Uitvoeringsplan Volkshuisvestingsfonds-1
Tekst van het document
3.2 Opbouw Het dashboard is opgebouwd uit de negen deelprojecten en de daarvoor toegezegde resultaten en toegewezen middelen. Daarnaast is ook de eigen inzet in capaciteit en financiering onderdeel van het dashboard. Het volledige dashboard is opgenomen in de bijlage, hieronder is het dashboard op hoofdlijnen opgenomen. Belangrijk is dat woning indicatoren niet bij elkaar op kunnen worden geteld, meerdere maatregelen kunnen per woning uitgevoerd worden. In dat geval scoren de woningen op meerdere indicatoren. Soort
Indicator
Aantal
Verduurzaamde woningen (minimaal label B)
Totaal 650
Aantal
Woningen voorbereid op Warmtenet
500
Aantal
Renovatie van woningen
100
Aantal
Sloopnieuwbouw van woningen
100
Aantal
Woningen sociaal maken
100
Aantal
Woningen (met monumentale status) verbeteren
100
Aantal
Woningen inponden
100
Aantal
Woningen verwerven eigendom van malafide eigenaren
100
Aantal
Bomen plaatsen
850
Aantal
Overige activiteiten
n.v.t.
Euro
Cofinanciering t/m 2031
€ 17.939.535
Euro
VHF subsidie t/m 2031
€ 41.858.917
2 Single information, Single audit (SiSa)
Pagina 30 van 38
4 Governance en financiën 4.1 Inleiding De verschillende deelprojecten die een beroep doen op middelen uit het Volkshuisvestingsfonds maken onderdeel uit van een integrale aanvraag. Sommige deelresultaten zijn expliciet onderdeel van de van het ministerie van BZK ontvangen beschikking (bv. aantal geherstructureerde woningen), andere projecten dragen bij aan de te realiseren cofinanciering (bv. projecten openbare ruimte (MIP)). Om te zorgen dat het behalen van resultaten, inzet van cofinanciering en besteding van financiële middelen met elkaar in de pas blijven lopen, is het belangrijk de samenhang en voortgang van deelplannen onderling te waarborgen. De wijze waarop we deze samenhang bewaken beschrijven we aan de hand van het governance model. Hierbij gaan we achtereenvolgens in op: de structuur, de deelprocessen en de financiële borging.
4.2 Structuur Om te zorgen voor samenhang werken we in een programmastructuur. Dat betekent dat op het niveau van het Volkshuisvestingsfonds, sprake is van één bestuurlijk opdrachtgever voor het integrale programma, één ambtelijk opdrachtgever/budgethouder en één programmamanager VHF die de samenhang en de kaders uit de beschikking VHF bewaken. De bestuurlijk opdrachtgever voor het programma VHF is de wethouder Wonen. Ambtelijk opdrachtgever/budgethouder is het sectorhoofd Stedelijke Ontwikkeling. De programmamanager VHF is verantwoordelijk voor rapportage en verantwoording en coördineert waar nodig de samenhang tussen de deelprojecten en de correcte inzet van de VHF/MIP-schuif. De deelprojecten worden zoveel mogelijk binnen de bestaande organisatie- en mandaatstructuren opgepakt. Op deelprojectniveau zijn er bestuurlijke opdrachtgevers voor de onderdelen die vallen binnen de verschillende bestuurlijke portefeuilles (bv. openbare ruimte of handhaving) en onder de verantwoordelijkheid van de ambtelijk projectopdrachtgevers. De deelprojecten worden aangestuurd door specifieke projectleiders. De ambtelijk opdrachtgever/budgethouder voor het VHF delegeert zijn opdracht aan de ambtelijk opdrachtgever van een deelproject.
De ambtelijk opdrachtgever van een deelproject draagt indien dit voor een goede uitvoering nodig is en voor zover passend binnen de mandaatregeling bevoegdheden (budget, beslisbevoegdheid) over aan een (deel)projectleider. De bestuurlijk opdrachtgevers van de deelprojecten nemen voor een deelproject de bestuurlijke verantwoordelijkheid over van de bestuurlijk opdrachtgever programma VHF.
Pagina 31 van 38
Ministerie BZK
Raad
College B&W
Bestuurlijk opdrachtgever VHF Bestuurlijk opdrachtgever deelproject A Ambtelijk opdrachtgever VHF/ budgethouder Ambtelijk opdrachtgever deelproject A
Programmamanager Projectleider deelproject A
De deelprojectleider legt verantwoording af via zijn ambtelijk opdrachtgever over het deelproject aan de ambtelijk opdrachtgever VHF/budgethouder. De programmamanager VHF coördineert en bewaakt de integraliteit.
4.3 Proces Binnen de programmastructuur is het van belang dat vanuit het programmaniveau heldere kaders en doelstellingen worden meegegeven en dat tijdige rapportage en verantwoording plaatsvindt vanuit de deelprojecten op basis waarvan tijdig kan worden bijgestuurd. Dit proces wordt beschreven aan de hand van de volgende deelstappen in onderstaande figuur:
Pagina 32 van 38
• Beheersen en (bij)sturing
• Rapportage en verantwoording
• Doelstellingen en kaders
Act
Plan
Check
Do •
Besluitvorming en uitvoering
4.3.1 Plan: Doelstellingen en kaders De initiële doelstelling van de verschillende deelprojecten is in dit Uitvoeringsplan VHF-1 beschreven. Deze zijn onderdeel van de beschikking. De belangrijkste kaders waarbinnen deze deelprojecten worden gerealiseerd zijn in de deelplannen benoemd. Afhankelijk van de ontwikkelingen kunnen deze doelstellingen en kaders worden bijgesteld. Wanneer dit buiten de oorspronkelijk vastgestelde kaders valt, vergt dit voorafgaande goedkeuring van subsidieverlener BZK en college en/of raad.
4.3.2 Do: Besluitvorming en uitvoering Met het borgen van de cofinanciering geeft de gemeenteraad haar goedkeuring aan de aanvaarding van de beschikking van BZK, de door het college beoogde resultaten, de in te zetten cofinanciering en inzet van middelen. Het college neemt besluiten over de uitwerking van de deelprojecten. Daar waar deze uitwerking de bevoegdheid van de raad raakt worden besluiten uiteraard aan de raad voorgelegd; denk hierbij aan het vaststellen van een regeling voor het verduurzaming van particuliere woningen indien het subsidieplafond hoger is dan € 250.000. De deelprojecten worden uitgevoerd door de ambtelijke organisatie, waarbij zij werkt binnen de daartoe vastgestelde mandaatregeling. De ambtelijk opdrachtgever/budgethouder Volkshuisvestingsfonds neemt besluiten over het vrijgeven van budgetten binnen de kaders zoals door raad en college zijn gesteld. Hierbinnen kan de ambtelijk opdrachtnemer voor een deelproject handelen. De ambtelijk opdrachtgever van een deelproject draagt deze verantwoordelijkheid, indien dit voor een goede uitvoering nodig is en voor zover passend binnen de mandaatregeling bevoegdheden (budget, beslisbevoegdheid), over aan de projectleider.
4.3.3 Check: Rapportage en verantwoording Rapportage aan het Rijk vindt jaarlijks plaats in het kader van de SiSa-verantwoording (‘Single information Single audit’). Daarnaast rapporteert het college jaarlijks aan de raad over de besteding van de middelen Volkshuisvestingsfonds als onderdeel van de reguliere P&C-cyclus (voor het eerst bij de jaarrekening 2022). Ambtelijk wordt twee keer per jaar door de ambtelijk opdrachtgever/budgethouder gerapporteerd met de VHF monitor aan de bestuurlijk opdrachtgever voor het integrale programma VHF. Zonodig kan de bestuurlijk opdrachtgever zaken voorleggen aan het college. Naast de reguliere rapportage aan hun ambtelijk opdrachtgever, rapporteren de verschillende deelprojectleiders op hun beurt een keer per kwartaal aan de programmamanager VHF.
4.3.4 Act: Beheersen en (bij)sturing Aan de hand van de rapportages kan zowel college als de budgethouder Volkshuisvestingsfonds bijsturen. Pagina 33 van 38
4.4 Samenwerking met derden De governance richt zich met name op de gemeentelijke organisatie van het programma. Op projectniveau worden concrete samenwerkingsafspraken gemaakt met externe partijen die een centrale rol hebben in de uitvoering van bepaalde projectonderdelen. Omdat de gemeente voor alle deelprojecten de verantwoordingsplicht heeft, zijn deze afspraken een integraal onderdeel van de governance. Deze samenwerkingsafspraken worden gemaakt in de volgende projecten: - Deelproject 1: Bestrijden malafide kamerverhuur tussen gemeente en partners in het Interventieteam - Deelproject 3: Projectbureau PPP – tussen de gemeente en het Dagelijks Bestuur Pact Poelenburg Peldersveld (PPP); - Deelproject 5: Sloop-nieuwbouw/renovatie particuliere woningen – tussen de gemeente en Betaalbare Koopwoningen Zaanstad (BKZ) - Deelproject 8 :Zaans Natuur & Milieucentrum – tussen de gemeente en het ZNMC
4.5 Financiële beheersing 4.5.1 Vrijgave middelen Naast inhoudelijke sturing en het bereiken van de bijbehorende doelstellingen, is ook financiële beheersing van belang. Zeker omdat in de aanvraag aan de cofinancieringsvoorwaarde vanuit het Rijk voldaan is door bestaande middelen in het meerjareninvesteringsprogramma openbare ruimte (MIP) in te zetten. Daarnaast wordt ook een meerjarige commitment nagegaan vanuit verscheidene exploitatiebudgetten met name via personele inzet (fte’s) gedurende 10 jaar. Om aan de verplichtingen vanuit het Rijk te voldoen, moet balans zijn tussen inzet van middelen en de mate waarin aan de cofinancieringsverplichting en realisatie van de prestatie-indicatoren wordt voldaan. Dat vraagt om een behoedzame aanpak. Indien - om welke reden dan ook - de hiervoor genoemde cofinanciering in de komende 10 jaar zou dalen of de prestaties niet worden gehaald, dan daalt automatisch de te verkrijgen VHF-subsidie. Tegelijkertijd wil de gemeente op sommige onderdelen voortvarend aan de slag. Voorbeelden hiervan zijn het ZNMC en de Inloopvoorziening In ’t Veldpark. Op basis hiervan hebben we randvoorwaarden gesteld aan de mate waarin de middelen door het college of budgethouder/ambtelijk opdrachtgever (voor dagelijkse uitvoering) worden vrijgegeven. Voor nog uit te werken deelplannen zullen afzonderlijke collegebesluiten worden voorgelegd.
Wat dit betekent per deelproject is in onderstaande tabel opgenomen. Deelproject Bestrijden malafide kamerverhuur
Handhaving plus project Projectbureau PPP Verduurzaming woningbezit
Sloop-nieuwbouw/renovatie particuliere woningen
Vrijgave financiële middelen Handhavingsinzet middelen vrijgeven 100% bij vaststelling uitvoeringsplan. Verwerving eigendommen nu 10% voor opstart, nader besluit over vrijgave middelen op basis collegebesluit na uitwerking PvA Handhavingsinzet middelen vrijgeven 100% bij vaststelling uitvoeringsplan Projectbureau PPP middelen vrijgeven 100% bij vaststelling uitvoeringsplan Uitvoeringsregeling verduurzaming: nu 10% voor opstart, nader besluit over vrijgave middelen op basis collegebesluit na uitwerking PvA Sloop-nieuwbouw/renovatie: nu 10% voor opstart, nader besluit over vrijgave middelen door college na uitwerking PvA Pagina 34 van 38
Behoud cultuurhistorische waarde bij renovatie
Vernieuwen openbare ruimte Zaans Natuur & Milieucentrum Inloopvoorziening
Cultuurhistorie: nu 10% voor opstart, nader besluit over vrijgave middelen door college na uitwerking PvA Reeds vrijgegeven, maar moet nog worden geactualiseerd in het MIP en vastgesteld. ZNMC middelen vrijgeven 100% bij vaststelling uitvoeringsplan Inloopvoorziening middelen vrijgeven 100% bij vaststelling uitvoeringsplan
4.5.2 Risicobeheersing De belangrijkste opgave bij de uitvoering van het maatregelenprogramma is dat wordt gewerkt binnen de in het kader van de regeling Volkshuisvestingsfonds verleende beschikking. Hier ligt tegelijkertijd ook het belangrijkste risico: voorkomen moet worden dat door het niet voldoen aan de subsidievoorwaarden sprake is van terugvordering in jaar 11. Naast het voldoen aan de administratieve vereisten, betekent dit dat zowel voldoende resultaat moet worden bereikt op de overeengekomen indicatoren (bv. aantal geherstructureerde woningen) als voldoende cofinanciering moet worden ingebracht (bv. door via de uitvoering van projecten in de openbare ruimte). Sommige onderdelen scoren echter niet op de prestatieindicatoren maar zijn wel belangrijk voor de leefbaarheid in de wijk. Voorbeelden hiervan zijn de inzet op extra handhaving en de inloopvoorziening In ’t Veldpark. Met dit Uitvoeringsplan worden deze middelen daarom vroegtijdig vrij gegeven. Deze werkwijze brengt wel risico’s met zich mee. Om deze risico’s te beheersen worden- naast reguliere monitoring- twee beheersmaatregelen gehanteerd: 1. Onderdeel van dit plan is een tussenevaluatie per eind 2024, waarbij getoetst wordt of besteding, geleverde prestaties en cofinanciering en VHF/MIP-schuif in lijn zijn met dit Uitvoeringsplan.
Op basis hiervan kan binnen de uitvoeringsperiode van 10 jaar tussentijds worden bijgestuurd. Eventueel na overleg met het Rijk. 2. Daarnaast zal tijdens de uitvoering gestuurd moeten worden op maximaal resultaat op de indicatoren. Een beter resultaat op het ene deelproject kan de gevolgen op mogelijk achterblijvende resultaten op een andere deelproject beperken. Zo is de verwachting dat de prestaties op het gebied van verduurzaming van woningen relatief eenvoudiger te bereiken zijn, dan het complexere sloop-nieuwbouw/renovatie-programma.
Pagina 35 van 38
Bijlage 1. Dashboard programma VHF-1 Zaandam Oost
Pagina 36 van 38
9-12-2021 Soort Naam Onderdeel Onderdeel Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal Euro Euro Euro Euro Euro Euro Euro Euro Ja/Nee Ja/Nee Tekst
Deelplannaam Projectnummer Kostenplaats(en) Begroot/Werkelijk Deelplan Verduurzaamde woningen Woningen voorbereid op Warmtenet (label B) Renovatie van woningen Sloopnieuwbouw van woningen Woningen sociaal maken Woningen (met monumentale status) verbeteren Woningen inponden Woningen verwerven eigendom van malafide eigenaren Bomen plaatsen Overige activiteiten Aantal woningen herstructuring gestart (jaar T) Aantal woningen herstructuring gestart t/m jaar T Aantal woningen herstructuring gerealiseerd t/m jaar T Besteding (zelfstandige uitvoering) jaar T (R) Besteding (uitvoering derden) jaar T (P) Besteding t/m jaar T (R+P) Opbrengsten (zelfstandige uitvoering) jaar T (R) Opbrengsten (uitvoering derden) jaar T (P) Opbrengsten t/m jaar T (R+P) Cofinanciering t/m Jaar T (R+P) VHF subsidie t/m jaar T (R+P) Zelfstandige uitvoering Eindverantwoording Risicoanalyse (klein, middel of groot)
€ 6.081.300 € € 6.081.300 € € € € 1.824.390 € 4.256.910 Ja Ja groot
€ 1.449.220 € € 1.449.220 € € € € 434.766 € 1.014.454 Ja Ja klein
€ € € € € € € €
Controlecel (besteding minus opbr, cofin en subsidie)
€
€
-
€
€ € € € € € €
434.766 434.766
€ € € € € € €
Cofinanciering Euro (en/of uren) Zaanstad Euro Zaanstad schuif Euro Corporaties/particulieren Euro BKZ Euro ZNMC Euro ZNMC (niet subsidiabele deel) Totaal
Kamerverhuur 1 …… Begroot Werkelijk 1.1a
Handhaving plus 2 …… Begroot Werkelijk 1.1b
Verduurzaming 4 …… Begroot Werkelijk 1.2 650 500
Particuliere woningen 5 …… Begroot Werkelijk 1.3
Beh. cult. hist. waarden 6 …… Begroot Werkelijk 1.3.4
100 100 100 0 100
Vernieuwen openbare ruimte 7 …… Begroot Werkelijk 1.4 1 t/m 4+6
ZMNC 8 …… Begroot 1.4 5
Overhead pbPP 3a …… Begroot Werkelijk 1.1c
Werkelijk
Overhead restant 3b …… Begroot Werkelijk 1.1c restant
100
100 1
-
€ € 1.824.390 € € € € € 1.824.390
650 650 650 8.122.177 8.122.177 2.436.653 5.685.524 Nee/Ja Ja middel -
189.000 2.247.653 2.436.653
€ € € € € € € €
€
€ € € € € € €
300 300 300 21.018.500 21.018.500 6.305.550 14.712.950 Nee/Ja Ja groot -
3.800.000 1.906.600 598.950 6.305.550
€ € € € € € € €
2.500.000 2.500.000 750.000 1.750.000 Ja Ja middel
€ € € € € € € €
€
-
€
€ € € € € € €
750.000 750.000
€ € € € € € €
Totaal n.v.t. n.v.t. Begroot n.v.t. 650 500 100 100 100 100 100 100 850 n.v.t. 950 950 950 26.703.660 33.094.792 59.798.452 17.939.535 41.858.917 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
850 2
1
15.686.000 15.686.000 4.705.800 10.980.200 Ja Ja groot
€ 562.140 € 1.454.115 € 2.016.255 € € € € 604.876 € 1.411.379 Ja/Nee Ja/Nee middel
€ € € € € € € €
€
€
-
€
-
€
€ € € € € € €
877.500 -300.000 577.500
€ € € € € € €
300.000 300.000
€ € € € € € €
18.246.766 -2.612.011 750.000 598.950 2.300.000 -1.344.170 17.939.535
Cofinanciering BZK=
€
19.595.716
-
12.645.500 -7.939.700 4.705.800
-
€ 300.000 € -650.954 € € € 2.300.000 € -1.344.170 € 604.876
1
1.925.000 1.925.000 577.500 1.347.500 Ja Ja klein
1
€ € € € € € € €
1.000.000 1.000.000 300.000 700.000 Ja Ja klein
Pagina 37 van 38
€ € € € € € € €
-
Werkelijk