CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing - Start procedure afwijken bp voor de bouw van een moskee op de locatie Madagaskar 17 te Zaandam

Raadsvergadering 21 januari 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Afwijken bestemmingsplan t.b.v. bouw moskee Madagaskar17.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Om dit te realiseren zijn er regels en richtlijnen die voorschrijven hoe het acceptabel hinderniveau moet worden vastgesteld, zoals de Nederlandse emissierichtlijn (NeR) en de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op 21 mei 2015 is door de Raad van de gemeente Zaanstad het geurbeleid vastgesteld. Inmiddels is het geurbeleid herzien en is in juni 2016 opnieuw vastgesteld door de raad van de gemeente Zaanstad. Het Zaans geurbeleid is van toepassing op geur emitterende bedrijven, waarvoor de gemeente het bevoegd gezag vormt. Voor de ruimtelijke ordening gaat het er om of er ter plaatse van de ontwikkeling sprake is van een goede woon- en leefkwaliteit met betrekking tot de geurgevoelige objecten. In het geurbeleid is voor de geurgevoelige objecten een onderscheid gemaakt in het beschermingsniveau. In de nieuw te bouwen moskee is een kantine beoogd. Aanvrager heeft aangegeven dat het daarbij niet gaat om een kantine waarin etenswaren worden bereid, maar hooguit incidenteel worden opgewarmd. De kantine is vooral bedoeld als een gemeenschapsruimte. Omdat een religiegebouw geen geurgevoelig object is en de nieuw te bouwen moskee ook zelf geen geurhinder veroorzaakt, speelt het milieuaspect geur geen rol bij de realisering van het project. Conclusie Het milieuaspect geur vormt geen belemmering voor dit project.

7.5 Luchtkwaliteit In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen Wet milieubeheer (Wet Luchtkwaliteit) zijn de normen voor luchtkwaliteit opgenomen. In artikel 5.16 en 5.16a Wet milieubeheer staat hoe het onderwerp luchtkwaliteit bij planvorming in acht genomen dient te worden. Op basis hiervan kunnen projecten worden uitgevoerd indien:  de grenswaarden uit bijlage II van de Wet milieubeheer niet worden overschreden, of,  de luchtkwaliteit per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of,  het initiatief niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, of  het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het project betreft de bouw van een moskee. Het Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdragen’ is op het project van toepassing. In bijlage 1 tot en met 4 van de Regeling ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

24/49

valt niet exact onder één van deze aangewezen categorieën, maar zal niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit omdat het vervangende nieuwbouw van een reeds op de projectlocatie aanwezige moskee betreft en het aantal toegenomen verkeersbewegingen beperkt blijft. Hierdoor vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de ontwikkeling. Conclusie De realisatie van het project draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving. Hierdoor vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor het project. 7.6 Externe veiligheid Opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen brengen, binnen hun invloedsgebied, risico’s met zich mee. Deze risico’s kunnen worden veroorzaakt door risicovolle bedrijven, risicovolle installaties of transporten met gevaarlijke stoffen over daarvoor aangewezen routes voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het water of door hoge druk aardgasleidingen. Voorts kent Zaanstad een veiligheid- en een beperkingengebied als gevolg van vliegtuigbewegingen van en naar Luchthaven Schiphol die het gemeentelijk gebied bestrijken. De huidige moskee ligt op circa 35 meter afstand van de Dr. J.M. den Uylweg (N516). De Dr. J.M. den Uylweg maakt onderdeel uit van de gemeentelijke route voor gevaarlijke stoffen over het gebied van de gemeente Zaanstad.

De moskee bevindt zich daarmee binnen het invloedsgebied van de route vervoer gevaarlijke stoffen. Omdat de ruimtelijke ontwikkeling betrekking heeft op de omgeving van de transportroute, moet het bevoegd gezag het voorgenomen besluit toetsen aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. Het gaat in dat geval om de berekende 10-6 contour op basis van de aan het besluit ten grondslag liggende vervoersprognose. In de uit het Gemeentelijk Informatie Systeem gegenereerde kaart hieronder is het invloedgebied in blauw aangegeven.

Doordat de ligging van de nieuwe moskee dichter op de route voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is geprojecteerd dan de huidige moskee en het aantal bezoekers met de vergroting van de moskee toeneemt, moeten de risico’s in kaart gebracht worden en verantwoord worden. Tevens is het bevoegd gezag verplicht in de toelichting bij een omgevingsvergunning, waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken, het groepsrisico te verantwoorden en in te gaan op de gevolgen van het voorgenomen besluit ten aanzien van de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid van de bevolking bij een ramp. Kwalitatieve risicoanalyse

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

25/49

De hiervoor genoemde risico’s worden op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes aan de hand van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) berekend en inzichtelijk gemaakt. Door aanvrager is het rapport “Externe veiligheid: ontwikkeling Moskee Essalam. Transport gevaarlijke stoffen over de J.M. den Uyl weg” van AnteaGroup overgelegd, waarin de betreffende berekening gedaan en beschreven is. Aanvullend is aan de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland advies gevraagd over de externe veiligheid. De Veiligheidsregio heeft op 23 juli 2015 haar advies uitgebracht. Dit advies wijst erop dat naast de route gevaarlijke stoffen ook een LPG-tankstation en het BRZO-bedrijf LHS risicobronnen zijn waarmee rekening moet worden gehouden. Risico’s Bij externe veiligheid is er voor gekozen om het risico van een ongeval met gevaarlijke stoffen uit te drukken in de kans op doden. Voor de normering wordt gebruik gemaakt van het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat op een bepaalde plaats een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met een risicovolle activiteit, aangenomen dat die persoon daar permanent en onbeschermd verblijft. Het GR is de kans dat een groep personen overlijdt door een ongeval met een risicovolle activiteit; het is meer een maat voor maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit.

Voor het PR geldt een grenswaarde en voor het GR een oriëntatiewaarde. De risiconormen zijn vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving. Het plaatsgebonden risico Het PR wordt weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Als wettelijk harde norm wordt 10-6 / jaar contour. Uit het QRA blijkt dat het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar vanaf het midden van de weg gelijk aan 0 meter is. Er wordt dus geen contour berekend. Het PR levert dus geen belemmering op voor het project. Het groepsrisico Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Het invloedsgebied van de N516 wordt bepaald door het vervoer van brandbare en giftige vloeistoffen en van brandbare gassen. Het groepsrisico is voor zowel de bestaande situatie als voor de toekomstige situatie berekend. Uit het Besluit externe veiligheid transportroutes volgt dat het GR uitgebreid moet worden verantwoord indien deze met meer dan 10% toeneemt of boven de oriëntatiewaarde ligt.

Indien dit niet van toepassing is dan kan worden volstaan door in de toelichting bij een bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van een route in te gaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en de mogelijkheden van zelfredzaamheid. Hiervoor kan het advies van de Veiligheidsregio worden gebruikt. Uit de risicoanalyse voor de nieuwe moskee komt naar voren dat in de huidige situatie het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt. In de nieuwe situatie neemt het groepsrisico toe, maar de absolute waarde blijft onder de 0.1 keer de oriëntatiewaarde. Een uitgebreide verantwoording hoeft derhalve niet plaats te vinden. Het rapport van Antea bevat een beperkte verantwoording van het GR. De Veiligheidsregio stelt in het advies voorop dat de fysieke en mentale gesteldheid van de in de moskee aanwezige personen naar verwachting goed is. Er is daarom sprake van een grote mate van zelfredzaamheid. Toch zijn aanwezige personen zich wellicht niet bewust van de mogelijke gevaren. Het vooraf verstrekken van informatie vergroot de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. De maatregelen die de Veiligheidsregio aandraagt zijn gericht op het beperken van het gevaar en risico voor de in de moskee aanwezige personen als gevolg van een ongeval. Deze maatregelen worden aan aanvrager

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

26/49

meegegeven en waar mogelijk als concreet voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden. Conclusie Vanwege de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de weg is verantwoording van het groepsrisico conform het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing. Het advies van zowel Antea als de Veiligheidsregio geeft inzicht in de gevaren, ongevalscenario’s en de mogelijkheden voor de zelfredzaamheid en hulpverlening. De Veiligheidsregio stelt in haar advies maatregelen voor, die het gevaar en het risico voor de in de moskee aanwezige personen beperken. Deze maatregelen worden war mogelijk als voorschrift aan de omgevingsvergunning verbonden. De maatregelen hebben echter geen invloed op het PR en GR. Om die reden kan ook zonder deze maatregelen geoordeeld worden, dat de risico’s voor het project verantwoord zijn. De projectlocatie ligt voorts in het hoogtebeperkingengebied van luchthaven Schiphol, maar de hoogtebeperking vormt in verband met de geringe hoogte van het gebouw geen belemmering. 7.7 Bodem In verband met de voorgenomen bouwactiviteiten op de locatie dient inzicht te worden verkregen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Daarmee dient aangetoond te worden dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigde stoffen in gehaltes boven de achtergrondwaarde aanwezig zijn in de grond of freatisch grondwater.

Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van het project is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is een oppervlakte van 900m² onderzocht. Het onderzoek voldoet aan de eisen die krachtens paragraaf 1.2.5 onder e. van hoofdstuk 1 van de bijlage uit het Besluit indieningvereisten en artikel 2.1.5 van de Bouwverordening van de gemeente Zaanstad worden gesteld aan een bodemonderzoek, en is uitgevoerd conform de norm NEN 5740. De bevindingen van het onderzoek zijn weergegeven in het rapport “Verkennend bodemonderzoek Madagaskar 17 te Zaandam, Antea Group BV, 04 juni 2015, kenmerk: 400901”. Geconstateerd is dat de bovengrond (0,0 – 0,5 meter onder maaiveld) en de ondergrond (0,5 – 2,0 meter onder maaiveld) niet verontreinigd zijn. Het grondwater is ten tijde van het onderzoek aangetroffen op een diepte van 1,1 meter onder maaiveld en is licht verontreinigd met de stoffen barium en naftaleen. Conclusie Aan de hand van dit bodemonderzoek kan geconcludeerd worden dat er, gelet op de bestemming “geen actuele risico´s zijn voor de gezondheid van de gebruikers van het bouwwerk. Het milieuaspect bodem vormt derhalve geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning. 7.8 Milieueffectrapportage (MER) De Wet milieubeheer kent een aantal regels waaraan wordt getoetst of een milieueffectrapportage een verplicht onderdeel is van een project.

Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegde gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Van een verplichting of noodzaak om een milieueffectrapportage of vorm-vrije m.e.r. beoordeling uit te voeren kan sprake zijn als het initiatief valt onder een van de omschrijvingen op de C of D lijst uit de bijlagen bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Om te bepalen of voor dit project een m.e.r.-beoordeling vereist is, moet worden beoordeeld of het project kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in categorie 11.2 Bijlage D Besluit milieueffectrapportage. Of sprake is van het aanleggen, wijzigen of uitbreiden van een stedelijk ontwikkelingsproject is afhankelijk van de concrete

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

27/49

omstandigheden van het geval. Relevant daarbij zijn onder andere de aard en omvang van het project, het gebied waarin de ontwikkeling zal plaatsvinden, of er sprake is van uitbreiding van bebouwing, wat de mogelijkheden op grond van het bestemmingsplan zijn en de eventuele milieugevolgen. Toegepast op dit project: Dit project, het bouwen van een moskee, kan niet worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van categorie 11.2 Bijlage D Besluit milieueffectrapportage. Het gaat namelijk om een kleinschalig project, in een reeds bebouwde stedelijke omgeving met woningen en verenigingsgebouwen. De verkeersaantrekkende werking door dit project gaat op in de omgeving en op het perceel is de functie die wordt gevraagd al mogelijk en is bovendien bij recht al bebouwing mogelijk. Gelet op de bestaande omgeving is de uitbreiding van bebouwing die met dit bouwplan wordt beoogd zodanig gering dat niet van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. gesproken kan worden. 7.9 Wet Natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en een aantal strikte verboden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten (soortenbescherming).

Daarnaast bevat de wet specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura-2000 gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels (gebiedsbescherming). Ook bevat de wet enkele bepalingen over de jacht en houtopstanden. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet ’98, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden beoordeeld of het plan van invloed is op de in het gebied aanwezige natuurwaarden. Overgangsrecht De aanvraag omgevingsvergunning is ingediend voor de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Er is geen specifiek overgangsrecht voor aanvragen omgevingsvergunning die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Daarom geldt het recht zoals dat geldt ten tijde van het nemen van de beslissing op de aanvraag. In dit geval is dat de nieuwe Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming In de gemeente Zaanstad bevindt zich een aantal natuurgebieden (Natura 2000 gebieden), die zijn aangewezen als beschermd natuurgebied. De bescherming beoogt de instandhouding van flora en fauna en de specifieke leefgebieden.

Bijvoorbeeld door het voorkomen of terugdringen van stikstofdeposities op natuurgebieden die al een hoge stikstofbelasting hebben of het voorkomen van lichthinder of een te hoge geluidbelasting in gebieden waar dieren leven die daar gevoelig voor zijn. Indien negatieve effecten niet zijn uit te sluiten op het beschermde natuurgebied is een verklaring van geen bedenkingen noodzakelijk. In het kader van de Wet natuurbescherming is beoordeeld of het project leidt tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in de omliggende Natura2000-gebieden. Het initiatief is beoordeeld ten aanzien van mogelijkheden op significante effecten van stikstof. Er is een rapportage opgesteld met de resultaten van de aeriuscalculatie van de aanlegfase en de gebruiksfase, die aantoont dat door het project geen stikstofdepositie wordt veroorzaakt hoger dan 0,00 mol/Ha/jaar op het meest gevoelige habitat van nabijgelegen Natura2000-gebieden. De relatief grote afstand van het initiatief tot Natura2000-gebieden en de geringe potentiële uitstoot van het initiatief zorgen ervoor dat geen nadere stikstofbeoordeling hoeft te worden uitgevoerd. Negatieve gevolgen door dit initiatief voor nabijgelegen Natura2000-gebieden zijn hiermee op voorhand uit te sluiten.

Soortenbescherming De soortenbescherming ziet op de bescherming van planten en dieren en kent een zorgplicht voor al het leven.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

28/49

Uit de Natuuratlas Zaanstad (een uitgave van het Zaan natuur en milieucentrum Zaanstad 2012) blijkt dat er ter plaatse, en in de omgeving van de projectlocatie geen beschermde flora en fauna voorkomt. Op grond van de wet geldt echter ook de algemene zorgplicht. Aan deze zorgplicht wordt voldaan zolang er in het broedseizoen geen bomen worden gekapt of vegetatie wordt verwijderd. Voor het gebied aan de zuidzijde van de Thorbeckeweg, waaronder het nabijgelegen Vijfhoekpark, is in het verleden reeds aangetoond dat er vleermuizen voorkomen. Er is een quickscan naar de natuurwaarden op de projectlocatie verricht, waaruit geen bijzonderheden dienaangaande blijken. Wel dient bij de sloop van de bestaande moskee en bij het kappen van bomen dient aan de algemene zorgplicht uit de Flora- en faunawet te worden voldaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van beschermde soorten geen ontheffing noodzakelijk is in het kader van de Wet natuurbescherming. Ook ten aanzien van gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving zijn geen belemmeringen ten aanzien van de vergunbaarheid. Algehele conclusie milieuaspecten: Alle milieuaspecten zijn getoetst aan de normen van de betreffende wetten en zijn positief beoordeeld.

Gelet op deze positieve beoordeling kan gesteld worden dat de gezamenlijke milieubelasting op deze locatie bijzonder laag is, zodat er sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De milieuaspecten vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het project.

H. 8 Monumenten en archeologie Archeologie In de Archeologienota Zaanstad 2009 zijn de uitgangspunten van de vernieuwde Monumentenwet 1988 verwerkt. Met deze archeologienota kan de gemeente haar taak om archeologische vindplaatsen te beschermen of op te graven, goed vervullen. In de nota staat dat de gemeente in haar bestemmingsplannen de archeologische waarde aangeeft van gebieden die door de provincie zijn aangewezen en van de extra gebieden die zijn aangewezen in het archeologische deel van de Cultuurhistorische Waardenkaart. In het bestemmingsplan staan regels om archeologische vindplaatsen in de bodem te beschermen. Op deze manier zal worden voorkomen dat archeologische vindplaatsen tijdens grondwerkzaamheden ongezien verloren gaan. In het geldende bestemmingsplan zijn wel voorwaarden met betrekking tot archeologie opgenomen maar niet voor deze bestemming. Daarom is de Archeologienota Zaanstad 2009 en de gemeentelijke Cultuurhistorische Waardenkaart niet van toepassing. Volgens de nota valt deze locatie in een gebied zonder archeologische waarden. Monument In het onderhavige geval is geen sprake van een monument.

H. 9 Grondexploitatie Een doel van de Wro inclusief de Grondexploitatiewet is dat gemeenten regie en sturing hebben op de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad (ook voor gebieden zónder gemeentelijk grondbezit). De nieuwe wetgeving verplicht om de kosten die de gemeente maakt ten behoeve van die ontwikkeling te koppelen aan de ruimtelijke doelstellingen en te verhalen op diegene die de ontwikkeling tot stand brengt. Het gaat hierbij om zowel fysieke kosten (uitvoeringskosten) als ontwikkelingskosten (planvoorbereidings- en planbegeleidingskosten). Bovenplanse kosten en kosten voor ruimtelijke ontwikkelingen worden verankerd in een structuurvisie. Bij een bestemmingsplan dan wel een besluit tot afwijking van het bestemmingsplan/de beheersverordening (als onderdeel omgevingsvergunning) hoort een exploitatieplan of overeenkomst. Het kostenverhaal wordt geëffectueerd met een

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

29/49

overeenkomst (anterieur of posterieur). De gemeente Zaanstad hanteert de lijn dat alleen een besluit tot afwijking van het bestemmingsplan/de beheersverordening op grond van artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3° Wabo wordt genomen, indien de aanvrager vooraf met het college (voorbereid door afdeling Grondzaken) een anterieure overeenkomst heeft gesloten. Ook kan een besluit op grond van artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3° Wabo worden genomen, indien kostenverhaal in het kader van de Grondexploitatiewet niet aan de orde is. Ten behoeve van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan hoeft geen (anterieure) overeenkomst te worden gesloten, nu kostenverhaal in het kader van de Grondexploitatiewet niet aan de orde is. Het project heeft namelijk geen ingrijpende infrastructurele gevolgen. Wel is er sprake van dat het project gedeeltelijk is beoogd op gronden die in eigendom zijn van de gemeente Zaanstad. Er bestaat bereidheid om de benodigde strook grond aan het moskeebestuur te verkopen, waarbij het project gesitueerd moet zijn binnen de grens van het hekwerk van de Handboogschuttersvereniging Czaar Peter moet blijven (in geel aangegeven op onderstaande luchtfoto). Een grondverkoopovereenkomst wordt aangegaan zodra de omgevingsvergunning onherroepelijk is en tot de feitelijke bouw kan worden overgegaan.

H. 10 Overleg met de provincie en andere betrokken bestuursorganen In de procedurebepalingen artikel 6.18 Bor, is bepaald dat ontwerp-omgevingsvergunningen die zien op het afwijken van een bestemmingsplan dienen te worden toegezonden aan provinciale en andere diensten, ten behoeve van overleg, zoals in artikel 3.1.1 de Bro is voorgeschreven, dat van toepassing is op grond van artikel 5.20 Bor jo artikel 3.1.6, lid 1 sub c Bro. 10.1 Provincie De provincie heeft bij besluit van 8 mei 2012 beslist, onder nummer 2012-17090 (Besluit beperking vooroverleg ruimtelijke ordening 2012), de Noord-Hollandse gemeenten te berichten dat in nader aangegeven gevallen geen vooroverleg meer nodig is over projectbesluiten, bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Het college heeft conform dit beleid getoetst of het onderhavige besluit in aanmerking komt voor vooroverleg met de provincie. Dit is niet het geval omdat het project niet één van de gevallen betreft waarvoor is voorgeschreven dat vooroverleg is vereist. 10.2 Rijk Het Rijk is per 1 januari 2012 gestopt met het vooraf toetsen van nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen en ruimtelijke plannen van de provincies op strijdigheid met nationale belangen zoals milieuregels. Het ministerie van Defensie, het ministerie van LNV/Economische zaken en Rijkswaterstaat blijven de plannen wel beoordelen op hun eigen directe belangen.

Het onderhavige project raakt de hierboven genoemde belangen niet zodat er geen sprake is van noodzaak tot (voor)overleg.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

30/49

10.3 Hoogheemraadschap Sinds april 2012 heeft het hoogheemraadschap de digitale toets in werking. Op de site ‘www.dewatertoets.nl’ wordt zichtbaar of een ruimtelijk plan raakt aan belangen van HHNK (watersysteem, waterkering, persleiding enz.). Indien daartoe aanleiding is, wordt contact opgenomen met het hoogheemraadschap. Zoals in Hoofdstuk 6 is aangegeven is dit in het onderhavige geval niet aan de orde.

H. 11 Zienswijzen en betrokkenheid omwonenden en draagvlak Een besluit tot afwijken van het bestemmingsplan of beheersverordening wordt voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 Awb (Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure). Van het ontwerp-besluit wordt kennisgegeven in het Zaans Stadsblad en in de Staatscourant. Ten aanzien van het ontwerp-besluit kan een ieder gedurende de inzagetermijn mondeling of schriftelijk een zienswijze indienen bij het college. De vastgestelde ruimtelijke onderbouwing wordt samen met het ontwerp-besluit ter inzage gelegd. Mochten hierop zienswijzen worden ingebracht, dan volgt een belangenafweging, waarna het college een besluit neemt. De inspraakverordening Zaanstad 2006 bepaalt dat inspraak over de totstandbrenging van ruimtelijke plannen en vrijstellingsbesluiten uitputtend is geregeld in de op deze beslissingen van toepassing verklaarde afdeling 3.4 Awb. Gelet op de uitgangspunten van deze UOV ligt het niet in de rede in aanvulling hierop te voorzien in een tweede, daaraan voorafgaande wettelijke inspraakvoorziening. Draagvlak In de huidige maatschappelijke context is de (nieuw)bouw van een moskee een gevoelige aangelegenheid op zich zelf. De Marokkaanse moskee ligt in een woonwijk die nagenoeg volledig door Turkse Nederlanders wordt bewoond.

Dit levert tot nu toe geen problemen op; de moskee is al jaren gevestigd op deze locatie (zelfs eerder dan de woningbouw rondom de moskee) en er zijn weinig signalen van overlast bekend, behoudens over de parkeersituatie. Er zijn geen spanningen bekend tussen de Marokkaanse gemeenschap en de Turkse en er is goed contact met het moskeebestuur. De percelen waarop de bestaande en beoogde moskee zijn gelegen, liggen aan de rand van een woonwijk. Zij grenzen direct aan vier achtertuinen van aanliggende woningen. Bezoekers van de moskee maken veelal gebruik van de openbare parkeerplaatsen in de wijk. De nieuwbouw van de moskee is een voorbeeld van situaties waarin het college wenst dat de (woon)omgeving actief wordt geïnformeerd en voorgelicht. Om die reden is aan aanvrager gevraagd het project met de omwonenden te bespreken en de reacties daarop in kaart te brengen. Aanvrager heeft hiertoe begin 2016 een bewonersavond georganiseerd en heeft omwonenden gevraagd een handtekening te plaatsen indien zij geen bezwaar hebben tegen het project. In een straal van zo’n 100 meter van de projectlocatie zijn ongeveer 50 woningen gelegen. Er zijn elf handtekeningen overgelegd van omwonenden die geen bezwaar hebben tegen het project. De woningen van deze elf omwonenden liggen verspreid van de projectlocatie.

Niet bekend is of dit ook moskeebezoekers zijn; aanvrager heeft aangegeven dat de moskee veel bezoekers van buiten de wijk ontvangt. Van de vier direct aangrenzende percelen heeft maar één bewoner expliciet verklaard geen bezwaar te hebben. Vanwege het geringe representatieve resultaat van het eerste onderzoek is aan aanvrager gevraagd opnieuw onderzoek te doen naar het draagvlak in de buurt. Aanvrager heeft hiertoe omwonenden uitgenodigd voor een bezoek in juni 2017 aan de moskee en de mogelijkheid tot het stellen van vragen. De schriftelijke uitnodiging is naar 110 huishoudens uitgegaan. Aanvrager geeft aan dat tijdens het rondbrengen van de uitnodigingen ook persoonlijk met omwonenden is gesproken. Velen lieten weten geen gebruik te maken van de uitnodiging omdat zij geen bezwaar hebben tegen de nieuwe moskee. De meeste interesse in de uitnodiging was afkomstig van de direct omwonenden. Er zijn uiteindelijk 20 omwonenden op de uitnodiging ingegaan. Volgens aanvrager zijn met deze belangstellenden goede

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

31/49

gesprekken gevoerd en zijn vragen beantwoord en afspraken gemaakt. Daarnaast heeft aanvrager verwezen naar de social media kanalen van de moskee, waarop het project uitgebreid is in te zien. Zienswijzen n.a.v. eerder ontwerpbesluit en mediation Naar aanleiding van het ontwerpbesluit dat in het voorjaar van 2018 ter inzage is gelegd zijn een aantal zienswijzen ingediend. Hieruit bleek bij verschillende omwonenden weerstand te bestaan tegen de vervangende nieuwbouw. Hierboven is op verschillende punten inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen. Deze hebben tot een aanpassing/aanvulling in de ruimtelijke onderbouwing geleid, met name in de paragrafen 1.2 Omschrijving van het project, 1.3 Aanleiding voor het project, 5.5 Parkeren, 7.2 Bedrijven en milieuzonering, 7.3 Geluid, H.12 Uitvoerbaarheid. Bij deze ruimtelijke onderbouwing is een bijlage bijgevoegd met een puntsgewijze reactie op de ingebrachte zienswijzen tegen het ontwerpbesluit dat in maart 2018 ter inzage is gelegd. Ook is in 2018 naar aanleiding van de zienswijzen op verschillende momenten tijdens de Ramadan en het vrijdagmiddaggebed de parkeersituatie gemonitord. Het algemene verkeersbeeld rondom de moskee was bij alle bezoeken relatief rustig.

Op vrijdagmiddagen waren nog ruimschoots parkeerplaatsen aanwezig in de openbare ruimte en ook op de vrijdagavonden waren er in de omgeving nog enkele openbare parkeerplaatsen vrij tijdens het gebed. Er was vanzelfsprekend wel meer verkeersaanbod maar de moskee had verkeersregelaars ingezet die de parkeergedragingen in goede banen leidde. Als gevolg van de reacties uit de omgeving op het ontwerpbesluit is ook een mediationtraject gestart tussen het moskeebestuur en omwonenden, onder begeleiding van een externe, NMIgecertificeerde, mediator. Over deze mediation zijn door partijen onderling afspraken gemaakt over vertrouwelijkheid. Er mag daarom geen inhoudelijk verslag over deze mediation worden gedaan. Over de resultaten van de mediation is wel terugkoppeling gegeven van de mediator aan de gemeente. Resultaten mediation: 1. De mediation is beëindigd, zonder dat overeenstemming is bereikt over de nieuwbouw van de moskee. 2. Over de overige zaken, zoals parkeeroverlast, geluidsoverlast en onderlinge (verdere) communicatie, hebben partijen met elkaar afspraken. Partijen hebben aangegeven dat deze geen vastlegging behoeven. 3. Door het moskeebestuur zijn twee wijzigingen in de (uitvoering van) het bouwplan doorgevoerd. Ten eerste worden alle ramen aan de oostzijde van het gebouw voorzien van melkglas en deze kunnen alleen schuin worden geopend.

Hierdoor is het onmogelijk om hierdoor naar binnen of buiten te kijken. De functie van deze ramen is beperkt tot het doorlaten van daglicht en luchtventilatie en is de privacy van de woningen en tuinen die naast de moskee zijn gelegen gewaarborgd.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

32/49

Ten tweede zal een schutting van 1,80 meter worden geplaatst op de kavelgrens langs de oostgrens om te voorkomen dat de bewoners en bezoekers van de oostelijke ingang elkaar kruizen. Bewoners van de woningen aan de Lanzarote kunnen in de tuin of voor de deur zitten zonder dat hun privacy wordt geschonden. Het exacte verloop van de schutting wordt met de buren bepaald. NB Deze schutting maakt geen onderdeel uit van aanvraag omgevingsvergunning waarvoor deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld. Voor de schutting moet afzonderlijk een omgevingsvergunning worden aangevraagd, zodra het precieze verloop en detaillering zijn uitgewerkt.

Gesprekken n.a.v. raadsvoorstel februari 2020 Naar aanleiding van de reacties op het publiceren van het raadsvoorstel van februari 2020, hebben gesprekken plaatsgevonden met omwonenden en met de aanvrager. Naar aanleiding hiervan is een nieuwe parkeerbeoordeling uitgevoerd, omdat aanvrager niet langer een beroep doet op de afkoop van benodigde parkeerplaatsen, maar schriftelijk heeft aangetoond hiervoor gebruik te kunnen maken van voldoende parkeerplaatsen bij de naastgelegen tafeltennisvereniging. Een nieuwe stedenbouwkundige beoordeling heeft plaatsgevonden, omdat het burenakkoord waarmee in een oorspronkelijk advies rekening was gehouden (gedeeltelijk) is ingetrokken. Bij de nieuwe beoordeling is geen rekening gehouden met een eventueel burenakkoord. Uit de gesprekken is naar voren gekomen dat, ongeacht de genoemde aanpassingen, geen draagvlak bestaat onder deze omwonenden voor de nieuwbouw van de moskee.

H. 12 Uitvoerbaarheid Omdat het project een particulier (althans geen gemeentelijk) initiatief is, is de totale investering in het project geheel voor rekening van de aanvrager. Derhalve zijn er geen financiële gevolgen of risico’s voor de gemeente. Er is wel een kans op planschade aanwezig. In artikel 6.1 van de Wro is bepaald dat indien een belanghebbende ten gevolge van een vergunning voor het bouwen schade lijdt of zal lijden, welke redelijkerwijs niet of niet geheel tot zijn last behoort te blijven, de gemeente op aanvraag een schadevergoeding kan toekennen. Op grond van artikel 6.4a van de Wro kan het college met de vergunningaanvrager overeenkomen dat die schade geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening komt. Met het moskeebestuur is een planschadeovereenkomst afgesloten, waarmee het zich verbindt om aan de gemeente het totale bedrag te compenseren van de planschade die onherroepelijk voor tegemoetkoming door de gemeente in aanmerking komt en voortvloeit uit de planologische maatregel zoals deze naar aanleiding van de door de aanvrager ingediende aanvraag door de gemeente wordt vastgesteld en in werking treedt. Gezien de beperkte mate waarin met dit bouwplan van het bestemmingsplan moet worden afgeweken is de te verwachten planschade niet zodanig dat dit op voorhand problemen oplevert voor de uitvoerbaarheid van het project.

Het aspect uitvoerbaarheid is daarmee voldoende verzekerd.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

33/49

De uitvoering van het bouwplan wordt door de initiatiefnemer gefinancierd door fondsverwerving. Bij toetsing op grond van de Wet Bibob zijn geen signalen naar voren gekomen die een belemmering vormen voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Verder zijn er vooralsnog geen aanwijzingen dat de (economische) uitvoerbaarheid van het project op problemen zou stuiten dan wel onmogelijk zou zijn.

H. 13 Conclusie Het project het (nieuw)bouwen van een moskee op de locatie Madagaskar 17 in Zaandam is een ruimtelijk verantwoorde ontwikkeling, omdat er ruimtelijk, milieukundig en stedenbouwkundig geen belemmeringen zijn voor het project ten opzichte van de omgeving. De afwijkingen van het project ten opzichte van het bestemmingsplan “Zaandam Zuid” zijn als aanvaardbaar beoordeeld, omdat de ruimtelijke kwaliteit ter plekken wordt verbeterd en het bouwvolume in twee lagen past in de directe omgeving. Voor het gevraagde kan een besluit tot afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12 eerste lid sub a, onder 3° van de Wabo genomen worden. De motivering van dit besluit omvat de ruimtelijke onderbouwing, waarin het project uitgebreid ruimtelijk onderbouwd wordt.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

34/49

Bijlage 1: Uittreksel bestemmingsplan Verbeelding en legenda

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

35/49

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

36/49

Planregels

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

37/49

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

38/49

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

39/49

Bijlage 2: Nieuwe situatie Situatie bestaand en nieuw

Plattegrond begane grond

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

40/49

Plattegrond eerste verdieping

Gevelaaangezichten

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

41/49

Bijlage 3: Reactie zienswijzen ontwerpbesluit maart 2018 Betreft: O20160525 Omgevingsvergunning bouwen Moskee, Madagaskar 17 te Zaandam. Procedure De besluitvormingsprocedure is, ingevolge het bepaalde in artikel 3.10, lid 1 onder b van de Wabo, uitgevoerd overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Van 29 maart 2018 t/m 9 mei 2018 heeft voor een periode van 6 weken een ontwerp van deze beschikking ter inzage gelegen en is een ieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt. De gemeenteraad heeft op 19 juni 2018 een motie heeft aangenomen waarmee is besloten dat voor deze aanvraag omgevingsvergunning een verklaring van geen bedenkingen is vereist. Hierdoor moet een nieuw ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd, inclusief een ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. Het eerdere ontwerpbesluit komt hiermee formeel te vervallen en de zienswijzen die hierover zijn ingediend hebben hierdoor geen procedureel/juridische betekenis. Met andere woorden, indien belanghebbenden zich ook in het nieuwe ontwerpbesluit niet kunnen vinden, moet hiertegen opnieuw een zienswijze ingediend worden. Alleen dan kan tegen het uiteindelijke besluit eventueel beroep worden ingesteld bij de rechtbank.

Inhoudelijk zijn de ingediende zienswijzen wel bij de inhoudelijke beoordeling betrokken en zijn de aspecten van de aanvraag en ruimtelijke onderbouwing waarop de zienswijzen betrekking hebben, opnieuw beoordeeld. De zienswijzen hebben geleid tot aanvullingen en aanpassingen in de ruimtelijke onderbouwing, maar hebben niet tot een andere uitkomst van de beoordeling en afweging geleid. Hieronder volgt een puntsgewijze samenvatting van de ingediende zienswijzen, met per punt daarop onze reactie: Zienswijze: 1. Het aantal moskeebezoekers is de afgelopen jaren fors toegenomen (van 20 naar 240 bezoekers), met het gevolg dat ook de overlast in de vorm van geluidsoverlast en parkeeroverlast. Deze overlast is zowel bij het moskeebestuur als bij de gemeente meermaals telefonisch en schriftelijk gemeld, maar dit heeft niet tot verbetering van de situatie geleid. Reactie: De moskee stelt dat sinds de oprichting (op 26 mei 1988) een ledenlijst bijgehouden wordt en dat sindsdien geen grote toename van het aantal bezoekers heeft plaatsgevonden. De nieuwbouwwoningen rondom de moskee zijn gebouwd in 2003. In de aanvraag voor de nieuwbouw is het aantal van maximaal 190 mensen opgegeven dat gelijktijdig in het pand aanwezig zal zijn. Dit aantal is voor de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning maatgevend en hier zal de aanvrager (het moskeebestuur) zich aan moeten houden.

Op het maximale aantal personen dat gelijktijdig in het pand aanwezig mag zijn, wordt door de brandweer toezicht gehouden. Aan de omgevingsvergunning wordt bovendien de voorwaarde verbonden dat het aantal gebedsplaatsen/zitplaatsen dat in de aanvraag bij deze omgevingsvergunning is opgegeven niet mag worden vergroot. De gemeenteraad heeft op 14 juli 2016 nieuw parkeerbeleid vastgesteld dat op 9 augustus 2016 in werking is getreden. Het betreft de ‘Nota Ruimte voor Parkeren’ met daarbij de ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’. Deze uitvoeringsnota geeft de beleidsregels waaraan omgevingsvergunningen worden getoetst en vervangt de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’. De uitvoeringsnota geeft echter de volgende overgangsregeling: Op een aanvraag om vergunning die is ingediend voor het tijdstip waarop de beleidsregels van de uitvoeringsnota van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip niet is beschikt, zijn de bepalingen van de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’ van toepassing, zoals deze luidden vóór de vaststelling van de

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

42/49

onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige regels worden toegepast. Op de onderhavige aanvraag is dus nog het oude beleid van toepassing, omdat de omgevingsvergunningaanvraag op 9 mei 2016 is ingediend. Volgens de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’ valt het project binnen de grenzen van de ‘Matig stedelijke zone B’. De bij een religiegebouw horende parkeernorm voor openbare parkeerplaatsen binnen deze zone bedraagt 0,1 parkeerplaatsen per zitplaats. Volgens de aanvraag is de moskee bestemd voor in totaal 190 personen, verdeeld over de gebedsfunctie en de nieuwe onderwijs- / activiteitenfunctie. Op basis hiervan moet voorzien worden in 0,1 x 190 = 19 parkeerplaatsen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van een maatgevende parkeerbehoefte die verband houdt met reguliere gebedsdiensten. Uit de aanvraag komt naar voren dat de overige ruimtes die bedoeld zijn voor nevenfuncties niet gelijktijdig worden gebruikt met de gebedsdiensten. Naast het maximale aantal bezoekers van 190 dat gelijktijdig in het pand aanwezig mag zijn op grond van de vergunning ‘brandveilig gebruik’, wordt een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden waardoor het vergroten van het aantal zitplaatsen wordt verboden. Bij verbouw en/of functiewijziging geldt het principe ‘oud voor nieuw’.

Dit betekent dat de parkeereis van de bestaande functie in mindering moet worden gebracht. Bij toetsing van een verbouwplan of functiewijziging wordt zowel de oude als de nieuwe parkeerdruk bepaald. Nieuw minus oud is het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor het nieuwe bouwplan. In dat geval wordt de parkeereis alleen bepaald op basis van de toename van de parkeervraag. In de oude situatie, waarin de moskee bestemd is voor 100 personen, moest al voldaan worden aan de norm van 0,1 x 100 = 10 parkeerplaatsen. In de nieuwe situatie moet voldaan worden aan de norm van 0,1 x 190 = 19 parkeerplaatsen. Dit is inclusief de nieuwe sociaal culturele functie. Derhalve moet voor het project een totaal van 9 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het parkeerbeleid 2013 heeft, behalve voor de ‘sterk stedelijke zones A en B’, als uitgangspunt dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Met parkeren op eigen terrein wordt gelijkgesteld de situatie waarbij de initiatiefnemer aantoont voor een lange periode van minimaal 20 jaar gebruik te kunnen maken van parkeergelegenheid van derden binnen een straal van 250 meter. Tot slot biedt het parkeerbeleid soms ook mogelijkheden voor parkeren op de openbare weg of het afkopen van de verplichting om parkeerplaatsen te realiseren. Het project voorziet in vier parkeerplaatsen op eigen terrein.

Voor de resterende 5 parkeerplaatsen wordt een beroep gedaan op de parkeerplaatsen van de naastgelegen tafeltennisvereniging. Het gebruik van minimaal 5 parkeerplaatsen ten behoeve van de moskee wordt in een overeenkomst met deze vereniging gewaarborgd voor een periode van minimaal twintig jaar. Hiermee wordt aan het parkeerbeleid van de gemeente voldaan. Ter aanvulling op deze onderbouwing op grond van het vastgestelde beleid, heeft de gemeente ook tijdens het vrijdagmiddag- en avondgebed en tijdens de Ramadan en het Suikerfeest de verkeersdrukte gemonitord. Het algemene verkeersbeeld rondom de moskee was bij alle bezoeken relatief rustig. Op vrijdagmiddagen waren nog ruimschoots parkeerplaatsen aanwezig in de openbare ruimte en ook op de vrijdagavonden waren er in de omgeving nog enkele openbare parkeerplaatsen vrij tijdens het gebed. Bovendien spant het moskeebestuur zich in om de bezoekers te stimuleren zo veel mogelijk met de fiets te komen en hierdoor het gebruik van de auto te verminderen. Zowel de inzet van verkeersregelaars als het stimuleren van bezoekers om op de fiets te komen, zijn opgenomen in het parkeerbeleid van het moskeebestuur dat ter aanvulling op de aanvraag is aangeleverd. Hierin is eveneens opgenomen dat verkeersregelaars bezoekers met de auto

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

43/49

als eerste verwijzen naar de parkeerplaatsen van de naastgelegen vereniging waarmee hierover afspraken zijn gemaakt. Deze afspraken hebben bovendien ook betrekking op het gebruik van parkeerplaatsen bovenop de 5 parkeerplaatsen die minimaal benodigd zijn om aan de parkeernorm te voldoen en zijn zowel met de tafeltennisvereniging als met de boogschietersvereniging gemaakt. Zienswijze: 2. De geluidsoverlast van spelende kinderen op het binnenterrein op zaterdag en gedurende de nachtelijke bezoeken in de Ramadanmaand nemen toe. Reactie: Het bestuur van de moskee geeft aan dat in het weekend educatieve activiteiten worden georganiseerd. Het gebruiken van het perceel voor dergelijke activiteiten is overigens ook in de bestaande situatie al toegestaan binnen de bestemming ‘maatschappelijke doeleinden’. Aan deze functie zijn binnen deze bestemming geen verdere beperkingen gesteld. Om mogelijke overlast door spelende kinderen te voorkomen wordt in het nieuwe gebouw meer speelruimte gecreëerd zodat deze kinderen tijdens pauzes binnen kunnen blijven om te pauzeren en te spelen. Daarnaast heeft de aanvrager middels afbeeldingen aangegeven dat een schutting wordt geplaatst op het perceel van de moskee aan de zijde van de naastgelegen woningen. Deze schutting maakt nu geen onderdeel uit van deze aanvraag.

Zodra het exacte verloop en detaillering uitgewerkt zijn, zal hiervoor een afzonderlijke omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd. Voor de nachtelijke bezoeken tijdens de Ramadanmaand geldt een vergelijkbare situatie. Ook hier is er sprake van gebruik dat al in de bestaande situatie zonder verdere beperkingen door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt. Gelet hierop staan deze in de zienswijze aangedragen omstandigheden niet aan het verlenen van de omgevingsvergunning in de weg. Zienswijze: 3. De moskee wordt bijna vier maal zo groot. Omdat de bezoekers grotendeels van buiten de wijk komen, is er geen behoefte aan deze nieuwbouw in de wijk zelf. Gelet op de grootte van de moskee en het aantal bezoekers past deze moskee niet in het profiel ‘Tuinstedelijk’, zoals opgenomen in de Structuurvisie ‘Zichtbaar Zaans’. In dit gebied, dat is aangemerkt als ‘woongebied’ is overwegend sprake van wonen (90%) en zo’n 5%-15% voorzieningen en bedrijvigheid. Ook de bestaande verenigingen moeten worden meegewogen in die balans. Reactie: De moskee heeft momenteel een oppervlakte (buitenwerks vloeroppervlakte van het gebouw) van ca. 120 m². Dit wordt in de nieuwe situatie ca. 275 m²: Dit is een toename met factor 2,3. De brutovloeroppervlakte (bvo) van de moskee (buitenwerks vloeroppervlakte van alle bouwlagen) is 160 m². Dit wordt in de nieuwe situatie 457 m².

Dit is een toename met factor 2,85. De moskee wordt groter, maar niet met een factor 4 zoals in de zienswijzen wordt aangegeven. De bestaande functie van moskee op de locatie is stedenbouwkundig gezien een maatschappelijke functie die in een woonomgeving passend is. Net als andere aan de woonomgeving complementaire functies is het van belang dat een dergelijke functie een behuizing heeft die voldoende aansluit aan de behoefte om op een goede wijze deze functie te kunnen blijven vervullen. Overigens bevat het geldende bestemmingsplan of de in 1995 verleende vergunning geen beperking van het aantal bezoekers van de moskee, anders dan de omvang van het bouwvlak.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

44/49

De achtergrond van de vergroting is hoofdzakelijk gericht op het groter maken van de gebedsruimten om meer comfort te bieden aan de huidige moskeebezoekers en voor de activiteiten die in het pand plaatsvinden. Er wordt een interne ontmoetingsruimte gecreëerd in plaats van een externe. Ook vindt betere isolatie plaats waardoor geluidsoverlast wordt gereduceerd. Dat gesteld wordt dat de moskee niet passend zou zijn in het profiel ‘tuinstedelijk’ cq ‘woongebied’ doet niets af aan het feit dat een moskee op de huidige locatie conform de bepalingen van het bestemmingsplan mogelijk is. Dat deels buiten het bouwvlak wordt gebouwd is een ruimtelijke afweging die gemaakt moet worden, geen functionele afweging. Zienswijze: 4. Nieuwbouw gaat ten koste van het groen. Reactie: De structuur van de in 2004 gerealiseerde woonbuurt loopt in de huidige situatie voor wat betreft de groenstrook aan de Lanzarote aan de westzijde enigszins dood op het daar aanwezige loodsachtige volume van ZTTC. Het openbare gebruik van de groenstrook speelt zich meer af in het deel waar sportvoorzieningen en wandelpaden aanwezig zijn. Het initiatief voor het realiseren van de nieuwbouw van de moskee in dit minder gebruikte deel van de groenstrook biedt kansen voor het opwaarderen van de ruimtelijke kwaliteit ter plekke.

Zo kan er met de nieuwbouw een meer herkenbare beëindiging van de strook worden gerealiseerd alsmede meer een kwalitatieve voorkantsituatie aan de openbare ruimte van de groenstrook Daarnaast wordt een erfafscheiding (bijv. schutting) gebouwd tussen het voorerf en voorstel deel van het gebouw van de moskee en de naastgelegen woningen. De uitvoering van deze erfafscheiding wordt afgestemd met omwonenden. Hiervoor wordt nog een afzonderlijke aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Hierbij zal in het bijzonder aandacht zijn voor een groene uitstraling die meedoet met de openbare groene ruimte achter de moskee. Om meer ruimtelijke kwaliteit aan de westelijke kant van de openbare groenstrook te realiseren is inrichting van die ruimte en een kwalitatief ontwerp van erfscheiding benodigd. Uitgangspunt is een lage erfafscheiding in de vorm van een haag van 1 meter. Er wordt een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden dat een inrichtingsplan voor het buitenterrein moet worden ingediend en goedgekeurd door de gemeente alvorens het gebouw in gebruik mag worden genomen. Zienswijze: 5. De parkeertelling van indieners wijst uit dat de moskee in de huidige situatie 73 auto’s aantrekt bij een regulier vrijdagsgebed. Gelet op de voorgestelde vergroting van het gebouw betekent dat een parkeerbehoefte van zeker 100 parkeerplaatsen.

De in het bouwplan opgenomen parkeerplaatsen en de afgekochte parkeerplaatsen zijn onvoldoende om de behoefte op te vangen. De gemeente heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de parkeerdruk en de toename in parkeerbehoefte door het bouwplan, ondanks dat zij op de hoogte was van de diverse meldingen over overlast. Reactie: Zie onder reactie 1 met een verwijzing naar de bijbehorende ruimtelijke onderbouwing.

Zienswijze: 6. Door de aanvrager zijn te weinig bezoekers opgegeven in zowel de huidige situatie als in de toekomstige situatie. Reactie:

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

45/49

In de aanvraag voor de nieuwbouw is het aantal van maximaal 190 personen opgegeven. De gemeente is gehouden een aanvraag te beoordelen op basis van de daarbij ingediende informatie. Aan dit aantal zal de moskee zich moeten houden om te voldoen aan de brandweervoorschriften en bovendien wordt een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden dat het aantal gebedsplaatsen/zitplaatsen zoals opgegeven in de aanvraag niet mag worden vergroot. Het bestuur van de moskee stelt zelf ook dat het praktisch / feitelijk niet mogelijk is meer mensen in het gebouw op te vangen. Zowel het aantal m² van het gebouw als de benodigde ruimte per persoon om het gebed te kunnen verrichten maken dit onmogelijk. Op het maximale aantal personen dat gelijktijdig in het pand aanwezig mag zijn, wordt door de brandweer toezicht gehouden.

Zienswijze: 7. Uit een door indieners gehouden buurtenquête blijkt dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor de nieuwbouwplannen. Reactie: Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, waardoor de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend als sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In een ruimtelijke procedure wordt beoordeeld of de ontwikkeling naar maatstaven van een goede ruimtelijke ordening (waaronder bijvoorbeeld stedenbouwkundige uitgangspunten, welstand, parkeren en milieu) aanvaardbaar is. Over de uitkomst per ruimtelijk aspect of over de uitkomsten van de verschillende aspecten samen vindt een afweging plaats waarbij het algemene belang, de belangen van de initiatiefnemer en de belangen van omwonenden worden betrokken. Binnen het vervolg van de procedure kunnen betrokkenen hun inhoudelijke belangen verder behartigen door zienswijzen in te dienen en als volgende stap door een beroep in te stellen tegen een genomen besluit. Voor deze aanvraag heeft aanvrager diverse bewonersavonden georganiseerd en omwonenden de mogelijkheid gegeven tot het stellen van vragen. Volgens aanvrager zijn met deze belangstellenden goede gesprekken gevoerd en zijn alle vragen beantwoord en afspraken gemaakt. Daarnaast heeft aanvrager verwezen naar de ‘socialmedia-kanalen’ van de moskee, waarop het nieuwbouw project uitgebreid is in te zien.

Na de ter inzage legging van het ontwerpbesluit heeft mediation plaatsgevonden tussen omwonenden en het moskeebestuur. Er is hierbij geen overeenstemming bereikt over de nieuwbouw van de moskee. Wel zijn onderling afspraken gemaakt over parkeeroverlast, geluidsoverlast en verdere communicatie onderling. Uit de meditiongesprekken van 2018/2019 en de gesprekken tussen gemeente en omwonenden van medio 2020 blijkt dat voor het voorliggende voorstel geen draagvlak aanwezig is bij diverse bewoners in de omgeving van de moskee. Bij afwijken van het bestemmingsplan is het gebruik dat we de initiatiefnemer vragen om inspanningen te doen om de belangen van verschillende partijen zo goed mogelijk in beeld te brengen. Het beleid ‘Burenakkoord’ (vastgesteld in 2014)1 is een instrument om draagvlak in te zetten bij het afwijken van gemeentelijke kaders, en om een initiatief zowel ruimtelijk als maatschappelijk beter te verankeren in de omgeving. Indien blijkt dat draagvlak onder omwonenden ontbreekt, is dit op zichzelf geen reden om de omgevingsvergunning te weigeren. De inhoudelijke argumenten die in de verschillende gesprekken en zienswijzen naar voren zijn gebracht zijn betrokken bij de belangenafweging die rond deze aanvraag heeft plaatsgevonden.

1

Notitie Burenakkoord, een instrument om draagvlak in te zetten bij afwijken van gemeentelijke regels en kaders, 2-12-2014, pag. 13

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

46/49

Zienswijze: 8. De moskee heeft – anders dan in de aanvraag wordt gesuggereerd - geen buurtfunctie. Het beeld dat geschetst wordt door de aanvrager over contacten met de omgeving is onvolledig. Reactie: De stichting Marokkaanse Moskee Zaanstreek is opgericht in 1988. In 1996 is een kavel gekocht en is de moskee gebouwd op het huidige perceel. Vervolgens heeft de stichting zijn maatschappelijke rol in Zaandam-Zuid vergroot en neemt het deel aan verschillende initiatieven, binnen verschillende organisaties in de wijk en in Zaanstad. Deze houding komt overeen met de ‘open deur’ van de moskee, waar iedereen welkom is ongeacht de persoonlijke voorkeuren. De moskee stelt geen onderscheid te maken op basis van land van herkomst. Een ieder die gebruik wil maken van de moskee is welkom. Dat veel bewoners van de buurt geen gebruik maken van de moskee doet niets af aan het feit dat de moskee wel degelijk open staat voor de buurt. Zienswijze: 9. Indieners verwachten dat de nieuwbouw de waarde van de woningen negatief beïnvloed en zullen een verzoek om planschade indienen. Reactie Het staat een ieder die schade ondervindt doordat met de omgevingsvergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan vrij om een verzoek om planschade in te dienen. In de wet is opgenomen dat planschade die valt onder het “normale maatschappelijke risico” voor eigen rekening blijft.

Wanneer de planschade ontstaat door een “niet voorzienbare maatschappelijke ontwikkeling”, blijft ook een deel van de schade voor eigen risico. In de wet is daartoe opgenomen dat bij een niet voorzienbare maatschappelijke ontwikkeling, een waardevermindering van een onroerende zaak (veelal uw woning) in ieder geval een bedrag overeenkomende met een gedeelte van 2% van de waarde van de woning onmiddellijk voor het ontstaan van de schade, voor uw eigen rekening blijft. Gelet op wat in de huidige situatie al is toegestaan op grond van het bestemmingsplan is de verwachting dat de omvang van eventuele planschadeclaims niet aan de uitvoerbaarheid van dit project in de weg staat. Zienswijze: 10. Er is geen onderzoek gedaan naar nut en noodzaak en er is geen onderbouwde belangenafweging tussen de belangen van de moskee en de belangen van de bewoners en diverse verenigingen in het gebied. Reactie: Het moskeebestuur heeft aangegeven waarom zij nieuwbouw en uitbreiding nodig achten. Zoals reeds gesteld onder reactie 2 is in dit kader een ruimtelijke afweging nodig om te kunnen bepalen of een vergunning kan worden afgegeven aangezien de functie van moskee binnen de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’ mogelijk is volgens het vigerende bestemmingsplan.

Uit de aanvraag en bijbehorende documenten is de nut en noodzaak van dit bouwplan naar voren gebracht en in de ruimtelijke onderbouwing zijn de consequenties van dit project aan de hand van de verschillende ruimtelijke aspecten afgewogen. Hierbij zijn eveneens de belangen van bewoners en verenigingen in het gebied betrokken. Zienswijze: 11. De afspraak tussen de moskee en de tafeltennisvereniging over het gebruik van het naastgelegen parkeerterrein biedt ook al in de huidige situatie onvoldoende oplossing voor

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

47/49

het parkeerprobleem. Ook is de afspraak gemakkelijk opzegbaar en daarmee niet toekomstbestendig. Reactie: De parkeersituatie is beoordeeld aan de hand van de hiervoor geldende regelgeving en beleid. Zie hiervoor verder de reactie onder 1. Hierbij heeft de aanvrager door middel van een overeenkomst aangetoond dat minimaal gedurende de komende twintig jaar gebruik kan worden gemaakt van de parkeerplaatsen van de naastgelegen tafeltennisvereniging ZTTC. Op grond van het parkeerbeleid van Zaanstad wordt dit gelijk gesteld met het voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein waardoor wordt voldaan aan de parkeernorm. Met de handboogschietvereniging is daarnaast een gentlemen’s agreement om eveneens van hun parkeerplaatsen gebruik te kunnen maken op piekmomenten. Hiermee is bij de toetsing van de aanvraag aan het beleid geen rekening gehouden, omdat deze afspraken niet op schrift zijn gesteld, maar zorgen er voor dat in de praktijk op meer dan de formeel vereiste parkeerplaatsen een beroep gedaan kan worden. Zienswijze: 12. Het bericht dat er geen spanningen bekend zijn rondom de moskee klopt niet. Er is al meerdere keren politie uitgerukt voor incidenten. Reactie: Het aantal incidenten dat bekend is, is zeer beperkt. Bij de wijkagent is bekend dat sommige bewoners in de omgeving van de moskee parkeeroverlast ervaren.

Op de situatie rondom het parkeren is ingegaan onder de reacties bij de zienswijzen 1. en 5. Voor deze zienswijze is bij de politie opgevraagd welke informatie bekend is over meldingen of incidenten gerelateerd aan overlast of het verstoren van de openbare orde. Hieruit blijkt dat sinds 2015 tot eind 2019 slechts vijf meldingen zijn gedaan. Deze hadden elk verschillende aanleidingen, te weten geluidsoverlast, parkeeroverlast, overlast op straat door bezoekers van een bruiloft in de Moskee, het verstoren van het gebed en mishandeling. In het laatste geval is door het moskeebestuur zelf aangifte gedaan. Uiteraard is het wel mogelijk dat de politie vaker in de omgeving van de Moskee wordt gezien. Er is vaker contact tussen de politie en het bestuur en deze bezoeken worden in uniform en met een dienstvoertuig gedaan. Zienswijze: 13. Indieners merken op dat er geregeld bezoekers uit het buitenland de moskee aandoen, hetgeen zij opmerkelijk vinden in het licht van het onderzoek van de FIOD naar buitenlandse financieringen naar andere moskeeën. Deze financieringen zouden volgens indieners aan banden worden gelegd door een nieuwe wet. Volgens indieners heeft er geen controle plaatsgevonden op de financiering van de nieuwbouw of de afkoop van de vijf parkeerplaatsen. Reactie: De moskee is met eigen middelen opgericht en heeft dit met eigen middelen voortgezet.

De gelden verlopen via de bank en zijn voor autoriteiten zichtbaar of opvraagbaar. Zienswijze: 14. Indieners zijn van mening dat er andere geschikte locaties zijn voor de nieuwbouw van de moskee. Reactie:

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

48/49

De aanvraag is ingediend voor de bestaande locatie binnen de geldende bestemming ‘maatschappelijke doeleinden’. De ruimtelijke afweging heeft dan ook op grondslag van deze locatie plaatsgevonden. Er is gekeken of er alternatieve locaties mogelijk zijn voor deze ontwikkeling. Dit bleek echter niet het geval te zijn. Ook bleek het verplaatsen van de moskee organisatorisch en financieel niet haalbaar.

Bijlage 4: Onderzoeken

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9396516/1