Toelichting bestemmingsplan Sportpark Hoornseveld
Tekst van het document
4.17 Afweging naar aanleiding van het milieueffect De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Door het college van B&W van de gemeente Zaanstad dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat. vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
25
2021/6246
Betekenis voor het project De voorgenomen ontwikkeling richt zich op de intensivering van een bestaand sportpark. Een dergelijke ontwikkeling zou aangemerkt kunnen worden als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals genoemd onder van D11.2 van bijlage D van het Besluit m.e.r., maar blijft ruimschoots onder de drempelwaarde, zoals opgenomen in kolom 2 van D11.2. Het plangebied is circa 15 hectare groot. Omdat de ontwikkeling onder de drempelwaarde blijft, is alleen een vorm-vrije-m.e.r.-beoordeling nodig. De vorm van een vorm-vrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III bij de EU-richtlijn m.e.r.). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. 2. 3.
Kenmerken van het project. Plaats van het projecten. Kenmerken van het potentiële effect.
Onderstaand worden de onderdelen nader toegelicht. 1. Kenmerken van de projecten Het huidige Sportpark Hoornseveld zal transformeren tot een multifunctioneel sportpark met verschillende verenigingen en een zwembad. Het brutovloeroppervlak aan gebouwen zal toenemen van circa 4.900 m2 naar circa 12.500 m2. 2. Plaats van de projecten Op het bestaande Sportpark Hoornseveld zijn de volgende verenigingen aanwezig: een voetbalvereniging, korfbalvereniging, tennisvereniging, schietsportvereniging en handboogschietvereniging. Aan de oostzijde van de locatie bevindt zich Zalencentrum De Tulp. Het plangebied is omsloten door drukke verkeerswegen en ligt op 400 meter afstand van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld. Het Sportpark Hoornseveld is verouderd. Op het sportpark zijn diverse gebouwen en bouwwerken aanwezig waaronder sportaccommodaties, een dienstgebouw en een tribune. In totaal betreft het circa 4.900 m2 brutovloeroppervlak. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de Prins Bernhardweg (A7) en tussen deze weg en de Sportlaan is tankstation Esso gevestigd. 3. Kenmerken van het potentiële effect De te verwachten milieueffecten van het plan zijn onder te verdelen in de effecten vanuit de verkeersaantrekkende werking en de effecten van het toekomstig gebruik op de omgeving.
De effecten zijn onderzocht in het kader van de onderzoeken die voor het bestemmingsplan zijn uitgevoerd. De intensivering van het gebruik van het sportpark leidt niet tot een significant nadelig effect op de luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.11) en ook niet tot een significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van nabijgelegen natuurgebieden (zie paragraaf 4.14). Er wordt geen negatief effect verwacht op de waterhuishouding en de kwaliteit van de bodem aangezien geen sprake is van lozing of bodembedreigende activiteiten. Daarnaast zorgt de realisatie van het plan niet voor negatieve effecten met betrekking tot geluid- en lichthinder op de omgeving (zie paragraaf 4.15). De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen voor de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-brochure een gebied met matige tot sterke functiemenging. Het plangebied en de omgeving wordt gekenmerkt door een diversiteit aan functies en infrastructuur. Om die reden wordt het plangebied als gemengd gebied aangemerkt.
Voor een veldsportpark met verlichting geldt conform de VNG-brochure een richtafstand van 50 m ten opzichte van een rustige woonwijk en 30 m ten opzichte van woningen in een gemengd gebied. Aan deze afstand wordt ten opzichte van woningen en andere gevoelige functies in de omgeving rondom het plangebied voldaan. Er worden bovendien led-armaturen toegepast waarmee lichtuitstraling buiten het sportpark wordt voorkomen. vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
26
2021/6246
De herontwikkeling van het sportpark leidt niet tot negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving rondom het plangebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het project geen significante negatieve milieueffecten met zich meebrengt. Het plan is niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportageprocedure voor dit plan moet worden doorlopen. Wel wordt opgemerkt dat een plan m.e.r. voor Kogerveldwijk wordt voorbereid. Sportpark Hoornseveld maakt onderdeel uit van dit veel grotere gebied waar de komende jaren ook diverse andere projecten zullen worden uitgevoerd. Dit bestemmingsplan heeft echter geen noemenswaardige milieueffecten en heeft in zoverre geen invloed op het milieueffectrapport voor Kogerveldwijk.
4.18 Gezondheid Voor veel mensen is gezondheid een van de belangrijkste dingen in hun leven, zo niet het belangrijkste. Een goede gezondheid is namelijk een belangrijke randvoorwaarde voor een plezierig leven. Het is belangrijk dat Zaankanters zich gezond voelen, lekker in hun vel zitten en mee kunnen doen. Dit staat centraal in de door de gemeenteraad vastgestelde Zaanse Visie op Gezondheid van juli 2019. Verkeer en parkeren De gemeente Zaanstad zet in op lopen, fietsen en het bestaand openbaar vervoer. Door de aanleg van nieuwe veilige loop- en fietsroutes naar het sportpark wordt gestimuleerd dat bezoekers met niet geautomatiseerde vervoer naar de bestemming komen, maar bezoekers kunnen natuurlijk wel met geautomatiseerd vervoer blijven komen. Luchtkwaliteit Luchtverontreiniging van het wegverkeer is schadelijk voor de gezondheid. Niet iedereen heeft evenveel last van luchtverontreiniging. Dat komt omdat mensen verschillend reageren op luchtverontreiniging. Sommige mensen zijn er gevoeliger voor en krijgen sneller gezondheidsklachten. Vooral oudere mensen, kinderen en mensen met een hart- of longaandoening zijn extra gevoelig voor vervuilende stoffen in de lucht. De in de wet vastgestelde grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide geven niet de grens aan tussen ongezond en veilig. De afstand tot de weg is daarvoor een betere maat.
Kinderen die dichtbij een snelweg wonen of naar school gaan hebben gemiddeld meer chronische luchtwegklachten en een lagere longfunctie dan kinderen die op grotere afstand van een snelweg wonen. Deze gezondheidsrisico's zijn groter zijn naarmate de afstand tot de weg kleiner is. Om maximale gezondheidswinst te behalen tijdens het sporten is het wenselijk om voor zo goed mogelijke luchtkwaliteit te zorgen. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de Prins Bernhardweg (A7). De afstand tussen de snelweg en het plangebied is circa 200 m. Op dit moment zijn er geen richtlijnen voor afstand tussen een drukke weg en sportfaciliteiten. Ondanks dat sportfaciliteiten niet direct als gevoelige bestemming worden aangemerkt zal hiermee bij de herinrichting van het sportpark rekening worden gehouden. Plekken waar intensief gesport wordt, worden indien mogelijk verder van de snelweg gerealiseerd. Kunstgrasvelden Gebruik van rubbergranulaat in kunstgrasvelden heeft enkele jaren geleden tot onrust en vragen geleid. Het RIVM heeft toen onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico's en later ook naar de milieubelasting. Bij de aanleg van nieuwe sportvelden zal het bestaand beleid worden uitgevoerd. Hitte, smog en zonbescherming Sporten in warm weer, smogvorming en blootstelling aan UV-straling kunnen gezondheidsrisico's met zich meebrengen. Kinderen, ouderen en chronisch zieken zijn extra
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
27
2021/6246
kwetsbaar voor negatieve gezondheidseffecten van hitte. Hier zal bij de inrichting van het sportpark rekening mee gehouden worden. Zo kan er gedacht worden aan het realiseren van voldoende schaduwplekken voor sporters en toeschouwers, goede zonwering in gebouwen en voldoende watertappen. Duurzaamheid en klimaatadaptatie Bij klimaatadaptatie en duurzame keuzes zullen ook gezondheidsaspecten worden meegewogen. Zo zijn bomen gunstig voor schaduwplekken op het sportpark. Bij het kiezen van een groene inrichting van het sportpark worden gezondheidsaspecten meegenomen, zoals de keuze voor soorten die voor minder hooikoortsklachten zorgen. Bij het realiseren van nieuwbouw zullen punten als binnenluchtkwaliteit en ventilatie zo mogelijk ook meegewogen worden. Gezonde sportomgeving Een gezonde sportomgeving draagt bij aan een gezonde leefstijl. Zo spelen sportlocaties een belangrijke rol in het stimuleren van gezond gedrag bij de leden en bezoekers, veelal kinderen. Bij het realiseren van het sportpark zal aandacht worden besteed aan een gezonde sportomgeving, zoals een rookvrij terrein, een gezonde sportkantine waar gezond eten en dranken wordt verkocht en voldoende water tappunten. Conclusie Het sportpark heeft als belangrijkste doel om de gezondheid van de Zaankanters te bevorderen.
Hiermee wordt ook invulling gegevens aan de door de gemeenteraad vastgestelde Zaanse Visie op Gezondheid van juli 2019.
4.19 Economische uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Bro is een grondexploitatieregeling opgenomen, waardoor gemeenten in tegenstelling tot de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) over meer mogelijkheden voor kostenverhaal beschikken. Naast de grondexploitatieregeling biedt de wetgeving aan de gemeente meer sturingsmogelijkheden doordat zij in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels kunnen stellen. Dit kan gebeuren met het privaatrechtelijke spoor (anterieure of posterieure overeenkomsten) of met een exploitatieplan. Een combinatie van beide is ook mogelijk. Een exploitatieplan is niet nodig bij een bestemmingsplan met enkel conserverende bestemmingen of wijzigingsbevoegdheden. Een exploitatieplan is ook niet nodig als het kostenverhaal op een andere manier verzekerd is, bijvoorbeeld door anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Artikel 6.12 van de Wro schrijft voor dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Met het tweede lid van dit artikel kan worden afgeweken van de plicht een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten op een andere manier verzekerd is. Voor de kosten voor de herontwikkeling van het sportpark heeft de gemeenteraad budget vrijgemaakt.
Om deze reden is een exploitatieplan niet nodig en wordt de financiële uitvoerbaarheid van de herontwikkeling van het sportpark voldoende gewaarborgd.
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
28
2021/6246
Hoofdstuk 5 5.1
Participatie
Overleg met overheden en diensten
Voor het vaststellen van het bestemmingsplan doorloopt de gemeente Zaanstad niet alleen het reguliere bestemmingsplantraject, waarin overheden en belangenorganisaties geraadpleegd worden conform artikel 3.1.1 Bro en belanghebbenden de gelegenheid krijgen om zienswijzen in te dienen. De gemeente Zaanstad hecht, ook vanuit het gedachtegoed van de Omgevingswet en de wijze waarop plannen vanuit deze wetgeving vormgegeven worden, waarde aan een bredere consultatie. In de onderstaande paragrafen worden de verschillende vormen van participatie toegelicht. Ook worden de verschillende groepen aangehaald met wie contact geweest is in deze periode. 5.1.1
Wettelijke overlegpartners en andere vaste overlegpartners
Op grond van artikel 3.1.1 Bro dienen burgemeester en wethouders bij een nieuw bestemmingsplan te overleggen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Daarnaast zijn er een aantal andere vaste overlegpartners aan wie het ontwerpbestemmingsplan wordt voorgelegd. Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg (artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening) toegezonden aan de volgende instanties: Provincie Noord-Holland Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier GGD Zaanstreek Waterland Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland/ Brandweer De Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland heeft aangegeven geen aanvullende opmerkingen te hebben. Provincie Noord-Holland heeft aangegeven omdat het om een binnenstedelijke locatie gaat ook geen inhoudelijke opmerkingen te hebben. Van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en GGD Zaanstreek Waterland zijn inhoudelijke reacties ontvangen.
Daarnaast is het ontwerpbestemmingsplan aan de volgende vaste overlegpartners gezonden: Gasunie Natuur- en milieufederatie NH Tennet Alliander Landschap NH PWN KPN Kontakt Milieubeheer Zaanstreek Prorail Door Prorail en Alliander is aangegeven dat zij geen aanleiding zien voor het geven van opmerkingen op het plan. Gasunie heeft een zienswijze ingediend. In de 'Nota van beantwoording overlegreacties, zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' is aangegeven welke wijzigingen in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd naar aanleiding van de ontvangen overlegreacties (zie bijlage 1 bij deze toelichting).
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
29
2021/6246
5.1.2
Belanghebbenden
Participatie heeft plaatsgevonden in de vorm van overleg met de huidige en toekomstige gebruikers van het plangebied. In samenwerking met de betrokken sportverenigingen heeft de gemeente Zaanstad in 2017 een concept toekomstbestendig (vlekken)plan voor geconcentreerde sportaccommodaties op Sportpark Hoornseveld ontwikkeld. Het plan geeft richting aan de gemeentelijke ambities (Routekaart Buitensporten MAAK.Zaanstad) en geeft helderheid aan alle belanghebbenden waaronder verschillende betrokken verenigingen. Dit plan is uitgewerkt in een inrichtingsplan en vormt de basis van dit bestemmingsplan. De betrokken sportverenigingen en de andere indieners van zienswijzen worden apart van het vaststellingsbesluit en de ter inzage legging van het bestemmingsplan op de hoogte gesteld.
5.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 3 december 2020 gedurende zes weken (dus tot en met 13 januari 2021) voor een ieder op het gemeentehuis ter inzage gelegen en was tevens digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl en de website van de gemeente Zaanstad. In deze periode zijn drie zienswijzen ontvangen, te weten van SSV Zaanstad, Gasunie en RWS. De samenvatting en beantwoording van de zienswijzen is opgenomen in de 'Nota van beantwoording overlegreacties, zienswijzen en ambtshalve wijzigingen' (zie Bijlage 1 bij deze toelichting). Tevens is in deze nota aangegeven welke wijzigingen in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen.
5.3
Ambtshalve wijzigingen
Ook zijn er ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan enige ambtshalve aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan, de toelichting en de bijlagen opgenomen. Deze zijn ook terug te vinden in Bijlage 7 Nota van beantwoording overlegreacties, zienswijzen en ambtshalve wijzigingen.
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
30
2021/6246
Hoofdstuk 6 6.1
T oelichting op bestemmingsplan
Algemeen
Dit bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en verbeelding. De regels en verbeelding zijn de juridisch bindende onderdelen van het bestemmingsplan en de toelichting vormt de uitleg en onderbouwing van de in de verbeelding en regels vastgelegde mogelijkheden, verplichtingen en verboden. Het digitale bestemmingsplan 'Sportpark Hoornseveld' is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten, vervat in een GML-bestand (NL.IMRO.0479.STED3874BP-0301) met bijbehorende regels. Het is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar via de website www.ruimtelijkeplannen.nl. De digitale versie van het bestemmingsplan gaat boven de analoge versie. Dit bestemmingsplan gaat uit van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP). Ook is de Standaard 2018 van Zaanstad gebruikt die gebaseerd is op eerder genoemde SVBP. Verbeelding Alle gronden binnen het plangebied hebben een bestemming. Welke bestemming er in een bepaald gebied geldt staat op de verbeelding. In de regels is vastgelegd welke bepalingen voor deze bestemming gelden: waarvoor mag het worden gebruikt en hoe mag het worden bebouwd. Een bestemming kan op één bepaalde plek voorkomen, maar ook op verschillende locaties binnen het plangebied. Op sommige locaties gelden afwijkende bepalingen of voorwaarden.
Deze zijn met een aanduiding op de verbeelding weergegeven en in de regels is bepaald welke specifieke regels er gelden. Regels De regels zijn gegroepeerd in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die van belang zijn voor een juiste interpretatie van begrippen en bepalingen die in de overige regels zijn opgenomen; 2. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk is in de regels per bestemming opgenomen welk gebruik is toegestaan en welke bouwmogelijkheden er zijn; 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de algemene regels opgenomen die gelden voor alle bestemmingen en andere onderdelen van het bestemmingsplan. Het gaat onder ander om algemene gebruiks(on)mogelijkheden en afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden; 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk staat, naast enkele algemene slotbepalingen, opgenomen welk overgangsrecht geldt voor het bestaand gebruik en bebouwing. Toelichting In de toelichting is in de voorgaande hoofdstukken een uitleg, onderbouwing en verantwoording gegeven van de keuzes die in dit bestemmingsplan zijn vastgelegd. De volgende paragraaf geeft enkele algemene uitgangspunten weer die dit bestemmingsplan hanteert. Daarna vat paragraaf 6.3 per bestemming samen wat de toegekende bestemming beoogt.
De toelichting behoort niet tot het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan en heeft daarom geen directe rechtskracht. Wel kan het eventuele onduidelijkheid bij de interpretatie van de regels wegnemen omdat in de toelichting de achtergronden en intentie van de regeling staat.
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
31
2021/6246
6.2
Begrippen en Wijze van meten
In dit bestemmingsplan is terughoudend omgegaan met het opnemen van begripsbepalingen. Alleen als een begrip gebruikt wordt in de regels en de 'Dikke van Dale' uitleg van dat begrip onvoldoende rechtszekerheid biedt, is een begripsbepaling opgenomen (artikel 1). Als een begrip in dit bestemmingsplan geen begripsbepaling kent, dan wordt dat begrip gebruikt zoals opgenomen in de Dikke van Dale en de beperktere versie daarvan zoals die benaderbaar is op de website www.vandale.nl. In artikel 2 is voor het meten van oppervlakten en bouwhoogten aangegeven op welke wijze gemeten moet worden
6.3
Bestemmingen
Functieomschrijving (Artikel x.1) De functieomschrijving van een bestemming kent in dit bestemmingsplan 2 varianten van gebruik. De hoofdfunctie en het gebruik dat ondergeschikt aan het hoofdgebruik moet zijn ('daaraan ondergeschikt'). Ondergeschikt gebruik in verhouding tot de hoofdfunctie Ondergeschikt gebruik hoeft niet te horen bij de hoofdfunctie. Neem bijvoorbeeld nutsvoorzieningen. Deze hebben een groot verzorgingsgebied en zijn vaak niet gekoppeld aan alleen één functie. Nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en andere functies die als ondergeschikt zijn aangemerkt, zijn daarom toegestaan binnen meerdere bestemmingen, ook als er geen directe verhouding is met het hoofdgebruik. Maar de ondergeschikte functies mogen qua omvang nooit groter zijn dan de hoofdfunctie; er moet sprake blijven van ondergeschiktheid. De ondergeschikte functies die binnen het gehele bestemmingsplan zijn toegestaan, zijn opgenomen in artikel 11.2. In de functieomschrijving van de bestemmingsregel zijn alleen de ondergeschikte of bijbehorende functies opgenomen voor zover die aanvullend zijn op artikel 11.2. Voorrangsregeling gebruiks- en bouwregels De bestemmingsregels kennen een opbouw van hoofdregel naar specifieke regels. Zo beginnen de bouwregels met de hoofdregels voor het bouwen van gebouwen/hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde.
De gebruiksregels kennen een vergelijkbare opbouw. De algemene regels in hoofdstuk 3 (de artikelen 6 tot en met 9) gelden altijd, tenzij deze nadrukkelijk zijn uitgesloten.
6.4
Groen (artikel 3)
Het groen aan de noord en westzijde van het plangebied dat een structureel karakter heeft en een buffer vormt tussen het water en het sportpark, heeft de bestemming Groen gekregen. Dat neemt niet weg dat het groen aan de westzijde wel doorsneden zal worden door de toegang tot de nieuw te realiseren brug over de Gouw.
6.5
Sport - 1 (artikel 4)
Op de verbeelding staan twee vlakken met de bestemming sport. Het grootste vlak met alle sportvelden heeft de bestemming Sport - 1 gekregen en heeft een oppervlakte van 116.824 m2. Hiervan mag maximaal 7% worden bebouwd met gebouwen en tribunes. Dat wil dus zeggen dat er maximaal 8.178 m2 aan gebouwen en tribunes aanwezig kan zijn. De verenigingsgebouwen worden binnen de aangegeven bouwvlakken gebouwd. Andere gebouwen zoals bergingen mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Dit geldt ook voor bouwwerken die geen gebouw zijn, zoals de voetbaltribune. vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
32
2021/6246
Sport staat binnen deze bestemming centraal. Naast de mogelijkheid om te sporten, zijn ook de sportvoorzieningen en functioneel aan sport verbonden voorzieningen opgenomen in de functieomschrijving. Onder sportvoorzieningen vallen bijvoorbeeld sporthallen, gymzalen en sportvelden, kleedkamers, kantines en tribunes. Met andere woorden, voorzieningen die onlosmakelijk met het uitoefenen van de sport verbonden zijn. De functioneel aan sport verbonden voorzieningen zijn alleen toegestaan wanneer de functie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie van deze bestemming. Deze voorzieningen zijn aanvullend en ondersteunend aan de sport. Denk bijvoorbeeld aan een praktijk voor fysiotherapie.
6.6
Sport - 2 (artikel 5)
De bestemming Sport - 2 is opgenomen voor de gronden van de schietvereniging. Hier geldt geen bebouwingspercentage. Het schietverenigingsgebouw wordt binnen het bouwvlak gebouwd. Andere gebouwen zijn hier niet toegestaan, maar wel bouwwerken die geen gebouw zijn. Net als in de bestemmings Sport - 1 zijn binnnen de bestemming Sport - 2 sportvoorzieningen toegestaan en ondergeschikt ook functioneel aan sport verbonden voorzieningen.
6.7
Verkeer - Verblijf (artikel 6)
Een deel van het plangebied valt binnen de bestemming Verkeer - Verblijf. Dit betreft de gronden van het toekomstig parkeerterrein, de wegen (inclusief toekomstige ontsluiting) en de gronden tussen het grote parkeerterrein en de Prins Bernhardweg. Binnen deze bestemming vallen onder andere verkeersvoorzieningen. Volgens artikel 1.24 worden hieronder gronden en bouwwerken verstaan die als verkeersruimte gebruikt worden zoals een rijweg, een parkeervoorziening, een fiets- of voetpad en een berm. Ook groenvoorzieningen vallen onder de reikwijdte van de bestemming, zodat ook ter hoogte van de bestemming verkeer de groene omzoming van het sportpark gewaarborgd kan worden.
6.8
Water (artikel 7)
Het bestaande water, de Gouw en de watergang langs het spoor, is in dit bestemmingsplan als Water bestemd. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Alleen bouwwerken die geen gebouw zijn, waaronder een brug, kunnen op grond van de planregels binnen deze bestemming worden gebouwd. Ook is geborgd dat negatieve effecten op ecologie en het ruimtelijk beeld is geborgd bij het beoordelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een grotere steiger (artikel 7.3).
6.9
Leiding - Gas (artikel 8)
Ten behoeve van de bescherming van de hogedruk aardgasleiding in het plangebied is de dubbelbestemming Leiding - Gas opgenomen. Bouwwerken en het uitvoeren van diverse werken en werkzaamheden is op en in deze gronden met deze bubbelbestemming niet toegestaan tenzij hier vergunning voor is verleend waarbij is aangetoond dat de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en hierbij schriftelijk advies bij de leidingbeheerder is ingewonnen.
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
33
2021/6246
6.10 Anti-dubbeltelregel (artikel 9) Het Bro bepaalt dat bestemmingsplannen een anti-dubbeltelregel moeten bevatten. Deze staat in artikel 9. Doel van deze regel is te voorkomen dat als volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog een keer meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis kan worden gesteld.
6.11 Algemene bouwregels (artikel 10) Algemene bouwregel - Parkeren (artikel 10.1) Het systeem dat hierbij gehanteerd wordt is dat van de dynamische verwijzing. In de regels wordt verwezen naar de inhoudelijke parkeernormen zoals die geformuleerd zijn in de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016 of zoals deze later worden gewijzigd. Dat betekent dat als deze nota na de vaststelling van het bestemmingsplan wordt gewijzigd, de daarin opgenomen nieuwe normen moeten worden toegepast. De tekst van de dynamische bepaling is afgestemd op de voorbeeldtekst van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (uitspraak van 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Algemene bouwregel - Duikers in en bruggen boven water (artikel 10.2) In artikel 10.2 zijn regels over de maximale hoogte van bruggen en duikers en de minimale doorvaarthoogte en -breedte van bruggen opgenomen. Algemene bouwregel - Gebouwen voor nutsvoorzieningen of waterhuishoudkundige voorzieningen (artikel 10.3) Nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen zijn op grond van de algemene gebruiksregels (artikel 11) binnen bijna alle bestemmingen toegestaan op voorwaarde dat de voorziening ondergeschikt is aan het hoofdgebruik. Om die reden is het ook wenselijk om gebouwen voor die voorzieningen toe te staan. Denk hierbij aan een trafohuisje of een gemaal.
Vergunningsvrij zijn deze gebouwen al toegestaan tot een bouwhoogte van 3 m (zie artikel 2.18 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht), maar het komt ook voor dat trafohuisjes tussen de 3 en 4 m hoog zijn. In die gevallen is het onwenselijk om voor elk trafohuisje dat hoger is dan 3 m, maar kleiner is dan 4 m, af te moeten wijken van het bestemmingsplan. Er gelden ook nog andere regels gelden voor het plaatsen van gebouwen voor nutsvoorzieningen. Zo moet er voor het plaatsen van een trafohuisje ook een vergunning worden aangevraagd op grond van de Algemene verordening infrastructuur Zaanstad (AVOI).
6.12 Algemene gebruiksregels (artikel 11) Algemene gebruiksregels - uitgesloten gebruik (artikel 11.1) Een aantal gebruiksvormen zijn binnen het hele bestemmingsplan uitgesloten. Aspecten zoals een toename van de parkeerdruk, verandering van de sociale dynamiek of een te grote belasting van het openbaar gebied spelen hierbij een rol. Seksinrichtingen zijn in de algemene gebruiksregels uitgesloten. De invloed van een seksinrichting op de leefomgeving kan groot zijn. Daarom wordt dit niet standaard toegestaan. Als een plek geschikt wordt geacht voor een seksinrichting, dan zal dit in de bestemmingsregels nadrukkelijk worden benoemd. Daarnaast zijn ook enkele vormen van een bedrijf uitgesloten, zogeheten 'Bevi-inrichtingen' en 'geluidzoneringsplichtige inrichtingen'. Dit zijn inrichtingen waarvoor op basis van de milieuregelgeving zwaardere eisen gelden tegenover dichtbij gelegen functies. Voor deze inrichtingen moet per gebied worden afgewogen of het ruimtelijk gezien wenselijk is deze toe te staan. Als dit zo is dan kan van de algemene uitsluiting worden afgeweken door een specifiek gebied aan te wijzen waarbinnen deze wél zijn toegestaan. vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
34
2021/6246
Algemene gebruiksregels - toegestaan ondergeschikt gebruik (artikel 11.2) Een aantal functies zijn wenselijk binnen bijna alle bestemmingen op voorwaarde dat dit gebruik ondergeschikt blijft aan het hoofdgebruik. Denk bijvoorbeeld aan nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Het hoofdgebruik is geregeld in de bestemmingen. De ondergeschiktheid van gebruik is vooral afhankelijk van de schaal en omvang van het hoofdgebruik. Dit is niet te begrenzen met een maximaal oppervlakte, maar moet gerelateerd worden aan de omvang van het hoofdgebruik. Daarbij mag een ondergeschikt gebruik nooit een omvang krijgen die het hoofdgebruik onmogelijk maakt.
6.13 Algemene afwijkingsregels (artikel 12) De algemene afwijkingsregels bevatten een aantal mogelijkheden om het doelmatig grondgebruik te bevorderen. Aan de ene kant is het mogelijk om van de bestemmingsgrenzen af te wijken als dat in de feitelijke situatie logischer is. Dit kan toegepast worden wanneer bijvoorbeeld blijkt dat de bestemmingsgrens op de verbeelding niet overeenkomt met de werkelijke situatie, terwijl er geen aanleiding is aan te nemen dat dit opzettelijk is gebeurd. Daarnaast kan het College van B&W door middel van een binnenplanse afwijkingsprocedure medewerking verlenen aan maten die maximaal 10% afwijken van de bouwregels in het bestemmingsplan. Deze afwijking is niet bedoeld om meteen bij het tekenen van het bouwplan al bij de maximum maten te betrekken. Het is een vangnet voor afwijkingen van de bouwmaten die tijdens de realisatie kunnen ontstaan. Zo is het niet ondenkbaar dat een gebouw net iets hoger wordt dan vooraf was gepland, waardoor in zo'n geval strijdigheid met de maten in het bestemmingsplan kan ontstaan. De algemene afwijkingsmogelijkheid biedt in dat geval de ruimte deze fout op te vangen. Ook biedt het artikel de mogelijkheid om gebouwen voor nutsvoorzieningen toe te staan die groter zijn dan de regels voor het vergunningsvrije bouwen.
Soms worden trafohuisjes gecombineerd, waardoor een bestaand huisje vervalt en een ander bestaand huisje wordt uitgebreid. Omdat het veelal gebouwen in de openbare ruimte betreft ligt het niet voor de hand deze gebouwen direct toe te staan. Via deze afwijkingsmogelijkheid heeft het bevoegd gezag de mogelijkheid om grotere gebouwen voor een nutsvoorziening toe te staan, maar kan het bevoegd gezag tevens de ruimtelijke wenselijkheid afwegen. Ook kan onder voorwaarden een omgevingsvergunning worden verleend voor het voor een klein deel realiseren van wegen of aansluitingen van wegen buiten de bestemmingsgrens.
6.14 Overgangs- en slotregels (artikelen 13 en 14) Overgangsregels (artikel 13) De overgangsregels bevatten een voorziening voor situaties die afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen. In principe mogen deze situaties blijven bestaan. Als het gaat om afwijkingen van de bebouwingsregels mag het bouwwerk zelfs worden verbouwd. Alleen als ze door een calamiteit verloren gaan, mogen ze geheel worden herbouwd. Slotregel (artikel 14) De slotregel bepaalt hoe de regels van dit bestemmingsplan genoemd worden.
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
35
2021/6246
2021/6246
2021/6246
gemeente Zaanstad Stadhuisplein 100, 1506 MZ Zaandam Postbus 2000, 1500 GA Zaandam T14 075 antwoord@zaanstad.nl www.zaanstad.nl