3.1 Begroting 2026-2029 DB v2.4 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
34 16 54, 67,
33 15 53, 72,
33 15 53, 72,
33 15 53, 72,
33 15 53, 72,
33 15 53, 72,
Tarieven Basistarief Toeslag basistarief per extra mini container restafval Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (laagbouw) Variabel tarief: aanbieding 140 ltr. (mini container) Variabel tarief: aanbieding 240 ltr. (mini container)
€ 318 € 50 € 080 , € 100 , € 467 , € 800 ,
€ 341 € 50 € 080 , € 100 , € 467 , € 800 ,
€ 366 € 50 € 080 , € 100 , € 467 , € 800 ,
€ 382 € 50 € 080 , € 100 , € 467 , € 800 ,
€ 381 € 50 € 080 , € 100 , € 467 , € 800 ,
€ 379 € 50 € 080 , € 100 , € 467 , € 800 ,
Baten afvalstoffenheffing (x € 1. 000) Bruto baten afvalstoffenheffing Kwijtschelding Netto baten afvalstoffenheffing
34. 710 -1. 226 33. 484
37. 330 -1. 372 35. 958
38. 978 -1. 448 37. 530
40. 552 -1. 448 39. 104
40. 485 -1. 448 39. 037
40. 302 -1. 448 38. 853
Gemiddeld tarief afvalstoffenheffing per huishouden
€ 343
€ 366
€ 391
€ 407
€ 406
€ 404
Tabel 13: Baten afvalstoffenheffing 2024 t/m 2029 (prijspeil 2026) Inrichting basistarief en variabele tarieven Het gemiddelde kostendekkende tarief afvalstoffenheffing bedraagt € 391 per huishouden. Na verwerking van de ombuigen bedraagt het gemiddelde tarief € 384. De afvalstoffenheffing bestaat sinds 2014 uit een basistarief en variabele tarieven (tarief per aanbieding restafval van de diverse aanbiedvolumes). Het variabele tarief betalen inwoners bij elke keer dat het restafval wordt aangeboden het basistarief één keer per jaar samen met de andere lokale belastingen. ,
,
In voorliggende begroting gaan we uit van gelijkblijvende variabele tarieven van € 1 per 30 liter aanbieding en overige aanbiedvolumes naar rato. Het gemiddelde variabele tarief blijft € 25. De verhouding van het basisdeel en variabele deel komt hiermee op 94%-6%. Dit betekent dat gemiddeld 6% van de afvalstoffenheffing beïnvloedbaar is door het scheidingsgedrag van huishoudens. ,
De tarieven worden definitief vastgesteld bij de wijziging van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri in december 2025. Opslagen op basistarief Gemeenten kunnen ervoor kiezen opslagen te hanteren op het basistarief van de afvalstoffenheffing. Gemeenten hebben die mogelijkheid (binnen de wettelijke kaders) voor dekking van kosten die verband houden met de diensten voor inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. Deze diensten maken geen onderdeel uit van het programma Afval. De gemeente bepaald in december 2025 de hoogte van deze opslagen. Verwijderen zwerfafval Een aantal regiogemeenten hanteert een opslag op het basistarief van de afvalstoffenheffing ter dekking van de kosten voor het verwijderen van zwerfafval. Avri maakt geen kosten voor het verwijderen van zwerfafval en deze opbrengsten maken daarom geen onderdeel uit van de begroting van Avri. De opbrengsten worden door Avri ontvangen van BSR en jaarlijks aan de betreffende gemeenten doorbetaald. Het opslagtarief wordt jaarlijks door de gemeenten bepaald en is opgenomen in de tarieventabel behorende bij de Verordening Afvalstoffenheffing Avri. ,
Gescheiden inzameling incontinentiemateriaal Gemeenten kunnen ervoor kiezen de kosten van gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal te dekken met een opslag in de tarieven afvalstoffenheffing. In de begroting 2025 van Avri is rekening gehouden met de gescheiden inzameling van incontinentiemateriaal in alle Avri-gemeenten. Kostendekkendheid tarieven afvalstoffenheffing De wet- en regelgeving bepaalt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening in het programma Basispakket op begrotingsbasis niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. In tabel 14 is de kostendekkendheid gepresenteerd. Hieruit blijkt dat de tarieven niet meer dan 100% kostendekkend zijn.
25
KOSTENDEKKENDHEID AFVALSTOFFENHEFFING (x €1. 000) Lasten taakveld 7. 3 Afval Inkomsten taakveld 7. 3 Afval Mutatie voorzieningen Basispakket Netto kosten taakveld 7. 3 Afval
2025 31. 006 -5. 200 824 26. 630
2026 32. 305 -5. 863 1. 200 27. 642
2027 33. 879 -5. 863 1. 200 29. 216
2028 33. 812 -5. 863 1. 200 29. 149
2029 33. 629 -5. 863 1. 200 28. 966
Overhead opslag voor compensabele btw Kwijtscheldingen Totale kosten Basispakket
5. 831 3. 497 1. 372 37. 330
6. 391 3. 497 1. 448 38. 978
6. 391 3. 497 1. 448 40. 552
6. 391 3. 497 1. 448 40. 485
6. 391 3. 497 1. 448 40. 302
Baten afvalstoffenheffing
37. 330
38. 978
40. 552
40. 485
40. 302
Kostendekkendheid
100%
100%
100%
100%
100%
Tabel 14: Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Opslag btw-compensatie Gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid om de btw (21%) die Avri in rekening brengt bij de gemeenten te compenseren bij het btw-compensatiefonds. Hiervoor paste Avri tot 2023 een opslag toe van 135% van de kosten van het Basispakket. In het AB van 16 februari 2023 is besloten het btw-aandeel in de afvalstoffenheffing ‘vast te klikken’ op een vast bedrag van € 3. 497. 124 en daarmee het percentage langzaam terug te brengen tot het mengpercentage passend bij de actuele btw-druk. Deze opslag bedraagt voor 2026 93% en leidt (na verrekening met het btw-compensatiefonds) tot een voordeel voor de gemeenten. ,
,
,
,
,
De compensabele btw mag via de afvalstoffenheffing volledig als kosten worden doorberekend aan de inwoners. Elk percentage tussen 0 en 21% kan worden gehanteerd. Een hoger percentage resulteert in een voordeel voor de gemeente ten koste van de afvalstoffenheffing. Een lager percentage levert een lagere afvalstoffenheffing op voor de inwoners maar ook een lagere opbrengst in de gemeentebegroting. De hoogte van de afvalstoffenheffing is dus te beïnvloeden door deze opslag. ,
Kwijtscheldingen Het Algemeen Bestuur van GR Regio Rivierenland heeft in haar vergadering van 12 december 2012 de kwijtscheldingsregeling 2012 (met terugwerkende kracht) vastgesteld waarin: De kosten van bestaan worden gesteld op 100% van de normuitkering als bedoeld in artikel 16 van de • Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; • Is bepaald dat ten aanzien van pensioengerechtigde personen niet de bijstandsnorm maar de AOW-norm wordt gehanteerd; Is bepaald dat kwijtschelding voor ondernemers (voor zover het heffingen in de privésfeer betreffen) • mogelijk is; • Is bepaald dat bij de beoordeling van verzoeken om kwijtschelding mede rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang. ,
Naast deze algemene beleidsregels is in artikel 9 van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri de onderstaande bepaling voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing van kracht. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in het AB van december 2019 en verwerkt in deze begroting. De gemeenten kunnen eigen beleidsregels vaststellen over wanneer een inwoner in aanmerking komt voor kwijtschelding. Veelal volgen ze hierbij de landelijke richtlijnen. Inwoners kunnen bij BSR kwijtschelding aanvragen. BSR vraagt advies aan de gemeenten en volgt dit op. Vervolgens past BSR indien van toepassing de kwijtschelding toe. Op de site van BSR staat per gemeente een overzicht van het kwijtscheldingsbeleid per gemeente. ,
,
Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing (zoals bepaald in hoofdstuk 1 van de tarieventabel) voor kwijtschelding in aanmerking. Om de afvalscheiding ook onder de groep inwoners met een kwijtschelding te bevorderen mag slechts een deel van het variabele tarief worden kwijtgescholden. ,
26
11
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. We beschrijven hoe risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geven we met deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2017 die in februari 2017 door het Algemeen Bestuur werd vastgesteld. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota reserves en voorzieningen 2017 van Avri. ,
Ontwikkeling financiële risico's Voor ieder programma is de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In tabel 15 zijn de risico’s per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de jaarstukken 2024 (peildatum 31-12-’24) is verwerkt in de begroting. De ontwikkeling van elk financiële risico geeft een indicatie van de eventuele financiële gevolgen voor Avri als een risico daadwerkelijk optreedt. De inschatting van het risico geldt voor het begrotingsjaar 2026. ,
,
ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1. 000)
jaarrekening 2024
Begroting 2026
Verschil
Basispakket 2Prijsontwikkeling papier 6Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 12Inzet medewerkers Afvalbeheer 14Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17Vervuiling van aangeboden grondstoffen 24Brandstofprijzen 26Verwerkingskosten 27Fiscale risico's (km registratie en Wet DBA) 28Cirtex Totaal Basispakket
242 1. 647 315 225 330 218 313 250 250 3. 790
242 1. 647 315 225 330 218 313 250 250 3. 790
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Pluspakket 13 Risico's uitvoering pluspakket activiteiten Totaal Pluspakket
0 0
0 0
0 0
Bedrijfsafval 2Prijsontwikkeling papier Totaal Bedrijfsafval
60 60
60 60
0 0
1. 090 424 1. 514
1090 424 1. 514
0 0 0
5. 364
5. 364
0
Bedrijfsvoering 1Gekwantificeerde risico's 2Vermogensbuffer (1% leningportefeuille) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's Tabel 15: Ontwikkeling financiële risico’s Avri
27
Toelichting risico’s Onderstaand geven wij een toelichting op de grootste risico’s. Daarnaast behandelen wij de risico’s die afwijken van de jaarrekening 2024. Basispakket , pluspakket , bedrijfsafval 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico gelijk gebleven De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord heeft als doel om de korte termijneffecten voor de gemeenten te verminderen. Die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten in oktober 2020 om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in het bestuurlijk akkoord is het uitstellen van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd. In 2031 besluit de provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment. Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. Hierbij is ook afgesproken dat we jaarlijks overleg voeren over de technische en juridische aspecten van de nazorg zowel bestuurlijk als financieel. Dat geeft de betrokken partijen de tijd voor het doorvoeren van maatregelen die een efficiënte nazorg waarborgen. Ook is er tijd om de benodigde financiële middelen op te bouwen. Het akkoord stelt de gemeenten bovendien in staat om tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming. ,
,
Bij de overdracht moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Op termijn zijn verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen echter onzeker. Daardoor blijft de kans bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Er kunnen echter ook positieve effecten zijn zoals een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere beleggingsrendementen van het nazorgfonds. Al deze zaken zijn van invloed op het benodigde vermogen. Bovendien kunnen toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen ook van invloed zijn op de nazorgkosten. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (zoals ongelijke ‘zetting’ en percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar. ,
Avri loopt bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen meerdere financiële risico’s. Deze risico’s/onzekerheden zijn niet te beïnvloeden omdat de provincie autonoom bevoegd is te besluiten over de uitgangspunten. Daaronder valt ook het overdrachtsmoment dat na overleg met de Avri-gemeenten wordt bepaald. We verwachten dat Provinciale Staten in 2031 het moment van overdracht vaststelt. Rekening houdend met de reële doorlooptijd van het (deels juridisch) sluitingsproces en contractuele afspraken gaan we voor de inschatting van de risico’s uit van de vroegst mogelijke overdracht per 2034. Inmiddels zijn er gesprekken gepland om de overdracht te versnellen; waarbij het scenario is om de overdracht (financieel) te doen per 1 januari 2026. Er is nog geen definitieve jaarrekening over 2024 van het nazorgfonds. Wij rekenen op een rendement voor dit jaar van 33%. ,
,
,
,
Een belangrijke ontwikkeling was het verschijnen in 2022 van het landelijk eindrapport ‘Rekenrente nazorgfondsen stortplaatsen’. Dit rapport is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld en bevat adviezen over het vormen van een landelijk nazorgfonds en de te hanteren systematiek voor het bepalen van de rekenrente. Het rapport is definitief en in IPO-verband is hier inmiddels over gesproken. Momenteel vinden er besprekingen plaats tussen de provincies en het Rijk over de positie van het Rijk. Als het Rijk bereid is om bij calamiteiten als vangnet te dienen zijn naar verwachting veel bezwaren van de provincies weggenomen. Dan staat niets de vorming van een landelijk fonds meer in de weg. ,
,
Uit het rapport blijkt dat er meerdere varianten voor het bepalen van de rekenrente mogelijk zijn. Gelderland hanteert een rekenrente van 31%. De laagste variant uit het rapport komt uit op 345%. De provincie wil in de toekomst een percentage hanteren dat elk jaar opnieuw wordt vastgesteld. Op dit moment is dat percentage 33%. Daarom hebben wij deze rekenrente opgenomen in de berekeningen voor het doelvermogen. ,
,
,
Naast een lagere rekenrente hebben we in 2024 een parameter afdeklaag aangepast. Op basis van de geactualiseerde uitgangspunten wordt in 2026 € 11367 miljoen doelvermogen opgebouwd. De contante waarde per 1 januari 2025 is hierbij € 11004 miljoen. Inmiddels is het berekend vermogen bij de provincie opgebouwd tot € 9. 866 miljoen. Dit is een tekort van € 1138 miljoen dat is opgenomen in de jaarrekening en dus beschikbaar voor de overdracht. Voor de bepaling van de financiële risico’s zijn met het Rinasmodel meerdere scenario’s berekend. De scenario’s gaan er vanuit dat één of meer punten afwijken van de huidige uitgangspunten van Avri en eventuele overdracht per 2026; Rekenrente op 31%; dit levert een bruto-risico op van € 2338 miljoen; • Het niet-afbouwen van bemonsteren op peilbuizen; dit levert een bruto-risico op van € 2124 miljoen. • ,
,
,
,
,
,
,
28
mm
_
Rekening houdend met de diverse risicoscenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, bedraagt het gekwantificeerd risico in de jaarrekening (maart 2025) € 1,647 miljoen, op basis van de toe te passen kans x effect-methode. Dit is € 2,272 miljoen lager dan vorig jaar. 12
uitvoering; risico gelijk gebleven lijkt steeds krapper te worden. Ook voor uitzendbureaus is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden. Op deze arbeidsmarkt is het ook steeds makkelijker voor personeel om over te stappen naar een andere werkgever. We bieden medewerkers de nodige opleidingen aan om hen breed inzetbaar te maken. Daarnaast kijken we ook naar de arbeidsvoorwaarden om bestaande medewerkers te behouden. -
Inzet medewerkers
De arbeidsmarkt
14
scheidingsgedrag huishoudens; risico gelijk gebleven ingezet op communicatie en voorlichting. Ook zijn de afvalcoaches het gehele jaar ingezet. Ook de komende jaren blijven we de burgers actief benaderen. Zo is het projectteam Schone Grondstoffenaanpak van start gegaan. Zij richten zich op het tegengaan van de vervuiling van grondstoffen. -
Onzekerheid
In 2024
17
is
Vervuiling van aangeboden grondstoffen; risico gelijk gebleven sorteerproeven blijkt dat de vervuiling toeneemt. Overigens is er ook landelijk een forse stijging vervuiling te zien. We blijven inzetten op communicatie en voorlichting, mede door de afvalcoaches. Minder vervuiling is het -
Uit
doel. De 24
effecten hiervan
pas vanaf 2024
worden
zichtbaar.
Risico brandstofkosten; risico gelijk gebleven grillige energiemarkt blijft een risico voor de bedrijfsvoering van Avri. Uiteraard worden hogere brandstofprijzen verwerkt in de begroting. De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen maakt echter dat we hier een risico voor -
De
hebben
opgenomen.
Bedrijfsvoering 1
-
De van
Gekwantificeerde
risico's
jaarrekening
geeft
10%
van
technische de
om
2
2024
de overhead
maatregelen.
(10%
taakveld
0.4)
€ 8,840 miljoen. De Algemene Bedrijfsreserve | (geanonimiseerd) heeft op basis drempelwaarde van € 884.000. Daarnaast is hier het risico opgenomen voor Arbo huidige en meerjarig voorziene saldo van deze reserve biedt voldoende weerstand
een
overhead
van
een
Het
risico's te dekken.
Vermogensbuffer Bij het aantrekken van leningen is de rente afhankelijk van het vermogen. hogere rente. We houden rekening met 1% van de leningportefeuille. -
Een
lager eigen
vermogen
leidt tot
een
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico’s af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel:
Groter dan
Uitstekend 2,0 Ruim voldoende 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Voldoende Tussen 0,8 en 1,0 Matig Tussen 0,6 en 0,8 Onvoldoende Kleiner dan 0,6 Ruim onvoldoende Tabel 16: Waarderingstabel weerstandsvermogen Tussen
De
ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen gekwantificeerde en geactualiseerde risico's. Het Algemeen Bestuur heeft de gewenste weerstandsnorm vastgesteld op ‘voldoende’. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit factor 1,0 van de gekwantificeerde risico's moet zijn.
op de
29
ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN Basispakket
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis
Pluspakket
Bedrijfsafval
Bedrijfsvoering
TOTAAL
Rekening 2024 3. 790 4. 355 115 ,
Begroting 2026 3. 790 5. 355 141 , Ruim Voldoendevoldoende
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis
0 15
0 15
Uitstekend
Uitstekend
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis
60 338 563 , Uitstekend
60 338 563 , Uitstekend
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) (B/A) Ratio weerstandsvermogen Betekenis
1. 514 1. 551 102 , Voldoende
1. 514 1551 102 , Voldoende
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) (B/A) Ratio weerstandsvermogen
5. 364 6. 259 117 ,
Betekenis Tabel 17: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri
Verschil 0 1. 000 026 ,
0 0
0 0 -
0 0 -
5. 364 7. 259 135 , Ruim Voldoendevoldoende
0 1. 000 -019 ,
Weerstandsvermogen Basispakket Omdat de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor het Basispakket een directe relatie heeft met de afvalstoffenheffing is een meerjarige risico-inschatting gemaakt. De uitkomst is zichtbaar in tabel 18. Daaruit blijkt dat het weerstandsvermogen weer naar het gewenste niveau is gegroeid. In de meerjarige ontwikkeling is nog geen rekening gehouden met de eventuele nadelige invloed van de CO-heffing vanwege de vele onzekerheden 2 rond die heffing. ,
,
Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen basispakket (* € 1 mln) Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen
B/A)
2024 € €
3 8 4 4 , ,
12 ,
2025 € €
2026
64 7 3
€ €
11
14 19 ruim ruim voldoendevoldoende
, ,
,
voldoende voldoende Betekenis Tabel 18: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen
3 8 5 3
2027
, ,
,
€ €
34 6 3 , ,
,
2028 € €
32 7 3 , ,
2029 € €
3 2 8 3 , ,
23
26
uitstekend
uitstekend
,
,
30
Nazorgfonds stortplaats Voor het bepalen van de omvang van het nazorgfonds hebben we de effecten van de huidige uitgangspunten van de provincie (rekenrente 31%) afgezet tegen dezelfde uitgangspunten bij een gestegen rekenrente van 345%. Hierin is ook een risico meegenomen van de aangepaste uitgangspunten. ,
,
(BEDRAGEN * 1. 000)
8. 534 7. 725 809
9. 866 1. 138 11. 004 11. 004 0
Provincie nieuw (rekenrente 330% , 9. 866 1. 138 11. 004 13. 103 -2. 099
-3. 919 -3. 110
-1. 647 -1. 647
-585 -2. 684
Impact
Kans
Risico
1-1-2024
Vermogen (provincie) Vermogen (AVRI) Beschikbaar vermogen Benodigd Saldo
8. 534
Risico’s Saldo Tabel 19: Effecten overdracht stortplaats De risico’s zijn als volgt bepaald: (BEDRAGEN * 1. 000)
1-1-2025
Provincie oud (rekenrente 31%) , 9. 866 1. 138 11. 004 18. 008 -7. 004 0 -7. 004
Rekenrente (31%)
2. 338
25%
585
Monitoring
2. 124
50%
1. 062
,
Totaal Tabel 20: Risico’s overdracht stortplaats
1. 647
Kengetallen financiële positie Het BBV schrijft voor dat decentrale overheden door middel van kengetallen inzicht geven in hun financiële positie. Voor Avri zijn de kengetallen netto schuldquote de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte van belang. ,
KENGETALLEN Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2024 492% , 487% , 33% , 01% ,
2025 653% , 650% , 30% , 25% ,
2026 575% , 573% , 30% , 31% ,
2027 557% , 555% , 31% , 34% ,
2028 546% , 544% , 33% , 33% ,
2029 527% , 526% , 34% , 32% ,
Tabel 21: Kengetallen financiële positie Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Avri heeft geen leningen verstrekt waardoor de kengetallen gelijk zijn aan de netto schuldquote. ,
Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Daarmee wordt inzicht gegeven in de mate waarin Avri in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Omdat het eigen vermogen beperkt is is ook de solvabiliteit van Avri laag. ,
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte in de begroting aanwezig is om de huidige kosten te kunnen dragen.
31
12
FINANCIERING
Inleiding Het BBV schrijft een financieringsparagraaf voor waarin de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille staan. Het Treasurystatuut 2023 bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. ,
Externe ontwikkelingen De huidige rentetarieven van de BNG Bank bedragen op moment van samenstelling van deze begroting (maart 2025) rond de 325% voor een 10-jaars lineair af te lossen lening. De nieuw aan te trekken leningen zijn tegen dit percentage in deze begroting verwerkt. ,
Financieringsportefeuille Avri De leningen- en financieringsportefeuille van Avri is als volgt opgebouwd: Bedragen x € 1. 000 2026 Activa 51. 207 Gemiddelde leningportefeuille 36. 861 Financieringsbehoefte 14. 346 Tabel 22: Financieringsportefeuille en rentelasten
2027 49. 645 33. 391 16. 254
2028 46. 139 30. 046 16. 093
2029 43. 640 26. 732 16. 908
In de begroting is rekening gehouden met een gemiddelde aanvullende rentelast van afgerond € 515.000 ten behoeve van de financieringsbehoefte voor investeringen. De vraag op welke manier (duur vorm en hoogte van betreffende lening) in de uiteindelijk benodigde financiering wordt voorzien wordt beantwoord op het moment dat daadwerkelijk tot de investeringen wordt overgegaan. Dit is mede afhankelijk van de liquiditeitspositie en -prognose op dat moment. ,
,
,
Rentetoerekening In onderstaande tabel is het renteschema uit de ‘notitie rente 2017’ van de commissie BBV opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering het renteresultaat en de wijze van toerekening. ,
RENTETOEREKENING Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
2026 1. 225. 000
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-170. 000
-
1. 225. 000
1. 055. 000
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente Aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Tabel 23: Schema rentetoerekening
-
1. 055. 000 -
1. 055. 000 -
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een gemeenschappelijke regeling in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 82% van het begrotingstotaal (ca. € 669 miljoen). Dit betekent dat Avri op grond van de kasgeldlimiet ca. € 55 miljoen aan kort geld mag aantrekken. ,
,
,
Rente risiconorm
32
De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Het totaal van de aflossingen bedraagt jaarlijks ca. € 35 miljoen. Dit bedrag blijft ruimschoots onder de risiconorm die voor Avri ca. € 128 miljoen bedraagt. ,
,
,
Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat (lokale) overheden de financiële middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden afromen naar de schatkist van het Rijk. Overschotten boven de € 275. 000 worden automatisch overgeboekt naar de rekening van de schatkist.
33
13
BEDRIJFSVOERING
Inleiding In de paragraaf bedrijfsvoering beschrijven wij de processen die het mogelijk maken onze taken efficiënt betrouwbaar en wendbaar uit te voeren. Dit doen wij met onze medewerkers en de ons ter beschikking staande middelen. De wereld om ons heen verandert in rap tempo en het is zaak dat onze bedrijfsvoering daarin mee ontwikkelt. Voor 2026 zien we daarin de volgende aandachtsgebieden. ,
Organisatieontwikkeling In het Strategisch Koersplan staat hoe wij de komende jaren invulling geven aan onze uitdagende ambities en opgaven. Dat doen we in het belang van onze partnergemeenten. Onder de noemer ‘Hart voor Rivierenland’ zet Avri zich in voor een schone duurzame en veilige leefomgeving waarin generaties van nu en de toekomst prettig kunnen leven en meedoen. Dit vraagt om een langetermijnperspectief tot 2030 in lijn met de landelijke klimaatdoelen. Het Algemeen Bestuur van Avri heeft op 15 februari 2024 ingestemd met het Strategisch Koersplan. ,
,
,
De overgang naar een circulaire economie is een opgave voor gemeenten en daarmee ook voor Avri. In aansluiting op EU-doelen en Rijksdoelen wil Rivierenland in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat we de ketens van grondstoffen moeten sluiten door grondstoffen als plastic gft papier en textiel in te zamelen en opnieuw te gebruiken. Avri speelt hierin een belangrijke rol door als regisseur op te treden tussen inwoners bedrijven en gemeenten. Zo kunnen we grondstoffen nog beter inzamelen sorteren en terug in de markt brengen. Avri ontwikkelt zich van afvalinzamelaar tot leverancier van hoogwaardige grondstoffen. ,
,
,
,
,
Het Strategisch Koersplan bevat naast onze ambitie die beschrijft wat we tot stand willen brengen vijf strategieën. Deze geven aan hoe we de ambitie gaan realiseren inclusief de doelen en acties om dit te kunnen bereiken. Het onderliggend manifest beschrijft onze idealen en intenties. Onze kernwaarden vormen daarbij de basis van waaruit we handelen. ,
,
,
De vijf strategieën: 1. De transitie van afval naar grondstof aanjagen 2. Circulair ondernemerschap stimuleren en maatschappelijke waarde creëren 3. Meewerken aan biodiversiteit en klimaatadaptatie 4. Samen een schone en veilige leefomgeving realiseren 5. De bedrijfsvoering versterken. De volledige tekst van het Strategisch Koersplan inclusief een opsomming horen is te vinden op de Avri. nl. ,
van
de acties die bij de strategieën
,
Personeel Ons personeel is van het grootste belang om onze taken goed uit te voeren en onze doelstellingen te halen. Het vinden van goed personeel is in het huidige tijdsgewricht niet eenvoudig. Datzelfde geldt voor het vasthouden van goed personeel. We zetten diverse instrumenten in om een aantrekkelijke werkgever te zijn. Hierbij moeten we blijven investeren in de vakkennis en de ontwikkeling van medewerkers. Alleen dan kunnen wij blijven bijdragen aan een schoon en veilig Rivierenland. Personeelskosten Voor de personeelskosten houden opgenomen is in de kadernota.
we
rekening met de cao-stijging aangevuld met de indexatie van 27% die ,
,
,
Inclusiviteit en Social Return On Investment (SROI) Voor Avri is het doel van inclusiviteit en SROI tweeledig: ten eerste doen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring op zodat ze kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Ten tweede vervult Avri zijn rol als maatschappelijk verantwoord ondernemer door inclusiviteit te bevorderen. Dit doen we in nauwe samenwerking met Werkzaak Rivierenland. Wel zien we als gevolg van de veranderende regelgeving een terugloop in met name het aantal SW’ers. Inmiddels werken zo’n 43 medewerkers met een achterstand tot de arbeidsmarkt bij ons. ,
,
,
,
Integriteit De medewerkers van Avri vallen onder de Ambtenarenwet. Dat betekent dat we als werkgever aandacht besteden aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden belangenverstrengeling en discriminatie. Dit onderwerp verdient continu aandacht en zal de komende jaren nog verder geborgd worden. Niet alleen bij indiensttreding van nieuwe medewerkers maar ook bij medewerkers die al langer in dienst zijn. ,
,
34
Doorontwikkeling financiële functie Binnen de financiële functie is in 2025 gewerkt aan de transitie van administrateur naar financieel adviseur. Het uiteindelijke doel is om door te groeien naar businesspartner van de organisatie. Hiermee komen we meer aan de voorkant van het financieel proces. Deze transitie zal ook in 2026 verder worden ontwikkeld. Datagestuurd werken We beschikken over een enorme hoeveelheid data. We gaan ons nog meer richten op het ontsluiten hiervan om de gegevens te vertalen naar informatie. Zo kunnen beslissingen beter onderbouwd worden kan beter sturing gegeven worden aan de operatie en wordt de efficiency van de operatie verder verhoogd. ,
,
Privacy (WPG/AVG) Bewustwording rondom informatiebeveiliging en AVG binnen Avri wordt verder vergroot. Nieuwe medewerkers volgen de e-learning en we investeren continu in de bewustwording en borging van beveiligingsmaatregelen. Er blijft continu aandacht voor het naleven van de AVG en het verbeteren van processen rondom gegevensbescherming Communicatie Om de doelen van Avri te bereiken is een nog intensievere samenwerking tussen de verschillende disciplines een voorwaarde. Het team wordt nu meer aan de voorkant betrokken bij nieuwe ontwikkelingen beleidsvoornemens en uitvoeringszaken. Het doel blijft: draagvlak bij inwoners creëren voor onze opgave om onze doelstellingen voor Rivierenland succesvol te realiseren. Het Strategisch Koersplan is onze leidraad voor zowel de in- als externe communicatiestrategie. Nog meer zoeken wij de samenwerking met de inwoners in de versterking van de circulaire economie en richting duurzaamheid. Samen staan we voor de opdracht tot een klimaatneutrale leefomgeving. Onze ‘schone grondstoffen’-campagne vervult daarbij een centrale rol. Leidend zijn de principes: afval verminderen goed scheiden en circulariteit vanuit de R-ladder. ,
,
,
,
Rechtmatigheidsverklaring In 2024 is voor het eerst over het boekjaar 2023 door het Dagelijks Bestuur zelf een rechtmatigheidsverklaring afgegeven. In de afgelopen jaren hebben we de basis gelegd om de rechtmatigheidsverklaring af te kunnen geven en komende jaren gaan we dit verder uitbouwen. ,
,
35
14
OPENBAARHEIDSPARAGRAAF WET OPEN OVERHEID (WOO)
De Woo bepaalt in artikel 3. 5 dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. In de verantwoording moeten zij verslag doen van de uitvoering van de wet mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (en behaalde resultaten) waar het gaat om de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. ,
,
Openbaarheidsparagraaf Het doel van de Woo is een open overheid die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening. De Woo legt bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Dit onderdeel is de invulling van deze verplichting in de begroting. ,
Woo-contactfunctionaris Avri heeft een Woo-contactfunctionaris. Die zorgt voor laagdrempelige en betere dienstverlening. De Woofunctionaris heeft een actieve voorlichtingsfunctie. Inwoners en andere belangstellenden hoeven niet direct en Woo-verzoek in te dienen maar kunnen eerst bij de Woo-functionaris op een laagdrempelige manier informatie ,
vragen.
Passieve openbaarmaking Ten behoeve van het recht van de burger om een Woo-verzoek (naast schriftelijk) ook elektronisch in te kunnen dienen is op de website van Avri een mogelijkheid gecreëerd om eenvoudig een Woo verzoek in te dienen. Actieve openbaarmaking Belangrijk is dat medewerkers zich bewust zijn van de impact van de Woo op hun werk en nog meer het belang inzien van een transparante overheid. Aan de diverse verplichtingen tot publicatie wordt voldaan. Per 1 november 2024 geldt een verplichting tot het openbaar maken van informatie in vijf categorieën. Voor Avri is daar een aantal relevant. Besluiten van algemene strekking zoals verordeningen en besluiten worden al gepubliceerd. Tot slot wordt een klantenportaal ingericht. ,
,
36
15
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
Meerjarenonderhoudsplan gebouwen (MJOP) Het MJOP vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. ,
De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. In 2020 is het MJOP van Avri locatie Geldermalsen geactualiseerd. Dit heeft een looptijd tot en met 2039. Om de voorziening groot onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207. 000 aan deze voorziening gedoteerd. In 2025 wordt de revitalisering van ons kantoor en de bijbehorende ruimten afgerond. Zo zorgen we dat de kantoren weer passen bij de huidige bezetting en behoefte van onze medewerkers. Het gebruik van de verschillende terreinen wordt herzien en aan de moderne veiligheidseisen aangepast. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud uit het MJOP worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening groot onderhoud gebouwen. Het saldo van de voorziening bedroeg per 1 januari 2025 € 769. 000. In de begroting 2026 is een dotatie aan de voorziening opgenomen van € 207. 000 op basis van het in 2020 vastgestelde MJOP. In 2025 zal het MJOP worden geactualiseerd. Voorziening onderhoud gebouwen (x € 1. 000) 2024 2025 Voorziening Onderhoud gebouwen (01-01) 1.
009 769 Dotatie vanuit exploitatie 207 207 Onderhoudskosten -447 -113 Voorziening Onderhoud gebouwen (31-12) 769 863 Tabel 24: Verloopoverzicht voorziening groot onderhoud gebouwen
2026 863 207 -212 858
2027 858 207 -441 624
2028 624 207 -8 823
2029 823 207 -56 974
Bedrijfsmiddelen Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzame alternatieven zijn zoals elektrisch gereedschap/voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt een afweging gemaakt tussen duurzaamheid en economische aspecten. Op dit moment maakt Avri al gebruik van elektrische onkruidmachines en een elektrische straatstofzuiger. Nieuwe voertuigen rijden op de milieuvriendelijke brandstof Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). Daarbij gebruiken de wijkploegen steeds vaker elektrisch handgereedschap. Daarnaast worden strooiers voor de gladheidsbestrijding volledig gereviseerd. Dit wil zeggen dat de gebruikte materialen worden hergebruikt en dat de strooiers na revisie weer als nieuw zijn. Bij het bestrijden van de gladheid wordt voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct uit de voedingsindustrie wordt het milieu minder belast. ,
Voor onze lichte bedrijfsauto’s (personen- en bestelvoertuigen) is in 2024 leasemaatschappij.
een
overeenkomst gesloten met een
In Rivierenland staan ruim 1. 500 verzamelcontainers voor de inzameling van restafval glas papier textiel verpakkings- en incontinentiematerialen. In 2024 is ondanks daling van het totaal aantal inzamelmiddelen een toename van het aantal inzamellocaties geweest. Dit zien we terug in het aantal restafvalcontainers als gevolg van nieuwbouwwijken. Verder is een daling te zien van het totaal aantal containers. Dit is het gevolg van de doorgezette trend om bovengrondse containers te vervangen voor de grotere volumineuze ondergrondse containers. Dit is met name het geval bij glas papier en textiel. ,
,
,
,
, ,
,
37
mm dad:
_
Inleiding Verbonden
partijen zijn rechtspersonen waar Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Het kan ook gaan om andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. andere
1.2.
Verbonden
partijen
Soort verbintenis
Avri
Deelneming
Gevestigd
Geldermalsen
Openbaar belang Bestuurlijk
Zie taak / doelstelling
belan
Aandeelhouder
Omvang belang (geanonimiseerd)
Avri beschikt Avri
Taak
100%
over
van
de
aandelen
met
een
nominale waarde
van
€ 74.874.
opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V). Het doel deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren. De opbrengsten kunnen ten goede komen van de
/ doelstelling
Realisatie B.V. is in 1999
van
afvalstoffenheffing. Veranderingen gedurende het begrotingsjaar
in
belang Geen.
Relatie met programma |
Programma Basispakket Niet van toepassing
Deelnemende partijen Financiële
consequenties
begrotingsjaar Vermogen
en
verbonden
partij
Het financiële
Te
en
€ 3.077.000
€ 7.698.104
€ 6.497.000
Exploitatieresultaat
€
€
vermogen vermogen
in het
Weerstandsvermogen
verantwoordelijkheid
van
913.000
292.000
aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota GR (geanonimiseerd) | het maatschappelijke risico beschreven, volgend
van
Avri als enig
aandeelhouder
van
uit de
deze B.V.
g
De huurovereenkomst in 2025
€ 3.535.000
Vreemd
risico betreft de deelname
Risicomanagement
bestuurlijke
Eigen
resultaat
groot
met de Grondbankcombinatie
asfaltonderhoud
De overeenkomst
Beide contracten kunnen
(GBC)
is in 2024
verlengd
uitgevoerd (groenafval compostering) is ook verlengd voor die tijd over en weer worden opgezegd.
met Reterra
van
tot eind 2028.
Mede
hierom wordt
de verhuurde vloeistofdichte asfaltvloer. tot eind 2028.
Voorafgaand aan het ondertekenen van deze huurovereenkomsten is in beide gevallen een Didam arrest procedure gevolgd. Geen andere potentiële huurders hebben zich gemeld Er zijn verschillende ideeën voor het nog in te richten 2 ha braakliggende terrein, maar bij het opstellen van deze jaarrekening zijn er geen concrete ontwikkelingen te melden. Enkele initiatieven die met derden worden verkend zijn gft-vergisting/compostering, plasticfabriek (deelstroom pdb), een kleinschalige waterstoffabriek en het plaatsen van batterijen voor stroomopslag. In geheel 2025 wordt wel het verplichte flora en fauna onderzoek uitgevoerd. In 2024 is er geen dividend uitgekeerd. Naast het incidenteel dividend betaalt Realisatie BV samen met Solar BV elk jaar ongeveer 4 ton aan (geanonimiseerd) GR betreffende onder andere vergoeding personeelskosten en gebruik van grondoppervlak. —
mm
r
|
Soort verbintenis
Deelneming
Gevestigd
Geldermalsen
Openbaar belang
Zie
estuudIjK belang Omvang Jaak)
belang
Avri
in
Avri Realisatie B.V.
aandeelhouder
van
deze
Avri Solar B.V.
kent
een
jaarrekening
doelsisling
Veranderingen gedurende het
taak/doelstelling
Aandeelhouder.
van
is in 2014
exploitatie
een
van
oprichtster
vennootschap. zelfstandige jaarrekening
Avri Realisatie
Avri Solar B.V.
is de
die
van
Avri Solar B.V.
geconsolideerd
en
enig
wordt met de
B.V.
opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri.
de
belang Geen.
begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiële
verbonden
Het
risico
Niet
consequenties
begrotingsjaar Vermogen
Programma Basispakket
en
resultaat
partij
van
toepassing
| Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst. Eigen
€ 1.946.000
€ 1.910.000
Vreemd
€ 8.035.000
€ 6.462.000
Exploitatieresultaat
€
€
vermogen vermogen
871.000
239.000
betreft de deelname
Risicomanagement
en
in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Weerstandsvermogen van GR | (geanonimiseerd) het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt
uit de
bestuurlijke verantwoordelijkheid. Avri Solar B.V.
is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 in gebruik. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert ook als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. In 2023 waren de prijzen (opbrengst) weer op gelijk niveau als in 2021, de periode voor de energiecrisis. Maar in 2024 daalden de prijzen sterk, mede door veel meer tijdsblokken met een negatieve prijs. De SDE+ is een tijdelijke (15 jaar) subsidie en nodig om groene energieprojecten kostendekkend te exploiteren. Sinds
de start is alle jaren de SDE+ subsidie voor een deel of geheel uitgekeerd, met uitzondering van het bijzondere jaar 2022. We verwachten dat voor 2024 weer 100% subsidie wordt toegekend. Begin 2023 is op verzoek van Liander met hen een congestiemanagement contract afgesloten. Bij congestiemanagement worden grootzakelijke klanten gevraagd om bij dreigende overbelasting de transportvraag tijdelijk aan te passen, tegen een financiële vergoeding. Hierdoor blijft het elektriciteitsnet betrouwbaar en veilig. In 2024 is 100 x door Liander gevraagd om ons park geheel of gedeeltelijk uit te zetten. Hierdoor is 20 % van onze jaarproductie niet aan de markt geleverd. Liander heeft ons hiervoor 100% gecompenseerd Eind 2024 is onze PPA (Power Purchase Agreement stroomafnameovereenkomst) met Essent met een jaar verlengd. Ook in 2024 (en nog steeds) is intensief overlegd met Betuwewind over de kansen en bedreigingen om van onze aparte aansluitingen en kabels één gezamenlijke netaansluiting te maken. Mede door Liander en Tennet vraagt dit meer tijd. =
Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Openbaar belang Tevens verzorgt BSR de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling vertegenwoordiging met één lid in het Bestuurlijk belang AB BSR. Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Omvang belang Avri Algemeen Bestuur. Voor burgers bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door Taak / doelstelling schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang gedurende het Geen. begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Deelnemende partijen Rivierenland Avri en de gemeenten Culemborg Maasdriel Montfoort West Betuwe Tiel West Maas en Waal Wijk bij Duurstede IJsselstein en per 1-1-2025 Gorinchem. Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage aan BSR bedraagt volgens de 1 e begrotingswijziging 2024 van begrotingsjaar BSR € 690. 000.
31 december 2022 31 december 2023 Eigen vermogen € 397. 000 € 325. 000 Vermogen en resultaat € 629. 000 € 474. 000 Voorzieningen verbonden partij Overige passiva € 8. 495. 000 € 9. 431. 000 Exploitatieresultaat € 12. 000 € -72. 000 Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. Wettelijke en marktontwikkelingen zorgen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van stijgende personeelskosten door cao-indexeringen functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o. a. landelijke voorziening WOZ BAG) en prijsindexeringen. Ook wordt er geïnvesteerd in standaardisatie. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
40
Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U. A. (Cirtex) Soort verbintenis Deelneming Gevestigd Tiel Openbaar belang Zie taak / doelstelling Bestuurlijk belang Deelnemer Avri is samen met stichting 2Switch en Werkzaak Rivierenland deelnemer in de Omvang belang Avri Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U. A. (Cirtex). Het voor en met haar leden opzetten en exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd bewerkt en Taak / doelstelling verkocht in hoofdzakelijk de regio Rivierenland. Daarnaast levert Cirtex een bijdrage aan de maatschappelijke ondersteuning van onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Veranderingen in belang gedurende het Geen begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket Deelnemende partijen 2Switch Werkzaak Financiën Financiële consequenties Avri heeft in 2023 een lening verstrekt van € 350. 000 voor de financiering van de begrotingsjaar inrichting van het sorteercentrum. Hiervan is in 2024 €35. 000 terugbetaald. 31 december 2022 31 december 2023 € 0 € -36. 600 Vermogen en resultaat Eigen vermogen verbonden partij Vreemd vermogen € 0 € 583. 000 Exploitatieresultaat € 0 € -37. 390 Risico's Het financiële risico betreft de verstrekte lening (€ 350. 000) waarvan € 35. 000 is terugbetaald. Werkzaak borgt tot de dekking/garantstelling tot maximaal € 240.
000 van het eventuele exploitatietekort gedurende de 4-jarige pilotperiode (2023-2026). Toelichting De in januari 2022 gestarte pilot met als streven het sluiten van de regionale textielketen wordt voortgezet in de vorm van een coöperatie. Het circulair textielcentrum Cirtex draagt op verschillende manieren bij aan duurzaamheid en aan een regio waar iedereen telt en mee kan doen. Cirtex geeft oud textiel een tweede leven zorgt voor het hergebruik van kostbare grondstoffen binnen de regio en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen een kans om mee te doen in de maatschappij met een leuke en nuttige baan. Op 9 december 2022 is de akte van oprichting formeel ondertekend. Daarmee is Cirtex per 1 januari 2023 officieel opgericht. In oktober 2023 zijn we gestart in een groot pand en zijn we gaan opschalen. In 2024 zijn er 72 werk- en ontwikkelplekken gerealiseerd en 16 medewerkers uitgestroomd naar een reguliere baan. De crisis in de textiel wereldmarkt liet ook zijn sporen na bij Cirtex omdat de vergoeding voor textiel meer dan halveerde. Het exploitatie tekort wat daarmee ontstond is afgedekt door de garantstelling van Werkzaak. ,
,
,
,
,
,
41
FINANCIËLE BEGROTING
42
17
TOTAALOVERZICHT BATEN EN LASTEN
In dit hoofdstuk zijn de totale baten en lasten van Avri uiteengezet. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiën van de exploitatie van de diverse programma's. De totale baten en lasten per programma zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hierin zijn ook de reservemutaties gepresenteerd. Dit betreffen de mutaties van de reserves van Avri: algemene bedrijfsreserve reserve Bedrijfsafval of reserve Beheer Openbare Ruimte. TOTAAL BATEN EN LASTEN (x €1. 000) Lasten Programma Afval kosten overhead Programma Beheer Openbare Ruimte kosten overhead Programma bedrijfsafval kosten overhead Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen kosten overhead Totaal lasten programma's Baten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten programma's Saldo van baten en lasten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal saldo van baten en lasten Mutatie reserves Voorziening Afval Reserve Bedrijfsafval Reserve Beheer Openbare Ruimte Algemene Bedrijfsreserve totaal mutatie reserves Saldo baten en lasten na reserve mutaties Tabel 25: Totaal baten en lasten per programma 2025-2029
,
2025
2026
2027
2028
2029
4 1. 396 35. 564 5. 832 1 9. 821 17. 117 2. 704 2. 757 2. 398 359
4 3. 641 37. 250 6. 391 1 9. 993 17. 031 2. 962 2. 849 2. 459 390
45. 215 38. 824 6. 391 19. 993 17. 031 2. 962 2. 849 2. 459 390
45. 148 38. 757 6. 391 19. 993 17. 031 2. 962 2. 849 2. 459 390
44. 965 38. 574 6. 391 19. 993 17. 031 2. 962 2. 849 2. 459 390
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
6 3. 974
6 6. 483
68. 057
67. 990
67. 807
4 2. 254 1 9. 821 2. 820
4 4. 841 1 9. 993 2. 908
46. 415 19. 993 2. 908
46. 348 19. 993 2. 908
46. 165 19. 993 2. 908
-
-
-
-
-
6 4. 895
6 7. 742
69. 316
69. 249
69. 066
858
1. 200
1. 200
1. 200
1. 200
-
-
-
-
-
63
59
59
59
59
-
-
-
-
-
921
1. 259
1. 259
1. 259
1. 259
908 13
1. 200 59
1. 200 59
1. 200 59
1. 200 59
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
921
1. 259
1. 259
1. 259
1. 259
-
-
-
-
-
43
mm
_
Inleiding De financiële
positie bevat een raming voor het begrotingsjaar 2026 en de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. volgende jaren is het uitgangspunt van dat de opbrengsten en kosten gelijk blijven en er is geen indexering toegepast. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: De jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; -___Post onvoorziene uitgaven; -__De investeringen; De financiering; De stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; -___De stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen.
Voor die
drie
-__
-__
-
De
uitgangspunten
Exploitatie
indexering zijn verwerkt
voor
evenwicht
baten
en
conform
de kadernota
2026.
lasten
De exploitatie van de diverse programma's van Avri is structurele lasten zijn gedekt met structurele baten.
meerjarig structureel
in evenwicht. Dit houdt in dat de
In het programma Basispakket wordt het lastenniveau gedekt door de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen en baten afvalstoffenheffing. Hierbij geldt dat de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen jaarlijks fluctueert en dat de afvalstoffenheffing voor dekking van de lasten zorgt (als sluitpost). De inwoners van de Avri-gemeenten zijn wettelijk verplicht tot betaling van de afvalstoffenheffing. Een eventueel saldo tussen baten en lasten wordt verrekend met de voorziening Basispakket. In het programma Pluspakket zijn de diensten opgenomen die Avri tegen kostprijs aanbiedt aan de regiogemeenten. Het programma Bedrijfsafval betreft een commerciële activiteit. In voorliggende begroting zijn ook voor deze activiteit de lasten meerjarig afgedekt. Het exploitatieresultaat wordt afgestort naar de reserve Bedrijfsafval.
Jaarlijks terugkerende
arbeidskosten
aan
gerelateerde verplichtingen
van
vergelijkbaar
volume
Lokale overheden
moeten in de begroting ingaan op de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Arbeidsrechtelijke verplichtingen zijn de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig en voormalig personeel. Ook de betalingen voor ww-uitkeringen vallen binnen de categorie van de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, aangezien Avri hiervoor eigen risicodrager is. Post onvoorziene
uitgaven
en 17 van het BBV schrijven voor dat de begroting inzicht verschaft in het opgenomen budget voor uitgaven. De post onvoorzien kan aangewend worden ter dekking van onverwachte uitgaven in het begrotingsjaar die geen uitstel dulden. Avri heeft op begrotingsbasis een post onvoorziene uitgaven opgenomen
De artikelen
8
onvoorziene van
€ 100.000.
Incidentele
baten
In
BBV-notitie ‘incidentele
lijn met de
baten
en
Programma Programma Programma Programma
Totaal
lasten
en
lasten
per programma
basispakket pluspakket bedrijfsafval algemene baten
en
en
structurele
baten
en
lasten' worden
in de
begroting
de
grootste
incidentele
uitgewerkt.
lasten
Tabel 26: Incidentele baten
607 en
295
1.113
1.259
1.259
1.259
1.259
lasten
mn
Programma Basispakket: Dit betreft de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor de risico's van GR (geanonimiseerd) middels een opslag op de tarieven en de onttrekking voor de dekking van de extra kosten door het stoppen van papier inzamelen via verenigingen.
44
Programma Bedrijfsafval: Het resultaat van het programma Bedrijfsafval is toegevoegd aan de reserve Bedrijfsafval. Investeringen Om de activiteiten te kunnen uitvoeren en diensten te verlenen zijn investeringen in duurzame kapitaalgoederen nodig. Voor de investeringen voor 2026 wordt investeringskrediet aangevraagd. Die investeringen worden nader toegelicht. De investeringen vanaf 2027 zijn ter informatie opgenomen. Investeringskredieten Avri ( x € 1)
2026
2027
2028
2029
Tractie/materieel basispakket Tractie/materieel Ibor Bedrijfs- & Minicontainers Brengvoorzieningen basispakket Informatievoorziening
525. 000 413. 000 540. 000 450. 000 100. 000
320. 000 366. 000 545. 000 450. 000
890. 000 370. 000 550. 000 450. 000
1. 700. 000 650. 000 555. 000 450. 000
2. 028. 000
1. 681. 000
2. 260. 000
3. 355. 000
Tabel 27: Investeringen 2026-2029 Toelichting op de aangevraagde investeringskredieten 2026: Tractie/materieel Basispakket Er wordt krediet aangevraagd handhaving.
voor
de vervanging van een kraanwagen bedrijfswagens en materieel voor ,
Tractie/materieel Programma IBOR Er wordt krediet aangevraagd voor de jaarlijkse vervanging van tractie/ materieel voor het beheer ruimte.
van
de openbare
Bedrijfs- & Minicontainers Jaarlijks wordt krediet aangevraagd voor de vervanging van minicontainers om de dienstverlening aan inwoners voor de inzameling aan huis (programma Basispakket) te kunnen continueren. Verder wordt er jaarlijks krediet aangevraagd voor de vervanging van bedrijfscontainers om de dienstverlening aan bedrijven (programma Bedrijfsafval) te kunnen continueren. ,
,
Brengvoorzieningen Basispakket Jaarlijks wordt krediet aangevraagd voor de vervanging van bovengrondse en ondergrondse brengvoorzieningen om de dienstverlening aan inwoners (programma Basispakket) te kunnen continueren.
,
Informatievoorziening Er wordt jaarlijks krediet aangevraagd om de bedrijfsvoering verder te kunnen ontwikkelen. Het krediet wordt gebruikt om de informatievoorziening verder te professionaliseren. Processen worden verbeterd door het (optimaliseren van het) gebruik van systemen. Dekking
van
kapitaallasten
De kapitaallasten die voortkomen uit de investeringen voor afval komen ten laste van het programma Basispakket (afvalstoffenheffing) dan wel het programma Bedrijfsafval. Kapitaallasten die voortkomen uit de investeringen voor IBOR komen ten laste van de betreffende IBOR-gemeente(n) in het programma Integraal Beheer Openbare Ruimte. Kapitaallasten van investeringen die niet afval- of IBOR-specifiek zijn worden als overhead verantwoord in het programma Algemene baten en lasten en volgens de van toepassing zijnde verdeelsleutel aan de diverse programma’s doorbelast. ,
,
,
,
45
mm Geprognosticeerde balans, In onderstaande
verslaglegging
tabel is de
worden
de
EMU-saldo
_ en
financiering
geprognosticeerde balans van Avri cijfers meerjarig gepresenteerd.
weergegeven.
Volgens
de voorschriften
voor
de
Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vaste activa
390 39.950
Voorraden
425 43.065
425 51.632
425 50.070
425 46.564
425 44.065
72
78
78
78
78
78
Vorderingen < 1 jaar Liquide middelen
16.968
11.000
11.000
11.000
11.000
11.000
1.153
_ 1.000
5.147
6.119
7.577
8.987
Totaal
vlottende
18.193
12.078
16.225
17.197
18.655
20.065
Totaal
activa 2.025
2.084
2.143
2.202
activa
Reserves
1.904
resultaat boekjaar
Voorzieningen
5.939 42.207
Langlopende leningen (huidige portefeuille) Langlopende leningen (financieringsbehoefte) Totaal vaste passiva Netto vlottende schuld
1 jaar
<
vlottende
passiva
-
-
6.583 39.534
7.725 36.861
8.638 33.391
-
10.037 30.046
11.388 26.732
10.150
14.346
16.254
16.093
16.908
50.050
58.234
60.957
60.367
58.319
57.230
6.177
6.500
6.500
6.500
6.500
6.500
1.916 8.093
400 6.900
400 6.900
400 6.900
400 6.900
400 6.900
-
Overlopende passiva Totaal
1.967 -
65.219 Tabel 28:
Geprognosticeerde
balans Avri
EMU-saldo Het EMU-saldo
is
een
variant
van
de
begroting
op
kasbasis.
Bij een negatief EMU-saldo draagt
Avri
bij aan
het
overheidstekort.
1.
_Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan uit
reserves
Ze
Mutatie
(im)materiële vaste activa
3.
_Mutatie
voorzieningen
4.
_Mutatie
voorraden
B.
Verwachte
Berekend
de
onttrekking
so,
644
(incl. bouwgronden
boekwinst/verlies
financiële vaste activa alsmede
c.q.
(zie BBV, artikel 17c)
en
“sosol
3506
2.499)
1399
1.351
in exploitatie)
bij de verkoop
van
(im)materiële vaste activa,
afwaardering van financiële vaste activa
EMU-saldo
Tabel 29: EMU-saldo
(geanonimiseerd) B
Financiering Een overzicht
geldleningen van Avri is opgenomen in paragraaf 12: Financiering. In de geprognosticeerde (aanvullende) financieringsbehoefte van Avri inzichtelijk gemaakt. Deze financieringsbehoefte vloeit enerzijds voort uit de ontwikkeling van de activa (nieuwe investeringen en afschrijvingen) en anderzijds uit het feit dat de hoogte van de voorzieningen afneemt (deze worden ingezet ter dekking van voorziene lasten). De rentelasten volgend uit de aanvullende financieringsbehoefte zijn verwerkt in de meerjarenramingen. van
de vaste balans
is de
KN
Reserves en voorzieningen In februari 2017 heeft het Algemeen Bestuur de Nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Daarin zijn de beleidsuitgangspunten en handelswijze rondom de diverse reserves en voorzieningen uiteengezet. De meerjarenontwikkeling van de saldi van de reserves en voorzieningen is uiteengezet in onderstaande tabel. In bijlage 4 zijn de uitgangspunten van de reserves en voorzieningen opgenomen. RESERVES (* €1. 000) Algemene Bedrijfsreserve (01-01)
2024 1. 784
2025 1. 551
2026 1. 551
2027 1. 551
2028 1. 551
2029 1. 551
Resultaat/dotatie programma Algemene Baten en Lasten Inzet programma Algemene Baten en Lasten Algemene Bedrijfsreserve (31-12)
218 -451 1. 551
1. 551
1. 551
1. 551
1. 551
1. 551
Reserve Bedrijfsafval (saldo 01-01) Resultaat programma Bedrijfsafval Inzet programma Basispakket Reserve Bedrijfsafval (31-12)
545 132 -339 338
338 63
401 59
460 59
519 59
578 59
401
460
519
578
637
16
14
14
14
14
14
-2 14
14
14
14
14
14
1. 903
1. 966
2. 025
2. 084
2. 143
2. 202
2024 5. 155
2025 4. 525
2026 5. 575
2027 6. 775
2028 7. 975
2029 9. 175
1. 179
50 1. 000
1. 200
1. 200
1. 200
1. 200
4. 525
5. 575
6. 775
7. 975
9. 175
10. 375
251
198
145
92
39
39
-53
-53
-53
-53
198
145
92
39
39
39
1. 009 207 -447 769
769 207 -113 863
863 207 -212 858
858 207 -441 624
624 207 -8 823
823 207 -56 974
Voorziening spaarverlof (01-01) Toevoeging op basis van gekochte uren Onttrekkingen Voorziening spaarverlof (31-12)
121 265
386
386
386
386
386
386
386
386
386
386
386
Voorziening incontinentie (01-01) Overheveling vanuit het pluspakket Ontrokken Voorziening incontinentie (31-12)
59 3
62
62
62
62
62
62
62
62
62
62
62
Totaal voorzieningen Tabel 31: Overzicht voorzieningen
5. 939
6. 583
7. 725
8. 638
10. 037
11. 388
Reserve Pluspakket (01-01) Resultaat programma Pluspakket Inzet programma Pluspakket Reserve Pluspakket (31-12) Totaal reserves
Tabel 30: Overzicht
reserves
VOORZIENINGEN (* €1. 000) Voorziening Basispakket (01-01) voorziening ORT Inzet in Basispakket Dotatie vanuit programma Bedrijfsafval Dotatie vanuit programma Basispakket Resultaat programma Basispakket Voorziening Basispakket (31-12) Voorziening Stortplaats (01-01) Dotatie vanuit programma Basispakket Kosten nazorgplan eindafwerking en overige kosten Inzet programma Basispakket Voorziening Stortplaats (31-12) ,