CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening 2021-ll tot Wijziging APV Zaanstad 2013

Raadsvergadering 8 juli 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Verordening 2021-ll tot wijziging APV Zaanstad 201315.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als er binnen het seksbedrijf geen sprake is van het geven van bedrijfsmatige gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding (prostitutie), dan wordt gesproken van een `overig seksbedrijf'. Hieronder worden in elk geval verstaan: een parenclub/swingersclub of sekssauna (het verrichten van seksuele handelingen met en voor een derde, niet tegen vergoeding), een sekstheater/peepshow (het verrichten van seksuele handelingen voor een derde tegen vergoeding), een paaldansclub of stripteaseclub (het aanbieden van fysieke vertoningen van erotisch-pornografische aard (al dan niet tegen vergoeding) (let op: deze opsomming is niet limitatief). Of een activiteit 'bedrijfsmatig' wordt verricht, hangt of van een aantal factoren. Is er personeel in dienst, dan is er zonder meer sprake van een bedrijf. Maar een individu zonder personeel kan ook een bedrijf zijn in de zin van de APV, en is dan dus vergunningplichtig.

Het oogmerk om (een aanvulling op) een inkomen to genereren, het aantal uren dat aan de activiteit wordt besteed, de wijze van klantenwerving (bijvoorbeeld of er wordt geadverteerd om de werkzaamheden onder de aandacht van publiek to brengen en klanten to trekken) en de organisatiegraad en de omvang van het (prostitutie)aanbod zijn aspecten om to bepalen of er bedrijfsmatig activiteiten worden verricht of dat sprake is van een thuiswerker/een aan huffs gebonden beroep. Of wel of geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten zal dus moeten worden vastgesteld aan de hand van de feitelijke situatie. Seksinrichting: met het begrip `seksinrichting' wordt geduid op de voor het publiek toegankelijk locatie van een seksbedrijf. Deze valt samen met de locatie waar de exploitant van het seksbedrijf zich heeft gevestigd, alleen bij escortbedrijven is dat niet het geval. Onder `besloten ruimte' worden ook begrepen een vaar- of voertuig. Het bijvoeglijk naamwoord `besloten' duidt erop dat de ruimte niet buiten, open en voor een ieder toegankelijk is. Het moet dus gaan om een overdekt en geheel of gedeeltelijk door wanden omsloten ruimte, die al dan niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk is.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

21/30

gemeente Zaanstad

Sekswerker: het begrip 'sekswerker' wordt gebruikt als algemene aanduiding voor de persoon die tegen vergoeding seksuele handelingen verricht met een ander (prostitutie), of die tegen vergoeding seksuele handelingen verricht voor een ander f onder meer bij live seksshows, peepshows en striptease-bars). In alle gevallen gaat het om real time handelingen door personen. De sekswerkers betreffen een bredere groep werkers dan de prostituees: bijvoorbeeld ook strippers en paaldansers. Sekswinkel: op de openingstijden van sekswinkels is het regime van de Winkeltijdenwet van toepassing. Een sekswinkel is geen seksbedrijf als hiervoor omschreven. De vestiging van sekswinkels zal doorgaans afdoende kunnen worden gereguleerd tangs de weg van het bestemmingsplan.

Thuiswerker: met het begrip 'thuiswerker' wordt gedoeld op degene die thuis prostitutie bedrijft en voldoet aan de volgende voorwaarden (let op: deze opsomming is niet limitatief): De prostituee woont en staat ingeschreven op het adres van waaruit de prostitutiewerkzaamheden plaatsvinden (inschrijving Basisregistratie Personen is leidend); De prostituee is (hoofd)huurder of eigenaar van de woning; Er woven en werken geen andere prostituees in de woning; Er wordt niet zodanig met het adres geadverteerd dat er een publiekstrekkende werking vanuit gaat / er is (hierdoor) geen merkbare aanloop van klanten; De prostituee staat niet ingeschreven in het Handelsregister; Er zijn geen derden (zoals een partner) bij de prostitutieactiviteiten betrokken; De verdiensten die voortkomen uit de prostitutiewerkzaamheden komen uitsluitend ten goede aan de prostituee; De activiteiten van prostituee en klanten veroorzaken geen overlast voor omwonenden; Er zijn Been uiterlijke kenmerken van een prostitutiebedrijf zichtbaar aan de buitenkant van de woning (bijvoorbeeld door bepaalde verlichting of reclame-uitingen); De woning wordt niet via bemiddeling verhuurd/beschikbaar gesteld voor prostitutie.

Alleen wanneer aan de voornoemde voorwaarden wordt voldaan, zal de prostitutie als thuiswerk (een `aan huffs gebonden beroep') worden aangemerkt en mogen deze activiteiten zonder vergunning worden uitgeoefend. Indien in een perceel prostitutie wordt bedreven en aan een of meerdere van de genoemde voorwaarden niet wordt voldaan, dan is er sprake van bedrijfsmatigheid en wordt deze vorm van prostitutie aangemerkt als een prostitutiebedrijf dat valt onder het begrip seksbedrijf waarvoor een vergunning is vereist. Vanwege de bescherming van het woon- en leefklimaat staan de bestemmingsplannen dergelijk gebruik niet toe. Werkruimte: onder'werkruimte' wordt verstaan een zelfstandig onderdeel van een seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een derde tegen vergoeding worden verricht. Een seksinrichting kan een (of natuurlijk Been) werkruimte hebben, of meerdere. Met `zelfstandig' wordt hier niet bedoeld dat een werkruimte altijd geheel zelfvoorzienend hoeft to zijn; het ziet op de van elkaar to onderscheiden delen van een seksinrichting waarin over het algemeen telkens een prostituee haar diensten aanbiedt. Een deel van een seksinrichting dat apart verhuurd wordt zal veelal een afzonderlijke werkruimte zijn. Artikel 3:2a Bevoegd bestuursorgaan (z) De artikelen 160 en 174 van de Gemeentewet maken het in deze bepaling opgenomen onderscheid noodzakelijk.

Op grond van artikel 160 van de Gemeentewet is het college belast met de uitvoering van raadsbesluiten, waaronder autonome verordeningen zoals deze, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester daarmee is belast. Dit laatste doet zich hier voor: artikel 174 van de Gemeentewet belast de burgemeester namelijk met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden, alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven (eerste lid) en met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht (derde lid). In veruit de meeste gevallen dient de burgemeester dan ook to worden aangemerkt als het bevoegd bestuursorgaan bij de vergunningverlening voor een seksbedrijf. Zijn bevoegdheid betreft namelijk de voor het publiek openstaande gebouwen en de openbare samenkomsten

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

22/30

gemeente Zaanstad

en vermakelijkheden. In de definitie van seksinrichting is echter het ruimere begrip 'ruimte' opgenomen. Dit houdt in dat het college bevoegd is als het gaat om met name vaar- en voertuigen. Ook is het college bevoegd als het gaat om escortbedrijven. Het gebruik van de openbare weg is een bevoegdheid van het college. Artikel 3:2b Nadere regels (z) Op grond van artikel 3:2b kan het bevoegd bestuursorgaan de exploitatie van een seksbedrijf aan nadere regels binden. Dit in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de verkeersvrijheid of —veiligheid, de gezondheid, zedelijkheid en de arbeidsomstandigheden van de prostituee. Bij nadere regels in het kader van artikel 3:15 kan onder meer worden gedacht aan een nadere invulling van het hetgeen in het bedrijfsplan moet worden opgenomen. Afdeling 2 Exploitatievergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Exploitatievergunning seksbedrijf (z) Er is voor gekozen om seksbedrijven met een vergunningenstelsel to reguleren. Dit houdt in dat het uitoefenen van een seksbedrijf verboden is, tenzij een exploitatievergunning (locatieen persoonsgebonden) is verleend (eerste en tweede lid).

Alle seksbedrijven vallen, indien het gaat om bedrijfsmatig gelegenheid geven en indien er real time seksuele handelingen met of voor een ander (al dan niet tegen vergoeding) of als er fysieke vertoningen van erotischpornografische aard_plaatsvinden, onder de vergunningplicht. Webcamseks is uitgezonderd van de vergunningplicht. Deze vorm is onafhankelijk van tijd en locatie en er is geen fysiek contact met klanten. Er zijn nog geen gemeenten bekend waar deze vorm vergunningplichtig is en de gemeente Zaanstad kiest er voorlopig ook voor hier geen vergunning voor of to geven. Daarnaast is - in aansluiting op het wetsvoorstel van de Wrs -het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard (zoals in seksbioscopen en seksautomatenhallen) uitgezonderd van de vergunningplicht. Als laatste zijn de (seks)winkels waar erotische producten worden verkocht, zoals seksspeeltjes, pornografisch materiaal, erotische lingerie en erotische boeken en/of waar videocabines aanwezig zijn, uitgezonderd van de vergunningplicht. Deze winkels vallen onder de detailhandel. De keuze voor een vergunningenstelsel voor seksbedrijven sluit aan bij bestaande structures. Een uitgangspunt is tevens dat legaal aanbod in beginsel illegaal aanbod tegengaat, de zogeheten kanalisatiegedachte.

Daarbij wordt aangenomen dat als er een legaal en betrouwbaar aanbod bestaat, er niet langer aanleiding is voor klanten om to kiezen voor een illegaal aanbod met alle daarmee samenhangende onwenselijkheden en onzekerheden. Met het wijzigen wordt bedoeld een wijziging van Welke aard dan ook. Met het oog op de rechtszekerheid voor het bedrijfsleven is bepaald dat de beslistermijn voor een vergunning voor een seksbedrijf twaalf weken telt (derde lid). Deze termijn kan eenmaal met twaalf weken worden verlengd (eveneens derde lid). Het vierde lid is opgenomen omdat na inwerkingtreding van de Dienstenwet als uitgangspunt geldt dat een vergunning van rechtswege wordt verleend wanneer de termijn, waarbinnen het antwoord op de aanvraag moet volgen, is verstreken (vgl. ook artikel 13, vierde lid, van de Dienstenrichtlijn). De verwachting is dat de wettelijke termijnen in dit artikel ruim genoeg zijn om tijdig op een aanvraag om een vergunning to besluiten. Zou dat evenwel niet lukken, dan wordt het belang van een daadwerkelijke afweging bij vergunningen als hier aan de orde geacht zwaarder to wegen dan voornoemd uitgangspunt. Dit is in overeenstemming met de uitzonderingsgrond van artikel 13, vierde lid, van de Dienstenrichtlijn: dwingende redenen van algemeen belang, to weten de bescherming van de openbare orde en de volksgezondheid.

Het is hoogst onwenselijk als deze vergunning van rechtswege wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Een van rechtswege verleende vergunning is dan ook niet wenselijk. Uit het vijfde lid volgt dat in een vergunning meerdere seksinrichtingen opgenomen kunnen worden als deze onderdeel zijn van een seksbedrijf. Daarmee is het van belang wat onder

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

23/30

gemeente Zaanstad

een seksinrichting en wat onder een seksbedrijf wordt verstaan. Bij voorbaat een sluitende definitie geven zou in de praktijk tot onwenselijke resultaten kunnen leiden. Het to hanteren uitgangspunt is dat er sprake is van een seksbedrijf als het een visueel aaneengesloten eenheid met een toegang betreft (dit kunnen meerdere panden betreffen met meerdere werkruimtes (per pand)) met een homogene functie (uitoefening van een seksbedrijf in enigerlei vorm) die tot de beschikking staat van een exploitant. Aan de verschillende seksinrichtingen binnen het seksbedrijf kunnen verschillende vergunningvoorschriften worden verbonden. Als er meerdere exploitanten in een pand zijn gevestigd zal ieder deel waarover een van de exploitanten de beschikking heeft als een afzonderlijke seksinrichting worden gekwalificeerd en ieder seksbedrijf zal apart worden vergund. Artikel 3:3a Overgangsbepaling seksbedrijven (z) Om to beoordelen of de huidige seksbedrijven aan het nieuwe beleid voldoen, is het van belang dat de bestaande exploitatievergunningen door nieuwe worden vervangen. Op grond van de overgangsbepaling blijven vergunningen die verleend zijn onder de voorgaande APVvoorschriften van kracht totdat op de aanvraag om een nieuwe vergunning is beslist.

De oude vergunning vervalt van rechtswege indien de vergunningaanvraag (inclusief bedrijfsplan) niet is ingediend binnen 26 weken na de inwerkingtreding van het gewijzigde hoofdstuk 3 in deze verordening. Deze termijn wordt voldoende geacht om op de nieuwe omstandigheden voor to kunnen bereiden. De nieuwe aanvraag wordt, in het kader van het overgangsrecht eenmalig zonder tussenkomst van een lotingsprocedure, in behandeling genomen. Na afloop van de termijn van vijf jaar komen de vergunningen beschikbaar en zal de geldende Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf worden gevolgd. Artikel 3:4 Concentratie seksbedrijven (z) Op grond van dit artikel kan het college delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van seksbedrijven geen vergunning wordt verleend. Dit kan bijvoorbeeld gewenst zijn om daarop met voldoende intensiteit toezicht to kunnen uitoefenen of om deze bedrijven to weren uit woonwijken of andere gebieden die vanuit een oogpunt van woon- en leefomgeving 'gevoelig' zijn. De aanwijzing van het college betreft een concretiserend besluit van algemene strekking waartegen bezwaar en beroep open staat. Straatprostitutie wordt verboden in artikel 3:19.

Het tangs deze weg vormgegeven concentratiebeleid moet altijd in samenhang bekeken worden met de relevante bestemmingsplannen, waarin — touter ter behartiging van het belang van een goede ruimtelijke ordening en derhalve noodzakelijk enkel gestoeld op ruimtelijk relevante overwegingen en criteria — voort kan vloeien dat het uitoefenen van een (bepaald type) seksbedrijf op bepaalde locaties planologisch niet aanvaardbaar wordt bevonden. Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven (z) Het bevoegd bestuursorgaan stelt een maximum aan het aantal vergunningen dat aan seksbedrijven kan worden verleend in de gemeente Zaanstad. Er kunnen in totaal maximaal een vergunning voor een escortbedrijf, twee vergunningen voor een prostitutiebedrijf (niet zijnde raamprostitutie of escort) en twee vergunningen voor een overig seksbedrijf worden verleend. Voor het uitoefenen van raamprostitutiebedrijven worden geen vergunningen verleend; deze zijn in Zaanstad verboden. Bij de aanvraag om een vergunning voor een seksbedrijf wordt altijd de geldende Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf gevolgd. Artikel 3:6 Aanvraag (z) Met dit artikel wordt de wijze van indiening van de aanvraag om een vergunning geregeld. De vereiste gegevens worden nodig geacht teneinde een weloverwogen beslissing to kunnen nemen over de aanvraag om de vergunning.

Als het bevoegd bestuursorgaan dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag, kan deze verlangen dat aanvullende gegevens en bescheiden worden overgelegd. Uiteraard moeten die gegevens wet in verband staan met de aangevraagde vergunning. Artikel 3:7 Weigeringsgronden (z)

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

24/30

gemeente Zaanstad

Het eerste lid, in samenhang gelezen met het tweede tot en met het vijfde lid, bevat de gronden op basis waarvan een vergunning in ieder geval wordt geweigerd. De opheffing van het algemeen bordeelverbod is onder meet gericht op het decriminaliseren van de niet langer strafbare vormen van (exploitatie van) prostitutie. Daarom is het, ook volgens de wetgever, van belang dat bij de besluitvorming over een aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een seksbedrijf rekening gehouden kan worden gehouden met de antecedenten van de daarbij betrokken personen: de exploitant en de beheerder. Aan het bevoegd gezag kan, op grond van artikel 13 van het Besluit justitiele en strafvorderlijke gegevens, gegevens uit de justitiele documentatieregisters worden verstrekt over personen die als exploitant of beheerder zijn vermeld in een aanvraag. Eerste lid: In de onderdelen a tot en met g wordt zoveel mogelijk dezelfde terminologie gehanteerd en worden nagenoeg dezelfde eisen gesteld als in de Drank- en Horecawet en het daarop gebaseerde Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet. Dit heeft als voordeel dat voor seksbedrijven waarvoor niet tevens een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet is vereist een antecedentenonderzoek kan worden verricht.

Belangrijker nog dan dit procedurele argument is het felt dat inhoudelijk min of meet dezelfde belangen wegen bij de antecedentenbeoordeling. In aanvulling op het Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet zijn in het eerste lid onder meet zedendelicten en mishandeling uit het Wetboek van Strafrecht en overtredingen van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen opgenomen. De toevoeging van bepalingen over misdrijven tegen de zeden en mishandeling dienen ter bescherming van de prostituees. De relevantie van de opname van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen is gelegen in de bestrijding van mensenhandel. Onderdeel h: Dit onderdeel spreekt voor zich en behoeft daarom geen toelichting. Vijfde lid: Het kan voorkomen dat er geen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in de onderdelen a tot en met h van het eerste lid, maar dat het geldend bestemmings- of omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit de vestiging van een seksbedrijf ter plaatse niet toelaat. Zesde lid: Ter zake van de in de onderdelen genoemde gronden bestaat ruimte voor een afweging of een vergunning al dan niet zal worden geweigerd. Onderdelen a, b en c: Het belang van de openbare orde en dat van de woon- en leefomgeving zijn nauw met elkaar verweven.

De bescherming van de openbare orde en de woon- en leefomgeving is dan ook mede aanleiding geweest om tot een maximumstelsel van vijf vergunningen, zoals uiteen gezet in artikel 3:5, over to gaan. Onderdeel d: Het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid valt onder de noemer openbare veiligheid en is doorgaans aan de orde bij raamprostitutie. Daarbij vindt de werving van klanten immers plaats op of aan de openbare weg, waar sprake kan zijn van aanzienlijke aantallen voetgangers en motorvoertuigen. Onderdeel e: Tot de belangen die deel uitmaken van de gemeentelijke huishouding, behoort ook dat van de (volks)gezondheid. Daarnaast hebben de gemeenten, metals uitvoerende instantie de GGD, ook een aantal wettelijke taken met betrekking tot de ontwikkeling en uitvoering van volksgezondheidsbeleid. Onderdeel f: Bij de behandeling van de vergunningaanvraag wordt gekeken of er redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de arbeidsomstandigheden van de prostituee(s) niet in het geding (kunnen) taken. Onderdeel g: De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegd

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

25/30

gemeente Zaanstad

bestuursorgaan de aanvraag weigeren. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Zevende lid: Dit onderdeel spreekt voor zich en behoeft daarom Been toelichting. Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning (z) In dit artikel wordt bepaald Welke gegevens in ieder geval in een vergunning worden vermeld. Hiermee wordt getracht het toezicht op en de naleving van de vergunningsvoorwaarden to faciliteren. Doordat het telefoonnummer op de vergunning staat wordt onder andere voorkomen dat dit Hummer regelmatig wijzigt, waardoor het telefoonnummer — dat ook in advertenties gebruikt moet worden — niet langer herleidbaar zou zijn tot een bepaald vergund seksbedrijf. Als de exploitant een antler telefoonnummer wil hanteren, dan zal deze immers eerst een aanvraag in moeten dienen om de vergunning to laten wijzigen; aangezien dit tijd en geld (leges) kost valt to verwachten dat dit slechts sporadisch zal gebeuren. Het 'vaste' telefoonnummer kan ook een mobiel Hummer zijn. Hetzelfde doel heeft het tweede lid, dat daarnaast ook van betekenis is voor (mogelijke) klanten van een seksbedrijf: zij kunnen eenvoudig vaststellen of het om een vergund bedrijf gaat.

Artikel 3:9 Intrekkingsgronden (z) Het eerste lid bevat een opsomming van de omstandigheden waaronder een vergunning zonder meer moet worden ingetrokken. Anders dan in het tweede lid is hier dus geen sprake van een discretionaire bevoegdheid van het bevoegd bestuursorgaan. Buiten op basis van de in dit het tweede lid genoemde gronden, kan een vergunning bovendien geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden in het geval en onder de voorwaarden, zoals bedoeld in de Wet Bibob. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, van die wet. Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden (z) Een gewijzigde vergunning kan alleen zonder tussenkomst van de geldende Aanvraag- en selectieprocedure voor de exploitatievergunningen van seksbedrijven worden verleend als het een ondergeschikte wijziging betreft. Onder een ondergeschikte wijziging wordt onder andere verstaan: wijziging van een beheerder (geen wijziging exploitant), een naamswijziging, een wijziging van het telefoonnummer of een wijziging in het bedrijfsplan. Deze opsomming is niet limitatief. Na verlening van de vergunning mogen geen nieuwe bestuurders of vennoten tot de bedrijfsvoering worden toegevoegd. Artikel 3:11 Geldigheidsduur vergunning (z) De vergunningen voor seksbedrijven worden verleend voor een periode van vijf jaar. De beperkte looptijd vloeit voort uit rechtspraak ten aanzien van schaarse vergunningen.

De geldigheidsduur vas een vergunning moet worden afgestemd op de terugverdientijd van de investeringen van de onderneming. In artikel 18 van de Concessierichtlijn is bepaald dat de looptijd van een concessie wordt beperkt tot de geldigheidsduur vas vijf jaar. Voor de geldigheidsduur vas schaarse vergunningen kan aansluiting worden gezocht bij de Concessierichtlijn. Er is bij seksbedrijven Been sprake van zodanige vereiste hoge investeringen dat de terugverdientijd van de investeringen reden vormen om of to wijken van de termijn van vijf jaar. De looptijd van vijf jaar sluit tevens aan bij de looptijd die is opgenomen voor vergunningen voor seksbedrijven in het wetsvoorstel voor de `Wet regulering sekswerk'. Tot slot kan er met een looptijd van vijf jaar periodiek een afinreging worden gemaakt omtrent de vergunning zonder dat de frequentie tot to zware administratieve lasten leidt. Na afloop van de termijn van vijf jaar komt de vergunning voor een seksbedrijf beschikbaar en zal de geldende Aanvraag- en selectieprocedure exploitatievergunning seksbedrijf worden gevolgd. Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Artikel 3:12 Sluitingstijden seksbedrijven, aanwezigheid en toegang (z)

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

26/30

gemeente Zaanstad

De algemene sluitingstijden van het eerste lid Belden niet voor escortbedrijven aangezien deze bedrijven uitsluitend bemiddelen voor prostitutie. Van bezoekers in de zin van het eerste lid is dan ook Been sprake. Escortbedrijven zijn niet-locatie gebonden prostitutiebedrijven die 24 uur per dag en 7 dagen per week hun activiteit kunnen uitvoeren. De algemene sluitingstijden van het eerste lid Belden tevens niet voor seksbedrijven waarvan bij vergunning is bepaald dat daarvoor afwijkende sluitingstijden Belden. Dergelijke afwijkende sluitingstijden kunnen bij het verlenen van de vergunning daaraan verbonden worden, maar ook lopende de vergunning, als de omstandigheden daartoe aanleiding geven. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de veiligheid, de gezondheid, de bescherming van prostituees, of ter voorkoming of beperking van overlast de openingstijden van een prostitutiebedrijf beperken. De sluitingstijden zijn niet van toepassing op sekswinkels; daarop is het regime van de Winkeltijdenwet van toepassing. Het tweede lid richt zich tot de bezoekers van het seksbedrijf. Het begrip 'bezoeker' heeft een ruimere betekenis dan het in de APV gehanteerde begrip `klanY.

Een klant is een afnemer van seksuele diensten; onder bezoekers vallen echter bijvoorbeeld ook de aanwezigen in een seksbedrijf die (vooralsnog) slechts iets drinken, of een niet-fysieke vertoning komen bekijken. Hoewel niet iedere bezoeker per definitie een klant is, is iedere klant per definitie wel een bezoeker. Personen die bijvoorbeeld professionele reparatie- of schoonmaakwerkzaamheden uitvoeren, zullen — als zij zich daartoe beperken — uiteraard niet als `bezoeker' aangemerkt worden. Verder mogen personen die de leeftijd van 18 nog niet hebben bereikt niet worden toegelaten tot seksbedrijven (derde lid). Artikel 3:13 Adverteren (z) De verplichting in advertenties het Hummer to vermelden van de vergunning die aan een seksbedrijf is verleend vergemakkelijkt het toezicht. Het telefoonnummer kan ook een mobiel Hummer zijn. Artikel 3:13a Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting (z) Ten opzichte van artikel 3:12, bij of krachtens Welke bepaling kan worden voorgeschreven wat voor seksbedrijven het reguliere sluitingstijden regime is, biedt artikel 3:13a de mogelijkheid om daar al dan niet tijdelijk van of to wijken. In het eerste lid is opgenomen wat die afwijkingen kunnen inhouden. In het tweede lid is geregeld dat van een dergelijk besluit ook in het openbaar kennis wordt gegeven.

Artikel 3:13b Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder (z) De verplichte aanwezigheid van de exploitant of beheerder is van belang in verband met het uitoefenen van toezicht ter handhaving van de orde in het seksbedrijf, zoals opgenomen in het tweede en derde lid. De exploitant of beheerder zullen zich in ieder geval, maar niet uitsluitend, moeten richten op het voorkomen en tegengaan van onvrijwillige prostitutie, prostitutie door minderjarigen of illegalen, drugs- of wapenhandel, heling, geweldsdelicten en dergelijke. Artikel 3:13c Beeindiging exploitatie (z) Dit artikel voorziet in de omstandigheid dat de exploitant zijn bedrijf heeft beeindigd of heeft overgedragen aan een rechtsopvolger. Bij feitelijke beeindiging van de exploitatie komt de vergunning van rechtswege to vervallen. Onder beeindiging wordt tevens verstaan een wijziging van een of meer exploitanten. In dergelijke gevallen moet dan een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Artikel 3:13d Wijziging beheer (z) De burgemeester heeft er belang bij een actueel overzicht to kunnen hebben van de in de gemeente actieve beheerders; in verband daarmee is in het eerste lid bepaald dat, indien een of meer beheerders van een inrichting hun werkzaamheden feitelijk hebben beeindigd, de exploitant daarvan onverwijld moet kennisgeven.

Anders dan bij beeindiging van de exploitatie, leidt het vertrek van een beheerder niet tot het van rechtswege vervallen van de vergunning: denkbaar is immers dat het beheer in de inrichting in handen is van meer

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

27/30

gemeente Zaanstad

personen of dat het beheer in handen komt van de exploitant zelf. Denkbaar is ook dat de exploitant de plaats van de vertrokken beheerder(s) wenst to laten innemen door een of meer andere personen. Het tweede lid verlangt in dat geval dat de exploitant de burgemeester verzoekt om de nieuwe beheerder(s) to vermelden in de aan hem verleende vergunning. Daarbij dient ten aanzien van de nieuwe beheerder(s) een antecedentenonderzoek plaats to vinden. In het derde lid is bepaald dat de nieuwe beheerder al aan de slag kan vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend en de exploitant hiervan een ontvangstbevestiging heeft ontvangen. Hierdoor is enerzijds gewaarborgd dat er voor die tijd geen nieuwe beheerders werkzaam kunnen zijn. Dit zou immers het aantonen van schijnbeheer aanzienlijk bemoeilijken. Anderzijds wordt hiermee tegemoet gekomen aan in de praktijk noodzakelijke flexibiliteit. Wijziging van beheer komt immers vaker voor dan de wijziging van exploitatie. Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf (z) Met deze bepaling wordt onder meer een leeftijdseis voor prostituees geintroduceerd. Hiertoe is besloten vanwege het gegeven dat jonge prostituees met name vatbaar voor en slachtoffer van misstanden als dwang, misbruik en mensenhandel zijn.

Bovendien zijn prostituees van 21 jaar en ouder weerbaarder dan zeer jonge prostituees en is de kans groter dat ze over een startkwalificatie beschikken waarmee ze een ander beroep kunnen kiezen dan dat van sekswerker, waarmee de eventuele economische druk om to kiezen voor de prostitutie lager is en bovendien een eventuele gewenste uitstap wordt vergemakkelijkt. Het stellen van een leeftijdsgrens wordt als een passend en noodzakelijk middel beschouwd om deze misstanden to bestrijden. Daarmee is het gemaakte onderscheid objectief gerechtvaardigd door een legitiem doel, bovendien zijn de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk. Hierdoor levert het onderscheid Haar leeftijd geen strijd op met het verbod van leeftijdsdiscriminatie. Het is in de eerste plaats de exploitant die moet voorkomen dat er bij zijn bedrijf prostituees werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt. Zijn die daar toch werkzaam, dan is de exploitant in overtreding. Als de prostituee er onder de leeftijd van 21 jaar bewust en vrijwillig voor kiest om to werken in de illegale prostitutie, dan is ook de prostituee in overtreding.

Artikel 3:14a Overgangsbepaling minimale leeftijd prostituees (z) Dit artikel bevat een overgangsregeling voor prostituees tussen de 18 en 21 jaar, die bij de inwerkingtreding van de nieuwe voorschriften al in een prostitutiebedrijf werkzaam zijn. Bij de onmiddellijke invoering van de minimum leeftijdsgrens van 21 jaar in deze bedrijven zouden zij hun werkzaamheden direct moeten staken en daardoor ernstig worden gedupeerd. Ook zouden ongewenste neveneffecten, zoals verplaatsing Haar het illegale circuit of een hogere drempel Haar hulpverlening, op kunnen treden. Om dit to voorkomen wordt voor deze groep prostituees de invoering van de minimum leeftijdseis, afhankelijk van de leeftijd van betrokkene, met maximaal drie jaar uitgesteld. De exploitant dient aan to kunnen tonen dat een prostituee al werkzaam was als prostituee voor de regeling van kracht is gegaan. Ten aanzien van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening niet in een prostitutiebedrijf werken — of dit niet aan kunnen tonen — geldt de nieuwe minimum leeftijdseis met onmiddellijke ingang.

Artikel 3:15 Bedrijfsplan (z) Het is van belang dat in een seksbedrijf maatregelen worden getroffen op het gebied van hygiene, gezondheid en veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht vas de prostituees (in het geval van een prostitutiebedrijf), ter bescherming van de gezondheid van de klanten en ter voorkoming van strafbare feiten. Daartoe moet de exploitant bij het aanvragen van een vergunning een bedrijfsplan overleggen, zodat vooraf kan worden beoordeeld of de exploitant voor deze punten voldoende oog heeft, en zorg draagt voor goede arbeidsomstandigheden. Deze verplichting geldt voor alle seksbedrijven, dus ook voor prostitutie- en escortbedrijven. Uiteraard volgt uit de aard van de werkzaamheden dat een bedrijfsplan van overige seksbedrijven (geen prostitutiebedrijven zijnde), prostitutiebedrijven en escortbedrijven

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

28/30

gemeente Zaanstad

andere uitwerkingen vereisen. In de bijlagen van de Nota prostitutie en seksbranche gemeente Zaanstad zijn formats van bedrijfsplannen opgenomen die de exploitanten dienen to gebruiken bij hun aanvraag om een vergunning. Als de exploitant na het verkrijgen van de vergunning een wijziging wenst door to voeren in zijn bedrijfsplan, dan dient hij deze ter goedkeuring voor to leggen aan het bevoegd bestuursorgaan. In het eerste lid, aanhef en onder a, is opgenomen dat de exploitant maatregelen treft om er voor to zorgen dat de hygiene in een seksbedrijf voldoet aan de algemene eisen die hiervoor in de branche gelden. In de Hygienerichtlijn voor seksbedrijven en sekswerkers zijn zogenaamde hygienenormen, dit zijn de minimale eisen aan een goed hygienebeleid, opgenomen. Deze richtlijn is geschreven voor exploitanten en eigenaren van seksbedrijven en wordt uitgegeven door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. De branche zelf, vertegenwoordigd door de Vereniging Exploitanten Relaxbedrijven en de Vereniging Legale Escortbedrijven, heeft aan het opstellen en bijwerken van deze richtlijn bijgedragen. Belangrijk doel van goede hygiene in seksbedrijven is het voorkomen van (seksueel overdraagbare) ziektes. Dat is zowel voor de prostituees als de klanten van belang. Een goede hygiene zorgt ook voor een veilige en prettige werkomgeving.

Van de exploitant mag worden verwacht dat hij in het bedrijfsplan daarnaast inzichtelijk maakt hoe hij verder zorg draagt voor gezonde en veilige werkomstandigheden voor prostituees. Dit is opgenomen in het tweede lid, aanhef en onder a en b. De veiligheid en gezondheid van een prostituee worden ook gediend met aparte garanties voor de kwaliteit van de werkomstandigheden in de werkruimten. Een prostituee moet daar altijd van een alarm gebruik kunnen maken waarmee zij hulp van derden kan inroepen als er wat misgaat. En naast luchtventilatie die in het kader van de algemene luchtkwaliteit en hygiene afdoende moet zijn, moet ook de temperatuur in de werkruimte van de prostituee goed zijn. Het mag niet to koud of to warm zijn. In het tweede lid, aanhef en onder d, wordt zodoende geeist dat de exploitant aangeeft Welke maatregelen hij hiervoor treft. De normen die worden geformuleerd over het gebruik van condooms en de mogelijkheid om je als prostituee to laten controleren op seksueel overdraagbare aandoeningen waarborgen de gezondheid en het zelfbeschikkingsrecht van de prostituee. Deze normen zijn opgenomen in het tweede lid, aanhef en onder c en e. De prostituee mag niet verplicht worden zich geneeskundig to laten onderzoeken en heeft recht op een vrije artsenkeuze (tweede lid, aanhef en onder f en g).

Bovendien moet de exploitant prostituees in de gelegenheid stellen zich regelmatig to laten onderzoeken op seksueel overdraagbare aandoeningen. Het moet niet zo zijn dat een prostituee vanwege de openingstijden van de seksinrichting waar zij werkzaam is, geen tijd heeft om zich bijvoorbeeld voor een SOA-onderzoek bij de GGD to melden. De exploitant dient er zorg voor to dragen dat onder de in het prostitutiebedrijf werkzame prostituees voldoende informatie- en voorlichtingsmateriaal in verschillende talen wordt verspreid over de aan prostitutie verbonden gezondheidsrisico's en over de aanwezigheid en bereikbaarheid van instellingen op het gebied van de gezondheidszorg en hulpverlening. De exploitant is daarnaast verplicht informatie over mogelijke uitstapprogramma's aan de voor hem werkzame prostituees to verstrekken. Een belangrijk aspect van het zelfbeschikkingsrecht is dat de exploitant waarborgt dat de prostituee vrij is to bepalen aan Welke klanten zij seksuele diensten verleent en Welke diensten zij al dan niet wil verlenen. Hoewel in een arbeidsrelatie geldt dat een werknemer opdrachten van de werkgever met betrekking tot de overeengekomen arbeid in beginsel moet opvolgen, dient het grondwettelijk gewaarborgde recht op lichamelijke integriteit daarboven altijd voorrang to krijgen.

Een exploitant dient inzichtelijk to maken hoe in zijn bedrijf met dergelijke zaken wordt omgegaan (tweede lid, aanhef en onder h). Vanwege de acrd van de dienstverlening en de branche dient de exploitant er in ieder geval zorg voor to dragen dat degene die als beheerder werkzaam is, kan omgaan met agressieve klanten (tweede lid, aanhef en onderj). Het doel van hoofdstuk 3 `Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen' is onder meer onvrijwillige prostitutie to bestrijden. Als een prostituee nauwelijks zelfredzaam is, geen Nederlands of Engels spreekt of bijvoorbeeld niet makkelijk geld kan wisselen, omdat ze niet kan rekenen, is moeilijk voor to stellen dat zij vrijwillig voor de prostitutie heeft gekozen. De exploitant kan met eenvoudige middelen een belangrijke bijdrage leveren aan

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

29/30

gemeente Zaanstad

de zelfredzaamheid van de prostituee. In het bedrijfsplan moet worden vastgelegd Welke vereisten de exploitant minimaal stelt aan de zelfredzaamheid van de bij hem werkzame prostituees en hoe hij dit controleert (tweede lid, aanhef en onder k). In dat kader is het ook onderdeel van een deugdelijke bedrijfsvoering om als exploitant periodiek een gesprek to voeren en daarbij vooral to letters op signalers van uitbuiting of onvrijwilligheid. Prostituees moeten in dat kader ook steeds over hun rechten geinformeerd worden. Het is aan de exploitant om ook informatie van hulpverlenende instanties beschikbaar to stellen (tweede lid, aanhef en onder m). Ook informatie over de mogelijkheden om met het werk als prostituee to stoppers moet door de exploitant beschikbaar worden gesteld (tweede lid, aanhef en onder n). Het bedrijfsplan dient bij de aanvraag om een vergunning overgelegd to worden, zodat het op dat moment getoetst kan worden (derde lid). Als een exploitant nadien een wijziging wenst door to voeren in zijn bedrijfsplan, dan dient hij deze ter goedkeuring voor to leggen aan het bevoegde bestuursorgaan (vierde lid).

Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte (gereserveerd) Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf (z) In dit artikel zijn enkele verdere zorgplichten van de exploitant geformuleerd, onder andere met betrekking tot de to voeren bedrijfsadministratie. De exploitant moet in ieder geval gegevens opnemen van de in het bedrijf werkzame prostituees, de verhuuradministratie en getekende intakeformulieren. Vanwege de toevoeging "in ieder geval" is het mogelijk dat het bestuursorgaan om extra gegevens vraagt. Het is een van de instrumenten om to controleren of de exploitant zorgt voor een bedrijfsvoering conform het vastgestelde bedrijfsplan. De exploitant is verplicht een intake to houden met de prostituee zodat redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat de prostituee een slachtoffer is van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting. Een kopie van de intake dient aan de prostituee to worden overhandigd. Bij het uitvoeren van voorlichtings- en preventieactiviteiten f onder g) is het van belang dat prostituees de gelegenheid krijgen om een op een met de medewerkers to spreken. Daarnaast, onder h, is de verplichting opgenomen om ieder signaal van mensenhandel of andere vormen van dwang en uitbuiting onverwijld bij de burgemeester en de politie to melden. Richtinggevend hierbij is de Aanwijzing mensenhandel van het OM (Stcrt.

2013, 16816) en https://www.wegwiizermensenhandel.nl/. De meldplicht ziet uiteraard ook op de situatie dat een prostituee zich schuldig maakt aan mensenhandel of aan andere vormen van dwang en uitbuiting. Artikel 3:18 Raamprostitutie (z) Dit artikel richt zich, in tegenstelling tot de meeste artikelen, rechtstreeks tot de prostituee. Het is de prostituee verboden die handelingen to verrichten die gewoonlijk worden geassocieerd met raamprostitutie. Dit om de daarmee samenhangende overlast en uitstraling op de omgeving aan to kunnen pakken. Artikel 3:19 Straatprostitutie (z) Dit artikel richt zich, in tegenstelling tot de meeste artikelen, rechtstreeks tot de prostituee en eventueel anderen die klanten werven voor een prostituee. Het is namelijk eenieder verboden op of aan de weg of in een vanaf de weg zichtbare plaats klanten to werven. Uiteraard geldt dat laatste niet in een seksbedrijf waarvoor een vergunning is verleend. Het is verder ook verboden daadwerkelijk seksuele handelingen to verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie. Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie (z) Eerste en tweede lid: Op grond van het eerste en tweede lid kan door een ambtenaar van politie of een buitengewoon opsporingsambtenaar (van politie) een bevel tot onmiddellijke verwijdering worden gegeven aan prostituees, maar ook aan andere aldaar aanwezige personen.

Derde en vierde lid: Als het mondeling bevel tot verwijdering als bedoeld in het tweede lid geen soelaas blijkt to bieden, kan naar het middel van de schriftelijke verblijfsontzegging

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/10209

30/30

gemeente Zaanstad

worden gegrepen; dit lid voorziet daarin. Een verblijfsontzegging behelst een verbod om zich na aanzegging door of vanwege de burgemeester niet to bevinden op de wegen en gedurende de tijden, zoals in de aanzegging genoemd. Uit een verblijfsontzegging vloeit een sterke beperking van de bewegingsvrijheid voort, zoals onder meet wordt gewaarborgd door artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake de burgerrechten en politieke rechten. Deze moet daarom met de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden opgelegd. De maatregel moet noodzakelijk zijn, proportioneel zijn (in verhouding tot de veroorzaakte ordeverstoring) en er moet worden voldaan aan het subsidiariteitsbeginsel, dat erop Weer komt dat niet met een minder ingrijpend middel zou kunnen worden volstaan. In het vierde lid is opgenomen dat de burgemeester het verbod, indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van de betrokkene noodzakelijk is, beperkt. Afdeling 4.

Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepaling klanten (gereserveerd) Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke Deze bepaling schept een verbod dat slechts in effect kracht heeft ten aanzien van Wader door het bevoegd bestuursorgaan to bepalen rechthebbenden en voor zover het bevoegd bestuursorgaan aan die rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt. Het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, voor zover die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet vallen niet binnen de reikwijdte van het verbod. Hoewel denkbaar is dat dit voorschrift in de praktijk vooral zal worden toegepast ten aanzien van sekswinkels, richt zij zich op het tentoonstellen en dergelijke als zodanig; het kan dus ook gaan om erotisch-pornografische foto's of afbeeldingen aangebracht aan sekstheaters, bedoeld om de aandacht van het publiek to vestigen op de voorstellingen. K.

De inhoudsopgave na de toelichting komt to vervallen.

ARTIKEL III Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus 2021.

ARTIKEL IV Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening 2021-II tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (APV) Zaanstad 2013: Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaanstad in de vergadering 8 juli 2021 De raad van de gemeente Zaanstad, de griffier, de voorzitte ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10390681/1