Bijlage Zaans woonwagenbeleid
Tekst van het document
2021/26510
Zaans Woonwagenbeleid december 2021
1
2021/26510
Zaans Woonwagenbeleid Inhoud 2 Noodzaak tot actualisatie van het Zaans woonwagenbeleid .........................................................4 2.1 Korte terugblik .................................................................................................................................4 2.2 Mensenrechtelijk- en juridisch kader ............................................................................................4 2.3 Rijksbeleid als kader voor het Zaanse woonwagenbeleid ..........................................................4 2.4 Rol gemeente en woningcorporatie...............................................................................................5 3 Beleidskaders Zaans woonwagenbeleid..........................................................................................6 3.1 Gemeentelijke beleidskaders .........................................................................................................6 3.1 Gemeentelijke beleidskaders .........................................................................................................6 4.2 Huisvestingsverordening ...............................................................................................................6 4 Doelstelling en te behalen resultaten ...............................................................................................8 4.1 Doelstelling Zaans
woonwagenbeleid..........................................................................................8 4.2 Uitgangspunten ...............................................................................................................................9 4.3 Te behalen resultaten......................................................................................................................9 4.3 Te behalen resultaten......................................................................................................................9 5 Standplaatsen en woonwagens in Zaanstad .................................................................................11 5.1 Koopstandplaatsen en koopwoonwagens..................................................................................11 5.2 (Ver)huurstandplaatsen en (ver)huurwoonwagens....................................................................11 5.3 (Mantel)zorg ...................................................................................................................................11 6 Toewijzing .........................................................................................................................................12 7 Uitvoeringen beheer.........................................................................................................................13 7.1 Uitvoeringsplan
.............................................................................................................................13 7.2 Beheer ............................................................................................................................................13 Bijlagen.................................................................................................................................................14 1 Woonbehoefteonderzoek Zaanstad................................................................................................15 2 Brandveiligheid woonwagens en woonwagenlocaties.................................................................41 5 Begrippenlijst....................................................................................................................................55
2
2021/26510
Inleiding Dit document is het nieuwe woonwagenbeleid van de gemeente Zaanstad. U leest hierin waarom de gemeente Zaanstad een nieuw woonwagenbeleid vaststelt (hoofdstuk 2), welke beleidskaders leidend zijn voor het nieuwe woonwagenbeleid (hoofdstuk 3), wat het woonwagenbeleid inhoudt en wat de beoogde resultaten van het beleid zijn (hoofdstuk 4). Verder bevat dit document de regels die gemeente Zaanstad hanteert voor standplaatsen en woonwagens (hoofdstuk 5 en 6) en toelichting over de manier waarop de gemeente Zaanstad het beheer en onderhoud van woonwagenlocaties wil oppakken (hoofdstuk 7). Met dit nieuwe beleid voldoet de gemeente Zaanstad aan de veranderende situatie rondom de woonwagencultuur. Daar waar het beleid in het verleden gericht was op het integreren van woonwagenbewoners in de samenleving, is het nu gericht op het faciliteren van de eigen woonwagencultuur. Dit beleid geeft richtlijnen aan hoe de woonwagencultuur een plek geboden kan worden in de gemeente Zaanstad.
3
2021/26510
2
Noodzaak tot actualisatie van het Zaans woonwagenbeleid
Het vigerende woonwagenbeleid in Zaanstad is vastgesteld in 2000. Door uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van de Rechten van de Mens en een nieuw landelijk beleidskader, is de noodzaak ontstaan om het Zaans woonwagenbeleid te actualiseren. 2.1
Korte terugblik
Door het intrekken van de Woonwagenwet in 1999 werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. ‘Normalisatie’ van het huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners heeft ertoe geleid dat woonwagenbewoners geen uitzonderingspositie meer hadden op de woningmarkt. Ook vervielen bijzondere rechten, zoals het recht op een standplaats. De woonwagenbewoners heetten gewoon ‘burgers’, die zich slechts onderscheidden omdat ze in een woonwagen woonden. Wonen in een woonwagen was in feite een woonwens geworden. Na het intrekken van de Woonwagenwet hebben veel gemeenten het aantal woonwagenstandplaatsen verminderd, met als gevolg dat het aantal woonwagenstandplaatsen in heel Nederland afnam. De woonwagenbewoners waren het hier niet mee eens en hebben dit bij verschillende instanties laten weten. Dit resulteerde erin dat verschillende nationale, Europese en internationale (rechtelijke) instanties zich hebben uitgesproken over de invulling van mensenrechten en de voorwaarden die in acht moeten worden genomen ten aanzien van de huisvesting van woonwagenbewoners. 2.2
Mensenrechtelijk- en juridisch kader
De laatste jaren hebben het College voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van de Rechten van de Mens diverse uitspraken gedaan om het woonwagenleven te beschermen. Er is onder andere uitgesproken dat bewoning van een woonwagen een onderdeel van de cultuur is, dat een woonwagen een woning is en dat woonwagenlevensstijl betrekking heeft op sociale banden en familiebanden. De uitspraken geven ook aan dat er te weinig rekening wordt gehouden met de woonkansen van woonwagenbewoners. Dit varieert van de aanwezigheid van een uitsterfconstructie, tot geen reële termijn waarop een woonwagen bewoond kan worden en het ontbreken van een adequaat beleid. 2.3
Rijksbeleid als kader voor het Zaanse woonwagenbeleid
Op 12 juli 2018 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief met het beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ naar de Tweede Kamer gezonden. In dat beleidskader worden gemeenten geadviseerd het woonwagenbeleid in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen van het College van de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman. Door het beleid voor woonwagenbewoners als gemeente te expliciteren, wordt de specifieke woonbehoefte van deze groep gewaarborgd. Dit zou ertoe moeten leiden dat de trend van de afgelopen decennia, een daling van het aantal standplaatsen, wordt gekeerd. De visie die ten grondslag ligt aan het beleidskader vanuit het Ministerie heeft als kern inzake huisvesting: het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid. Als gevolg van de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens, het Europees Hof van de Rechten van de Mens en het Rijksbeleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ is het noodzakelijk het Zaans woonwagenbeleid uit 2000 te actualiseren.
Op die manier kan de gemeente Zaanstad in haar woonbeleid rekening houden met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en voorzien in voldoende standplaatsen, zodat woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn een standplaats kunnen krijgen. Bij het bepalen van het woonwagenbeleid dient een afweging gemaakt te worden tussen de algemene belangen van de gemeente en de belangen van de woonwagenbewoners.
4
2021/26510 In dit nieuwe woonwagenbeleid voor Zaanstad is getracht met zowel de uitspraken vanuit het College voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van de Rechten van de Mens als het Rijksbeleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ zoveel mogelijk rekening te houden. 2.4
Rol gemeente en woningcorporatie
De gemeente heeft verschillende rollen binnen het woonwagenbeleid. Zij is verantwoordelijk voor het opstellen van het lokale woonbeleid, waarin onder andere de behoefte aan woonruimte (waaronder standplaatsen en woonwagens) wordt bepaald. Verder is zij verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordening: het opnemen van woonwagenlocaties in bestemmingsplannen (omgevingsplannen) inclusief plekken en aantallen. De gemeente heeft verder een taak in het beheer van de openbare ruimte en is verantwoordelijk voor de handhaving van bouwvoorschriften (onder andere brandveiligheid). Wat betreft het realiseren van standplaatsen en woonwagens is de gemeente verantwoordelijk voor het mogelijk maken van het realiseren van standplaatsen voor woonwagens in zowel de koopsector als de huursector. Hierin hebben woningcorporaties een taak wat betreft het realiseren van woonruimte voor woonwagenbewoners die tot hun doelgroep behoren en als wens hebben in de huursector te worden gehuisvest. In de Woningwet 2015 en de Huisvestingswet 2014 is de woonwagenstandplaats opnieuw opgenomen. Het is woningcorporaties toegestaan om woongelegenheden, dus ook woonwagens en standplaatsen, te bouwen, toe te wijzen en te verhuren.
5
2021/26510
3 Beleidskaders Zaans woonwagenbeleid Voor het nieuwe Zaans woonwagenbeleid zijn verschillende bestaande kaders van belang. Zaanstad zal in beginsel het beleidskader ‘Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het oordeel van de Nationale ombudsman en de uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens en het Europees Hof van de Rechten van de Mens in het nieuwe woonwagenbeleid volgen. Hierbij wordt rekening gehouden met de lokale omstandigheden. Ook zijn er gemeentelijke beleidskaders die leidend zijn voor het woonwagenbeleid. 3.1 Landelijk beleidskader Het beleidskader van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties houdt concreet het volgende in: De gemeente onderzoekt wat de behoefte aan woonwagenstandplaatsen en woonwagens in de gemeente is; De gemeente maakt beleid voor woonwagenstandplaatsen en woonwagens. Dit beleid is een onderdeel van het volkshuisvestelijk beleid; Het beleid houdt voldoende rekening met het woonwagenleven van de woonwagenbewoners; Zolang er behoefte is aan woonwagenstandplaatsen en woonwagens mag het beleid geen afbouw toestaan.
Afbouw betekent dat een standplaats niet langer als standplaats wordt gebruikt; Bij een eventueel benodigde uitbreiding van het aantal standplaatsen bestemt de gemeente een stuk grond voor woonwagenstandplaatsen en maakt zij de standplaatsen bouwrijp, inclusief nutsvoorzieningen en eventuele sanering. Voor zover het gaat om standplaatsen en woonwagens in de huur, dragen de woningcorporaties vervolgens zorg voor het verhuren en exploiteren van standplaatsen en woonwagens voor huurders die tot de doelgroep behoren en in de huursector willen worden gehuisvest. De gemeente is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van standplaatsen in de koopsector; Een woningzoekende woonwagenbewoner die een woonwagenstandplaats wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats. Deze termijn wordt vergeleken met de termijn dat een woningzoekende kans heeft op een reguliere woning. Hierbij gaat Zaanstad uit van de gemiddelde inschrijfduur voor woningzoekenden. 3.2 Gemeentelijke beleidskaders Er zijn verschillende gemeentelijke beleidskaders van belang voor de woonwagenstandplaatsen en woonwagens en hun bewoners. In het kader van het woonwagenbeleid zijn vooral het volkshuisvestelijk en ruimtelijk beleid van gemeente Zaanstad toegelicht.
Thema’s Zaanse omgevingsvisie Van de zes thema’s in de omgevingsvisie raakt het woonwagenbeleid met name aan de thema’s kansengelijkheid en veiligheid. Zaanstad streeft naar een inclusieve samenleving. Iedereen kan meedoen aan onze samenleving en neemt de verantwoordelijkheid als inwoner voor de gemeenschap. Daarbij is veiligheid in de meest brede zin van het woord een belangrijke pijler. Woonvisie ‘Samen verder met het Zaans Mozaïek’ Wonen in een woonwagen heeft op dit moment geen specifieke aanduiding in de Woonvisie. Het Zaans woonwagenbeleid wordt onderdeel van de Woonvisie, waarbij de inhoudelijke uitvoering wordt vastgelegd in dit beleidskader. Beleidsregels woningcorporaties De Huisvestingswet is een instrument om de eerlijke en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte te reguleren. Het opnemen van woonruimteverdeelregels in een huisvestingsverordening impliceert dat de gemeente vindt dat er sprake is van schaarste met onevenredige en onrechtvaardige effecten en dat het gemeentelijk beleid gericht moet zijn op het wegnemen van schaarste. Vooralsnog is er geen noodzaak gebleken om in de Huisvestingsverordening woonruimteverdeelregels voor woonwagenstandplaatsen op te nemen. De woningcorporaties houden namelijk een wachtlijst bij voor woningzoekenden/standplaatszoekenden en hanteren hiervoor beleidsregels, waarbij voorrang wordt 6
2021/26510 gegeven aan woonwagenbewoners op basis van het afstammingsbeginsel en inschrijfduur. De corporaties brengen de regeling voor standplaatsen en woonwagens in lijn met de uitspraken van het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Ruimtelijke kaders: bestemmingsplan en beheersverordening De inrichting van de woonwagenlocatie en de woonwagens moeten in ieder geval voldoen aan het vigerend Bouwbesluit, de Bouwverordening en de geldende/geactualiseerde bestemmingsplannen en beheersverordeningen. De woonwagenlocaties voldoen aan de bestemmingsplannen of beheersverordeningen welke specifiek aangemerkt zijn voor het plaatsen van woonwagens. De bestemming geeft ten minste weer hoeveel woonwagens er maximaal ter plaatse zijn toegestaan en welke eisen er gelden voor bouwhoogtes, het percentage bebouwd oppervlakte en voor de onderlinge afstand c.q. brandcompartimenten. Brandveiligheidseisen voor woonwagens Bij de brandveiligheid van woonwagens spelen diverse factoren een rol: de bouwtechnische eigenschappen van de woonwagen, de aankleding, inrichting, het cluster, het gebruik van de woonwagen en het gebruik van de ruimte rond de woonwagen. Als kader voor brandveiligheid geldt het vigerend Bouwbesluit en de ‘Handreiking Brandveiligheid van woonwagens en woonwagencentra’ van de voormalige VROM-inspectie.
7
2021/26510
4 Doelstelling en te behalen resultaten Zaanstad streeft naar een inclusieve samenleving. Iedereen kan meedoen aan onze samenleving en neemt de verantwoordelijkheid als inwoner voor de gemeenschap. Daarbij is veiligheid in de meest brede zin van het woord een belangrijke pijler. De gemeente Zaanstad streeft naar een leefomgeving waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Dit woonwagenbeleid is met deze visie opgesteld. Zowel op een woonwagenlocatie als rondom de locatie moet het prettig wonen zijn. Hierbij werken we nauw samen met alle partners, zowel intern als extern, maar bovenal met de bewoners zelf. Met het vaststellen van nieuw woonwagenbeleid wordt een duidelijke keuze gemaakt die helderheid en zekerheid geeft aan de betrokken bewoners en hun toekomstmogelijkheden. Huidige situatie in Zaanstad Er zijn zeven woonwagenlocaties en één woon-/werklocatie voor kermisexploitanten met een totaal van 74 standplaatsen. Daarvan zijn er 64 in particulier eigendom. Tien standplaatsen zijn in eigendom bij Parteon en worden verhuurd. Wanneer er door mutatie een huurstandplaats en/of huurwoonwagen beschikbaar komt, wordt deze niet opnieuw verhuurd, maar verkocht. In 2019 is een onderzoek uitgevoerd naar de behoefte aan standplaatsen en de situatie van de huidige standplaatsen.
De uitkomsten hiervan (zie bijlage 1): Er is een behoefte aan 10-12 standplaatsen op korte termijn voor de starters; Er is een behoefte aan 3-5 standplaatsen op middellange termijn voor starters; Er is een behoefte aan 8-10 standplaatsen op middellange termijn voor spijtoptanten; Bewoners pleiten om ervoor om standplaatsen (huur of verkoop) slechts ter beschikking te stellen aan de doelgroep. Het opnieuw invoeren van het afstammingsbeginsel en het invoeren van een nieuwe wachtlijst kan dit reguleren; Het merendeel van de standplaatsen is gebouwd op een breedte van slechts 8 meter (inclusief brandvrije ruimte). De gemiddelde standplaats heeft een afmeting tussen de 200 m2- 250 m2; Volgens 45% van de deelnemers aan het onderzoek staat hun wagen op dit moment niet brandveilig; 44% van de deelnemers zegt niet te beschikken over een bouw- of omgevingsvergunning. In het voorjaar van 2021 zijn de locaties nader beoordeeld op brandveiligheid. Hieruit blijkt dat de brandveiligheid op drie woonwagenlocaties in het geding is: de Piet Kuiperlaan in Westknollendam, de Ringweg in Zaandam en de Rosariumlaan in Krommenie (zie bijlage 2).
4.1
Doelstelling Zaans woonwagenbeleid
De doelstellingen van dit woonwagenbeleid zijn: Het voldoen aan het mensenrechtelijk kader van het College van de Rechten van de Mens; Kwalitatief goede woon- en leefomgeving bieden aan de doelgroep die op de woonwagenlocatie woont en buurtbewoners die rondom de woonwagenlocatie wonen; Uitvoering geven aan de uitkomsten uit woonwenseninventarisatie 2019; Actualiseren van de wachtlijst voor standplaatszoekenden.
8
2021/26510
4.2
Uitgangspunten
Het uitgangspunt is dat voor de bewoners die in woonwagens wonen dezelfde rechten, maar ook plichten gelden als voor elke inwoner binnen de gemeente Zaanstad. Daarbij houden we de volgende uitgangspunten als basis aan: Een woningzoekende woonwagenbewoner die een woonwagenstandplaats wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats. Deze termijn wordt vergeleken met de termijn dat een woningzoekende kans heeft op een reguliere woning. Hierbij gaat Zaanstad uit van de gemiddelde inschrijfduur voor woningzoekenden; Ook jonge woonwagenbewoners kunnen in een woonwagen wonen, want deze woonvorm behoort tot hun culturele identiteit. Om die reden wil Zaanstad zich inspannen voor uitbreiding van het aantal standplaatsen voor bewoners die voldoen aan het afstemmingsbeginsel.
Om te zorgen dat woonwagenlocaties aan de geldende wet- en regelgeving voldoen, zijn verder de volgende uitgangspunten van belang: Er vinden geen bedrijfsmatige activiteiten plaats op de woonwagenlocatie behoudens datgene wat middels het bestemmingsplan is toegestaan; Er bevindt zich uitsluitend legale bebouwing op de woonwagenlocaties; voor alle opstallen is een omgevingsvergunning verleend, tenzij deze vergunningsvrij zijn; De standplaatsen zijn helder afgebakend, er is geen sprake van niet legale ingebruikname van terreinen of gemeentegrond; Waar nodig heeft de gemeente het onderhoud, beheer en handhaving van de openbare ruimte geoptimaliseerd; Er is geen sprake van (milieu)overlast in welke vorm dan ook; Brandveiligheid op de woonwagenlocaties is gewaarborgd; Alle woonwagens en bouwwerken voldoen aan de wet- en regelgeving (vergunningen). Met deze uitgangspunten werken we aan woonwagenlocaties die schoon en veilig zijn én dat ook in de toekomst blijven. Dit ondersteunt de gemeente door, net zoals in andere wijken, ondersteuning te bieden om dit te realiseren. 4.3
Acties en meetbare resultaten
De doelstellingen van dit beleid zijn algemeen van aard. Vanuit de verantwoordelijkheid die de gemeente heeft voor al haar inwoners zijn deze doelstellingen vertaald naar de onderstaande specifieke en meetbare resultaten en acties. Er wordt gekozen om ons eerst te focussen op de acties die noodzakelijk zijn. Capaciteit, geld en middelen zijn noodzakelijk om resultaten te kunnen behalen. Start
De aanpak van de brandonveiligheid op drie locaties binnen een termijn van 3 jaar heeft prioriteit. Dit houdt een herinrichting van de drie locaties in. Dit gaat in samenwerking met de bewoners; Er is een geactualiseerde wachtlijst voor standplaatszoekenden. Deze wachtlijst wordt beheerd door de woningcorporaties; Mensen die recht kunnen doen gelden op een standplaats en woonwagen en die qua inkomen behoren tot de doelgroep kunnen zich inschrijven voor een woonwagenstandplaats met sociale huurwoonwagen. Informeren en toelichten van het woonwagenbeleid aan de bewoners van de woonwagenlocaties.
Op termijn Het uitvoeren van een quickscan, op basis van een eerste verkenning (zie bijlage 2), om de (on)mogelijkheden van extra standplaatsen op of bij de bestaande woonwagenlocaties te
9
2021/26510
realiseren en mogelijkheden te onderzoeken om standplaatsen op andere locaties binnen Zaanstad te realiseren; Starten met het maken van uitvoeringsplannen, in samenwerking met de bewoners, om eventuele uitbreiding van woonwagenstandplaatsen mogelijk te kunnen maken. Hierbij gaat de voorkeur eerst uit naar het opstellen van uitvoeringsplannen voor mogelijke uitbreiding op bestaande locaties gevolgd door het opstellen van uitvoeringsplannen voor nieuw te ontwikkelen locaties; Actualisering van de bestemmingsplannen en beheers verordeningen – vanaf 1 juli 2022 omgevingsplan; Alle bouwwerken dienen te voldoen aan de geldende wet- en regelgeving; Gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid wordt onderdeel van de gemeentelijke woonvisie.
10
2021/26510
5 Standplaatsen en woonwagens in Zaanstad Gemeente en woningcorporaties zijn beide verantwoordelijk voor de eigen doelgroep binnen de woonwagenbevolking. De corporaties zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van standplaatsen en woonwagens voor huurders die tot hun doelgroep behoren. De gemeente is verantwoordelijk voor het beleid, de bestemming van de locaties, beheer en handhaving op de locaties en voor het realiseren van de koopstandplaatsen (art. 75 Woningwet). 5.1
Koopstandplaatsen en koopwoonwagens
De gemeente maakt het mogelijk dat woonwagenbewoners die een standplaats willen kopen hiertoe ook de gelegenheid krijgen. Hierbij hanteert de gemeente de volgende uitgangspunten: Gronden worden beschikbaar gesteld volgens het vigerende grondbeleid van Zaanstad; Koop, erfpacht, verkoop en doorverkoop van een standplaats (met eventuele woonwagen) kan alleen aan personen die voldoen aan het vereiste van het afstammingsbeginsel1; Bij koop en erfpacht van woonwagenstandplaatsen van de gemeente Zaanstad wordt Bibobonderzoek uitgevoerd. De uitslag van dit onderzoek is van invloed op de voortgang van de procedure en kan er toe leiden dat een koop of erfpacht niet doorgaat; De standplaats en woonwagen zijn beide in bezit of in erfpacht van dezelfde persoon; Nieuw te ontwikkelen woonwagenstandplaatsen worden in eerste instantie gerealiseerd bij bestaande locaties. Indien uitbreiding niet mogelijk is, zijn nieuw te ontwikkelen locaties voor meerdere woonwagens niet uit te sluiten. 5.2
(Ver)huurstandplaatsen en (ver)huurwoonwagens
De woningcorporaties verhuren de standplaatsen en woonwagens conform hun huidige beleid.
5.3
(Mantel)zorg
Sinds 1 november 2014 is het volgens het Besluit Omgevingsrecht mogelijk om bij reguliere woningen ten behoeve van het verlenen van mantelzorg vergunningsvrij een unit op het perceel van de woning te plaatsten. Voor woonwagens / woonwagenstandplaatsen wordt een uitzondering gemaakt. Artikel 2 Bijlage II van het besluit Omgevingsrecht geeft aan dat er geen mantelzorgwoningen bij woonwagens kunnen worden geplaatst.
1 Personen of ouders of grootouders van deze persoon hebben in een woonwagen op een erkende
woonwagenlocatie gewoond.
11
2021/26510
6 Toewijzing Voor een goede verdeling van (vrijkomende) woonwagenstandplaatsen is het wenselijk regels op te stellen voor de volgorde van toewijzing. Toewijzing huurstandplaatsen De toewijzing van de huurstandplaatsen blijft bij de woningcorporaties, waardoor zij de beleidsregels voor deze doelgroep bepalen. De bestaande toewijzingssystematiek blijft gehandhaafd. Vrijkomende huurstandplaatsen met huurwoonwagens worden alleen verhuurd aan woningzoekende woonwagenbewoners die zich hebben ingeschreven bij de woningcorporatie als woningzoekende. Een huurstandplaats met of zonder eigen woonwagen wordt aangeboden via het reguliere systeem dat de woningcorporaties reeds hanteren voor de toewijzing van woonwagens en standplaatsen. Hierbij sluiten de woningcorporaties aan bij de principes die bij de toewijzing van de reguliere woningvoorraad worden gehanteerd, uiteraard met inachtneming van het principe van de culturele identiteit van woonwagenbewoners.
Dit houdt in dat de volgorde tussen kandidaten voor een standplaats/woonwagen als volgt wordt bepaald: - Afstammingsbeginsel (ouders of grootouders hebben in een woonwagen gewoond); o Daarbinnen op inschrijfduur; daar weer binnen op leeftijd; - Overige (naar inschrijfduur en eventueel leeftijd); - De corporaties brengen de regeling voor standplaatsen en woonwagens in lijn met de uitspraken van het Europees Hof van de Rechten van de Mens. Toewijzingen vinden plaats door gesprekken tussen een vertegenwoordiger van de woonwagenbewoners, een vertegenwoordiger van de corporatie en een vertegenwoordiger van de gemeente (de ‘driehoek’). De vertegenwoordiger van de woonwagenbewoners kent de cultuur, de familierelaties en de eventuele gevoeligheden. Van belang is dat hij/zijn als vertegenwoordiger van de woonwagencultuur wordt erkend. De corporatie(s) kan (kunnen) afwijken van de volgorde als dat nodig om reden van realiseren van een goed woonklimaat op de woonwagenlocatie. Verder geldt voor de woonwagens en de vrijkomende huurstandplaatsen de inkomenstoets voor sociale huurwoningen. Toewijzing koopstandplaatsen Bij de koopsector kiest de gemeente voor een vorm van erfpacht, omdat dan bij overdracht van vastgoed de controle bij de verpachter ligt. In de erfpachtovereenkomst wordt opgenomen dat de standplaats weer moet worden overgedragen aan een woonwagenbewoner.
Op deze manier houden we als overheid / eigenaar een vinger aan de pols en hiermee zorgen we ervoor dat de woonwagens beschikbaar blijven voor de doelgroep. Dat is niet goed mogelijk bij koop zonder erfpacht.
12
2021/26510
7 Uitvoering en beheer 7.1
Uitvoeringsplan
Bij nieuw te realiseren locaties dan wel uitbreiding van de huidige locaties staat brandveiligheid centraal. Het is om die reden van belang om een goed uitvoeringsplan op te stellen. In bijlage 3 (Aanzet uitvoeringsplannen) is een eerste aanzet voor een uitvoeringsplan opgesteld om uiteindelijk tot realisatie te komen. Gemeente en woningcorporaties ontwikkelen dit uitvoeringsplan gezamenlijk, waarbij de uitgangspunten van dit woonwagenbeleid de basis vormen. In het uitvoeringplan worden onder andere doelmatige afspraken gemaakt over de realisatie van de locatie(s), de verdeling van financiële kosten, risico’s, beheer, onderhoud en handhaving. In het uitvoeringsplan worden aanvullende afspraken opgenomen waarbij gemeente en corporatie elkaar ondersteunen bij de wettelijke taken. Het uitvoeringsplan kan verder worden uitgewerkt als er capaciteit en middelen beschikbaar worden gesteld. De brandveiligheid op de woonwagencentra kan alleen worden gegarandeerd en gehandhaafd door het vastleggen van een brandveilige afstand tussen (clusters van) woonwagens. Deze brandveilige afstand (clusters van maximaal 4 woonwagens met minimaal vijf meter) kan alleen worden vastgelegd in een juridisch ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan of een beheersverordening.
In de vigerende bestemmingsplannen is deze brandveilige indeling van de woonwagencentra nog niet opgenomen en kan deze dus formeel in de praktijk niet worden gegarandeerd en gehandhaafd. Op basis hiervan zal een nieuw bestemmingsplan of een separaat projectbesluit voor deze woonwagencentra worden opgesteld, of dit wordt meegenomen bij de tienjaarlijkse herziening van het bestemmingsplan. Op basis van deze voorgenoemde bestemmingsplanwijziging kan een brandveilige plaatsing van (clusters van) woonwagens in de praktijk worden afgedwongen. Ook kan handhavend worden opgetreden tegen het niet naleven van de regels van het bestemmingsplan, waaronder (een groep) te dicht op elkaar geplaatste woonwagens of het dichtbouwen van de ruimten tussen de (clusters van) woonwagens.
7.2
Beheer
We willen als gemeente alle regels, (brand)veiligheidseisen en bestemmingsplannen op orde brengen en voor iedere inwoner van Zaanstad zoveel als mogelijk dezelfde regels hanteren. Dit ongeacht of inwoners van Zaanstad nu in een stenen huis of in een woonwagen op een standplaats wonen. De gemeente Zaanstad vindt het belangrijk om voor voldoende aanbod van standplaatsen te zorgen, deze op orde brengen en te houden, er voor te zorgen dat deze schoon en veilig zijn en blijven en dat deze voldoen aan de regelgeving (bestemmingsplan en bouweisen). Het beheer en onderhoud van de woonwagenstandplaats (en woonwagen) wordt uitgevoerd door de eigenaar. Dit kan een particuliere eigenaar, corporatie of gemeente zijn. Deze partijen staan gezamenlijk voor het doel dat de woonwagenlocaties schoon, heel en veilig zijn én ook blijven. Een woonwagenlocatie dient te voldoen aan alle wettelijke kaders. De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Indien er vermoedens zijn dat vergunningen worden misbruikt, kan de gemeente de aanvraag weigeren of intrekken. Zo wordt voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten faciliteert. Bij het aanvragen van een vergunning voor het bouwen van een woonwagen of woning en bij grondtransacties op het woonwagencentrum wordt de Wet Bibob ingezet.
13
2021/26510
Bijlagen
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4
Woonbehoefteonderzoek Zaanstad Vergunningverlening (omgevingsvergunning) en brandveiligheid van woonwagens en woonwagenlocaties Aanzet uitvoeringsplannen Begrippenlijst
14
2021/26510
Bijlage 1
Woonbehoefteonderzoek Zaanstad
Wonen op wielen in Zaanstad Woonbehoefteonderzoek onder woonwagenbewoners in Zaanstad
December 2019
15
2021/26510
Inhoud Inleiding................................................................................................................................................17 Aanleiding ............................................................................................................................................17 Probleemstelling..................................................................................................................................17 Doelgroep.............................................................................................................................................17 Peiling van de kwantitatieve behoefte van standplaatsen voor het algemene beleid ..................17 Wie kan aanspraak maken op een standplaats ................................................................................18 Burgers die op een standplaats wonen.............................................................................................18 Doelstellingen ......................................................................................................................................18 Onderzoeksvragen ..............................................................................................................................18
Methodes..............................................................................................................................................19 Eigendomsoverzicht woonwagenlocaties en standplaatsen ..........................................................19 Overzicht woonwagenlocaties ...........................................................................................................19 Overzicht locaties inclusief eigendomsoverzicht ............................................................................19 Resultaten ............................................................................................................................................20 Algemene resultaten ...........................................................................................................................20 Resultaten per woonwagenlocatie.....................................................................................................23 Locatie Norbertijnenstraat te Assendelft ..........................................................................................23 Locatie Rosariumlaan te Krommenie ................................................................................................24 Locatie Komarowlaan te Krommenie ................................................................................................24 Locatie Pieter Kuiperlaan te
Wormerveer .........................................................................................24 Locatie Schepenlaan te Zaandam......................................................................................................25 Locatie Nienke van Hichtumstraat te Zaandam................................................................................25 Locatie Ringweg te Zaandam .............................................................................................................25 Locatie Ducaatstraat/Penningweg te Zaandam ................................................................................25 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................26 Ondersteunende vragen beantwoord................................................................................................26 Aanbevelingen .....................................................................................................................................26 Bijlagen.................................................................................................................................................27 Overzicht alle woonwagenlocaties ....................................................................................................27 Locatie
Norbertijnenstraat..................................................................................................................29 Locatie Rosariumlaan .........................................................................................................................30 Locatie Komarowlaan .........................................................................................................................31 Locatie Piet Kuiperlaan.......................................................................................................................33 Locatie Schepenlaan...........................................................................................................................35 Locatie Nienke van Hichtumstraat.....................................................................................................36 Locatie Ringweg ..................................................................................................................................38 Locatie Ducaatstraat/Penningweg .....................................................................................................40
16
2021/26510
Inleiding Op 12 juli 2018 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief met het beleidskader ‘Gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid’ naar de Tweede kamer gezonden. In het beleidskader worden gemeenten geadviseerd het woonwagenbeleid in overeenstemming te brengen met de aanbevelingen van het College van de Rechten van de Mens en de Nationale Ombudsman.
1.1
Aanleiding
Naar aanleiding van deze brief is er voor de gemeente Zaanstad een nieuw woonwagenbeleid vastgesteld in 2021. Met het nieuwe beleid voldoet de gemeente Zaanstad aan de veranderende situatie rondom de woonwagencultuur. Daar waar in het verleden het beleid gericht was om woonwagenbewoners te integreren in de samenleving, is het nu gericht om de eigen woonwagencultuur te faciliteren. Het beleid geeft richtlijnen aan hoe de woonwagencultuur een plek wordt geboden in de gemeente Zaanstad. Van belang voor dit reeds opgestelde beleid is een helder overzicht van de behoefte naar standplaatsen in de gemeente Zaanstad. Dit document omvat een samenvatting van het woonbehoefteonderzoek dat in 2019 is uitgevoerd en zal ondersteuning bieden bij de uitvoering van het woonwagenbeleid van de gemeente Zaanstad.
1.2
Probleemstelling
In 2018 heeft een kleine groep jonge standplaatszoekende woonwagenbewoners, die graag zelfstandig wil gaan wonen, door middel van een demonstratie gevraagd voor het standplaatsentekort in de gemeente Zaanstad. Volgens hen maken zij bijna geen redelijke kans om te kunnen wonen en te leven volgens hun cultuur. Zij vroegen met deze demonstratie aandacht voor het feit dat de vraag naar standplaatsen vele malen groter is dan het aanbod. Bewoners zijn bang dat zij hierdoor genoodzaakt zijn om in een huis te gaan wonen. Een groot aantal van de standplaatsen in Zaanstad is verkocht, de huidige standplaatsen zijn (te) klein voor de afmetingen van de wagens (dubbele woonwagens) van tegenwoordig en ze staan heel erg dicht op elkaar. In de afgelopen jaren is er slechts een klein aantal standplaatsen bij gekomen en/of zijn illegale situaties gelegaliseerd. (bron: Bestemmingsplan diverse woonwagenlocaties Zaanstad 2018). Er blijkt weinig tot geen doorstroming door mutatie omdat de meeste standplaatsen verkocht zijn. Daarnaast was er in het verleden geen zicht op de huisvestingsbehoefte van woonwagenbewoners en kon niet bepaald worden of de gemeente Zaanstad voorziet in voldoende woonwagenstandplaatsen. Het gebrek aan informatie wat betreft de behoefte naar standplaatsen wordt met behulp van dit woonbehoefteonderzoek opgelost.
1.3
Doelgroep
In zijn algemeenheid is te stellen dat woonwagenbewoners mensen zijn die van generatie op generatie als zodanig manifesteren en die zich beschouwen als een bevolkingsgroep met een van andere bevolkingsgroep te onderscheiden cultuur. Hieronder vallen Roma, Sinti en “reizigers” die in een woonwagen wonen of binding hebben met het woonwagenleven (bron: Advies College voor de Rechten van de Mens). Bij de uitwerking van het woonbehoefteonderzoek in Zaanstad wordt de algemene term “woonwagenbewoners” gebruikt. Voor de vraag wie aanspraak kan maken op een standplaats is het van belang twee doelen te onderscheiden. 1.3.1 Peiling van de kwantitatieve behoefte van standplaatsen voor het algemene beleid Het betreft hier personen die nu in een woonwagen wonen en onder de doelgroep woonwagenbewoner vallen en woonwagenbewoners die (tijdelijk) in reguliere huizen zijn gaan wonen en wensen terug te 17
2021/26510 keren naar het woonwagenleven (spijtoptanten). Ook burgers die getrouwd zijn geweest met een woonwagenbewoner en een groot deel van hun leven in een woonwagen hebben gewoond en dat leven na scheiding willen voortzetten, zouden in een woonbehoefte onderzoek meegenomen kunnen worden. 1.3.2 Wie kan aanspraak maken op een standplaats Voor wie aanspraak kan maken op een standplaats is het toewijzingsbeleid van een specifieke standplaats relevant. Nu er sprake is van schaarste aan standplaatsen, kan in samenspraak met woonwagenbewoners een rangorde voor toewijzing worden aangebracht, waarbij bijvoorbeeld woonwagenbewoners die nu op een locatie leven, voorrang hebben boven diegene die willen terugkeren naar het woonwagenleven (spijtoptanten). Bij schaarste aan standplaatsen kan voorrang gegeven worden aan woonwagenbewoners, die vanwege hun culturele eigenheid een andere woonbehoefte hebben dan andere woningzoekenden. Hierbij kan het “afstammingsbeginsel” worden gehanteerd. Wat is er voor nodig om dit aan te tonen? Woningzoekende woonwagenbewoners die nu reeds in een woonwagen wonen, dan wel door omstandigheden in een stenen woning wonen maar de behoefte hebben om in een woonwagen te wonen (spijtoptanten) moeten dit kunnen aantonen.
Om op een eenvoudige en pragmatische wijze de afstamming aan te tonen kan gebruik worden gemaakt van het criterium “woonadres” van de aanvrager, van de ouders of grootouders. In de gevallen waarin, om welke reden dan ook, dit criterium niet kan worden toegepast, kan de woningzoekende in de gelegenheid worden gesteld de afstamming van woonwagenbewoners aan te tonen. Bijvoorbeeld door een “verklaring van recht” (in het verleden aan woonwagenbewoners afgegeven door de Provincie), van ouders of grootouders. 1.3.3 Burgers die op een standplaats wonen Met het intrekken van de Woonwagenwet werd de “normalisatie” van het huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners een feit. De zorgplicht van de overheid in het voorzien van passende woonruimte was vanaf dat moment gelijk aan die voor burgers die niet in een woonwagen wonen. Maar normalisatie werkt ook de andere kant op. Het is voor ook burgers toegestaan om in een woonwagen op een standplaats te wonen. De burgers die momenteel in Zaanstad wonen op een standplaats, worden in het woonbehoefteonderzoek meegenomen. Zij kunnen zich bij schaarste aan standplaatsen echter niet beroepen op de (traditionele of culturele) identiteit van woonwagenbewoners: het wonen in een woonwagen waarbij familieverbanden in onderlinge verbondenheid een belangrijke rol spelen. Het “culturele kenmerk” is hierop niet van toepassing, op dit moment.
1.4
Doelstellingen
Om dit onderzoek tot een succesvol einde te brengen, zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: 1. 2. 3. 4.
1.5
Het maken van een uitvoerige en gedegen analyse van de huidige (woon) situatie, de woonbehoefte en de gewenste situatie voor de doelgroep. Naar aanleiding van deze analyse een advies uit brengen waarop de gemeente Zaanstad een beleidsmatige toekomstvisie kan ontwikkelen. Het aangaan van een constructief, respectvol en prettig (overleg) proces van betrokken partijen. Bij de doelgroep draagvlak voor en betrokkenheid creëren bij het proces. Onderzoeksvragen
In dit onderzoek naar de woonbehoefte van woonwagenbewoners staat de volgende onderzoeksvraag centraal: Hoe groot is de behoefte in Zaanstad met betrekking tot het aantal beschikbare standplaatsen en woonwagens, de gewenste grootte van de (toekomstige) standplaatsen en de noodzakelijke voorzieningen op en rond de woonwagenlocaties.
18
2021/26510 De volgende deelvragen zullen een bijdrage leveren aan het beantwoorden van de hoofdvraag: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
1.6
Wat is de huidige situatie in Zaanstad, hoeveel standplaatsen komen er in Zaanstad beschikbaar? Hoeveel inwonende kinderen er momenteel wachten op een standplaats? Hoeveel bewoners hebben de behoefte om op een woonwagenlocatie te (blijven) wonen?. Hoeveel bewoners uit woningen hebben de behoefte om weer op een woonwagenlocatie te willen wonen? Welke behoefte en/of wensen hebben bewoners ten opzichte van het wonen op een woonwagenlocatie? Hoeveel locatie en/of standplaatsen zijn er in Zaanstad en kunnen deze locaties de eventuele behoefte en/of woonwensen aan?
Methodes
Voor dit woonbehoefteonderzoek is gebruikgemaakt van een aantal verschillende onderzoeksmethodes. Er is deskresearch gedaan naar de huidige situatie van de Zaanse woonwagenlocaties en bewoners. Er zijn interviews gehouden met een klein aantal bewoners van diverse locaties en vertegenwoordigers van de Landelijke Vereniging Behoud Woonwagencultuur in Nederland om te komen tot een aangemeten vragenlijst voor de enquête. Op individuele basis (in de wagen) is er een vragenlijst ingevuld. Hiervoor is gekozen om de bewoners van de verschillende locaties te leren kennen en om draagvlak, vertrouwen en betrokkenheid te creëren, maar ook om bewoners in de gelegenheid te stellen om in hun vertrouwde omgeving goede en betrouwbare informatie te verschaffen. Voor het woonbehoefteonderzoek is gebruikgemaakt van drie verschillende vragenlijsten. Als eerste een vragenlijst voor hoofdbewoners en hun huishouden. Het betreft hier een uitgebreide vragenlijst waarin alle componenten van dit woonbehoefteonderzoek aan bod komen. Daarnaast is er een vragenlijst voor starters en/of inwoners, welke pas is ingevuld wanneer dit ter sprake kwam binnen het huishouden van de hoofdbewoners. Een groot deel van de aan de hoofdbewoners gestelde vragen is niet van toepassing op de starters.
Ten slotte is er een vragenlijst voor spijtoptanten, die momenteel woonachtig zijn in een reguliere woning en de wens hebben terug te keren naar een standplaats. Ook voor deze groep is een groot deel van de vragen uit de eerste vragenlijst niet relevant, omdat deze over het huidige wonen op een standplaats gaan. 2
2.1
Eigendomsoverzicht woonwagenlocaties en standplaatsen Overzicht woonwagenlocaties
Er zijn zeven woonwagenlocaties en één woon-/werklocatie voor kermisexploitanten met een totaal van 74 standplaatsen. Daarvan zijn er 64 in particulier eigendom en tien standplaatsen zijn in eigendom bij Parteon en worden verhuurd. Wanneer er door mutatie een huurstandplaats en/of huurwoonwagen beschikbaar komt wordt deze niet opnieuw verhuurd, maar verkocht.
2.2
Overzicht locaties inclusief eigendomsoverzicht
Norbertijnenstraat Rosariumlaan Komarowlaan P. Kuiperlaan
Schepenlaan
Assendelft Krommenie
4 standplaatsen incl. 4 chalets verhuur - Parteon 6 standplaatsen waarvan 1 standplaats verhuur Parteon Krommenie 5 standplaatsen Westknollendam6 standplaatsen waarvan 1 standplaats verhuur Parteon *uitbreiding van 3 standplaatsen is mogelijk op basis aanpassing bestemmingsplan 2018 Zaandam 4 standplaatsen
19
2021/26510 N. v. Hichtumstraat
Zaandam
Ringweg
Zaandam
Ducaatstraat/Penningweg Zaandam
4 standplaatsen waarvan 1 standplaats met huurwoonwagen - Parteon 17 standplaatsen waarvan 2 standplaatsen verhuur + 1 huurwoonwagen - Parteon 24 standplaatsen wonen en werken (kermisexploitantenterrein) waarvan 1 standplaats verhuur – gemeente
Alle bewoners op alle locaties zijn benaderd voor het woonbehoefteonderzoek. Dit ongeacht de eigendomssituatie van de standplaats. 3
Resultaten
Bij het ontwikkelen van de vragen uit het woonbehoefte onderzoek is rekening gehouden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze bepaalt wat wel en niet toegestaan is met betrekking tot het al dan niet herleiden van persoonsgegevens. Er zijn vele soorten persoonsgegevens. De meest voor de hand liggende gegevens zijn iemands naam, adres, maar ook telefoonnummers en postcodes met huisnummers. De voor de uitwerking van dit onderzoek is de noodzakelijke informatie veralgemeniseerd. Hieronder worden de belangrijkste resultaten van het woonbehoefteonderzoek op een rij gezet, eerst algemeen, daarna per woonwagenlocatie.
3.1
Algemene resultaten
Aantal locaties en standplaatsen: Er zijn 7 woonwagenlocaties, 1 woon/werk locatie voor kermisexploitanten met een totaal van 74 standplaatsen. Aantal deelnemers woonbehoefteonderzoek: 40 van de 74 huishoudens hebben mee gedaan met het woonbehoefteonderzoek. Verkochte standplaatsen: Er zijn 64 standplaatsen verkocht. 86,5% van de standplaatsen is inmiddels verkocht. 40% van de hoofdbewoners zijn eigenaar van een standplaats, 12,5% is eigenaar van een woon/werk kavel op het kermisexploitantenterrein, 20% huurt een standplaats van Parteon, 2,5% huurt grond van de gemeente en 22,5% huur van een particuliere eigenaar. (particuliere eigenaren kunnen familieleden zijn of woonwagenbewoners die de standplaats voor de verhuur hebben aangekocht). Aantal huurstandplaatsen en woonwagens: Norbertijnenstraat 4 huur standplaatsen en 4 huur chalets Rosariumlaan 1 huur standplaats P. Kuiperlaan 1 huur standplaats N. v. Hichtumstraat 1 huur standplaats en 1 huur woonwagen Ringweg 2 huurstandplaatsen en 1 huurwoonwagen 1 x huur van grond (gemeente) Ducaatstraat/Penningweg 1 huur standplaats Onder de deelnemers blijkt de behoefte bestaan om een standplaats te kunnen blijven huren.
Verzekerde woonwagens: Volgens 54% van de deelnemers is de wagen verzekerd; Volgens 38% van de deelnemers is de wagen niet verzekerd; 8% van de deelnemers weet het niet en 1 deelnemer geeft hierop geen antwoord. Sanitaire unit:
20
2021/26510
Het is voor de meeste standplaatszoekende in de toekomst niet noodzakelijk om over een sanitaire unit te beschikken.
Afstammingsbeginsel weer invoeren: Op een enkeling na, geven de meeste deelnemers aan, de voorkeur te hebben, dat in de toekomst uitsluitend aan woonwagenbewoners (volgens het afstammingsbeginsel) een standplaats mag worden toegewezen en/of verkocht. Het feit dat er een groot aantal standplaatsen is verkocht aan burgers of aan woonwagenbewoners welke de standplaatsen verhuren aan burgers. De schaarste aan standplaatsen voor kinderen wordt als belemmerend ervaren. Zij geven er dan ook de voorkeur aan dat er in de toekomst rekening mee wordt gehouden door de gemeente en woningcorporatie. Doelgroep woonwagenbewoners in Zaanstad: Roma 0% Sinti 0% Woonwagenbewoner 82% Circus-en/of kermisexploitant 13% Burger 5% Woonbehoefte starters: 10 starters/inwoners van 18 jaar en ouder; 5 kinderen (starters) van 16-17 jaar.
Starters voorkeuren: 4 starters hebben een voorkeur voor een huurstandplaats; 3 starters hebben misschien een voorkeur voor een huurwoonwagen; De overige starters hebben een voorkeur voor een koopstandplaats of grond om zelf een standplaats op te mogen bouwen; Een woonwagenwoning zou bespreekbaar kunnen zijn Wanneer de gewenste voorkeur niet voorradig zou zijn, zijn de starters pragmatisch ingesteld en staan open voor een andere optie Woonbehoefte spijtoptanten: 8 spijtoptanten uit de gemeente Zaanstad; 2 spijtoptanten elders woonachtig in Nederland (reserve kandidaten). Spijtoptanten voorkeuren: 1 spijtoptant heeft de voorkeur voor een huurstandplaats 5 spijtoptanten hebben de voorkeur voor een koopstandplaats 2 spijtoptanten hebben de voorkeur voor mantelzorg Behoefte aan standplaatsen op korte termijn: Er is een behoefte aan 10-12 standplaatsen op korte termijn voor de starters. Behoefte aan standplaatsen op middellange termijn: Er is een behoefte aan 3-5 standplaatsen op middellange termijn voor starters; Er is een behoefte aan 8-10 standplaatsen op middellange termijn voor spijtoptanten. Verhuiswens hoofdbewoners heden: Op dit moment is de behoefte van de deelnemende hoofbewoners nihil.
2 deelnemers willen wel verhuizen als de mogelijkheid zich voordoet, 1 deelnemer zou wel willen verhuizen als er een standplaats beschikbaar komt bij familie, maar 37 van de 40 bewoners heeft geen wens of behoefte om te verhuizen. Verhuiswens hoofdbewoners toekomst: In de toekomst bestaat de wens of behoefte ook niet echt om te verhuizen. 5% zou wel overwegen in de toekomst te verhuizen, 3% wil dit slechts als er bij familie gewoond kan worden, en 92% 21
2021/26510 geeft aan niet te willen verhuizen. Echter als er nieuwe locaties in de toekomst bij gaan komen, willen zij in ieder geval bekijken of verhuizen in familieverband tot de mogelijkheid kan behoren. Prognose beschikbare standplaatsen door natuurlijk verloop: Het is niet haalbaar op dit moment om een prognose te geven, omdat: o 40 van de 74 huishoudens heeft deelgenomen aan dit woonbehoefte onderzoek. Van de niet deelnemende huishoudens is de leeftijd van de hoofdbewoners onbekend; o Het merendeel van de standplaatsen is verkocht. Deze zullen naar alle waarschijnlijkheid, na het overlijden van de huidige eigenaren worden verkocht op de vrije markt of overgaan op de erven; Voor een objectieve beantwoording op de vraag over het natuurlijke verloop zijn meer gegevens nodig, dan op dit moment voorhanden zijn. Omvang behoefte wonen in familieverband: Van de 24 huishoudens met kinderen zijn er slechts 2 huishoudens die nog niet weten of hun kinderen later in een woonwagen willen wonen. Van de huishoudens wiens kinderen wel later in een woonwagen willen wonen, geeft de voorkeur aan het wonen in familie verband. Echter als dit niet mogelijk is, is uiteindelijk elke standplaats wel goed. Het verkrijgen van een zelfstandige standplaats wordt gezien als een “groot goed” in Zaanstad.
Aantal standplaatsen in eigendom: De hoeveelheid van standplaatsen die een woonwagenbewoner in eigendom mag hebben is volgens de deelnemende bewoners slechts één stuks. Met de nuancering dat je wel meerdere standplaatsen in eigendom mag hebben voor de verhuur aan uitsluitend familieleden in de eerste of tweede graad. Omdat bewoners dit erg belangrijk vinden, zal dit in de beleidsadvisering worden bepaald op twee stuks. Huren of kopen voorbehouden aan woonwagenbewoners (afstammingsbeginsel): De woonwagenbewoners hebben bezwaar tegen verhuur of verkoop aan burgers. Zij willen dat dit in de toekomst niet meer mogelijk is. Bewoners pleiten om ervoor om standplaatsen (huur of verkoop) slechts ter beschikking te stellen aan de doelgroep. Het opnieuw invoeren van het afstammingsbeginsel kan dit reguleren. Het invoeren van een nieuwe wachtlijst voor slechts woonwagenbewoners is gewenst. Voordelen eigendom standplaats: Het geeft zekerheid aan de eigenaren; Omdat het merendeel van de inwonende kinderen is opgegroeid met het gegeven dat een standplaats in eigendom hebben een belangrijke zekerheid is, opteren 11 van de 15 starters voor een standplaats die gekocht kan worden. Er bestaat ook een wens om grond te kopen en een standplaats in eigenbeheer (bewoner/koper) te bouwen.
Mocht het echter zo zijn dat er slechts huurstandplaatsen in de toekomst beschikbaar zijn/komen, dan zou huren een overweging voor hen zijn; Nadelen eigendom standplaats: Het aankopen van een standplaats heeft echter als nadeel, dat het de doorstroming naar een andere standplaats en/of locatie ernstig afremt; Diegene die de standplaats in het verleden gekocht van de gemeente en/of Parteon, hebben deze doorgaans voor een vrij laag bedrag kunnen aankopen. De starters realiseren zich dat dit wellicht in de toekomst duurder zal worden. Oppervlakte huidige standplaats: Voor 52,5% is tevreden met de oppervlakte van de huidige standplaats en voor 47,5% is van mening dat de standplaats oppervlakte niet voldoet aan hun woonbehoefte. De meeste standplaatsen zijn gebouwd in periode waarin het gebruikelijk was om in een enkele woonwagen met een kleine aanbouw te wonen. Vandaag de dag, bestaat de behoefte om in een dubbele wagen te wonen. Het merendeel van de standplaatsen is gebouwd op een breedte van slechts 8 meter (inclusief brandvrije ruimte). De gemiddelde standplaats heeft een afmeting tussen de 200 m2- 250 m2. 22
2021/26510
Brandveiligheid: Volgens 45% van de deelnemers staat hun wagen op dit moment niet brandveilig; Volgens 52% van de deelnemers staat hun wagen op dit moment brandveilig. Bouw- of omgevingsvergunning woonwagen: 44% van de deelnemers zegt niet te beschikken over een vergunning; 46% van de deelnemers zegt te beschikken over een vergunning; 10% van de deelnemers weet niet of hij/zij beschikt over een vergunning voor de wagen. Discriminatie: 65% van de deelnemende hoofdbewoners, 66,7% van de starters geeft aan weleens gediscrimineerd te zijn; 35% van de deelnemende hoofdbewoners, 33,3 % van de starters en 0% van de spijtoptanten geeft aan hier geen ervaring mee te hebben; De meeste van de 26 deelnemers geven aan dat zij als kind op school gediscrimineerd zijn door een individuele leraar/lerares of door ouders van vriendjes/vriendinnetjes. Een aantal bewoners geeft aan dit soms nog wel eens van de kinderen of kleinkinderen te horen. Er zijn bewoners die niet willen zeggen dat ze op een woonwagenlocatie wonen, uit angst ergens van buitengesloten of niet geaccepteerd te worden. Het onderwerp discriminatie wordt door sommige als frustrerend aangegeven. Maar er zijn ook deelnemers die zeggen, ik ben trots op mijn afkomst en als iemand daar, om welke reden dan ook problemen mee heeft, is dat zijn/haar probleem, niet het mijne.
In zijn algemeenheid geven bewoners aan zich door de gemeente en/of instanties gediscrimineerd te voelen. Zij formuleren het volgende: Behandel mij als een inwoner van Zaanstad. Bewonersparticipatie: Wilt u in de toekomst meedenken of meepraten over het woonwagenbeleid?: 17 van de deelnemende hoofdbewoners, 3 starters en 3 spijtoptanten willen graag meedenken of meepraten over het woonwagenbeleid; Van deze 21 personen denken er 5 aan een bewonerscommissie, 6 willen zich soms wel beschikbaar stellen voor een enkele vraag vanuit de gemeente of woningcorporatie en 12 deelnemers willen zich wel beschikbaar stellen als aanspreekpunt op de locatie.
3.2
Resultaten per woonwagenlocatie
In deze sectie worden de resultaten per woonwagenlocatie weergegeven. Zo ontstaat er ook een duidelijk overzicht van de behoeften en wensen per woonwagenlocatie. Zowel luchtfoto’s als de respons op vragen met betrekking tot de openbare ruimte per woonwagenlocatie zijn toegevoegd in de bijlage. 3.2.1
Locatie Norbertijnenstraat te Assendelft
Het betreft hier een woonwagenlocatie met 4 huurstandplaatsen en 4 prefab huurchalets. Deze woonwagenlocatie bestaat uit 4 standplaatsen die zijn aangelegd in 2001/2002 en zijn eigendom van woningcorporatie Parteon. De locatie is gelegen aan de ingang van een woonwijk. Op deze locatie hebben 4 van de 4 (100%) huishoudens meegedaan aan het woonbehoefteonderzoek. Er is op deze locatie geen standplaatsbehoefte van starters en/of inwoners. Geen van de huidige bewoners heeft de behoefte om de chalets te kopen, maar een enkeling heeft wel interesse in de aankoop van de standplaats (niet van het chalet). De verhuur van beide objecten is in de huurovereenkomst met Parteon gekoppeld. Het aankopen van de standplaats zonder het chalet is niet mogelijk. Er worden op korte tot middellange termijn geen mutaties verwacht op deze locatie. (aanvulling: Binnen de gemeente staat deze locatie administratief onder “Franciscanenstraat”, maar moet worden gewijzigd in “Norbertijnenstraat”)
23
2021/26510 3.2.2
Locatie Rosariumlaan te Krommenie
Op de locatie Rosariumlaan te Krommenie hebben 4 van de 6 (66,6%) huishoudens meegedaan aan het woonbehoefteonderzoek. Er is op deze locatie een standplaatsbehoefte van 4 starters en/of inwoners. Het is niet helemaal duidelijk wanneer deze locatie is gebouwd. De standplaatsen zijn gebouwd op stelconplaten. In 2018 is het bestemmingsplan aangepast vanwege het legaliseren van een situatie. De nabijgelegen ontsluitingsweg had voorheen een groenbestemming. Deze is nu in overeenstemming gebracht met de feitelijke functie en heeft de bestemming “verkeer-verblijf” gekregen. Tevens heeft de bestaande waterpartij aan de westkant van deze locatie, waar voorheen de bestemming “groen” gold, de bestemming “water” gekregen. Het bouwvlak is in noordelijke richting verruimd zodat het bouwen van een standplaats mogelijk wordt. Deze standplaats is toegezegd. Het maximaal aantal woonwagens is opgehoogd van vijf naar zes. De breedte van de woonwagens mag niet meer dan 8 meter bedragen en de lengte maximaal 15 meter. De maximale bouwhoogte is vanwege deze bestemming gewijzigd van 4 naar 5 meter. Tijdens het invullen van de vragenlijst geven 3 van de 4 huishoudens aan dat de woonwagens wel erg dicht op elkaar staan in het kader van de brandveiligheid. 3 van de 4 huishoudens geven aan niet in het bezit te zijn van een bouw- of omgevingsvergunning. 3.2.3
Locatie Komarowlaan te Krommenie
Op de locatie Komarowlaan te Krommenie hebben 4 van de 5 (80%) huishoudens meegedaan aan het woonbehoefteonderzoek. Er is op deze locatie een standplaatsbehoefte van 1 starter, 3 spijtoptanten en 2 reserve spijtoptanten die elders in Nederland wonen. In het bestemmingsplan is deze locatie beschreven voor 5 woonwagens met een maximale lengte van 15 meter, een maximale breedte van 8 meter. 4 van de standplaatsen zijn gebouwd op stelconplaten en één heeft een geheide fundering. 3 van de 4 bewoners geven aan dat zij beschikken over een bouw- of omgevingsvergunning voor de woonwagen. 2 van de 4 huishoudens geeft aan dat de wagen volgens hen niet brandveilig staat. 1 huishouden, weet het niet en 1 staat brandveilig. Ook hier is op korte tot middellange termijn geen mutatie te verwachten. Wel geven de bewoners aan mogelijk interesse te hebben om als locatie (inclusief behoefte) te verplaatsen naar het toekomstige nieuwbouw project “de eilanden van Hain”, mocht dit mogelijk zijn. Als aanvulling wordt meegegeven dat het (zware) bouwverkeer van het nieuwbouw project, langs de woonwagenlocatie, zal moeten rijden. 3.2.4