen. Voortgezet onderwijs De doorlopende ontwikkellijn van kinderopvang naar primair onderwijs wordt doorgetrokken naar het voortgezet onderwijs en verder. De schoolbesturen werken aan een warme overdracht naar het voortgezet onderwijs om de overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen en een doorgaande ontwikkellijn te realiseren. Een landelijke ontwikkeling in de samenwerking tussen po en vo is het 10-14 jaar onderwijs (tienerschool).
Dit met als doel het creëren van een ononderbroken ontwikkelingsproces voor leerlingen, waarbij veel aandacht is voor gepersonaliseerd leren en de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen. De samenwerking in een 10-14 jaar voorziening heeft (doorgaans) gebouwelijke gevolgen. Op dit moment is nog geen sprake van een 10-14 jaar onderwijsvoorziening in Zaltbommel. Daarnaast wordt in het voorgezet onderwijs de aansluiting van het onderwijs bij het vervolgonderwijs en partners (bedrijven en maatschappelijke instellingen) steeds belangrijker, zodat leerlingen in de praktijkcontext leren. Aansluiting bij deze ontwikkeling heeft effect op het type ruimte, de vindplaats van deze ruimte en de voorzieningen in een school. Deze ontwikkeling draagt ook bij aan een soepele overgang naar het vervolgonderwijs.
2.3 Investeren in huisvesting kinderopvang Vanwege de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang is huisvesting van kinderopvang ook een belangrijk gegeven. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet (initiatief vanuit onderwijs en kinderopvang gezamenlijk is leidend). Vanuit de kinderopvangorganisaties is het huren van ruimten uitgangspunt. Per situatie wordt gekeken op welke wijze een investering kan plaatsvinden. De gemeente kan ervoor kiezen met niet-onderwijshuisvestingsmiddelen te investeren in kinderopvang- of andere kindgerelateerde functies. Dit is in elke situatie maatwerk, waarbij de gemeente in ieder geval voldoende contractuele zekerheden bij de desbetreffende instellingen dient te verwerven. Voor het onderwijs heeft de gemeente een zorgplicht, voor de kinderopvang heeft de gemeente dit niet.
2.4 Passend en inclusief onderwijs Scholen hebben per 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Zodra een school niet tegemoet kan komen aan de zorgbehoefte van een kind, is een school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen in de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Daarnaast is in juli 2016 het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap in werking getreden. Landen moeten zorgdragen voor een inclusieve samenleving, waartoe ook inclusief onderwijs behoort. Schoolbesturen en de gemeenten onderschrijven het belang van het aanbieden van
www.icsadviseurs.nl
8/40
passend en inclusief onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs voor alle leerlingen is belangrijk. Daarnaast is thuisnabij onderwijs belangrijk. Schoolbesturen en gemeente streven ernaar dit te bewerkstelligen. Samen met thuisnabij onderwijs moet de huisvesting ook inclusie ondersteunen. Vanuit meer inclusief onderwijs worden scholen steeds meer een vind- en werkplek van allerlei (zorg)partners om zo een inclusief/dekkend netwerk rondom het kind (het gezin) te realiseren. Dit heeft effect op de activiteiten die binnen kindcentra plaatsvinden en daarmee ook ruimtelijke consequenties. Bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, externe zorgaanbieders en/of begeleiders. Hierin houdt bestaande regelgeving geen rekening mee en worden zowel schoolbesturen als gemeenten niet bekostigd voor het realiseren van meer vierkante meters. Gemeente en schoolbesturen onderkennen de ontwikkelingen die vanuit meer inclusief onderwijs er aan komen, ook in opmaat naar volledig inclusief onderwijs in 2037. Dit betekent ook dat op termijn het onderwijs en de gebouwen er anders uit gaan zien. Gemeente en schoolbesturen gaan wanneer dit zich voordoet actief in gesprek om tot een passende oplossing te komen.
2.5 Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk thema bij het realiseren van toekomstbestendige onderwijshuisvesting. In lijn met het Klimaatakkoord van Parijs (2015) vraagt dit om een verantwoord gebruik van beschikbare energiebronnen om daarmee de invloed van klimaatverandering op de mens en milieu zoveel mogelijk te beperken. Het thema duurzaamheid is in deze visie uitgewerkt aan de hand van de subthema’s energie, klimaatadaptatie, circulaire economie en natuurinclusief. Energie Per 1 januari 2021 is het Bouwbesluit aangepast en dienen alle nieuwe schoolgebouwen te voldoen aan BENG (Bijna Energieneutraal Gebouw). Het is daarmee de wettelijke taak om volgens de BENG-normen nieuw te bouwen. In dit IHP geldt het advies om een stap extra te nemen en te bouwen volgens ENG (Energieneutraal Gebouw). De reden hiervoor is dat met een ‘minimale’ investering een grote kwaliteitsslag richting de toekomst kan worden gemaakt door de gebouwgebonden energieverbruik te minimaliseren tot nul. De extra investering van BENG naar ENG komt voor rekening van het schoolbestuur (mits passend binnen wet- en regelgeving). Indien een schoolbestuur onverhoopt niet in staat is bij te dragen dan bekostigt de gemeente het verschil. Bovendien wordt nieuwbouw aardgasloos gebouwd.
Voor renovatie geldt dat de ambitie van BENG beargumenteerd benaderd tot het niveau dat te plegen investeringen in verhouding staan tot de opbrengsten. Voor alle bestaande gebouwen geldt dat deze pas aardgasloos worden zodra vanuit de warmtetransitie zich een kans voordoet bij de spreekwoordelijke voordeur van het gebouw3.
3 De kosten voor het aardgasloos maken van bestaande schoolgebouwen is niet meegenomen in de financiële doorrekening van het IHP
omdat deze kosten te ongewis zijn. Daarnaast is eerst zicht op de warmtetransitie en de vorm van warmteopwekking nodig voordat zinvolle investeringsramingen kunnen worden gemaakt.
www.icsadviseurs.nl
9/40
Wettelijke verplicht BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw BENG is van toepassing op de gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie zoals smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestaties voor BENG-gebouwen wordt vastgelegd aan de hand van drie eisen: ▪ ▪ ▪
De maximale energiebehoefte per kWh/m2/jaar; Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m2/jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
Ambitie IHP ENG: Energieneutraal gebouw Ook hier draait het om gebouwgebonden energie. De gebruikgebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden energie, nul is. Nul op de meter Bij een nul-op-de-meter gebouw wordt zowel het gebouwgebonden als het gebruikgebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energiegebruik en -opbrengst, ten aanzien van de gebouwgebonden en gebruikgebonden energie, nul is. Door middel van zonnepanelen kunnen scholen ook energieleverend zijn. Met voldoende dakoppervlak kunnen zonnepanelen worden geplaatst waarmee de school een bijdrage kan leveren aan een energie neutrale wijk. Energienet Een belangrijk aandachtspunt is de beschikbaarheid van aansluitingen op het energienet. In de praktijk blijkt er nu onvoldoende capaciteit om duurzaamheidsopties te kunnen realiseren. Klimaatadaptatie Het klimaat verandert doordat de temperatuur op aarde stijgt. Deze klimaatverandering is inmiddels duidelijk waarneembaar, zoals extreme buien, lange perioden van droogte en hitte in de bebouwde omgeving. Klimaatadaptatie is een instrument waarbij de samenleving zich aanpast aan het veranderende klimaat, waardoor klimaatbestendigheid ontstaat. Het onderwerp klimaatadaptatie raakt aan verschillende andere (beleids-)velden.
Belangrijke relaties zijn er o.a. met groenvoorziening, gebruik en inrichting van de openbare ruimte, bebouwing, (regen)wateroverlast en droogte. Voor de schoolomgeving is het van belang om te anticiperen op meer groen (daar waar mogelijk met biodiversiteit) en het verminderen van bestaande verharding en/of het tegengaan van nieuwe verharding, bijvoorbeeld een groen schoolplein of door regenwater zichtbaar op de schoollocatie zelf te bergen. Circulaire economie Een circulaire economie draagt bij aan de afname in het gebruik van fossiele energiedragers als grondstof (zoals aardolie voor plastic). Vanuit milieudoelstellingen kan het een afweging zijn om voor nieuwe en bestaande gebouwen te gaan werken met een registratie in een grondstoffendatabank. Dit bevordert het hergebruik van grondstoffen wat de duurzaamheid ten goede komt. “Duurzaam bouwen kan ook door in te zetten op onderhoudsarm bouwen.” Uit: IHP 2018-2032 Maasdriel en Zaltbommel
www.icsadviseurs.nl
10/40
Natuur inclusief Dit is een vorm van duurzaam bouwen waarbij zodanig gebouwd en ingericht wordt dat een gebouw bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. Natuur inclusief bouwen draagt ook bij aan de kwaliteit van de leefomgeving waaronder de gezondheid van bewoners, de bevordering van sociale (en duurzame) contacten, de bevordering van toerisme, het temperen van de temperatuur in een stad en het verminderen van de luchtvervuiling in de stad. Een voorbeeld in relatie tot onderwijs- en kinderopvanghuisvesting kan zijn het integreren van nestkasten. Binnen de gemeente Zaltbommel is duurzaamheid een belangrijk thema. De gemeente is doordrongen van het belang maar weet ook dat de technische mogelijkheden zich in snel tempo ontwikkelen. Per project zoeken betrokken partijen naar maatwerk om de gezamenlijke ambities te realiseren. Zo kunnen de schoolbesturen inzetten op een duurzamer/beter exploiteerbaar gebouw en kan de gemeente hierin faciliteren ter realisatie van haar gemeentelijke duurzaamheidsambities.
2.6 Gezondheid Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties. De ontwikkelingen rondom de Covid-19 pandemie benadrukken het belang van een goed binnenklimaat. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Bij nieuwbouw of renovatie van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor kinderopvangvoorzieningen. Hierdoor ontstaat een goed binnenklimaat. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde renovatie) is de ambitie om ook een goed binnenklimaat te realiseren. De investeringen die het realiseren van een goed binnenklimaat worden gewogen en in relatie gebracht met het perspectief (nog te verwachten gebruiksduur) van het gebouw. Gemeente, schoolbesturen en kinderopvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie van een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren. Vanuit het schoolbestuur kan de bestaande situatie in beeld worden gebracht inclusief inzicht in de benodigde maatregelen.
Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft qua financiën enerzijds een investeringskant en anderzijds een exploitatiekant. Het aanbrengen van installaties betekent in de praktijk vaak een verhoging van het energieverbruik en de onderhoudscomponent voor schoolbesturen. Indien in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat aan de orde is, dan is het in eerste instantie aan het schoolbestuur (al dan niet samen met de kinderopvang) om te verkennen of ze de investering kan plegen. Het investeren in het binnenklimaat is geen gemeentelijke taak. De gemeente volgt hierin de landelijke ontwikkelingen. De gemeente investeert alleen bij natuurlijke momenten (levensduurverlengde renovatie en vervangende nieuwbouw) in binnenklimaat als integraal onderdeel van deze investering op een natuurlijk moment. Indien een situatie zich voordoet, zoals een subsidieregeling, dan gaan gemeente en schoolbesturen in dialoog om samen tot een oplossing te komen. De kinderopvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding. Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze.
www.icsadviseurs.nl
11/40
Investeringen in binnenklimaat Voor investeringen in het binnenklimaat is ook een spanning aanwezig vanuit investeringen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen. Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals renovatie of grote onderhoudsinvesteringen, tenzij vanuit de Rijksoverheid aanvullende bekostiging volgt.
2.7 Flexibel ruimtegebruik Voor de gemeenten en schoolbesturen is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs en leerlingenaantallen. Bij zowel groei als krimp is het van belang om hierop te anticiperen met behoud van het onderwijs- en kinderopvangconcept. Bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie is het van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent: ▪ ▪
▪
Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening te houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of kinderopvangconcept te niet doet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gaat erom dat het gebouw geschikt/passend is voor het onderwijs. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. Transformeren van functie: bij scholen in alle kernen (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen of delen daarvan naar een andere functie voor het schoolgebouw 4. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs.
Indien een situatie ontstaat waarbij een onderwijsvoorziening te maken heeft met leegstand, dan bepaalt de juridisch eigenaar van de school5 zelf in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Indien de leegstand (structureel) als probleem wordt ervaren, dient in afstemming met de gemeente een plan opgesteld te worden om de leegstand terug te dringen en daarmee de capaciteit af te stemmen op de behoefte. Deze plannen dienen afgestemd te zijn op de toekomstige normatieve ruimtebehoeften (aantal leerlingen) en (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen een gebied (bijvoorbeeld dorpsontwikkelingen). Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen bekostigd zijn of worden met maatschappelijke middelen. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd. Bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar het huisvesten van kinderopvangfuncties en/of overige partners. Vanuit de gedachte van KC zijn onderwijs en kinderopvang op basis van gelijkwaardigheid gehuisvest in het gebouw. Dit betekent dat bij vraagstukken rond krimp of groei kinderopvang niet vertrekt voor het onderwijs, maar in overleg tussen gemeente, onderwijs en kinderopvang wordt gekeken naar oplossingen. Het gaat om het geheel van onderwijs en kinderopvang.
Deze werkwijze geeft onderwijs- en kinderopvangorganisaties de mogelijkheid om per situatie maatwerk te leveren, waarbij het uitgangspunt is om de continuïteit te borgen 4 Bijvoorbeeld het betrekken van kindpartners in het gebouw. 5 Het juridisch eigendom ligt doorgaans bij het schoolbestuur met uitzondering van de Brede scholen De Waluwe en De Zandkampen. Bij deze
Brede scholen ligt het juridisch eigendom bij de gemeente.
www.icsadviseurs.nl
12/40
die noodzakelijk is om te kunnen bouwen aan en participeren in langdurige inhoudelijke samenwerking. Concreet: de groei van de school mag niet leiden tot het wijken van de kinderopvang. Dit vraagt om afspraken bij aanvragen onderwijshuisvesting hoe een eventuele uitbreiding bekostigd wordt en welke dekking daar tegenover staat. “Flexibele bouw wordt belangrijk geacht. Deze flexibiliteit moet in kunnen spelen op toekomstige onderwijskundige vernieuwingen.” Uit: IHP 2018-2032 Maasdriel en Zaltbommel
2.8 Type maatregelen binnen IHP Voor elke onderwijsvoorziening6 wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen gepleegd worden. In het IHP wordt een zestal scenario’s voor gebouwen onderscheiden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Vervangende nieuwbouw; Renovatie; Positie herschikking; Amoveren/aan de maat maken; In stand houden; Afstoten.
In onderstaande tabel worden de scenario’s benoemd. Daarbij wordt voor elk van de scenario’s aangegeven bij wie de verantwoordelijkheid ligt en wat het bijbehorende budget is. Optie
Scenario
1
Nieuwbouw
2
Renovatie
3
Positie herschikking Amoveren In stand houden Afstoten7
4 5 6
Verantwoordelijkheid uitvoering Gemeente en/of schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur
Verantwoordelijkheid budget Gemeente
Gemeente en schoolbestu(u)r(en) Gemeente Schoolbestuur
Gemeente en schoolbestuur Gemeente en schoolbestuur Gemeente Schoolbestuur
Schoolbestuur
n.v.t.
Budget (bijdrage gemeente) 100 % norm nieuwbouw 70 % norm nieuwbouw PM PM MI-vergoeding n.v.t.
Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren.
6 Met uitzondering van de scholen die zijn doorgedecentraliseerd. 7 Bij het afstoten van een gebouw wordt het gebouw van de gemeente. Eventuele sloopkosten, indien aan de orde, zijn voor haar rekening.
www.icsadviseurs.nl
13/40
Basisfilosofie nieuwbouw en renovatie De basisgedachte is dat nieuwbouw voor een gebruiksduur van 40 jaar wordt gerealiseerd. Na 40 jaar kan een levensduurverlengende renovatie plaatsvinden waardoor het gebouw nog 25 jaar gebruikt kan worden. Deze afweging om levensduurverlengend te renoveren of nieuw te bouwen wordt gemaakt via een businesscase. Nadat een gebouw eerst 40 jaar in gebruik is geweest en vervolgens 25 jaar verlengd is, wordt na 65 jaar nieuwbouw gepleegd (tenzij er beargumenteerd van afgeweken wordt). In de scenario’s van dit IHP wordt voor elk schoolgebouw voor het primair onderwijs de uitgangspositie vastgelegd en vervolgens het scenario bepaald. Voortgezet onderwijs – afspraken doordecentralisatie (Zaltbommel) Voor het voortgezet onderwijs in Zaltbommel geldt de afspraak dat deze scholen zijn doorgedecentraliseerd op basis van huidige verantwoordelijkheden en wet- en regelgeving. Op het moment dat renovatie vanuit Rijksoverheid een officiële voorziening wordt, dan heeft dit directe gevolgen voor de afspraken die liggen onder de doordecentralisatie. Concreet betekent dit dat het voortgezet onderwijs op dat moment een verzoek kan indienen voor renovatie. Dit vormt een groot risico voor Zaltbommel, omdat daarmee de prioriteiten kunnen verschuiven.
Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt vanaf 2021 aangescherpte wet- en regelgeving omtrent de kwaliteit van schoolgebouwen en daarbij duurzaamheid in het bijzonder. Het Bouwbesluit en vigerende wet- en regelgeving is altijd van kracht. Binnen het Bouwbesluit is bijvoorbeeld Frisse Scholen klasse B uitgangspunt. De aangescherpte regelgeving vanuit Europa bepaalt dat vanaf 2021 alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland BENG moeten zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie. Daarnaast wordt nieuwbouw aardgasloos gerealiseerd. Binnen het IHP is voor nieuwbouw ENG het uitgangspunt. De gemeente bekostigt het wettelijke deel (BENG). De stap van BENG naar ENG is te realiseren middels een schoolbestuurlijke bijdrage. Waar dat niet kan of mogelijk is gaan gemeente en schoolbestuur in gesprek. Voor het realiseren van nieuwbouw gelden de volgende uitgangspunten: ▪ (Vervangende) Nieuwbouw is aan de orde bij: ─ Het vestigen van een nieuwe school in de gemeente waarvoor geen bestaande accommodatie beschikbaar is; ─ Het bestaande gebouw niet meer voldoet aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van de school mag stellen.
Dit is vastgesteld op basis van een onderzoek naar de bouwkundige, ruimtelijke en functionele staat van de huisvesting; ▪ Het realiseren van de duurzaamheidsambitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente en schoolbesturen als mogelijke bouwheren. Hierin worden de wettelijke eisen ten aanzien van duurzaamheid gevolgd, deze zijn leidend. ▪ De gemeente is in het verlengde van nieuwe regelgeving verantwoordelijk voor de bekostiging van BENG en overige wettelijke voorschriften inzake verplichte energiemaatregelen. ▪ De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities (stap naar ENG) via een financiële bijdrage. Schoolbesturen hebben hiervoor twee mogelijkheden die zij kunnen onderzoeken. Deze zijn: ─ Een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een haalbaarheidsonderzoek per situatie) voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B) of het realiseren van ENG in plaats van BENG.
www.icsadviseurs.nl
14/40
▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
─ Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen. Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountants-protocol. Een voorwaarde voor een investering door de gemeente is dat schoolbesturen onderzoeken hoeveel zij financieel kunnen bijdragen. Dit alles binnen de geldende wet- en regelgeving. Het schoolgebouw wordt aardgasloos gerealiseerd. Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B. Bij nieuwbouw wordt uitgegaan van een levensduur van 40 jaar. Voor nieuwbouw wordt uitgegaan van een bandbreedte voor het stichtingskostenbedrag van € 2.900 – € 3.450 per bruto vierkante meter (prijspeil december 2021, inclusief een jaarlijkse indexering van 5% in de eerste vier jaar en 2% in de daaropvolgende jaren). De bandbreedte is afhankelijk van de schoolgrootte. Bij het daadwerkelijk maken van de nieuwbouwplannen (haalbaarheidsonderzoek) wordt nogmaals gekeken hoe de feitelijke leerlingenaantallen zich verhouden tot de leerlingenprognoses en wordt de omvang van de nieuwbouw definitief bepaald. Daarnaast wordt het stichtingskostenbedrag geactualiseerd naar de marktprijzen op dat moment.
Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijke van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG. Renovatie De VNG heeft samen met de koepelorganisaties PO-Raad en VO-Raad een advies tot wijziging van de wet ingediend, waaronder het toevoegen van renovatie (levensduurverlengend) als alternatief voor nieuwbouw8. In het advies van de VNG, PO-raad en VO-raad wordt het uitgangspunt gehanteerd dat renovatie dient te worden beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw, om de levensduur van schoolgebouwen met ten minste 25 jaar te verlengen waarbij het gebouw (weer) voldoet aan de functionele eisen en kwaliteitseisen. Hierbij zijn ook de wettelijke eisen van toepassing en de ambities van nieuwbouw worden zo veel mogelijk benaderd. Een voorbeeld vormt het voldoen aan BENG. Dit is in bestaande bouw niet volledig haalbaar, maar wordt beredeneerd zo veel mogelijk gehaald. Verder wordt per casus bezien op welke wijze renovatie verantwoord is qua investeringen versus opbrengst. De afweging voor (levensduur verlengende) renovatie wordt gemaakt wanneer een gebouw 40 jaar in gebruik is geweest zonder grootschalige tussentijdse investeringen.
Bij renovatie wordt gekeken naar: ▪ Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsconcept); ▪ Technisch staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; ▪ Ruimtelijke staat; ▪ Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG). Verder wordt bij renovatie het kwaliteitskader primair- en voortgezet onderwijs als richtlijn gehanteerd. Op basis hiervan maken gemeente en schoolbestuur een gerichte afweging van te nemen maatregelen of maatregelen die achterwege worden gelaten (vervat in een haalbaarheidsonderzoek annex maatregelenplan). Onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek is een vergelijking met de kosten van vervangende nieuwbouw op basis van kapitaallastniveau inclusief eenmalige investeringen zoals tijdelijke huisvesting. Indien de kosten te veel oplopen kan vervangende nieuwbouw de te prefereren keuze zijn in verband met het halen van maximaal rendement uit het inzetten van maatschappelijke middelen (lees: lage structurele lasten). 8 Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw wetsvoorstel voor onderwijshuisvesting, o.a. ook voor renovatie als huisvestingsvoorziening. De
verwachting is dat de nieuwe wet vanaf 2023 vastgesteld wordt. In afwachting daarvan geldt tot die tijd de richtlijnen voor renovatie zoals opgesteld in dit IHP.
www.icsadviseurs.nl
15/40
Het haalbaarheidsonderzoek bestaat ten minste uit inzicht in: ▪ De kosten van instandhouding op basis van het uitgevoerde onderhoud van de afgelopen vijf jaar en een actueel meerjaren onderhoudsplan; ▪ De staat van het gebouw op basis van een objectieve schouw conform de systematiek van de verordening aangevuld met een gebrekenrapportage inclusief indicatie van de benodigde investeringen om deze op te lossen; ▪ Benodigde aanpassingen op basis van een actueel ruimteprogramma (inhoudelijke wensen kindcentrum) en op basis van de meest actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognoses; ▪ Benodigde investeringen voor vernieuwen van bouwkundige en installatietechnische aspecten; ▪ Benodigde investeringen voor verduurzaming; ▪ Wet- en regelgeving op het gebied van binnenklimaat; ▪ De actuele boekwaarde; ▪ Benodigde tijdelijke huisvesting of andere investeringen. Voor zowel renovatie als vervangende nieuwbouw wordt een investeringsraming op kengetallenniveau gemaakt. Deze investeringen worden vertaald naar een kapitaallast op basis van actuele parameters (zoals rekenrente en afschrijvingstermijnen) van de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel. Bij nieuwbouw wordt ook het eenmalig afboeken van de boekwaarde betrokken.
Voor de realisatie van een renovatie gelden de volgende uitgangspunten: ▪ Het realiseren is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente en schoolbesturen op basis van genoemde haalbaarheidsonderzoek annex maatregelenplan; ▪ De kosten voortkomend uit de gebrekenrapportage betreffen onderhoudswerkzaamheden en zijn voor rekening van het schoolbestuur vanuit haar onderhoudsverplichting; ▪ De gemeentelijke bijdrage is maximaal 70% van de investering voor nieuwbouw met een jaarlijkse indexering van 5% in de eerste vier jaar en 2% in de daaropvolgende jaren. Het percentage van 70% vormt het kantelpercentage vanaf wanneer nieuwbouw vanuit bedrijfseconomisch oogpunt verantwoorder is. Deze gemeentelijke bijdrage wordt niet overschreden. Zo wel, dan is in het haalbaarheidsonderzoek beargumenteerd aangeven waarom dit gebeurt9. De gemeentelijke bijdrage is een invulling van het voorstel vanuit de VNG en PO-raad dat de gemeente bijdraagt in de bekostiging van renovatie. Daarmee wordt vooruitgelopen op de verwachte nieuwe wetgeving waarin renovatie als voorziening wordt opgenomen; ▪ De schoolbesturen dragen bij aan het behalen van duurzaamheidsambities via een financiële bijdrage. Schoolbesturen hebben hiervoor twee mogelijkheden die zij onderzoeken.
Deze zijn: ─ Een bijdrage per bruto vierkante meter (onderbouwd door een haalbaarheidsonderzoek per situatie) voor het behalen van duurzaamheidsambities die bovenwettelijk zijn, zoals onderdelen van de Frisse Scholen (minimaal Frisse Scholen klasse B). ─ Een bijdrage uit inbreng van uitgespaarde of uitgestelde onderhoudsmiddelen. Door het in beeld brengen van de onderhoudsstaat van het bestaande gebouw, middels een gebrekenrapportage voorzien van financiële doorrekening van geconstateerde punten, ontstaat een beeld van de huidige onderhoudsverplichting van het schoolbestuur. De uitkomst vormt de onderbouwing van het tweede deel van de bijdrage die een school levert. Hiervan kan een deel bijdrage worden. ▪ Voor de bijdrage geldt dat deze mogelijk zijn mits deze bestaan uit een exploitatiegerichte investering met een redelijke terugverdientijd van vijftien jaar. Daarnaast geldt voor het primair onderwijs dat de bijdrage past binnen de kaders van het Onderwijsaccountantsprotocol; ▪ Kwaliteitsniveau Frisse Scholen B; ▪ Bij renovatie wordt uitgegaan van ingrepen die de levensduur met 25 jaar verlengen.
9 Voorbeelden van argumenten kunnen zijn: monumentale status, beeldbepalend gebouw, geen alternatieve locatie beschikbaar, hoge
boekwaarde van een gebouw en (kwalitatief) verschillende bouwdelen (met verschillende bouwjaren).
www.icsadviseurs.nl
16/40
In het proces om te komen tot een afweging voor renovatie zijn nog drie spelregels van toepassing: ▪ Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; ▪ Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt; ▪ Aandachtspunt vormt in- of uitbreiden met behoud van concept. Positie herschikking Dit betreft een activiteit waarbij twee onderwijsvoorzieningen een herschikking ondergaan waarbij schoolgebouwen onderling uitgeruild worden. Het doel is dat beide scholen daarmee meer passend gehuisvest zijn. Dit is een vorm van duurzaam hergebruik van bestaand vastgoed waarbij mogelijk een beperkt budget voor aanpassing, inhuizen, et cetera nodig is. Amoveren/aan de maat maken Dit betreft een activiteit waarbij een onderwijsvoorziening met structurele overmaat aan ruimte aan de maat gemaakt kan worden. Dit kan door ruimten aan de onderwijsbestemming te onttrekken en een andere invulling te geven. Ook is het mogelijk om ruimte te amoveren/slopen en zo het gebouw aan de maat te maken.
In stand houden Dit betreft een activiteit van het schoolbestuur om een bestaand gebouw in stand te houden. Voor het kwaliteitsniveau geldt dat voor het gebouw een adequaat niveau gehandhaafd dient te worden. Hiervoor zet zij de materiële instandhoudingsvergoeding in. Deze activiteit vergt geen bijdrage vanuit de gemeente. Mogelijk wordt een schoolbestuur wel geconfronteerd met verplichte maatregelen vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening Onderwijshuisvesting aan de desbetreffende gemeente. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming.
www.icsadviseurs.nl
17/40
3. Ontwikkeling vraag en aanbod 3.1.1 Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in 2037. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Medegebruik/verhuur, bijvoorbeeld door een kinderopvangorganisatie, is bij het bepalen van het ruimtetekort/overschot niet meegenomen in de berekening. Basisgeneratie De meest actuele leerlingenprognoses (Pronexus, januari 2021) geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Pronexus geeft daarbij aan: “In de ramingen van leerlingenaantallen zijn twee ontwikkelingen verwerkt. Dit zijn de trends in de omvang van de basisgeneratie in de afzonderlijke gebieden van de gemeente Zaltbommel en de schoolkeuze. Bij de opzet van de prognoses zijn cijfers verwerkt met een uitsplitsing van leerlingen naar herkomstgebied.” De basisgeneratie geeft de omvang weer van de 4- tot en met 11-jarigen plus 30% 12-jarigen voor de berekening van leerlingenprognoses in het primair onderwijs. Voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van 70% van de 12-jarigen plus de 13- tot en met 18-jarigen. Onderstaande tabel geeft de basisgeneratie in de gemeente Zaltbommel weer.
Kern
2022
2025
2028
2031
2037
∆ 2022-2037
Zaltbommel
1.112
1.173
1.256
1.336
1.362
250
Gameren
305
320
328
339
350
45
Nieuwaal
103
100
97
99
90
-13
Zuilichem
182
199
195
194
187
5
Brakel
303
307
312
325
334
31
Poederoijen
137
133
140
154
185
48
Aalst
229
224
219
221
225
-4
Nederhemert en Bern
237
274
303
326
344
107
Kerkwijk en Delwijnen
106
102
110
111
114
8
Bruchem
176
172
179
185
188
12
TOTAAL
2.890
3.004
3.139
3.290
3.379
489
Tabel 1 - Basisgeneratie 4 - 12 jaar gemeente Zaltbommel
Woningbouwontwikkelingen De prognose van deze basisgeneratie vloeit voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar met name de aannames in groei en trends voor de toekomst. Een belangrijk component daarvan zijn de woningbouwontwikkelingen. In de komende 16 jaar worden in met name Zaltbommel de meeste woningen aan de voorraad toegevoegd. Naar schatting gaat het om bijna 900 extra woningen. Ook in Nederhemert, Gameren en Poederoijen vinden ontwikkelingen plaats met een toename van ruim 100 woningen als gevolg. Deze woningbouwontwikkelingen en ‘mutaties’ van de woningvoorraad zijn vastgesteld en/of onherroepelijk. Daarmee behoren zij tot de ‘harde’ plancapaciteit. Kijkende naar de woningmutaties in de prognoses is het aannemelijk dat deze woningbouwplannen reeds zijn opgenomen in de prognoses. Tabel 2 geeft een totaaloverzicht van de woningvoorraad in de gemeente.
www.icsadviseurs.nl
18/40
Kern
2022
2025
2028
2031
2037
∆ 2022-2037
Zaltbommel
5.942
6.434
6.654
6.744
6.744
802
Gameren
901
1.005
1.005
1.005
1.005
104
Nieuwaal
406
406
406
406
406
0
Zuilichem
633
640
640
640
640
7
Brakel
1.175
1.215
1.215
1.215
1.215
40
Poederoijen
355
367
391
419
478
123
Aalst
941
961
991
991
991
50
Nederhemert en Bern
560
625
655
696
738
178
Kerkwijk en Delwijnen
370
374
374
374
374
4
Bruchem
673
730
730
730
730
57
TOTAAL
11.956
12.757
13.061
13.220
13.321
1.365
Tabel 2: woningvoorraad gemeente Zaltbommel
Leerlingenprognoses Op basis van de basisgeneratie en een belangstellingspercentage is door Pronexus de leerlingenprognose per school opgesteld. Deze prognoses worden gehanteerd als uitgangspunt in dit IHP. Tabel 3 geeft een overzicht van de leerlingenprognose per kern. Tabel 4 laat de leerlingprognose van SBO De Toermalijn zien. Oktobertelling Prognose →
Verschil (%)
Kern
2022
2025
2028
2031
2037
Zaltbommel
1.010
1.059
1.129
1.197
1.223
21%
Gameren
313
326
334
345
357
14%
Nieuwaal
72
67
67
68
65
-10%
Zuilichem
86
109
106
106
102
19%
Brakel
232
246
250
259
266
15%
Poederoijen
192
196
201
214
239
24%
Aalst
197
185
182
184
187
-5%
Nederhemert en Bern
250
274
300
321
338
35%
Kerkwijk en Delwijnen
74
83
88
89
92
24%
Bruchem
169
165
171
177
180
7%
TOTAAL
2.595
2.692
2.810
2.942
3.029
17%
Tabel 3 – Oktobertelling en prognoses aantal leerlingen basisonderwijs
Oktobertelling Prognose → Kern
2022
2025
2028
2031
2037
SBO De Toermalijn
82
70
72
74
77
Verschil (%) -6%
Tabel 4 - Oktobertelling en prognoses aantal leerlingen speciaal basisonderwijs
www.icsadviseurs.nl
19/40
Uit de tabellen is op te maken dat volgens de prognose uit 2021de leerlingenaantallen van het basisonderwijs met 17% toenemen. Wel zijn verschillen te zien per gebied. De grootste toenames zijn met name te verwachten in de kernen Zaltbommel, Zuilichem, Poederoijen, Nederhemert en Kerkwijk. Dit kan worden verklaard door de geplande woningbouwontwikkelingen in deze kernen. Een lichte afname wordt verwacht in de kernen Nieuwaal en Aalst. Voor het speciaal basisonderwijs blijft het totaal aantal leerlingen, volgens de prognose, in absolute getallen relatief stabiel. Capaciteit Het aantal leerlingen op een school bepaalt de benodigde normatieve ruimtebehoefte in vierkante meters. In onderstaande tabel zijn de huidige normatieve ruimtebehoefte en de normatieve ruimtebehoefte in 2036 afgezet tegen de huidige onderwijscapaciteit. Voor de normatieve ruimtebehoefte in 2036 zijn de leerlingenprognoses van Pronexus uit 2021 gebruikt. Kern
beschikbare capaciteit (m² bvo onderwijs)
Zaltbommel
7.779
Gameren
1.846
Nieuwaal
564
Zuilichem
950
Brakel
2.066
Poederoijen
1.372
Aalst
1.554
Nederhemert en Bern
1.530
Kerkwijk en Delwijnen
750
Bruchem
1.245
TOTAAL BO
19.656
TOTAAL SO
1.845
Ruimtebehoefte (m² bvo onderwijs) 2022 6.121
2025
2028
2032
2037
6.367
6.719
7.142
7.192
1.961
1.991
542
527
723
713
1.722
1.742
1.307
1.402
1.326
1.341
1.840
1.900
654
664
1.100
1.105
18.316
18.578
794
816
gemiddeld 14% overschot 1.774
1.840
1.880
gemiddeld 2% tekort 562
537
537
gemiddeld 4% overschot 633
748
733
gemiddeld 25% overschot 1.571
1.642
1.662
gemiddeld 19% overschot 1.166
1.186
1.211
gemiddeld 9% overschot 1.391
1.331
1.315
gemiddeld 14% overschot 1.458
1.578
1.709
gemiddeld 11% tekort 573
619
644
gemiddeld 16% overschot 1.050
1.030
1.060
gemiddeld 14% overschot 16.299
16.878
17.471
gemiddeld 11% overschot 772
765
779
gemiddeld 57% overschot
Tabel 5 - Analyse beschikbare capaciteit versus ruimtebehoefte (inclusief onderwijsachterstandsscore) op type onderwijs en kernniveau
Over het geheel genomen kan gesteld worden dat er zowel in het BO en SBO een normatief overschot aan onderwijsruimte aanwezig is. Er is dus voldoende onderwijscapaciteit om aan de behoefte te voldoen. In de kernen Gameren en Nederhemert ontstaat er op termijn een tekort aan onderwijscapaciteit. In de gevallen waar een overschot aanwezig is wordt (een deel) van dit overschot opgevuld door onderwijs capaciteit te verhuren aan een of meerdere kinderopvangorganisaties.
www.icsadviseurs.nl
20/40
4. Kansenkaarten en scenario’s 4.1 Toelichting kansenkaarten Aan de hand van alle verzamelde gegevens die verwerkt zijn in de factsheets, is een knelpuntenanalyse gemaakt in de vorm van een zogenoemde kansenkaart. Ieder schoolgebouw is in de kansenkaart beoordeeld op kwaliteit, financiën en vraag & aanbod, hieronder vallen de volgende aspecten: ▪ ▪ ▪
Kwaliteit – Functionele en technische staat van het gebouw ten behoeve van onderwijs en multifunctioneel gebruik; Financiën – Onderhouds- en energielasten in verhouding tot benchmark; Vraag & aanbod – Toekomstige (2037) verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit op basis van de vastgestelde leerlingenprognoses (“O” betekent overschot en “T” betekent tekort).
De kleuren in de kansenkaarten geven de noodzaak tot ingrijpen weer. Groen geeft aan dat er geen aanleiding is voor het ontwikkelen van een alternatief huisvestingsscenario. Geel geeft op termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Rood geeft directe aanleiding tot het ontwikkelen van een
www.icsadviseurs.nl
21/40
alternatief scenario. Grijs betekent dat de informatie ontbreekt. De kansenkaarten vormen een belangrijke basis en vertrekpunt voor het formuleren van scenario’s en huisvestingsplanning in dit IHP. De weergave van de huidige leerlingenaantallen is gebaseerd op de oktobertelling van 1 oktober 2021. Op het moment dat er een ruimteoverschot ontstaat, bijvoorbeeld door het veranderen van leerlingenaantallen, dan gaan het schoolbestuur en de gemeente met elkaar in gesprek om gezamenlijk tot een oplossing te komen.
4.2 Vraagstukken en scenario’s In de kansenkaarten op de volgende pagina’s zijn de beoordelingen van de schoolgebouwen in de gemeente Zaltbommel weergegeven. De kansenkaarten, die elk een apart gebied in de gemeente weergeven, geven een indicatie van de status van de gebouwen waarop vervolgens in de toelichting, per locatie, verder wordt ingegaan. Per locatie wordt tevens een beschrijving van het voorgestelde scenario uiteengezet. De scenario’s zijn tot stand gekomen middels scenariokaarten die tijdens gezamenlijk overleg zijn besproken. In de volgende paragrafen betreft het alleen de scenario’s voor het primair onderwijs. Het voortgezet- en praktijk (De Brug) onderwijs is doorgedecentraliseerd. Daarnaast heeft De Brug nieuwbouw. Definitie groei en krimp leerlingenaantal Bij een verschil van 10% of meer naar boven of naar beneden wordt gesproken over respectievelijk groei of krimp. Indien dit niet aan de orde is, wordt gesproken over stabilisatie van het leerlingenaantal.
4.2.1 Zaltbommel-Noord In deze kern zijn drie basisscholen gehuisvest: 1. 2. 3.
De Spelwert (Brede school Zandkampen) De Leiboom (Brede school Zandkampen) Franciscusschool (Brede school De Uitkijk)
www.icsadviseurs.nl
22/40
Brede school Zandkampen – De Spelwert en De Leiboom De Spelwert van STROOMM en De Leiboom van Stichting Christelijk Primair Onderwijs Betuwe en Bommelerwaard (CPOB) zijn samen gehuisvest in Brede school Zandkampen. Daarnaast biedt de Brede school huisvesting aan kinderopvang Smallsteps (peuteropvang en buitenschoolse opvang) en onderdeel van Kentalis (vroegbehandeling voor peuters en kleuters met taalontwikkelingsstoornis). De Spelwert heeft de laatste jaren een krimp ervaren in het aantal leerlingen. Deze krimp zet door tot 2023 (155 leerlingen). Daarna stijgt het aantal leerlingen weer tot 182 leerlingen in 2037. De Leiboom ervaart juist een groei van het aantal leerlingen. Volgens de prognose groeit De Leiboom van 232 leerlingen in 2022 naar 297 leerlingen in 2037. Deze ontwikkeling laat ook zien dat De Spelwert en De Leiboom twee communicerende vaten zijn. Gebouwelijk betekent dit dat groei van De Leiboom wordt opgevangen door krimp van De Spelwert (en vice versa). Daarbij kunnen de schoolbesturen in overleg met Stichting Brede
www.icsadviseurs.nl
23/40
Scholen Zaltbommel en de gemeente afspraken maken over de verdeling van ruimten. De totale onderwijscapaciteit in de Brede school is passend voor de twee scholen. De Brede school bestaat uit twee bouwdelen: een bouwdeel uit 1980 met een binnenrenovatie in 2010 (met uitzondering van dak, kozijnen en verwarmingsinstallatie) en een bouwdeel uit 2010. Het bouwdeel uit 2010 verkeert in goede technische staat. Het bouwdeel uit 1980 is sterk verouderd en vraagt om aandacht. Het advies voor dit bouwdeel is een renovatie (hiervoor is een rapportage aanvullende schouw beschikbaar). Huisvestingsscenario Voor het bouwdeel uit 2010 is in stand houden het scenario. Voor het bouwdeel uit 1980 is het scenario renovatie. Brede school De Uitkijk – Franciscusschool De Franciscusschool van Bommelerwijs vormt samen met Kanteel Kinderopvang (peuteropvang en buitenschoolse opvang) Brede school De Uitkijk. De afgelopen jaren kent de Franciscusschool een stabiel leerlingenaantal. Het huidige leerlingenaantal is 397 leerlingen. De verwachting is dat de school gaat groeien naar 474 leerlingen in 2037. Daarmee kan op termijn met de beschikbare onderwijscapaciteit, 2.498 m² bvo, een tekort ontstaan. Afspraak is om de leerlingontwikkeling op termijn aan te zien. Voor de korte- en middellange termijn is de onderwijscapaciteit passend voor de school.