Toelichting Bestemmingsplan Techniekcampus Zaandam
Tekst van het document
2021/14772
Techniekcampus Zaandam
2021/14772
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
2
2021/14772
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
De Zaancampus is een samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid (Provincie Noord-Holland en gemeente Zaanstad) en onderwijs. Om samen het tekort aan technici te verminderen en de continuïteit van de regionale food-, proces-en maakindustrie te waarborgen is een aantal afspraken gemaakt. Eén van deze afspraken is de realisatie van een fysieke techniekcampus waarin meerdere opleidingen gebruik maken van elkaars faciliteiten. Het voornemen is om de techniekcampus te realiseren aan de Aris van Broekweg 1, 3 en 3a te Zaandam. De voorgenomen ontwikkeling is niet passend binnen de ter plaatse geldende bestemming. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime voor het plangebied van kracht, waarmee de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied planologisch mogelijk worden gemaakt.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen op een binnenstedelijk bedrijventerrein aan de Aris van Broekweg 1, 3 en 3a te Zaandam. De locatie is centraal gelegen in Zaandam en goed bereikbaar in verband met de ligging nabij het NS-station en de N203.
Afbeelding 1.1: Ligging plangebied Op het bedrijventerrein is een mix van verschillende soorten bedrijvigheid aanwezig met overwegend grotere bouwvolumes. Het plangebied wordt aan drie zijden omsloten door verkeersinfrastructuur.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
3
2021/14772
1.3
Voorgaand bestemmingsplan
Voor de gronden van het plangebied gold, voorafgaand aan dit bestemmingsplan, het bestemmingsplan Westzanerdijk. In dit bestemmingsplan waren de gronden bestemd als Bedrijventerrein. Deze bestemming staat bedrijven in categorie 1 en 2 toe en ter plaatse van het plangebied eveneens volumineuse detailhandel. Het maximum bebouwingspercentage was 75% en de maximum bouwhoogte 12 meter.
Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Westzanerdijk (plangebied rood omlijnd) Het gewenste gebruik is niet passend binnen het gebruik dat binnen de bestemming Bedrijventerrein is toegestaan. Tevens is de gewenste bouwhoogte van de techniekcampus niet passend binnen de maximum bouwhoogte van 12 meter dat ter plaatse gold.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting maakt deel uit van het bestemmingsplan Techniekcampus Zaandam. De toelichting van een bestemmingsplan geeft uitleg over en een onderbouwing van de bestemmingsregeling die in de planregels en op de verbeelding is opgenomen. Voor de onderbouwing van de bestemmingsregeling wordt onder meer ingegaan op de geldende beleidskaders en wordt in het kader van het onderzoek naar de haalbaarheid, verslag gedaan van de uitgevoerde onderzoeken. Daarnaast wordt er een verantwoording gegeven voor de gemaakte keuzes. In de bijlagen bij de toelichting staan alle relevante beleidsstukken samengevat. Zowel het algemene Rijks-, provinciaal als gemeentelijk beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening. Daarnaast wordt themaspecifiek beleid nader toegelicht. Per beleidsstuk wordt kort beoordeeld wat de invloed ervan is op het bestemmingsplan. Verder worden in de bijlagen de beantwoording van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen verwerkt.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
4
2021/14772
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
5
2021/14772
Hoofdstuk 2 2.1
Wat wordt mogelijk gemaakt met dit plan?
Bestaande situatie
Binnen het plangebied was dansschool Juvat gevestigd. De voormalige bebouwing is recent gesloopt. Op het perceel zijn nog wel twee wasboxen van het nabijgelegen tankstation AVIA aanwezig. De locatie is circa 2.176 m² groot en wordt ontsloten via de Aris van Broekweg. Aan de zuid- en westzijde van het perceel is deels een dichte, hoge bomensingel aanwezig.
Afbeelding 2.1: Foto huidige situatie
2.2
Aanloop bestemmingsplan
Doel van het project Zaancampus is het verminderen van het tekort aan technici waarmee de continuïteit van de regionale food-, proces-, en maakindustrie kan worden ondersteund. Voor jongeren en zij-instromend wordt het vak aantrekkelijk gemaakt en gezorgd dat zij en de bestaande werknemers goed opgeleid zijn en blijven. Dat betekent dat hun technische kennis en vaardigheden steeds goed aansluiten bij de snel veranderende behoefte van onze bedrijven. De Zaancampus heeft drie strategische actielijnen: voldoende instroom van leerlingen in technische opleidingen; kwalitatief hoogwaardig technisch onderwijs dat beter aansluit op de actuele en toekomstige behoefte aan kennis en vaardigheden in het bedrijfsleven; een fysieke techniek campus waarin meerdere opleidingen met behoud van eigen identiteit samenwerken en gebruik maken van elkaars faciliteiten. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan actielijn 3: het ontwikkelen van een nieuwe locatie voor de techniekcampus. De gemeenteraad is op 28 januari 2020 geïnformeerd over de voortgang van het Zaancampusproject inclusief de nieuwe locatie via een raadsinformatiebrief. De behoefte aan een techniekcampus wordt mede ingegeven door de urgentie van herhuisvesting van de opleidingen metaal & metalektro (Regio College in samenwerking met Tetrix) en procestechnologie (Regio College in samenwerking met Food Proces Tech Campus (FPTC).
Beide opleiders zijn momenteel gevestigd aan het Jonkerplantsoen in Kogerveld. In vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
6
2021/14772
verband met de gebiedsontwikkeling en voorziene woningbouw op hun huidige locatie, moeten beide opleidingen uiterlijk op 1 januari 2022 een nieuw onderkomen hebben gevonden.
2.3
Ontwikkelingen
De techniekcampus is een cluster van techniekopleidingen in de Zaanstreek op nabijgelegen locaties, die samen met bedrijven werken aan techniek onderwijs voor de wereld van vandaag en morgen, en die optimaal gebruik maken van elkaars mensen en middelen. De fysieke techniek campus bestaat uit twee dichtbij elkaar gelegen locaties: 1. de bestaande locatie van het Regio College aan de Cypressehout in Zaandam. Hier wordt al een breed scala techniek-gerelateerde opleidingen aangeboden. FPTC zal naar deze locatie verhuizen. De nadruk van deze locatie ligt op het reguliere mbo-onderwijs; 2. de beoogde nieuwe locatie aan Aris van Broekweg in Zaandam in combinatie met het daar reeds gevestigde Fieldlab Robotica. Tetrix Techniek en Engie ontwikkelen daar samen met het Regio College een nieuwe locatie waar de focus komt te liggen op de samenwerking met het bedrijfsleven en 'leven lang ontwikkelen' (om-, bij- en herscholen). Initiatiefnemer voor deze ontwikkeling is CTBO B.V., de moederorganisatie van Tetrix Techniek B.V. De doelgroep van de nieuwe locatie van de techniekcampus bestaat uit vmbo-leerlingen, mbo-leerlingen, zij-instromers en werknemers van technische bedrijven c.q. in technische beroepen.
Het gebouw op de nieuwe locatie zal volgens de laatste duurzaamheidseisen worden gebouwd en voorzien van meerdere energie- en klimaatconcepten, zodat het gebouw zelf onderdeel wordt van de leermiddelen. Installaties worden in het zicht geplaatst en ingezet voor inspectie en meten. Zonnepanelen worden toegevoegd. Daarmee krijgt het gebouw de functie van een veiliggestelde simulatie van de praktijk, waar opdrachten kunnen worden uitgevoerd met (duurzame) installaties en machines voor de beroepspraktijkvorming. De nieuwe locatie van de Zaancampus heeft verschillende functies: Aantrekkelijke locatie om leerlingen te enthousiasmeren voor techniek – een duurzaam gebouw vol met moderne technieken; Jongeren, zij-instromers en werknemers worden zij aan zij opgeleid.
Omgeving waar opleidingen en bedrijven samenwerken aan techniekonderwijs voor de wereld van vandaag en morgen; Ruimte voor bedrijven om hedendaagse problemen en projecten in te brengen in het onderwijsprogramma voor leerlingen; Showroom voor de modernste technieken en technologieën waarmee ook de energietransitie vorm krijgt en wat echt aansluit op de behoeften van de technici in de regio; Ontmoetingsplaats voor technische bedrijven, waar bedrijven de mogelijkheid krijgen nieuwe technologische ontwikkelingen en producten te tonen, waar technische trainingen van en met partners worden georganiseerd, waar evenementen over technische innovatie worden georganiseerd en waar sponsors met eigen naam en logo zichtbaar zijn bij hun unieke specialisatie of product; Ruimte voor start-ups om samen met de opleidingen en bedrijven te werken aan innovatie; Centrum voor Technische Bedrijfsopleidingen B.V. (CTBO B.V., de moederorganisatie van Tetrix Techniek) neemt de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling, financiering en het beheer van de nieuwe locatie. CTBO B.V. is daarmee de initiatiefnemer en is risicodrager van de realisatie van de techniekcampus. Daarnaast heeft Engie Services West (Engie) aangegeven partner te willen zijn in de ontwikkeling van duurzame (energie)installaties voor het gebouw, welke verbonden zijn met het opleidingsaanbod aan de Aris van Broekweg.
Engie wil de locatie ook inzetten als 'showcase' voor klanten, werknemers en (toekomstige) leerlingen voor moderne, duurzame technologieën in de food-, proces en maakindustrie. Daarnaast heeft een aantal andere partners van de
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
7
2021/14772
Zaancampus aangegeven bereid te zijn om machines en installaties te sponsoren voor de nieuwe locatie, als bijdrage aan de samenwerking. De opleidingen en activiteiten van de nieuwe locatie worden verzorgd door Tetrix Techniek, Engie, Regio College en de vmbo-scholen. Zij betalen voor het gebruik van het pand. Tetrix Techniek verzorgt de metaal- en elektrotechniekopleidingen en cursussen voor om-, her- en bijscholing voor zij-instromers gericht op levenslang ontwikkelen. Ook Engie gebruikt de locatie voor het levenslang ontwikkelen van het eigen personeel. Een deel van de BOL en BBL-opleidingen van het Regio College vindt op deze locatie plaats. Vmbo-activiteiten worden op deze locatie uitgevoerd in het kader van Sterk Techniek Onderwijs. Voor een ruimte van ca. 283 m² wordt nog een huurder gezocht in lijn met de ambities van de Zaancampus.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
8
2021/14772
Hoofdstuk 3 3.1
Verantwoording
Wat houdt het plan in?
De gemeente heeft geen wettelijke verplichting voor huisvesting van mbo-onderwijs. Tegelijkertijd is het van maatschappelijk belang om te zorgen dat de nieuwe locatie van de techniek campus wordt gerealiseerd, omdat deze bijdraagt aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
het terugdringen van het tekort aan goed opgeleid technisch personeel; het vergroten van baanpotentieel voor Zaanse jongeren en zij-instromers; een impuls aan technische innovatie; een duurzame showcase voor regionale bedrijven in de techniek het aantrekken van nieuwe bedrijven; publiek-private samenwerking.
Tetrix Techniek en haar voorgangers zijn als metaalopleider al 90 jaar in Zaanstad gevestigd. De economische strategie die de gemeenteraad met de Economische Structuurvisie (juni 2012) en Maak Zaanstad (juni 2016) vaststelde, gaat uit van realisatie van de benodigde diversificatie van de economische pijlers in verbinding met de kracht van de historische industriële bedrijvigheid. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het behoud en versterken van die historische economische kracht, het openen van verbindingen naar diversificatie en dus aan het behoud en vergroten van toekomstbestendige werkgelegenheid. Er wordt met het plan een publiek belang wordt gediend. De provincie Noord-Holland stimuleert campus samenwerkingen in de hele provincie, vanuit het belang van de arbeidsmarkt. Vanuit dit oogpunt heeft zij 2017 een werkambassadeur aangesteld die ook de rondetafelbijeenkomsten in de Zaancampus in 2018 heeft geïnitieerd. Daarnaast draagt de provincie financieel bij aan de Zaancampus. Het is belangrijk dat de gemeente in de Zaancampus samenwerking samen blijft optrekken met de Provincie, de bedrijven en de onderwijssector. De ontwikkeling van de nieuwe locatie voor de techniek campus draagt bij aan verschillende beleidsterreinen en gemeentelijke doelen: 1. Onderwijs: versterking technisch beroepsonderwijs; 2.
Arbeidsmarktparticipatie en werk & inkomen: de samenwerking richt zich ook op het vergroten van zij-instromers in techniek. Dit gaat om mensen die momenteel geen werk hebben, maar ook mensen van wie het beroep door automatisering mogelijk komt te vervallen. Hiervoor werkt de Zaancampus samen met UWV, Werkgevers Service Punt (WSP) en participatiebedrijf Werkom. Het vergroten van de kansen die mensen hebben in techniek, versterkt de duurzame inzetbaarheid van de Zaanse beroepsbevolking; 3. Economie: voldoende, goed opgeleide technici is een randvoorwaarde voor bedrijven om zich hier te vestigen en hier gevestigd te blijven. In de zoektocht naar een geschikte locatie voor de techniekcampus zijn verschillende locaties afgewogen. De locatie aan de Aris van Broekweg is gekozen in verband met de goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en het tijdig beschikbaar komen. Tevens is er voldoende ruimte voor parkeren. De ontwikkeling sluit aan bij het gemeentelijke streven naar het creëren van een levendige, toegankelijke en groene buurt aan de Aris van Broekweg en omgeving. Een visie voor het gebied is in voorbereiding.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
9
2021/14772
Hoofdstuk 4 4.1
Planonderbouwing
Cultuurhistorische waarden
Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze nieuwe wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Als gevolg van het verdrag van Valletta (Malta) is iedere gemeente verplicht aandacht te besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit te verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in een bestemmingsplan een beschrijving te worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betek enis voor het project Archeologische waarden Het plangebied ligt op een locatie met een zeer hoge archeologische waarde. De Aris van Broekweg bevindt zich op het westelijk deel van de 17e eeuwse Nieuwe Haven, een speciaal voor de scheepsbouw aangelegd industriegebied langs een nieuw gegraven haven die uitkwam in de Voorzaan. Langs de oevers van deze haven lagen scheepswerven en in het veld daarachter stonden houtzaagmolens.
Uit het uitgevoerde archeologisch booronderzoek (zie bijlage Archeologisch booronderzoek) zijn tot op een diepte van 2,5 meter onder maaiveld, geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied naar voren gekomen. Voor het hele perceel kan met enige zekerheid worden aangenomen dat de bodem tot een diepte van 2 tot 2,50 m onder maaiveld kan worden geroerd, omdat er binnen dat niveau geen aanwijzingen zijn voor een archeologische vindplaats. Op een dieper niveau kunnen echter wel archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het onderzoeksgebied, hoeven er geen archeologische vervolgstappen te worden genomen, aangezien volgens het bouwplan de bodem niet dieper wordt verstoord dan de bovenste 2,5 meter. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden alsnog archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt aan de gemeente Zaanstad. Historisch geografische / landschappelijke waarden Er zijn binnen het plangebied geen historisch geografische of landschappelijke waarden aanwezig. Wel grenst het plangebied aan de stedelijke hoofdgroenstructuur, die langs de Houtveldweg aan de westkant en de Albert Heijnweg aan de Zuidzijde.
De groenstructuur langs de Houtveldweg is fragmentarisch aanwezig maar kan bij toekomstige ontwikkelingen versterkt worden.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
10
2021/14772
Afbeelding 4.1: Kaart Groen en waterplan met het ‘stedelijke groen’ Gebouwde monumenten In het gebied staan geen gebouwen van architectonische waarde en geen beschermde monumenten. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de realisatie van het project. Het plan heeft wel een relatie met de stedelijke groenstructuur. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.
4.2
Stedenbouwkundige uitgangspunten
Het te realiseren gebouw voor de techniekcampus staat in de rooilijn van de Aris van Broekweg en bestaat uit drie bouwlagen met daar bovenop een technische installatieruimte. In het onderhavige bestemmingsplan is rekening gehouden met een mogelijke toekomstige uitbreiding met een vierde verdieping. De maximale bouwhoogte is in dit bestemmingsplan bepaald op 18 meter. Dit geeft een hoekaccent in hoogte aan de Houtveldweg en de Aris van Broekweg en een gezicht richting het spoor. In afbeelding 4.2 is een principedoorsnede weergegeven.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
11
2021/14772
Afbeelding 4.2: Doorsnede nieuwe situatie (bron: Rietvink Architecten) Het gebouw wordt georiënteerd op de aangrenzende Houtveldweg en Aris van Broekweg. Achter het gebouw vindt het auto- en fietsparkeren plaats. Zie afbeelding 4.3. Op de kavel van het gebouw ligt een groenstrook die grenst aan de Houtveldweg. Deze strook wordt ingericht met lage beplanting en/of gras. Naar mogelijkheden die de locatie en het ontwerp van het project toelaat, wordt zoveel als mogelijk bijgedragen aan de stedelijke groenstructuur. De parkeerplaats aan de zuidzijde van het gebouw wordt afgescheiden met een haag.
Afbeelding 4.3: Plattegrond nieuwe situatie (bron: Rietvink Architecten) Met de materialisering wordt de zijde aan de Houtveldweg verbijzonderd. Door hier veel glas vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
12
2021/14772
toe te passen zijn de interne techniekruimten zichtbaar als onderdeel van de beeldkwaliteit. Ook de kantine en entree worden geaccentueerd in kleur en met glas op vergelijkbare wijze als de techniekruimtes. Dit versterkt de verbinding tussen binnen en buiten. Zie afbeelding 4.4 en 4.5.
Afbeelding 4.4: Impressie nieuwe situatie vanaf Houtveldweg ten zuidoosten van het plangebied (bron: Rietvink Architecten)
Afbeelding 4.5: Impressie nieuwe situatie vanaf Houtveldweg ten noordoosten van het plangebied (bron: Rietvink Architecten)
4.3
Verkeer, vervoer en parkeren
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betek enis voor het project Verkeer Het plangebied ligt op circa 500 meter van het treinstation van Zaandam. Vanwege de ligging nabij de N203 is het plangebied ook per auto goed bereikbaar. Autoverkeer wordt hoofdzakelijk
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
13
2021/14772
afgewikkeld via de N203 en de Houtveldweg. Er zullen maximaal 60 leerlingen op een dag gebruik maken van de techniekcampus. Voor de nog te verhuren ruimte komen daar nog circa 15 bezoekers bij. Gelet op de ligging nabij het NS-station zal een groot deel van de bezoekers met het openbaar vervoer komen. Gelet op de bestaande intensiteiten, de capaciteit van de wegen en de beperkte verkeerstoename, worden geen knelpunten in de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied verwacht. Parkeren auto De parkeernormen die in dit gebied gelden staan in de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016. Deze parkeernormen resulteren in een parkeereis. Deze parkeereis heeft betrekking op het minimale aantal parkeerplaatsen dat de initiatiefnemer dient aan te leggen op eigen terrein. De Aris van Broekweg valt volgens de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016 onder Matig Stedelijk B. De Techniekcampus valt onder Beroepsonderwijs dag (MBO, ROC). De bijbehorende parkeernorm per 100 leerlingen/studenten bedraagt minimaal 4,4 parkeerplaatsen. De maximum bezetting per dag bedraagt niet meer dan 100 leerlingen. Met betrekking tot avondonderwijs zijn er op een gemiddelde avond ca 40 tot 50 studenten aanwezig. De parkeernorm voor avondonderwijs bedraagt minimaal 4,6 parkeerplaatsen per 10 studenten. Uitgaande van een avond bezetting van 50 zijn er minimaal 23 parkeerplaatsen noodzakelijk.
Er worden 28 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd waarmee ruimschoots voldaan aan de parkeernorm voor 'Beroepsonderwijs dag' en 'Avondonderwijs'. Parkeren fiets In de Uitvoeringsnota parkeren geldt ter plaatse van het plangebied (categorie Matig stedelijk B) op een locatie binnen 400 meter van een station, een fietsparkeernorm van minimaal 20 fietsparkeerplaatsen per 30 gelijktijdig aanwezige leerlingen/studenten. Uitgaande van maximaal 75 gelijktijdig aanwezige leerlingen in de dagperiode, geldt een minimum aantal van 50 te realiseren fietsparkeerplaatsen in de maatgevende dagperiode. Hier wordt ruimschoots aan voldaan.
4.4
Water
De watertoets is een verplicht onderdeel van een bestemmingsplan. Het is verplicht in beeld te brengen wat de effecten van de voorgenomen activiteit op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is er zoveel mogelijk op gericht om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) op een goede manier in te passen in het ontwerp. Betek enis voor het project Waterhuishouding Voor het plan is advies aangevraagd bij HHNK in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl (zie bijlage Watertoets). Door HHNK is aangegeven dat de normale procedure moet worden gevolgd in verband met de ligging van het plangebied binnen de zonering van de primaire waterkering. In dit kader is door HHNK in het kader van het wettelijk vooroverleg nader advies uitgebracht (zie paragraaf 5.1.1). De planlocatie ligt helemaal bovenstrooms in de Zaandammerpolder. De bestaande waterloop aan de zuidzijde van het plangebied heeft een waterpeil van circa NAP-1,25 meter. Op de kop van deze waterloop is een belangrijke waterinlaat aanwezig. Deze inlaat vanuit polder Westzaan zorgt voor de wateraanvoer en doorstroming naar de Zaandammerpolder en dient door de ontwikkeling niet verstoord te worden. In het plan is rekening gehouden met de inlaat. Als gevolg van het plan is geen sprake van effecten die van invloed zijn op het functioneren van de inlaat.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
14
2021/14772
Afbeelding 4.5: Indicatieve ligging inlaatduiker In de nieuwe situatie zal er een afname van verharding plaatsvinden t.o.v. de oorspronkelijke situatie. Dit betekent dat er geen compenserende waterberging noodzakelijk is. Door de stedelijke omgeving is het vanuit klimaatadaptatie positief dat er binnen het plangebied meer openbaar groen wordt gerealiseerd. De groenstrook kan als bufferzone dienen bij hevige regenbuien. Daarnaast heeft het groen een verkoelend effect bij hete zomerdagen, waardoor hittestress wordt voorkomen. Riolering De riolering dient gescheiden afgevoerd te worden. Waarbij het afstromende regenwater (vertraagd) afgevoerd kan worden op de waterloop aan de zuidzijde van het plangebied. Het DWA dient aangesloten te worden op het gemeentelijke rioolsysteem. Waterkering In de digitale watertoets werd aangegeven dat de projectlocatie het waterkering belang raakt. Bij het nader inzoomen hierop kan echter worden gesteld dat de planlocatie in de beschermingszone B van de nabij gelegen waterkering is gelegen. Voor deze zone B gelden geen beperkingen op de voorgenomen bouwontwikkeling op deze locatie.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
15
2021/14772
4.5
Ladder voor duurzame verstedelijking
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer bestemmingsplannen de treden van de ladder moet worden doorlopen. De ladder voor duurzame verstedelijking is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. Hieronder valt het bestemmingsplan. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Betek enis voor het project De behoefte aan een techniekcampus wordt deels ingegeven door de urgentie van herhuisvesting van bestaande opleidingen in Kogerveld. In verband met de gebiedsontwikkeling en voorziene woningbouw op deze locaties, is dringend behoefte aan een nieuw gebouw waarin ook aanvullende functies worden opgenomen.
Het plangebied maakt gelet op de ligging en de bestemming onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de voorwaarden van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.6
Duurzaamheid
In de uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik) van de te realiseren woningen. Duurzaamheidsaspecten waar bij de bouw van de woningen aan moet worden gedacht zijn: energiehuishouding, materiaalgebruik, watergebruik, gezondheid, comfort, toekomstbestendigheid, etc. Betek enis voor het project Het gebouw wordt een showcase van duurzame energie- en klimaatconcepten, met als doel een volledig gasloos gebouw. Om die redenen zullen onder andere een Warmte Koude Opslag monobron systeem, warmtepompen en zonnepanelen worden ingezet in het gebouw, waarbij het uitgangspunt is dat installaties in het zicht worden geplaatst en ingezet worden voor praktijkonderwijs. Daarmee krijgt het gebouw de functie van een veiliggestelde simulatie van de praktijk waar opdrachten kunnen worden uitgevoerd met (duurzame) installaties en machines voor de beroepspraktijkvorming. De installaties worden voorzien van monitoringsmogelijkheden in combinatie met een Gebouw Beheer Systeem (GBS) en Energie Beheer en Registratiesysteem (EBS) waarin cursisten de energieprestaties en functionele werking van installaties individueel en als systeem kunnen monitoren en leren hierop te participeren.
In de gesloten koop- en ontwikkelovereenkomst zijn toe te passen duurzaamheidsmaatregelen geborgd.
4.7
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen: a. bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt;
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
16
2021/14772
b. transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd; c. ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen tevens de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen waterwegen is het wettelijk kader vastgelegd het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Betek enis voor het project Provinciale weg N203 Op ongeveer 165 meter van het plangebied bevindt zich Provincialeweg N203. Een provinciale weg is, als gevolg van een besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen. Gemeenten kunnen die vrijheden inperken door het instellen van een route gevaarlijke stoffen.
De gemeente Zaanstad heeft een route gevaarlijke stoffen ingesteld. Die nieuwe route ligt op relatief grote afstand van het plangebied. Hierdoor rijden er alleen vrachtwagens met gevaarlijke stoffen in bulk over de N203 ter hoogte van het plangebied die ook daadwerkelijk in dat gedeelte van de gemeente aanwezig moeten zijn (bestemmingsverkeer). Doorgaand transport van gevaarlijke stoffen vindt alleen plaats over de A8, N516 en de N246. Het aandeel gevaarlijke stoffen dat wordt vervoerd over de N203 is hierdoor beperkt en ook de soorten gevaarlijke stoffen die worden getransporteerd zijn beperkt (alleen brandbare vloeistoffen). De transportroute Provincialeweg N203 in Zaandam beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR=10-6 risicocontour. De normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Als gevolg van de ingestelde routering van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg is de frequentie van dit transport nabij het plangebied beperkt. Er vindt alleen transport van brandbare vloeistoffen (LF2) plaats met een lage frequentie. Er is geen sprake van een significant groepsrisico (> 0,1 x OW) ter hoogte van het plangebied. Een verantwoording van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk in het kader van het te nemen ruimtelijke besluit.
Spoortracé's Amsterdam - Den Helder en Amsterdam - Uitgeest De spoortracé's Amsterdam – Den Helder en Amsterdam - Uitgeest worden niet vermeld in de bijlage van de Regeling Basisnet. Het betreft derhalve geen basisnetroute. Voor zover bekend ligt er geen reservering op het traject voor het structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulk over het tracé. Er vinden geen risicorelevante activiteiten plaats op het tracé Amsterdam – Den Helder. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.
4.8
Geluid
Op grond van de Wet geluidhinder dient de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen en spoorwegen op geluidgevoelige bestemmingen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. Tevens is in dit kader industrielawaai van bedrijven in de nabijheid en van gezoneerde industrieterreinen relevant. Betek enis voor het project Een school is een geluidgevoelige bestemming. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
17
2021/14772
verschillende wegen en de spoorlijn Zaandam - Sloterdijk. Het plangebied ligt daarnaast binnen de geluidzone van het gezoneerd industrieterrein Westpoort. Tevens is het geluid van bedrijven in de directe nabijheid van het plangebied relevant. Wegverkeerslawaai Omdat het plangebied valt binnen de geluidzone van de Albert Heijnweg, Aris van Broekweg, Daan Schijfweg, Houtveldweg, Korte Hogendijk en de Provincialeweg N203 is akoestisch onderzoek (zie bijlage Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai) uitgevoerd. Deze wegen hebben een maximum snelheid van 50 km/uur. Daarnaast is in het kader van de cumulatieve geluidbelasting de Westzanerdijk meegenomen in het onderzoek. Deze weg heeft geen geluidzone. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting vanwege de Albert Heijnweg (54 dB), Aris van Broekweg (58 dB) en de Houtveldweg (53 dB) de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder overschrijdt. Maatregelen om de geluidbelasting te beperken zijn niet doelmatig of vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet mogelijk/gewenst. Het verlenen van hogere waarden is passend binnen het gemeentelijk geluidbeleid. Na vaststelling zal het hogerewaardenbesluit worden toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt op een afstand van circa 30 meter van een spoorlijn (Zaandam-Sloterdijk). Deze spoorlijn is opgenomen in het Geluidregister Spoor.
Om die reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting als gevolg van het railverkeer (zie bijlage Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai). Uit het onderzoek volgt dat de hoogst berekende waarde 59 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt daarmee overschreden. De in de Wet geluidhinder vastgelegde uiterste grenswaarde van 68 dB wordt niet overschreden. In het onderzoek zijn mogelijke maatregelen beschouwd. Uit deze beschouwing blijkt dat maatregelen niet mogelijk of niet doelmatig zijn. Het verlenen van hogere waarden is passend binnen het gemeentelijk geluidbeleid. Na vaststelling zal het hogerewaardenbesluit worden toegevoegd als bijlage bij de toelichting. Industrielawaai Direct naast de gewenste campus is het bedrijf Dorjee Beheer B.V. aan de Aris van Broekweg 5 gelegen. De activiteiten van dit bedrijf vallen binnen de categorie 'Fabriek voor speciaal gereedschappen en werktuigen'. Daarnaast is de gewenste campus gelegen binnen de invloedsfeer van het geluidgezoneerde industrieterreinen Westpoort en Achtersluispolder Westerspoor Zuid. Naar deze geluidbronnen is akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage Akoestisch onderzoek industrielawaai).
Uit het onderzoek is gebleken dat voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximaal geluidniveau aan de richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied en dat bedrijven niet in de belangen worden geschaad. Cumulatieve geluidbelasting Door middel van een beschouwing van alle geluidbronnen samen is de cumulatieve geluidbelasting inzichtelijk gemaakt (zie bijlage Akoestisch onderzoek cumulatieve geluidbelasting). De gemeente Zaanstad hanteert een maximale gecumuleerde grenswaarde die 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarden. Deze 3 dB komt overeen met een verhoging van de geluidsbelasting die als significant hoger wordt ervaren. In die gevallen kan of niet gebouwd worden of er worden oplossingen gezocht worden met dove gevels. Hierbij is de bronsoort met de maximale grenswaarde maatgevend. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 66,0 dB. Dit valt binnen het 3 dB criterium aangezien de hoogste maximaal toegestane ontheffingswaarde 68 dB bedraagt (railverkeerslawaai). Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbare situatie.
Tevens wordt met het bouwplan voldaan aan de vereiste karakteristieke geluidwering uit het Bouwbesluit. vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
18
2021/14772
4.9
Luchtkwaliteit
In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer (Wet Luchtkwaliteit) zijn de normen voor luchtkwaliteit opgenomen. In artikel 5.16 en 5.16a Wet milieubeheer staat hoe het onderwerp luchtkwaliteit bij planvorming in acht genomen dient te worden. Op basis hiervan kunnen projecten worden uitgevoerd indien: de grenswaarden uit bijlage II van de Wet milieubeheer niet worden overschreden, of, de luchtkwaliteit per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, of het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Betek enis voor het project In het plangebied zal een school worden gebouwd. Voor de techniekcampus is met behulp van de NIBM-tool de bijdrage van de te verwachten extra verkeersgeneratie op de luchtkwaliteit berekend. Er is (worst-case) gerekend met maximaal 100 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. In onderstaande tabel is het resultaat van de berekening opgenomen.
Uit de berekeningsresultaten blijkt, dat de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de nieuwbouw van de school als niet in betekenende mate kan worden beschouwd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.10 Geur In deze paragraaf is bekeken in hoeverre er – met het oog op mogelijke geurhinder – sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hierbij wordt ingegaan op de volgende aspecten: Zijn er geurgevoelige objecten voorzien? Zijn deze geurgevoelige objecten standaard, minder of minst geurgevoelige objecten? Zijn er bedrijven die geur veroorzaken ter plaatse van het plangebied? Is deze geurbelasting aanvaardbaar? Als we alles in ogenschouw nemen is er dan sprake van een goed of aanvaardbaar woonen leefklimaat? Zaans geurbeleid vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
19
2021/14772
Geur is in de gemeente Zaanstad een belangrijk onderwerp, wat de reden is dat het Zaans geurbeleid is vastgesteld door de gemeenteraad (14 juli 2016). Voor een aantal bedrijven in de omgeving van het plangebied is de provincie Noord Holland bevoegd gezag. Voor de toetsing of er in het plangebied sprake is van een goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat is het Zaans geurbeleid van toepassing. Hiervoor is het niet van belang of een bedrijf onder provinciaal of gemeentelijk gezag valt. Het Zaans geurbeleid gaat uit van een streefkwaliteit. Uitgangspunt voor deze streefkwaliteit is een situatie waarin er geen ernstige geurhinder meer is en waarin het aantal geurgehinderden 12% of minder is. Het Zaans geurbeleid heeft als doel het op termijn behalen van de streefkwaliteit. De geurbelasting wordt uitgedrukt in een zogenaamde ‘hedonische waarde’ (afgekort als H). Deze waarde duidt de (on-)aangenaamheid van geur uit. De mate van geurhinder is afhankelijk van de onaangenaamheid van een geur (hedonische waarde) maar ook van de geur concentratie (het aantal odour-units/m3). De geurbelasting geldt voor continue en discontinue bronnen voor alle typen geurgevoelige objecten.
In het Zaans geurbeleid wordt gebruik gemaakt van 2 onderscheidende hedonische waarden: Licht onaangename geur: H=-1 Onaangename geur: H=-2 De concentratie waarin een geur onaangenaam wordt verschilt per soort geur: voor de meeste mensen is chocolade (cacao) een lekkere geur, wanneer deze té overheersend wordt – zoals in sommige delen van Zaanstad regelmatig het geval is – is het echter niet meer prettig. Deze geurconcentratie wordt in odourunits per m3 uitgedrukt (OUE/m3). Elke geur wordt in verschillende concentraties waargenomen, waarbij de concentratie in de lucht en de onaangenaamheid ook verschilt. Dit is de reden dat er volgens het Zaans geurbeleid per bedrijf, aan de hand van de overheersende geuruitstoot, bepaald is welke geurconcentratie bij welke hedonische waarde (geurbelasting) hoort. Zo kan elke geur(concentratie) ‘teruggerekend’ worden naar de geurbelasting die daarbij hoort. Volgens het geurbeleid verschillen objecten in gevoeligheid voor geur het onderscheid is als volgt: standaard gevoelige objecten, minder geurgevoelige objecten en minst geurgevoelige objecten. Voor de standaard gevoelige objecten, zoals woningen, geeft de concentratie horend bij H=-1 van continue bronnen de streefkwaliteit weer. Is een object minder geurgevoelig, dan is de toegestane geurconcentratie hoger. Het Zaans geurbeleid maakt onderscheidt in: 1.
Standaard geurgevoelige objecten, zoals woningen; 2. Minder geurgevoelige objecten, zoals horeca en maatschappelijke functies; 3. Minst geurgevoelige objecten, zoals bedrijven. Op grond van het geurbeleid geldt dat bij standaard en minder geurgevoelige objecten de H=-2 contour niet mag worden overschreden. Er mag dus geen sprake zijn van ernstige geurhinder. Het beleid is te vinden op de website van de gemeente Zaanstad www.zaanstad.nl Betek enis voor het project 1. Wat wordt er mogelijk gemaakt en zijn dat geurgevoelige objecten? De ontwikkeling betreft de realisatie van een school. Dit object wordt beschouwd als een minder geurgevoelige object. Nu er sprake is van een geurgevoelige object, is de vervolgvraag of er relevante geurhinder te verwachten is. 2. Zijn er bedrijven die geurhinder veroorzaken in of nabij deze ontwikkeling? Aan de hand van de richtafstanden voor geur uit de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering, milieuvoorschriften, geuronderzoek en eventuele geurklachten is bepaald welke bedrijven geurhinder kunnen veroorzaken ter plaatse van deze ontwikkeling. De resultaten van deze inventarisatie zijn opgenomen in onderstaande tabel en worden hierna toegelicht. Tabel 4.1: Onderzochte bedrijven
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
20
2021/14772
Uit de tabel blijkt dat de projectlocatie binnen de richtafstand voor geur van twee nabijgelegen geur veroorzakende bedrijven ligt. Het bedrijf Dorjee Op circa 18 meter afstand van de locatie van de voorgenomen ontwikkeling bevindt zich het bedrijf Dorjee. Dit is een fabriek voor Speciaalgereedschappen en –Werktuigen. Op basis van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” uitgave 2009 heeft het bedrijf een Sbi-code 2561, 3311.1 ‘Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:- algemeen ‘ met een richtafstand van 30 meter voor het aspect geur voor een gemengd gebied. Voor de voorgenomen planlocatie overschrijdt het bedrijf de richtafstand tot de geurgevoelige objecten. Maar het bedrijf valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Het is een type B bedrijf. In het Activiteitenbesluit zijn geurbeperkende maatregelen voor de bedrijfsactiviteiten voorgeschreven. Het bedrijf dient zich hieraan houden. Daarnaast zijn er geen concrete plannen van het bedrijf bekend, waarmee relevante geurhinder zal kunnen worden veroorzaakt. Geur vanwege dit bedrijf is daarom geen belemmering voor de realisatie van de techniekcampus (minder geurgevoelige object). Het bedrijf Bosma & Bronkhorst Bosma & Bronkhorst ligt aan de Aris van Broekweg 5a/5b/7/12/14. De afstand tussen het bedrijf en het plangebied van de techniekcampus is circa 40 meter.
Het gebouw van de techniekcampus wordt op 50 meter afstand van het bedrijf gerealiseerd. In paragraaf 4.13 is ingegaan op de verschillende bedrijfsactiviteiten die ter plaatse van de verschillende deellocaties zijn toegestaan en de daarbij behorende richtafstand voor geur. Hieruit volgt dat de maximale richtafstand 30 meter bedraagt. Deze richtafstand wordt niet overschreden. Aanvullend wordt opgemerkt dat het bedrijf valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Het is een type B bedrijf. In het Activiteitenbesluit zijn geurbeperkende maatregelen voor de bedrijfsactiviteiten voorgeschreven. Het bedrijf dient zich hieraan houden. Daarnaast zijn er geen concrete plannen van het bedrijf bekend, waarmee relevante geurhinder zou kunnen worden veroorzaakt. Geur vanwege dit bedrijf is daarom geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen school (minder geurgevoelige object). Conclusie Geur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.11 Bodem In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betek enis voor het project Door Antea is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage Verkennend
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
21
2021/14772
en nader bodemonderzoek). De bodem op het gehele terrein is heterogeen licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en lokaal in de ondergrond ook met asbest. Voor de voorgenomen werkzaamheden is het derhalve noodzakelijk om maatregelen te treffen in het kader van de Wet bodembescherming zoals het opstellen van een BUS-melding. Op het zuidwestelijk terreindeel is sprake van een sterke grondwaterverontreiniging met barium van beperkte omvang. Op het oostelijk terreindeel is bij sloopwerkzaamheden een door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied als zorgplichtige aangemerkte verontreiniging ontstaan. Hier is de schone aangebrachte zandlaag met een dikte van circa 0,4 m geroerd geraakt met gebiedseigen (verontreinigde) grond. De geroerde toplaag dient hier te worden verwijderd. Op basis van de bevindingen van voorliggend onderzoek wordt geconcludeerd dat de bodem tot 0,3 à maximaal 0,5 m -mv. geroerd geraakt is als gevolg van de sloopwerkzaamheden. Bij het verkennend onderzoek is geconcludeerd dat de grond ten aanzien van PFOS/PFOA voldoet aan de klasse landbouw/natuur. Op basis van deze gegevens kan de grond worden afgevoerd worden naar een erkende verwerker. Voor de voorgenomen herontwikkeling is het in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk een BUS-melding in te dienen bij het bevoegde gezag.
Graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging dienen te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerde aannemer (BRL SIKB 7001) en onder milieukundige begeleiding (BRL SIKB 6001). In het kader van de door de Omgevingsdienst aangewezen zorgplichtige verontreiniging op het oostelijke deel zal een plan van aanpak moeten worden gediend met een beschrijving van de sanering. Omdat de deze grond in het kader van het bouwrijp maken van het terrein al ontgraven dient te worden, wordt aanbevolen om in overleg met de Omgevingsdienst af te stemmen de sanering medio 2021 uit te voeren om te voorkomen dat de bouwkuip onder water komt te staan. Deze sanering kan worden gecombineerd met de sanering op het westelijk deel. Na sanering is de bodem geschikt is voor de nieuwe functie. In de exploitatie van het plan is rekening gehouden met de kosten voor sanering, waardoor de financiële uitvoerbaarheid niet in het geding is.
4.12 Natuur In de natuurwetgeving worden gebiedsbescherming en soortenbescherming onderscheiden. Beide beschermingsregimes zijn van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van een gebied. De soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. Hierin zijn verschillende beschermingsregimes voor soorten aangewezen. Betek enis voor het project Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in de nabijheid van een aantal Natura 2000-gebieden: Polder Westzaan (circa 1 kilometer afstand); Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske (circa 3 kilometer afstand) Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder (circa 4 kilometer afstand). Gezien de afstand, de tussenliggende bebouwing en de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Gezien de toename van stikstofemissie in zowel de gebruiksfase als aanlegfase zijn stikstofberekeningen met het programma Aerius uitgevoerd (zie bijlage Onderzoek stikstofdepositie). Uit deze berekeningen volgt dat de maximale projectbijdrage van de aanleg en het gebruik van de gebouwen 0,00 mol/ha/jaar bedraagt op de meest dichtbijgelegen stikstofgevoelige habitattypen.
De stikstofdepositie die uitvoering van de plannen zal veroorzaken vormt een zodanig gering percentage van de kritische depositiewaarde van de meest kritische ter plaatse voorkomende stikstofgevoelige habitattypen, dat er ecologisch gezien geen zichtbare of meetbare effecten zullen optreden en er zeker geen sprake is van significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
22
2021/14772
zouden kunnen komen. Het plangebied bevindt zich niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of weidevogelleefgebied. Externe werking is niet aan de orde. Deze gebieden liggen op ruime afstand van het plangebied. De bepalingen van de Provinciale Ruimtelijke Verordening worden niet overtreden en derhalve is geen vervolgprocedure noodzakelijk. Soortenbescherming Gelet op de huidige situatie van het plangebied is het redelijkerwijs niet te verwachten dat er beschermde soorten in het plangebied of directe omgeving kunnen voorkomen. Een nader onderzoek naar beschermde flora en fauna wordt niet noodzakelijk geacht. Wel is de zorgplicht van kracht waarvoor onderstaande algemene uitgangspunten gelden: Voor alle in het wild levende soorten en hun leefomgeving geldt de zorgplicht. Teneinde de zorgplicht na te leven kan men voorafgaand aan de werkzaamheden de volgende praktische richtlijnen hanteren: Zorg dat de werkzaamheden binnen het plangebied plaatsvinden. Mocht er tijdens de uitvoer van het werk onverhoopt bijzonderheden worden aangetroffen, raadplaag een inzake deskundige; Om schade aan broedsels te voorkomen dient buiten het broedseizoen te worden gewerkt. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen komen voor.
Het is mogelijk om tijdens het broedseizoen te werken wanneer maatregelen zijn genomen om broedgevallen te voorkomen of wanneer een inspectie door een deskundige uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn; lle aanwezige bebouwing, vegetatie of bodemmateriaal kan gefaseerd verwijderd worden. Dit geeft aanwezige fauna de kans om in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten; Bij ecologisch gevoelige werkzaamheden kan zodanig worden gewerkt dat richting te behouden leefgebied van aanwezig fauna wordt gewerkt en dieren niet ingesloten raken en (meer) kans hebben te vluchten. Bij bouwwerkzaamheden moet voorkomen worden dat 's nachts met sterke bouwverlichting wordt gewerkt in de actieve periode van vleermuizen (globaal maart t/m november).
4.13 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: woonfuncties (of andere milieugevoelige functies) nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. Betek enis voor het project In de omgeving van het plangebied zijn verschillende bedrijven aanwezig.
De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven en gevoelige functies met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
23
2021/14772
ruimtelijke ordening. De richtafstanden uit de VNG-brochure gelden tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van de milieugevoelige functie. Een school is een gevoelige functie. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-brochure een gebied met matige tot sterke functiemenging. Gelet op de aanwezigheid van diverse bedrijven in combinatie met de ligging naast de provinciale weg N203 en de spoorweg is ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving sprake van een gemengd gebied. Bedrijfsverzamelgebouw Het Blauwe Pand - Aris van Broek weg 2 Tegenover het plangebied is aan de Aris van Broekweg 2 een bedrijfsverzamelgebouw (Het Blauwe Pand) aanwezig waarin verschillende maatschappelijk betrokken maak- en dienstbedrijven gevestigd zijn. Het betreft activiteiten in maximaal categorie 2 waarvoor een richtafstand van 10 meter tot de school geldt. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Het bestemmingsplan staat geen zwaardere categorie bedrijven toe. Benzineservicestation Avia Zaandam - Aris van Broek weg 2a/2b Het benzineservicestation van Avia Zaandam is aan de Aris van Broekweg 2a/2b gevestigd. Het bedrijf valt in de SBI-bedrijfscategorie 473.3 "Benzineservicestation zonder LPG".
Het betreft een categorie 2 bedrijf waarvoor een richtafstand van 10 meter tot de school geldt. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Het bestemmingsplan staat ter plaatse uitsluitend een verkooppunt van motorbrandstoffen zonder LPG-vulpunt toe. Club Baccara - Aris van Broek weg 4 Aan de Aris van Broekweg 4 is een seksinrichting (Club Baccara) gevestigd. Voor dit bedrijf (SBI 9609, persoonlijke dienstverlening n.e.g.) geldt binnen gemengd gebied geen richtafstand tot gevoelige objecten. Het bestemmingsplan staat binnen de ter plaatse geldende bestemming Gemengd uitsluitend activiteiten in maximaal caterogie 2 toe. Aan de hierbij behorende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied wordt voldaan. Aris van Broek weg 4a, 6 en 8 Bij de panden aan de Aris van Broekweg 4a, 6 en 8 zijn bij de Omgevingsdienst in de huidige situatie geen bedrijfsactiviteiten bekend. Het bestemmingsplan ter plaatse van Aris van Broekweg 4a staat bedrijven tot en met categorie 3.1 toe. Voor bedrijven in categorie 3.1 geldt een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt tot aan de school niet voldaan. Omdat er ter plaatse geen categorie 3.1 bedrijf aanwezig is en de visie van de gemeente is om het gebied te laten verkleuren tot woon-werkgebied vormt de bestemming geen belemmering voor de ontwikkeling van de techniekcampus.
Voor de percelen Aris van Broekweg 6 en 8 geldt dat het bestemmingspaln maximaal bedrijven in categorie 2 toestaat. Aan de bijbehorende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied wordt voldaan. Sporthuis Helling - Aris van Broek weg 10 Sporthuis Helling aan de Aris van Broekweg 10 is een sportwinkel in bedrijfscategorie 1 (SBI 47: Detailhandel n.e.g.). Voor dit bedrijf (SBI 9609, persoonlijke dienstverlening n.e.g.) geldt binnen gemengd gebied geen richtafstand tot gevoelige objecten. Dorjee - Aris van Broek weg 5 Ten westen van het plangebied, aan de Aris van Broekweg 5, is het bedrijf Dorjee gevestigd. Het betreft een fabriek voor speciaalgereedschappen en - werktuigen dat in de categorie SBI
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
24
2021/14772
2561, 3311.1 valt (metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven). De activiteiten vallen onder categorie 3.2 waarvoor binnen gemengd gebied een richtafstand geldt van 50 meter tot gevoelige objecten. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan. Om die reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van dit bedrijf. Zie paragraaf 4.8. Uit het onderzoek is gebleken dat voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximaal geluidniveau aan de richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied en dat bedrijven niet in de belangen worden geschaad. Bosma en Bronk horst - Aris van Broek weg 5a, 5b, 7 12 en 14 Voor de locatie Aris van Broekweg 5a-5b geldt een maatbestemming waarbij in aanvulling op categorie 1 en 2 bedrijven ook bedrijfsactiviteiten in categorie 3.2 zijn toegestaan voor zover deze vallen binnen de SBI-code 251, 331 onder 1, te weten een constructiewerkplaats in een gesloten gebouw. Een constructiewerkplaats heeft in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 10 meter voor het aspect geur, gevaar en stof en 50 meter voor geluid. Er wordt voldaan aan deze richtafstanden.
Voor de locatie Aris van Broekweg 7 geldt eveneens een maatbestemming waarbij in aanvulling op categorie 1 en 2 bedrijven ook bedrijfsactiviteiten in categorie 3.1 en 3.2 zijn toegestaan voor zover deze vallen binnen de SBI-codes 310122 en 162.0. SBI-code 310122 heeft betrekking op de vervaardiging van bedrijfsmeubels (geen interieurbouw of stoelen). Voor deze bedrijfsactiviteiten geldt een maximale richtafstand van 50 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. SBI-code 162.0 heeft betrekking op timmerwerkfabrieken en vervaardigen van overige artikelen van hout. Voor deze bedrijfsactiviteiten geldt een maximale richtafstand van 50 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Op 4 mei 2021 is vergunning verleend voor de realisatie van: Machine- en apparatenbouw, vervaardigen van machines en apparaten; Plaat- en constructiewerkzaamheden en metaalcoating; Opleiding centrum- bedrijfsschool; Robotica (vervaardigen applicaties met behulp van robots). De machine- en apparatenbouw met een p.o. < 2000 m² heeft in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' de SBI-code 27,28,33. Voor deze activiteiten geldt binnen gemengd gebied een richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur, stof, gevaar en 50 meter voor het aspect geluid. Hiermee valt de activiteit onder categorie 3.1 bedrijfstypen.
De plaat- en constructiewerkzaamheden in een gesloten gebouw heeft in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' de SBI-code 251.331-1. Voor deze activiteiten geldt binnen gemengd gebied een richtafstand van 10 meter voor de aspecten geur, stof, gevaar en 50 meter voor het aspect geluid. Hiermee valt de activiteit onder categorie 3.1 bedrijfstypen. Metaalcoating activiteit is vergelijkbaar met een metaaloppervlakte behadelingsbedrijf. Een metaaloppervlakte behandelingsbedrijf –algemeen heeft in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' de SBI-code 2561, 3311-1. Voor deze activiteiten geldt binnen gemengd gebied een richtafstand van 30 meter voor de aspecten geur, stof, gevaar en 50 meter voor het aspect geluid. Hiermee valt de activiteit onder categorie 3.2 bedrijfstypen. De functie opleidingscentrum – bedrijfsschool is vergelijkbaar met beroepsonderwijs en heeft in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' de SBI-code 8531. Voor deze activiteiten geldt binnen gemengd gebied een richtafstand van 0 meter voor geur, stof en gevaar en 10 meter voor het aspect geluid. Hiermee valt de activiteit onder categorie 2 bedrijfstypen. Een robotica-activiteit (vervaardigen applicaties met behulp van robots) valt onder elektrotechnische industrie n.e.g. en heeft in de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' de SBI-code 293.
Voor deze activiteiten geldt binnen gemengd gebied een richtafstand 0 meter vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
25
2021/14772
voor de aspecten stof en gevaar en 10 meter voor de aspecten geluid en geur. Hiermee valt de activiteit onder categorie 2 bedrijfstypen. Volgens de toets van het bestemmingsplan mag op deze locatie bedrijvigheid met een vergelijkbare milieucategorie 3.1 en 3.2 zich vestigen. Uit bovenstaande toetsing van de activiteiten aan de richafstanden uit de VNG-brochure blijkt dat de aangevraagde activiteiten maximaal onder categorie 3.2. bedrijfstypen vallen. De activiteiten op de locatie Aris van Broekweg 7 hebben binnen gemengd gebied een maximale richtafstand van 30 meter voor de aspecten geur, gevaar en stof en 50 meter voor het aspect geluid. Op circa 55 meter afstand van deze locatie van het bedrijf bevinden zich woningen van derden aan de Korte Ringweg 2, 4 en 6. Deze woningen zijn maatgevend voor de milieubelasting van het bedrijf. Het bedrijf moet op de gevel van de woningen aan de Korte Ringweg aan de grenswaarden zoals het opgenomen in het Activiteitenbesluit voldoen. De afstand tussen het bedrijfsgebouw aan de Aris van Broekweg 7 en de perceelgrens van de techniekcampus is circa 100 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden.
Voor de locatie Aris van Broekweg 12-14 geldt dat het bestemmingsplan bedrijven in categorie 1 en 2 toestaat voor zover deze zijn opgenomen in de van de planregels deel uitmakende bijlage 'Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijventerreinen', danwel bedrijven die die naar aard en invloed hiermee gelijk kunnen worden gesteld. Voor deze bedrijfsactiviteiten geldt een maximale richtafstand van 10 meter in gemengd gebied. De afstand tussen deze locatie en de plangrens van het bestemmingsplan 'Techniekcampus Zaandam' is circa 80 meter. Er wordt ruimschoots voldaan aan de richtafstand. Aanvullend geldt dat voor deze locatie de woningen aan de Westzanerdijk 49 t/m 77 de maatgevende gevoelige functies zijn. De techniekcampus wordt op grotere afstand van de bedrijfslocatie gerealiseerd dan deze bestaande woningen. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de bedrijfsactiviteiten een goed verblijfsklimaat ter plaatse van de techniekcampus niet in de weg en het bedrijf Bosma en Bronkhorst als gevolg van het plan niet wordt beperkt in de bedrijfsactiviteiten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat, met uitzondering van het bedrijf Dorjee, voor de bedrijven in de directe omgeving van het plangebied wordt voldaan aan de richtafstanden binnen gemengd gebied.