CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 9 november 2021

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente Zaanstad44.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

De heer Kuyper (ROSA): Ja, voorzitter, meteen even op de vraag van de heer Van der Laan, dat heb ik in mijn bijdrage al gezegd: mocht die narap niet positief zijn, dan zullen we ongetwijfeld gaan kijken naar een andere dekking, bijvoorbeeld vanuit de Vitale Stad en de coronagelden uit het Rijk die daar nog in zitten. Dus dan gaat het in ieder geval wel door wat ons betreft. De voorzitter: Zijn er nog andere woordmeldingen op dit punt? Dan heeft u … O, mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, ik heb nog wel een vraagje. Ik hoorde coronagelden vallen, als er nu bijvoorbeeld sinterklaasintochten niet door kunnen gaan door coronamaatregelen, worden die leges dan ook terugbetaald aan die organisaties van die sinterklaasintochten uit de coronagelden? De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Voorzitter, misschien kan ik het nog iets eenvoudiger maken. Als het gaat om het eenmalig besteden van het geld wat voortkomt uit een deel van het besluit wat u genomen heeft om tot 100 procent kostendekkende tarieven te komen. Ook het college heeft best wel begrip voor het feit dat het vooral organisatoren van kleine evenementen moeilijk maakt om zaken echt voor elkaar te krijgen, als het een eenmalig karakter heeft. Dit is wel volledig toe te schrijven aan de effecten van corona.

We hebben onlangs dat project Vitale Stad weer opnieuw opgestart en het meest recente inzicht laat zien dat als de schade voortkomend uit dit voorstel 50.000 euro bedraagt, dat wij dat ook kunnen verwerken in het project Vitale Stad. Dan zou ik bijna aan de inner moeten vragen: ‘Trek het terug en neemt u alstublieft genoegen met de toezegging van het college dat wij dit bij Vitale Stad zullen verwerken’. Dat is overigens alleen voor 2022. Structureel, dan is er natuurlijk wel wat anders nodig. Maar ik stel voor om die discussie niet te voeren want dan heb je het misschien inderdaad over een andere benadering en misschien wat meer antwoord op de vraag van: zijn wij nou wel efficiënt vergunningverlener? Maar dat valt een beetje buiten de context van deze

begrotingsbehandeling. Maar wij kunnen met het meest recente inzicht dit bedrag heel goed dekken uit de spelregels, overigens die u ook zelf opgesteld heeft als kaders voor Vitale Stad. De voorzitter: Goed, wie wil hier nog op reageren? Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Geldt dat ook dus voor sinterklaasintochten die misschien door komende maatregelen worden afgelast? De voorzitter: Mijnheer Krieger. De heer Krieger (wethouder): Ik begrijp het niet helemaal, maar als sinterklaasintochten worden afgelast, betekent dat minder kosten of minder opbrengsten in uw optiek? De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ik bedoel, als een sinterklaasintocht de gemeente 1800 euro aan leges heeft betaald en achteraf krijgen we van het Rijk opgelegd dat een sinterklaasintocht niet door mag gaan, dan heeft die organisatie gewoon voor niks een vergunning aangevraagd. En dat komt dus door corona, dus kan dat dan ook door coronagelden gedekt worden? Dat is mijn vraag. De voorzitter: Mijnheer Krieger. De heer Krieger (wethouder): Die vraag zou ik even mee terug moeten nemen, mijnheer Van Haasen. Volgens mij hebben we dan een soort systeem waarbij dit soort kosten vergoed worden. Maar ik kom daar even op terug als je het goed vindt. De voorzitter: Mijnheer Kuyper.

De heer Kuyper (ROSA): Ja, voorzitter, ik dank de portefeuillehouder voor zijn toezegging, dat het kan uit het bezit van Vitale Stad. Maar we vragen natuurlijk ook voor een structurele oplossing vanaf volgend jaar en dat staat ook in de motie. Dus ik moet even straks in overleg met de mede-indieners hoe we daarmee omgaan, maar dat hoort u dan later in het debat. De voorzitter: Kunnen we daarmee dit onderwerp afsluiten? Dan gaan we naar de hondenbelasting. Dan hebben we amendement G: ‘Afschaffen hondenbelasting’ van POV, PVV en LZ. Dat is het enige op dit onderwerp. Wie wil daarover het woord? Ik denk mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter. We gaan het maar weer proberen, in elk geval met dekking. We hebben gekeken of het mogelijk is om daar een bedrag voor te vinden en dat hebben we gedaan in programma 3. Daar kan met de kaasschaaf behoorlijk wat vanaf, 13,9 miljoen wat daar uitgegeven wordt aan subsidies. Wij zijn ook al behoorlijk fanatiek geweest op het controleren van subsidies, dat doen we ook niet helemaal. Maar wij denken dat als dat gedaan wordt, we praten over ongeveer tien procent op 13,9 miljoen. Daar zouden twee amendementen van gedekt kunnen worden, voorzitter. Dan zal ik ze meteen maar bij elkaar gooien, dat is de hondenbelasting en dat is extra FTE voor handhaving.

Dat is het bedrag wat je bij elkaar fietst als je tien procent gaat schaven op het programma 3. De voorzitter: … over het woord? Mijnheer Van Haasen en mevrouw Onclin.

De heer Van Haasen (PVV): Ja, ik wil daar nog bijvoegen, al was het vrij nobel van het Zaantheater, die schijnbaar te veel subsidie krijgt, dat ze vijfduizend kaarten weggeven. Dus ja, wij vinden dat wel een signaal dat ze te veel subsidie krijgen. Dank u. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD): Ja, voorzitter, ik ben blij dat de heer Van der Laan zelf ook voorstelt om amendement G en amendement H tegelijk te behandelen, want dat wilde ik ook doen. De indieners stellen voor om tien procent te bezuinigen op de subsidies. Dat op zichzelf hebben wij het daar al vaker over gehad, dat wij ook voorstander zijn van het kritisch bekijken van de subsidies. Dat we ook voorstander zijn van het afschaffen van de hondenbelasting en het vergroten van de handhavingscapaciteit. Dus tot zover vinden we elkaar. Maar om dat zo kort van tevoren in te dienen, ook niet te specificeren en eigenlijk het college opdracht te geven hoe dat dan precies te doen, vinden we eigenlijk niet helemaal chic. En dat verbaast ons dan op zich ook wel, omdat volgens mij juist deze indienende partijen een paar weken geleden nog aan ons zijde te vinden waren toen we dit GroenLinks kwalijk namen, van: je kan niet zo vlak van te voren proberen vuurwerkondernemers geld af te nemen.

Wij vinden eigenlijk dat dat ook geldt voor instellingen, terwijl wij zelf ook best kritisch willen kijken naar: is al die subsidie wel nodig? Maar ook daar geldt toch wel: gelijke monniken, gelijke kappen. En wat we niet willen wat ons ondernemers overkomt, moeten we ook niet onze culturele instellingen aandoen. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan en dan de heer De Laat. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, daarom hebben we gezegd het bedrag te verminderen op het totale bedrag en dan gewoon de ruimte te geven aan het college waar die vermindering gevonden kan worden. En dat het op het late moment is; wij hebben echt lopen zoeken naar dekking omdat we iets creatiever wilden zijn dan dat we het wilden halen uit de algemene reserve. Dus volgens mij kan het op deze manier, heeft het college goed de ruimte om te kijken waar het wel en waar het niet kan en die tien procent is volgens ons een zeer haalbaar doel. We moeten volgens mij ook heel goed kijken naar onze eigen uitgaven, onze eigen portemonnee en niet lukraak gewoon alleen maar subsidies geven die daar niks mee doen. Dit zou een hele goede start zijn, als het college zelf gaat kijken op welke punten het kan en het kan laten waar het echt zeer gaat doen. De voorzitter: Ik heb nog woordmeldingen van de heer De Laat, de heer Kerkhoven, mevrouw De Boer en de heer Hoedemaeker. Mijnheer De Laat heeft het woord.

De heer De Laat (GL): Ik heb wel een verduidelijkende vraag aan de indieners. Dus als ik het goed begrijp willen zij om de hondenbelasting af te schaffen, bezuinigen op onder andere cultuur, bibliotheken, sport, integratie en samenleven en onderwijshuisvesting. Heb ik dat goed begrepen? De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Wilt u daar bevestiging van, of u het goed begrepen heeft? Dat weet ik niet. De voorzitter: Mijnheer De Laat. De heer De Laat (GL): Nee, u kan nu wel een beetje grappig over doen, maar stelt u nou voor om te bezuinigen op de onderstaande onderwerpen?

De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, dat is vragen naar de bekende weg. Ik moet een antwoord geven op iets wat ik heb ingediend. Het antwoord is met hoofdletters: JA, daar willen wij op bezuinigen. En dat u dat niet wil, ja, dat weet ik, maar daarom zitten we hier tegenover elkaar en zit ik niet bij GroenLinks. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. De opmerking die ik had willen maken is reeds gesteld door mevrouw Onclin, dus hierbij. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, als mede-indiener van deze beide voorstellen, en wij hebben dat vorige week ook nadrukkelijk op de agenda gezet over cultuur: hoe kom je er veilig? Volgens mij hebben we het al heel lang als wens in deze raad dat we de hondenbelasting af willen schaffen en een hele belangrijke taak om hier handhaving te genereren. Maar dan ook wel even de vraag aan mevrouw Onclin: waar staat dat we ondernemers dan gaan duperen? Want in vervolg op het antwoord van de heer Van der Laan hebben wij dat helemaal nergens opgenomen en juist de vrijheid gelaten om goed te kijken waar je dat dan gaat doen. En volgens mij hebben we de afgelopen tijd best wel wat voorstellen van het college voorbij zien komen die prima kunnen en geen pijn doen aan ondernemingen of instellingen. Dus daar ben ik wel heel erg benieuwd naar.

Ik vind het wel een beetje een schandalige vergelijking dat u dat gelijktrekt met de acties rondom vuurwerk. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD): Nou, voorzitter, volgens mij beantwoordt mevrouw De Boer in die zin al haar eigen vraag. Ik zei niet dat deze amendementen ondernemers schaden, ik zei dat de indienende partijen en de VVD het vorige keer met elkaar eens waren dat je niet op die manier met ondernemers kon omgaan. Maar als we vinden dat we niet op die manier met ondernemers om kunnen gaan, vinden wij dat je ook niet op die manier met culturele instellingen om kan gaan. Volgens mij was dat duidelijk. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, maar dan zou ik u toch willen aanraden om nog even goed naar dat programma te kijken, want daar zitten natuurlijk niet alleen maar kosten voor instellingen/ondernemers. Dus daar zitten nu veel meer zaken in. De voorzitter: Hier nog reactie op van mijnheer Van der Laan en de heer Mattens. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, laten we een voorbeeld nemen aan wat de heer Van Haasen al zei. Als je het Zaantheater nu neemt, die hebben er net, ik weet niet hoeveel mensen uitgezet, hoeveel waren dat er? Dertig mensen op straat gezet en de horeca die wordt uitbesteed, en die evengoed het volledige bedrag aan subsidie krijgen.

Dus ik bedoel, daar kan je naar kijken: hoe zinnig is dat dan nog? Er wordt nu zelfs gevraagd door het Zaantheater aan ondernemers om een drankje te sponsoren in de pauze. Ja, wat zitten we dan hier te doen? Als ik dan ga kijken dat er vijfduizend kaarten uitgedeeld worden aan de voedselbank, is het een soort van veredelde subsidieverstrekking richting de voedselbank. Dan zouden we moeten kijken: hoe

gaan we dat constructief doen? Dus wij laten echt de ruimte aan het college: waar kan het en waar kan het niet? Waar doet het zeer? Daar moet je het zeker niet doen. Het is niet zo dat we de hele cultuur om zeep willen helpen, dat is natuurlijk iets wat ervan gemaakt wordt. Wij proberen te kijken: hoe ga je goed met je geld om? Dat zijn we verantwoord aan de mensen hier in Zaanstad. En als dat op een goede manier gebeurt, kunnen we volgens mij de hondenbelasting afschaffen. En we hebben 11 FTE aan handhaving, iedereen blij, ook de burgemeester. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin: Ja maar voorzitter, zo doet de heer Van der Laan het heel lieflijk overkomen. En als hij het in die stappen zou doen, dus eerst een motie om dit te onderzoeken, dan ben ik het met hem eens. Maar het is geen motie om dit te onderzoeken, het is een amendement, dat is gewoon een harde opdracht. Dus daar kan het college ook niet van zeggen: ‘Tien procent is niet haalbaar, ik kom niet verder dan vijf procent’. Het is een harde opdracht om tien procent te bezuinigen in programma 3, terwijl we op dit moment niet kunnen overzien wat daar de impact van is. Dat is het eerlijke verhaal. De voorzitter: Mijnheer Mattens en de heer De Laat. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Tien procent is geen klein bier, dit kan zomaar de hele cultuursector om zeep helpen en daar hebben we totaal geen zin in.

Dus ik ben ernstig teleurgesteld, ook gegeven het feit dat u al twee weken van tevoren zegt: ‘We hebben dekking gevonden’. En dan komt u ongeveer de avond van tevoren met dit voorstel aanzetten. Ik vind het wel een beetje zwak. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, als wij met een onderzoeksopdracht komen, dan kan dat wel worden dat dat pas ergens bij de voorjaarsnota bekend is en dat duurt ons te lang. En wordt er elke keer gevraagd: ‘Zoek dekking’. Nou ja, dit is een dekking. Dat u het misschien niet de goede dekking vindt, maar het is wel dekking. En volgens mij is het haalbaar, volgens mij is het hartstikke haalbaar. Dus het is goed als het college dat gewoon inderdaad gaat doen en nu ook definitief eens een keer gaat kijken: hoe worden die subsidies verstrekt? Waar kan het een stuk minder? En waar kunnen we dan geld verdienen om de organisatie meer op poten te krijgen? Dat is gewoon nou eens een keer met lef regeren. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD): Nou kijk, voorzitter, nu bekend de heer Van der Laan in ieder geval nog kleur, want net had hij het nog over: ‘Ja, als het vanaf vijf procent pijn gaat doen, laten we het dan op vijf procent houden’. Maar nu zegt hij eigenlijk gewoon: ‘We willen de hondenbelasting, het moet en zal en wat de pijn is in programma 3, dat maakt ons verder niet uit’.

Wij maken daarin een andere keuze. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ik vind het een beetje schokkend dat wij verwijten krijgen dat wij de belofte van de VVD proberen in te lossen, want dat is wat we hier zitten te doen. Wij hebben een toezegging gehad van wethouder Ram dat hij de hondenbelasting af zou schaffen. En wij zitten hier al onze uiterste best te doen voor de vierde keer op rij om die belofte na te komen en op deze manier gaat het natuurlijk nooit gebeuren. Wat ik nog wil reageren naar de heer Mattens: als er een potje uit het Rijk komt of uit de provincie om de

cultuurinstellingen te steunen, en er moet 50 procent bijgelegd worden door de gemeente, dan wordt er ergens aan een boom geschud en dan zijn die gelden overal te vinden. En als wij geld zoeken voor om de hondenbelasting af te schaffen, dan is daar nergens geen ruimte. Als wij subsidie aan willen vragen voor onze scholen een betere ventilatie te zorgen, waar wij als gemeente bij moeten leggen, dan zeggen die schoolbesturen: ’Nee, dat kunnen we niet doen, want de gemeente Zaanstad heeft geen geld’. Maar als het voor cultuur is, dan wordt er weer aan een boom geschud en dan valt het allemaal naar beneden. Ik vind dat heel opmerkelijk. Dank. De voorzitter: Mijnheer De Laat, dan de heer Hoedemaeker en de heer Pietersma, en dan mevrouw De Boer. De heer De Laat (GL): Ik heb een vraag aan mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer zei eigenlijk: ‘We gaan niemand voor het blok zetten door dit amendement’. Dus ik kan me best voorstellen dat het dan niet gaat om de Jongerenwinkel of mensen die met LHBTI bezig zijn of amateurverenigingen of sportverenigingen. Dus al dat soort organisaties die in dit programma zitten zullen dan door dit amendement niet voor het blok worden gezet. Ik vraag me dan af, mevrouw De Boer: kan u iets duidelijk zijn waar u het geld dan wel vandaan gaat halen? De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, daar gaan we weer, zou ik bijna willen zeggen.

Je kan het namelijk gewoon zien ook, dat is even richting de VVD, als een taakstelling. Wij geven relatief veel geld uit aan allerlei cultuursubsidies. De heer De Laat noemde er net een aantal, ik zeg niet of dat wel of niet moet. We vragen aan het college om daar een goede afweging in te maken en dat uiteindelijk dan ook te verwerken, volgens mij is dat heel duidelijk. En de noodzaak waarom we dat doen is niet: ‘Als je het breed hebt laat je breed hangen’, maar we hebben het niet breed, dus je zal het ergens van moeten betalen. We hebben … Want we hebben het nu over de hondenbelasting, maar wat echt nog veel noodzakelijker is, is gewoon de handhaving op orde brengen. Dus wij doen nu een poging. Ik kan ook voorstellen om eindelijk een keer voor duurzaamheid te doen wat we vanuit het landelijk beleid moeten doen, in plaats van allemaal extra opgaven. Maar ja, dit college kennende en deze partijen kennende haalt dat hem ook niet. Ik heb ook voorgesteld om dat circulair bedrijf, waar we zo nodig in moesten investeren, eens een keer niet te doen. Had ook allemaal ruimte voor gemaakt, maar daar heeft u ook allemaal argumenten voor om dat vooral allemaal niet te doen.

Dus misschien moeten we eens een keer kijken wat we wel kunnen doen om de urgente problemen die we nou eenmaal hebben, zeg ik even tegen mijnheer De Laat, gewoon eens een keer proberen op te lossen in plaats van allerlei blokkades op te werpen die er nu nog helemaal niet zijn. De voorzitter: Mijnheer De Laat, kort. De heer De Laat (GL): Zou u mij kunnen uitleggen wat urgent is aan de hondenbelasting? De voorzitter: Goed, volgens mij wordt hier niet op geantwoord. Dan ga ik eerst naar de heer Hoedemaeker, de heer Pietersma en dan de heer Van der Laan. Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dank u wel. Er werd een beetje schamel gedaan over wat de heer Mattens zei over als je zomaar ergens met de botte bijl tien procent vanaf haalt, daar kan een cultuurinstelling gewoon van nat gaan. Het had de indieners gesierd als ze bij bijvoorbeeld de culturele instellingen die ze genoemd hebben, zoals het Zaans Museum of het Zaantheater, in een financiële verslaglegging hadden kunnen vinden waar dan al het geld extra aan overblijft. En dat is zeker niet het geval, ze geven uit wat ze krijgen en dat is nog redelijk

krap ook. En als je daar dan met de botte bijl tien procent vanaf haalt, dan houdt het gewoon op te bestaan. Het is net zoiets als je tien procent uit een tv-toestel haalt bij mijnheer Van der Laan thuis of bij mevrouw De Boer, dan doet die tv het niet meer. De voorzitter: Mijnheer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zit hier met stijgende verbazing te luisteren naar de redenering onder deze voorstellen, want er wordt hier heel hard geroepen dat wij veel te veel geld uitgeven aan cultuur. Gemiddeld in Nederland wordt er 292 euro per inwoner uitgegeven, in Zaanstad 218. Hoe vaak hebben wij hier wel niet de discussie gehad dat we onderaan de lijstjes stonden, ik meen ergens rondom plek 42, 43 als het ging om de aantrekkelijkheid van onze stad, als het ging om culturele waarde. En last but not least: ik vind het gewoon buitengewoon simpel en ook niet erg dapper van de fracties die dit indienen, dat ze zelf niet concrete voorstellen willen doen waar ze het dan precies vandaan willen halen, maar in feite dat probleem op het bord van het college neerleggen. Dus wat ons betreft zijn deze voorstellen verdere bespreking niet eens waard. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, sorry voorzitter, maar als we met dit soort woorden gaan smijten, dan is het al helemaal niet dapper om dan dekkingsvoorstellen te doen uit de algemene reserve.

Alsjeblieft zeg. De voorzitter: Mijnheer Pauw zag ik ook, woordmelding. De heer Pauw (ROSA): In aanvulling op de heer Pietersma: ik hoorde mevrouw De Boer zeggen dat wij dus als gemeente relatief veel geld uitgeven aan cultuur ten opzichte van andere gemeentes, dat heeft u gezegd. Dus ik ben heel erg benieuwd, en dan richt ik me ook even tot de wethouder van cultuur, of dat inderdaad zo is? En als het niet het geval is, als mevrouw De Boer gelijk heeft, dan zou ik graag willen zien over welk lijstje zij beschikt wat ik niet tot mijn beschikking heb? De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, dat is dus ook weer zoiets als woorden in de mond leggen of u heeft mij gewoon niet goed begrepen. Wat ik zei is dat wij relatief veel geld uitgeven aan cultuur ten opzichte van handhaving. Dat is wat ik gesteld heb. Ja, dan kunt u lachen, maar dat is zo. En u kunt ons ook wegzetten als dat wij niet een cultuurminnende partij zijn, want dat zijn wij wel. Alleen wat ik net al zei: wie breed heeft, laat breed hangen. En we hebben het niet breed, we zullen keuzes moeten maken, hoe pijnlijk die ook zijn. We hebben niet voor niks de jeugdzorg die onze begroting enorm in de tang houdt, al jarenlang, waardoor we moeilijke keuzes moeten maken. En wij stellen voor om tien procent als taakstelling op te nemen, om dan eindelijk eens onderwerpen als veiligheid op de agenda te zetten.

Dat is heel erg belangrijk en u mag ons niet wegzetten met allerlei frames over dat wij niet geen cultuurminnende partij zijn want dat zijn wij wel. Maar wij vragen oprecht aan alle partijen hier om na te denken over concrete oplossingen, in plaats van elkaars vliegen zitten af te vangen. De voorzitter: De heer Van der Laan, de heer Hoedemaeker en de heer Pietersma zag ik nog in reactie. Mijnheer Van der Laan.

De heer Van der Laan (POV): Ja, weet je, het is natuurlijk mooi om te zeggen: ‘Kom nou met voorbeelden’. Ik weet er wel één: Monet, het Monetjaar, dat heeft miljoenen gekost. Daar wordt echt ik weet niet hoeveel euro met een kruiwagen de zaal in gereden. Er is een schilderij aangeschaft. Hoeveel mensen die niet rond kunnen komen zitten te wachten op een schilderij van Monet? Laten we nou eerst gewoon onze zaken op eens orde hebben. En ik heb het niet over per definitie instellingen, mijnheer Mattens, het gaat ook om de dingen die wij gewoon in die ruif gooien, waar mensen achterover zitten zonder daar enige productie tegenover te stellen. Het zou goed zijn als we gaan kijken hoe die dan ook zelf een beetje hun broek op kunnen houden, in plaats van dat we gewoon achteloos alleen maar geld de achterdeur uit rijden. De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog (DS): Ja, voorzitter, er wordt gesuggereerd dat we relatief veel aan cultuur uitgeven, maar dat is natuurlijk onzin. Wat de heer Pietersma al zei: ‘Er is een kaalslag geweest op cultuur’. Corona, die heeft het nog erger gemaakt. En als de heer Van der Laan dat dan gebruikt om dan maar helemaal niks meer te doen, dan maak je iets wat erg is, dat schaf je maar helemaal af. Dat lijkt me niet de goede weg.

Nee, om nu van deze discussie af te zijn, die al heel lang duurt, kunnen we misschien beter voorstellen om de OZB voor eigenaren een tientje te verhogen en dan de hondenbelasting af te schaffen, dan heb je het ook gedekt. En overigens, dankzij ons bestaat het cultuurcluster niet en hebben we nog heel wat bezuinigingen tegen kunnen houden op cultuur, want dat had ook een kaalslag nog extra opgeleverd. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dan komt de heer Van der Laan met een voorbeeld: Monet, en dan slaat het weer kant nog wal. Ik ben dan wel heel benieuwd waar al die miljoenen staan dan, in welke jaarrekening of welke verslaglegging? Daar mag u dan maar eens een keer op reageren, dan wil ik wel eens e-mailtje van u hebben waar het dan precies staat? Er klopt helemaal niks van. De voorzitter: Mijnheer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja, voorzitter, ik was nog even benieuwd naar een opmerking van mevrouw De Boer. Die gaf namelijk aan, vond ik een hele interessante, verhouding tussen handhaving en cultuur. Een buitengewoon interessante monitor die zij misschien tot haar beschikking heeft. Ik heb hem niet, maar ik laat me daar graag nader over informeren wat daar landelijk de balans in zou moeten zijn? De voorzitter: Nog behoefte aan reactie? Dan gaan we nog even naar de wethouder Krieger.

De heer Krieger (wethouder): Ja, voorzitter, het is natuurlijk vooral een politieke discussie. Toch even een paar opmerkingen. De subsidies die worden vooral gebruikt om ons te helpen maatschappelijke doelen te realiseren. En om nu tegen het college te zeggen: ‘Komt u maar met een voorstel’, nee sterker nog: ‘Met een besluit om tien procent in programma 3 te korten’, is wat ons betreft ook wel heel erg kort door de bocht. Van programma 3 is waarschijnlijk maar drie procent aan kosten daadwerkelijk beïnvloedbaar, dat betekent dat voor het overige je de botte bijl zou moeten toepassen. Dat zou op zich weer tot bezwaren bij instellingen kunnen leiden. En ik denk terecht, want zoals mevrouw Onclin ook al zegt: ‘Je moet partijen niet overvallen, maar daar moet je mee in overleg gaan’. Dat zul je ook gefaseerd moeten afbouwen. Dus deze dekking op zo'n korte termijn vinden, is wat ons betreft ook niet haalbaar. Je moet altijd kritisch zijn op subsidies, daar zit u als raad ook zelf bij. En tot slot nog even in de richting van de heer De Laat over de urgentie van de hondenbelasting: deze raad heeft besloten de hondenbelasting toe te voegen aan de lijst met prioriteiten die

wij helaas om budgettaire redenen nog niet kunnen uitvoeren. Maar voor alle prioriteiten geldt dat het college daar wel voortdurend mee bezig is om te kijken of we het wel kunnen realiseren. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer De Laat. De heer De Laat (GL): De wethouder heeft helemaal gelijk, dus ik zal een aanvulling doen: een maatschappelijke urgentie. De voorzitter: Kunnen we daarmee dit agendapunt afronden, de bespreking ervan? Gaan we naar de Watertoeristenbelasting: ‘Beëindigen Watertoeristenbelasting’, amendement J, CDA, DZ, VVD Lokaal Zaans en POV. Wie wil daarover het woord? Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. De watertoeristenbelasting als onderdeel van de tariefdifferentiatie toeristenbelasting, dat onderdeel is eigenlijk altijd een ongelukkig onderdeel geweest. Als je een belasting heft waar meer dan driekwart van de opbrengsten opgaat aan kosten, als je een belasting heft waardoor je eigen ondernemers een concurrentienadeel krijgen, een hele administratieve last over zich heen gegoten krijgen, dan kun je niet zeggen: ‘Dat hebben ze goed gedaan, daar zijn we trots op’. Dus wij denken zelf dat het nu tijd is, een goed moment is om die watertoeristenbelasting te schrappen en uiteindelijk zal de gemeente daar ook beter van worden want het is een last minder. Dus wij stellen voor om die watertoeristenbelasting op te heffen, te stoppen.

De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. De heer Wit heeft mij verzocht om dit debat maar rustig te voeren, dat zal ik wel doen. Maar ik moet u wel zeggen dat wij inmiddels voor de derde keer dit debatpunt bespreken. Ik heb drie keer of twee keer geprobeerd om deze raad te overtuigen dat dit een beetje onzinnige tax is, belasting is die eigenlijk niks oplevert, die heel veel administratieve rompslomp geeft aan bedrijven en ondernemers. Daar komt bij, voorzitter, dat ik de wethouder afgelopen donderdag naar aanleiding van het Zaanstad Beraad zeventien vragen heb opgestuurd, daar heb ik nog geen antwoord op gehad. En nou had ik zo graag gewild dat dat antwoord gekomen was. Want ik denk dat het relevant is, relevant had geweest voor deze discussie om de rest van de raad misschien te overtuigen dat dit inderdaad niet de juiste weg is. En dan refereer ik naar een brief die naar ondernemers is gestuurd waarvan wij denken, en dat was een van de vragen, er zijn diverse vragen daarover gesteld, of het juridisch überhaupt wel kan deze hele manier van innen zoals we het nu willen? Je zadelt de ondernemers op met iets en je stuurt ze met een kluitje in het riet om te veronderstellen dat als, dit is dan het bedrag voor de komende jaren en er verandert verder niets. Niets is minder waar want deze raad beslist zelf over deze verordening.

Elk jaar kunnen ze dit vaststellen en verhogen. En daar zijn wij bezorgd over en wij vinden dat sowieso dit van tafel moet. En ik hoop nu echt dat deze raad een verstandig besluit neemt want het levert gewoon helemaal niets op. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Rienstra. De heer Rienstra (VVD): Dank u, voorzitter. Dank voor het CDA om dit initiatief te nemen, dit amendement in te voeren. Wij zullen het steunen. We hebben als gemeenteraad een aantal maanden geleden de fout gemaakt, vind ik tenminste, door dit goed te keuren. Dus we moeten de hand in eigen boezem steken. In het Zaanstad Beraad heb ik al genoeg erover gezegd dat als we een fout maken, we dat ook moeten kunnen herstellen. En zeker als dan blijkt dat deze belasting eigenlijk uiteindelijk niets oplevert. En ja, dus met andere woorden: deze watertoeristenbelasting moet zo snel mogelijk van tafel, vandaar dit amendement.

De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (CU): Ja, een beetje in dezelfde lijn. Soms wil je iets eerst even kijken of het inderdaad wel niet een kwestie van wennen is en aanpassen en het geef het even tijd. Maar we zijn nu ook wel tot het inzicht gekomen dat het beter is om het af te schaffen. De voorzitter: Mijnheer De Laat. De heer De Laat (GL): Ja, dank u, voorzitter. Het besluit over de watertoeristenbelasting is samen gemaakt met de invoering van gedifferentieerde toeristenbelasting. En daarvoor hebben we toen een debat gevoerd dat het een langere tijd zou moeten gaan duren. En we hebben ook toen heel goed gesproken over de redelijkheid en de hoogte en welke kosten daarvoor gemaakt zijn. Dus ik ben eigenlijk wel benieuwd, dat is een vraag aan het college: wat zou nou een goede tijd zijn om deze heffing te evalueren, om daadwerkelijk te zien wat nou de gevolgen ervan zijn? En belasting is volgens mij nooit een winstmodel maar gaat eigenlijk over om de gevolgen van bijvoorbeeld het toerisme zo min mogelijk te maken voor de bewoners. Daarom zijn we niet meteen voor afschaffing. De voorzitter: Wethouder … Mijnheer Perry Van der Velden. De heer Van der Velden (POV): Dank u wel. Even snel gezien de tijd: maak de keuze nu inderdaad vanavond en stop met dit ballon wat we hier al maanden aan het hooghouden zijn. Wees verstandig, goed verwoord.

De voorzitter: Niemand meer? Mijnheer Krieger. De heer Krieger (wethouder): Voorzitter, de vragen zijn als het goed is vanmorgen of vandaag aan u ter beschikking gesteld. Het waren inderdaad zeventien vragen, in ieder geval toegezonden aan de griffie. Maar misschien is het goed om even de kernvraag van vandaag te beantwoorden wat het amendement behelst, de afschaffing. Ik kan alleen maar zeggen wat mijn informatie is, dat de vragen naar de griffie verzonden zijn vanmorgen. Dat is even over de vragen zelf. En even inhoudelijk over uw voorstel … Moet ik even wachten of …? Geeft niet. De voorzitter: De wethouder is aan het antwoorden. De heer Krieger (wethouder): We hebben de afgelopen tijd veel met u uitgewisseld en gedeeld over kosten en opbrengsten van de watertoeristenbelasting. Ik begrijp ook de motivatie bij dit amendement. Ik kan ook totaal niet hard maken dat wij daarin zullen slagen nu of volgend jaar om dat gat groter te laten zijn. Met andere woorden: om de opbrengsten zodanig substantieel te laten zijn dat onze verwachtingen uitkomen. Dus heel eerlijk gezegd vanuit het college kan ik mij voorstellen dat een dergelijk besluit door uw raad genomen gaat worden. De voorzitter: Wie wil daarop reageren? Mijnheer De Laat.

De heer De Laat (GL): Bij de invoering van deze belasting hebben we met elkaar besproken dat we na een aantal jaren zouden gaan evalueren wat de gevolgen zouden zijn. Mijn vraag was ook: wat oorspronkelijk de gedachte was wanneer we het zouden gaan evalueren? De voorzitter: Mijnheer Wit.

De heer Wit (CDA): Dank u, voorzitter. Bij de invoering van die tariefdifferentiatie toeristenbelasting hebben wij niet beseft dat dit onderdeel erin zat. Er was ook een adviesrapport dat eigenlijk ontraadde om het te gebruiken. En willen we nu nog een paar jaar doormodderen met elkaar of zeggen we: hier is de evaluatie van dit onderdeel en we zijn tot de conclusie gekomen dat het niet werkt. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb die vraag inderdaad niet gekregen, maar die hoop ik dan nog wel te ontvangen want ik vind het wel erg interessant. Maar ik ben erg blij met uw reactie, wethouder. Eindelijk is het college tot inkeer gekomen, dus ik hoop dat het goed uitpakt vanavond. Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Nee hoor, niets meer aan toe te voegen. Je kan inderdaad blijven … Ja, of het nou doormodderen is weet ik niet. We proberen natuurlijk zo goed mogelijk het besluit wat de raad genomen heeft in te voeren, dat is de afgelopen tijd geprobeerd. Ik zie ook dat je steeds meer kosten moet maken. Ik heb hier dus ook geen vooruitzicht dat dat in de volgende jaren zou veranderen. Misschien wel, maar misschien ook niet. Dus vandaar dat ik zeg dat ik mij kan voorstellen dat u een dergelijk besluit neemt.

En hoe dat precies uitpakt, als het gaat om de kosten-, opbrengstenverhouding in relatie tot het besluit dat de raad genomen heeft, daar komen we graag nog een keer op terug. De voorzitter: Dan mijnheer De Laat. De heer De Laat (GL): Ik heb een vraag gesteld aan de wethouder toen we dit besluit namen, wat wij trouwens wel met volle bewustzijn hebben genomen. Er werd gezegd: ‘We gaan na een tijdje evalueren wat nou precies de gevolgen zullen zijn en hoe het nou in elkaar steekt’. Wat zou nou eigenlijk het goede moment zijn geweest om deze belasting te evalueren? Heffing, sorry. De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Gezien de omvang van het verschil tussen kosten en opbrengst en de totaal te innen toeristenbelasting, kan ik me niet voorstellen dat het van enige invloed is. En u zult van ons ook geen voorstel krijgen om de toeristenbelasting nu weer extra te gaan verhogen. Dus wij gaan dit oplossen. De voorzitter: Goed, dan stel ik voor dat we doorgaan naar de begraafrechten. Amendement K: ‘Tarieven begraafplaatsen’ van ChristenUnie, GroenLinks, VVD. Mevrouw Neefjes heeft het woord. Mevrouw Neefjes (CU): Ja, voorzitter, dank u wel. We hebben het in het Zaanstad Beraad al uitgebreid besproken. De wethouder heeft ons toegezegd toen om een memo nog te sturen, zodat we de feiten ook op een rijtje hebben.

Die memo is vandaag gekomen, dat was informatief, maar wij hebben nog steeds het gevoel dat het echt goed is om hier over dit onderwerp breed te spreken. Ook om een oplossing te vinden voor die tariefstijging die hier anders gaat komen. En eigenlijk is het amendement wat nu voorligt niet nieuw, dat is eigenlijk een kopie van de vorige twee jaren. En wij hopen op deze manier, niet de schoonheidsprijs verdient het, maar we willen wel gewoon dit punt nu stellen: laat die tarieven even zoals ze nu zijn en laten we met elkaar hierna in gesprek gaan over het beleid rond de begraafplaatsen voor de toekomst.

De voorzitter: Mevrouw Schenk. Mevrouw Schenk (VVD): Ja, dank u, voorzitter. Dank aan de ChristenUnie dat zij deze keer het voortouw hebben genomen. Misschien moeten we denken: drie keer is scheepsrecht. We balen er eigenlijk wel van dat ook de memo zo laat kwam dat we eigenlijk geen gelegenheid meer hebben gehad om de andere fracties, die dit voorstel vorig jaar hebben gesteund, om die nog te benaderen. Dat vinden we eigenlijk heel erg jammer maar we hopen wel op jullie steun. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor (GL): Ja, voorzitter. Dank aan de portefeuillehouder dat die nog net op het nippertje onze memo heeft doen toekomen. Maar er inderdaad dan onvoldoende tijd is om daar echt diep op in te gaan. We hopen dit breed te bespreken in de raad voor de verkiezingen, want het loopt al zo lang. En dan kunnen we het echt inderdaad, zoals mevrouw Neefjes ook zei, breed erbij betrekken. Ook inderdaad eeuwigdurende grafrust en natuurbegraafplaatsen, dat we het echt in brede manier afhandelen en daar uiteindelijk een goede oplossing voor vinden. Want het zou nu toch raar zijn als we dat volgend jaar wel zouden vinden, maar dan zijn de tarieven intussen wel zoveel verhoogd. En dat verlagen, dat zal niet meer gebeuren. Dus wat dat betreft stemmen wij van harte in met het amendement om nu eenmalig met alleen het indexcijfer te verhogen.

De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Meld ik u nog even dat de memo van de watertoeristenbelasting om vijf over drie door de griffie aan u is verstuurd. Wethouder Krieger? O, wethouder Slegers. De heer Slegers (wethouder): Dank u, voorzitter, en dank aan de partijen die wederom dit amendement hebben ingediend. We hebben in de tussentijd in 2020 natuurlijk de tarieven aangepast in die tijd, ook door uw raad aangewezen. We hebben daarop vervolgens ook wel vervolggesprekken gevoerd ook met alle instanties, zoals de Joodse begraafplaats, maar ook de islamitische begraafplaats. U weet dat we daar nog steeds mee in onderhandeling zijn, in gesprek zijn om te kijken of we een islamitische begraafplaats kunnen creëren. Uiteindelijk zijn daar een aantal conclusies uit getrokken. U heeft in de raadsinformatiebrief, die u heeft gehad, informatief ook een aantal zaken gekregen waarin voorstellen zijn gedaan van: hoe zou je dat dan kunnen oplossen? Geen enkel van dat voorstel hebben wij ook natuurlijk voor ogen, omdat dat afbreuk zou doen aan onze begraafplaatsen. Zeker ten aanzien van het onderhoud en de begraafplaatsen an sich. Uiteindelijk hebben we ook in de begrotingsbehandeling in september een nota gestuurd voor de tweedaagse om te bekijken of we daar nog ergens kredieten vrij konden krijgen.

Die zijn … Dat is allemaal niet gelukt, dus ik denk ook dat nu het moment daar is om met elkaar, nog voor de voorjaarsnota, met elkaar in gesprek te gaan. Met de raadsinformatiebrief erbij, met de nota erbij, om vandaaruit met elkaar breed te kijken, ook vanuit de openbare ruimte en ook met onze inwoners, hoe dat we dit structureel kunnen gaan oplossen. Dat zal een enorme taak zijn, want ook wij beseffen dat er gewoon nergens geen structureel geld te krijgen is op dit moment. Maar we gaan ervan uit, het glas is halfvol, om te zien hoe we inventief met dit probleem kunnen omgaan en met u samen nog voor de voorjaarsnota in ieder geval tot een bepaalde conclusie te komen. De voorzitter: Nog behoefte op een reactie? Ik kijk even rond. Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ik zat eigenlijk te denken aan dat onderwerp wat we hiervoor behandeld hebben, die leges evenementen natuurlijk. Bij beide is sprake van kostendekkendheid. En ik denk dat sommige dingen gewoon … Dat je principieel uitspraak moet doen dat sommige dingen gewoon nooit kostendekkend kunnen zijn. En dat zit nu wel een beetje natuurlijk ook in deze begroting verweven. Dus als we die discussie willen

voeren bij de voorjaarsnota, dan denk ik dat het aspect kostendekkendheid ook zeker gevoerd moet worden in de discussie. De voorzitter: ‘Niks aan toe te voegen’, zegt de wethouder. Dus nog anderen? Kunnen we dan dit onderwerp afsluiten? Dan stel ik voor dat we nog één onderwerp pakken voor de pauze. Mijnheer Mattens wil nog iets zeggen. De heer Mattens (PvdD): Nou een vraag: zijn we nu klaar met dit programma of staan er nog meer? De voorzitter: Programma 7 is nu klaar, in ieder geval in mijn beeld. Willen we nu pauzeren? Dan weet ik niet of alles al klaar staat. Heel natuurlijk moment. Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Voorzitter, ik zou dan graag nog even terug willen komen op het stuk over de groene heffingskorting, omdat de wethouder daar een duidelijk stemadvies over gaf. Als het mag? De voorzitter: Heel kort, want eigenlijk hebben we de beraadslagingen afgesloten. Maar u heeft nog iets toe te voegen. De heer Mattens (PvdD): De wethouder verwees naar een uitspraak over de gemeente Teylingen uit 2020, waar een ondernemersfonds gefinancierd werd door een opslag vast te stellen op de onroerendezaakbelasting.

En ik vraag me toch eigenlijk behoorlijk af in hoeverre dat nou in zekere zin vergelijkbaar zou kunnen zijn met hetgeen wat in de motie gevraagd wordt? En de wethouder heeft het hier wel gedropt, waardoor waarschijnlijk heel veel fracties denken: ‘Nou ja, dan is het waarschijnlijk niet uitvoerbaar en dan doen we er niks mee’. Maar ja, we hebben het al eerder gehad ook met de parkeerbelasting, dat de wethouder ook zei: ‘Dat kan niet’, en dat bleek wel te kunnen. En zeker in deze zaak, als ik deze uitspraak lees, dan ben ik me toch heel benieuwd hoe de ambtelijke organisatie erbij gekomen is, en dus de wethouder spreek ik daar direct op aan, dat dit vergelijkbaar is? De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Voorzitter, ik heb de heer Mattens net gezegd dat onze informatie op dit moment is dat het wettelijk gewoon niet kan omdat de regelgeving nog niet op orde is. Dat even ook in tegenstelling met de uitspraak van de minister dat het ingevoerd kan worden. Onze informatie is dat het niet ingevoerd kan worden. Maar dat is niet alleen de uitspraak van het hooggerechtshof, er zijn ook andere studies naar gedaan, daar wil ik u graag deelgenoot van maken. Maar wij vinden het eerlijk gezegd niet passend om allerlei studies erop los te gaan laten, op iets wat je weet dat toch niet uitvoerbaar is. Dus dat is ons standpunt daarover. De voorzitter: Mijnheer Mattens.

De heer Mattens (PvdD): Ja, ik verbaas me hier behoorlijk over, want nu gaan we een motie afvoeren ongeveer van de beraadslaging omdat wethouder in eerste instantie een bepaald argument aanvoert, dat die hooggerechtshofuitspraak in Teylingen er ligt. Vervolgens blijkt dat er totaal niet over te gaan, dan zijn er weer andere studies. Ik weet oprecht niet wat ik hiermee moet, wethouder. De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD): Ja, voorzitter, want volgens mij begint de heer Mattens nou de woorden van de heer Krieger een beetje te verdraaien. Volgens mij zei de wethouder niet: ‘U heeft gelijk, daar ligt het niet aan’. Volgens mij zei de wethouder: ‘Het is breder dan dat’. En volgens mij, mijnheer Mattens, is het ook niet zo dat zonder het antwoord van de wethouder uw motie wel heel politiek breed gedragen werd. Maar dat is misschien een goede checkvraag voor de pauze. De voorzitter: Goed, wij hebben tot zeven uur pauze. Ik verzoek u afstand te houden en ook de mondkapjes op te doen, zoals de regel in dit gebouw is. En dan bij het eten de afstand weer te bewaren zodat we wel gewoon zonder mondkapje kunnen eten, anders levert dat heel onsmakelijke taferelen op. Eet smakelijk, tot zo direct. De voorzitter: Goed dames en heren, als u allemaal uw plaats inneemt, dan gaan wij beginnen met het tweede deel van deze begrotingsbehandeling. Zijn wij aanbeland bij het programma 6: ‘Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening’. Dan beginnen wij met amendement C: ‘Verkamering structureel aanpakken’ van de VVD, Partij van de Arbeid, ROSA, D66 en De Socialisten. Wie wil daarover het woord? Mevrouw Onclin, is precies binnen op tijd, heeft het woord. Mevrouw Onclin (VVD): Sorry, voorzitter, ik was nog even aan het bellen met mijn kind.

Het is niet altijd makkelijk en moeder en werken en fractievoorzitter zijn. Excuses. Mevrouw Onclin (VVD): Voorzitter, volgens mij kan ik heel kort zijn over dit amendement: de raad heeft al vaker uitgesproken dit belangrijk te vinden en we hebben met dit amendement geprobeerd om daar invulling aan te geven. De voorzitter: Wie wil daarop reageren? Nog een reactie van de … O, mijnheer Wit? De heer De Wit (CDA): Ja, ik dacht het is een soort … Wat is het? Zo’n stemadvies, zo'n stemding. Ik zeg het gewoon: kijk, verkamering is iets wat we al een hele tijd willen, handhaving daarop. Er ligt nu een optie, dat willen we … De ene kant vinden we dat veel te veel geld. Vier keer 371.000 euro, vinden wij eigenlijk niet nodig. Maar wij zullen, het is toch een soort stemadvies, wij zullen het toch steunen omdat we denken: alles is beter dan niets. Maar wij vinden het wel jammer dat het zo zwaar wordt opgetuigd. Oké, dat was het. De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Ja, voorzitter, dank u wel. Ik denk dat er inhoudelijk geen … De voorzitter: O, de heer Van Haasen die had ook nog … Die had ik niet gezien. Mijnheer Van Haasen wilde ook graag reageren, excuses. De heer Van Haasen (PVV): Ja, ik zit achter de brede rug van de heer Van der Laan en Brekelmans, dus misschien is dat het probleem.

Nee, wij zijn natuurlijk ook voor handhaving en dit amendement heeft me wel overvallen vandaag, zeg ik eerlijk. We hebben vorige keer vragen daarover gesteld en vooral over het hele proces en ook wat we allemaal van plan zijn te gaan doen. En dan blijkt dat het nog twee jaar gedoogd gaat worden, vinden wij niet echt de oplossing. Er worden gewoon nog vergunningen vergeven voor tien personen in een eengezinswoning in de Clusiusstraat in Poelenburg, die krijgen gewoon een vergunning. Ja, vinden wij heel opmerkelijk. Ik denk gewoon als wij hier een verordening aannemen en er wordt gezegd: ‘Het is maximaal vier’, dan is het maximaal vier. En dat is het niet tien tot 2023. Dus dat wil ik even erbij vermelden, daar kom ik nog later wel op terug, misschien met een rondvraag of een agenda-initiatief. Maar wij zijn natuurlijk voor

handhaving van deze verkamering, want wij zien natuurlijk ook in dat in Westerwatering dit ook een heel groot probleem is. En de vergunningaanvragen, die komen … Die blijven binnenstromen. De laatste stand was 73 of zo, of 72 aanvragen. Dus we zijn blij dat er toch iets gevonden is om door heel Zaanstad die handhaving op orde te krijgen. Dus wil de VVD daarvoor bedanken. Dank u. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Voorzitter, ik denk dat er tussen raad en college geen verschil van mening is over de inhoud van dit voorstel en de urgentie met elkaar zien. Het is niet gelukt om dit eerder voor elkaar te krijgen. Er wordt nu een voorstel gedaan om dit ten laste van de begroting te brengen, onder andere door de vereffening via de reserve anders in te delen. Enige opmerking daarbij zou willen maken is dat als u het toepast dat het wel een stevig gat slaat in 2023, of je houdt dat gat over. En ik hoop dat u ons toestaat dat wij, als we toch weer straks gaan praten over die begrotingswijziging in december/januari, dat wij met een voorstel zullen komen om indien mogelijk, om dit te repareren zodat dat gat in 2023 er niet meer is. De voorzitter: Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u, voorzitter. Iets wat wij wel lastig vinden aan dit voorstel is natuurlijk dat het een stuk ruimte van de toekomstige jaren afneemt.

Maar ik begrijp nu: het idee was in ieder geval dat je daardoor geen bezuinigingen nodig hebt bij de komende voorjaarsnota. Maar nu begrijp ik van de wethouder dat die als tegenvoorstel komt met een bezuinigingsprogramma, begrijp ik dat goed? De voorzitter: Wethouder Krieger. De heer Krieger (wethouder): Nee hoor, ik heb alleen gezegd: we hebben het net even over incidentele uitgaven gehad, waar we graag in december op terugkomen in de vorm van een begrotingswijziging. Daar hebben we ook een aantal posten van gesuggereerd. Het enige wat ik bij dit onderwerp zeg is dat we constateren dat we in ‘23 voor het volgende college dan, in ieder geval een gat te dichten is in ’23. En dat wij graag als college met u zouden willen bespreken om te bekijken of het mogelijk is, ook weer vanuit die begrotingswijziging in december, om dat gat alsnog te dichten. Dat doet verder niets af aan het voorstel zoals het er ligt. De voorzitter: Nog andere reacties? Nee. Dan gaan we door naar het onderwerp: ‘Toegang van stemlokalen, toegankelijkheid’, motie 11. Wie wil daarover het woord? Toelichting wellicht van het CDA, POV. Mijnheer Westerhof. De heer Westerhof (CDA): Dank u, voorzitter. Stemlokalen moeten zoveel mogelijk ingericht en uitgerust zijn dat mensen, divers als ze zijn, dat kunnen doen waar een stemlokaal voor bedoeld is, namelijk: stemmen.

En dat het liefst op een zelfstandige en gelijkwaardige manier. Die toegankelijkheid kan wellicht niet overal gewaarborgd worden en natuurlijk scheelt het als je erover communiceert. Maar een voldoende toegankelijkheid van 60 procent van de stemlokalen is natuurlijk wel heel schrikbarend laag. Het streven moet wat ons betreft gewoon naar 100 procent, vandaar deze motie. En voor de kosten stellen we voor om hiervoor financiële compensatie te vragen bij BZK. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw Mathkor.

Mevrouw Mathkor (GL): Ja, dank u, voorzitter. Wij hebben ook wel eens vaak gepleit voor meer toegankelijkheid van de stemlokalen. Het kwam zelfs volgens mij vanaf 47 procent, dus dit is zeker al een verbetering. Streven naar 100 procent is heel mooi maar ik vraag me af hoe realistisch dat is? Want de portefeuillehouder in de memo heeft ook gezegd dat ze er al heel erg mee bezig is en dat ze inderdaad in januari met een rib zal komen daarover. Dat lijkt ons voor dit moment voldoende, maar ik hoor ook nog graag inderdaad de bevestiging daarvan nog een keer van de portefeuillehouder. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (CU): Dit is natuurlijk wel heel belangrijk, dat iedereen kan stemmen. Maar wij denken dat je, net wat mevrouw Mathkor ook zegt, het is misschien niet realistisch om echt alles al binnen, voor januari voor de komende verkiezingen al helemaal op orde te hebben. En dan kun je misschien ook nog kijken: welke alternatieven zijn er om mensen toch goed bij een stemlokaal te kunnen laten komen? Dus om te zeggen: ‘Ga dit nu echt alles op alles zetten, koste wat het kost’, dat gaat ons wel een beetje te ver. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker: Dank u wel.

Ja, wij gaan het voorstel wel steunen omdat het ook gewoon wel heel belangrijk is om uit te stralen en ook om druk te houden op het feit dat je die inclusiviteit in de stad … Niet alleen bij de stemlokalen maar overal moet natuurlijk de toegankelijkheid optimaal zijn voor iedereen. En natuurlijk is niet alles praktisch in één keer uitvoerbaar, er zijn gebouwen die niet heel goed toegankelijk zijn. Die ga je niet van het ene … Binnen een paar maanden ga je die verbouwen, maar we moeten wel de druk op de zaak houden om dat voortdurend op het netvlies te hebben. De voorzitter: Mevrouw Schenk. Mevrouw Schenk (VVD): Ja, dank u, voorzitter. De VVD sluit zich aan bij D66, dat we … Het is inderdaad een streven, er staat ook niet bij dat het op 1 januari klaar moet zijn. Dus wij hopen heel erg dat het college deze kan omarmen, om voor iedereen mogelijk te maken om te kunnen stemmen. De voorzitter: Mijnheer Van Braam. De heer Van Braam (DS): Ja, wij steunen ook van harte deze motie, motie 11. Heel goed, dit initiatief. En inderdaad, zoals gezegd: het is een streven en het kan alleen maar beter. Dus deze motie is denk ik alleen maar een stimulans ter ondersteuning van het verbeteren van de toegankelijkheid. De voorzitter: Wethouder Noordzij.

Mevrouw Noordzij (wethouder): Ja, de gemeente heeft als doel om 100 procent van alle stemlokalen volledig toegankelijk te maken, daarin roept u ook op in de motie. Het is zelfs een plicht vanuit de wet. In de praktijk is het niet helemaal haalbaar. Voor het aanwijzen van stemlocaties zijn wij ook van anderen afhankelijk, van locaties die beschikbaar zijn en daar zijn wij vaak geen eigenaar van. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de spreiding van de locaties over de gemeente, ook voor de toegankelijkheid en epidemiologische omstandigheden. De rib, daar doe ik een toezegging voor, die komt in januari. U wordt op de hoogte gehouden richting de verkiezingen over de locaties. Het zal waarschijnlijk ook weer over meerdere dagen zijn, dus vandaar. Dus ja, ik heb u vanmorgen een memo gestuurd erover, daarin staat eigenlijk wat u nou ook oproept in de motie. Dus ik laat het aan de raad.

De voorzitter: Wie wil daarop reageren? Nog … Nee? Dan gaan we door naar het volgende onderwerp en dat is handhaving. We hebben natuurlijk al over de financiële kant al de discussie gevoerd bij het vorige onderwerp, dus ik denk dat we die niet hoeven doen. De ‘Uitbreiding FTE’s Handhaving’ van POV, PVV en LZ, amendement H. De heer Van der … Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer (LZ): Ja, dank u wel, voorzitter. We hebben daar inderdaad net een debat over gevoerd, dat ging uiteindelijk over de tien procent en de discussie dat er dan heel veel instellingen pijn zouden lijden. Die discussie willen we nog wel verder aan gaan, maar om het heel praktisch te houden: ons belang van de POV, PVV en Lokaal Zaans is dat we echt inzetten op die prioriteit, meer handhaving. We hebben net in de discussie de wethouder horen zeggen dat binnen programma 3 in ieder geval drie procent vrij beïnvloedbaar is. Dus wij willen de motie … Of het amendement zo aanpassen dat het om drie procent gaat wat neerkomt op een investering van 418.000 euro voor de inzet van handhaving. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Nog anderen? Dus dat betekent dat het amendement wordt aangepast hè? Dus het wordt straks gewijzigd op RIS gezet. Oké, wie wil er over de gewijzigde vorm … Daarop reageren? Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Dat komt dus neer op 100 procent van het beïnvloedbare budget in programma 3.

De voorzitter: Er wordt ja-geknikt hè. Ja, oké. Andere woordmeldingen? Goede vraag van de griffier: geldt dit alleen voor amendement H of ook voor het vorige amendement? Oké, dus alleen voor amendement H, dus die drie procent. Duidelijk. Wethouder Krieger, nog behoefte om te reageren? Nee, dan hebben wij dit onderwerp ook afdoende besproken. Of zijn er nog reacties vanuit de raad? Dank. Dan gaan wij door naar programma 5: ‘Buitenruimte vastgoed en bereikbaarheid’, ‘Opnemen in APV: geen evenementen met dieren’, maar die is vervallen hè? Klopt dat? Dan gaan we naar de busbrug, motie 9: ‘Openstelling busbrug De Binding’, POV. Mijnheer Van der Laan heeft het woord. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, dank u wel. Ik heb het afgelopen beraad met echt stomheid naar de wethouder zitten luisteren, over het plotselinge opduiken van het stikstofprobleem. Het is nu ondertussen al sinds ik in deze raad zit dat we praten over het openstellen van die busbrug en elke keer komt er een of ander nieuw konijn uit de hoge hoed. Er zijn allerlei afspraken over gemaakt over dat ding open te gooien, wij hebben er geen vertrouwen in dat dat in 2022 gaat gebeuren. Wij roepen op om dat onmiddellijk te doen en dan die rondweg wat ons betreft in te richten voor 30-kilometer, dat de fietsers daar in elk geval veilig kunnen rijden.

Maar het ding moet gewoon open en we moeten daar niet langer over kletsen, het liefst morgen nog. En niet weer een verhaal over stikstof. Het omrijden, dat levert dan een enorme besparing op, dus wat ons betreft kan die meteen morgen open. De voorzitter: Mijnheer Rienstra. De heer Rienstra (VVD): Dank u wel, voorzitter. Ik heb de afgelopen maanden een paar keer als mystery guest eens bij die brug gaan staan, met name ’s ochtends, als die bijna open is. En er werd gezegd: ‘Er komen enorme files te staan’. Ik heb nooit meer dan vijf of zes, een enkele keer acht auto’s gezien, dus dat valt mee. Sterker nog: ik ga ook eens kijken als hij bijna dichtgaat. Daar heb ik auto’s gezien, echt waar, die naar mijn schatting 80 kilometer per uur rijden om nog maar op tijd over die brug te zijn. Dus openstelling van de busbrug gaat er gewoon voor zorgen dat het veiliger wordt op die rondweg. Tot zover, voorzitter. Dus wij zullen voor stemmen.

De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Mijnheer Kuyper. De heer Kuyper (ROSA): Ja, voorzitter, deze motie heeft ons wel verbaasd, want dit is natuurlijk wel de simpelste vorm van motie die je kunt verzinnen: doe het en doe het veilig. Het lijkt me een onmogelijk opgave. Zelfs als je er 30-kilometer van wil maken, waar wij in principe erg voor zijn, heb je nog heel veel tijd nodig om dat veilig in te richten. En voor een partij met veiligheid in de naam, vind ik het een merkwaardige motie. In Amsterdam heeft een collega-raadslid daarvoor de term ‘wappermotie’ bedacht, dat is een motie waar je mee kunt wapperen maar die verder niet zoveel toevoegt aan de stad. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, dat kon je natuurlijk begrijpen van de partij die terug wil naar het karrenspoor. Wij willen dat het ding gewoon open gaat. Het is geen wappermotie, wij roepen dit al twaalf jaar, dat die open moet. En we wapperen er niet alleen mee, we hebben niet deze voor het eerste keer ingediend, niet voor de tweede keer ingediend, maar we hebben wel voor de derde, vierde keer excuses gehoord waarom het niet kan. En we gaan niet horen wanneer het definitief wel kan. Nee, er zijn allerlei afspraken en zo meteen gaan de bewoners nog weer actievoeren. We hebben afgesproken dat het ding open gaat, dat is volgens mij in 2017, ‘18 samen met de VVD besloten.

Er zijn nu aanpassingen gedaan, het kan veilig. En er kunnen borden neergezet worden dat het 30-kilometer is, volgens mij is dat zelfs advies, makkelijk te doen. Wat ons betreft gewoon morgen open. En niets wapperen, op het moment dat het ding open gaat, dan gaan dingen wapperen. Vlaggen, denk ik. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt, voorzitter. Wij zijn natuurlijk ook voor opening van die busbrug, maar wat er staat: ‘Inachtneming van de veiligheid van de fietsers op de rondweg’. En ik vraag me af of die 30kilometer alleen voldoende is om dat veilig te kunnen doen? Dus daar hoor ik graag de wethouder over. Maar van mij mag die morgen ook open, zo simpel is het. Want dat is ons natuurlijk al tijden beloofd, dat het ging gebeuren. En ik snap dat het nu aan stikstof ligt, maar ze laten wel die bewoners daar stikken, dus. De voorzitter: Mijnheer Mattens en dan de heer Kerkhoven. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. De heer Rienstra heeft het … Weet het eigenlijk wel vaak voor elkaar te krijgen om op plekken verkeer te tellen waar het dan net druk of juist helemaal niet druk is. En dat vind ik eigenlijk een hele verdienste, want die drie auto's bij de busbrug vlak voor negen uur of vlak voor zeven uur ’s ochtends, ja, dat is nogal logisch want anders krijg je een boete.

Iedereen weet dat in Westerwatering en in Westerkoog en in Zaandijk, als je over die brug heen wil. Dus dat er zo weinig verkeer is op die momenten spreekt voor zich. En als het dan gaat het over die openstellingen, dan krijg je meer stikstof. En ik heb de wethouder vorige week met grote verbazing aangehoord dat er nu naar Meneba wordt gekeken om daar stikstofruimte vandaan te gaan halen. En ik wil bij deze nogmaals uitspreken dat die stikstofruimte die daar op papier bestaat of zou ontstaan, dat die absoluut hier niet voor gebruikt kan worden. De voorzitter: Even kijken, mijnheer Kerkhoven, dan de heer Van der Laan. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Democratisch Zaanstad is een groot voorstander ervan om deze busbrug zo snel mogelijk open te laten gaan. Maar volgens mij hebben wij vorig jaar als raad afgesproken dat die brug open kan, mits er een aantal veiligheidsmaatregelen genomen zouden worden. En nou is mijn

vraag aan de wethouder: klopt dat en hoever staat het dan met die veiligheidsmaatregelen? Want dat was het argument om toen niet meteen die brug binnen 24 uur open te doen, maar eerst deze veiligheidsmaatregelen. Dat waren onder andere rotondes, die zijn er inmiddels wel. Eén ja, er moet nog een andere ook komen aan de andere kant, aan de noordkant. Maar mijn vraag is eigenlijk: hoever bent u dan met dat traject, dat wij die busbrug open kunnen doen? Want daar hing het vanaf. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Even in reactie op mijnheer Mattens: als u nu kijkt hoeveel auto's er omrijden, acht kilometer, negen kilometer per keer, dat is stikstof. En als je dat terug gaat dringen, dan maak je daar een grote klap. En niet één op één een weg aanbieden bij Meneba, dat gaat het niet worden. Dat ding moet gewoon open en dan ga je dat omrijden mee besparen. En de drukte in de spits ook op de wegen eromheen gaat verminderen, dus dat is een win-winsituatie. Morgen doen. De voorzitter: POV heeft nog minder dan twee minuten. Mijnheer Rijken heeft het woord. De heer Rijken (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zit wat met verbazing naar deze discussie te leiden, want volgens mij is het heel helder. Er is besloten: de busbrug gaat open nadat de aanpassingen aan de rondweg zijn gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10988016/1