CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing - Start procedure afwijken bp voor de bouw van een moskee op de locatie Madagaskar 17 te Zaandam

Raadsvergadering 21 januari 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Afwijken bestemmingsplan t.b.v. bouw moskee Madagaskar17.404 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

1/49

Ruimtelijke onderbouwing Ten behoeve van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan krachtens artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor het bouwen van een moskee op de locatie Madagaskar 17 te Zaandam.

Dossiernummer: O20160525

Sector Veiligheid, Vergunningen en Handhaving Oktober 2020

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

2/49

Inhoudsopgave H. 1 Inleiding........................................................................................................................ 6 1.1 Algemeen procedure.................................................................................................... 6 1.2 Omschrijving van het project ........................................................................................ 6 1.3 Aanleiding voor het project ........................................................................................... 6 1.4 Ligging en begrenzing van het project .......................................................................... 7 1.3 Basisgegevens............................................................................................................. 8 H. 2 Bevoegd gezag en procedure...................................................................................... 8 2.1 Bestemmingsplan of beheersverordening..................................................................... 8 2.2. Procedure ................................................................................................................... 9 2.3 Eisen artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3o van de Wabo.......................................... 10 H. 3 Procedureel beleid .....................................................................................................

10 3.1 Raadsbeleid/Verklaring van geen bedenkingen .......................................................... 10 3.2 Beleid college van B&W ............................................................................................. 11 H. 4 Beleidskaders ruimtelijke beleid algemeen onderbouwd ........................................ 11 4.1 Rijksbeleid ................................................................................................................. 12 4.2 Provinciaal beleid....................................................................................................... 13 4.3 Gemeentelijk beleid.................................................................................................... 13 H. 5 Stedenbouwkundige en welstandelijke aspecten..................................................... 13 5.1 Relatie met toekomstig bestemminggebied (indien van toepassing)............................ 13 5.2 Functie gerelateerd aan omgeving ............................................................................. 14 5.3 Bouwmassa gerelateerd aan omgeving...................................................................... 14 5.4 Verkeersontsluiting/-situatie .......................................................................................

18 5.5 Parkeren .................................................................................................................... 18 5.6 Welstandsnota Zaanstad............................................................................................ 20 H. 6 Water .......................................................................................................................... 21 H. 7 Milieuaspecten ........................................................................................................... 21 7.1 Gemeentelijk (milieubeleid) ........................................................................................ 21 7.2 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................... 21 7.3 Geluid ........................................................................................................................ 22 7.4 Geur .......................................................................................................................... 23 7.5 Luchtkwaliteit ............................................................................................................. 23 7.6 Externe veiligheid.......................................................................................................

24 7.7 Bodem ....................................................................................................................... 26 7.8 Milieueffectrapportage (MER)..................................................................................... 26 7.9 Wet Natuurbescherming............................................................................................. 27 H. 8 Monumenten en archeologie..................................................................................... 28 H. 9 Grondexploitatie ........................................................................................................ 28 H. 10 Overleg met de provincie en andere betrokken bestuursorganen ........................ 29 10.1 Provincie.................................................................................................................. 29 10.2 Rijk .......................................................................................................................... 29

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

3/49

10.3 Hoogheemraadschap ............................................................................................... 30 H. 11 Zienswijzen en betrokkenheid omwonenden en draagvlak ................................... 30 H. 12 Uitvoerbaarheid........................................................................................................ 32 H. 13 Conclusie.................................................................................................................. 33 Bijlage 1: Uittreksel bestemmingsplan............................................................................. 34 Verbeelding en legenda ................................................................................................... 34 Planregels ....................................................................................................................... 36 Bijlage 2: Nieuwe situatie.................................................................................................. 39 Bijlage 3: Reactie zienswijzen ontwerpbesluit maart 2018.............................................. 41 Bijlage 4: Onderzoeken ..................................................................................................... 49

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

4/49

Overzichtskaart plangebied en omgeving

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

5/49

Situering bouwplan

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

6/49

H. 1 Inleiding 1.1 Algemeen procedure Voor het project waarover deze ruimtelijke onderbouwing gaat, heeft eerder een ontwerpbesluit ter inzage gelegen met een ruimtelijke onderbouwing. Naar aanleiding hiervan heeft de gemeenteraad echter besloten dat hiervoor eerst een verklaring van geen bedenkingen door de gemeenteraad moet worden afgegeven voordat hiervoor omgevingsvergunning kan worden verleend. Daarom moet de procedure opnieuw gevoerd worden en moet er een nieuw ontwerpbesluit met ruimtelijke onderbouwing worden opgesteld. Meer over de procedure staat in hoofdstuk 3. Deze ruimtelijke onderbouwing is bedoeld als onderbouwing van het nieuwe ontwerpbesluit. Tegen het ontwerpbesluit dat in 2018 ter inzage is gelegd zijn een aantal zienswijzen ingediend. In het najaar van 2018 heeft bovendien een mediationtraject plaatsgevonden tussen aanvrager en omwonenden. De zienswijzen en de resultaten van het mediationtraject die aan de gemeente zijn teruggekoppeld, zijn in deze nieuwe ruimtelijke onderbouwing meegenomen. Onder hoofdstuk 11 wordt beknopt weergegeven waarop de zienswijzen waren gericht en tot welke wijzigingen in de ruimtelijke onderbouwingen dit heeft geleid. 1.2 Omschrijving van het project Het volledige project betreft de sloop en nieuwbouw van de Essalam Moskee op het perceel Magadaskar 17 in Zaandam Zuid en het kappen van twee bomen.

Deze ruimtelijke onderbouwing heeft alleen betrekking op de nieuw te bouwen moskee, omdat voor de andere activiteiten geen besluit tot afwijking van het bestemmingsplan is vereist. De nieuwe moskee wordt tweelaags en heeft een oppervlakte van ongeveer 275m². De bestaande moskee die wordt gesloopt heeft een oppervlakte van 120m² heeft. De bouwhoogte van de nieuwe moskee is circa 7,25 meter. De nieuwe moskee heeft een brutovloeroppervlak van 457 m2. De bestaande moskee heeft een brutovloeroppervlak van 160 m2. Het bebouwingsoppervlak neemt hierdoor toe met een factor 2,3 en het brutovloeroppervlak met factor 2,85. Het aantal zitplaatsen waaraan de moskee ruimte biedt gaat van 100 plaatsen in de bestaande situatie naar 190 in de nieuwe situatie. Naast de gebedsruimte biedt de nieuwe moskee ruimte voor ondersteundende functies zoals een kantine, een bestuurskamer en drie (les)lokalen. Het ontwerp van de moskee begint slank zoals de bestaande moskee en loopt verder naar achteren breder uit. In dit brede gedeelte is zowel op de begane grond als op de verdieping gebedsruimte beoogd. De moskee krijgt aan de kop- en zijgevel een ingang. Het gebouw heeft een eenduidig volume en de witte kleur van de kozijnen sluit aan bij de woningen in de omgeving.

Om de nieuwbouw mogelijk te maken schuift het gebouw op het perceel zo’n 4,0 meter naar het zuiden. Door deze verschuiving en de grotere omvang komt het gebouw gedeeltelijk in de huidige groenstrook te liggen. Deze gronden zijn gemeentelijk eigendom en deels in gebruik bij handboogschutterij Czaar Peter, gevestigd aan Madagaskar 16. Na vergunningverlening vindt hiervoor de grondoverdracht plaats. Ten gevolge van de verplaatsing moeten twee bomen worden gekapt. 1.3 Aanleiding voor het project

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

7/49

De initiatiefnemer geeft aan dat de staat van het bestaande gebouw een belangijke reden is voor deze aanvraag. Het gebouw is verouderd, slecht geïsoleerd, niet energiezuinig en heeft een houten fundering. Nieuwbouw is daarom duurzamer en verantwoorder dan renovatie. De nieuwe moskee wordt goed geïsoleerd en met het grotere gebruiksoppervlak kunnen de functies die de moskee ook nu al uitoefent beter worden geaccomodeerd. Zo kan een afzonderlijke gebedsruimte voor vrouwelijke moskeebezoekers worden gerealiseerd. Op dit moment wordt hiervoor nog gebruik gemaakt van het klaslokaal op de verdieping. Ook kunnen de ruimtes op de bovenverdieping gebruikt worden voor huiswerkbegeleiding, sociale en maatschappelijke activiteiten en workshops. De moskee wil haar deuren ook openen voor de wijk en de wijk de ruimte en mogelijkheid bieden om activiteiten voor en door wijkbewoners te organiseren. Hierbij valt te denken aan educatieve en sociale activiteiten. Uit de gegevens bij de aanvraag volgt een toename van het maximaal aantal personen dat gelijktijdig in het gebouw aanwezig kan zijn. Voor het maximaal aantal personen dat gelijktijdig aanwezig mag zijn, is het aantal zitplaatsen maatgevend. Dit gaat van 100 naar 190 en is begrensd door het vergunningonderdeel ‘brandveilig gebruik’.

Daarnaast wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden dat het aantal zitplaatsen niet verder mag worden vergroot. Uit de aanvraag blijkt verder dat het aantal leden van de moskee al vele jaren redelijk stabiel is en rond de 120 ligt. Gelet op de aanleiding voor deze aanvraag en het feit dat in Zaandam en in de andere kernen binnen de gemeente meerdere moskeeen aanwezig zijn is de verwachting niet dat door deze nieuwbouw het aantal leden van deze moskee aanzienlijk zal toenemen.

Aantal leden moskee Essalam (opgave door aanvrager)

1.4 Ligging en begrenzing van het project De nieuw te bouwen moskee is deels beoogd op het kadastrale perceel Zaandam, sectie D, nummer 5226, waar de huidige, te slopen moskee staat, en door verschuiving en uitbreiding van het gebouw komt een deel van de nieuw te bouwen moskee tevens te liggen op het kadastrale perceel sectie D, nummer 6012, dat in eigendom is van de gemeente. De percelen

liggen aan de rand van een

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

8/49

Luchtfoto van de bestaande situatie, waarin de moskee met rood is aangeduid

woonwijk die aan deze zuidzijde wordt begrensd door een recreatieve groenstrook met water (genoemd perceelnummer 6012) en de Doctor J.M. den Uylweg. Ten westen van de percelen ligt het gebouw van de Zaanse Tafeltennisclub en handboogschutterij Czaar Peter. Ten oosten van de huidige moskee liggen vier woningen. De achtertuinen van deze woningen worden door een smalle brandgang gescheiden van het perceel van de moskee. Door de verplaatsing wordt de nieuw te bouwen moskee gedeeltelijk buiten het bouwvlak gesitueerd en wordt gebouwd op een groenstrook op gemeentegrond. Door de verschuiving komt het gebouw verder af te liggen van de tuinen van de woningen aan Madeira 24 en 26. Ligging bestaande situatie

Ligging nieuwe situatie

1.3 Basisgegevens De locatie betreft Madagaskar 17 te Zaandam, kadastraal bekend gemeente Zaanstad sectie D nummer 5226 en gedeeltelijk op de groenstrook achter dit perceel, kadastraal bekend gemeente Zaanstad sectie D nummer 6012.

H. 2 Bevoegd gezag en procedure Gelet op bovenstaande projectbeschrijving, alsmede op het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de daarbij horende bijlage is het college van Burgemeester en wethouders van Zaanstad het bevoegd gezag om op de aanvraag om omgevingsvergunning te beslissen. Het onderhavige project is getoetst aan het bestemmingplan. 2.1 Bestemmingsplan of beheersverordening De percelen zijn gelegen in het gebied waarvoor het bestemmingsplan “Zaandam Zuid” geldt. Perceelnummer 5226, waarop de te slopen moskee staat, heeft hierin de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden (M3/5)’, artikel 9 van de planvoorschriften. Perceelnummer

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

9/49

6012 (de groenstrook) heeft de bestemmingen: - ‘Groenvoorzieningen I’, artikel 11 van de planvoorschriften en - ‘Verblijfsdoeleinden’, artikel 13 van de planvoorschriften.

Uitsnede bestemmingsplan

Ten behoeve van de bestemming ‘Maatschappelijke doeleinden’ mogen hoofdgebouwen worden gebouwd, waarbij voor de nadere aanduiding M3/5 geldt dat de maximale goothoogte 3,00 meter mag bedragen en de maximale hoogte 5,00 meter. Het project is hiermee in strijd, omdat de beoogde bouwhoogte circa 7,25 meter bedraagt. Daarnaast heeft de te bouwen moskee een andere situering ten opzichte van de te slopen moskee, waardoor die gedeeltelijke buiten het op de plankaart aangegeven bouwvlak komt te liggen. Ook hierdoor is het project in strijd met het bestemmingsplan. Het project is tevens in strijd met de bestemmingen ‘Groenvoorzieningen I’ en ‘Verblijfsdoeleinden’ omdat op gronden met deze bestemmingen alleen ten behoeve van deze bestemming bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen worden gebouwd. Aangezien de moskee geen ‘bouwwerk geen gebouw zijnde’ maar een gebouw is en bovendien niet ten behoeve van deze bestemmingen wordt gebouwd, is het project in strijd met beide bestemmingen. 2.2. Procedure Het bestemmingsplan bevat in artikel 16 algemene vrijstellingsbevoegdheden. Op grond van lid 1 onder a zijn burgemeester en wethouders bevoegd vrijstelling te verlenen voor het bouwen van bouwwerken tot een hoogte van 9,0 meter en een goothoogte van 6,0 meter.

Op basis van deze bepaling kan met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1° van de Wabo (de zogenoemde binnenplanse vrijstelling) het project voor wat betreft de hoogte mogelijk gemaakt worden, mits wordt voldaan aan de voorwaarde die zijn genoemd in het tweede lid van artikel 16. Het project moet echter in zijn totaliteit beoordeeld worden, zodat de hoogte niet los gezien kan worden van de situering buiten het bouwvlak. Het bouwen buiten het bouwvlak kan niet met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 1° van de Wabo gerealiseerd kan worden. Het onderhavige project kan voorts niet worden gerealiseerd met toepassing van artikel 2.12, lid 1 sub a, onder 2° van de Wabo, aangezien het niet past in de in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, aangewezen categorie gevallen. Uit het voorgaande vloeit voort dat voor de onderhavige gewenste ontwikkeling een procedure tot afwijking van het bestemmingplan ex artikel 2.12, lid 1 sub a, onder 3° van de Wabo gevoerd dient te worden. Krachtens artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3° van de Wabo kan het bevoegd gezag – in het onderhavige geval het college van burgemeester en wethouders - ten behoeve van de verwezenlijking van een project van gemeentelijk belang een besluit nemen tot afwijken van een bestemmingsplan. Het besluit dient een goede ruimtelijke onderbouwing van het project te bevatten.

Op de voorbereiding van een besluit tot afwijken van het bestemmingsplan op basis van artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3° van de Wabo is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing (de Uniforme Openbare

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

10/49

Voorbereidingsprocedure). 2.3 Eisen artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3o van de Wabo Voor het onderhavige project wordt voldaan aan de plicht om de eisen die gesteld worden in artikel 5.20 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) juncto artikel 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid van het Besluit ruimtelijke ordening in de ruimtelijke onderbouwing te behandelen. In de onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden alle relevante aspecten behandeld die in bovengenoemde artikelen zijn opgenomen als voorwaarden van een goede ruimtelijke onderbouwing.

H. 3 Procedureel beleid 3.1 Raadsbeleid/Verklaring van geen bedenkingen Artikel 6.5 van het Bor bepaalt: 1. Voor zover een aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet, wordt de omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de wet wordt afgeweken van het bestemmingsplan of de beheersverordening, niet verleend dan nadat de gemeenteraad van de gemeente waar het project geheel of in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, heeft verklaard dat hij daartegen geen bedenkingen heeft, tenzij artikel 3.2, aanhef en onder b, van dit besluit of artikel 3.36 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. 2. De verklaring kan slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. 3. De gemeenteraad kan categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verklaring niet is vereist. Bij besluit van 2 december 2010 (geregistreerd onder nummer Z/2010/358180), laatst gewijzigd op 23 januari 2014 en in werking getreden op 24 januari 2014 (geregistreerd onder nummer 2014/9982), heeft de raad zijn beleid inzake het afwijken van bestemmingsplannen en beheersverordeningen vastgesteld (Beleidsregels Afwijken van bestemmingsplannen en beheersverordeningen Wabo Zaanstad 2010). De raad heeft besloten: 1.

De volgende categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor op grond van artikel 6.5. derde lid Besluit omgevingsrecht een 'verklaring van geen bedenkingen' niet is vereist: a) Aanvragen die passen binnen ter visie liggende ontwerpbestemmingsplannen; b) Aanvragen die passen binnen door de raad vastgesteld beleid, een stedenbouwkundige visie, een masterplan of een gebiedsvisie; c) Aanvragen waarvoor met een omschreven doel grond van de gemeente is afgenomen maar de planologische regeling nog niet aan dat doel is aangepast en het (bouw)plan past binnen dat omschreven doel. 2. De volgende categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor op grond van artikel 6.5. eerste lid Besluit omgevingsrecht een 'verklaring van geen bedenkingen' wel is vereist: a) Het realiseren van meer dan 50 woningen, m.u.v. de gevallen die betrekking hebben op onder 1 genoemde aanvragen; b) Het realiseren van meer dan 5.000 m2 bvo aan kantoorruimte, dienstverlening, bedrijfsruimte, horeca, commerciële ruimte, maatschappelijke en recreatieve voorzieningen of een combinatie daarvan, m.u.v. de gevallen die betrekking hebben op de in onder 1 genoemde aanvragen. c) Het bouwen, verbouwen of slopen van objecten gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht, voor zover hiervoor een afwijking van het bestemmingsplan nodig is. 3.

Alle overige categorieën van gevallen wijst de gemeenteraad aan als categorieën waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist, tenzij de raad zelf aangeeft, op basis van

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

11/49

de ter kennis gebrachte aanvragen, dat een aanvraag anderszins politiek gevoelig is. Het onderhavige project valt onder de categorie 3 en dat betekent dat een ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet is vereist, tenzij de raad zelf aangeeft, op basis van de ter kennis aangebrachte aanvragen, dat een aanvraag anderszins politiek gevoelig is. Met een ‘Motie vreemd aan de orde’ heeft de gemeenteraad op donderdag 19 juli 2018 besloten dat voor deze aanvraag een verklaring van geen bedenkingen vereist is. Op het moment dat deze motie was aangenomen, had al een ontwerpbesluit voor dit project ter inzage gelegen. Aangezien de motie tot gevolg heeft dat de gemeenteraad voor dit project een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven, betekent dit dat opnieuw een ontwerpbesluit moet worden voorbereid en ter inzage gelegd. Voordat dit nieuwe ontwerpbesluit ter inzage gelegd kan worden, moet de gemeenteraad hiervoor een ontwerpVerklaring van geen bedenkingen afgeven omdat deze verklaring onderdeel wordt van het ontwerpbesluit. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van dit nieuwe ontwerpbesluit.

3.2 Beleid college van B&W Bij besluit van 27 oktober 2010 onder nummer Z/2010/348720 heeft het college het beleid vastgesteld inzake het afwijken van bestemmingsplannen en beheerverordeningen (Beleidsregels Afwijken van bestemmingsplannen en beheersverordeningen Wabo Zaanstad 2010). Uitgangspunt van de Wro is dat een voorziene ruimtelijke ontwikkeling voor de komende tien jaar in een bestemmingsplan wordt vastgelegd. Zaanstad hanteert een stringent beleid ten aanzien van het toepassen van de bevoegdheid om besluiten tot afwijking van bestemmingsplannen en beheersverordeningen te nemen. Alleen in uitzonderingssituaties wanneer een project ruimtelijk wenselijk en toelaatbaar is, kan worden afgeweken van het geldende beleid. De uitgangspunten zijn verwoord in de Actualisatienotitie 2006 zoals totstandgekomen onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De beleidsregels gelden als aanvulling op het algemene uitgangspunt dat bij de besluitvorming voldaan moet worden aan wet- en regelgeving. De beleidsregels voor besluitvorming over het afwijken van bestemmingsplannen en beheersverordeningen, artikel 2.12 eerste lid, sub a, onder 3° Wabo, luiden als volgt: 1.

Een omgevingsvergunning is mogelijk voor (bouw)plannen ten behoeve van woningbouw, bedrijfsdoeleinden als bedoeld in de VNG-uitgave ’Bedrijven en milieuzonering‘ zoals die luidt op het moment van indiening van de desbetreffende aanvraag, verenigings-, sport- en recreatiedoeleinden en het algemeen belang, mits andere belangen zich niet tegen deze plannen verzetten. 2. De gemeente werkt mee met (bouw)plannen waarvoor de aanvrager in het verleden met een omschreven doel grond van de gemeente heeft afgenomen, de planologische regeling nog niet aan dit doel is aangepast en het (bouw)plan past binnen die doelstelling. 3. De gemeente kan, ten behoeve van het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing, van de aanvrager verlangen dat hij of zij daar gegevens toe aanlevert of kan hiervoor geheel of gedeeltelijk kosten in rekening brengen bij de aanvrager. De gemeente behoudt zich het recht voor om haar medewerking aan het desbetreffende besluit tot afwijking van bestemmingsplan of beheersverordening alsnog te weigeren, indien een aanvrager verzuimt de gevraagde gegevens aan te leveren. Het onderhavige project past in de beleidsregel onder punt 1, aangezien hier sprake is van verenigingsdoeleinden. Het gevraagde is overigens niet in strijd met gemeentelijk beleid.

H. 4 Beleidskaders ruimtelijke beleid algemeen onderbouwd

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

12/49

De desbetreffende locatie maakt op diverse bestuurlijke niveaus deel uit van verschillende plannen van planologische aard. 4.1 Rijksbeleid In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Hierin schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 rijksdoelen geformuleerd: - de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; - de bereikbaarheid verbeteren; - zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.

In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Het project heeft geen betrekking op de gebieden die in hoofdstuk 2 van het Barro per onderwerp zijn opgesomd. Ladder duurzame verstedelijking Conform het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke ontwikkelingen sprake zijn van zorgvuldig ruimtegebruik en moet overprogrammering worden voorkomen. Middels de 'ladder voor duurzame verstedelijking' vindt een toetsing plaats. De ladder bestaat uit de volgende treden: 1. Is er een behoefte? Voorziet de voorgenomen stedelijke ontwikkeling in een behoefte voor het betreffende ruimtelijke verzorgingsgebied? De aard en omvang van een stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. 2. Buitenstedelijk? Indien de voorgenomen stedelijke ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen een bestaand stedelijk gebied in de behoefte van de ontwikkeling kan worden voorzien. Planspecifiek De ladder is kaderstellend voor juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de centrale overheden, zoals bestemmingsplannen en projectbesluiten. Voor deze plannen moeten de treden van de ladder worden doorlopen.

Het doel van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Het onderhavige project betreft de vervangende nieuwbouw van een moskee. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:2471) in combinatie met de uitspraak van 15 februari 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:381) wordt er vanuit gegaan dat het project niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro – en daarmee de ladder van duurzame verstedelijking - niet van toepassing is. Daarbij wordt onder andere overwogen dat voor wat betreft de afwijking van de hoogtebepalingen, het bestemmingsplan reeds zelf

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

13/49

voorziet in een afwijkingsmogelijkheid en dat het planologisch beslag op ruimte dat door de afwijking plaatsvindt beperkt is in relatie tot wat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Ook overig rijksbeleid is niet in het geding. Het onderhavige project is derhalve niet in strijd met de hierboven vermelde rijksuitgangspunten. Conclusie Het onderhavige project is niet in strijd met de hierboven vermelde rijksuitgangspunten. 4.2 Provinciaal beleid Provinciale Staten stellen ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de provincie een of meer structuurvisies vast. Eén van deze structuurvisies is de Omgevingsvisie NH2050. Bij de Omgevingsvisie NH2050 hoort een Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), die de regels stelt waaraan bestemmingsplannen, wijzigingsen uitwerkingsplannen, beheersverordeningen en (tijdelijke) omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan dienen te voldoen. Het is aan gemeenten om hun ruimtelijke plannen in overeenstemming te brengen met de PRV. In tegenstelling tot de Omgevingsvisie NH2050 is de verordening bindend. De PRV is één van de instrumenten waarmee de provincie uitwerking geeft aan haar ruimtelijk beleid. Een aantal onderwerpen uit de PRV krijgt nadere uitwerking door middel van een regeling en/of handreiking.

De PRV wordt regelmatig aangepast naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid. De laatst gewijzigde PRV is op 7 juni 2019 in werking getreden. In de PRV wordt het gebied waarin het onderhavige project is gelegen aangewezen als ‘bestaand stedelijk gebied’. Het onderhavige plan is niet in strijd met het voor dit gebied bepaalde in de PRV. 4.3 Gemeentelijk beleid De gemeenteraad stelt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer structuurvisies vast. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied, alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de raad zich voorstelt die voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken. De gemeenteraad kan ook voor aspecten van het gemeentelijk ruimtelijk beleid een structuurvisie vaststellen. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van die aspecten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de raad zich voorstelt die voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken. De gemeenteraad kan in samenwerking met de raden van aangrenzende gemeenten voor een gebied behorende tot het grondgebied van de betrokken gemeenten een structuurvisie vaststellen.

Op 7 juni 2012 is door de gemeenteraad de structuurvisie ‘Zichtbaar Zaans’ vastgesteld die op 10 oktober 2012 in werking is getreden. In de ruimtelijke structuurvisie ‘Zichtbaar Zaans’ is het gebied rond de onderhavige locatie aangeduid als ‘Woongebied’. Het profiel ‘Woongebied’ beschrijft de gebieden met overwegend wonen (globaal 90%). Slechts op enkele locaties bevinden zich (meestal geconcentreerd) voorzieningen. Samen met enige bedrijvigheid aan huis is het aandeel werken tussen de 5 en 15%. Het project is in overeenstemming met deze aanduiding.

H. 5 Stedenbouwkundige en welstandelijke aspecten 5.1 Relatie met toekomstig bestemminggebied (indien van toepassing) Een overweging ten aanzien van de relatie met toekomstig bestemminggebied is niet aan de orde, omdat er geen nieuwe planvorming speelt.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

14/49

5.2 Functie gerelateerd aan omgeving Het project betreft de vervangende nieuwbouw van een moskee die is voorzien op een perceel waarop reeds een moskee staat. De bestaande functie van moskee op de locatie is stedenbouwkundig gezien een maatschappelijke functie die in een woonomgeving passend is. Net als andere aan de woonomgeving complementaire functies is het van belang dat een dergelijke functie een behuizing heeft die voldoende aansluit aan de behoefte om op een goede wijze deze functie te kunnen blijven vervullen. In die zin is het initiatief van het vergroten van een bestaande functie vanuit stedenbouwkundig oogpunt in een woonomgeving passend, mits ruimtelijk goed ingepast. 5.3 Bouwmassa gerelateerd aan omgeving Bestaande situatie: De bestaande situatie betreft een locatie in Zaandam Zuid. In het gebied tussen de Pieter Jelles Troelstralaan en de Dr. J.M. den Uylweg / Thorbeckeweg is hier aan weerszijden van de Wibautstraat in 2004 een nieuwe woonbuurt gerealiseerd; De Tuinen van Zuid. In deze meest zuidwestelijke hoek van het plangebied zijn een aantal al grootschaliger bestaande panden in de nieuwe verkaveling opgenomen: het pand van de Handboogschutterij Czaar Peter, het pand van de Zaanse Tafeltennisclub (ZTTC) en het betreffende volume waarin de Essalam moskee is gevestigd.

Het bestaande pand van de moskee heeft een breedte van zo’n 8m en een diepte van zo’n 15m in 1 hoge laag met flauwe dwarskap en is gelegen tussen de woonstraat de Madagaskar aan de noordzijde en groenstrook aan de Lanzarote aan de zuidkant. Het gebouw ligt aan weerszijden tussen het grootschaliger volume van de tafeltennisclub aan de westkant en de rij woningen aan de Madeira 24 – 28 (2 lagen met plat dak met enkele opbouwen). Deze zijn met de achtertuinen naar de kavel van de moskee gericht. De kop van de rij heeft het adres Lanzarote 1 (2 en 3 lagen met plat dak) en is zuidelijk gericht op de groenstrook. Ten opzichte van het huidige gebouw en de bouwmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan ontstaat met een nieuw te realiseren groter volume een ander effect op de directe omgeving. Een hoger gebouw aan de tuin van woning aan de Lanzerote nr. 1 heeft effect op bezonning en privacy. Vanuit ruimtelijk oogpunt is dit effect aanwezig maar in verhouding met de effecten van bestaande bebouwing en de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan wordt dit als relatief klein en behorend bij het wonen in een stedelijke omgeving gezien. Normen die Zaanstad aanhoud voor wat betreft bezonning (de zogenaamde lichte TNO-norm) worden niet overschreden. Bij de aanvraag van de initiatiefnemer is een bezonningsstudie opgenomen die inzicht biedt in de bezonningseffecten.

De bezonningse effecten vallen ruim binnen de genoemde lichte TNO norm. Zie hiervoor verder hieronder onder ‘bezonning’. Ter voorkoming van eventuele inbreuk op de privacy van naastgelegen woningen worden de ramen op de verdieping van de moskee aan de oostzijde uitgevoerd met ondoorzicht glas en de ramen kunnen alleen schuin worden geopend. Hiermee wordt direct zicht vanuit deze ramen op de woningen en achtertuinen voorkomen. De structuur van de in 2004 gerealiseerde woonbuurt loopt in de huidige situatie voor wat betreft de groenstrook aan de Lanzarote aan de westzijde enigszins dood op het daar aanwezige loodsachtige volume van ZTTC. Het openbare gebruik van de groenstrook speelt

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

15/49

zich meer af in het deel waar sportvoorzieningen en wandelpaden aanwezig zijn. Het initiatief voor het realiseren van de nieuwbouw van de moskee in dit minder gebruikte deel van de groenstrook biedt kansen voor het opwaarderen van de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Zo kan er met de nieuwbouw een meer herkenbare beëindiging van de strook worden gerealiseerd alsmede meer een kwalitatieve voorkantsituatie aan de openbare ruimte van de groenstrook. Daarnaast wordt een erfafscheiding (bijv. schutting) gebouwd tussen het voorerf en voorstel deel van het gebouw van de moskee en de naastgelegen woningen. De uitvoering van deze erfafscheiding wordt afgestemd met omwonenden. Hiervoor wordt nog een afzonderlijke aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend. Hierbij zal in het bijzonder aandacht zijn voor een groene uitstraling die meedoet met de openbare groene ruimte achter de moskee. Om meer ruimtelijke kwaliteit aan de westelijke kant van de openbare groenstrook te realiseren is inrichting van die ruimte en een kwalitatief ontwerp van erfscheiding benodigd. Uitgangspunt is een lage erfafscheiding in de vorm van een haag van 1 meter. Er wordt een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden dat een inrichtingsplan voor het buitenterrein moet worden ingediend en goedgekeurd door de gemeente alvorens het gebouw in gebruik mag worden genomen.

Door de verschuiving meer naar achteren worden twee bomen gekapt. Deze bomen hebben geen bijzondere waarde zoals in de Algemene plaatselijke verordening van Zaanstad is opgenomen. Hierdoor ontbreekt een weigeringsgrond om het kappen van deze bomen te weigeren. Overigens is een bouwplanontwikkeling, als er al sprake zou zijn geweest van waardevolle bomen, op zichzelf een reden om in een dergelijk geval toestemming te geven voor de kap van deze bomen. Aan de vergunning voor het kappen van deze twee bomen wordt op grond van de Algemene plaatselijke verordening wel de voorwaarde verbonden van herplant van twee bomen in de buurt van de te kappen bomen. De gemeente zal de herplant (laten) uitvoeren, maar de initiatiefnemer draagt hiervoor de kosten. Bezonning Binnen Nederland zijn geen formele (wettelijke) eisen gesteld aan de bezonning van woningen en/of andere bouwwerken. Wel bestaan er de zogenaamde ‘lichte’ en ‘strenge’ TNO-norm voor bezonning van woonkamers. Deze vinden hun oorsprong in het woonwaarderingsstelsel uit 1962. Zaanstad baseert de bezonningseisen op de lichte TNOnorm (2 i.p.v. 3 bezonnings-uren/dag). De gemeente hanteert de eis van tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 19 februari tot 21 oktober ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam, uitgaande van een zonshoogte van meer dan 10º.

Daarbij wordt ook gekeken naar de bezonning van buitenruimten met een recreatief karakter. Om bij de beoordeling van een bouwplan inzicht te krijgen in de toekomstige bezonningssituatie, wordt de schaduwwerking op maatgevende dagen gehanteerd. Te weten: - 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; - 21 maart of 23 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat (tussen de hoogste en laagste Stand in.) De laagste stand van de zon, op 22 december, valt buiten de reikwijdte van de TNO-norm en wordt derhalve bij bezonningsdiagrammen buiten beschouwing gelaten.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

16/49

Als opname tijdstippen wordt achtereenvolgens gehanteerd: 8.00, 10.00, 12.00, 14.00, 16.00, 18.00 en 20.00 uur. Door het verschuiven van het bouwvlak naar achteren op het perceel komt de moskee alleen nog voornamelijk naast de woning aan Lanzarote 1 te liggen. Deze verschuiving en het realiseren van een gebouw in twee lagen brengt een bepaalde mate van verslechtering van de bezonning- en privacysituatie van deze woning met zich mee. Voor het project is een bezonningsonderzoek uitgevoerd. Het bezonningsonderzoek geeft inzicht in de schaduwwerking van de nieuw te bouwen moskee op de omgeving. In dit onderzoek is voor zowel de op grond van het bestemmingsplan toegestane toestand als voor de nieuwe toestand in beeld gebracht in hoeverre de beoogde moskee van invloed is op de bezonning van de naastgelegen gevels en erven. Het onderzoek is gedaan op 21 maart en op 21 juni. Verondersteld wordt dat de situatie op 21 maart dezelfde is als op 23 september. Het perceel Madagaskar 17 grenst aan de achterzijde van de woningen Madeira 24, 26 en 28. Deze achterzijde van de woningen ligt in westelijke tot zuidwestelijke richting. Dat betekent dat de zon aan de voorzijde van de woningen opkomt, zodat de schaduwwerking aan de achterzijde in de ochtend door de eigen woning wordt veroorzaakt. De woning aan Lanzarote 1 is anders georiënteerd.

Van deze woning grenst de zijgevel aan het perceel Madagaskar 17. Hier is geen tuin gesitueerd. De tuin van Lanzarote 1 bestaat uit een zeer smalle strook over de gehele breedte aan de voorzijde van de woning, direct aan de openbare grond en recreatieve groenstrook. Op 21 maart (en 23 september) begint de nieuw te bouwen moskee vanaf ongeveer 14:00 uur schaduw te werpen op het perceel Lanzarote 1. Rond 16:00 uur is de schaduw het grootst, maar doordat de zon verder draait, vermindert die ook weer. Aan de lichte TNO-norm van minimaal twee bezonningsuren wordt derhalve nog ruimschoots voldaan. Situatie op 21 maart en 23 september

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

17/49

Op 21 juni werpt de nieuw te bouwen moskee nauwelijks tot geen éxtra schaduw op het perceel Lanzarote 1, zodat er geen nadelige effecten op het gebied van bezonning zijn. Situatie 21 juni

Uit de bezonningsstudie komt naar voren dat de nieuwbouw enige negatieve effecten heeft op de bezonning van het perceel Lanzarote 1. Deze effecten zijn door de draaiende zon echter kortdurend. Er wordt nog ruim voldaan aan de criteria van de lichte TNO-norm. Gezien de bovenstaande afwegingen en adviezen is de conclusie dat het voorligende nieuwbouwplan voor de moskee stedenbouwkundig voldoende is onderbouwd en aanvaardbaar is qua ruimtelijke inpassing, daglicht en privacy.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

18/49

5.4 Verkeersontsluiting/-situatie Het perceel Madagaskar 17 heeft direct ontsluiting op de (woon)straat Madagaskar. Het project verandert hier niets aan. Madagaskar komt uit op de P. J. Troelstralaan, een van de hoofd verkeersontsluitingwegen in Zaandam Zuid. 5.5 Parkeren Paraplubestemmingsplan parkeren: Naast het bestemmingsplan ‘Zaandam Zuid’ geldt voor deze locatie ook het bestemmingsplan ‘Parapluplan Parkeren Zaanstad (vastgesteld 6 juli 2018). Dit paraplubestemmingsplan voorziet in een dynamische verwijzing naar het geldende parkeerbeleid. De geldende Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016 wordt van toepassing verklaard, met de mogelijkheid hiervan af te wijken als nieuw parkeerbeleid wordt vastgesteld. Zo blijft de parkeerregeling up-to-date bij beleidswijzigingen zonder dat daarvoor een herziening van een bestemmingsplan plaats hoeft te vinden. De werkingssfeer van dit bestemmingsplan omvat het gehele gemeentelijke grondgebied, met uitzondering van de gronden waarvoor een bestemmingsplan geldt waarin reeds de parkeerbepaling is opgenomen. Ook gebieden waar geen planologische regime of een beheersverordening geldt vallen buiten het plangebied. De gemeenteraad heeft op 14 juli 2016 nieuw parkeerbeleid vastgesteld dat op 9 augustus 2016 in werking is getreden. Het betreft de ‘Nota Ruimte voor Parkeren’ met daarbij de ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’.

Deze uitvoeringsnota geeft de beleidsregels waaraan omgevingsvergunningen worden getoetst en vervangt de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’. In de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016 is voor aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van dit beleid het volgende opgenomen: Op een aanvraag om vergunning die is ingediend voor het tijdstip waarop de beleidsregels van de uitvoeringsnota van kracht worden en waarop op genoemd tijdstip niet is beschikt, zijn de bepalingen van de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’ van toepassing, zoals deze luidden vóór de vaststelling van de onderhavige beleidsregels, tenzij de aanvrager de wens te kennen geeft dat de onderhavige regels worden toegepast. Omdat de aanvraag is ingediend voor het van kracht worden van de Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016, is op de onderhavige aanvraag dus het beleid uit de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’ van toepassing. Het bouwplan is getoetst aan dit beleid. Autoparkeren Volgens de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’ valt het project binnen de grenzen van de ‘Matig stedelijke zone B’. De bij een religiegebouw horende parkeernorm voor openbare parkeerplaatsen binnen deze zone bedraagt 0,1 parkeerplaatsen per zitplaats. Volgens de aanvraag is de moskee bestemd voor in totaal 190 personen, verdeeld over de gebedsfunctie en de nieuwe onderwijs- / activiteitenfunctie.

Op basis hiervan moet voorzien worden in 0,1 x 190 = 19 parkeerplaatsen. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van een maatgevende parkeerbehoefte die verband houdt met reguliere gebedsdiensten. Uit de aanvraag komt naar voren dat de overige ruimtes die bedoeld zijn voor nevenfuncties niet gelijktijdig worden gebruikt met de gebedsdiensten. Naast het maximale aantal bezoekers van 190 dat gelijktijdig in het pand aanwezig mag zijn op grond van de vergunning ‘brandveilig gebruik’, wordt een voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden waardoor het vergroten van het aantal zitplaatsen wordt verboden. Bij verbouw en/of functiewijziging geldt het principe ‘oud voor nieuw’. Dit betekent dat de parkeereis van de bestaande functie in mindering moet worden gebracht. Bij toetsing van een verbouwplan of functiewijziging wordt zowel de oude als de nieuwe parkeerdruk bepaald. Nieuw minus oud is het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor het nieuwe bouwplan. In dat

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

19/49

geval wordt de parkeereis alleen bepaald op basis van de toename van de parkeervraag. In de oude situatie, waarin de moskee bestemd is voor 100 personen, moest al voldaan worden aan de norm van 0,1 x 100 = 10 parkeerplaatsen. In de nieuwe situatie moet voldaan worden aan de norm van 0,1 x 190 = 19 parkeerplaatsen. Dit is inclusief de nieuwe sociaal culturele functie. Derhalve moet voor het project een totaal van 9 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het parkeerbeleid 2013 heeft, behalve voor de ‘sterk stedelijke zones A en B’, als uitgangspunt dat de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd. Met parkeren op eigen terrein wordt gelijkgesteld de situatie waarbij de initiatiefnemer aantoont voor een lange periode van minimaal 20 jaar gebruik te kunnen maken van parkeergelegenheid van derden binnen een straal van 250 meter. Tot slot biedt het parkeerbeleid soms ook mogelijkheden voor parkeren op de openbare weg of het afkopen van de verplichting om parkeerplaatsen te realiseren. Het project voorziet in vier parkeerplaatsen op eigen terrein. Voor de resterende 5 parkeerplaatsen wordt een beroep gedaan op de parkeerplaatsen van de naastgelegen tafeltennisvereniging. Het gebruik van minimaal 5 parkeerplaatsen ten behoeve van de moskee wordt in een overeenkomst met deze vereniging gewaarborgd voor een periode van minimaal twintig jaar.

Hiermee wordt aan het parkeerbeleid van de gemeente voldaan. Ter aanvulling op deze onderbouwing op grond van het vastgestelde beleid, heeft de gemeente ook tijdens het vrijdagmiddag- en avondgebed en tijdens de Ramadan en het Suikersfeest de verkeersdrukte gemonitord. Ook is er tijdens de Ramadan en het Suikerfeest gemonitord door de gemeente. Het algemene verkeersbeeld rondom de moskee was bij alle bezoeken relatief rustig. Op vrijdagmiddagen waren nog ruimschoots parkeerplaatsen aanwezig in de openbare ruimte en ook op de vrijdagavonden waren er in de omgeving nog enkele openbare parkeerplaatsen vrij tijdens het gebed. Bovendien spant het moskeebestuur zich in om de bezoekers te stimuleren zo veel mogelijk met de fiets te komen en hierdoor het gebruik van de auto te verminderen. Zowel de inzet van verkeersregelaars als het stimuleren van bezoekers om op de fiets te komen, zijn opgenomen in het parkeerbeleid van het moskeebestuur dat ter aanvulling op de aanvraag is aangeleverd. Hierin is eveneens opgenomen dat verkeersregelaars bezoekers met de auto als eerste verwijzen naar de parkeerplaatsen van de naastgelegen vereniging waarmee hierover afspraken zijn gemaakt.

Deze afspraken hebben bovendien ook betrekking op het gebruik van parkeerplaatsen bovenop de 5 parkeerplaatsen die minimaal benodigd zijn om aan de parkeernorm te voldoen en zijn zowel met de tafeltennisvereniging als met de boogschietersvereniging gemaakt. Over de nieuwbouw van de moskee heeft een mediationtraject plaatsgevonden tussen het moskeebestuur en omwonenden. In het eindverslag van de mediator is aangegeven dat betrokkenen afspraken gemaakt hebben o.a. over het parkeren. Betrokkenen hebben aangegeven dat deze afspraken geen vastlegging behoeven en de inhoud van deze afspraken vallen onder de vertrouwelijkheid van de mediation en zijn derhalve niet inhoudelijk bij deze beoordeling betrokken. Fietsparkeren Vanwege het toepasselijke oude beleid geldt de verplichting om tevens te voldoen aan fietsparkeereisen niet voor het project, zodat daaraan niet hoeft te worden getoetst. Op het perceel wordt overigens wel een fietsenstalling gerealiseerd. Conclusie Het onderhavige bouwplan voldoet aan de voorschriften zoals opgenomen in het Paraplubestemmingsplan in samenhang met beleid vastgesteld in de ‘Uitvoeringsnota Parkeren Zaanstad 2016’ en de ‘Parkeernota Zaanstad 2013’.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

20/49

5.6 Welstandsnota Zaanstad De Adviescommissie Welstand en Monumenten Zaanstad, heeft op 13 december 2016 op grond van de algemene criteria en de gebiedsgerichte criteria ‘woongebied vanaf 1950’ een positief advies afgegeven over het bouwplan. Dit advies is als volgt gefaseerd tot stand gekomen met de volgende onderbouwing: 15 juli 2014 De ontwerper van het plan is aanwezig om een toelichting te geven over de sloop en nieuwbouw van een moskee, een groter volume dan bestaand richting de Den Uylweg. De commissie is op hoofdlijnen positief over de architectuur maar is vooralsnog niet akkoord met de situering. Het advies zal nader schriftelijk worden gemotiveerd. Aanhouden. 23 september 2014 Er is geen gewijzigd plan. Een gewijzigde locatie is onderzocht, bij de gemeente en de organisaties / verenigingen en omwonenden. Naar de mening van partijen een goed idee maar organisatorisch en financieel niet haalbaar. Na discussie kan, naar de mening van de commissie, het getoonde voorstel van deze ontwikkeling doorgezet worden, waarbij het advies wordt gehandhaafd (in essentie wordt gevraagd om de zijgevel als voorgevel te ontwerpen en aandacht voor de uitwerking van de entrees). Akkoord op hoofdlijnen. 4 november 2014 Toehoorders, tevens opdrachtgevers wonen de beoordeling bij.

Er is een gewijzigd plan waarin de entrees zijn aangepast; in de kopgevel is de entree nadrukkelijker vormgegeven en is een naams-aanduiding (gecombineerd met verlichtingsarmaturen) aangebracht waardoor de gevel meer nadruk krijgt in het straatbeeld. Ook in de zijgevel is de entree aangepast door toevoeging van een luifel en verticaal glazen stroken naast de entree. Als materiaal wordt gedacht aan een oranje/geelachtige gemêleerde baksteen. Naar de mening van de commissie is sprake van een duidelijke verbetering en is tegemoet gekomen aan het vorige advies. In de uitwerking vraagt de commissie aandacht voor het materiaalgebruik. Gelet op het feit dat het gebouw zijn aantrekkingskracht zal krijgen als éénduidig volume, door middel van materiaal en kleur en textuur, vraagt de commissie om toepassing van een kloeke, stoere baksteen die past bij het monoliete karakter van het gebouw en om aanlevering van een monsterbord van de steen en het metselverband. Indien uitgewerkt met aandacht voor de gemaakte opmerkingen biedt het plan zicht op een positief advies. Aanhouden. 16 december 2014 De opdrachtgever en ontwerper van het plan zijn aanwezig om een toelichting te geven op een aangepast plan (verlichting in bestrating richting de entree is aangebracht). Witte kozijnen worden toegepast in aansluiting bij de woningen er om heen.

Een monsterbord met de steenkeuze wordt getoond: het voorstel is een oranje baksteen, lang en slank van formaat en verdiept gevoegd , gekozen om de horizontaliteit te benadrukken. Naar de mening van de commissie is de keuze van de baksteen op hoofdlijnen passend, waarbij nog aandacht wordt gevraagd voor:  Het voegwerk. De commissie geeft als suggestie om de lintvoegen zo diep mogelijk te voegen en de stootvoegen juist niet te verdiepen, maar zo dun mogelijk uit te voeren. Dit om de horizontale werking te versterken.  De dakrand 5 cm te verbreden om vervuiling te voorkomen (de baksteen is gevoelig voor vervuiling). Aanhouden met zicht op een positief advies. 21 april 2015 Het voegwerk is nader uitgewerkt, weliswaar afwijkend van de suggestie omdat geen stootvoeg wordt toegepast. Naar de mening van de commissie voldoet de wijziging aan redelijke eisen van welstand. Aanhouden.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

21/49

13 december 2016 - Advies aanvraag omgevingsvergunning De aanvraag omgevingsvergunning is uitgewerkt conform het eerder goedgekeurde schetsplan, behalve dat het gebouw in positie een meter naar achteren is opgeschoven en er is geornamenteerd glas toegepast. De commissie gaat er bij de beoordeling van uit dat er geen nieuwe hekken aan de voorzijde worden geplaatst. Akkoord.

H. 6 Water Artikel 3.1.6, lid 1 sub b Bro stelt verplicht dat in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving wordt opgenomen van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Dit houdt in dat een verantwoording dient te worden afgelegd van het onderzoek naar en het integrale beleid betreffende de afstemming van het ruimtelijk beleid met het waterbeleid. Alle relevante facetten van het waterbeheer in relatie met de ruimtelijke ordening dienen in beeld te worden gebracht, zoals de waterkwantiteit (vernatting of verdroging) en de waterkwaliteit, alsmede functies die aan in het plangebied voorkomend water worden toegekend. De aandacht dient zich zowel tot het grondwater als het oppervlaktewater te richten. Bij beschouwing van de consequenties van het plan voor de waterhuishouding zijn de volgende items van belang: - beïnvloedt het plan een kering of dijk; - worden er sloten gedempt of sloten verlegd; - is de toename van verhard oppervlakte (daken en openbare weg) meer dan 800 m² en; - beïnvloedt het plan het onderhoud van watergangen. Geoordeeld is dat het project geen invloed heeft op de waterhuishouding. Er ligt geen waterkering of dijk in de buurt en er worden geen sloten gedempt of verlegd. De nieuwbouw zorgt ook niet voor een toename van verharding met meer dan 800 m2.

Ten slotte verandert aan de afvoer van het regenwater ook niets ten opzichte van de bestaande situatie.

H. 7 Milieuaspecten 7.1 Gemeentelijk (milieubeleid) Het gemeentelijke beleid is er op gericht het leefklimaat voor de burgers in Zaanstad te verbeteren. De doelstellingen hiervoor zijn in de ruimtelijke milieuvisie Zaanstad opgenomen, vastgesteld op 24 september 2009 door de gemeenteraad. Het betreft een tweetal grote doelstellingen:  het aantal milieubelaste woningen terug te dringen van 60.000 naar 30.000 woningen vóór 2020  In 2020 klimaatneutrale gemeente te zijn. Onder milieubelaste woningen wordt verstaan: woningen die in een overmatig geluid- of geurbelaste omgeving liggen, almede woningen waar bewoners zich in een ‘matig of onaanvaardbaar verantwoord leefklimaat’ bevinden op basis van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Ook worden daaronder gerekend: bewoners die een matig leefklimaat ondervinden als gevolg van emissies van luchtverontreinigende stoffen of een hoog risico als gevolg van vervoer van, of handelingen met, gevaarlijke stoffen in het kader van de ‘externe veiligheid’. Ook andere milieugevoelige projecten worden op dezelfde wijze als de woningen op een goede leefomgeving getoetst. De Zaanse energieagenda wordt verder uitgewerkt in het Integraal Klimaatprogramma Zaanstad 2010-2020.

7.2 Bedrijven en milieuzonering Algemeen Gebedshuizen vallen in principe onder de werking van het Activiteitenbesluit, maar zij zijn aan te merken als een zogenoemde type A inrichting en zodoende op grond van de milieuregels een niet meldingplichtige inrichting.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

22/49

Uit de bouwtekeningen blijkt dat ook een kantine is voorzien. Normaliter vindt in een kantine bereiding van voedingsmiddelen plaats en dat zijn wel meldingplichtige, zogenoemde “type B”-activiteiten. Het is met name uit oogpunt van ruimtelijk milieu van belang om de inpasbaarheid daarvan in de omgeving te beoordelen. Milieu-planologische inpassing Voor de beoordeling van de ruimtelijke inpassing van het project is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ gebruikt. Deze handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk is uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De handreiking geeft richtafstanden voor de ruimte die moet worden aangehouden tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen van derden. Deze richtafstand is afhankelijk van de omgeving waarin de woningen zich bevinden. In het algemeen geldt dat de richtafstand tot een gevoelige bestemming in een ‘rustige woonomgeving’ groter moet zijn dan de richtafstand tot een gevoelige bestemming in ‘gemengd gebied’. Op deze handreiking is de Lijst van bedrijfstypen en de Staat van horeca-activiteiten uit het bestemmingsplan ‘Centrum Assendelft’ gebaseerd. De bestaande moskee met sbi-code 9491 ‘Kerkgebouwen e.d.’ valt onder de noemer ‘diverse organisaties’ in milieucategorie 2 van de VNG-handreiking.

In het Zaans gemengd gebied mag rekening worden gehouden met de vermindering van de richtafstand met één afstandstap. Met de vermindering van één afstandstap valt de moskee in categorie 1. De activiteiten in categorie 1 komen overeen met de categorie B voor de categorie-indeling ‘functiemenging’. Activiteiten in de categorie B zijn activiteiten die in een gemengd gebied worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Zowel de huidige als de nieuwe moskee zijn bouwkundig los geplaatst van woningen, zodat het project ruimtelijk inpasbaar is. De andere functies die in het gebouw worden uitgevoerd zijn als ondergeschikte nevenfuncties beoordeeld en zijn niet maatgevend voor de beoordeling van de milieuplanologische inpassing van dit project. Bovendien zijn deze functies ook binnen de reeds geldende bestemming al toegestaan op het perceel. Ook als deze functies echter afzonderlijk van elkaar en in maximale omvang binnen de nieuw te bouwen moskee zouden worden beoordeeld, geldt voor geen van deze functies een grotere richtafstand dan die voor een ‘kerkgebouw’. Zowel een ‘school voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs’ als een ‘buurt- en clubhuis’ vallen in dezelfde categorie en een ‘kantine’ of ‘cafetarie’ vallen zelfs in een lichtere categorie.

Met de vrijstaande bouw van de moskee in een gemengd gebied kan worden geconcludeerd dat het project ruimtelijk inpasbaar is in de omgeving. Conclusie Bij de nieuwbouw van de moskee wordt voldaan aan de voorwaarden uit de VNG-handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk ‘Bedrijven en milieuzonering’, waardoor het project ruimtelijk inpasbaar is. 7.3 Geluid Geluidoverlast kan niet alleen tot irritaties leiden maar ook gezondheidsschade veroorzaken. In de Wet geluidhinder zijn er allerlei beperkingen gesteld die dit moeten voorkomen. Echter ondanks dat deze Wet sinds 1978 regels stelt aan allerlei geluidbronnen, overdrachtsmaatregelen en gevelisolatie geeft de geluidbelasting voor een groot aantal burgers in de gemeente Zaanstad aanleiding tot klachten. In de ruimtelijke milieuvisie van de gemeente Zaanstad is daarom tot doel gesteld om het aantal milieubelaste woningen met de helft te verminderen. Voor het aspect geluid, dat een groot deel uitmaakt van de milieubelaste woningen, zijn daarom de regels aangescherpt en opgenomen in het beleid voor de ‘Hogere geluidgrenswaarden’. In verband met het volgen van de uitgebreide procedure tot afwijken van het bestemmingsplan moet het project worden getoetst aan de Wet geluidhinder voor de aspecten wegverkeer-, industrie- en railverkeerslawaai.

Het betreft echter een religiegebouw, dat als een niet geluidgevoelig object wordt beschouwd. In verband hiermee is toetsing aan

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2020/25119

23/49

de Wet geluidhinder niet aan de orde, omdat de potentiële geluidhinder afdoende bij het aspect ruimtelijke inpasbaarheid wordt behandeld, mits er geen geluidinstallatie wordt geplaatst of anderszins geluidoverlast kan ontstaan door oproepen tot gebed. Door aanvrager is aangegeven dat hiervan inderdaad geen sprake is. De educatieve activiteiten die in een beperkte ruimte van het gebouw kunnen plaatsvinden zijn ook reeds binnen de bestaande bestemming ‘maatschappelijke doeleinden’ mogelijk en betreffen een ondergeschikte functie van de moskee. Binnen de nieuw te bouwen moskee is bovendien in binnenruimte voorzien waarin de kinderen gedurende pauzes kunnen verblijven, zodat geen gebruik gemaakt hoeft te worden van het buitenterrein. In het mediationtraject tussen de moskee en omwonenden zijn afspraken gemaakt om mogelijke geluidsoverlast door spelende kinderen te voorkomen, maar de inhoud van deze afspraken vallen onder de vertrouwelijkheid van de mediation en zijn derhalve niet inhoudelijk bij deze beoordeling betrokken. Conclusie Het milieuaspect geluid vormt geen belemmering voor dit project. 7.4 Geur De doelstelling van het landelijk beleid (1995) is dat in 2000 maximaal 12% van de Nederlandse bevolking geurhinder mag ondervinden en dat in 2010 geen ernstige hinder meer mag voorkomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9396516/1