CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. Bestemmingsplan Zaltbommel, Beersteeg-West

Raadsvergadering 11 november 2021, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zaltbommel, Beersteeg-West24.297 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Beersteeg-West, Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Vaststelling

Bestemmingsplan Beersteeg-West, Zaltbommel Gemeente Zaltbommel Vaststelling

Rapportnummer:

P03409_3

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0297.ZBMBP20210001-VS01

Datum:

5 oktober 2021

Opdrachtgever:

Gemeente Zaltbommel

Projectteam BRO:

JvdA, RG

Concept:

november 2020

Voorontwerp:

maart 2021

Ontwerp:

juni 2021

Vaststelling:

oktober 2021

Bron foto kaft:

BRO

Beknopte inhoud:

Realisatie van 15 kleine woningen, een hospice, parkeerplaatsen, een overloopparkeerterrein, groen en water op de locatie Beersteeg ongenummerd te Zaltbommel. BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Hoofdstuk 6

56

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

4 4 4 6 8

2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Ruimtelijke ontwikkeling

8 9 10

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

16 16

3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

17 17 21 22 23

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

25 25

4.1.1 Toetsingskader 4.1.2 Onderzoek 4.1.3 Conclusie 4.2 Geluid

25 25 27 27

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

27 28 29

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

29 29 30 30

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur agrarisch

30 30 31 31

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek

31 32

Inhoudsopgave

1

4.5.3 Conclusie 4.6 Kabels en leidingen

32 32

4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Externe veiligheid

32 32 32 33

4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 (Beperkte) verantwoording groepsrisico 4.7.4 Conclusie 4.8 Ecologie

33 33 34 34 35

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Bodem

35 36 38 38

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Water

38 38 39 39

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Doorwerking plangebied 4.10.3 Conclusie 4.11 Archeologie

39 40 45 45

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Cultuurhistorie

45 45 46 46

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Toetsing Besluit m.e.r. / Vormvrije m.e.r.-beoordeling

46 47 47 47

5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Bestemmingen

48 48 48 50

6. UITVOERBAARHEID 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

52 52

6.1.1 Vooroverleg 6.1.2 Inspraak

Inhoudsopgave

52 53

2

6.1.3 Vaststellingsprocedure 6.1.4 Beroep

53 53

Separate bijlagen Bijlage 1: Ontwikkelingsvisie Bijlage 2: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 3: Advies wegverkeerslawaai Bijlage 4: Quickscan flora en fauna Bijlage 5: Vervolgonderzoek kleine marterachtigen-, grote modderkruiper en kamsalamander Bijlage 6: Stikstofdepositieberekeningen Bijlage 7: Actualiserend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 8: Geuronderzoek Bijlage 9: Verkennend archeologisch onderzoek Bijlage 10: Verslag inspraak

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding De locatie Beersteeg-West, ten zuiden van de Gamerschedijk en ten westen van de nieuwbouwontwikkeling aan de Beersteeg te Zaltbommel, is al geruime tijd in beeld voor een kleinschalige ontwikkeling. Vanuit inwoners van de gemeente zijn er in het verleden diverse initiatieven aangedragen. In september 2017 besloot de gemeenteraad van Zaltbommel om een participatietraject te starten om de mogelijkheden voor een ontwikkeling op deze locatie te onderzoeken. In dit traject zijn omwonenden en betrokkenen naar hun wensen en ideeën voor het gebied gevraagd. Niet alle initiatieven bleken haalbaar te zijn, waarna de raad in december 2019 heeft besloten om voor de ontwikkeling van Beersteeg-West verder te gaan met de ontwikkeling van:  Een hospice (een ‘bijna-zoals-thuis-huis) met maximaal 6 gastenkamers op het perceel van het rioolgemaal.  Maximaal vijftien kavels voor kleine huizen. De ambitie hierbij is: duurzame huizen, natuur-inclusief bouwen en indien mogelijk circulair bouwen.  De huidige natuurwaarde behouden, beschermen en indien mogelijk versterken. Het is belangrijk om de waardevolle natuur in dit gebied niet verloren te laten gaan door de ontwikkeling.  Een overloopparkeerterrein ten zuiden van de Gamerschedijk. Dit is een opgave van de gemeente vanuit onder meer de perspectiefnota.

Extra parkeerplaatsen zijn incidenteel nodig, te gebruiken bij evenementen en hoog water. Naar aanleiding van het raadsbesluit heeft de gemeente Zaltbommel in samenwerking met een aantal andere betrokken partijen een gebiedsvisie voor de ontwikkeling opgesteld, de ‘Ontwikkelingsvisie Beersteeg-West’. Hierbij is tevens een participatietraject doorlopen. De visie vormt een nadere uitwerking van de door de raad voorgestelde ontwikkelingen. De gewenste ontwikkelingen in het plangebied zijn niet toegestaan volgens de bouw- en gebruiksregels van de geldende beheersverordening en bestemmingsplannen. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de ontwikkelingen juridisch-planologisch mogelijk te maken. Dit bestemmingsplan ‘Beersteeg West, Zaltbommel’ geeft het juridisch kader voor de ontwikkeling van het gebied.

1.2 Plangebied Het plangebied Beersteeg-West ligt ten zuiden van de Waal en de Gamerschedijk en ten westen van de nieuwbouwontwikkeling aan de Beersteeg te Zaltbommel. De locatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Zaltbommel, westelijk van het historisch centrum. Ruim 150 meter noordelijk van het plangebied stroomt de Waal. De Gamerschedijk, die hoger gelegen is dan de gronden in het plangebied, heeft een waterkerende functie. Een deel van de waterkering reikt over het plangebied. De ligging van het plangebied is op figuur 1.1 aangegeven.

Hoofdstuk 1

4

Tuil

Haaften

Zaltbommel

Gameren Figuur 1.1: ligging plangebied in groter verband (bron: Bing Maps)

Het plangebied omvat een ponyweide in driehoekige vorm, met enige begroeiing en een zendmast en het perceel van het rioolgemaal (Beersteeg 27). Deze percelen liggen naast elkaar en zijn kadastraal bekend als gemeente Zaltbommel, sectie L, perceelnummers 1523 (rioolgemaal), 1689 (ged., ponyweide) en 1690 (zendmast). Het plangebied wordt begrensd door de Gamerschedijk aan de noordzijde, het rioolgemaal aan de noordoostzijde, de nieuwbouw Beersteeg-West aan de oostkant, een groenstrook aan de zuidkant en een volkstuinencomplex aan de westkant. Het plangebied heeft een omvang van circa 18.000 m². De begrenzing van het plangebied is op figuur 1.2 zichtbaar. Hierop is ook de huidige situatie in het plangebied en de directe omgeving zichtbaar.

Hoofdstuk 1

5

Figuur 1.2: huidige situatie en indicatieve begrenzing plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Vigerende bestemmingsplannen In het plangebied gelden momenteel meerdere ruimtelijke plannen, namelijk:  Beheersverordening ‘Poederoijen en Zaltbommel’ (vastgesteld op 22 september 2016), ter plaatse van de percelen 1689 en 1690, zie figuur 1.3.  Bestemmingsplan ‘Zaltbommel, Beersteeg’ (vastgesteld op 5 november 2015), ter plaatse van het perceel 1529, zie figuur 1.4. Daarnaast zijn het bestemmingsplan ‘Parapluherziening verkamering woningen’ en de beheersverordening ‘Verkamering woningen’ van toepassing. De beheersverordening is van toepassing voor het gebied waar de beheersverordening ‘Poederoijen en Zaltbommel’ geldt en de parapluherziening voor het plandeel waar het bestemmingsplan ‘Zaltbommel, Beersteeg’ van toepassing is. Op basis van de beheersverordening ‘Poederoijen en Zaltbommel’ geldt de bestemming ‘Groen – Landelijk groen’ voor het gehele westelijke plandeel. Daarnaast zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1 en 5’ en ‘Leiding – Brandstof’ van toepassing. Het oprichten van woningen is op de gronden met de bestemming ‘Groen – Landelijk groen’ niet toegestaan. Daarnaast is het realiseren van parkeerplaatsen en ontsluitingen niet mogelijk binnen deze bestemming. Een herziening van het bestemmingsplan is voor dit plandeel dan ook noodzakelijk.

Hoofdstuk 1

6

Op basis van bovengenoemd bestemmingsplan geldt in het oostelijk plandeel de bestemming ‘Maatschappelijk - 1’. Binnen deze bestemming zijn onder meer medische voorzieningen toegestaan, waardoor het beoogde gebruik van de gronden voor een hospice is toegestaan. Op de locatie ontbreekt echter een bouwvlak. Het oprichten van de beoogde bebouwing voor het hospice is daarom niet toegestaan. Binnen dit plandeel geldt voorts de bestemming ‘Leiding – Riool’ ter plaatse van twee rioolleidingen aan weerszijden van de beoogde nieuwbouw. Aan de zuidelijke rand geldt de bestemming ‘Water’.

Figuur 1.3: uitsnede beheersverordening ‘Poederoijen en Zaltbommel’.

Figuur 1.4: uitsnede bestemmingsplan ‘Zaltbommel, Beersteeg’.

Hoofdstuk 1

7

1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

8

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied ligt ten zuiden van de Gamerschedijk, buitendijks. Het plangebied is vanaf de dijk echter slechts beperkt zichtbaar door een robuuste groenstrook bij de noordelijke plangrens. Doordat ook aan de westelijke plangrens en ten zuiden van het gebied respectievelijk een groenvoorziening en parkachtig groen liggen, ligt het westelijk deel van het plangebied, dat een ponyweide in driehoekige vorm met enige begroeiing en een zendmast omvat, als een kleine open kamer ingesloten tussen omliggend opgaand groen. Op het perceel is naast de zendmast een klein bouwwerk aanwezig. Het oostelijk plandeel betreft een perceel behorend bij het gemaal aan de Beersteeg 27. Dit perceel is momenteel in gebruik als grasland en is eveneens te kenmerken als een landschappelijke, kleine kamer. Het plangebied is noordelijk vanaf de Gamerschedijk toegankelijk via een toegangsweg nabij het gemaal. Hier loopt ook een wandelpad. Zuidelijk van het plangebied ligt een park met onder meer wandelpaden, maar deze zijn (nog) niet op het plangebied aangesloten. Het plangebied wordt begrensd door de Gamerschedijk aan de noordzijde, het rioolgemaal aan de noordoostzijde, de nieuwbouw Beersteeg-West aan de oostkant, een groenstrook aan de zuidkant en een volkstuinencomplex aan de westkant. Verder westelijk bevindt zich het natuurreservaat Kloosterwiel.

Het plangebied heeft een omvang van circa 18.000 m². De begrenzing van het plangebied is op figuur 2.1 zichtbaar. Hierop is ook de huidige situatie in het plangebied en de directe omgeving zichtbaar.

Figuur 2.1: huidige situatie plangebied en directe omgeving

Hoofdstuk 2

9

2.2 Ruimtelijke ontwikkeling 2.2.1 Ontwikkelingsvisie Beersteeg-West Het plangebied is al geruime tijd in beeld voor een kleinschalige ontwikkeling. De locatie leent zich hier door de ligging vlakbij de historische kern goed voor. Vanuit inwoners van de gemeente zijn er in het verleden diverse initiatieven aangedragen. In september 2017 besloot de gemeenteraad van Zaltbommel om een participatietraject te starten om de mogelijkheden voor een ontwikkeling op deze locatie te onderzoeken. In december 2019 is besloten om voor de ontwikkeling van Beersteeg-West verder te gaan met de ontwikkeling van de volgende functies:  Een hospice (een ‘bijna-zoals-thuis-huis) met maximaal 6 gastenkamers op het perceel van het rioolgemaal.  Maximaal vijftien kavels voor kleine huizen. De ambitie hierbij is: duurzame huizen, natuur-inclusief bouwen en indien mogelijk circulair bouwen.  De huidige natuurwaarde behouden, beschermen en indien mogelijk versterken.  Een overloopparkeerterrein ten zuiden van de Gamerschedijk. Naar aanleiding van het raadsbesluit heeft de gemeente Zaltbommel in samenwerking met een aantal andere betrokken partijen een gebiedsvisie voor de ontwikkeling opgesteld, de ‘Ontwikkelingsvisie Beersteeg-West’. Hierbij is tevens een participatietraject doorlopen. De visie vormt een nadere uitwerking van de door de raad voorgestelde ontwikkelingen.

In figuur 2.2 is een beeld van de toekomstige ontwikkeling uit de Ontwikkelingsvisie weergegeven. De ontwikkelingsvisie is het uitgangspunt voor het voorliggende bestemmingsplan. De functies, keuzes en randvoorwaarden worden hierna nader toegelicht en beschreven.

Figuur 2.2: schetsmatige invulling toekomstige situatie (Ontwikkelingsvisie Beersteeg-West)

Hoofdstuk 2

10

2.2.2 Kleine huizen In het zuidwestelijk deel van het plangebied worden in totaal 15 kleine huizen gerealiseerd. De huizen krijgen hier een plek in de groene natuur, die al aanwezig is in en rondom het plangebied. De huizen krijgen een natuurlijke uitstraling en worden gemaakt van natuurlijke materialen, wat past binnen deze natuurlijke omgeving. Ook de hoogwaardige uitstraling draagt daaraan bij. Hiervoor worden kwaliteitseisen gesteld. De voorkeur heeft het om de huizen circulair te ontwikkelen en ze worden energieneutraal en natuurinclusief gerealiseerd. Groene daken hebben de voorkeur, maar zijn niet verplicht. De duurzaamheidsambitie is om méér te doen dan wettelijk is voorgeschreven. Wel moeten de woningen financieel bereikbaar blijven voor starters. In de Ontwikkelingsvisie zijn tevens referentiebeelden opgenomen voor de architectuur. De visie is opgenomen in de bijlagen. Een randvoorwaarden voor de ontwikkeling is dat het groene en natuurlijke karakter met de bijbehorende waarden behouden blijft. Naast de landschappelijke inpassing en uitgangspunten, zoals nader onder 2.2.5 toegelicht, wordt dit bereikt door de omvang van de huizen te beperken. Er worden uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan, met een maximum van 15 woningen. Voor de woningen gelden de volgende maatvoeringen:  maximum bouwhoogte 6 meter;  maximum oppervlakte 40 m²;  maximum inhoud 150 m³.

Bij de woningen mogen, vanwege het belang om verstening van het gebied te voorkomen en voldoende lucht tussen de bebouwing te behouden, geen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, ook niet vergunningsvrij. De omliggende gronden worden dan ook niet beschouwd als ‘erf’ zoals bedoeld in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Er worden twee gemeenschappelijke bijgebouwen voorzien, waar alle bewoners een eigen berging krijgen. Figuur 2.3 geeft een indicatieve verkaveling en positionering van de woningen weer. De exacte positionering is in het bestemmingsplan echter niet voorgeschreven. De woningen worden buiten de beschermingszone van de waterkering (dijk) gerealiseerd. De bedoeling is dat de woningen speels worden gepositioneerd, met verschillen in de afstand tussen de voorgevels en het pad.

Figuur 2.3: mogelijke verkaveling en situering 15 kleine huizen en 2 bijgebouwen

Hoofdstuk 2

11

Voor de ontwikkeling van de kleine huizen is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, het Beeldkwaliteitsplan Beersteeg – West, Zaltbommel. Dit is opgenomen in de bijlagen bij deze toelichting. Het beeldkwaliteitsplan zal als partiële welstandsnota van de gemeente Zaltbommel worden vastgesteld door de raad. Daarmee wordt het een officieel toetsingskader voor Welstand in het kader van de omgevingsvergunningaanvragen voor het bouwen. Daarnaast is het Beeldkwaliteitsplan een inspiratiekader. Het doel van het beeldkwaliteitsplan is om de bebouwing en het omliggende gebied de uitstraling te geven die hoort bij de groene en natuurlijke omgeving. Referentiebeelden voor de kleine huizen zijn opgenomen in figuur 2.4 en in de bijlage. Verder is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit is als bijlage bij de planregels gevoegd. Uitvoering en instandhouding van deze landschappelijke inpassing is met een voorwaardelijke verplichting geborgd. Door de combinatie van landschappelijke inpassing en beeldkwaliteit wordt verzekerd dat het gebied een groene en natuurlijke uitstraling behoudt.

Figuur 2.4: referentiebeelden kleine huizen (bron: Beeldkwaliteitsplan Beersteeg – West, Zaltbommel)

Het woongebied wordt autovrij. De toegangsweg naar de huizen wordt fysiek afgesloten. De huizen zijn bereikbaar via paden. De paden in het gebied zijn het hele jaar beschikbaar en toegankelijk zodat men in bijzondere situaties met een voertuig tot de deur kan komen. De huizen worden voor een gedeelte koopwoningen en voor een gedeelte huurwoningen, waarbij er meer koop- dan huurwoningen komen. De koopwoningen zijn bedoeld voor starters op de woningmarkt. De huurwoningen worden in de vrije sector verhuurd, beoogde voor de doelgroep lage middenhuur, waaraan een grote behoefte bestaat. Door de beperkte omvang van de huizen blijven deze betaalbaar. Nabij het woongebied is een zendmast aanwezig. Deze blijft staan.

Hoofdstuk 2

12

2.2.3 Hospice Een tweede plancomponent is de realisatie van een hospice op het perceel bij het gemaal. Dit is een ontwikkeling waarbij de natuur op de eerste plek staat. De realisatie van een hospice op deze plek zorgt voor een goede overgang van de wijk Beersteeg naar de kleine huizen. De bomenrijen aan de perceelsranden zorgen voor een groene uitstraling en blijven behouden. Deze zorgen er ook voor dat het perceel afgeschermd ligt, waardoor de vereiste rust en privacy gewaarborgd zijn. De locatie is hierdoor zeer geschikt voor de ontwikkeling van een hospice. Een dergelijke voorziening is in de omgeving nog niet aanwezig. Het hospice krijgt maximaal 6 gastenkamers. Voor het hospice is een bouwvlak van 800 m² beschikbaar. Het gebouw worden in principe uitgevoerd in één bouwlaag, deels voorzien van een beperkte kap. Figuur 2.5 geeft een illustratie van het huidige schetsplan voor het hospice. Het bouwvlak is zodanig gepositioneerd dat dit buiten de vrijwarings- en onderhoudsstroken van de aan de randen van het perceel gelegen leidingen ligt. Daarnaast ligt het bouwvlak op 25 meter afstand van het perceel van het gemaal. Deze afstand moet in acht worden genomen vanuit het oogpunt van milieuzonering in verband met geur. Het parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden, voor het gebouw.

Hospice en parkeren moeten groen worden ingepast, waarbij tevens gedacht wordt aan het onverhard of halfverhard uitvoeren van (een deel van) de parkeerplaatsen. Verder is het streven om de nieuwbouw duurzamer te maken dan wettelijk vereist is.

Figuur 2.5: impressie bouwplan hospice en inrichting omliggend perceel

Hoofdstuk 2

13

2.2.4 Parkeren Het parkeren voor de woningen vindt niet plaats op eigen terrein, omdat de wens is om een autovrij woongebied te ontwikkelen, mede vanwege de aard van de locatie en de gewenste natuurlijke/rustige woonomgeving. Er worden twee parkeerterreinen aan weerszijden van het woongebiedje voorzien. Eén parkeerterrein met een capaciteit van 30 parkeerplaatsen wordt gebruikt voor het bewoners- en bezoekersparkeren. Deze parkeerplaatsen voor de woningen worden deels verhard en deels half verhard uitgevoerd. Het parkeerterrein wordt via de Gamerschedijk ontsloten. Naast het parkeren voor de woningen, is ook de wens om overloopparkeerplaatsen in het gebied te voorzien. Deze wens bestaat al enige tijd. In oktober 2018 heeft het college van Zaltbommel besloten dat het realiseren van deze overloopparkeerplaatsen in de Kindertuin niet wenselijk is. Vervolgens is de onderhavige planlocatie als oplossing naar voren gekomen bij de actualisatie van het gemeentelijk parkeerbeleid (raadsbesluit november 2019) en het vaststellen van de uitgangspunten voor de ontwikkeling van Beersteeg-West (raadsbesluit van december 2019). De opgave volgt tevens uit de perspectiefnota. Extra parkeerplaatsen in het gebied zijn incidenteel nodig, namelijk bij evenementen en hoog water.

Een aanzienlijk deel van deze opgave wordt op het tweede te realiseren terrein, met een capaciteit van circa 45 parkeerplaatsen, opgelost. Deze overloopparkeerplaatsen worden half verhard uitgevoerd, met een zo groen mogelijke uitstraling. Hiermee wordt voorkomen dat het groen teveel aangetast wordt. Het overloopparkeerterrein is alleen beschikbaar bij hoog water en bij evenementen. Er komt een toegangsbeperking tot het terrein, bijvoorbeeld met een slagboom. Dit parkeerterrein (en het hospice) zal worden ontsloten via de Beersteeg. 2.2.5 Landschap, natuur en recreatie Beersteeg-West is een bijzondere locatie als overgangsgebied tussen het Kloosterwiel, volkstuinen en de woningen aan de Beersteeg. Een deel van het plangebied ligt in de beschermingszone van de dijk. Ook liggen er verbindende openbare paden en diverse kwelsloten met een bergende en afvoerende functie. Bomenrijen in het gebied vormen een sterke landschappelijke structuur. De locatie Beersteeg vormt deels de entree van Zaltbommel. Het vormt een groene buffer voor de nieuwe buitenstad aan de overzijde van Gamerschedijk en de Spellewaard. Daarom is het een waardevol gebied dat vraagt om een bijzondere uitstraling. Centraal in het plan staat dan ook de wens om deze groene buffer versterken en de functie als ecologische corridor van de uiterwaarden naar het park en de bolwerken te behouden.

Specifieke natuurwaarden van het gebied, zoals de grote bomen, de waterrijke omgeving en een deel van het ruige gebied van bramenstruiken en gras, blijven behouden. De huidige natuur geeft al een inpassing van de beide componenten van het plan. De robuuste groenstructuren blijven hier behouden. Aan de noordzijde blijft er sprake van een open gebied (kamer). De C-watergangen blijven eveneens behouden, waarbij mogelijk de zuidelijke watergang zal worden verbreed vanwege de benodigde compensatie van verhard oppervlak. Deze oplossing is echter nog niet zeker. Voor de inrichting van de buitenruimte zijn beeldkwaliteitseisen gesteld in het als bijlage bij deze toelichting opgenomen Beeldkwaliteitsplan Beersteeg – West, Zaltbommel. Het beeldkwaliteitsplan waarborgt in samenhang met het landschappelijk inpassing het behoud van het bijzondere en waardevolle karakter van het gebied. Enkele concrete elementen uit het beeldkwaliteitsplan zijn:  aanleg kruidenrijk grasland met extensief maaibeheer aan noordzijde plangebied;

Hoofdstuk 2

14

 

Buitenruimte rondom kleine huizen: gras met bomen en heestergroepen; Aanleg natuurlijke vijver in het kader van watercompensatie, met kruidachtige vegetatie aan de oevers;  Aanplant diverse nieuwe bomen in mix van haagbeuk, zoete kers, winterlinde, zomereik;  Halfverharding gebruiken voor parkeerplaatsen hospice en kleine huizen. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar de bijlage. Ook de (extensieve) recreatieve component is belangrijk. Doorgaande verbindingen bestaande uit de wandelroutes in het gebied worden behouden. Deze zijn onder meer aan de noordelijke perceelsrand aanwezig en in het park direct zuidelijk van het plangebied. Het woongebied wordt met paden in verbinding met deze beide routes gesteld. Hierdoor vormt het plangebied ook een verbinding tussen deze routes en wordt het recreatieve netwerk dus versterkt.

Hoofdstuk 2

15

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio’s;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven:  combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;  kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;

Hoofdstuk 3

16

5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.

ontwikkelen van een duurzame visserij. Conclusie Het voorliggende plan heeft gezien de beperkte schaalgrootte en de aard van de ontwikkeling geen nationale belangen en is te kleinschalig om de benoemde nationale belangen te realiseren. Op enkele doelstellingen, waaronder het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de behoefte en het streven naar een duurzame en circulaire economie, speelt het initiatief in. 3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de voormalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (inmiddels opgevolgd door de NOVI) die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Conclusie Gelet op het ontbreken van nationale belangen die met het plan gemoeid zijn, kan een nadere toetsing aan het Barro achterwege blijven.

3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om te verantwoorden of voldaan wordt aan de ladder van duurzame verstedelijking, dient ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aan het volgende worden voldaan: “De toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt, dat de

Hoofdstuk 3

17

stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.” De ladder moet worden doorlopen als het gaat om bouwmogelijkheden van enige omvang (meer dan 11 woningen). In het Bro is geen ondergrens vastgelegd voor de minimale omvang van een plan. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de zogenaamde overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State over de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het plan “Zaltbommel, Beersteeg West” wordt daarom gezien als stedelijke ontwikkeling. Vanuit duurzaam ruimtegebruik is het zeer wenselijk om gebruik te maken van inbreidingslocaties en/of herstructureringslocaties. Het plangebied is als inbreidingslocatie te beschouwen. Het betreft een braakliggend terrein dat onderdeel is van het stedelijk weefsel van Zaltbommel.

Kleine woningen Behoefte De woningbehoefte voor het type en aantal woningen dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is te bepalen aan de hand van het Woningbehoefteonderzoek Bommelerwaard van december 2018 en de Regionale Woonagenda. Hieruit blijkt dat er in kwantitatieve zin voor de komende jaren voldoende woningbehoefte is die nog niet wordt ingevuld door woningbouwplannen elders in de gemeente om 15 woningen op deze locatie te realiseren. Er is een gemeentelijke woningbouwopgave tussen de 900 en 1450 woningen geraamd (Regionale Woonagenda) voor de komende 10 jaar, terwijl er 883 woningen zijn gepland. Het soort woningen dat gerealiseerd gaat worden, goedkope koop- en huurwoningen, wordt niet op korte tot middellange termijn in dusdanige aantallen gerealiseerd, dat voorzien kan worden in de vraag naar dit soort woningen. Dit geldt voor stad Zaltbommel alsmede de gemeente Zaltbommel (tekort van ca. 59 woningen). Afweging locatie De afweging om de bovenstaande behoefte aan de kleine huizen in het plangebied op te vangen, is zorgvuldig gemaakt. Voorafgaand aan de start van de ontwikkeling van de onderhavige planlocatie is ook een aantal andere locaties beschouwd, allen in eigendom van de gemeente Zaltbommel. Geconcludeerd is dat een inbreidingslocatie binnen de bebouwde kom de voorkeur geniet boven een uitbreidingslocatie.

Vanwege de doelgroep starters is het daarnaast gewenst om deze kleine huizen in de kern Zaltbommel te realiseren, o.a. vanwege de voorzieningen en de bereikbaarheid. De locaties in Brakel (Liesveldsesteeg), Delwijnen en Gameren (naast de AVRI en daardoor tevens milieutechnisch niet geschikt) vielen daarom af. De locaties Waluwe II, American Roadhouse en Waluwe III zijn drie grote woningbouwontwikkelingen in Zaltbommel en verkeren in diverse planstadia. Deze plannen waren echter alle drie al ingevuld met andere woningbouw, die ook nodig is in de gemeente Zaltbommel. Er was zodoende geen ruimte meer voor een plan voor kleine huizen binnen deze gebieden. De overgebleven binnenstedelijke locatie aan de Steenweg viel af vanwege de ligging in het schootsveld van de vesting.

Hoofdstuk 3

18

Vanuit duurzaam ruimtegebruik is het zeer wenselijk om gebruik te maken van inbreidingslocaties en/of herstructureringslocaties. Het plangebied Beersteeg-West is als inbreidingslocatie te beschouwen en onderdeel van het stedelijk weefsel van Zaltbommel. De keuze voor deze locatie is dan ook in lijn met de uitgangspunten en doelstellingen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierbij speelt tevens de afweging dat met de gekozen invulling ook de groene waarden en natuurwaarden van het gebied kunnen worden behouden. Conclusie Ten aanzien van de 15 kleine woningen kan derhalve worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hospice Behoefte Het hospice voorziet in maximaal 800 m² bebouwd oppervlak voor maximaal 6 gastenkamers. In de omgeving is geen ander hospice aanwezig. Een hospice in de Bommelerwaard is echter wel zeer wenselijk en kan op een breed draagvlak rekenen. Reeds in 2012 is door Transmissie een haalbaarheidsonderzoek naar de realisatie van een hospice in de Bommelerwaard uitgevoerd, waaruit bleek dat er ruimte is voor enkele extra hospiceplaatsen in deze regio en waarin dit draagvlak ook sterk naar voren kwam.

Uit dit onderzoek bleek onder meer dat de afstand tot hospices in aangrenzende regio’s, mede door de relatief geïsoleerde ligging van de Bommelerwaard, zowel fysiek als door cultuurverschillen als groot wordt ervaren. Een algemene maatschappelijke ontwikkeling is bovendien dat er steeds meer behoefte is aan plekken, waar veelal langdurig zieke mensen in alle rust hun laatste levensfase kunnen doorbrengen. Uit de Woonagenda 2020-2030 voor Rivierenland blijkt bovendien dat de verwachting is dat het aantal ouderen in de Bommelerwaard met 60% zal stijgen en er voor deze doelgroep zal moeten worden gebouwd. Hiermee is de verwachting dat de behoefte aan hospiceplaatsen alleen maar is toegenomen sinds het haalbaarheidsonderzoek en in de toekomst naar verwachting verder zal toenemen. De maatschappelijke behoefte aan deze functie in de regio is daarom groot. Het bestuur van de Stichting van het beoogde hospice heeft tevens intensief overleg gevoerd met functionerende hospices en organisaties die actief zijn op het vlak van palliatieve zorg. Deze overleggen bevestigen de constatering dat een hospice in Zaltbommel een welkome aanvulling is op het huidige zorgpakket. Dat is ook het standpunt van het Netwerk Palliatieve Zorg ‘s-Hertogenbosch - Bommelerwaard, waarvan het hospice in Zaltbommel intussen deel uitmaakt.

Afweging locatie Het bestuur van de Stichting van het hospice is daarom al geruime tijd op zoek naar een locatie in de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel. Voor een dergelijke functie is slechts een beperkt aantal plekken geschikt. Een geschikt locatie moet aan een aantal voorwaarden voldoen: er moet sprake zijn van een rustige omgeving, nabij woningen, maar tegelijkertijd enigszins beschut. De planlocatie voldoet hier uitstekend aan, vanwege de ligging aangrenzend aan een woongebied en omgeven door bestaande robuuste groenvoorzieningen. De planlocatie heeft al een maatschappelijke bestemming, waardoor het initiatief in functioneel opzicht past binnen de vigerende bestemmingsplankaders. De locatie ligt aan de rand van het bestaand stedelijk gebied. Met de gekozen invulling wordt de locatie optimaal benut met een in de omgeving passende functie. Hiermee is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Aan de keuze voor deze locatie heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden, waarbij voorafgaand aan de start van de ontwikkeling van deze locatie ook een aantal andere locaties beschouwd is. Dit betrof concreet de volgende locaties:

Hoofdstuk 3

19

Locatie Spiegelhof naast het zorgcentrum ’t Slot in Gameren. Het hospice zou hier ondersteund worden door zorgverlening vanuit ’t Slot. De Spiegelhof is een groot monumentaal pand. Het pand moest aangekocht en verbouwd worden. Deze locatie bleek financieel niet haalbaar.  Locatie Krangstraat in Bruchem. Hier was enkel de mogelijkheid om te huren. Dit was te onzeker en financieel een te groot risico.  Strook grond bij Waluwe naast de nieuwbouw van Brabant Wonen. Dit is niet doorgegaan, hier zijn woningen gekomen. Uiteindelijk is een ander stuk grond aangeboden, maar deze locatie bood geen beschutte omgeving en werd daarom niet geschikt geacht.  Naast de Wielewaal in het appartementencomplex, wat op de plaats van het Binnenhuis zou komen. Dit was op de bovenste etage, maar ook hier kon alleen gehuurd worden. Daardoor is deze locatie ook afgevallen.  Het pand van de van Voorden Stichting is in beeld geweest, maar hier bleek de vestiging met name financieel niet haalbaar.  Enkele andere locaties en panden zijn als optie in beeld geweest, maar deze lagen allemaal te ver van de stad en waren niet voldoende bereikbaar.  De locatie Steenweg (eigendom van de gemeente Zaltbommel) viel af vanwege de ligging in het schootsveld van de vesting. Samenvattend is gebleken dat de locatie op Beersteeg-West verreweg de meest geschikte locatie is.

Conclusie Gezien het voorgaande kan worden geconcludeerd, dat de realisatie van een hospice op deze locatie past binnen de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Parkeren Behoefte Het plan voorziet tevens in een overloopparkeerterrein met een capaciteit van circa 45 parkeerplaatsen. In het verleden is gebleken dat bij grotere evenementen en bij hoog water er behoefte is aan extra parkeerruimte nabij de binnenstad. In de Kindertuin kunnen ongeveer 60 tot 100 auto’s staan. Momenteel wordt de Kindertuin gerenoveerd. Deze locatie heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Daarom is in het nieuwe hoogwaterparkeerbeleid ook aangegeven dat het in de lijn der verwachting ligt om de overloopmogelijkheid in de Kindertuin te vervangen door de Beersteeg-West: mocht in de toekomst mogelijk de uitbreiding aan de Beersteeg-West gerealiseerd worden. Dit is conform het eerder vastgestelde uitgangspunt in het parkeerbeleid wat betreft het opvangen van incidentele piekmomenten buiten de binnenstad. In het verleden is de locatie Kindertuin gemiddeld 3 keer per jaar in gebruik geweest voor parkeren bij evenementen. Er is dus een duidelijke behoefte aan een overloopparkeerterrein. Oorspronkelijk is als uitgangspunt opgenomen dat de gewenste alternatieve locatie ongeveer 80 parkeerplaatsen zou moeten bevatten, zoals ook opgenomen in de ontwikkelingsvisie.

In het hoogwaterparkeerbeleid is een onderbouwing van de verwachte behoefte aan overloopparkeren in relatie tot het nieuwe parkeerbeleid gegeven. Dit is mede gebaseerd op een parkeertelling uit 2018. Vanaf een waterstand van 490 cm houdt de gemeente rekening met opkomende extra parkeerbehoefte voor de drukkere momenten in de week. Gemiddeld om de twee jaar is er een hoogwaterstand van 540 cm. Ook in dit opzicht is er dus een terugkerende incidentele behoefte.

Hoofdstuk 3

20

Afweging locatie De onderhavige locatie is al geruime tijd in beeld voor uitbreiding van de parkeercapaciteit, wat ook uit bovengenoemde beleidslijn blijkt. Deze locatie is hiervoor zeer geschikt geacht. Een locatie in of direct nabij de binnenstad is nodig. De groene ruimte aan de rand van de binnenstad is echter beperkt en niet elke niet-bebouwde ruimte is geschikt voor parkeren. De cultuurhistorische waarde van de stadswallen en de groene ruimte daaromheen, het schootsveld, is zodanig hoog dat parkeren daar geen optie is. Op de locatie Beersteeg-West worden de parkeerplaatsen zorgvuldig ingepast in de omgeving en gecombineerd met de andere ontwikkelingen. Dit getuigt van een zorgvuldig en multimodaal ruimtegebruik. Voor de bereikbaarheid en inpassing is het bovendien niet wenselijk om extra parkeerplaatsen te gefragmenteerd te realiseren. Conclusie Aan de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt, voor wat betreft de overloopparkeervoorziening, voldaan.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (hierna: de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze is in werking getreden op 1 maart 2019. Het doel van de Omgevingsvisie is: een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland, vanuit het verleden én met het oog op de toekomst. De provincie is als middenbestuur een belangrijke schakel bij het bereiken van deze doelstellingen en wil op een aantal manieren waarde toevoegen:  met een brede blik kijken naar de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving;  stimuleren van ontwikkelingen enerzijds en beschermen van waarden anderzijds;  focussen op duurzaamheid, onderlinge verbondenheid en een economisch krachtig Gelderland;  door middel van 7 ambities verder verdiepen van de focus. De 7 ambities van de provincie zien op de volgende thema's: energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en de woon- en leefomgeving. Per ambitie is de provinciale aanpak beschreven. Conclusie Met dit plan wordt op kleinschalige wijze gestreefd om een bijdrage te leveren aan enkele van de benoemde provinciale ambities. De woningen en het hospice worden juist op deze plek ontwikkeld vanwege de onderscheidende groene leefomgeving die hier kan worden geboden.

Aan de andere kant is daarbij een harde randvoorwaarde dat de ontwikkelingen passend moeten zijn in deze groene en ecologisch waardevolle omgeving. De woningen worden daarom natuurinclusief en circulair gebouwd. Zowel voor de woningen als het hospice reiken de duurzaamheidambities, indien mogelijk, verder dan wettelijk is voorgeschreven. Wel dienen de woningen beschikbaar te blijven voor starters, waardoor deze niet te duur mogen worden. Door de hoeveelheid verharding zoveel mogelijk te beperken (onder meer door bij voorkeur groene daken te realiseren, maar ook door een autovrije woonomgeving en grotendeels onverhard uit te voeren parkeerplaatsen) is het plan tevens klimaatadaptief. Het initiatief is passend binnen het provinciaal beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en draagt op kleine schaal bij aan het bereiken van een aantal concrete ambities.

Hoofdstuk 3

21

3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland (hierna: de Omgevingsverordening of verordening) vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt geregeld geactualiseerd. De meest recente versie van de Omgevingsverordening dateert van 19 december 2018. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, op delen of op gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften. Conclusie Het plangebied behoort conform de verordening tot het landelijk gebied. Met uitzondering van de aanduidingen ‘plussenbeleid’ en de verboden ten aanzien van glastuinbouw, zijn er in het plangebied geen specifieke aanduidingen van toepassing. De benoemde aanduidingen zijn met voorliggend plan niet van belang. Thema ‘wonen’ Aangezien met het plan in totaal 15 nieuwe woningen en 6 zorgwoningen in het hospice mogelijk worden gemaakt, is het thema 'wonen' met name relevant. Nieuwe woningen mogen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda.

In paragraaf 3.1.3 onder 'Ladder voor duurzame verstedelijking', alsmede in paragrafen 3.3 en 3.4 is het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en de regionale en gemeentelijke beleidskaders. Er is onder meer ingegaan op de wijze waarop het woon- en zorgprogramma passen binnen de regionale afspraken. Geconcludeerd wordt dat het plan voldoet aan de regels met betrekking tot het thema wonen. Groene ontwikkelingszone en Gelders Natuurnetwerk Aan de overzijde van de Gamerschedijk ligt een Groene Ontwikkelingszone (GO) en ca. 200 meter westelijk van het plangebied het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Deze gebieden blijven door het plan onaangetast. Gezien de aard en omvang van het plan zijn er geen negatieve effecten op deze gebieden die optreden. Zie ook par. 4.8 hierover.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Woonvisie Bommelerwaard 2016 - 2020 In de Woonvisie Bommelerwaard 2016 - 2020 zetten de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel voor de komende jaren hun koers uit op het gebied van wonen. De gemeenteraad van Zaltbommel heeft de woonvisie op 14 juli 2016 vastgesteld. De komende jaren willen de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel samen met de woningcorporaties, partners en burgers werken aan:  De kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: hierbij gaat het om het behoud en versterken van de kwaliteit van de woningen. Duurzaamheid, flexibiliteit en diversiteit zijn hierbij belangrijk.

Hoofdstuk 3

22

Passende woningvoorraad: beide gemeenten willen dat heel gericht woningen worden toegevoegd die passen bij de lokale vraag. Dit betekent maatwerk in de kernen en gefaseerde woningbouw zodat bijsturen mogelijk is. Voldoende betaalbare woningen: er is vraag naar betaalbare woningen in de Bommelerwaard. Hier willen beide gemeenten in voorzien met bijzondere aandacht voor starters en de lage- en middeninkomens. Wonen, welzijn en zorg: uitgangspunt is het langer zelfstandig wonen van mensen met een ondersteuningsbehoefte. De geschiktheid van de woningen en de woonomgeving, de match tussen vraag en aanbod van wonen met zorg en de bereikbaarheid van voorzieningen zijn van groot belang. Dit vraagt om samenwerking tussen veel verschillende partijen. Kwaliteit van de woonomgeving: Uitgangspunt is de identiteit en de kracht van de dorpen en kernen zelf. Beide gemeenten faciliteren initiatieven vanuit de lokale gemeenschappen en bieden waar nodig professionele ondersteuning. Ontmoeten en verbinden vinden beide gemeenten een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de woonomgeving.

Conclusie Het plan voorziet in het toevoegen van 15 kleine woningen. Door kleine woningen toe te voegen voldoet dit plan aan een lokale vraag die op dit moment speelt. Starters kunnen met moeite een huis kopen en kunnen nauwelijks instromen op de woningmarkt. Met het plan wordt een aantal relatief goedkope woningen aan het aanbod toegevoegd, die specifieke voor starters zijn bedoeld. Daarnaast wordt een deel van de woningen huurwoningen die zijn gericht op de groep lage middenhuur. Dit is een doelgroep met te weinig inkomen voor een hypotheek en te hoog inkomen voor sociale huurwoningen. Hier worden in het kader van de grondverkoop afspraken over gemaakt met de ontwikkelaar. De woningen zullen gerealiseerd worden in een erg groen gebied, wat ook zijn groene sfeer zal behouden, waardoor de kwaliteit van de leefomgeving hoog is. Daarnaast worden de woningen duurzaam uitgevoerd, ook een speerpunt vanuit de woonvisie. Het plan is in lijn met de woonvisie.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026 en Groenbeheerplan 2019-2028 Het Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026 is op 26 januari 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Zaltbommel. Het beleidsplan heeft betrekking op het openbaar toegankelijke groen binnen de bebouwde kom. Het beleid gaat onder andere in op de betekenis van groen voor mensen, de verschillende soorten groenvoorzieningen, inrichting, beheer en de hoeveelheid te realiseren groen per woning bij nieuwe ontwikkelingen. Zo is de richtlijn bij nieuw te realiseren woningen: 75 m² groen per woning, waarvan 30 m² wordt ingericht als gebruiksgroen. Het Groenbeheerplan 2019-2028 maakt de ambities uit het Groenbeleid concreet en heeft als doel om het openbaar groen binnen de kaders van het Groenbeleid planmatig en efficiënt uit te voeren. Zodat gebruik, beleving en toekomstwaarde op duurzame wijze gewaarborgd zijn. Conclusie

Hoofdstuk 3

23

Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom en het buitengebied van Zaltbommel in een omgeving met veel groen, waarvan deels openbaar groen. Het perceel van het hospice ligt binnen de hoofdgroenstructuur. Doelstelling van het beleid is om deze structuur te verbeteren/versterken. Met de gekozen invulling zal de situering van de hoofdgroenstructuur wijzigen. De belangrijkste bestaande groenstructuren, zowel op het perceel van het hospice als in de rest van het plangebied, worden behouden. Er wordt daarmee geen onevenredige afbreuk gedaan aan de doelstelling voor wat betreft de groenstructuren. Zuidelijk van het plangebied ligt een park, dat als gebruiksgroen (in eigendom van de gemeente) is aangemerkt. Het planvoornemen zoekt een verbinding met dit gebruiksgroen door middel van paden. Voor de toekomstige bewoners wordt het daarom mogelijk om hiervan gebruik te maken. 3.4.2 Programma duurzaamheid Duurzaamheid speelt een grote rol in het bestuursakkoord 2018-2022 van de gemeente Zaltbommel. Concrete aandachtspunten zijn onder meer energietransitie, energiereductie en een prettige leefomgeving. Elke nieuwe wijk die gebouwd wordt, wordt een 100% duurzame wijk zonder aardgasaansluiting.

De afspraak dat voor nieuwe gemeentelijke gronduitgiften vanaf 1 januari 2018, vooruitlopend op de wettelijke ingangsdatum 1 januari 2021, volgens de BENG-norm (Bijna Energie Neutraal Gebouw) wordt gebouwd blijft onverkort van kracht. Per 1 januari 2021 is deze eis ook verankerd in het Bouwbesluit 2021. Daarnaast is de afvoer van regenwater een groeiend probleem. Neerslag komt steeds meer in hevige pieken. Er zijn dus maatregelen nodig om natte voeten (en erger) te voorkomen. Logische oplossingen zijn de aanleg van lokale waterbergingen, het ontkoppelen van de regenwaterafvoer via het riool en groene daken. Bij openbare straatverlichting is LED-verlichting de norm. Conclusie In hoofdstuk 2 is al toegelicht dat het plan een sterke duurzaamheidsambitie kent. Dit ziet op verschillende aspecten: gebruik van duurzame en natuurlijke bouwmaterialen, voorkeur voor groene daken, circulair en natuurinclusief bouwen en hydrologisch neutraal bouwen. De ambities reiken verder dan de wettelijke verplichtingen. Duurzaamheid vormt een integraal onderdeel van het planconcept. Het initiatief past hiermee uitstekend binnen het programma duurzaamheid.

Hoofdstuk 3

24

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren 4.1.1 Toetsingskader Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Parkeernota Zaltbommel 2018. Het uitgangspunt is dat de ontwikkeling geen extra parkeerdruk legt op de omgeving. Daarnaast dient vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening aandacht te worden besteed aan de verkeersgeneratie, die nieuwe initiatieven met zich meebrengen en de wijze waarop het verkeer wordt afgewikkeld. 4.1.2 Onderzoek Verkeer De nieuwe functies zullen leiden tot een toename van de verkeersgeneratie. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW kengetallen1. De omgevingsadressendichtheid van de wijk spellenwaard in Zaltbommel is volgens het CBS 1015, wat betekent dat het als matig stedelijk gebied wordt aangemerkt. Het plangebied kan worden aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’. Het plan voorziet in 15 woningen, die kunnen worden aangemerkt als kleine grondgebonden woningen, die geschikt zijn voor één- tot tweepersoonshuishoudens. De CROW-publicatie kent geen categorie die hierop specifiek van toepassing is. Een verkeersgeneratie van ca. 5-7 mvt/etmaal per woning is reëel. Dit is vergelijkbaar met de categorie ‘huur, appartement, midden’, waarvoor het kencijfer maximaal 6,0 mvt/etmaal per woning is. De verwachte gezamenlijke verkeersgeneratie van de woningen bedraagt daarmee 15 x 6 = 90 mvt/etmaal.

Deze verkeersbewegingen worden via de bestaande ontsluiting op de Gamerschedijk afgewikkeld vanaf het te realiseren parkeerterrein voor bewoners en bezoekers van de woningen (zie hierna ook onder ‘parkeren’). Tevens wordt een hospice met maximaal 6 verblijven gerealiseerd. Voor een hospice kan het kencijfer van een aanleunwoning/serviceflat het best worden gebruikt. Deze bedraagt maximaal 3 mvt/etmaal per kamer. In totaal zal het aantal verkeerbewegingen als gevolg van deze ontwikkeling dus neerkomen op 18 mvt/etmaal. Deze verkeersbewegingen worden op de Beersteeg afgewikkeld via de bestaande ontsluiting van het gemaal. De woningen en het hospice genereren in totaal maximaal 108 extra mvt/etmaal. Dit is een geringe toename. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande ontsluitingen en het verkeer kan op veilige wijze worden afgewikkeld. Het is daarnaast de wens om overloopparkeerplaatsen in het gebied te voorzien (zie nader par. 2.2.4). Extra parkeerplaatsen in het gebied zijn incidenteel nodig, namelijk bij evenementen en hoog water. Er worden circa 45 overloopparkeerplaatsen voorzien op een separaat terrein, dat alleen beschikbaar bij hoog water en bij evenementen. Er komt een toegangsbeperking tot het terrein, bijvoorbeeld met

1

CROW-Publicatie 381, december 2018.

Hoofdstuk 4

25

een slagboom. Dit parkeerterrein zal worden ontsloten via de Beersteeg. Voor een dergelijk overloopparkeerterrein zijn in de CROW-publicatie geen kencijfers beschikbaar. Op voorhand is ook niet zeker hoeveel dagen per jaar het terrein gebruikt zal worden, maar gezien de aard van het gebruik en de inrichting van het terrein met toegangsbeperkingen, is op voorhand zeker dat dit gebruik incidenteel zal zijn. Bij een capaciteit van 45 parkeerplaatsen en een (hoog ingeschatte) bezetting van 2 auto’s per parkeerplaats per dag, is er op dagen dat gebruik wordt gemaakt van het parkeerterrein een maximale extra verkeersgeneratie van 180 mvt/etmaal. Het verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld via de Beersteeg, die gezien de functie en ligging een relatief gering bestaand aantal verkeersbewegingen kent. Daarom zal ook deze incidentele situatie niet voor problemen zorgen. Parkeren De parkeernormen zijn bepaald aan de hand van Parkeernota 2018 van de gemeente Zaltbommel. De ontwikkeling realiseert 15 grondgebonden woningen buiten het centrumgebied van Zaltbommel. In onderstaande figuur is te zien dat de parkeernorm 2,0 parkeerplaatsen per woning is. Dit betekent ten minste 30 parkeerplaatsen voor de woningen benodigd zijn. Deze norm is ruim genoeg gezien de aard van de woningen en de doelgroep.

Gezien de aard van de woningen en de beoogde doelgroep, is de daadwerkelijk te verwachten parkeervraag mogelijk, in lijn met de kencijfers qua verkeersgeneratie, wat kleiner. Er worden twee parkeerterreinen aan weerszijden van het woongebied voorzien met in totaal ca. 75 parkeerplaatsen. Eén parkeerterrein met een capaciteit van 30 parkeerplaatsen wordt uitsluitend gebruikt voor het bewoners- en bezoekersparkeren. Deze parkeerplaatsen voor de woningen worden deels verhard en deels half verhard uitgevoerd. Het wordt via de Gamerschedijk ontsloten. Naast het parkeren voor de woningen, is ook de wens om overloopparkeerplaatsen in het gebied te voorzien (zie nader par. 2.2.4). Extra parkeerplaatsen in het gebied zijn incidenteel nodig, namelijk bij evenementen en hoog water. Een aanzienlijk deel van deze opgave wordt op het tweede te realiseren terrein, met een capaciteit van ca. 45 parkeerplaatsen, opgelost. Dit parkeerterrein wordt via de Beersteeg ontsloten. Met de beide parkeervoorzieningen wordt ruimschoots voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd. De CROW-publicatie en de gemeentelijke beleidsnota kennen geen specifieke parkeernorm voor een hospice. Voor een woon-zorgcomplex is de parkeernorm 0,6 parkeerplaatsen per wooneenheid.

Deze norm wordt echter als te laag ingeschat voor een hospice, omdat er naar verwachting meer verzorgend personeel en meer bezoek zal zijn per wooneenheid. Een norm van ca. 2 parkeerplaatsen per eenheid wordt reëler geacht. Er komen maximaal 6 eenheden. Op het voorterrein wordt een parkeerterrein met in totaal 13 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee zullen zeker voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar zijn voor het hospice. Deze parkeerplaatsen zijn via de Beersteeg bereikbaar.

Hoofdstuk 4

26

Figuur 4.1: parkeernormen gemeente Zaltbommel (Parkeernota 2018)

4.1.3 Conclusie Het planvoornemen voorziet in ruimschoots voldoende parkeergelegenheid, waardoor er geen verder onderzoek nodig. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er evenmin belemmeringen te verwachten. De verkeersgeneratie vanwege het plan is gering.

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Het plangebied wordt van verschillende kanten belast met geluid zoals verkeerslawaai en het bedrijf Busker. Er worden nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt, namelijk woningen en een hospice. Een nadere beschouwing van het aspect akoestiek is dan ook noodzakelijk. Wegverkeer De ontwikkeling ligt zuidelijk van de Gamerschedijk. Dit betreft een weg met een geluidzone. De geprojecteerde woningen en het hospice liggen binnen deze geluidzone. Er is daarom conform de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek uitgevoerd door de Omgevingsdienst Rivierenland, zie hiertoe bijlage 2. Het project is gemodelleerd in het vigerende wegverkeersmodel 2030. Uit de berekeningen volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (Lden) conform de Wet geluidhinder niet wordt overschreden. De maximale geluidsbelasting is 46 dB. Figuur 4.2 geeft een beeld van de geluidcontouren vanwege deze weg.

Hoofdstuk 4

27

Figuur 4.2: weergave geluidcontouren Gamerschedijk (bron: Omgevingsdienst Rivierenland)

Het project voldoet dus met betrekking van het aspect geluid vanwege het wegverkeer. Nader onderzoek of het vaststellen van hogere waarden is niet noodzakelijk. Industrielawaai Het tegenoverliggend bedrijf Busker valt onder de categorie aannemersbedrijf met werkplaats: B.O. > 1000 m², niet liggend in een gezoneerd bedrijven terrein. Volgens de richtlijnen van de VNG (publicatie Bedrijven en milieuzonering, 2009) moet tussen een dergelijk bedrijf en gevoelige functies zoals woningen en het hospice een afstand van minimaal 50 meter liggen en betreft dit een bedrijf in milieucategorie 3.1. Het bedrijf ligt op minimaal 100 meter van de woningen af en circa 75 meter van het hospice. Dit betekent dat er geen verder akoestisch onderzoek voor het aspect industrielawaai nodig is. Overigens is uit eerder onderzoek van de Antea group2 gebleken dat ter plaatse van de beoogde woningbouw en het hospice wordt voldaan aan de grenswaarden vanuit het Activiteitenbesluit. Ook blijkt hieruit dat de inrichting alleen in de dagperiode werkzaamheden uitvoert (tussen 07.00 en 19.00 uur). Gezien het voorgaande kan worden vastgesteld dat het aspect industrielawaai geen nader onderzoek vergt en geen belemmering voor de realisatie van het plan vormt. 4.2.2 Conclusie Uit akoestisch onderzoek is gebleken dat het verkeerslawaai binnen de norm van 48 dB blijft en dus geen belemmering is voor de ontwikkeling.

Het industrielawaai blijft binnen de richtlijnen van de VNG

2

Antea Group, Akoestisch onderzoek Busker B.V., nummer 140702 260866.00 rev.01 d.d. 2 juli 2014.

Hoofdstuk 4

28

en hiervoor is dus geen verder onderzoek nodig. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;  het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10655805/1