CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

01-Poederoijen, Egter van Wissekerkeweg 14 toelichting-VS

Raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Poederoijen12.879 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan Poederoijen, naast Egert van Wissekerkeweg 14 Plannaam: Poederoijen, naast Egert van Wissekerkeweg 14 Datum: 19 januari 2022 Versie: 2 Status: Vastgesteld Imro-code : NL.IMRO.0297.BGBBP20220017-VS01

1

Inhoud HOOFDSTUK 1: AANLEIDING ............................................................................................................... 4 1.1.

Omschrijving aanleiding .......................................................................................................... 4

1.2.

Omschrijving plangrens / ligging plangebied .......................................................................... 4

1.3.

Geldend inpassingsplan .......................................................................................................... 5

HOOFDSTUK 2: BELEIDSKADER ......................................................................................................... 6 2.1 Rijksbeleid ..................................................................................................................................... 6 2.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................................................................. 6 2.1.2. Besluit ruimtelijke ordening .................................................................................................... 6 2.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Beleidslijn Grote Rivieren). ........................... 7 2.2 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 8 2.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland .......................................................................................... 8 2.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 11 2.4.1. Structuurvisie Buitengebied ................................................................................................. 11 2.4.2 Omgevingsvisie Bommelerwaard ......................................................................................... 12 2.4.2.

Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019 .................................... 12 HOOFDSTUK 3: RUIMTELIJKE INPASSING ...................................................................................... 20 3.1 Bestaande situatie ....................................................................................................................... 20 3.2 Uitgangspunten (stedenbouw en landschap) .............................................................................. 20 HOOFDSTUK 4: HAALBAARHEID ....................................................................................................... 23 4.1 Archeologie en cultuurhistorie ..................................................................................................... 23 4.1.1. Archeologie .......................................................................................................................... 23 4.1.2. Cultuurhistorie ...................................................................................................................... 24 4.2 Milieu ........................................................................................................................................... 26 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering ..................................................................................................

26 4.2.2 Geur ...................................................................................................................................... 27 4.2.4 Geluid verkeer....................................................................................................................... 27 4.2.5 Bodem ................................................................................................................................... 28 4.2.6 Externe Veiligheid ................................................................................................................. 29 4.2.7 Luchtkwaliteit ........................................................................................................................ 29 4.2.8 Besluit milieueffectrapportage .............................................................................................. 30 4.3 Wet Natuurbescherming .............................................................................................................. 31 4.4. Niet-gesprongen Conventionele Explosieven ............................................................................ 32 4.5 Water en riolering ........................................................................................................................

33 4.6 Leidingen ..................................................................................................................................... 35 4.7 Duurzaamheid ............................................................................................................................. 35 HOOFDSTUK 5: JURIDISCHE VORMGEVING ................................................................................... 37

2

5.1 Algemeen .................................................................................................................................... 37 5.2 Opzet ........................................................................................................................................... 37 HOOFDSTUK 6: UITVOERBAARHEID ................................................................................................ 39 6.1 Economisch ................................................................................................................................. 39 6.2 Maatschappelijk ........................................................................................................................... 39

3

HOOFDSTUK 1: AANLEIDING

1.1. Omschrijving aanleiding Het voornemen bestaat om drie permante appartementsgebouwen naast de bestaande woning op Egter van Wissekerkeweg 14 in Poederoijen te realiseren waarin totaal 48 internationale werknemers van Kwekerij Waalzicht B.V. of daaraan gelieerde bedrijven worden gehuisvest. Deze huisvesting gaat plaatsvinden in 3 vrijstaande gebouwen aan de voorzijde van het glastuinbouwbedrijf. De huidige woning op Egter van Wissekerkeweg 14 blijf in gebruik als burgerwoning. De voorgenomen ontwikkeling is op onderstaande afbeelding in hoofdlijnen weergegeven.

Ontwikkeling op hoofdlijnen

1.2. Omschrijving plangrens / ligging plangebied De locatie ligt naast de Egter van Wissekerkeweg 14 in Poederoijen. Het plangebied bestaat uit gedeelten van de percelen kadastraal bekend als gemeente Brakel, sectie N, nummers 125 en 1545. Het projectgebied heeft een omvang van ruim 4.500 m2. Het projectgebied ligt in het buitengebied, ten noorden van het dorp Poederoijen. In dit gebied bevinden zich meerdere glastuinbouwbedrijven.

4

Ligging locatie

1.3. Geldend inpassingsplan Het perceel naast de Egter van Wissekerkeweg 14 in Poederoijen is gelegen in het provinciaal inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard (hierna PIP). De gronden zijn hierin bestemd tot ‘Agrarisch-Tuinbouw’. De beoogde ontwikkeling is zowel qua bouw- als gebruiksmogelijkheden in strijd met het PIP.

Uitsnede inpassingsplan

Voorliggend bestemmingsplan maakt de voorgenomen ontwikkeling van de huisvesting voor internationale werknemers naast Egert van Wissekerkseweg 14 te Poederoijen juridisch-planologisch mogelijk.

5

HOOFDSTUK 2: BELEIDSKADER 2.1 Rijksbeleid 2.1.1. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. De SVIR biedt een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en het mobiliteitsbeleid op rijksniveau. Het Rijk schetst in de SVIR zijn ambities voor 2040 om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. Deze ambities zijn in de SVIR als volgt vertaald in (rijks)doelen, -belangen en -opgaven voor de middellange termijn tot 2028: o Het vergroten van de concurrentiekracht door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; o Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; o Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Het Rijk verplaatst in de SVIR bevoegdheden op het gebied van ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid naar de provincie en de gemeenten, bijvoorbeeld voor wat betreft verstedelijking, landschap en natuur. In de SVIR is vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. De gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering passend binnen provinciale kaders.

Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningprogramma's. In de SVIR geeft het Rijk aan dat provincies en gemeenten beter op de hoogte zijn van de situatie op regionaal niveau evenals de behoeften van bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Daardoor zijn zij beter in staat om regionale beleidsafwegingen te maken. Planspecifiek De ontwikkeling naast Egter van Wissekerkeweg 14 in Poederoijen betreft het realiseren van huisvestingsvoorzieningen voor 48 internationale werknemers van Kwekerij Waalzicht b.v. Met deze ontwikkeling zijn geen rijksbelangen in het geding. Conclusie Het initiatief heeft geen betrekking op één van de rijksbelangen die zijn opgenomen in de SVIR. Het initiatief past dan ook binnen de beleidskader van de SVIR. 2.1.2. Besluit ruimtelijke ordening Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten genomen waarmee dat mogelijk is. Het gaat hier om het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie afzonderlijke paragraaf) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Rijk stelt in het Bro de juridische kaders aan processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij overheden met als doel een goed systeem van ruimtelijke ordening.

In artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro staat dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving moet bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’:

6

Een onderzoek naar de behoefte, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan gaat over de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Planspecifiek De regels van het Bro hebben wel betrekking op het initiatief, omdat gaat het om een stedelijke ontwikkeling. Derhalve dient onderbouwd te worden dat aan de voorgenomen huisvesting behoefte is. Tevens dient onderbouwd te worden dat deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen. Volgens het notitie Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019 (wijziging 10 juni 2021) gaat een globale inventarisatie van Regio Rivierenland van 30 november 2018 ervan uit dat in de regio ongeveer 15.000 internationale werknemers wonen (waarvan rond de 7% in de gemeente Zaltbommel). Het aantal arbeidsmigranten in de regio kan de komende jaren groeien tot 25.000. Dat komt door de groeiende economie en de extra bedrijven die zich in de regio vestigen. De aanwezigheid van internationale werknemers in de gemeente Zaltbommel is blijvend.

Werkgevers hebben internationale werknemers nodig voor werkzaamheden waarvoor hier de capaciteit ontbreekt. De gemeente verwacht dat het aantal internationale werknemers toeneemt. Dat is het gevolg van een verdere uitbreiding en schaalvergroting in de tuinbouwsector (in 2018 nieuwvestiging van een grote aardbeienkwekerij in Zuilichem), de omschakeling naar arbeidsintensieve teelten (klein- en zachtfruit zoals aardbeien) en de vestiging van enkele distributiebedrijven op de bedrijventerreinen ten oosten van Zaltbommel. Uit één en ander blijkt dat er behoefte is aan de voorzieningen voor de huisvesting van internationale werknemers. Het beleid van de gemeente Zaltbommel voor wat betreft de huisvesting van internationale werknemers ligt de nadruk op het realiseren van jaarrond huisvesting op het eigen terrein van de werkgever en het geconcentreerd huisvesten op een beperkte schaal. Door middel van het faciliteren van jaarrond huisvesting op het eigen terrein van de werkgever verwacht de gemeente Zaltbommel dat de druk op woonwijken in met name de dorpen vermindert. Het realiseren van arbeidsmigranten in bestaand stedelijk gebied is niet wenselijk.

Conclusie Het initiatief past binnen de regels van het Bro, omdat uit het voorgaande dat er behoefte is aan huisvestingsvoorzieningen voor internationale werknemers en dat het niet wenselijk is om dergelijke voorzieningen in bestaand stedelijk gebied te realiseren. 2.1.3. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Beleidslijn Grote Rivieren). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft het Rijk de juridische kaders die nodig zijn voor het beleidsmatig borgen van het ruimtelijk rijksbeleid. Het Rijk heeft het Barro vastgesteld op 22 augustus 2011. De meest recente wijziging heeft op 18 mei 2016 plaatsgevonden. Het Rijk heeft in het Barro opgenomen: 1. Project Mainportontwikkeling Rotterdam 2. Kustfundament 3. Grote Rivieren 4. Waddenzee en waddengebied 5. Defensie 6. Erfgoederen van uitzonderlijke waarde 7. Rijksvaarwegen 8. Hoofdwegen en landelijke spoorwegen 9. Natuurnetwerk Nederland 7

10. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament 11. IJsselmeergebied 12. Elektriciteitsvoorziening 13. Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Voor de gemeente Zaltbommel is binnen het Barro het rijksbeleid voor Grote Rivieren van belang. Dit beleid is uiteengezet in de Beleidslijn Grote Rivieren. Deze Beleidslijn omvat het gehele kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid, vanuit rivierkundig en ruimtelijk oogpunt, van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. De Beleidslijn is van toepassing op onder andere het stroomgebied van de Waal. In de Beleidslijn wordt een onderscheid gemaakt in een stroomvoerend regime en een bergend regime. De onderdelen natuurnetwerk en erfgoederen van uitzonderlijke waarden worden, indien van toepassing, bij het provinciale beleid verder toegelicht. Een stroomvoerend regime geldt voor delen van het rivierbed waar, op grond van rivierkundige overwegingen, specifiek omschreven riviergebonden activiteiten zijn toegestaan. Riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld waterstaatkundige werken, de uitbreiding van steenfabrieken en de realisatie van natuur. Niet-riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld woningbouwontwikkeling en de realisatie van niet-watergebonden bedrijventerreinen. Niet-riviergebonden activiteiten zijn niet toegestaan.

Uitzonderingen zijn alleen toegestaan in situaties waarin sprake is van een groot openbaar belang en de activiteit niet buiten het rivierbed gerealiseerd kan worden, een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijvigheid, functieverandering binnen bestaande bebouwing en per saldo meer ruimte voor de rivier. Binnen de gemeente Zaltbommel vallen het Munnikenland (inclusief Slot Loevestein) ten westen van de Nieuwe Dijk, de Waal en de uiterwaarden langs de Waal onder het stroomvoerend regime. Een bergend regime geldt voor delen van het rivierbed waar alle activiteiten zijn toegestaan als voldaan wordt aan de gestelde rivierkundige voorwaarden. De Afgedamde Maas inclusief uiterwaarden en het buitendijks gelegen deel van Eiland Nederhemert vallen onder het bergend regime. Ten westen van de kern Brakel is een ruimtelijke reservering opgenomen. Deze reservering heeft als doel te zorgen dat op deze locatie in de toekomst rivier verruimende maatregelen mogelijk te maken. In dit gebied moeten nieuwe grootschalige en kapitaalintensieve ontwikkelingen afgestemd worden op de toekomstige rivierverruimingsmaatregelen. Het bestaand gebruik mag worden voortgezet. De reservering bij Brakel is bedoeld om de toekomst een dijkteruglegging mogelijk te maken.

Planspecifiek De regels uit het Barro hebben geen betrekking op het initiatief, omdat de locatie naast Egert van Wissekerkeweg 14 in Poederoijen niet ligt in het gebied waarop de Beleidslijn Grote Rivieren van toepassing is. Conclusie Het initiatief past binnen de regels van het Barro. 2.2 Provinciaal beleid 2.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. 8

Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede.

De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en dragen duurzaam bij.

• Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen 9

en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuweontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Planspecifiek Het initiatief heeft geen betrekking op één van de provinciale belangen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de omgevingsvisie. 2.2.2.

Omgevingsverordening Vanaf 1 februari 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. De regels in de Omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Planspecifiek Sinds februari 2022 is in artikel 2.65b een regel is opgenomen in de Omgevingsverordening ten aanzien van duurzaamheid. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling dient in de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen worden opgenomen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt.

Aspecten die aan de orde komen zijn in ieder geval waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Paragraaf 4.7 van deze toelichting gaat nader in de maatregelen die in het kader van duurzaamheid die in verband met de voorgenomen ontwikkeling worden getroffen. De regels uit de Omgevingsverordening verzetten zich niet tegen het initiatief. Conclusie Het initiatief past binnen de regels van de Omgevingsverordening. 2.2.3 Provinciaal inpassingsplan

10

In 2015 hebben Provinciale Staten van Gelderland het provinciaal inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard vastgesteld”. Het inpassingsplan is de juridisch-planologische vertaling van de 'Samenwerkingsovereenkomst herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard' (SOK). In deze SOK staan afspraken over het toekomstperspectief van de tuinbouwsector, mede uitgaande van het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid in de Bommelerwaard. Het inpassingsplan vertaalt deze afspraken over de herstructurering van de glastuinbouw en paddenstoelenteelt in de Bommelerwaard in een planologische regeling voor de herstructureringsgebieden. De locatie aan de Egert van Wissekerkeweg ligt volgens het PIP een intensiveringsgebied. In intensiveringsgebieden is het hoofddoel het intensiveren en herstructureren van de tuinbouw. In de intensiveringsgebieden is nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven mogelijk. Het verbeteren van de uitbreidingsmogelijkheden van bestaande bedrijven en het creëren van nieuwvestigingslocaties wordt gestimuleerd. Met de realisatie van huisvesting voor internationale werknemers wordt een bijdrage geleverd aan de beleidsdoelstellingen die met het PIP worden nagestreefd. De huisvesting leidt immers tot een verbetering van de bedrijfsvoering van het glastuinbouwbedrijf.

Tevens leidt de beoogde huisvestingsvoorziening niet tot belemmeringen voor omliggende glastuinbouwbedrijf. De locatie van de huisvesting aan de Eger van Wissekerkeweg ligt namelijk aan grens van het intensiveringsgebied, tegen de bebouwde kom van het dorp Poederoijen aan. Daarmee ontstaat met de huisvestingsvoorziening een passende ruimtelijke overgang van de dorpsbebouwing naar het intensiveringsgebied. 2.4 Gemeentelijk beleid 2.4.1. Structuurvisie Buitengebied De gemeenteraad heeft op 15 maart 2012 de structuurvisie "Buitengebied" vastgesteld. Het plangebied van de structuurvisie bestaat uit het binnendijks en buitendijks gelegen buitengebied met uitzondering van de uiterwaarden langs de Waal. De structuurvisie geeft op hoofdlijnen het ontwikkelingskader weer voor de beleidsthema's land- en tuinbouw, niet-agrarische bedrijvigheid, functieverandering (hergebruiksmogelijkheden van agrarische bedrijvigheid), nevenactiviteiten bij agrarisch bedrijvigheid, land- en waterrecreatie, natuur en landschap. Het buitengebied onderscheidt zich in enkele functionele zones, die verschillen voor wat betreft de landschappelijke kenmerken en het gebruik. Deze verschillen leiden ertoe dat de zones elk andere ontwikkelingsmogelijkheden voor agrarisch en niet-agrarisch gebruik kennen. De structuurvisie is een belangrijk afwegingskader voor nieuwe initiatieven in het buitengebied.

Planspecifiek Voor de glastuinbouwgebieden wordt het beleid gevolgd, zoals vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst herstructurering glastuinbouw en paddenstoelenteelt Bommelerwaard. De samenwerkingsovereenkomst beoogt om in een samenwerkingsverband tussen verschillende publieke partijen het beleid zoals in de overeenkomst vastgelegd uit te voeren. Dat wil zeggen dat de glastuinbouw en paddenstoelenteelt geconcentreerd wordt binnen de aangewezen intensiveringsgebieden. In provinciaal beleid worden deze gebieden, samen met de reserveconcentratiegebieden glastuinbouw, aangeduid als ‘concentratiegebieden glastuinbouw’. In de intensiveringsgebieden behouden de glastuinbouwbedrijven hun toekomstmogelijkheden. Nieuwvestiging en uitbreiding van dergelijke bedrijven is mogelijk. Door middel van herstructurering wordt gestreefd naar een verdere optimalisering van deze gebieden. Voor de herstructurering van de intensiveringsgebieden zijn belangrijke eisen/criteria neergelegd in een Programma van Eisen. Hierbij wordt gedacht aan de schaalgrootte, de functionele inrichting, bereikbaarheid, en op het gebied van landschappelijke inpassing, energie en water. 11

Aangaande de huisvesting van arbeidskrachten heeft de gemeente specifiek beleid opgesteld. Dit wordt behandeld in de volgende paragraaf. 2.4.2 Omgevingsvisie Bommelerwaard Sinds eind 2019 hebben de gemeenten Maasdriel en Zaltbommel samen met inwoners, ondernemers, verenigingen, instellingen en overige partners aan de gezamenlijke omgevingsvisie voor de Bommelerwaard gewerkt. In de visie zijn keuzes gemaakt die invloed hebben op de toekomstige fysieke leefomgeving van iedereen in de Bommelerwaard. Hierbij kan gedacht worden aan keuzes op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, wonen, landbouw, economie, gezondheid en leefbaarheid. Eén en ander heeft geleid tot een ontwerp-omgevingsvisie, die van donderdag 9 december 2021 tot en met 2 februari 2022 ter inzage heeft gelegen. De ontwerpvisie schetst een toekomstbeeld voor de Bommelerwaard, maar laat ook ruimte voor de eigen identiteit van Zaltbommel en Maasdriel. De omgevingsvisie Bommelerwaard richt zich op 13 kernopgaven die vallen onder de volgende thema’s: • Klimaat, duurzaamheid en landschap. • Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie. • Wonen, welzijn en voorzieningen. Milieu, gezondheid en leefbaarheid. Deze 13 kernopgaven2 laten zien waar de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel de komende jaren op willen richten. Dit willen de gemeenten samen doen met onze inwoners, organisaties, de regio en andere partners.

Deze kernopgaven worden integraal benaderd. Dit betekent dat een kernopgave niet op zich staat, maar dat altijd andere opgaven meegenomen moeten worden. Eén van de kernopgaves is de heroriëntatie van de herstructurering van de tuinbouw. In de tuinbouw werken veel internationale werknemers. De tuinders moeten deze mensen gedegen en verantwoord huisvesten, waarbij geen belemmeringen mogen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven, zo stelt de omgevingsvisie. Mochten bedrijven gebruik maken van werknemers met een huisvestingsbehoefte, dan moet bij de vestiging al een plan zijn hoe deze worden gehuisvest. De gemeente Zaltbommel en Maasdriel streven ernaar om het beleid voor de huisvesting van internationale werknemers (arbeidsmigranten) in de Bommelerwaard zo uniform mogelijk te maken. 2.4.2. Beleid huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019 Algemeen In het Bestuursakkoord 2018-2022 staat dat de gemeente Zaltbommel het van belang vindt dat de arbeidsmigranten in een fatsoenlijke woning moeten kunnen wonen. Dit geldt zowel voor degenen die hier jaarrond wonen als voor degenen die hier in een bepaalde periode van het jaar wonen. Of het nu op het terrein van een werkgever is of elders in een plaats is. De gemeenteraad van Zaltbommel stelde op 1 juni 2017 een nieuw ‘beleidskader huisvesting arbeidsmigranten’ vast.

Dit beleid had als centrale doelstelling ‘het creëren van kwalitatief goede huisvesting voor arbeidsmigranten’. Het betrof hierbij zowel tijdelijke als permanente huisvesting voor arbeidsmigranten. Het beleid ‘Huisvesting arbeidsmigranten gemeente Zaltbommel 2019’ is een actualisatie van het in 2017 vastgestelde beleidskader. Het beleid uit 2019 is een aantal malen geactualiseerd om beter aan te sluiten bij de maatschappelijke behoefte. Deze actualisatie heeft geleid tot aanpassing van de hoofdlijn van het beleid waarbij huisvesting in kernen aangevuld met geconcentreerde huisvesting is veranderd in de lijn dat de voorkeur uitgaat naar huisvesting op het terrein van de werkgever, aangevuld met geconcentreerde huisvesting.

12

Het beleid richt zich op de huisvesting van shortstay- en midstay-arbeidsmigranten die op grond van een EU-paspoort of tewerkstellingsvergunning legaal werkzaam zijn in de Bommelerwaard. Het beleid maakt geen onderscheid tussen ‘shortstay’ en ‘midstay’. Er is geen vast omlijnde definitie voor de begrippen ‘shortstay’ en ‘midstay’. De gemeente beschouwt shortstay-arbeidsmigranten als ‘personen die korter dan 4 maanden hier gevestigd zijn’. Als midstay-arbeidsmigranten beschouwt de gemeente de ’personen die 4 maanden tot 3 jaar hier zijn gevestigd, maar zich niet permanent willen vestigen’. In het beleid gaat het om de huisvesting van arbeidsmigranten die hier tijdelijk aanwezig zijn (shortstay of midstay).

De centrale vraag die bepalend is voor de inhoud van het beleid is ‘Hoe zorgen wij ervoor dat bij het faciliteren van het huisvesten van de arbeidsmigranten zowel de leefbaarheid voor onze inwoners als de leefbaarheid voor de arbeidsmigranten gewaarborgd wordt en blijft?’ Deze centrale vraag is uitgewerkt in een aantal inhoudelijke thema’s, te weten: • Omvang en locatie huisvesting arbeidsmigranten • Voorzieningen • Vormgeving • Sociaal-maatschappelijke gevolgen • Samenwerking Toetsing beleidsuitgangspunten Alle locaties waar arbeidsmigranten worden gehuisvest, onafhankelijk van de tijdsduur dat de locatie aanwezig is, dienen aan een aantal algemene beleidsuitgangspunten te voldoen. Deze punten worden hieronder behandelt met per punt een reactie/antwoord aangaande het plan voor Hogeweg 2c. 1. Een aanvaarbare kwaliteit van het woon- en leefklimaat voor de omgeving van de huisvesting van arbeidsmigranten moet zijn gewaarborgd. Daarnaast mogen geen onevenredige belemmeringen ontstaan voor omliggende (agrarische) bedrijven; In hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden behandelt, waarbij het woon- en leefklimaat aan bod komt. 2. Een aanvaardbare kwaliteit van het woon- en leefklimaat (zoals geluid, geur, externe veiligheid etc.) voor de arbeidsmigranten zelf is gewaarborgd.

Hiervoor worden onder meer de milieuhygiënische situatie, de leefbaarheid van de directe woonomgeving en de stedenbouwkundige kwaliteit beoordeeld; In hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden behandeld, waarbij het woon- en leefklimaat aan bod komt. 3. De kwaliteit van de huisvesting dient overeen te komen met de inrichtings- en maatvoeringseisen uit het keurmerk Stichting Normering Flexwonen (SNF), het Agrarisch Keurmerk Flexwonen (AKF) of een gelijkwaardig keurmerk. De voorwaarden uit het betreffende keurmerk gelden als minimumeisen. In afwijking hierop geldt voor de oppervlakte van de leefruimte (gebruiksoppervlak wonen), onafhankelijk van de minimumeisen van het keurmerk, een minimum van 10 m2 per persoon of zoveel meer als het betreffende keurmerk vereist. De verblijfsbieder dient zelf aan te tonen dat hij aan het betreffende keurmerk en de hiervoor beschreven afwijkende eisen aan de omvang van de leefruimte (gebruiksoppervlak wonen) voldoet; Er wordt rekening gehouden met de eisen rondom SNF en wetgeving. Het plan is om 48 mensen te kunnen huisvesten. Voor de oppervlakte van de leefruimte is er de minimumeis van 10 m2 per persoon. Aan deze eis kan worden voldaan.. 4. De verblijfsbieder en/of eigenaar van de huisvestingslocatie zijn verplicht te beschikken over een (verhuurders)vergunning op grond van de APV.

De redenen hiervoor zijn het waarborgen van de leefbaarheid voor de omgeving en het zorgen voor adequaat beheer van de huisvestingslocatie; 13

Een (verhuurders)vergunning wordt aangevraagd. 5. Het verplicht aanwijzen van een beheerder van de huisvestingslocatie. Dit geldt voor alle locaties (ook voor woningen). Voor geconcentreerde huisvesting is aansluiting bij een overkoepelende beheerstichting verplicht. De verantwoordelijkheid ligt bij de aanvrager van het initiatief. De contact- en verblijfsgegevens van de beheerder dienen bij de gemeente Zaltbommel, de Omgevingsdienst Rivierenland en de hulpdiensten bekend te zijn. De beheerder is voor instanties en omwonenden het eerste aanspreekpunt bij vragen en/of overlast; Voor de huisvestingslocatie wordt een beheerder aangewezen. De contact- en verblijfsgegevens zullen bekend gemaakt worden aan de gemeente Zaltbommel, de Omgevingsdienst Rivierenland en de hulpdiensten. 6. Het verplicht registreren van de personen die op een huisvestingslocatie verblijven in een gemeentelijk nachtregister volgens een door de Burgemeester van Zaltbommel vast te stellen model. De verplichting ligt bij de verblijfsbieder. Onder deze verplichting geldt ook het actueel houden van het nachtregister. De internationale werknemers worden geregistreerd in het gemeentelijk nachtregister. 7.

De verblijfsbieder wijst de bewoners op de verplichting om zich in het BRP (Basisregistratie Personen) in te schrijven bij een beoogd verblijf van langer dan 4 maanden in een half jaar (dit hoeft niet aaneengesloten te zijn); De bewoners, internationale werknemers, worden erop gewezen dat ze zich moeten inschrijven in het BRP bij een beoogd verblijf van langer dan 4 maanden in een half jaar. 8. Een werkgever mag niet verplichten dat zijn werknemers gebruik maken van de eventuele huisvesting die de werkgever (op zijn terrein) beschikbaar heeft; Werknemers die op het bedrijf werken worden niet verplicht om gebruik te maken van de geplande huisvestingsvoorziening. 9. Bij beëindiging van de arbeidsrelatie mag de werknemer nog maximaal 4 weken op zijn (tijdelijke) woonadres verblijven. De werknemer krijgt zo voldoende gelegenheid om een vervangende woonruimte te vinden; De werknemer, zal bij beëindiging van de arbeidsrelatie, de mogelijkheid worden geboden om nog maximaal 4 weken op het woonadres te verblijven. 10. De huisvestingsvoorziening dient vrij toegankelijk te zijn vanaf de openbare weg (bijvoorbeeld zonder hek met sloten en/of codes). Dit is onder meer van belang voor de bereikbaarheid voor hulpdiensten; De huisvestingsvoorziening is vrij toegankelijk vanaf de Egert Wissekerkeweg. Er wordt geen toegangshek geplaatst. 11.

De huisvesting van gezinnen met kinderen en/of minderjarige personen is niet toegestaan. Dergelijke huisvesting is naar aard en inrichting niet geschikt voor gezinnen met kinderen; In de huisvestingslocatie worden geen gezinnen met kinderen en/of minderjarigen toegestaan.

14

12. Er is voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein beschikbaar. De richtlijn hierbij is minimaal 0,5 parkeerplaats per persoon. Het college van B&W heeft de mogelijkheid om van deze richtlijn af te wijken als de initiatiefnemer kan aantonen dat het parkeerbehoefte van het initiatief afwijkt van de richtlijn en/of dat op een andere manier in de vervoerbehoefte wordt voorzien.

Parkeerplaatsen

De gemeentelijke richtlijn voor parkeren bij huisvestingsvoorzieningen bij arbeidsmigranten is dat minimaal 0,5 parkeerplaats per persoon wordt aangelegd. Er kunnen 48 personen gehuisvest worden in het nieuwe gebouw. Bij een richtlijn van minimaal 0,5 parkeerplaats per persoon komt dat op een totaal aantal parkeerplaatsen van 24. De benodigde parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Aan de achterzijde van de nieuwe woongebouwen worden namelijk 24 parkeerplaatsen gerealiseerd. De ligging van deze parkeerplaatsen is weergegeven op onderstaande afbeelding. Het huisvesten van arbeidsmigranten mag volgens het gemeentelijk beleid op het terrein van de werkgever. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘tijdelijke huisvesting’ en ‘permanente huisvesting’. De maximale termijn voor tijdelijke huisvesting is 4 maanden. Bij permanente huisvesting gelden aanvullend op de algemene beleidsuitgangspunten de volgende voorwaarden: 1. Indien een (agrarisch of niet-agrarisch) bedrijf zich in de gemeente Zaltbommel vestigt en hiervoor nieuwbouw- of herbouwactiviteiten wil uitvoeren, moet het bedrijf eventuele voorzieningen voor huisvesting van werknemers hierin gelijk meenemen of hiervoor aantoonbaar voldoende ruimte reserveren in de nieuwbouw- of herbouwplannen.

De gemeente Zaltbommel werkt niet mee als het bedrijf in een later stadium, na realisatie van de nieuwbouw- of herbouwplannen, met een verzoek komt om een huisvestingsvoorziening te realiseren. Het 15

voorgaande geldt eveneens voor bestaande bedrijven die hun bedrijfslocatie willen herbouwen en/of herinrichten. De beoogde huisvestingsvoorziening wordt gerealiseerd bij een reeds bestaand bedrijf. Deze voorwaarde is daarom in dit geval niet van toepassing. 2. De permanente huisvestingsvoorziening mag uitsluitend worden gebruikt voor de huisvesting van werknemers die bij het bedrijf werkzaam zijn. Het mag ook gaan om de huisvesting van werknemers die op een andere vestigingslocatie van het bedrijf werkzaam zijn. De andere locatie dient wel binnen de Bommelerwaard te liggen; De huisvestingsvoorziening is uitsluitend bestemd voor werknemers die bij het bedrijf werkzaam zijn. Dit betreft het bedrijf aan de Egert van Wissekerkeweg als daaraan gelieerde bedrijven. 3. De permanente huisvestingsvoorziening mag jaarrond gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten; De huisvestingsvoorziening zal jaarrond gebruikt worden voor het huisvesten van arbeidsmigranten. 4. De permanente huisvestingsvoorziening wordt geplaatst binnen het (agrarisch) bouwvlak of zoveel mogelijk binnen of aansluitend aan het aanduidingsvlak voor de glastuinbouw of paddenstoelenteelt; De huisvestingsvoorzieningen wordt gerealiseerd aansluitend aan het aanduidingsvlak voor glastuinbouw. 5. Het aantal arbeidsmigranten dat is gehuisvest op het terrein van een bedrijf mag maximaal 50 personen zijn.

Daarnaast gelden de volgende voorwaarden: • Een bedrijf met meerdere percelen naast elkaar mag geen cumulatie toepassen (dus per bedrijfsvestiging één huisvestingslocatie – met uitzondering van de eventuele huisvesting van werknemers in een bedrijfswoning); • Een initiatiefnemer dient zijn arbeidsbehoefte te onderbouwen. Als het gaat om het bepalen van de arbeidsbehoefte van (glas)tuinders en paddenstoelenkwekers wordt gebruik gemaakt van de richtlijn zoals opgenomen in tabel 2, zie hieronder. Op basis van deze tabel onderbouwt de tuinder of de paddenstoelenkweker zijn arbeidsbehoefte; • De huisvestingslocatie mag, als de locatie in een intensiveringsgebied ligt, de Herstructureringsopgave Tuinbouw Bommelerwaard niet onevenredig belemmeren. Richtlijn bepalen arbeidsbehoefte tuinbouwbedrijven Bedrijfstype

Teelt

Omvang

Aantal werknemers

Glastuinbouw

Chrysanten

10.000 m2

4 tot 5

10.000 m2

9,5

(troschrysanten) Pluischrysant/santini

Het bedrijf op aan Egert Wissekerkeweg heeft een glasareaal van ruim 80.000 m2 en teelt pluischrysanten. Dit leidt volgens bovenstaande richtlijn tot een arbeidsbehoefte van 76,5 werknemers. Dit rechtvaardigt een huisvesting voor 48 werknemers. De projectlocatie ligt in het intensiveringsgebied. Uit paragraaf 4.2.1 van deze toelichting blijkt dat omliggende (tuinbouw)bedrijven niet worden belemmerd door de beoogde huisvestingsvoorziening.

16

6. Het maximumaantal te huisvesten personen geldt tevens voor de mogelijke combinatie van tijdelijke en permanente huisvestingsvoorzieningen. Op een locatie bij een werkgever mogen dus niet meer dan het genoemde maximumaantal worden gehuisvest (in tijdelijke en/of permanente voorzieningen); In het beoogde plan is ruimte voor het huisvesten van 48 arbeidsmigranten. 7. Werknemers mogen worden gehuisvest in de bij het bedrijf horende bedrijfswoning of in nieuw te realiseren bebouwing. In de bedrijfswoning geldt een maximumaantal van 8 personen (dit aantal telt mee voor het totaal aantal te huisvesten werknemers). Als personen in een bedrijfswoning worden gehuisvest, gelden ook de volgende voorwaarden: • De slaapgelegenheid voor te huisvesten personen wordt gerealiseerd in de slaapkamers van de woning; • De bad- en/of woonkamer en de keuken evenals de garage of andere bijbehorende bouwwerken mogen niet tot slaapkamer worden omgevormd; • Eventuele kantoorruimte aan huis mag wel worden omgevormd tot een slaapgelegenheid. Werknemers mogen alleen worden gehuisvest in een bestaand bedrijfsgebouw als de verblijfsbieder kan aantonen dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd is.

Dit is ter beoordeling aan het college van B&W; Deze voorwaarde is in voorliggende situatie niet van toepassing, omdat het een nieuwbouwproject betreft geen gebruik wordt gemaakt van een bestaande woning of een bestaand bedrijfsgebouw. 8. De verblijfsbieder is in het bezit van een certificaat SNF, een certificaat AKF of een gelijkwaardig certificaat. Aanvullend hierop geldt voor de oppervlakte van de leefruimte (gebruiksoppervlak wonen), onafhankelijk van de minimumeisen van het keurmerk, een minimum van 10 m2 per persoon of zoveel meer als het betreffende keurmerk vereist; De initiatiefnemer zal ervoor zorgdragen dat voor hij voorafgaand aan de ingebruikneming van de huisvestingsvoorziening is een toereikend certificaat. Er is in het geplande gebouw een gebruiksoppervlak van minimaal 10 m2 per persoon. 9. De (bebouwing voor de) huisvestingsvoorziening mag in maximaal twee woonlagen worden gerealiseerd, mits dat vanuit stedenbouwkundig en/of landschappelijk oogpunt aanvaardbaar is. Dit is ter beoordeling aan het college van B&W; De voorgestelde bebouwing bestaat uit 2 bouwlagen. 10. De huisvestingsvoorziening wordt landschappelijk ingepast.

Als een locatie in een intensiveringsgebied ligt, wordt bekeken of de te realiseren bebouwing voor de huisvestingslocatie kan aansluiten bij de richtlijnen zoals opgenomen in ‘Bijlage 2 landschappelijke inpassing’ van de regels van het (Reparatie) Inpassingsplan Tuinbouw Bommelerwaard’. Dit is ter beoordeling aan het college van B&W. Op onderstaande afbeelding is het plan voor landschappelijke inpassing weergegeven.

17

Landschappelijke inpassing

11. Bij een huisvestingsvoorziening worden voorzieningen voor ontspanning gerealiseerd (zoals sporten spelvoorzieningen) voor de bewoners en tevens is voldoende buitenruimte vrij beschikbaar en toegankelijk. De buitenruimte mag niet voor andere functies (zoals parkeren, bedrijfsopslag etc.) gebruikt worden; Er worden voorzieningen voor ontspanning gerealiseerd. Aan de achterzijde van de te realiseren woongebouwen wordt een sportveld aangelegd. Eén en ander is weergegeven op de afbeelding op de volgende bladzijde. 12. Op bedrijven waar minder dan 20 arbeidsmigranten worden gehuisvest, krijgt de verblijfsbieder meer beleidsruimte (flexibiliteit) om te voldoen aan de verplichtingen om te zorgen voor (voldoende) ontspannings- en buitenruimte en de huisvestingsvoorzieningen landschappelijk in te passen en te zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. In dit geval wordt voldaan aan de voorwaarde voor wat betreft ontspannings- en buitenruimte, zoals beschreven onder punt 11. 13. Als een werkgever arbeidsmigranten bij zijn eigen bedrijf wil huisvesten, dient hij aan te tonen dat eventuele woningen in (woon)kernen waar hij bij zijn bedrijf werkzame arbeidsmigranten huisvest of laat huisvesten, ter beschikking komen en blijven voor de reguliere woningmarkt.

De woningen die de initiatiefnemer tot hij in bezit heeft in de (woon)kernen komen na ingebruikname van de beoogde huisvestingsvoorziening ter beschikking van de reguliere woningmarkt. Conclusie Het initiatief past binnen de kaders van het gemeentelijk beleid voor arbeidsmigranten.

18

Sportveld

.

19

HOOFDSTUK 3: RUIMTELIJKE INPASSING

3.1 Bestaande situatie Karakteristiek gebied Het initiatief ligt in het buitengebied, te weten aan de noordzijde van het dorp Poederoijen. Ten zuiden van de projectlocatie ligt de bebouwde kom van het dorp Poederoijen. Aan de noordzijde van de Egert van Wissekerkeweg bevinden zich meerder grootschalige glastuinbouwbedrijven en aantal verspreide woningen. Het gebied betreft een intensiveringsgebied voor glastuinbouw, waar glastuinbouwbedrijven de ruimte krijgen voor bedrijfsontwikkelingen. De projectlocatie is nu in gebruik voor buitenteelt bij de kwekerij. Vanaf de Egert Wissekerkeweg te Brakel is in de bestaande situatie zicht op het kassencomplex. Dit geeft geen fraai beeld. Hieronder staat een foto waarop de bestaande situatie is weergegeven.

Bestaande situatie

3.2 Uitgangspunten (stedenbouw en landschap) Het initiatief dient bij de verdere uitwerking aan de volgende stedenbouwkundige en landschappelijke randvoorwaarden te voldoen. RANDVOORWAARDEN Plaatsing

De gebouwen dienen georiënteerd te zijn op de Egter van Wissekerkeweg.

Massa en vorm

Hoofdmassa •

Maximaal bebouwd oppervlak: 200 m2

•

Maximale goothoogte: 6,5 m

•

Maximale bouwhoogte: 11 m

Bijmassa •

Maximaal bebouwd oppervlak: 100 m2 per hoofdgebouw

•

Maximale goothoogte: 3,5 m

•

Maximale bouwhoogte: 6,5 m

20

Landschap

•

Parkeren

Er dienen per te huisvesten medewerker 0,5 parkeerplaatsen op eigen terrein te worden

Aan de voorzijde van de nieuwe bebouwing dient landschappelijke inpassing plaats te vinden.

gerealiseerd. Het plan voorziet in de huisvesting van 48 personen. Derhalve moeten er in totaal 24 parkeerplaatsen worden aangelegd. Welstand

De welstandsnota dient bij ontwikkeling in acht te worden genomen (zie: http://www.welstandsnotas.nl/zaltbommel/)

Impressie nieuwe situatie

21

3.3 Plan (ontwerp en eindsituatie) De ontwikkeling op Egert van Wissekerkeweg naast nummer 14 bestaat uit het realiseren van 3 woongebouwen waarin in totaal 48 personen kunnen worden gehuisvest. De ontsluiting van de locatie vindt plaats via de Egert van Wissekerkeweg, ten oosten van de te bouwen gebouwen. Aan de achterzijde van de woongebouwen worden tuinen aangelegd en het aantal vereiste parkeerplaatsen. Verder voorziet de ontwikkeling van een sportveld.

Inrichtingsplan

De bedoeling is om de woningen de uitstraling te geven van reguliere woningen. Op deze manier voegen de gebouwen zich goed in de omgeving. Aan de overzijde bevindt zich namelijk een woonwijk. Op de voorgaande afbeelding zijn impressies weergegeven voor de geplande bebouwing.

22

HOOFDSTUK 4: HAALBAARHEID

4.1 Archeologie en cultuurhistorie 4.1.1. Archeologie Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met Rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Erfgoedwet moet de gemeente bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische waarden. Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Hierin zijn onder meer vrijstellingsgrenzen voor oppervlakten en diepten opgenomen.

Het gemeentelijk beleid is op 1 september 2011 in werking getreden. De reden voor het vaststellen van het beleid is het voorkomen van onnodig onderzoek en slechts voor de gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, wel te besluiten tot nader onderzoek (en alleen als de ontwikkeling de beide vrijstellingsgrenzen overschrijdt). Het bovengenoemde beleid is vertaald in deze ruimtelijke onderbouwing. Op de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart zijn alle archeologische onderzoeken en vondstmeldingen verwerkt. Verder is deze kaart op bureauonderzoek gebaseerd. Met betrekking tot bodemkundige en geologische gegevens is gebleken dat voor de gemeente Zaltbommel de zanddieptekaarten van het Gelders Rivierengebied het beste uitgangsmateriaal vormden. De kaarten beslaan namelijk het gehele oppervlak van de gemeente en ze zijn gebaseerd op grootschalige veldonderzoeken die specifiek zijn gericht op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een verdere detaillering in de begrenzing van het onderzoeksgebied gemaakt. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart gaat uit van een intact landschap met gave bodemprofielen. In 23

werkelijkheid zijn grote delen van het gebied in meer of mindere mate verstoord door allerlei bodemtechnische ingrepen in het verleden. De mate van deze verstoringen en het effect ervan op de archeologische resten in het gebied zijn globaal bekend. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart doet dan ook globaal uitspraken over de mate van bodemverstoring, maar doet geen uitspraken over de gaafheid van te verwachten archeologische resten. Als een initiatiefnemer kan aantonen dat het terrein diepgaand is verstoord, geldt voor het verstoorde deel geen onderzoeksverplichting. Planspecifiek Op de projectlocatie is de beleidszone Waarde-archeologie 3 van toepassing. Dit betekent dat archeologisch onderzoek nodig is, wanneer bodemingrepen plaatsvinden die groter zijn dan 2.500 m² en dieper dan 30 centimeter. De geplande bebouwing heeft een gezamenlijke oppervlakte van circa 500 m2. Bij de realisatie van deze bebouwing vinden bodemingrepen plaats die dieper gaan dan 30 centimeter. Bij aanleg van de parkeerplaatsen, de tuinen en het sportvelden vinden geen bodemingrepen plaats, dieper dan 30 centimeter. Uit uitzondering hierop vormen de van graafwerkzaamheden ten behoeve van de aanleg van kabels en leidingen. In totaal bedraagt de oppervlakte van de grondroeringen minder dan 2.500 m2. Daarom is geen archeologisch onderzoek nodig.

Uit de toets aan de beleidszones blijkt dat geen archeologisch onderzoek nodig is met als doel te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. 4.1.2. Cultuurhistorie Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben. De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke elementen. Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: • De aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; • De wetering Capreton; • De Nieuwe Hollandse Waterlinie; • Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Zaltbommel en Nederhemert-Zuid); • Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (Gameren); • Gemeentelijke en rijksmonumenten; • Historische buitenplaatsen (Huis Brakel). Planspecifiek Het belangrijkste cultuurhistorische element in het buitengebied van Zaltbommel wordt gevormd door de restanten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.

Het Bommelerwaardse deel van deze linie ligt in het westen van de Bommelerwaard (ten westen van de Meidijk). Deze linie moest het westen van Nederland verdedigen tegen indringers uit het oosten en zuiden. Door middel van inundatie van velden ten oosten van de hoofdverdedigingslinie en forten of batterijen op de niet te inunderen plaatsen (accessen), ontstond een aaneengesloten verdedigingslinie. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in de gemeente Zaltbommel vooral herkenbaar in: • de defensieve dijken – voorzien van batterijen en groepsschuilplaatsen – met daar tussenin, in het westelijke komgebied, het inundatiegebied; • een aantal plekken van bijzondere historische context, bijvoorbeeld de plek van de voormalige uitwateringssluis in de Maaskade.

24

De projectlocatie ligt binnen het voormalige inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Poederoijen is gelegen binnen de buitenste verboden kring (1.000 m) van de batterij onder Poederoijen, zoals in onderstaand figuur te zien is. De verboden kringen vinden hun oorsprong in de Kringenwet(1853-1951). Op grond hiervan werden om elk vestingwerk drie verboden kringen getrokken. Binnen de kleine kring (300 m) mocht slechts met toestemming van de minister van Oorlog gebouwd worden, en dan slechts met brandbare materialen, zoals hout en riet. Er golden bovendien beperkende bepalingen voor beplantingen. Binnen de middelbare kring (600 m) was het toegestaan om voor de fundering, schoorsteen en dakbedekking steen te gebruiken. Binnen de grote kring (1.000 m) was het verboden om zonder toestemming van de minister van Oorlog infrastructurele werken aan te leggen of te veranderen.

Nieuwe Hollandse Waterlinie

Bij de vaststelling van het Inpassingsplan “Tuinbouw Bommelerwaard” is afgewogen dat de verdere intensivering van de tuinbouw ten koste kan gaan van het kenmerkende open karakter van het inundatiegebied. Met de huidige verspreide bebouwing (waaronder ook tuinbouwbedrijven) in deze gebieden is het van oorsprong open karakter van het inundatiegebied niet meer overal aanwezig. Het negatieve effect van de uitbreiding en/of verdere intensivering van tuinbouwbedrijven zal dan ook aanzienlijk minder zijn dan in volledig open delen van het inundatiegebied. Gezien het feit dat in de directe omgeving van de projectlocatie naast Egter van Wissekerkeweg 14 reeds grootschalige ontwikkeling van glastuinbouw mogelijk is, zal de ontwikkeling van de nu beoogde huisvesting niet leiden tot extra aantast van de waarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Conclusie Vanuit cultuurhistorie bestaan geen belemmeringen voor het initiatief die met deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk wordt gemaakt.

25

4.2 Milieu

4.2.1 Bedrijven en milieuzonering Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand heeft als doel bijvoorbeeld om ter plaatse van een 'gevoelig' object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. De brochure maakt daarbij onderscheid in een ‘rustige woonwijk’ c.q. ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In geval van een gemengd gebied kan uitgegaan worden van een kleinere richtafstand. Planspecifiek Rondom de betreffende locatie aan de Egert Wissekerkeweg bevinden zich meerdere glastuinbouwbedrijven. Volgens de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009 brochure geldt voor een glastuinbouwbedrijf in een rustig buitegebied een richtafstand van 30 meter ten opzichte van een woonvoorziening.

Bij een gemengd gebied kan worden uitgegaan van een richtafstand van 10 meter. De dichtstbijzijnde glastuinbouwbedrijven bevinden zich op Egert van Wisserkerkerweg 10 en Maarten van Rossemweg 2 zich buiten de genoemde richtafstanden. Verder is bezien of de bedrijfsvoering van het eigen bedrijf aan de Egert van Wisserkerkerweg niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat. De situatie op het eigen bedrijfsperceel kan volgens de genoemde VNG Brochure worden aangemerkt als een gemengd gebied. Dit betekent dat een richtafstand van 10 meter van toepassing is.

Aanpassing in verband met miliieuzonering

26

In de huidige situatie bevindt zich binnen een afstand van 10 meter van de beoogde huisvesting in de bestaande bebouwing een stookinstallatie van het bedrijf. Deze stookinstallatie zal voorafgaand aan de ingebruikneming van de huisvestingsvoorziening worden verwijderd. De vrijkomende ruimte zal in gebruik worden genomen bijbehorend bouwwerk bij de bestaande bedrijfswoning op Egert van Wisserkerkeweg 14. Tevens zullen bestaande kassen, die voor een deel binnen een afstand van de huisvestingsvoorziening staan worden gesloopt. Eén en ander is gewaarborgd met voorwaardelijke verplichtingen in de regels. Op voorgaande afbeelding is de voorgestelde situatie weergegeven. Voort is op Egter van Wissekerkeweg 5 een technisch-handels en installatiebedrijf gevestigd. Volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan mag hier maximaal een ander bedrijf in milieucategorie 2 zich vestigen. Daarbij hoort een richtafstand van 10 meter in een gemengd gebied. Aan deze afstand wordt voldaan. Conclusie In de omgeving van het plangebied zijn geen milieuhinderlijke functies aanwezig die een belemmering vormen voor deze ontwikkeling. 4.2.2 Geur Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. De Wgv vormt het expliciete toetsingskader voor zover het de beoordeling betreft van geurhinder afkomstig van veehouderijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12491825/1