CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Raad 28.10.2021 AB

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Vaststellen verslag en besluitenlijst raad 28 oktober 202138.211 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ZAANSTAD d.d. 28 oktober 2021

Voorafgaand aan de raadsvergadering (om 19.00u) biedt de directeur van de rekenkamer het nieuwste onderzoeksrapport aan over Social Return De voorzitter: Dames en heren, van harte welkom. Ik verzoek u uw plaats in te nemen voor de raadsvergadering van de gemeenteraad van Zaanstad de dato donderdag 28 oktober 2021 in het stadhuis van Zaanstad. En wij beginnen met de aanbieding van een rekenkamerrapport van Social Return, door nog even de directeur van de rekenkamer, de heer De Ridder, heel fijn dat je nog in ons midden bent, nog een aantal maanden directeur, dus wellicht dat er nog meer rapporten worden afgescheiden voor die tijd maar wellicht ook een bijzonder moment, Jan, om een bijzonder rapport toe te lichten over social return. Welkom, aan jou het woord. De heer De Ridder: Dank u wel, voorzitter. Ja, het is na twaalf jaar voor mij hier een primeur, ik heb namelijk nog nooit de raad mogen toespreken. En ik dank jullie daar hartelijk voor, dat ik even een paar minuten heb die ik van uw tijd mag gebruikmaken. Maar meestal wordt het buiten de vergadering om geregeld, maar ik vind dit een eer. Ik kom u een rapport aanbieden over social return on investment. Dat is openbaar geworden om zeven uur. Dan kunt u het ook op onze website vinden. Ik maak altijd graag reclame voor onze prachtige website want daar kunt u heel snel alle details van het onderzoek in vinden.

Ik heb een paar minuten de tijd gekregen en ik zal ook niet meer van uw tijd nemen en ik wou dat even gebruiken om op u, op een aantal zaken uit dat rapport te wijzen. Maar misschien eerst even in herinnering het begin van dit onderzoek. Wij hebben een verkenning uitgevoerd en dat hebben we ook met leden van de raad besproken, naar mogelijk onderzoek in het kader van de Participatiewet. En bij die verkenning is ons opgevallen dat er veel problemen waren en zijn met de registratie van gegevens, zodat ook een aantal onderzoeken die we toen ook met de raad hebben besproken, met de raadsleden, die ons interessant leken, eigenlijk niet goed konden. We hebben uiteindelijk toen gekozen voor het onderzoek naar social return on investment, en daar hebben we ook wel weer wat problemen gehad rond het gebruik kunnen maken van gegevens. En ja, dat heeft ons wel wat moeite gekost en ook niet, het is ook niet helemaal optimaal verlopen. Dus daar, ook daar waren nog vergelijkbare problemen die ook in het algemeen er waren. Nou, wij hebben uiteindelijk toch met vallen en opstaan en enorme inzet van onze onderzoekers hebben we dat onderzoek uitgevoerd. Inzet was ook nodig omdat wij tussentijds een wegvallende projectleider hadden die voor een baan in het onderwijs ging, wat wij natuurlijk alleen maar kunnen toejuichen, maar dat was voor ons wel even schakelen.

Wat concluderen we? Eén, Zaanstad die pakt de SROI serieus aan. Er is een SROI-desk opgericht, dat wordt ontwikkeld. Tijdens ons onderzoek was dat nog niet helemaal optimaal in de zin dat er nog allerlei dingen in ontwikkeling waren, maar wij hadden daar wel een positief beeld van. Dus het was echt, er werd echt gewerkt aan om het goed op de kaart te zetten en het echt beter te maken. En het gaat ook redelijk maar het is dus nog wel in ontwikkeling. Wij hebben wel een kritische kanttekening bij de monitoring en de verantwoording van wat er wordt gepresteerd en wat er wordt gedaan, dat kan echt wel een stuk beter. De reactie van het college is positief op ons rapport. Ze onderschrijven de conclusies en willen ook de aanbevelingen uitvoeren. Ik wil er eigenlijk voor u nog twee discussiepunten uitlichten en dan bent u van mij af, voor deze keer dan. Eén, er is even discussie over de tekortschietende capaciteit bij de SROI-desk. Ambtenaren hebben zorgen met ons gedeeld over hun capaciteit. Wij kunnen ons daar wel iets bij voorstellen in het licht van hun takenpakket. Maar kijk, het is verder niet onze rol om op allerlei punten te pleiten voor uitbreiding want het is altijd een soort zoeken van balans tussen taken die je ambtenaren oplegt en de capaciteit die nodig is. En ik kan me voorstellen dat daar

wel een gebrek aan evenwicht is, maar wij pleiten er vooral voor dat het college eens goed nadenkt over de vraag van, wat is nou een taak die zo’n desk moet doen en welke capaciteit is daarvoor nodig? Dus even daarover nadenken, dat lijkt ons zinvol. Nou, daar is even wat discussie over. En het tweede dat vind ik eigenlijk ook wel heel erg belangrijk, dat is de langetermijneffecten. Kijk, je vraagt je af bij zo’n soort maatregel, wat gebeurt er nou met die mensen die daar een tijdje in het kader van een SROI-maatregel hebben gewerkt bij een onderneming, wat is de duurzame effecten uiteindelijk? En ik denk dat het goed zou zijn om daar aandacht aan te hebben. Er is een wettelijke plicht eigenlijk van het college om af en toe eens onderzoek te doen naar de doeltreffendheid in het kader van 2.13a. En ik zou me kunnen voorstellen dat je ook wel eens nadenkt als gemeente van, ja, wat voor type beleid is het nou zinvol om eens in de zoveel tijd naar te kijken? En dan kan ik me dat hier heel erg bij voorstellen, want voordat je het weet is dit een soort ritueel. Je doet je prestaties, je hebt een contract, iemand gaat daar aan het werk, maar uiteindelijk is dat wat je wil, is dat er iets duurzaams met iemand gebeurt, en is dan die maatregel hiervoor geschikt? En als je de hele tijd maar denkt, nou, ik heb afgevinkt, prestatie is gebeurd.

Ja, dat is nou typisch bij zo’n beleid denk ik niet handig. Het zou goed zijn om eens in de drie, vier jaar eens een keer te kijken van, wat gebeurt er nou echt met die mensen? Die twee discussiepunten wilde ik u meegeven voor als u het rapport wat nu net openbaar is gaat lezen. En ik kom graag nog voor de behandeling terug, of u moet het zo laat agenderen dat mijn opvolger al aan het werk is. Maar ik neem aan dat dat niet het geval is want ik ben er nog tot 1 maart. De voorzitter: Laten we ons uiterste best doen om dat voor die tijd te agenderen. Zeer bedankt voor de toelichting en de digitale handreiking, uitreiking van het rapport. En veel succes nog met het werk de komende maanden. De heer De Ridder: Dank je wel. Ik ga niet iedereen een hand geven, maar … De voorzitter: Is wel goed gebruik hier, weer. Opening en mededelingen De voorzitter: Goed, dames en heren, dan gaan we over naar de opening en een aantal mededelingen. We hebben berichten van afwezigheid van de heer Brekelmans, mevrouw Van Nieuwamerongen, de heer Karst, mevrouw Köseoglu en mevrouw Pancar. Die zijn afwezig gemeld. Daarnaast heeft de heer Zoomermeijer en de heer Van Braam hebben verzocht om aangeduid te worden met de fractie Zoomermeijer Van Braam. Ik hoop dat u mij daarop scherp houdt. Dat zal niet mijn sterkste punt zijn na al die jaren, die wisseling van de wacht.

De heer Hartog heeft verzocht aangesproken te willen worden met alleen zijn naam en daarbij niet de vermelding van de partij waar hij toe behoort. En de portefeuillehouder Krieger zal namens het college na de beschouwingen reageren met een korte reflectie op de gehoorde beschouwingen. Dames en heren, het is vandaag 550 jaar geleden, in de nacht van 27 op 28 oktober in 1489, dus het is niet precies 550 jaar geleden, dat Erasmus in Rotterdam werd geboren. Hij is een bekende humanist en in het humanisme staat de mens in het middelpunt. Humanisme gaat ervan uit dat je goed moet nadenken over hoe je met mensen, met de wereld en met jezelf omgaat en dat dit altijd met zorg en met aandacht moet gebeuren. Deze houding van Erasmus is ook van toepassing op ons vandaag. Vandaag is de aftrap van de begrotingsbehandeling, en u zit hier ook om de Zaanse belangen te vertegenwoordigen en in het algemene belang besluiten te nemen voor alle Zaankanters. Dus in die zin kunnen we vandaag ook Erasmus weer herdenken, maar ook zijn gedachten weer in de praktijk brengen.

Algemene Beschouwingen. Iedere fractie heeft 5 minuten voor de Algemene Beschouwingen, daarna max. 10 minuten debat. Volgorde wordt bepaald door loting. Halverwege een korte pauze. De voorzitter: Dan kunnen wij overgaan tot de Algemene Beschouwingen. Iedere fractie krijgt vijf minuten de tijd voor het uitspreken van de Algemene Beschouwingen. Er wordt steeds weer een naam getrokken uit die mooie, wat is het, een schaal. Het is geen fruitmand, een schaal. En halverwege is een pauze. Na die vijf minuten spreektijd is er ruimte voor tien minuten debat en de volgorde wordt dus bepaald door loting. En ik zal nu de eerste twee namen eruit halen. Eerste is de PvdA en de tweede is de groep Zoomermeijer Van Braam. Mijnheer Tuijn heeft het woord. De heer Tuijn (PvdA): Nou, inderdaad, dat is schrikken. Ik vind het mooi dat u naar de heer Van der Laan luistert, die zei net nog, mag mijnheer Tuijn als eerste. Voorzitter, bij de Voorjaarsnota gaf de Partij van de Arbeid aan dat het verstandig is om niet te gaan bezuinigen en geen onomkeerbare besluiten te nemen om de begroting sluitend te krijgen. Als PvdA staan we nog steeds achter die keuze. Wij steunen het college dan ook om niet te bezuinigen op onze sociale voorzieningen en zaken als dienstverlening voor onze inwoners en bedrijven.

Juist in tijden van crisis zoals corona en nu weer met torenhoge energieprijzen, moeten inwoners en burgers kunnen rekenen op noodzakelijke begeleiding en steun vanuit deze gemeente. Ondertussen blijft het stil in Den Haag. Er is nog steeds geen besluit genomen om onze gemeente financieel adequaat te ondersteunen. En dit terwijl de taken die de gemeente moet uitvoeren steeds complexer worden op het vlak van klimaat, op het vlak van de omgevingsvisie, het aan werk helpen van mensen en de goede zorg blijven verlenen. Weliswaar is er eindelijk extra geld gekomen voor jeugdzorg, maar door alle andere taken kunnen we die nu niet optimaal aanwenden. Slechts een deel wordt nu ingezet. Zaanstad begint met een aantal maatregelen uit het AEF-rapport. Dat de Zaanse maatregelen effect hebben, hebben we eerder gezien, ruim 1,2 miljoen bespaard. Toch zien we nog een toename van het aantal kinderen dat zware hulp nodig heeft. En als het Rijk duidelijkheid geeft over de structurele middelen staat er gelukkig in de begroting dat we dat geld aanwenden om alle maatregelen te nemen die nodig zijn om aan de taakstelling van het Rijk te voldoen. Dat extra geld is dringend nodig om te werken aan de wachtlijsten, effectieve hulp en kwalitatief goed personeel om te voorkomen dat de kosten wederom de pan uit rijzen.

Laat dus helder zijn, voor de PvdA staat goede zorg voorop, zeker aangezien corona zijn sporen achterlaat. Steeds meer zorgmedewerkers spreken hun zorg uit over de situaties die ze aantreffen bij jeugdigen en in gezinnen. Uit de begroting blijkt dat ook de wijkteams tegen de grenzen aanlopen van wat nog verantwoord is. Corona heeft ook mooie initiatieven tot ontplooiing gebracht. Inwoners van Zaanstad hebben laten zien dat ze er zijn voor elkaar en oog en zorg hebben voor hun omgeving. En ook is er gestart met de Zaan Experience, die ook deze herfst weer draaide voor onze jongeren. Een prachtig jeugdinitiatief met sport en cultuur wat de PvdA ook zonder corona graag ziet voortbestaan. De begroting spreekt van een plotselinge kentering, waarbij er te veel werk is voor te weinig mensen. Helaas zien we dat nog niet terug in het aantal bijstandsgerechtigden in Zaanstad. Dit aantal was ook in het eerste kwartaal van 2021 hoger dan in 2019, een signaal dat er mensen achterblijven. We moeten als maatschappij veel meer inzetten op waardevol werk dat een bijdrage aan de maatschappij levert en aan mensen die op afstand van de arbeidsmarkt staan. Er blijft namelijk straks een groep mensen over voor wie regulier werk niet haalbaar is. Laten we eerlijk zijn, de meesten van hen willen weer graag werken, maar velen van hen hebben specifieke uitdagingen waarvoor maatwerk nodig is.

Voor ons is het dan ook belangrijk dat Werkom goed functioneert en is het een signaal dat de door de PvdA gewenste basisbanen waarover we een initiatief hadden, dat die nodig zijn. Verduurzaming blijft de komende jaren een groot thema. De noodzaak om de programma’s te versnellen is groot. Met de RES en het warmteplan zijn goede stappen gezet. De energiearmoede die door de stijgende gasprijzen veel aandacht krijgt is echter een groot probleem. Dit heeft een landelijke aanpak nodig, maar het is ook goed om in dat kader nogmaals te wijzen op een groot Zaans

probleem. De kwaliteit van de woningvoorraad en de sterk achterblijvende isolatie. Hier komen duurzaamheid, woongenot, armoede en gezondheid bij elkaar. Alleen het gesprek aangaan met de bewoners is dan niet genoeg. Hier moet veel meer aandacht naartoe. Concrete plannen die daadwerkelijk resultaat opleveren en voor de inwoners en bedrijven van Zaanstad realiseerbaar zijn. Naast deze aandachtspunten voor de komende jaren is er natuurlijk ook veel om trots op te zijn. Met de beperkte middelen van de afgelopen jaren is veel gerealiseerd. Zaanstad barst van de bouwplannen. De komende jaren worden er duizenden woningen gebouwd en er is aandacht voor de groepen die dat nodig hebben. Er zijn woningen nodig voor lage- en middeninkomens. De BKZ-starterswoning komt eraan. Voor 2021 en ‘22 start de bouw van 3500 woningen. En Zaanstad heeft met succes een beroep gedaan op de woningbouw impulsgelden vanuit Den Haag. Een buitengewoon goede lobby waarbij Zaanstad meer heeft binnengehaald dan welke Nederlandse gemeente ook. Daardoor kunnen we de komende tien jaar versneld 8000 woningen realiseren. Binnen het terugdringen van armoede is het opkopen van schulden bij jongeren via het project Get a Grip zeer effectief. Mensen worden in hun kracht gezet en vallen minder terug.

Eind dit jaar besluiten we dan over de Stadspas, waarmee inwoners met een laag inkomen makkelijker toegang krijgen tot voorzieningen zonder steeds formulieren in te vullen. Sport en cultuur moet voor iedereen bereikbaar blijven. Op het gebied van het lerarentekort heeft Zaanstad bijgedragen aan het krijgen van meer zij-instromers in het onderwijs. Corona heeft ertoe geleid dat scholen inmiddels veel meer geld hebben voor een goede ondersteuningsaanpak, maar leerkrachten zijn er helaas nog niet. Wij zijn trots op de mogelijkheid tot het verkrijgen van woonruimte die Zaanstad biedt aan onder anderen onderwijzers om Zaanstad toch aantrekkelijk te maken als werkgebied. College, ga hier vooral mee door, en zoek kansen om zo voor die werknemers een aantrekkelijke stad te zijn. Milieu is meer dan de energietransitie. Er ligt een actieplan Schone Lucht waar we trots op mogen zijn. Ik wil hier nog wel even in een bijzin aan toevoegen dat snelheidsverlaging op de A8, waar deze raad al herhaaldelijk om heeft gepleit, dat dat ontbreekt, net als hogere geluidsschermen. Daar is blijvende aandacht voor nodig. Ik weet niet of het pingeltje al de vijf minuten was … De voorzitter: Ja. De heer Tuijn (PvdA): … maar ik wil nog even zeggen dat we een mooi huisvestingsfonds hebben van 43 miljoen om in vijf wijken aan de slag te gaan, zodat we echt een beter en leefbaarder Zaanstad krijgen.

En voorzitter, tot slot, ook nu gaan wij weer voor een eerlijke, sociale, veilige en duurzame samenleving. En met elkaar zetten we die stappen. Dank u wel. De voorzitter: Wie wil daarop reflecteren? Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, dank u wel voorzitter. Want ik dacht dat het juist ook de partij van de heer Tuijn was die vragen had gesteld bij deze begroting over wat het zou kosten om de fraude binnen de zorg aan te pakken, en volgens mij was dat een heel fijn antwoord dat dat zichzelf heel snel terugbetaalt. Maar toen ik net luisterde naar de heer Tuijn en wat hij graag als Partij van de Arbeid zou willen als er nog extra geld komt voor de zorg, miste ik dit stukje hier eigenlijk in. Dus ik was even benieuwd hoe de Partij van de Arbeid dat ziet en of de Partij van de Arbeid het met de VVD eens is dat dit juist een stuk is wat we misschien wel als eerste zouden moeten doen binnen de jeugdzorg? De heer Tuijn (PvdA): Ja, dat u dat stukje bij mij niet hoort dat wil niet zeggen dat we er geen aandacht aan willen besteden, want fraudebestrijding is belangrijk. Maar misschien in tegenstelling tot de VVD gaat bij ons dan de zorg voor degenen die dat nodig hebben en het verkorten van wachtlijsten als wij ons presenteren net iets boven fraudebestrijding.

De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Ja, dank u, voorzitter. Dank ook aan mijnheer Tuijn. Klinkt als allemaal mooie plannen, maar u begon eigenlijk uw betoog, niet bezuinigen op sociale voorzieningen en steunt nog steeds de begroting zoals die nu voorligt. En vervolgens komt u eigenlijk met, alle geld moet naar jeugdzorg, meer inzet op duurzaamheid en versnellen, sport en cultuur voor iedereen bereikbaar houden. Dat zijn allemaal flinke geldverslindende plannen en ik ben wel benieuwd hoe de Partij van de Arbeid dat dan allemaal wil betalen? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ja, dank u wel, voorzitter. Ik zou haast zeggen, het klinkt bijna als een bijdrage van Lokaal Zaans, van we moeten bezuinigen maar er moet ook heel veel gebeuren. Wat ik volgens mij in mijn bijdrage heb aangegeven dat is dat wij ons in deze begroting kunnen vinden en dat we ook zien dat er dingen blijven liggen. En dat wij ook begrijpen dat het geld wat nu ter beschikking gesteld is voor jeugdzorg, dat dat niet volledig ingezet kan worden omdat we ook andere taken hebben. Neemt niet weg dat wij ook een toekomstvisie hebben. En dat wij vinden als je daarnaar kijkt, dat je die dingen wel moet doen en dat je die jeugdzorg wel aan moet blijven pakken.

En juist ook om te voorkomen, en daar kent u ook de cijfers van, dat als we dat niet doen, dat de tekorten misschien wel tot twintig miljoen oplopen. En volgens mij is dat dan juist ook nodig om te kijken, doe nu een kleine investering en houd de volgende tegen. Waarbij ik niet nu dus zeg van, gooi dat geld maar over de balk en sluit de begroting met een tekort van vijf miljoen, dat zeg ik dus niet. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Nou ja, dan, in dit, met dit antwoord wil ik mevrouw Onclin ondersteunen, want dan moet je juist inzetten op fraude. En u zegt, ja, dat lijkt de bijdrage van Lokaal Zaans wel. Nou, ik ga straks zeker daar ook nog wel op in, maar wij komen elke keer wel met zaken waarop we kunnen bezuinigen. En vorige week heeft deze raad nog, of twee weken terug, besloten op dat het toch weer een goed plan is om te investeren in een circulair bedrijf. Dus het kan niet op, maar ik hoor nog steeds geen plannen waar het eraf kan. De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Ik denk dat het er dan ook mee te maken heeft dat u het niet wilt horen, want volgens mij heb ik gezegd dat wij die fraudebestrijding ook belangrijk vinden. En zeker als het gaat om zorgaanbieders die declaraties indienen die niet kloppen, dat moet hoge prioriteit hebben, daar moet iets aan gebeuren de komende tijd.

De voorzitter: Ik zag nog twee reacties van de heer Hartog en de heer Wit. Mijnheer Hartog. De heer Hartog: Dank u, voorzitter. Ja, de heer Tuijn benoemt terecht dat het aantal mensen in de bijstand niet echt achteruitgaat en dat duidt misschien op dat een grote groep mensen in de bijstand feitelijk arbeidsongeschikt is. En dan kun je wel meer aandacht geven maar ik hoop niet dat hij daarmee bedoelt, we voeren de druk op om die mensen toch naar een baan toe te leiden als dat niet kan. Dus dan zou je op een andere manier daar aandacht voor moeten geven. Waar denkt mijnheer Tuijn dan aan? Dat is vraag één. Vraag twee, het is mooi dat we een grote bijdrage WIB hebben gekregen, maar dat legt ook een verplichting op om in een bepaalde tijd een heleboel bouwprojecten te realiseren. Dan kan participatie in de weg zitten, want dat

houdt die plannen op en dat kan plannen moeten laten veranderen. Hoe gaat de Partij van de Arbeid daarmee om? Hoeveel aandacht is er voor participatie? De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel. Ja, druk uitvoeren op mensen die echt niet kunnen werken, daar is het antwoord denk ik vrij simpel op, nee, dat kan niet. Maar er is ook een groep mensen denk ik die heel graag wil werken, maar die dat zelf niet voor elkaar krijgt en daar hele specifieke maatwerkondersteuning op nodig heeft om wel zich voor hun eigen gevoel nuttig te kunnen maken. En ik denk dat het belangrijk is dat je die mensen daarbij ondersteunt. En ondersteunen is niet met een mattenklopper bij iemand voor de deur staan en zeggen van, en nu gaan want anders trek ik uw uitkering in. Daar zitten hele andere dingen onder. Dan de WIB, zal ik eerst die doen? De WIB-gelden. Want anders dan … De voorzitter: Ja, eerst een reactie van mijnheer Hartog weer op dit punt. De heer Tuijn (PvdA): O, mag ook. De heer Hartog: Nou, als ik hierop mag reageren inderdaad. Ja want dat klinkt mooi, maar zou u dan ook bereid zijn om ervoor te zorgen dat er eerst goed onderzoek naar wordt gedaan of mensen in staat zijn te werken en dat er dan pas gekeken wordt naar werk? Want die volgorde is vaak nog anders bij de gemeente Zaanstad. De voorzitter: Mijnheer Tuijn.

De heer Tuijn (PvdA): Ja, ik denk dat als ik spreek over mensen bedienen met maatwerk, en ik heb zelfs basisbanen genoemd waarvan ik denk van, nou, dat is toch wel heel specifiek maatwerk wat je mensen aan zou kunnen bieden, dat dat wel in mijn antwoord zit. En iemand maatwerk bieden zonder gekeken te hebben wat iemand nodig heeft, dan heet het geen maatwerk meer. O ja, lekker veel bouwen. Ja, we hebben een hele hoge woningnood en dat, daar is de SP zich terdege van bewust. Ik wil ook heel graag goede woningen hebben, schimmelvrije woningen, zorgen dat mensen op een fatsoenlijke manier een plek kunnen hebben. En als je dat wilt realiseren moet je bouwen, en daar hoort participatie inderdaad bij. En wij hebben wel eens eerder het gesprek gehad dat participatie niet altijd leidt tot ieders tevredenheid, dus participatie moet goed gebeuren maar leidt soms ook tot teleurstellingen. En dan gaat u straks zeggen met een aantal voorbeeldprojecten, maar vindt u dat dat dan daar goed gegaan is? En dan ga ik zeggen, ja, daar hebben we het al een aantal keren over gehad, dat is niet overal goed gegaan. De voorzitter: Nog een keer, mijnheer Hartog. De heer Hartog: Ja, dank u wel. Dat klopt, mijnheer Tuijn, dus dat ga ik nog niet een keer herhalen, dat is niet nodig.

Maar bent u dan bereid om die trajecten aan te passen? En waar nu alleen volgens het ambtelijk apparaat bij het ontwikkelen van projecten de informatie wordt gegeven, ook meteen al die participatie naar voren te trekken zodat je die misverstanden niet meer kunt krijgen en zodat mensen daadwerkelijk nog invloed kunnen hebben om plannen te veranderen, want daar gaat het uiteindelijk om. De voorzitter: Mijnheer Tuijn.

De heer Tuijn (PvdA): Ja, ik vind het eigenlijk een vanzelfsprekendheid. Als we kijken naar de Omgevingswet is de gedachte natuurlijk steeds geweest dat je participatie naar voren trekt en dat je partijen eerder betrekt bij hoe je een project ontwikkelt. En dat geldt zeker voor grotere projecten. Dus duidelijk zijn over hoe een plan eruit gaat zien, wat de verwachtingen zijn, op welke gebieden mensen inspraak hebben, en kijken waar dan de mogelijkheden zijn. En dan hebben wij als raad ook de verantwoordelijkheid om de belangen te behartigen van degenen die niet participeren omdat ze er nog niet wonen. Dus het is ook aan u om die meetlat daarnaast te leggen en dat te wegen. De voorzitter: Mijnheer Wit. De heer Wit (CDA): Dank u. Allereerst even, er gaat hier al een kwartier lang een heel irritant soort wekkertje af en ik, als iedereen even zijn, tenzij het een pacemaker is, maar anders als iedereen eens zijn … Dus dat graag vooraf. En dan als tweede een vraag aan mijnheer Tuijn, die ik nog ook via deze route van harte feliciteer met de fractie, of het lijsttrekkerschap namens de hele raad dan maar, mijnheer Tuijn, u gaf aan de wachtlijsten, en nou zijn die in de afgelopen misschien wel acht jaar eerder gegroeid dan gedaald. En u koppelde dat ook aan beschikbaar geld.

Nou is mijn vraag, wat is uw analyse hoe wij die wachtlijsten kunnen gaan verkorten in de komende vier jaar? Is dat een kwestie van geld of meer? De voorzitter: Mijnheer Tuijn. Nog veertig seconden. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Uw oren zijn goed, ik hoor geen piepje of een belletje. Verder, dank voor uw felicitatie, u neemt de rol van de heer De Vries over die altijd namens de hele raad spreekt. En tot slot uw vraag over de wachtlijsten. Nee, geld is niet altijd alleen een antwoord, het gaat natuurlijk ook over kwalitatief goed personeel, voldoende personeel, de juiste toeleiding naar de juiste organisatie. Eigenlijk zit daar ook een mooi aanhakingspunt in wat ik ook zei over onderwijs. Geld is niet de oplossing van het lerarentekort. Scholen hebben op dit moment geld, maar geen leerkrachten om het op te maken. De voorzitter: Goed, en de bel. Dank u wel. Dan gaan we over naar de fractie ZB, van Zoomermeijer Van Braam. De heer Zoomermeijer heeft het woord. Alleen nog even de naam van de volgende, want anders dan, daarna komt de VVD. Mijnheer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (ZB): Ik, en met mij mijn gewaardeerde socialistische collega’s Roland Van Braam en Evert Hartog, wij zitten hier vanavond met dubbele gevoelens en een zwaar hart.

Zoals jullie weten ben ik door de partijtop van de SP eerder deze week geroyeerd en is Roland uit onvrede over deze gang van zaken uit de SP gestapt. Evert beraadt zich nog op zijn positie, hij zal dat zelf toelichten. Hoe dan ook zullen we deze raadsperiode afmaken als strijdbare socialistische volksvertegenwoordigers, precies zoals de Zaankanters die op ons hebben gestemd van ons mogen verwachten, en daarin verandert niets. Zoals wij het zien heeft de SP gebroken met haar eigen zelfverklaarde principes van menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit, precies de principes die wij drieën hier nog steeds huldigen. Wij zijn ongebroken. En het was natuurlijk geen onderwerp van discussie in deze Zaanse raadszaal, maar het moge duidelijk zijn dat er in de SP een richtingenstrijd wordt gevoerd. En waar de landelijke SP opvang in de regio voor vluchtelingen als een oplossing zag, zag de Zaanse SP een deal met dictators. Waar de SP-top zich niet uitsprak over bijvoorbeeld Zwarte Piet of het koningshuis, zeiden wij hier in Zaanstad gewoon, daar zijn wij tegen. En waar de SP-leiding de NAVO accepteerde of eerder de verhoging van de AOW-leeftijd om maar als een betrouwbare landelijke bestuurderspartij te worden gezien, zeiden wij in Zaanstad altijd, we gaan graag in een coalitie, maar niet ten koste van onze principes, want de mensen rekenen op je.

En toen uiteindelijk jongerenorganisatie ROOD zich uitsprak tegen regeringsdeelname op dit moment, werd ze uit de SP gezet. En nu zijn er dan de tientallen

royementen van kritische leden en als een echte socialist kun je niet zwijgen. Want socialisten zijn mondig, tegendraads, ze organiseren zich, zeggen waar het op staat en willen de wereld veranderen. En wat de SP-top nu doet heeft geen fuck met socialisme te maken. Sorry. Maar zoals ik al zei … De voorzitter: Dat woord zouden we inderdaad niet gebruiken. De heer Zoomermeijer (ZB): … wij drieën zijn niet veranderd en wij staan nog voor dezelfde punten in Zaanstad waar wij ons al jaren voor hardmaken. Betaalbare woningen, tegen vervuilende industrie, voor de opvang van vluchtelingen, tegen de A8-A9, tegen de sloop van de Peperstraat, tegen schimmelwoningen, tegen racisme, voor vast werk, tegen megalomane projecten zoals het Cultuurcluster en voor de menselijke maat in de wijk en voor goede zorg voor iedereen, van jong tot oud. En als we dan ook kijken naar deze begroting dan valt ons iets ook op, het lijkt een solide basis, maar niet voor de inwoners met weinig geld. Niet voor mensen met een slechte gezondheid of wie er wanhopig een betaalbare woning zoekt. Niet voor wie heel jong is of heel oud, of behoeftig, of slecht ter been, of laaggeletterd. En zeker niet voor de natuur, de planten, de dieren, het water, de bodem en de lucht. De solide basis is er namelijk vooral voor de grote bedrijven, de mensen met veel geld.

En willen we zo'n gemeente dan zijn? Of gaan we ons meer inzetten voor mensen die steeds gepakt worden en minder inzetten voor de mensen, inclusief bedrijven, die het altijd lukt om via de weg van het college, sommige politieke partijen en het maatschappelijk gesprek hun stem te laten horen en hun zin te krijgen, maar geven we nu eindelijk de menselijke maat voorrang? Bijvoorbeeld een voorbeeld, we zien dat er in 2020 afgelopen jaar per saldo volgens de indicatoren slechts tien sociale huurwoningen door de corporaties worden opgeleverd. Een lachertje en onverteerbaar gezien de beloftes van dit college. Ander voorbeeld, nieuwe functies bij Hilton Meats worden alleen in het Pools geadverteerd en laaggeschoolde functies bij Albert Heijn zijn bijbanen of stageplekken, geen vaste banen. Ondertussen verliezen we wel vaste banen bij Verkade door automatisering. En dan vragen wij ons af, zijn de banen die er in Zaanstad worden geschapen in de industrie nog wel vast en genoeg om van te leven? Een ander voorbeeld, ondanks dat Zaanstad ernaar streeft om in 2040 klimaatneutraal te zijn, gaan we dat echt niet halen op deze manier. Alleen overlegstructuren zonder iets af te kunnen dwingen gaan het echt niet voor elkaar krijgen. Grote ondernemers en de industrie zullen maar al te vaak voor de maximale winst gaan.

En alleen onder druk is bij Olam uiteindelijk de ammoniakuitstoot omlaaggegaan, al is het nog niet genoeg. En tot slot, de algemene verloedering in Zaanstad. Zwerfvuil en leegstand in de winkelcentra, zelfs in het eens zo hooggeprezen Inverdan. Op de Zuiddijk en in sommige andere wijken is er sprake van een schimmig circuit van ondermijning en nauwelijks handhaving. Voor jongeren zijn er weinig bezigheden om hun vrije tijd door te komen, zodat de straat hun enige mogelijkheid is om aan de verveling te ontsnappen. Grote aantallen schimmelwoningen, en van de belofte van woningcorporaties om dit probleem op te lossen is nagenoeg niets terechtgekomen. Kortom, natuurlijk is er een solide basis voor de toekomst. Een solide basis voor grote bedrijven en mensen met een dikke portemonnee welteverstaan. Een solide basis voor winstmaximalisatie, voor multinationals zoals die van Olam. Maar er moet een solide basis komen voor de mensen die dit nodig hebben in Zaanstad. Het kapitalisme is voor hen geen goede basis. Wij staan voor menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Tegen het grote geld, tegen vermalende ambtelijke molens en voor een groene en solidaire toekomst voor iedereen, ongeacht waar je wieg stond. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Hartog heeft gevraagd om daar nog kort iets aan toe te voegen. Daarna gaan we het debat voeren. Mijnheer Hartog.

De heer Hartog: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, voorzitter, even ter verduidelijking, mijn positie is iets anders als de heer Van Braam en de heer Zoomermeijer. Ik beraad mij nog. Volgende week donderdag heb ik een

gesprek met de partijleider en de partijsecretaris en dan ga ik het precies over die punten hebben, die punten van kritiek die de heer Zoomermeijer daarnet heeft benoemd. En vervolgens zal ik dan mijn besluit nemen over mijn verdere verloop als raadslid hier in Zaanstad. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, ik heb een vraag aan de heer Zoomermeijer, want die heeft het over het vele geld wat er volgens de heer Zoomermeijer naar de rijken gaat en de bedrijven. Maar ik heb nog even gekeken, op een begroting van 603 miljoen geven wij 285 miljoen uit aan de ondersteuning van de groepen die u net noemde. Ik vraag me dan wel af waar mijnheer Zoomermeijer in de begroting heeft gelezen dat er nog meer dan 285 miljoen uitgegeven wordt aan bedrijven zoals Olam? De voorzitter: Mijnheer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (ZB): Ik ben nog steeds voor optimale democratie, en als ik zie dat een bedrijf nota bene een Wob-verzoek doet tegen een raadslid en druk uitoefent op bewoners, dan zeg ik, dan heeft dat bedrijf heel veel invloed die niet via deze raad of via verkiezingen gaat en daar heb ik moeite mee. Laat alle democratische besluiten, en ook als er 44 banen verdwijnen bij Verkade, laat die in godsnaam hier plaatsvinden want wij moeten het uiteindelijk betalen en oplossen en die mensen een toekomst bieden. En daar gaat het ons om.

De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, dat is vast ook een hele interessante discussie maar dat is niet wat de heer Zoomermeijer net zei. Het ging net heel specifiek onder andere over Olam. Dus mijn vraag staat nog steeds, waar in de begroting leest de heer Zoomermeijer dan dat wij vrachten met geld brengen naar de Zaanse industrie en de rijken? De voorzitter: Mijnheer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (ZB): U weet heel goed, en de VVD is daar een groot uitvinder en voorstander van, dat er dus allerlei belastingtrucs zijn waardoor Nederland feitelijk een belastingparadijs is voor multinationals als Olam. En trouwens ook de multinational die eigenlijk een Turkse is die achter Verkade zit en met wie het heel moeilijk onderhandelen was over nieuwbouw vlak naast de fabriek, omdat daar je dus eigenlijk zaken doet via, via, via, via een niet in Nederland belastingbetalende multinational die uiteindelijk beslist of daar een muur van vier meter komt met slecht uitzicht voor de bewoners. Dat is geen democratie, dat is kapitalisme en dat is precies waar wij moeite mee hebben. En dat soort dingen horen hier besloten te worden, niet in bedrijfskamers en niet bij achterdeurtjes. En ondertussen betalen die bedrijven hun belasting gewoon niet en wij wel.

De voorzitter: Mevrouw Onclin nog kort en dan zijn er nog een aantal woordmeldingen van de heer Tuijn, de heer Pauw, de heer Mattens en de heer Wit. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, dan is mijn eindconclusie dat het er dus niet staat in de begroting, want dit soort belastingconstructies kennen wij niet gerelateerd aan de Zaanse begroting. De voorzitter: En de heer Mattens wil hierop reageren, dus gelijk goed als mijnheer Mattens die reactie geeft.

De heer Mattens (PvdD): Ja, dank, voorzitter. Nou, mevrouw Onclin, ik wil mevrouw Onclin graag herinneren aan het feit dat allerlei bedrijven in onze samenleving negatieve externaliteiten hebben, denk aan de Olam met de hoeveelheid vracht die op de natuurgebieden daar direct naast terechtkomt en wat wij als maatschappij moeten opvangen, waar wij als maatschappij die kosten voor maken. Dat zijn ook kosten die naar de bedrijven gaan, uiteindelijk. De voorzitter: Mijnheer Tuijn. De heer Tuijn (PvdA): Dank u wel. Ik wilde eventjes inhaken op het stukje van de woningbouw van de heer Zoomermeijer. En dat haakt eigenlijk aan op wat de heer Hartog ook net zei. U sprak er schande van dat er weinig sociale woningen zijn opgeleverd. Nou, het aantal was ook laag. Maar vervolgens heb ik in mijn bijdrage aangegeven hoeveel woningen er de komende twee jaar in de planning staan. En daar zitten honderden sociale woningen bij waar, ja, ik vind het nu lastig om jullie aan te spreken, waar jullie groep van zegt van, ja maar hoe zit het dan met de participatie? Wat de indruk wekt dat u zegt van, nou, participeer door en bouw niet. Ik zit een beetje in dat spanningsveld nu. U weet ook dat het bouwen van een project sowieso al heel lang duurt. Met goede participatie hoeft het denk ik niet langer te duren maar heb je het vooral over procesdingen.

Maar in twee jaar staat er niet iets, in deze collegeperiode begin je niet met een plan en staat het er. Dus waar zit deze, nou, in mijn ogen tegenstelling in uw verhaal? De voorzitter: Mijnheer Zoomermeijer. De heer Tuijn (PvdA): O, een zucht. De heer Zoomermeijer (ZB): We hebben het niet concreet over de Peperstraat en dat weet u ook best. En u weet welke haken en ogen eraan zitten en ik ga ze benoemen. Er gaan daar bewoners daadwerkelijk weggejaagd worden. En dan kunt u het hebben over de toekomstige bewoners, maar je jaagt zittende bewoners niet weg. Je geeft ze een terugkeergarantie, je zorgt dat ze niet meer huur hoeven te betalen dan dat ze nu doen. En degenen die door Haags beleid in de klem komen omdat ze net te veel verdienen voor een sociale huurwoning die ze nu hebben, daar moet maatwerk worden geleverd. Niet in woorden, maar daadwerkelijk, en dat gebeurt nu allemaal niet. Als dat dus betekent dat uw college die inspraak heeft verprutst en dat aan een projectontwikkelaar heeft overgelaten, waar je dat dus niet aan de slager die zijn eigen vlees keurt overlaat, neemt u daar dan alsjeblieft het boetekleed voor. Zegt u gewoon, ja, we f’d up. Zeg het gewoon. En geef dan niet ons de schuld of de bewoners die terecht in actie komen. En dit verhaal over van, er komen plannen aan, we gaan honderden woningen bouwen.

Hoelang denkt u al dat wij hier aan deze raad, toen wij nog SP heetten tot twee dagen gelegen, het hadden over de door u beloofde driehonderd woningen per jaar? De heer …: Vijfduizend banen. De heer Zoomermeijer (ZB): En vijfduizend banen nog van de vorige collegeperiode. Van beide niets terechtgekomen. Die vijfduizend banen daar heeft u dus nu in het huidige en het vorige college zes jaar de tijd voor gehad, en wat betreft die driehonderd woningen per jaar heeft u bijna vier jaar de tijd gehad, en dat zijn er dus tien per jaar. Dan ligt de bal dus niet bij ons maar bij u als PvdA met uw wethouder. De voorzitter: Mijnheer Tuijn.

De heer Tuijn (PvdA): Het is wel heel knap van de heer Zoomermeijer dat er inmiddels drie vragen aan hem gesteld zijn en dat hij drie keer een ander antwoord geeft dan de vraag. Uw antwoord gaat in op participatie, maar ik stelde u een vraag over die woningen. Vijfduizend banen zijn er volgens mij overigens. En ik zeg, die honderden sociale woningen die komen eraan. En die staan nu ook heel direct in de plannen, in de stukken die u gekregen heeft. En volgens mij mag u daar heel tevreden mee zijn. Volgens mij hebben wij ook samen nog wel moties ingediend over percentages sociaal die gerealiseerd moeten worden op plekken. Dus er is ook een moment waarvan je kan denken van, nou, er is wat dat betreft echt deze periode wel heel veel bereikt. En ik snap dat u dat niet over uw lippen kunt krijgen, maar het is ook wel fijn. De voorzitter: Mijnheer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (ZB): Nou ja, ik zal maar gewoon even de feiten noemen. Vorig jaar tien sociale huurwoningen gerealiseerd, geen driehonderd, geen honderd, geen twintig, zelfs geen elf, tien. Wachtlijst, vijftien jaar. Sinds de PvdA in het college zat, sinds de PvdA zijn belofte maakte en overigens, de PvdA zit al tientallen jaren in het college. Kortom, blijf vooral PvdA stemmen mensen, komt het allemaal goed. De voorzitter: Mevrouw Onclin wilde hier nog op reageren begreep ik.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, maar de heer Tuijn was mij eigenlijk al een beetje voor want inderdaad, er stond in de beantwoording van de technische vragen van de Voorjaarsnota, dus niet van de begroting, dat die vijfduizend banen inderdaad zijn gerealiseerd. Maar daarnaast wilde ik nog even benoemen dat ik begrijp dat de situatie voor de heer Zoomermeijer en de heer Van Braam heel vervelend is, maar ik ben wel blij om te zien dat het vuur wel weer bij u terug is mijnheer Zoomermeijer, want dat heb ik een beetje gemist. De voorzitter: Mijnheer Pauw wil reageren, de heer Van der Laan. De heer Pauw (ROSA): Ja, ik wil eigenlijk even aansluiten op de discussie die de heer Zoomermeijer voerde met de heer Tuijn. Ik bedoel, want ik schrok ook inderdaad dat ik die cijfers zag en tien sociale huurwoningen gerealiseerd, toen dacht ik ook van, dat is wel heel erg weinig. Maar als je dan kijkt, verder kijkt wat er begroot is voor 2022, dan zijn het er 228. En als je kijkt wat de streefwaarde is voor 2022, dan zijn het er driehonderd. En daar zit nogal een verschil in met die tien. En toen dacht ik van, ja, maar we hebben hier ook te maken met bouwprojecten die gewoon een lange doorlooptijd hebben, dat kan u niet ontkennen. En die gewoon drie, vier jaar duren voordat ze uiteindelijk die huurwoningen opgeleverd worden.

En wat is het geval in de vorige collegeperiode? Ik weet me nog wel te herinneren, en daar hebben wij ons beiden kwaad over gemaakt, dat er volop ingezet werd op middeldure en dure koopwoningen. Dat was de vorige collegeperiode. En ik zie nu nog steeds, zie ik daar projecten van waarvan ik denk, wat is het achteraf toch zonde dat dat er toen doorgedrukt is en dat er zo veel koopwoningen gebouwd worden, terwijl er juist een schreeuwende behoefte is aan huurwoningen. Dat is het resultaat allemaal van het vorige college. En mag u van mij verwijt maken ook richting de Partij van de Arbeid en de andere partijen die destijds in het college hebben gezeten, die hebben niet goed opgelet. Maar ik wijs u er nogmaals op, het is een lange doorlooptijd en die zal ook in de volgende collegeperiode nog doorgaan, waarin het percentage sociale huurwoningen drastisch zal toenemen. De voorzitter: Mijnheer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (ZB): Nou ja, ik heb ROSA om die reden ook bewust niet genoemd. Maar goed, de tijd zal het leren. Het enige wat ik kan zeggen is dat sinds ik in de raad zit hoor ik altijd, heb maar geduld, heb maar

geduld. En in concreto, die driehonderd woningen, dat hoor ik al sinds het begin van deze collegeperiode. Dus heb ik zoiets van, ja, de tijd zal het leren. De voorzitter: Mijnheer Pauw. De heer Pauw (ROSA): Ja, ik snap dat ongeduld van u, en dat heb ik af en toe ook wel eens. Maar ja, je zal dat geduld moeten opbrengen want zo werkt het tegenwoordig gewoon. Het is niet van, o, er ligt een stuk grond, ik ga morgen een huis bouwen. Werkt niet zo. De voorzitter: Mijnheer Zoomermeijer. De heer Zoomermeijer (ZB): Wilt u mij niet als een kind toespreken alsof ik dat niet besef. Het gaat er alleen om dat niet wij maar het college die belofte sinds dag één heeft gemaakt en is blijven herhalen via hun fracties hier in deze zaal en daar spreek ik ze op aan. Als je al van tevoren weet, dit wordt inderdaad iets wat tijd nodig heeft, zeg dat dan gewoon. Wees eerlijk. De voorzitter: Tijd is om. We gaan door naar de volgende spreker, niet nadat ik de volgende naam heb getrokken en dat is ROSA. Mevrouw Onclin heeft nu het woord. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Als de omstandigheden veranderen, dan passen Zaankanters zich aan. Mouwen opstropen en weer hard doorwerken. Deze woorden sprak ik vorig jaar uit bij de begroting, midden in een coronacrisis waarvan onduidelijk was wanneer er licht aan het einde van de tunnel zou komen.

Maar de stad deed wat de stad altijd heeft gedaan, ze stroopte haar mouwen op en werkte hard door. Bij de begroting die voor ons ligt is er naast een moment van vooruitkijken ook een moment gekomen van terugblikken. ‘De molen op de wind zetten’ is de titel van ons coalitieakkoord, en tijdens de onderhandelingen konden we niet voorzien hoe toepasselijk deze titel zou worden. Naast de coronacrisis zorgden ook de stikstofcrisis en de almaar stijgende kosten van de jeugdhulp ervoor dat we keer op keer de molen opnieuw op de wind moesten zetten. Voor de VVD zijn daarin altijd drie focuspunten belangrijk geweest, inzet op koopkrachtbehoud door inzet op werk en scholing, de ondernemers en de gemeente in de aanjagende rol van investeerder. Hoewel het eerlijke verhaal is dat het niet is gelukt om alle ambities uit het coalitieakkoord te realiseren, kijkt deze fractievoorzitter met trots naar haar team en de periode die achter ons ligt. In een fase waarin het misschien wel makkelijker was geweest om een stap opzij te doen hebben wij, zoals het echte Zaankanters betaamt, onze mouwen opgestroopt, onze schouders eronder gezet en hebben we hard doorgewerkt. We hebben verantwoordelijkheid genomen en gezocht naar praktische oplossingen die bij Zaanstad passen.

Zo hebben wij ons onder andere samen met de POV ingezet voor een veiliger Zaanstad door messen te verbieden, een bestuurlijke boete in te voeren en verkoop en gebruik van lachgas terug te dringen. Volgende stap vinden wij het uitbreiden van de handhavingscapaciteit, te beginnen bij de capaciteit voor het aanpakken van verkamering. Het resultaat waar wij nu naar kijken is een begroting die meerjarig sluit, de rekening van de crisis niet bij de inwoners legt en zelfs een aantal grote investeringen in de afgelopen periode heeft kunnen doen. Dat dit geen vanzelfsprekendheid is zien we wel bij onze buren waar de OZB veelal flink gestegen is. Natuurlijk hebben wij ook nog aanvullende wensen naast structurele lastenverlichting om de koopkracht verder te verbeteren. Om te beginnen met het afschaffen van de hondenbelasting en het omlaag brengen van de tarieven voor begraven. Het is inmiddels ook duidelijk dat de aanpak werk of meedoen succesvol is en wordt voortgezet. Essentieel hierin is de rol van Werkom. De vraag aan de raad gaat zijn wie er echt wil investeren in Zaanse inwoners om Werkom ook toekomstbestendig te houden? De door de raad zo geliefde koppelkansen brengen mij met een sprong bij ons derde focuspunt van de VVD, de gemeente als investeerder. We zien kansen om uitgaven te koppelen en zo extra te investeren in Werkom. Hierover zullen wij in het

komende debat verdere toelichting geven. Want dat investeren in mensen belangrijk is en werkt zien we terug in het verder dalende aantal van onder andere de bijstandsgerechtigden in Zaanstad. Wij vinden het wel tijd dat de overige Zaankanters daar ook meer van gaan merken. Want hoewel de aantallen dalen, doet het budget voor armoede dat nog niet en daarover willen we graag meer horen van dit college. Dan ga ik terug naar ons tweede focuspunt, de ondernemers. Bij de vorige Algemene Beschouwingen roemde ik al onze industrie. Deze bedrijven die al zo lang verbonden zijn met Zaanstad hielden ons in de crisis overeind. Nu zij zich hebben verenigd in Zaanstad Maakstad vinden wij het belangrijk om deze samenwerking ook een formele status te geven. Zij staan namelijk niet alleen aan onze zijde tijdens de coronacrisis, maar zetten zich ook in voor een duurzamer Zaanstad en zorgen voor veel werk. We zijn blij dat we tijdens de crisis binnen de beperkte mogelijkheden van Zaanstad de hulp aan ondernemers zo veel mogelijk hebben gemaximaliseerd, soms in de vorm van financiële ondersteuning maar ook door soepeler met regels om te gaan zoals de winterterrassen, adviezen te geven over landelijke regelingen of door belastingen uit te stellen of zelfs kwijt te schelden zoals de precariobelasting. Dan ga ik eindigen met het derde focuspunt dat ik al even aanstipte.

Er zijn de afgelopen periode grote investeringen in gang gezet. Het openstellen van de Busbrug, vele bouwprojecten voor woningen, AVANT en de Zaanbrug zijn slechts enkele voorbeelden. Helaas ontbreekt ondanks de noodzaak de A8-A9 nog in dit rijtje en vragen wij het college wel om de voortgang in de projecten te houden omdat de stad op deze investeringen zit te wachten. Trots zijn op Zaanstad is iets dat niet altijd past bij de no-nonsense praktische Zaankanters. Maar als wij rondkijken in onze stad zien we genoeg om trots op te zijn. Dat betekent zeker niet dat we klaar zijn. Wat goed is moet goed blijven, maar we zien nog genoeg uitdagingen. Ik noemde al de jeugdhulpkosten en duurzaamheid, maar ook het bouwen van woningen, inclusief een soepel vergunningstraject, horen in dit rijtje thuis. De erfpachtrechtzaak is ook zo’n langlopend dossier dat een oplossing verdient en er is meer geld nodig voor de openbare ruimte. Zo kan ik nog wel even doorgaan, voorzitter, maar gezien de tijd vat ik het voor u samen. De VVD zet zich in voor een veilig Zaanstad waar het prettig wonen en werken is. De voorzitter: Dank u wel. Een reactie van mijnheer Mattens. De heer Mattens (PvdD): Dank, voorzitter. Dank, mevrouw Onclin. Wat ik mij afvraag, u zegt, de hondenbelasting willen we eigenlijk alleen afschaffen om lastenverlichting te realiseren.

Bent u als VVD nou uiteindelijk principieel tegen de hondenbelasting of is het alleen een van de middelen om lastenverlichting te realiseren? De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Nee, wat een fijne vraag van de heer Mattens, dank daarvoor. Nee, mijnheer Mattens, wij zijn ook principieel tegen de hondenbelasting omdat wij vinden dat het een oude, achterhaalde belasting is uit de tijd dat we honden nog inzetten als werkdieren en ze met karretjes door de straat reden. Alleen zoals ik eerder deze week ook uitlegde aan een aantal nieuwe kandidaat-raadsleden bij ons, als ik maar vijf minuten heb moet ik soms wat bochten afsnijden, maar daarbij dus wel dank voor deze vraag. De voorzitter: Mijnheer Mattens, reactie. De heer Mattens (PvdD): Ja, dan ben ik toch wel benieuwd, mevrouw Onclin, waarom u niet er dan voor kiest om de quick win, om met snelle winst eigenlijk die belasting af te schaffen, door het om te slaan over een andere belasting? Dan bent u in ieder geval deze hondenbelasting kwijt. Dan heeft u nog niet uw tweede doel gerealiseerd, namelijk die lastenverlichting, maar u bent wel tegen, u bent wel van die hondenbelasting af waar u zegt zo principieel tegen te zijn.

De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, maar daar hebben de heer Mattens en ik ook al vaker een debat over gevoerd en dat vind ik toch echt een sigaar uit eigen doos. En dan refereer ik naar de discussie die we hebben gehad bij de Voorjaarsnota. Op het moment dat wij de OZB gaan verhogen en dat vervolgens als dekking gebruiken voor het afschaffen van de hondenbelasting, ja, dan gaan we daar andere mensen voor laten betalen en dat vinden wij ook niet de oplossing. Wij zien graag dat we gewoon normaal de hondenbelasting gaan afschaffen. De voorzitter: Ik zag nog reacties van mijnheer Van der Laan, Van Haasen en mevrouw De Boer en de heer Hartog nog. De heer Van der Laan (POV): Ja, voorzitter, nou mijnheer Mattens, misschien is het ook tijd voor een kattenbelasting. Volgens mij komt daar nog veel meer mee binnen en dan is het gelijk. Die lopen overal zonder dat daar controle op is en die kakken overal bij iedereen in de tuin en dat doen honden nog niet. Voorzitter, ik heb een vraag aan de VVD. Ik hoor mevrouw Onclin zeggen, nou, we zijn heel blij met het programma ‘De windmolens op de wind zetten’, laten we het zo maar zeggen.

Maar gaat u in de komende periode vanaf ’22 er ook keihard werk van maken dat die windmolens die nu die woningbouw, die tien sociale woningen die er opgeleverd zijn, gaan bedreigen in de Achtersluispolder, om te zorgen dat die er definitief niet kunnen komen met hulp van uw netwerk in de provincie? Daar ben ik heel benieuwd naar. En ik hoor u spreken over hoe fijne stad het ook is voor ondernemers hier. Bent u het met me eens dat daar de komende periode keihard aan gewerkt moet worden? Want we hebben volgens mij opdracht gegeven aan deze wethouder om er alles aan te doen om Touwen binnen te houden, is niet gelukt. De werkverschaffing is verdwenen. Als we nu kijken wat er gebeurt met het op slot zetten van heel Noord-Holland tot aan de rand van Amsterdam omdat er geen stroom meer geleverd kan worden. Ja, wethouder, dit wordt een probleem voor mensen die zich hier willen vestigen. Wij zijn totaal niet vriendelijk voor ondernemers, dat hebben we gezien met de visboer. Er wordt een motie aangenomen dat die man ergens mag staan en de burgemeester die zegt, ik ga het toch niet volgen gemeenteraad, ik ga lekker gewoon handhaven. Is echt niet vriendelijk, dus gaat u de komende vier jaar proberen om als VVD toch wat vriendelijker te worden voor al die ondernemers? De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, volgens mij, voorzitter, zei ik ook wat goed is moet goed blijven, maar zijn er ook zeker nog dingen die we kunnen verbeteren. En dan zie ik ook dat we op het gebied van de ondernemers nog een aantal dingen beter kunnen doen. Zo noemde ik onder andere ook het vergunningsproces wat volgens mij een stuk soepeler zou moeten kunnen dan dat het nu gaat. Maar, en daarmee begin ik dan even met de laatste vraag van de heer Van der Laan, wat soms natuurlijk wel jammer is is dat deze raad alleen spreekt over de casussen die niet zo goed zijn gegaan. Hiernaast hebben we dat zilveren of grijze gebouw staan waar we gewoon het hoofdkantoor van Bunge hebben behouden, terwijl het heel even dreigde deze periode dat dat niet ging gebeuren en dat ze naar Amsterdam gingen omdat iemand hier in huis had bedacht dat dat gebouw dan per se groen moest zijn. Dat hebben we wel goed gedaan en daar hebben we het dan met elkaar niet over, wat terecht is, want dat is ook typisch Zaans om de dingen die goed zijn niet te benoemen, maar daarin zie ik het misschien wel iets genuanceerder dan de heer Van der Laan. Als het gaat over de windmolens dan denk ik dat we dat niet anders doen dan dat we dat de afgelopen periode hebben gedaan. Wij hebben daarin ook samen met u en met de PVV en het CDA opgetrokken, en inderdaad ook binnen de partij gelobbyd.

En volgens mij is het ook geen geheim dat dat, nou, af en toe flink heeft gebotst maar wij waren niet van plan om daar anders in te zitten dan dat we tot nu toe hebben gedaan.

De voorzitter: Mijnheer Van der Laan. De heer Van der Laan (POV): Dan heb ik één vervolgvraag in die windmolens, want dat is wel een dingetje. Ondertussen zijn alle leningen verstrekt en we zitten zo ver in het proces dat wij als gemeenteraad hier helemaal niets meer aan kunnen doen, dus denk ik dat er keihard gelobbyd moet gaan worden in de provincie of misschien zelfs op landelijk gebied. We hebben begrepen van wethouder Baerveldt dat die daar niet zoveel zin in heeft, dus ik hoop dat u dat de komende vier jaar in de plek van D66 wel wil doen? De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, volgens mij heb ik die vraag indirect al beantwoord. De voorzitter: Mijnheer Van Haasen. De heer Van Haasen (PVV): Ja, bedankt, voorzitter. Ja, ik kom nog even terug op de hondenbelasting. Mijnheer Martens had het al, Mattens, sorry, had het al aangekaart. Ik wil hem nog complimenteren met zijn jasje, ik schijn daar zelfs het PVV-logo te herkennen op zijn revers, dus. Sorry, maar … Ja, nou ben ik het even kwijt. Ja. Ik heb … De voorzitter: Gaat u door. De heer Van Haasen (PVV): Ik heb een vraag aan mevrouw Onclin over de hondenbelasting. En zij zegt net tegen de heer Mattens dat ze principieel tegen die hondenbelasting is.

En dan vraag ik me af hoe, wij hebben nu drie keer achter elkaar bij de begroting een motie ingediend om de hondenbelasting af te schaffen, hoe vaak gaat zij principieel tegen die motie stemmen in de komende jaren als we die ieder jaar bij de begroting in blijven dienen? Dank u, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Onclin. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, nou doet de heer Van Haasen een beroep op mijn geheugen, want volgens mij hebben we eigenlijk altijd tegengestemd omdat er een probleem was met de dekking. En dat heb ik al vaker tegen mijnheer Van Haasen gezegd, als u met een motie komt of een amendement waar een goede dekking tegenover staat, dan vindt u ons wel aan uw zijde. De voorzitter: Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Doeves (LZ): Nou ja, om in dat punt dan meteen maar even in te haken, voorzitter, lag er wel degelijk een dekkingsvoorstel waar de VVD het dan weer niet mee eens was, dus dat is dan net weer even een andere discussie. Maar even een vraag aan mevrouw Onclin. Als ik het verhaal zo hoor dan denk ik, nou, hartstikke mooi verhaal, mooie hoekstenen, maar u noemt de ondernemers en dat u daar zo trots op bent. Nou, en dat zijn wij ook, maar volgens mij is het ook wel tijd om het eerlijke verhaal te vertellen. Want de stad van allure waar de VVD voor stond vier jaar terug, ja, ondernemers worden weggepest, de heer Van der Laan noemde er net een aantal.

Ik kan daar nog heel wat aan toevoegen zoals Exter of de MediaMarkt. Verloedering van Zaanstad, veel meer criminaliteit. VVD heeft gezegd, wij staan voor een veilig Zaanstad, maar het is er alleen maar erger op geworden. En ik ben wel heel erg benieuwd hoe de VVD dan de komende tijd dit wel wil aanpakken in plaats van alleen mooie woorden vertellen? De voorzitter: Mevrouw Onclin.

Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, nou, voorzitter, waar ga ik beginnen. Volgens mij heb ik juist net ook een aantal hele concrete voorbeelden genoemd, dus vind ik het verwijt om te zeggen, de VVD spreekt alleen mooie woorden, overigens wel dank dat u ze heel mooi vindt, niet helemaal terecht. Als het gaat over veiligheid vind ik dat altijd een beetje een lastige, want wat ik persoonlijk juist zag in de begroting is dat je ziet dat die qua cijfers ongeveer een beetje gelijk blijft, zowel in aantallen als in zeg maar het cijfer dat mensen geven. Een tiende hier erbij, een tiende daar eraf, maar deze raad heeft vaak gesproken over statistiek, dat mag geen naam hebben, maar dat ik me wel ook heel erg bewust ben van dat veiligheid uiteindelijk altijd een gevoel is. Maar zoals ik in mijn bijdrage ook zei, ik denk dat wij als VVD samen met een aantal andere partijen, waaronder volgens mij ook uw partij, een aantal hele concrete voorstellen heeft gedaan om op een aantal aspecten de veiligheid van deze stad te verbeteren, juist ook het gevoel te verbeteren. En zullen wij zeker ons blijven inzetten om dat ook in de toekomst te gaan doen. Waarbij ik volgens mij een heel concreet voorbeeld al noemde, dat wij graag zouden zien dat als eerstvolgende stap ook de handhavingscapaciteit wordt uitgebreid. De voorzitter: Mijnheer Hartog. De heer Hartog: Ja, dank u, voorzitter.

Twee vragen aan mevrouw Onclin. Ten eerste, mevrouw Onclin had het over Werkom toekomstbestendig houden. Dat is natuurlijk een loffelijk streven, maar we hebben nu weer dezelfde discussie over Werkom als zes jaar geleden over BaanStede, omdat er structureel geldtekort is. Dus bedoelt u dan, we moeten naar een beter verdienmodel toe, of daalt eindelijk het inzicht dat het budget voor Werkom te klein is en omhoog zou moeten gaan? De tweede vraag gaat over het budget voor armoede. Kennelijk vindt mevrouw Onclin het een probleem dat dat niet daalt. Misschien kun je er ook wel trots op zijn, om dat budget te laten stijgen en dan de armoede af te laten nemen. Je zou bijvoorbeeld kunnen beslissen om de Stadspas tot 130 procent van het sociaal minimum te geven in plaats van 110 procent. Heb je een groter budget nodig maar je hebt een heleboel minder problemen op het gebied van armoede. De voorzitter: Mevrouw Onclin antwoordt nog op deze vragen. Mevrouw Onclin (VVD Zaanstad): Ja, voorzitter, ik stel voor dat ik de vraag over Werkom gewoon ga beantwoorden in het debat, want dat kan ik niet in tien seconden voor u doen.

Als het gaat over het afnemen van de armoede, volgens mij, mijnheer Hartog, hebben we, en ik ben de Partij van de Arbeid eeuwig dankbaar voor het feit dat ze die vraag hebben gesteld, uit de antwoorden van de technische vragen van de Partij van de Arbeid juist gezien dat feitelijk het aantal mensen wat gebruikmaakt van de zeg maar regelingen die we hebben aan het afnemen is, dat we dat ook zien in de aantallen. We zien een daling in het aantal bijstandsgerechtigden, we zien een daling van tien procent in het aantal mensen dat tot de 110 procentregeling valt, maar vervolgens zien we het niet terug in het budget. Dat vind ik gek. Overigens wil ik daaraan toevoegen dat wij daarmee niet per se willen zeggen dat we het armoedebudget in zijn geheel moeten laten dalen. Maar wat ik ook vaker in deze raad heb gezegd is dat ik het een heel mooi streven zou vinden om bijvoorbeeld de kwijtscheldingen die wij nu doen, dat gaat over drie miljoen, voortaan te betalen uit de armoedegelden. Dat resulteert namelijk direct in dat een aantal tarieven omlaaggaan en dat merkt de rest van Zaanstad dan weer in de belasting die die ieder jaar betaalt. De voorzitter: Dit belooft een mooi debat te worden volgende week bij het Zaanstad Beraad. Ik stel voor dat we nu doorgaan naar de heer Pauw, maar niet nadat ik de volgende naam, en dat is DENK die daarna het woord krijgt, de heer Eid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10781866/1