Bijlage 1 - Fruitdelta Gebiedsagenda (oktober 2022)
Tekst van het document
FruitDelta Gebiedsagenda Krachten bundelen om integraal te werken aan de opgaven van de toekomst
Versie 2.0 (21 oktober 2022)
Voorwoord De regio FruitDelta Rivierenland is een vruchtbare delta waarin de woon- en werkomgeving gevormd wordt door de tuinbouw en logistiek, het unieke (dijken)landschap en een rijke cultuurhistorie. Het is een veerkrachtige regio, juist omdat solidariteit en aanpassingsvermogen in ons DNA zit. Binnen de regio wordt al lang samengewerkt en met veel succes. We werken samen met onze partners uit het bedrijfsleven, organisaties, inwoners, onderzoeks- en onderwijsinstellingen en andere overheden. We boeken mooie resultaten dankzij deze samenwerking. Voorbeelden hiervan zijn de projecten uit de Regio Deal, het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) met afsprakenkader, de Mobiliteitsagenda en -fonds, de Woonagenda en het Regionaal Stimuleringsfonds (RSF) en zeker ook de Laanboomcampus, Logistieke Campus en de Fruit Tech Campus. Resultaten waarop wij en onze partners enorm trots zijn. Tegelijkertijd zijn de bestaande samenwerkingen ontoereikend om de meer complexe, gebiedsoverstijgende opgaven aan te pakken. Daarvoor zijn de onderlinge afhankelijkheden tussen de opgaven simpelweg te groot. Opgaven komen immers samen in het gebied van de regio. Hierdoor kan de oplossing van het één, bijvoorbeeld ruimte voor waterberging en zonnepanelen, een probleem creëren voor het ander, bijvoorbeeld het uitbreiden van het areaal boomteelt.
Met andere woorden, als we de verschillende opgaven niet in samenhang oppakken, creëren we niet de nodige synergie die ons in staat stelt om deze opgaven te realiseren.
Samen met de provincie en onze partners zetten we nu de volgende stap in de samenwerking. Dit doen we door slim samen te werken met onze partners zodat we echt integrale oplossingen kunnen creëren die passen bij onze regio. We sluiten daarbij enerzijds aan bij wat binnen onze fysieke omgeving mogelijk is. Anderzijds hebben we met elkaar oog voor de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt. Het samenwerken met onze partners op opgaveniveau om zo te komen tot integrale oplossingen, is een werkwijze die nog niet elders in Gelderland bestaat en waar wij trots op zijn! Deze werkwijze staat beschreven in de Gebiedsagenda. Deze beschrijft de visie, strategische opgaven en integrale oplossingsrichtingen van de regionale overheden en partners in Rivierenland. Het legt de basis voor een werkwijze waarin we samen voor de complexe opgaven de beste oplossingen identificeren en uitwerken. De Gebiedsagenda is dus geen vervanging van bestaande programma’s en processen, maar ondersteunt deze. We hebben er alle vertrouwen in dat we met deze Gebiedsagenda een stevige stap zetten richting een duurzame toekomst voor onze regio! De Begeleidingsgroep Oktober 2022
Colofon Uitgave Regio Rivierenland, 2022 p/a Burg. Van Lidth de Jeudelaan 3, 4001 VK Tiel De ontwikkeling van de FruitDelta Gebiedsagenda wordt mede mogelijk gemaakt door de Regio Deal FruitDelta Rivierenland. Eindredactie: N. Bremmer-Ursinus (Regio Rivierenland), W. Minkhorst (Regio Rivierenland) Met bijdragen van: J. Fijnje (Regio Rivierenland), G. Laman (Provincie Gelderland), N. van de Wetering (Gemeente West Betuwe), R. Wintjens (Regio Rivierenland) Redactie en vormgeving: WolLöf Communicatie BNO, Tiel Procesbegeleiding door S. Verbeek en R. de Man (P2)
2 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
3
Verklarende woordenlijst
Inhoudsopgave
Begrip
Toelichting
FruitDelta Rivierenland
Samenwerkingsplatform van overheid, ondernemers, onderwijs/onderzoek en ondernemende inwoners om samen de regio te ontwikkelen en te versterken.
Regio Deal
Een samenwerking tussen rijk en regio om de kracht van de regio te versterken. De FruitDelta Regio Deal bestaat uit 31 projecten die de brede welvaart in de regio versterken.
Regionaal Stimuleringsfonds (RSF)
Een fonds om regionale innovaties op de drie speerpunten Logistiek & Vestigingsklimaat Bedrijven, Agribusiness en Recreatie & Toerisme van Regio Rivierenland te stimuleren.
1. Inleiding 1.1. Wat is de Gebiedsagenda? 1.2. Toegevoegde waarde van nieuwe samenwerkingen 1.3. Van bestaande samenwerkingen naar brede welvaart 1.4. Complexe opgaven 1.5. Hoe willen we deze complexe opgaven aanpakken als regio? 1.6. Status Gebiedsagenda 2.0
6 6 8 8 8 8 9
5 O’s
Overheid, Ondernemende inwoners, Ondernemers, Organisaties en Onderwijs- & Onderzoeksinstellingen (ook wel Pentahelix genoemd).
Multidisciplinaire begeleidingsgroep
De groep die de totstandkoming van de Gebiedsagenda begeleidt. Deze bestaat uit vertegenwoordigers vanuit de 5 O’s.
2. Missie, visie en doelen 2.1. Missie 2.2. Visie 2.3. Doelstellingen 2.4. Regionale, integrale opgaven
10 10 10 10 10
SMART
SMART staat voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. Als je doelstellingen met deze methode opstelt, worden ze duidelijk en concreet.
KPI’s
KPI staat voor Kritieke Prestatie-Indicator. Met KPI’s kun je prestaties meten. Ze maken de voortgang meetbaar en concreet.
12 12 14
Pentahelix-overleg
Een overleg waarbij vertegenwoordiging vanuit de 5 O’s aan tafel zitten.
Ruimtelijke kwaliteit
Een goede belevingswaarde van het gebied.
Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025
Het document waarin de regionale economische ambitie, doelstellingen en opgaven tot 2025 staan beschreven.
Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030
Een belangrijk kader voor de samenwerking in de regio Rivierenland op het beleidsveld wonen. Het heeft als doel om de woningbouwopgave in de regio gezamenlijk af te stemmen.
3. De regionale, integrale opgaven 3.1. Behouden en versterken innovatievermogen van krachtige regionale sectoren 3.2. Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van transitieopgaven, robotisering en automatisering 3.3. Inspelen op de groeiende vraag naar woningen en daarbij rekening houden met de woningbehoefte van inwoners, inclusief aandachtsgroepen 3.4. Beschermen van Rivierenlanders voor toekomstige risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals overstromingsgevaar, hittestress en droogte 3.5. Versnellen van de energietransitie in de regio en het verminderen van de CO2-uitstoot met 55% in 2030 3.6. Behouden en verbeteren van de biodiversiteit in de regio 3.7. Verbeteren en behouden van benodigde regionale mobiliteit in een regio met een relatief lage bevolkingsdichtheid 3.8. Behouden en optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit bij een toenemende druk op de ruimte door onder andere woon- en transitieopgaven 3.9. Integrale regionale oplossingen
Logistics Valley Rivierenland
Onderdeel van Logistics Valley dat ondernemers, overheid en kenniscentra verbindt voor een krachtig, duurzaam en innovatief logistiek Rivierenland.
Greenport Gelderland
Een netwerkorganisatie die tuinders, overheden, onderzoekers en het bedrijfsleven uit het Gelderse Rivierengebied bij elkaar brengt.
Laanboomhuis
De kraamkamer van nieuw boomteelttalent met daarin een leslokaal voor de opleiding Boomteelt. In de omliggende tuin brengen de kwekers in opleiding hun kennis meteen in de praktijk.
4. De samenwerking 4.1. Samenwerkingsstructuur 4.2. Werkwijze 4.3. Monitoring 4.4. Investeringen
30 30 32 33 35
Fruit Tech Campus
Hét centrale punt binnen Rivierenland voor innovatie en educatie op het gebied van fruit, technologie en data.
Huis van de Logistiek
Een logistieke campus: een plaats voor ontmoeting en een werkplek voor logistieke ondernemers in Rivierenland.
Bijlage 1. Begeleidingsgroep Bijlage 2. Bestaande beleidsagenda’s en instrumenten Bijlage 3. Kruistabel van opgaven en oplossingsrichtingen Bijlage 4. Doorloop van het samenwerkingsproces
37 37 38 39
Leven Lang Ontwikkelen (LLO)
Om goed inzetbaar te blijven op de arbeidsmarkt, is het belangrijk dat mensen zich blijven ontwikkelen: een Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Dus ook na het afronden van hun initiële opleiding.
Regionaal WerkbedrijfPlatform Onderwijs en Arbeidsmarkt Rivierenland (RW POA)
Een regionaal bestuurlijk samenwerkingsverband. Deze netwerkorganisatie bestaat uit vertegenwoordigers van acht regiogemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties, UWV, Werkzaak Rivierenland en onderwijsinstellingen.
Onderwijs en Arbeidsmarkt 2021- 2025
Een strategische meerjarenagenda voor de arbeidsmarktregio Rivierenland. De partners van RW-POA Rivierenland hebben met elkaar afgesproken om deze agenda in samenwerking te ontwikkelen.
VSO/PrO
Voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en praktijkonderwijs (PrO) zijn vormen van voortgezet onderwijs. VSO/PrO is bedoeld voor leerlingen die specialistische dan wel extra ondersteuning nodig hebben, dat het regulier onderwijs niet kan bieden.
4 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
16 18 21 24 26 28 29
5
1. Inleiding 1.1. Wat is de Gebiedsagenda? In de Gebiedsagenda formuleren wij, regionale overheden en partners in Rivierenland, een visie, strategische opgaven en integrale oplossingsrichtingen. Wij leggen er de basis mee voor een werkwijze waarin wij samen voor de complexe opgaven de beste initiatieven benoemen en uitwerken (zie hiervoor ook de animatievideo ‘Gebiedsagenda FruitDelta’, scan de QR-code). De Gebiedsagenda is geen vervanging van bestaande programma’s en processen, maar ondersteunt deze. Figuur 1 toont de relatie tussen de Gebiedsagenda, de regionale beleidsvelden, het Regionaal Stimuleringsfonds en de Regio Deal.
Dit is nodig om toekomstbestendig te zijn. Wij hebben met name aandacht voor de economische, ecologische en sociaal-culturele wisselwerkingen. De Gebiedsagenda speelt in op bestaande beleidsstrategieën en stelt doelen voor de lange termijn. Samen met onze partners bespreken wij hoe we de integrale opgaven slim en efficiënt kunnen oppakken. Dat doet ieder vanuit zijn eigen rol, taak en verantwoordelijkheid. Dit is een dynamisch proces waarvoor de betrokken disciplines steeds inbreng moeten leveren en waarvan de voortgang binnen de opgaven ook moet worden bewaakt.
De Gebiedsagenda 2.0 geeft inzicht in de missie, visie, doelen, integrale opgaven en oplossingsrichtingen voor een toekomstbestendige regio. Het legt de basis voor regionaal samenwerken op complexe opgaven.
Gebiedsagenda
Box 1. Regionale context FruitDelta Rivierenland is een regio in de zuidwestelijke vleugel van de provincie Gelderland in het midden van Nederland met bijna een kwart miljoen inwoners. Het gebied wordt gevormd door de Tielerwaard, de Culemborgerwaard, de Betuwe, de Bommelerwaard en het westen van het Land van Maas en Waal. In de regio werken acht gemeenten samen: Buren, Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel. Rivierenland heeft een uniek landschap met afwisseling tussen de kleinschaligheid van oeverwallen en de karakteristieke vergezichten van de komgebieden. In een delta van water, fruit en kastelen moeten meer dan 1.000 kilometer aan dijken enerzijds voor droge voeten zorgen. Met de vroegere evacuaties van gebieden, zoals de Bommelerwaard, op het netvlies, zijn waterveiligheid en klimaatadaptatie grote opgaven. Anderzijds zorgt het water voor het bloeien en groeien in de regio en is het een bron van welvaart. Het gebied heeft veel agrarisch grondgebruik en is bekend om de fruit- en laanboomteelt.
Looptijd 10 jaar (2020 - 2030)
Doelen
Integrale opgaven
____________ Doelen ____________ Opgaven
Onderwijs & Arbeidsmarkt ____________ Ambitie: Regionale agenda onderwijs en arbeidsmarkt ____________ Doelen ____________ Opgaven
Looptijd 30 jaar (2020-2050 )
____________ Doelen ____________ Opgaven
Mobiliteit ____________ Ambitie: Regionale Mobiliteitsagenda
Looptijd 4 jaar (2021-2025)
Duurzaamheid ____________ Ambitie: Regionale Energie Strategie
Looptijd 4 jaar (2019 -2022)
____________ Doelen ____________ Opgaven
Economie ____________ Ambitie: Regionaal Economisch Ambitiedocument ____________ Doelen ____________ Opgaven
Looptijd10 jaar (2020-2030)
Wonen ____________ Ambitie: Regionale Woonagenda
Gezondheid
(waaronder ook stikstof enhuisvesting arbeidsmigranten)
Looptijd 4 jaar (2022-2025 )
Looptijd10 jaar (2020-2030)
Ruimte
Klimaat ____________ Ambitie: Regionale Adaptatie strategie ____________ Doelen ____________ Opgaven
Van gezamenlijke ambitie... ...Tot succesvolle realisatie
Projecten ________________ Projecten partners /stakeholders
Projecten _________________ Projecten partners /stakeholders
Projecten _________________ Projecten partners /stakeholders
Projecten ________________ Projecten partners /stakeholders
Projecten ________________ Projecten partners /stakeholders
Projecten ________________ Projecten partners /stakeholders
Regio Deal Looptijd 3 jaar (2021-2023)
Regio Deal-projecten
Regio Deal-projecten
Regio Deal-projecten
Regio Deal-projecten
Regio Deal-projecten
Regio Deal-projecten
Programmalijn Inclusief
Programmalijn Fruit
Programmalijn Delta
Programmalijn Fruit
Programmalijn Inclusief
Programmalijn Delta
Figuur 1. Overzicht van de samenhang tussen regionale beleidsopgaven en de Gebiedsagenda
6 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
Van oorsprong is in de regio met name gebouwd op de oeverwallen. De inwoners vormen een unieke verzameling van verschillende gemeenschappen, gevestigd in 80 karakteristieke steden, dorpen en kernen, die van oudsher gescheiden van elkaar zijn door het water en de dijken.
De regio FruitDelta Rivierenland wordt gekenmerkt door de rivieren Maas, Waal en Rijn, de vruchtbare bodems en de centrale ligging. Dit is aantrekkelijk voor transport en opslag. De tuinbouw en logistiek zijn belangrijke economische pijlers. Vanwege het unieke landschap en de ruimte liggen er kansen voor recreatie en toerisme. De opgaven voor het versterken van de regionale economie kennen niet uitsluitend een economisch karakter. Ze zijn vrijwel altijd integraal verbonden met de opgaven op het gebied van verduurzaming, mobiliteit, arbeidsmarkt & onderwijs, innovatiekracht en woon- en leefklimaat.
Doordat inwoners van oudsher sterk op elkaar waren aangewezen, is samenwerking onderdeel geworden van een gedeelde identiteit. De wederzijdse afhankelijkheid en gedeelde normen en waarden zorgden voor een gevoel van verbondenheid. Dit is de basis van de veerkracht in de regio, juist omdat solidariteit en aanpassingsvermogen in ons DNA zit. Dat zorgt voor diversiteit van de bevolking, maar ook voor ondernemerschap. Dit is zeer kenmerkend voor de regio; het grote aantal gebiedscoöperaties en burgerinitiatieven die vrijwel elk maatschappelijk terrein bestrijken, illustreren dit. Drie grote rivieren domineren het gebied: de Maas, de Rijn en de Waal. Zij vormen een cruciale schakel in de Nederlandse delta. Economisch bestaan er nauwe banden met de aangrenzende provincies en regio’s. De A2 en A15 doorkruisen het gebied en vormen respectievelijk een belangrijke kennis-as (Amsterdam-Eindhoven) en de logistieke as Rotterdam-Duitsland. Dit zijn de belangrijkste vervoercorridors voor de regio. De ligging op het kruispunt van snelwegen maakt Rivierenland tot een aantrekkelijke logistieke hotspot. Ten opzichte van de rest van het land heeft Rivierenland meer jonge inwoners en minder 80-plussers. De komende jaren is de vergrijzing in onze regio echter bovengemiddeld. De zorgvraag stijgt, terwijl tegelijk de vervangingsvraag in het zorgaanbod ook bovengemiddeld groeit.
Daarnaast is er een relatief hoog zorggebruik, vooral van ziekenhuiszorg. Het algehele opleidingsniveau ligt lager dan het landelijk gemiddelde. Om zorgverlening te kunnen behouden, is er meer regionale samenwerking en preventie nodig. En ook samenwerking tussen domeinen en met regionaal samenwerkende gemeenten. Deze opgaven zijn nog niet regionaal bij de overheid belegd, maar vragen om een verdiepende verkenning. Die moet plaatsvinden met zorgpartners die onder meer zijn verenigd in ‘Rivierenland samen beter’ en dat moet leiden tot een advies voor een strategische aanpak in 2023.
Economie
Sociaal
Ecologie
De regio huisvest zo’n 250.000 inwoners, verdeeld over 80 woonkernen. Er is een toename van forensen uit de Randstad en arbeidsmigranten die in de tuinbouw werkzaam zijn. Cohesie tussen de kernen, voorzieningen, ontwikkelmogelijkheden, bereikbaarheid en gezond en prettig wonen maken Rivierenland een aantrekkelijke regio voor de verschillende doelgroepen. Dit vraagt om een gemeente-overstijgende strategie op wonen, biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteit en mobiliteit.
De ruimtelijke kwaliteit en ecologie van de regio ligt ten grondslag aan zowel de economische als de sociale waarden. We werken op regionaal niveau aan: a) klimaatadaptie, b) biodiversiteit, c) ruimtelijke kwaliteit en d) duurzame energie en mobiliteit. Hierdoor gaan we toe naar een gezonde(re) leefomgeving, met een langetermijn-business case voor de tuinbouw en klimaatrobuuste oplossingen.
Figuur 2: Karakteristieken en opgaven in de regio geprojecteerd op ‘people, planet, profit’
7
1.2. Toegevoegde waarde van nieuwe samenwerkingen De werkwijze van de Gebiedsagenda is erop gericht om met elkaar de verschillende opgaven in samenhang te bekijken. Daardoor komen we tot slimmere oplossingen en creëren we de synergie die onze aanpak nodig heeft, met oog voor ruimte die fysiek beschikbaar is. Ook kunnen we kansen en capaciteiten beter benutten en ontstaat flexibiliteit. Die is nodig om goed in te kunnen spelen op veranderende prioriteiten. We hebben een gezamenlijke aanpak nodig om investeringen en een duurzame ontwikkeling van de ruimtelijke ordening als geheel te kunnen bekostigen. Met deze aanpak kunnen wij onze doelstellingen beter prioriteren, onze gezamenlijke communicatie richting de rijksoverheid en de EU gericht vormgeven en meer externe financiering aantrekken voor de aanpak van onze opgaven. 1.3. Van bestaande samenwerkingen naar brede welvaart Op veel opgaven werken we al goed samen binnen Rivierenland, zoals via het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025 en de Regionale Woonagenda Rivierenland 2030. Samenwerkingspartners binnen FruitDelta Rivierenland willen allemaal dat zoveel mogelijk inwoners nu en in de toekomst een fijn leven hebben. Dit wordt ook wel de brede welvaart genoemd. Het verwijst naar datgene waar mensen ‘waarde’ aan toekennen.
Naast materie gaat dit ook om immateriële zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Welvaart gaat niet alleen om de kwaliteit van leven van mensen in de regio op dit moment, maar ook om de effecten van de huidige, regionale welvaart op het welzijn van andere regio’s en toekomstige generaties (bron: www.pbl.nl/brede-welvaart-in-de-regio). Voor elke regio heeft brede welvaart een andere betekenis. Wij kunnen als regio zelf invulling geven aan brede welvaart door ambities en doelen te formuleren die passen bij Rivierenland. Betrokken partners onderkennen dat de bestaande samenwerkingen onvoldoende zijn om deze meer complexe opgaven aan te pakken. Daarvoor zijn de onderlinge afhankelijkheden tussen opgaven te groot. 1.4. Complexe opgaven De opgaven zijn complex omdat de onderliggende problematiek sterk verweven is met andere opgaven (wonen, natuur, cultuurhistorie, leefbaarheid, economie en mobiliteit). Verschillende belanghebbenden met wisselende belangen moeten betrokken zijn bij het oplossen van de problemen. Ook spelen de opgaven vaak op meerdere schaalniveaus, zodat lokale, regionale en nationale partners samen op zoek moeten naar oplossingen. Complexiteit betekent ook dat er vaak geen overeenstemming is over een eenduidige oplossing die alle opgaven oplost.
Denk bijvoorbeeld aan het ‘not in my backyard’-effect van de opwekking van duurzame energie met wind en zon. Daarnaast hebben complexe beleidsopgaven een grote maatschappelijke impact en is de oplossing ervan vaak urgent.
8 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
Er is steeds minder ruimte beschikbaar in de regio. Dit versterkt de complexiteit van de opgaven. Zo kunnen we niet genoeg woningen bouwen. Ook kunnen we bestaande woningvoorraad niet verduurzamen als we niet genoeg beschikbare energie hebben. De huidige energievraag van woningen is ook nog eens toegenomen (door zonnepanelen, elektrische auto’s, etc.). Waar vroeger 150 woningen op een kabel konden worden aangesloten, zijn dat er nu nog slechts 25. Die energie moet bovendien hernieuwbaar zijn om onze klimaatopgaven aan te pakken. Dit alles vergt veel ruimte en vakmensen, die beide schaars zijn. 1.5. Hoe willen we deze complexe opgaven aanpakken als regio? Dat willen wij doen door focus, samenhang en versnelling aan te brengen in de bestaande initiatieven, zoals projecten en programma’s. Wij maken een samenhang tussen de projecten van de verschillende stakeholders. We gaan daarvoor eerst met elkaar en relevante partners in gesprek over ieders belangen in de regionale complexe opgaven en ieders uitdagingen daarbij. Zo kunnen we samen tot slimmere oplossingen komen die sneller te realiseren zijn. Dit betekent ook dat de O’s moeten samenwerken aan integrale en regionale oplossingen, waar dat nodig is. Opgaven komen immers samen in het gebied van de regio. De oplossing van het één kan daardoor een probleem vormen voor het ander.
Zo kan bijvoorbeeld de benodigde ruimte voor waterberging en zonnepanelen in de weg staan van de uitbreiding van de oppervlakte voor boomteelt. Met andere woorden, we hebben synergie nodig om de verschillende opgaven in samenhang op te kunnen pakken. Afhankelijk van de complexiteit van de opgaven ligt hierbij het accent op een gemeenteoverstijgende/regionale aanpak of een integrale aanpak. Of een combinatie van beide.
Box 2. Werkwijze in andere Gelderse Regio’s Als regio lopen wij voorop met de voorgenomen werkwijze om samen met onze partners opgaven te identificeren en samen tot slimme oplossingen te komen (voor verdere toelichting: zie hoofdstuk 4). Deze werkwijze bestaat nog niet in de andere regio’s van Gelderland, zoals de Achterhoek en Groene Metropoolregio. Met Gebiedsagenda’s werken zij er al wel aan, maar deze zijn minder integraal en meer projectmatig ingestoken. In de Achterhoek worden vanuit zes thematafels relevante projecten aangejaagd. De thematafels leggen verantwoording af aan de Achterhoek Board, die op haar beurt de voortgang bewaakt van deze projecten. De samenwerking ligt daarmee in hoofdzaak op afstemming over het toewijzen van financiële middelen aan projecten. In de Groene Metropoolregio (Arnhem-Nijmegen) worden initiatieven beoordeeld om deze eventueel op te nemen in de investeringsagenda. Een initiatiefnemer meldt zich met een projectidee en een adviesteam legt dit voor aan het gebiedsoverleg. Dat besluit of het initiatief op de investeringsagenda komt. Daarna start een nadere uitwerking en de zoektocht naar financiering.
De missie, visie, doelen, integrale opgaven en oplossingsrichtingen voor een toekomstbestendige regio in de Gebiedsagenda zijn, waar mogelijk, SMART gemaakt. Maar voor een aantal punten moeten ze in overleg met de partners verder worden ontwikkeld. De Gebiedsagenda vormt de basis voor het toekomstige, uitvoerende, regionale plan. Als onderdeel van het Gebiedsagenda-proces betrekken wij de relevante overheden en partners bij het SMART maken van de doelen en opgaven. Als ook bij het ontwikkelen van opgave-overstijgende (integrale) oplossingen. Ondanks dat de plannen en de monitoring voor de periode tot 2030 gelden, gaat het uitvoerend team werken aan concrete plannen voor een periode van drie tot vijf jaar. De Gebiedsagenda zal tussentijds worden aangepast aan actuele autonome ontwikkelingen en nieuwe inzichten in de regio. De meest actuele versie van de Gebiedsagenda is te vinden op de website van FruitDelta Rivierenland: www.fruitdelta.nl/fruitdelta-gebiedsagenda. Twee afzonderlijke documenten vergezellen de Gebiedsagenda 2.0: 1.
Monitoringsplan: Hiermee kunnen wij met elkaar de bestaande integrale opgaven en oplossingsrichtingen evalueren, daarvan leren en ze aanpassen. Er is een eerste analyse gemaakt van mogelijke indicatoren (KPI’s) met de beschikbare data om deze meetbaar te maken. De opzet van het monitoringsplan moet gaan aansluiten bij de verdere uitwerking van de integrale doelstellingen. Daarom delen we het monitoringsplan nu nog niet. Wel delen we een ontwerpschets van een dashboard. Met dit dashboard kunnen de veranderingen in de geselecteerde indicatoren inzichtelijk worden gemaakt. De ontwerpschets wordt in het komende jaar ook verder ontwikkeld. Dat gebeurt in samenwerking met gemeenten en partners om zodoende in te spelen op hun behoefte bij het monitoren van de voortgang.
2
Investeringsagenda: Dit is een strategisch document waarin wij de koppeling leggen tussen verschillende bestaande investeringsinstrumenten - zoals de Regio Deal en het Regionaal Stimuleringsfonds - én de acht opgaven uit de Gebiedsagenda. De huidige versie van dit document bevat nog geen uitgebreide agenda, maar toont per opgave het totaalbedrag aan relevante regionale investeringen. Ook lichten wij per opgave drie voorbeeldinitiatieven toe. De Investeringsagenda geeft daarmee een overzicht van de huidige investeringen die bijdragen aan de integrale opgaven. In de komende maanden vinden er analyses en gesprekken met partners plaats om de agenda verder te ontwikkelen.
1.6. Status Gebiedsagenda 2.0 De Gebiedsagenda 2.0 is voortdurend in ontwikkeling en bouwt voort op de Gebiedsagenda 1.0. Het Algemeen Bestuur van Regio Rivierenland, de multidisciplinaire begeleidingsgroep (zie bijlage 1) en de Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland omarmden de Gebiedsagenda 1.0 in april 2022.
9
2. Missie, visie en doelen 2.1. Missie Het waarborgen van een gezonde, duurzame, zelfredzame, welvarende en inclusieve regio voor de toekomst. Om dat te kunnen doen, versterken wij in de regio het sociale, ecologische en economische kapitaal. Regionale samenwerking is cruciaal om de complexe, integrale opgaven aan te pakken en haalbaarheid en draagvlak te kunnen garanderen. 2.2. Visie De visie van de FruitDelta Gebiedsagenda biedt de regio een concreet toekomstperspectief: In 2030 is FruitDelta Rivierenland op economisch, ecologisch en cultureel sociaal gebied een duurzame, vitale en welvarende regio. In 2030 zijn de economische sectoren versterkt met ruimte voor innovatie. De kennis over digitalisering en robotisering in onze regio en omliggende steden verspreiden we breed over het mkb en binnen overheid, zorg en onderwijs. Veel innovaties, waaronder de vele (technologische) hoogstandjes en onze moderne bedrijfsvoering, gaan onze regio meer divers maken. De regio heeft de kansen van de circulaire economie verkend en waar mogelijk toegepast. Door te blijven inzetten op innovaties werkt de regio gericht aan een toekomstbestendig logistiek ecosysteem, als belangrijk knooppunt in de Gelderse corridor. In 2030 zorgen we er met elkaar voor dat professionals zich voortdurend kunnen ontwikkelen en er een sociale verbondenheid in wonen en werken is.
Talenten helpen actief mee aan het versterken van de eigen regio. Werkenden en jonge inwoners zijn enthousiast om aan de slag te gaan bij de lokale bedrijven. Een regiobreed programma voor medewerkers zorgt ervoor dat zij zich kunnen doorontwikkelen en in de regio blijven. In 2030 is de woonomgeving aantrekkelijk voor haar inwoners, met voldoende en betaalbare woningen. De werklocaties zijn gebundeld en goed bereikbaar voor de verschillende vormen van vervoer. De regio blijft interessant voor zowel grotere bedrijven als het mkb. We zorgen voor een divers aanbod en aantrekkelijke en kwalitatieve (toeristisch-recreatieve) voorzieningen. Er ontstaat een juiste balans tussen de bestaande woningvoorraad en de behoefte in kwantiteit, kwaliteit en betaalbaarheid. In 2030 is de bebouwde omgeving en het landelijk gebied klimaatadaptief. Ze zijn daardoor bestand tegen meer droogte, wateroverlast en hitte. We voldoen aan een goede ruimtelijke kwaliteit. Als regio laten we zien hoe we op een duurzame manier wonen, werken en leven, met minder CO2- en stikstofuitstoot en meer biodiversiteit. Dit sluit aan bij o.a. de stikstof- en waterkwaliteitsnormen en een passende ruimtelijke ordening. Door het veranderende klimaat zijn aanpassingen nodig. Hiervoor richten wij gebieden klimaatadaptief en waterrobuust in.
iedereen zich veilig en duurzaam kan verplaatsen in, van en naar de regio. In onze visie staat de samenwerking binnen en buiten de regio, met overheid, private sector en burgers centraal. In 2030 is deze samenwerking nog steeds krachtig en zorgt het voor draagvlak om in transitie te blijven.
2.3. Doelstellingen In de Gebiedsagenda 2.0. beschrijven wij de richtinggevende doelstellingen en de geïdentificeerde opgaven. Wij zetten een proces op om de SMART-doelen te bepalen voor de overkoepelende visie en de acht integrale opgaven. Zo kunnen de relevante partners van de FruitDelta Gebiedsagenda gezamenlijk komen tot een gedragen en haalbaar plan. De SMART-doelen moeten het gewenste resultaat in 2030 duiden (wanneer zijn we tevreden?) en worden vertaald in de indicatoren voor de monitoring. De hoofddoelstelling van de FruitDelta Gebiedsagenda voor 2030 sluit aan bij de hoofdambities uit bestaande regionale beleidsstrategieën:
“FruitDelta Rivierenland versterkt haar brede welvaart met inachtneming van de ruimtelijke kwaliteiten” Om dit hoofddoel te bereiken, werken de partijen in FruitDelta Rivierenland aan vier subdoelen. Deze zijn gestoeld op de regionale ontwikkelingen (hoofdstuk 2) en de missie en visie hierboven.
De regionale, integrale opgaven voor 2030: 1 Behouden en versterken van het innovatievermogen van krachtige regionale sectoren. 2 Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van transitieopgaven, robotisering en automatisering. 3 Inspelen op de groeiende vraag naar woningen en daarbij rekening houden met de woningbehoefte van inwoners, inclusief aandachtsgroepen. 4 Beschermen van Rivierenlanders voor toekomstige risico’s als gevolg van klimaatverandering, zoals overstromingsgevaar, hittestress en droogte. 5 Versnellen van de energietransitie in de regio en het verminderen van de CO2-uitstoot met 55% in 2030. 6 Behouden en verbeteren van de biodiversiteit in de regio. 7 Verbeteren en behouden van benodigde regionale mobiliteit in een regio met een relatief lage bevolkingsdichtheid. 8 Behouden en optimaliseren van de ruimtelijke kwaliteit bij een toenemende druk op de ruimte door onder andere woon- en transitieopgaven.
VISIE
HOOFDDOELSTELLING
In 2030 is FruitDelta Rivierenland op economisch, ecologisch en cultureel sociaal gebied een duurzame, vitale en welvarende regio.
2.4. Regionale, integrale opgaven Op basis van de regionale context (zie hoofdstuk 1), hebben we acht regionale, integrale opgaven geïdentificeerd. Deze zijn bij uitstek niet enkel op gemeentelijk niveau aan te pakken en hebben baat bij een regionale samenwerking. De benoemde oplossingsrichtingen (hoofdstuk 3) dragen bij voorkeur bij aan meerdere subdoelen. Daardoor kunnen we de complexe maatschappelijke opgaven effectief en inclusief aanpakken. Tussentijds kan het blijken dat een opgave vervalt of verandert; dat is mogelijk in een adaptieve (niet-statische) Gebiedsagenda.
In 2030 zorgen we met elkaar ervoor dat professionals zich continue kunnen ontwikkelen en er een sociale verbondenheid in wonen en werken is.
In 2030 is de woonomgeving aantrekkelijk voor haar inwoners, met voldoende en betaalbare woningen. De werklocaties zijn goed bereikbaar.
In 2030 is de bebouwde omgeving en landelijk gebied is klimaatadaptief gemaakt en voldoen we aan een goede ruimtelijke kwaliteit.
In 2030 hebben we met elkaar de multimodale (weg/spoor/water/fiets-) bereikbaarheid van de regio versterkt.
In onze visie staat de samenwerking binnen en buiten de regio, met overheid, private sector en burgers centraal.
Figuur 3. Samenvatting van de doelen en opgaven van de Gebiedsagenda
SUBDOELSTELLINGEN
Iin 2030 is FruitDelta Rivierenland welvarend en biedt het een goed functionerende arbeidsmarkt voor iedereen.
In 2030 zijn de economische sectoren versterkt met ruimte voor innovatie.
In 2030: 1 is FruitDelta Rivierenland welvarend en biedt zij een goed functionerende arbeidsmarkt voor iedereen; 2 biedt FruitDelta Rivierenland iedereen een fijne en gezonde leefomgeving met passende huisvesting; 3 draagt FruitDelta Rivierenland bij aan de duurzaamheidsopgaven en is zij voorbereid op klimaatverandering; 4 kent FruitDelta Rivierenland een duurzame en optimale bereikbaarheid voor iedereen.
In hoofdstuk 3 werken wij de integrale opgaven verder uit, met een toelichting over de context, de uitdagingen en mogelijke oplossingsrichtingen. De doelstellingen en de opgaven (zie figuur 3) zullen in het vervolgproces van de Gebiedsagenda concreter (SMART) worden gemaakt. En verder uitgewerkt met de relevante partners.
FruitDelta Rivierenland versterkt haar brede welvaart met in achtneming van de ruimtelijke kwaliteiten.
In 2030 biedt FruitDelta Rivierenland iedereen een fijne en gezonde leefomgeving met passende huisvesting.
In 2030 draagt FruitDelta Rivierenland bij aan de duurzaamheidsopgaven en is voorbereid op klimaatverandering.
In 2030 kent FruitDelta Rivierenland een duurzame en optimale mobiliteit voor iedereen.
OPGAVEN
VERWEVENHEID VAN DE OPGAVEN
Behouden en versterken van het innovatievermogen van krachtige regionale sectoren
Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt
Inspelen op de groeiende vraag naar woningen met aandacht voor speciale aandachtsgroepen Beschermen van Rivierenlanders voor toekomstige risico’s als gevolg van klimaatverandering Versnellen van de energietransitie in de regio en het verminderen van de CO2-uitstoot
Behouden en verbeteren van de biodiversiteit in de regio
Behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit bij een toenemende druk op de ruimte
Verbeteren en behouden van benodigde regionale mobiliteit
Regionale samenwerking is de basis voor de Gebiedsagenda
In 2030 hebben we met elkaar de multimodale (weg/spoor/ water/fiets) bereikbaarheid van de regio versterkt, zodat
10 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
11
3. De regionale, integrale opgaven In dit hoofdstuk beschrijven wij kort elke regionale, integrale opgave. Wij benoemen de uitdagingen die de partners zien en geven mogelijke oplossingsrichtingen op regionaal niveau om de doelen voor 2030 te behalen. De samenwerking op regionaal niveau biedt niet alleen kansen om opgaven aan te pakken op een gemeente-overstijgend niveau, maar ook om proactief tot slimme oplossingen te komen die meerdere opgaven dienen. In de Gebiedsagenda 2.0. worden deze integrale oplossingen licht aangestipt per opgave. In het vervolgproces van de Gebiedsagenda betrekken wij partners bij het vaststellen van mogelijke integrale oplossingen en bij het prioriteren van de oplossingen die de meeste impact kunnen maken voor de transities in de regio. 3.1. Behouden en versterken innovatievermogen van krachtige regionale sectoren 3.1.1. Context en autonome ontwikkelingen FruitDelta Rivierenland heeft een dynamische ondernemerschapscultuur en bovengemiddeld veel mkb en familiebedrijven die zorgen voor een groot aandeel van de werkgelegenheid. De regio onderscheidt zich ten opzichte van andere regio’s op het gebied van logistiek, tuinbouw (fruit, laanbomen, glastuinbouw en paddenstoelenteelt) en toerisme, maar is tegelijkertijd kwetsbaar door de conjunctuurgevoelige sectorstructuur.
Kijken we naar de verdeling van werkgelegenheid naar omvang van de vestigingen, dan valt op dat 65% van de werkgelegenheid bij kleine bedrijven (tot 50 werknemers) zit. Verder zorgen arbeidsmigranten er al een geruime tijd voor dat de regionale economie in de tuinbouw en logistiek draaiende blijft ondanks de structureel krappe arbeidsmarkt. Het innovatievermogen van de regionale economie is belangrijk om onze transitieopgaven te kunnen aanpakken, zoals de energietransitie. Hiervoor zijn innovaties op het gebied van transport en tuinbouw nodig. Denk bij transport aan innovaties naar duurzame brandstoffen en andere energiedragers voor transport over weg en water en bij tuinbouw aan lichtdoorlatende zonnepanelen als teeltondersteunende voorziening. Innovaties binnen deze sectoren kunnen op gespannen voet staan met de landschappelijke kwaliteit in de regio, die essentieel is voor de toeristische sector. Daarnaast is het innovatievermogen ook belangrijk voor toekomstige werkgelegenheid. De agri- en logistieke sectoren in de regio komen op achterstand wanneer zij niet innoveren ten opzichte van de internationale markten. Dit heeft als risico dat sectoren en werkgelegenheid verdwijnen. Belangrijk in deze context is dat de regio zelf weinig kennis- en onderwijsinstellingen heeft, met name op hbo- en wo-niveau.
Er zijn wel goede connecties opgezet met kennisinstellingen nabij de regio, denk aan Wageningen, Den Bosch, Nijmegen en Arnhem. Uit onderzoek blijkt verder dat Rivierenland tot de categorie regio’s in Nederland behoort waar het bedrijfsleven het minst in innovatie investeert.
12 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
3.1.2. Uitdagingen Via bestaand beleid, instrumenten en partijen wordt stevig ingezet op een welvarend Rivierenland. Echter, het innoverend vermogen als collectief blijft achter bij andere regio’s. En dat ondanks de bovenstaande initiatieven die er zijn om het innovatievermogen in de regio te versterken. De innovatie blijft onder meer achter omdat er onvoldoende samenwerkingspartners van buiten de regio worden betrokken. Daar waar dit soort innovaties wél van de grond komen, hebben zij vaak negatieve gevolgen voor de landschappelijke kwaliteit.
3.1.3. Bestaande initiatieven Via onderstaand beleid, instrumenten en partijen zetten wij stevig in op een welvarend Rivierenland.
Landsdeel Oost (Europa)
• Wat is de kracht van de ruimtelijk-economische structuur van Oost-Nederland en in hoeverre is deze toekomstbestendig? Daarvoor wordt met het multidisciplinair onderzoek ‘De kracht van Oost’ gekeken naar de ruimtelijke samenhang van de regionale economie van Oost-Nederland. Alle regio’s krijgen te maken met internationale trends als digitalisering en duurzaamheid. Steeds vaker moeten zij rekening houden met ruimte die steeds schaarser wordt. • In het kader van de ontwikkeling van een Europa-strategie voor het landsdeel Oost-Nederland is gewerkt aan een eigen Oost-Nederlands innovatieprofiel: Think East. Dit is het gemeenschappelijk kader waarbinnen overheden en organisaties in Oost-Nederland hun activiteiten richting de Europese Commissie zullen presenteren met betrekking tot het thema Innovatie. • CIRCLES is een netwerkorganisatie in Oost-Nederland. Zij is in 2016 is opgericht om een EFRO-subsidie te verwerven voor de bevordering van een circulaire economie in Oost-Nederland. CIRCLES wil zich in de komende jaren vooral richten op het verstevigen van de verbinding tussen verschillende lokale deelnetwerken, waaronder ook de regionale economic boards en de thematische en sectorale samenwerkingsverbanden. Het doel hierbij is om onnodige versnippering van tijd, kennis en middelen tegen te gaan.
Kennis(sen) wordt/worden gebundeld en met elkaar verbonden om zo een sterke coalitie te vormen in de (inter)nationale lobby naar bijvoorbeeld middelen voor de regio. Maar vooral om een fundamentele bijdrage te leveren aan de versnelling van een circulaire economie in Oost-Nederland.
Nationaal
• De Regio Deal is een speciaal arrangement tussen regionale stakeholders en het Rijk. Hij levert een financiële impuls aan uiteenlopende innovatieve projecten die bijdragen aan de brede welvaart in een regio. • Er zijn verschillende financieringsinstrumenten, zoals MIT, die het mkb stimuleren om te innoveren en digitaliseren. • Via de MIRT Goederencorridor wordt samengewerkt om de logistieke corridors Oost en Zuidoost te optimaliseren en duurzaam te ontwikkelen zodat zij ook bijdragen aan de economische vitaliteit van regio’s.
Provinciaal
• Gelderse regio’s werken bovenregionaal samen om innovaties in de (agro)logistieke corridor te versterken. Dat doen zij met de Gebiedsagenda ‘De Gelderse Corridor’. De logistieke sector biedt economische kansen, maar vraagt tegelijkertijd om steeds meer afstemming en samenwerking. Dat komt omdat de internationalisering toeneemt en er grote maatschappelijke transitie-opgaven zijn. Bovenregionale afstemming vindt plaats via Logistics Valley en Green Port Gelderland. • Via samenwerking op het gebied van onderzoek wordt gezamenlijke kennisontwikkeling gestimuleerd. • Er is coaching voor verschillende ondernemersschapsprogramma’s, waaronder startups, scale-ups en het mkb.
Regionaal
• FruitDelta Rivierenland heeft de ambitie om de toekomstbestendigheid (en werkgelegenheid) van haar drie economische speerpunten te versterken. Dit zijn Logistiek & Vestigingsklimaat bedrijven, Agribusiness en Recreatie & Toerisme. De regio heeft dit vastgelegd in het Regionaal Economisch Ambitiedocument 2022-2025. • Het Regionaal Stimuleringsfonds (RSF) jaagt innovaties aan binnen de regio op economische opgaven van de drie economische speerpunten. De regiogemeenten financieren dit met een jaarlijkse inleg van € 2,per inwoner. • Verschillende sectornetwerken worden gestimuleerd om samenwerking te bevorderen, zoals Logistics Valley Rivierenland en Greenport-pacten. • Er zijn kennisclusters opgezet, zoals het Laanboomhuis, Fruit Tech Campus en het Huis van de Logistiek, om sociale en technologische innovatie in de regio te stimuleren. • De Regio Deal ‘Tussen kracht en kwetsbaarheid’ is een arrangement tussen regionale stakeholders zoals Waterschap, Gebiedscoöperatie, RW-POA Rivierenland en het Rijk. Hij levert een financiële bijdrage aan uiteenlopende innovatieve projecten die bijdragen aan de brede welvaart in de regio. De Gebiedsagenda is één van de projecten uit de Regio Deal.
Er zijn drie strategische aandachtspunten: 1.
Landschappelijke effecten van innovaties (teeltondersteunende voorzieningen) De innovaties binnen de economische sectoren agribusiness en logistiek zijn van invloed op de ruimtelijke inrichting van de regio. Zo heeft de tuinbouw behoefte aan innovaties om de teelt te beschermen met teeltondersteunende voorzieningen. Deze hebben echter vaak negatieve consequenties voor de beleving van het landschap. Een aantrekkelijk landschap is nodig voor een prettig woon- en leefklimaat. Daarnaast versterkt een goede ruimtelijke en landschappelijke beleving de vrijetijdseconomie, een belangrijke motor voor werkgelegenheid. De vrijetijdseconomie kan bijdragen aan onder meer de ontwikkeling en het behoud van datzelfde landschap en het waarborgen van cultureel erfgoed, zoals de Nieuwe Hollandse Waterlinie. De regiogemeenten verschillen behoorlijk waar het gaat om de activiteiten en teelten in het buitengebied. Dat verschil moet er ook kunnen zijn; er kan bijvoorbeeld gekeken worden naar intensiveringsgebieden en gebieden waar dit juist niet kan. Hoe gaan we om met de negatieve gevolgen voor het landschap als gevolg van innovaties? Hoe zorgen we dat de innovaties in de ene sector (agribusiness) niet ten koste gaan van de andere sector (vrijetijdseconomie)? 2. Sectorale netwerken beperken innovatiekracht Bedrijven in regio Rivierenland zijn actief in sectorale verbanden.
Zij netwerken echter weinig buiten de eigen sector, terwijl daar vaak kansen liggen om tot innovaties te komen. De afwezigheid van grote bedrijven en kennisinstellingen versterkt dit effect. Zij formeren van nature verschillende soorten netwerken om hun eigen activiteiten. 3. Mkb in de regio profiteert niet van kennis en innovaties elders De regio heeft geen grote kennisinstelling die grote innovatieprojecten kan trekken. Hierdoor kan relatief weinig gebruik worden gemaakt van subsidieregelingen die gebaseerd zijn op samenwerking. Dit wordt versterkt door het innovatiebeleid; dat is steeds meer missiegericht en focust op koplopers die bijdragen aan maatschappelijke transitieopgaven. De ‘middenmoot’ kan onvoldoende profiteren van de kennis die elders wordt ontwikkeld. En kennisinstellingen buiten de regio weten bedrijven binnen de regio onvoldoende te vinden.
13
3.1.4. Aanvullende regionale oplossingsrichtingen Zoals we al eerder aangaven, is innovatie cruciaal om onze opgaven te realiseren. Zo creëren we toekomstbestendige bedrijvigheid en vernieuwen we in mobiliteitsvormen en duurzamer goederenvervoer. We innoveren in duurzaam wonen en ruimtegebruik, in de manier waarop we energie besparen en opwekken en waarop we onze economie meer circulair inrichten. Om de innovatiekracht te versterken, denken wij aan: 1. Cross-overs in innovatie Dit zijn toepassingen in een branche/sector die ook toepasbaar zijn in een andere sector (en daar innovatief zijn). We maken cross-overs. Omdat innovaties in cross-overs voor synergie zorgen, gaan we ze gericht steunen. Bewezen oplossingen gaan we delen tussen verschillende sectoren in de regio en daarbuiten. Daarbij richten we ons speciaal op de grote middenmoot van het mkb. Deze groep is normaal gesproken niet direct betrokken bij grotere nationale innovatieprogramma’s, maar wel geïnteresseerd om te leren van anderen en innovaties toe te passen. Er zijn verschillende mogelijkheden om synergiën regionaal te stimuleren tussen ondernemers onderling en met andere stakeholders, bijvoorbeeld door: 1. gezamenlijke bedrijfsbezoeken cross-sectoraal te organiseren, binnen en buiten de regio; 2.
innovatietafels te organiseren waar bedrijven uit verschillende sectoren binnen en buiten de regio met elkaar de mogelijkheden verkennen voor nieuwe toepassingen van kennis en techniek; 3. pilots naar ons gebied te halen zodat onze bedrijven versneld kunnen experimenteren met nieuwe technologie; 4. inwoners en bedrijven uit te dagen om te komen tot gecombineerde innovatieve oplossingen. Onze regio heeft ondernemende, praktisch en zelfredzame inwoners en relatief veel mkb en familiebedrijven. Dit ondernemend vermogen kunnen we inzetten voor onze gezamenlijke opgaven. Dit doen we door inwoners en bedrijven uit te dagen om met oplossingen te komen die tegelijk aan meerdere opgaven bijdragen. 3.2 Inspelen op veranderingen op de arbeidsmarkt als gevolg van transitieopgaven, robotisering en automatisering 3.2.1. Context en autonome veranderingen De arbeidsmarkt gaat de komende tien jaar veranderen door technische en sociale innovaties. Digitalisering en robotisering, maar ook duurzaam produceren, zullen bijvoorbeeld een belangrijkere plaats innemen. Zeker voor een regio als Rivierenland, waar veel praktisch geschoolden actief zijn op de arbeidsmarkt, heeft dit gevolgen voor de inhoud van het werk. Los van kortdurende periodes van acute krapte zijn de tekorten op de arbeidsmarkt structureel.
Naast de hierboven beschreven veranderingen in de economie neemt het aantal werkenden in de totale bevolking af door vergrijzing en ontgroening. De regio heeft de uitdaging om op dit alles in te spelen. Zij moet zorgen dat ook op de toekomstige arbeidsmarkt iedereen zijn of haar talenten kan benutten, dus ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
14 Gebiedsagenda 2.0 - 21 oktober 2022
3.2.2. Uitdagingen Via de bestaande strategische agenda Onderwijs en Arbeidsmarkt Rivierenland 2021-2025 zetten wij op dit moment stevig in op een arbeidsmarkt die ook inclusief is. Vanuit deze agenda O&A zijn er drie dilemma’s gesignaleerd als het gaat om randvoorwaardelijke verbindingen met andere opgaven. Daarnaast zien wij enkele aanvullende dilemma’s, die met bestaande initiatieven en aanvullende oplossingen kunnen worden opgepakt (paragraaf 3.2.4.): 1. Aantrekkelijkheid van de regio voor jongvolwassenen en talent De huidige beroepsbevolking kent naast het relatief praktische opleidingsniveau nog een aantal aandachtspunten. De regio is minder interessant voor jongeren, omdat er minder sportfaciliteiten, winkels, ontspanning en activiteiten zijn dan in de ‘grote stad’. Het blijkt ook moeilijk om zonder grote stad en hoger onderwijsinstelling jongeren met een hbo- of universitaire opleiding vast te houden. Dit heeft gevolgen voor de concurrentiekracht van met name hooginnovatieve bedrijven. Door de huidige bevolkingssamenstelling heeft dit type bedrijven de neiging om naar steden buiten onze regio te trekken. Daarbij verandert het praktische werk ook. Denk aan de toenemende vraag naar technici, bijvoorbeeld in de duurzaamheidssector, ICT en zorg. 2.
Bereikbaarheid huisvesting, bedrijven en onderwijs De ontwikkeling van de arbeidsmarkt (aantal/soort banen) hangt ook samen met de huisvestingsmogelijkheden en de bereikbaarheid in, van en naar de regio. Jongvolwassenen en/of mensen met een lager inkomen of minder financiële mogelijkheden hebben beperkte mogelijkheden voor huisvesting in de regio. Deze mogelijkheden zijn sterk afgenomen in de laatste jaren (zie ook de volgende opgave over wonen). Daarnaast is er een beperkt netwerk van openbaar vervoer en fietspaden. In combinatie met de grote geografische spreiding van scholen en bedrijven(terreinen) heeft dit een negatief effect op de arbeidsmarkt. 3. Toegang tot onderwijs en Leven Lang Ontwikkelen (LLO) Met de voorspelde demografische studentenkrimp en de huidige OCW-bekostigingssystematiek voor ROC’s is het lastig om een regionaal ROC open te houden. Het is echter zeer belangrijk om een ROC te behouden, en daarmee de verbindingen van het ROC met het hbo. Het onderwijs, de studenten en de toekomstige werkenden moeten wendbaar blijven. Dit vraagt om meer cocreatie, -productie en/of -financiering van onderwijs van de regionale samenwerking. Bedrijven en inwoners hebben de aanpak Leven Lang Ontwikkelen (LLO) (nog) niet breed kunnen adopteren. Dat komt omdat de vele kleine bedrijven in regio weinig ruimte hebben voor strategisch hrm-beleid of daarvoor niet de capaciteit hebben.
Bovendien kent het mkb relatief veel flexwerkers. Er is geen LLO-cultuur. Juist om in te spelen op de veranderingen op de arbeidsmarkt moeten de werknemer, werkgever en het onderwijs wendbaar zijn. Daarom is het belangrijk dat we werken aan een cultuur en aan infrastructuur die het mogelijk maken om je te blijven ontwikkelen. Opleiden moet meer vanzelfsprekend worden.
4. Breder arbeidsbeleid dan drie economische speerpunten Er zijn structurele tekorten in de zorg, het onderwijs, de techniek, de bouw, het transport & logistiek en de ICT. De zorgsector is de grootste werkgever in de regio (15,3 %). Maar juist in deze sector gaat de vergrijzing en ontgroening in Rivierenland gemiddeld sneller dan in de rest van Nederland. Dit vraagt van het arbeidsmarktbeleid dat de focus breder moet zijn dan de economische speerpunten. Het tekort aan aandacht voor opleiding en begeleiding naar arbeidsplekken geldt bijvoorbeeld zowel voor een economisch speerpunt als Recreatie & Toerisme, als ook voor de gezondheidszorg, ICT en techniek. 5. Tekort op de arbeidsmarkt, en specifiek voor de realisatie van de energietransitie Juist voor de opgave Energietransitie in Rivierenland zijn er op korte en langere termijn arbeidskrachten nodig, al weten we niet precies hoeveel. De krapte op de arbeidsmarkt maakt dit moeilijk. Om de energietransitie verder te helpen, moet er worden geïnvesteerd in opleidingen en in nieuwe technologie om smart building te kunnen starten. 3.2.3. Bestaande initiatieven Het Bestuurlijk Overleg van Regionaal Werkbedrijf-Platform Onderwijs en Arbeidsmarkt Rivierenland (RW-POA) heeft een regionale strategische agenda ‘Onderwijs en Arbeidsmarkt 20212025’ vastgesteld.
De ambitie hiervan is: ‘We willen in 2025 een toekomstbestendige arbeidsmarkt kunnen bieden waar alle mensen hun talenten benutten, zich blijven ontwikkelen en kunnen meedoen, en waar bedrijven over voldoende en passend gekwalificeerde medewerkers kunnen beschikken.’ De partners werken langs vier sporen aan het realiseren van de ambitie van de agenda: 1. Beschikbaarheid van talent 2. Wendbaarheid en behoud van talent 3. Inclusief talent 4. Randvoorwaardelijke thema’s, zoals meer samenhang met de andere beleidsagenda’s en thema’s, zoals energietransitie, wonen en mobiliteit, maar ook de beschikbaarheid van breedband (glasvezel) en ICT De regio beschikt niet over hbo- of wo-kennisinstellingen. Dit vraagt om creativiteit om te voorzien in alternatieve vormen van kennisclusters, voor kruisbestuiving tussen de speerpuntsectoren en het onderwijs. In de regio zijn er verschillende concepten waar ontmoeting, opleiding en bijscholing (op een werklocatie, nabij de ondernemer) kan plaatsvinden, zoals het Huis van de Logistieke samenwerking, Laanboomgebouw, de Fruit Tech Campus, en Smart Technology Experience Centre (S-Tec). Uniek op het gebied van inclusiviteit is de Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland. Zij werkt voor de acht regiogemeenten in Rivierenland en begeleidt minder kansrijke werkzoekenden bij het vinden en behouden van werk.
Voor de gemeenten Buren en Neder-Betuwe voert Werkzaak alleen de Wet Sociale Werkvoorziening uit; voor een bijstandsuitkering
kunnen inwoners bij de gemeente terecht. Als het nodig is, biedt Werkzaak inkomensondersteuning of werk in een aangepaste omgeving. Ook adviseert zij werkgevers over inclusief ondernemerschap. 3.2.4. Aanvullende regionale oplossingsrichtingen 1. Aantrekkelijkheid van de regio voor jongvolwassenen en talent Een eerder uitgevoerde economische analyse (Regionaal Economische Analyse Regio Rivierenland, Buck International Consultancy, Nijmegen, 2020) roept op om bekender te worden bij regio’s om ons heen en hiermee relaties aan te gaan. Deze analyse maakt verder duidelijk dat aandacht nodig is voor regiomarketing (lobby en branding) waarin Rivierenland wordt gepromoot als aantrekkelijke werk, woon- en investeringsregio. 2. Bereikbaarheid bedrijven en onderwijs Wil je talent van buiten naar binnen halen, dan speelt de bereikbaarheid van onderwijsgebouwen en bedrijventerreinen ook een belangrijke rol. Om deze bereikbaarheid te waarborgen, is periodieke afstemming met mobiliteitsbeleid nodig. 3. Toegang tot onderwijs en levenslange ontwikkeling Om het onderwijs, de studenten en de toekomstige werkenden wendbaar te houden, is in toenemende mate co-creatie, -productie en/of -financiering nodig van de samenwerking in de regio.
Het onderwijs werkt met het bedrijfsleven en de overheid samen aan het creëren en behouden van opleidingen die aansluiten bij de vaardigheden die de toekomstige arbeidsmarkt vraagt. Daarnaast moeten plekken in de regio behouden blijven waar ontmoeting, opleiding en bijscholing kunnen plaatsvinden. Deze plekken bevinden zich op een werklocatie, nabij de ondernemer, zoals het Huis van de Logistieke Samenwerking, Laanboomgebouw, de Fruit Tech Campus, en Smart Technology Experience Centre (S-Tec). Tot slot is het belangrijk om te blijven investeren in de levenslange ontwikkeling van álle talenten, dus ook in die van kwetsbaren. 4. Breder arbeidsbeleid dan drie economische speerpunten In het uitvoeringsprogramma dat bij de strategische agenda Onderwijs en Arbeidsmarkt 2021-2025 hoort, moet niet alleen aandacht zijn voor Transport & Logistiek en Agribusiness, maar ook voor werken, werven en leren in de zorg, de techniek en het onderwijs. Er zijn veel uitdagingen rondom gezondheid en zorg in Rivierenland: vergrijzing in de vraag en het aanbod, een relatief lage gezondheid en beperkte woonvoorzieningen. Dit roept de vraag op of dit niet een aparte opgave zou moeten zijn. 5.
Instroom en zij-instroom voor aanwas arbeidsmarktposities om energietransitie te faciliteren Studenten en zij-instromers moeten (blijvend) enthousiast worden gemaakt voor relevante technische (modulaire) opleidingen voor de energietransitie. Zo zijn er extra middelen beschikbaar gesteld om studenten te werven voor de opleiding Smart Building’, mbo-4 niveau. Wel is er verder regionaal onderzoek nodig. We moeten weten wat de kwantitatieve en kwalitatieve
15
mismatch is als het gaat om arbeidskrachten die op de korte en lange termijn nodig zijn om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Verder moeten we een open leercultuur bij technische bedrijven in de regio stimuleren. Een cultuur die is gericht op een leven lang ontwikkelen. Daarmee kunnen zij personeel opleiden en behouden voor de toekomstige vraag. Ook kunnen oplossingen voor het maken van gezamenlijk hrm-beleid voor kleine mkb’ers in kaart worden gebracht. Denk hierbij aan een gezamenlijke hr-medewerker, de oprichting van een hr-coöperatie en een scholingsfonds. Tot slot is het belangrijk om ruimte te bieden aan alle technische talenten, ook aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 3.3. Inspelen op de groeiende vraag naar woningen en daarbij rekening houden met de woningbehoefte van inwoners, inclusief aandachtsgroepen 3.3.1. Context en autonome veranderingen De regio Rivierenland is centraal gelegen in Nederland en heeft goede verbindingen met de rest van het land. Dit oefent aantrekkingskracht uit op woningzoekenden uit omliggende agglomeraties. Hoewel de regio zelf geen grote steden binnen haar grenzen heeft, valt ze wel degelijk in de invloedsfeer van verschillende stedelijke gebieden. Dit zien we terug in verhuisstromen en ontwikkelingen op de woningmarkt.
Ook de grote afwisseling aan woonmilieus met veel groen, ruimte en een relatief betaalbare woningvoorraad ten opzichte van omliggende steden als Utrecht, Den Bosch, Ede en Nijmegen zorgen voor een toenemende druk op de woningmarkt. De verhuis-
stromen die het gevolg zijn van de centrale ligging en aantrekkingskracht van de regio zijn van groot belang om de regionale dynamiek van onze woningmarkt te begrijpen.
dat dit uitdagingen met zich meebrengt in een gebied omgeven door water.
Wij willen als regio de komende tien jaar 1.255 woningen per jaar bouwen. Hierbij hebben wij rekening gehouden met het inlopen van het huidige woningtekort en lokale ambities. Aanvullend streven wij naar 30% sociale huur en 8% vrijesectorhuur in het regionale woningbouwprogramma tot 2030. Hiermee verwachten wij te voldoen aan de vraag in en buiten de regio naar betaalbare woningen. De gemeenten in Rivierenland hebben dit, samen met de provincie, vastgelegd in een gezamenlijke Regionale Woonagenda Rivierenland 2020-2030.
2. Productie op peil Al jaren realiseert de regio Rivierenland een hoge en stabiele nieuwbouwproductie van gemiddeld ca. 1.000 woningen per jaar. Dit is het resultaat van grote inspanningen door alle gemeenten en betrokken initiatiefnemers. En van de intensieve samenwerking aan de regionale woningbouwprogrammering en -monitoring. De woningbouw loopt over veel schijven. Wanneer dit proces stilvalt, is er veel tijd en energie nodig om het weer op gang te krijgen. Continuïteit in de woningbouwproductie is daarom noodzakelijk, zeker in de komende onzekere tijden.
3.3.2. Uitdagingen 1. Groei met behoud van eigenheid De grotere kernen hebben traditioneel een aantrekkingskracht op jongeren en jonge gezinnen uit de regio en daarbuiten. De grotere kernen Culemborg en Zaltbommel, gelegen aan de rand van de regio, zijn ook steeds meer in trek gekomen bij mensen van buiten de regio. Bij veel grotere kernen speelt de afweging tussen het faciliteren van de vraag van buiten, het voorzien in de lokale woningbehoefte en het behoud van de eigenheid van de kernen. Deze afweging speelt een belangrijke rol in het woonbeleid. Er zal een landelijke ruimtelijke puzzel worden gelegd. Hierbij wordt het water- en bodemsysteem een leidend principe bij de locatiekeuze voor woningen. Het is nog niet duidelijk wat dit concreet gaat betekenen voor Rivierenland. Wel is duidelijk
3. Voldoende betaalbare woningen in het bijzonder voor aandachtsgroepen en ouderen Bijna 40% van de inwoners in de regio Rivierenland heeft een inkomen dat recht geeft op een sociale huurwoning. Niet al deze mensen wonen ook daadwerkelijk in zo’n woning. Een aanzienlijk deel woont in een koopwoning. Door de prijsstijgingen van deze woningen de laatste jaren, wordt het steeds moeilijk om, met een bescheiden inkomen, een koopwoning te bemachtigen in de regio. Hierdoor neemt ook de druk op de (sociale) huursector toe. Daar komt recent nog extra druk bij vanuit andere doelgroepen. Bijvoorbeeld door de instroom van buitenlandse werknemers die (vaak) tijdelijk in de regio komen wonen. Ook deze groepen doen voornamelijk een beroep op het betaalbare segment van de woningmarkt. 4. Doorstroming en leefbaarheid in kleinere kernen In veel van de kleinere kernen in de regio zijn de effecten van de vergrijzing en ontgroening steeds meer zichtbaar. De leefbaarheid komt steeds meer onder druk te staan, onder andere doordat het draagvlak voor voorzieningen dreigt weg te vallen. Het vasthouden en aantrekken van jonge gezinnen kan hier tegenwicht aan bieden. De bestaande woningvoorraad, die in de dorpen vaak bestaat uit grondgebonden en relatief betaalbare woningen, vormt een kans om hierin te voorzien. Het op gang brengen van doorstroming is dan een noodzakelijke voorwaarde.