Bijlage Voorjaarsnota 2021-2025
Tekst van het document
Op 1 februari 2021 is de Vermakelijkhedenretributie Zaanse Schans (vmr) ingegaan. De raad had eerder ingestemd met het gefaseerd en voorwaardelijk uitstel van de Vermakelijkhedenretributie. Dit in verband met de gesprekken op de Zaanse Schans over een duurzaam exploitatiemodel (toegangskaart) als een alternatief voor de vmr en doordat er minder bezoekers zijn door de coronacrisis waardoor investeringen nog even kunnen wachten.
Vooruitblik begrotingsjaren 2022-2025
We zijn in de afrondende fase van een omvangrijke wijziging in de WOZ-uitvoering. Vanaf 2022 moet de gebruiksoppervlakte van alle objecten geregistreerd zijn en gebruikt worden bij marktanalyse en taxatie van woningen. Dit wordt in het eerste half jaar 2021 afgerond, waarmee
Voor de belastingverordeningen 2022 wordt een nieuwe heffingsmaatstaf voor de Riool- en Afvalstoffenheffing onderzocht. Daarnaast zal de Wet kwaliteitsborging en de Omgevingswet grote impact hebben op de Leges verordening 2022. 42
Zoals eerder in dit programma vermeld is de herijking van het gemeentefonds uitgesteld naar 2023. Met deze herijking wordt het macrobudget op een andere manier verdeeld. Dit levert voor- en nadeelgemeenten op. De eerste berekeningen laten voor Zaanstad een voordeel zien van € 66,- per inwoner. Dit houdt in dat de algemene uitkering van het gemeentefonds uiteindelijk € 10 miljoen hoger wordt, waarbij rekening moet worden gehouden met een ingroeipad. Dat is natuurlijk een positief geluid, maar er zijn nog veel onzekerheden. Zo gaat de ROB (Raad voor
Openbaar Bestuur) nog een oordeel vellen over het model en zijn er in de consultatieronde diverse aanmerkingen op het nieuwe model gekomen. Een kleine aanpassing van het model kan grote gevolgen voor een individuele gemeente hebben. Daarom lopen we niet vooruit op de herijking en nemen het niet op in het financieel beeld.
Financiën Bestuur en financiën (bedragen x € 1.000) Originele begroting
Mutatie
Gewijzigde begroting
2021
2021
2021
Voorjaarsnota 2022
2023
2024
Lasten
67.438
2.544
69.982
73.771
72.579
72.398
72.675
Baten
-351.993
-10.011
-362.004
-360.849
-363.631
-367.038
-367.005
Saldo van lasten en baten
-284.555
-7.468
-292.023
-287.078
-291.052
-294.641
-294.330
Toevoegingen reserves
20.705
4.465
25.170
19.386
14.637
13.652
16.322
Onttrekkingen reserves
-11.219
-17.777
-28.996
-15.987
-3.314
-2.496
-5.190
-275.069
-20.779
-295.849
-283.679
-279.729
-283.485
-283.198
Totaal saldo incl. reserve mutaties
Toelichting op hoofdlijnen De baten nemen in 2020 met € 10 miljoen toe. Dit is het gevolg van de aangepaste gemeentefondsramingen. We ontvangen uit de september- en decembercirculaire € 8,5 miljoen meer baten. Daarnaast verwachten we het tekort in 2021 dat wij op de kosten jeugdhulp hebben (€ 2,6 miljoen), te dekken met de extra rijkbijdrage die het Rijk onlangs heeft toegezegd (landelijk € 613 miljoen). Vanaf 2022 gaan we ervan dat de arbitrage leidt tot een structurele toekenning van extra middelen. Tot slot weten we inmiddels dat het Rijk vooralsnog geen financiële compensatie biedt voor de aanzuigende werking van het Wmo-abonnementstarief. De stelpost die we daarvoor in de begroting 2021 hadden opgenomen, laten we daarom vervallen. Dit leidt tot een verlaging van € 1,2 miljoen baten.
2025
Tot slot ontvangt de gemeente € 0,5 miljoen van deelnemende regiogemeenten en provincie Noord-Holland voor de Samenwerkingsagenda Zaanstreek-Waterland. De lasten nemen per saldo met € 2,5 miljoen toe. Dit betreft voor € 0,8 miljoen de uitgaven Samenwerkings agenda Zaanstreek-Waterland, voor € 0,3 miljoen verwachte effecten van de komende cao-gemeenteambtenaren en bijstelling vergoeding van raadsleden. Overige effecten betreffen wijzigingen op de bedrijfsvoeringkosten (mede als gevolg van corona), de toerekening van overheadkosten en ontwikkelingen treasury. Reserves De hogere toevoeging aan de reserves bedraagt € 4,7 miljoen en is en saldo van hogere en lagere dotaties. Hogere dotaties komen door de dotatie van € 1,2 miljoen aan de Algemene reserve teneinde de weerstandsratio weer op 1,4 te brengen en een overheveling van € 0,6 miljoen van de Algemene reserve grondzaken naar de Algemene reserve. Dit is gedaan op basis van de actualisatie van de risico’s bij de Jaarrekening 2020. Daarnaast is er een toevoeging van € 5,4 miljoen aan de corona reserve gedaan vanuit de hiervoor ontvangen rijksmiddelen in het gemeentefonds. De lagere dotaties
Verder zijn de inkomsten van de vermakelijkheidsretributie met in 2021 met € 0,5 miljoen naar beneden bijgesteld. Enerzijds als gevolg van de coronamaatregelen van het Rijk en anderzijds als gevolgen van een bijgestelde berekening van de toe te rekenen kosten op de Zaanse Schans. Dit laatste heeft ook effect op de inkomsten vermakelijkheidsretributie vanaf 2022.
43
zijn het gevolg van de actualisatie van de investeringen (€ 2,5 miljoen) en door de verplichte betaling van vennootschapsbelasting over reclame-inkomsten waardoor de dotatie aan het Investeringsfonds structureel met € 0,2 miljoen wordt verlaagd. De onttrekkingen aan de reserves nemen met € 17,8 miljoen toe. Dit betreft € 2,3 miljoen hogere onttrekking als gevolgen van de actualisatie van investeringsuitgaven en het meerjaren perspectief grondzaken 21.1 (gemeentebreed saldoneutraal). Aan de corona reserve wordt € 9,4 miljoen onttrokken om de maatregelen in dit kader te dekken. De reserve Vooruitontvangen bedragen is gevormd om de bij de decembercirculaire gemeentefonds 2020 ontvangen middelen mee te nemen naar 2021. Deze reserve wordt nu onttrokken voor € 4,1 miljoen als ook de reserve waarin het rekeningresultaat 2020 tijdelijk was gestort (€ 1,8 miljoen). Tot slot wordt € 0,3 miljoen onttrokken voor uit de reserve Samenwerkingsagenda MRA-ZW voor regionale activiteiten.
44
3. Bedrijfsvoering Visie
Een van de speerpunten voor dit jaar is: de organisatie ontwikkelt zich om de (strategische) opgaven van de stad integraal te kunnen (blijven) adresseren.
Wij willen de organisatie toekomstbestendig maken zodat de organisatie mee kan in de schaalsprong van de stad. De investeringen in de organisatie uit het coalitieakkoord ondersteunen hierin. De ontwikkeling van onze bedrijfsvoering is randvoorwaardelijk om zo goed mogelijk onze maatschappelijke opgaven aan te kunnen, onze dienstverlening aan de stad te leveren en tegelijk te voldoen aan alle wet- en regelgeving. Uit de doelen die zijn opgenomen in deze paragraaf blijkt dat wij als organisatie beter willen worden door slimmer gebruik te maken van data, ons werk op een ‘Agile’ manier continu kort cyclisch te verbeteren, mensen aan te trekken die vanuit diversiteit helpen bij de juiste aanpak en oplossingen en door actief de verbinding te maken met de stad. Waarbij van ons mag worden verwacht dat wij als overheid betrouwbaar zijn in ons handelen en als gemeente een voorbeeld willen zijn voor anderen door maatschappelijk verantwoord te werken.
Om hieraan invulling te geven zijn we concreet aan de slag gegaan met drie lijnen: • het leiderschapsprogramma voor alle leidinggevenden, waarin op basis van het leiderschapsprofiel van de gemeente Zaanstad wordt ingezet op een brede persoonlijke ontwikkeling. Dit richt zich op de rol van coach, manager, verbinder en leider. Het doel van dit programma is dat leidinggevenden hierdoor effectief richting en invulling geven aan de vitale, flexibele en inclusieve organisatie die we willen zijn. En die nodig is om in te kunnen spelen op de complexe opgaven van onze stad. • leerlijnen professionele ontwikkeling voor medewerkers, gericht op werken in partnerschap en in contact met de stad waarbij een open grondhouding de basis is. Dit wordt dicht op het dagelijkse werk georganiseerd, zodat leren en ontwikkelen door (zelf)reflectie in je werk daar een logisch onderdeel van wordt. • werken aan verschillende vormen van opgavegericht werken en pilots gebiedsgericht werken in de Russische Buurt en Zaandam-Zuid, waarbij de principes van integraal werken centraal staan zodat we in samenspraak met inwoners, partners en ondernemers tot effectieve en innovatieve oplossingen komen.
Wij zijn ambitieus en ondernemend. Dat past bij Zaanstad. Tegelijk moeten we ook realistisch zijn. De doelstellingen in deze paragraaf geven richting voor een duurzame ontwikkeling van de organisatie.
Speerpunten
Bij het speerpunt ‘De organisatie van Zaanstad heeft een maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering’ is een onderdeel voorbeeld werkgeverschap.
In het najaar van 2020 is een groep medewerkers vanuit de hele organisatie gestart met een traject om een Visie op werken te formuleren. Al voor Corona liep Zaanstad tegen de beperkingen van de gebouwen en de type ruimtes in de gebouwen aan.
Het is nog onzeker of de ambitie van het college om 5% van het personeelsbestand te reserveren voor mensen met een afstand tot arbeidsmarkt gehaald gaat worden. Dat hangt af van de corona-ontwikkelingen. Die hebben de mogelijkheden voor noodzakelijke fysieke begeleiding zeer beperkt.
Duidelijk is dat we in onze organisatie de goede dingen willen behouden uit de corona-periode in combinatie met de conclusie van een intern onderzoek naar thuiswerken dat in de zomer van 2020 is gedaan: medewerkers willen voor een deel thuiswerken, elkaar ontmoeten en opgavegericht werken.
Zaanstad gaat uiteraard wel gewoon door met de trajecten ZaanStart en Garantie Groen. ZaanStart staat helaas nog op een laag pitje vanwege de maatregelen. Wel staan er nieuwe projecten klaar (in samenwerking met ZaanStart) om opgepakt te worden zodra de maatregelen (gedeeltelijk) versoepeld of opgeheven worden.
Een continuïteitsteam dat sinds begin 2020 de organisatie helpt door te werken binnen de beperkingen van de corona pandemie, is nog actief. Nu er zicht is op afschalen van maatregelen later dit jaar, richten zij zich op een terugkeerstrategie. Daarbij biedt de visie op werken houvast.
45
Onze mensen en middelen Capaciteitsbudget (totaalbedrag aan salaris en inhuur)
Capaciteitsbudget (Bedragen x € 1.000) Realisatie '20
Prognose begroting ‘21*
Prognose voorjaarsnota ‘21
Salariskosten personeel
91.486
95.200
96.550
1.350
Externe inhuur bij ziekte en vacatures
6.645
5.000
6.500
1.500
Externe inhuur uit hoofde van flexibele schil Totaal bruto capaciteitsbudget Apparaatskosten per inwoner**
Verschil
10.771
8.500
12.600
4.100
108.902 € 693
108.700 € 687
115.650 € 731
6.950
*) D e prognose zoals opgenomen in de originele begroting is naar beneden bijgesteld met een bedrag van € 700.000. De bijstelling heeft plaatsgevonden in de categorie “salariskosten personeel” om aan te sluiten bij de juiste prognose begroting 2021. Dit verschil was veroorzaakt door nagekomen begrotingswijzigingen. **) Aantal inwoners per 1 januari 2020 (prognose): 157.100, per 2021 (prognose): 158.273 (Zaanstad in Cijfers).
Toelichting op afwijkingen capaciteitsbudget
Werking van het capaciteitsbudget Het capaciteitsbudget bestaat uit drie componenten: de salariskosten personeel, de inhuur bij ziekte/vacatures en de inhuur flexibele schil. Dit zijn communicerende vaten, d.w.z. dat salariskosten omgezet kunnen worden naar inhuurbudget en vice versa. Uitgangspunt hierbij is dat het capaciteitsbudget niet overschreden wordt. Het capaciteitsbudget kan wel incidenteel worden opgehoogd, mits de toename van het capaciteitsbudget wordt gedekt door de inzet van materiële budgetten dan wel additionele baten (rijksbijdragen, projectgelden, subsidies en overige baten).
Stijging capaciteitsbudget ten opzichte van de prognose bij primaire begroting (ca. € 6,95 miljoen) In totaal is het capaciteitsbudget toegenomen met ca. € 6,95 miljoen. Het capaciteitsbudget is een begrotingspost die altijd veel mutaties kent. Omdat ons werk voor een deel onvoorspelbaar is en er gedurende het jaar taken en middelen bijkomen. Door de hele begroting zijn middelen geraamd voor personeel en inhuur. De optelsom van deze vele mutaties komt samen in deze paragraaf en wordt hier integraal toegelicht. De stijging in 2021 valt voor het grootste deel te verklaren door het extra werk dat voortkomt uit corona-activiteiten.
Het beleid is dat een budgethouder (‘op basis van geplande bedrijfsvoering en geplande prioriteiten’) zijn capaciteitsbudget over de drie genoemde componenten (salariskosten, inhuur ziekte/ vacature en inhuur flexibele schil) kan verdelen.
Additionele dekking capaciteitsbudget (Bedragen x € 1.000) Voorjaarsnota ‘21 Materiële budgetten en additionele baten
3.350
Coronareserve Totale additionele dekking
2.500 5.850
Stijging capaciteitsbudget waarvoor lasten zijn opgenomen in de voorjaarsnota
1.100
46
Begrotingswijzigingen capaciteitsbudget Er is in totaal voor een bedrag van ca. € 5,85 miljoen dekking vanuit o.a. rijksbijdragen, materieel budget 3 , dekking uit hogere baten (o.a. leges, uitkeringen UWV) en dekking uit projecturen.
2. Doorvoeren van functieherwaarderingen voor een bedrag van ca. € 0,18 miljoen. 3. Implementatie, handhaving en naleving van de gewijzigde huisvestingsverordening en de daarbij vastgestelde beleidsregels over woningsplitsing en kamerverhuur (budget beschikbaar gesteld bij raadsbesluit op 17 december 2020) voor een bedrag van € 0,28 miljoen.
Hiervan is voor ca. € 2,5 miljoen dekking ontvangen vanuit het Rijk ten behoeve van corona. Deze ‘corona reserve’ is vorig jaar ontvangen maar nu geëffectueerd/ingezet. Daarnaast bedraagt de dekking vanuit materieel budget ca. € 1,4 miljoen, de dekking uit hogere baten (zoals rijksbijdragen, bijdragen van regiogemeenten voor gezamenlijke projecten en baten uit handhaving op betaald parkeren en afvalhandhaving) bedraagt ca. € 1,15 miljoen en de dekking uit projecturen bedraagt ca. € 0,8 miljoen.
Voor de overige toename van het capaciteitsbudget (ca. € 0,37 miljoen) zijn de lasten opgenomen in de voorjaarsnota. Deze lasten hebben te maken met de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging Bouw die per 1 januari 2022 in werking treden. Voor een adequate invoering en het kunnen voldoen aan wettelijke termijnen en taken is eenmalig extra capaciteit noodzakelijk (€ 0,28 miljoen). Daarnaast is extra budget (€ 0,15 miljoen) opgenomen voor handhaving op de ingevoerde wet- en regelgeving.
Voor een deel van de toename van het capaciteitsbudget (ca. € 1,05 miljoen) zijn de lasten opgenomen in de voorjaarsnota. Een gedeelte hiervan zijn autonome begrotingswijzigingen4 (ca. € 0,4 miljoen): 1. Financiële gevolgen van minimaal verwachte cao-wijzigingen (o.a. salarisverhoging) o.b.v. de laatste onderhandelingsronde op 19 februari voor een bedrag van € 0,22 miljoen.
Externe inhuur Externe inhuur (Bedragen x € 1.000) Realisatie '20
Prognose begroting ‘21*
Prognose voorjaarsnota ‘21
Verschil
Externe inhuur bij ziekte en vacatures
6.645
5.000
6.500
1.500
Externe inhuur uit hoofde van flexibele schil
10.771
8.500
12.600
4.100
Externe inhuur m.b.t. externe expertise Totaal aan externe inhuur
2.302 19.718
4.000 17.500
2.500 21.600
-1.500 4.100
Algemeen De prognose begroting externe inhuur is omhoog bijgesteld voor een bedrag van ca. € 4,1 miljoen. Deze toename wordt voor een groot deel veroorzaakt door extra benodigde capaciteit voor een bedrag van ca. € 2,6 miljoen i.v.m. huidige corona pandemie. De overige toename van ca. € 1,5 miljoen komt voornamelijk door een grotere noodzaak om in te huren bij (langdurige) ziekte en ligt in lijn met de realisatie van 2020.
de kosten voor inhuur uit hoofde van de flexibele schil vangen wij zo veel mogelijk op binnen het beschikbare capaciteitsbudget. Op grond van de realisatie in 2020 hebben wij de prognose inhuur ziekte en vacatures bijgesteld met € 1,5 miljoen. Inhuur uit hoofde van flexibele schil Voorop staat het uitgangspunt dat waar vast werk is, we mensen vast in dienst willen nemen. Tegelijk is het voor een aantal functies strategisch nodig om in te huren. Inhuur uit hoofde van flexibele schil proberen we zo goed mogelijk te begroten. Echter in de praktijk blijkt dit toch lastig door nieuwe projecten, piekbelasting, werkdruk, benodigde expertise of doordat vacatures lastiger te vervullen zijn. Uitgangspunt is dat inhuur zowel voor
Inhuur bij ziekte en vacatures In de primaire begroting worden de kosten van inhuur bij ziekte en vacatures niet begroot. In de praktijk zien we dat er wordt ingehuurd als dit noodzakelijk blijkt voor de continuïteit van het werk. De kosten hiervan tezamen met
3. Materiële budgetten zijn budgetten die initieel bedoeld zijn voor het inkopen van goederen en/of diensten (niet zijnde salarissen óf medewerkers externe inhuur). 4. Autonome begrotingswijzigingen zijn wijzigingen waar de gemeente Zaanstad geen invloed op heeft. Voorbeelden hiervan zijn de begrotingswijzigingen in de algemene uitkering en bijstandsinkomsten, wijzigingen als gevolg van wetswijzigingen en marktontwikkelingen.
47
flexibele schil als voor ziekte en vacatures binnen het financiële kader van het capaciteitsbudget blijft. Extra kosten voor inhuur wordt gedekt door andere materiële budgetten of additionele baten.
maar ook extra projecten op het gebied van onderwijs en kinderopvang, jongerenwerk, maatschappelijke opvang en huiselijk geweld. Inhuur met betrekking tot externe expertise Soms is het nodig om externe expertise in te huren voor bepaalde projecten. We proberen dit vooraf zo goed mogelijk te begroten. Dit is echter niet altijd mogelijk als gevolg van ontwikkelingen die gedurende het jaar plaatsvinden. Deze categorie inhuur wordt altijd gedekt door andere materiële budgetten of additionele baten (bijv. subsidies of rijksbijdragen).
De inhuur uit hoofde van flexibele schil wordt hoger geprognotiseerd dan bij de originele begroting. Dat komt doordat een deel van het bedrag dat was geprognotiseerd op inhuur externe expertise is verschoven naar inhuur flexibele schil (€ 1,5 miljoen). Dit komt doordat we steeds kritischer kijken naar de juiste inhuur categorie. De overige toename wordt veroorzaakt door extra inhuur i.v.m. corona (ca. € 2,6 miljoen, waarvan ca. € 2,4 miljoen wordt gedekt uit de coronareserve en ca. € 0,2 miljoen uit hogere baten). Denk hierbij aan (extra) inzet vanwege de uitvoering van de TOZO en TONK, inzet van extra boa’s (handhaving)
Een deel van de prognose (€ 1,5 miljoen) is verschoven naar inhuur flexibele schil op grond van de realisatie 2020, huidige realisatie in 2021 en de verwachting.
Kengetallen bezetting Kengetallen capaciteit (Bedragen x € 1.000) Realisatie 2020 (31-12-2020)
Voorjaarsnota 2021 (15-3-2021)
Werkelijke bezetting in fte’s inclusief boventalligen
1.183
Bezetting per 1.000 inwoners in fte's*
7,53
1.205 7,61
Aantal personeelsleden inclusief boventalligen Aantal boventalligen
1.287 1
1.311 1
*Aantal inwoners per 1 januari 2020 (prognose): 157.100, per 2021 (prognose): 158.273 (Zaanstad in Cijfers).
Overige ontwikkelingen op het gebied van personeel
Bezetting (aantal daadwerkelijke medewerkers omgerekend naar fte (36 uur) – +22 FTE De bezetting is om een aantal redenen toegenomen ten opzichte van de jaarrekening 2020. Zo is er inhuur in dienst genomen (ca. 3 fte bij Bestuurs- en Managementondersteuning en ca. 2,5 fte bij Ingenieursbureau). Maar ook is de formatie uitgebreid en ingevuld als gevolg van meer (van hetzelfde) werk (bv. bij Burgerzaken, ca. 5,5 fte) of extra taken/werkzaamheden (bv. bij Straattoezicht, ca. 5,5 fte). Een deel van de extra taken bij Straattoezicht heeft te maken met het handhaven van de coronamaatregelen.
Cao-onderhandelingen De Cao Gemeenten liep op 1 januari 2021 af. De onder handelingen over de nieuwe cao zijn op 1 november 2020 gestart. Inmiddels hebben er zes gespreksrondes plaatsgevonden. Onderwerpen waarover gesproken wordt zijn o.a. een loonsverhoging, een eenmalige uitkering, thuiswerken, bovenwettelijk verlof, spaarverlof en afspraken over sociale zekerheid. Na het laatste overleg op 19 februari 2021 hebben de vakbonden het overleg opgeschort.
Daarnaast zijn er ook reguliere vacatures vervuld, die eind 2020 en begin 2021 zijn ontstaan door vertrek of pensionering van medewerkers.
Pensioenakkoord Op 12 januari 2021 is het wetsvoorstel ‘Bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ aangenomen door de Eerste Kamer. Dit wetsvoorstel is onderdeel van het pensioenakkoord. Drie maatregelen uit dit akkoord zijn in het wetsvoorstel uitgewerkt. Van de drie maatregelen heeft alleen de verruiming van de RVU-mogelijkheden (RVU-vrijstelling) invloed op Zaanstad. De gevolgen daarvan onderzoeken we nog.
Boventalligen Ten tijde van de voorjaarsnota is er één boventallige die op dit moment intern geplaatst is met een proefplaatsing.
48
De RVU-vrijstelling is een tijdelijke maatregel voor de jaren 2021 tot en met 2025. Deze maatregel houdt in dat de werkgever met een medewerker afspraken kan maken over eerder stoppen met werken zonder dat de regeling aangemerkt wordt als een RVU (regeling vervroegde uittreding). Daardoor blijft RVU-heffing van 52% uit. Wel geldt een maximumbedrag voor de vrijstelling. Daarnaast geldt de regeling voor medewerkers die binnen drie jaar (36 maanden) hun AOW-gerechtigde leeftijd bereiken. Fiscale uitruil van reiskosten Eén van onze arbeidsvoorwaarden is de uitruil woonwerkverkeer. Dit wordt ook wel de fiscale uitruil van reiskosten genoemd. Fiscaal uitruilen leidt tot belastingvoordeel voor de medewerker. Op die manier komen we tegemoet aan de reiskosten die medewerkers maken. De hoogte van de uitruil werd eerder o.a. gebaseerd op een vast reispatroon. Sinds het begin van de coronacrisis werken we echter zo veel mogelijk thuis. Het Ministerie van Financiën heeft daarom besloten dat de uitruil woonwerkverkeer alleen nog mogelijk is over daadwerkelijke reisdagen. In 2021 hebben we het daarom mogelijk gemaakt voor medewerkers om werkelijke reisdagen door te geven en op basis hiervan uit te ruilen. Update tegemoetkoming reiskosten In 2020 hebben we met de vakbonden in het Lokaal Overleg een voorlopig onderhandelingsresultaat bereikt over een tegemoetkoming in de reiskosten.
In de begroting voor 2021 is hiervoor geld vrijgemaakt. De voorgestelde tegemoetkoming betekent een bijdrage in de reiskosten van het openbaar vervoer vanaf 10 kilometer woon-werkreis. Daarnaast blijft de huidige uitruil (deels) van kracht. Door de coronamaatregelen heeft het reizen van en naar werk voor veel collega’s echter een heel ander patroon gekregen. De introductie van deze regeling heeft daarom op zich laten wachten. Voor nu is de tegemoetkoming reiskosten opgeschort om andere financiële knelpunten te dekken. Dit is afhankelijk van het overleg met de bonden. In de aanloop naar de begroting 2022 wordt onderzocht of hiervoor een alternatieve dekking gevonden kan worden.
49
4. Financiële begroting 4.1 Overzicht van baten en lasten 4.2 Grondslagen begroting 2021 - 2024 4.3 Investeringen
50
4.1 Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten (Bedragen x € 1.000) Originele Begroting
Mutatie
Gewijzigde Begroting
Voorjaarsnota
2021
2021
2021
2022
2023
2024
2025
Onderwijs, jeugd en zorg
143.137
9.328
152.465
149.176
149.459
149.231
148.881
Werk, inkomen en economie
111.080
4.857
115.936
113.609
113.338
113.016
112.926
Maatschappelijke ontwikkeling
45.775
2.220
47.995
46.345
48.945
48.008
48.497
Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling
55.625
11.867
67.492
70.094
43.298
39.557
29.570
Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid
91.625
8.434
100.059
98.845
95.241
95.988
97.363
Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening
33.997
2.579
36.576
35.230
34.789
35.745
35.737
Lasten
Bestuur en financiën
67.438
2.544
69.982
73.771
72.579
72.398
72.675
548.677
41.827
590.505
587.071
557.649
553.941
545.649
Onderwijs, jeugd en zorg
-11.966
-1.026
-12.991
-12.547
-12.498
-12.617
-12.617
Totaal Lasten Baten Werk, inkomen en economie
-70.885
-1.735
-72.620
-76.516
-76.814
-76.814
-76.728
Maatschappelijke ontwikkeling
-1.989
-98
-2.087
-1.998
-1.772
-1.770
-1.770
Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling
-33.722
-10.304
-44.027
-50.293
-30.339
-28.123
-16.646
Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid
-67.863
-2.449
-70.312
-69.341
-69.607
-69.772
-69.772
Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening
-9.624
-771
-10.395
-10.339
-9.764
-11.014
-11.014
Bestuur en financiën
-351.993
-10.011
-362.004
-360.849
-363.631
-367.038
-367.005
Totaal Baten
-548.042
-26.395
-574.437
-581.882
-564.424
-567.149
-555.553
635
15.433
16.068
5.188
-6.774
-13.207
-9.904
Saldo van lasten en baten Toevoegingen Reserves Onderwijs, jeugd en zorg Werk, inkomen en economie Maatschappelijke ontwikkeling
0
440
440
0
0
0
0
385
4.613
4.997
399
399
399
399
0
220
220
0
0
0
0
1.626
-66
1.560
1.470
2.628
3.301
1.750
Bestuur en financiën
20.705
4.465
25.170
19.386
14.637
13.652
16.322
Totaal toevoegingen reserves
22.715
9.672
32.387
21.254
17.663
17.352
18.470
Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling
Onttrekkingen Reserves Onderwijs, jeugd en zorg Werk, inkomen en economie
0
-1.165
-1.165
0
0
0
0
-1.370
-3.042
-4.411
-3.742
-2.545
-700
0
Maatschappelijke ontwikkeling
-528
-681
-1.209
-435
-345
-345
-345
Ruimtelijke en gebiedsontwikkeling
-7.347
-2.591
-9.938
-5.323
-2.028
-1.923
-1.804
Buitenruimte, vastgoed en bereikbaarheid
-11
-100
-111
-11
0
0
0
Bestuur en financiën
-11.219
-17.777
-28.996
-15.987
-3.314
-2.496
-5.190
Totaal onttrekkingen reserves
-20.475
-25.355
-45.830
-25.499
-8.232
-5.465
-7.340
Saldo
2.240
-15.683
-13.443
-4.245
9.430
11.887
11.130
Totaal saldo incl. reserve mutaties
2.875
-250
2.625
943
2.656
-1.321
1.226
51
4.2 Grondslagen begroting 2022 - 2025 Dit hoofdstuk zet de grondslagen en kaders uiteen waarlangs de begroting 2022-2025 wordt uitgewerkt. Hierbij gaat het onder andere om de te hanteren indexpercentages en belastingen en tarieven. Grondslagen begroting Omschrijving
Grondslag
Lonen (incl. sociale lasten)
1,5%
Prijzen
1,4%
Subsidies
1,47%
Belastingen
1,4%
Leges en Tarieven
Kostendekkend
Rekenrente
1,25%
Rente grondexploitaties Algemene uitkering Financiële regels
1,25% Meicirculaire 2021 (in deze Voorjaarsnota: decembercirculaire 2020) Coalitieakkoord 2020-2022 en budgetregels
Lonen, prijzen en subsidies De in 2019 gesloten cao voor gemeenteambtenaren liep tot 1 januari 2021. Op 13 november 2020 zijn de onderhandelingen over de nieuwe cao begonnen tussen de bonden FNV Overheid, CNV, CMHF en de werkgeversdelegatie VNG. Op het moment van schrijven van deze Voorjaarsnota is het nog niet gelukt om tot een akkoord te komen. Voor de loonindex gaan we daarom uit van de CPB-gegevens.
Rekenrente Door de aanhoudend dalende rente op de geld- en kapitaalmarkten wordt de interne rekenrente verlaagd van 1,75% naar 1,25% vanaf 2022. Hiermee blijft de rekenrente binnen de marges die het Rijk via de BBV-regelgeving voorschrijft. De lagere rente zorgt ook voor een daling van de kapitaallasten in de begroting. Hierdoor wordt minder rente aan de tarieven voor afval, riolen en begraafplaatsen doorberekend. Dit heeft een neerwaarts effect op de tarieven voor de inwoners van Zaanstad.
Voor de looncompensatie in 2022 wordt uitgegaan van loonvoet sector overheid uit het Centraal Economisch Plan 2021. Voor 2022 is dit percentage 1,5%. Uitgangspunt bij de prijscompensatie is de prijs netto materiële overheidsconsumptie uit het Centraal Economisch Plan 2021. Dat is voor 2022 1,4%.
Rente grondexploitaties Het ‘Besluit Begroting en Verantwoording voor gemeenten’ (BBV) schrijft voor dat de rente gebaseerd is op de werkelijke rente over het voor de financiering daadwerkelijk aangetrokken vreemd vermogen. Voor de begroting 2022 wordt gerekend met een rentepercentage van 1,25%
De verhoging van de subsidies is een afgeleide van de loonstijging en de prijsstijging. Hierbij telt de loonstijging voor 70% en de prijsstijging voor 30% mee. Voor 2022 betekent dit een stijging van 1,47% ten opzichte van de begroting 2021. Belastingen Ten aanzien van de belastingen zijn geen nieuwe afspraken gemaakt. De opbrengsten worden verhoogd met de prijsindex (1,4%). Leges en tarieven Voor leges en tarieven geldt als uitgangspunt 100% kostendekkendheid, tenzij andere afspraken zijn gemaakt.
52
4.3 Investeringen Inleiding In de paragraaf Investeringen worden de vervangingsinvesteringen (MIP), uitbreidingsinvesteringen (Investeringsfonds) en investeringen ten laste van het Transformatiefonds toegelicht. De paragraaf heeft drie doelen: • het geven van een overzicht van de geautoriseerde investeringen en het zo nodig bijstellen hiervan • het mandateren van bijstellingen van investerings uitgaven voor het jaar 2021 • het informeren van de gemeenteraad over voorgenomen investeringen.
In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op het meerjareninvesteringsplan (MIP). Achtereenvolgens wordt inzicht gegeven op de ontwikkeling van de vervangingsinvesteringen voor de komende tien jaar en toelichting gegeven op de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de begroting 2021. Tot slot is een tabel opgenomen met de bijstellingen per programma per jaar.
Zaanstad maakt onderscheid in vervanging- en uitbreidingsinvesteringen. Vervangingsinvesteringen worden opgenomen in het MeerjarenInvesteringsPlan (MIP) en de uitbreidingsinvesteringen in het Investeringsfonds. Zowel de vervanging- als de uitbreidingsinvesteringen worden geactiveerd op de balans. De afschrijvingslasten van de uitbreidingsinvesteringen worden gedekt vanuit het Investeringsfonds. Het onderhoud van het bestaande bezit komt direct ten laste van de begroting.
In de kolom Investeringssom (tien jaar) zijn de totaalbedragen vanaf de startdatum opgenomen voor een periode van tien jaar, die ter autorisatie aan de raad zijn of worden voorgelegd. In onderstaande tabel zijn onder ‘begroting 2021’ de investeringsbedragen opgenomen die voortkomen uit eerdere P&C documenten (stand tot en met begroting 2021). Het betreft nog niet afgeronde investeringen. Voor bijstellingen op kredieten die uitgaven in het lopend jaar (2021) kennen en voor nieuwe opgevoerde investeringen in 2021 worden bij deze Voorjaarsnota aanvullende kredietvoorstellen ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Besluitvorming over de investeringen die het komend begrotingsjaar van start gaan ligt voor bij de vaststelling van de begroting 2022.
Het wettelijk kader voor investeringen ligt besloten in de rijksregelgeving Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is verder uitgewerkt en vastgelegd in de Financiële Verordening 2019 en de nota Investeringen. Het vaststellen van de begroting (en daarmee het investeringsplan) is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. Daarbij is het totale investeringsbedrag per programma leidend. De opgenomen investeringsbedragen in 2022 zijn na het vaststellen van de begroting 2022 beschikbaar voor uitvoering tenzij de raad heeft aangegeven dat hiervoor een afzonderlijk raadsvoorstel moet worden voorgelegd. Voor uitbreidingsinvesteringen dient altijd een apart raadsvoorstel aan de gemeenteraad ter besluitvorming te worden voorgelegd.
De bijdrage van derden worden in één keer in mindering gebracht op de te activeren investeringssom, waarover Zaanstad de kapitaallasten draagt in haar begroting. In de najaarsrapportage en jaarrekening wordt u geïnformeerd over de voortgang van de investeringsprojecten.
Vervangingsinvesteringen Vervangingsinvesteringen zijn investeringen die worden uitgevoerd als • Er moet worden voldaan aan wet- en regelgeving; • Veroudering, slijtage en de staat van het onderhoud vervanging noodzakelijk maakt om het activum te behouden; • Er een directe relatie met eerdere bestuurlijke besluitvorming is.
53
Totaal overzicht bijstellingen vervangingsinvesteringen (Bedragen in €) Projecten
Investeringssom ‘21-’30
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Geautoriseerd (met kredietbesluit) begroting 2021
551.647.819
76.934.749
82.094.880
57.217.013
57.248.614
50.965.935
44.142.187
57.536.233
44.133.759
42.571.707
38.802.742
Totaal nieuwe investeringen te autoriseren bij VJN2021
13.288.362
3.177.173
1.055.973
1.505.791
2.959.106
2.158.174
1.942.356
0
123.420
366.369
0
Totaal aan bijstellingen te autoriseren bij VJN2021
25.913.332
6.107.712
-7.056.096
-4.389.415
5.365.256
7.815.058
7.894.254
1.636.353
1.603.330
2.174.536
4.762.344
Totaal aan indexatie te autoriseren bij VJN2021
1.810.749
281.191
138.744
141.629
129.407
125.482
62.584
232.928
232.928
232.928
232.928
Totaal aan herfaseringen te autoriseren bij VJN2021
0
-4.337.998
-1.447.196
4.238.627
418.398
569.284
6.601
176.545
-125.595
31.836
469.498
Totaal aan bijdrage derden te autoriseren bij VJN2021
-3.462.188
-2.241.858
-211.907
-264.115
-202.895
-284.953
-128.230
0
-64.115
-64.115
0
Totaal te autoriseren bij VJN2021
37.550.255
2.986.220
-7.520.482
1.232.517
8.669.272
10.383.045
9.777.565
2.045.826
1.769.968
2.741.554
5.464.770
54
Vanaf 2017 bestaat de verplichting (rijksregelgeving ) om alle vaste activa te activeren. Dat betekent dat de kosten van een investering - in de vorm van kapitaallasten - verdeeld moeten worden over de jaren waarin het gebruikt wordt. Kapitaallasten bestaan uit afschrijvingslasten en rentelasten en zijn niet snel beïnvloedbaar omdat de uitgaven al zijn gedaan. Om te voorkomen dat een relatief groot deel van de begroting bestaat uit kapitaallasten is het van belang deze lasten te beheersen. Bij de afschrijvingslasten gaat het dan vooral om de lasten die een beslag leggen op de algemene middelen. Afschrijvingslasten die worden gedekt via tarieven, reserves of huurinkomsten vallen hierbuiten. De beheersing van de rentelasten is onderdeel van de paragraaf Financiering van de jaarrekening en de begroting.
Hieronder volgt eerst een toelichting op de belangrijkste mutaties per categorie. Vervolgens is een detailtabel van de investeringen opgenomen, zoals die bij de begroting 2021 vastgesteld is. Daarna is een tabel opgenomen met de mutaties op de investeringen die bij deze voorjaarsnota voorgesteld worden. Tot slot is een tabel opgenomen waarin de voorgestelde bijstellingen op de investeringsbedragen per programma zijn opgenomen. Nieuwe vervangingsinvesteringen In totaal is € 13,3 miljoen aan nieuwe investeringen in het MIP opgenomen. In hoofdlijnen betreft dit de volgende posten: • Onderwijshuisvesting (programma 3): Het project vervangende nieuwbouw OBS Kogerveld (€ 9,0 miljoen) en het project Wij-land Westzaan (€ 1,5 miljoen) zijn toegevoegd aan het IHP. Deze worden voor € 5,2 miljoen gedekt uit de reservering voor het vervolg IHP PO: € 3,7 miljoen uit Maak PO gelden en € 1,6 miljoen uit toekomstige huurinkomsten. Voor een toelichting wordt verwezen naar het IHP 21.1. • Er is € 0,9 miljoen opgenomen voor het vervangen van 3 toplagen van sportvelden (programma 3 in 2021, 2028 en 2029) Deze worden grotendeels gedekt binnen de beschikbare budgetten binnen het MIP, onder andere door onderbesteding van de investeringen uit het boekjaar 2020 en de verschuiving van de routekaart buitensport naar de sportvelden.
• Er is € 1,95 miljoen opgenomen voor de investering in de brandweerkazerne aan het Prins Bernhardplein (programma 5, 2021). De VrZW betaalt hier een kostendekkende huur voor.
Om de infrastructuur en de voorzieningen in de stad en de bedrijfsmiddelen van de gemeentelijke organisatie in stand te houden, worden dergelijke kapitaalgoederen in de regel vervangen als de gebruiksduur is verstreken en het kapitaalgoed is versleten. Alle vervangingsinvesteringen en de bijbehorende kapitaallasten zijn opgenomen in het MIP. Om beheersing van de kapitaallasten mogelijk te maken, worden vanaf 2017 twee keer per jaar de afschrijvingslasten van alle vervangingsinvesteringen voor de komende tien jaar in beeld gebracht. Dat is nu ook voor de Voorjaarsnota 2021-2025 gedaan. Toelichting bijstellingen en te autoriseren vervangingsinvesteringen Op basis van de werkelijke investeringsuitgaven in 2020 en actuele inzichten zijn de investeringsuitgaven voor 2021 en verder geactualiseerd. Ten opzichte van de stand bij de begroting 2021 zijn nieuwe vervangingsinvesteringen toegevoegd, investeringsbedragen bijgesteld en geïndexeerd en is de uitgavenplanning geactualiseerd (herfaseringen). Daarnaast zijn de bijdragen van derden geactualiseerd. Ook is een nieuwe laatste jaarschijf, jaar 2030, toegevoegd om de investeringsvolumes over een periode van tien jaar te kunnen laten zien.
Bijstellingen van lopende of al geplande investeringen In de tabel is een totaalbedrag aan bijstellingen opgenomen van € 25,9 miljoen in de jaren 2021 t/m 2030. Dit betreft voor € 14,2 miljoen de verschuiving van (vertraagde) investeringen van 2020 naar 2021 en later. De overige bijstellingen betreffen op hoofdlijnen: • Onderwijshuisvesting (programma 3): de stijging van het aantal woningen leidt ook tot een stijging van het aantal leerlingen. Zaans Hout (primair onderwijs) moet daarom uitgebreid worden (€ 4,5 miljoen) en ook bij het voortgezet onderwijs wordt gerekend met € 3,8 miljoen hogere uitgaven. Overige bijstellingen leiden in totaal tot € 1,5 miljoen extra kosten. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar het IHP 21.1 (2021/6539) en het IHP VO (2020/30065). • Binnen programma 5 is het tekort op de Wilhelminasluis (€ 0,7 miljoen) verwerkt. De tekorten zijn ontstaan bij de renovatie van de Wilhelminasluis door meer aanvragen voor nadeelcompensatie bij de provincie Noord-Holland dan was verwacht. Daarnaast worden er vanwege de veiligheid nog extra camera’s geplaatst. Verder is er door vertraging in de realisatie en de nog voortdurende onderhoudstermijn (na directe realisatie) tot december 2021 een extra overschrijding op de apparaatskosten (zie 2021/7108).
De bijstellingen over de looptijd van tien jaar zijn: • Het opvoeren van nieuwe vervangingsinvesteringen voor een bedrag van € 13,3 miljoen, waarvan € 3,2 miljoen in 2021. • Het opvoeren van bijstellingen op lopende of al geplande investeringen van per saldo € 25,9 miljoen, waarvan € 14,2 miljoen een verschuiving van onderbestedingen in 2020 naar 2021 betreft. • Het opvoeren van indexeringslasten (onderwijs en sport) voor € 1,8 miljoen. • Het opvoeren van herfaseringen. Een herfasering is per definitie per saldo nul. • Het opvoeren van extra bijdragen van derden voor € 3,5 miljoen.
55
• Binnen programma 7 zijn diverse bijstellingen opgenomen voor in totaal € 1,2 miljoen voor met name storage en de nieuwe jaarschijf 2030. Indexeringslasten De budgetten voor onderwijsinvesteringen zijn geïndexeerd. Dit heeft geleid tot een bijstelling van € 0,2 miljoen voor het IHP en € 1,5 miljoen voor het investeringen voor het voortgezet onderwijs over de gehele periode 2020-2030 (programma 3). De indexatie van openbare ruimte investeringen volgt bij de begroting. Herfasering Herfasering is het actualiseren van de planning van de vervangingsinvesteringen in de tijd. Dit heeft (normaliter) geen consequenties voor de eerder vastgestelde kredieten. Bijdrage derden Bijdragen van derden aan investeringen, zoals subsidies, moeten op grond van regelgeving direct in mindering worden gebracht op de investeringsvolumes. De bijdragen van derden zijn geactualiseerd op basis van de onderuitputting 2020 en nieuwe ontwikkelingen. Ten opzichte van de begroting 2021 zijn de bijdragen met € 3,5 miljoen omhoog bijgesteld. Dit heeft vooral te maken met faseringen van een aantal kredieten binnen Wegen en verkeer van 2020 naar 2021 (€ 2,2 miljoen). Omdat de investeringen later worden gerealiseerd worden ook de bijdragen later ontvangen. Daarnaast draagt een schoolbestuur € 0,8 miljoen bij aan een renovatieproject onderwijs en is bij sport de bijdrage SPUK opgenomen voor € 0,5 miljoen.
56
Ontwikkeling vervangingsinvesteringen voor de komende 10 jaar per programma In onderstaande tabellen geven we de uitsplitsing van de vervangingsinvesteringen over de programma’s vanaf 2021. De eerste tabel betreft de beginstand begroting 2021, de tweede tabel bevat de voorgestelde wijzigingen in deze voorjaarsnota en de laatste tabel bevat de totale bijstelling per programma.
Begroting 2021 (Bedragen in €) Prog. 01
03
Projecten
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Onderwijs, jeugd, zorg ICT
2.630.000
0
0
1.055.000
0
260.000
0
0
1.055.000
0
260.000
Totaal
2.630.000
0
0
1.055.000
0
260.000
0
0
1.055.000
0
260.000
Maatschappelijke ontwikkeling Onderwijs - IHP
106.626.185
22.465.642
25.371.774
16.970.993
12.891.896
10.046.525
9.699.755
9.179.600
0
0
0
Onderwijs - Overig
66.478.174
7.647.491
3.985.631
6.729.011
9.212.409
8.259.815
952.593
7.422.806
7.422.806
7.422.806
7.422.806
Sport - Sporthallen
2.061.000
105.000
0
200.000
1.700.000
56.000
0
0
0
0
0
Sport Sportvelden
4.366.032
1.555.909
144.303
0
288.607
577.213
350.000
0
0
1.450.000
0
Sport Sportparken
625.000
0
625.000
0
0
0
0
0
0
0
0
Sport Zwembaden
15.939.098
1.211.012
11.541.565
3.070.398
116.123
0
0
0
0
0
0
Renovatie cultuurpanden
400.000
400.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
196.495.489
33.385.054
41.668.273
26.970.402
24.209.035
18.939.553
11.002.348
16.602.406
7.422.806
8.872.806
7.422.806
10.595.000
761.000
1.330.000
312.000
1.496.000
1.435.000
278.000
1.829.000
242.000
480.000
2.432.000
2.534.000
75.000
251.000
128.000
950.000
77.000
68.000
735.000
0
0
250.000
30.298.200
2.975.864
2.975.864
3.515.427
2.975.864
2.975.864
2.975.864
2.975.864
2.975.864
2.975.864
2.975.864
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Civiel Zaanbrug
7.265.930
50.000
7.215.930
0
0
0
0
0
0
0
0
Groen en Speelplaatsen
51.184.523
5.156.390
5.114.237
5.114.237
5.114.237
5.114.237
5.114.237
5.114.237
5.114.237
5.114.237
5.114.237
Handhaving
300.000
150.000
0
0
0
0
150.000
0
0
0
0
Totaal 05
Investeringssom ‘21-’30
Beheer openbare ruimte Bedrijfsmiddelen stadsbeheer Bedrijfsmiddelen stadsbeheer (tarief) Civiel Civiel Wilhelminasluis
57
06
07
Natuur en milieu
1.227.393
1.227.393
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Nauerna
1.350.000
1.350.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Parkeren
2.025.000
700.000
175.000
175.000
0
0
175.000
0
800.000
0
0
Riolen
38.276.876
7.487.907
796.310
605.677
724.592
481.360
4.305.584
9.724.496
6.523.304
5.302.500
2.325.146
Vastgoed
8.065.292
3.414.963
956.701
183.172
858.912
520.610
417.929
476.539
326.857
909.609
0
VRI/OV
21.678.030
1.381.923
1.588.504
1.599.377
2.968.253
3.981.590
2.186.504
1.992.970
1.992.970
1.992.970
1.992.969
Waterhuishouding
7.360.832
736.083
736.083
736.083
736.083
736.083
736.083
736.083
736.083
736.083
736.085
Wegen en Verkeer
147.299.254
12.684.172
12.608.978
15.482.638
16.027.638
15.082.638
15.082.638
15.082.638
15.082.638
15.082.638
15.082.638
Totaal
329.460.330
38.150.695
33.748.607
27.851.611
31.851.579
30.404.382
31.489.839
38.666.827
33.793.953
32.593.901
30.908.936
Veiligheid, handhaving en publieke dienstverlening Facilitair
718.000
359.000
359.000
0
0
0
0
0
0
0
0
Handhaving
1.149.000
375.000
133.000
98.000
55.000
127.000
0
225.000
0
0
136.000
Totaal
1.867.000
734.000
492.000
98.000
55.000
127.000
0
225.000
0
0
136.000
Bestuur en financiën Facilitair
6.975.000
3.625.000
1.261.000
187.000
138.000
0
315.000
517.000
637.000
220.000
75.000
ICT
10.720.000
1.040.000
1.425.000
1.055.000
995.000
1.235.000
1.335.000
1.525.000
1.225.000
885.000
0
Vastgoed
3.500.000
0
3.500.000
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal
21.195.000
4.665.000
6.186.000
1.242.000
1.133.000
1.235.000
1.650.000
2.042.000
1.862.000
1.105.000
75.000
Totaal begroting 2021
551.647.819
76.934.749
82.094.880
57.217.013
57.248.614
50.965.935
44.142.187
57.536.233
44.133.759
42.571.707
38.802.742
2028
2029
2030
Mutaties Voorjaarsnota 2021-2025 (Bedragen in €) Prog.
Projecten
Investeringssom ‘21-’30
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
10.482.204
860.804
1.055.973
1.505.791
2.959.106
2.158.174
1.942.356
0
0
0
0
856.158
366.369
0
0
0
0
0
0
123.420
366.369
0
Nieuwe investeringen VJN2021 03
Onderwijs - IHP
03
Sport - Sportvelden
05
Vastgoed
1.950.000
1.950.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal nieuwe investeringen
13.288.362
3.177.173
1.055.973
1.505.791
2.959.106
2.158.174
1.942.356
0
123.420
366.369
0
Bijstellingen VJN2021 03
Onderwijs - IHP
6.673.655
-910.314
-5.949.255
-1.250.721
4.987.332
5.634.410
3.323.371
838.832
0
0
0
03
Onderwijs - Overig
6.725.372
-4.542.541
-1.029.425
-3.522.063
297.924
2.450.409
3.687.514
1.097.521
1.212.961
3.536.536
3.536.536
03
Sport - Sporthallen
75.129
75.129
0
0
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport Sportvelden
-281.762
0
-174.913
366.369
0
-127.761
366.369
0
366.369
-1.450.000
371.805
58
03
Sport - Routekaart buitensport
446.539
446.539
0
0
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport - Zwembaden
459.488
61.991
397.497
0
0
0
0
0
0
0
0
03
Renovatie cultuurpanden
646.939
646.939
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Bedrijfsmiddelen stadsbeheer (tarief)
106.106
106.106
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Civiel
304.575
304.575
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Civiel Wilhelminasluis
712.000
712.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Civiel Zaanbrug
-69.319
-69.319
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Groen en Speelplaatsen
-2.775.666
-2.775.666
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Natuur en milieu
128.437
128.437
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Nauerna
108.547
108.547
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Riolen
2.041.182
2.041.182
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Vastgoed
3.038.395
2.817.392
0
0
0
0
0
0
0
0
221.003
05
VRI/OV
-488.238
-488.238
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Waterhuishouding
247.232
247.232
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Wegen en Verkeer
5.546.926
5.546.926
0
0
0
0
0
0
0
0
0
07
Facilitair
998.922
998.922
0
0
0
0
0
0
0
0
0
07
ICT
1.212.000
595.000
-300.000
17.000
80.000
-142.000
517.000
-300.000
24.000
88.000
633.000
07
Vastgoed
56.873
56.873
0
0
0
0
0
0
0
0
0
25.913.332
6.107.712
-7.056.096
-4.389.415
5.365.256
7.815.058
7.894.254
1.636.353
1.603.330
2.174.536
4.762.344
Totaal bijstellingen Indexatie VJN2021 03
Onderwijs - IHP
163.947
53.317
19.950
23.577
23.577
27.204
16.322
0
0
0
0
03
Onderwijs - Overig
1.524.805
177.669
118.794
118.052
89.288
59.397
29.893
232.928
232.928
232.928
232.928
03
Sport Sportvelden
121.997
50.205
0
0
16.542
38.881
16.369
0
0
0
0
1.810.749
281.191
138.744
141.629
129.407
125.482
62.584
232.928
232.928
232.928
232.928
Totaal indexatie Herfaseringen VJN2021 03
Onderwijs - IHP
0
0
-7.675
-1.226.543
390.855
843.363
0
0
0
0
0
03
Sport Sportparken
0
-705.995
-625.000
1.330.995
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport - Zwembaden
0
1.811.231
-2.260.780
452.068
-2.519
0
0
0
0
0
0
05
Civiel Zaanbrug
0
69.319
-69.319
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Nauerna
0
-1.300.000
1.300.000
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Parkeren
0
-700.000
700.000
0
0
0
0
0
0
0
0
59
05
Vastgoed
0
-2.885.553
2.346.578
224.107
30.062
-274.079
6.601
176.545
-125.595
31.836
469.498
06
Handhaving
0
128.000
-86.000
-42.000
0
0
0
0
0
0
0
07
Facilitair
0
-755.000
755.000
0
0
0
0
0
0
0
0
07
Vastgoed
0
0
-3.500.000
3.500.000
0
0
0
0
0
0
0
Totaal herfaseringen
0
-4.337.998
-1.447.196
4.238.627
418.398
569.284
6.601
176.545
-125.595
31.836
469.498
Bijdragen derden VJN2021 03
Onderwijs - Overig
-850.000
0
-200.000
-200.000
-200.000
-200.000
0
0
0
0
0
03
Sport - Sporthallen
-13.129
-13.129
0
0
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport - Sportvelden
-400.714
-72.901
30.610
-64.115
-2.895
-34.953
-128.230
0
-64.115
-64.115
0
03
Sport - Zwembaden
-71.553
-29.036
-42.517
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Wegen en Verkeer
-2.127.099
-2.127.099
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Riolen
307
307
0
0
0
0
0
0
0
0
0
-3.462.188
-2.241.858
-211.907
-264.115
-202.895
-284.953
-128.230
0
-64.115
-64.115
0
Totaal bijdrage derden
Totaal mutaties bij VJN2021 (optelling van bijstelling, indexatie, herfasering en bijdrage derden) 03
Onderwijs - IHP
17.319.806
3.807
-4.881.007
-947.896
8.360.870
8.663.151
5.282.049
838.832
0
0
0
03
Onderwijs - Overig
7.400.177
-4.364.872
-1.110.631
-3.604.011
187.212
2.259.806
3.717.407
1.330.449
1.445.889
3.769.464
3.769.464
03
Sport - Sporthallen
62.000
62.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport Sportvelden
295.679
343.673
-144.303
302.254
13.647
-123.833
254.508
0
425.674
-1.147.746
371.805
03
Sport Sportparken
0
-705.995
-625.000
1.330.995
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport - Routekaart buitensport
446.539
446.539
0
0
0
0
0
0
0
0
0
03
Sport - Zwembaden
387.935
1.844.186
-1.905.800
452.068
-2.519
0
0
0
0
0
0
03
Renovatie cultuurpanden
646.939
646.939
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Bedrijfsmiddelen stadsbeheer (tarief)
106.106
106.106
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Civiel
304.575
304.575
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Civiel Wilhelminasluis
712.000
712.000
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Civiel Zaanbrug
-69.319
0
-69.319
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Groen en Speelplaatsen
-2775.666
-2.775.666
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Natuur en milieu
128.437
128.437
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Nauerna
108.547
-1.191.453
1.300.000
0
0
0
0
0
0
0
0
60
05
Parkeren
0
-700.000
700.000
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Riolen
2.041.489
2.041.489
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Vastgoed
4.988.395
1.881.839
2.346.578
224.107
30.062
-274.079
6.601
176.545
-125.595
31.836
690.501
05
VRI/OV
-488.238
-488.238
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Waterhuishouding
247.232
247.232
0
0
0
0
0
0
0
0
0
05
Wegen en Verkeer
3.419.827
3.419.827
0
0
0
0
0
0
0
0
0
06
Handhaving
0
128.000
-86.000
-42.000
0
0
0
0
0
0
0
07
Facilitair
998.922
243.922
755.000
0
0
0
0
0
0
0
0
07 07
ICT Vastgoed
1.212.000 56.873
595.000 56.873
-300.000 -3.500.000
17.000 3.500.000
80.000 0
-142.000 0
517.000 0
-300.000 0
24.000 0
88.000 0
633.000 0
37.550.255
2.986.220
-7.520.482
1.232.517
8.669.272
10.383.045
9.777.565
2.045.826
1.769.968
2.741.554
5.464.770
2026
2027
2028
2029
2030
Totaal mutaties VJN2021
Te autoriseren bijstellingen investeringsvolumes 2021 per programma (Bedragen in €) Programma
Investeringssom ‘21-’30
2021
2022
2023
2024
2025
Totaal programma 01
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Totaal programma 03
26.559.075
-1.723.723
-8.666.741
-2.466.590
8.559.210
10.799.124
9.253.964
2.169.281
1.871.563
2.621.718
4.141.269
Totaal programma 05
8.723.385
3.686.148
4.277.259
224.107
30.062
-274.079
6.601
176.545
-125.595
31.836
690.501
Totaal programma 06 Totaal programma 07
0 2.267.795
128.000 895.795
-86.000 -3.045.000
-42.000 3.517.000
0 80.000
0 -142.000
0 517.000
0 -300.000
0 24.000
0 88.000
0 633.000
Totaal programma's
37.550.255
2.986.220
-7.520.482
1.232.517
8.669.272
10.383.045
9.777.565
2.045.826
1.769.968
2.741.554
5.464.770
61
Uitbreidingsinvesteringen Uitbreidingsinvesteringen zijn investeringen of bijdragen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of expansie van de huidige activiteiten. Het betreffen: • Gebiedsgerichte investeringen (ontwikkellocaties en stedelijke vernieuwingslocaties); • Infrastructurele projecten; • Maatschappelijke voorzieningen voor zover het niet gaat om vervangingsinvesteringen of onderhoud. De besluitvorming over uitbreidingsinvesteringen ten laste van het Investeringsfonds vindt in drie stappen plaats. Iedere stap vraagt besluitvorming door de raad. • Plaatsing van een investering op de wensenlijst; • Het reserveren van een bedrag binnen het fonds om de investering mogelijk te maken; • De kredietaanvraag voor de investering voorleggen aan de raad. De wensenlijst is een lijst van uitbreidingsinvesteringen waar de raad toe heeft besloten dat deze in aanmerking komen om (in de toekomst) gedekt te worden uit het Investeringsfonds. De wensenlijst kan meer projecten bevatten dan de in het Investeringsfonds aanwezige dekking. Het vermelden van een project op een wensenlijst is onvoldoende om tot uitvoering over te kunnen gaan. Bij een reservering binnen het Investeringsfonds is de raad akkoord gegaan met verdere voorbereidingen van de investering en het uitwerken van een kredietvoorstel.
Een reservering alleen is onvoldoende om tot daadwerkelijke uitgaven over te gaan. Integrale afweging van de gereserveerde uitbreidingsinvesteringen vindt in combinatie met de wensen ieder jaar plaats bij de voorjaarsnota en de begroting. Het financieel kader daarbij wordt bepaald door de omvang van het Investeringsfonds. Bij de geautoriseerde uitbreidingsinvesteringen met kredietbesluit heeft de raad eerder kredietverstrekkingen gedaan en is het college gemandateerd tot het doen van uitgaven. Een kredietbesluit mag op elk moment aan de raad worden aangeboden. Voor eventuele bijstellingen op de eerder afgegeven kredieten worden in deze Voorjaarsnota aanvullende kredietvoorstellen ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. De kapitaallasten van de uitbreidingsinvesteringen worden gedekt vanuit het Investeringsfonds. Ten behoeve van deze voorjaarsnota zijn de uitgaven van alle van de lopende en toekomstige projecten geactualiseerd. Een uitgebreide toelichting op alle projecten in het Investeringsfonds is te vinden in de digitale versie van de Voorjaarsnota 2021-2025 op de website https://financien.zaanstad.nl/.
62
Project met kredietbesluit Voor de volgende uitbreidingsinvesteringen zijn kredietbesluiten genomen, waardoor de uitvoering is of kan worden gestart.
Projecten met kredietbesluit (Bedragen x € 1.000) Prog.
Raadsbesluit
Projecten
20.2
21.1
Verschil
1
2017/15618
450
450
-
350
597
247
20.048
20.040
20.048
8
Kreekrijk 1e inrichting
244
244
244
-
2017/15618
IHP Programma (o.a. Inverdan school)
1.447
8.518
8.560
42
2017/15618
IHP Programma (Inverdan 1e inrichting)
164
186
22
2017/15618
IHP Programma (Inverdan v Meverstr)
154
154
154
-
2
2017/42225
Uitvoerings agenda Toerisme
74
116
240
240
-
3
2014/26609
Sportpark De Omzoom
7.074
224
7.358
7.358
-
2017/30073
Hockeyclub 'De Kraaien'
260
452
3.767
311
4.790
4.790
-
2017/6080
Kwaliteit bestaande woningvoorraad
2.039
561
600
600
4.500
4.500
-
2017/42225
Inverdan Dam en omgeving
100
100
-
4
2020
2021
IHP Programma (Kreekrijk OR)
360
90
2017/15618
IHP Programma (Kreekrijk OR) verwijder en herstelkosten tijdelijke huisvesting
37
200
2017/15618
IHP Programma (Kreekrijk gebouw)
2017/15618
t/m
1.838
2022
2023
2024
2025
2026
360
238
492
1.293
3.252
186
50 60
600
100
63
100
2027
2028
2029
2030 e.v.
5
2016/110866
Hembrugterrein (openbare verlichting)
2012/197517
Hembrugterrein (riolering, aanlegplein)
1.236
2011/49084
Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV)
159
2011/49084
Zaans Verkeersen VervoersPlan (ZVVP)
2.850
2018/5870
Verkeersveiligheid
379
2014/187256
Kwaliteitsimpuls sluis
2020/11042
40
40
-
2.256
2.256
-
751
751
-
2.850
2.850
-
60
500
500
-
308
592
900
900
-
Brug Zijkanaal H
62
708
770
770
-
2014/187256
Fietsenstalling Centrum omgeving DAM
154
423
1.000
1.000
-
2018/5154
Busbrug incl. no regret maatregelen
744
993
2.040
2.040
-
2020/11042
Bereikbaarheidsdeal Avant planvoorbereiding
711
172
883
883
-
2020/31531
Bereikbaarheidsdeal Avant realisatie
nieuw
nieuw
40
Bereikbaarheidsdeal planvoorbereiding Afwaardering A7 Rondweg Assendelft
1.020
150
61
125
125
125
67
423
303
5.410
5.221
-
10.631
10.631
100
200
-
300
300
-
300
300
48.239
48.239
107.137
118.687
300
Totaal afgesloten projecten
48.239
Subtotaal
86.579
10.707
13.307
2.237
2.018
3.479
360
Uitgaven cumulatief
86.579
97.286
110.593
112.830
114.848
118.327
118.687
64
118.687
118.687
118.687
118.687
11.550
Ten opzichte van de vorige rapportage Investeringsfonds (20.2) zijn de volgende aanpassingen gedaan: • Een actualisatie van de uitgavenplanning, waarbij de grootste aanpassing is de verschuiving van uitgaven IHP Zaans Hout van 2022 naar 2024 en 2025 (€ 4 miljoen) • Een verhoging van de bijdrage (€ 0,3 miljoen) aan het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs (IHP) voornamelijk voor de verwijder- en herstelkosten voor tijdelijke huisvesting bij de bouw van de IKC Kreekrijk. • Opname van het krediet Bereikbaarheidsdeal Avant realisatie conform raadsbesluit 2020/31531 • Opname van een nieuw krediet van € 0,3 miljoen voor de Bereikbaarheidsdeal planvoorbereiding Afwaardering A7 • Opname van een nieuw krediet van € 0,3 miljoen voor de Rondweg Assendelft
Projecten met reservering binnen het Investeringsfonds Voor de volgende projecten zijn bedragen gereserveerd. De raad zal daar nog een kredietaanvraag voor ontvangen.
Projecten met reservering binnen het Investeringsfonds (Bedragen x € 1.000) Prog.
Raadsbesluit
Projecten
2
2017/42225
Uitvoeringsagenda Toerisme
3
2017/42225
Buurthuis Poelenburcht
2019/21293
Maatschappelijke voorzieningen Zaandam centrum oost: Ontmoetingscentrum Zaandam Zuid
2019/21293
Maatschappelijke voorzieningen Zaanstad Noord (cultuurzaal)
t/m
2020
2021
2022
350
60
2023
2024
1.680
20
250
65
2025
2026
2027
2028
2029
2030 e.v.
20.2
21.1
Verschil
410
410
-
1.680
1.680
-
20
20
-
350
250
-100
4
5
2019/21293
Maatschappelijke voorzieningen Zaanstad Noord (openbare ruimte)
2020/11042
Nieuw wijkcentrum de Pelikaan
2019/21293
Sportpark Hoornseveld
208
4.636
7.736
2013/103017
IKEA/Zuiderhout
65
3.603
972
nieuw
Kogerveld – Versterken groene parkzoom
2017/42225
Opwaardering Bodecentrumkade / Zaantheater
2009/17027
A8/A9
2018/35389
Bereikbaarheidsdeal Avant
2018/35389
Bereikbaarheidsdeal Afwaardering A7
2018/35389
Bereikbaarheidsdeal Guisweg
2018/35389
Bereikbaarheidsdeal Overig
2019/11788
Aanjaag investeringen o.r. Zaandam - Centrum Oost
nieuw
Verkeersveiligheid
nieuw
Rondweg Assendelft
25
75
0
100
100
300
700
400
16.450
16.705
255
4.640
4.640
-
-
250
250
150
150
-
14.000
14.000
-
9.216
0
-9.216
2.137
1.837
-300
10.373
10.373
10.373
-
1.383
1.383
1.383
-
300
0
-300
-
500
500
-
1.700
1.700
61.409
54.698
-6.711
700 4.126
250
150
7.000
7.000
1.837
166
167
167
1.700
Subtotaal
273
9.050
12.697
12.973
7.950
Cumulatief
273
9.323
22.020
34.992
42.942
66
11.756 42.942
42.942
42.942
54.698
54.698
54.698
Ten opzichte van de vorige rapportage Investeringsfonds (20.2) zijn de volgende aanpassingen gedaan: • Een actualisatie van de uitgavenplanning (geen grote aanpassingen). • Opsplitsen van het project Maatschappelijke voorzieningen Zaanstad Noord in het onderdeel cultuurzaal (€ 0,25 miljoen) en investeringen in de openbare ruimte (€ 0,1 miljoen). • Het overhevelen van een bedrag van € 0,4 miljoen van wens (budget voor de maatschappelijke voorzieningen als gevolg van de groei van de stad) naar de reservering voor het nieuwe wijkcentrum de Pelikaan en hiermee de reservering te verhogen van € 0,3 miljoen naar € 0,7 miljoen. • Verhoging van de reservering voor het Sportpark Hoornseveld met € 0,26 miljoen om te kunnen voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG) bij nieuwbouw. • Het vervallen van de reservering van € 9,2 miljoen voor de Bereikbaarheidsdeal Avant, omdat hier inmiddels een krediet voor is afgegeven.
• Het verlagen van de reservering voor de Bereikbaarheidsdeal Afwaardering A7 met € 0,3 miljoen, omdat hiervoor bij deze voorjaarsnota een krediet wordt aangevraagd • Het vervallen van de aanjaaginvesteringen openbare ruimte Zaandam – centrum oost (€ 0,3 miljoen) omdat deze investering gedekt kan worden met de middelen die van het Rijk zijn ontvangen voor de bouwimpuls. • Overheveling van een bedrag van € 0,25 miljoen van wens (budget Aanjaag investeringen openbare ruimte Kogerveld) naar reservering om de parkzone onder de hoogspanningsleiding tussen het station Kogerveld en de Jagersplas te versterken. • Overheveling van een bedrag van € 0,5 miljoen van wens naar reservering voor verbetering van de verkeersveiligheid. • Overheveling van een bedrag van € 1,7 miljoen van wens naar reservering voor de rondweg Assendelft.
67
Projecten op de wensenlijst In onderstaande tabel staan de projecten op de wensenlijst.
Projecten op de wensenlijst (Bedragen x € 1.000) Prog.
Raadsbesluit
3
MPG 18.2 nieuw
4
5
Projecten
t/m
2020
Maatsch. voorzieningen a.g.v. de groei van de stad De Groote Weiver
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
650
1.690
2.470
1.820
1.742
1.040
650
2028
2029
2030 e.v.
700
2019/21293
Investeringen openbare ruimte Centrum Oost
MPG 16.2
Kwaliteit bestaande woningvoorraad
MPG 16.2
Aanjaag investeringen openbare ruimte Kogerveld
175
2019/21293
Gebiedsontwikkeling Centrum ’t Kalf
200
nieuw
Sporthal
MPG 16.2
Fietsverbindingen/langzaam verkeer (uitv. fietsnota)
MPG 16.2
Verkeersveiligheid
MPG 16.2
Vaartbrug
2020/23043
Reconstructie rondweg de Busbrug
Am. M B2021
Rondweg Assendelft
500
650
600
600
600
7.600
650 4.000
1.300
600
4.000
1.500
1.500
1.500
2.000
Subtotaal
-
650
6.065
4.620
6.470
6.242
3.140
2.750
600
600
7.600
Cumulatief
-
650
6.715
11.335
17.805
24.047
27.187
29.937
30.537
31.137
38.737
68
20.2
21.1
Verschil
8.140
10.062
1.922
-
700
700
2.700
0
-2.700
10.500
10.500
-
425
175
-250
1.500
1.500
-
-
8.000
8.000
5.800
5.800
-
500
0
-500
3.600
0
-3.600
2.000
2.000
-
2.000
0
-2.000
37.165
38.737
1.572
Ten opzichte van de vorige rapportage Investeringsfonds (20.2) zijn de volgende aanpassingen gedaan: • Verhoging van het bedrag voor de maatschappelijke voorzieningen als gevolg van de groei van de stad om aansluiting te houden met de woningbouwprognoses. • Opname van een nieuw wens voor cultureel centrum De Groote Weiver (€ 0,7 miljoen). • Het verlagen van de bedragen voor de Aanjaaginvesteringen openbare ruimte Kogerveld met € 0,25 miljoen omdat dit bedrag is overgeheveld naar de lijst met reserveringen.
• Opname van een nieuwe wens voor een Sporthal (€ 8 miljoen). • Het vervallen van de Investeringen openbare ruimte Centrum oost (€ 2,7 miljoen) en de Vaartbrug (€ 3,6 miljoen) omdat deze investeringen gedekt kunnen worden met de middelen die van het Rijk zijn ontvangen voor de bouwimpuls. • Het vervallen van de investeringen verkeersveiligheid (€ 0,5 miljoen) en rondweg Assendelft (€ 2 miljoen) als wens omdat deze bedragen zijn overgeheveld naar de lijst met reserveringen (en deels kredieten).
Voeding Investeringsfonds In onderstaande tabel is het verloop van de voeding van het Investeringsfonds opgenomen.
Voeding Investeringsfonds (Bedragen x € 1.000) Voeding IF Reserve Infra: oud tarief met contracten
2020
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030 e.v.
20.2
21.1
Bijstelling
11.078
472
410
1.100
1.100
575
80
80
80
80
80
12.053
15.135
3.082
128
353
265
-
746
746
320
355
572
965
1.340
1.340
1.340
1.340
1.340
12.740
8.912
-3.882
t/m
Reserve Infra: nieuw tarief met contracten Reserve Infra: nieuw tarief zonder contracten Verkoop vastgoed
7.631
7.495
7.631
136
Opbrengst Abri's
4.036
247
247
247
247
247
247
247
247
247
247
8.506
6.506
-2.000
Algemene Middelen
23.375
4.498
4.318
3.978
3.978
3.978
3.978
3.978
3.978
3.978
3.978
64.265
64.015
-250
Totaal reeds gedoteerd
93.130
93.130
93.130
-
198.189
196.075
-2.114
Totaal Voeding cumulatief
139.250
5.345
5.648
5.945
5.897
5.765
5.645
5.645
5.645
5.645
5.645
144.595
150.243
156.188
162.085
167.850
173.495
179.140
184.785
190.430
196.075
69
Ten opzichte van de vorige rapportage Investeringsfonds (20.2) is een hogere dotatie aan het Investeringsfonds in 2020 opgenomen van € 0,1 miljoen. Dit betreft een verkoopopbrengst vastgoed.
een kredietbesluit is genomen en alle projecten op de lijst met reserveringen worden uitgevoerd. Dit saldo zakt in 2024 net onder de minimale ondergrens van € 5 miljoen (rode lijn = risicobuffer). Het college acht dit verdedigbaar aangezien de uitgaven A8/A9 in dit beeld voor € 14 miljoen in de jaren 2023 en 2024 zijn opgenomen, conform de wens van de raad. Uitgaande van de planning van provincie Noord-Holland zal in deze jaren nog geen volledig beroep gedaan worden op deze middelen.
Op 21 januari 2021 is de raad akkoord gegaan met de Nota Gebiedsoverstijgende Kosten Zaanstad (2020/23226). De nota bepaalt dat projectontwikkelaars een hogere bijdrage (nieuw tarief) gaan leveren aan de bovenwijkse kosten en voorzieningen, zoals infrastructuur. Dit levert de gemeente bij toekomstige gebiedsontwikkelingen extra inkomsten op, die (deels) ten gunste komen van het Investeringsfonds. Voor de helderheid is daarom in de tabel onderscheid gemaakt in de bijdragen uit de reserve infra op basis van het oude en het nieuwe tarief.