Bijlage 1. Bestemmingsplan Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Datum: 4 oktober 2019 Planstatus: Voorontwerptussen 3b en 7’ (Veldzicht) Toelichting
Gemeente Zaltbommel Status: Datum: ID:
Vast te stellen 13 juli 2021 NL.IMRO.0297.BGBBP20200001-VS01
Krangstraat
Toelichting Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’ NL.IMRO.0297.BGBBP20200001-VS01 Vast te stellen, 13 juli 2021 Gemeente Zaltbommel
Door Urban Jazz B.V. in opdracht van:
VOF VAN WANROOIJ - REUVERS p/a Van Wanrooij Projectontwikkeling B.V. Postbus 4 5386 ZG Geffen.
Bijlagen 1. Quickscan ecologie, 1 april 2019 en 23 augustus 2012 2. Archeologisch onderzoek, februari 2006 en selectiebesluit 8 mei 2013 3. Bodemonderzoek, 9 augustus 2017 4. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, 27 mei 2020 5. Aerius-berekening d.d. 16 juni 2021 6. Watertoets, 16 maart 2020 7. Onderzoek geurhinder veehouderijen, 13 maart 2020 8. Steenuil, 9 april 2020 met ontwerp-ontheffing 16 maart 2021 9. Aanvullend steenuil onderzoek, 29 mei 2020 10. Beeldkwaliteitplan , 5 juli 2021 11. Munitie, 19 maart 2020 12. Verslagen omgevingsdialoog, 24 januari 2017 en 12 september 2019 13. Vooroverleg- en inspraakreacties met Eindverslag inspraak 14. Zienswijzenota
Separate bijlagen Regels Verbeelding
Pagina 1
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding .............................................................................................................................................. 3 Ligging en begrenzing van het plangebied ............................................................................................ 3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 4 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 5
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4
Huidige en beoogde situatie .................................................................................................. 20
Zaltbommel - Bruchem ........................................................................................................................ 20 Bestaande situatie plangebied en directe omgeving .......................................................................... 21 Beoogde situatie .................................................................................................................................. 23
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Beleidskaders .......................................................................................................................... 6
Rijksbeleid .............................................................................................................................................. 6 Provinciaal en regionaal beleid ............................................................................................................ 10 Gemeentelijk beleid............................................................................................................................. 15 Toetsing beleidskaders ........................................................................................................................ 19
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Inleiding ................................................................................................................................. 3
Sectorale aspecten, kwaliteit van de leefomgeving ............................................................... 29
Bodem ................................................................................................................................................. 29 Archeologie en cultuurhistorie ............................................................................................................ 29 Water ................................................................................................................................................... 33 Geluidhinder ........................................................................................................................................ 36 Luchtkwaliteit ...................................................................................................................................... 37 Externe veiligheid ................................................................................................................................ 39 Ecologie / flora en fauna ...................................................................................................................... 40 Milieuzonering ..................................................................................................................................... 45 Geurhinder ..........................................................................................................................................
47 Overige belemmeringen, kabels en leidingen ..................................................................................... 49 Spuitzone boomgaarden ..................................................................................................................... 49 Explosieven .......................................................................................................................................... 50 Vormvrije MER-beoordeling. ............................................................................................................... 51
Hoofdstuk 5
Juridische aspecten ............................................................................................................... 52
5.1 5.2
Planvorm.............................................................................................................................................. 52 Toelichting op de bestemmingen ........................................................................................................ 52
1 2 3 4
INLEIDENDE REGELS............................................................................................................................. 52 BESTEMMINGSREGELS ........................................................................................................................ 52 ALGEMENE REGELS .............................................................................................................................. 53 OVERGANGS- EN SLOTREGELS ............................................................................................................. 53
5.3
Handhaving .......................................................................................................................................... 54
Hoofdstuk 6 6.1 6.2
Pagina 2
uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 55
Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 55 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 55
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
Aan de Krangstraat 5 in Bruchem is een agrarisch akkerbouw bedrijf beëindigd. De initiatiefnemer van onderhavig plan, een ontwikkelaar, wenst op deze gronden en aangelegen akkerbouwpercelen en weilanden een woningbouwlocatie in ontwikkeling te brengen. De ontwikkeling voorziet in maximaal 50 nieuwbouwwoningen, in diverse typen, gefaseerd te realiseren binnen het plangebied van bijna 3 ha. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en de bedrijfswoning, Hoeve Veldzicht uit 1926, blijft behouden als burgerwoning. De gemeente Zaltbommel heeft in maart 2017 met een beleidskader haar principemedewerking aan de ontwikkeling toegezegd en een Programma van Eisen (d.d. 12 december 2019) opgesteld. Met het Programma van Eisen start de voorbereidingsfase. Het Programma van Eisen betreft een functionele lijst met uitgangspunten. Dit Programma van Eisen is een algemeen kader voor de ontwikkeling van het gebied. In het programma worden uitgangspunten en wensen van de partijen vastgesteld voordat de concretere ontwerpfase kan starten. In het Programma van Eisen is zo concreet mogelijk vastgelegd waar het toekomstig ontwerp aan getoetst wordt. Het ruimtelijk ontwerp en het bestemmingsplan zijn uitwerkingen van het programma.
Logischerwijs dienen de uitwerkingen daarna te voldoen aan het vigerend beleid (gemeentelijk en regionaal) en gemeentelijke beleidsvisies, zoals op het terrein van volkshuisvesting en de openbare ruimte. Het Programma van Eisen wijkt enigszins af van het eerdere beleidskader. Het aantal woningen is verhoogd, de bebouwingsgrens aan de zuidzijde is verlegd, waardoor de groenzone is verkleind en het aandeel sociale huurwoningen is verkleind. Het onderhavige bestemmingsplan wordt opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken én planologisch vast te leggen.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
In figuur 1a en 1b zijn respectievelijk de ligging van het plangebied en een kadastrale kaart weergegeven. Het betreft de kadastrale percelen sectie S 414, 324, 1085 en 1087 ter grootte van circa 24.750 m2. Alsmede het perceel sectie S nummer 812 ter grootte van 7.150 m2. Vanuit juridisch oogpunt is het naastgelegen bedrijf Krangstraat 3c ook in de planvorming meegenomen, waarover in paragraaf 4.8 meer.
Figuur 1 b: L igging plange bied (topogr afisc he kaart 2018) Pagina 3
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
Figuur 1a: Kadas tr ale kaar t
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan (figuur 2) ‘Buitengebied Zaltbommel’ vastgesteld door de gemeenteraad van Zaltbommel op 27 juni 2013 en onherroepelijk geworden op 17 september 2014. De voorbereidingsbesluiten Hotels en pensions én Verkamering woningen Zaltbommel van 2 november 2017 resp. 25 april 2019 hebben ook betrekking op dit gebied. Ook geldt er het Parapluplan Parkeren van 14 juni 2018 en Parapluherziening verkamering woningen van 5 november 2020. Het plangebied is agrarisch bestemd met een bouwvlak van circa 6500 m2. Ter plaatse is agrarische bedrijfsbebouwing toelaatbaar en een bedrijfswoning, met dien verstande dat in 2017 al een vergunning is verleend om de Krangstraat 5 voor burgerbewoning te gebruiken. . De dubbelbestemming Waarde-Archeologie 3 is opgenomen voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Voor het realiseren van een bouwwerk groter dan 2500 m2 en dieper dan 30 cm. is vooraf een onderzoek vereist. Krangstraat 3c heeft een bedrijfsbestemming met een bouwvlak van circa 2500 m2, afgescheiden met een strook van 5 meter bestemd als Groen. Een bedrijfswoning is niet toelaatbaar. Het huidige bedrijf “Opleidingscentrum met kantoor- en vergaderfunctie” is toegelaten alsmede agrarische verwante bedrijven en aan het buitengebonden bedrijven.
Binnen het bouwvlak is 984 m2 bebouwing toegestaan, gebaseerd op de bestaande bebouwing. Agrarisch verwante bedrijven zijn gericht op het leveren van diensten en goederen aan agrarische bedrijven zoals het bewerken, vervoeren en/of verhandelen van agrarische producten en bedrijven die zich richten op een combinatie van agrarische- en zorgfuncties. Voorbeelden van agrarisch verwante bedrijven zijn (loon)werkbedrijven, veehandelsbedrijven, dierenklinieken voor grootvee, groothandels in agrarische gewassen en zorgboerderijen. Aan het buitengebied gebonden bedrijven zijn door hun aard of activiteiten functioneel aan het buitengebied gebonden. Voorbeelden van aan het buitengebied gebonden bedrijven zijn een hoveniersbedrijf, paardenpension/ -stalling, kennel/ dierenasiel en hondensportaccommodatie. In de regelgeving is geen maximaal milieucategorie van de VNG gekoppeld. Het bestemmingsplan heeft vooral een beheersmatig karakter.
Pagina 4
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
Figuur 2 : V igere nd be stemm ingsplan Buite ngebied
De beoogde ontwikkeling, die verder in hoofdstuk 2 wordt beschreven en gemotiveerd, past qua bouw- en gebruiksmogelijkheden daarmee niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Aangezien er tevens geen passende afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, dient er om de woningbouwontwikkeling mogelijk te maken - een bestemmingsplan te worden opgesteld, waarbij de bedrijfs- en agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Het voorliggende bestemmingsplan biedt dus het juridisch planologische kader om de voorgestelde ontwikkeling ter plaatse mogelijk te maken. Krangstraat 3c is in de planvorming meegenomen om de bedrijfsactiviteiten planologisch te beperken.
1.4
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en verbeelding. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende gedeelte van het plan. Daarop wordt een toelichting gegeven. In de onderhavige toelichting worden de uitgangspunten voor de planherziening weergegeven. Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en beoogde situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het ruimtelijk beleid dat op de beoogde ontwikkeling van toepassing is. De milieu- en duurzaamheidaspecten worden behandeld in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vorm van het bestemmingsplan beschreven. De uitvoerbaarheid komt in hoofdstuk 6 aan de orde. In de bestemmingsplantoelichting wordt vooral ingegaan op de agrarische gronden, die oorspronkelijk hoorden bij Krangstraat 5. Het pand Krangstraat 5 wordt van bedrijfswoning naar burgerwoning omgezet. Het aangrenzend perceel Krangstraat 3c wordt beperkt besproken, aangezien hier sprake is van het nagenoeg bestendigen van de geldende bestemming, met maatwerk qua milieuzonering. In praktische zin is de impact hiervan beperkt en is er geen sprake van een concrete ontwikkeling.
Pagina 5
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
HOOFDSTUK 2 BELEIDSKADERS 2.1
Rijksbeleid
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Een actualisatie van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid is nodig om die nieuwe aanpak vorm te geven. De verschillende beleidsnota’s op het gebied van ruimte en mobiliteit zijn gedateerd door nieuwe politieke accenten en veranderende omstandigheden zoals de economische crisis, klimaat-verandering en toenemende regionale verschillen die onder andere ontstaan omdat groei, stagnatie en krimp gelijktijdig plaatsvinden. In de structuurvisie van 13 maart 2012, schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De forse bezuinigingsopgave maakt dat er scherp geprioriteerd moet worden. De financiële middelen zijn de komende jaren beperkt en private investeerders zijn terughoudender. Hierdoor vertragen projecten, worden deze heroverwogen of zelfs gestopt. Daarnaast werkt de huidige wijze van financiering van gebiedsontwikkeling niet meer.
Nieuwe verdienmodellen en andere kostendragers zijn nodig om gebiedsontwikkeling weer van de grond te krijgen. Tegelijkertijd vragen grote opgaven op het gebied van concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid om rijksbetrokkenheid. Het initiatief heeft geen betrekking op één van de 13 rijksbelangen die zijn opgenomen in de SVIR: 1. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. het instandhouden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; 9.
ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten en 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten Het initiatief past dan ook binnen de beleidskader van de SVIR. 2.1.2 Barro Omtrent het ontwerp van de structuurvisie vond inspraak plaats in 2011. Gelijktijdig is een eerste wijziging ter inzage gelegd van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro bevestigt de beleidsuitspraken uit de structuurvisie. Het gewijzigde Barro trad op 10 oktober 2012 in werking, ook wel genoemd Ontwerp Algemene Maatregel van Bestuur Ruimte. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft het Rijk de juridische kaders die nodig zijn voor het beleidsmatig borgen van het ruimtelijk rijksbeleid. De meest recente wijziging heeft op 18 mei 2016 plaatsgevonden. Het Rijk heeft in het Barro opgenomen: 1. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. Kustfundament; 3. Grote Rivieren; Pagina 6
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke waarde; Rijksvaarwegen; Hoofdwegen en landelijke spoorwegen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en Ruimtereservering parallelle Kaagbaan.
Voor de gemeente Zaltbommel is binnen het Barro het rijksbeleid voor Grote Rivieren van belang. Dit beleid is uiteengezet in de Beleidslijn Grote Rivieren. Deze Beleidslijn omvat het gehele kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid, vanuit rivierkundig en ruimtelijk oogpunt, van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. De Beleidslijn is van toepassing op onder andere het stroomgebied van de Waal. In de Beleidslijn wordt een onderscheid gemaakt in een stroomvoerend regime en een bergend regime. Een stroomvoerend regime geldt voor delen van het rivierbed waar, op grond van rivierkundige overwegingen, specifiek omschreven riviergebonden activiteiten zijn toegestaan. Riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld waterstaatkundige werken, de uitbreiding van steenfabrieken en de realisatie van natuur. Niet-riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld woningbouwontwikkeling en de realisatie van niet-watergebonden bedrijventerreinen. Niet-riviergebonden activiteiten zijn niet toegestaan. Uitzonderingen zijn alleen toegestaan in situaties waarin sprake is van een groot openbaar belang en de activiteit niet buiten het rivierbed gerealiseerd kan worden, een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijvigheid, functieverandering binnen bestaande bebouwing en per saldo meer ruimte voor de rivier.
Binnen de gemeente Zaltbommel vallen het Munnikenland (inclusief Slot Loevestein) ten westen van de Nieuwe Dijk, de Waal en de uiterwaarden langs de Waal onder het stroomvoerend regime. Een bergend regime geldt voor delen van het rivierbed waar alle activiteiten zijn toegestaan als voldaan wordt aan de gestelde rivierkundige voorwaarden. De Afgedamde Maas inclusief uiterwaarden en het buitendijks gelegen deel van Eiland Nederhemert vallen onder het bergend regime. Ten westen van de kern Brakel is een ruimtelijke reservering opgenomen. Deze reservering heeft als doel te zorgen dat op deze locatie in de toekomst rivierverruimende maatregelen mogelijk te maken. In dit gebied moeten nieuwe grootschalige en kapitaalintensieve ontwikkelingen afgestemd worden op de toekomstige rivierverruimingsmaatregelen. Het bestaand gebruik mag worden voortgezet. De reservering bij Brakel is bedoeld om de toekomst een dijkteruglegging mogelijk te maken. De regels uit het Barro hebben geen betrekking op het initiatief, omdat het initiatief niet ligt binnen de gronden, waarop het regime van de beleidslijn Grote Rivieren, van toepassing is en/of binnen de ruimtelijke reservering ten westen van de kern Brakel. 2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Uit het gewijzigde Barro blijkt dat artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangevuld is.
Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe ruimtevraag en een zorgvuldige inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De term SER-ladder is verder geïntroduceerd. Drie stappen moeten worden doorlopen met een motivatie in de toelichting bij het betreffende ruimtelijke plan: 1. beoordeling of de beoogde ontwikkeling voorziet in een regionale, intergemeentelijke vraag voor bedrijven- en haventerreinen, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties en andere stedelijke voorzieningen. Naast de kwantitatieve beoordeling gaat het ook om kwalitatieve vraag op regionale schaal; 2. beoordeling of de ontwikkeling kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten en 3. beoordeling door betrokken overheden of er sprake is van een passende ontsluiting. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. De belangrijkste wijzigingen zijn gelegen in het vervallen van de begrippen ‘actuele regionale’ bij de behoeftebepaling. Aangezien de huidige jurisprudentie van toepassing blijft op de nieuwe ladder, leidt dit niet tot een wijziging in de toepassingspraktijk van de ladder. Daarnaast zijn treden 1 en 2 samengevoegd en is trede 3 komen te vervallen. Pagina 7
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt nu: “De toelichting van een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt, dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.” De ladder moet worden doorlopen als het gaat om bouwmogelijkheden van enige omvang (meer dan 11 woningen). In de regio zijn ook afspraken gemaakt over toepassing van de ladder. Zeer kleinschalige bebouwingsmogelijkheden of functiewijzigingen die niet voorzien in een toename van het ruimtebeslag worden niet gekwalificeerd als een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de zogenaamde overzichtsuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State over de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
Voor wonen is daarmee de lijn dat er vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het plan Krangstraat wordt daarom gezien als stedelijke ontwikkeling. In de paragrafen 3.2 is de woningbehoefte nader kwantitatief en kwalitatief onderbouwd en getoetst. Het is vanuit een duurzaam ruimtegebruik zeer wenselijk om gebruik te maken van inbreidingslocaties en/of herstructureringslocaties. Een deel van het plangebied is als herstructurering te beschouwen, aangezien een agrarisch bouwvlak met deze ontwikkeling verdwijnt. Er zijn voorts onvoldoende inbreidingslocaties in Bruchem om tegemoet te komen aan de woningbehoefte aldaar. Dit leidt tot deze uitbreidingslocatie. Er zijn in Bruchem onderstaande woningbouw locaties bekend voor woningbouw in de periode 2018-2028: • Bruchem, Dorpsstraat 55: woningbouwplan voor 5 woningen. Deze woningen zijn reeds gerealiseerd. • Bruchem, Molenstraat 5: woningbouwplan voor ca 8 huurwoningen. Plan in voorbereiding. • Bruchem, Krangstraat (Veldzicht): voorliggend woningbouwplan voor 49 woningen. De locatie Bruchem, Molenstraat / Dorpsstraat is afgevallen. Op dit moment maken de archeologische waarden in de grond een woningbouwplan (financieel) op deze locatie onhaalbaar. Deze locatie valt daardoor af. Andere / alternatieve concrete (inbreiding of uitbreiding) woningbouwlocaties in Bruchem zijn er op dit moment niet.
Woningbouwlocaties uit het verleden zijn al volgebouwd en de gemeente heeft geen andere locaties in eigendom. Binnen de bebouwde kom (zie figuur 3) zijn er zodoende geen concrete alternatieven aanwezig. De locatie Krangstraat (Veldzicht) is overigens wel gelegen binnen de bebouwde komgrens en gelegen tussen twee dorpslinten, te weten Krangstraat en de Peperstraat.
Figuur 3 : L uchtfoto Bruc hem
Bebouw de kom Bruc hem
Daarbij wordt nog opgemerkt dat het laatste grotere woningbouwplan in Bruchem, De Kosterijen III, alweer ruim 9 jaar geleden was. Met voorliggend woningbouwplan Bruchem Krangstraat kan dan ook het tekort aan woningen van de afgelopen jaren ingelopen worden. Opgemerkt wordt dat particuliere (eigen) woningbouw vooral ziet in de eigen woningbehoefte op een eigen perceel, maar niet voor iedere Bruchenaar mogelijk is. Met een groter woningbouwplan wordt in de woningbehoefte, zie ook paragraaf 2.2.5, voor diverse doelgroepen voorzien. Pagina 8
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
De woningbehoefte voor het type en aantal woningen dat met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, is te bepalen aan de hand van het Woningbehoefteonderzoek Bommelerwaard en de Regionale Woonagenda, die ook in dit bestemmingsplan worden besproken. Er is in Bruchem een woningbehoefte van circa 90 woningen tot 2028. In Bruchem is vanaf 2018 tot 2028 een harde capaciteit van 5 woningen en naast het plan Bruchem, Krangstraat een zachte capaciteit van ca 8 woningen. Hieruit blijkt dat er in kwantitatieve zin voor de komende jaren tot 2028 een woningbehoefte is aan voldoende woningen in Bruchem. Het plan Krangstraat voorziet in 49 woningen in totaal. Er zijn in het huidige woningbouwprogramma (2015-2024) 883 woningen gepland met een capaciteit van 1115. De woningen van Bruchem, Krangstraat (49) passen dus binnen het huidige woningbouwprogramma. Het woningbouwprogramma wordt momenteel geactualiseerd. Er is een gemeentelijke woningbouwopgave tussen de 900 en 1450 woningen geraamd voor de komende 10 jaar (2020-2030). Vanaf 2020 zijn er circa 450 woningen gepland. Ook in het nieuwe woningbouwprogramma is Bruchem, Krangstraat dus passend. Uit bovenstaande blijkt dat er in kwantitatieve zin voldoende woningbehoefte is. Het woningbouwprogramma voor Bruchem, Krangstraat wordt afgestemd op de behoefte en op de invulling van andere woningbouwlocaties in Bruchem.
Er wordt gedacht aan eengezins koop woningen in diverse prijsklassen, waaronder starters woningen en eengezins huurwoningen. 70% is voor de vrije sector bedoeld en 30% voor de betaalbare en sociale sector. Het soort woningen dat gerealiseerd gaat worden wordt niet op korte tot middellange termijn in dusdanige aantallen in Bruchem gerealiseerd, dat voorzien kan worden in de vraaq naar dit soort woningen in Bruchem. Het bestemmingsplan voorziet in 49 woningen, waarbij huisvesting van de diverse doelgroepen voorzien is. Er zijn 4 levensloopbestendige koopwoningen in het plan. Woonstichting De Kernen biedt daarnaast 2 seniorenappartementen aan. In de zienswijzenota is uitgebreid op deze aspecten ingegaan. 2.1.4 Radarverstoringsgebied Herwijnen Het plangebied is gelegen in een radarverstoringsgebied van defensie en het radarstation Herwijnen (figuur 4). In artikel 2.6.2 van het Barro wordt gesteld dat de maximaal toelaatbare hoogte van objecten in, op of boven de grond in een radarverstoringsgebied in overeenstemming moet zijn met de regeling als opgenomen in het Rarro. De maximale toegestane hoogte is 113 meter +NAP. De locatie ligt op circa 2 meter +NAP. Onderhavig plan biedt ruimte voor woningbouw met een bouwhoogte tot maximaal 11 meter. Deze hoogte past ruimschoots binnen de gestelde maximale bouwhoogtes uit het Rarro.
Ten aanzien van het onderhavige plangebied zijn er verder geen regels uit het Barro van toepassing.
Figuur 4 : Radarvers torings ge bied
Pagina 9
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
Met de komst van de Wro in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van de provincie gewijzigd. Structuurvisies geven voortaan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid aan en stellen de provinciale belangen die met dat beleid worden behartigd veilig. Ter verwezenlijking daarvan heeft de provincie de beschikking over nieuwe juridisch mogelijkheden, te weten het provinciale bestemmingsplan ofwel inpassingsplan, de verordening en het opleggen van aanwijzingen. Met de inwerkingtreding van de Wro is de goedkeuringstaak van Gedeputeerde Staten ten aanzien van ruimtelijke plannen komen te vervallen. Dit betekent dat de provincie dient te handelen vanuit het provinciaal belang. Enkel op die basis kan de provincie gebruik maken van het instrumentarium dat op grond van de Wro beschikbaar is. 2.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De nieuwe Omgevingsvisie van Gelderland, vastgesteld op 19 december 2018, geeft de richtlijnen voor de ruimtelijke, fysieke en economische inrichting van de provincie. Gemeentelijke plannen en initiatieven van ondernemers, burgers en instellingen kunnen aan dit beleid getoetst worden. De nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland kent een aantal nieuwe beleidsthema's (ambities) en een aantal aanpassingen van het beleid op bestaande thema's. Het beleid is meer strategisch van karakter.
In de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ beschrijft de provincie het beeld op de toekomst. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Gelderland bevindt zich op een cruciaal punt in de tijd. De wereld verandert ingrijpend met nieuwe vraagstukken zoals het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Bij de taakinvulling legt de provincie de focus op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wordt gedaan door het nastreven van zeven met elkaar samenhangende ambities: 1. energietransitie; 2. klimaatadaptie; 3. circulaire economie; 4. biodiversiteit; 5. bereikbaarheid; 6. vestigingsklimaat en 7. woon- en leefomgeving. Ad 7) Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. Het benutten van bestaande gebouwen heeft de voorkeur. Gestreefd wordt naar concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, is uitbreiding aan de randen van de steden of dorpen in beeld.
Bij de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop. Gestreefd wordt naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut. In 2050 zijn alle woningen klimaatneutraal. Het ruimtelijk beleid uit de provinciale omgevingsvisie van 2014 en de actualisatie wordt voortgezet. Dit zelfde geldt voor het waterbeleid, milieubeleid, natuur en landschapsbeleid en verkeers- en vervoersbeleid. Uit het kaartbeeld bij de visie (figuur 5 en 6) blijkt voor het plangebied geen relevante informatie. Het is een aandachtsgebied voor windenergie, zonneparken zijn mogelijk en ligt op ruim 600 meter van een natuurnetwerk, waarover in paragraaf 4.7 meer.
Pagina 10
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
Figuur 5 : Them akaart Ruim telijk bele id
Figuur 6 : Them akaart Natuur - en landsc haps bele id, Ge lders natuur netwe rk
Pagina 11
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en bevat regels voor de gehele provincie en per gebiedsgericht thema. De nieuwe Omgevingsverordening van 19 december 2018 bouwt voort op de geldende Omgevingsverordening en wordt opgeschoond, aangepast en aangevuld. Hierbij wordt uitdrukkelijk gekozen voor een verordening die past binnen de kaders van de Omgevingswet. Naast redactionele wijzigingen zijn er ook enkele beleidsinhoudelijke wijzigingen (actualisatie). De aanleiding daarvoor ligt in maatschappelijke of wettelijke ontwikkelingen. Ter borging van de beleidsdoelen en werkwijze uit het provinciale woonbeleid in de 'Koers Wonen' (januari 2018) worden de regels in de verordening verduidelijkt zodat de verordening in lijn blijft met de 'Koers Wonen'. Uitgangspunt is dat elke regio altijd beschikt over een actuele regionale woonagenda. Hierbij worden netwerken van verschillende publieke en private partijen gecreëerd die capaciteit, kennis en middelen bundelen om gezamenlijk de opgaven op de regionale woningmarkt aan te pakken. Binnen de kwantitatieve opgave 'wonen' kunnen gemeenten en andere relevante partijen in de regio gezamenlijk nagaan wat nodig is voor een goed functionerende regionale woningmarkt. De bestaande gebouwde voorraad staat daarbij centraal.
Afspraken worden gemaakt over aanpassing van bestaande woningen, sloop met vervangende nieuwbouw, verdunning, het benutten van kansen van functieverandering en tenslotte de nieuwbouw. Bij de provinciale programmering is aangegeven dat flexibiliteit is gewenst. Tijdelijke overcapaciteit kan gewenst zijn, bijvoorbeeld wanneer een gemeente een bepaald plan wil wisselen voor een plan dat beter tegemoet komt aan de woningbehoefte of aan het (locatiekeuze)beleid van de Omgevingsvisie. De provincie biedt daarvoor onder voorwaarden een mogelijkheid. Zij neemt hierin een regierol. Een goede plek om te wonen voor iedereen, nu en in de toekomst, daar draait het om. Daar willen de provincie samen met alle partijen mee aan de slag. Wat er nodig is om dit doel te bereiken, de opgave, stellen we centraal. Deze opgave verschilt per regio en is deels regionaal. De provincie borgt dat elke regio hiervoor een regionale woonagenda opstelt. Hiermee zorgen zij voor een structuur waarbinnen partijen afspraken kunnen maken om de regionale opgave verder te brengen. Artikel 2.1 (regionale woonagenda): Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid.
Als nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: • er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; • de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid en • er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda): Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: • er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; • de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid en • er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling • en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. De locatie is opgenomen in de regionale woonagenda.
Op basis van artikel 2.1 is de realisatie mogelijk. Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het provinciale beleid. Verder is in de verordening binnen het plangebied een aantal regels opgenomen over landbouw en glastuinbouw, in dit kader niet belemmerend of relevant. De locatie grenst in het noorden aan een gebied met de aanduiding landschap; in het bestemmingsplan heeft zich dat vertaald in een agrarische bestemming met waarden.
Pagina 12
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
2.2.3 Regionale Woonagenda De provincie Gelderland geeft in de Omgevingsverordening aan dat van de regio's wordt verwacht dat zij hun beleid op het gebied van wonen afstemmen met (externe) partners in een 'regionale woonagenda'. Hierin zijn de belangrijkste thema's omschreven waaraan de betreffende regio gaat werken. Het is feitelijk een regionaal actieprogramma. In de regionale woonagenda zijn de volgende thema's opgenomen: • regionaal woningbouwprogramma; • bestaande woningvoorraad; • wonen en zorg; • doorstroming; • arbeidsmigranten; • verblijfsgerechtigden; • woonlasten en betaalbaarheid en • flexibele tijdelijke woonvormen. Het Regionaal Woningbouwprogramma heeft direct invloed op woningbouwplannen. De Omgevingsverordening bepaalt namelijk in artikel 2.1 en 2.2 dat in een bestemmingsplan nieuwe woningbouwlocaties, en de daar te bouwen woningen, slechts worden toegestaan wanneer dit past in het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woningbouwprogramma en de vastgestelde Kwantitatieve Opgave Wonen voor de betreffende regio. De overige thema's worden op regionaal of lokaal niveau uitgewerkt in beleid of in uitvoeringsacties. 2.2.4 Regionaal Woningbouwprogramma Regio Rivierenland De gemeenten in de Regio Rivierenland, waaronder de gemeente Zaltbommel, hebben afspraken gemaakt voor het opstellen en jaarlijks actualiseren van een regionaal woningbouwprogramma.
Op 30 mei 2016 hebben de provincie en de regio(gemeenten) afspraken gemaakt over de Kwantitatieve Opgave Wonen voor de periode 2015 - 2024. Gedeputeerde Staten hebben deze afspraken op 12 juli 2016 vastgesteld. Op basis van de Regionale woningbouwprogrammering heeft de gemeente Zaltbommel een beschikbare capaciteit van ongeveer 1.115 woningen tot 2025 (op basis van Primos2016). Hiervan is een groot deel opgenomen in juridisch-planologische harde capaciteit. Er is nog ruimte is voor woningen die op dit moment nog niet met een bouwtitel in een bestemmingsplan zijn opgenomen. In Bruchem is er volgens het basis- en groeiscenario nog behoefte aan 55 resp. 90 woningen. De woningbouwprogrammering voorziet in 62 woningen (inclusief de 49 woningen voor dit plan. De provincie geeft een positief advies op het plan. Het past in de regionale afspraken woningbouwprogrammering en voldoende aandacht is besteed aan biodiversiteit en duurzaamheid. 2.2.5 Woningbehoefteonderzoek Het Woning Behoefte Onderzoek Bommelerwaard 2018 (WBO 2018) van bureau Companen beslaat de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel. Voor Bruchem wordt er vergrijzing verwacht, met een beperkte invloed op de nieuwbouwopgave. In Bruchem staan vrijwel alleen grondgebonden woningen. Dit zijn vaker vrijstaande woningen en tweekappers dan gemiddeld in de gemeente Zaltbommel.
In totaal staan er in Bruchem ruim 100 sociale huurwoningen, met name eengezinswoningen. De huidige vraagdruk leert dat de slaagkans voor een sociale huurwoning in Bruchem tussen 2015 en 2018 lag op 4,7% met een actieve zoektijd van ongeveer 9 maanden. In het groeiscenario dat in Bruchem van toepassing is, zou het om een groei van 10 woningen gaan. Bruchem ligt relatief gunstig ten opzichte van de A2 en/of N322. Daarmee is de kern aantrekkelijk voor vestigers. De vraagdruk is hoger dan gemiddeld. Op basis van de demografische doorrekening zou het aantal ouderen (75+) de komende jaren sterk toenemen in Bruchem. Maar op dit moment is te zien dat het aandeel 55-75 jarigen relatief groot is, terwijl het aandeel 75plussers klein is. Wellicht doordat ouderen in Bruchem vanaf een bepaalde leeftijd eerder naar het nabijgelegen Zaltbommel (met alle voorzieningen en aangepaste woningen) verhuizen, dan een verhuizing binnen Bruchem overwegen. Nieuwbouw in deze kern zou zich daarom vooral op de groep jonge huishoudens, gezinnen en medioren moeten richten. Er is daarbij vooral behoefte aan koopwoningen, en wel in het segment tot €350.000. De provincie eist een regionale woningbouwprogrammering die onderdeel uitmaakt van de regionale woonagenda. Deze is in 2016 tot stand gekomen.
Dit betekent dat de gemeente intensief met de regio in overleg blijft over zowel het regionale kwalitatieve als kwantitatieve woningbouwprogramma. Het lokale Zaltbommelse woningbouwprogramma (zie paragraaf 3.3) is hierop afgestemd. Het regionale programma laat zich inmiddels minder door cijfers leiden maar zet in op het kwalitatieve programma. Dit laat zich onder meer zien in het Pagina 13
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
Actieplan Wonen van de provincie, waarin Gelderse gemeenten worden gestimuleerd om hun woningbouwplannen te versnellen. 2.2.6 Toetsing van projecten Alle in het Regionaal Woningbouwprogramma opgenomen projecten zijn getoetst op drie punten: • planstatus (harde of zachte plancapaciteit); • urgentie (noodzaak voor prioriteit: verbetering door bijvoorbeeld herstructurering dan wel bedrijfssanering of woningen voor urgente doelgroepen) en • woonmilieu, prijs en woningtype (projecten worden gespiegeld aan de geschetste behoefte uit het regionale woningbehoefteonderzoek). 2.2.7 Indeling projecten De projecten zijn – na op de die punten getoetst te zijn – ingedeeld in categorieën, te weten: 1. Kansrijke plannen en/of korte termijn (realisatie binnen vijf jaar): Dit zijn plannen die goed aansluiten op de actuele marktvraag. Alle projecten in categorie 1 zijn opgenomen in harde plancapaciteit. Kansrijke plannen waar nog geen vastgesteld bestemmingsplan voor is, worden opgenomen in categorie 2. 2. Plannen met aandachtspunten en/of middellange termijn (realisatie over vijf tot tien jaar). Dit kunnen bijvoorbeeld aandachtspunten op het gebied van milieu zijn. Ook zijn kansrijke plannen waarvoor nog geen bestemmingsplan is vastgesteld opgenomen in categorie 2. 3.
Plannen voor de lange(re) termijn (realisatie tien jaar of verder): Dit zijn plannen die pas na 2024 zijn voorzien of deel uitmaken van een groter project. De projecten uit de categorieën 1 en 2 vormen het Regionale Woningbouwprogramma Rivierenland. Het voorliggende plan is opgenomen in het woningbouwprogramma als categorie 2 plan en past daarmee binnen de regionale woningbouwprogrammering, gelet op woonmilieu, prijs en woningtype. Zie hiervoor ook paragraaf 2.3. Voor wat betreft het programma scoort de ontwikkeling daarnaast goed, omdat dit voorziet in de woningbehoefte in Bruchem en tevens in de sanering van een agrarisch bedrijf. Dit plan past vanwege de fasering bij deze behoefte. Na het doorlopen van de procedure voor het bestemmingsplan wordt het plan opgenomen als categorie 1. 2.2.8 Ruimtelijke Strategische Visie Regio Rivierenland Op 28 maart 2019 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel deze visie vastgesteld, waarna het Algemeen Bestuur van de Regio Rivierenland op 19 juni 2019 de visie ook heeft bekrachtigd. Bij dit ambitiedocument hoort een uitvoeringsprogramma waarin acht opgaven zijn uitgewerkt. Eén van deze opgaven is de opgave Ruimtelijke Keuzes en Regelgeving. Binnen deze opgave is een ruimtelijke strategische visie voor de drie speerpunten ontwikkeld.
Ruimte bieden aan initiatiefnemers, meer banen, een prettig woon- en leefklimaat en economische ontwikkeling in de drie regionale speerpunten; dat is wat de regionale opgave Ruimtelijke Keuzes en Regelgeving uit het regionale ambitiedocument beoogt. De tien samenwerkende Rivierenlandse gemeenten willen het ruimtelijk ordeningsbeleid optimaal inrichten voor nieuwe kansen. Hierbij zijn de randvoorwaarden op het gebied van ruimtelijke ordening heel belangrijk. Een ruimtelijke strategische visie - die duidelijk maakt waar kansen liggen voor de drie speerpunten en welke uitgangspunten daarbij belangrijk zijn - stelt de regio in staat om deze randvoorwaarden te optimaliseren. De ruimtelijke strategische visie is een bouwsteen voor de gemeentelijke omgevingsvisies. De visie heeft de focus op de speerpunten. Een aantal onderwerpen - zoals wonen, water en natuur – worden niet behandeld. Wél zijn relaties gelegd met landschap, duurzaamheid en mobiliteit, omdat deze de speerpunten ruimtelijk direct raken: • versterken recreatieve relaties met de vestingdriehoek; • historische stad en passagiersboten als recreatieve kans; • uitbouwen van de recreatieve kansen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW); • uitbouwen sterke positie Bommelerwaard in kennisintensieve logistiek samen met de gemeente Maasdriel en • versterken ov-bereikbaarheid.
NS-station als poort (met voorzieningen en fietsverbindingen).
Pagina 14
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Structuurvisie Buitengebied Op 31 januari 2012 en 19 september 2019 is een structuurvisie voor het buitengebied van Zaltbommel vastgesteld (figuur 7) waarmee het Regionaal Plan Bommelerwaard is vervallen. De structuurvisie geeft het beeld voor de langere termijn en dient als toetsingskader voor ontwikkelingen, waar het bestemmingsplan niet in voorziet. Het plangebied van de structuurvisie bestaat uit het binnendijks en buitendijks gelegen buitengebied met uitzondering van de uiterwaarden langs de Waal. De structuurvisie geeft op hoofdlijnen het ontwikkelingskader weer voor de beleidsthema's land- en tuinbouw, niet-agrarische bedrijvigheid, functieverandering (hergebruiksmogelijkheden van agrarische bedrijvigheid), nevenactiviteiten bij agrarisch bedrijvigheid, land- en waterrecreatie, natuur en landschap. Het buitengebied onderscheidt zich in enkele functionele zones, die verschillen voor wat betreft de landschappelijke kenmerken en het gebruik. Deze verschillen leiden ertoe dat de zones elk andere ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarisch en niet-agrarisch gebruik kennen. De structuurvisie is een belangrijk afwegingskader voor nieuwe initiatieven in het buitengebied. De planlocatie valt deels met de aanduiding gemengd landelijk gebied binnen de visie. Dit betreft in grote lijnen de kleinschalige oeverwallen en bebouwingsconcentraties.
Hier is sprake van een grote afwisseling van fruitteelt, glastuinbouw, bedrijvigheid en wonen, in contrast met het open agrarisch gebied. Door de kleinschaligheid van dit gebied is het geschikt voor een grotere diversiteit aan plattelandsfuncties. Binnen het Gemengd landelijk gebied wordt ruimhartig omgegaan met de mogelijkheden voor functieverandering, gelet op de kernkwaliteiten van dit landschappelijk deelgebied. Dit geldt tevens voor de extensiveringsgebieden glastuinbouw. Hierdoor is het in deze gebieden mogelijk om maximaal te zoeken naar mogelijkheden om bedrijven te saneren. Het VAB-beleid is hierbij een van de instrumenten om het gewenste beleid vorm te geven. In 2007 heeft de gemeenteraad ingestemd met de regionale uitwerking voor functieverandering.
Figuur 7 : Uits nede Struc tuurv is ie
2.3.2 Structuurvisie WaalWeelde West Het programma WaalWeelde is er op gericht om de Waal en haar omgeving mooier, veiliger, natuurlijker en economisch sterker te maken. In het programma werken betrokken partijen onder regie van de provincie Gelderland nauw met elkaar samen. De Waal is de breedste en drukst bevaren waterweg van West-Europa. Het is een prachtige rivier met veel landschappelijke variatie dankzij de afwisseling van ruimte en besloten delen, een brede vaargeul en Pagina 15
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
nevengeulen, economische activiteit en ruimte en verlatenheid, ruige natuur en landbouwgronden. Die variatie kan echter ook leiden tot een verrommeld landschapsbeeld en versnippering van de verschillende gebieden. Om dat te voorkomen en waar nodig oplossingen te vinden is een langetermijnvisie nodig. Hiervoor is de Visie WaalWeelde opgesteld met zeven thema’s en één rode draad. De Visie WaalWeelde uit november 2009 beschrijft de doelstellingen vanuit zeven verschillende thema’s: • veiligheid; • natuur; • bedrijvigheid; • wonen; • recreatie en toerisme; • cultuurhistorie en • energie en klimaat. Cluster West bestaat uit de gemeenten Maasdriel, Zaltbommel, Neerijnen en Lingewaal. Deze vier gemeenten werken samen met de provincie Gelderland en andere partners aan de structuurvisie WaalWeelde West. In deze structuurvisie leggen zij vast hoe ze vinden dat het gebied van WaalWeelde West er in de toekomst uit moet zien. Op 15 december 2016 is de visie vastgesteld. De kern Bruchem valt juist buiten de werking van deze visie. 2.3.3 Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 De gemeente Zaltbommel heeft samen met de gemeente Maasdriel de Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 opgesteld. De visie is op 14 juli 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. In de visie zetten de gemeenten hun ambities uiteen uit op het gebied van wonen.
De beide gemeenten willen samen met de woningcorporaties, partners en burgers werken aan: • de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: hierbij gaat het om het behoud en versterken van de kwaliteit van de woningen. Duurzaamheid, flexibiliteit en diversiteit zijn hierbij belangrijk; • passende woningvoorraad: de gemeenten willen dat heel gericht woningen worden toegevoegd die passen bij de lokale vraag. Dit betekent maatwerk in de kernen en gefaseerde woningbouw zodat bijsturen mogelijk is; • voldoende betaalbare woningen: er is vraag naar betaalbare woningen in de Bommelerwaard. Hier willen de gemeenten in voorzien met bijzondere aandacht voor starters en de lage- en middeninkomens; • wonen, welzijn en zorg: uitgangspunt is het langer zelfstandig wonen van mensen met een ondersteuningsbehoefte. De geschiktheid van de woningen en woonomgeving, match tussen vraag en aanbod van wonen met zorg en de bereikbaarheid van voorzieningen zijn van groot belang. Dit vraagt om samenwerking tussen veel verschillende partijen. • kwaliteit van de woonomgeving: Uitgangspunt is de identiteit en de kracht van de dorpen en kernen zelf. De gemeenten faciliteren initiatieven vanuit de lokale gemeenschappen en bieden waar nodig professionele ondersteuning. Ontmoeten en verbinden zijn een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van de woonomgeving.
De ambities en woonthema’s zijn in het uitvoeringsprogramma vertaald in uitvoeringsacties. Het initiatief past binnen de woonvisie, omdat de kwaliteit van de woonomgeving met het verdwijnen van een agrarische bedrijfsbestemming verbetert en omdat daarmee tegemoet wordt gekomen op de bestaande woningbehoefte naar betaalbare woningen in Bruchem, zoals eerder is toegelicht ten aanzien van het behoefteonderzoek uit 2018. Het perceel houdt echter niettemin wel haar groene uitstraling maar zal niet meer voor bedrijfsmatige en/of agrarische doeleinden worden gebruikt. In 2020 is een nieuwe Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 voorbereid; deze is op 8 juli 2021 vastgesteld. De wijzigingen zijn beperkt ten opzichte van de eerdere visie. Ook de woonagenda is aangepast. Centrale thema’s zijn: • snel voldoende woningen; • meer variatie; • duurzame woningvoorraad; • wonen en zorg; • leefbaarheid.
Pagina 16
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
2.3.4 Uitwerking woningbouwlocaties gemeente Zaltbommel In de Woonvisie Bommelerwaard 2016-2020 is aangegeven dat de lokale woningbouwbehoefte verder uitgewerkt zou gaan worden met maatwerk per kern. Met het opstellen van dit document wordt hier uitvoering aan gegeven. De resultaten van dit WBO zijn verwerkt in voorliggend document. Met de uitkomsten van dit WBO, waarin reeds per kern is aangegeven wat de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte is, is ook het doel van dit document iets gewijzigd. In deze uitwerking is op het niveau van de afzonderlijke kernen in Zaltbommel beschreven welke woningbouwprojecten op dit moment in uitvoering en voorbereiding zijn vanaf 1 januari 2018. Dit is voor het overzicht ook weergegeven op een kaart van de kern. Per kern wordt inzichtelijk in hoeverre de huidige projecten voorzien in de verwachte woningbehoefte in periode 2018-2028 zoals in het nieuwe WBO is voorspeld. Het plan Krangstraat is in de uitwerking meegenomen als zachte plancapaciteit. Met dit plan kan deels in het basis- en groeiscenario (55 tot 90 woningen) worden voorzien, tezamen met het plan Dorpsstraat 55 (harde capaciteit) en Molenstraat (zacht). Er blijft nog ruimte beschikbaar. 2.3.5 Groenbeleidsplan Op 26 januari 2017 heeft de raad het Groenbeleidsplan vastgesteld: ‘Groen dicht bij de burger’ Groenbeleid Ruimtelijk Beheer 2016-2026.
Dit groenbeleidsplan (figuur 8) heeft uitsluitend betrekking op het openbaar toegankelijke groen binnen de bebouwde kom. Bruchem is een kleine kern met lintbebouwing langs de toegangswegen. In de loop van de tijd is de ruimte omsloten door de lintbebouwing totaal verkaveld met kleine, ruim opgezette woonwijkjes. In Bruchem woont men in wijkjes met een verzorgde, groene uitstraling. Elke inwoner van Bruchem heeft voldoende groen tot zijn beschikking, maar vrijwel al het groen heeft de functie van begeleidingsgroen. Langs de buitenranden van de kom bestaat het groen uit bermsloot en smalle grasberm. In de woonstraten is dit groen ingericht met overwegend wintergroene soorten, die in vorm worden geknipt. Dit traditionele groen oogt jaarrond verzorgd. Er zijn wel mogelijkheden om binnen de bebouwde kom begeleidingsgroen een betere inrichting of ontsluiting te geven, waardoor het in de categorie gebruiksgroen gaat vallen. Per woning wordt in het plan 75 m2 groen gerealiseerd, waarvan 30 m2 gebruiksgroen.
Figuur 8 : Uits nede gr oe nbe leidsplan
Pagina 17
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
2.3.6 Landschapsplan Bommelerwaard De gemeente Zaltbommel heeft in 2004 het Landschapsplan Bommelerwaard vastgesteld. Het doel van het landschapsplan is 'het vastleggen van een beleidskader voor het behouden en versterken van bestaande landschaps-, natuur-, cultuurhistorische en recreatieve waarden en voor een goede inpassing van ruimtelijke en functionele ontwikkelingen, alsmede het initiëren van nieuwe initiatieven en maatregelen gericht op het versterken van de cultuurhistorische identiteit en de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteit van de Bommelerwaard. Het Landschapsplan onderscheidt in de Bommelerwaard drie landschappelijke hoofdeenheden, namelijk de rivieren met de uiterwaarden, de oeverwallen en de komgronden. De hoofdeenheden zijn onder te verdelen in deelgebieden. Voor elk deelgebied beschrijft het Landschapsplan de kenmerkende landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Verder brengt het plan in beeld welke ontwikkelingen zich in het buitengebied voordoen (glastuinbouw, fruitteelt, landbouw, infrastructuur, water etc.) en tot welke knelpunten en kansen deze ontwikkelingen voor het landschap leiden.
Op het schaalniveau van de Bommelerwaard is het algemeen streven om de kernkwaliteiten te behouden, de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit te verstreken, nieuwe functies in te passen in het landschap en nieuwe landschappelijke structuren te ontwikkelen. Vanuit de landschappelijke hoofdstructuur formuleert het Landschapsplan specifieke beleidsuitgangspunten voor de rivieren en uiterwaarden, de oeverwallen en de komgebieden met als doel de gewenste ontwikkelingsrichting voor het landschap te beschrijven. De stroomrug van Bruchem-Kerkwijk-Delwijnen ligt midden in de Bommelerwaard tussen twee grote komgebieden in. Het maaiveld ligt circa een halve meter hoger dan de omgeving. De stroomrug kenmerkt zich door een kleinschalig mozaïek van bebouwing, boomgaarden, kassen en weilanden.
De landschappelijke waarden zijn: • de sterke ruimtelijke structuur en samenhang van de karakteristieke oeverwaldorpen Bruchem en Kerkwijk en in mindere mate Delwijnen en de ruimtelijk gedifferentieerde overgang naar de komgebieden zijn zeer waardevol; • op een aantal plaatsen zijn zeer karakteristieke bebouwingslinten aanwezig; • de dijkdorpen Nederhemert-Noord en Wellseind hebben een karakteristieke bebouwingscontour, met waardevolle open ruimten; • in Bruchem, Kerkwijk en Delwijnen zijn opgehoogde bewoningsplaatsen, dellen, vluchtheuvels en restanten van dorpskades aanwezig; • de nog resterende oude hoogstamboomgaarden worden gezien als zeer karakteristiek en waardevol. Het plan sluit zoveel mogelijk aan op deze landschappelijke waarden. Een afronding van de kern wordt nagestreefd met een dorps beeld waarbij het dorpse karakter wordt gerespecteerd en een groene invulling van het plangebied aandacht verdient en krijgt. De toegevoegde bebouwing aan de Krangstraat zal zich in de uitstraling voegen naar de (voormalige) boerderijen in de omgeving. De doorkijk naar het achterliggende gebied biedt zicht op een overwegend groen gebied waarin een variëteit aan landschappelijke elementen wordt toegevoegd die de ecologische waarde verhoogd.
2.3.7 Welstandsnota 2017 De nota bevat het welstandsbeleid van de gemeente, teneinde burgers inzicht te geven in de gemeentelijke regels omtrent welstand. Het uitgangspunt is dat de gemeente het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving dient te behartigen. Een aantrekkelijke, goed verzorgde omgeving verhoogt immers de leefkwaliteit, de waarde van onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Bruchem is ontstaan op een stroomrug een oude Rijntak. De Dorpsstraat vormt het oudste deel; de Peperstraat en de Molenstraat waren de uitvalswegen waar vaak, op terpen, boerderijen gevestigd waren. Vooral aan de Peperstraat geven deze grote, oude boerderijen op terpen, met boomgaarden, ook nu nog een karakteristiek beeld. Samen met de groene ruime percelen geven de boerderijen het lint een rustiek, typisch dorpskarakter. Het dorpscentrum is erg sfeervol met het karakteristieke witte kerkje, het landgoed Groenhoven en de dorpsschool, alle in een groene omgeving. De meeste bebouwing is op enige afstand van elkaar en van de openbare weg gesitueerd, waardoor vrijwel heel Bruchem een groene uitstraling heeft. De woningen staan wisselend geordend op de kavel, niet allemaal op gelijke afstand van de weg en niet in dezelfde rooilijn. Naarmate men verder uit de oude kern verwijderd is, komen meer twee-onder-één-kap- woningen voor.
Aan de rand van de bebouwde kom, langs de Hoogveldweg en de Burge, ligt een cluster van oude woningen met dezelfde hoofdopzet en in dezelfde architectuur. Het cluster is waardevol doordat de karakteristieken van de woningen goed bewaard zijn gebleven. Bruchem heeft twee uitbreidingswijken. De zuidelijke uitbreiding, de Vogelbuurt, is Pagina 18
Bestemmingsplan ‘Bruchem, Krangstraat (Veldzicht) tussen 3b en 7’
met zijn eenvormige rijtjeswoningen kenmerkend voor de jaren 60 van de twintigste eeuw. De Annekeshof, aan de zuidwest zijde heeft het wat dorpse karakter van wijken uit de jaren 70 en 80. In de nota is het plangebied getypeerd als ‘respect’. In ‘respect’-gebieden worden de essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur gerespecteerd. Het uitgangspunt: passen bij de omgeving en vloeiende overgangen in de hoofdopzet van de omgeving Het middel: afstemmen op bouwmassa’s voegen zich binnen uitersten van de omgeving én nemen ook de beeldbepalende elementen over. Voor het buitengebied geldt: De waarde en kernkwaliteiten betreffen de specifieke gebiedskenmerken, waaronder de landschapskenmerken, de samenhangende bebouwingsclusters, de positionering op het kavel, de eenvoudige hoofd- en kapvormen, de traditionele bouwstijlen van de woningen, en de ingetogen, gedekte kleuren. Zoals in paragraaf 3.3 is vermeld is er aanvullend een beeldkwaliteitplan (bijlage 10) opgesteld. 2.3.8 Overig gemeentelijk beleid De gemeente Zaltbommel beschikt verder over het Water- en Rioleringsplan Bommelerwaard 2017-2021 (vastgesteld op 20 april 2017), de Visie Externe Veiligheid (vastgesteld op 28 november 2013) en de Geurverordening (vastgesteld op 14 januari 2010, wijziging 13 september 2012).