CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Brakel-West, bijlagen bij de toelichting Bijlage 10 Watertoets

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Brakel-West28.246 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel

projectnummer 0485570.100 definitief revisie 04 21 mei 2024

www.anteagroup.nl

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 definitief revisie 04 21 mei 2024

Auteur(s) E.S. Valenzuela Velazquez

Opdrachtgever Gemeente Zaltbommel Postbus 10002 5300 DA ZALTBOMMEL

Gecontroleerd S.E. van der Driest - van der Kruijs

datum 21 mei 2024

beschrijving rev04

vrijgave M. Fransen

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Doel Leeswijzer

5 5 5

2.

Huidige situatie

6

2.1 2.2 2.3 2.4 2.4.1 2.4.2 2.5 2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4 2.5.5 2.6 2.6.1 2.7 2.8 2.9

Locatie Maaiveld Bodemopbouw Oppervlaktewater Regionaal watersysteem Grote rivieren: Waal Grondwater Grondwaterstanden Stijghoogten Grondwateronttrekkingen Grondwaterbeschermingsgebied Conclusie grondwaterstand Kwel- en wegzijging Invloed Waal Vuil- en hemelwater Waterveiligheid Natuur

6 6 7 10 10 15 15 15 17 18 18 18 19 20 20 21 22

3.

Beleid en wetgeving

23

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksoverheid Beleid provincie Gelderland Waterschap Rivierenland Gemeente Zaltbommel

23 24 25 28

4.

Toekomstige situatie

30

4.1 4.2 4.2.1 4.3 4.3.1

Voorgenomen ontwikkeling Wateropgave Samenvatting Watercompensatieplan Hemelwaterbelasting

30 32 34 34 35

5.

Toetsing toekomstige waterhuishouding

39

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.6.1

Grondwater Watersysteem Afvalwaterbelasting Waterkwaliteit Waterveiligheid Vervolg Voorwaardelijke verplichting waterhuishouding

39 41 45 46 47 47 47

Bijlage 1 Uitgangspunten en randvoorwaarden

49

Bijlage 2 Beleidsregel 5.16 Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak

52

Bijlage 3 Beleidsregel 5.14 Het (ver)graven van (nieuwe) oppervlaktewaterlichamen

53

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Bijlage 4 Bijlages rapport "Samen door één buis"

54

Bijlage 5 Overzicht huidige situatie

57

Bijlage 6 Stedenbouwkundigplan

58

Bijlage 7 Oppervlakteverdeling

59

Bijlage 8 Afwateringsplan

60

Bijlage 9 Toetsing relevante kunstwerken

65

Bijlage 10 Concept waterparagraaf

68

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding De gemeente Zaltbommel is voornemens een ontwikkeling uit te voeren ter plaatse van de straten Appelweg, Engsteeg, Groenesteeg en de Weitjesweg. Ter plaatse van het plangebied worden 254 nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Daarnaast worden er ook 16 intramurale zorgeenheden gerealiseerd. In totaal worden 270 woningen gerealiseerd. Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om deze reden wordt een bestemmingsplanwijziging doorgevoerd. Onderdeel van het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is het doorlopen van de verplichte watertoetsprocedure.

1.2

Doel Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerders (in dit geval waterschap Rivierenland en de gemeente Zaltbommel) in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. In voorliggend rapport worden de randvoorwaarden voor waterhuishoudkundige aspecten beschreven voor de voorgenomen ontwikkeling.

1.3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de huidige situatie van de locatie beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft het vigerende beleid. In hoofdstuk 4 is de wateropgave berekend en wordt inzicht gegeven in de potentiële bergingscapaciteit van het toekomstige watersysteem. In hoofdstuk 6 is de toekomstige situatie beschreven en getoetst aan de randvoorwaarden van de waterbeheerders. In Bijlage 1 zijn de uitgangspunten en randvoorwaarden voor de voorliggende ontwikkeling weergegeven. Bijlage 2 tot en met 4 bevatten belangrijk beleid dat van invloed is voor de ontwikkeling van Brakel West. Bijlage 5 en 6 presenteren essentiële tekeningen die een visuele representatie geven van de huidige- en toekomstige waterhuishouding. In bijlage7 is de berekening van de oppervlakteverdeling en de wateropgave in detail opgenomen. In bijlage 8 is het afwateringsplan uitgewerkt, waarin verschillende oplossingen voor de waterafvoer worden beschreven en de voor- en nadelen zijn benoemd. Bijlage 9 bevat een beoordeling van relevante kunstwerken, waardoor mogelijke knelpunten en vereiste aanpassingen aan het licht komen. In bijlage 10 is de waterparagraaf opgenomen.

blad 5 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

2.

Huidige situatie In dit hoofdstuk is de huidige situatie van het plangebied en het watersysteem beschreven. Hierbij is ingegaan op de ligging, de maaiveldhoogte in het gebied en de aspecten bodemopbouw, grondwater, oppervlaktewater, vuil- en hemelwaterafvoer, aanwezige natuur en (eventuele) waterkeringen.

2.1

Locatie Het plangebied gelegen in Brakel-West aan de straten Appelweg, Engsteeg, Groenesteeg en de Weitjesweg. Het plangebied is op te delen in een noordelijk en zuidelijk gedeelte. In figuur 2-1 is het plangebied weergegeven. In de huidige situatie is het gebied voornamelijk in gebruik als agrarische gronden en wordt een deel gebruikt voor glastuinbouw. Ten zuiden van het plangebied zijn andersoortige bedrijven gevestigd. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 10,7 ha.

Figuur 2-1 Plangebied is aangegeven met het rode kader (bron achtergrond: World Imagery 2023 van www.arcgis.com)

2.2

Maaiveld Om de maaiveldhoogten in het plangebied te analyseren is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4-DTM viewer) geraadpleegd. In het noordelijke gedeelte bevindt het maaiveld zich tussen NAP +1,9 m en NAP +1,6 m. Ter plaatse van de woonerven is de grond lokaal opgehoogd tot NAP +2,5 m. In het zuidelijke gedeelte bevindt het maaiveld zich rond NAP +1,5 m. Ter plaatse van de bebouwing is de grond lokaal opgehoogd tot NAP +2,0 m. In figuur 2-2 is een overzicht van de maaiveldhoogten weergegeven.

blad 6 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Figuur 2-2 Maaiveldhoogten ten opzichte van mNAP (Bron: AHN4-viewer, DTM dynamische kaart)

2.3

Bodemopbouw Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II (TNO) De diepere bodemopbouw is in figuur 2-3 weergegeven als hydrogeologisch profiel volgens REGIS II v2.2. In dit profiel zijn de lagen aangeduid als de stratigrafische eenheid waartoe zij behoren en de aard van de afzettingen waaruit zij bestaan. Voor de Holocene deklaag zijn in REGIS geen parameterwaarden (c-waarden, k-waarden, kD waarden) aanwezig. Voor de verschillende zandige formaties zijn in REGIS kh waarden en kD waarden opgenomen. Voor de kleiige formaties zijn kv waarden en c-waarden vermeld.

Figuur 2-3 Geohydrologische bodemopbouw (bron: DINOloket)

blad 7 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

In figuur 2-3 is te zien dat de ondergrond ter plaatste van de werklocatie tot circa NAP -8 m uit een Holocene deklaag bestaat. De Holocene deklaag bestaat overwegend uit zand. Vanwege de heterogene bodemopbouw van de Holocene deklaag zijn hier geen doorlatendheden bekend. Onder de Holocene deklaag zijn zandlagen van de Formaties van Kreftenheye (KRz) en Sterksel (STz) aanwezig tot een diepte van circa NAP -44 m. De doorlatendheden in de zandlagen variëren van 10 tot 50 m/dag. Onder deze zandlagen is een slecht doorlatende kleilaag van de Formatie van Waalre (Wak) aanwezig tot circa NAP -63 m. De weerstand in de slecht doorlatende laag varieert tussen 5.000 en 10.000 dagen.

Regionale bodemopbouw holocene deklaag Uit figuur 2-3 blijkt dat de bovenste laag tot circa NAP -10 m uit een Holocene deklaag bestaat. BRO GeoTOP v.1.4.1. is geraadpleegd op DINOloket om de bodemopbouw in deze Holocene deklaag te analyseren, deze is weergegeven in figuur 2-4. In de Holocene deklaag ter plaatse van het plangebied is voornamelijk zand aangetroffen.

Figuur 2-4 Bodemopbouw holocene deklaag op basis van BRO GeoTOP v.1.4.1. (bron: DINOloket)

DINOloket Om de lokale bodemopbouw ter plaatse van de planlocatie te analyseren zijn grondboringen uit het DINOloket geraadpleegd, zie figuur 2-5. De maximale diepte in de grondboringen is 16 m -mv. De grondboringen laten een verschillend beeld zien. In grondboringen B38H0403 en B38H0194 is tot 8 m -mv klei met sporadisch veen aangetroffen. In grondboring B38H0198 is tot -1,5 m -mv klei aangetroffen, met daaronder tot 10,4 m -mv zand, gevolgd door klei tot 10,8 m -mv. Tot slot is er tot 16 m -mv zand aangetroffen. De geschematiseerde grondboringen zijn in tabel 2-1 en tabel 2-2 weergegeven.

blad 8 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Figuur 2-5 Locaties geraadpleegde grondboringen (bron: DINOloket, bron achtergrond: TopoRD) Tabel 2-1 Bodemopbouw grondboringen B38H0403 en B38H0194 (bron: DINOloket) Diepte Grondsoort (m -mv.) Maaiveld tot 8

Klei en sporadisch veen

8 tot 15

Zand

Tabel 2-2 Bodemopbouw grondboring B38H0198 (bron: DINOloket) Diepte Grondsoort (m -mv.) Maaiveld tot 1,5

Klei

1,5 tot 10,4

Zand, fijne en grove categorie

10,4 tot 10,8

Klei

10,8 tot 16,0

Zand

Zandbanen Brakel West is gelegen op een oude loop van de rivier de Waal. Als gevolg hiervan is de ontwikkeling gelegen op zanderige afzettingen in de voormalige stroomgeul, die nog in directe verbinding staat met de Waal. Figuur 2-6 geeft de aanwezigheid van zandige afzettingen in het deklaag weer en de diepte van verwachte bovenzijde van de zandbaan in de ondergrond. Ten noorden van de Groenesteeg ligt de bovenzijde zandbaan op een diepte van circa 1,5 m-mv tot 3,0 m-mv. De bovenzijde van de zandbaan ter plaatse van Rietsingel ligt op een diepte van minimaal 3,0 m-mv. Hoe ondieper de zandbaan aanwezig is hoe dunner de deklaag. Gebieden met een dunne deklaag zijn kwetsbaar voor doorsnijdingen van de afdekkende kleilaag.

blad 9 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Figuur 2-6 Zandbannen (Bron: gemeente Zaltbommel)

2.4

Oppervlaktewater

2.4.1

Regionaal watersysteem Het plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Rivierenland. Het oppervlaktewater in en nabij het plangebied is weergegeven in Figuur 2-7. In Figuur 2-8 is een uitsnede van de ontwerp-legger weergegeven omdat de afvoer aan deze zijde in de toekomst ook geborgd moet zijn richting de waterberging te plaatse van de ijsbaan. Omdat het plangebied dicht bij de Waal ligt, is een uitgebreid netwerk van sloten aanwezig om de aanwezige kwel af te voeren. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere duikers, een gemaal en een stuw aanwezig. Een samenvatting van de relevante kunstwerken is in Tabel 2-3 t/m Tabel 2-5 opgenomen.

blad 10 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Figuur 2-7 Watersysteem in en nabij plangebied (bron: legger Waterschap Rivierenland, bron achtergrond: TopoRD). Plangebied is indicatief weergegeven met zwarte stippellijn.

blad 11 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

D13

D11 D12

D14

D17

D16

Figuur 2-8: Watersysteem bij Langerakseweg nabij plangebied (bron: legger wateren ontwerp Waterschap Rivierenland).

blad 12 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel Tabel 2-3 Samenvatting gegevens duiker (bron: Vastgestelde legger wateren, Waterschap Rivierenland). Legger Lengte [m] Diameter [m] Vorm Materiaal ID code D1 009251 4,00 0,40 rond Beton D2 009769 20,30 0,60 rond Beton D3 009770 15,67 0,50 rond Beton D4 009255 6,00 0,40 rond Beton D5 028233 9,70 onbekend onbekend onbekend D6 028234 13,50 onbekend rond onbekend D7 13,50 1,00 rond Beton

D8 D9 D10 D11

009258 009259 009262 (009777*) 089836**

15,30 6,00 8,50 22,3**

0,50 0,50 0,60 1,0**

rond rond rond rond

Beton Beton Beton Beton

D12 D13 D14

9,0** 7,20 9,6

1,0** 0,50 1,00

rond rond rond

Beton Beton Beton

D15 D16

009264 009263 (009306*) 089837** 50381 009318

13,01** 8,3

1,0** 0,5

rond rond

Beton Beton

D17

089835

8,3

1,00

onbekend

onbekend

Opmerkingen

niet opgenomen in de legger, waargenomen tijdens veldbezoek

Ligging Rietsingel; 1,5x de normafvoer voor opstuwingberekening BOK: NAP -0,55 m Ligging Langerakseweg BOK:NAP -0,55 m Ligging Rietsingel Ligging Langerakseweg BOK:NAP -0,47 m Ligging Langerakseweg; 1,5x de normafvoer voor opstuwingberekening BOK NAP -0,57 m

*bron: legger Waterschap Rivierenland ** De duiker is recent vervangen en staat op de ontwerplegger. Bron: Waterschap Rivierenland Tabel 2-4 Samenvatting gegevens gemalen (bron: Vastgestelde legger wateren, Waterschap Rivierenland). ID Waterloop Max. capaciteit Opmerkingen [onbekend] G1 007438 0,03

Tabel 2-5 Samenvatting gegevens stuw (bron: Vastgestelde legger wateren, Waterschap Rivierenland). ID Legger code Waterloop Soort Afmetingen S1 001005 007445 schotbalkstuw; regelbaar onbekend stuw, niet automatisch S2 001004 007438 schotbalkstuw; regelbaar onbekend stuw, niet automatisch

Tabel 2-6 Samenvatting gegevens profielen (bron: Vastgestelde legger wateren, Waterschap Rivierenland). ID Waterloop Profiellijn Boven Insteek breedte [m] hoogte (links) [m NAP] P1 007432 LOC2_21933_LGR 2,81 1,46 P2 007432 LOC2_21934_LGR 3,45 1,48 P3 007433 LOC2_21936_LGR 8,58 1,75 P4 007437 LOC2_21935_LGR 3,67 1,80

Insteek hoogte (rechts) [m NAP] 1,58 1,50 1,60 1,78

Peilgebied Door Waterschap Rivierenland zijn peilbesluiten opgesteld waarin het peil is vastgelegd. Het plangebied valt onder peilbesluit Bommelerwaard. De Bommelerwaard is onderverdeeld in 130 peilgebieden. Het plangebied ligt in 2 peilgebieden: • Peilgebied BOM207. In dit peilgebied is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,75 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,55 m. Daarnaast is ook een bandbreedte vastgelegd waarbinnen het peil mag fluctueren. In

blad 13 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

•

dit gebied is de toegestane marge ± 0,15 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 30,4 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 0,05 m³/s afgevoerd; Peilgebied BOM200. In dit peilgebied is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,20 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,00 m. Daarnaast is ook een bandbreedte vastgelegd waarbinnen het peil mag fluctueren. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,25 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 937,1 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 1,41 m³/s afgevoerd door het gemaal.

De watergangen in peilgebied BOM207 wateren af via het gemaal genaamd de “Engsteeg” en stuw001004 op peilgebied BOM208. Dit peilgebied ligt benedenstrooms en ligt ten westen van het plangebied. In peilgebied BOM208 is een zomerpeil (ZP) van NAP +0,65 m en een winterpeil (WP) van NAP +0,45 m. In dit gebied is de toegestane marge ± 0,15 m. Het afwaterende gebied beslaat een oppervlak van ongeveer 38,2 ha. Bij een landelijke afvoernorm van 1,5 l/s/ha wordt er 0,57 m³/s afgevoerd. Vervolgens voert peilgebied BOM208 af op 2 punten richting peilgebied BOM200, zoals weergegeven in figuur 2-9. Ten slotte voert peilgebied BOM200 af via gemaal 00918 richting de Afgedamde Maas. Dit gemaal heeft een maximale capaciteit van 2,75 m3/s.

Figuur 2-9 Huidige ont- en afwateringssituatie van het plangebied. De afvoerrichting wordt aangegeven met een rode pijl. Plangebied is indicatief weergegeven. (bron: Peilgebied praktijk en legger wateren, Waterschap Rivierenland).

Kaderrichtlijn Water Op basis van de “Viewer KRW waterlichamen” van Waterschap Rivierenland zijn er geen watergangen in het plangebied aangemerkt als KRW-waterlichaam.

blad 14 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

2.4.2

Grote rivieren: Waal De Waal grenst aan de noordkant van het plangebied. De dichtstbijzijnde kilometreringslocatie bij Brakel is nummer 947 (locatie in Figuur 2-10). Vanuit Rijkswaterstaat zijn de Indicatieve Verhanglijnen 2018 beschikbaar waaruit blijkt dat ter hoogte van het plangebied een mediaan peil van NAP +1,27 m op de Waal is. Tijdens piekafvoeren (eens per 8 jaar) is het peil van de Waal ongeveer NAP +4,82 m. Bij piekafvoeren staat een groot deel van de uiterwaarden onder water. Bovenstrooms van het plangebied bevindt zich meetpunt Zaltbommel (km 935) van RWS. Bij dit meetpunt worden waterstanden tussen de NAP +0,70 m en NAP +4,10 m als normaal beoordeeld en waterstanden boven NAP +6,25 m als hoogwater.

Figuur 2-10: Ligging van de Waal ten opzichte van het plangebied, met kilometreringsnummer 940 (bron: Waterinfo Rijkswaterstaat).

2.5

Grondwater

2.5.1

Grondwaterstanden DINOloket Om de grondwaterstand in het plangebied te kunnen analyseren zijn peilbuizen uit DINOloket geraadpleegd. Ter plaatse van het plangebied zijn geen grondwaterstandsmetingen beschikbaar van actuele of historische peilbuizen. De dichtstbijzijnde peilbuis staat op een afstand van circa 185 m ten oosten van het plangebied en het staat in een ander peilgebied. Regionaal grondwatermodel MORIA Om inzicht te krijgen in de freatische grondwaterstanden in Brakel-West is het regionaal grondwatermodel MORIA geraadpleegd. Vanuit het MORIA-model zijn overzichtskaarten beschikbaar van de GHG en de GLG voor de periode 2005-2016 (zie figuur 2-11). Op basis van het MORIA-model is de GHG ten noorden van de Groenesteeg circa 0,4 à 0,7 m -mv (maaiveldhoogte: tussen NAP +1,90 en NAP +1,60, en GHG: NAP +1,2 m). Ten zuiden van de Groenesteeg is de blad 15 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

GHG circa 0,6 m-mv (maaiveldhoogte: NAP +1,50 m en GHG: NAP +0,9 m). De GLG is binnen Brakel-West dieper dan 1,2 m-mv.

Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG)

Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG)

Figuur 2-11 GXG (m - mv) voor de periode tussen 2005-2016 (bron: regionaal grondwatermodel MORIA v2.2.1).

Peilbuizen gemeente Zaltbommel Om de grondwaterstand in de omgeving van het plangebied te kunnen analyseren, hebben we een relevante peilbuis van de Gemeente Zaltbommel geraadpleegd. Deze peilbuis bevindt zich aan de Molensteeg, ongeveer 150 m ten noordoosten van het plangebied. De maaiveldhoogte rondom peilbuis z060 ligt ruim hoger dan de maaiveldhoogte in Brakel west (ca. 1 m hoger). De gegevens van deze peilbuis zijn weergegeven in Tabel 2-7. Tabel 2-7 Grondwaterstanden plangebied (Bron: gemeente Zaltbommel) peilbuis

maaiveld

meetreeks

(m NAP) z060

2,75

2013-2023

filter peilbuis

GHG

GG

GLG

(m NAP)

(m NAP)

(m NAP)

(m NAP)

-0,16

1,58 m NAP (1,17 m-mv)

0,95

0,5 m NAP (2,25 m-mv)

STdev

0,41

Uit figuur 2-11 en tabel 2-2 blijkt dat de GHG zich rond 1,2 m-mv bevindt en de GLG circa op 2,3 m-mv bevindt. Deze waarden komen overeen met de gegevens die zijn opgenomen in het MORIA-model. Periodiek kan de grondwaterstand zich door hoog water fors hoger begeven.

Figuur 2-12 Gegevens peilbuis Z060. Grondwatermetingen (cm) worden in donkerblauw weergegeven.

blad 16 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

2.5.2

Stijghoogten Om de regionale grondwaterstroming in beeld te brengen, is gekeken naar de stationaire modelresultaten van MORIA-versie 2.2.1 1. De Bommelerwaard is ingesloten tussen 3 rivieren: de Waal, de Maas en de Afgedamde Maas. Deze rivieren doorsnijden de deklaag, waardoor de stijghoogte in het 1 e watervoerend pakket (WVP1) wordt beïnvloed door de rivierwaterstanden. Uit figuur 2-13 blijkt dat de grondwaterstroming voornamelijk westelijk gericht is. Het water tussen Zaltbommel en Hurwenen wordt ook noordelijk aangevoerd.

Figuur 2-13 Berekende gemiddelde stijghoogten in het 1e watervoerend pakket (Bron: Arcadis 2016).

Om de grondwaterstroming in de omgeving van Brakel in beeld te brengen, zijn isohypsen bepaald voor het watervoerend pakket met behulp van grondwatertools. Op basis van een isohypsenkaart uit 2019 is de jaargemiddelde stijghoogte zich ter plaatse van het plangebied circa NAP +0,70 m, zie figuur 2-14. De stijghoogten lopen zowel richting de Maas als in noordwestelijke richting af.

Figuur 2-14 Isohypsenkaart in het gebied op basis van stijghoogtes en NHI (m NAP). De isohypsen zijn voor laag 2 van het LHM-model berekend. Laag 2 komt overeen met Formatie Kreftenheye, diepte bereik tussen NAP -16,0 m en NAP -17,46 m (bron: Grondwatertools.nl, geraadpleegd op 13-03-2023).

1

Arcadis 2016. Watersysteembeschrijving. Deelgebied Bommelerwaard.

blad 17 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

2.5.3

Grondwateronttrekkingen Op basis van de WKO-tool is in het plangebied een open bodemenergiesysteem aanwezig. Er staat aangegeven dat dit openbodemenergiesysteem (OBES) in gebruik is. Dit openbodemenergiesysteem wordt hoogst waarschijnlijk voor de aanwezige glastuinbouw gebruikt. Ook zijn er op een afstand van circa 110 en 160 ten noordoosten van het plangebied twee grondwateronttrekkingen (GWO) aanwezig. Deze grondwateronttrekkingen liggen ook op het terrein van de glastuinbouwbedrijven. In figuur 2-15 is een overzicht weergegeven van het plangebied en de directe omgeving.

Figuur 2-15 Open bodemenergiesystemen, gesloten energiesystemen en grondwateronttrekkingen (bron: WKO-tool, bron achtergrond: World Imagery 2023 van www.arcgis.com)

2.5.4

Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen op basis van de “Drinkwater, beschermingsgebieden” kaart van de provincie Gelderland.

2.5.5

Conclusie grondwaterstand Op basis van de beschikbare peilbuizen in de nabije omgeving van het plangebied en het verloop van de isohypsenkaart en het maaiveldverloop en het peilbesluit is er een inschatting gemaakt van de grondwaterstand. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen het gebied ten noorden van de Groenesteeg en het gebied ten zuiden van de Groenesteeg. • Grondwaterstand ten noorden van de Groenesteeg : o GHG tussen 0,4 á 0,7 m-mv (ca. NAP +1,20 m) • Grondwaterstand ten zuiden van de Groenesteeg: o GHG 0,6 m-mv (ca. NAP +1,0 m) Opgemerkt dient te worden dat er ter plaatse van het plangebied zelf geen peilbuismetingen beschikbaar zijn. Het was gedurende de uitwerking van de weging van het waterbelang niet mogelijk om peilbuizen te plaatsen en monitoren in het plangebied. Geadviseerd wordt om in een latere fase op verschillende locaties peilbuizen in

blad 18 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

het plangebied te plaatsen, om zo een betrouwbaarder en gedetailleerder beeld te krijgen van de grondwaterstandsfluctuatie.

2.6

Kwel- en wegzijging Kwel- en wegzijging spelen een grote rol in de Bommelerwaard, vanwege de ligging tussen de rivieren. De verticale grondwaterstroming is afhankelijk van het stijghoogteverschil tussen de deklaag (modellaag 1 in MORIA) en WVP1 en van de weerstand van de tussengelegen klei- en veenpakketten. Binnen het gebied is er gemiddeld gezien voornamelijk sprake van kwel. Deze kwel is te verklaren door de slechte doorlatendheid van de ondergrond in laag 1 van de bodemopbouw van het model en de Waal. Kwel vindt het hele jaar door plaats, waarbij in de zomer een kwel-flux van 0,2 mm/dag wordt verwacht (zie Figuur 2-16). Tijdens hoogwater bedraagt de kwel-flux ten minstens 3 mm/dag (zie Figuur 2-17). Het model is op een relatief grove schaal doorgerekend, waardoor de plaatselijke bodemopbouw (plekken met minder kleiafzettingen of een hogere doorlatendheid) niet goed weerspiegeld zijn in het model. Als vermeld in Arcadis, 2016, is er in situaties met (extreem) lage rivierwaterstanden sprake van wegzijging. Hierdoor kunnen de waterlopen droogvallen.

Figuur 2-16 Optreden van kwel tijdens droogte (08 augustus 2003). (Bron: Waterschap Rivierenland).

blad 19 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Figuur 2-17 Optreden van kwel tijdens hoogwater (T10, 10 januari 2003). (Bron: Waterschap Rivierenland).

2.6.1

Invloed Waal De Waal staat in verbinding met de watervoerende zandlaag die ligt op een niveau van NAP -7 m en de lokale ondiepte zandbanen. Hierdoor heeft de Waal een grote invloed op de stijghoogte in het watervoerende pakket en lokaal op de freatische grondwaterstand. Daardoor is vooral bij hoogwater een grote kweldruk aanwezig in het plangebied en de omgeving. Waterstanden kunnen dan oplopen tot boven NAP +6,25 m, wat ruim boven het achterliggende maaiveld is dat op circa NAP +2,0 m ligt. De lokale kleidikte en weerstand van de kleilaag bepaalt vervolgens hoeveel kwel er uiteindelijk optreedt. De invloed van de Waal neemt af met de afstand tot de rivier en de dikte van de kleilaag. Het plangebied ligt echter dicht bij de Waal waardoor de verwachting is dat de invloed erg groot is.

2.7

Vuil- en hemelwater Het afvalwater in Brakel wordt door de gemeente Zaltbommel ingezameld (zie Figuur 2-18) en afgevoerd naar het gemaal Brakel van het waterschap. Door waterschap Rivierenland wordt het hemelwater via persleidingen afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) in Zaltbommel. In de nabijheid van het plangebied ligt een gemengd stelsel. Tevens is langs de Appelweg een persleiding aanwezig. Ook ligt er op een afstand van circa 100 m ten oosten van het plangebied in de Wilhelminalaan een hemelwaterriool. Aan de Groenesteeg staat rioolgemaal Brakel, het waterschap is beheerder van dit gemaal. De capaciteit van dit gemaal is conform het BRP van gemeente Zaltbommel ca 129 m3/uur. Het afvalwater wordt gepompt naar de RWZI Zaltbommel door middel van een PVC-drukleiding met een diameter van 250 mm. Het aanlegjaar van deze drukleiding is 1985.

blad 20 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Rioolgemaal Brakel (beheerder waterschap)

Figuur 2-18 Rioleringsstelsel rondom het plangebied (data verkregen van de Gemeente Zaltbommel, bron achtergrond TopoRD).

2.8

Waterveiligheid Uit de leggerkaart waterkeringen van waterschap Rivierenland blijkt dat ten noorden van het plangebied een primaire waterkering ligt. De beschermingszone van deze kering ligt op afstand van circa 130 m van het plangebied. Figuur 2-19 geeft de waterkering ten opzichte van het plangebied weer.

Figuur 2-19 Primaire en overige waterkeringen gelegen ten noorden van het plangebied. Plangebied is indicatief weergegeven (bron: legger waterkeringen waterschap Rivierenland)

blad 21 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

2.9

Natuur Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland-gebied en tevens Natura-2000-gebied ligt op een afstand van circa 300 m ten opzichte van het plangebied. Dit is weergegeven in figuur 2-20.

Figuur 2-20 Natura-2000 en Natuurnetwerk Nederland gebieden in de nabije omgeving van het plangebied (bron achtergrond: TopoRD)

blad 22 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

3.

Beleid en wetgeving

3.1

Rijksoverheid Omgevingswet per 1 januari 2024 De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden en vervangt de bestaande wet- en regelgeving met betrekking tot ruimtelijke ordening. In de nieuwe Omgevingswet is de wetgeving vanuit Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening opgenomen en zijn deze komen te vervallen. De Omgevingswet brengt belangrijke veranderingen met zich mee voor het thema water en de bijbehorende regelgeving. In deze nieuwe wet wordt gestreefd naar een meer integrale benadering van ruimtelijke ontwikkelingen waaronder waterbeheer. Binnen waterbeheer worden verschillende aspecten zoals waterkwaliteit, waterkwantiteit en waterveiligheid in samenhang bekeken. Dit moet leiden tot een betere afstemming van maatregelen en een efficiënter gebruik van waterbronnen. Een van de opvallende veranderingen is de introductie van nieuwe instrumenten en activiteiten met betrekking tot waterbeheer. Dit kan variëren van het vaststellen van normen voor waterkwaliteit tot het opstellen van waterbeheerplannen. Deze nieuwe instrumenten en activiteiten zullen een rol spelen bij het reguleren en beheren van water in de leefomgeving. Een belangrijke verandering in de wetgeving betreft de verschuiving van de regulering van bedrijfsactiviteiten.

In plaats van te kijken naar de fysieke locatie van activiteiten (binnen of buiten een bedrijf), is de Omgevingswet gericht op regulering per activiteit. Dit betekent dat het niet meer uitmaakt waar en hoe lang een bepaalde watergerelateerde activiteit plaatsvindt; de regelgeving is van toepassing op de activiteit zelf. Deze aanpak kan gevolgen hebben voor de manier waarop vergunningen worden verleend en watergerelateerde activiteiten worden gereguleerd. De Omgevingswet heeft tot doel de wet- en regelgeving met betrekking tot waterbeheer te vereenvoudigen en te stroomlijnen, zodat deze beter aansluit bij de actuele maatschappelijke en ecologische uitdagingen. Dit moet resulteren in flexibeler en efficiënter waterbeheer in de leefomgeving, terwijl tegelijkertijd de kwaliteit, kwantiteit en veiligheid van waterbronnen worden gewaarborgd. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Met de samenvoeging van deze 2 plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen.

Het Nationaal Water Programma bevat: • Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; • Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen. Kamerbrief 'Water en bodem sturend’ In een brief aan de Tweede Kamer in november 2022 hebben minister Harbers en staatsecretaris Heijnen principes en structurerende keuzes geformuleerd over de rol van water en bodem in de ruimtelijke ordening. De brief presenteert principes waarbij water en bodem een leidende rol spelen bij toekomstige besluitvorming. In de brief worden de volgende uitgangspunten gehanteerd die de basis vormen voor een 33-tal structurerende keuzes die in de brief worden gemaakt. • Niet afwentelen; • Meer rekening houden met extremen; • In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en de bodem; • Meerlaagsveiligheid; • Minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen; • Integrale aanpak in de leefomgeving; • Comply or explain; Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. blad 23 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Structurerende keuzes Aan de hand van de bovenstaande principes zijn structurerende keuzes gemaakt. Deze keuzes zijn geclusterd per thema of gebied. Als thema’s en gebieden zijn daarbij onderscheiden: Water en bodem; o Voldoende en schoon (zoet)water; o Bodem; vitaal en efficiënt geordend; Bebouwd gebied; Gebieden; o Laagveengebieden; o Verziltende kustgebieden; o Hoge zandgronden. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot de aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt perspectief gegeven om grote opgaven aan te pakken, ons land samen mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden.

In de NOVI komt een nieuwe aanpak voor die focust op integrale samenwerking waarin een zorgvuldige afweging van belangen gemaakt wordt en ruimte is voor klimaatadaptatie en de energietransitie. De nieuwe aanpak krijgt vorm door het geven van toekomstperspectieven, de nationale belangen en de daaruit voortkomende opgaven. Voor de opgaven is een prioritering opgesteld van: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk beleid.

3.2

Beleid provincie Gelderland Omgevingsverordening Gelderland De provincie Gelderland is van plan de “Omgevingsverordening Gelderland” te wijzigingen. De wijzigingen hebben betrekking op de volgende onderwerpen: agrifood, energietransitie, erfgoed, landschap, water en bodem, natuur en wegen. De omgevingsverordening gaat in op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. In de omgevingsverordening gaat in op verschillende onderwerpen zoals ruimte, natuur, water, milieu en mobiliteit. Zo dient er in het bestemmingsplan van een bepaalde ontwikkeling te worden ingegaan op de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s of klimaatverandering te voorkomen of te beperken, en de afwezig die hierbij ten grondslag ligt. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In de omgevingsvisie “Gaaf Gelderland” van de provincie Gelderland staat wat de provincie Gelderland wil en moet veranderen en ontwikkelen om Gelderland voor de toekomst klaar te maken. Een gezond, veilig en schoon en welvarend Gelderland staat hierbij centraal. De focus wordt gelegd op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Er zijn zeven ambities op de volgende vlakken: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; blad 24 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

5. 6. 7.

Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefomgeving.

Om het gebied van klimaatverandering heeft de provincie Gelderland de ambitie om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Dit houdt in dat de provincie goed voorbereid en toegerust is op de gevolgen van klimaatverandering zoals wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Regionaal waterprogramma 2021-2027 Het regionaal waterprogramma bevat de volgende 3 uitgangspunten; • “Voorkomen is beter dan genezen. Het bodem- en watersysteem is een belangrijke basis voor onze fysieke leefomgeving en een sleutel naar duurzaamheid en klimaatbestendigheid. We werken aan herstel en we zorgen dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. • Als ontwikkelingen verwachte negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, verwachten we van initiatiefnemers maatregelen om die te beperken en/of compenseren. • Diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan we met onze partners werken, vragen om een gebiedsgerichte aanpak. Denk aan het verminderen van stikstof en uitstoot van CO2, de aanpak van PFAS, medicijnresten en nieuwe stoffen, aanpassing aan het veranderende klimaat, vergroten van de biodiversiteit, de stijgende vraag naar grond- en drinkwater, en ruimte voor nieuwe woningen of natuur. Deze opgaven komen samen in gebieden. Daarom is een aanpak per gebied het effectiefst.

Waar mogelijk proberen we hierbij gebruik te maken van innovatietechnieken en vormen van samenwerking.”

3.3

Waterschap Rivierenland Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rivierenland heeft het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld, met als titel Versterken, verbinden en vergroenen. Met dit waterbeheerprogramma zijn de opgaves vastgesteld en is aangegeven hoe dit bereikt kan worden. Met dit waterbeheerplan wordt geen nieuw beleid geschreven maar wordt de gewenste uitvoering beschreven. Vanuit de Visie 2050 zijn principes opgesteld hoe dit toekomstbeeld bereikt kan worden. De principes bestaan uit het volgende: 1. De natuurlijke kenmerken van de ondergrond vormen het uitgangspunt voor ons werk; 2. Water is bepalend voor de inrichting van het gebied; 3. We zijn zuinig op water en grondstoffen; 4. Bescherming van het gebied tegen overstromingen is onze focus; 5. We pakken uitdagingen op binnen deze generatie en wentelen niet af; 6. Waterbeheer van de toekomst: we maken maatschappelijk verantwoorde keuzes; 7. Met elkaar zorgen we voor een toekomstbestendig rivierengebied.

Waterschapsverordening In de waterschapsverordening zijn de regels opgenomen die het waterschap hanteert om te zorgen voor droge voeten en schoon water. De vigerende waterschapsverordening is in werking getreden op 1 januari 2024. De waterkunstwerken en oppervlaktewateren waarvoor de waterschapsverordening geldt, zijn opgenomen in de legger. Naast de waterschapsverordening zijn er beleidsregels opgesteld. Hierin is geregeld dat voor zover wordt voldaan aan de in de beleidsregels gestelde voorwaarden, bepaalde activiteiten zijn vrijgesteld van de watervergunningplicht op grond van de waterschapsverordening. De waterschapsverordening verbiedt het verrichten van werkzaamheden zonder watervergunning van het bestuur in, op, over of onder een waterstaatswerk, anders dan in overeenstemming met de waterhuishoudkundige functies. Ook is in de waterschapsverordening opgenomen dat het verboden is zonder watervergunning van het bestuur een waterstaatswerk te wijzigen of aan te leggen. blad 25 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Afvoeren van hemelwater vanaf (nieuw) verhard oppervlak In artikel 3.22.3 van de Waterschapverordening is een vrijstelling op versnelde afvoer voor nieuw verhard oppervlak opgenomen, Indien het te verharden oppervlak niet meer dan 500 m 2 in stedelijk gebied bedraagt, geldt hiervoor een vrijsteling. Stedelijk gebied ligt binnen de bebouwde kom en landelijk gebied daarbuiten. Voor nieuw verhard oppervlak groter dan 5.000 m² geldt een compensatieplicht. De lozing op zich is op grond van de Waterschapverordening wel vergunningplichtig. Indien er geen andere vergunningplichtige activiteiten worden ondernomen dan het maken van nieuw verhard oppervlak, is er voor de van compensatieplicht vrijgestelde oppervlaktes een algemene regel (WT 5). Beleidsregel 16. Afvoeren van hemelwater vanaf (nieuw) verhard oppervlak in de Beleidsregels behorende bij de waterschapverordening, zijn de toetsingscriteria opgenomen. Het hanteren van de vuistregels is beperkt tot kleine ontwikkelingen (< 5 ha). De maximale afvoer van water uit het plangebied mag niet meer zijn dan 1,5 l/s/ha (landelijke afvoernorm). Daarnaast moet er voldoende berging zijn bij extreme omstandigheden. Er wordt gerekend met 2 ontwerpbuien: • De T=10 + 10% neerslag: Daarbij mag het peil niet meer dan 30 cm stijgen. Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha nieuw verhard oppervlak.

Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering (T=10+10%) moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 1,00 m zijn ten opzichte van het zomerpeil; • De T=100 + 10% neerslag: Hierbij is een peilstijging toegestaan tot de laagste putdekselhoogte op wijkniveau. Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha verhard oppervlak. Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering (T=100+10%) mag er geen inundatie optreden. Om de toename verhard oppervlak te compenseren moet de aanvrager voorzieningen treffen om de landelijke afvoer te realiseren door middel van: • Hergebruik en/of vasthouden: Hierbij wordt het hemelwater binnen het plangebied verzameld en komt niet (direct) in het oppervlaktewater terecht; • Bergen: Onder bergen verstaan we de opvang van hemelwater in het oppervlaktewater: o Het creëren van extra waterberging op het eigen terrein door middel van het graven of vergroten van een oppervlaktewaterlichaam, en/of; o Het creëren van extra retentie in het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd door vergroten van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam, en/of; o Het graven van nieuw oppervlaktewaterlichaam binnen hetzelfde peilgebied en aangesloten op bestaande A- of B-wateren; • Afvoeren: Hierbij wordt hemelwater afgevoerd via de riolering.

Indien vegetatiedaken worden toegepast op de nieuwe verharding, moet dit voor 70% worden gecompenseerd in open water. Dit geldt alleen voor een vegetatiedakoppervlak van minimaal 1.000 m 2. Waterhuishoudkundige eisen Waterschap Rivierenland Voor plannen met meer dan 5 hectare nieuwe verharding wordt een aanvullende modelberekening gevraagd. Hierbij worden, onder meer, de volgende berekeningsuitgangspunten gehanteerd: • De maatgevende afvoer door de watergangen is 1,5 l/s/ha. Dit is ook de afvoer die de watergangen in het landelijk gebied nog net aankunnen. Een afvoer van 1,5 l/s/ha komt overeen met 13 mm/dag; • Bij een regenbui die eenmaal per 100 jaar kan voorkomen met 10% opslag vanwege de klimaatverandering mag er geen inundatie optreden (NBW-norm); • Bij een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatverandering moet er voor het straatpeil nog een drooglegging van 0,7 m zijn ten opzichte van zomerpeil (norm Waterschap Rivierenland). Verder hanteert het waterschap de volgende droogleggingseisen: • Vloerpeil begane grond ≥ 1,30 m boven zomerpeil (streefpeil); • Straatpeil ≥ 1,00 m boven zomerpeil (streefpeil); • Peil groenvoorzieningen ≥ 0,70 m boven zomerpeil (streefpeil). blad 26 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Het (ver)graven van (nieuwe) oppervlaktewaterlichamen Er wordt een onderscheid gemaakt tussen A-wateren, B-wateren en C-wateren. Nieuwe oppervlaktewaterlichamen worden meestal gegraven om de volgende twee redenen: • Ter compensatie voor de demping van oppervlaktewaterlichamen; • Voor de (versnelde) afvoer van hemelwater ten gevolge van de uitbreiding van verhard oppervlak. Het doel van deze beleidsregel is de bescherming van het oppervlaktewatersysteem. Voor het (ver)graven van een (nieuw) oppervlaktewaterlichaam worden verschillende voorwaardes gesteld. Hieronder volgt een overzicht: • De doorstroming van het oppervlaktewaterlichaam dient te worden gewaarborgd; • Voor waterberging dient de nieuw te graven oppervlaktewatergang te zijn verbonden met het bestaande watersysteem en dient deze watergang te voldoen aan minimale afmetingen; • Voor het onderhoud dient er rekening te worden gehouden met beschermingszones langs de watergang; • De stabiliteit van het talud van de nieuw te graven watergang dient te worden gewaarborgd. Ook dient het opbarsten van de bodem te worden voorkomen. Doelmatig onderhoud van A- en B wateren A- en B wateren moeten zijn voorzien van een onderhoudsstrook. Dit betreft een obstakel vrije zone die als beschermingszone in de legger staat aangegeven.

Deze zone heeft als doel om het water toegankelijk te houden voor – doorgaans machinaal – uit te voeren onderhoud. Zie toetsingscriteria 3.3.1 voor precieze randvoorwaarden. Samen door één buis Begin 2019 is het rapport “Samen door één buis” opgesteld met hulp van Haskoning DHV Nederland B.V. in opdracht van waterschap Rivierenland. Om bij te dragen aan een goede leefomgeving en waterkwaliteit is het rapport gericht op het samen, de gemeente en het waterschap, beheersen van lozingen uit de riolering. Het rapport biedt een handvat om in samenwerking tussen de gemeente en het waterschap het afvalwater en hemelwater te beheersen, met als doel dat de volgende doelen kunnen worden bereikt: • “Adequate inzameling en transport van afvalwater dat gezuiverd dient te worden; • Een goede ecologische en chemische kwaliteit van het stedelijk water; • Beperkte/ acceptabele schade door wateroverlast en watertekort in stedelijk gebeid.” Met betrekking tot waterkwantiteit dient er rekening te worden gehouden met het volgende. Het watersysteem dient in staat te zijn het geloosde (hemel- en/of afval) water te verwerken. Er gelden beleidsregels met betrekking tot lozingen, ook gelden er algemene regels voor bijvoorbeeld uitstroomvoorzieningen. De hydraulische toetsing vindt plaats op basis van een Bui 09.

Er dient hierbij gebruik te worden gemaakt van de “Beslisboom afkoppelen en compensatie” (zie bijlage 3). Als er een beperkte bergings- en of afvoercapaciteit is, wat leidt tot instroming op het oppervlaktewatersysteem dan dient hier tussen de gemeente en het waterschap afstemming over te zijn. Bij voorkeur dient afstromend hemelwater te worden hergebruikt. Dit vindt bij voorkeur plaats via de voorkeursvolgorde “Vasthouden – Bergen – Afvoeren”. Ook dient afvalwater en hemelwater van elkaar te worden gescheiden. Voor afstromend hemelwater dient het “Afwegingskader omgang afstromend hemelwater” te worden gehanteerd (zie bijlage 3). Hydrologisch neutraal bouwen Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatse van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden.

blad 27 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering, maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. In het geval dat niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt.

Het gaat hier dan om een voorziening die ervoor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd.

3.4

Gemeente Zaltbommel Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 In het Water en Rioleringsplan Bommelerwaard (WRP) zijn de ambities rondom riolering en water van de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel verwoord. Visie & strategie Het WRP heeft als visie een minimale beïnvloeding van de natuurlijke waterkringloop, dit wordt nagestreefd in zowel de bebouwde kom als in het buitengebied. Voor nieuwbouwsituatie wordt vuil- en hemelwater zoveel mogelijk gescheiden. Hemelwater wordt zoveel mogelijk lokaal in de bodem verwerkt. Met behulp van de aanleg van waterbergingen en het vasthouden van hemelwater wordt het watersysteem veerkrachtiger tegen droogte. Afvalwatersysteem Voor nieuwe ontwikkelingen wordt gewerkt conform de “Voorkeursvolgorde afvalwater”, zie tabel 3-1. Voor nieuwbouw binnen de bebouwde kom betekent dit in principe een (verbeterd) gescheiden rioolsysteem. Bij kleinschalige in/uitbreidingen kan aansluiting op het bestaande (gemengde) systeem acceptabel zijn. Tabel 3-1 Voorkeursvolgorde afvalwater Voorkeursvolgorde afvalwater A.

Het ontstaan van afvalwater wordt zoveel mogelijk voorkomen of beperkt

B.

Als afvalwater toch ontstaat wordt het zo min mogelijk verontreinigd

C.

Afvalwaterstromen worden daarom gescheiden gehouden

D.

Huishoudelijk afvalwater en daarmee vergelijkbaar afvalwater wordt ingezameld en naar een RWZI getransporteerd

E.

Ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt hergebruikt (zo nodig na zuivering aan de bron)

F.

Ander afvalwater dan bedoeld onder d. (in de praktijk dus vooral hemelwater) wordt lokaal in het milieu teruggebracht zo nodig na zuivering aan de bron)

G.

Ander afvalwater dan bedoeld onder d. wordt als stedelijk afvalwater ingezameld en naar een RWZI getransporteerd

Hemelwatersysteem Er zijn verschillende hemelwatervoorzieningen in het gebied zoals hemelwaterriolering, wadi’s, greppels, vijvers, waterbergingen en infiltratievoorzieningen. Als dit niet mogelijk is, wordt hemelwater vertraagd afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bij nieuwe ontwikkelingen worden standaard hemelwatervoorzieningen gerealiseerd. Tabel 3-2 geeft de voorkeursvolgorde voor hemelwater weer.

blad 28 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel Tabel 3-2 Voorkeursvolgorde hemelwater Voorkeursvolgorde hemelwater 1.

Vasthouden op daken, bergingen als regentonnen/schuttingen en nuttig gebruiken

2.

Op maaiveld infiltreren

3.

Ondergronds ondiep infiltreren via een particuliere voorziening

4.

Verwerken in het oppervlaktewater

Woningen of panden dienen te voldoen aan de geldende bouwregelgeving; • Verblijfsruimten zijn waterdicht; • Hemelwaterafvoeren moet voorzien zijn van een ontlastconstructie; • Lozingsvoorzieningen die lager dan 0,15 m onder de kruin van de openbare weg liggen dienen voorzien te zijn van een terugslagklep; • Bouwpeil 0,30 m boven het niveau van de as van de weg. In aanvulling hierop geldt bij erftoegangswegen een ontwateringseis van 0,7 m en bij groenvoorzieningen een ontwateringseis van 0,5 m. Ook wordt verwacht dat in de toekomst de perceeleigenaar bij voorkeur 100%, minimaal 90% van zijn hemelwater bergt op eigen perceel. In de gemeente Zaltbommel dient de berging 20 mm te zijn over het totale verharde oppervlak. Diepe (>1,0 m -mv) ondergrondse infiltrerende voorzieningen worden niet. Bij voorkeur vindt de waterberging plaats in oppervlaktewater of oppervlakkige voorzieningen zoals wadi’s. Ontwateringsdiepte Bij nieuwbouwlocaties geldt een ontwateringscriterium van 1,0 m bij RHG (Representatief Hoogste Grondwaterstand) ten opzichte van de kruin van de openbare weg. Hierbij geldt dat het verhogen van het maaiveldniveau of de aanleg van meer open water in combinatie met water robuust bouwen altijd de voorkeur heeft boven de aanleg van drainage. Grondwatersysteem Hoge waterstanden in de rivier de Waal veroorzaken af en toe hoge grondwaterstanden en kwel.

Er is een grondwatermeetnet opgezet om inzicht te krijgen in het grondwatersysteem. Van de perceeleigenaar wordt verwacht dat hij het grondwater op zijn eigen terrein verwerkt en beheert. Oppervlaktewatersysteem Om het watersysteem veerkrachtiger te maken tegen extreme neerslag zijn verschillende waterbergingen aangelegd.

blad 29 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

4.

Toekomstige situatie In dit hoofdstuk is de toekomstige situatie toegelicht en is ingegaan op de verschillende aspecten ten aanzien van een deugdelijke waterhuishouding.

4.1

Voorgenomen ontwikkeling Voor bouw- en planningsdoeleinden is de ontwikkeling Brakel-West opgedeeld in 3 delen: deelgebied noord, deelgebied zuid 1 en 2. Het watersysteem wordt echter integraal ontwikkeld. In het kader van duurzaam en klimaatadaptief bouwen wordt geen hemelwater op het riool geloosd, maar binnen de plangrenzen verwerkt (geborgen en vertraagd afgevoerd). Vasthouden en vertraagd afvoeren van hemelwater vormt het uitgangspunt omdat de kleiige ondergrond, ondiepe grondwaterstand en kwelsituatie infiltratie niet mogelijk maken. Een schetsontwerp van de voorgenomen plannen is in figuur 4-1 opgenomen. In bijlage 6 zijn het stedenbouwkundig plan en relevante tekeningen weergegeven.

Woonzorg Noord

OR

Zuid 1

Zuid 2

Berging Rietsingel

Figuur 4-1 Overzicht VO-ontwerp (Bron: Proefverkaveling, Kuiper Compagnons, d.d. 23-02-2024).

Oppervlaktewaterverdeling Bij de ontwikkeling moet worden voldaan aan de eisen van het waterschap en de gemeente voor voldoende waterberging in relatie tot de hoeveelheid verhard oppervlak die aanwezig is. Om te kunnen controleren of voldaan wordt aan de benodigde waterberging is de oppervlaktebalans opgesteld. Het plangebied bestaat in de toekomstige situatie uit 62.074 m2 verhard oppervlak (59% van het plangebied), 31.824 m2 onverhard (30% van het plangebied) en 11.195 m² water (7% van het plangebied). Door de blad 30 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

ontwikkeling neemt het verhard oppervlak met 25.159 m2 toe ten opzichte van de huidige situatie. De verdeling van verhard en onverhard is in tabel 4-1 en figuur 4-2 weergegeven (zie ook bijlage 7). Om de ontwikkeling van Brakel-West mogelijk te maken, vinden er diverse wijzigingen in het bestaande watersysteem plaats. Het ontwerp omvat het dempen van 1.425 m2 A-water, 245 m2 van B-water en 550 m2 aan C-water. Door de aard van de werkzaamheden wordt in totaal 2.220 m 2 water gedempt. Het oppervlak is berekend van insteek tot insteek. 2 Figuur 4-3 toont het te dempen water ten opzichte van de huidige situatie. Tabel 4-1. Oppervlaktebalans toekomstige situatie.

Plangebied [m2]

Verhard* [m2]

Appelweg (noord 1) 41.726 30.943 Appelweg (Zuid 1) 35.253 24.834 Groenesteeg (zuid 2) 6.545 4.891 OR 14.582 1.407 Berging Rietsingel 6.987 0 Totaal 105.093 62.074 * Inclusief 80% van de parkeerplaatsen/halfverharding ** Inclusief 20% van de parkeerplaatsen/halfverharding Tabel 4-2. Berekening toename verharding per deelgebied. HS TS verharding Verharding 0 30.943 Appelweg (noord 1) 36.915 24.834 Appelweg (Zuid 1) 0 4.891 Groenesteeg (zuid 2) 0 1.407 OR 0 0 Berging Rietsingel 36.915 62.074 Totaal

Onverhard ** [m2]

Water [m2]

10.783 10.420 1.654 7.285 1.682 31.824

0 0 0 5.890 5.305 11.195

Toename Verharding 30.943 -12.082 4.891 1.407 0 25.159

Figuur 4-2 Oppervlakteverdeling toekomstige situatie. De woonzorg is getekend als rijwoning omdat het verhardingspercentage vergelijkbaar is.

2

Planologisch is uitgegaan voor het oppervlak van insteek tot insteek. Bij het bepalen van de berging in het watersysteem is gerekend vanaf de breedte op waterlijn.

blad 31 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

B-water

Figuur 4-3 Ingrepen watersysteem.

4.2

Wateropgave Ruimtelijke plannen waarbij het verhard oppervlak uitbreidt, hebben tot gevolg dat het hemelwater van dit oppervlak versneld tot afvoer komt. Het oppervlaktewatersysteem wordt hierdoor zwaarder belast, met mogelijk wateroverlast als gevolg. Om de waterhuishouding niet te verslechteren geldt een waterbergingsopgave. Ten behoeve van de waterbergingsopgave zijn er eisen vanuit het waterschap en vanuit de gemeente. De benodigde watercompensatie vanuit beide waterbeheerders is onderstaand uiteengezet. Wateropgave gemeente Zaltbommel In het Water en Rioleringsplan Bommelerwaard 2022-2026 staat dat de perceel eigenaar bij voorkeur 100%, minimaal 90% van zijn hemelwater bergt op eigen perceel. In de gemeente Zaltbommel dient de berging 20 mm te zijn over het totale verharde oppervlak. In de toekomstige situatie is er 62.074 m2 aan verhard oppervlak. Om te voldoende aan de eisen van de gemeente geldt een benodigde berging van 1.241 m³ (62.074 x 0,02) water. Waarvan in totaal circa 787 m³ op eigen terrein (0,02 m x 39.343 m²), en 454 m³ op openbaar terrein dient te worden geborgen (totaal 2.482 m³). Berging op eigen terrein kan bestaan uit waterbergende daken, ondergrondse berging, regentonnen of andere oplossingen. De gemeente heeft aangegeven dat als dit niet mogelijk is, dat berging in openbaar gebied ook een optie is.

blad 32 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel Tabel 4-3. Berekening wateropgave binnen eigen terrein

Appelweg (noord 1) Appelweg (Zuid 1) Groenesteeg (zuid 2) OR Berging Rietsingel Totaal

TS Verharding 19.093 15.359 4.891 0 0 39.343

Benodigde berging [m3] 381,9 307,2 97,8 0 0 787

Wateropgave Waterschap Rivierenland In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak toe met circa 25.159 m². Door de aard van de werkzaamheden wordt in totaal 2.220 m2 water gedempt. Voor het dempen van wateren geldt een compensatieregel. De toename aan verharding kan voor de ruimtelijke ontwikkeling op twee manieren worden gecompenseerd: Creëren van extra open water; Creëren van kunstmatige voorzieningen. Per optie volgt hieronder de benodigde compensatie in vierkante meters volgens beleidsregel “Nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak”, afkomstig van waterschap Rivierenland. Conform de Waterschapsverordening is ten aanzien van de ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een waterbergingsopgave van toepassing. In overleg met en met goedkeuring van het waterschap en de gemeente is de wateropgave t.b.v. het bestemmingsplan vooralsnog op basis van een waterbalans berekend. Bij de berekening van de waterbehoefte wordt ervan uitgegaan dat ten minste 20% van de halfverharding (parkeerplaatsen) oppervlak infiltratie toelaat in het aangebrachte zandcunet. Rekening houdend met een toename verharding van 25.159 m2 (2,52 ha) en een landelijke afvoernorm van 1,50 l/s/ha geldt voor Brakel-West de volgende bergingseis: • Voor scenario T=10+10% is de benodigde waterberging 1.097 m3 (2,52 x 436). Vuistregel hierbij is 436 m3 berging per ha nieuw verhard oppervlak.

• Voor scenario T=100+10% is de benodigde waterberging 1.671 m3 (2,52 x 664). Vuistregel hierbij is 664 m3 berging per ha nieuw verhard oppervlak. Compensatie demping Met de ontwikkeling van Brakel-West wordt in totaal 2.220 m2 water gedempt. Voor het toekomstige watersysteem geldt het uitgangspunt ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’ en het stand-still principe. Dit betekent dat de structuur van het watersysteem niet mag verslechteren als gevolg van het ruimtelijk plan. Gedempte watergangen dienen volledig te worden gecompenseerd. Rekening houdend met een toegestane peilstijging van 0,3 m bedraagt het verlies aan berging als gevolg van gedempte watergangen ca. 600 m3 (2.220 m² x 0,3 m x 0,9 door talud). Kwelflux Het plangebied bevindt zich in kwelgevoelig gebied. Hierdoor zijn de volgende regels voor bouwen in kwelgevoelig gebied van toepassing: • Er mag geen extra kwel ontstaan; • Er mag geen extra verzilting ontstaan; • De waterbodem mag niet opbarsten. Door het graven in de Holocene laag bestaat er een risico op veranderingen in de bestaande kwelflux. De verandering van de kwel is afhankelijk van de lokale dikte van de weerstandbiedende laag.

Het ontwerp van het watersysteem in deelgebied OR tussen Noord en Zuid 1 is erop gericht de toename aan kwel te beperken door de eigenlijke watergang een beperkte afmeting te geven en de berging te realiseren in een overstroombare oever boven het reguliere waterpeil. De toename van kwel in Berging Rietsingel is sterk afhankelijke van de benodigde afgraving en de lokaal aanwezige bodemopbouw. Voor een geringe ontgraving is een beperkte blad 33 van 74

Watertoets Brakel-West te Zaltbommel projectnummer 0485570.100 21 mei 2024 revisie 04 Gemeente Zaltbommel

toename van de kwel te verwachten. Bij een diepere uitgraving is gezien de aanwezige zandbanen meer kwel te verwachten (zie Figuur 2-6) , waar in de invulling van de opgave rekening mee gehouden moet worden. Hiervoor is een berekening voor de hoeveelheid kwel die in het plangebied wordt verwacht en geborgen moet worden noodzakelijk. In overleg en met goedkeuring met de gemeente Zaltbommel en het waterschap Rivierenland wordt dit in een volgende fase uitgevoerd omdat voorafgaand aan de berekening het gewenst is peilbuizen te plaatsen om de lokale grondwaterstand te monitoren en bodemonderzoek te doen. Daarom is deze analyse nog niet opgenomen in dit rapport. In paragraaf 2.6, is een eerste verkenning uitgevoerd naar de hoeveelheid kwel op basis van de huidige maaiveldligging. Op basis hiervan is een eerste inschatting gemaakt van de mogelijke hoeveelheid extra te realiseren berging ter compensatie van kwel. Tijdens hoogwater wordt een kwelflux van minstens 3 mm per dag verwacht (zie figuur 2-17), rekening houdend met een totale oppervlakte van 105.093 m², is ingeschat dat er in het plangebied een kwel toestroom is van minstens 315 m³ per dag. Bij een ontgraving neemt de bodemweerstand af en de toestroom van kwel daardoor toe over het ontgraven oppervlak. Er moet dus rekening gehouden worden met meer kwel dan hier berekend is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14273010/1