Bestemmingsplan Brakel-West, bijlagen bij de toelichting Bijlage 10 Watertoets
Tekst van het document
stabiliteit van het talud, het behouden van voldoende berging, het aanleggen van voldoende natuurvriendelijke oevers en ecologische verbindingszones en het uitvoeren van doelmatig onderhoud.
Toelichting op de beleidsregel Voor bestaand stedelijk gebied worden bij de overname van het beheer van stedelijk water (stedelijke oppervlaktewaterlichamen) afspraken gemaakt over het onderhoud en de onderhoudsmogelijkheden. Voor nieuw stedelijk gebied zullen in de ontwerpfase al afspraken over het waarborgen van doelmatig onderhoud kunnen worden gemaakt. Beide vormen van afspraken kunnen vervolgens in de legger worden bevestigd, zodat daarmee ook de keur van toepassing is. Het maatwerk houdt daarbij in dat een eigenaar zoveel mogelijk gebruik kan blijven maken van zijn eigendom (geen onnodige gebruiksbeperkingen op andermans eigendom). Bij de aanleg van een nieuw watersysteem in een nieuwbouwplan kan het voornemen bij gemeente of projectontwikkelaar bestaan om grond aan particulieren uit te geven tot aan het A-water. In dat geval moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden zijn dat doelmatige onderhoudsmogelijkheden en de bergingsfunctie voor water moeten worden gegarandeerd. Onder "toetsingscriteria" worden de bijzondere toetsingscriteria in verband hiermee vermeld.
Als dergelijke afspraken in het kader van het watertoetsadvies zijn gemaakt en vastgelegd, zal daarmee bij de watervergunningverlening rekening worden gehouden. Doorstroming Als nieuwe oppervlaktewaterlichamen worden gegraven is het van belang dat de doorstroming van de oppervlaktewaterlichamen is gewaarborgd. Daarnaast heeft het graven van nieuwe oppervlaktewaterlichamen een effect op de doorstroming van het reeds bestaande watersysteem. Negatieve gevolgen voor de doorstroming van bestaande oppervlaktewaterlichamen dienen te worden voorkomen. Waterberging Als een nieuwe of vergraven oppervlaktewaterlichaam is of wordt aangesloten op het bestaande watersysteem, moet het oppervlaktewaterlichaam voldoen aan minimale afmetingen, zodat de waterberging, als onderdeel van het totale watersysteem, kan worden gewaarborgd. Afhankelijk van de functie van het oppervlaktewaterlichaam kunnen aanvullende eisen worden gesteld. Zo moet bij nieuwe A-wateren in stedelijk gebied, 35% van de oeverlengte bestaan uit een natuurvriendelijke oever. In het kader van watertoets of vooroverleg kan deze 35% ook worden gerealiseerd in de vorm van alternatieve ecologische voorzieningen. Het graven van oppervlaktewaterlichamen in kwelgevoelige gebieden kan leiden tot een toename van de kwel. In die gevallen kan het waterschap aanvullende compensatie voorschrijven.
Onderhoud Bij het graven van een nieuwe oppervlaktewaterlichaam of het vergraven van een bestaande oppervlaktewaterlichaam, moet rekening worden gehouden met de manier waarop het onderhoud aan het oppervlaktewaterlichaam wordt uitgevoerd. Bij A-wateren wordt een beschermingszone van 4 meter (of 5 meter in de gebieden van Alm en Biesbosch en de Alblasserwaard) toegepast. Bij B-wateren is dat 1 meter. Met betrekking tot de afmetingen van de nieuwe oppervlaktewaterlichaam moet dus niet alleen rekening gehouden worden met de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam zelf, maar ook met de beschermingszones. Dit is vooral belangrijk als er sprake is van meerdere perceelseigenaren. In het geval van B-wateren, bijvoorbeeld, zijn de eigenaren van de aangrenzende percelen verantwoordelijk voor het onderhoud van het oppervlaktewaterlichaam. Met deze onderhoudsplicht, evenals het instandhouden van de obstakelvrije beschermingszone, moet voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden door alle belanghebbenden zijn ingestemd. In hoeverre er van de onderhoudsroutes aan weerszijden van een oppervlaktewaterlichaam gebruik wordt gemaakt, hangt daarnaast af van de afmetingen van het oppervlaktewaterlichaam en het materieel dat bij het onderhoud wordt gebruikt. Een A-water met een bovenbreedte van meer dan 8 meter moet altijd tweezijdig onderhouden kunnen worden.
Als een A-water in stedelijk gebied varend wordt onderhouden kan aan afwijkende beschermingszones worden gedacht. Deze moeten dan wel in de legger vastgelegd worden. De 'flexibele legger' kent mogelijkheden om van de minimale afmetingen van de beschermingszones in stedelijk gebied af te wijken. Dit moet echter per geval worden getoetst. In de ontwerpfase kunnen hierover afspraken met het waterschap worden gemaakt, indien en voorzover doelmatig onderhoud als beschreven in deze beleidsregel, mogelijk blijft.
Het aansluiten van nieuwe oppervlaktewaterlichamen op A-wateren mag het doelmatig onderhoud aan de A-water niet hinderen. Doorgaande onderhoudsroutes mogen dus niet zomaar worden onderbroken. Het waterschap kan voor het doelmatig onderhoud dan ook aanvullende eisen stellen.
Stabiliteit Het is bij nieuwe en te vergraven oppervlaktewaterlichamen belangrijk dat de stabiliteit van het talud wordt gewaarborgd. Er worden daarom voorschriften gegeven over de taludverhouding en de afwerking van de oever. Ook het opbarsten van de bodem moet worden voorkomen. Afhankelijk van de status van het oppervlaktewaterlichaam kunnen aanvullende eisen worden gesteld.
Toetsingscriteria 1. Aanvragen voor nieuwe waterstaatswerken worden getoetst aan de algemene toetsingscriteria. De afmetingen van A- en B-wateren zijn daarin als volgt vastgesteld. A-wateren Het talud moet minimaal een schuinte hebben van 1:2. Als de grondsoort het toelaat, kan het waterschap een afwijkend talud toestaan (flauwer of steiler). Bodembreedte minimaal 0,70 meter. Bodemhoogte 1,00 meter onder zomerpeil of boezempeil. Als de fysische gesteldheid van de bodem deze bodemhoogte niet toelaat, kan een geringere waterdiepte dan 1 meter worden voorgeschreven. Dit kan zich voordoen in zandbanen, zandige oeverwallen, veengebied en in gebieden met (al dan niet tijdelijke) sterke rivierkwel. Deze criteria gelden voor zowel nieuwe oppervlaktewaterlichamen als de verlenging en/of verbreding van bestaande oppervlaktewaterlichamen. Als in bestaande oppervlaktewaterlichamen het uit te voeren werk een lengte kent van minder dan 100 meter gelden deze eisen niet. In die gevallen moeten de bestaande leggerafmetingen worden toegepast en moet een bestaande bodemhoogte worden aangesloten om bodemvallen en drempels te voorkomen. B-wateren Talud: een schuinte van 1:2. Als de grondsoort het toelaat, kan het waterschap een afwijkend talud toestaan (flauwer of steiler). Bodembreedte 0,50 m. Bodemhoogte 0,50 meter onder zomerpeil of boezempeil.
Als de fysische gesteldheid van de bodem deze bodemhoogte niet toelaat, kan een andere bodemhoogte worden voorgeschreven. Dit kan zich voordoen in zandbanen, zandige oeverwallen, veengebieden en in gebieden met (al dan niet tijdelijke) sterke rivierkwel. Daarnaast gelden de volgende bijzondere toetsingscriteria.
2. De aanvrager moet er voor zorgen dat zich aan beide kanten van nieuwe oppervlaktewaterlichamen geen obstakels bevinden. Deze zones moeten de oppervlaktewaterlichamen vooral toegankelijk maken voor het onderhoud aan de oppervlaktewaterlichamen. Voor zowel rijdend als varend onderhoud moeten de zones langs A-wateren doorgaans 4,00 meter ( 5,00 meter in de gebieden van Alm en Biesbosch en Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden) breed zijn. Deze afmetingen worden in de legger bepaald. Als één zijde alleen voor handmatig onderhoud bereikbaar moet zijn, dan moet deze zone minimaal 1,50 meter breed zijn. Voor B-wateren geldt aan beide kanten een beschermingszone van 1 meter.
3. Specifiek voor het stedelijk gebied geldt dat de volgende eisen worden gesteld: -
-
oppervlaktewaterlichamen moeten voldoende omvang hebben; de doorstroming in oppervlaktewaterlichamen moet gewaarborgd zijn; nieuw aan te leggen oppervlaktewaterlichamen, moeten zo worden uitgevoerd dat minstens 35% van de oeverlengte, natuurvriendelijk wordt uitgevoerd, tenzij in overleg met het waterschap voor een gelijke hoeveelheid alternatieve ecologische voorzieningen wordt gekozen; eenzijdig obstakelvrije zones (grondstroken voor machinaal onderhoud) zijn mogelijk als het onderhoud gewaarborgd blijft;
-
-
als één zijde alleen voor handmatig onderhoud bereikbaar moet zijn, dan moet de zone minimaal 1,00 meter breed zijn; in beschermingszones van 4,00 m. of 5,00 m. breed kan incidentele beplanting als bossages en dergelijke worden toegelaten mits deze het doelmatig machinaal onderhoud niet belemmeren. Parallel aan het oppervlaktewaterlichaam mag zo’n bossage daarom geen grotere breedte dan 3,00 m. bereiken. Bovendien moet in die gevallen aan de landzijde van de bossage een obstakelvrije ruimte 4,00 m. respectievelijk 5,00 m. aanwezig blijven.
4. Aan het voornemen van een aanvrager om watervergunning om grond aan particulieren uit te geven tot aan het A-water, zonder dat er door middel van de legger publiekrechtelijke beperkingen op het eigendom van die particulieren zullen worden gelegd kan bij een watervergunning in principe worden meegewerkt als: - aan de overkant van het oppervlaktewaterlichaam een beschermingszone met een breedte van respectievelijk 4,00 of 5,00 meter ligt op openbaar eigendom of op grond in eigendom bij het waterschap; - de bergende functie van het oppervlaktewaterlichaam duurzaam gewaarborgd wordt door al bij de aanleg van het betreffende oppervlaktewaterlichaam, parallel aan het oppervlaktewaterlichaam een overbreedte van 2,00 meter te realiseren. Deze overbreedte zal in de legger minimaal een Cstatus krijgen. Binnen deze overbreedte is het plaatsen van steigers toegestaan. Het doel is hierbij niet dat de overbreedte kan worden gedempt, of dat tuinen worden verlengd door het plaatsen van damwanden in de overbreedte, maar wel dat wensen met betrekking tot steigertjes en dergelijke zonder meer mogelijk zijn, en wel door middel van een melding in plaats van een watervergunning. De aangrenzende eigenaar zal door de verkoper geïnformeerd moeten worden over de instandhoudingsplicht van de overbreedte zoals die in het ontwerpprofiel (zie figuur 2) was opgenomen.
Figuur 1: uitgifte grond aan particulieren aan de A-water
5. Een watervergunning om bij de aanleg van een nieuw watersysteem in een nieuwbouwplan de vereiste beschermingszone te combineren met een flauw talud, wordt in principe verleend als: - de betreffende beschermingszone op een bovenwatertalud van 1:6 of flauwer wordt aangelegd; - de beschermingszone een breedte heeft van 5,00 meter, gerekend vanaf een niveau van 0,30 meter boven het zomerpeil of boezempeil (zie figuur 3). Bovendien dient de oever goed toegankelijk te zijn voor onderhoudsmaterieel.
Figuur 3: beschermingszone gecombineerd met flauw talud
6. Als nieuwe oppervlaktewaterlichamen met plas-drasoevers worden aangelegd, gelden de volgende uitgangspunten (zie figuur 4). - Ondertalud: minimaal een schuinte van 1:2. - Plas-drasbanket: minimaal 2,00 m breed. - Boventalud: minimaal een schuinte van 1:3. - Diepte plas-drasbanket: 30 cm. tot 50 cm. onder het laagste waterpeil. - Vooroever: om te voorkomen dat maaisel of afval op het plas-drastalud terechtkomt, is het wenselijk om een vooroever aan te leggen, gelegen op 5-10 cm boven zomerpeil. De vooroever moet om ecologische redenen iedere 25,00 meter voorzien zijn van openingen van 1,00 meter breed. - Peilfluctuaties: dit type oever is minder geschikt in oppervlaktewaterlichamen met grote peilschommelingen, vanwege de kans op ongewenste droogval van het plas-drasbanket. - Stroming: in oppervlaktewaterlichamen met een sterke stroming is dit type oever minder geschikt dan een flauw talud, vanwege de grotere kans op erosie.
vooroever 1:3 1:2
Plas-drasbanket
2m
Figuur 4: Principetekening plas-drasoever
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 4 Bijlages rapport "Samen door één buis"
blad 54 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
blad 55 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
blad 56 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 5 Overzicht huidige situatie
blad 57 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 6 Stedenbouwkundigplan
blad 58 van 74
10
5a
Ap
pel
we
g
12
2
5b 1
14
4
3
16
5 5a
5a
6
18
8
Mole
S
7
eg
pe
nste
Ap
g lwe 7
20
S
9
22
5
3
1
24
De Ha ag
26/
tijd 2
gs
Mol
En 28
teeg
eg
ens
te
S
11
30
2a
S
2 4
6
Ho
51
ve nd
2p
se
200
di
49
jk
70
3
5
8
en
99
ilh
9
elm
11
7
68
W
Gro
47
7
eg este
ina
97
66
laa
95
n
13
93
60 58
4
Gro
ene
15
stee
91
g
56
W
ei
87
tje
sw
GEWIJZIGD
eg
sv
el
ds
ew
eg
89
Zaltbommel
85
Le
uv
56
en
15-03-2024
Brakel-west proefverkaveling
83
17
58
R
19
2
b
ie 21
g
8
in
52
ts
4
e
6
8
3
18
e
20
52
96
9
11
98
W e
94
it je
6 6 9l 6 9k 9 6 j 6 9h 6 9g 6 9f 69 69 9e 6 m 69 d 69 9n 6 c 6 q 69 9b 6 9r a 6 9s 6 9t 69 9u 69 v w
16
14
12
14
7
g
5
e
90
18
L
in
d
e
n
s
t
ra
a
9
t 11 13 15 17 19
69 67 12
s
65
E d o
71
sw
92
5 7
16
20
WERKNR.
622 114 00
SCHAAL
1:1000
DATUM
23-2-2024
GETEKEND
12
27
2
10
52 c
10
25
4
a
23
l
54
6
52
eg
52
sw
d
tje
2
ei
5
W 1
15
13
81
DATUM PLOT USER
28/03/2024 FSmorenburg
N
FORMAAT
A1
PROJECTMAP J:\622\114\02\3 Projectresultaat\DWG
BESTAND S-VK-622.114.02-03-02.dwg
BLAD
o rn s t
S
3 DG won 8 2 pp 57
2 DG won 6 3 pp 72
1
1 DG won 2 4 pp 84
S
1'
S
7 DG won 32 pp 65
1:10
1:10
1:1
Tuin
Looppad Blokverband
Talud 1:10
Bodem Wadi
Talud Talud 1:1 bodem 1:1
Talud 1:10
Looppad Blokverband
Woning
Tuin
CONTROLE TEKENAAR
CONTROLEUR
PROJECTLEIDER
DATUM PARAAF
Woning
1%
1:1
1%
6 DG won 36 pp 73
1.50
3.38
6.07
18.87
0.60 1.10 0.60
11.91
4.21
1.60 0
10
20
C0
2024-03-22
Nr
Datum
30
Maten in meters tenzij anders vermeld Materialen in millimeters Hoogtematen in meters t.o.v. N.A.P.
40m
CONCEPT
DD
Wijziging
Tek
Opdrachtgever
Tekenaar
Schaal
-
D.Derksen
1:100
Projectleider
Formaat
-
Projectomschrijving
S. Valenzuela
A2-420x841 Blad in bladen
Watertoets Brakel
1 IN 1 Status
W i j z. n r.
C0
Tekeningomschrijving
Principe dwarsprofiel Tekeningnummer
www.anteagroup.nl
®
0485570-DP-0-00001 P:\00485000\00485570\Watertoets_BrakelWest\tekeningen\Infra\Acad\0_Schetsontwerp\0485570-DP-0-0001.dwg
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 7 Oppervlakteverdeling
blad 59 van 74
Brakel West
105.093 m2 10,5 ha
Datum 14-2-2024 Berekening wateropgave op basis van een waterbalans
Huidige situatie Appelweg (Zuid 1) Oppervlak
Samenvatting Brakel West - huidige situatie 35.253 m2
Parkeer platsen Grasbeton Groen OR Glastuinbouw pand Water
m2 31475 m2 675 m2 m2 Totaal oppervlak
Appartamenten Rijwoningen 2 onder éénkapwoningen vrijstaande woningen totaal
Verhard 0 0 0 0 0
0 0 0 0
Wegen + bestrating
4.765 m2
Berging Rietsingel Oppervlak
6.987 m2
Parkeer platsen Grasbeton
Oppervlak Verhard Onverhard Half-verharding Water
0 [-] 0 m2
0 [-] 0 m2
Groen OR
m2
Water
m2
Onverhard 0 0 0 0 0
105.093 m2 36.915 m2 66.778 m2 m2 1.400 m2
35% 64% 0% 1%
Brakel West
105.093 m2 10,5 ha
Datum 14-2-2024 Berekening wateropgave op basis van een waterbalans
Toekomstige situatie Appelweg (noord 1) Oppervlak
Samenvatting Brakel West 41.726 m2
Parkeer platsen Grasbeton
249 [-] 3113 m2
Groen OR Klein Groen OR Groen OR langs water Water
6776 m2 306 m2 0 m2 0 m2
Appartamenten Rijwoningen + Woonzorg 2 onder éénkapwoningen vrijstaande woningen totaal
Oppervlak Verhard Onverhard Half-verharding Water
Totaal oppervlak Verhard Onverhard n.v.t. 15.525 13.973 1.553 2.965 2.372 593 3.927 2.749 1.178 22.417 19.093 3.324
Wegen + bestrating
9.115 m2
OR Oppervlak
14.582 m2
Groen OR langs water Water
7285 m2 5.890 m2
Wegen + bestrating
1.407 m2
Appelweg (Zuid 1) Oppervlak
35.253 m2
Parkeer platsen Grasbeton
188 [-] 2350 m2
Groen OR Klein Groen OR Groen OR langs water Water
7168 m2 200 m2 0 m2 0 m2
13.035 815 4.250 18.100
0 11.732 652 2.975 15.359
Wegen + bestrating
7.435 m2
Groenesteg (zuid 2) Oppervlak
6.545 m2
0 m2
Appartamenten Rijwoningen 2 onder éénkapwoningen vrijstaande woningen totaal Bestraating Berging Rietsingel Oppervlak Parkeer platsen Grasbeton
Totaal oppervlak
Verhard
0 0 3.097 3.448 6.545
0 0 2.478 2.414 4.891
0 m2
6.987 m2 0 [-] 0 m2
Groen OR
1.682 m2
Water
5305 m2
Scenario T10+10% Eis Benodigde berging
436 m3 per ha 1.097 m3
Scenario T100+10% Eis Benodigde berging
664 m3 per ha 1.671 m3
Verlies berging door dempen Dempen A-water
Verhard
Groen OR
Berekening wateropgave Waterschap Toename verharding 25.159 m2 2,52 ha
Berging eis 100% Opgave (prive) 90% Opgave (prive)
Totaal oppervlak
0 [-] 0 m2
55% 29% 6% 11%
Berekening wateropgave gemeente Verhard (prive) 39.343 m2 Toename verharding 25.159 m2
Appartamenten Rijwoningen 2 onder éénkapwoningen vrijstaande woningen totaal
Parkeer platsen Grasbeton
105.093 m2 57.300 m2 30.630 m2 5.969 m2 11.195 m2
Onverhard 0 1.304 163 1.275 2.742
Onverhard 0 0 619 1.034 1.654
20 mm 787 m3 708 m3
1425 m2 385 m3
Dempen B-water
245 m2 66 m3
Dempen C-water
550 m2 149 m3
Totaal te dempen
2.220 m2 599 m3
Datum 14-2-2024 Berekening wateropgave op basis van een waterbalans 1. Samenvatting oppervlakverdeling (deelgebied) Oppervlak Appelweg (noord 1) Appelweg (Zuid 1) Groenesteg (zuid 2) OR Berging Rietsingel Totaal
105.093 m2 T. oppervlak Verharding Onverhard 41.726 30.943 10.783 35.253 24.834 10.420 6.545 4.891 1.654 14.582 1.407 7.285 6.987 0 1.682 105.093 62.074 31.824 59% 30%
Water 0 0 0 5.890 5.305 11.195 11%
Inschatting wateropgave per deelgebied (Waterschap) Samenvatting
Appelweg (noord 1) Appelweg (Zuid 1) Groenesteg (zuid 2) OR Berging Rietsingel Totaal
HS verharding 0 36.915 0 0 0 36.915
TS Toename T10+10% Verharding Verharding 30.943 30.943 1.410 24.834 -12.082 0 4.891 4.891 223 1.407 1.407 39 0 0 0 62.074 25.159 1.672
T100+10%
T10+10% 2.097 664 T100+10% 0 1029 332 63 0 2.492
Berekening wateropgave gemeente Berging eis 20 mm
Appelweg (noord 1) Appelweg (Zuid 1) Groenesteg (zuid 2) OR Berging Rietsingel Totaal
Verhard Berging eis Berging eis (prive) (100%) (90%) 19.093 381,9 343,7 15.359 307,2 276,5 4.891 97,8 88,0 0 0,0 0,0 0 0,0 0,0 39.343 787 708
2. Compensatie plan Verlies berging door dempen Dempen A-water Dempen B-water Dempen C-water
1425 m2 385 m3 245 m2 66 m3 550 m2 149 m3
Berekening bergingscapaciteit (totaal) Peilstijging 0,3 m dekking 0,1 m Oppervlak wadis Inundatie gebied
3.670 m2 0 m2
Totaal te dempen
2220 m2 599 m3
436 664
Berging T10+10% Berging T100+10%
1.101 m3 1.468 m3
Vijver Rietsingel Hoogte tot maaiveld Bergende diepte
5.305 m2 0,4 m 0,3 m
Berging T10+10% Berging T100+10%
1.592 m3 2.122 m3
Berekening Kwel-flux Flux Oppervlak Totaal
3 mm/dag 105.093 m2 315,279 m3/dag 13 m3/uur
(scenario hoogwater T10)
Bergingscapaciteit Brakel-West
Opgave T10+10% T100+10%
436 664
Potentieel capaciteit 2.693 3.590
Verlies capaciteit
Kwel-flux 13
Berekening 2.679 3.577
Voeldoen ja ja
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 8 Afwateringsplan In deze bijlage is de afwatering van het nieuw te ontwikkelen gebied toegelicht. Ook is specifiek de afwatering richting waterberging Rietsingel uitgewerkt. Doordat onvoldoende gegevens beschikbaar zijn met betrekking tot de bodemopbouw en grondwaterstand op deze locatie en de keuze ook afhankelijk is van de eigendomssituatie, zijn er meerdere opties beschreven. In de vervolgfase van de planvorming en vergunningverlening wordt in overleg met gemeente Zaltbommel en waterschap Rivierenland de uiteindelijke versie verder uitgewerkt. In figuur B8-1 is een overzicht gegeven van het afwateringsplan. Om een vertraagde afvoer te garanderen zijn twee knijpconstructies nodig (aangegeven met rode stippen). De locatie en lengte van de voorgestelde duikers is indicatief weergegeven. De richting van de hemelwaterafvoer is aangegeven met een pijl. Vanwege de verschillende peilgebieden is een stuw nodig. Deze komt aan de Groenesteeg en is aangegeven met een blauwe driehoek. De gemeente heeft aangegeven dat het de voorkeur heeft als de stuw ten zuiden van de Groenesteeg ligt. De uiteindelijke locatie van de stuw wordt bepaald tijdens de ontwikkeling van het technisch ontwerp. Het opnemen van de stuw is besproken met zowel het waterschap als de gemeente.
1 Te graven watergang
Te dempen C-water
Figuur B8-1 Overzicht hemelwaterafvoer.
In de huidige situatie loopt langs de Appelweg één primaire watergang van oost naar west. Deze primaire watergangen watert af richting het gemaal de “Engsteeg”. In de toekomstige situatie dient de afwaterende functie van deze watergang behouden te blijven. De watergang ligt in peilgebied BOM207. Het zomerpeil (ZP) van NAP +0,75 m en het winterpeil (WP) van NAP +0,55 m mag niet worden gewijzigd. Om wateroverlast te voorkomen dient deze watergang terug te komen in het ontwerp (minimaal 1 op 1). Om de ontwikkeling van Brakel-West Zuid 2 mogelijk te maken, worden er verschillende wijzigingen doorgevoerd aan de C-waterloop ID007441, gelegen langs de Groenesteeg. Een deel van deze sloot wordt opnieuw ingericht en een ander deel wordt gedempt (zie figuur B8-2). Uit een veldbezoek is gebleken dat de bodem van deze waterloop aanzienlijke verschillen vertoont, wat resulteert in verschillende waterstanden in de blad 60 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
sloot. In deze watergang vindt in principe geen nieuwe waterberging plaats. Bij het nieuwe ontwerp gaat afhankelijk van de gekozen inrichting deze deel uitmaken van de afvoerroute naar waterberging Rietsingel. In dat geval wordt de leggerstatus gewijzigd naar B-watergang. Als deze geen onderdeel gaat uitmaken van de afvoerroute, dan behoud deze de status C-watergang. Als de leggerstatus gewijzigd wordt betekent dit een ruimer benodigd profiel, dit wordt in de vervolgfase nader uitgewerkt. Het is onbekend of de aangrenzende woningen hun hemelwater afvoeren naar de te dempen sloot, wat kan leiden tot negatieve effecten als deze gedempt wordt. Hoewel bestaand beleid bepaalt dat de perceeleigenaar verantwoordelijk is voor de verwerking van hemelwater op eigen terrein, is het noodzakelijk om bij de uitwerking van de waterhuishouding en het technisch ontwerp te bewijzen dat het gedempte water geen negatieve effecten heeft op de aangrenzende woningen en deze indien nodig te mitigeren door de afwatering op een andere manier in te richten.
Ligging waterberging Rietsingel Te dempen C-water ID 007441
Figuur B8-2 Overzicht percelen naast de toekomstige waterberging Rietsingel Het hemelwater, dat van daken tot afstroming komt, loost via een huisaansluiting en/of molgoten op het HWAriool. Het hemelwater dat via wegen tot afstroming komt, stroomt (zoveel mogelijk) bovengronds naar het watersysteem. Bij het gebruik van molgoten is het niet wenselijk dat regenwater direct naar open water stroomt, daarom is het nodig om hiervoor een zuiveringsinstallatie aan te leggen. Het waterschap adviseert om een extra watergang aan te leggen om het transport van hemelwater richting het bergingsgebied Rietsingel te faciliteren (zie figuur B8-1, blauwe pijl). Of dit daadwerkelijk noodzakelijk is hangt af van de gekozen optie en verdere detaillering, daarom is dit in deze fase nog niet uitgewerkt en dient in de vervolgfase nader beschouwd te worden. Werking waterberging deelgebied OR Voor de optimale werking van de waterberging in deelgebied OR is het essentieel om de centrale bergingen met elkaar te verbinden door middel van duikers. De vereiste diameter van deze duikers is afhankelijk van onder meerde leggerstatus. In stedelijke gebieden geldt bijvoorbeeld dat de minimale diameter van duikers in B- wateren 800 mm is, terwijl voor C-wateren een minimale diameter van 470 mm geldt. Voor A-wateren met een breedte van minder dan 5,0 m op zomerpeilniveau geldt ook een minimale diameter van 800 mm.
Bij A- wateren breder dan 5,00 meter is minstens een duiker met een doorsnede van 1.000 mm vereist. blad 61 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Het waterschap heeft aangegeven dat de hoofdwatergang in het plangebied geen doorvoerende functie meer heeft, maar vooral een bergende functie en daarom een B-watergang wordt. Het waterschap heeft ook benadrukt dat andere watergangen die bijdragen aan de waterbergingsopgave moeten worden opgewaardeerd naar B-watergangen. Dit betekent dat duikers die leiden naar de centrale waterberging een minimale diameter van 0,8 m moeten hebben. De benodigde afmetingen van de duikers zijn weergegeven in tabel B8-1. Volgens de regelgeving van het waterschap is de maximale toegestane lengte van duikers 12 m. Het wordt aanbevolen om tijdens de ontwikkeling van het technisch ontwerp de lengte van de duikers zorgvuldig te beoordelen en in overeenstemming te brengen met de eisen van het waterschap. Tabel B8-1 Samenvatting gegevens nieuwe duikers
ID Lengte [m]** Diameter [m]* D-001 >20,0 min. 0,80 D-002 20,0 min. 0,80 D-003 >20,0 min. 0,80 D-004 >20,0 min. 0,80 D-005 <10 min. 0,80 * benodigde diameter op basis van de legger status **lengte is indicatief weergegeven
Werking waterberging Rietsingel Voor de bergingsberekening in paragraaf 4.3.1 is uitgegaan van de optie om een ondiepe, droogvallende, bergende wadi in te richten. Het niveau van de bodem van berging ligt dan echter boven het waterpeil in de watergang er naartoe. Dit betekent dat het water niet onder vrij verval het bergingsgebied in kan stromen. Daarom zijn vier opties benoemd om de berging zo goed mogelijk te kunnen inzetten. Met de beschikbare informatie over bodemopbouw, diepteligging van de persleiding en grondeigendommen is het nog niet mogelijk in dit stadium voor één optie te kiezen. De gemeente en het waterschap zijn wel overeengekomen dat met deze opties in de volgende fase de waterberging verder kan worden vormgegeven. Iedere optie heeft voor- en nadelen, die afgewogen moeten worden. De vier opties zijn: 1. Met gemaal water in berging pompen; 2. Waterberging uitgraven tot 1,5 m-mv, zodat water onder vrij verval de berging in kan stromen; 3. Lange leiding van BOM207 naar waterberging; 4. Tijdelijk hoger peil toestaan in watergang naar waterberging bij extreme buien zodat de berging onder vrij verval kan volstromen. Optie 1: Met gemaal water in berging pompen: Om het water van sloot 007441 naar de waterberging Rietsingel te leiden, is een aansluiting via vrij verval niet haalbaar vanwege de bestaande hoogtes.
In het voorgestelde ontwerp van de waterberging wordt uitgegaan van een bodemhoogte van 0,4 m-mv (ca. NAP +1,1 m), wat resulteert in een waterdiepte van 0,3 m en een waking van 10 cm. In de huidige situatie valt sloot 007441 onder peilgebied BOM200. Het zomerpeil (ZP) van NAP +0,20 m en het winterpeil (WP) van NAP +0,00 m mag niet worden gewijzigd. Bij deze aanpak wordt het water ongeveer 1,1 meter omhoog gepompt om de afvoer te faciliteren. Hoewel dit het risico op kwel vermindert, wordt het niet beschouwd als duurzaam vanwege de hoge operationele kosten die ermee gepaard gaan. Optie 2: Waterberging uitgraven tot 1,5 m-mv, zodat water onder vrij verval de berging in kan stromen: Optie 2 houdt in dat de waterberging wordt uitgegraven tot een diepte van 1,5 meter onder maaiveld, zodat het water onder vrij verval de berging kan bereiken. Om ervoor te zorgen dat het water van sloot 007441 naar de waterberging Rietsingel kan stromen zonder pompen, moet het bodemniveau van het voorgestelde bergingsgebied op NAP +0,0 meter komen te liggen. De werking van deze optie is geïllustreerd in figuur B8-3. Hoewel deze benadering het transport van water naar de Rietsingel waarborgt, neemt bij het afgraven van het maaiveld met 1,1 meter het risico op kwel toe.
Het wordt aanbevolen om een bodemonderzoek uit te voeren om een beter begrip te krijgen van de bodemopbouw tot minstens 5 meter onder maaiveld, of tot aan de eerste watervoerende laag.
blad 62 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
De implementatie van mitigerende maatregelen om het optreden van kwel terug te dringen kan niet worden uitgesloten.
Figuur B8-3 Schema watersysteem optie 2. In de figuur zijn de bijbehorende winterpeilen en de bestaande maaiveldhoogtes weergegeven.
Optie 3:Lange leiding van BOM207 naar waterberging: Optie 3 omvat de aanleg van een lange duiker tussen waterloop 007437 en de waterberging Rietsingel, waardoor het mogelijk wordt om de verbinding onder vrij verval te verzekeren. De locatie van deze lange duiker wordt geïllustreerd in figuur B8-4, waarbij momenteel twee potentiële locaties worden overwogen. Er zijn verschillende knelpunten die moeten worden aangepakt voor deze optie: • Verwacht wordt dat de duiker minstens 70 meter lang zal zijn. Over het algemeen is een lange duiker niet gewenst vanwege beperking van de afvoercapaciteit, verslechtering van de waterkwaliteit en vanwege verstoppingsgevaar. Als voor deze optie wordt gekozen, moeten er dus verdere gesprekken tussen de gemeente en het waterschap plaatsvinden en er geen andere, geschiktere alternatieven zijn. Ook is het adviseert om het stedenbouwkundig plan te herzien, met als doel de lengte van de duiker zoveel mogelijk te beperken; • Naar aanleiding van een veldbezoek en luchtfoto's is geconstateerd dat waterloop 007437 onderbroken is bij Groenesteeg 8. Om deze optie uitvoerbaar te maken, moet de aansluiting van deze waterloop worden gegarandeerd, en de huidige stroomrichting (oost naar west) moet worden herzien; • Zoals te zien is in figuur B7-4, worden twee locaties overwogen voor de plaatsing van de duiker.
Om deze optie te realiseren, is overleg tussen de gemeente en de perceeleigenaren vereist; • Het plaatsen van de duiker mag geen schade veroorzaken aan de aanwezige kabels en leidingen; • De voorgestelde bodemhoogte van de wadi (ongeveer NAP +1,1) moet worden heroverwogen, omdat het waarschijnlijk is dat een lager bodemniveau nodig is, wat het risico op kwel vergroot. De implementatie van mitigerende maatregelen om het optreden van kwel terug te dringen kan niet worden uitgesloten; • Een bodemonderzoek wordt aanbevolen om meer inzicht te krijgen in de bodemopbouw.
blad 63 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Te graven greppel
Figuur B8-4 Mogelijk locatie van de lange duiker.
Optie 4:Tijdelijk hoger peil toestaan in watergang naar waterberging bij extreme buien zodat de berging onder vrij verval kan volstromen: Optie 4 houdt in dat bij extreme regenval tijdelijk een hoger waterpeil in waterloop 007441 wordt toegestaan, waardoor de berging Rietsingel onder vrij verval kan volstromen. Het installeren van een overstort is hiervoor vereist. Het wordt geadviseerd om de voorgestelde diepte van de wadi te heroverwegen. Hoewel een diepe wadi niet kan worden uitgesloten, wordt verwacht dat de benodigde diepte kleiner kan zijn dan bij optie 2 en 3. Daarom kan de toename van kwel en de noodzaak van mitigerende maatregelen niet worden uitgesloten. Advies waterschap Het waterschap acht op voorhand optie 2 de meest plausibele optie. Wel moet de mogelijke toename van de kwel onderzocht worden. Vervolg Wat betreft het vervolgproces, op basis van de beschikbare informatie over bodemopbouw, diepteligging van de drukleiding en grondeigendom, is het momenteel niet mogelijk om één specifieke optie te selecteren. Het wordt sterk aanbevolen om zo snel mogelijk een bodemonderzoek uit te voeren. Momenteel zijn er geen peilbuisgegevens beschikbaar op de locatie van het plangebied zelf.
Het is ook van belang om peilbuizen te installeren en de grondwaterstand waar te nemen om een beter inzicht te krijgen in de grondwaterstanden en stijghoogten, wat essentieel is voor het uitvoeren van de kwelberekeningen. Daarnaast is het ook relevant om meer inzicht te krijgen in de kabels en leidingen die zich in de Rietsingel bevinden. De afvoer van de waterberging richting de A-watergang langs de Rietsingel is van essentieel belang voor het functioneren van het watersysteem.
blad 64 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 9 Toetsing relevante kunstwerken Tijdens het overleg van 18 maart 2024, waarbij leden van waterschap Rivierenland, gemeente Zaltbommel en Antea Group aanwezig waren, heeft het waterschap verzocht om de hydraulische capaciteit van de aanwezige duikers in peilgebied BOM200 te toetsen. Het doel hiervan was om meer inzicht te krijgen in de haalbaarheid van het afvoeren van een deel van het water dat op beheergebied BOM207 valt. De resultaten van deze toetsing zijn in deze bijlage opgenomen. Uitgangspunten Het hemelwaterafvoersysteem dient robuust te zijn. Om dit te bereiken wordt het regenwater in Brakel-West zoveel mogelijk geborgen en vertraagd afgevoerd. Bij extreme neerslag is sprake van afvoer naar het regionale watersysteem. Door de aansluiting van de voorgenomen waterbergingsgebieden wordt een deel van de afvoer in peilgebied BOM207 omgeleid naar BOM200. De capaciteit van het watersysteem in peilgebied BOM200 moet voldoende zijn om het water zonder inundatie af te voeren naar de Afgedamde Maas. Om de haalbaarheid hiervan te beoordelen is de bestaande hydraulische capaciteit van een aantal duikers in peilgebied BOM200 getest. Het gaat met name om de afvoerroute richting het waterbergingsgebied op de locatie van de ijsbaan. Voor het toetsen van de afvoercapaciteit is gebruik gemaakt van een stationaire berekening.
Bij de toetsing van de hydraulische afvoercapaciteit van de duikers is rekening gehouden met: • Uitgangspunten van toepassing voor peilgebied BOM207: o De oppervlakte van peilgebied BOM207 bedraagt ca. 30,4 ha. Op basis van de gemiddelde afvoernorm van 1,5 l/s/ha is de maatgevende afvoer (Q) berekend op 0,95 m 3/min (0,016 m3/s). De maatgevende afvoer is de afvoer die circa 1 á 2 dagen per jaar wordt overschreden; o In de toekomstige situatie wordt ca. 5 ha afgevoerd via peilgebied BOM200. Op basis van de gemiddelde afvoernorm van 1,5 l/s/ha is de maatgevende afvoer (Q) berekend op 0,45 m3/min (0,007 m3/s). De theoretische afvoer die eens in de 10 jaar met 10% opslag door de klimaatverandering wordt overschreden (1,5Q) is 0,67 m 3/min (0,011 m3/s); • Uitgangspunten van toepassing voor peilgebied BOM200: o Het afwaterende gebied tot aan de Weitjesweg bedraagt ca. 70,68 ha. Op basis van de gemiddelde afvoernorm van 1,5 l/s/ha is Q berekend op 6,36 m3/min (0,11 m3/s). De theoretische afvoer 1.5Q is 9,54 m3/min (0,16 m3/s); • Het waterschap heeft aangegeven dat voor de berekening van opstuwing een theoretische afvoer van 1,5Q geldt. Dit uitgangspunt geldt alleen voor infrastructurele duikers. Voor reguliere duikers geldt 1Q als norm; • Recentelijk is de diameter van een aantal duikers vergroot.
De bijbehorende gegevens (diameter, lengte, b.o.k., vorm en materiaal) zijn afgeleid van de ontwerplegger en/of aangegeven door het waterschap; • De duikers zijn getoetst ten opzichte van winterpeil. Figuur B9-1, Figuur 2-7 en Figuur 2-8 tonen de locaties van de getoetste duikers en Figuur B9-1 toont de beschouwde afwaterende gebieden.
blad 65 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Q= 0,011 m3/s 009777
1 Q = 0,106 m3/s
009264
2 Q=0,119 m3/s 3 Q= 0,128 m3/s
009306 089835
Figuur B9-1 Overzicht afvoerende gebieden en getoetst duikers. De afvoerrichting wordt aangegeven met groene pijlen.
Resultaten De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in tabel B9-1 en B9-2. Door de ontwikkeling Brakel-West is de maatgevende afvoer van peilgebied BOM200 toegenomen met 0,007 m3/s. Gezien de toename van de afvoer kunnen de bestaande duikers hiermee omgaan. De bestaande duikers kunnen deze toename van de afvoer aan en voldoen ook aan de benodigde ruimte voor lucht. Duiker 009306 en 009264 zijn geen infrastructurele duikers en zijn daarom getoetst op 1Q als normafvoer. De andere twee duikers zijn wel infrastructurele duikers en dus getoetst op 1,5Q als normafvoer in de toekomstige situatie. Uit de berekeningen blijkt dat alleen duiker 009777 in een normatieve situatie (Q) in de huidige situatie voldoet. Duikers 009777 en 089835 voldoen in de huidige situatie dus niet aan de 1,5Q-afvoernorm. In de toekomstige situatie voldoen alle duikers niet aan de gestelde normen. Volgens het beleid van het waterschap is een opstuwing van 5 mm toegestaan. Alleen voor duiker 0092624 geldt dat de opstuwing gelijk blijft aan de huidige situatie. Tabel B9-1 Hydraulische afvoercapaciteit duikers – huidige situatie. Duiker Afwaterende Q Diameter Lengte BOK Breedte Bodem- Bodemhoogte Talud Stroomsnelheid Lucht Opstuwing gebied [m³/s] [m] [m] [m waterloop breedte waterloop [m/s] [m] [mm]** [ha] NAP] [m] [m] [m NAP] 009777 1. 70,68 0,106 1,0 22,3 -0,55 7,16 1,0 -0,8 1:2 0,24 0,45 4 009264 2.
8,89 0,119 1,0 9,6 -0,55 2,42 1,0 -0,33 1:2 0,38 0,45 8 009306 3. 5,5 0,128 1,0 9,6 -0,55 4,83 1,0 -0,72 1:2 0,29 0,45 6 089835 3. 5,5 0,128 1,0 8,3 -0,55 4,83* 1,0 -0,55 0,29 0,45 5 1:2 * Gegevens niet opgenomen in de legger. Er wordt uitgegaan van een breedte van 4,83 m. ** Rode cellen betekent dat de duiker niet voldoet aan de uitgangspunten.
blad 66 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Tabel B9-2 Hydraulische afvoercapaciteit duikers – Toekomstige situatie – Q. Dikgedrukt is 1,5Q, gewoon is 1Q Duiker Afwaterende Q Diameter Lengte BOK [ Breedte Breedte Bodemhoogte Talud Stroomsnelheid Lucht Opstuwing gebied [m/s] [m] [m] m waterloop waterloop* waterloop** [m/s] [] [mm] [ha] NAP] [m] [m] [m NAP] 009777 5+ 70,68 0,183 1,0 22,3 -0,55 7,16 1 -0,8 1:2 0,41 0,45 15 009264 5+ 70,68 +8,89 0,127 1,0 9,6 -0,55 2,42 1 -0,33 1:2 0,40 0,45 9 009306 5 +70,68 + 0,135 1,0 9,6 -0,55 4,83 1 -0,72 0,31 0,45 6 1:2 8,89 + 5,5 089835 5 +70,68 + 0,215 1,0 8,3 -0,55 4,83* 1 -0,55 0,49 0,45 14 1:2 8,89 + 5,5 * Gegevens niet opgenomen in de legger. Er wordt uitgegaan van een breedte van 4,83 m. ** Rode cellen betekent dat de duiker niet voldoet aan de uitgangspunten.
Conclusie Uit de berekening blijkt dat alle vier de duikers niet voldoen aan de gewenste maximale opstuwing in de toekomstige situatie. Het verdient aanbeveling om nader met het waterschap te overleggen of de duikers vervangen moeten worden of dat het gewenst is om de afvoer vanuit het te ontwikkelen gebied verder te knijpen en dit in de berging op te vangen of via andere routes af te wateren.
blad 67 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Bijlage 10 Concept waterparagraaf Locatie De gemeente Zaltbommel is voornemens een herinrichting uit te voeren ter plaatse van de straten Appelweg, Engsteeg, Groenesteeg en de Weitjesweg. Ter plaatse van het plangebied worden 270 nieuwbouwwoningen gerealiseerd (254 woningen en zorgcomplex van 16 eenheden). Het plangebied gelegen in Brakel-West aan de straten Appelweg, Engsteeg, Groenesteeg en de Weitjesweg. Het plangebied is op te delen in een noordelijk en zuidelijk gedeelte. In de huidige situatie is het gebied voornamelijk in gebruik als agrarische gronden en wordt een deel gebruikt voor glastuinbouw. Ook zijn er in het zuiden van het plangebied andersoortige bedrijven gevestigd. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 10,7 ha.
Huidige situatie Maaiveldhoogte Om de maaiveldhoogten in het plangebied te analyseren is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4viewer) geraadpleegd. In het noordelijke gedeelte bevindt het maaiveld zich tussen NAP +1,9 m en NAP +1,6 m. Ter plaatse van de woonerven is de grond lokaal opgehoogd tot NAP +2,5 m. In het zuidelijke gedeelte bevindt het maaiveld zich rond NAP +1,5 m. Ter plaatse van de bebouwing is de grond lokaal opgehoogd tot NAP +2,0 m. Bodemopbouw Om de lokale bodemopbouw ter plaatse van de planlocatie te analyseren zijn grondboringen uit het DINOloket geraadpleegd. De maximale diepte in de grondboringen is 16 m -mv. De grondboringen laten een verschillend beeld zien. In grondboringen B38H0403 en B38H0194 is tot 8 m -mv klei met sporadisch veen aangetroffen. In grondboring B38H0198 is tot -1,5 m -mv klei aangetroffen, met daaronder tot 10,4 m -mv zand, gevolgd door klei tot 10,8 m -mv. Tot slot is er tot 16 m -mv zand aangetroffen. De zandbanenkaart laat zien dat ter plaatse van de ontwikkeling een ondiepe zandlaag verwacht kan worden. Watersysteem Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Het oppervlaktewater in en nabij het plangebied is weergegeven in figuur B10-1. Omdat het plangebied dicht bij de Waal ligt, is er een uitgebreid netwerk van sloten aanwezig om de aanwezige kwel af te voeren.
In de omgeving van het plangebied zijn meerdere duikers, een gemaal en een stuw aanwezig. Het plangebied ligt in 2 peilgebieden: • Peilgebied BOM207. In dit peilgebied is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,75 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,55 m. Daarnaast is ook een bandbreedte vastgelegd waarbinnen het peil mag fluctueren. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,15 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 30,4 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 0,05 m³/s afgevoerd; • Peilgebied BOM200. In dit peilgebied is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,20 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,00 m. Daarnaast is ook een bandbreedte vastgelegd waarbinnen het peil mag fluctueren. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,25 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 937,1 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 1,41 m³/s afgevoerd door het gemaal. De watergangen in peilgebied BOM207 wateren af via gemaal de “Engsteeg” en stuw001004 op peilgebied BOM208. Dit peilgebied ligt benedenstrooms en ligt ten westen van het plangebied. In peilgebied BOM208 is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,65 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,45 m. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,15 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 38,2 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 0,57 m³/s afgevoerd.
blad 68 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Figuur B10-1 Watersysteem in en nabij plangebied (bron: legger Waterschap Rivierenland, bron achtergrond: TopoRD).
Op basis van de “Viewer KRW waterlichamen” van het waterschap Rivierenland zijn er geen watergangen in het plangebied aangemerkt als KRW-waterlichaam. Grondwater Op basis van de beschikbare peilbuizen in de nabije omgeving van het plangebied en het verloop van de isohypsenkaart en het maaiveldverloop en het peilbesluit is er een inschatting gemaakt van de grondwaterstand. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen het gebied ten noorden van de Groenesteeg en het gebied ten zuiden van de Groenesteeg. • Grondwaterstand ten noorden van de Groenesteeg : o GHG tussen 0,4 á 0,7 m-mv (ca. NAP +1,20 m) • Grondwaterstand ten zuiden van de Groenesteeg: o GHG 0,6 m-mv (ca. NAP +0,90 m) Op basis van de WKO-tool is in het plangebied een open bodemenergiesysteem aanwezig. Er staat aangegeven dat dit openbodemenergiesysteem (OBES) in gebruik is. Dit openbodemenergiesysteem wordt hoogst waarschijnlijk voor de aanwezige glastuinbouw gebruikt. Ook zijn er op een afstand van circa 110 à 160 ten noordoosten van het plangebied twee grondwateronttrekkingen (GWO) aanwezig. Deze grondwateronttrekkingen liggen ook op het terrein van de glastuinbouwbedrijven. Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen op basis van de “Drinkwater, beschermingsgebieden” kaart van de provincie Gelderland.
Waterschap Rivierenland heeft een kwel kaart gemaakt voorkomend bij een T=10 hoogwaterstand op de rivier en het polderpeil op (winter) streefpeil. Aan de hand hiervan is er geconcludeerd dat er in het noordelijk deel blad 69 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
van het plangebied sprake is van kwel tussen de 1-3 mm/dag. Dit heeft het waterschap gecategoriseerd tot “gemiddelde kwel”. Aan de randen is de kwel >3 mm/dag. Dit categoriseert het waterschap als “veel kwel.”. In het zuidelijk deel van het plangebied is de kwel ingeschat tussen de 0 en 1 mm/dag. Het waterschap categoriseert dit als “weinig kwel”. Vuil- en hemelwater In het plangebied zelf is geen riolering aanwezig. In de nabijheid van het plangebied ligt een gemengd stelsel. Tevens is er een persleiding van het waterschap aanwezig, deze bevindt zich tussen het noordelijk en zuidelijk deelgebied. Rioolgemaal Brakel, in beheer bij het Waterschap, is nabij het plangebied gelegen aan de Groenesteeg. Ook ligt er op een afstand van circa 100 m ten oosten van het plangebied in de Wilhelminalaan een hemelwaterriool. Waterveiligheid Uit de leggerkaart waterkeringen van waterschap Rivierenland blijkt dat ten noorden van het plangebied een primaire waterkering ligt. De beschermingszone van deze kering ligt op afstand van circa 130 m. Natuur Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland gebied en tevens Natura-2000-gebied ligt op een afstand van circa 300 m ten opzichte van het plangebied.
Toekomstige situatie In de toekomstige situatie worden er ter plaatse van het plangebied 270 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. In figuur B10-2 is het voorgenomen ontwerp weergegeven. Dit betreffen twee-onder-één kap woningen, rijwoningen, vrijstaande woningen en een woonzorg complex.
Woonzorg
Noord
OR
Zuid 1
Zuid 2 Berging Rietsingel
Figuur B10-2 Overzicht VO-ontwerp (Bron: Proefverkaveling, Kuiper Compagnons, d.d. 23-02-2024).
Grondwater Om aan de eisen voor ontwateringsdiepte te voldoen moet het toekomstig peil van de vloeren begane grond minimaal op NAP+2,2 m komen te liggen. Voor de wegen is een minimaal niveau van NAP +1,9 m nodig.
blad 70 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Ten zuiden van de Groenesteeg is de GHG circa 0,6 m -mv (maaiveldhoogte: NAP +1,50 m en GHG: NAP +0,9 m). Om aan de eisen voor ontwateringsdiepte te voldoen moet het toekomstig peil van de vloeren begane grond minimaal op NAP +1,9 m komen te liggen. Op basis van de beschikbare grondwater gegevens wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling Brakel West met het huidige maaiveldniveau niet voldoet aan de vereiste ontwateringsdiepte. De voorgestelde aanleghoogtes komen over een met het wegniveau en benodigde drooglegging. In het kader van de randvoorwaarden, wensen en ambities van de gemeente is het raadzaam om het bestaande maaiveld gemiddeld minimaal 0,5 meter te verhogen. Het is mogelijk dat de voorgestelde verhoging per locatie verschilt, ook afhankelijk van de benodigde dekking op riolering. Geadviseerd wordt om tijdens de ontwerpfase de gekozen vloerpeilen te laten controleren door een deskundige. Het plangebied bevindt zich in kwelgevoelig gebied. Er is sprake van een huidige kwel-flux van meer dan 3 mm/dag. De initiatiefnemer dient een berekening uit de voeren voor de hoeveelheid kwel die in het plangebied wordt verwacht. Er kan doorgaans worden gestart met een Mazure-berekening. Dit betreft een analytische, stationaire kwelberekening met een T=10 hoogwaterstand op de rivier en het polderpeil op (winter)streefpeil.
De uitkomst van deze berekening wordt gebruikt om te bepalen of er een aanvullende modelberekening vereist is. Het waterschap heeft gedurende een overleg op 1 augustus 2023, met de gemeente en Antea Group, aangegeven, dat de Mazure-berekening bij het watertoetsproces valt. Dit is echter nog niet mogelijk, omdat er te weinig grondwaterstand- en bodemgegevens beschikbaar zijn. Hiervoor dient eerst een grondwater-/stijghoogtestandmonitoring uitgevoerd te worden. Grondwatermonitoring Opgemerkt dient te worden dat er ter plaatse van het plangebied zelf geen grondwaterstandsmetingen zijn uitgevoerd. Geadviseerd wordt om in een latere fase op verschillende locaties peilbuizen in het plangebied te plaatsen, om zo een betrouwbaarder en gedetailleerder beeld te krijgen over het grondwater. Dit is echter pas mogelijk als de gronden voor de gemeente en/of ontwikkelende partij toegankelijk zijn. Functionering watersysteem In de huidige situatie loopt langs de Appelweg één primaire watergang van oost naar west. Deze primaire watergang watert af richting het gemaal de “Engsteeg”. In de toekomstige situatie dient de afwaterende functie van deze watergang behouden te blijven. De watergang ligt in peilgebied BOM207. Het zomerpeil (ZP) van NAP +0,75 m en het winterpeil (WP) van NAP +0,55 m mag niet worden gewijzigd.
Om wateroverlast te voorkomen dient deze watergang opgenomen te worden in het stedenbouwkundig ontwerp (minimaal 1 op 1). In de huidige situatie ligt een C-watergang aan de zuidzijde langs de Groenesteeg. Uit een veldbezoek is gebleken dat de bodem van deze waterloop aanzienlijke verschillen vertoont, wat resulteert in verschillende waterstanden in de sloot. In deze watergang vindt in principe geen nieuwe waterberging plaats. De leggerstatus verandert daarom niet. Aanbevolen wordt deze waterloop opnieuw in te richten en de aansluiting op de waterberging Rietsingel te verzekeren. Hoe dit eruit komt te zien is in deze fase niet uitgewerkt, maar er zijn in afstemming met gemeente en waterschap wel verschillende oplossingsopties benoemd: 1. Met gemaal water in berging pompen; 2. Waterberging uitgraven tot 1,5 m-mv, zodat water onder vrij verval de berging in kan stromen. 3. Lange leiding van BOM207 naar waterberging; 4. Tijdelijk hoger peil toestaan in watergang naar waterberging bij extreme buien zodat de berging onder vrij verval kan volstromen; Om de doorstroming van het centrale waterbergingsgebied te garanderen dienen er duikers te worden toegevoegd aan het ontwerp. Gezien de B-leggerstatus van dit gebied en conform beleidsregel WT 7, dienen de benodigde duikers een minimale diameter van 0,80 m te hebben.
Bovendien is een minimale afstand van 10 m tussen duikers nodig, en bedraagt de maximale lengte 12 m. Tussen het waterschap en de gemeente is afgestemd dat afstromend hemelwater van de ontwikkeling wordt verzameld en afgevoerd naar het zuidelijke deelgebied. Het is hierbij van belang dat het afstromend water hier ook daadwerkelijk kan komen. In figuur B10-3 is een overzicht van de wijze van functionering van het blad 71 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
watersysteem en benodigde kunstwerken weergegeven. Om een vertraagde afvoer te realiseren worden 2 knijpconstructies toegevoegd (rode stippen). De richting van de hemelwaterafvoer is aangegeven met een pijl. Als scheiding tussen de verschillende peilgebieden is een stuw nodig, deze komt in de watergang ten zuiden van de Groenesteeg. De locatie van de benodigde kunstwerken is indicatief weergegeven (oranje driehoek).
Te graven greppel
Figuur B10-3 Werking watersysteem
Toetsing waterberging Met de voorgestelde maatregelen is het mogelijk ca. 2.693 m3 water tijdelijk te bergen bij een bui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag door klimaatverandering (T10+10%). Er wordt dus voldaan aan de benodigde wateropgave van 1.097 m³. Conform beleid kan bij een regenbui die eens in de 100 jaar voorkomt, met een toeslag van 10% als gevolg van klimaatverandering (T100+10%), het peil mag hier eveneens 0,3 m stijgen. Bij buien met een hoge intensiteit (T100%) streeft de gemeente ernaar: • Te voorkomen dat hemelwater vanuit de openbare ruimte rechtstreeks woningen en gebouwen kan instromen, mits het vloerpeil van woningen en gebouwen minimaal 20 cm hoger ligt dan de aangrenzende openbare ruimte; • Te voorkomen dat straten onbegaanbaar worden voor hulpdiensten en overig verkeer. We accepteren dat verkeer stapvoets moet rijden. We streven ernaar dat wegen uiterlijk 3 uur na de bui weer gebruikt kunnen worden als waarvoor ze bedoeld zijn. Met de voorgestelde maatregelen is eveneens 2.693 m3 water te bergen voor T100+10%. Geconcludeerd wordt dat het voorgestelde watersysteem kan voldoen aan de door het waterschap en de gemeente opgestelde wateropgave. Er wordt dus voldaan aan de benodigde wateropgave van 1.671 m³. Een overzicht van de totaal bergingscapaciteit ten opzichte van de wateropgave is in tabel 1 weergegeven.
blad 72 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
Tabel 2 Samenvatting water bergingscapaciteit. Scenario
Wateropgave (m3)
T10+10%
1.097
T100+10%
1.671
Oppervlak waterberging (m2) 5.890 (OR) 5.305 (Rietsingel) 5.890 (OR) 5.305 (Rietsingel)
Dempen watergangen (m2) (-) 2.220 n.v.t (-) 2.220 n.v.t
Beschikbare oppervlak (m2) 3.670 5.305 3.670 5.305
Bergingscapaciteit per maatregel (m3) 1.101 (OR) 1.592 (Rietsingel) 1.101 (OR) 1.592 (Rietsingel)
Totaal berging capaciteit (m3) 2.693 2.693
In bovenstaande tabel is per scenario de potentiële waterberging uiteengezet. Dit zijn indicatieve waarden aangezien het ontwerp van de ontwikkeling Brakel-West nog niet voltooid is. De exacte werking van het watersysteem wordt nader uitgewerkt in volgende fasen. Voorkomen wateroverlast Het Waterschap Rivierenland en de gemeente Zaltbommel hanteren dat hemelwater binnen eigen perceel moet worden vasthouden. Tevens heeft het de voorkeur om hemelwater op percelen op eigen terrein te verwerken en anders volgens het principe bergen, vasthouden, en vertraagd afvoeren principe te verwerken in het openbaar gebied. Belangrijk is dat de ontwikkeling geen wateroverlast mag veroorzaken voor aangrenzende percelen. Door voldoende waterberging in het watersysteem te realiseren wordt voldaan aan de huidige regelgeving met een klimaatopslag van 10%. Omdat de klimaatscenario’s voorspellen dat er meer hevige buien te verwachten zijn, zijn aanvullende maatregelen gewenst. Met de vasthoudmaatregelen van de gemeente, aanvullend op de opgave van het waterschap, wordt invulling gegeven aan het tegengaan van droogte en opvangen van piekbuien. Ook wordt het maaiveldniveau in het plangebied gelijkmatig aangelegd, zodat het noordelijke deel van het plangebied niet met extra water op straat te maken krijgt bij piekbuien.
Bij de realisatie van de waterhuishouding plan/technisch ontwerp en voor de aanvraag van de bijbehorende omgevingsvergunningen moet worden aangetoond dat dat de ontwikkeling aan deze eisen kan voldoen. Hiertoe dienen aan de planranden voorzieningen opgenomen te worden en ingepast waarmee afstroming van gronden hemelwater naar omliggende percelen voorkomen moet worden. Klimaatadaptatie In aanvulling van de benodigde compensatie eis voor het verharde oppervlak is het tevens mogelijk om te inventariseren of er klimaatadaptieve mogelijkheden binnen het plangebied zijn. In het WRP staat dat ondergrondse infiltratievoorzieningen niet worden geaccepteerd. Oppervlaktewater heeft de voorkeur, de toepassing van wadi’s is ook een mogelijkheid. Halfverharding heeft vanwege de slecht doorlatende ondergrond in het plangebied een nihil effect op de berging van overtollig hemelwater. Wel kunnen de toekomstige woningen worden voorzien van groene daken. De toepassing van groene daken levert verschillende voordelen op; • Het vangt regenwater op, dit vermindert de belasting op het rioolstelsel, • Het draagt bij aan de vermindering van CO2-uitstoot. Het werkt isolerend waardoor stookkosten worden verminderd. • Gedurende hoge temperaturen straalt het groene dak minder warmte uit. Dit heeft een gunstig effect op de omgevingstemperatuur, en verminderd daarmee de hittestress in het plangebied.
Hittestress binnen het plangebied kan verder worden verminderd door de aanleg van bomen en/of andere vegetatie. Dit heeft als voordeel dat het plangebied robuuster is gedurende langdurige periodes van droogte doordat het water beter wordt vastgehouden. Afvalwaterbelasting In het plangebied worden circa 270 nieuwbouwwoningen gerealiseerd bestaande uit rijwoningen en tweeonder-één kap woningen, vrijstaande woningen en woonzorg. Het is onbekend hoeveel inwoners er gemiddeld per huishouden gaan wonen. In de gemeente Zaltbommel, in de wijk Brakel wonen gemiddeld 2,5 personen per huishouden5. Dit resulteert in een benodigde DWA afvoer voor 675 personen. Per dag zorgt één persoon 5
Website KadastraleKaart.com, Brakel: https://kadastralekaart.com/wijken/wijk-01-brakel-WK029701 blad 73 van 74
Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel
gemiddeld voor 12 liter per inwoner per uur. Het toekomstige DWA-belasting is berekend op ca. 8,1 m3 per uur. Het DWA-stelsel moet hierop worden gedimensioneerd. Er dient een gescheiden stelsel te worden aangelegd. De DWA-afvoer kan worden aangesloten op de riolering in de Groenesteeg/Molensteeg waarna het onder vrij verval afvoert naar het gemaal. In Brakel is grootschalig afgekoppeld in het centrum en noordoosten van de kern zodat ruimte is ontstaan op het gemengde stelsel om de DWA-afvoer van de ontwikkeling Brakel West af te voeren richting het waterschapsgemaal. Vervolg Na de ruimtelijke procedure moet voor de realisatie te zijner tijd nog een Watervergunning aangevraagd worden. Bij de aanvraag voor de watervergunning moeten de definitieve ontwerptekeningen toegevoegd worden en is een nadere uitwerking van de waterhuishouding noodzakelijk. Onderdeel hiervan is dat ook de berekening van de kweltoename en de toetsing berekening. Hierin moet ook de fasering en aanpassing van de waterhuishouding meegenomen worden. De initiatiefnemer zal voor alle benodigde waterhuishoudkundige voorzieningen één watervergunning aanvragen. Hier zal te zijner tijd verder afstemming over plaatsvinden met het waterschap.
blad 74 van 74
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl