CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

20220304b Beroepschrift Buitenstad

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen9.515 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vereniging Vestingstad Zaltbommel Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak Postbus 20019 2500 EA DEN HAAG

Zaltbommel, 2 maart 2022

Beroepsschrift Bestemmingplan Buitenstad IMRO-idn: NL.IMRO.0297.ZBMBP20190018-VS01

Geacht college,

In het onderstaand beroepsschrift is de eerdere volgorde aangehouden, die door ons in onze zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan Buitenstad is gehanteerd. De bijlagen die als onderbouwing horen bij het bestemmingsplan zijn bij de verschillende paragrafen van onze zienswijze benoemd. Hierdoor is direct inzichtelijk gemaakt, waar de tekortkomingen in dit bestemmingsplan door worden gevormd en waarom naar onze overtuiging dit bestemmingsplan niet in stand kan worden gehouden. De genoemde bijlagen en onze eerdere zienswijze ingediend bij de gemeente Zaltbommel zullen wij u op een later moment toesturen. Dit, na het ontvangst van een zaaknummer. I: Plangebied, inbedding binnen de bestaande plannen

[Laddertoets, bijlage 1 van Bestemmingsplan Buitenstad] Structuurvisie Waalweelde West “WaalWeelde West is een integrale gebiedsopgave. De belangrijkste opgave is het creëren van een veilige leefomgeving op het gebied van hoogwaterveiligheid nu en in de toekomst. Hierbij is alleen gekeken naar rivierverruimende maatregelen. Dijkverhogingen en overige aanvullende maatregelen komen in het kader van deze structuurvisie pas in beeld op het moment dat rivierverruimende maatregelen onvoldoende effect hebben op de waterstand. Als onderdeel van het WaalWeelde-programma vindt sinds 2010 samenwerking plaats tussen de provincie, vier gemeenten (Lingewaal, Maasdriel, Neerijnen en Zaltbommel) en een consortium van private partijen in het westelijk gelegen cluster “WaalWeelde West”. In dit gebied is er een sterke wens om ruimtelijk-economische ontwikkelingen op de hoogwatervrije terreinen te realiseren in combinatie met rivierverruimende maatregelen en natuurontwikkeling. Alleen door de ontwikkelingen in samenhang te bekijken en vorm te geven zijn de ruimtelijk-economische 1 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel ontwikkelingen mogelijk. Om deze reden is in WaalWeelde West gewerkt aan de intergemeentelijke én provinciale structuurvisie WaalWeelde West.” (citaat uit Structuurvisie Waalweelde-West)

“2.10.2.1 Functieveranderingslocatie Buitenstad Zaltbommel (uit Beleidstekst Structuurvisie Waalweelde West)

Buitenstad Zaltbommel is in deze structuurvisie opgenomen als functieveranderingslocatie. De opgave voor de Buitenstad is het maken van een kwaliteitssprong waarbij binnenstad en buitenstad elkaar gaan versterken. De locatie Buitenstad Zaltbommel is indertijd aangewezen als EMAB-locatie. Belangrijk bij de herontwikkeling van de locatie is de relatie en wisselwerking tussen Buitenstad Zaltbommel en de historische binnenstad. Voor de ontwikkeling van Buitenstad Zaltbommel is een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) opgesteld als toetsingskader voor de planvorming voor de ontwikkeling van het terrein. De locatie Buitenstad is opgedeeld in verschillende deelgebieden. Elk gebied kent zijn eigen specifieke kwaliteit. In het toetsingskader staan belangrijke regels over schaal en zichtlijnen, waarmee getoetst wordt of de nieuwe skyline wordt ontworpen in balans met het beschermde stadsgezicht, de historische binnenstad en de afzonderlijke belangrijke cultuurhistorische waarden. Integraal geldt voor de ontwikkeling van de Buitenstad (dus voor de woningbouw, de maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, horeca en dergelijke) dat deze ontwikkeling aanvullend is voor Zaltbommel. Naast de focus op wonen, detailhandel en maatschappelijke voorzieningen is er in de Buitenstad ook plaats voor kunst en horeca.

Het SPvE voor de Buitenstad Zaltbommel is op 26 september 2013 vastgesteld door de gemeenteraad van Zaltbommel”. Het plangebied raakt aan nogal wat beleidsterreinen. Daarbij geldt volgens de structuurvisie dat de ontwikkeling van functieveranderingslocatie Buitenstad Zaltbommel moet voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. De locatie ligt in het buitendijks gebied en valt daarom onder het stroomvoerend regime van de Waal. Om deze reden moet bij de ontwikkeling voldaan worden aan de eisen die worden gesteld in de Beleidslijn grote rivieren. Bij de herinrichting van de Buitenstad Zaltbommel dient rekening te worden gehouden met het Kwalitatief Woonprogramma Gelderland (KWP-3) en zijn opvolger, de kwantitatieve opgave wonen (2015-2024). Tenslotte moet het ontwerp gericht zijn op het uitblijven van negatieve effecten (externe werking) op de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO) en Natura 2000-gebieden (met name stikstofdepositie). Zie voor de uitvoering: H7 Uitvoeringsprogramma Zie voor evaluatie en monitoring: H9 Doorwerking, monitoring en evaluatie

Conclusie: Het bestemmingsplan Buitenstad geeft geen enkele uitvoering aan de hierboven geformuleerde structuurvisie. De verbinding zoals omschreven wordt niet aangegaan, maar bewust wordt de confrontatie opgezocht tussen de verschillende bouwstijlen en verschijningsvormen. 2 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

II: Laddertoets Ten behoeve van de laddertoets Stedelijke vernieuwing is in Bijlage 1 bij de toelichting een verantwoording (rapport Laddertoets Buitenstad Zaltbommel, dd 18 december 2020 gevoegd). Om een laddertoets te kunnen uitvoeren dient helder te zijn of er wel of niet sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals gesteld in artikel 3.1.6 van het Bro. In hoofdstuk 2 van het genoemde rapport wordt de motivatie gegeven of het terrein waarop het bestemmingsplan betrekking heeft, wel of niet gezien kan worden als een terrein waar sprake is van een nieuwe stedelijke vernieuwing. Citaat: “Afgaande op het huidige gebruik en de ligging in het bestaand stedelijk weefsel (omsloten door stedelijke functies en bestemmingen, tegen de binnenstad en woonwijken) van Zaltbommel constateren we dat er sprake is van een ontwikkeling binnen BSG [Bestaand Stedelijk Gebied]. Dit is in lijn met de gedachte van de Ladder: een extra afweging van alternatieven binnen BSG is niet nodig.” Vanwege het gebruik in het rapport van een luchtfoto met een kleurvlak (rood) voor het gebied ‘Buitenstad’, lijkt het plangebied door de ligging direct te westen van het bestaande bestemmingsplangebied Binnenstad aan te sluiten bij de bestaande infrastructuur en stedelijk weefsel van de stad.

Door de bestaande structuren niet nader te benoemen, wordt hier de suggestie gewekt dat het gebied binnen een Bestaand Stedelijk Gebied is gelegen. De feitelijke oostelijke, noordelijke en westelijke grens van het plangebied wordt gevormd door water. De zuidelijke grens van het gebied wordt gevormd door een dijk. Deze dijk is een primaire waterkering van de Waal, waardoor het gehele gebied buitendijks gelegen is. Door deze ligging geldt voor het huidig gebruik naast het feitelijk gebruik (er is volgens de gemeente op dit moment voor een groot deel van het terrein geen geldend of verlopen bestemmingsplan) dan ook alleen de juridisch context waarbinnen het terrein in zijn huidige gebruik kan worden aangewend. Vervolgens wordt bij de toepassing van de ladder van de stedelijke vernieuwing niet uitgegaan van de hiervoor genoemde juridisch geldende bestemming, maar veel meer van de feitelijke ligging binnen een Bestaand Stedelijk Gebied, om zo te beoordelen of dit gebied wel of geen direct onderdeel uitmaakt van een Bestaand Stedelijk Gebied.

Kan een bedrijventerrein met een juridisch tijdelijk karakter gelijk gesteld worden aan een gewoon bedrijventerrein en kan elk bestaand bedrijventerrein gezien worden als een terrein dat onderdeel uitmaakt van een Bestaand Stedelijk Gebied? Door het ontbreken van een motivering waarom het onderhavige terrein beschouwd kan worden als een terrein conform Bestaand Stedelijk Gebied is hier geen toetsing van die toetsing mogelijk en dient het beschouwd te worden als een aan het water gerelateerde activiteit, zoals in de vergunning Rijkswaterstaat 24 april 1952 (conform de definitie aangegeven bij de aanwijzing EMAB locatie die vervallen is in 2014). Een EMAB locatie is een locatie die buitendijks gesitueerd is en die aangewezen is voor experimenten met aangepast bouwen (rivier gebonden bouwvormen die rekening houden met de grillige aard van de rivier, ze zijn ook bij hoogwater veilig en ze geven een kwaliteitsimpuls aan de locatie). Door het vervallen verklaren van de speciale locatie aanduiding EMAB dient dit terrein dus nog steeds gezien te worden als een buitendijks industriegebied. Voor buitendijkse industriegebieden geldt een speciaal regime, dat geen verband houdt met de criteria van het Bestaand Stedelijk Gebied. Immers, de minister beoordeelt de vergunningverlening voor 3 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel buitendijkse industriegebieden naar het feitelijk gebruik. Bij het niet meer benutten van deze functie op een buitendijks terrein, kan de minister zelfstandig beslissen om het terrein weer onderdeel van de rivier te laten zijn. Conclusie: de uitgevoerde laddertoets is derhalve gebaseerd op verkeerde uitgangspunten.

III: Rijksbeschermd Stadsgezicht “Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied in een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. De bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen. De bescherming van een stads- en dorpsgezicht krijgt een plek in het bestemmingsplan van een gemeente. De directe omgeving van beschermde gezichten kan ook onderdeel zijn van het bijzondere karakter van het gebied, denk aan zichtlijnen of de beleving van een historisch stadssilhouet. Dit moet ook betrokken worden bij het opstellen van bestemmingsplannen. Sinds 2012 moeten gemeenten namelijk niet alleen voor beschermde stads- en dorpsgezichten, maar voor alle bestemmingsplannen rekening houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden. De aanwijzing van beschermde stads- en dorpsgezichten gebeurt op dit moment op grond van de Erfgoedwet.” (Citaat, informatie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, RCE) De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 over beschermde stads- en dorpsgezichten zijn met ingang van 1 juli 2016 van toepassing op grond van het overgangsrecht van de Erfgoedwet. In de Monumentenwet 1988 is over beschermde stads-en dorpsgezichten in artikel 35 bepaald dat door de gemeenteraad ten behoeve van de bescherming van het aangewezen gebied een beschermend bestemmingsplan dient te worden opgesteld.

Bij de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht van Zaltbommel op 21 december 1984 is door de minister het navolgende bepaald: “Overwegende dat zowel het ruimtelijk stadsbeeld als de nog vrijwel gave middeleeuwse stadstructuur van Zaltbommel van grote historische waarde zijn, dat deze situatie een beeld oplevert, dat van algemeen belang is vanwege de schoonheid en het karakter ervan; Gehoord de Monumentenraad, de Raad van de gemeente Zaltbommel, Gedeputeerde Staten van Gelderland en de Rijksplanologische Commissie; BESLUITEN het gebied in de gemeente Zaltbommel zoals is aangegeven op de bij deze beschikking behorende tekening nr. 069 I en zoals omschreven in de toelichting bij deze beschikking, aan te wijzen als beschermd stads- of dorpsgezicht in de zin van artikel 20 van de Monumentenwet. Van deze beschikking, waarvan mededeling zal worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant, zal afschrift worden gezonden aan de Monumentenraad, de Raad van de gemeente Zaltbommel, Gedeputeerde Staten van Gelderland. en de Rijksplanologische Commissie.”

4 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

Grens van het beschermd stadsgezicht van Zaltbommel, met detail ter plaatse van de Buitenstad. De motivering van de minister is de volgende geweest (zie Bijlage). In de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht wordt aangegeven dat het assenkruis (Gamerschestraat – Markt – Gasthuisstraat versus Waterstraat – Boschstraat) gekenmerkt wordt door aaneengesloten bebouwing van twee tot drie lagen plus kap. Dit geldt ook voor de Kerkstraat. De omliggende straten worden gekenmerkt door bebouwing van twee lagen plus kap en aan de uiterste randen is de bebouwing los gesitueerd en vaak nog maar één laag met kap. Dit betekent dat de vorm van de stad 5 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel bestaat uit een hogere bebouwing in het hart met een aflopende vorm van de stedelijke bebouwing vanuit dat hogere midden naar lage bebouwing die als rand daaromheen ligt. Verder motiveert de minister op bladzijde 11 en 12: “Aan de westzijde van de stad is het hotel Tivoli als waardevolle visuele beëindiging van de Gamerschestraat binnen de omgrenzing opgenomen. Verder naar het noorden loopt de grens vervolgens langs het terrein van de scheepswerf, waardoor de gehele stadshaven als waardevol historisch element bij het stadsgezicht betrokken wordt. De bedrijvigheid van de scheepswerf vormt daarbij op zich een aantrekkelijk en waardevol gegeven: zij benadrukt op bijzondere wijze de ligging van Zaltbommel aan de rivier. In het noorden volgt de grens de hartlijn van de rivier, tevens de gemeentegrens. In het noordoosten is ze doorgetrokken tot aan het toekomstige Waalbrugtracé en zijn onbebouwde uiterwaarden binnen de omgrenzing opgenomen teneinde het fraaie zicht op de stad van deze zijde te behouden.” Met betrekking tot de omschrijving en planologische vastlegging van het beschermd stadsgezicht Zaltbommel, heeft de gemeenteraad van Zaltbommel in het geldende bestemmingsplan Binnenstad 2010 (NL.IMRO.0297.ZBMBP20130019) bepalingen opgenomen met betrekking tot het beschermd stadsgezicht in: Artikel 34 Waarde - Beschermd stadsgezicht.

Met name richten deze bepalingen zich op het behoud en zo mogelijk versterken van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht. Lid 1: “Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om nadere eisen te stellen aan de plaatsing, kapvorm, verschijningsvorm, materiaal gebruik, dakhellingen, lineaire afmetingen, oppervlaktematen en inhoudsmaten van de gebouwen die volgens de onderliggende bestemming zijn toegestaan, met als doel dat met die nadere eisen een zo goed mogelijke uitvoering van het bestemmingsplan wordt gewaarborgd met het oog op het behoud en het herstel van het beschermd stadsgezicht en het behoud of het herstel van het cultuurhistorisch evenwicht daarin.” De planbegrenzing van het bestemmingsplan Buitenstad heeft aan de oostzijde een overlap met het in 1984 aangewezen plangebied Beschermd Stadsgezicht Zaltbommel. Het gehele beschermd stadsgezicht wordt tot nu toe planologisch beschermd door het bestemmingsplan Binnenstad 2010, met een aantal duidelijke regels. Het bepalen van grenzen tussen bestemmingsplannen staat een gemeenteraad vrij. Voor bijzondere regels die gelden in een (plan)gebied waarvoor een nieuw bestemmingsplan gaat gelden is het van belang welke overgangsregels van toepassing zijn. In de bijlagen van het bestemmingsplan Buitenstad wordt nergens rekenschap gegeven over het Beschermd stadsgezicht.

Een nadere toelichting is in deze noodzakelijk, omdat in de toelichting en toepassing van de nadere regels voor het beschermd stadsgezicht in het bestemmingsplan Binnenstad deze regels wél bestaan. Op de plankaart van het Bestemmingsplan Buitenstad, het gebied waarop het plan betrekking heeft, blijkt dat een deel van het gebied is aangemerkt als (onderdeel uitmaakt van het) beschermd stadsgezicht. Het bestemmingsplan Binnenstad is het bestemmingsplan dat tot nu toe de wettelijk noodzakelijke planologische bescherming geeft voor het beschermd stadsgezicht. Nu bij het bestemmingsplan Buitenstad geen nadere bepalingen zijn opgenomen zoals die in het bestemmingsplan Binnenstad in artikel 34 wel geformuleerd zijn, kan worden geconcludeerd dat vanwege de rechtsbescherming ook hier sprake moet zijn van een overgangsrecht. Concreet betekent dit, dat het deel van het bestemmingsplan Buitenstad gelegen binnen het beschermd Stadsgezicht een dubbelbestemming dient te kennen, die een doorwerking kent van 6 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel hetgeen bepaald wordt in artikel 34 van het bestemmingsplan Binnenstad. De éénduidige bescherming, de éénduidige vastlegging van de bescherming van het Beschermd Stadsgezicht dient in dezelfde bepalingen te worden verwoord. Het is immers niet de bedoeling dat in verschillende deelgebieden van het beschermd stadsgezicht een ander beschermingsregime geldt. De bepaling die opgenomen is in artikel 13 van het bestemmingsplan Buitenstad ziet op het beschermd stadsgezicht. Het op de plankaart aangegeven deel dat binnen de grens van het beschermd stadsgezicht valt kent een dubbelbestemming, waarvoor bouwregels gelden voor bouwwerken zijnde geen gebouwen. Volgens artikel 13.2.1.: “Volgens de gebruiksregels, gegeven onder lid 13.1, mogen uitsluitend bouwwerken worden gebouwd die geen gebouwen zijn en die nodig zijn voor het behoud of het herstel van het beschermd stadsgezicht en voor het behoud of herstel van het cultuurhistorisch evenwicht daarin zoals gegeven met het beeldkwaliteitsplan voor het beschermd stadsgezicht.” Het college mag conform lid 13.2.3 vrijstelling verlenen. Deze vrijstelling dient naast een te volgen procedure inhoudelijk conform het beeldkwaliteitsplan voor het beschermd stadsgezicht te zijn.

Dit beeldkwaliteitsplan waarnaar wordt verwezen is een niet-bestaand document, wel zijn er nadere documenten als een ‘kappenkaart’ voor de binnenstad. Deze documenten zijn vastgesteld als onderlegger voor het bestemmingsplan Binnenstad. Omdat deze regels in het beschermd stadsgezicht gelden dient het in het kader van de rechtszekerheid duidelijk te zijn binnen welke vrijstelling, kaderstelling het college van B&W kan besluiten. De omschreven grond in 13.2.3 waarop B&W gebruik mag maken van deze vrijstelling kent namelijk in tegenstelling tot de geldende bepalingen volgens bestemmingsplan Binnenstad geen nader omschreven kader of toetsingsgrond. Conclusie: Het bestemmingsplan Buitenstad geeft binnen de regels geen mogelijkheid meer om gebouwen op te richten binnen het op de plankaart als beschermd stadsgezicht aangemerkte gebied. B&W mag zonder toetsingskader afwijken van deze bepaling, waardoor er geen rechtszekerheid meer is wat er wel of niet mag worden gebouwd/opgericht binnen het deel dat is aangemerkt als beschermd stadsgezicht. De binnen de plankaart aangegeven bebouwing, woningen en parkeren/boulevard zijn dubbelbestemmingen die dus niet passen binnen de hierboven aangemerkte nadere bepaling van 13.2.1. Waar deze gebouwen/werken dan wel aan dienen te voldoen is niet toetsbaar omschreven.

Voor de overgang van het plandeel beschermd stadsgezicht van bestemmingsplan Binnenstad naar Buitenstad kan het niet anders zijn dan dat de bestaande nadere regels intact blijven conform bestemmingsplan Binnenstad, omdat er in het bestemmingsplan Buitenstad verwezen wordt naar een niet-bestaand beeldkwaliteitsplan voor het beschermd stadsgezicht. Deze artikelen kunnen vanwege hun strijdigheid met het bestemmingsplan Binnenstad en onduidelijkheid vanwege onwerkelijke verwijzing niet in stand blijven. Beschermd stadsgezicht en het voorliggend bestemmingsplan. In de motivering van de minister wordt het gebruik van het terrein direct ten westen van het beschermd stadsgezicht expliciet in functie en bebouwingsvorm beschreven, met een voor het beschermd stadsgezicht belangrijke toevoegende waarde: “De bedrijvigheid van de scheepswerf vormt daarbij op zich een aantrekkelijk en waardevol gegeven: zij benadrukt op bijzondere wijze de ligging van Zaltbommel aan de rivier.” In de toelichting wordt aangegeven dat om die reden een beperkt deel van het plangebied Buitenstad binnen het beschermd stadsgezicht valt (citaat toelichting bestemmingsplan Buitenstad): 7 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel “2.1.6 Aanwijzing Beschermd Stadsgezicht In 1984 is door de rijksoverheid het ruimtelijke stadsbeeld van de binnenstad van Zaltbommel beschermd middels een aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Het doel van de aanwijzing was om de ‘karakteristieke en met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteiten van het gebied te onderkennen als een zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkelingen binnen het gebied’. Kenmerkend voor de structuur van Zaltbommel waren volgens de toelichting op het aanwijzingsbesluit vooral de grote binnenterreinen en ‘de brede groene rand binnen de wallen aan de zuidzijde van de stad, waar de restanten van de stadsmuur, de tuinmuren en de ommuurde Joodse begraafplaats eveneens waardevolle gegevens vormen’. Als bijzonder kenmerkend werd het stadssilhouet genoemd.” Planspecifiek Het plangebied ligt voor een klein deel binnen de grenzen van het gebied dat is aangewezen als beschermd stadsgezicht. In paragraaf 3.3 van het bestemmingsplan Buitenstad wordt uiteengezet hoe bij de planvorming rekening gehouden is met de waarden uit het beschermd stadsgezicht. “3.3 Het ontwerp in relatie tot de aanwezige cultuurhistorie De cultuurhistorische waarden die door het project beïnvloed worden betreft twee verschillende aspecten: 1.

De positie van de locatie ten opzichte van de vestingstad (Beschermd Stadsgezicht)” In het bestemmingsplan Buitenstad wordt volledig voorbijgegaan aan het feit dat een deel van het beschermd stadsgezicht binnen het plangebied gelegen is. De aanwezige haven ligt volledig binnen het beschermd stadsgezicht en vormt dus niet de grens tussen het beschermd stadsgezicht en daarbuiten, zoals het in dit plan wordt beschouwd. Ook een brede strook achter Tivoli, het kantoor en de oevers van de oude Haven behoren tot het beschermd stadsgezicht, maar liggen binnen het plangebied Buitenstad. Daarnaast wordt nergens rekenschap gegeven van het feit dat volgens de aanwijzing de scheepswerf ZELF in zijn karakteristieke hoedanigheid een ondersteuning biedt aan het beschermd stadsgezicht. Ook met de positie van het beschermd stadsgezicht in relatie tot de rivier en het beschreven karakteristieke zicht op de stad wordt geen rekening gehouden of zelfs maar nader toegelicht. Daarmee wordt er volledig voorbijgegaan aan de bijzondere ligging aan de rivier zoals die zich uit in het fraaie en vrije zicht op de stad aan de rivier vanaf de wijde omgeving. In het besluit van de minister wordt juist deze unieke situering van de vesting Zaltbommel benadrukt.

De omschrijvingen luiden: “Het gezicht op de stad van buitenaf is met name vanuit het noord-oosten bijzonder markant; het silhouet wordt bepaald door de St. Maartenstoren, de Gasthuistoren en de watertoren. In het noorden volgt de grens de hartlijn van de rivier, tevens de gemeentegrens. In het noordoosten is ze doorgetrokken tot aan het toekomstige Waalbrugtracé en zijn de onbebouwde uiterwaarden binnen de omgrenzing opgenomen teneinde het fraaie zicht op de stad van deze zijde af te behouden.” Dit kenmerkende stadsbeeld is het gevolg van de karakteristieke ligging van de stad aan de Waal, als het ware iets vooruitgeschoven (rivierwaarts) vóór de rivierdijken aan weerszijden. Daardoor tekent de stad zich al van verre af vanuit de richtingen Nieuwaal-Gameren, Hellouw, Haaften, Tuil, Waardenburg en de Waalbruggen, mede dankzij het brede rivierbed van de Waal. Het stadsbeeld is daarbij nadrukkelijk méér dan alleen een zicht op de letterlijke hoogtepunten, de torens van de SintMaartenskerk, de Gasthuiskapel en het stadhuis. Ook de stedelijke bebouwing, het karakteristieke dakenlandschap, de Waalkade met zijn bomen, de groene ‘omsingeling’ (hoge bomen) op de vestingwerken, spelen daarin een essentiële rol. Opvallend genoeg hindert de extensieve bebouwing 8 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel van de scheepswerf deze zichtlijnen maar in geringe mate, pas bij dichte nadering van de stad op de Gamersedijk valt het stadsbeeld voor een deel weg. Zelfs vanaf de overkant van de Waal (Haaften, Tuil), is de imposante hal op de scheepswerf visueel ondergeschikt aan het stadsgezicht. In de beschrijving van het beschermd stadsgezicht wordt dit belang van de ligging en de zichtlijnen duidelijk benoemd, met de nadruk op de zichtzijde vanaf de bruggen. Zoals al eerder geciteerd uit de informatie van de RCE: “De directe omgeving van beschermde gezichten kan ook onderdeel zijn van het bijzondere karakter van het gebied, denk aan zichtlijnen of de beleving van een historisch stadssilhouet. Dit moet ook betrokken worden bij het opstellen van bestemmingsplannen.” Daarvan is in het bestemmingsplan Buitenstad geen sprake. Het voorziet in bebouwing in het plangebied dat minstens zo ver naar voren (rivierwaarts) ligt als de binnenstad. Bovendien zijn juist daar, langs de rivieroever, de hoogste gebouwen geprojecteerd. Door een nieuw, hoog, massief en dominant decor achter en naast het beschermd stadsgezicht te plaatsen (ook vanuit het noorden en noordoosten bezien) valt ineens het beschreven markante silhouet, het karakteristieke beeld van het stadsgezicht weg naast de nieuwbouw. Er ontstaat een veel grotere, eenvormige klomp aan bebouwing bij de rivier.

Door een veel hogere en eenvormigere bebouwing te willen toepassen dan in het beschermd stadsgezicht voorkomt, valt niet alleen de ondersteuning weg van de extensief bebouwde scheepswerf bij het stadsgezicht, maar wordt ook het bestaande zeer diverse beeld van hoogten en vormen in het beschermde stadsgezicht volledig overschaduwd (‘overschreeuwd’). Het bestaande, markante stadssilhouet aan de Waal verdwijnt daarmee dan ook voorgoed.

Impressie van de hoogte (in meters) van de nieuwbouw ten opzichte van enkele grote, prominente gebouwen uit de binnenstad. Nota bene: hier is zelfs nog uitgegaan van dezelfde maaiveldhoogte, die in de praktijk echter in de Buitenstad aanzienlijk hoger zal liggen dan in de binnenstad. De hoogteverschillen tussen de bebouwing van de Buitenstad en de binnenstad zullen dus nog groter zijn dan uit deze impressie blijkt. Vanuit het noordwesten en westen gezien is er zelfs geen sprake van een overschaduwing, want vanuit deze posities bezien zal door de aanzienlijke hoogtes en massiviteit van de nieuwe bebouwing het hele zicht op het stadssilhouet volledig verdwijnen. 9 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel Deze ernstige aantasting is het gevolg van een aantal uitgangspunten in het bestemmingsplan Buitenstad. Ten eerste wordt het maaiveld verhoogd, dat daardoor aanzienlijk hoger komt te liggen dan het maaiveld in het beschermd stadsgezicht. Omdat de definitieve hoogte van de ophoging in het bestemmingsplan niet nader bepaald is, kan dat verschil oplopen van één tot twee verdiepingen. Dat betekent dat de begane grond van de nieuwbouw in de Buitenstad kan samenvallen met de eerste of zelfs de tweede verdieping van de bebouwing in de binnenstad. De nieuwe bebouwing zet dus al hoger aan dan de bestaande bebouwing. (Bij de supermarkt Albert Hein met zijn parkeerterrein, grenzend aan de Buitenstad en eveneens buitendijks gelegen, wordt het maaiveld overigens niet verhoogd.) Ten tweede komt daar nog bovenop dat de bebouwingshoogte aanzienlijk groter is dan in de binnenstad. Op de kerktorens en stadhuistoren na, beperkt de bouwhoogte zich in het beschermd stadsgezicht, zoals reeds beschreven, tot maximaal 3 bouwlagen met kap op de voornaamste plekken. De in het bestemmingsplan Buitenstad vastgestelde bouwhoogten maken op de meeste plaatsen 5 bouwlagen mogelijk, met op vier plaatsen zelfs woontorens van 6 tot 10 bouwlagen.

(In deze weergave van de maatvoering is al de 10% vrijstelling verdisconteerd die het college volgens het bestemmingsplan heeft.) Deze hoogtes sluiten op geen enkele manier aan bij het beschermd stadsgezicht, ze wijken daar volledig van af. Ten derde is ook de footprint van de bouwmassa’s zeer aanzienlijk. Zo is voor de woontoren bij de ingang van de Haven een oppervlakte van 2347 m2 aangegeven, wat een footprint van ruim 40 bij 50 meter mogelijk maakt (bij een hoogte van 8 bouwlagen). Ook de andere woontorens kennen een vergelijkbare grote footprint. Ook hierin is geen aansluiting te vinden bij het beschermd stadsgezicht, waar alleen de Sint-Maartenskerk en de Gasthuiskapel deze oppervlaktematen benaderen; ze wijken er volledig van af. Daarnaast geeft het bestemmingsplan Buitenstad aan B&W geen (duidelijke) criteria waaraan de bebouwing moet voldoen om de opgenomen 10% vrijstelling in de maatvoering te mogen verlenen. Conclusie: Uit niets, niet procedureel en niet inhoudelijk, blijkt dat in het bestemmingsplan Buitenstad rekening is gehouden met het beschermd stadsgezicht. Sterker nog, het is in alle opzichten volledig in strijd met de kernwaarden van het Beschermd stadsgezicht Zaltbommel en kan derhalve niet in stand worden gehouden vanwege de enorme inbreuk op de beschreven waarden van dit beschermde stadsgezicht.

IV: Cultuurhistorie, archeologie [Cultuurhistorische analyse Buitenstad Bijlage 5] [Selectiebesluit gemeente Zaltbommel Bijlage 4] [Archeologie – bureauonderzoek Bijlage 2] Archeologie - Verkennend booronderzoek In de cultuurhistorische analyse van de aanwezige cultuurhistorische elementen in het plangebied (bijlage 5) wordt door Bureau BBA aangegeven dat de ensemblewaarde van het kantoor, de hal en de scheepshellingen van een hoge cultuurhistorische waarde is. In het gehele bestemmingsplan Buitenstad wordt geen enkele poging ondernomen om deze specifieke ensemblewaarden te behouden. Zelfs de vorm, verschijningsvorm, wordt daarin door de vele toevoegingen onherkenbaar gemaakt. Zo wordt aan de vorm van het (door de maaiveldverhoging te herbouwen) kantoor een 10 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel woontoren toegevoegd en de (door de maaiveldverhoging nieuw te bouwen) hal (als appartementencomplex) wordt aan weerszijden van twee enorme ’wachters’ voorzien in de vorm van massieve woontorens. Hierdoor verdwijnt het gehele silhouet van de bestaande scheepswerf. Door de ophoging van het gehele terrein, verdwijnen niet alleen alle scheepswerfbebouwing maar ook nog de locatie specifieke hellingbaan, waaraan door BBA ook belangrijke cultuurhistorische waarden zijn toegekend. “Van deze expansie in de Wederopbouwperiode zijn diverse gebouwen en landschapselementen bewaard gebleven. Van de individuele elementen moet grote cultuurhistorische betekenis worden gehecht aan de grote hal, het kantoorgebouw en de kraanbaan met dubbele steiger langs de haven. De grote hal is qua constructie niet van landelijke betekenis, maar is door de gaafheid en door verschillende bijzondere aspecten (zoals het zwevende magazijn) cultuurhistorisch van belang. De afmetingen geven het gebouw van binnen een overweldigende ruimtewerking. Daarnaast is het een beeldbepalend element dat ook vanaf de noordoever van de Waal als een duidelijke ‘land mark’ wordt ervaren.

Het is echter vooral het bijzondere ensemble van havens en werfgebouwen die een bijzonder grote cultuurhistorische waarde vertegenwoordigt: als samenhangend complex en als architectuur van de Wederopbouw.” (citaat rapport BBA) Selectiebesluit

Het plangebied in het selectiebesluit archeologie beslaat zo ongeveer het gehele plangebied (het ‘droge’ deel) van het bestemmingsplan Buitenstad. In de selectie zit niet het deel dat lokaal bekend is als parkeerplaats Havendijk, die langs de dijk in het verlengde van de Gamerschestraat naast de oude haven ligt. Deze parkeerplaats valt overigens ook volledig binnen het beschermd stadsgezicht en ook daarvan wordt in het bestemmingsplan Buitenstad geen rekenschap gegeven. In het archeologische bureauonderzoek is niet helder naar voren gebracht welke werken in de loop der eeuwen voor de stadsverdediging in het onderhavige terrein zijn aangebracht. Hiervoor is dan ook geen hoge verwachting opgenomen in het rapport. Op het onderstaande historische kaartmateriaal staan meerdere militaire verdedigingswerken weergegeven, die duiden op een ravelijn en een halve maan. De ravelijn zou ter verdediging van de Gamersche poort gelegen hebben en de halve maan als bescherming van het Bolwerk de Kat aan de rivierzijde. Bovendien komt tussen de halve maan en de Gamersche dijk een schansdijk met rondeel voor. De exacte positionering van 11 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel deze verdedigingswerken in het plangebied Buitenstad zijn op zich helder aan te geven, maar is in het rapport volledig genegeerd. Op afbeelding 16 in het bureauonderzoek wordt een kaart van Guicciardini uit circa 1613/1625 gebruikt. Het rode rondje waar een deel van het plangebied ligt, staat naast de halve maan op de kaart en exact om de schansdijk met rondeel. Kennelijk zijn deze verdedigingswerken bij het bureauonderzoek niet herkend. Op militaire kaarten uit 1599 (slag om Zaltbommel) is de ‘halve maen’ al duidelijk waar te nemen. Op meerdere plankaarten uit verschillende periodes vanaf eind 16e eeuw wordt deze halve maan weergegeven, zelfs met een molen hierop geplaatst. Op een militaire kaart uit omstreeks 1772 staat heel duidelijk een ravelijn getekend voor de intree van de Gamerschepoort. Door in de bureaustudie deze drie forse en voorname verdedigingsbouwwerken te negeren en de milieuboringen te hanteren als archeologische proefboring, is op een miraculeuze wijze precies om deze verdedigingswerken heen geboord. Vanzelfsprekend mogen milieuboringen niet gebruikt worden voor het zoeken naar archeologische resten, daarvoor is volgens alle wettelijke regels een andere aanpak nodig.

1599, belegering van Zaltbommel, detail van de westzijde

12 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

Belegering 1599, detail westzijde, getekend in 1613/1625 door Guicciardini

1659, westelijk detail van de vesting getekend door Merian

13 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

1772, detail van het westelijke deel van de vesting, getekend door Scherlenski

Er is een grote kans dat (resten van) de halve maan en de schansdijk met rondeel nog onder het maaiveld aanwezig zijn. Gezien de hoge aardwerken van deze verdedigingswerken kunnen de overblijfselen zelfs relatief dicht onder het huidige maaiveld liggen. Recent is bij de Bosschepoort (aan de zuidzijde van de binnenstad) op de locatie van de voor die poort gelegen halve maan de twintigste-eeuwse bebouwing gesloopt. Onder deze bebouwing is een gewelfde kelder tevoorschijn gekomen, die helaas door de eerder afgegeven sloopvergunning niet verder is onderzocht.

14 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

Resten van een oude (mogelijk laat 16e- of 17e-eeuwse) in baksteen overwelfde kelder (bovenste foto) in het gebied waar zich de halve maan als extra verdedigingswerk voor de Bosschepoort van Zaltbommel bevond. De resten zijn zonder onderzoek verwijderd (onderste foto). Conclusie: het archeologisch bureauonderzoek heeft belangrijke 16e- en 17e-eeuwse werken die zich in het plangebied bevonden volledig over het hoofd gezien. De conclusies uit dit bureauonderzoek zijn daardoor niet bruikbaar. Daarnaast zijn de uitgevoerde boringen uitgevoerd met als doel een milieutechnisch karakter en zijn dus op geenenkele wijze gericht geweest op het vinden van archeologische resten. En deze boringen voldoen dus ook niet aan de aan eisen gesteld aan archeologische proefboringen.

15 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

V: Plangrens, effecten op aanpalende gebieden [Milieuhygiënisch vooronderzoek bijlage 9 Bestemmingsplan Buitenstad] [Milieuhygiënisch bodemonderzoek bijlage 10 Bestemmingsplan Buitenstad] [Energiescan bijlage 18 Bestemmingsplan Buitenstad] In het Milieuhygiënisch vooronderzoek en het Milieuhygiënisch bodemonderzoek wordt aangegeven dat de gehele locatie in meer of mindere mate licht tot sterk verontreinigd is. Daarom wordt geconcludeerd: “De voorgenomen circa 1,5 m ophoging van het terrein kan worden gebruikt als afdekking van de verontreinigingen (aanbrengen leeflaag), waarna geen verdere saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn. Wel dient rekening gehouden te worden met maatregelen in het kader van veiligheid en hergebruik." Daarom wordt in paragraaf 6.3 Bestemmingen van het bestemmingsplan Buitenstad bij de algemene aanduiding regels vermeld: “Op gronden waar de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - beperking bodemgebruik' geldt, zijn grondroerende activiteiten dieper dan 4,5 meter en het onttrekken van grondwater verboden. Dit is alleen toegestaan als aangetoond kan worden dat de bodem geschikt is voor de beoogde activiteiten en door bevoegd gezag een omgevingsvergunning is verleend om af te wijken van het bestemmingsplan.” Deze regeling is met name bedoeld om doorlekken naar het grondwater te voorkomen.

Tegelijkertijd zal er sprake van hoogbouw die vaak gebruik maakt van diepere funderingstechnieken als heien, drukken en boren en wordt in de energiescan bij het advies aangegeven: “Bij Buitenstad is voldoende potentie voor opwekken van elektriciteit uit zonne-energie en bodemenergie voor warmte/koude uit de bodem.” Bij bodemenergie voor warmte/koude uit de bodem wordt een groot aantal putten geslagen die het grondwater raken. In het bestemmingsplan wordt uitgegaan van het afdekken van de vervuilde onderlagen die dusdanig ernstig verontreinigd zijn dat doorlekken naar het grondwater moet worden voorkomen. Echter nergens in het bestemmingsplan Buitenstad wordt aangegeven hoe met deze navrante discrepantie moet worden omgegaan. Conclusie: Dit betekent dat het ook niet duidelijk is of aan de eisen voor bodemverontreiniging en de eisen aan duurzaamheid en fundatie wordt voldaan.

VI: Gebruikt debiet, waterveiligheid [Watertoets Bijlage 7 Bestemmingsplan Buitenstad] [VNG Milieuzoneringen / Externe veiligheid bijlage 8 Bestemmingsplan Buitenstad] Waterveiligheid Classificatie terrein In het bedijkte rivierengebied is de omvang van de rivier gedefinieerd als ‘rivierbed’, waarvan de grenzen zijn vastgesteld door de ligging van de ‘buitenkruinlijn’ van de primaire waterkeringen, de dijken (zie figuur 1).

16 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

Bron: Motivatie begrenzingen Beleidslijn Grote Rivieren en ‘ex- Wet Beheer Rijkswateren’ van 21-6 2013, Het plangebied waar het bestemmingsplan Buitenstad betrekking op heeft, volgt aan de zuidkant de rivierdijk (de Waaldijk is een primaire waterkering) en kan daarmee gekenschetst worden als onderdeel van het rivierbed en dus als buitendijks gebied. Dit betekent dat geconcludeerd kan worden dat in principe de wetgeving ten aanzien van waterwegen van toepassing is.

Bron: toelichting op het bestemmingsplan hoofdstuk 1.4 Plangrens. Vrijstelling Waterwet vergunning 17 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel Op 1 september jl. heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besloten het waterbesluit ten aanzien van dit gebied aan te passen (zie onderstaande kaart).

Uit de WOB-procedure ten aanzien van dit besluit door de vereniging Vestingstad Zaltbommel komt: De keuze of een buitendijks gebied uitgezonderd kan/moet worden van de WBR (Wet Beheer Rijkswaterstaatwerken) en daarmee de BGR (Blad Gemeenschappelijke Regeling), is in het verleden gemaakt op basis van de navolgende criteria: 1. Mate van bebouwing 2. Rivierkundig belang van het gebied 3. Toets op de accommoderen van lange termijn opgave PKB LT en IVM2 Bron: 04 Motivatie begrenzingen Beleidslijn Grote Rivieren en ‘ex- Wet Beheer Rijkswateren’ 21-6-2013 uit WOB Rijkswaterstaat, pagina 6 paragraaf 2.2 Uitzonderingsgebieden (ex-WBR art. 2A) Mate van bebouwing: Uit de WOB-documenten blijkt dat voor de mate van bebouwing het volgende criterium gehanteerd wordt: “Voor het uitzonderen van ex-WBR/BGR komen alleen gebieden in aanmerking die een aaneengesloten intensieve bebouwing hebben.” Het terrein, exclusief het winkelgebied dat eerder een vergunning in het kader van de verbouwing heeft gekregen, is momenteel slechts voor een klein gedeelte bebouwd met losse gebouwen. Hierbij gaat het over twee bedrijfswoningen, een (klein) kantoor, de oude scheepsloods en twee tijdelijke nieuwere loodsen. De bebouwing neemt ongeveer een derde van het oppervlak van het gebied in. Verder dient het als opslag van containers die weg zullen spoelen in geval van een hoogwater crisissituatie.

Hiermee voldoet het terrein niet aan het criterium ‘aaneengesloten intensieve bebouwing’ dat door het ministerie gesteld is. Rivierkundig belang van het gebied

18 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel Uit de WOB-aanvraag blijkt komt de volgende tekst naar voren waarin aangegeven is welke criteria gehanteerd worden voor het toetsen van het rivierkundig belang van het gebied: Volgend uit toelichting op het Waterbesluit: 1. Hooggelegen of hoogwatervrij vergund of achter hoge kade (d.w.z. dat vrijstelling geen gevolgen heeft voor de actuele hoogwaterveiligheid); 2. Dichtbebouwd; Volgend uit toets op feitelijke belemmering (Bgr art 7): 3. Niet gelegen in gebied waar toekomstige rivierverruiming is voorzien; 4. Afgraven van het terrein levert geen significante, kosteneffectieve bijdrage aan rivierverruiming (vanwege de ligging of staat van het terrein); Overige criteria: 5. Enige omvang (geen losse woningen of individuele bedrijven); 6. Gelegen aan rand stroomvoerend regime (geen eilandjes in het stroomvoerende deel van het rivierbed); 7. Niet gelegen in nabijheid van hydraulisch knelpunt of splitsingspunt. Volgend uit RWS belang: 8. Geen significante vermindering van het ecologisch relevant areaal (KRW); 9. Geen nautische belemmeringen (Scheepvaart); Bron: Memo Actualisatie vergunningsvrije gebieden (WB 6.16) van Rijkswaterstaat (Ministerie Infrastructuur en Milieu) van 27 januari 2017.

In de WOB-documenten is nergens aangegeven hoe de beoordeling op deze criteria voor de onderzochte gebieden uitgewerkt zijn, waardoor het vrijgeven van dit gebied van vergunning voor de Waterwet niet toetsbaar is. Een ernstige omissie. In het vorige punt (‘mate van bebouwing’) is reeds aangegeven dat criterium 2 niet voldoet. Er is immers sprake van een extensief bebouwd terrein. Veel belangrijker is echter criterium 7 aangezien dit rechtstreeks invloed heeft op de veiligheid van de waterkeringen en daarmee van de bevolking. En eveneens op twee essentiële kunstwerken, de ir. Hupkesbrug (spoorbrug) en de Martinus Nijhofbrug (brug in de rijksweg A2) over de Waal. In een mondelinge toelichting (conference call met Paul Burgers (vereniging Vestingstad), Adriaan van Nooten (RWS Oost Nederland) en Menno Oerlemans (vereniging Vestingstad) op 14 juli 2020) geeft Rijkswaterstaat aan dat er twee bottlenecks in de bovenstroom van de Waal zijn die de doorstroming bepalen. Dit zijn Zaltbommel en Nijmegen. In een mail van Rijkswaterstaat (1 september 2020 van 08008002@rws.nl Onderwerp: Uw vraag aan Rijkswaterstaat 200825-000305) die we reeds in de zienswijze ten aanzien van het concept bestemmingsplan hebben opgevoerd, bevestigt Rijkswaterstaat dit: “De rivier is inderdaad plaatselijk smal en te beschouwen als een bottleneck.

Ruimte om de rivier te verbreden is er echter niet aan de zuidzijde, waar de oude stadskern van Zaltbommel ligt en in de (stroom)schaduw daarvan de Buitenstad.” Dit betekent dat er niet voldaan wordt aan Criterium 2 en 7. Toets op de accommoderen van lange termijn opgave PKB LT en IVM2 19 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel Bij dit criterium gaat het over: “Middels dit criterium wordt beoordeeld of verwijdering of aanpassing van het gebied een substantiële bijdrage in waterstandsdaling op zal leveren. Een gebied kan bijvoorbeeld in de huidige situatie niet op een riviertraject liggen waar in de toekomst meer ruimte moet komen om LT afvoer in jaar 2100 van 4600 m3/s voor de Maas en 18.000 m3/s voor te kunnen laten passeren.” Een belangrijk criterium hierbij is “Stroomluw gelegen gedeelten: gedeelten die achter obstakels (die ook in de toekomst niet worden weggehaald) in de rivier zijn gelegen en niet of nauwelijks meedoen in de afvoer van water.” Dit is in de huidige situatie het geval, waarbij het knelpunt 50 meter voor de haveningang aan de noordkant van het bestemmingsplan gebied ligt. Conclusie: Er wordt niet voldaan aan de criteria die door de overheid zelf zijn gesteld aan het vrijgeven van dit gebied, doordat het niet om een dichtbebouwd gebied gaat en omdat het vlak bij een hydraulisch knelpunt ligt. Aangezien er tevens op geen enkele wijze ingegaan wordt op de argumentatie, en dit ook aan de Tweede Kamer niet onderbouwd wordt, moet helaas geconcludeerd worden dat dit besluit niet controleerbaar noch toetsbaar is en daarmee had deze vrijstelling voor de vergunning voor de Waterwet niet verleend mogen worden.

Gebruik gebied in relatie tot vergunning De vrijstelling van de vergunning voor de Waterwet is gegeven op basis van het feit dat dit terrein een industrieterrein is. In het plangebied vinden bedrijfsactiviteiten plaats en staan twee (voormalige) bedrijfswoningen. Voor het hebben van een bedrijfsactiviteit in het rivierbed, is een ontheffing verleend door de minister. Een watervergunning gebaseerd op de Waterwet. Kenmerkend voor zo’n vergunning is dat deze per definitie tijdelijk is en gebonden aan het gebruik waarvoor die is aangevraagd. Wijziging van gebruik of bestemming neemt de grondslag voor een tijdelijke vergunning dus altijd weg. Immers, de vergunning wordt verleend op de gronden waarvoor de vergunning is aangevraagd. Een wijziging in gebruik (bestemming) in de reden waarvoor een vergunning wordt aangevraagd, vraagt altijd om een nieuwe overweging. Deze nieuwe overweging gerelateerd aan de nieuwe bestemming van het plangebied is niet aanwezig in de toelichting op het bestemmingsplan Buitenstad. Toepassing normenkader bouwen in rivierbed Hiervoor is betoogd dat niet is voldaan aan de criteria voor het geven van de vrijstelling van de vergunning. Tevens is betoogd dat er een onjuist normenkader is gehanteerd bij het toepassen van de laddertoets.

Door het enkele feit dat het gebied in het rivierbed ligt, blijft het van belang om de normen voor vrijstelling op het nieuwe bestemmingsplan te toetsen. Dit geldt in bijzonder voor de criteria die volgen uit het rivierkundig belang van het gebied. Hier treden als gevolg van de invulling van het plan nieuwe feiten op: -

Verplaatsing en vernauwing bottleneck afvoer door de Waal 20 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel -

Wijziging stromingspatroon als gevolg van verplaatsing bottleneck

Verplaatsing en vernauwing bottleneck afvoer door de Waal In de afgelopen periode hebben wij veelvuldig contact gehad met de rivierwetenschapper prof. Kleinhans van de Universiteit van Utrecht* en een van zijn wetenschappelijk medewerkers Menno Straatsma. De laatste heeft enkele wetenschappelijke publicaties geschreven waarin de Waal (tussen de Duitse grens en Gorinchem) als uitgangspunt genomen is. In de bijlage is een samenvatting van deze studies opgenomen met daarbij aanvullingen ten aanzien van de lokale situatie. Daardoor waren zij al goed op de hoogte van dit gebied, al hebben ze minder kennis over de lokale situatie. *prof. dr. Maarten Kleinhans: Hoogleraar Process-sedimentology of river dominated systems vanaf 1 juni 2014, Hoogleraar Biogeomorphology of rivers and estuaries vanaf 2 juli 2019

Volgens professor Kleinhans (en trouwens ook Rijkswaterstaat) zijn er twee belangrijke effecten waar je rekening mee moet houden. 1. Het eerste effect volgens de professor: “De eerste is domweg ruimte, doorstroomoppervlak. We hebben de dijken krap op de rivier liggen en dat water gaat niet veel meer dan tweemaal zo hard stromen, dus als er tienmaal zoveel komt als bij het gemiddelde debiet, gaat de waterstand dus omhoog. Dijkverlegging zou verreweg het beste zijn maar dat is vooralsnog onbespreekbaar in Nederland.” 2. Het tweede effect: “Het tweede is bovenstroomse opstuwing. De rivier keldert niet slechts van de bergen naar beneden naar de zee, maar is ook opgehangen aan het zeeoppervlak en de helling naar zee wordt geleidelijk steeds flauwer. Ook een gedeeltelijke obstructie, of bodemwrijving, zorgt voor opstuwing. Het mooiste voorbeeld is de oude spoorbrug bij Nijmegen, die het water tientallen kilometers stroomopwaarts opstuwt tijdens hoogwater. Daarom, en vanwege de tamelijk assertieve houding van de locals, moest er zo’n verschrikkelijk grote en dure ingreep bij Lent gemaakt worden zodat het water er langs kan. Dat verlaagt zowel lokaal als bovenstrooms de waterstanden.” Het eerste effect dat professor Kleinhans beschrijft is de ruimte waar water opgeslagen kan worden.

De Buitenstad gaat door de hogere sokkel en het veel grotere bouwvolume opslagcapaciteit uit het rivierbed wegnemen. Dit is op het totale watervolume echter slechts een zeer klein effect. Daarom is vrijstelling aangevraagd om binnen het bestemmingsplan Buitenstad geen compensatie te hoeven te realiseren. Blijft natuurlijk wel dat het probleem niet weg is. Ten aanzien van het tweede probleem ligt het anders. Naast Nijmegen is Zaltbommel een flessenhals in de rivier (dit is ook bevestigd door RWS). Dit wordt ook bevestigd door de onderzoeken van Deltares* en Straatsma** en ook door de grafiek in het bestemmingsplan Buitenstad.

21 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

Een flessenhals bepaalt de hoogte van het water stroomopwaarts en daarmee de hoogte van dijken en andere veiligheidsmaatregelen. *Deltares: Morfologische Pakketsom Waal; Morfologische effecten Ruimte-voor-deRiviermaatregelen 1208454-000-ZWS-0003, 24 november 2014, definitief, pag. 40 **Artikel Menno Straatsma en prof. Dr. Maarten Kleinhans: Flood hazard reduction from automatically applied landscaping measures in RiverScape, a Python package coupled to a two-dimensional flow model in Environmental Modelling & Software, Volume 101, March 2018, Pages 102-116

Bij het hoogste waterpeil is de breedte van de flessenhals de minimale (kleinste) afstand tussen de tegenover elkaar liggende dijken; in ons geval de afstand tussen de dijk van Tuil en Zaltbommel. De flessenhals ligt nu precies ter hoogte van het leugenbankje aan de Waalkade (noordelijke doorsteekpunt Waalkade – Veerweg). Metingen op basis van Google maps tonen dat deze afstand 787 meter bedraagt. In de nieuwe situatie verplaatst dit punt zich stroomafwaarts naar de hoek van het gebouw aan de oostzijde van het plangebied, waar vanaf de afstand tot de dijk van Tuil ongeveer 772 meter bedraagt. Zelfs als je de straten en doorgangen door het nieuwe plan Buitenstad meetelt, wordt dit dus de nieuwe, smallere flessenhals, die daarmee leidend wordt voor de veiligheidsmaatregelen voor het gebied stroomopwaarts tot aan Nijmegen.

22 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

Nieuwe situatie bestemmingsplan

Oude situatie knelpunt leugenbank

Google Maps metingen tonen dat het bestemmingsplan Buitenstad de bottleneck Zaltbommel zo’n 15 tot 30 meter versmallen. Daarmee wordt dit plan bepalend voor de waterveiligheid van het gebied langs de Waal tot aan Nijmegen. De effecten van deze vernauwing zijn niet meegenomen in bijlage 7 Watertoets. Ter illustratie, deze discussie is niet nieuw. In de onderstaande kaart uit 1865 wordt aangegeven dat de Waaldijken aan de overkant van de buitenstad en bij Gameren verlegd moeten worden om het knelpunt bij Zaltbommel te verminderen. Dit vond plaats in het kader van de aanleg van de eerste spoorbrug, na de overstroming van onder meer de Bommelerwaard door ijsstuwing bij deze flessenhals in 1861.

Deze discussie is sindsdien meerdere keren gevoerd. De gemeente had kunnen weten dat dit een belangrijk criterium is. Hoewel ze herhaaldelijk hierop gewezen is, heeft ze nagelaten dit te onderzoeken. Wijziging stromingspatroon als gevolg van verplaatsing flessenhals

23 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel Zoals hiervoor aangetoond wordt de bottleneck in de Waal verplaatst van de huidige flessenhals ten oosten van de haven naar een nieuwe positie in het bestemmingsplan Buitenstad ten westen van de haven. Het gevolg is dat de havenmond (vanuit de stroomrichting gezien) voor de bottleneck komt te liggen. Hierdoor verandert het patroon in de afvoer, waardoor de haven een ander stromingspatroon krijgt, dat bovendien versterkt wordt omdat het zich aan het begin van de opstuwing voordoet. Doordat de gevolgen van het verplaatsen van de flessenhals niet onderzocht zijn, is ook geen onderzoek gedaan naar de gevolgen ervan voor de muren van de oude vestingstad. Als illustratie van deze gevolgen mag dienen het feit dat onlangs een klein deel van de muur bij de ingang van de haven parkeervrij is gemaakt, tot deze verstevigd en gerestaureerd is. De gevolgen van de verplaatsing van de bottleneck zijn niet onderzocht en daarmee worden potentieel de woningen aan de Waalkade en op het bolwerk de Kat in gevaar gebracht. Watertoets – bijlage 7 De gemeente heeft op basis van de bestaande situatie (flessenhals vóór de verplaatsing) een berekening uit laten voeren in de Watertoets (bijlage 7). Het probleem hierbij is dat de inzichten ten aanzien van klimaatcrisis en de gevolgen voor de rivier snel veranderen. Als illustratie hiervan: -

Het probleem van Waterveiligheid van het gebied zelf, maar ook van de bovenstroomse gebieden, wordt versterkt door de recent uitgekomen klimaatrapporten. Zo zegt de Deltacommissaris Peter Glas in zijn briefadvies “Woningbouw en klimaatadaptie (Spoor 2)” dd. 6 december 2021 “Klimaatverandering zal leiden tot hogere pieken in rivierafvoeren en een stijging van de zeespiegel, wat ook weer zal leiden tot hogere waterstanden op rivieren en meren door opstuwing en belemmering in de vrije afvoer van rivierwater naar zee. Dit verhoogt onherroepelijk de potentiële kwetsbaarheid van ons land, met tevens een verhoogd risico op overstromingen. Ook constateer ik dat de bouw van woningen wordt voorzien op locaties die nu al kwetsbaar zijn voor wateroverlast, hitte, droogte en bodemdaling. Door klimaatverandering zal deze kwetsbaarheid toenemen. Echter, we zien nu al weersextremen die op basis van de modellen nog niet werden verwacht.” (pagina 2). - Ook het planbureau voor de leefomgeving zegt in zijn onlangs uitgekomen planmonitor NOVI 2021 (december jl.) “Deze relatief kleine ontwikkelingen kunnen soms een groot effect hebben op de kwetsbare waarden.

Te denken valt aan ecologische relaties die verbroken kunnen worden tussen Natura 2000/Natuurnetwerk Nederland-gebieden, of aan insnoering van de uiterwaarden die een toekomstige grotere rivierafvoer in de weg kan staan.” Dit laatste is het geval binnen het plangebied. Deze jongste inzichten zijn kennelijk niet meegenomen zijn in de berekening van de Watertoets. Echter in de watertoets is wel een aantal verouderde uitgangspunten gehanteerd: Uit de bovengenoemde recente artikelen en rapporten is een aantal ontwikkelingen, waar de wetenschap het over eens, komt dit naar voren: • De verwachte instroom van water bij Lobith ten gevolge van verhevigde regenvalsituaties neemt toe van 16.000 naar 18.000 m3 per seconde. Hetgeen afhankelijk is van de manier van ingrijpen en leidt tot een verhoging van het water bij Zaltbommel (maximaal 1 meter). Dit nieuwe uitgangspunt wordt reeds gehanteerd door Rijkswaterstaat bij het herinrichten van de rivierdijken (bijv. momenteel bij Tiel). 24 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel •

Diverse actuele rapporten gaan uit van een zeespiegelstijging van 1,8 tot 2 meter in de komende 125 jaren, hetgeen leidt tot een stijging bij Zaltbommel van potentieel 1 tot 1,7 meter (85% van 2 meter). Door de tijdslijn op maximaal 50 jaar (zie pagina 16 van bijlage 7 Watertoets) te leggen wordt de stijging van de zeespiegel niet meegenomen. Het effect van de in het bestemmingsplan Buitenstad gebruikte verouderde aannames is dat er geen rekening wordt gehouden met veel hogere waterstanden. Zo kan het gelijktijdig voorkomen van hoge zeewaterstanden en grote rivierafvoeren het mogelijk maken dat er opslingereffecten zijn(*), die groter zijn dan de som van de delen > (1+1,7 =) 2,7 meter (*niet lineair: Rapport Deltares: 5.4.3 Coïncidentie hoge zeewaterstanden en grote rivierafvoeren). Hiermee is de onderliggende berekening inhoudelijk onjuist en negeert de gemeente kennelijk bewust de inzichten uit wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen 20 jaar. Veiligheid bewoners – in relatie tot waterveiligheid De oorspronkelijke norm die de gemeente hanteerde voor het overstromingsgevaar is 1:1250 jaar. De gemeente heeft vervolgens voor de start van het wateronderzoek deze norm verlaagd naar 1:250 jaar. De rijksoverheid heeft op basis van het potentieel aantal slachtoffers een normering vastgesteld.

Hoe groter de gevolgen, des te kleiner de toelaatbare overstromingskans ofwel hoe strenger de norm. Het beschermingsniveau is uitgedrukt in normspecificaties. Deze zijn ingedeeld in zes klassen met een kans op een overstroming van 1 op 300 tot 1 op 100.000 jaar (zie normering in Stowa, 2017). De laagste landelijke norm geldt alleen voor dunbevolkte gebieden en is 1:300 jaar. De gemeente heeft zoals eerder aangegeven de norm verlaagd van 1:1250 naar 1:250, voor dit straks dichtbevolkte gebied. Hierdoor heeft de gemeente gekozen voor een norm die onder de laagste landelijke norm ligt. Ten aanzien van deze verlaging heeft de gemeente geen argumentatie gegeven. Deze lagere norm (1:250 jaar) is gebruikt voor het berekenen van ontsnappingsroutes voor bewoners. De gemeente heeft hierdoor bewust gebruik gemaakt van een te lage norm. Dit komt boven op de eerdere constatering dat de gemeente bewust uit gegaan is van verouderde gegevens ten aanzien van de berekening en het niet beoordelen van de veranderde situatie als gevolg van het verleggen van de flessenhals en het daarmee verleggen van de stroom (door de haven en de nieuwe woonwijk). Hiermee moet helaas geconcludeerd worden dat de gemeente niet voldoet aan het voorzorgsprincipe ten aanzien van de beveiliging van haar toekomstige bewoners binnen dit bestemmingsplan.

Gezien de te lage risico-inschatting (laag debiet, versmalling Waalbedding en lagere norm 1:250) is de vraag of de gemeente meerdere overstromingen in enkele jaren financieel kan dragen zonder dit op haar burgers te verhalen. In het plan zijn nergens garanties opgenomen dat de financiële schade als gevolg van overstromingen voor de bewoners van het plangebied zijn en niet uit de algemene middelen (dus door alle burgers) moeten worden betaald aangezien voor zover wij hebben kunnen zien, hier geen reserveringen in de begroting opgenomen zijn. Conclusie: de gemeente heeft onjuiste normen gehanteerd bij de waterveiligheid, zich geen rekenschap gegeven van de verplaatsing van de flessenhals en de gevolgen daarvan voor de haven, de stad en het bovenstroomse gebied, en er wordt niet aan enkele essentiële criteria voldaan om vrijstelling te krijgen van de vergunning voor de Waterwet. 25 Leoniusplantsoen 1 | 5301 GT Zaltbommel kvk 693888644

Vereniging Vestingstad Zaltbommel

VII: Gelders Natuurnetwerk [Natuurtoets bijlage 13 Bestemmingsplan Buitenstad] [Aanvullend onderzoek beschermde soorten bijlage 14 Bestemmingsplan Buitenstad] [Stikstofdepositie bijlage 15 Bestemmingsplan Buitenstad] Verbindingszone De Natura 2000 gebieden worden aan elkaar geweven door het Gelders Natuur Netwerk. Tot de verbindingszone behoort ook de zuidoever van de Waal. Deze zuidoever zal in Zaltbommel echter worden onderbroken door de Buitenstad. Bij Zaltbommel bestaat de oever uit twee delen: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11272242/1