CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Vorige versie Beleidskader jeugd 2021-2030

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Beleidskader jeugd 2021-2030. Niet behandeld.14.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021/26562

Beleidskader Jeugd 2021 - 2030 ‘Jong zijn in Zaanstad’

www.zaanstad.nl

‘Alle kinderen en jongeren kunnen zich ontwikkelen tot zelfbewuste individuen, die actief bijdragen aan de samenleving en opgroeien tot verantwoordelijke en zelfstandige inwoners van Zaanstad’.

2021/26562

1. Voorwoord van wethouder Songül Mutluer

2. Inleiding

Voor u ligt het nieuwe Beleidskader Jeugd van de gemeente Zaanstad. Het bevat de gemeentelijke visie op jeugdbeleid voor de komende jaren, die gedeeld en getoetst is bij partners en die de inhoudelijke onderbouwing beschrijft voor de beleidskeuzes die wij maken.

Ouders en andere verzorgers hebben de primaire verantwoordelijkheid en spelen de hoofdrol bij het creëren van een goede, gezonde en veilige omgeving voor kinderen en jongeren. Daarnaast spelen pedagogische medewerkers van de kinderopvang, basisschoolleerkrachten, docenten op de middelbare scholen, het mbo, hbo en de universitei­ ten, een belangrijke rol in het dagelijkse leven van kinderen en jongeren. Zij zetten zich in voor hun optimale ontwikkeling. Dat doen ook tal van andere professionals en vrijwilligers zoals de jeugdgezondheidszorg, jeugdteams, wijkteams, sport- en cultuuraanbieders, kerken en moskeeën.

We willen dat jeugdigen in Zaanstad liefst in een fijn thuis, gezond, veilig en kansrijk opgroeien tot zelfbewuste en zelfstandige volwassenen. Ieder kind moet kunnen meedoen en daarom richten we ons op een goede startpositie en stimuleren we dat jeugdigen hun talenten kunnen ontplooien. Het uitgangspunt is dat jeugdigen en hun gezinnen zichzelf kunnen redden, maar voor wie dat nodig heeft, is er extra hulp en ondersteuning. Dat vraagt om een goede samenwerking met alle partners die daar een bijdrage aan kunnen leveren.

Rol gemeente: optimale randvoorwaarden De gemeente heeft de taak ervoor te zorgen dat de randvoorwaarden het opgroei- en ontwikkelproces, van alle kinderen en jongeren, ondersteunen. Zo faciliteert de gemeente de inzet van anderen en waar nodig biedt de gemeente ondersteuning aan ouders/verzorgers, kinderen en jongeren. De gemeente heeft ook de taak om ‘regie te voeren’ en er voor te zorgen dat organisaties en professionals elkaar kunnen vinden. Ook moet de gemeente ervoor zorgen dat al het aanbod goed op elkaar aansluit en dat belemmerende factoren weggenomen of beperkt worden.

Elk kind heeft talent. Elk kind heeft dromen. Met de juiste middelen en met de juiste voedingsbodem is elk kind in staat om het beste uit zichzelf te halen. Aan ons als stad, als maatschappij, de schone taak om alles op alles te zetten om kinderen te bieden wat ze nodig hebben. Maar de hulp en ondersteuning aan jeugdigen bevindt zich nu in een turbulent tijdperk. Denk hierbij aan de landelijke ontwikkelingen van de jeugdzorg en de effecten van corona op onze jeugd. Door deze ontwikkelingen zijn we ons nog meer van bewust van het belang om ‘domeinoverstijgend’ samen te werken en van de inzet op preventie en de hulp in de eerste lijn. Denk aan de samenwerking met het onderwijs op het gebied van kansengelijkheid, de ondersteuning van kinderen vanuit de Jeugdwet, de gebiedsgerichte ontwikkeling van Zaandam Oost, het optimaliseren van de samenwerking met de veiligheidsketen, de vernieuwde aan­ pak van het jongerenwerk en het inrichten van de stichting Jeugdteam. Maar ook onderzoeken of de beschikbare budgetten deze samenhang en integraliteit beter kunnen ondersteunen. Ons uitgangspunt is de juiste hulp, op het juiste moment, op de juiste plek: hoe eerder (grotere) problemen worden voorkomen of aangepakt, hoe beter dat is voor de jeugdigen zelf en voor het jeugdbeleid als geheel.

niet alleen. ‘It takes a village to raise a child’. We doen het met partners, met ouders en verzorgers, met het onderwijs, met werkgevers, met politie en handhavers, met zorgprofessionals, uiteraard met de jongeren zelf en met vele anderen. Willen we al deze partners goed laten samenwerken in het belang van de jeugd, dan is er een helder beleidskader nodig. Om de samenwerking kracht bij te zetten, ontwikkelen we gezamenlijk een uitvoerings­ agenda waar iedereen zijn commitment over uitspreekt om vanuit zijn rol bij te dragen aan de ambities voor de jeugd.

Pandemie zorgt voor extra uitdaging Elke generatie groeit op in een unieke tijd. De ont­ wikkelingen gaan steeds sneller, waardoor de verschillen tussen kinderen/jongeren en hun ouders groter worden. Jongeren zien zich bovendien gesteld voor complexe vraagstukken zoals wonen, werken en klimaatverandering. Het tijdsgewricht waar we nu inzitten, brengt nog een bijzondere uitdaging met zich mee. Een wereldwijde pandemie beïnvloedt al onze levens, het is bepalend voor wat we doen en waar we heengaan. Dit heeft een extra grote invloed als je leven in een fase is, waarin je de wereld en wie jij daarin bent nog aan het ontdekken bent. Deze leerreis is anders vanachter een beeldscherm dan met je ‘voeten in de klei’. Er is een toename aan (kansen) ongelijkheid die door de coronapandemie de afgelopen twee jaar nog duidelijker zichtbaar is geworden. De pandemie heeft die verschillen verder vergroot.

157.101 Inwoners Zaanstad 42.000 Jongeren tot en met 23 jaar 27% Jongeren in Zaanstad

De jongere als wereldburger De andere kant van de medaille is, dat we meer dan ooit over de grenzen van landen en continenten heen verbonden raken. Niet eerder was er zó veel mogelijk om (virtueel) grenzen te verleggen en beperkingen te overwinnen. We zien ook een nieuw elan om verantwoord te leven, met respect voor natuur en milieu en de ontwikkeling van technologische vernieuwingen die dit ondersteunen. Jongeren zijn wereldburgers, ze spreken vaak beter Engels dan hun ouders en verbinden zich met gelijkgezinden aan de andere kant van de wereld. Jongeren leren van elkaar en zijn geëngageerd; internet en sociale media bieden daar alle kansen toe. Samen sterk De gemeente streeft naar partnerschap met de organisaties die actief zijn in het jeugdveld. Er kan een (nog) krachtiger, meer gebalanceerd netwerk ontstaan als professionals en organisaties, maatschappelijke partners en gemeente, werken vanuit het besef dat niemand het alleen kan. Als er onderling goede afstemming is, taken en verantwoordelijkheden elkaar aanvullen , er oog is voor ieders kracht en zwakten bespreekbaar zijn, kunnen we samen een sluitend netwerk vormen. Het kader is een toetssteen voor ieders inzet, een basis voor het gesprek tussen gemeente en partners over ieders bijdrage aan de ambities in dit document. Samen maken we dit kader concreet in een agenda Zaanse Jeugd.

Dit beleidskader omschrijft onze integrale ambities, zodat alle kinderen zich kunnen ontwikkelen tot zelfbewuste individuen, actief bijdragen aan de samenleving en opgroeien tot verantwoordelijke en zelfstandige Zaankanters. Dat kunnen we als gemeente natuurlijk

2

2021/26562

‘Kinderen en jongeren groeien in Zaanstad gezond, veilig en kansrijk op tot zelfbewuste en zelfstandige volwassenen. We willen dat alle kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontplooien, waarvoor een kansrijke startpositie nodig is’.

Beleidskader als vertrekpunt, Agenda Zaanse Jeugd als doel Dit beleidskader vormt een vertrekpunt om te komen tot een gezamenlijke Agenda Zaanse jeugd’. Het schetst welke opgaven de gemeente ziet, in de vorm van thema’s met bijbehorende ambities, en wat er voor nodig is om deze aan te gaan. De gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden zijn in dit document beschreven. Daarbij wordt voor ‘jeugd’ de bovengrens van 23 jaar gehanteerd. In de Agenda Zaanse jeugd wordt vervolgens beschreven waar de focus ligt in een specifieke periode om naar de ambities van het beleidskader te bewegen. We zien het beleidskader dan ook als een kapstok waar we alle andere documenten die te maken hebben met jeugd, aan kunnen ophangen. In de toekomst moeten deze documenten ook verwijzen naar het beleidskader en naar welk thema en welke ambitie. Het kader biedt een integrale blik op wat we gezamenlijk doen, vanuit het perspectief van het kind. En prikkelt tot het stellen van de vraag: doen we genoeg, doen we de juiste dingen en doen we dit in goede samenhang? Het kader leidt dus niet tot een agenda met extra activiteiten of nieuwe taken, maar is vooral een hulpmiddel om integraal naar ieders inzet te kijken en de samenhang te optimaliseren. In een Agenda Zaanse jeugd maken we de inzet inzichtelijk en concreet.

2.1. Leeswijzer Dit beleidskader staat niet op zichzelf. Het is verbonden met landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen en visies. Daarnaast heeft dit beleidskader niet alleen te maken met ontwikkelingen op het gebied van de jeugd, maar ook met ontwikkelingen en visies op aangrenzende beleids­ terreinen, zoals armoede, veiligheid, gezondheid, cultuur en sport. In hoofdstuk 3 leggen we kort uit welke ontwikkelingen en visies van invloed zijn op dit beleidskader. Denk hierbij aan landelijke ontwikkelin­ gen, de maatschappelijk visie van Zaanstad en bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt. In hoofdstuk 4 omschrijven we de doelgroep, missie en visie, dus het kader van dit beleidsstuk. De strategie waarbij we inzoomen op ‘partnerschap als kernwaarde’ omschrijven we in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 zoomen we in op een aantal cijfers van de jeugd in Zaanstad ten opzichte van landelijke cijfers. Vervolgens omschrijven we in hoofdstuk 7 de Kansencirkel. De Kansencirkel betreft onze leidraad op de thema’s waaraan we onze ambities ophangen. De verdere uitwerking van deze Kansencirkel is te lezen op de vervolgpagina’s. Hier worden alle thema’s omschreven op één pagina en aangegeven welke ontwikkelingen en ambities er zijn.

3

2021/26562

3. Beleidscontext Het Beleidskader Jeugd staat niet op zichzelf. De ambities die daarin zijn omschreven, zijn onder andere een voortvloeisel van andere beleids­ documenten. Hieronder staan de beleidsdocumenten die van invloed zijn op het Beleidskader Jeugd. Dit zijn het rijksbeleid (mede door de diverse ontwikkelingen die landelijk gaande zijn), het coalitieakkoord en de maatschappelijke visie met de Zaanse opgaven.

3.1. De bestuurlijke ambities Bij het opstellen van dit beleidskader jeugd heeft het bestuur van de gemeente Zaanstad een aantal ambities. Het bestuur heeft Jeugd als prioriteit gekozen, inclusief de preventie. In meerdere opgaves is aandacht voor de ontwikkeling van de jeugd en zijn er dan ook ambities voor de kinderen en jongeren in de stad. Deze ambities komen terug in de uitwerking van de kansencirkel van dit beleidskader. Hieronder staat een korte omschrijving van de ambities per opgave.

Prettig wonen - Hierin is aandacht voor de behoefte aan huisvesting voor jongeren, voor leerlingenvervoer en voor veilig gebruik leren maken van het verkeer. Gezond leven - Gaat in op het jeugdhulpstelsel en de zorgen rond de stijgende kosten, plus de maatregelen die nodig zijn om daar verandering in te brengen. Ook is er aandacht voor de gezondheid van de jeugd. Dit doen we door de transformatie in de jeugdzorg voort te zetten, de toegang te vereenvoudigen en voorzieningen in de buurt te organiseren en minder door te verwijzen naar specialistische zorg.

Veilige stad - Heeft aandacht voor het risico dat jongeren voor overlast zorgen in de openbare ruimte en daarop aangesproken moeten worden. Bovendien wordt gesteld dat voorkomen moet worden dat zij het criminele pad opgaan. In dat kader wordt de 075 aanpak aangekondigd en gesproken over het weerbaarder maken van (jonge) kinderen om te voorkomen dat zij in de prostitutie raken. Duurzaam en groen - Hierin wordt het belang benoemd van natuur- en milieueducatie voor de Zaanse jeugd. Krachtige kernen en wijken - Beschrijft het actieplan Poelenburg-Peldersveld en de aandacht daarin voor jeugd.

Welvarende stad - Armoede mag voor kinderen geen belemmering zijn om aan het maatschappelijke leven deel te nemen. De coalitie geeft aan dat onderwijs de belangrijkste motor is om kansenongelijkheid tegen te gaan en talentontwikkeling van kinderen te stimuleren. Daarbij wordt het belang van een goede taalontwikkeling van kinderen benoemd. Daarnaast is er aandacht voor een goed samenspel tussen onderwijs en jeugdhulp, om kinderen in hun schoolloopbaan goed te ondersteunen. Verder komt het onderwerp ‘veiligheid in en om de school’ aan bod. Het college stelt als ambitie dat jongeren met cultuur in aanraking komen en er aandacht is voor cultuurhistorisch besef onder jongeren. Plan van aanpak

Noodzaak structurele middelen jeugd

3.2. Rijksbeleid - Het landelijk beleid rondom jeugd is momenteel in ontwikkeling, mede door de toenemende vraag naar jeugdhulp. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Het uitgangspunt voor de decentralisatie was dat gemeenten deze jeugdzorg beter en efficiënter zouden kunnen organiseren, omdat zij dichter bij de jongeren en hun gezinnen staan. Daardoor zouden zij eerder en effectiever voor de juiste zorg kunnen zorgen, waardoor duurdere, geëscaleerde zorg op termijn voorkomen kon worden. In de praktijk zijn de kosten in de afgelopen jaren echter steeds toegenomen. Zowel het volume (aantallen trajecten) als de prijzen per traject zijn gestegen. Gemeenten hebben mede hierdoor in de

afgelopen jaren te maken gekregen met tekorten. Gemeenten krijgen er voor de hulp en ondersteuning aan kinderen de komende jaren geld bij, mits ze de volgende maatregelen oppakken: • Preventie en normaliseren (met o.a. versterken normale leven/veerkracht jeugdigen en hun omgeving) • Reikwijdte en afbakening (met o.a. afbakening reikwijdte, versterken bestaanszekerheid, verkenning op basis van onderzoek, analyseren van in- en uitstroom jeugdzorg om te bezien of nog andere

maatregelen mogelijk zijn om de uitstroom te bevorderen en de trajectduur te beperken) • Doelmatig sturen via inkoop (met o.a. brede invoering praktijkondersteuners voor de geestelijke gezondheid van jeugd bij huisartsen)

Foto: Patricia Rehe / Hollands Hoogte

4

2021/26562

3.3 De Maatschappelijke Visie en de Zaanse strategische opgaven: naar een rechtvaardige en evenwichtige stad De maatschappelijke visie vormt, samen met de Omgevingsvisie, het fundament voor de verschillende beleidsterreinen waar de gemeente zich mee bezighoudt. Uitwerking van beleid op alle beleidsterreinen zal zich tot beide visies moeten verhouden, zo ook het Beleidskader Jeugd. De visies samen richten zich op het toekomstige Zaanstad als ‘rechtvaardige en evenwichtige stad’. In de maatschappelijke visie staat centraal hoe we het ‘goed met elkaar kunnen samenleven in de stad’ kunnen vasthouden en verbeteren. Met als context een tijd waarin de groei van de stad stevig doorzet, de diversiteit van inwoners verder toeneemt en de verschillen in kansen nu al te groot zijn. Een grote uitdaging is hoe we kansen­­ongelijkheid daadwerkelijk tegengaan. Hoe zorgen we ervoor dat we verschillen tussen mensen niet uitvergroten, maar overbruggen, omarmen én vieren? De focus ligt op preventie, het voorkomen dat kinderen, jongeren, gezinnen en ouderen in de problemen komen. Daarvoor moeten we vooral de basisvoorzieningen in de stad op orde krijgen en houden. De maatschappelijke visie beoogt een basis te bieden voor een verbeterde samenwerking aan gemeenschappelijke doelen. Met al die mensen en organisaties die zich verenigen, het Zaanstad van de toekomst vormgeven. Regeren is vooruitzien.

Met 2040 als stip aan de horizon zijn er voor Zaanstad zes grote opgaven: • Verduurzaming van het energie- en grondstoffengebruik • Verdichting en verstedelijking van de stad • Dynamische economische ontwikkeling • Bevorderen van de gezondheid van inwoners • Tegengaan van groeiende kansenongelijkheid • Bevorderen van veiligheid Het zijn grote opgaven voor de langere termijn die elkaar beïnvloeden. Allemaal zijn ze, direct of indirect, van invloed op de jeugd in onze stad. Zeer relevant zijn het tegengaan van groeiende kansenongelijkheid en het bevorderen van gezondheid en veiligheid. Deze onderwerpen komen expliciet terug in de uitwerking van de Kansencirkel voor de jeugd (Hoofdstuk 8). De jeugd heeft de toekomst. Investeren in de toekomst van Zaanstad betekent dus investeren in de kinderen en jongeren in deze stad. Zaanstad wil een plek zijn waar jong en oud prettig en gezond woont, leert, werkt en recreëert. Hierin zien we belangrijke uitdagingen. Zaanstad ligt aan de kant van het IJ en het Noordzeekanaal waar de inwoners gemiddeld lager opgeleid zijn. Ook de inkomens zijn lager dan in het zuidelijke deel van de metropool. Deze demografische kenmerken zijn belangrijke factoren bij het maken van beleid (hoofdstuk 6).

5

2021/26562

4. Doelgroep, missie en visie 4.1. Om wie gaat het Voor kinderen en jongeren is elke leeftijdsgrens een beetje arbitrair. Juist voor hen die het minder makkelijk hebben in hun jeugd, is de grens van 18 jaar vaak geen logische. We kiezen daarom voor een ruimere definitie van ’jeugd’: we richten ons nadrukkelijk op alle ruim 42.000 kinderen en jongeren in de stad (anno 2021), van vóór de geboorte tot 23 jaar.

4.2. Onze missie: gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren Onze missie is dat alle kinderen en jongeren gezond, veilig en kansrijk opgroeien tot zelfbewuste en zelfstandige volwassenen in Zaanstad. We willen dat alle jeugdigen hun talenten kunnen ontplooien. Daarvoor is een kansrijke startpositie nodig. Als lokale overheid zorgen wij daarom voor optimale randvoor­ waarden, zodat alle kinderen en jongeren gelijke kansen hebben. Niet voor alle kinderen zijn de randvoorwaarden vanzelfsprekend. We houden specifiek rekening met kinderen die, vanwege omstandigheden waar ze zelf geen invloed op hebben, minder kansen hebben. Vanuit de literatuur wordt een aantal voorspellers benoemd voor kansenongelijkheid. Dit zijn opleiding (eigen en van ouders), laaggeletterd­ heid, inkomen, wonen (WOZ-waarde en percentage sociale huurwoningen), gezondheid, deel uitmaken van een eenoudergezin en migratie-achtergrond. Deze voorspellers bepalen volgens onderzoek mede de toekomst en kansen van kinderen en jongeren.

4.3. Onze visie: iedereen kan opgroeien tot zelfbewuste en zelfstandige inwoner van Zaanstad In onze visie groeien jeugdigen gezond en veilig op, liefst thuis, in hun eigen omgeving. Jezelf redden is het uitgangspunt, maar waar nodig bieden we hulp en ondersteuning. Jeugdigen respecteren ook het welzijn en de veiligheid van anderen. Met inwoners, ervaringsdeskundigen en professionals werken we samen aan een kansrijke startpositie in het leven. Dat vraagt om een goede samenwerking met alle partners die daar een bijdrage aan kunnen leveren. Wij streven naar gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren. Wij spannen ons daarom extra in voor de wijken en gezinnen die ondersteuning of jeugdhulp het meest nodig hebben. We bouwen met elkaar een toegankelijk en houdbaar jeugdhulpstelsel, gericht op het voorkomen en/of zo klein mogelijk houden van problemen. En we zorgen voor veiligheid op straat met inzet van toezicht en handhaving om te laten zien dat we criminaliteit en overlast niet accepteren. Een mesosysteem1 met een gezonde, veilige en sociaal krachtige omgeving en goed toegeruste, frisse scholen, die uitdagen tot leren en ontdekken, zorgt voor een goede basis. Kwalitatief goed onderwijs en een veilige thuisomgeving vormen het fundament waarop kinderen en jongeren hun talenten kunnen ontplooien en, in een context van diversiteit, leren samenleven.

Sommige kinderen groeien op in een minder gunstig microsysteem1, met bijvoorbeeld laaggeletterde ouders die hen minder goed bij hun schoolwerk kunnen helpen. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente dat jonge kinderen (bijvoorbeeld via voor- en vroegschoolse educatie) de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben, op het moment dat dat nodig is.

1 Ecologisch systeem Bronfenbrenner, zie volgende hoofdstuk

6

2021/26562

5. Strategie: partnerschap als kernwaarde Als theoretisch kader voor beleidskader maken wij gebruik van de Ecologische systeemtheorie van de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Uri Bronfenbrenner2. Daarin stelt hij dat de ontwikkeling van een kind geen lineair proces is, het is dynamisch. Het kind ontwikkelt zich in relatie tot de omgeving en de ervaringen met die omgeving, bijvoorbeeld op basis van hoe die omgeving reageert op het kind. Die omgeving is breed en veelzijdig. Kinderen en jongeren groeien meestal op in een gezin, met één of beide ouders, broertjes, zusjes, en vaak oma’s en opa’s in de buurt. Daarnaast brengen bijna alle kinderen/jongeren wekelijks heel wat uren door in een crèche, peuterspeelzaal, basisschool of het voortgezet onderwijs. Daar ontmoeten ze andere kinderen/jongeren en maken ze vrienden, soms voor het leven. Samen geven het gezin en de school een kind de basis mee voor groei en ontwikkeling. Ook de fysieke leefomgeving speelt hierin een rol. In wat voor huis je woont, in welke wijk dat staat en wat voor park er in de buurt is. In die buitenwereld ontmoet het kind anderen, kinderen en volwassen. Hoe zij op het kind/de jongere reageren en de interactie tussen beiden, heeft ook invloed op de ontwikkeling. Bijvoorbeeld als je op straat speelt of ergens rondhangt met je vrienden. Of als je naar de voetbal-, korfbal- of hockeyvereniging gaat.

Mensen die iets voor het kind kunnen betekenen en ook verwachtingen hebben over hoe het kind zich dient te gedragen, wat je belangrijk moet vinden, wat je moet doen of laten. De uitdrukking ‘it takes a village to raise a child’ verwoordt die belangrijke invloed van de directe omgeving misschien nog wel het best. In die verschillende subsystemen is de overheid, lokaal en landelijk, op veel verschillende manieren van invloed. Maar ook de partners waar de overheid mee samenwerkt, zoals onderwijs, jeugdhulporganisaties, bibliotheek, GGD, sportverenigingen, politie etc., zijn van invloed. We willen daarom met al deze partners werken aan dezelfde ambities. Deels doen we dit al, maar dit beleidskader zal daar nog meer richting aan geven.

5.1. Focus op kansengelijkheid De gemeente Zaanstad heeft de ambitie om het voor alle kinderen mogelijk te maken op te groeien tot volwassenen die zelfstandig en bewust in het leven kunnen staan. De coronapandemie heeft nog eens onderstreept dat niet ieder kind in het opgroeien dezelfde kansen heeft. Op elk van de subsystemen van Bronfenbrenner2 kan een situatie ontstaan waardoor een kind beperkt wordt in de groei- en ontwikkelmogelijkheden. Ouders die het kind niet kunnen geven wat het nodig heeft, omdat ze bijvoorbeeld daarvoor de capaciteiten (financieel of sociaal) of de emotionele ruimte niet hebben. Of wonen in een omgeving waar mensen elkaar niet kennen, die ongezond is, niet uitnodigt tot beweging of waar sprake is van overlast en criminaliteit. En helaas ook een systeem van regels en wetten waarvan de uitwerking niet voor iedereen gelijk is. De gemeente wil voor ondersteuning zorgen, die zo dicht mogelijk in het dagelijks leven van het kind plaatsvindt. Zodat het kind in zijn dagelijkse doen gefaciliteerd wordt in wat het nodig heeft voor groei en ontwikkeling.

Ecologische systeemtheorie, Uri Bronfenbrenner2 De theorie stelt dat persoonlijkheid, ontwikkeling en gedrag van een kind, vooral begrepen en verklaard kunnen worden door de wisselwerking met de omgeving. Volgens Bronfenbrenner heeft die sociale omgeving verschillende ‘subsystemen’: van heel dichtbij (microsysteem), het gezin, de woonwijk en de school tot groter en omvattender, de macrocontext met wetten, normen en waarden en media, gestoeld op de dimensie van geschiedenis en cultuur. De interacties tussen die subsystemen zijn van invloed op hoe een kind opgroeit. Denk aan de relatie tussen de leerkracht, of coach van de sportvereniging en de ouders en de mate waarin men elkaar goed begrijpt en vertrouwt. En aan hoe de ouder omgaat met diens werkkring, instanties en de overheid. Bovendien is er de invloed van een dorp of buurt. Die is anders als bewoners met elkaar een hechte gemeenschap vormen, of als mensen elkaar nauwelijks kennen of groeten.

Figuur 1: Ecologisch systeem van Bronfenbrenner

5.2. Samenwerken met partners Een goede toekomst, voor álle kinderen en jongeren in Zaanstad, vraagt samenwerken. En die samenwerking is het meest succesvol als daarin de taken van de kinderen of jongeren zelf, ouders, onderwijs, gemeente en andere organisaties goed op elkaar zijn afgestemd. Met dit beleidskader als vertrekpunt willen we, in dialoog, komen tot een levend document, een agenda Zaanse jeugd. Hiermee maken we zichtbaar hoe we gezamenlijk werken aan een goede toekomst voor alle kinderen en jongeren in Zaanstad. Dit geeft ook inzicht in wat al gebeurt en waar extra inzet nodig is. De bedoeling is dat de agenda jeugd op alle acht de thema’s van de Kansencirkel (dit model wordt uitgelegd in hoofdstuk 7) laat zien wie verantwoordelijk is, wat er al gedaan wordt in de stad en waar nog lacunes zijn. Middels de agenda jeugd gaan we zien hoever we zijn met onze ambities die we hebben opgesteld in dit Beleidskader Jeugd.

Op alle onderdelen zijn partners actief in Zaanstad. Sommigen op basis van formele contracten, zoals ingekochte of gesubsidieerde ondersteuning en zorg. Andere partners zijn vanuit een gemeenschappelijke regeling of stichting betrokken. En er zijn partners in de stad waar we slechts een beperkte financiële relatie mee hebben, denk aan het onderwijs of de kinderopvang. We willen dat alle partijen zich betrokken voelen bij de agenda jeugd. Aan de hand van de thema’s gaan we in gesprek met deze partners. Uiteraard valt onder samenwerken niet alleen samen­ werken met partners, maar ook samenwerken met kinderen, jongeren en hun ouders. We willen ervarings­ deskundige betrekken bij keuzes die we maken of nieuw beleid dat we ontwikkelen, bijvoorbeeld in een verordening of beleidsregels maar dit kan ook zijn bij een nieuw project dat we opzetten.

2 Bronfenbrenner, U. (1986). Ecology of the family as a context for human development

7

2021/26562

Ontwikkeling bevolking naar leeftijdsklasse (2021)

6. Maatschappelijke context; Zaanse Jeugd in cijfers Cijfers beleidskader

Voor het vormgeven van Beleidskader Jeugd en de agenda Zaanse jeugd (uitvoeringsagenda) wordt gebruik gemaakt van de Kansencirkel als theoretisch kader. De Kansencirkel is opgebouwd uit acht thema’s die een integrale kijk hebben op het leven van een kind of jongere. De cijfers die we willen laten zien, moeten ook aansluiten op deze thema’s. Momenteel is dat nog niet mogelijk. Daarnaast vinden we het ook meer passen om de cijfers horende bij de acht thema’s met bijbehorende ambities in de agenda Zaanse jeugd terug te laten komen. De cijfers worden dan direct gekoppeld aan de uitvoering (de projecten, plannen, pilots, etc.). We hebben er daarom voor gekozen om de cijfers in dit beleidskader globaal te houden. Er zijn twee soorten gegevens opgenomen. Ten eerste algemene cijfers over kinderen en jongeren in Zaanstad. Daarnaast wordt in het beleidskader onder andere de verbinding gelegd met Kansenongelijkheid. In de Kansenkaart wordt over zeven voorspellers van Kansenongelijkheid gerapporteerd. Deze voorspellers bepalen, volgens bestaand onderzoek, mede de toekomst en kansen van mensen in bijvoorbeeld het onderwijs of op de arbeids- of woningmarkt.

21.600

21.400

32.200

31.300

16.200

11.500

12-24

20.800

21.600

22.000

31.500

32.600

16.300

12.300

21.600

21.900

23.700

31.900

34.300

22.600

21.900

24.500

33.800

33.400

17.800

16.100

23.100

22.000

23.900

35.100

31.900

19.600

16.900

24.400

23.300

35-49 50-64

15000

65-74

0

25.600

37.300

50.000

16.100

32.000

14.900

20.000

18.500 200.000

150.000

100.000

75+

10000

Gebruik jeugdhulp jongeren < 18 jaar en huishoudtype

5000

1,0% 0,8% 4,0% 4,4%

0

Eenoudergezin 0 tot 5

5 tot 12

12 tot 18

19,4%

Geen eenoudergezin

Jongens Meisjes

7,8%

0%

Achtergrond (2021)

9,6%

73,9%

Meisjes Jongens

1,0% 0,6% 1,6% 1,0%

18 tot 23

5,0%

10%

88,0%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

Hulp van Jeugdteam - kind zelf ja/nee

SegmentC _ dichotoom

GI _ dichotoom

SegmentB _ dichotoom

Dyslexie _ dichotoom

PGB _ dichotoom

80%

90%

100%

Geen jeugdhulp

Kinderen en jongeren met een zorg- of ondersteuningsvraag

10%

Opleiding (z-score) Laaggeletterdheid (z-score) Inkomen (z-score)

29%

Wonen (z-score) Gezondheid (z-score) Eenoudergezinnen (z-score)

De voorspellers Kansenongelijkheid

De cijfers op deze pagina zijn afkomstig van het OnderzoeksPlein Zaanstad (zaanstad.incijfers.nl)

20.600

25-34

Aantal meisjes en jongens per leeftijdscategorie (2021)

61%

1. Opleiding (eigen en van ouders) 2. Laaggeletterdheid 3. Inkomen 4. Wonen (WOZ-waarde en percentage sociale huurwoningen) 5. Gezondheid 6. Deel uitmaken van een eenoudergezin 7. Migratie-achtergrond

<12

Niet-westerse migratieachtergrond (z-score) Kinderen met een Nederlandse achtergrond

Eenheid:

Kinderen met een niet Westerse achtergrond

Z-score

Kinderen met een Westerse achtergrond

Bron: Resultaten gebaseerd op eigen berekeningen Gem. Zaanstad/O&S o.b.v. niet-openbare microdata CBS

13%

Van kinderen tot 12 jaar ervaart thuis enige tot grote moeite met rondkomen

2840

Kinderen onder de 18 jaar groeien op in een minimahuishouden

86%

Van kinderen tot 12 jaar ervaart een (zeer) goede gezondheid

4%

Van de jongeren is vroegtijdig schoolver­ later

86%

van de jongeren woont bij beide ouders

Woonzorgwijzer provincie Noord-Holland CBS-Regionaal Inkomstenonderzoek (RIO) Zaanpeiling Zaanstad - Basis Registratie Persoonsgegevens (BRP)

8

2021/26562

7. De Zaanse Kansencirkel

ij h

o re n

On re t p l o n o o n e n t a ii n g : tw l ik k e nte n e le n

ij n

Er b

Ie op der k ont timal ind he wik e en eft keli ngs brede kan sen .

A

ll en e kind Zaa jonge eren ren ns e gea rbij en tad ho in c v hun cepte oele ren king achte erd, o n zich , ge rgro ngea nd lo c gea of of s , bepe ht ard e heid ksuel re .

n ere ind eten k , w nen ers Oudjongerennd kun ving en ij gezo omge onde e z z hoe en en d om ge ken. v a n le t he te m p hel euzes k

G ezo

n

ij dz

le

gem ben e n jong en e e zij e enteli stem ren j n k in heb be hun belei ove n zegg ouders d; ond r de hu enscha die ersteu lp en p he ni geb n wor ng ode dt n.

Geres en geh pecte oor d w erd ord Kind en heb eren e

Jong zijn in Zaanstad

zijn ilig Ve

ef z

De thema’s in de Kansencirkel zijn van gelijke waarde en er is geen ‘juiste’ volgorde. Elke lezer heeft daarom waarschijnlijk een andere voorkeur voor de volgorde om de informatie tot zich te nemen. In dit interactieve document vormt de Zaanse Kansencirkel het vertrekpunt om verder te lezen. In de afbeelding kunt u doorklikken naar de achterliggende informatie. Als u klinkt op een van de partjes vindt u de beschrijving van het thema, waarom de gemeente dit belangrijk vindt en wat de ambities zijn. Vanuit het thema kunt u ook weer terug klikken naar de kansencirkel om een volgend thema te kiezen.

Ac t i

In het vervolg van dit beleidskader gaan we in op alle acht thema’s van de Kansencirkel. Per thema hebben we een sheet opgemaakt. Hier kunt u lezen: • de uitleg waar het thema voor staat. • de omschrijving van de ambities die horen bij het thema, en omschrijving waarom we dit belangrijk vinden. • Vervolgens geven we aan waar de gemeente voor staat. De verantwoordelijkheid van de gemeente is op het ene thema groter dan op het andere. • Tot slot geven we aan welke aanpalende programma’s, aanpakken, plannen et cetera er zijn. Op alle onderdelen zijn al partners actief.

Gebor gekoes gen zi terd jn wo en rd opt Ieder k en ima ind le ge

t te pr en der ad ges anges jkheid die n i i t zor a K ans en rdel nier geloopvoe niet ee Za eund woo n ma ijd. os o ding n t t t e f Ade s eran p e e pgr en k qua v en o hun le oeie an j t r i m e n. a ls e ond ne ast b ne n e r g e r p m r e o s r om eer n teun de en z te o in ger t zij anveilig n o o pgr kunn dig is g J r da n oor o o e t e n o o ntw ien vo ch nie len d f ikke en zi n voe en/o len t e . s t o . d erla litei v a o min cri

re Iedeige in n d a jeug ad k nst nten Zaa ef tale n en t i act dekke op he uur ont ooien t, cult die or pl en ont van sp iviteit rede act en b ied geb ndere aan e ing. en adragen wikkel bij ont

De Kansencirkel gaat uit van een inclusieve samenleving waarin iedereen erbij hoort en kansen verdient. In het model staan daarom de ontwikkeling en kansen van kinderen centraal. In Schotland hebben ze positieve ervaringen met het model doordat zowel de overheid, als het onderwijs en organisaties, gebruikmaken van de uitgangspunten in de Kansencirkel.

kheid j i l e ord n o tw eme wordedneirnn n ngerenerd, on om ra e o e en j imul oken V

n enop ere kind eien Alleeren grvoeilige . g e jon n een ituati i inss gez

Om inzicht en overzicht in de leefwereld van kinderen en jongeren te krijgen maken we gebruik van de Kansencirkel. Dit is een model, opgesteld door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI), op basis van het gedachtengoed ‘Getting it right for every child’ (GIRFEC), ontwikkeld in Schotland. De Kansencirkel onderscheidt acht aandachtsgebieden die bij de ontwikkeling van kinderen en jongeren belangrijk zijn. Alle thema’s zijn van gelijke waarde en hangen met elkaar samen. De Kansencirkel is onze bril om integraal naar jeugdbeleid te kijken. Het stimuleert om niet naar een stukje van het leven van een kind te kijken, maar naar het ‘hele kind’. Het helpt verbindingen te leggen, thema’s met elkaar te koppelen en één taal te spreken.

n

9

2021/26562

Geborgen zijn en gekoesterd worden Een plek hebben om te leven, verzorgd te worden en liefde te ontvangen. Waar je je thuis voelt in een zorgzaam gezin en een passende omgeving. Thuis is bij uitstek in het eigen gezin en het huis waar je woont, met ouders die je liefhebben en goed voor je zorgen en met broertjes en zusjes om je heen. Dat is niet voor ieder kind vanzelfsprekend. Ouders hebben soms hulp nodig om die geborgenheid en stimulerende omgeving te kunnen bieden. Soms betekent het dat een kind zich beter in een andere omgeving kan ontwikkelen dan bij de eigen ouders. Ook voor jongvolwassenen geldt: je ergens thuis voelen en thuis kunnen komen, een eigen plek hebben, is belangrijk om je verder te kunnen ontwikkelen en zelfstandig te worden. Voor sommige jongeren is daarvoor een tussenstap van begeleid wonen nodig. Andere jongeren zijn dak- en/of thuisloos en hebben daarvoor ondersteuning nodig vanuit de gemeente. Voor alle jongeren komt er een moment waarop ‘eigen woonruimte’ een basisbehoefte wordt.

Ambitie 1:

Waarom dit belangrijk is Ouders en verzorgers voeden hun kinderen op en hebben daarbij het beste voor hun kind voor ogen. Om allerlei redenen is opvoeden niet altijd makkelijk. Ondanks dat ouders het beste voor hun kind willen, kunnen zich omstandigheden voordoen die belemmerend werken, zoals schulden, (chronische) ziekte van een ouder of een kind, of een echtscheiding. Dan is steun in de rug nodig om lastige situaties weer hanteerbaar te maken. Het is belangrijk dat die er op tijd is, zodat zo’n situatie niet verergert. Moeilijke omstandigheden kunnen al vóór de geboorte voor achterstanden zorgen. Denk aan stress als gevolg van armoede, traumatische ervaringen (bijvoorbeeld als vluchteling), teleurstellingen, of als je er als ouder alleen voor staat. Het zijn factoren die een risico betekenen op een onomkeerbare achterstand in de aller vroegste ontwikkeling vanaf de zwangerschap.

Ieder kind/jongere geniet een optimale opvoeding en kan zorgeloos opgroeien

Waar de gemeente voor staat

• Jeugdgezondheidszorg

Om te kunnen borgen en koesteren als ouder of verzorger heb je een basis nodig zonder grote zorgen, zoals je financiën op orde, een dak boven je hoofd hebben en in goede gezondheid verkeren (zowel fysiek als mentaal). De ondersteuning op deze gebieden vallen niet onder het Beleidskader Jeugd, maar hebben wel invloed op het jeugd beleid. In het oranje kader hieronder staan de programma’s waar deze onderwerpen in voorkomen. Vanuit het Beleidskader Jeugd zetten we in op de volgende onderdelen: • Er is een goede aansluiting tussen pré- en postnatale zorg (o.a. Kansrijke Start). • Jeugdgezondheidszorg is een belangrijke basisvoorzie­ ning (o.a. Centrum Jong). • Kinderen, jongeren en ouders krijgen de ondersteuning die zij nodig hebben, door middel van voorlichting, vroegtijdige signalering, opvoedspreekuren, thuisbezoe­ ken en aanvullende hulp.

De jeugdgezondheidszorg monitort de ontwikkeling van kinderen en biedt goede voorlichting over het opgroeien en opvoeden. Er is extra aandacht voor kinderen bij wie die ontwikkeling niet vanzelfsprekend goed verloopt. Bij hele jonge kinderen kan vooral de jeugdgezondheidszorg zien of ouders iets extra’s nodig hebben.

• Aansluiting tussen pré- en post­natale zorg (Kansrijke Start3) De eerste duizend dagen van zijn leven zijn cruciaal voor de ontwikkeling het kind. In die periode ontwikkelt hij al zijn vitale levensfuncties, legt hij de basis voor een veilige hechting en maken zijn hersenen continu verbindingen. We schenken daarom met deze aanpak veel aandacht aan de eerste levensfase van het kind. De gemeente is verantwoordelijk voor een goede aansluiting tussen de zorg tijdens de zwangerschap en die vanaf de geboorte. Hierbij is een integrale samenwerking tussen het medische en sociale domein nodig om de gezonde ontwikkeling van het (aanstaande) kind te waarborgen. Kansrijke Start gaat over het stimuleren van een gezonde zwangerschap en het versterken van ouderschap van (aanstaande) ouders in kwetsbare situaties.

Geborgen zijn en gekoesterd worden in andere gemeentelijke programma’s en ondersteuning. Woonvisie Zaanstad In Zaanstad hebben we een groot woningtekort voor alle woningzoekenden. We maken daarom een flinke inhaalslag en sturen de markt aan om nieuwbouw te versnellen en een divers aanbod te creëren voor elke portemonnee. Ook zetten we alles op alles om de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad te verbeteren. Alle Zaankanters verdienen een eerlijke kans op een passende en betaalbare woning.

Sociaal Wijkteam Het Sociaal wijkteam is er voor alle inwoners van de gemeente Zaanstad. Voor meer informatie over bijvoorbeeld opvoeden, schulden, financiële middelen en wonen? Of over werk en inkomen, vrijwilligers­ werk of mantelzorg? Dit kunnen ouders en verzorgers vinden bij het Sociaal Wijkteam bij hun in de buurt.

Door de structurele inzet van verschillende partijen kunnen we ouders, kinderen en jongeren, gericht informatie geven en ondersteunen bij het opvoeden en opgroeien. Ook de kinderdagopvang of peuterspeelzaal kan signaleren als de ontwikkeling niet goed verloopt. Vanaf de kleuterleeftijd is het vooral de school die het merkt als in een gezin iets extra’s nodig is. Het is belangrijk dat men dan weet wat te doen, hoe dat met de ouders te bespreken en wie er kan worden ingeschakeld. De jeugdgezondheids­ zorg komt daarvoor ook op scholen en kijkt regelmatig naar de ontwikkeling van elk kind. Op die contact­ momenten kunnen ook altijd vragen gesteld worden over opvoeden en opgroeien. Op verschillende plekken in Zaanstad kunnen ouders en kinderen cursussen volgen, waar zij ook met elkaar kunnen uitwisselen en van elkaar leren. Dit kan in verschillende levensfasen, van zwangerschapsbegeleiding tot het aanleren van sociale vaardigheden bij brugklassers. Ondersteuning kan individueel gericht zijn, op die ouder of dat kind, en op het hele gezin. We vinden het belangrijk problematiek in samenhang te bekijken en aan te pakken. Want verschillende problemen binnen het gezin hangen vaak met elkaar samen. In Zaanstad bekijken we vragen rondom opgroeien en opvoeden daarom binnen een bredere context. Daarin ligt de regie bij de ouders en de jongere zelf.

Het maakt niet uit waar je als ouder of jongere je vraag stelt. Professionals weten waar(mee) je het beste geholpen kan worden en wie je daarin verder kan helpen. Ook als de hulpvraag nog niet duidelijk is bij het kind en/of de ouders, is het aan de professional om een sensitieve houding richting ouders en kinderen te hebben en een helpende hand uit te steken.

3 Zie voor doelstellingen het landelijk actieprogramma https://www.rijksoverheid.nl/ documenten/publicaties/2018/09/12/actieprogramma-kansrijke-start

10

Terug naar de Kansencirkel

Programma Armoede Zaanstad kent relatief veel armoede. In 2020 leefde 11% van de gezinnen onder de armoede grens. Zaanstad kent ook een breed scala aan allerlei voorzieningen waarmee inwoners met financiële problemen worden ondersteund. Met het uitvoeringsprogramma armoede willen we de dienstverlening nog verder verbeteren.

• Kinderen, jongeren en ouders krijgen de ondersteuning die zij nodig hebben

2021/26562

Waar de gemeente voor staat

Ambitie 2: Adequate ondersteuning bij opgroeien en ontwikkelen

Waarom dit belangrijk is Opgroeien en opvoeden gaat niet altijd vanzelf en een situatie is soms, voor langere tijd, niet optimaal. We zetten die ondersteuning in die nodig is bij de situatie, van voorlichting en training tot begeleiding en behandeling door specialisten. Het is bijzonder schadelijk voor de gezondheid en ontwikkeling als een negatieve situatie langere tijd aanhoudt. Denk aan een verslechterde relatie tussen ouder en kind, gepest worden op school of depressieve gevoelens van een puber. Er is dan voor een ouder, een kind of jongere, of het hele gezin, een verdergaande interventie nodig, méér dan informatie, een paar gesprekken of een goede cursus.

Geborgen zijn en gekoesterd worden in andere gemeentelijke programma’s en ondersteuning Centrum Jong Voor advies, ondersteuning, een cursus en informatie over gezondheid, opvoeden en opgroeien kunnen ouder, kinderen en jongeren terecht bij Centrum Jong en Sociale Wijkteams in de gemeente Zaanstad.

Jeugdteam Het Jeugdteam biedt ondersteuning bij een gedragsof emotioneel probleem, bij een verstandelijke beper­ king en/of ondersteuning bij de opvoeding. Vaak is er sprake van een samenloop van meerdere problemen tegelijk

Wanneer opgroeien en opvoeden moeizaam gaat, kan ondersteuning in het gezin van belang zijn. Deze ondersteuning kan vanuit verschillende wetten en regelingen, die de gemeente uitvoert, gegeven worden (o.a. wet gemeentelijke schuldhulpverlening, armoede regelingen, Wet maatschappelijke ondersteuning, etc.). Hieronder gaan we vooral in op de ondersteuning die de gemeente specifiek biedt aan kinderen en jongeren. • De hulp en ondersteuning laten aansluiten op plekken waar kinderen en jongeren veel zijn (denk aan het onderwijs en de kinderopvang). • Toegang tot de hulp en ondersteuning vanuit de Jeugdwet (via Sociaal Wijkteam, Centrum Jong, Jeugdteam, huisartsen en gecertificeerde instellingen). • Op grond van de Jeugdwet zorgt de gemeente voor (de organisatie van) adequate hulp en ondersteuning. Deze adequate hulp en ondersteuning wordt georganiseerd in een betaalbaar en houdbaar systeem.

• De hulp en ondersteuning laten aansluiten op plekken waar kinderen en jongeren veel zijn Centrum Jong en het Jeugdteam sluiten steeds meer aan op de plekken waar kinderen en jongeren vaak zijn, zoals de kinderopvang en het onderwijs. Kinderen en jongeren brengen veel tijd door op school en de kinderopvang: het is een tweede opvoedmilieu. Signalen over problematiek kunnen dan ook gesignaleerd worden door deze partijen. Een goede samenwerking tussen het onderwijs, kinderopvang, Centrum Jong en het Jeugdteam is belangrijk. Zij zijn daarom aanwezig op plekken waar jongeren vaak komen.

• Toegang tot de hulp en onder­ steuning vanuit de jeugdwet

• Adequate hulp en ondersteuning vanuit de jeugdwet Samen met de gemeenten in de regio organiseert de gemeente Zaanstad een netwerk van passende specialistische zorg en ondersteuning. Als, voor het in balans brengen van de situatie, de laagdrempelige ondersteuning van Centrum Jong of het Sociaal Wijkteam niet toereikend is, wordt het Jeugdteam ingezet. De jeugdteammedewerker biedt, kijkend naar de gehele situatie van een gezin, ondersteuning die past bij de vraag van het gezin en het kind. Ouders, de jongere zelf, de jeugdteammedewerker en in soms ook de school stellen dan een passend plan op. Op basis van dit plan werkt het gezin aan concrete resultaten met ondersteuning van de professional. Het Jeugdteam kan veel zelf oppakken, onder andere met de hulp van ervaringsdeskundigen of vrijwilligers. Als het Jeugdteam die hulp niet kan bieden. kan specialistische jeugdhulp worden ingezet. Het is belangrijk om in de manier waarop we in Zaanstad de jeugdhulp organiseren, bedacht te blijven op prikkels die een kostenverhogend effect hebben. De komende jaren zullen we, steeds in constructief overleg, met de nieuwe stichting Jeugdteam en de specialistische aanbieders zoeken naar de meest verantwoorde en kostenefficiënte zorg. De gemeente streeft hierbij naar partnerschap en gezamenlijke verantwoordelijkheid om het geheel houdbaar te houden.

Het is voor alle partijen van belang om ‘passende’ vormen van ondersteuning te bieden, met als norm dat deze ‘goed genoeg’ is. Waarbij van belang is dat ouders, kinderen en jongeren zelf ‘aan zet’ blijven of zo snel mogelijk weer komen. We zetten daarom de ingezette lijn door om het samenspel tussen preventie, gespecialiseerde hulp en de eerstelijns inzet door het Jeugdteam, te vereenvoudigen. Vanuit de nieuwe stichting Jeugdteam gaan we werken aan verbetering van de samenwerking met de huisartsen, zodat verwijzing naar specialistische jeugdhulp minder vaak nodig is. Het inzetten van praktijkondersteuners jeugd in de huisartsenpraktijk kan daarin een belangrijke rol spelen.

De toegang tot het Jeugdteam en de specialistische jeugdhulp verloopt via het Sociaal Wijkteam of Centrum Jong (of andere wettelijke verwijzers). Reden is dat we meer een integrale aanpak willen hebben. Veel ondersteunings­ vraagstukken voor kinderen komen namelijk mogelijk uit andere vraagstukken voort, zoals schulden of geestelijke gezondheidsproblematiek bij de ouders. Terug naar de Kansencirkel

11

2021/26562

Waar de gemeente voor staat

Veilig zijn Je veilig voelen thuis, op school en in de rest van de samenleving. Beschermd worden tegen misbruik, verwaarlozing en geweld en ook zelf veilig leren omgaan met anderen. Voor groeien en ontwikkelen heeft een kind de ruimte nodig om te experimenteren, is ontdekken en te leren. Daarom is je (thuis) veilig voelen een absolute basisvoorwaarde. Als ouders veel stress ervaren, vaak ruzie maken of veel zorgen hebben, dan heeft dat effect op het kind. Kinderen die zich niet veilig voelen kunnen een achterstand oplopen in hun ontwikkeling, bijvoorbeeld doordat zij zich moeilijker kunnen concentreren. Als kleine kinderen vaak bang zijn, ontwikkelen de hersenen zich niet goed. Dit zorgt voor blijvende schade die zij de rest van hun leven meedragen. Regelmatig getuige zijn van verbaal, psychologisch of fysiek geweld vergroot bovendien de kans dat kinderen en jongeren later zelf dat gedrag herhalen, waardoor de cyclus zich voortzet. Ook op school, in de straat en de buurt moet een kind zich veilig voelen. Dit gevoel van veiligheid is nodig om met vertrouwen relaties met anderen aan te gaan en zich sociaal te ontwikkelen.

Ambitie 3: Alle kinderen en jongeren groeien op in een veilige thuissituatie

Waarom dit belangrijk is Om op te groeien tot een zelfbewuste en zelfstandige Zaankanter moet je kunnen leren en je kunnen ontwikke­ len. Dat kan alleen als je je veilig voelt om de wereld te verkennen en daarin nieuw gedrag en nieuwe vaardigheden uit te proberen. Daarom is het belangrijk dat kinderen en jongeren een goede en veilige omgeving hebben om te leven en zich te ontwikkelen. Bij voorkeur is dat zoveel mogelijk thuis bij hun ouders en eventuele broertjes en zusjes. Waar en wanneer nodig is daarvoor aanvullende hulp. Als thuis (tijdelijk) geen optie is, kan dat in een andere passende gezinsomgeving.

Veilig zijn in andere gemeentelijke programma’s Geweld Hoort Nergens Thuis Zaanstad heeft een regionaal en een lokaal plan rondom ‘geweld hoort nergens thuis’. In de plannen is er allereerst aandacht voor meer bewustwording van wat huiselijk geweld betekent, hoe je het bespreekbaar maakt en waar je hulp en advies kunt krijgen.

Integraal veiligheidsplan 2019-2022 Veiligheid is één van de kerntaken van de lokale overheid. Gemeenten hebben dan ook met verschillende veiligheidsvraagstukken te maken, waaronder jeugdoverlast, risicojongeren, ondermijning en jeugdcriminaliteit. De specifieke inzet hierop wordt in het hoofdstuk Verantwoordelijkheid Nemen nader toegelicht.

Veiligheid kent diverse aspecten, zoals een veilige leefomgeving, een veilige omgeving waar je kunt zeggen en denken wat je wilt, etc. In dit beleidskader bespreken we vooral de veiligheid in de omgeving rondom kinderen en jongeren (dus in het gezin, rondom huis, op school en online). • Er is een veilige fysieke leefomgeving voor kinderen. • Ieder kind voelt zich veilig; thuis, op school, online en in de rest van de samenleving. • Kinderen worden beschermd tegen misbruik, verwaarlozing en geweld. Iedereen die met kinderen werkt, kent de meldcode en handelt ernaar. • (Potentiële) kwetsbare thuissituaties zijn in beeld. • Uitvoering jeugdbeschermings- en jeugdreclasserings­ maatregelen.

• Veilige fysieke leefomgeving Kinderen moeten veilig kunnen (op)groeien, spelen en zich op school, het schoolplein, de straat, in hun wijk veilig voelen. Daarvoor zijn veilige speelplekken en een schone leefomgeving nodig. Met daarin genoeg positieve uitdagingen en de mogelijkheid om succeservaringen op te doen, door te sporten, muziek te maken of aan toneel of andere culturele activiteiten te doen. Dit is niet alleen voor de ontwikkeling van het kind, het is ook de beste preventie tegen de aantrekkingskracht van criminaliteit en het snelle geld. Het ondersteunt de weerbaarheid tegen die criminaliteit en ondermijning die in sommige van onze wijken op straat tastbaar is.

• Ieder kind voelt zich veilig; thuis, op school, online en in de rest van de samenleving De gemeente heeft de generieke taak om gezinnen te ondersteunen bij ‘de basis op orde hebben’ (woonruimte en inkomen). Specifiek betekent dat zorgen voor goede ondersteuning voor gezinnen en jongvolwassenen. ‘Veiligheid’ dient in een vroeg stadium onderwerp van gesprek te zijn, tussen ouders en professionals. Medewerkers van het Jeugdteam, professionals die ouders ondersteunen en specialistische jeugdhulporganisaties checken daarom altijd op veiligheid. Zij kunnen daarvoor een beroep doen op de expertise van onze veiligheidspartners. Het gaat in eerste instantie om een thuis waar kinderen en jongeren een fysiek en emotioneel veilige basis hebben.

De gemeente stimuleert het gebruik van de Verwijsindex door professionals om er zo aan bij te dragen, dat ieder kind zich (sneller) veilig voelt. Om de jeugdige zo goed en snel mogelijk te kunnen helpen is namelijk vroegtijdige afstemming van belang, om grotere problemen in de toekomst te voorkomen. Door de Verwijsindex te gebruiken, kan de betrokken professional in dit kader zien welke andere professionals er nog meer bij een cliënt betrokken zijn. Het belang van de jeugdige staat hierbij altijd voorop.

• Kinderen beschermen tegen misbruik, verwaarlozing en geweld Het is belangrijk dat mensen in de directe omgeving van kinderen signalen herkennen. Professionals van bijvoorbeeld Centrum Jong, Jeugdteam, de kinderopvang, school en de huisarts moeten de meldcode actief kennen en kunnen naleven. Zij zijn in staat hierover in gesprek te gaan met ouders en weten hoe ze daarbij de juiste hulp in moeten schakelen.

• (Potentiële) kwetsbare gezinnen zijn in beeld Er moet eerder zicht zijn op kwetsbare gezinssituaties om, in die belangrijke eerste levensfase, veiligheid en goede hechting te kunnen bevorderen. Hulp bieden in een vroeg stadium zorgt ervoor dat rust en stabiliteit in het gezin behouden blijft of (terug)komt. Een goede samenwerking tussen professionals is cruciaal als in een gezin de ontwikkeling van de kinderen in gevaar is. Daarbij wordt gekeken naar de veiligheid van het kind én dat van het gehele gezin. Nadrukkelijk is er ook oog voor wat er wél goed gaat in het gezin. Deze elementen vormen aangrijpingspunten voor een gezin om zelf de regie (terug) te nemen.

• Uitvoering jeugdbeschermingsen jeugdreclasseringsmaat­ regelen. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringmaatregelen door Gecertificeerde Instellingen (GI’s). De GI’s bepalen vanuit deze maatregelen ook welke ondersteuning nodig is om te zorgen dat de situatie weer acceptabel wordt en het toezicht niet meer nodig is.

12

Terug naar de Kansencirkel

Het streven is dat zoveel mogelijk kinderen binnen hun eigen gezin opgroeien. Waar nodig zoeken we naar innovatieve oplossingen om te voorkomen dat kinderen uit huis geplaatst moeten worden. Bijvoorbeeld Buurtgezinnen of andere vormen van ‘maatjes’, voor ouders en jongeren. De gemeente maakt afspraken met woningcorporaties om voldoende woningen beschikbaar te hebben voor jonge

ouders (ook tienermoeders/gezinnen). Daarnaast moet zoveel mogelijk worden voorkomen dat gezinsproblematiek, bijvoorbeeld een scheiding, zorgt dat kinderen geen veilig thuis meer hebben.

2021/26562

Ontplooiing; leren en talenten ontwikkelen Kansen en ondersteuning ontvangen om te leren en talenten te ontwikkelen. Ondersteuning bij het opdoen van kennis en ontwikkelen van vaardigheden, (zelf)vertrouwen en zelfwaardering. Thuis, op school en in de samenleving.

leven staat. Ook in deze uitkomsten zullen dus altijd verschillen zijn. En dat is oké. Het is niet oké als kinderen al vanaf vóór de geboorte geen gelijke kansen hebben op een goede ontwikkeling. De kansengelijkheid moet kleiner worden.

Naast ouders en mensen in de directe, dagelijkse omgeving, spelen daarin de kinderopvang, de peuterspeelzaal en de scholen een belangrijke rol.

Elk kind/jongere moet kunnen deelnemen aan kwalitatief goede voorschoolse opvang en goed onderwijs met een passende onderwijsplek. En elk kind/jongere moet de kans hebben op een brede en optimale ontplooiing van talenten, ook buiten de context van school.

Ambitie 4: Ieder kind heeft optimale en brede ontwikkelings­ kansen

Waarom dit belangrijk is Mensen verschillen van elkaar. Ze verschillen in talent, voorkeuren, temperament en of maatschappelijk succes en carrière belangrijk voor ze is. Het samenspel daartussen is bepalend voor wie je uiteindelijk wordt en hoe je in het

Er zijn verschillen in kansen als gevolg van de wijk waar kinderen/jongeren opgroeien. Juist in de wijken waar meer kinderen en jongeren met een achterstand aan de basisschool beginnen, is het risico groter dat zij die achterstand niet inlopen. In die wijken is meer aandacht en inzet noodzakelijk.

Ontplooiing in andere programma’s Wet passend onderwijs Alle leerlingen moeten een plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en hun mogelijkheden. Passend onderwijs moet ervoor zorgen dat elk kind het beste uit zichzelf haalt. Scholen bieden daarom extra hulp aan leerlingen die dit nodig hebben, zoals kinderen met leer- of gedragsproblemen.

Regionale Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten (RMC) Aanvullend op de Leerplichtwet voert de gemeente Zaanstad ook de RMC-functie uit. Medewerkers van het RMC begeleiden jongeren van 18 tot 23 jaar die voortijdig van school (dreigen te) gaan. Het doel is om jongeren zonder startkwalificatie op school te houden, terug te leiden naar onderwijs of te begeleiden naar werk, participatie en/of zorg als dat nodig is. Gemeenten en scholen bepalen samen welke maatregelen zij inzetten om voortijdig schooluitval tegen te gaan. De afspraken hiervoor zijn vastgelegd in een regionaal plan.

• Leerlingenvervoer

Als het om het ontwikkelen van talenten gaat, zijn vooral voorschoolse kinderopvang en onderwijs aan zet. De gemeente zorgt dat ieder kind optimaal gebruik kan maken van het onderwijsaanbod. Daarnaast zijn er buiten het onderwijs mogelijkheden voor ontplooiing. • Onderwijsachterstanden, verzuim en schooluitval worden (zoveel mogelijk) voorkomen. • Er zijn vervoersmogelijkheden voor kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen. • Er is een nauwe samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp én kinderopvang en jeugdgezondheidszorg. • De onderwijsagenda met focus op taal. • Ondersteuning voor jongeren (o.a. leerplicht, Jongerenloket en Local Heroes).

Sommige kinderen kunnen niet zelfstandig naar school. Speciaal voor hen is er leerlingenvervoer.

• Onderwijsachterstanden beleid, verzuim en schooluitval De ontwikkeling van het kind staat centraal. Dat is gemakkelijk gezegd en daar zal niemand tegen zijn. Maar dat betekent nogal wat. Bijvoorbeeld dat organisaties steeds in het achterhoofd houden of alles wat zij doen vooral in het belang is van de ontwikkeling van de kinderen. Het centrale uitgangspunt van het onderwijsachterstan­ denbeleid van de gemeente Zaanstad is, dat alle kinderen een gelijke kans krijgen tot ontwikkeling en ontplooiing en dat ieder kind veilig, gezond en met plezier opgroeit. Onze ambitie is dat elk kind zonder achterstand de schoolcarrière kan doorlopen. We willen kinderen optimale kansen bieden om zichzelf, hun talenten en mogelijkheden en de wereld om hen heen te ontdekken. De gemeenten Zaanstad, Wormerland en Oostzaan, de samenwerkingsverbanden PO/VO verbinden zich aan de ambitie dat in 2020 geen enkel kind of jongere langer dan drie maanden thuis zit zonder passend aanbod van onderwijs en/of zorg. Hiervoor is de thuiszittersaanpak ‘op weg naar een regio zonder thuiszitters’ opgesteld. Dit is de vertaling van het landelijke thuiszitterspact naar beleid voor de Zaanstreek, het Zaanse Pact. Tegenwoordig gebruikt leerplicht een Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) in plaats van Strafrechtelijke Aanpak Schoolverzuim (SAS) waarin ketensamenwerking centraal staat.

Leerplicht richt zich niet enkel op de plicht tot onderwijs door handhavend op te treden, maar waarborgt ook het recht op onderwijs en ontwikkelingen dat kinderen en jongeren hebben. Schoolverzuim is vaak een eerste signaal dat er meer aan de hand is.

• Samenwerking kinderopvang, jeugdgezondheidzorg, onderwijs en jeugdhulp. Onderwijs en kinderopvang zijn belangrijke plekken voor kinderen, waar zij dagelijks veel tijd doorbrengen. Het is het tweede opvoedmilieu. Soms is er iets extra’s nodig voor een optimale ontwikkeling van het kind. Niet alleen op school en op het kinderdagverblijf, maar ook in de gezinssituatie. De onderwijsprofessionals en professionals op het kinderdagverblijf signaleren veel, vangen veel af en zijn er ook vaak bij als het escaleert. Aansluiting bij het onderwijs is dan ook van belang om goede jeugdhulp te bieden aan ouders en kinderen en om ervoor te zorgen dat het onderwijs zich kan richten op de kerntaken. Aansluiten door de jeugdgezondheidszorg en jeugdhulp bij de kinderopvang is belangrijk, zodat kinderen die ondersteu­ ning nodig hebben deze op tijd krijgen, zodat zij geen of minder problemen krijgen als ze naar school gaan.

• De onderwijsagenda met focus op taal Gemeente en onderwijs hebben afgesproken dat ze de komende tijd nauwer gaan samenwerken op het thema taal. In Zaanstad lopen al diverse programma’s op dit thema, zoals het onderwijsachterstandenbeleid, de regionale aanpak basisvaardigheden, het regionaal taalakkoord, taal in Poelenburg/Peldersveld en de visie op meertalig opgroeien. De komende tijd willen we de verschillende programma’s nog beter met elkaar verbinden.

• Ondersteuning voor jongeren Voor jongeren tot 27 jaar is het Jongerenloket de plek voor vragen over leren, werken en inkomen. Een doelstelling vanuit het Jongerenloket is dat jongeren zelf verantwoor­ delijkheid nemen én dragen voor hun keuzes. Een ander doel is een plek bieden waar jongeren terecht kunnen met hulpvragen en problemen. Verder is het van belang de eigen kracht van de jongeren te gebruiken.

Terug naar de Kansencirkel

Maatschappelijke Diensttijd Local Heroes is een programma van de gemeenten Zaanstad, Wormerland en Oostzaan en is onderdeel van een landelijk programma ‘Maatschappelijke Diensttijd’. Jongeren zetten zich tijdens hun maatschappelijke diensttijd (MDT) vrijwillig in voor een ander. Ze geven bijvoorbeeld taalles aan statushouders of organiseren samen een maatschap­ pelijk evenement. Tijdens hun MDT kunnen jongeren

tussen de 14 en 27 jaar hun talenten en interesses ontdekken.

Waar de gemeente voor staat

13

2021/26562

Waar de gemeente voor staat

Gezond zijn Je lichamelijk en geestelijk goed voelen en toegang hebben tot de best mogelijke (gezondheids)zorg en ondersteuning bij het leren maken van gezonde en veilige keuzes. Een goede gezondheid is een belangrijke randvoorwaarde voor een plezierig leven. Iemand die zich gezond voelt, is gelukkiger, actiever, zelfverzekerder, productiever en beter in staat om een weg te vinden in de maatschappij. De gezondheid van kinderen en jongeren met een lage sociaal economische status (ses) is over het algemeen slechter dan de gezondheid van kinderen en jongeren met een hoge ses. We wensen dat elke Zaanse wijk, elke Zaanse kinderopvang en school een leefomgeving vormt die kinderen en jongeren stimuleert tot positief gezond gedrag, waardoor ze hun talenten kunnen ontwikkelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10948260/1