Integraal Huisvestingsplan Voortgezet Onderwijs 25 11 20
Tekst van het document
In de volgende paragrafen wordt per school het huidig geldende voorkeursscenario benoemd. Het voorkeursscenario per school en de prioritering zijn tot stand gekomen in samenspraak met de schoolbesturen. Deze analyse per school wordt onderbouwd aan de hand van de quickscan-score, de capaciteitsanalyse, de overige urgentiecriteria en de specifieke context in de gemeente Zaanstad. De gedetailleerde capaciteitsanalyse is in bijlage I (ruimtebehoefteberekeningen) opgenomen.
De belangrijkste verklaring voor de vervangingsopgave is de leeftijd van de schoolgebouwen in Zaanstad. De gemiddelde leeftijd van de gebouwen die binnen 10 jaar toe zijn aan levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw bedraagt 48 jaar. Het landelijke gemiddelde is 41 jaar. Onderstaande tabellen geven een overzicht van de bouwperioden voor het VO landelijk en voor de gemeente Zaanstad.
5.3. Inleiding analyse en scenario’s
Er wordt nog geen afweging gemaakt ten aanzien van nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie. Dit vereist gedurende de uitvoering van het IHP per school een gedegen afweging door middel van haalbaarheidsstudies. Dit IHP loopt van 2020 tot en met 2024. De haalbaarheidsonderzoeken voor de tweede fase (2025-2029) zullen in 2023 moeten worden gestart.
Bron voor bouwjaren VO landelijk: Algemene Rekenkamer
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 22 van 47
2020/30063
5.4. Analyse en scenario Bertrand Russell College onderbouw
5.4.3 Voorkeursscenario
5.4.1 Toelichting huidige staat
De onderbouwlocatie van het Bertrand Russell College is zowel bouwkundig als onderwijskundig niet meer passend, waardoor het volgende voorkeursscenario is ontwikkeld: nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie voor 40 jaar binnen 0-5 jaar. Het advies is om een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar deze locatie van het Bertrand Russell College tezamen met de bovenbouw-locatie van het Bertrand Russell College en het Trias VMBO. Zie hiervoor paragraaf 5.5.3.
Het gebouw is in 1975 gebouwd. Daarmee is het gebouw 45 jaar oud. Het gebouw heeft geen levensduurverlengende renovatie ondergaan. In 2009 zijn cosmetische ingrepen gedaan en zijn de kozijnen vervangen. De school vertoont zowel bouwkundige als onderwijskundige gebreken. Daarnaast zijn er klachten over het binnenmilieu. De totale integrale quickscan-score laat zien dat er binnen afzienbare tijd renovatie of nieuwbouw dient plaats te vinden (0-5 jaar). Zie voor de uitgebreide beoordeling van het onderwijsgebouw de quickscanrapportage in de bijlage.
5.4.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 23 van 47
2020/30063
5.5. Analyse en scenario Bertrand Russell College bovenbouw
5.5.3 Voorkeursscenario
5.5.1 Toelichting huidige staat
Voor het Bertrand Russell College bovenbouw is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld: gezien de onderwijskundige samenhang met de onderbouw van het Bertrand Russell College is het wenselijk om voor de toekomst één onderwijsgebouw te realiseren. In 2021 dient een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd te worden, waarbij onderzoek gedaan wordt naar het realiseren van één schoolgebouw van de onderbouw en bovenbouwlocatie. Er wordt onder andere ingegaan op onderwijskundige ontwikkelingen, leerlingenaantallen, locatie inpassing in het grotere geheel van de gebiedsontwikkeling etc.. De vraagstelling van het haalbaarheidsonderzoek wordt in gezamenlijkheid tussen gemeente en schoolbestuur opgesteld. Ook wordt bepaald wat zowel voor gemeente als schoolbestuur het geschikte moment in tijd is voor de uitvoering van de vernieuwbouw/nieuwbouwplannen.
Het gebouw is in 1988 gebouwd. Daarmee is het gebouw 32 jaar oud. Het gebouw heeft geen levensduurverlengende renovatie ondergaan. Het schoolgebouw van de bovenbouw vertoont, net als het onderbouw-gebouw, bouwkundige en onderwijskundige gebreken. Gezien de jongere leeftijd van dit gebouw zijn de gebreken minder ernstig. Het binnenmilieu voldoet niet aan de huidige eisen en dat leidt tot klachten. Zie voor de uitgebreide beoordeling van het onderwijsgebouw de quickscanrapportage in de bijlage.
5.5.2 Ruimtebehoefte
Eén gebouw realiseren voor het Bertrand Russell College kan mogelijk leiden tot een efficiënte aanpak, omdat éénmaal bijkomende kosten worden uitgegeven en onderwijskundig en bouwkundig een passend gebouw voor het leerlingenaantal wordt gerealiseerd. De schoolgebouwen staan op een steenworp afstand van elkaar en de realisatie van nieuwbouw is een kans om een toekomstbestendige school voor zowel de onderbouw als de bovenbouw te realiseren. Echter is ook bekend dat vernieuwbouw/nieuwbouw voor de bovenbouwlocatie als reservering is opgenomen in de begroting van de gemeente in 2027. Dit betekent dat alles afwegende een moment gekozen dient te worden dat zowel wenselijk is voor de school als de gemeente. Een verdiepingsslag hierop is dat OVO Zaanstad heeft aangegeven dat de huisvesting van de gezamenlijke onderbouw en bovenbouw in gezamenlijkheid met de leegstand op het Trias VMBO bekeken kan worden. Het Trias VMBO heeft op dit moment namelijk een groot ruimteoverschot en ligt ook op korte afstand van het Bertrand Russell College. Aangezien ISK nu gehuisvest is in het gebouw, zal het ruimteoverschot (grotendeels) reeds zijn opgelost.
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een nevenvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 24 van 47
2020/30063
5.6. Analyse en scenario St. Michaël College 5.6.1 Toelichting huidige staat Het St. Michaël College bestaat uit drie verschillende bouwdelen met een verschillend bouwjaar. Het oorspronkelijke onderwijsgebouw is in 1965 gebouwd. Daarmee is dit bouwdeel 55 jaar oud. Het oorspronkelijke gebouw uit 1965 is twee keer uitgebreid, zowel in 2003 als in 2008. De bouwdelen uit 2003 en 2008 hebben logischerwijs nog geen renovatie ondergaan. Wel komt het groot onderhoud in de 15-20-jarige cyclus binnen nu en 5 jaar in zicht. Uit de ruimtebehoefteberekening blijkt dat het St. Michaël College een ruimtetekort heeft van gemiddeld circa 1.000 m² bvo voor de komende 15 jaar. Het bouwdeel uit 1965 in zijn huidige staat is toe aan renovatie of nieuwbouw. Onderwijskundig en technisch voldoet het gebouwdeel niet meer aan de huidige wensen en eisen. De luchtkwaliteit van het gebouw is bijvoorbeeld ondermaats. Aangezien het gebouwdeel uit 1965 toe is aan renovatie en er sprake is van een ruimtetekort is recent al het een en ander uitgevoerd: Een klein deel van het oudste bouwdeel uit 1965 is recent gerenoveerd (lokalen en het trappenhuis). In 2019/2020 is gelijktijdig een deel nieuwbouw gerealiseerd ten behoeve van de collegezaal en het technasium (ook om het ruimtetekort te verminderen), ook wel vleugel D genoemd.
Voor het gebouwdeel uit 1965 heeft de gemeente een vergoeding gegeven voor de renovatie van de schil (dak, kozijnen inclusief glas en gevelisolatie). Ook heeft de school zelf een financiële bijdrage gedaan voor zowel de renovatie als de uitbreiding. Het resultaat van de kleine technische renovatie en de nieuwbouw is dat deze bouwdelen nu voldoen aan Frisse Scholen klasse B voor verlichting, ventilatie en akoestiek. Onderwijskundig is het SMC nu vernieuwd door het technasium met zijn werkplaats. Ook is een deel van het ruimtetekort nu opgelost (circa 300 m² technasium). Feit voor de kleine renovatie uit 1965 blijft dat is gerenoveerd binnen de huidige kaders van het gebouw en het beschikbare beperkte budget. Bij het
Referentie: 1549102-0019.3.1.
voorkeursscenario wordt ingegaan op de verdere voorziene renovatie van het gebouwdeel uit 1965. Zie voor de uitgebreide beoordeling van het onderwijsgebouw de quickscanrapportage in de bijlage.
5.6.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Uit de ruimtebehoefteberekening blijkt dat het St. Michaël College een ruimtetekort heeft van gemiddeld circa 1.000 m² bvo voor de komende 15 jaar. Dit tekort wordt deels opgelost door de uitbreiding (circa 500 m² in totaal, waarvan 300 m² technasium gerealiseerd is en er wordt nog circa 200 m² bvo gerealiseerd bij de aula, techniek en muziek).
5.6.3 Voorkeursscenario Voor het St. Michaël College is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. In 2020 heeft de eerste fase van de technische renovatie plaatsgevonden in het bouwdeel uit 1965. Fase 2 en fase 3 van deze renovatie worden op dit moment voorbereid en zijn nog niet aanbesteed. De school heeft plannen door de architect laten uitwerken om ook het resterende deel van het gebouwdeel uit 1965 technisch en onderwijskundig te renoveren. Zoals aangegeven voldoet het gebouw technisch en onderwijskundig niet
Pagina 25 van 47
2020/30063
meer aan de huidige wensen en eisen. Er zijn in de volgende fase dus technische en onderwijskundige aanpassingen noodzakelijk om te voldoen aan Frisse Scholen klasse B en aan eigentijdse en moderne onderwijsruimten. Onderwijskundige aanpassingen zijn onder andere de uitbreiding bij de muziekvleugel, de uitbreiding bij beeldende vorming en de inpassing van het leerplein/studieplein bij de aula. Aangezien nog steeds sprake is van een ruimtetekort, is in de plannen van fase 2 en fase 3 voorzien in de toevoeging van 200 m² onderwijsruimten bij de kantine, beeldende vorming en muziek. Het is zeer logisch dat fase 2 en fase 3 op korte termijn worden voorbereid en aanbesteed zodat de school in één keer door kan met renoveren en er daadwerkelijk een integrale aanpak van levensduurverlenging van 25 jaar plaatsvindt. Daarvoor was het advies om in kwartaal 1 van 2020 aanvullend gedetailleerd bouwkundig onderzoek te doen (second opinion op reeds uitgevoerde onderzoeken) om na te gaan welke maatregelen, inclusief bijbehorend budget, genomen dienen te worden om een integrale levensduurverlengende renovatie van 25 jaar uit te voeren in het bouwdeel uit 1965. Dit onderzoek is uitgevoerd en ter beoordeling door het St. Michael College verstuurd naar de gemeente Zaanstad.
Het aanvullend benodigd budget is opgenomen in de termijn 0-5 jaar in het financiële overzicht in hoofdstuk 6 van dit IHP en is gezien de fase waarin het Sint Michaël College zich bevind een prioriteit voor 2020. Op dit moment vinden er al gesprekken plaats tussen gemeente Zaanstad en het St. Michaël College (november 2020). De bouwdelen uit 2003 en 2008 zijn qua leeftijd en functionaliteit niet toe aan levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw op korte termijn. Deze bouwdelen uit 2003 en 2008 zijn over ruim 25 jaar ook toe aan levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw. In de termijn >20 jaar dient het totale gebouw integraal aangepakt te worden. Vooruitlopend op deze aanpak dient in de termijn 15-20 jaar een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd te worden, waarin wordt onderzocht wat het best passende scenario is voor de toekomst van het St. Michaël College, te weten renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw, rekening houdend met de leerlingenprognose en de onderwijskundige visie van de school.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 26 van 47
2020/30063
5.7. Analyse en scenario Blaise Pascal College
5.7.2 Ruimtebehoefte
5.7.1 Toelichting huidige staat Het gebouw is in 1966 gebouwd. Daarmee is het gebouw 54 jaar oud. Circa 8 jaar geleden heeft er groot onderhoud plaatsgevonden aan het gebouw. Onder andere de plafonds, vloeren en het sanitair zijn vervangen en is met de eisen van destijds (Frisse Scholen klasse C) een groot deel van het gebouw voorzien van mechanische ventilatie. Het gebouw is niet integraal gerenoveerd. Het hoofdgebouw en de mediatheek bestaan nu voornamelijk uit klaslokalen en gangen. Het gebouw faciliteert de onderwijskundige visie van de school matig. Doordat de gangzones in het onderwijsgebouw niet ingezet kunnen worden als onderwijsruimten, is er een ruimtetekort. Het feit dat het gebouw de onderwijskundige visie niet faciliteert wordt nog versterkt door dit ruimtetekort. In 2013 is de school deels technisch gerenoveerd. Er is echter geen sprake geweest van levensduurverlengende renovatie van 40 jaar. De noodlokalen staan er al geruime tijd. Technisch gezien zijn de noodlokalen afgeschreven; het binnenmilieu is slecht en er treden bouwkundige problemen op. Onderwijskundig betreft het 4 theorielokalen die niet flexibel te gebruiken zijn. Zie voor de uitgebreide beoordeling van het onderwijsgebouw de quickscanrapportage in de bijlage.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
5.7.3 Voorkeursscenario Voor het Blaise Pascal College is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld: in 2013 is een deel van het gebouw technisch gerenoveerd. Dit betrof met name een deel van de klaslokalen (het souterrain niet) en de overkapping van de mediatheek. De technische levensduur van het gebouw is hiermee verlengd. Echter is er geen sprake geweest van onderwijskundige aanpassingen en een integrale bouwkundige levensduurverlenging van 20 of 40 jaar. Binnen de termijn van 5-10 jaar dient het Blaise Pascal College integraal gerenoveerd te worden of nieuw gebouwd te worden. Om dit scenario uit te werken dient eerst een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd te worden, waarin wordt onderzocht wat het best passende scenario is voor de toekomst van het Blaise Pascal College, te weten renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw, rekening houdend met de leerlingenprognose en de onderwijskundige visie van de school. Ook wordt geadviseerd om nader te onderzoeken of en in welke mate samenwerking kan plaatsvinden tussen het Blaise Pascal College en Pascal Zuid (in verband met ruimteoverschot bij Pascal Zuid).
Pagina 27 van 47
2020/30063
5.8. Analyse en scenario Zaanlands Lyceum
5.8.3 Voorkeursscenario
5.8.1 Toelichting huidige staat
Voor het Zaanlands Lyceum is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Het schoolgebouw vertoont bouwkundige en onderwijskundige gebreken. Gezien de staat van onderhoud heeft de school de gebreken onder controle. Het binnenmilieu voldoet niet aan de huidige eisen en leidt tot klachten. Het gebouw is binnen 5-10 jaar toe aan renovatie of (ver)nieuwbouw.
Het gebouw is in 1963 gebouwd. Daarmee is het gebouw 57 jaar oud. Het gebouw heeft geen levensduurverlengende renovatie ondergaan. Het schoolgebouw vertoont bouwkundige en onderwijskundige gebreken. De school heeft een zeer ongunstige bvo/fno-verhouding. Dit komt doordat het gebouw veel kabinetten en wandkasten heeft. De school ervaart hierdoor een ruimtetekort. Daarom is in de zomer van 2018 semipermanente huisvesting gerealiseerd voor de komende jaren.
Om dit scenario uit te werken dient eerst een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd te worden, waarin wordt onderzocht wat het best passende scenario is voor de toekomst van het Zaanlands Lyceum, te weten renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw, rekening houdend met de leerlingenprognose en de onderwijskundige visie van de school.
Zie voor de uitgebreide beoordeling van het onderwijsgebouw de quickscan-rapportage in de bijlage.
5.8.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 28 van 47
2020/30063
5.9. Analyse en scenario Saenredam College 5.9.1 Toelichting huidige staat Het gebouw is in 1996 gebouwd. Daarmee is het gebouw 24 jaar oud. Het gebouw heeft geen levensduurverlengende renovatie ondergaan. Integraal kijkend naar de huidige staat van het gebouw, kan geconcludeerd worden dat de bouwkundige/technische staat van het gebouw op orde is. Echter faciliteert het gebouw de huidige onderwijsvisie van de huidige doelgroep niet. Tevens vormt de akoestiek van de aula, die in open verbinding staat met de entreezone en 1e en 2e verdieping, een flinke belemmering voor het creëren van functioneel geschikte onderwijsruimten. Zie voor de uitgebreide beoordeling van het onderwijsgebouw de quickscanrapportage in de bijlage.
5.9.2 Ruimtebehoefte
**Een aandachtspunt bij de leerlingenprognose van het Saenredam College is dat hierin de transitie van een vmbo-school naar een vmbo-tl/havo-school nog niet is verwerkt. De leerlingenprognose is nog niet herijkt voor deze school.
5.9.3 Voorkeursscenario Voor het Saenredam College is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Aangezien het gebouw slechts 24 jaar oud is, komt het bouwkundig/technisch nog niet in aanmerking voor levensduurverlengende renovatie of nieuwbouw. Wel loopt de school aan tegen aandachtspunten/problemen ten aanzien van de akoestiek van de aula, de staat van de verbindingsbrug en de staat van het gebouwdeel met de handvaardigheid-/kunst-ruimten. Een groter probleem is dat door de transitie naar een andere leerlingenpopulatie (van vmbo naar vmbo-tl/havo) het gebouw de onderwijsvisie onvoldoende faciliteert. De school loopt tegen de indeling (‘de plattegrond’) van het gebouw aan in het gebruik van ruimten. Het advies is om, in lijn met het beleidsuitgangspunt “als in de loop van de tijd blijkt dat het aanbod van schoolsoorten bijgesteld moet worden in relatie tot de onderwijsvraag vanuit de stad, dan zijn schoolbesturen en gemeente gezamenlijk bereid om te kijken welke onderwijshuisvesting daarbij passend is en welke maatregelen en kosten gemoeid zijn bij eventuele aanpassing van onderwijshuisvesting ten behoeve van bijstelling aanbod schoolsoorten” dit onderwerp te bespreken met alle schoolbesturen en gemeente in gezamenlijkheid in het OOGO.
Dit om mede te bepalen hoe het gebouw onderwijskundig en voor een aantal technische zaken toekomstbestendig gemaakt kan worden in relatie tot het onderwijs-curriculum vmbo-tl/havo. Deze keuze hangt mede samen met het feit dat de 20-jarige onderhoudscyclus nu zou moeten plaatsvinden en een juiste besteding van middelen op een natuurlijk moment moet plaatsvinden.
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 29 van 47
2020/30063
5.10. Analyse en scenario Compaen VMBO
5.10.2 Ruimtebehoefte
5.10.1 Toelichting huidige staat Het gebouw is in 1985 gebouwd en in 2000 uitgebreid. Daarmee is de oudbouw 35 jaar oud en de uitbreiding 20 jaar oud. De afgelopen jaren heeft gefaseerd een ingrijpende renovatie plaatsgevonden aan de oudbouw. De school biedt onderwijs aan vmboleerlingen aan; zowel aan vmbo-tl als beroepsgericht onderwijs (basis en kader) met profielen in de sectoren techniek, horeca en zorg & welzijn. De oudbouw is oorspronkelijk klassiek opgezet met een brede gang en aan weerszijden lokalen. Tijdens de renovatie zijn op sommige plekken lokalen verbouwd tot leerpleinen om zo flexibeler om te gaan met het onderwijs. Het gebruik van de pleinen is nog niet altijd optimaal. Alle praktijkruimten zijn voorzien in de nieuwbouw. Door de renovatie en de nieuwbouw uit 2000 scoort het gebouw zowel bouwkundig als onderwijskundig voldoende. De school heeft geïnvesteerd in het gebouw.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
5.10.3 Voorkeursscenario Voor Compaen VMBO is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. In het gebouwdeel uit 1985 hebben de afgelopen jaren flinke ingrijpende renovaties plaatsgevonden. Hiermee is de levensduur van dit gebouwdeel met 20 jaar verlengd. Het gebouwdeel uit 2000 is nu bijna 20 jaar oud. Kijkend naar het totale schoolgebouw komt het totale gebouw integraal in de termijn ‘over 20 jaar’ in aanmerking voor renovatie of nieuwbouw.
Pagina 30 van 47
2020/30063
5.11. Analyse en scenario Praktijkschool De Brug
5.11.3 Voorkeursscenario
5.11.1 Toelichting huidige staat
Voor Praktijkschool De Brug is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Het gebouw van Praktijkschool De Brug is opgeleverd in 2009 en is daarmee nu 11 jaar oud. Naast de ventilatieklachten ervaart de school nauwelijks problemen op zowel de bouwkundige als de onderwijskundige aspecten. De leerlingen van Praktijkschool De Brug zijn gebaat bij praktisch onderwijs in kleine groepen en met kleinschalige huisvesting. Dat biedt de huidige huisvesting. Gezien de leeftijd en de beoordeling is er de komende termijnen vanuit huisvestingsoogpunt geen reden om dit gebouw aan te pakken. Uiteraard kunnen er vanuit het onderwijs en de organisatie redenen zijn om wel maatregelen te nemen. Bij de herijking van het IHP dient dit opnieuw in ogenschouw genomen te worden.
Voor Praktijkschool De Brug is een quickscan-light uitgevoerd. De school ervaart de uitstraling, de bouwkundige staat en de veiligheid als (ruim) voldoende. De onderwijskundige staat wordt als voldoende beoordeeld; de onderwijskundige visie wordt door de huisvesting voldoende gefaciliteerd. De school ervaart dat de tribunes niet efficiënt zijn. Het is een wens van de school om deze ruimten optimaler te benutten. Het gebouw is voorzien van kleine ramen in de lokalen, waardoor moeilijk geventileerd kan worden.
5.11.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 31 van 47
2020/30063
5.12. Analyse en scenario Trias VMBO
5.12.3 Voorkeursscenario
5.12.1 Toelichting huidige staat
Voor Trias VMBO is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Het gebouw van Trias VMBO is opgeleverd in 2005 en is daarmee nu 15 jaar oud. Naast een aantal bouwkundige/technische problemen en de klimaatklachten heeft de school op dit moment een groot ruimteoverschot (ruim 5.000 m² bvo). Om dit gebouw financieel gezond te kunnen blijven exploiteren is het belangrijk om na te gaan welke andere opleidingen ook gehuisvest kunnen worden in dit gebouw. OVO Zaanstad is hier reeds over aan het nadenken met het oog op passende huisvesting stichtingbreed en de wens om inhoudelijk tussen de scholen met elkaar samen te werken. De transitie kan een kans betekenen voor het realiseren van een vmbo-havo-vwo-campus op één locatie. Het advies is om in de eerste termijn een inpassingsstudie uit te voeren om te bepalen wat de mogelijkheden van het gebouw zijn en binnen de organisatie na te gaan wat de onderwijskundige wensen zijn.
Voor het Trias VMBO is een quickscan-light uitgevoerd. De school ervaart de uitstraling, de bouwkundige staat en de veiligheid als (ruim) voldoende. De onderwijskundige staat wordt als voldoende beoordeeld; de onderwijskundige visie wordt door de huisvesting voldoende gefaciliteerd, maar er is een beperkt tekort aan multifunctionele ruimten. De ruimten in de school zijn niet flexibel indeelbaar en de school ervaart problemen naar aanleiding van een slechte oplevering van de bouw. Ook ervaart de school veel klimaatklachten in de lokalen en in de kantoren.
5.12.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 32 van 47
2020/30063
5.13. Analyse en scenario Orthopedagogisch didactisch centrum Saenstroom 5.13.1 Toelichting huidige staat Voor OPDC Saenstroom is een quickscan-light uitgevoerd. De school ervaart de uitstraling, de bouwkundige staat en de veiligheid als (ruim) voldoende. De onderwijskundige staat wordt als voldoende beoordeeld; de onderwijskundige visie wordt door de huisvesting voldoende gefaciliteerd maar er is een beperkt tekort aan multifunctionele ruimten. De ruimten in de school zijn niet flexibel indeelbaar. De school ervaart een probleem met natuurlijke ventilatie en daarmee zijn er zowel in de zomer als in de winter klimaatklachten.
5.13.3 Voorkeursscenario Voor OPDC Saenstroom is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Het gebouw van OPDC Saenstroom is opgeleverd in 2009 en is daarmee nu 11 jaar oud. Naast de klimaatklachten ervaart de school nauwelijks problemen op bouwkundig vlak. Wel dient er op korte termijn gekeken te worden naar de onderwijskundige invulling in het kader van de ontwikkelingen in het passend onderwijs. Daarna zal onderzocht moeten worden wat dit betekent voor de huisvesting.
5.13.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging. ** Onderbouwleerlingen zijn uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 33 van 47
2020/30063
5.14. Analyse en scenario Pascal Zuid (vmbo) 5.14.1 Toelichting huidige staat Voor Pascal Zuid is een quickscan-light uitgevoerd. De school ervaart de uitstraling, de bouwkundige staat en de veiligheid als (ruim) voldoende. Ook geeft de school aan dat de onderwijskundige visie door de huisvesting ruim voldoende wordt gefaciliteerd. De school is tegen Praktijkschool De Faam aan gebouwd. Net als bij De Faam, werkt ook in het gebouw van Pascal Zuid de mechanische ventilatie (Frisse Scholen klasse B) niet optimaal.
5.14.2 Ruimtebehoefte
Pascal Zuid heeft aangegeven dit ruimteoverschot in de praktijk niet als zodanig te ervaren. Zaam geeft aan dat De Faam ook gebruik maakt van de administratieruimte van het Pascal Zuid op de begane grond (circa 200 m²).
5.14.3 Voorkeursscenario Voor Pascal Zuid is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Het gebouw van Pascal Zuid is in 2010 opgeleverd en is daarmee nu 10 jaar oud. De school ervaart geen onderwijskundige en/of bouwkundige problemen. Gezien de leeftijd en de beoordeling is er de komende termijnen vanuit huisvestingsoogpunt geen reden om dit gebouw integraal aan te pakken. Het advies is wel om de klimaatklachten en de inrichtingszaken als het camerasysteem en het beheersysteem van de installaties te onderzoeken. Uiteraard kunnen er vanuit het onderwijs en de organisatie redenen zijn om wel maatregelen te nemen. Bij de herijking van het IHP dient dit opnieuw in ogenschouw genomen te worden.
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een nevenvestiging.
Op basis van het leerlingenaantal en de prognose blijkt dat Pascal Zuid een ruimteoverschot heeft. De verklaring hiervoor is dat ten tijde van de realisatie Pascal Zuid techniekonderwijs gaf. Dit is nu niet het geval.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 34 van 47
2020/30063
5.16. Analyse en scenario Zuiderzee College (vmbo)
5.16.3 Voorkeursscenario
5.16.1 Toelichting huidige staat
Voor het Zuiderzee College is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. De school is opgeleverd in 2013 en daarmee 7 jaar oud. Ondanks deze jonge leeftijd, ervaart de school een aantal problemen op het gebied van klimaat en onderwijskundige indeling. Recentelijk is onderzoek gedaan naar de oorzaken van verzakking.
Voor het Zuiderzee College is een quickscan-light uitgevoerd. De school ervaart de uitstraling, de bouwkundige staat en de veiligheid als ruim voldoende. Een aandachtspunt is de opgetreden verzakking bij de beroepslokalen, het muzieklokaal en de tekenlokalen. De onderwijskundige staat wordt als voldoende beoordeeld; de onderwijskundige visie wordt door de huisvesting voldoende gefaciliteerd maar er is een wens vanuit sociaal oogpunt om twee kleinere, aparte aula’s te hebben. De huidige aula inclusief tribunetrap zorgt voor veel geluidsoverlast. De ruimten in de school zijn niet flexibel indeelbaar. De school ervaart een probleem met de ventilatie en zonwering en daarmee zijn er zowel in de zomer als in de winter klimaatklachten.
Gezien de leeftijd en de overall-beoordeling is er de komende termijnen vanuit huisvestingsoogpunt geen reden om dit gebouw integraal aan te pakken. Wel is het advies om een expert de verzakking en klimaatklachten te laten onderzoeken om het gebouw ook op deze aspecten goed te laten functioneren. Uiteraard kunnen er vanuit het onderwijs en de organisatie redenen zijn om wel maatregelen te nemen. Bij de herijking van het IHP dient dit opnieuw in ogenschouw genomen te worden.
5.16.2 Ruimtebehoefte
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 35 van 47
2020/30063
5.17. Analyse en scenario Praktijkschool De Faam 5.17.1 Toelichting huidige staat Voor Praktijkschool De Faam is een quickscan-light uitgevoerd. De school ervaart de uitstraling, de bouwkundige staat en de veiligheid als ruim voldoende. Een aandachtspunt is de onderwijskundige staat van het gebouw. De onderwijskundige visie wordt door de huisvesting redelijk gefaciliteerd, maar er is een tekort aan grote lokalen, een buitenruimte voor praktijkonderwijs en werkplekken/ruimten waar docenten rustig kunnen werken. Bovendien werkt het ventilatiesysteem niet naar behoren. De school is tegen het gebouw van Pascal Zuid aan gebouwd.
5.17.2 Ruimtebehoefte
De Faam is een hoofdvestiging en heeft formeel recht op een vaste voet van 980 m². Op basis van het leerlingenaantal en de prognose van PVG blijkt dat De Faam een ruimtetekort heeft. De school ervaart dit tekort echter niet. Zaam geeft aan dat De Faam gebruik maakt van de administratieruimte van het Pascal Zuid op de begane grond. De administratieve ruimte van het Pascal Zuid heeft een vloeroppervlakte van 430 m² bvo met 78 m² bvo verkeersruimte, totaal 508 m² bvo. Daarvan is circa 200 m² bvo in gebruik door De Faam.
5.17.3 Voorkeursscenario Voor Praktijkschool De Faam is het volgende voorkeursscenario ontwikkeld. Het gebouw van Praktijkschool De Faam is opgeleverd in 2014 en is daarmee nu 6 jaar oud. Naast onderwijskundige wensen ervaart de school geen bouwkundige problemen. De leerlingen zijn gebaat bij praktijkonderwijs in kleine groepen en kleinschalige huisvesting. Dat biedt de huidige huisvesting. Gezien de leeftijd en de beoordeling is er de komende termijnen vanuit huisvestingsoogpunt geen reden om dit gebouw integraal aan te pakken. Het advies is wel om de klimaatklachten en de inrichtingszaken als het camerasysteem en het beheersysteem van de installaties te onderzoeken. Uiteraard kunnen er vanuit het onderwijs en de organisatie redenen zijn om wel maatregelen te nemen. Bij de herijking van het IHP dient dit opnieuw in ogenschouw genomen te worden.
*Het uitgangspunt voor de ruimtebehoefteberekening is een hoofdvestiging.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 36 van 47
2020/30063
5.18. Prioritering scenario’s De in de vorige paragraaf omschreven scenario’s leiden tot de onderstaande prioritering op basis van quickscan-scores, capaciteitsanalyse en afwegingscriteria. De urgentiecriteria zijn reeds toegelicht bij de scenario’s in de voorgaande paragrafen. Termijn 1: 0 tot 5 jaar 1. Uitvoeren van een uitvoerig bouwkundig onderzoek ten behoeve van het bepalen van aanvullende maatregelen en daarbij behorend budget voor een integrale levensduurverlenging van 25 jaar voor het gebouwdeel uit 1965 van het St. Michaël College (reeds uitgevoerd in kwartaal 1 van 2020). 2. Continueren en afronden reeds ingezette renovatie/vernieuwbouw van het St. Michaël College 3. Uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek c.q. inpassingsstudie om voor Bertrand Russell college te komen tot één schoolgebouw waarin onderbouw en bovenbouw samen worden gehuisvest. Daarbij wordt ook gekeken naar een eventueel ruimteoverschot binnen Trias vmbo. Financieel is deze opgave gespreid over twee termijnen: de aanpak onderbouw is voorzien in de periode 0-5 jaar, de bovenbouw in de periode 5-10 jaar. Dit is van invloed op het moment waarop een integrale oplossing kan worden gerealiseerd en wordt meegenomen in het haalbaarheidsonderzoek. 4.
Vooruitlopend op de aanpak in termijn 2 in 2023 haalbaarheidsonderzoeken renovatie-vernieuwbouw-nieuwbouw uitvoeren voor het Zaanlands Lyceum en het Blaise Pascal College. 5. In gezamenlijkheid tussen schoolbesturen en gemeente in het OOGO bespreken hoe wordt omgegaan met de bijstelling van het aanbod in schoolsoorten in relatie tot de onderwijsvraag vanuit de stad, kijkend naar welke onderwijshuisvesting daarbij passend is en welke maatregelen en kosten gemoeid zijn bij eventuele aanpassing van onderwijshuisvesting t.b.v. bijstelling aanbod schoolsoorten.
Termijn 3: 10 tot 15 jaar 1. Geen. Termijn 4: 15 jaar of langer 1. Saenredam College. 2. Compaen VMBO. 3. Praktijkschool De Brug. 4. Trias VMBO. 5. Orthopedagogisch didactisch centrum (OPDC) Saenstroom. 6. Pascal Zuid. 7. Zuiderzee College. 8. Praktijkschool De Faam. 9. Integrale aanpak voor de drie bouwdelen van het St. Michaël College. Voor de prioritering van de scholen in de tweede tot en met de vierde termijn wordt in dit IHP de quickscan-score aangehouden. Bij de herijking van het IHP dient weer voor de eerstvolgende termijn een prioritering opgesteld te worden, aangezien door omstandigheden/ontwikkelingen te zijner tijd pas keuzes in prioritering gemaakt worden.
Termijn 2: 5 tot 10 jaar 1. Bovenbouw-locatie Bertrand Russell College. 2. Het Blaise Pascal College. 3. Het Zaanlands Lyceum.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 37 van 47
2020/30063
6. Financiële uitgangspunten, ambitieniveaus en financiële vertaling De in hoofdstuk 5 gepresenteerde scenario’s voor het VO worden in dit hoofdstuk voorzien van een financieel kader. Er wordt eerst ingegaan op de uitgangspunten alvorens de investeringskosten in beeld worden gebracht.
6.1. Uitgangspunten 6.1.1 Stichtingskosten Met behulp van de kostenconfiguratoren van HEVO (door PO-raad en VO-raad erkende instrumenten ter bepaling van de bouwkosten) zijn de geldende bouwkostenniveaus per vierkante meter bepaald. Daarbij is aangesloten op bouwsteen 3 (kwaliteit en duurzaamheid). De gewenste nieuwbouwkwaliteit is in dit IHP bepaald op: Bouwbesluit 2015. Energieneutraal. Frisse Scholen (B op lucht, C op temperatuur, licht en geluid). Exploitatiegericht bouwen (onderhoudsarme vloer- en wandafwerking en aluminium kozijnen). Toekomstbestendig bouwen (geen dragende wanden, extra transparantie, verplaatsbare paneelwanden voor interne flexibiliteit). De ambitie voor de basiskwaliteit in dit IHP is in gezamenlijkheid tussen gemeente en schoolbesturen bepaald op Bouwbesluit 2015 en energieneutraal (ENG). Frisse Scholen klasse B op het aspect ventilatie is onderdeel van Bouwbesluit. De basiskwaliteit vanuit de wet- en regelgeving wordt per 1 januari 2021 vastgesteld op Bouwbesluit 2015 en bijna energieneutraal (BENG). Dit betekent dat de wettelijke basiskwaliteit (verplichting) voor de gemeente omhoog gaat ten opzichte van de huidige situatie. De financiële middelen vanuit het rijk blijven echter achter, waardoor de druk op de gemeentelijke financiën toeneemt. Ook bij de schoolbesturen kan de druk op financiën toenemen. Dit wordt erkend door alle partijen.
Daarom wordt in gezamenlijkheid afgesproken dat de ambitie is om bij nieuwbouw voor energieneutraliteit te gaan en per project / per situatie wordt bekeken, afhankelijk van financiële middelen van zowel de gemeente als de schoolbesturen, wat de daadwerkelijk te realiseren kwaliteit wordt (realiteitszin).
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Hierbij rekening houdend met ieders wettelijke verplichtingen. Dit zodat naast de gestelde ENG-ambitie ook een realistische uitwerking van dit IHP blijft bestaan waarbij, afhankelijk van de financiële situatie van de gemeente Zaanstad en de schoolbesturen, een financieel te dragen project kan worden uitgevoerd. De gemeente is (financieel) verantwoordelijk voor het realiseren van de basiskwaliteit. De betrokken schoolbesturen zien het als hun maatschappelijke plicht om een bijdrage te leveren aan de projecten van het IHP volgens de principes van Total Cost of Ownership om zo extra kwaliteit of duurzaamheid te realiseren. De hoogte van een eventuele bijdrage wordt daarom projectspecifiek bepaald, dit is ook afhankelijk van het feit of het renovatie, vernieuwbouw of nieuwbouw is. Immers, bij renovatie/vernieuwbouw kan het niveau van ENG in de praktijk niet gehaald worden. Een schoolbestuur kan dus keuzes maken ten aanzien van de opties ‘extra kwaliteit’ en wat haar financiële bijdrage dan is. Gemiddeld genomen ligt de financiële bijdrage in Nederland op circa 8-10% bij nieuwbouw om de stap van BENG naar ENG te maken. Op projectniveau zou zelfs onderzocht kunnen worden of het mogelijk is om Nul-Op-de-Meter-scholen (NOM) of energieleverende scholen te realiseren. Dit hangt tevens samen met de principes van Total Cost of Ownership.
De bepaling van de bouwkosten leidt tot de volgende investeringsbedragen per m², prijspeil januari 2020 en inclusief btw. De kostenconfigurator berekent de gemiddelde kosten voor een energieneutraal gebouw. Er zijn gebieden, waaronder Zaanstad, waar hogere kosten worden gevraagd vanwege de vraag, grote stad, beperkte ruimte etc. Zoals te zien is in de tabel op de volgende pagina, ontstaan er financiële schaalvoordelen bij het bouwen van een school met een grotere omvang, respectievelijk 5.000, 8.000 en 13.000 m². De opzet van de kostenconfigurator gaat uit van een kostenniveau met als referentielocatie die van HEVO in ’s-Hertogenbosch. Voor de regio Zaanstad dient nog gewerkt te worden met een regiotoeslag van 5-7% ten opzichte van ’s-Hertogenbosch conform het bouwkompas (nu niet opgenomen in de kosten). In de investeringskosten zijn honoraria, leges, verzekeringen en schoonmaakkosten opgenomen. Niet opgenomen zijn kosten voor (grond)verwerving, bouwrijp maken, indexering, onvoorzien, rentekosten, startkosten, losse inrichting, tijdelijke huisvesting e.d. In de vaste kosten voor het gebouw zijn geen kosten opgenomen voor specifiek
Pagina 38 van 47
2020/30063
(praktijk)onderwijs, zoals bijvoorbeeld bakkerij, grootkeuken of lassen met verschillende gassen. Proces gebonden installaties zijn ook niet opgenomen in de normkosten. Aansluitend bij de ambitie van dit IHP, is in onderstaande afbeelding de kostenconfigurator met prijspeil 1 januari 2020 weergegeven om inzicht te geven in de kosten voor een energieneutraal schoolgebouw, inclusief het voldoen aan Frisse Scholen klasse B en ingrepen op het gebied van exploitatiegericht bouwen en kwaliteitsverhoging ten behoeve van flexibiliteit (kwaliteitskader HEVO).
De overige twee bedragen zijn gebaseerd op ‘boven normatieve kwaliteit’ met de aanvullende kwaliteit om te komen tot bijna energieneutraliteit (BENG) of energieneutraliteit (ENG), het voldoen aan Frisse Scholen klasse B en ingrepen op het gebied van exploitatiegericht bouwen en kwaliteitsverhoging ten behoeve van flexibiliteit. Voortgezet Onderwijs: Uitgangspunt bouwlagen: Norm brutovloeroppervlak (BVO) [m2] VNG-norm 2020* BENG en kwaliteitsniveau HEVO**
€ €
ENG en kwaliteitsniveau HEVO**
€
vmbo havo/vwo vmbo/havo/vwo 2 3 3 5.000 8.000 13.000 2.082 € 1.831 € 1.850 2.392 € 2.171 € 2.122 2.467 €
2.246 €
2.197
*De VNG-norm zal als gevolg van de wettelijke eis van BENG per 1 januari 2021 nog worden verhoogd, waardoor de VNG-norm dichterbij de daadwerkelijke kosten van een BENG gebouw komen te liggen vanaf 2021. De VNG publiceert de VNG-norm van 2021 in november 2020. **Het kwaliteitsniveau HEVO wordt toegelicht in paragraaf 6.1.2 en bijlage VI.
Nieuwbouw, kosten voor een energieneutraal onderwijsgebouw uitgesplitst naar gebouwgrootte. Zie in de bijlage de nieuwbouw kostenconfigurator inclusief toelichting en disclaimer.
Het streven is om ook bij vernieuwbouw (levensduurverlenging 40 jaar) de gewenste nieuwbouwkwaliteit zoveel als mogelijk te realiseren (volwaardig alternatief). Daarvoor dienen de investeringsbedragen op de volgende pagina als indicatie. Bij afweging nieuwbouw of renovatie kunnen deze indicatieve bedragen als drempel worden gehanteerd om wel of niet te kiezen voor nieuwbouw of renovatie. Logischerwijs dienen deze investeringskosten project specifiek bepaald te worden. Ook dient rekening gehouden te worden met specifieke, lokale marktomstandigheden die van invloed kunnen zijn op de prijs.
Het is belangrijk om een financiële afweging te maken op basis van duurzaamheidsambities en kwaliteitsambities. Daarom wordt in de tabel rechts inzicht gegeven in het volgende: het eerste bedrag betreft de VNG-normering, ‘normatieve kwaliteit’; dit is de kwaliteit die ten minste moet worden gerealiseerd om te komen tot een onderwijsvoorziening die voldoet aan de eisen uit de huidige wet- en regelgeving.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 39 van 47
2020/30063
Vernieuwbouw Op basis van ervaringscijfers van HEVO kan gesteld worden dat de vernieuwbouwkosten circa 80% van de nieuwbouwkosten zijn. Met dien verstande dat er bij vernieuwbouw tijdelijke huisvesting noodzakelijk is. Hierdoor wordt het kostenniveau van de nieuwbouw (minimaal) bereikt. Renovatie met levensduurverlenging van 20 jaar Op basis van ervaringscijfers van HEVO kan gesteld worden dat de renovatiekosten voor een levensduurverlenging van 20 jaar circa € 1.590,-- per m² bvo bedragen. Ook hierbij geldt dat dit gemiddelde kosten betreft en dat voor bepaalde gebieden zoals Zaanstad hogere kosten worden gevraagd. Vaak is dit geen optie, omdat deze kosten afgeschreven dienen te worden in 20 jaar en hiermee de kapitaallasten voor de gemeente moeilijk te dragen zijn. Bovendien is er dan ook een periode tijdelijke huisvesting noodzakelijk. Kanttekening hierbij is dat levensduurverlenging tot 20 jaar in de bestaande situatie niet de verantwoordelijkheid van de gemeente, maar van het schoolbestuur is.
6.1.2 Ambitie- en kwaliteitsniveaus Onderstaand zijn de diverse niveaus voor nieuwbouw toegelicht. Sober en doelmatig (normvergoeding VNG) De normvergoedingen zijn gebaseerd op een medio jaren tachtig uitgebracht onderzoek. Dit rapport vormt de basis voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding, met als uitgangspunt een sober en doelmatig kwaliteitsniveau. Met deze normvergoedingen wordt men geacht te kunnen voldoen aan de minimale eisen van het destijds geldende Bouwbesluit. Te denken valt hierbij aan: Een eenvoudige/compacte bouwvorm. Fundering op staal (heipaal loos). Constructie op basis van dragende wanden met kanaalplaatvloeren. Gevelmetselwerk met beperkte isolatie. Hardhouten gevelkozijnen met dubbelglas. Linoleum vloerafwerking, spuitwerk op binnenwanden en gedeeltelijk verlaagde systeemplafonds. Verwarming (hoog temperatuur) met radiatoren.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Ventilatie op basis van natuurlijke toevoer door middel van ventilatieroosters en mechanische afvoerventilatoren.
De normvergoedingen en het daaraan onderliggende kwaliteitsniveau zijn op 1 januari 1997 een-op-een, met de decentralisatie van de huisvestingsverantwoordelijkheid van het rijk naar de gemeenten, opgenomen in de modelverordening van de VNG. In 2018 zijn de normbedragen in de Model Verordening Voorzieningen huisvesting onderwijs eenmalig met 40% verhoogd om weer aan te sluiten bij de vigerende wet- en regelgeving, echter nog wel sober en doelmatig: Een eenvoudige/compacte bouwvorm. Constructie op basis van dragende wanden met kanaalplaatvloeren. Gevelmetselwerk. Hardhouten gevelkozijnen met dubbelglas. Linoleum vloerafwerking, spuitwerk op binnenwanden en gedeeltelijk verlaagde systeemplafonds. Bijna energieneutraal (BENG) Per 1 januari 2021 wijzigt het Bouwbesluit in die zin dat alle nieuw te bouwen gebouwen vanaf die datum moeten voldoen aan de BENG-eisen (bijna energieneutraal gebouw). Aangezien dit een wettelijke eis is zal deze wijziging opnieuw leiden tot een verhoging van de kosten voor een sober en doelmatig onderwijsgebouw. Het voldoen aan de BENG-eisen betekent dat een gebouw niet veel energie mag verbruiken, dat het verbruik van fossiele brandstoffen zoveel mogelijk beperkt moet worden en dat een deel van het energieverbruik duurzaam opgewekt moet worden.
De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van drie individueel te behalen eisen: De maximale energiebehoefte in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m²/jaar). Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m² gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m²/jaar). Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%).
Pagina 40 van 47
2020/30063
Energieneutraal (ENG) In dit IHP wordt het niveau van ENG en gasloos geambieerd. Dit betekent dat bij een energieneutraal gebouw de som van de in- en uitgaande energiestromen voor de gebouwgebonden installaties per saldo nul is. De gebruikersgebonden installaties (zoals computer, zuurkasten, beamers) verbruiken wel extra elektriciteit, die niet uit de eigen energieopwekking komt, dus van een elektriciteitscentrale. Gelet op de doelstellingen uit het klimaatakkoord is het verstandig om te proberen om in één keer een ENG-gebouw te realiseren. Dat kost nu verhoudingsgewijs weinig geld, terwijl dit over enkele jaren een veelvoud aan extra investering zal vragen. Kwaliteitsverhoging Om de kwaliteit te verhogen van een ‘sober en doelmatig’ gebouw (wettelijk minimum) naar een ‘sober en doelmatig gebouw dat aanpasbaar, prettig en exploitabel’ is kan extra kwaliteit toegevoegd worden. Onderstaand worden de diverse kwaliteitstoevoegingen benoemd. Daarnaast heeft HEVO een kwaliteitskader opgesteld dat bij veel scholen in Nederland wordt toegepast (zie bijlage VI).
Ambitieniveau vormgeving De normvergoeding van de VNG is gebaseerd op een sober en doelmatig gebouw. In de kostenopzet voor BENG en ENG in dit IHP is met een toeslag gerekend voor een gemiddeld ambitieniveau op het gebied van onderwijskundige ambitie en esthetische kwaliteit. Hierbij is rekening gehouden met ruimte voor (iets) meer gevelopeningen, meer geveloppervlakte, een betere Frisse Scholen ventilatie-klasse in gangzones zodat deze ook voor onderwijs gebruikt kunnen worden en (beperkt) betere afwerkingsniveaus. Frisse Scholen Het Programma van Eisen Frisse Scholen is al sinds de invoering hét document waarmee in onderwijsland ambities worden vormgegeven. Daarmee is het in de markt ook een bekend instrument, waarmee men gewend is te werken. Veelal wordt klasse B als standaard gehanteerd, aangezien het de middenklasse binnen Frisse Scholen betreft. HEVO is echter van mening dat dit niet altijd de beste afweging tussen prijs en kwaliteit geeft. Daarom hebben we per Frisse Scholen-thema een specifiek advies gegeven, zie bijlage VI ‘Kwaliteitskader HEVO’.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Exploitatiegericht bouwen Exploitatie wordt een steeds belangrijker uitgangspunt. De kosten houden immers niet op wanneer een schoolgebouw wordt opgeleverd. Total Cost of Ownership (TCO) staat terecht regelmatig op de agenda. In de kostenconfigurator zijn veelvoorkomende keuzemogelijkheden opgenomen. Zo kunnen aluminium kozijnen worden toegepast in plaats van onderhoudsgevoelig hout met schilderwerk, kan onderhoudsintensief linoleum worden ingeruild voor pvc vloerbedekking en kan spuitwerk op de wanden worden vervangen door robuuster scanbehang voorzien van coating of bijvoorbeeld melamine-beplating bij metalstudwanden.
Duurzaam bouwen In het kader van duurzaam bouwen kunnen, naast BENG en ENG, elementen worden opgenomen voor verbetering van de gebouwschil (isolatie en kierdicht), maar ook milieuvriendelijke zaken zoals een groen dak voor betere waterberging en een groene gevel ter bevordering van biodiversiteit en opname fijnstof. Dit is vooralsnog niet meegenomen in de kosten. Verhogen kwaliteit Onder het verhogen van de kwaliteit zijn diverse aanvullende zaken opgenomen ten aanzien van het verbeteren van de kwaliteit van het gebouw (en daarmee samenhangend gebruik). Als eerste staat flexibiliteit benoemd. Dit item wordt veelal als standaard gezien, er worden tegenwoordig immers weinig schoolgebouwen met dragende wanden gerealiseerd. De normvergoeding is echter wel op basis van dragende binnenwanden opgesteld. Verder is de optie voor het vergroten van zichtlijnen binnen het gebouw opgenomen voor een verbeterd toezicht, het opnemen van paneelwanden voor het samenvoegen van ruimten en de mogelijkheid tot het elektrisch (centraal) bedienen van de zonwering (is standaard bij ENG-gebouwen).
6.1.3 Total Cost of Ownership De realisatie van de in paragraaf 6.1.2 gewenste kwaliteit hangt samen met het principe van Total Cost of Ownership. Schoolbesturen zijn bereid om op basis van Total Cost of Ownership (TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouwof renovatieopgave mee te financieren (zie paragraaf 6.1.1). Hierbij gaat het om de
Pagina 41 van 47
2020/30063
extra kwaliteit zoals aangegeven in de vorige paragraaf (bovennormatieve kwaliteit). De investering komt de kwaliteit en duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede. Hierbij maken schoolbesturen gebruik van de vergoeding voor materiële instandhouding (mi-vergoeding) die zij ontvangen van het rijk. De extra kwaliteit wordt bijvoorbeeld gefinancierd vanuit een verwacht exploitatievoordeel (op energiekosten) gedurende een deel van de levensduur van het gebouw en een besparing op onderhoud aan het bestaande gebouw voorafgaand aan een nieuwbouwopgave (besparing op investeringen in het lopende meerjarenonderhoudsplan). Het is mogelijk dat het bedrag per m² bvo bij aanvang van de investering in één keer wordt ingebracht alsook dat het bedrag kan worden teruggestort vanuit de exploitatie. Hiervoor dienen per project nadere afspraken gemaakt te worden tussen schoolbestuur en gemeente.
6.1.4 Duurzaamheid Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. De tussentijdse verduurzaming van schoolgebouwen is daarmee een taak van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarenonderhoudsplanning van de gebouwen.
midden/zuiden van Zaanstad wordt de mogelijkheid onderzocht om één schoolgebouw te reserveren als wissellocatie. Bovendien is het dan van belang dat de scholen opeenvolgend aan elkaar worden aangepakt. De onderstaande kosten voor tijdelijke huisvesting worden dan deels voorkomen. Bij vaststelling van het IHP is er zicht op de fasering van de opgaven en kan er een plan worden gemaakt voor de tijdelijke huisvesting in het uitvoeringsprogramma. Afhankelijk van de fasering kan er eventueel gebruik worden gemaakt van leegstand in scholen. De beschikbaarheid van (bouw)locaties speelt hierbij ook een wezenlijke rol. In algemene zin gelden de volgende kengetallen voor huur en koop van tijdelijke huisvesting. Koop kan een gunstigere optie zijn indien de te realiseren tijdelijke huisvesting gedurende een lange periode, en dus door meerdere scholen, gebruikt wordt: Huur semipermanent De huur van tijdelijke huisvesting kost circa € 320,-- per m² per jaar (gemiddelde marktprijs 2019). Die m²’s zijn niet alleen nodig voor lokalen maar ook voor gangen, toiletten, werkplekken etc. Koop (semipermanent) Voor de koop van semipermanente tijdelijke huisvesting geldt een bedrag van circa € 1.500,-- per m²; circa 1 lokaal (80 m²) kost circa € 120.000,-- inclusief btw.
6.1.6 Prijspeil, risico’s bouwkosten en andere randvoorwaarden 6.1.5 Interim-voorzieningen en verhuisbewegingen Interim-voorzieningen c.q. tijdelijke huisvesting zijn nog niet opgenomen in de financiële vertaling. Door in termijn 1 zowel het onderbouw-gebouw als het bovenbouw-gebouw van het Bertrand Russell College integraal in één keer aan te pakken, wordt één van de gebouwen vrijgespeeld om in te zetten als wissellocatie voor de tijdelijke huisvesting voor een deel van de schoolgebouwen in Zaanstad, die op redelijke (fiets)afstand voor de leerlingen ligt. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat beide locaties niet in zijn geheel kunnen voldoen aan de ruimtebehoefte van de scholen uit termijn 2. De verwachting is dat leerlingen uit Zuid niet naar Krommenie zullen fietsen. Bij vernieuwbouw of sloop/nieuwbouw op dezelfde locatie in het
Referentie: 1549102-0019.3.1.
De investeringsniveaus zijn bepaald/geïndiceerd op prijspeil 1 januari 2020, inclusief btw. Niet opgenomen zijn: eventuele kosten of baten van grondverwerving of grondexploitatie bij vrijkomende terreinen, kosten bouwrijp maken, kosten bestemmingsplanwijzigingen, dan wel het aankopen of verkopen van gebouwen anders dan in dit IHP opgenomen. Risico’s ten aanzien van de bouwkosten zijn ook te vinden in de algemene prijsontwikkeling van bouwprojecten in Nederland en de regio Zaanstad. Het is zaak om - met behoud van ambitie - de investeringsramingen voortdurend te relateren aan de feitelijke toekomstige ontwikkeling van de bouwkosten. De BDB-index vormt
Pagina 42 van 47
2020/30063
daarvoor een goede basis, deze is ook gekoppeld aan de normvergoeding van de VNG.
6.1.7 Beschikkingen gemeente Zaanstad Afgelopen jaren heeft de gemeente Zaanstad een deel van de renovaties/uitbreidingen/tijdelijke huisvesting bij een aantal scholen gefinancierd. In onderstaande tabel wordt dit overzichtelijk weergegeven.
6.1.8 Financiële vertaling onderwijs De tabel op de volgende pagina geeft de financiële vertaling van het IHP weer. Dit is de vertaling op basis van de uitgangspunten zoals verwoord in de voorgaande paragrafen en sluit aan op de scenario-ontwikkeling. De kosten zijn geraamd op basis van nieuwbouw. De definitieve afweging tussen nieuwbouw, vernieuwbouw of renovatie zal op projectniveau worden gemaakt na vaststelling van het IHP. Voor het doorrekenen van de ruimtebehoefte en financiële vertaling voor het VO is uitgegaan van het gemiddeld aantal leerlingen in de periode van 2019-2034 (15 jaar).
Beschikkingen afgelopen jaren Trias extra invt. Ivm leerlingroei SC, transform. h/v > vmbo/pr Herschikking lokalen i.v.m. tekort onderwijsruimten HZL OH/revitalisatie oud Nwd renovatieproject Inventaris ingebruikname Erasmusstraat Ingebruikname Erasmusstraat 1 Nieuwbouw De Brug De Brug, Noodlokalen 1e inrichting lokalen De Brug Sloopkosten bouwrijp terrein De Brug Verhuiskosten de Brug Verhuiskosten Noorderstraat Nieuwbouw Trias Nieuwbouw Renovatie gebouwdeel 1965 Renovatie incl. tijdelijke huisvesting
Jaar School 2008 Trias 2008 Saenredam College 2009 Zaanlands Lyceum 2009 Zaanlands Lyceum 2009 Compaen 2009 Bertrand Russel 2009 Bertrand Russel 2009 De Brug 2009 De Brug 2009 De Brug 2009 De Brug 2009 De Brug 2008-2009 Saenstroom 2006-2012 Trias Nieuwbouw 2012 Zuiderzee 2018 St. Michael College 2015 Pascal College
De financiële vertaling is nog exclusief: Interim-voorzieningen. Gymnastiekvoorzieningen. Indexering. Locatiespecifieke kosten. Afschrijving boekwaarden. In de financiële administratie van de gemeente (en in die van de schoolbesturen) zijn schoolgebouwen soms nog niet afgeschreven op het moment dat in het IHP een investering staat gepland. In de bijlage bij het IHP is een overzicht opgenomen van het moment waarop de huidige schoolgebouwen administratief zijn afgeschreven. Als concrete maatregelen voor een schoolgebouw worden voorgesteld, en op dat moment nog een hoge boekwaarde op het pand zit, zullen gemeente en het schoolbestuur gezamenlijk goed moeten motiveren waarom de eerdere vervanging (en dus extra financiële inzet van de gemeente) gerechtvaardigd is.
Totale kosten € 983.153 € 959.040 € 1.315.737 € 2.140.468 € 2.875.074 € 404.345 € 5.378.844 € 4.924.404 € 92.690 € 335.475 € 123.634 € 65.633 € 23.565 € 36.607.000 € 12.594.535 € 2.500.179 € 6.231.215
Bijdrage gemeente € 738.875 € 858.000 € 1.087.737 € 1.950.000 € 1.560.000 € 358.751 € 2.960.159 € 3.100.351 € 92.690 € 299.304 € 123.634 € 35.153 € 23.565 € 35.007.000 € 12.594.535 € 2.250.179 € 6.231.215
Eigen bijdrage € 244.278 € 101.040 € 228.000 € 190.468 € 1.315.074 € 45.594 € 2.418.685 € 1.824.053 € € 36.171 € € 30.480 € € 1.600.000 € € 250.000 € -
De financiering van de noodlok alen bij het Zaanlands Lyceum zijn nog niet formeel overeengek omen in een beschik k ing. Dit is dan ook niet opgenomen in deze tabel.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 43 van 47
2020/30063
6.2. Randvoorwaarden bij uitvoering IHP Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal randvoorwaarden.
6.2.1 Actualisatie van projecten Bij het opstarten van een in dit IHP gedefinieerd project, dient op dat moment het projectinitiatief getoetst te worden aan de dan geldende randvoorwaarden. De toetsing is bedoeld om te zorgen dat het project aansluit bij de dan geldende omstandigheden. Het gaat om actualisaties van bijvoorbeeld de leerlingenprognose. In dit IHP is uitgegaan van een leerlingenprognose met een scope van 15 jaar en van het gemiddeld aantal leerlingen in de periode van 2019 tot en met 2034 (15 jaar) voor het ramen van de investeringsopgaven. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de verwachte leerlingenaantallen die in de gemeente Zaanstad worden voorzien. Van belang is dat de definitieve leerlingenaantallen waarvoor gebouwd wordt in het uitvoeringsprogramma (definitieve planvorming) nader worden gedefinieerd: Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie. De dan bekende bouwkostenniveaus en geïnventariseerde risico’s. De TCO-benadering, waarbij er wordt bepaald welke investeringsbijdrage van het schoolbestuur wordt verwacht, op basis van exploitatievoordelen (onderhoud, energie) en extra kwaliteit voor het betreffende schoolbestuur.
6.2.2 Aansluiting op demografische ontwikkelingen Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan raakvlakken met de demografische ontwikkelingen zoals verwoord in de omgevingsvisie. Deze visie is nog niet beschikbaar; Zaanstad werkt nog aan een Omgevingsvisie voor 2040. Dit wordt de leidende visie voor alle andere wetten, regels, projecten en beleid van de gemeente en initiatiefnemers uit de samenleving die de fysieke leefomgeving betreffen. Kansengelijkheid, gezondheid, duurzaamheid, veiligheid, economie en verstedelijking zijn hierbij de zes belangrijke opgaven voor de toekomst.
6.2.3 Vergroening gebouwen en buitenruimte Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om de gebouwen en de buitenruimte van scholen te vergroenen. Hierbij kan ‘verblauwing’ ook een rol spelen: door meer groen en minder straatwerk is er betere hemelwaterafvoer.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 44 van 47
2020/30063
6.2.4 Participatie bij de uitvoering van projecten Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan participatie van de volgende doelgroepen: Leerlingen. Docenten. Ouders. Omwonenden.
6.2.5 Bouwheerschap De schoolgebouwen zijn eigendom van de schoolbesturen. In de onderwijswetgeving is bepaald dat het bouwheerschap in principe bij de schoolbesturen ligt. Dit sluit aan bij de eigendomsverhouding. Conform de VVHO (huisvestingsverordening) vindt hier overleg over plaats.
6.2.6 Herijking van het IHP Dit IHP geeft een beleidsmatige doorkijk over een periode van 20 jaar. Om het IHP upto-date te houden, is elke 4 jaar een herijking van het IHP wenselijk. Bij deze herijking kunnen de leerpunten van de evaluatie van het eerste tijdvak van 5 jaar worden opgenomen en kan het IHP op onderdelen worden herzien en uitgebreid met een nieuwe scope van 16 jaar. Over herijking dient, net als over het voorliggende IHP, overeenstemming te zijn tussen gemeente en schoolbesturen. Daarnaast voeren gemeente en schoolbesturen jaarlijks overleg over de voortgang van het IHP.
6.2.7 Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP is opgesteld onder de nu geldende wet- en regelgeving. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energie-akkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 45 van 47
2020/30063
Bijlagen Bijlage I: gedetailleerde capaciteitsanalyse met referentie 1653061-0017 Bijlage II: leerlingenprognose VO Zaanstad van PVG d.d. 2019 Bijlage III: quickscan-rapportages per school met diverse referenties Bijlage IV: waardenwijzer met referentie 1653061-0072 Bijlage V: HEVO kostenconfigurator VO 2020 Bijlage VI: kwaliteitskader HEVO, december 2019 Bijlage VII: overzicht afschrijving per onderwijsgebouw
Referentie: 1549102-0019.3.1.
Pagina 46 van 47
2020/30063
Colofon Uitgave: Datum: Auteur(s):
HEVO B.V. 3 december 2020 mevrouw M. Mulder MSc de heer J.R.M. Heijltjes
●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●
Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Postbus 70501 5201 CB 's-Hertogenbosch
T +31 (0)73 6 409 409 info@hevo.nl www.hevo.nl