CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Sportpark Hoornseveld

Raadsvergadering 22 april 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Bestemmingsplan Sportpark Hoornseveld13.302 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021/6246

Vastgesteld

Bestemmingsplan

Sportpark Hoornseveld Toelichting

2021/6246

2021/6246

Sportpark Hoornseveld

2021/6246

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

7 7 7 8

10 10

Planonderbouwing

11

Archeologie Cultuurhistorische waarden Stedenbouwkundige / landschappelijke uitgangspunten Verkeer en parkeren Water Elektromagnetische straling Ladder voor duurzame verstedelijking Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Geur Bodem Natuur Bedrijven en milieuzonering Trillinghinder Afweging naar aanleiding van het milieueffect Gezondheid Economische uitvoerbaarheid

11 11 11 13 14 15 16 16 17 19 19 20 21 22 24 25 25 27 28

Participatie

Overleg met overheden en diensten Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10

5 5 6 6

Verantwoording

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

5

Waarom kiezen we voor dit plan?

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18 4.19

Wat maakt dit plan mogelijk?

Bestaande situatie Aanloop bestemmingsplan Ontwikkelingen

Hoofdstuk 3 3.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling Ligging van het plangebied Voorgaande bestemmingsplannen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

5

Toelichting op bestemmingsplan

Algemeen Begrippen en Wijze van meten Bestemmingen Groen (artikel 3) Sport - 1 (artikel 4) Sport - 2 (artikel 5) Verkeer - Verblijf (artikel 6) Water (artikel 7) Leiding - Gas (artikel 8) Anti-dubbeltelregel (artikel 9)

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

29 29 30 30

31 31 32 32 32 32 33 33 33 33 34 2

2021/6246

6.11 6.12 6.13 6.14

Algemene bouwregels (artikel 10) Algemene gebruiksregels (artikel 11) Algemene afwijkingsregels (artikel 12) Overgangs- en slotregels (artikelen 13 en 14)

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

34 34 35 35

3

2021/6246

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

4

2021/6246

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doelstelling

De gemeente Zaanstad is voornemens om het Sportpark Hoornseveld in Zaandam te herontwikkelen. Dit bestemmingsplan biedt het juridisch planologisch kader hiervoor. De locatie is ongeveer 15 hectare groot. In samenwerking met de betrokken sportverenigingen heeft de gemeente Zaanstad vanaf 2017 een toekomstbestendig plan voor het sportpark ontwikkeld. Hierdoor wordt de beschikbare ruimte voor sportvoorzieningen op het sportpark beter gebruikt. Ook worden sportvoorzieningen naar het sportpark verplaatst. Door die verplaatsing komt er op andere plekken in Zaandam ruimte voor woningbouw en andere ontwikkelingen vrij. Het Sportpark Hoornseveld krijgt met de herontwikkeling een impuls waarbij onder andere zwembad De Slag een nieuwe binnen-accommodatie krijgt. Met dit bestemmingsplan wordt een nieuw ruimtelijk regime voor het plangebied van kracht, dat de herontwikkeling van het sportpark mogelijk maakt.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied bestaat uit de gronden van het Sportpark Hoornseveld. Het ligt centraal in Zaandam, tussen de snelwegen A7 en A8 aan de zuidzijde respectievelijk oostzijde, de spoorlijn Zaandam - Enkhuizen aan de noordzijde en watergang de Gouw aan de westzijde. Sportpark Hoornseveld ligt in Kogerveldwijk. Deze wijk bestaat uit drie buurten en nu nog twee sportparken. Op Sportpark Hoornseveld zijn meerdere sportverenigingen actief met een breed en gevarieerd sportaanbod. Daarnaast is Zalencentrum De Tulp naast het sportpark gevestigd. Het zalencentrum maakt geen onderdeel uit van het plangebied.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

5

2021/6246

Afbeelding 1: Ligging plangebied

1.3

Voorgaande bestemmingsplannen

Voor de gronden van het plangebied gold, voorafgaand aan dit bestemmingsplan, geen bestemmingsplan. Hierdoor wordt teruggegrepen op de Bouwverordening Zaanstad 2008. Voor wat betreft bouw- en gebruiksmogelijkheden staan in de bouwverordening nauwelijks beperkingen. Voor de voorgenomen herontwikkeling van het sportpark is het vaststellen van een nieuw ruimtelijk kader gewenst. Dit bestemmingsplan geeft dat kader voor de toekomstige bouw- en gebruiksmogelijkheden van het gebied.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting maakt deel uit van het bestemmingsplan Sportpark Hoornseveld. De toelichting van een bestemmingsplan geeft uitleg over en een onderbouwing van de bestemmingsregeling die in de planregels en op de verbeelding staan. Deze gaat onder meer in op de geldende beleidskaders en doet in het kader van het onderzoek naar de haalbaarheid, verslag van de uitgevoerde onderzoeken. Daarnaast wordt er een verantwoording gegeven voor de gemaakte keuzes. In de bijlagen bij de toelichting staan alle relevante beleidsstukken samengevat. Zowel het algemene Rijks-, provinciaal, regionaal als gemeentelijk beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening. Daarnaast wordt thema-specifiek beleid nader toegelicht. Per beleidsstuk wordt kort beoordeeld wat de invloed ervan is op het bestemmingsplan. Verder worden in de bijlagen de beantwoording van de zienswijzen en ambtshalve wijzigingen verwerkt.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

6

2021/6246

Hoofdstuk 2 2.1

Wat maakt dit plan mogelijk?

Bestaande situatie

Op het Sportpark Hoornseveld is voetbalvereniging FC Zaandam gevestigd. FC Zaandam is een fusievereniging die op 1 juli 2018 is ontstaan uit de verenigingen Hellas Sport en Zilvermeeuwen. Op het Sportpark Hoornseveld zijn ook korfbalvereniging ZKV, tennisvereniging LTVZ, schietsportvereniging Zaanstad en de Saense Handboog Skutters gevestigd. Aan de oostzijde van de locatie bevindt zich Zalencentrum De Tulp. Het Sportpark Hoornseveld is verouderd en maakt een wat vervallen indruk. Op het sportpark zijn diverse gebouwen en bouwwerken aanwezig waaronder sportaccommodaties, een dienstgebouw en een tribune. Het bebouwd oppervlak van de gebouwen en overige bouwwerken bedraagt in totaal circa 4.900 m2. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich de Prins Bernhardweg (A7) en tussen deze weg en de Sportlaan is tankstation Esso gevestigd. Aan de overzijde van de weg staat het tankstation van Texaco. Net als het Zalencentrum De Tulp maken de tankstations geen deel uit van het plangebied.

2.2

Aanloop bestemmingsplan

In 2016 is bij de vaststelling van MAAK.Zaanstad door de gemeenteraad besloten dat kwaliteit centraal staat in de verdere ontwikkeling van Zaanstad. Niet alleen waar het gaat om ruimtelijke kwaliteit, maar nadrukkelijk ook waar het gaat om kwaliteit van leven, wonen en werken. Daarbij gaat het uitdrukkelijk om een goed kwalitatief voorzieningenniveau en een goede eigentijdse sportaccommodatie en het stimuleren van een gezonde leefomgeving, waar bewegen en sporten onderdeel van uit maakt. De toekomst van de buitensportaccommodaties in de gemeente Zaanstad vraagt al jarenlang aandacht. Er zijn een groot aantal sportparken, verouderde opstallen, verenigingen die kampen met (dreigende) exploitatietekorten en een matige spreiding over de wijken. Het in stand houden van het grote aantal sportparken is financieel niet meer haalbaar. Aan de andere kant hanteert de gemeente Zaanstad als uitgangspunt dat elke Zaankanter moet kunnen sporten. Daarom heeft de gemeente zich de afgelopen jaren ingezet om de basis op orde te krijgen. Zwembad De Slag in Zaandam Zuid is een oud gebouw dat aan vervanging toe is. In 2016 is besloten vervangende nieuwbouw te plegen op een nog nader te bepalen locatie in Zaandam Zuid. De gemeente heeft in 2017 en 2018 verschillende locaties onderzocht en besproken met de huidige, vaste gebruikers. Gekozen is voor vervangende nieuwbouw op Sportpark Hoornseveld.

Het zwembad op deze locatie versterkt de verbinding tussen Peldersveld en Oostzijderveld en het biedt kansen om een verouderd sportpark nieuw leven in te blazen. Door efficiënter met de beschikbare ruimte voor sportvoorzieningen om te gaan, komt er op andere plekken in Zaandam ruimte voor (woningbouw)ontwikkeling, zoals op de huidige locatie van zwembad De Slag, Sportpark Poelenburg en Sportpark Oostzijderveld. Tegelijkertijd wordt een kwaliteitsslag gemaakt voor het Sportpark Hoornseveld. Daarmee past deze investering bij de groei van de stad en de ambities die Zaanstad o.a. in MAAK.Zaanstad voorziet. In de Routekaart Buitensport, vastgesteld door de gemeenteraad in 2013 en 2014, is het Sportpark Oostzijderveld aangewezen voor woningbouw. Sportpark Hoornseveld blijft volgens deze routekaart voor de huidige functie behouden waarbij ruimte is voor herontwikkeling en optimalisatie van het totale sportpark.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

7

2021/6246

2.3

Ontwikkelingen

Het huidige Sportpark Hoornseveld zal transformeren tot een nieuw, uitnodigend en multifunctioneel sportpark met verschillende verenigingen. Tennisvereniging De Gouw en z.v.v. Zaanlandia zullen van het naastgelegen Sportpark Oostzijderveld naar het Sportpark Hoornseveld verhuizen. Op het Sportpark Hoornseveld komen 6 nieuwe voetbalvelden waarvan 2 grote kunstgrasvelden, 2 mini kunstgrasvelden en 2 grote natuurgrasvelden, 12 nieuwe tennisbanen en 4 padelbanen. Padel is een mix van tennis en squash. De korfbalvelden worden binnen het plangebied verplaatst en de bestaande (club)accommodaties worden vervangen door nieuwe gebouwen. Daarnaast zal het binnenzwembad De Slag, dat nu gevestigd is aan de Koningsgeelstraat 3 in Zaandam, naar het sportpark worden verplaatst. Het zwembad wordt centraal in het plangebied gerealiseerd. Het krijgt de afmetingen van een eredivisiebad waarbij wedstrijden met publiek kunnen worden georganiseerd. Hieronder is een overzicht opgenomen van verenigingen die in de toekomstige situatie op Sportpark Hoornseveld gevestigd zijn met per vereniging/accommodatie het maximum toekomstig brutovloeroppervlak (BVO). Tabel 1: Verenigingen en accommodaties met maximum toekomstig BVO (inclusief buitenbergingen voor opslag van materieel) Vereniging Tennisvereniging De Gouw en tennisvereniging LTVZ Voetbalverenigingen FC Zaandam en z.v.v. Zaanlandia

Maximum toekomstig BVO 550 m2 2.000 m2 (totaal voor max 2 lagen)

Tribune voetbalverenigingen

300 m2

Korfbalvereniging ZKV

650 m2

Schietsportvereniging Zaanstad (incl. uitbreiding)

1.700 m2

Binnenzwembad De Slag

7.450 m2 (totaal voor max 2 lagen)

Saense Handboog Skutters (blijft ongewijzigd)

400 m2

Met uitzondering van de accommodatie van de schietsportvereniging en de handboogschietvereniging worden alle bestaande gebouwen gesloopt. Met de voorgenomen herontwikkeling worden bomen en groenstructuren zoveel mogelijk behouden. Gedeeltelijke kap is echter onvermijdelijk. Het sportpark is niet openbaar en de hier aanwezige bomen staan niet op de gemeentelijke lijst van behoudenswaardige bomen. Door deze situatie geldt er geen vergunningplicht en herplantplicht voor het kappen. Toch zullen voor de te kappen bomen, nieuwe bomen op het sportpark worden geplant.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

8

2021/6246

Afbeelding 2: Concept inrichtingsplan nieuwe situatie

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

9

2021/6246

Hoofdstuk 3 3.1

Verantwoording

Waarom kiezen we voor dit plan?

Dit bestemmingsplan maakt intensivering van het gebruik van het bestaande sportpark mogelijk en geeft een belangrijke impuls aan de ruimtelijke kwaliteit. Verouderde accommodaties en sportvelden worden vervangen waarmee een toekomstbestendig sportpark ontstaat. Daarnaast komt er door dit initiatief op andere plekken in Zaandam ruimte voor woningbouw en andere ontwikkelingen vrij. Het plan is in samenwerking met de betrokken sportverenigingen tot stand gekomen. Bij het bestemmingsplan wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening afgewogen op welke manier functies ten opzichte van elkaar worden gesitueerd, ook in verhouding tot de wenselijkheid van de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt. Belangrijk onderdeel hierbij is de situering van milieubelastende en milieugevoelige functies ten opzichte van elkaar. Dit bestemmingsplan voldoet aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Een bestaand, verouderd sportpark wordt geïntensiveerd en toekomstbestendig gemaakt waarbij de beschikbare ruimte voor sportvoorzieningen beter zal worden gebruikt. Zwembad De Slag wordt naar het sportpark verplaatst en geeft een extra impuls aan de locatie. Het plan is in samenwerking met de betrokken sportverenigingen tot stand gekomen. Door de verplaatsing van sportvoorzieningen naar Sportpark Hoornseveld komt ruimte vrij voor woningbouw en andere ontwikkelingen.

Uit de analyse naar milieu- en omgevingsfactoren (hoofdstuk 4) volgen geen belemmeringen die de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan. Binnen dit bestemmingsplan worden geen geluid- en/of geurgevoelige functies mogelijk gemaakt. Het initiatief maakt bovendien geen nieuwe functies mogelijk in vergelijking tot de bestaande situatie. De voorgenomen intensivering van het gebruik is wel van belang. De aspecten verkeer en parkeren vormen in dat kader belangrijke aspecten bij de herontwikkeling. Paragraaf 4.4 gaat hier op in.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

10

2021/6246

Hoofdstuk 4 4.1

Planonderbouwing

Archeologie

Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) vormen in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. Als gevolg hiervan moet iedere gemeente aandacht besteden aan de archeologie op haar grondgebied en dit aspect verwerken in bestemmingsplannen en andere ruimtelijke instrumenten. De Archeologienota Zaanstad 2009 bevat de uitgangspunten van de vernieuwde Monumentenwet 1988. In de nota staat dat de gemeente in haar bestemmingsplannen de gebieden van archeologische waarde aangeeft. Aan omgevingsvergunningen voor projecten die binnen deze gebieden vallen, verbindt de gemeente voorwaarden om archeologische vindplaatsen in de bodem te beschermen. Is dit niet mogelijk dan zal de aanvrager van de vergunning de vindplaatsen op moeten laten graven. Die eisen staan in projectbesluiten en ontheffingen van het bestemmingsplan. Betekenis voor het project Volgens de Archeologienota Zaanstad 2009 heeft de te ontwikkelen locatie geen archeologisch waarde. Door het bouwrijp maken van het plangebied in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw en de aanleg van de sportvelden zullen de eventueel aanwezige archeologische resten zodanig beschadigd zijn dat ze weinig archeologische informatie opleveren.

Ook op de door het college vastgestelde Cultuurhistorische waardenkaart 2006, is de locatie niet aangemerkt als een gebied dat archeologische waarden bevat. Een archeologisch onderzoek is dus niet nodig. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Cultuurhistorische waarden

Volgens het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) bevat een bestemmingsplan een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Betekenis voor het project De Gouw, de oostgrens van het gebied, is één van de twee overgebleven, in een noord-zuid richting lopende, doorgaande vaar-/ontginningssloten op de oostelijke Zaanoever. De Gouw heeft daarom hoge historisch geografische waarde die behouden moet blijven. In het plangebied en de directe omgeving staan geen gebouwen of objecten die een cultuurhistorische waarde kennen. De cultuurhistorische waarden worden door dit bestemmingsplan niet aangetast. Het aspect cultuurhistorie vormt dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3 Stedenbouwkundige / landschappelijke uitgangspunten Een bestemmingsplan dient inzicht te geven op welke wijze met de voorgenomen ontwikkeling rekening wordt gehouden met de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur. Betekenis voor het project Met de voorgenomen herontwikkeling van het Sportpark Hoornseveld zal ook de beeldkwaliteit vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

11

2021/6246

toenemen. De gebouwen op het sportpark zijn verouderd waardoor het geheel een redelijk vervallen indruk maakt. De herontwikkeling van het Sportpark Hoornseveld vindt plaats binnen de structuur van het inrichtingsplan. In dit plan wordt de waterstructuur en het huidige groene karakter van het gebied zoveel mogelijk behouden en krijgen de verschillende functies een plek. Ook na de herontwikkeling waarbij extra functies en bebouwing worden toegevoegd zal het Sportpark Hoornseveld zich kenmerken door vooral veel open ruimtes bij de verschillende sportvelden en parkeervelden. De randen van het gebied en van de sportvelden worden groen afgezoomd. Belangrijk onderdeel van de herontwikkeling is een ontsluitingsas voor langzaam verkeer die het gebied in oost-west richting op een royale en herkenbare manier aan elkaar, en via de brug over de Gouw aan de rest van de Kogerveldwijk en de wijdere omgeving koppelt. Het nieuwe zwembad De Slag wordt centraal in het gebied, aan de openbare ontsluitingsas gerealiseerd. De hoofdlijnen van het inrichtingsplan zorgen voor een eenduidige structuur waarbinnen de verschillende (sport)functies hun eigen invulling kunnen krijgen.

Deze nadere invulling zal moeten passen binnen het eenduidige beeld van het sportpark waarbij getoetst wordt aan de volgende criteria: Buitenruimte: Ontsluitingsas in één verschijningsvorm; Parkeerterrein groen inrichten; Aandacht voor duurzaamheidsaspecten zoals het gebruik van een waterdoorlatende verharding en het vasthouden en afvoeren van water; Zoveel mogelijk behoud bestaande bomen; Realisatie van een open sportpark waarbinnen de verschillende onderdelen van het sportpark minimaal van elkaar afgeschermd worden en onderdeel zijn van het grotere geheel, waarbij de functies vanaf de ontsluitingsas zichtbaar zijn; Erfscheidingen, hekwerken en straatmeubilair worden mee-ontworpen en zijn voor het hele sportpark gelijk; Behoud en versterking van de ecologische hoofdstructuur in de Gouw. Ligging: Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon; Gevels richten op de openbare ruimte; De overgangszone tussen gebouwen en openbaar gebied is met aandacht en expressie ontworpen, zowel qua gebruik als qua verschijningsvorm.

Bouwmassa: Het ontwerp van het zwembad vormt de basis voor de andere nieuwe bebouwing op het sportpark: qua uitstraling aansluiten bij het ontwerp van het zwembad; Evenwicht wordt hierbij gezocht tussen het herkenbaar zijn als onderdeel van het ensemble als geheel en de individuele expressie van elk volume; Toepassing van een eenduidige hoofdvorm; Ieder gebouw heeft een representatieve en herkenbare entree en de voorgevel is zoveel mogelijk georiëntateerd op de belangrijkste openbare ruimte; Zo veel mogelijk zichtbaarheid van de gebouwen vanaf de ontsluitingsas; Aandacht voor een kwalitatieve detaillering die past binnen de standaard van de gemeente Zaanstad; Bij voorkeur eventuele aan- en uitbouwen gelijktijdig met het hoofdvolume van het gebouw ontwerpen; Bij voorkeur eventuele bergingen en bouwwerken voor opslag en onderhoud gelijktijdig met het hoofdvolume van het gebouw ontwerpen; Goed zichtbare uitbreidingen als aanbouwen, opbouwen en dakkapellen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa; Aandacht voor duurzaamheidsaspecten.

Architectonische uitwerking en detaillering:

In verhouding met de schaal van het gebouw dienen de entrees herkenbare expressie te vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

12

2021/6246

krijgen; Gevels hebben een herkenbare plint en boven-beëindiging De architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd; Wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op die van de oorspronkelijk bij de bouw aanwezige herkenbare ruimtelijke eenheid. Materiaal en kleur: Passen in de ontworpen samenhang en differentiatie van het ensemble; Gebruik van gelede gevelbekleding als verwijzing naar de gevel opbouw van het typisch zaanse huis; Gebruik van kleuren in overwegend zwart- en groentinten of naturel hout.

4.4

Verkeer en parkeren

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient een bestemmingsplan inzicht te geven in de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van verkeer en parkeren. Betekenis voor het project Verkeer Op het sportpark geldt een 30 km/u gebied, waarbij de voorrang op de kruispunten gelijkwaardig is. Het gemotoriseerd verkeer wordt bij aankomst op het sportpark direct naar het aanwezige parkeerterrein geleid. Van hieruit lopen de bezoekers naar een van de sportvoorzieningen. De toekomstige ontsluiting van het gebied vindt plaats via een nog te realiseren aansluiting op de Prins Bernhardweg. Tot die tijd is de onderdoorgang naast de Prins Bernardweg naast de Gouw de ontsluitingsweg. Verder komt er een brug van het Oostzijderveld over de Gouw naar het sportpark (eenrichtingsverkeer). Verkeersgeneratie In onderstaande tabel is de te verwachten verkeersgeneratie van en naar Sportpark Hoornseveld inzichtelijk gemaakt voor de toekomstige situatie. Onder verkeersgeneratie per dag wordt de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) verstaan die per dag naar het sportpark toe rijdt en hiervan wegrijdt

Tabel 2: Verkeersgeneratie Uit een berekening van de verkeersgeneratie van de voorgaande situatie, volgt een verkeersgeneratie van 1.657 verkeersbewegingen. De conclusie is dat er als gevolg van het plan een extra verkeersgeneratie wordt verwacht van 413 motorvoertuigen per etmaal. vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

13

2021/6246

Aansluitingen op Prins Bernhardweg Er loopt een onderzoek naar twee aansluitingen van het sportpark op de Prins Bernardweg. De aansluiting van het sportpark op de Prins Bernardweg is mede afhankelijk van de uitkomsten van de planstudie A7/A8 waarbij ook de afwaardering van het laatste stuk van de A7 bij Zaandam aan de orde is. Deze afwaardering moet nog nader worden uitgewerkt en het eventueel benodigde ruimtebeslag hiervoor is nog onbekend. Na afwaardering van de A7 zou de eventuele inpasbaarheid van een nieuwe aansluiting ter hoogte van het sportpark kunnen worden bekeken. Onder de Prins Bernardweg is een onderdoorgang voor het gemotoriseerde en langzame verkeer. Deze onderdoorgang blijft gehandhaafd voor al het verkeer zolang de aansluitingen op de Prins Bernardweg niet zijn gerealiseerd. Na realisatie van de aansluiting op de Prins Bernhardweg wordt de onderdoorgang gesloten voor gemotoriseerd verkeer om sluipverkeer vanuit Peldersveld en Poelenburg naar het knooppunt Zaandam te voorkomen. Indien het onderzoek naar de aansluitingen op de Prins Bernardweg positief is, zal hierover afstemming met Rijkswaterstaat (RWS) plaatsvinden. RWS zal uiteindelijk haar goedkeuring moeten geven. De procedure van uitwerking en bestuurlijke besluitvorming zal geruime tijd in beslag nemen en valt als zodanig buiten de scope van dit bestemmingsplan.

Aansluiting op Oostzijderveld Het auto- en fietsverkeer wordt ontsloten via de nieuwe auto- en fietsbrug over de Gouw. Dit is een éénrichtingsverkeer brug voor het autoverkeer (van Oostzijderveld naar Hoornseveld). Zodra het autoverkeer over de brug is, kan worden geparkeerd op het parkeerterrein van het sportpark. Om het gebied te verlaten rijdt men onder de Prins Bernardweg door langs de Gouw of maakt men gebruik van de beoogde nieuwe aansluiting op de Prins Bernhardweg. Langzaam verkeer (soort infrastructuur, fietsroutes, fietsparkeervoorzieningen, voetgangers routes) De fiets- en voetpaden leiden naar het sportpark en kruisen zo min mogelijk het gemotoriseerde verkeer. De ontsluiting voor de fietsers vindt plaats via de brug over de Gouw en via de onderdoorgang bij de Prins Bernardweg. Mobiliteitsvisie De gemeente Zaanstad zet in op lopen, fietsen en het openbaar vervoer. Directe verbindingen, zoals de brug over de Gouw en de onderdoorgang bij de Prins Bernardweg zijn hierbij cruciaal. Aan de Pascalstraat is een bushalte aanwezig. Duurzaam veilig verkeer Bij de inrichting van de openbare ruimte in het plangebied zullen de inrichtingsprincipes volgens de landelijke richtlijnen van Duurzaam Veilig Verkeer worden toegepast. Dit betekent dat op het sportpark een 30 km/u zone geldt. Parkeren De behoefte aan fiets- en autoparkeerplaatsen is gebaseerd op het vigerend beleid.

Op het moment van vaststellen van het bestemmingsplan is dat de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016.

4.5

Water

De watertoets is een verplicht onderdeel van een bestemmingsplan. Dit brengt in beeld wat de effecten van de herontwikkeling van het sportpark op de waterhuishouding zijn. Het gaat hier zowel om de waterkwaliteit als waterkwantiteit. Het streven is om water (regen-, afval- en oppervlaktewater) zo veel mogelijk op een goede manier in te passen in het bestemmingsplan. Betekenis voor het project Voor de watertoets heeft afstemming plaatsgevonden tussen de gemeente en vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

14

2021/6246

Hoogheemraadschap. De sportvelden bevinden zich in een peilafwijking welke een lager peil heeft dan het omliggende waterpeil van NAP-1,46 meter (in de Gouw en spoorsloot). De bestemming Groen langs de rand van deze waterloop heeft dus tevens de functie van dijkje om het sportpark te beschermen tegen het omringende water. Voor een klimaatbestendigere inrichting van het sportpark zal het vloerpeil van het te bouwen zwembad voldoende hoog worden aangelegd en zal het afstromende hemelwater van het dak rechtstreeks onder vrijverval op de spoorsloot worden geloosd om het watersysteem van het sportpark te ontlasten bij hevige neerslagsituaties. Het plan leidt tot een toename aan verharding en bebouwing. Uitgangspunt is echter om een deel van verharding als open verharding uit te voeren. Als gevolg van het versneld afvoeren van regenwater richting het watersysteem, dient de toename aan verharding en bebouwing gecompenseerd te worden door middel van het graven van open water. Voor de toename aan verharding en bebouwing is een compensatiepercentage van 10% met het Hoogheemraadschap afgestemd. Er wordt nieuw water gegraven in het plangebied waarmee aan de compensatie-eis wordt voldaan. De uitwerking van het plan vindt in nauw overleg met het Hoogheemraadschap plaats.

4.6

Elektromagnetische straling

Vanuit de Rijksoverheid geldt het advies om bij de vaststelling van nieuwe plannen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microTesla (µT). De aanleiding voor dit advies is een Engels onderzoek waarbij een licht statistisch verband naar voren is gekomen tussen het langdurig aanwezig zijn van kinderen binnen de 0,4 microTesla magneetveldzone van bovengrondse hoogspanningslijnen en leukemie bij kinderen (0-15 jaar). Het is nog niet duidelijk wat de achterliggende oorzaak hiervan is. Op basis van het voorzorgsprincipe wordt daarom geadviseerd om in nieuwe situaties rekening te houden met deze 0,4 microTesla-zone rondom hoogspanningslijnen. Betekenis voor het project Een kleine deel van de locatie ligt binnen het 0,4 microTesla magnetische veld van een 380 Kv - hoogspanningslijn. In de onderstaande figuur is de situering van de hoogspanningslijn en het 0,4 microTesla magnetische veld van de hoogspanningslijn op de locatie weergegeven. Het 0.4 microTesla magnetische veld van een hoogspanningslijn is in dit geval 2 x70 m, gemeten vanuit het hart van het tracé.

Binnen dit gebied wordt de realisatie van nieuwe gevoelige bestemmingen, waarin kinderen tot en met een leeftijd van 15 jaar langdurig kunnen verblijven, zoals woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen, niet toegestaan. Voor bestaande situaties gelden deze beperkingen niet. De sportfaciliteiten worden niet aangemerkt als gevoelige bestemmingen en vallen bovendien buiten de 70 m zone. Elektromagnetische straling vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Wel zal hier bij de herinrichting van het sportpark uit voorzorg extra aandacht aanbesteed worden om mogelijke onrust en zorg bij bezoekers te voorkomen.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

15

2021/6246

Afbeelding 3: Situering hoogspanningslijn

4.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Bro. Deze ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. Een bestemmingsplan doorloopt de treden van deze ladder. De ladder richt zich op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte en is alleen relevant als sprake is van 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Bij zo'n ontwikkeling bevat de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de actuele regionale behoefte hieraan. Als het gaat om een ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt ook een motivering opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Betekenis voor het project Met de onderhavige ontwikkeling vindt een herontwikkeling plaats van het bestaande sportpark waarbij de aanwezige ruimte intensiever wordt gebruik. Door het verplaatsen van verschillende sportvoorzieningen van elders naar het sportpark komt op die andere plaatsen ruimte vrij voor woningbouw en andere ontwikkelingen. Gelet op de ligging en het huidige gebruik van het sportpark maakt deze al onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Met de herontwikkeling van het sportpark is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Met de intensivering van het gebruik en de concentratie op één locatie is ook geen sprake van extra ruimtebeslag maar komt juist ruimte vrij voor andere ontwikkelingen. Een beschrijving van de actuele regionale behoefte is daarom niet noodzakelijk. Nu de herontwikkeling in bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, het om een intensivering van het gebruik gaat en andere gebieden vrijkomen voor woningbouw en andere ontwikkelingen is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de voorwaarden van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.8

Duurzaamheid

In de uitvoering van het bestemmingsplan zal aandacht worden besteed aan het aspect duurzaamheid. Duurzaam bouwen betreft een wijze van plannen, bestemmen, ontwerpen, bouwen, inrichten en beheren (inclusief slopen en hergebruik). Betekenis voor het project

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

16

2021/6246

Per 1 juli 2018 is de Wet voortgang energietransitie (Wet vet), in werking getreden. Deze wet vormt de basis voor het verbod op aardgas in nieuwbouw. Hiertoe is per 1 juli 2018 de gasaansluitplicht voor nieuwbouwwoningen geschrapt. Voor de te realiseren nieuwe voorzieningen op het Sportpark Hoornseveld geldt dat deze geen gebruik meer zullen maken van aardgas. Zwembad De Slag wordt aangesloten op het warmtenet. Naast energiegebruik is de toepassing van duurzame materiaalkeuzes een belangrijk aandachtspunt. De daken van de gebouwen dienen geschikt te zijn voor het aanbrengen van zonnepanelen. De ambitie is om de energieprestatie (EPC) 60% voor alle gebouwen lager uit te voeren dan de eis vanuit het Bouwbesluit.

4.9

Externe veiligheid

Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: 1. bedrijven waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt; 2. transportroutes (wegen, waterwegen, spoorwegen) waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd; 3. ondergrondse buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. De aan deze activiteiten verbonden risico's moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven staat in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor LPG-tankstations geldt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ook de circulaire effectafstanden externe veiligheid lpg-tankstations. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en waterwegen staat het wettelijk kader in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De normen voor ondergrondse buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen staan in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). In 2008 heeft de gemeente Zaanstad beleid vastgesteld voor de verantwoording groepsrisico (Beleidskader verantwoording groepsrisico gemeente Zaanstad).

In het beleid is aangegeven hoe de gemeente omgaat met de verantwoording. Betekenis voor het project Het sportpark ligt gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van de A8 waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding W-527-01 van de Gasunie. Daarnaast ligt het gedeeltelijk binnen het invloedsgebied van het LPG-vulpunt en -reservoir van tankstation Texaco aan de zuidzijde van het plangebied en de bevoorradingsroute daarnaartoe (Prins Bernardweg). De risico's op het gebied van externe veiligheid in verhouding tot de voorgenomen ontwikkeling zijn onderzocht (bijlage 3 Onderzoek externe veiligheid). Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, hogedruk aardgasleiding en LPG-tankstation. Vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg Voor wegen behorende tot het Basisnet zijn afstanden vastgelegd voor de zogeheten veiligheidszone (de plaatsgebonden risicocontour 10-6). Over de A8 worden gevaarlijke stoffen zoals LPG en benzine vervoerd. Bij een aanrijding met een tankauto kunnen deze stoffen vrijkomen. Voor deze wegvakken van de A8 nabij het plangebied, geldt geen plaatsgebonden

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

17

2021/6246

risicocontour 10-6. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan. De hoogte van het groepsrisico voor die wegvakken is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is in dit geval niet nodig. Wel dient binnen het invloedsgebied rond de wegvakken te worden ingegaan op: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg een ramp voordoet. Voor de A8, afrit S101 - afrit S102, is een plasbrandaandachtsgebied (PAG) voorgeschreven. Het plangebied ligt buiten 30 m van de buitenste kantlijn en daarmee buiten het PAG. Voor de A8, afrit S102 - afrit S103, en provinciale wegen geldt geen PAG. Het PAG vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Hogedruk aardgasleiding Bij de aardgasleiding W-572-01 is geen plaatsgebonden risicocontour 10-6 aanwezig. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor de herontwikkeling van het sportpark. Het hoogst berekende groepsrisico is een factor 0.08 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico is daarmee lager dan 10% van de oriëntatiewaarde.

Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Aan het eind van deze paragraaf wordt hier op ingegaan. LPG-tankstation Binnen de 60 m effectafstand van het LPG-tankstation bevindt zich een parkeerterrein en zijn er geen (beperkt) kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Binnen de 160 m effectafstand van het LPG-tankstation bevinden zich enkele sportvelden en clubgebouwen, maar zijn er geen zeer kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Het is daarom niet nodig hier aanvullende maatregelen te overwegen of anderzijds te motiveren waarom wordt afgeweken van deze effectafstanden. Het plaatsgebonden risico van het LPG-tankstation vormt geen belemmering voor het plan. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt niet overschreden. In zowel de huidige als de toekomstige situatie is het groepsrisico een factor 0.76 keer de oriëntatiewaarde. Een verantwoording van het groepsrisico is vereist op basis van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van de inrichting (lees: LPG-station) valt. De Veiligheidsregio heeft advies uitgebracht over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting.

Advies Veiligheidsregio In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft de Veiligheidsregio advies uitgebracht over het plan. Naar aanleiding van het advies is overleg geweest met de Veiligheidsregio en zijn aanbevelingen en maatregelen deels verder geconcretiseerd. De bereikbaarheid is voldoende omdat de brug over de Gouw ook gebruikt kan worden door hulpdiensten. De locatie heeft hiermee twee ontsluitingen. Vluchtroutes zijn voldoende aanwezig, ook omdat ook het pad langs de noordzijde van de locatie gebruikt kan worden als vluchtroute. Conclusie De risico's zijn verantwoord:

Er is geen sprake van een plaatsgebonden risico; De hoogte van het groepsrisico blijft onder de 10% van de oriëntatiewaarde, met uitzondering van het groepsrisico bij het LPG-tankstation. Bij het tankstation is de hoogte van het groepsrisico een factor 0,76 keer de oriëntatiewaarde; De nieuwe clubgebouwen komen op grotere afstand van de risicobronnen. vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

18

2021/6246

De aanwezige infrastructuur vormt volgens de Regionale Brandweer geen onoverkomelijke belemmering voor de zelfredzaamheid van personen en bereikbaarheid van hulpdiensten op voorwaarden dat: 1. de clubgebouwen worden voorzien van een centraal uit te schakelen ventilatie; 2. een ontruimingsplan voor het plangebied wordt opgesteld waarbij ook aandacht is voor afstemming tussen de verschillende partijen en afspraken worden gemaakt over gebruik van elkaars gebouwen bij een calamiteit; 3. er duidelijke risicocommunicatie en borging hiervan is, waarbij de begeleiders/trainers op de hoogte zijn van de risico's en het ontruimingsplan en bezoekers bij evenementen worden geïnformeerd over de veiligheidsrisico's en de wijze waarop zij daarop kunnen reageren. Omdat het groepsrisico bij het LPG tankstation, een factor 0.76 keer de oriëntatiewaarde bedraagt valt de verantwoording in het middelzwaar verantwoordingstraject. De verantwoording van het groepsrisico wordt voorgelegd aan de verantwoordelijke portefeuillehouder.

4.10 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder wordt de geluidbelasting afkomstig van geluidgezoneerde wegen op geluidgevoelige bestemmingen getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening geldt tevens dat de ontwikkeling een goed woon- en leefklimaat bij geluidgevoelige bestemmingen niet in de weg mag staan. Betekenis voor het project Dit bestemmingsplan maakt geen geluidgevoelige bestemmingen mogelijk. Er is sprake van de herontwikkeling en intensivering van een bestaand sportpark dat direct wordt ontsloten op de A7. Ook zijn geluidgevoelige objecten op ruime afstand van het sportpark aanwezig. Er is dus sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.11 Luchtkwaliteit Op basis van wetgeving die bekend staat onder de naam 'Wet Luchtkwaliteit' kunnen ruimtelijk-economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer voorwaarden wordt voldaan: grenswaarden worden niet overschreden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo of blijft tenminste gelijk; het initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit; het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Wet Luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Onder kleine projecten worden projecten verstaan die de luchtkwaliteit 'niet in betekende mate' verslechteren. Deze projecten hoeven niet te worden beoordeeld op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. De definitie van 'in betekenende mate' is vastgelegd in het Besluit NIBM. Als door projecten de concentratie NOx , SO2 of fijn stof met meer dan 3% van de in het Besluit NIBM vastgelegde grenswaarde omhoog gaat, dragen deze in betekenende mate bij aan de luchtvervuiling. Betekenis voor het project Voor het sportpark is met behulp van de NIBM-tool de bijdrage van de te verwachten extra verkeersgeneratie op de luchtkwaliteit berekend. Naar verwachting neemt het verkeer met maximaal 406 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag toe (zie paragraaf 4.4).

In onderstaande tabel is het resultaat van de berekening opgenomen.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

19

2021/6246

Tabel 3: Luchtkwaliteit Uit de berekeningsresultaten blijkt, dat de bijdrage van het extra verkeer door de herontwikkeling van het sportpark als niet in betekenende mate kan worden beschouwd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van de herontwikkeling van het sportpark. In Nederland zijn de overheden samen verantwoordelijk voor een goede luchtkwaliteit. Veel overheden werken samen aan dat doel. Zij doen dat in een samenwerkingsprogramma: het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De Rijksoverheid hanteert voor de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nederland de Monitoringstool NSL. Uit de informatie die beschikbaar is via de Monitoringstool NSL blijkt dat de jaargemiddelde concentraties fijn stof en SO2 langs de Prins Bernhardweg in 2017, 2020 en 2030 onder de 35 µg/m³ (zullen) liggen. De concentraties uit 2017 zijn gemeten, de concentraties in 2020 en 2030 zijn inschattingen gebaseerd op rekenmodellen. In het hele plangebied wordt voldaan aan de grenswaarden.

4.12 Geur Geur is in de gemeente Zaanstad een belangrijk onderwerp, wat de reden is dat het Zaans geurbeleid is vastgesteld door de gemeenteraad (14 juli 2016). Voor een aantal bedrijven in de omgeving van het plangebied is de provincie Noord Holland bevoegd gezag. Voor de toetsing of er in het plangebied sprake is van een goed of aanvaardbaar leefklimaat is het Zaans geurbeleid van toepassing. Het Zaans geurbeleid gaat uit van een streefkwaliteit. Uitgangspunt voor deze streefkwaliteit is een situatie waarin er geen ernstige geurhinder meer is en waarin het aantal geurgehinderden 12% of minder is. Het Zaans geurbeleid heeft als doel het op termijn behalen van de streefkwaliteit. Het Zaans geurbeleid maakt onderscheidt in: 1.

standaard geurgevoelige objecten, zoals woningen;

2.

minder geurgevoelige objecten, zoals horeca en maatschappelijke functies;

3.

minst geurgevoelige objecten, zoals bedrijven.

Op grond van het geurbeleid geldt dat bij standaard en minder geurgevoelige objecten de H=-2 contour niet mag worden overschreden. Er mag dan geen sprake zijn van ernstige geurhinder. Het beleid is te vinden op de website van de gemeente Zaanstad www.zaanstad.nl. Betekenis voor het project 1.

Wat wordt er mogelijk gemaakt en zijn dat geurgevoelige objecten?

Bij de ontwikkeling van het sportpark gaat het om objecten die op basis van de geringe vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

20

2021/6246

verblijfstijd van de gebruikers beschouwd worden als minst geurgevoelige objecten. Nu er wel sprake is van een categorie van geurgevoelige objecten, is de vervolgvraag of er relevante geurhinder te verwachten is. 2.

Zijn er bedrijven die geurhinder veroorzaken in of nabij deze ontwikkeling?

Aan de hand van de richtafstanden voor geur uit de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering, milieuvoorschriften, geuronderzoek en eventuele geurklachten is er geïnventariseerd of er bedrijven zijn die geurhinder kunnen veroorzaken ter plaatse van deze ontwikkeling. Ten zuiden van het sportpark staat buiten het plangebied een relatief kleine biomassacentrale. Om geuroverlast te voorkomen is de installatie uitgerust met een elektrostatisch filter die de stof en roetdeeltjes uit de verbrandingsgassen afvangt. Door de verbrandingsgassen op een hoogte van 20 m te emitteren vindt er ook een verdunning van de verbrandingsgassen plaats die ook de geurcomponenten verdunnen. Hierdoor wordt geen geuroverlast verwacht. De dichtstbijzijnde grote geuremitterende bedrijven zijn de cacaofabrieken van Cargill. Op de productielocatie Aurora, aan het Kalf 17 te Zaandam worden cacaobonen tot halffabricaat cacaomassa verwerkt. Op basis van de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering heeft het bedrijf (sbi-code 10821-1) een richtafstand voor het aspect geur van 500 m. De afstand tot het sportpark is ongeveer 1 km. Op de productielocatie De Jonker aan de Oostzijde 321 te Zaandam, worden cacaobonen tot halffabricaat cacaomassa verwerkt. Op basis van de VNG Handreiking Bedrijven en milieuzonering heeft het bedrijf (sbi-code 10821-2) een richtafstand voor het aspect geur van 100 m.

De afstand tot het sportpark is ongeveer 1 km. De aanwezige bedrijven overschrijden niet de richtafstanden tot de geurgevoelige objecten en er zijn ook geen andere aspecten waaruit blijkt dat de streefkwaliteit zou kunnen worden overschreden. Deze bedrijven veroorzaken geen geurhinder die relevant is voor deze ontwikkeling. Daarnaast zijn er geen concrete plannen van bedrijven bekend waarmee relevante geurhinder zou kunnen worden veroorzaakt. Geur is daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.13 Bodem In een bestemmingsplan dat nieuwe functies mogelijk maakt dient de bodemgesteldheid in kaart te worden gebracht. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Betekenis voor het project In 1997 is er een beschikking ernst en urgentie afgegeven door de Provincie Noord-Holland. Er zijn drie kernen in het plangebied te onderscheiden. Van kern 1 en 2 is vastgelegd dat er een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen, PAK en cyanide aanwezig is. Ook is er een geval van ernstige grondwaterverontreiniging met vluchtige aromaten, naftaleen en cyanide aanwezig. Voor deze gevallen van ernstige bodemverontreiniging is vastgesteld dat er urgent gesaneerd dient te worden omdat er ontoelaatbare ecologische en verspreidingsrisico's aanwezig zijn. Kern 3 betreft een geval van ernstige grond- en grondwaterverontreiniging waar geen urgente sanering nodig is, omdat er geen onaanvaardbare risico's aanwezig zijn.

In 2011 is er een actualiserend bodemonderzoek uitgevoerd met als doel de bodemkwaliteit vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

21

2021/6246

opnieuw in beeld te brengen. Uit de resultaten bleek dat er reden was om de beschikking uit 1997 te wijzigen. Er is op basis van de oude wetgeving die in 1997 van kracht was, gekeken of er door nieuwe feiten en omstandigheden een ander oordeel zou zijn gegeven. Op basis van de resultaten uit 2011, is dit het geval. Op 19 januari 2012 is er een (nieuwe) definitieve beschikking afgegeven. Op het Sportpark Hoornseveld is sprake van ernstige bodemverontreiniging, maar deze wordt niet beschouwd als spoedeisend. In de grond zijn sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB, cyanide en minerale olie aanwezig. Het grondwater is sterk verontreinigd met naftaleen, cyanide, minerale olie en vluchtige aromaten. De aangetroffen stoffen zijn niet veranderd of verminderd. Wat wel veranderd is, is dat alle verontreinigingen aangetoond zijn beneden de zogenaamde ecologische zone. Er is daarom geen sprake van een ecologisch risico. Ook was in 1997 niet voldoende aangetoond dat de verspreiding van het grondwater minder dan 100 m3 zou zijn. Met de resultaten van het actualiserende bodemonderzoek wordt uitgesloten dat dit het geval zou kunnen zijn. Daarom is er nu ook geen sprake meer van onaanvaardbare risico's op verspreiding van het verontreinigde grondwater.

Er zijn wel beperkingen aan het gebruik van het terrein en de herontwikkeling in de beschikking van 2012 opgenomen: er wordt geen grondwater opgepompt; en er wordt niet zonder saneringsplan dieper dan 0,5 m-mv gegraven. Deze beperkingen staan de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg. De werkzaamheden dienen conform het saneringsplan en de regels uit de Wet bodembescherming te worden uitgevoerd.

4.14 Natuur Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. De Wet natuurbescherming regelt de soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Gebiedsbescherming wordt geregeld door de Natura 2000-gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura 2000-gebieden.

Hier kan sprake van zijn wanneer een ontwikkeling binnen een Natura 2000-gebied plaatsvindt, maar ook stikstofdepositie buiten dat gebied kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die als Natura 2000-gebied zijn aangewezen. Betekenis voor het project In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is verkennend natuuronderzoek (zie bijlage 4 Onderzoek flora en fauna) uitgevoerd. Het verkennend onderzoek richt zich op het verkrijgen van een eerste inzicht in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden genomen voor aanvullend veldonderzoek, nader effect-onderzoek en nadere procedures. Hieronder zijn de resultaten van het onderzoek toegelicht. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op 400 m afstand van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

22

2021/6246

Oostzanerveld. Door de kenmerken van het plangebied, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van het tussenliggende gebied zijn geen, met mogelijke uitzondering van stikstofdepositie, negatieve effecten aan de orde door de herontwikkeling van het sportpark op het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelen. Gezien de toename van stikstofemissie in zowel de gebruiksfase als aanlegfase zijn stikstofberekeningen met het programma Aerius uitgevoerd (zie bijlage 6 Onderzoek stikstofdepositie). Uit deze berekeningen volgt dat de maximale projectbijdrage in de aanlegfase plangebied maximaal 0.45 mol/ha/jaar bedraagt. In de gebruiksfase bedraagt de maximale projectbijdrage maximaal 0,03 mol/ha/jaar. Bij toepassing van interne saldering van het voormalige gebruik (door sloop van de bestaande clubgebouwen en verkeer in de referentiesituatie), blijkt dat de projectbijdrage in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase maximaal 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd. De stikstofdepositie leidt niet tot significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het aspect stikstofdepositie staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg en het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is voor stikstofdepositie niet nodig.

Het plangebied ligt op 90 m van het dichtstbijzijnde NNN gebied (Natuurnetwerk Nederland). Gezien de stedelijke omgeving met al aanwezige verstoringsfactoren als licht, geluid et cetera worden op gebiedsniveau geen nadelige effecten verwacht. Soortenbescherming Hieronder zijn de resultaten van het onderzoek per soortgroep beschreven. Vogels Binnen het plangebied zijn broedvogels te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren, zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied worden echter geen jaarrond beschermde nest-locaties verstoord of verwijderd.

Nader onderzoek of de aanvraag tot ontheffing voor (één van) deze soorten is niet noodzakelijk. Er zijn geen geschikte plaatsen voor huismus en gierzwaluwnesten. Ook is er veel verstoring door lichtmasten en avondactiviteiten door het sporten en maken het terrein niet aantrekkelijk voor deze (roofvogel) soorten. Daarnaast is er door goed onderhoud (kort maaien) weinig voedsel en dekking voor kleine zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Er zijn grondgebonden zoogdieren waargenomen. Met het veldonderzoek is een haas waargenomen. Deze gebruikt het terrein alleen om te foerageren. De werkzaamheden zullen geen negatief effect hebben op de aanwezigheid van de haas. Bovendien wordt het terrein zeer intensief onderhouden, ook buiten de velden. Aangezien marterachtigen dekking nodig hebben en muizen etc als prooi hebben ontbreekt het aan een goed habitat. Ook de (snel)wegen die het plangebied begrenzen maken het terrein ongeschikt. Wel kunnen algemeen voorkomende soorten voorkomen en moet de zorgplicht in acht worden genomen. Vleermuizen De locatie wordt geschikt bevonden als foerageergebied en/of vliegroute met betrekking tot de vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

23

2021/6246

groep van vleermuizen. De bebouwing is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Ook staat er geen bomen met holen of gaten. Met het uitvoeren van de werkzaamheden wordt niet verwacht dat belangrijke verblijfplaatsen worden verstoord of zullen verdwijnen. Nader onderzoek naar vleermuizen is niet noodzakelijk en is in een eerder stadium al uitgevoerd (zie Bijlage 5 Vleermuisonderzoek). Er zijn toen geen verblijfplaatsen aangetroffen. Amfibieën Er zijn geen beschermde amfibieën waargenomen. Deze worden ook niet verwacht. Wel zullen algemeen voorkomende soorten mogelijk op de locatie voor kunnen komen en moet rekening worden gehouden met de zorgplicht Reptielen Er zijn geen beschermde reptielen waargenomen. Deze worden ook niet verwacht. Tijdens de veldronde zijn geen geschikte biotopen voor reptielen waargenomen. Incidenteel wordt een ringslang aangetroffen binnen de gemeentegrenzen (uitgezette exemplaren). Deze wordt hier niet verwacht. Het terrein biedt vrijwel geen mogelijkheden. Vissen Er zijn geen beschermde vissen waargenomen. Wel zullen algemeen voorkomende soorten in het water leven. De sloten zijn bedekt met kroos en kennen een dikke baggerlaag. Dat geldt niet voor de grote watergangen. Aldaar kunnen de vissoorten wegvluchten. Ongewervelden Er zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Deze worden ook niet verwacht.

Wel zullen algemeen voorkomende soorten op de locatie voor kunnen komen en moet rekening worden gehouden met de zorgplicht. Conclusie Het voornemen voor de herontwikkeling van het sportpark conform de Nederlandse natuurwetgeving is uitvoerbaar, omdat: negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden uitgesloten zijn; negatieve effecten op beschermde NNN-gebieden uitgesloten zijn; de ecologische hoofdstructuur langs De Gouw blijft behouden en wordt indien mogelijk versterkt; negatieve effecten op beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden uit te sluiten zijn; er wordt gewerkt met een ecologisch werkprotocol voor de kap van bomen en werkzaamheden bij de watergangen; de werkzaamheden begeleid worden door een ecologisch deskundige.

4.15 Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Milieuzonering is het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen aan de ene kant en milieugevoelige functies als wonen en recreëren aan de andere kant. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:

woonfuncties nabij bestaande en opvolgende bedrijvigheid zijn alleen mogelijk als ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd; bestaande bedrijven worden niet onevenredig geschaad in hun bedrijfsvoering.

Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is ook afhankelijk van het omgevingstype.

vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld

24

2021/6246

Betekenis voor het project De VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven/functies en woningen voor de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-brochure een gebied met matige tot sterke functiemenging. Het plangebied en de omgeving wordt gekenmerkt door een diversiteit aan functies en infrastructuur. Om die reden wordt het plangebied als gemengd gebied aangemerkt. Voor een veldsportpark met verlichting geldt conform de VNG-brochure een richtafstand van 50 m ten opzichte van een rustige woonwijk en 30 m ten opzichte van woningen in een gemengd gebied. Aan deze afstand wordt ten opzichte van woningen en andere gevoelige functies in de omgeving rondom het plangebied voldaan. Er worden bovendien led-armaturen toegepast waarmee lichtuitstraling buiten het sportpark wordt voorkomen. De herontwikkeling van het sportpark leidt niet tot negatieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving rondom het plangebied.

4.16 T rillinghinder Voor de beoordeling van trillingen is in Nederland geen wetgeving van toepassing. Wel heeft de SBR (Stichting Bouwresearch) richtlijnen uitgebracht op het gebied van trillingen (meet- en beoordelingsrichtlijnen). Dit zijn landelijk geaccepteerde richtlijnen voor het meten en beoordelen van trillingen in gebouwen. De SBR richtlijn – deel A "schade aan gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft grenswaarden met betrekking tot schade. De SBR richtlijn – deel B "Hinder voor personen in gebouwen" geeft een procedure voor het meten van trillingen en geeft streefwaarden met betrekking tot hinder. De SBR richtlijn – deel C "Storing aan apparatuur" geeft een procedure voor het meten van trillingen aan opgestelde apparatuur en geeft streefwaarden met betrekking tot het voorkomen van storingen aan deze apparatuur. Betekenis voor het project Op Sportpark Hoornseveld worden alleen nieuwe sportvoorzieningen gerealiseerd en geen kantoren of woningen. Er worden hiermee geen gevoelige functies gerealiseerd. Om die reden is een onderzoek naar trillinghinder niet nodig, Het aspect trillinghinder staat de uitvoerbaarheid van het plan dus niet in de weg. Er heeft afstemming plaatsgevonden met ProRail over bovenstaande.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9956597/1