CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag raad 3 februari 2022

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente Zaanstad30.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ZAANSTAD d.d. 3 februari 2022

Opening en mededelingen De voorzitter: Beste mensen, ik verzoek u uw plaatsen in te nemen. In het bijzonder mijnheer Pietersma. Zodat wij de raadsvergadering van 3 februari 2022 om tien over zeven, bijna acht over zeven, kunnen openen in het stadhuis van Zaanstad. Van harte welkom allemaal. De griffier zal in eerste instantie uw presentie nagaan. En ik geef dus graag het woord aan de griffier. Mijnheer Heida. De heer Heida (BVNL): Ja, wij staan niet op de lijst met spreektijden. En dat was vorige keer ook al zo en ik begrijp hier niks van. Dus ik wil graag dat de vergadering wordt geschorst tot we erbij staan. Ik weet niet wie er alsmaar doorheen praat, maar die heeft in ieder geval niet het woord even. Ik mag het zeggen. De voorzitter: Ja, u staat op de lijst, alleen dat kan niet op een pagina op het scherm. Dus ik hoop dat we kunnen doorklikken, dat weet ik niet zeker of dat kan worden gezien. De griffier heeft het woord daarover. Wil u uw even uitzetten? De heer Jongbloed (griffier): Ik kijk zo even of die instelling alsnog aangepast kan worden om u in beeld te brengen. De heer Heida (BVNL): Voorzitter, dat was vorige keer hetzelfde. Het was toen niet gelukt, dus het zal nu ook weer niet lukken. Hoeveel seconden zijn dat, even kijken. Dat wil ik graag precies weten dan. De voorzitter: Ja, maar dat is techniek.

En de techniek wordt gevraagd door de griffier om dat even te bekijken of dat kan. Dit is techniek en we gaan proberen daarin te voorzien. Ja, dat was uw vraag? De heer Heida (BVNL): Dan blijf ik op het standpunt dat de vergadering geschorst moet worden tot we erbij staan en gelijkwaardig worden gezien. De voorzitter: Voorlopig zijn we toe aan de presentielijst, dus dat lijkt me nog geen kwaad kunnen. Daarna heb ik nog een opening en daarna komen we toe aan de ordevoorstellen. En tot die tijd kunnen we gewoon de vergadering nu door laten lopen lijkt mij, en dan komen we daar zo op terug. Ja, de griffier heeft het woord. De heer Jongbloed (griffier): Mevrouw De Boer, afwezig. Mijnheer Van Braam, aanwezig. Mijnheer Brekelmans, aanwezig. Mijnheer Calkhoven, aanwezig. Mijnheer Eijt, aanwezig. Mijnheer De Haas, aanwezig. Mijnheer Van Haasen, aanwezig. Mijnheer Hartog, aanwezig. Mijnheer Heida, aanwezig. Mijnheer Heijnen, aanwezig. Mijnheer Hoekemaeker, aanwezig. Mijnheer Karst, aanwezig. Mijnheer Keijser, aanwezig. Mijnheer Kerkhoven, aanwezig. Mevrouw Köseoglu, aanwezig. Mijnheer Kuyper, aanwezig. Mijnheer Van der Laan, aanwezig. Mijnheer De Laat, afwezig. Mevrouw Mathkor, aanwezig. Mijnheer Mattens, aanwezig. Mevrouw Neefjes, aanwezig. Mevrouw Van Nieuwamerongen, aanwezig. Mevrouw Van Otterloo, aanwezig. Mevrouw Onclin, aanwezig. Mevrouw Pancar, aanwezig. Mijnheer Pauw, aanwezig.

Mijnheer Pietersma, aanwezig. Mijnheer Rienstra, aanwezig. Mijnheer Rijken, aanwezig. Mevrouw Rot, aanwezig. Mevrouw Schenk, aanwezig. Mevrouw Schuttevaer, aanwezig. Mijnheer Van der Sluis, aanwezig. Mijnheer Tuijn, aanwezig. Mijnheer Van der Velden, aanwezig. Mijnheer Westerhof, aanwezig. Mijnheer Wit, aanwezig. Mijnheer Zoomermeijer, aanwezig. Voorzitter, 37 aanwezigen en twee afwezigen.

De voorzitter: Dank u wel. Goed, dan gaan wij naar de overdenking. Deze week was het weer de jaarlijkse aftrap van het Zaanse kinderjury, de Hotze de Roos-prijs. En die is ingesteld om het lezen in onze stad bij kinderen te bevorderen. U heeft nu niet het woord gekregen, dus ik neem aan dat u ook uw mond houdt. Nee, dat hoeft ook niet. Zelf had ik het voorrecht, zoals een aantal van u … We hebben net afgesproken dat er een poging wordt gedaan om daarin te voorzien. En ik ga er nu van uit dat u gewoon luistert naar de opening van de vergadering. De opening van de vergadering, we hebben het over de Hotze de Roos-prijs. En ik zou het prettig vinden om daar even bij stil te staan. Dat is namelijk bedoeld om het lezen in onze stad te bevorderen. En een aantal van u heb ik ook gezien op verschillende social media, heeft ook een bijdrage geleverd aan het voorlezen door zelf op een basisschool voor te lezen. Ik mocht dat zelf doen in de Pionier in Wormerveer, een prachtige school. Nou, die prijs die we hebben ingesteld zorgt ervoor dus dat kinderen gaan lezen. Het lezen van het boek zorgt ervoor dat je even een moment in een andere wereld kan zijn en even kunt ontspannen. En in deze tijden is dat zeker voor kinderen extra fijn. En niet alleen voor kinderen, ook voor ons als volwassenen helpt dat denk ik.

Nou, we zien met spanning uit naar wie die Hotze de Roos-prijs gaat winnen, maar dat bepalen de kinderen zelf. Dus ik hoop ook dat jullie allemaal op jullie manier toch blijven bevorderen dat kinderen genieten van het lezen. Ten tweede hebben wij Platform 31, die hebben een zeer belangwekkend denk ik voor ons rapport gepresenteerd afgelopen dinsdagavond, een Zaanse trendstudie. Waarin ook vergelijking wordt gemaakt met andere grote steden. Dat rapport heb ik namens u in ontvangst genomen. De rapportage ziet daar ook ontwikkelingen voor Zaanstad, waar we voor staan en uitdagingen waar we voor staan. Hij is inmiddels op het RIZ verplaatst en op verkiezingen.Zaanstad.nl. Zeer aan te bevelen en ik hoop ook dat u daar gebruik van maakt bij de komende tijd voor de verkiezingen, maar ook daarna. Dan gaan we naar het vaststellen van de agenda. En dan beginnen we … Het woord aan de griffie. De heer Jongbloed (griffier): Ik heb zojuist wel de juiste aantallen opgenoemd, maar ik ben een naam vergeten. Mijnheer De Vries, die is ook aanwezig. Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we over tot het voorstel tot gebruik van de spreektijd. De verdeling is gepubliceerd op RIZ en mijnheer Van Haasen wil daar graag iets over zeggen. De heer Hartog (onafhankelijk): Voorzitter, ik heb nog een ordepunt voor het vaststellen van de agenda. U bent daar heel snel overheen gegaan.

De voorzitter: Nee, dit is het eerste punt van het vaststellen van de agenda. Daarna hebben we nog een hele rits aan vaststellen van de agendapunten. Ja? We beginnen met het vaststellen van de spreektijd. En mijnheer Van Haasen heeft daartoe het woord. De heer Van Haasen (PVV): Ja, goedendag. Ik heb vorige week een opmerking gemaakt over de afronding van de spreektijd, maar het is waarschijnlijk niet helemaal goed begrepen door de griffie. Daarom wil ik een ordevoorstel doen om terug te keren naar de oude situatie. Dank u. De voorzitter: Nou, volgens mij is het wel goed begrepen, maar kennelijk hebben we toch verschillende interpretaties. Dus mijn voorstel is dat wij het terugbrengen naar zoals het was. En dat betekent dat elke minuut die er staan en waar de seconden nog achterstaan, die wordt opgewaardeerd weer tot een hele minuut. Dus dat betekent dat iedereen de tijd erbij krijgt tot de eerste volle minuut. Dat is wat we nu gaan doen, dus dat betekent dat we de spreektijd aanpassen. En dat betekent dat we weer teruggaan naar de oude manier van werken, zoals we die de afgelopen tijd hanteren. Bent u daarmee akkoord? Mijnheer Heida.

De heer Heida (BVNL): Moet ik mijn voorstel nu inbrengen? De voorzitter: Over de spreektijd. De heer Heida (BVNL): Nou ja, ik heb dus onbeperkt spreektijd begrijp ik. De voorzitter: Nee, u ziet dat daar nu aan gewerkt wordt. En we zijn bezig om dat te veranderen en er wordt voorzien in een antwoord op uw vraag. En tot die tijd kunnen we het hebben over het vaststellen van de agenda. We hebben de spreektijd. Overzicht spreektijd De voorzitter: Dat betekent dus dat iedereen dus nu wordt opgewaardeerd tot de eerstvolgende hele minuut. Akkoord? Dan gaan we naar twee stukken waarvan we moeten bepalen welke versie er vanavond wordt behandeld. Er zijn namelijk twee raadsvoorstellen over de welstandsnota uit april en december 2021. Het college heeft in de raadsinformatiebrief geadviseerd om het tweede raadsvoorstel vanavond te behandelen. Is dat akkoord? Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, ik heb ook nog een ordevoorstel op de agenda. De voorzitter: Wat is uw ordevoorstel over dit punt? Nee, we lopen het even langs. We komen zo bij uw ordevoorstel. Eerst gaan we nog naar het erratum op het voorstel over de statutenwijziging Zaanse Schans. Bent u ermee akkoord dat het tweede raadsvoorstel wordt behandeld vandaag? Ook daar zie ik allemaal bevestigende reacties, ook dat is dan vastgesteld. Dan gaan we naar de statutenwijziging Zaanse Schans.

Daarop is geen motie of amendement ingediend. Ik stel voor om dit onderwerp naar de stemagenda te verplaatsen. Is dat akkoord? Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Nou, nee. Ik wou daar eigenlijk wel wat over zeggen. En ik heb meer tijd nodig dan een stemverklaring. De voorzitter: Oké, volgens mij is dan de werkwijze, ik kijk even naar de griffier, dat die dan gewoon op de debatagenda blijft staan. Klopt dat? Ja, dan blijft die op de debatagenda. Ja, dan gaan we naar het onderwerp referendum. Daar is de voorzitter van de referendumcommissie vanavond beschikbaar om te reageren op vragen, moties en amendementen. Zij schuift aan bij het agendapunt over de referendumverordening. Ik neem aan dat dat akkoord is? Dan hebben we een ordevoorstel over Werkom aangekondigd. Wie heeft dat aangekondigd? Mijnheer Hartog. De heer Hartog (onafhankelijk): Ja, dat was ik. Dank u wel. Ja, voorzitter. Eind maart komt er een rapport uit van Berenschot over de financiële toekomst van Werkom. Het koersdocument heeft een beslissende invloed op die toekomst, ook financieel. De argumenten van het college dat uitstel van enkele maanden de financiële tekorten teveel laten oplopen is niet geloofwaardig. Er is nog voldoende tijd om de keuze voor de voorjaarsnota te behandelen met de kennis van het onderzoeksrapport.

Als dat waar is dat uitstel van een paar maanden niet kan, dan is er sprake van mismanagement en is het juist goed dat dat aan het licht komt. We hebben dan wel een geheel andere discussie over Werkom dan nu, maar het oordeel is uiteraard aan de raad. Ik stel voor om dit onderwerp te doen nadat het rapport is uitgekomen, na de verkiezingen.

De voorzitter: Dus het ordevoorstel is om het nu van de agenda te halen, als ik het goed begrijp. Ja, wie is daar voor om het nu van de agenda te halen? De Socialisten … De heer Van der Velden (POV): Voorzitter, even een interruptie. Ik wil even overleg met mijn fractie. De voorzitter: Overleg. Een schorsing? De heer Van der Velden (POV): Ja, er wordt zoveel veranderd hieraan. De voorzitter: Dat is goed. Een paar minuten schorsing dan om daarover te spreken. Mijnheer van der Velden die vraagt om schorsing, die wordt gehonoreerd. Hoeveel minuten? De heer Van der Velden (POV): Twee. De voorzitter: Twee. Nog een schorsingsvoorstel van mijnheer Van Haasen? De heer Van Haasen (PVV): Nou, ik had eigenlijk wel willen vragen aan de wethouder wat de consequenties waren van Werkom. De voorzitter: Oké, dat kunnen we dan zo ook meenemen. Eerst even schorsen, daar komen we zo op terug. Goed, daarmee, mijnheer Van der Velden, wil u nog iets zeggen? Nee, dat is akkoord. Er is nog een vraag van mijnheer Van Haasen wat de gevolgen zijn van uitstel. Mevrouw Groothuismink, wethouder Groothuismink, heeft het woord. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Ja, mijnheer Van Haasen, we hebben het uitgebreid besproken op het Zaanstad beraad en op de gezamenlijke raadsledenbijeenkomst met Purmerend. Want we nemen dit besluit samen met Purmerend in deze maand.

Uitstel zal betekenen dat de koers uitgesteld wordt, dus dat Werkom niet weet waar ze aan toe zijn. En daarmee kan dat vertraging opleveren. En vertraging kan een tekort opleveren van ongeveer een half miljoen. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt voor de uitleg. Ik was al bang voor dit antwoord. Dank u. De voorzitter: Goed. Daarmee kunnen we in stemming brengen het ordevoorstel over Werkom van mijnheer Hartog. Wie is er voor? Voor is de SP, fractie van DENK en de Partij voor de Dieren. Daarmee is het afgewezen. Is er nog een ander ordevoorstel van mijnheer Van der Laan, begreep ik. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter. Wij willen voorstellen om het besluitpunt strategie bedrijventerreinen en het principebesluit ontwikkeling Achtersluispolder van de agenda te halen. Want Achtersluispolder heeft niet zo heel veel haast. We hebben net een brief gehad dat de organisatie piept en kraakt, wat er ook gebeurt dat dat de ontwikkelingen in Achtersluispolder, die worden allemaal op een laag pitje gezet. Er is een motie ingediend met 29 punten wat eigenlijk allemaal nog gedaan zou moeten worden, wat we al gedaan hadden moeten hebben aan de voorkant. Dat is niet gebeurd. Ik zou zeggen: dan kunnen we daar meteen de tijd voor nemen. Leg die motie op uw bureau en ga ermee aan de gang.

En met die visie bedrijventerreinen, ja, die overlapt natuurlijk ook met die Achtersluispolder en met andere. Wij hebben nog vragen gesteld over het bestemmingsplan. Mercurius, daar is nog steeds geen streep op papier gekomen,

maar wel voorbereidingsbesluiten. Daar ligt ook geen visie. Dus ons voorstel is om die van de agenda te halen en over deze raadsperiode naar de volgende raad te tillen. De voorzitter: Het ordevoorstel is dus om de Achtersluispolder van de agenda te halen. En de bedrijventerreinen. Dus beide, zullen we ze apart in stemming brengen? Dus we beginnen met het raadsbesluit … Wil u nog weten wat de consequenties zijn van de wethouder? Dan kunnen we daar nog in voorzien. Mijnheer Wit zegt ja. Dan vragen we mijnheer Krieger. De heer Van der Laan (POV): Volgens mij staan die in de brief die u gestuurd heeft over de organisatie. O, en er kan meteen gekeken worden hoe de ondernemers erin zitten en hoe die weer aan kunnen haken. De voorzitter: Zullen we mijnheer Krieger nog even vragen om naar beneden te komen? Dan schorsen we ook even. O, hij is er al. Dus de vraag is aan mijnheer Krieger wat de gevolgen zijn van het van de agenda halen van het raadsbesluit principebesluit ontwikkelstrategie MAAK Achtersluispolder. En het van de agenda afhalen van strategie bedrijventerreinen. Wat zijn de consequenties daarvan? De heer Krieger (wethouder): Voorzitter, excuses. Ik heb vanwege de looptijd hebben we niet de hele vraag meegekregen. Ik zou het buitengewoon jammer vinden als we er vanavond geen klap op kunnen geven, beide dossiers niet.

We zijn er al heel lang over in gesprek, er zijn heel wat Zaanstad beraden aan gewijd. En voordat je het weet schuift het zelfs over de verkiezingen heen, dan moet er weer een nieuw college zich over buigen. Ik denk dat we alle argumenten afdoende uitgewisseld hebben. En wat ik het allerbelangrijkste vind is dat de ondernemers in de Achtersluispolder met name, die staan te springen om duidelijkheid, welke duidelijkheid dat dan ook is. En als je dat weer op de lange baan schuift, wat mij betreft niet nodig. Dan zou ik uw raad indringend willen vragen om vanavond wel een besluit te nemen. De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, op de wethouder. ik heb begrepen dat de ondernemers vinden dat ze teveel op afstand staan en dat ze niet meegenomen worden in het proces. Er ligt een motie waarin nu gevraagd wordt allerlei punten te gaan doen als mosterd na de maaltijd. Als we dit stilleggen en over de verkiezingen heen tillen, dat is helemaal niet heel gek. Het is niet een besluit waar bloed uit vloeit, want de organisatie kan het niet eens aan. Dan is dat een andere als dat u zegt van: ja, ze staan te springen. Ze willen gewoon meer betrokken worden. Dat kunt u doen in die periode of het eerstvolgende college, en dan komt het volgens mij evengoed wel goed. Maar er loopt geen bloed uit. De voorzitter: Mijnheer Krieger.

De heer Krieger (wethouder): Voorzitter, ik ben het niet met mijnheer Van der Laan eens. Duidelijkheid begint met een principebesluit. We hebben ook met elkaar gesproken in het Zaanstad beraad over de participatie tot nu toe. Ik vind dat de gesprekken met de ondernemers tot nu toe buitengewoon constructief voorlopen zijn. Heel veel ondernemers zien ook kansen in dit gebied. En op het moment dat je het principebesluit hebt en daar zitten heel veel mitsen en maren aan vast waar we het straks nog over gaan hebben. Maar dan heb je als het ware de koers uitgezet, de transformatie naar een woon- en werkmilieu. En ik heb ook gezegd: daarna is de start van het echte gesprek met de ondernemers. Er is ook gevraagd om bezinning, dat zit al enigszins in de systematiek ingebakken, dat komt allemaal nog. Maar die onzekerheid van die ondernemers, die verleng je alleen maar als je het nu weer van de agenda haalt. En mijn overtuiging is, en dat is ook wat ik ophaal bij ondernemers, dat dat alleen maar de onzekerheid gaat vergroten.

De voorzitter: Goed, we gaan het ordevoorstel nu in stemming brengen. Het ordevoorstel om het raadsbesluit en principebesluit ontwikkelstrategie MAAK Achtersluispolder van de agenda te halen. Wie is daar voor? Voor zijn de fracties van de BVNL, Socialisten, POV, PVV, DENK en de fractie van DZ. Daarmee is dit ordevoorstel verworpen. Dan gaan we naar het voorstel om de strategie bedrijventerreinen van de agenda te halen. Wie is daar voor? Voor de fracties van BVNL, de Socialisten, POV, PVV, DENK en DZ. Dezelfde stemverhouding en daarmee ook verworpen. Zijn er dan nog andere ordevoorstellen? Nee. Dan stel ik voor dat we eerst nog de stemmingen doen. Bekrachtiging geheimhouding. N.v.t. De voorzitter: We hebben geen bekrachtiging voor geheimhouding, die is niet van toepassing omdat er geen geheime stukken te bekrachtigen zijn. Stemmingen De voorzitter: Bij de stemmingen hebben we uitvoeringsplan volkshuisvestingsfonds. Uitvoeringsplan volkshuisvestingsfonds De voorzitter: Wie is daar tegen? Dan is dat aanvaard. Onderschrijven verstedelijkingsconcept MRA 2050 De voorzitter: Dan hebben we het onderschrijven van het verstedelijkingsconcept van de MRA 2050. Wie is daar tegen? Tegen zijn de fracties van BVNL, de POV en de PVV. Deelname experiment centrale stemopneming verkiezingen De voorzitter: En dan hebben we nog deelname experiment centrale stemopneming verkiezingen.

Wie is daar tegen? Dan is dat unaniem aanvaard. De statutenwijziging Zaanse Schans komt straks nog terug. Dan gaan we zo direct naar de debatpunten, maar we gaan eerst even schorsen om te kijken of we die tijden kunnen wijzigen. Dus vijf minuten schorsing. Is het al gebeurd? O kijk, top. En dan is de vraag of de BVNL, kunnen we daar al een antwoord op geven of moeten we daar nog naar kijken? Debat De voorzitter: Goed, dames en heren, zijn we weer compleet? Op twee na. Dan stel ik voor dat we de vergadering openen met de constatering dat de techniek, dat we niet in staat zijn om nu BVNL te verruilen voor het college van B&W op het scherm. Maar dat wel het scherm hierboven denk ik, ja, dat daar de spreektijd van BVNL wel te zien is als ze spreken. En dat is het enige wat we nu kunnen betekenen. We hebben de vraag uitgezet om zo snel mogelijk die te repareren en te veranderen, maar nu is het overmacht. Dus hier zal u het mee moeten doen, dat hebben we mijnheer Heida ook gemeld. Het is echt geen opzet en we gaan proberen het zo snel mogelijk te repareren. Maar niet vanavond, want dat gaat niet meer lukken. Daarmee kunnen we volgens mij doorgaan met de debatpunten.

Koersbesluit herijking Werkom De voorzitter: Dan beginnen we als eerst met het debat over het raadsbesluit koersbesluit herijking Werkom. Er liggen twee moties. wie wil daarover het woord? Mijnheer De Haas heeft het woord en dan mijnheer Hartog. De heer De Haas (ROSA): Dank u wel, voorzitter. Allereerst, we zullen een positieve zienswijze geven op het voorliggende voorstel. In het hele debat bleek dat er nogal wat onrust was over het in de koersnota genoemde verlengen van de leer-werkervaringsplekken van zes maanden naar 12 maanden. Terwijl in het gesprek duidelijk werd dat de soep daar niet zo heet gegeten zou worden als dat die werd opgediend. Toch denken we dat het verstandig is om dit ook tot uiting te brengen in de koersnota door de zes maanden ook echt als standaard te hanteren, zodat ook duidelijk is dat als daar verlenging is, dat er sprake is van maatwerk en dat er met de cliënt daarover afstemming en instemming is bereikt. Daarvoor deze motie. Verder zullen we ook de motie die we samen mede indienen met GroenLinks onder andere steunen. De angst die mijnheer Hartog heeft uitgesproken, die kunnen we een klein beetje begrijpen. Maar ook daar denken we dat het niet zo’n vaart zal lopen. En loopt het wel zo’n vaart, dan geeft die motie ons de ruimte om daar nog iets mee te doen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Hartog.

De heer Hartog (onafhankelijk): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, we gaan nu een besluit nemen over een koersbesluit met financiële consequenties. Terwijl we de financiële toekomst van Berenschot van Werkom nog niet duidelijk voor ogen hebben. Dus ik blijf het onverstandig vinden om daar nu al over te besluiten, maar het is niet anders. Dus ik ga daar mijn visie nu op loslaten. Het college legt dit document niet zonder haar eigen visie voor aan de raad, maar laat duidelijk weten dat ze voor scenario drie plus willen kiezen. Wij betreuren het dat de raad hiermee sterk gestuurd wordt en vinden de keuze voor het ontwikkelingsplan een goede richting, maar er wordt verzwegen dat er ook wordt gekozen voor de mogelijkheid van het verlengen van de leer-werktrajecten naar een jaar. Dat is werken zonder loon tot maximaal een jaar lang en dat noemen wij uitbuiting. Ook werken zonder loon voor slechts een halfjaar is voor ons onacceptabel. Dus we kunnen de motie om zes maanden als standaard aan te houden ook niet steunen. Wij willen van werken zonder loon af. De verlenging is bij de eerste presentatie voor een koerswijziging aangegeven als noodzakelijk vanwege een beter verdienmodel voor Werkom. Dat argument wordt gelukkig niet meer genoemd.

Uit onze bevindingen, gesprekken met bijstandsgerechtigden en de vakbond blijkt dat mensen het leer-werktraject hier volgen dit niet zien als een nuttige bijdrage aan hun ontwikkeling. Het is eerder een obstakel. Men schaamt zich ervoor en bij sollicitatie verzwijgt men liever dat ze in een leer-werktraject hebben gezeten als het wordt ervaren als een teken van zwakte. Tevens heeft het Centraal Planbureau al in mei 2020 aangetoond dat de reintegratieverplichtingen binnen de participatiewet, zoals deze leer-werktrajecten, zijn mislukt. Mensen stromen er niet sneller door uit de bijstand naar werk. De noodzaak voor verlenging van deze trajecten vervalt hiermee. En wij stellen voor die trajecten in deze vorm af te schaffen en daarvoor in de plaats stageplekken aan te bieden, die opleiden voor een erkend diploma. Wij volgen hiermee het advies van deskundigen bij de vakbond FNV. Omdat de financiële mogelijkheden dus nu niet duidelijk zijn is het niet zinvol nu concrete voorstellen te doen, maar dat te doen na kennis te hebben genomen van het Berenschot onderzoek. Dat is een opdracht aan de nieuwe raad. Wij zijn wel blij met die motie ‘Werkom ligt op koers’, zodat er in september nogmaals goed naar gekeken kan worden. Voor nu stemmen wij tegen dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Mathkor.

Mevrouw Mathkor (GroenLinks): Ja, dank u, voorzitter. GroenLinks vindt het belangrijk dat er inderdaad best geld naartoe gaat naar beschut werken, want beschut werken is denk ik essentieel dat de gemeente die mogelijkheid biedt. Maar er zijn wel financiële kaders mee gemoeid. En zoals al een paar keer gezegd is, die onzekerheid wat betreft financiën is groot op dit moment. Dus wij dachten aanvankelijk ook: nou ja, we moeten eigenlijk even wachten op dat Berenschot-rapport. Maar even wachten, als je nagaat dat natuurlijk als dat rapport er is dat er toch weer analyses op losgelaten moeten worden, dat daarna er een nieuwe raad zit die ook ingewerkt moet worden. Dus dat zal dan toch niet eerder dan september worden om daar een goed besluit over verder te kunnen nemen. Vandaar onze motie, omdat we inderdaad graag ook het rapport van Berenschot erbij betrekken bij de koers van Werkom. En dat er bovendien ook nogal wat te doen is, zoals mijnheer Hartog ook zei, over het hele participatievraagstuk. Dus vandaag onze motie om in elk geval dit inderdaad over de verkiezingen te tillen en dan in september daarover verder te praten en kijken of daar dan aanpassingen op nodig zijn. Dat hebben we zo goed mogelijk in deze motie verwoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Heijnen. De heer Heijnen (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter.

Democratisch Zaanstad had de bevindingen vanuit het Berenschot-onderzoek graag meegenomen bij haar afweging van het koersbesluit. Het is niet zo dat wij ons het spreekwoordelijke mes op de keel gezet voelen, maar vinden de timing op zijn zachtst gezegd zeer ongelukkig. Echter zien wij wel in dat uitstel over dit besluit geen optie is. In die context kunnen wij ons vinden in het drie plus scenario. De motie ‘ligt Werkom op koers’ om eventueel naar aanleiding van de uitkomst uit het Berenschot bij te sturen op de genoemde koers, kunnen wij om deze reden steunen. De motie zes maanden als standaard zien wij als overbodig, daar waar in de koersnota in onze ogen de intentie gelijk is en waar de motie toe oproept. Voor zover. De voorzitter: Mevrouw Köseoglu en dan mijnheer Hoedemaeker. Mevrouw Köseoglu (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Nou, we hebben als Partij van de Arbeid ook een aantal moties mede ingediend. Ik wil me graag richten op de motie die we samen met GroenLinks hebben ingediend, als het gaat om: heeft Werkom nog een toekomst? Nou, heel eerlijk, ze zitten hier wel een beetje dubbel in. En we hebben ons ook kritisch geuit op het koersbesluit van Werkom. Als Partij van de Arbeid zijn we toch echt wel voorstander van onder andere basisbanen. Tegelijkertijd hebben we ook aangegeven: dat er geld gaat naar Werkom is niet het probleem.

Het gaat er meer om, als dat geld wordt uitgegeven wie profiteert er dan uiteindelijk van? En wij zijn absoluut geen voorstander van mensen met behoud van uitkering te laten detacheren om de eigen financiële broek hoog te houden. Dus we zijn kritisch en daarom zullen we dit ook kritisch blijven volgen. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker, dan mevrouw Onclin en mijnheer Westerhof. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dank u, voorzitter. Ja, wij zullen dit koersbesluit steunen in deze vorm, maar we zullen ook beide moties steunen. Over met name de tweede motie, ligt Werkom op koers, wil ik nog wel even wat zeggen. Wij gaan ervanuit dat het Berenschot-rapport in hun onderzoek ook meeneemt de relatie tussen Werkom en de werkgevers in de Zaanstreek en in Waterland. Er is een enorme krapte op de arbeidsmarkt en we hebben het idee dat daar nog meer potentieel te winnen is in de relatie met Werkom. En laten we dan ook kijken hoe dat eventueel in andere landen wordt aangepakt, het is niet altijd dezelfde soort voorzieningen die daar zijn. Daar kunnen we misschien al weer wat van leren en zo blijf je actueel met goede ideeën komen om de positie van Werkom optimaal te benutten. Tot zover.

De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD): Ja, tijdens de algemene beschouwing heb ik al aangegeven dat bij dit besluit zal blijken wie in deze raad durft te investeren in mensen. Na een twijfelachtig Zaanstad beraad is het vanavond dus ook zover om kleur te bekennen. Wij zullen de moties niet steunen, evalueren in september vinden we veel te vroeg. En door het weghalen van de verlenging van de leer-werkplekken veroordelen wij mensen die net niet genoeg hebben aan zes maanden praktijkervaring opdoen, bijvoorbeeld statushouders die de taal onder de knie proberen te krijgen, tot langdurig fulltime bankhangen. De VVD is wel blij met dit voorstel en helpt deze mensen wel graag naar een nieuw hoofdstuk in hun leven. De voorzitter: Mevrouw Mathkor, interruptie. Mevrouw Mathkor (GroenLinks): Ja, dank u, voorzitter. Ja, mevrouw Onclin heeft het over evaluatie. Dat staat niet in onze motie. Inderdaad, een evaluatie dat heeft veel meer tijd nodig, dat ben ik helemaal met u eens. Maar in september dan is toch wel het Berenschot-rapport bekend. Dat is een eerste meer inzicht in de financiële toekomst van Werkom. Ik denk dat u daar ook blij moet zijn. En wat betreft die zes maanden, ik heb net niet genoemd dat wij daar ook van harte mee indienen. Dat is zo omdat in de bijeenkomsten, ook met Purmerend, uitdrukkelijk is gezegd: ja, het is maatwerk. Dat staat ook in deze motie.

Dank u. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Nee, mijnheer Hartog had een interruptie. De heer Hartog (onafhankelijk): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, mevrouw Onclin zegt dat nu zal blijken welke partijen in mensen willen investeren. Wat ons betreft blijkt uit de houding van de VVD dat zij mensen willen uitbuiten en dat wij in mensen willen investeren door als alternatief te zeggen: wij willen dat deze mensen stages kunnen doen die nu in het leer-werktraject zitten en opgeleid worden tot een erkend diploma, want daar hebben ze echt iets aan. Dat is echt investeren. De VVD wil deze mensen gebruiken als verdienmodel voor het bedrijfsleven. Dat vinden wij geen investeren, maar profiteren. En ik hoor graag wat mevrouw Onclin daarvan zegt. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD): Ja, mijnheer Hartog doet net alsof praktijkervaring alleen relevant is als je er daarna een diploma voor krijgt. Dat vind ik onder andere een grote belediging voor de kinderen die op een praktijkschool zitten en dat diploma ook niet krijgen. Verder zeggen we volgens mij precies hetzelfde, dat het gaat om de praktijkervaring. Maar het maakt ons niet uit of je er een diploma voor krijgt of niet. Want ook het leren van onze taal is zeer waardevol. De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog (onafhankelijk): Ja, voorzitter. Dan snapt mevrouw Onclin kennelijk niet wat een stage niet.

Dat is juist bedoeld voor praktijkervaring. En beide, daar kan je straks ook een diploma voor krijgen, dat telt mee in het diploma. Die ervaring telt daarbij net zo hard en is geborgd in een goed traject waar mensen hun leven lang wat aan hebben. Hier hebben ze niets aan. De voorzitter: Ik zie geen aanvechting tot een reactie van mevrouw Onclin. Dus dan gaan we naar mijnheer Westerhof.

De heer Westerhof (CDA): Dank u, voorzitter. De CDA-fractie is blij met het koersbesluit Werkom. Als zodanig hebben we dan ook geen behoefte om nog weer aan knoppen te draaien. Echter, het lijkt ons heel logisch om als er nieuwe punten weer binnenkomen, en dat is dat rapport van Berenschot, om dan het beleid weer eens tegen het licht te houden. Dus in die zin kunnen we de motie Werkom op koers wel steunen. Met zes maanden als standaard, ja, in principe hoeven wij dat niet te veranderen. Maar we hebben de wethouder ook horen zeggen dat het beleid niet in beton is gegoten. Dus ik ben heel benieuwd hoe de wethouder straks nog reageert op deze motie. De voorzitter: Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ja, wat de Partij voor de Dieren betreft moet Werkom altijd een doelmatige functie hebben. En we hebben de wethouder in het Zaanstad beraad ook het voorbeeld horen noemen van een Syrische onderwijzeres die de taal nog niet machtig is. En juist van dergelijke casussen vragen wij ons af in hoeverre je daar nou veel bereikt door leer-werktrajecten te verlengen. Juist omdat de doelmatigheid erin zit dat ze de taal leren, of dat nou binnen een leer-werktraject is of niet. Misschien is het juist wel veel effectiever om het daar buiten te halen.

Dus gegeven dat stukje maatwerk wat er echt gegeven moet worden en misschien ook wel dat je moet zeggen van: soms moet je statushouders juist op een hele andere manier ondersteunen, buiten Werkom. Gegeven dat dat een optie zou kunnen blijven, dat het echt gaat over het helpen van mensen terug naar de arbeidsmarkt, zijn wij geneigd om beide moties, ook de evaluatiemotie over het rapport Berenschot, te steunen. Tot zover. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (ChristenUnie): Ja, dank u, voorzitter. Ook de ChristenUnie zal voor dit raadsvoorstel stemmen. Het is goed om de koers af en toe bij te stellen, als je merkt dat het de verkeerde kant opgaat. Natuurlijk gaat het om het zorgen voor mensen en het helpen mensen om hun plekje in de maatschappij en ook in de werkende maatschappij te vinden. Dat vinden wij heel goed, heel waardevol. En wij vinden de moties ook erg goed om inderdaad straks ook dat financiële stukje er nog weer bij te betrekken. De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Dank u wel, voorzitter. O, ik zie mijnheer Van Haasen het woord vragen. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt voorzitter. Wij zullen het voorstel ook steunen. Wij zullen ook beide amendementen steunen. Die van zes maanden eigenlijk hard ondersteunen, want we willen voorkomen dat Werkom een inburgeringsbureau wordt.

Sinds de decentralisatie is het natuurlijk niet de bedoeling dat alleen nog maar statushouders geholpen worden. Wij zien dit als een bureau voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en langdurig werkelozen. Dank u. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Nee, dan heeft wethouder Groothuismink het woord. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Om bij mijnheer Van Haasen aan te sluiten. Ja, Werkom begeleidt jaarlijks honderden inwoners van Zaanstad en Purmerend met een overbrugbare afstand tot de arbeidsmarkt naar een betaalde baan bij een werkgever. En om ervoor te zorgen dat ze dat kunnen blijven doen is die

koerswijziging nodig. En de omvang en vorm van Werkom heeft vernieuwing nodig en daar hebben we de afgelopen tijd veel met elkaar over gesproken, met u en met uw collega’s in Purmerend. En daaruit komt naar voren dat ze scenario drie plus de beste variant is. Er ligt een tweetal moties, er zijn ook wat vragen over het Berenschot-rapport. De financiering van Werkom is voor de komende twee jaar in het raadsvoorstel, dat heeft u kunnen zien voor de komende twee jaar is daar een voorstel voor. En Berenschot doet nu een onderzoek hoe de financiering gaat voor de jaren daarna. Dus niet de inhoudelijke koers, maar echt hoe dan de financiering hiervan gaat. En uiteraard als dat rapport binnen is en geanalyseerd is, dan zullen we dat naar u terugkoppelen. En als het gaat om bijvoorbeeld aanpassingen vanuit het nieuwe kabinet die van invloed zijn op Werkom, dan zal dit natuurlijk ook aan de koers aan Werkom worden toegevoegd. En wat dat betreft is het ook wat het college betreft helemaal geen gek idee om over een halfjaar te kijken of het aanleiding geeft tot bijstelling van de koers. Dus wat dat betreft denk ik dat de motie daarover prima uitvoerbaar is voor het college. Dan hebben we het over de werkervaringsplekken gehad, daar zijn ook bijeenkomsten van FNV over geweest.

Ik heb gisteren nog een gesprek gevoerd met de FNV, want wij zien de vakbond als een belangrijke partner als het gaat om participatie en het hele arbeidsmarktproces inclusief opleiding en scholing. En we hebben ook met elkaar afgesproken dat we ons inderdaad gaan inzetten om die mogelijkheden tot stages en scholingen, inclusief de budgetten die de vakbonden daar zelf voor hebben, om te kijken: hoe kan je die nou beter benutten voor de hele arbeidsmarkt? Maar goed, als het gaat om de werkervaringsplekken hebben we al gezegd dat dat op dit moment een halfjaar is, maar dat sommige mensen langer tijd nodig hebben. Maar dat dat maatwerk is en een uitzonderlijke situatie. Ik zie in de motie dat u het omdraait, dat u zegt van: nou, laat dat dan ook de uitzondering zijn. Zo interpreteert het college deze motie. En ook dat lijkt me op hetzelfde neerkomen als wat er op dit moment instaat. Maar dan borgt u wel dat de norm moet zijn: zo kort mogelijk traject. Wat overigens voor het college niet werken zonder loon is, maar echt een traject om mensen te helpen om juist uit te stromen naar een betaalde baan. En of u dat een stage noemt of een traject, dat verschilt dan niet zoveel, het gaat om het effect dat mensen uitstromen naar werk. De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog (onafhankelijk): Dank u wel, voorzitter. Fijn dat de wethouder met de vakbond heeft gesproken.

Die leerwerktrajecten, er zit in ieder geval op de lange termijn dan beweging in om dat om te buigen naar stagewerk. Maar het is niet zo eenvoudig dat een andere naam dan ook een andere inhoud heeft. Stage betekent dus echt dat mensen daar een erkend diploma voor krijgen en dat zit niet in de leerwerktrajecten. Bent u bereid op termijn daartoe over te schakelen en daar ook een bijdrage voor te vragen, ook van de gemeente. De vakbond kan dat niet allemaal zelf betalen. De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Het antwoord is nee. En dat sluit aan bij de woorden van mevrouw Onclin. Als mensen in staat zijn om een opleiding te volgen met een diploma, dan kunnen ze dat op dit moment al doen. En het is waar dat de vakbonden, werkgevers en opleidingsinstituten met elkaar aan het nadenken zijn: hoe kan je nou de opleidingen zodanig maken dat die zo toegankelijk mogelijk zijn voor zo veel mogelijk mensen? Dus dat je ook kijkt: kan je misschien opleidingen in stukken knippen of aanpassen, zodat ze beter toegankelijk zijn voor mensen om een diploma te halen, om meer kansen te krijgen. Dus als het gaat om te kijken naar: hoe kan je opleidingen en stages zo veel mogelijk ontwikkelen, zodat die toegankelijk zijn voor zo veel mogelijk mensen, dan is het antwoord ja.

Maar er zijn een aantal mensen die niet in staat zijn om bijvoorbeeld een MBO opleiding af te ronden. En voor hen zijn deze werkervaringsplekken van essentieel belang.

De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog (onafhankelijk): Dank u, voorzitter. Ja, u doet nu net, de wethouder doet nu net alsof er alleen maar een MBO opleiding bestaat, maar zo zit de werkelijkheid natuurlijk niet in elkaar. Het zou toch logisch zijn als Werkom hier een functie krijgt in die opleidingstrajecten en daarin verankerd is en goed samenwerkt met die opleidingsinstanties om dat voor elkaar te krijgen. Bijvoorbeeld om te bemiddelen naar stageplaatsen, dat is toch een logische gedachte? Dan kun je dat borgen via Werkom en dan hoef je niet meer afhankelijk te zijn van de goede wil van werkgevers alleen. Maar dan gaat het inhoud krijgen. En die inhoud zit er nu niet in. Aan de lopende band dingetjes inpakken en zakjes plakken, dat is geen stage. Dus daar moeten we vanaf. Bent u bereid om dat op termijn te doen? De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Nou, mijnheer Hartog, dat doen we al de afgelopen periode dat ik wethouder ben. We werken daar hard aan. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Ja, toch even de vraag aan de wethouder over doelmatigheid en leer-werktrajecten die mensen echt een stap vooruit helpen. U noemde zelf in het Zaanstad beraad het voorbeeld van een lerares die de Nederlandse taal nog niet machtig is.

Hoe kijkt u in een dergelijke casus naar de doelmatigheid van wat je bij Werkom te bieden hebt? De voorzitter: Wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Met het gevaar dat we een inferieure casus gaan zitten bespreken tijdens de raadsvergadering. Maar deze dame heeft daarom ook haar leerervaringsplek op een basisschool uitgevoerd, zodat ze juist de kinderen kon helpen en het Nederlands onderwijssysteem kon kennismaken. En juist de termen die met rekenen en onderwijs te maken hebben zich extra eigen kon maken. De voorzitter: Zijn er nog andere reacties? Nee, daarmee kunnen wij dan overgaan tot stemming over de moties. Te beginnen met de motie ‘zes maanden als standaard’ van ROSA en anderen. Wie is daar voor? Voor zijn de fracties van CDA, ROSA, POV, PVV, DENK, GroenLinks, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, D66 en de Partij van de Arbeid. Daarmee is die aanvaard. Dan gaan we naar de motie ‘ligt Werkom op koers?’ van GroenLinks en anderen. Wie is daar voor? Zelfde stemverhouding, denk ik. Nee, de Socialisten, CDA, ROSA, POV, PVV, DENK, GroenLinks, DZ, Partij voor de Dieren, ChristenUnie, D66 en de Partij van de Arbeid. En daarmee is die aanvaard. Dan gaan we naar het raadsbesluit koersbesluit herijking Werkom. Wie is daar tegen? Tegen zijn de Socialisten. En daarmee is die aanvaard.

Wijziging Welstandsnota Zaanstad 2013 De voorzitter: Dan gaan we naar het raadsbesluit wijziging welstandsnota Zaanstad 2013. We hebben een aantal amendementen en een motie. Wie wil daarover het woord? Mijnheer Pietersma heeft het woord en dan mijnheer Pauw. De heer Pietersma (PvdA): Ja, voorzitter, even kort als toelichting op het amendement. Omdat de corporaties in samenspraak met het college en de welstandscommissie tot afspraken zijn gekomen vlak voor het laatste

Zaanstad beraad leek het ons goed om die afspraken ook in het daadwerkelijk voorliggende besluit op te nemen. Omdat daarmee het college ook mee te geven dat men daar in de uitvoering ook daadwerkelijk mee aan de slag gaat. Dus vandaar ook het amendement. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Pauw. Daarna mijnheer Rienstra en mijnheer Kerkhoven. De heer Pauw (ROSA): Ja, dank u, voorzitter. Nou, wij zijn in ieder geval heel blij met deze wijziging welstandsnota, omdat we vinden dat hiermee een belangrijke bouwperiode uit de geschiedenis van Zaanstad meer aandacht heeft gekregen en ook goed bekeken is wat er precies voor woningen allemaal staan. En wat dat betreft past het geheel in de traditie zoals Zaanstad die al jarenlang koestert met de houtbouw. Zo mag die ook van toepassing zijn natuurlijk op deze vooroorlogse wijken. Kenmerk hiervan is een geheel eigen stijl en een visie op het bouwen. En dat verdient zeker de aandacht die het nu in deze welstandsnota ook krijgt. Dan even kort de amendementen en een motie. Amendement A, instemming. Wat ons betreft zijn er ook al voldoende toezeggingen gedaan om voorin dat proces te komen tot goed overleg met de corporaties en eventuele andere stakeholders. Het amendement van de VVD, dat is het amendement ‘geen verband met een monumentenverordening’. Nee, inderdaad, dat heeft het ook niet.

Als je iets een monument wil maken, dan zal er een uitgebreide redengevende omschrijving moeten plaatsvinden en dat is hier niet gebeurt. Er is alleen gekeken van: zijn dit interessante panden? Dat is wat anders als dat je de waarde van een monument toekent. Dus wat dat betreft kunnen wij instemmen met dit amendement. Het tweede amendement van de VVD ‘blijf bij de opdracht’, nou, ik denk dat de VVD daar wel een punt heeft. Ik ben zelf meer uitgegaan van het kijken naar: wat is er in die bouwperiode neergezet in die vooroorlogse buurten? En dan kom je inderdaad tot de conclusie dat er zowel heel veel corporatiewoningen zijn neergezet, maar ook heel veel particuliere woningen. En om dat onderscheid goed te duiden en inderdaad bij opdracht te blijven, dan lijkt het me goed om in ieder geval het amendement van de VVD hierover te steunen. Dan de motie van DZ, ja, dat vind ik een ingewikkelde. Omdat ik niet goed kan peilen van: hebben we het hier nu over een vooroverleg alleen over de corporatiewoningen, of hebben we het over een veel breder overleg? En dat lees ik wel in de tweede zin van het raadsvoorstel. Dus wethouder, daar zou ik graag nog wat nadere informatie over willen hebben over wat in ieder geval uw advies daarin is. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Rienstra. De heer Rienstra (VVD): Dank u wel, voorzitter. Sorry.

De VVD Zaanstad is voor bescherming van cultureel erfgoed en monumentale objecten. Dat staat in ons verkiezingsprogramma en ook in het coalitieprogramma, dus laat daar geen misverstand over bestaan. Maar de regels daarvoor en het proces dat gevoerd moet worden moet transparant en begrijpelijk zijn. Dat missen wij toch een beetje in dit voorgestelde wijziging in de welstandsnota. Vandaar dat we die twee amendementen hebben ingediend. Amendement B, een belangrijke zorg hebben wij ten aanzien van de link die is ontstaan met een monumentenverordening. Nogmaals, wij zijn voor bescherming van cultureel erfgoed, maar we zijn ook voor een heel zorgvuldig proces. Het afgelopen jaar hebben wij in meerdere casussen weer kunnen zien dat de monumentenstatus grote impact heeft op de eigenaren. We vinden het dan ook zeer belangrijk dat er een categorie en waardering nooit mag leiden tot de vervanging van het cultureel historisch onderzoek, zoals dat is bedoeld in de monumentenverordening. Om die zorgvuldigheid te beschermen en daarmee ook een verkorte procedure naar de monumentenstatus te voorkomen, hebben wij ook daarom dit amendement ingediend. Amendement B is dat. En amendement C, om te beginnen stond in oorspronkelijke afbakening van het onderzoek: dit onderzoek richt zich op de sociale woningbouw, dus woningen gebouwd voor arbeiders en ontworpen en gerealiseerd in de periode 1900-1945.

Op de waarderingskaarten zijn ook panden gewaardeerd die particulier zijn ontwikkeld en ook nu nog in particulier bezit zijn. Deze voldoen niet aan het criterium van sociale woningbouw en waren veelal ook niet bedoeld voor arbeiders. Voordat wij als gemeente ingrijpen in particulier bezit moeten we wel heel zwaarwegende redenen hebben. In dit onderzoek heeft het college wat ons betreft dit niet voldoende onderbouwd. Vandaar dat wij omdat de uitbreiding van de scope niet door de raad was goedgekeurd stellen wij voor om deze panden uit de waarderingskaarten te halen. Ook de corporaties hebben wij zien worstelen met de voorgestelde nota. We danken het college dat tussen versie een en twee al een aantal van de zorgen zijn weggenomen. Maar we lezen ook dat de corporaties de waarderingskaart en het proces nog steeds diffuus vinden. Belangrijk voor hen is dan ook de toezegging van het college om vroeg in het proces in overleg te gaan. En we dienen ook heel graag samen met de PvdA en anderen het amendement in om deze toezegging vast te leggen in dit raadsbesluit. Tot zover, voorzitter. Dank. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Dank u wel, voorzitter. De rol van de welstandscommissie moet wat Democratisch Zaanstad betreft helemaal aan de voorkant van het proces. Daarnaast moet ze advies geven, geen belemmeringen opwerpen.

Democratisch Zaanstad wil benadrukken dat het behoud van erfgoed en historische dorpsgezichten belangrijk is. Dat wat ons betreft nog te vaak gekozen wordt voor sloop nieuwbouw, terwijl renovatie ook een optie is. Het verhaal dus dat sloop nieuwbouw goedkoper zou zijn dan renovatie wordt door verschillende experts ontkracht. We roepen het college met klem op om deze experts ook te betrekken bij de bouwplannen aan de voorkant, zodat we mooie wijkjes als de rode buurt in Zaandijk kunnen behouden. De motie die we indienen is vrij eenvoudig. Breng alle betrokkenen en experts bij elkaar, helemaal in het begin van het proces. Dat versnelt de woningbouw en zorgt voor een helder proces daarna. Dat gaat nu ook nog te vaak mis, doordat er later in het proces nieuwe inzichten worden ingebracht. Tot zover. De voorzitter: Mijnheer Pietersma. De heer Pietersma (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik was misschien wel wat heel erg kort net, maar ik heb het eerder in het Zaanstad beraad wel gezegd. Maar ik wil de complimenten toch ook nogmaals uitdelen aan een ieder die gewerkt heeft aan de waarde-kaarten, omdat het gewoon een fantastisch mooi document is geworden wat zeker bruikbaar is in de verdere ontwikkeling van Zaanstad. En daarnaast nog even ten aanzien van de overige amendementen.

We steunen ook de amendementen van de VVD en zijn ook even benieuwd naar het antwoord van de wethouder op de motie van DZ. De voorzitter: Zijn er nog andere woordmeldingen? Mijnheer Heida. De heer Heida (BVNL): Dank u wel, voorzitter. Ja, ik begin met een citaat van de Franse anarchist Pierre Jozef Prodons: la proprité c’est les vons. Oftewel: eigendom is diefstal. In de visie van Belang van Nederland is welstand iets wat een ander vindt van jouw eigendom. En daar worden vervolgens voorwaarden aan verbonden waar je je aan moet houden en dat is een ondermijning van het eigendomsrecht. En dat is het primaire eerste idee van kapitalisme, eigendom. Dat moet je gewoon kunnen bewaken. Nou voorzitter, de VVD die probeert met een aanpassinkje de zaak nog wat te verzachten, het leed, maar dat gaat nooit lukken. Want het particuliere eigendom, dat is de ene keer mag dat wel beschermd worden, maar als het om een woningbouwcorporatie gaat, dan is het opeens weer iets anders. De vraag is dan: mijnheer Rienstra, als het dan gaat om een straat of een wijk in eigendom van bijvoorbeeld een pensioenfonds, dat uitkeringen verricht aan particulieren weer, dus ook privémensen. Mag dat dan wel of mag dat dan ook niet? Wat is het verschil?

Volgens ons is hier de VVD het spoor bijster tussen echt eigendom wat liberaal verdedigd hoort te worden en, ja, welstand wat alleen maar een aanval opent op eigendom. Weg met de welstandsnota, zeggen wij. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Westerhof en dan mevrouw Neefjes. De heer Westerhof (CDA): Dank u, voorzitter. Wij zijn ook blij met de welstandsnota. De amendementen B en C, dat vinden wij een goede aanscherping van de VVD. En daarom hebben we ze ook mee ingediend. Over het toevoegen van punt vier, dat vinden wij ook een goed gesprek aan de voorkant, die integrale kwaliteit. Dus ook dat willen we graag steunen. Met de opmerking erbij dat je dat gesprek eigenlijk ook wel gaande moet houden in alle fasen. Want ook dan zal je zorgvuldig met alle stakeholders moeten overleggen en communiceren. De motie ‘proces aan de voorkant’, ja, dat is wat ons betreft ook heel positief verhaal. Maar we vragen ons af of dat een uitvoerbaar verhaal is. En daar horen we graag de wethouder nog over. De voorzitter: Mevrouw Neefjes. Mevrouw Neefjes (ChristenUnie): Ja, dank u. De ChristenUnie is blij met de aandacht voor de vooroorlogse wijk en dat dat opgenomen nu is in de welstandsnota. Wij hebben amendement A mee ingediend, omdat je daarmee inderdaad het gesprek met deze welstandscommissie aan de voorkant juist meeneemt.

De motie van DZ die vinden wij eigenlijk een beetje dezelfde vraag als ROSA: wat heeft dit nu specifiek met de welstandsnota te maken? Of is dit een heel brede vraag? Want op zich is het natuurlijk een goede vraag. En de twee amendementen van de VVD die zullen wij ook mee instemmen. De voorzitter: Mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Ja, wij zijn ook blij met het nieuwe voorstel over de welstandsnota. En eigenlijk zijn we voorstander van alle moties en amendementen, zeker als het gaat ook, ik heb mijnheer Kerkhoven het ook horen zeggen over sloop nieuwbouw, dat je daar van tevoren echt heel goed over na moet denken en door moet spreken, omdat renovatie zowel financieel als op duurzaamheidsvlak bijna altijd wint van sloop nieuwbouw. Over amendement A van de PvdA hebben wij nog wel enige opmerking. Daarin staat dat alle capaciteit en middelen beschikbaar gesteld moeten worden om het in goede banen te geleiden. Wij gaan er wel van uit dat er binnen het bestaande budget en bestaande capaciteit dit geregeld kan worden. En anders moet dit bij de voorjaarsnota opnieuw behandeld worden. De voorzitter: Mevrouw Mathkor. Mevrouw Mathkor (GroenLinks): Ja, dank u, voorzitter. Wij zijn blij dat er met de corporaties eindelijk tot overeenstemming is gekomen. Dit is best een ingewikkeld proces geweest.

Wij als GroenLinks zijn erg voor cultuurhistorische panden zoveel mogelijk bewaren. Wat betreft de amendementen, die zullen wij allemaal steunen. Wat betreft de motie, zoals ook veel andere partijen vragen wij toch de mening van de portefeuillehouder daarover, met name over dat vooroverleg ruimtelijke ordening, om dat weer in te voeren. Dat is iets wat mij niet zoveel zegt, maar ik hoor daar graag de mening van de wethouder over. De voorzitter: Mijnheer Hoedemaeker. De heer Hoedemaeker (D66): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, in grote lijnen is het al gezegd. Mooi dat deze welstandsnota er nu ligt en dat die waardenkaarten er nu liggen. Wij steunen alle drie de amendementen

hierop. En we hebben een beetje hetzelfde verhaal met die motie. Wij denken eigenlijk dat dat ook al ondervangen wordt door amendement A, maar daar hoor ik ook graag de portefeuillehouder nog even over. De voorzitter: Nog andere woordmeldingen? Mijnheer Van Haasen niet? Nee, mevrouw, wethouder Groothuismink. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, de Zaanse sociale woningbouwwijken die gebouwd zijn tussen 1900 en 1945 die zijn uniek en daar zijn we het allemaal over eens. En dank ook voor de complimenten van de Partij van de Arbeid voor de waarde-kaarten. En over hoe we dat nu vastleggen, de waarde-kaarten in de welstandsnota, daar hebben we veel gesprekken over gevoerd. Ook met de corporaties. En we spreken vanavond over dat aangepaste voorstel. En om met het amendement van de Partij van de Arbeid te spreken, in de gesprekken met de corporaties hebben we ook het belang van het tijdig betrekken van welstand besproken. En het college denkt dat het amendement van de Partij van de Arbeid een goede aanvulling is of een goede bevestiging is van de gesprekken die wij met hen hebben gevoerd. Dan over de amendementen van de VVD. Over het verband met de monumentenverordening. Nou, ik heb in het Zaanstad beraad al een paar keer aangegeven dat die er niet is, dat het inderdaad mijnheer Rienstra heel zorgvuldig moet gebeuren, aanwijzing tot monumenten.

Daar hebben wij ook een aparte verordening voor. Dus wat dat betreft is het wat het college betreft nu goed in de verordeningen belegd. Maar als u dat als raad nogmaals wil bevestigen hier, dan is dat aan u als raad. Nogmaals, het college denkt dat het geregeld is, maar u kunt dat nogmaals bevestigen. Als het gaat om de motie van Democratisch Zaanstad, dan is inderdaad die motie wat breder. En het opnieuw instellen van een voortraject is een belangrijke ambitie van het college bij de invoering van de omgevingswet. En het college onderzoekt wanneer en onder welke voorwaarden dat voortraject, de omgevingstafel, kan worden georganiseerd. Dus de motie van DZ is breder dan alleen het vooroverleg met de corporaties over welstand. En we stellen dan ook voor om daar bij de raad op terug te komen als we de invoering van de omgevingswet bespreken. Want dan is die bredere scope aan de orde. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er daar nog reacties op vanuit de raad? Mijnheer Van Haasen en dan mijnheer Rienstra. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt voorzitter. Wij hebben bezoeken gebracht aan projecten met woningbouworganisaties. En daarin gaven woningbouworganisaties gaven aan dat nadat zij al veder in de planvorming zaten dat ze daarna pas van welstand weer aanvullende zaken te horen kregen, waardoor de planvorming weer opnieuw moest en dat het gewoon heel veel geld kost.

Ik vraag me dus af of zo’n motie van DZ dan niet bijdraagt om dat te voorkomen. De voorzitter: Mijnheer Rienstra. De heer Rienstra (VVD): Ja, als ik de wethouder goed heb begrepen dan is eigenlijk de motie van DZ min of meer een toezegging, maar dan in een later moment om daarover te spreken. Mag ik dat zo interpreteren? De voorzitter: De wethouder reageert op beide vragen. Mevrouw Groothuismink (wethouder): Nou kijk, de motie van DZ gaat over vooroverleg in brede zin, dus dat gaat breder, tenminste zo kan je hem interpreteren. Ik heb mijnheer Kerkhoven daar niet specifiek over gehoord. Maar je kan hem breder interpreteren dan alleen het vooroverleg met de corporaties. Dus als het in brede zin gaat over het vooroverleg, dan lijkt dat het college goed om dat te bespreken op het moment dat de omgevingsvisie ook aan bod komt.

De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wethouder, ik vind het ook niet zo’n sterk argument als u begint over de omgevingswet. U weet net zo goed als ik dat die opnieuw is uitgesteld. En volgens mij kan het wel 2050 worden wanneer die een keer door die Kamer gaat komen. En ik twijfel zeer daaraan of die er überhaupt doorkomt, dus ik vind het een slecht argument om dan maar te zeggen: laten we dat dan maar doen wanneer de omgevingswet van kracht gaat worden. De voorzitter: Wethouder Groothuismink. De heer Groothuismink (wethouder): Ja, op dit moment zijn we ons natuurlijk wel aan het voorbereiden op die wet middels die omgevingstafels. En ik denk dat het goed is om in brede zin, hè, als u wil dat dat vooroverleg in brede zin terugkomt, dat dat dan op een ander moment besproken wordt los van deze welstandsnota. De voorzitter: Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Nou, ik zou toch wat meer duidelijkheid willen hebben van mijnheer Kerkhoven. En dan gaat het er feitelijk om, want vroeger was er ook een vooroverleg, maar dat gold dus voor alle nieuwbouwplannen. Alle dingen die op een gegeven moment hier bij de gemeente binnenkwamen die werden voorzien van een vooroverleg. Op een gegeven moment is dat een aantal jaren geleden afgeschaft.

En de vraag is: bedoelt u nu dat het voor alle bouwprojecten geldt of heeft u het hier specifiek over dit onderwerp waar we het nu over hebben? De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Dat laatste, mijnheer Pauw. De voorzitter: Zijn de twee vragen, mijnheer Pietersma ook nog een reactie. De heer Pietersma (PvdA): Nou, voorzitter, ik vind er wel een wezenlijk verschil in zitten. Want als wij het hebben over het amendement en de welstandscommissie aan de voorkant, dan hebben we het erover dat datgene wat je aan de voorkant nu doet dat je dat probeert in te verdienen aan de achterkant. Want dat zou het effect kunnen zijn. En als het een beetje goed gedaan wordt, dan kan het misschien zelfs budgettair neutraal. De motie van DZ, maar ik hoor daar graag expliciet een antwoord op, of dat hij bedoelt dat de gemeente nu dadelijk bij elke individuele aanvraag, niet zijnde alleen de corporaties maar elke individuele inwoner ook die daarmee te maken krijgt, dat vooroverleg zou moeten opstarten. Want dat betekent een enorme operatie. De voorzitter: Mijnheer Kerkhoven. De heer Kerkhoven (DZ): Nee, dat bedoelen wij er niet mee. De voorzitter: Zijn daarmee de vragen beantwoord? Wethouder Groothuismink.

Mevrouw Groothuismink (wethouder): Kijk, als Democratisch Zaanstad bedoelt vooroverleg met de corporaties, dan sluit het heel erg aan op het amendement van de Partij van de Arbeid. En als antwoord op mijnheer Van Haasen, dat welstand later in het proces komt, dat staat eigenlijk ook los van alleen het gesprek

over deze arbeiderswijken. Het belang van tijdig met elkaar over welstand praten is natuurlijk voor de corporaties heel fijn, want dan weten ze goed waar ze aan toe zijn. De voorzitter: Goed, kunnen we daarmee de beraadslaging op dit onderwerp beëindigen en overgaan tot stemming? We beginnen met stemming over amendement A, beslispunt vier toevoegen aan raadsbesluit van de Partij van de Arbeid en anderen. Wie is daar tegen? Stemverklaring van mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Ja, voorzitter. Zoals gezegd zijn we hier voor, maar wel met de kanttekening dat wanneer dit extra geld zou moeten kosten, dat dit bij de raad terugkomt. De voorzitter: Nog andere stemverklaringen? Wie is tegen amendement A van de Partij van de Arbeid? Tegen zijn de fracties van DZ, PVV en BVNL. Daarmee is amendement A aanvaard. Dan gaan we naar amendement B, welstandsnota geen verband monumentenverordening van de VVD en anderen. Wie is daar tegen? Tegen is de fractie van BVNL. Daarmee is amendement B aanvaard. Dan gaan we naar amendement C, welstandsnota blijf bij de opdracht van VVD en anderen. Wie is daar tegen? De fractie van BVNL is tegen. Daarmee is amendement C aanvaard. Dan gaan we naar de motie welstandsnota. De heer Pauw (ROSA): Stemverklaring, voorzitter. De voorzitter: Stemverklaring van mijnheer Pauw.

De heer Pauw (ROSA): Ja, aangezien amendement A is aangenomen, lijkt het mij dat deze motie die naar de uitleg van mijnheer Kerkhoven eigenlijk gelijk is aan het amendement, maar het is een motie, lijkt mij overbodig. En derhalve zullen wij, ook omdat de tekst niet duidelijk is, zullen wij tegen deze motie stemmen. De voorzitter: Nog andere stemverklaringen? Dan brengen wij in stemming motie ‘welstandsnota beter proces aan de voorkant’ van DZ. Wie is daar voor? Voor is de fractie van DZ, fractie van de PVV en de Socialisten. En daarmee is die verworpen. Dan gaan we naar het raadsbesluit wijziging welstandsnota Zaanstad 2013. Stemverklaring van mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, dank u, voorzitter. Wij gaan tegen de welstandsnota stemmen. Als welstand de leefbaarheid, de kwaliteit van wonen voor inwoners, in de weg zit dan is er iets verschrikkelijk mis. En dat zien wij gebeuren met deze welstandsnota. Teveel betutteling naar de ontwikkelaars en de woningbouwcorporaties. Dank u. De voorzitter: Stemverklaring van mijnheer Heida. De heer Heida (BVNL): Ja, dank u wel. Ja, dit is een ramp voor Zaanstad. En we hopen dat alle eigenaren die hiermee te maken krijgen hun eigendomsrecht tot in de hoogste instantie gaan verdedigen. Dank u. De voorzitter: Daarmee gaan we over tot stemming over het raadsbesluit wijziging welstandsnota Zaanstad 2013.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11300743/1